20220929 Concept verslag raadsvergadering
Tekst van het document
We realiseren ons daarbij dat er grenzen zijn aan wat de gemeente kan betekenen. The sky is not the limit, maar niets doen is ook geen optie. D66 hoopt dan ook dat we vanavond als raad een eensgezind het signaal kunnen afgeven dat we in Gorinchem niemand laten vallen. Dank u wel. De heer Krol: Mag ik een vraag stellen aan de heer Tekir, voorzitter? De voorzitter: De heer Krol heeft het woord. De heer Krol: Ik hoor termen als ‘water aan de lippen’ en ‘als het al niet te laat is’. Ik zou deze discussie wel graag genuanceerd willen voeren. Vorige week heb ik ook gehoord – die aanvulling op het verslag is niet voor niks – dat bij de gemeente nog geen grote problemen bekend zijn. Daarmee wil ik het niet bagatelliseren, want er zullen ongetwijfeld problemen zijn, of aankomen, maar ik zou deze discussie wel graag genuanceerd willen voeren. Hoe kijkt u daartegen aan? De heer Tekir: Als er één woord is waar ik positief tegenover sta, is dat wel het woord ‘genuanceerd’, dus dat doe ik graag en ik ben er ook zeker toe bereid. Alleen zijn de signalen die wij ontvangen – en ik heb tot op de dag van vandaag nog contact gehad met verenigingen – wel zorgelijk. Er zijn berichten uitgegaan vanuit grote energiemaatschappijen dat vanaf oktober echt flinke energietariefverhogingen worden doorgevoerd.
Een paar zijn er teruggeroepen door de autoriteit die daarover waakt, maar nog niet alle energiemaatschappijen zijn overstag. Er komt echt iets aan en bij veel verenigingen die, helaas, nog niet ver zijn met hun verduurzamingsambities tikt dat aardig aan. Je ziet nu al bij verenigingen dat de contributies worden verhoogd. Het is dus aan de orde van de dag. Hoe ver moet je het dan nog laten gaan? Wij pleiten ervoor niet langer te wachten en nu al met een energienoodfonds stadsbreed te compenseren waar we kunnen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Santen, VVD.
N - 21
De heer Van Santen: Voorzitter. Politiek is keuzes maken. Als ik dan kijk naar alle voorstellen van de afgelopen periode, zien wij vooral veel empathie bij iedereen. Het is ook fijn dat we zoveel menselijke kant in deze raad tonen. Als mensen willen we altijd alles en iedereen ook helpen, denk ik, het liefst financieel, en anders met bonnen of uitdeelacties. We willen een zwembad openhouden, we willen de middeninkomens helpen, we willen meer geld voor de minima, we willen de belastingdruk laag houden, we willen van alles. Dat is ook logisch en er is hier ook niemand en geen enkele partij in Gorinchem, geloof ik althans, die Gorinchem niet de winter door wil helpen. Tegelijkertijd zul je als bestuur keuzes moeten maken, want de middelen zijn nu eenmaal niet oneindig. Het is dan maar goed een gezond financieel beleid aan te houden, met goede reserves en mogelijkheden, en dat ook bij te houden. Voor ons ligt het plan voor een noodfonds, vergelijkbaar met de strekking die recent in de Tweede Kamer is besproken, hartstikke goed, maar ook daar zullen we wat ons betreft keuzes moeten maken. Er zijn drie voorwaarden wat de VVD betreft: 1.
Sociale verantwoordelijkheid is belangrijk, maar onder normale omstandigheden zou het wat ons betreft geen taak van de gemeente moeten zijn om instellingen die in principe op zichzelf moeten staan overeind te houden – los van de energieproblematiek overigens. Laten we daarom heel goed kijken naar een goede scheidslijn tussen wat we wel en niet de winter door kunnen helpen vanuit gemeentelijk oogpunt. Overigens verwachten wij wel dat deze instellingen op eenzelfde manier ook eerst een eigen inspanning leveren om problemen op te lossen, door bijvoorbeeld de thermostaat niet op de hoogste stand te zetten als dat echt niet nodig is. 2. Geen dubbele rekening. Als er steun komt vanuit Den Haag met hetzelfde doel, is dat wat ons betreft leidende steun. Daarmee bedoelen we dat we dit niet nog een keer lokaal gaan uitkeren. We gaan de belastingbetaler niet twee keer dezelfde rekening laten betalen. 3. Noodzaak. Er moeten duidelijke maatstaven zijn waar je als vereniging aan moet voldoen om hiervoor in aanmerking te komen. Dat hebben we bijvoorbeeld bij de NOW ook gedaan. Ik laat even in het midden welke van deze je voor- of achteraf moet gaan toetsen, want dat is altijd een heel discussiepunt, maar bij een vereniging die bulkt van het geld – begrijp me niet verkeerd: ik geloof niet dat er daar veel van bestaan – is er natuurlijk geen noodzaak tot hulp.
