20221110 Concept Verslag raadsvergadering Gorinchem
Tekst van het document
P - 36
oude belastingkantoor kopen. Hiervoor moeten we de komende jaren nog wel financiële ruimte hebben. Hierna zullen wij ingaan op wat inhoudelijke thema’s, waarbij we onze zorgen uiten over een aantal ontwikkelingen waar we als raad breed aandacht voor hebben. Allereerst stedelijke ontwikkeling. Met alle ontwikkelingen in onze stad en de verbanden die daarbij lopen, is het toch prettig dat we hiervoor die reserve hebben. In deze begroting wordt hierop een eerste aanvraag gedaan. Precies hiervoor is de reserve naar mijn idee ontstaan. Fijn om te zien dat vrijwel de gehele coalitie, die destijds hiertegen nog een amendement indiende, inmiddels ook tot dit inzicht is gekomen. Het CDA is enthousiast over het plan om alle ontwikkelingen te programmeren en in samenhang te bezien. We zien dat hierbij ook de koppeling wordt gemaakt met de uitvoering van de Mobiliteitsvisie. Dat snappen we, maar laten we er wel voor waken dat we hierdoor geen vertraging oplopen of zaken gaan overdoen. Met de Mobiliteitsvisie ligt er een goede basis met unaniem politiek draagvlak. Bij de Mobiliteitsvisie en het maatregelenpakket zien we ook hoe lang projecten van kop tot staart soms duren. De Banneweg, vorige periode eindelijk een begin mee gemaakt, we gaan binnenkort daarover besluiten en dan komt nog de uitvoering.
Dan zijn we bijna tien jaar verder! Daarom: blijf als college vooral uitvoeren wat er ligt. Denk aan de top-10 fietsknelpunten. En over uitvoering gesproken: de realisatie van de uitbreiding Kweeklust is van de raadsagenda verdwenen. Wat is de nieuwe planning? Maar naast uitvoeren: blijf ook nieuwe plannen ontwikkelen. In de vorige periode moesten we heel veel nieuwe visies en plannen ontwikkelen en vaststellen als raad, na jaren stilstand, met als gevolg dat we weinig in uitvoering konden brengen. Die fout moeten we niet nog eens maken. Een belangrijke ontwikkeling die we daarbij op de voet volgen is de herstructurering aan de Van Neercasselstraat. Ook die duurt al flink wat jaren. In de vorige periode dienden we de motie-Knarrenhof in, onder andere als kans voor deze locatie, maar na een raadsinformatiebrief van november vorig jaar is het alweer erg stil. Graag krijgen we meer zicht op het tijdspad, de wijze waarop we als raad worden meegenomen en hoe hierover wordt geparticipeerd. Ook vragen we aandacht voor een goede samenhang met aangrenzende ontwikkelingen in die buurt.
Hoe wordt dat bewaakt en wie voert daarin de regie? Nu we het toch over zaken hebben waar we al een tijd niks over hebben gehoord: vorig jaar tijdens de begrotingsbehandeling hebben we samen met de Partij van de Arbeid de motie ‘Kostendelersnorm’ ingediend, waardoor het delen van een woning door volwassenen met een bijstandsuitkering mogelijk wordt gemaakt, zonder beperking. Wat is de status hiervan, klopt het dat we hierover nog niets hebben gehoord? Bij Stedelijke ontwikkeling hoort ook een duurzaam Gorinchem. We gaan hier natuurlijk niet het debat herhalen dat we drie weken geleden hebben gevoerd over de RES. Ligt er al een plan om de bedrijven mee te krijgen en hoe hebben ze gereageerd? Corbion en Vreugdenhil blijven grootverbruikers. Afgelopen weekend stond een stevig stuk in het AD en Het Kontakt van onze Molenlandse buren die Gorinchem onbetrouwbaar noemen. Voorzitter, dit zijn woorden die we de afgelopen periode juist niet meer kregen na al het werk na het Berenschotrapport de afgelopen jaren. Zijn we weer terug bij af? Hoe duidt de wethouder deze uitspraken? En ook: hoe taxeert hij de woorden van wethouder Lock, waarbij de P - 37
toezegging is gedaan door ons, door Gorinchem, dat wij het windenergiegat zelf gaan vullen? Wanneer komt wethouder De Boer nu eindelijk met duidelijkheid over een nieuwe zoeklocatie? Of blijft hij als Zwarte Magica rook om zich heen toveren? Dan cultuur. We zien dat de bieb weer moet wachten. Wanneer gaan we hierover eens een besluit nemen? Alweer een jaar geleden namen we als gemeenteraad unaniem een motie aan, maar de urgentie wordt blijkbaar niet gevoeld, en dat terwijl de bieb hier ook zelf hele goede ideeën bij heeft. Wij verwachten hierin een veel steviger sturing vanuit het college. Wanneer mogen we hier een concrete vervolgstap in verwachten? We vinden dit echt een gemiste kans van het college. Bovendien wekt het de indruk dat de gemeente haar maatschappelijke partners onvoldoende serieus neemt, al is het alleen al als gesprekspartner. Een ontwikkeling die we helaas vaker zien, maar daarover aan het eind meer. Daarnaast zien we een ambitieuze planning voor De Nieuwe Doelen. U wenst dit jaar nog te starten met de aanbesteding, maar wordt daarin wel op pad gestuurd met een niet geïndexeerde investering.
Wellicht waant u zich Guus Geluk, maar hoever denkt de wethouder cultuur te komen met 7 miljoen euro? Hoe kansrijk, of beter gezegd, kansloos is de aanbesteding op voorhand, nu we zien dat de kosten de pan uitstijgen? Hoe realistisch is dit voornemen, deze deadline van 2024 dan? Ten slotte voorzitter, het belangrijkste punt van onze beschouwing is dat we vinden dat we de kracht van de samenleving beter moeten benutten. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in een goede en gezonde lokale economie waarin onze ondernemers kunnen floreren. Daarvoor zijn we al goed op weg en fijn dat die lijn wordt doorgezet. Naar ons idee kan het idee van Warenhuis Gorinchem nog wel een zetje gebruiken. Dat zijn we als gemeenteraad ook verplicht, nadat we hen in coronatijd vroegen om met een goed plan te komen waarin wij ook kunnen investeren. Raadsbreed willen we dat dit warenhuis slaagt, dan moeten we ook de financiële middelen zeker stellen. Daarom dienen we samen met D66 en VVD het amendement in om dit goed te verankeren. De kracht van de samenleving komt ook naar voren in een gezond verenigingsleven. In Dalem gebeurt daarin iets heel moois. Een vereniging, in dit geval de festiviteitenvereniging, die de gemeente uitdaagt voor de Elzenhof. Zo uitnodigend het idee is, zo ontmoedigend is de rol die de gemeente hierin de afgelopen jaren heeft gespeeld.
De samenwerking tussen de gemeente en een maatschappelijke partner als deze betrokken vereniging moet echt beter. Er wordt niet mét elkaar gepraat, maar óver elkaar. Het plan dat de vereniging heeft ingediend ligt al een hele tijd op de plank. En dan wordt er nu geld beschikbaar gesteld, 50.000 euro, maar het ingediende plan kostte meer dan een ton. Is het initiatief daarmee niet op voorhand kansloos? Om die reden dienen wij hiervoor een amendement in. Zo repareren we in ieder geval de financiële schade en draaien we het initiatief niet de nek om. Maar wel willen we een duidelijke reflectie zien van de wethouder op dit proces. Besef dat verenigingen door deze houding en gedrag ontmoedigd raken. Voorzitter. Wij sluiten graag af met een presentje aan wethouder Molengraaf. Als onze Gorcumse Dagobert Duck hopen we dat ze zich in haar pakhuis heerlijk even kan verliezen in de Biljonairsclub, maar dat ze daarna gewoon weer naar buiten komt en haar beste beentje voorzet voor onze stad.