De voorzitter: Interruptie de heer Van der Geest. De heer Van der Geest: Dank u wel voorzitter. Ik vind dat de heer Van Santen een beetje een karikatuur maakt van de verenigingen en instellingen in onze stad, alsof het mensen zijn die er niet al alles aan hebben gedaan om de contributie zo laag mogelijk te houden en de thermostaat zo warm mogelijk, maar wel wat minder te zetten, om zelfredzaam te blijven. U zet ze bijna neer als potverteerders en mensen die niet zelf kunnen nadenken. Echt, ga eens in gesprek met die mensen, want ze doen er alles aan om het zelf te doen; die gaan echt niet de gemeente bedonderen. De heer Van Santen zal het best met goede bedoelingen hebben gedaan, maar ik vind echt dat hiermee een grens wordt overschreden, wat we volgens mij niet moeten doen. We moeten de verenigingen gewoon hun eigen
N - 22
verantwoordelijkheid laten nemen. Ze kloppen echt niet zomaar aan om afhankelijk te zijn van de gemeente. De heer Van Santen: Als de heer Van der Geest het zo heeft geïnterpreteerd, kan ik hem verzekeren dat dat zeker niet mijn bedoeling is. Het is helemaal niet bedoeld om er een karikatuur van te maken. Ik heb gewoon aangegeven wat hiervoor de voorwaarden zijn en dat heeft niets te maken met hoe wij dat nu bij de verenigingen ervaren, absoluut niet. Ik denk dat verenigingen heel goed in staat zijn om dat zelf te beoordelen, en veelal doen ze dat ook al. Maar het is ook een manier om die opgave met elkaar op te pakken. Dat gezegd hebbende nog iets over die noodzaak. Ik vind ook dat we daarin een gelijke behandeling moeten hebben. Dus als we de ene vereniging beoordelen, moeten we de andere ook op dezelfde kaders beoordelen. Die drie punten willen we het college en de collega’s nog even meegeven bij de afweging hierin. Dank u wel. De heer Van der Meijden: VoorzitterDe voorzitter: De heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: Een korte vraag. Ik heb heel goed geluisterd naar de drie voorwaarden, maar als ik de motie lees, sluit die dat niet uit. Het gaat om een uitwerking van het fonds en daarover wordt de raad weer geïnformeerd.
Wilt u het college bij de uitvoering van de motie deze boodschap meegeven, moet ik het zo begrijpen? De heer Van Santen: Ja, zo moet u het inderdaad begrijpen. De heer Van der Meijden: Heel fijn, maar dan onthoud ik vooral ‘steun’. De heer Van Santen: Oké, hartstikke goed. Dank u wel. De voorzitter: De heer Klein, Stadsbelang. De heer Klein: Bedankt, voorzitter. Ik denk dat we allemaal heel goed beseffen wat voor crisis er op dit moment aan de gang is, zeker ook op de energiemarkt, en dat de groepen waarover nu gesproken wordt een heel groot maatschappelijk belang hebben voor de stad. Uit het antwoord dat de wethouder eerder heeft gegeven op een vraag van collega Van der Geest, begrijp ik dat men op dit moment al druk bezig is met het uitzoeken van de nodige zaken, om inzichtelijk te krijgen wat ze kunnen doen. Met name vraag ik me dan af of deze motie dat zou kunnen verstevigen, of dat die in de weg zou kunnen zitten bij de verdere uitwerking waarmee het college op dit moment bezig is. De heer Tekir: Mag ik een verduidelijkende vraag stellen, voorzitter? De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Ik had die vraag ook al bij de heer Van Santen, maar nu bent u aan de beurt en dus krijgt u hem. Wat ik me afvroeg was het volgende.
U plaatst allerlei vraagtekens bij dit voorstel om een energienoodfonds in te richten, om daarmee al die verenigingen te helpen, maar tegelijkertijd was u er wel als de kippen bij om het N - 23
Caribabad toe te zeggen dat wij daar miljoenen gaan compenseren voor de verhoogde energietarieven. Wat is voor u het verschil …. De heer Klein: Voorzitter, ik maak… De voorzitter: Laten we even de vraag aanhoren. De heer Tekir: Wat is voor u het verschil tussen de steun die u meteen hebt toegezegd aan het Caribabad in relatie tot een energienoodfonds dat eigenlijk de breedte van het maatschappelijk middenveld dekt? De heer Klein: Laat ik vooropstellen dat ik daarin in de basis geen verschil zie. Het gaat mij om de uitvoering. Zoals ik al aangaf zien wij het belang van deze maatschappelijke instellingen ook in. Het verliezen van die verenigingen, instellingen, et cetera, zou een gemis zijn, maar ik weet niet – dat is afhankelijk van wat er eventueel nu al loopt – of het noodfonds de juiste toevoeging is om een oplossing te kunnen bieden voor het probleem. Maar ik denk dat de steun daar los van staat. De heer Tekir: Dus als ik u goed begrijp, vindt u het evident dat al die verenigingen en stichtingen gesteund moeten worden, maar wilt u de wijze waarop nog afwachten in de reactie van het college? De heer Klein: Ja, waar die verenigingen steun zouden moeten hebben in dat opzicht. De heer Tekir: Dat lijkt ons nu precies iets wat het college mag uitzoeken, áls de klus maar wordt uitgevoerd. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Geest, CDA.