P - 38
Amendement A2: Maak de festiviteitenvereniging Dalem het (Elzen)hof De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op donderdag 10 november 2022; stelt voor: - in de begroting 2023 op pagina 9 het genoemde bedrag in de tabel onder ‘Aanpak Elzenhof’ te wijzigen van € 50.000 in € 120.000 en dit te dekken uit het begrotingssaldo; - de tekst op pagina 10 onder het punt 5. ‘Aanpak Elzenhof’ aan te vullen met de tekst: ‘de festiviteitenvereniging Dalem zal als belanghebbende worden betrokken bij de invulling van de ruimte rondom de vernieuwde Elzenhof om het een echt dorpsplein te laten worden’; - de overige teksten in de begroting 2023 aan te passen aan de strekking en inhoud van dit amendement. -
De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Foppen van de SP. SP
De heer Foppen: Voorzitter, dank u wel. Allereerst zou ik kort willen zeggen dat ik het een bijzonder grote eer vind om vandaag na vier weken raadslidmaatschap de begrotingsbehandeling namens de SP te mogen doen. Voorzitter, dan het inhoudelijke deel. Voor de SP is deze begroting een mooi moment om zowel vooruit te kijken als de huidige programma’s te evalueren. Er is immers dit jaar een gloednieuw college aangetreden. Dit nieuwe college zal het bestaande beleid voortkomend uit de diverse opgestelde visiedocumenten correct uit moeten voeren. Tevens zal dit college compleet nieuw beleid moeten maken. En laat ik maar meteen vooropstellen: ik heb er het volste vertrouwen in dat ze dat goed gaan doen. Voorzitter. Toen de SP-fractie de begroting indook, kwam ze al snel tot de ontdekking dat er eigenlijk twee zaken centraal staan, respectievelijk temporiseren en prioriteren, dit in relatie tot het vastgestelde investeringsplafond voor nieuwe investeringen van 5 miljoen. Deze noodzaak tot het temporiseren en prioriteren in relatie tot het investeringsplafond, wordt wat de SP betreft goed samengevat op pagina 13. Aangezien deze tekst een belangrijke relatie heeft tot de rest van de begroting, ga ik die toch even letterlijk citeren. Op pagina 13 lezen we: “We zien na jaren van afbouw van de rente op de kapitaalmarkt dat inmiddels een opwaartse lijn is ingezet.
Het nu loslaten van dit plafond zou binnen afzienbare tijd kunnen leiden tot het moeten ingrijpen in de begroting, omdat het rentebudget dan niet meer toereikend is voor de rentekosten. We kijken daarom naar alternatieven om toch de komende jaren de noodzakelijke investeringen te kunnen doen.” En nu wordt het heel belangrijk, voorzitter: “Mogelijk kunnen investeringen worden getemporiseerd of worden stopgezet, waarmee er ruimte ontstaat voor andere investeringen. Maar we verwachten ook dat het nodig is om extra ruimte te creëren. We denken dan vooral aan het sparen vanuit de begrotingssaldi.” Dus voorzitter, in het kort: een aanpassing van het investeringsplafond is gewoon simpelweg geen optie. Voor de investeringen die op termijn gedaan moeten worden betekent dat dus dat bij investeringen waarvoor nog geen of te weinig geld gereserveerd is een prioriteitenlijstje zal moeten worden gemaakt. Niet alles is namelijk meer mogelijk en er zal dus waarschijnlijk zelfs ouderwets gespaard moeten worden. En, voorzitter, dat is wat mij betreft vanavond een oproep waard naar de collega’s, namelijk: wat zijn nu precies de onderwerpen die we als gemeenteraad de komende jaren echt belangrijk vinden en waaraan we vervolgens prioriteit willen geven? Als namelijk alle projecten een prioriteit zijn, is namelijk niets dat.
P - 39
Voorzitter. Naast deze oproep aan de collega’s, is dit wat mij betreft een nog grotere oproep en vraag aan het college, namelijk: waar wil het college de prioriteit aan geven met een gelimiteerde investeringsruimte? Deze vragen omtrent de prioritering en temporisering zou ik graag per thema willen bespreken. Om dan met het thema ‘stedelijke ontwikkeling en vernieuwing’ te beginnen: er wordt binnen de begroting genoemd dat de stedelijke ontwikkeling een aanzienlijke, en dus grote, investeringsruimte vraagt. Zoals op pagina 6 genoemd is het voornemen om het project ‘Vleugels van de Stad’ te concretiseren en moet Gorinchem aan de slag met het verstevigen van de woningvoorraad, maar dit vraagt natuurlijk investeringsruimte. En voorzitter, dat roept een vraag op. Heeft het college voldoende zicht op de financiële vraag die als het gaat om stedelijke vernieuwing de aanstaande jaren gevraagd zal worden? Deze behoefte aan financiële ruimte voor de stedelijke ontwikkeling komt ook later in de begroting weer aan de orde. Zo staat op pagina 74: “Vanuit de visie 'Vleugels van de Stad’, Gorinchem Noord en de stedelijke vernieuwing in de Haarwijk en de Gildenwijk gaan we verschillende stedelijke ontwikkelingsprojecten realiseren.
Gecombineerd met de beperkte financiële ruimte en de bouwkostenstijgingen, zien we ons genoodzaakt het geheel van investeringen in de stad integraal te bezien en een strategie te ontwikkelen wat we wanneer in welke volgorde aan gaan pakken.” Voorzitter, het zal u niet verbazen dat ik daar ook een aantal vragen over heb. Allereerst: hoe groot acht het college de impact van de stijgende bouwkosten op de uitdagingen die er in de komende jaren zijn als het gaat om die stedelijke ontwikkeling? Dan ten tweede: aangezien het college nu al opmerkt dat er prioriteiten moeten worden gesteld als het gaat om woningbouw en stedelijke ontwikkelingsprojecten, aan welke projecten wil het college dan prioriteit geven en ten koste van welke projecten denkt het college dan dat die zal gaan? Het tweede thema waarvoor ik specifiek aandacht wil vragen in relatie tot het temporiseren en prioriteren is mobiliteit. Afgelopen week kregen we het nieuwe plan voor de Banneweg, een stuk van de Stationsweg en de rotonde tussen de bruggen gepresenteerd. Nu gaat het hier voornamelijk om gereserveerd geld, waardoor het het investeringsplafond niet raakt, maar het feit dat er 14,4 miljoen euro wordt gevraagd geeft wel de grote behoefte aan financiële middelen bij dit soort infrastructurele projecten aan.
Gelet op de opgestelde mobiliteitsvisie is het realistisch dat in de komende jaren een grote financiële behoefte in het thema ‘Verkeer en vervoer’ blijft bestaan. Alleen moet binnen dit thema ook geprioriteerd en getemporiseerd worden volgens de begroting. Zo staat er letterlijk in de begroting bij dit thema dat er de noodzaak is het geheel van investeringen in de stad integraal te bezien, waarbij ook naar de volgorde van uitvoer moet worden gekeken; voor de liefhebber: pagina 30. En, voorzitter, daar heeft de SP ook een aantal vragen over. Ten eerste: in hoeverre verwacht het college dat deze prioritering en temporisering zoals genoemd in de begroting een invloed gaan hebben op de uitwerking van bestaand beleid omtrent mobiliteit, bijvoorbeeld de mobiliteitsvisie? En ten tweede: aan welke projecten is het college voornemens, als het gaat om verkeer en vervoer, prioriteit te geven en welke projecten worden dan vervolgens uitgesteld of getemporiseerd? Kortom, voorzitter, de SP wil naar aanleiding van deze begroting een belangrijke boodschap meegeven aan het college. Zo heb ik naar aanleiding van de begroting P - 40
inmiddels meermaals aangegeven dat er een noodzaak is om prioriteiten te stellen. Ik zou het college vooral aan willen moedigen om hier een aansturende rol in te durven nemen. Dus als het gaat om het stellen van die prioriteiten: geef vooral aan de gemeenteraad aan wat jullie belangrijk vinden en wat jullie het belangrijkste vinden in relatie tot het gelimiteerde budget. Dan is de raad vervolgens goed gepositioneerd om wat van die prioritering te vinden en daar vervolgens naar te handelen. Dan, voorzitter, zou ik buiten het temporiseren en prioriteren van programma’s op een aantal lopende ontwikkelingen in willen gaan. Om te beginnen de invoering van het diftarsysteem. De SP krijgt steeds meer signalen binnen uit de stad dat onze inwoners twijfelen over de invoering van dit systeem. Ook heeft de gemeenteraad mogen vernemen dat de invoering van het diftarsysteem forse vertraging oploopt. Daarnaast zijn inmiddels diverse gemeenten gestopt met het diftarsysteem, zoals de gemeente Arnhem. Mijn fractie heeft dus wel een aantal vragen over de aanstaande invoering.