De heer Van der Geest: Dank, voorzitter. Ik ga proberen het kort te houden. Deze motie ligt er gewoon omdat wij ervan overtuigd zijn dat verenigingen echt het fundament van onze stad zijn. En wie je ook spreekt – daarom was ik redelijk fel richting de heer Van Santen net ; dat weet je ook als je zelf bij een vereniging actief bent, of bent geweest –: je doet er echt alles aan om het zelf te redden met elkaar voordat je naar de overheid kijkt, want die wil je liever buitenboord houden. Je wilt zelfredzaam zijn met je leden, maar je wilt ook dat elk kind kan blijven sporten, of op muziekles kan komen. Daarom was ik wat fel richting de heer Van Santen, maar dat was wel gemeende emotie. Ik zou ook echt willen meegeven vandaag – volgens mij zei de heer Van Houwelingen dat ook wel terecht –: bij sommige is het nog niet zo ver, maar je merkt de onzekerheid over: wat doet het nieuwe contract, wat doen de nieuwe prijzen, moeten we in januari of februari de kantineprijzen niet enorm verhogen en de contributie nóg een keer? Het charmante van dit fonds is dat we niet gelijk het geld uitkeren aan de verenigingen of aan de stichtingen, maar erbij zeggen dat ze in ieder geval aanspraak kunnen maken op iets als ze echt door de bodem gaan.
Met de meicirculaire komt er genoeg op, reserveer gewoon een pot en zorg nou dat die motie vandaag niet weer wordt aangehouden of weggestemd, want ze hebben dat fundament van vertrouwen nodig om de komende tijd gewoon met de vereniging bezig te zijn in plaats van met soort zaken. Dank, voorzitter.
N - 24
De voorzitter: Dank u wel. De heer Schefferlie, Democraten Gorinchem. De heer Schefferlie: Voorzitter. We hebben pas een cursus gehad waarin je werd geadviseerd om wat anderen al gezegd hadden niet te gaan herhalen. In die zin kan ik me weer fijn aansluiten bij zowel de Partij van de Arbeid als D66, als het over de urgentie hiervan gaat en de manier waarop we hieraan aandacht willen geven. Tegelijkertijd zou je hier bijna niet lang genoeg over kunnen praten, als je de urgentie goed invoelt. We hebben het eerder gehad over individuen, nu over de verenigingen, en dat is ook niet los te koppelen, want de manier waarop verenigingen mogelijkheden hebben is natuurlijk ook van invloed op allerlei leden, die nu zelfs overwegen om bijvoorbeeld lidmaatschappen te beëindigen. Wat heb ik dan nog toe te voegen aan het verhaal? Eigenlijk hoor je van: hé, moeten we het college niet wat ruimte geven om het verder uit te werken, of laten we nu meteen horen en zien dat we er wat mee gaan doen? Het is niet om de wijsneus uit te hangen van “kijk ons eens vroegtijdig geweest zijn”, maar op 26 augustus – het is echt de moeite waard om die vragen nog eens te bekijken – hebben we op tal van onderwerpen die vandaag de revue passeren aandacht gevraagd en uitwerkingen.
Het college heeft natuurlijk zes weken om te antwoorden, en ik wacht er met smart op, want het ging juist om urgentie en ik denk dat deze motie helpt om dat nog extra te onderstrepen en er echt vaart achter te zetten. Landelijk is het ontzettend mis gegaan door een reactieve overheid, met allerlei goede ideeën, maar wel heel laat, waardoor er veel paniek en zorgen zijn bij een hele hoop mensen en ook bij verenigingen. Ik denk dat deze motie gewoon helpt om het karakter, het beeld, van een proactieve gemeente meer kracht bij te zetten dan een reactieve gemeente, want 1 november is ver weg, mensen willen nú het gevoel en de steun krijgen, verenigingen ook, dat ze een gemeente hebben die niet alleen praat en langs gaat, maar ook creativiteit en daadkracht laat zien, en ik denk dat deze motie daaraan bijdraagt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann, Gorcum Actief . Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Wij wachten graag het antwoord van de wethouder even af. Dank u wel. De voorzitter: Niemand meer? Dan geef ik graag wethouder Polatli het woord. Wethouder Polatli: Dank u wel, voorzitter. De heer Tekir had het over gelijke kansen. De signalen die er zijn zouden we dan ook graag willen ontvangen, want we hebben echt bijna dagelijks contact en ik zou het vervelend vinden als u signalen heeft die wij niet hebben. De heer Tekir: Misschien ter aanvulling, voorzitter.