Mocht namelijk blijken dat het diftarsysteem niet het gewenste effect heeft, waarbij dus geen vermindering in de hoeveelheid ingeleverd afval ontstaat, de kosten op het inzamelen van afval enorm toenemen of de hoeveelheid bijgezet afvaldumpingen toeneemt, wat is het college dan voornemens te gaan doen? Een laatste ontwikkeling waar ik graag naar zou willen kijken is het vergroenen van Gorinchem. Hoewel ik hier in eerste instantie een aantal moties over wilde indienen, ben ik mening dat het spreken over de vergroening van Gorinchem beter op zijn plek komt de 22ste op de raadsagenda. Wel heeft mijn fractie voor nu een aantal lopende ontwikkelingen waar de SP graag aandacht voor zou willen vragen. En dan specifiek de ontwikkelingen als het gaat om opwekking van zonne-energie. Het zal niemand verbazen dat de SP groot voorstander is van zonne-energie. Op pagina 69 staat dat de gemeente meer wil inzetten op het dakpotentieel voor de opwekking van groene energie, in samenwerking met bedrijven, maatschappelijk vastgoed, woningcorporaties, woningeigenaren en VvE’s. Voorzitter, laat ik voorop stellen dat de SP dat een buitengewoon goede zaak vindt. Verduurzamen doe je immers niet vanuit het gemeentehuis, maar samen met je inwoners. Desondanks hebben wij ook hier een tweetal vragen.
Wat gaat de gemeente precies doen om deze maatschappelijke partners te verleiden om het dakpotentieel te benutten? En ten tweede: stel diverse van deze maatschappelijke partners willen of kunnen niet meewerken om hun dakpotentieel te benutten, wat is het college dan voornemens te doen? Hiermee sluit ik mijn bijdrage in eerste termijn af, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Hiermee hebben we alle bijdragen van de fracties in eerste termijn gehad. We gaan nu schorsen. In die schorsing kunt u uiteraard met elkaar overleggen en u kunt ook een maaltijd gebruiken. Om half 7 gaan we weer verder. Overigens mijn complimenten, want tijd-technisch gezien gaat het tot nu toe uitstekend, waar ik als voorzitter heel blij mee ben. De vergadering is geschorst (17.22 uur). Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (18.30 uur). P - 41
Reactie van het college op de eerste termijn van de algemene beschouwingen
De voorzitter: Het woord is allereerst aan de wethouder voor financiën, mevrouw Molengraaf. Wethouder mevrouw Molengraaf
Wethouder mevrouw Molengraaf: Voorzitter. De raad wil ik bedanken voor de waarderende woorden en voor de aansporing, aan de ene kant de voorzichtigheid op financieel gebied en aan de andere kant het doorpakken als het gaat om de uitvoering. Ik denk dat dat ook wel de lijn van de begroting is: vanuit gedegen financieel beleid willen we naar de uitvoering van concrete plannen, visies en ambities voor Gorinchem. Er is gevraagd om prioritering en de grote uitdagingen zijn benoemd, op het gebied van bestaanszekerheid, duurzaamheid, woningmarkt, onderwijs en bereikbaarheid – en dan noem ik er nog maar een paar –, die we graag ook in samenhang willen bezien, want als je aan het ene stukje duwt of trekt, heeft dat ook weer gevolgen voor het andere stukje. We hebben allemaal gezien en erkend dat het een aanzienlijke investeringsruimte vraagt en mogelijk heroverweging van eerder gemaakte keuzes. De inzet op versnelling van verduurzaming van woningen en gemeentelijk vastgoed, om zo aan de voorkant van de energiecrisis te komen, energiearmoede, en niet de hele tijd aan de achterkant pleisters te moeten plakken, het ontwikkelen van een lokale adaptatiestrategie en een uitvoeringsplan met aandacht voor zaken als hittestress, wateroverlast en biodiversiteit, vragen geld en capaciteit.
Deze investeringen maken dus ook investeringen in de organisatie nodig: menskracht om tot uitvoering te komen. De uitdaging is om de wensen voor onze stad af te wegen tegen de financiële ruimte die er is en de uitvoeringscapaciteit die daarvoor nodig is. De begroting biedt voor de komende vier jaar ruimte voor die keuzes, in 2023 zo’n 22 miljoen euro en in de jaren erna zo’n 16 miljoen euro. Ik heb de heer Tekir horen zeggen “reken je niet rijk”, en dat zullen we ook zeker niet doen. Op basis van de begroting staan voor de komende vier jaar 100 miljoen aan investeringen gepland. Bij het opstellen van de perspectiefnota 2024, in 2023, willen wij met de raad afstemmen wat de verdere koers gaat worden, want er zijn ook onzekerheden, onzekerheden op het gebied van planning – kunnen we het qua tijd en capaciteit halen? – en risico’s. Met name de stijging van de rente is op termijn zo’n risico. Naast investeren zullen we moeten gaan sparen, bijvoorbeeld voor de reserve infrastructuur. Onze weerstandscapaciteit is ruim boven de ooit afgesproken bandbreedte van tussen 1,4 en 2, en daar zit – de heer Tekir merkte dat al terecht op – de ruimte. De begrotingssaldi kunnen ingezet worden om onze schulden niet verder te laten oplopen en toch financiën te vinden voor de investeringen. Als we dat doen, komt de weerstandsratio ook weer tussen 1,4 en 2.
Kortom, er is ruimte, maar niet alles kan en een integrale afweging is noodzakelijk. Om de ingezette koers van de meerjarig sluitende begroting voort te zetten, met niet oplopende schulden, moeten we dus vasthouden aan het investeringsplafond . Ik heb gelukkig veel fracties gehoord die dat ook beamen. Als ik kijk wat al in deze begroting zit, ben ik daar echt wel trots op: armoede- en schuldenaanpak, de verhoging naar 130% van de bijstandsnorm – we hebben er net nog een motie over aangenomen –, de afschaffing van de hondenbelasting – dat heeft maar zes jaar geduurd geloof ik, maar dan is ‘ie er toch –, de onderwijshuisvesting, begin 2023 het integraal huisvestingsplan, waarvoor overigens aanvullend ook best nog wel een P - 42
investeringsbehoefte zal zijn, de inzet voor de lokale economie, het wijkgericht werken, de stedelijke vernieuwing – er is een jaarlijks werkbudget voor opgenomen om door te kunnen pakken – en last but not least gelden voor de energielasten van SGS. Ik zal nu de vragen en opmerkingen langslopen, daarna zal ik op de moties ingaan. Twee fracties, Democraten Gorinchem en CDA, hebben ons opgeroepen nu eens aan te gaan pakken. Volgens mij hebben we dat gedaan. In de afgelopen maanden hebben we al behoorlijk wat onderwerpen afgetikt, om het oneerbiedig te zeggen. We willen behoedzaam zijn, maar tegelijkertijd willen we met u als raad – die wens hebben we heel duidelijk afgesproken bij de bespreking van het coalitieakkoord – aan de slag gaan. Dat betekent dat niet het college alleen maar met allerlei nieuwe dingen of zo zal komen, natuurlijk gaan wij ons collegeprogramma schrijven, maar u gaat als raad ook aan de slag met de raadsagenda. Wij willen samen met u optrekken om goede plannen voor Gorinchem te gaan maken. En ja, dan gaan die ambities pas bij de perspectiefnota landen, want we zullen eerst met u in gesprek moeten gaan; dat lijkt me ook een behoorlijke manier van doen. Het betekent dus: plannen en dan kijken wat voor geld we daarvoor nodig hebben.
Democraten Gorinchem vindt dat er geen urgentie is op het gebied van armoedebestrijding en dat vind ik een heel bijzondere, ant volgens mij zijn we daar al vanaf het begin mee bezig geweest. Mevrouw Pellikaan: Voorzitter. Ik benoemde ook dat wij weten hoeveel er wordt gedaan in het sociaal domein, maar als ik in de begroting lees dat wij afwachten wat het Rijk doet en vervolgens gaan kijken welke rol er dan is weggelegd voor de gemeente, dan vind ik dat daar geen urgentie uit spreekt. Wethouder mevrouw Molengraaf: Voorzitter, op gevaar af dat ik iets heel ernstigs zeg, maar ik doe dit ook voor het eerst: de begroting is natuurlijk opgesteld vanaf het moment waarop de perspectiefnota werd vastgesteld en ondertussen hebben zich allerlei ontwikkelingen voorgedaan en hebben we ook allerlei besluiten genomen. Volgens mij hebben we daarmee dat beeld al wel bijgesteld. Wij gaan voor honderd procent bereik. Het is een van de kansen uit het integraal sociaal domein en we zijn voortdurend bezig om te kijken of we dingen kunnen toevoegen in de toolbox, om armoede- en schuldenproblematiek aan te pakken. U riep op rekening te houden met wat stress doet met mensen. Nou, daar weet ik alles van; laat ik het zo zeggen. Als je schulden hebt, heb je inderdaad veel stress en belemmert dat je om voor de hand liggende oplossingen te vinden.