Vorige week stonden we samen op het Sportspektakel. Ik ben daar door meerdere verenigingen benaderd, maar ik kan natuurlijk niet kijken in de contacten die u heeft. Het zijn echt signalen die niet alleen daar, maar ook via andere kanalen ons bereiken, tot op de dag van vandaag. Wethouder Polatli: Als u signalen bedoelt van mensen die zich zorgen maken, ja, die hebben wij ook, maar ik dacht dat u meer doelde op signalen over verenigingen die op dit moment een probleem hebben. N - 25
De heer Tekir: Die verenigingen zien een probleem omdat ze een brief op de deurmat hebben gekregen dat per 1 oktober de tarieven fors omhoog gaan, terwijl die de afgelopen maanden ook al fors zijn gestegen. Dus het probleem is er nu al en het stapelt zich alleen maar op. Wethouder Polatli: Die verenigingen zou ik dan graag willen spreken, want de verenigingen die op het Sportspektakel waren hebben we gisteravond ook aan tafel gehad. Er komt ook nog een afrekenperiode die later ligt dan de energieprijs die het nu zou kunnen zijn, omdat het variabel is. De voorzitter: Interruptie van de heer Oostrum. De heer Oostrum: Ik hoor de heer Polatli zeggen dat hij gisteravond met verenigingen gesproken heeft, maar dat zijn waarschijnlijk de buitensportverenigingen geweest en deze motie betreft echt veel meer dan alleen de buitensportverenigingen. Het gaat over binnensportverenigingen met eigen accommodaties, het gaat ook over andere maatschappelijke instellingen. Gisteravond hebt u slechts een beperkt deel van de doelgroep van deze motie gesproken. Stelt u zich alstublieft wat breder open. Ik heb zelfs een vereniging gesproken die van 75 cent per kuub gas naar 3 euro 85 per kuub gas gaat. Dat is een vereniging met 50 leden en als je dat gaat omslaan per lid, moet de contributie met 5 euro per maand omhoog.
Wethouder Polatli: Om kwart over zes zijn we eerst begonnen met de binnensportverenigingen en daarna met de buitensportverenigingen, tot kwart voor tien. De heer Oostrum: Dat zijn alleen nog de sportverenigingen en deze motie beoogt echt veel breder de maatschappelijke instellingen, buurthuizen, enzovoort. Wethouder Polatli: Dat begrijp ik, maar die spreken we ook. Iedere afdeling krijgt de informatie, daar heb ik specifiek om gevraagd, maar die contacten waren bijvoorbeeld op sportgebied iets beter dan op andere vlakken. De heer Oostrum: Maar dan bent u op de goede weg en dan is deze motie toch een uitstekende steun om op deze goede weg ook ruimte te krijgen van de raadDe voorzitter: Laten we nu verder even wegblijven van de contacten. De wethouder gaat reageren op de inhoud van de motie. Wethouder Polatli: De oproep om een lokaal energiefonds op te richten is, moet ik weer zeggen, sympathiek, ik vind haar nog iets sympathieker dan de vorige motie. De energiecrisis is wereldwijd en vraagt wat van iedereen: de clubs de verenigingen, culturele sector, sociaal-culturele buurthuizen, van ons als gemeente, van mensen, van iedereen. Wat ik hier hoor, is dat we ons allemaal zorgen maken en eigenlijk allemaal hetzelfde willen.
Alleen, vooruitlopend op de besluitvorming over het energievraagstuk van het Caribabad, en zoals we allemaal weten is die B&A op 6 oktober gepland, een energiefonds om een fonds te hebben, zonder dat we weten wat we van het Rijk krijgen en wat we zelf als gemeente daar nog aan bij zouden moeten dragen, vinden wij onnodig. Het zou kunnen gaan zoals in de coronacrisistijd en wat ik van de clubs heb gehoord –
N - 26
dat was voor mijn tijd, dus dat heb ik gehoord –, is dat prima verlopen. Het is inderdaad maatwerk. Ik hoorde ook ‘gelijke kansen’, en toevallig had ik dat ook op mijn lijstje staan. Natuurlijk gelijke kansen waar er per club wat nodig is. Er zijn verenigingen, zoals biljartverenigingen, die niet hun eigen locatie hebben en ook geen energierekening hoeven te betalen, al zal voor hen de rekening daardoor waarschijnlijk wel hoger kunnen worden. De motie die bij het kabinet ligt zal 1 november meer van zich laten horen en dan weten we wat er deze kant uit gaat. De centen van de gemeente kunnen echt maar één keer uitgegeven worden. We hebben het aan de ene kant inderdaad over het Caribabad, maar aan de andere kant kunnen alle verenigingen bij elkaar ook een heel groot probleem zijn waar we niet zomaar nu al iets mee kunnen doen. Ik weet het: uw motie vraagt dat ook niet, maar we hebben wel intensief contact, net als in de coronatijd, want daar zijn lessen uit geleerd, met verenigingen die minder verduurzaamd zijn, om te kijken of die samen zouden kunnen werken, minder geïsoleerd zijn bijvoorbeeld. Er zijn verenigingen die vooruitlopen en wat langzamer zijn met de verduurzaming. We zien nu wel, wat ik net ook zei, dat er meer beroep wordt gedaan op het revolverend fonds. Op 10 november zijn we weer bij elkaar voor de begrotingsraad en dan moet alles toch wel duidelijk zijn.