Daarom wordt in de dienstverlening nu geëxperimenteerd met stress-sensitieve dienstverlening. Wat het precies is, weet ik niet, maar ik heb de kreet hier staan en als u daarover wilt doorpraten, kan dat altijd met de mensen van het sociaal domein; die weten daar alles van. Vindbaarheid van regelingen is onze inzet; daar zullen we scherp op zijn. De Partij van de Arbeid heeft cijfers over jeugdwerkloosheid genoemd uit 2020. Ik wil niet vervelend doen, maar dat zijn echt achterhaalde cijfers. Gelukkig maar, want daarvan zou je in paniek raken. Ik heb de actuele cijfers. In 2020 waren 90 jongeren werkloos in Gorinchem, in 2021 58 en in 2022 nog maar 39. Dus ik zou haast zeggen: we gaan de goeie kant op!
P - 43
De algemene toegankelijkheid is een aandachtspunt van de Partij van de Arbeid. Goed dat u ons scherp houdt en als u dat niet doet, doet mevrouw Den Heijer dat wel, dus dat komt, denk ik, wel goed. De VVD had vragen over de verkeersdoorstroming. We zijn natuurlijk niet voor niks met de Banneweg bezig en er zijn ook plannen voor een brug over de Linge, zodat je de oostwestverbindingen gaat optimaliseren. In de Mobiliteitsvisie kunt u terugvinden hoe we daarmee aan de slag willen. De VVD had ook een opmerking over het verduurzamen van ons eigen vastgoed, om als voorbeeld te dienen. Daar ligt een plan voor met de meest kansrijke panden. Onder andere de gymzaal aan de Van Egmondstraat wordt zo’n pand waarmee we, omdat daar al dingen moeten gebeuren, tegelijkertijd een verduurzamingslag willen maken. Het is een gymzaal die behoorlijk goed in gebruik is de laatste jarenDe heer Van Santen: Voorzitter. Twee dingen. Het is heel mooi dat een aantal gebouwen verduurzaamd wordt, maar ik heb het in dit verband ook over de verlichting gehad en de vraag gesteld of het echt nodig is om in gebouwen de lampen zo lang te laten branden. Bij sommige gebouwen zal het best in de marge zitten, maar als je hier ’s avonds fietst, zie je toch behoorlijk wat gebouwen die dat hebben. Daarover zou je natuurlijk in gesprek kunnen gaan met bedrijven. Dus daar waren we nog even benieuwd naar.
En dan de doorstroming. Ik weet niet of u nog op het parkeerverhaal terugkomt? Wethouder mevrouw Molengraaf: Ja, daar kom ik nog op. De heer Van Santen: Dan wacht ik dat nog even af. Wethouder mevrouw Molengraaf: Wat betreft de lampen die nog aan zijn: daarmee zal ik wethouder De Boer op pad sturen. Hij gaat inspecteren welke lampen nog aan zijn en daar krijgt u nog antwoord op. Wat parkeren betreft, kan ik meteen de vraag van het CDA meenemen over de parkeergarage Kweeklust. Voor een oplettend raadslid, en dat was mevrouw Van Oversteeg, was duidelijk dat wij de parkeergarage even van de agenda hadden gehaald omdat wij een beetje aan het worstelen waren met de cijfers die we daarover hadden gekregen. Ook vanuit Binnenstadsmanagement is de vraag gekomen of we de cijfers over het parkeren niet kunnen actualiseren. Dat is een slag die we aan het maken zijn, omdat we dan ook op diverse plekken parkeerplaatsen weg willen halen, bijvoorbeeld aan de Wal, zodat een mooier zicht ontstaat. Maar de parkeergarage zal of eind eerste kwartaal, of begin tweede kwartaal – het kan dus maart of april zijn, even afhankelijk van de ruimte in de raadsagenda – bij u terugkomen en dan hopen we op basis van de goede cijfers de discussie daarover te kunnen voeren. Dat wat betreft parkerenDe heer Van Santen: Voorzitter.
Onze vraag ging wat verder dan dat en niet zozeer of we nu parkeerplaatsen gaan realiseren in de parkeergarage, want dat is inderdaad de afspraak dat we dat zouden doen, maar ook over parkeerdruk in de binnenstad. Die is vrij hoog en in de vorige periode hebben we gekeken of we hier en daar wat parkeerplekken zouden kunnen realiseren en sommige oplaadpunten daarin inrichten. De vraag was ook P - 44
nog hoe het dan zit met die leenauto’s bijvoorbeeld. Er zijn een aantal van die bedrijven die leenauto’s hebben en die houden die plekken vrij lang bezet, waardoor de bewoners daar redelijk gefrustreerd over raken. En de parkeernorm wordt over het algemeen best wel laag ingezet in Gorinchem, terwijl wij denken dat dat niet gaat helpen uiteindelijk, zeker niet als die parkeergarage er nog niet eens is. Wethouder mevrouw Molengraaf: Nou ja, daarbij komt het verhaal over die cijfers om de hoek kijken. Als je ‘sec’ naar de cijfers kijkt, is er eigenlijk op alle momenten in de parkeergarages voldoende ruimte. De parkeerdruk zit vooral op de bovenstad. Daar is echt gebrek aan parkeerruimte en dan zijn die parkeergarages natuurlijk ook nog wel een eindje weg; je moet eigenlijk de halve stad door. Nu is Gorinchem ook weer niet zo groot en voor je stappenteller is het wel prima, maar dit terzijde. Wij hebben ook geworsteld met de vraag of uitbreiding van de parkeergarage Kweeklust de oplossing zal brengen. Ik heb begrepen dat het besef wel ingedaald is dat je in de bovenstad niet zo heel veel kunt doen aan de parkeerdruk. Er is gewoon weinig ruimte om nog extra parkeerplaatsen te realiseren. De heer Klein: Voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen dat in de bovenstad niet zoveel opties zijn.
Nu woon ik toevallig zelf in de bovenstad en ik wil bij dezen graag de wethouder oproepen om mij een keer uit te nodigen om samen met haar een keer door de bovenstad heen te lopen. Ik denk dat ik dan binnen een kilometer lopen de nodige parkeerplekken kan aanwijzen die we kunnen realiseren. Wethouder mevrouw Molengraaf: Oké. Ik ben natuurlijk niet fysiek gaan schouwen, ik ben afgegaan op de cijfers die mij zijn gepresenteerd, maar ik ben altijd bereid tot een wandeling door de bovenstad. Als we dan ook nog ergens lekker koffie gaan drinken, lijkt me dat helemaal goed. Ik was bij ChristenUnie/SGP, over het fietsen. Het onderhoud van de fietspaden is ook mij een doorn in het oog. U noemde de dijk, die is ’s avonds echt levensgevaarlijk, want ook nog niet verlicht. Het goede nieuws is dat daar het volgend jaar onderhoud aan gepleegd gaat worden, want die dijk is wel van ons, dus de weg die erop ligt ook. Het onderhoud van die fietspaden is een aandachtspunt, maar het is ook allemaal erg duur, dus we moeten ruimte vinden en proberen werk met werk te combineren. D66 noemde de begroting een balanceeract. Ik ben blij met de positieve woorden daarover. Wij zullen inderdaad niet gaan doen alsof het geld tegen de plinten klotst, want we weten welke risico’s er zijn. In de begroting zijn die mijns inziens ook goed in beeld gebracht.
We hebben geluk dat de trap-op, trap-af-systematiek nog steeds bestaat, want hoe meer geld het Rijk uitgeeft, hoe meer geld wij ook krijgen, maar daar komt een einde aan, zoals we allemaal weten, en daar moeten we ons gewoon op voorbereiden. De top-10 fietsknelpunten heb ik bij me, want ik verwachtte daar wel het een en ander over. Een aantal zal meegenomen worden in de uitvoering van de Mobiliteitsvisie, denk ik. Op nr. 1 staat Eike’s Hof. Die zit er dan net weer niet tussen, maar bijvoorbeeld de rotonde tussen de bruggen wel, het nieuwe project van de Banneweg. Er zijn ook plannen voor de Nieuwe Hoven, maar dat is allemaal nog heel pril en prematuur, en de Haarsekaden zullen worden aangepakt. Dus een aantal van die dingen zal opgepakt
P - 45
worden. Het probleem is dat we ze wel in kaart hebben, maar dat er nog geen budget bij al die knelpunten zit. De heer Van der Meijden: Voorzitter, even ter verduidelijking. Wat houdt ‘opgepakt worden’ concreet in in 2023? Wethouder mevrouw Molengraaf: Ik hang er bewust geen jaartal aan, want de rotonde tussen de bruggen, het Bannewegproject, is een schetsontwerp dat nog helemaal uitgewerkt moet worden. De planning is dat er in 2025 mee gestart wordt. Geduld is een schone zaak, zou ik haast zeggen. Infrastructuur duurt lang en is duur, maar daar moet u aan denken. De Haarsekade is volgens mij eerder gepland, maar dat weet ik niet uit mijn hoofd. De heer Van der Meijden: Voorzitter. De wethouder zei dat er nog geen budget is voor al die dingen, zodat we naar dekking zullen moeten zoeken. Maar de wethouder en ik hebben eerder dit jaar mailcontact gehad over een subsidie van het Rijk, juist voor dit soort projecten, en toen was haar reactie: voor de dingen die we nu voorzien hebben we dekking en dan mag je de subsidie niet aanvragen. Ik zou haar als gedachte mee willen geven om die nog even naar boven te halen, om te kijken of we er toch nog iets uit kunnen halen. Met alle nieuwe lobbyactiviteiten van dit college zou dat toch een aansprekend beeld moeten zijn. Wethouder mevrouw Molengraaf: Zeker. Dat is natuurlijk ook iets waar we naar kijken.
Ik heb overigens niet helemaal scherp of dat specifiek over de fietsknelpunten ging, volgens mij ging het echt over de Mobiliteitsvisie. Voor de Mobiliteitsvisie is geld begroot, gelukkig. Het is een prachtig plan, dat in de vorige raadsperiode volgens mij unaniem is vastgesteld. Tot 2024 hebben we daar ook budget voor. Dit is een van de dingen waarvoor we zullen moeten gaan sparen, om die Mobiliteitsvisie zo volledig mogelijk te kunnen uitrollen. En dan kom ik bij Dagobert Duck. Ja, wat kan ik daarover zeggen? Ik ben de afgelopen tijd eigenlijk te hard aan het werk geweest om in het geld te kunnen gaan rollen. Ik ben nog op zoek naar waar al dat geld is en waar ik dan kan gaan rollen, maar het is een goed idee. Ik zal deze aan mijn oudste kleindochter doorgeven als ik hem uit heb, want die is gek van dit soort strips. En wie weet is dat voor haar toekomst heel gunstig. Gorinchem inspireert, dus dat ga ik doorgeven. Ik hoop ooit heel trots op haar te zijn, maar dat ben ik nu al hoor! Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter. Wij juichen het toe dat de wethouder dit als een aanmoediging ziet en steunen haar daarin van harte. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ook het CDA roept ons op de focus op uitvoering te richten. Onze woorden over heroverwegen zijn ook niet bedoeld om de vaart eruit te halen, maar ik denk dat we noodgedwongen zullen moeten heroverwegen.
We weten allemaal dat de bouwkosten gestegen zijn. In de begroting wordt rekening gehouden met een bouwkostenstijging van 8%. Nou, dan kom je met sommige budgetten gewoon niet uit. Tegelijkertijd willen we onze schulden niet laten oplopen, dus dat is inderdaad een balanceeract. P - 46
De heer Foppen: Voorzitter. In mijn eerste termijn heb ik ook gevraagd in hoeverre het college zelf vindt dat het voldoende rekening houdt met de stijging van de bouwkosten. Is die 8% volgens de wethouder genoeg? Wethouder mevrouw Molengraaf: Pfoe. Je zou als wethouder financiën heel graag een glazen bol willen hebben, maar die heb ik niet. Dit is de afweging die in dit huis is gemaakt en die is volgens mij voor dit moment realistisch. Een vraag is voorts gesteld over de kostendelersnorm. Waar is trouwens uw mooie sjerp, meneer Koçak!? De voorzitter: Volgens mij was er een nederig verzoek van raadslid Koçak om hem af te mogen doen! Wethouder mevrouw Molengraaf: Vooral nederig, ja! Zoals de meesten van ons wel zullen weten, wordt per 1 januari volgend jaar een wetswijziging van kracht, waardoor de norm wordt opgetrokken naar 27 jaar, zodat kinderen bijvoorbeeld nog wat langer thuis kunnen wonen zonder direct hun uitkering te verliezen. Daarnaast zijn in den lande pilots gaande, in Tilburg begrijp ik, waarin voor mensen die ouder zijn – je bent bijvoorbeeld allebei 30 en wilt gaan samenwonen, maar je weet niet of dat succesvol zal zijn en aarzelt omdat je dan je uitkering zou kunnen verkiezen – een halfjaar gewenningsperiode wordt toegestaan.
Tot nu toe doet 0,14% van de mensen die een bijstandsuitkering hebben daaraan mee, en dat zouden vertaald naar onze regio – want Gorinchem pakt dit regiobreed op; Molenlanden, Vijfheerenlanden en Gorinchem doen dat samen – één tot drie gezinnen zijn. Dat is geen overweldigende pilot, zal ik maar zeggen. We kijken wel wat daaruit komt, maar tot nu toe gaat Avres gewoon proberen maatwerk toe te passen. Het lijkt om weinig gevallen te gaan en om daar nu een regeling voor op te tuigen is wellicht wat te veel eer. De heer Van der Meijden: Voorzitter. De regeling wordt inderdaad onder andere in Tilburg toegepast als pilot. Er zijn ook al gemeenten, zoals Amsterdam en Den Haag, die dit meteen hebben opgenomen in staand beleid, zonder pilot. Ik zou de wethouder willen vragen of zij dat in overweging zou willen nemen, ook al gaat het om weinig gezinnen. Het gaat hier om het voorkomen van oneigenlijk gebruik, omdat mensen het niet opgeven, of juist om die drempel voor samenwonen te verlagen, zodat het gewoon kan, ook als je een bijstandsuitkering hebt. Ik zou op dat punt nog graag een reactie willen ontvangen van de wethouder. Het zijn weinig mensen, maar voor de mensen die het betreft is het wel heel belangrijk. Wethouder mevrouw Molengraaf: Zeker, en daarom past Avres ook maatwerk toe. Soms zijn er ook andere redenen om af te zien van samenwonen.
Als je partner schulden blijkt te hebben, wordt de animo vaak ook minder. Eerlijk gezegd hoop ik niet dat u van ons vraagt dat wij hier beleid op gaan schrijven als het om zo weinig mensen gaat. Dat lijkt me echt schieten met een kanon op een mug. Ik ken Avres als een organisatie die behoorlijk mensgericht is en als zij maatwerk toepast, doet ze dat echt op een goede manier. De SP had een behoorlijk scherpe bijdrage. Ik heb ervan genoten, moet ik zeggen. Ze spoort ons aan prioriteringen aan te brengen en dat willen we graag doen, samen met u. P - 47
Als het om bijvoorbeeld de dingen op mobiliteit gaat, zijn de belangrijke projecten in de komende jaren de Banneweg, de oost-westverbinding, dus de ontsluiting van de Arkelsedijk en de brug, de Haarsekaden en plannen voor de noordelijke infrastructuur. Van de fietsknelpunten heb ik al gezegd dat wij dat lijstje er steeds bij houden om te kijken waar we kansen kunnen pakken. En dan ga ik nog naar de moties, in willekeurige volgorde. Gratis openbaar vervoer voor AOW-gerechtigden en minima. Wij weten niet, maar misschien heeft de Partij van de Arbeid daar wel cijfers over, hoe groot dit probleem is en of het überhaupt een probleem is. De vraag is hoe wezenlijk gratis openbaar vervoer bijdraagt aan het wegnemen van de drempel, ook gezien het feit dat er in het minimabeleid regelingen zijn om reiskostenvergoeding te kunnen aanvragen. Verder is er de Molenhopper, waardoor mensen in deze doelgroep vaak met korting kunnen reizen. In Gorinchem zou het om 7.000 inwoners gaan die AOW ontvangen, of tot de minima behoren. De financiële consequentie van gratis openbaar vervoer voor die doelgroep is wel heel groot. In Dordrecht zijn ze ermee gestopt omdat het zoveel geld kostte en eigenlijk de doelgroep onvoldoende bereikte. Veel AOW’ers zijn namelijk heel goed in staat om zelf te reizen. Veel mensen pakken ook de fiets, en dat willen we eigenlijk ook wel stimuleren.