Ik wil vragen om deze motie aan te houden. Ik vind haar echt sympathiek, maar ik denk echt dat we 1 november even moeten afwachten, hoe dat dan gaat. Ik weet dat de kans klein is dat vanuit het Rijk rechtstreeks ondersteuning naar de verenigingen zal gaan, dat zal waarschijnlijk niet, het zal hoogstwaarschijnlijk via de gemeente gaan, maar ik denk niet dat er een fonds nodig isDe heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptieDe voorzitter: Ik laat eerst de zin afmaken. Wethouder Polatli: Het is maatwerk, we weten straks, of eigenlijk nu al aardig, welke vereniging / instelling hoeveel nodig heeft, en als we dan weten wat we krijgen- zoals ik net ook zei: de één heeft een langlopende overeenkomst, de andere heeft een korter lopende overeenkomst, voor de een verandert weinig, voor de ander veelDe voorzitter: En nu komt er een punt, anders wordt het wel een hele lange zin! Voor een interruptie geef ik eerst het woord aan de heer Tekir, daarna aan de heer Schefferlie. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. Ik ben blij dat ik een aantal keren de woorden ‘gelijke kansen’ heb gehoord. Daar kunnen we elkaar vrij snel in vinden. Tegelijkertijd hoor ik ook nu weer een aantal keren het Caribabad en de discussie die we daarover gaan voeren.
Dat bevreemdt mij dan toch in het licht van het proces dat wordt geschetst, want als we het hebben over gelijke kansen, hoe kan het dan zijn dat we eerst een discussie over het Caribabad gaan voeren en daarvoor de portemonnee opentrekken en tegen al die andere clubs gaan zeggen: nou, wacht maar even totdat het Rijk beweegt, wacht maar een tot we een begroting hebben hier in de gemeenteraad. Hoe ziet u dat in het licht van gelijke kansen? Want die worden dan met voeten getreden. Wethouder Polatli: Ik heb niet gezegd dat we het Caribabad gaan helpen. U doelt volgens mij op het krantenartikel?
N - 27
De heer Tekir: Nee. Ik heb u horen zeggen dat de discussie daarover is gepland op 6 oktober. Dan gaan we de discussie voeren over één stichting, één zwembad, terwijl we hier een stadsbreed probleem hebben. Misschien kan de uitslag van die discussie zijn dat we het Caribabad gaan helpen, maar dat we al die andere clubs links laten liggen. Dat zou toch niet wenselijk zijn? Wethouder Polatli: Nee, dat is ook niet wenselijk. De heer Tekir: Maar dan is het toch goed om nu meteen die brede discussie met elkaar te voeren, door bijvoorbeeld zo’n energienoodfonds met elkaar te verkennen? Wethouder Polatli: Het Caribabad is een ongelooflijke energieverbruiker en daarvan hebben we volgens mij afgesproken dat we op 6 oktober bij elkaar zouden komen. Eigenlijk zeggen we u ook: wacht even tot 1 november. Wat dat betreft is het dus niet veel anders. De heer Tekir: Ik ben blij dat u ook zegt dat het onwenselijk zou zijn om het Caribabad te gaan compenseren en daarmee de discussie over de andere clubs niet te gaan voeren, maar daar koersen we nu wel op af en ik ben bang dat we daarmee een flinke teleurstelling gaan veroorzaken in de hele stad. De voorzitter: Nu de heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Het is even geleden, maar ik werd getriggerd door de verwachting die de wethouder uitsprak dat het Rijk financieel niet over de brug zal komen voor verenigingen.
Is dat dan niet juist reden om hier een proactieve overheid te zijn, zeker vanuit uw verwachting, en dit als de wiedeweerga wel te gaan doen? Wethouder Polatli: Ik weet niet wat u onder proactief verstaat. Er wordt op dit moment heel proactief gewerkt. We hebben aan de voorkant al heel veel werk verzet. Volgens mij moeten er nog een paar verbruiken binnenkomen, zodat we dadelijk met één druk op de knop weten wat het probleem is, want dat weten we nog niet. We weten niet wat de gasprijs op dat moment gaat worden voor die betreffende vereniging. De heer Schefferlie: Voorzitter. De vraag was eigenlijk of de verwachting van de wethouder dat het Rijk niet over de brug zal komen niet juist reden zou moeten zijn om door middel van een fonds al te laten zien dat er werkelijk wat te verwachten valt vanuit Gorinchem. De voorzitter: Het lijkt me goed dat de financiële vragen door de wethouder voor financiën worden beantwoord en dat de wethouder voor sport zich met name richt op de inhoudelijke vragen. Mevrouw Hamann had zich ook gemeld voor een interruptie. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de heer Tekir een denkfout maakt als hij elke keer de vergelijking met het Caribabad maakt. Bij het Caribabad gaat het hoofdzakelijk om vastgoed. Dat is geen vereniging. Het is vastgoed dat van de gemeente is en waarmee het volledig uit de klauwen loopt.
N - 28
De heer Tekir: Ook het Caribabad is onderdeel van een stichting, de Stichting Gorinchemse Sportaccommodaties. Daar valt het zwembad onder en daar vallen heel veel sporthallen onder. Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat daar ook problemen spelen, maar mijn pleidooi is: laten we al die problemen bij elkaar brengen en toewerken naar een gezamenlijke aanpak en niet even eentje eruit lichten en oplossen en alle andere opzij schuiven. Dat is wel wat nu dreigt te gebeuren. De voorzitter: Uw punt is helder en het standpunt van het college is verwoord door de wethouder. Anderen nog? De heer Klein. De heer Klein: Bedankt, voorzitter. Ik kan me aansluiten bij mevrouw Hamann. Volgens mij is het wel iets anders. Desalniettemin denk ik, zoals ik net ook beaamde, dat het behoud van de vele verenigingen en instellingen voor Gorinchem van groot belang is. Ik had ook nog een vraag voor de wethouder: of ik de reactie goed heb geïnterpreteerd dat het instellen van een dergelijk energiefonds de huidige ontwikkelingen waarmee de gemeente bezig is bijt. Wethouder Polatli: In principe denk ik niet dat het elkaar bijt. Het opzetten van zo’n energiefonds met de juiste kaders, landelijke ondersteuning en lokale keuzes is echter ook nog wel een ding om te doen. En wat doe je vervolgens in dat fonds? De middelen die daarin komen moeten toch ook echt van het Rijk komen.
De voorzitter: Ik denk dat het goed is dat de wethouder voor financiën dit aspect zo meteen ook nog even meeneemt. Wethouder Van der Geest…, of de heer Van der Geest, slip of the tongue, excuse me! De heer Van der Geest: Geen probleem, voorzitter. U bent toch nog wel voorzitter hè!? Dank voor de antwoorden tot nu toe. Het is in ieder geval goed te horen dat de wethouder goed in contact staat met de sportverenigingen, maar de heer Oostrum zei al dat het echt wat breder is. Er is veel sympathie, dat geeft u ook aan, maar met sympathie alleen – het is net als met het applaus voor de zorg – kunnen ze de rekening niet betalen. Ik was net positief over de daadkrachtige houding van wethouder Molengraaf ten aanzien van de minima, die proactief is ondanks wat het Rijk doet, en hier wachten we toch af. Dat biedt weinig vertrouwen, dat moet ik ook maar zeggen, het geeft geen signaal vanuit de raad, van ons als politiek, dat we ook voor deze groep gaan staan, zoals we ook op 20 oktober daarvoor staan. Drie weken geleden was de houding nog dat we even Prinsjesdag wilden afwachten, om te zien wat het Rijk zou doen, maar het Rijk stelt de lokale overheid weer teleur door weer niks te ondernemen. Laten we dan alvast wel wat doen.
Ook deze motie zegt weer: wacht in ieder geval 1 november af, want het kan zelfs bij de begroting pas naar voren komen, of later, maar ga in ieder geval aan de slag, met dit als middel, of een ander middel, om er wat aan te doen, want weer achterover hangen – dat gebeurt niet, dat snap ik ook, maar de signalen komen binnen – kan niet. Er is echt meer nodig nu dan alleen de signalen verzamelen. De voorzitter: U heeft uw punt gemaakt. Mevrouw Hamann: Voorzitter-
N - 29
De voorzitter: Eerst even een reactie van de wethouder. Wethouder Polatli: Ik wil daar toch echt antwoord op geven. Ik zie het anders. Ik ga niet iets vinden van wat de heer Van der Geest denkt, want ik denk alleen maar, echt, dat we ons met z’n allen heel erg druk maken om er te zijn voor de verenigingen. Volgens mij willen we echt niets anders met elkaar. De verenigingen willen dat niet. Daarom wil ik die signalen ook weten, als die er zijn. We hebben het echt expliciet gisteravond ook gevraagd. Er is een brandbrief binnengekomen en daar is ook opheldering over gegeven, dat dat toch verkeerd is gegaan en dat het geen brandbrief had moeten zijn, maar dat die nu eenmaal uit was. Als wij weten dat er nu direct iemand problemen heeft, zijn er mogelijkheden, zoals uitstellen van de huur en nog vele andere dingen. Met verduurzamen helpen we de verenigingen nu ook. Het is nu niet direct een oplossing, maar als we dat niet doen, is het ook niet goed. Dus er zijn heel veel mogelijkheden waarmee we ze direct kunnen helpen als dat zo is, maar vertel dat dan ook. De heer Van der Geest: Een korte reactie, voorzitter. Ik twijfel echt niet aan de goede intenties van deze wethouder. Volgens mij spant hij zich enorm in om het goede te doen, maar we moeten inderdaad wel wat gaan doen nu. Het blijft in praten verzanden.