Verder zien we ook nog wel wat uitvoeringsproblematiek. Dus hoewel we de motie sympathiek vinden, zouden we hem toch willen ontraden. De heer Oostrum: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Het gaat er niet zozeer om dat het al in één gemeente is, er zijn al heel veel gemeenten in Nederland die dit doen. De kosten vallen reuze mee, want het gaat om het gebruik van bussen die toch al rijden. Waar het eigenlijk om gaat, is dat meer mensen achter de voordeur vandaan komen en meer mensen gebruikmaken van het openbaar vervoer, met name tussen de spitsuren, als die busjes toch halfleeg zijn. De lessen in andere gemeenten leren juist dat er vrij veel gebruik van gemaakt wordt, met name door mensen die niet op een andere manier vervoer hebben. Bovendien vragen we in eerste instantie alleen maar om het te onderzoeken. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat snap ik, maar onderzoek kost ook altijd inspanning en geld. Ik blijf toch bij mijn antwoord, maar ik hoor graag hoe de raad erover denkt. Wij ontraden de motie. Voor de Gorcumse Waaldijk wordt een drietal dingen gevraagd: de mogelijkheid om lokaal maatwerk te benutten binnen dat concept, in overleg te treden met de betrokkenen en bij de perspectiefnota een voorstel te doen. De eerste twee punten hebben we gewoon al gedaan.
Even voor uw beeld: de Gastvrije Waaldijk is een project van Nijmegen tot Gorinchem, waarvoor een samenwerkingsovereenkomst is opgesteld, waar Gorinchem overigens niet in zit. Wij zijn aangehaakt, maar zitten er niet financieel in en lopen er een beetje achteraan. Dus wel de lusten en niet de lasten, dat is ook wel eens fijn. Mijn voorganger heeft geconstateerd dat men in de participatie steken heeft laten vallen. In februari en mei van dit jaar zijn een aantal bijeenkomsten opgetuigd om die participatie alsnog beter te doen. Maar op een gegeven moment moet het project ook door. Het is een dijkversterkingsproject waarbij de weg die erbovenop ligt natuurlijk weer opnieuw gelegd moet worden, maar het gaat met name om de veiligheid tegen het water. Dus er zit ook wel tijdsdruk achter om dat project te doen. Uiteindelijk is een heel zorgvuldig proces gelopen om de reconstructie van die dijk te doen. Goudappel Coffeng heeft daarvoor de P - 48
plannen gemaakt en het verkeerskundig bureau Megaborn heeft die getoetst. De verwarring is vooral ontstaan door de term ‘auto te gast’ die gebruikt is in een aantal bijeenkomsten. Het is niet opzettelijk gedaan, maar het is wel een term die tot bepaalde verwachtingen heeft geleid, verwachtingen die niet waargemaakt worden omdat het nooit de bedoeling was een ‘auto te gast’-weg aan te leggen daar, want dat betekent eigenlijk dat je die eigenlijk vooral inricht voor wandelaars en fietsers, terwijl het idee van een Gastvrije Waaldijk juist is dat die voor iedereen is, dus ook voor auto’s. De weg wordt dus niet autoluw of autovrij, maar er wordt wel met maximumsnelheden gewerkt en de inrichting wordt heel uniform gedaan, zodat het er van Nijmegen tot Gorinchem hetzelfde uitziet. De meningen daarover zijn verdeeld. Er zijn aanwonenden aan de dijk die het prachtig vinden als daarin alle kansen worden meegenomen, maar er zijn ook een aantal mensen die het helemaal niks vinden en er veel problemen mee hebben. Op een gegeven moment moet je ook tot een afronding van zo’n discussie komen. Wij hebben dat in augustus geprobeerd. Er is toen ook nog inspraak geweest over allerlei verkeersremmende maatregelen, mensen konden op kaarten aangeven waar ze hun ideeën daarover wilden hebben. Die opbrengst is ook meegenomen.
En daarvan heb ik aangegeven dat het mij goed leek te gaan kijken in het kader van het lokale maatwerk hoe we zoveel mogelijk gemotoriseerd verkeer dat eigenlijk niet op die dijk thuishoort zouden kunnen ‘nudgen’, dus door bebording zorgen dat het over de provinciale weg gaat, et cetera. Vervolgens heb ik op 13 oktober een overleg gehad met twee leden van de klankbordgroep Oost, die bij mij drie kantjes met ideeën hebben ingeleverd over nog wat kleinen aanpassingen. Dat heb ik in dank aanvaard en gezegd dat we zouden kijken wat we met deze dingen kunnen doen. Het ontwerp staat niet meer ter discussie, dat wordt gewoon uitbesteed en dat gaan we zo doen, maar we kunnen natuurlijk wel kijken wat we in Gorinchem nog aan kleine dingetjes kunnen doen. In de perspectiefnota is 30.000 euro opgenomen voor 16 drempels op ons stuk. Ik denk dus dat deze motie eigenlijk wel afgehandeld is. De heer Tekir: Voorzitter, een stukje verduidelijking, als dat mag. Ik ben blij met deze toelichting, omdat die in ieder geval strookt met de toelichting die wij hebben gekregen van de betrokkenen in dit traject. Het is een langslepend project met inderdaad de nodige teleurstellingen en uiteindelijk, ik meen in uw wittebroodsweken, een participatiebijeenkomst in dit stadhuis met vijftig deelnemers. Die mensen komen daar niet voor niets op af.
De signalen die wij van die deelnemers krijgen, tot deze week aan toe, is dat zij nog niet het idee hebben dat de ‘nudging’, zoals u het noemt – treffend, want aan het basisontwerp hoeven we niet te tornen, het gaat om een stukje lokale invulling –, die maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd. De invulling van dat lokale maatwerk vergt volgens mij nog wel een stukje uitwerking, of in ieder geval een informatieverstrekking daarover. Wat is erop tegen om die mensen daarover te informeren, of nog eens met hen in gesprek te gaan, of een keer de gemeenteraad daarover te informeren? Mijn oproep is om dit proces, nu we zo ver zijn, ook goed af te ronden en die mensen bij ons te houden. Ik vraag u oprecht wat we daar nog aan kunnen doen. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ik heb al gezegd hoe die weg wordt ingericht. Grote delen ervan worden in bestekken aanbesteed, daar kunnen we niet heel veel meer aan doen. De maatregelen in het kader van de genoemde ‘nudging’ kunnen eigenlijk pas P - 49
achteraf worden genomen, omdat ze buiten het bestek van die dijk vallen. Dat is dus dat, als je de stad uit rijdt door de Vijfde Uitgang, of hoe het daar ook heet, je niet langs de burgemeester gaat rijden, maar dat je daar naar beneden gaat en de provinciale weg opzoekt, en van de andere kant ook. Dat zijn dus maatregelen die we gaan treffen op het moment dat de dijk klaar is. Nu wordt nog gezocht of er binnen die bestekken nog ruimte is om een aantal van die kleine maatregelen terug te laten komen. We hebben de mensen van de klankbordgroep die we gesproken hebben ook aangegeven dat we bij hen terugkomen met wat daarvan wel gerealiseerd is en wat niet. Verder hebben we afscheid van elkaar genomen met de constatering dat we het er niet over eens zijn of zij voldoende gehoord zijn, en vooral over de vraag of er nou eenstemmigheid was op die avond, want er waren een aantal mensen die vrij prominent hun ongenoegen lieten blijken, maar er waren ook een aantal mensen die wel tevreden waren. Er was een Mentimeter waarin op een aantal vragen naar voren kwam dat mensen eigenlijk best heel tevreden waren over het proces. Ik kwam er inderdaad in mijn wittebroodsweken in en vond het erg lastig om daarover een uitspraak te doen, dus daar heb ik me ook verre van gehouden. De voorzitter: Dit punt duurt wel heel erg lang. Ik verzoek u nu tot een afronding te komen.