En wat betreft de voorbeelden die u noemde: dit is niet de eerste keer dat een gemeente dit gaat doen, we zien ook om ons heen dat er meerdere gemeenten zijn die zo’n fonds gaan opzetten. Dus volg het goede voorbeeld gewoon. De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Ik verbaas me toch over de heer Van der Geest, die zegt dat er intussen helemaal niks veranderd is. Er is een enorm gedoe geweest in de Tweede Kamer, er is een energieplafond vastgesteld en er zijn subsidies toegezegd en steunmaatregelen genomen. Dus er is nogal wat veranderd. En die andere gemeenten hebben die fondsen vóór die tijde ingesteld. Nu leven we in een andere werkelijkheid, want het is na die tijd. Dus ik kan me er goed vinden dat we eerst eens even kijken hoe het uitpakt voor de verenigingen hier in Gorinchem. Ik ben het met de heer Polatli eens dat de gemeente niet al die energiekosten kan gaan betalen van iedereen. De heer Van der Geest: Daar mag ik wel op reageren, voorzitter, denk ik, dank u wel. Het eerste deel kon ik niet helemaal volgen, maar ik zal de notulen erop nalezen wat ik precies gezegd heb. En het tweede deel: volgens mij is er in Vijfheerenlanden pas deze week een fonds opgericht, dat is ook na de algemene politieke beschouwingen geweest. We zien vandaag een enorm plan in Gouda gelanceerd worden, wat lokaal de portemonnee trekt en lokaal actie trekt.
Dat zien we ook hier als het om de minima gaat. Daar kan het wel. Dus het is ook gewoon wat je wilt en wat we kunnen doen met elkaar. Volgens mij is dat voldoende reactie op mevrouw Hamann. De voorzitter: Wethouder Polatli. Wethouder Polatli: Ik wil toch nog even zeggen dat eind november alle sportvelden, ook energieslurpers, ledverlichting zullen hebben. Dat scheelt ook een heleboel in de energiekosten. In één keer is er heel veel animo voor het revolverend fonds. Dus er gebeuren ondertussen ook wel goede dingen. Er zitten clubs bij elkaar. In mijn tijd zaten N - 30
SVW en Unitas tegenover elkaar, maar een van de twee zat daar wat boos, zeg maar. Er gebeuren ook goeie dingen in deze tijd, het is alleen eventjes wachten tot 1 november.
Dat was de vorige keer de vraag en daarom nu ook de vraag. Daarom wil ik u vragen om deze sympathieke motie – en dat meen ik – aan te houden, zodat we hem niet kwijt zijn. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Molengraaf. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ja, voorzitter, voor het eerst als wethouder financiën. Is dat ook een soort maidenspeech? Het is wel de spannendste portefeuille die ik heb, denk ik. We zaten even druk te overleggen of we de wethouder duurzaamheid ook nog zouden optrommelen, maar ik ga proberen ook vanuit die hoek wat antwoorden te geven.` Het is niet zo dat er niets gebeurt. Er zijn heel veel acties uitgevoerd op sport. Wethouder Polatli refereerde er al aan dat eind november alle buitensportverenigingen voorzien zullen zijn van ledverlichting, wat een enorm positief effect op de energierekening zal hebben. Er zijn meerdere verenigingen die gebruikmaken van het revolverend fonds om duurzaamheidsinvesteringen te doen, of hebben aangegeven een aanvrage te gaan indienen. Met experts vinden vier keer per jaar overleggen plaats met de buitensport en er zijn energiescans gedaan. Ook cultuurpanden zijn aan het verduurzamen. Dus er gebeurt al heel veel op dat vlak. Ik weet niet meer waar ik het voorbij heb zien komen, maar iets over de huurtarieven, waarin we ook tegemoet willen komen. Daarvoor is een stelpost in de begroting opgenomen.