Wethouder mevrouw Molengraaf: Mijn inzet is om zoveel mogelijk mensen daarin tevreden te stellen en terug te koppelen. De voorzitter: Dank u wel. Dan wethouder Polatli. Wethouder Polatli Wethouder Polatli: Voorzitter, dank u wel. Eerst zal ik ingaan op de vragen die zijn gesteld, en hopelijk ook in de goede volgorde. Stadsbelang bij monde van de heer Klein informeerde naar de openbare toiletten. In kwartaal 1 2022 is een plan van aanpak verstuurd aan de raad, ‘Iedere WC telt mee’ van de Toiletalliantie. Ik heb net op de app ‘Hoge nood’ gekeken en daar staan inmiddels 15 toiletten aangegeven in de binnenstad. Dat betekent niet dat we niet verder kijken naar openbare toiletten. In het museum worden de toiletten op de begane grond aangepast en verbouwd als het goed is. Dus we zijn bezig met uitbreiding daarvan. De voorzitter: Mevrouw Pellikaan. Mevrouw Pellikaan: Voorzitter. Ik kan mij herinneren dat ten tijde van deze motie ook een oproep is gedaan om openbare toiletten te realiseren buiten de openingstijden van de winkels om. Kunt u daarover iets toelichten? Wethouder Polatli: Volgens mij is Buiten de Waterpoort een openbaar toilet neergezet, dat een aantal keren vernield is en inmiddels weer open is…, functioneel…, of is hij helemaal weg? Mevrouw Pellikaan: Ik ben heel nieuwsgierig naar het ‘inmiddels’! Wethouder Polatli: Inmiddels is hij weg begrijp ik.
Ik dacht dat hij er weer wasMevrouw Pellikaan: Exact, maar volgens mij blijft de behoefte nog wel bestaan aan een openbaar toilet buiten de openingstijden van de winkels. P - 50
Wethouder Polatli: We zijn er ook nog niet klaar mee. Elke mogelijkheid die komt, daar gaan we naar kijken. Zo ook, zoals de heer Klein zei, naar de rommeligheid, de motie die is aangenomen met betrekking tot de toegangswegen van de stad. Daar ben ik als een van de eerste zaken bovenop gedoken. Ik kwam er toen achter dat collega Atti Mager tegelijkertijd bezig was met het uitvoeringsplan ‘Mooiste vestingstad’. We gaan daarin nu samen optrekken met de bebording en dat soort zaken, dus daar komen we nog bij u op terug. De heer Klein: Voorzitter. Dat ‘terugkomen’: zal dat bij de perspectiefnota zijn, of al eerder? Wethouder Polatli: Zo snel mogelijk, als we meer weten. Dat zal waarschijnlijk bij de perspectiefnota zijn, of eerder, wanneer mogelijk. Daar zijn we op dit moment mee bezig. Democraten Gorinchem, mevrouw Pellikaan, heeft het over de bankjes gehad, de motie. Samen met uw collega de heer Van Willigen ben ik daarvoor op pad geweest, omdat ik ook graag buiten kom. Tussendoor hebben we trouwens ook een leuk gesprek gehad. De inventarisatie is inmiddels aardig gedaan. We wisten allemaal van tevoren dat het niet zomaar even 25 bankjes ergens neerzetten zou zijn. Daarmee moet zorgvuldig worden omgegaan. In de begroting is het niet meegenomen, omdat daar jaarlijkse budgetten voor zijn, heb ik begrepen van de afdeling financiën.
Als dat gaat spelen, kom ik erop terug, maar misschien moeten we nog een keer bij elkaar komen om dat te bekijken. Mevrouw Pellikaan vroeg of het bedrag van 7 miljoen dat gereserveerd is voor De Nieuwe Doelen toereikend is. We weten allemaal dat er inmiddels door de inflatie van alles is gebeurd met de bouwprijzen. Om op hetzelfde niveau te komen, om het hoogst noodzakelijke te doen, zou er op dit moment zomaar een miljoen bij moeten, maar we kijken eerst naar de exploitatie en dan wat we nodig hebben. In voorkomend geval zullen we terugkomen bij uw raad. De voorzitter: Mevrouw Pellikaan. Mevrouw Pellikaan: Voorzitter. Die lijn van beantwoording kunnen we deels wel volgen, denk ik. Ik had ook nog de vraag openstaan hoe het college zich verhoudt tot de uitspraken die recent in de pers zijn gedaan vanuit Stadsbelang over de voorkeur om toch een groot theater te realiseren op de locatie waar nu De Nieuwe Doelen staat. Wethouder Polatli: Ik denk dat u daarvoor bij de fractie Stasbelang moet zijn. De voorzitter: De heer Van Veen. De heer Van Veen: Ik vraag me af hoe mevrouw Pellikaan erbij komt dat wij daar een absolute voorkeur voor hebben. In ons verkiezingsprogramma staat dat wij een voorkeur hebben voor De Nieuwe Doelen. We zijn nu uitgenodigd bij De Nieuwe Doelen en hebben daar een rondleiding gehad, omdat er allerlei vragen waren.
Er zouden lekkages zijn en er zouden van allerlei dingen aan de hand zijn. Daarom zijn we daarnaartoe gegaan. Mevrouw Pellikaan: Voorzitter. Ik vind het heel begrijpelijk dat de fractie Stadsbelang zich uitspreekt over het dossier De Nieuwe Doelen, dat mag ook als politieke partij, P - 51
vandaar dat mijn vraag was hoe het college zich verhoudt tot deze uitspraken, aangezien uw partij ook de wethouder op dit dossier levert. Wethouder Polatli: Ik denk dat ik een heel andere taak heb dan de heer Van Veen, die volgens mij de post heeft geplaatst. De heer Van Veen: Voorzitter. Wij hebben namelijk geen voorkeur uitgesproken toen we daar waren. Mevrouw Pellikaan: Ik krijg nu antwoord van de fractie van Stadsbelang, dank daarvoor, maar nogmaals: wij zijn benieuwd naar de reactie van het college. De voorzitter: Wethouder Polatli. Wethouder Polatli: Wij houden ons aan wat in de raad is besloten en niets anders dan dat. Ik verwijs naar de motie die er ligt van eind vorig jaar. Dat is hoe het college erin staat en niet anders. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter. Ik ben nu een beetje in verwarring gebracht. Ik snap de reactie van de wethouder, die stelt dat het college de opdracht van de raad uitvoert, maar tegelijk zegt hij dat er nog wel ergens een miljoen bij nodig is, een bedrag dat niet is gereserveerd in de begroting waarover we het vandaag hebben. In hoeverre wordt de opdracht van de raad dan nog uitgevoerd en hoe gaat u dat bedrag van een miljoen dekken? Verder vraag ik me af: als straks een aanbesteding wordt uitgezet, met welk bedrag gaat dat gebeuren? Mevrouw Van Oversteeg: VoorzitterDe voorzitter: Mevrouw Van Oversteeg.
Mevrouw Van Oversteeg: Ik heb een aanvullende vraag, in lijn met de vraag van de heer Tekir. Wanneer verwacht de wethouder ons dan financieel uitsluitsel te geven: voor of na de aanbesteding? Wethouder Polatli: Je zou denken dat dat te maken zou hebben met de wensen van de exploitant, maar dat kan dan nog wel eens veel hoger uitlopen. Ik weet nu even niet het goede antwoord daarop, of het nu van tevoren die hoognodige werkzaamheden zouden moeten zijn, of dat we ons dan ook nog gaan aanpassen aan wat een exploitant zou willen. Daarop kom ik dadelijk terug. Mevrouw Van Oversteeg: U geeft aan dat u nu al verwacht flink geld tekort te komen. De heer Tekir verwees daar ook naar. Is zo’n aanbesteding dan niet op voorhand kansloos, als u partijen gaat vragen voor een bedrag in te schrijven, waarvan u nu al weet dat dat niet gaat lukken? Is dat de wijze waarop u die aanbesteding wilt ingaan en daarvoor ook inspanningen van mogelijke kandidaten wilt vragen? Wethouder Polatli: Tegen de tijd dat we tekort komen, komen we gewoon weer bij u terug. Ik weet op dit moment niet wat we precies tekort komen. Het onderzoek dat is
P - 52
uitgevoerd heeft uitgewezen dat voor de noodzakelijke upgrade 7 miljoen nodig zou zijn, maar we weten nu allemaal dat we het daarmee niet zullen halen. De heer Tekir: Voorzitter, ik zou toch graag een reactie willen hebben op de vraag die ik heb gesteld. Met welk bedrag gaan we de aanbesteding in? Is dat 7 miljoen, of een miljoen hoger? Wethouder Polatli: We hebben nu 7 miljoen ter beschikking. De heer Tekir: Maar u geeft u aan dat die 7 miljoen niet genoeg is en dat er nog een miljoen nodig is. Dan weten we toch nu al dat we afkoersen op een mislukte aanbesteding? Wethouder Polatli: Nee. Misschien kunnen we de wensen bijstellen, of kunnen we het op een andere manier doen. Ik heb daar nu 7 miljoen staan en volgens de berekeningen na de stijgingen die hebben plaatsgevonden zouden we een miljoen minder hebben voor dezelfde verbouwing. Meer zeg ik daar eigenlijk niet over. De heer Tekir: Voorzitter. Ik vind dit eerlijk gezegd wel onnodig ingewikkeld worden, maar misschien kan dat straks nog hersteld worden. Volgens mij kun je één van twee dingen doen: of je weet nu al dat het niet 7 miljoen, maar 8 miljoen gaat kosten, dan reserveer je dat nu in de begroting en ga je daarmee de aanbesteding in, of je zegt dat die 7 miljoen voldoende is en dat we daarmee de aanbesteding ingaan. Het is een van de twee. We kunnen niet tijdens de wedstrijd nog ergens een miljoen vandaan halen.
Mevrouw Van Oversteeg: VoorzitterDe voorzitter: Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Aanvullend daarop zou ik nog willen opmerken dat, als de koers is zoals nu wordt voorgesteld, ik het best een kwalijke zaak vind om maatschappelijke partners te vragen in te schrijven voor 7 miljoen, waarvan we nu al weten dat die niet toereikend is – ik hoor het de wethouder zelf ook zeggen –, zodat je weet dat je ze dan met een opdracht op pad stuurt die bij voorbaat kansloos is. Wethouder Polatli: Zo zie ik dat niet. De voorzitter: Volgens mij komt er niet echt nieuwe informatie meer naar aanleiding van aanvullende vragen. Ik stel voor nu verder te gaan met deze termijn en de wethouder te verzoeken hierop in tweede termijn terug te komen. De heer Van der Meijden: Mag ik nog één nieuwe vraag stellen? De voorzitter: Aanvullend dan, maar we gaan hem nu niet beantwoorden, want daarna gaan we door met het volgende punt. De heer Van der Meijden: Akkoord. Ik zou graag van het college willen weten waarom het, als het deze verwachting heeft, niet aanvullend geld heeft gereserveerd in deze begroting en welke afweging daaraan ten grondslag ligt. Als u daarop in tweede termijn terug wilt komen, is dat helemaal goed. P - 53
De voorzitter: Dat gaat de wethouder meenemen in tweede termijn. De wethouder vervolge nu zijn betoog. Wethouder Polatli: Mevrouw Van Oversteeg van het CDA heeft een vraag gesteld over de bibliotheek. In het eerste kwartaal van 2023 komen we daarop terug. We zijn nog maar net begonnen; het eerste gesprek gaat met de bibliotheek en ik ga nog kijken bij een aantal andere bibliotheken in het land. Het vorige college heeft in het zicht van de verkiezingen de bibliotheek overgelaten aan het nieuwe college. Nogmaals: in het eerste kwartaal van 2023 komt het college met een procesvoorstel. Dan heb ik nog het energienoodfonds. U hebt gelijk dat wij hadden gezegd dat wij hierop bij de begroting terug zouden komen. Er is wat verwarring over, want in de motie stond “in ieder geval voor eind dit jaar”. In december komen we met een raadsinformatiebrief daarover, in januari zal er een gecombineerde I&O/B&A aan worden gewijd en eind januari een raadsvergadering. De heer Tekir: Voorzitter. Deze vraag was van D66. Ik hoor de wethouder nu zeggen dat er een raadsinformatiebrief komt en daarna een B&A. Maar we zijn nu de begroting aan het behandelen en als je dat energienoodfonds wilt instellen, zoals de motie vraagt, zul je daarvoor nu ook middelen moeten reserveren.
Welke middelen reserveren we daar nu voor? Oftewel: hoe gaan we het noodfonds dekken? Wethouder Polatli: De dekking hebben we nog niet in beeld. Dat is op dit moment in uitvoering. De heer Tekir: Maar daarmee zegt u eigenlijk dat er wel allerlei raadsinformatiebrieven zullen worden gestuurd en B&A’s worden georganiseerd, maar dat er helemaal geen dekking is voor het energienoodfonds. Wat gaan we dan eigenlijk doen met z’n allen? Wethouder Polatli: De komende weken wordt gewerkt aan het voorstel. De heer Tekir: Maar zonder dekking begrijp ik. Wethouder Polatli: De dekking hebben we nog niet. De voorzitter: Het volgende punt. Wethouder Polatli: De Europese aanbesteding van het theater was een vraag van D66. Ik hoorde iets over bedrijven uit Polen die zouden kunnen inschrijven. Volgens mij is dat niet helemaal de bedoeling. De aanbesteding overschrijdt bedragen en daarmee wordt het een Europese aanbesteding, maar die zou toch nog heel gericht naar een lokale partij kunnen leiden. Dat is volgens mij ook de weg die we zijn ingeslagen. Het is ook een raadsbesluit geweest. Daarbij is eind vorig jaar een motie aangenomen dat een andere locatie ook geïnventariseerd dient te worden. Dat is wat er ligt en dat is de kant die we opgaan en niet een andere volgens mij. Hiermee heb ik volgens mij alle vragen gehad. Dan de moties.
Ik begin met ‘Ondersteuning kinderen van ouders met middeninkomens bij sport- en cultuuractiviteiten’. Ik vroeg me af of we niet eerst zouden moeten onderzoeken óf kinderen van ouders met middeninkomens hiermee wel zo’n probleem
P - 54
hebben, maar ik ga ervan uit dat u signalen heeft dat dit een risico dreigt te worden bij gezinnen met middeninkomens. Ik zou de motie willen overnemen. Het is een sympathieke motie, die oproept tot een verkenning, als ik het zo mag uitleggen. Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2023 wil het college komen met een terugkoppeling daarover. Dan zijn we op dat punt proactief bezig voordat we daarmee dadelijk aan de achterkant gaan werken. De heer Koçak: VoorzitterDe voorzitter: De heer Koçak. De heer Koçak: Ik neem aan dat ook verkend zal worden of aansluiting bij het landelijk Jeugdfonds Sport en Cultuur waardevol kan zijn. Wethouder Polatli: Ja. De heer Van der Meijden: Voorzitter, nog één opmerking hierover, want ik meen dat de vraag over de interpretatie van de motie ook aan mij gericht was. De wethouder legt dat volgens mij in dit geval goed uit, namelijk dat het een verkenning betreft. Dus ja, het behoort zeker tot de mogelijkheden die we graag verkend willen hebben, daarom is het specifiek genoemd. Maar later, als het college de verkenning presenteert, zou ik graag een oordeel hebben van het college in hoeverre dat van toegevoegde waarde is, ook omdat het aanvullend kan zijn bijvoorbeeld op de Stichting Leergeld. Maar voor de uitwerking daarvan mag de wethouder het inderdaad begrijpen als, nou ja, een extra gedachtegang om mee te nemen in die verkenning.
Dus ik ben blij met de reactie van het college op dat punt. Wethouder Polatli: Ik vind het in ieder geval prima om dat te onderzoeken. De heer Van Santen: VoorzitterDe voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Ik begrijp de sympathieke gedachte, maar de vorige keer heb ik het college horen zeggen dat niet aan inkomenspolitiek wordt gedaan. Dus ik ben even benieuwd hoe dat in relatie tot deze motie staat. Verder weet ik dat we in Gorinchem op het gebied van sport best wel veel activiteiten ontplooien. We hebben Gorinchem Beweegt, we hebben Sjors Sportief, we hebben van alles lopen in de wijken en we zijn ook aan het inzetten op wijkgericht werken. Die signalen zijn mij niet zo heel erg bekend, maar als het zo is, hoor ik dat ook graag natuurlijk. Hoe staat die motie nu in verhouding tot het lopende beleid? Gaan we dan weer iets toevoegen en kunnen we niet beter zeggen: centreer het, of breid uit wat we nu hebben? Misschien is dit overigens ook iets voor de tweede termijn; dat maakt me niet zoveel uit. De heer Koçak: VoorzitterDe voorzitter: De heer Koçak.