Dus het is niet zo dat er voor de verenigingen niets gebeurt. De discussie over het Caribabad, alsof dan verenigingen zouden worden voorgetrokken op andere verenigingen, vind ik niet helemaal terecht, want het Caribabad en de sporthallen zijn vastgoed en vanuit die verantwoording moeten we daar nu iets mee. De heer Tekir: VoorzitterDe voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Volgens mij is hier niemand die ontkent dat we daar ook iets mee moeten. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ik was ook nog niet helemaal klaar met mijn verhaal! De heer Tekir: Dat voelen we allemaal aan en we zien volgens mij ook allemaal het verschil tussen gemeentelijk vastgoed en niet-gemeentelijk vastgoed. Waar het hier vooral om gaat, is dat het gaat om stichtingen en verenigingen, en daar valt de Stichting Gorinchemse Sportaccommodaties ook onder, die een maatschappelijk doel beogen dat wij hier vanuit dit stadhuis willen stimuleren. Als je dan ziet dat meerdere van die clubs in de problemen komen, of dreigen te komen, is het toch niet gek dat je de discussie daarover ook in de breedte voert? Wethouder mevrouw Molengraaf: Nee, dat is helemaal niet gek, maar het is dus geen tegenstelling. We doen het één en laten het andere niet na. Zoals wethouder Polatli al heeft aangegeven, is er druk overleg.
En nogmaals: als u verenigingen kent die morgen dreigen om te vallen, meld dat dan, want dan gaan we daarover in gesprek. De vraag is N - 31
alleen of we dat oplossen door nu een fonds in te stellen waarvoor nog geen dekking is, want die hebt u er niet bij geleverd. U hebt niet gezegd: gooi er maar ‘zoveel’ in, en doe dan iets anders niet, of zo. De voorzitter: De heer Oostrum. De heer Oostrum: Ik hoor dat het college op de goede weg is en ik hoor dat de goede stappen ondernomen worden om tot oplossingen te komen. Het enige wat deze motie behelst is dat er een pot moet zijn om verenigingen het vertrouwen te geven dat er ook geld beschikbaar is om ze te ondersteunen als het nodig is. In de motie wordt niet aangegeven hoeveel geld en ook niet onder welke voorwaarden het mag worden uitgekeerd. Dat vertrouwen wij allemaal het college toe. Het mooie is: als je nu zegt dat er een pot is met geld, is het nog niet eens interessant of het geld is van de gemeente of van het Rijk, want we vragen om bij de begrotingsbehandeling 2023, dus op 10 november, aan ons te rapporteren op welke manier het college met deze motie omgaat. Dan heeft u de tijd om 1 november af te wachten en tot 10 november na te denken hoeveel geld het moet zijn van de gemeente, of er geld van het Rijk komt, enz. De urgentie vraagt er echter om dat wij als gemeenteraad, als college, de verenigingen laten weten dat er middelen zijn om hen te ondersteunen. Dat is de enige essentie van deze motie.
Wethouder mevrouw Molengraaf: Maar dat geld zit dus niet in die pot. De heer Oostrum: In feite bent u nu als college aan zet om te kijken hoeveel geld u aan de hand van de geluiden die u gehoord hebt denkt nodig te hebben en daarmee terug te komen naar de raad, om vervolgens wellicht bij de begrotingsbehandeling te zeggen dat er vier ton in moet, of een miljoen. Wethouder mevrouw Molengraaf: Precies, en als u die motie aanhoudt, kunnen we daarover bij u terugkomen. De heer Oostrum: Nee, want als we de motie aanhouden gaat u pas na 10 november met oplossingen komen. Daarom wil ik nú de motie indienen, om u de tijd te geven om er alvast over na te denken, in afwachting van wat het Rijk misschien nog gaat doen. Wethouder mevrouw Molengraaf: Wij zeggen: hou deze motie aan, wij willen de werkwijze hanteren die er ook in de coronacrisis is geweest. Wij hebben goede hoop dat er vanuit het Rijk wat komt, want in de Tweede Kamer is de motie aangenomen, daar zal de Rijksoverheid wat mee moeten, en dan kunnen we daar de pot mee vullen. Dat is eigenlijk ons idee. De heer Oostrum: Volgens mij hebben we tijdens de coronacrisis als gemeenteraad ook geld beschikbaar gesteld voordat duidelijk was hoeveel er van het Rijk zou komen. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat weet ik even niet meer uit mijn hoofd, maar ik betwijfel het eerlijk gezegd.
De heer Tekir: Aanvullend, voorzitter; er zijn toen allerlei regelingen in het leven geroepen, en dat is precies ook wat met dit noodfonds wordt beoogd. U mag het ook een andere naam geven, dat staat u vrij, maar het voornemen is dat een gelijk speelveld wordt N - 32
gecreëerd voor alle deelnemers, met een duidelijk plafond en met duidelijke regelgeving, zoals de heer Van Santen ook aangaf. Die uitwerking is aan u, dus laten we nu niet gaan discussiëren over de uitwerking van een fonds, of hoe u het noemen wilt. De intentie die erachter zit, is dat we al die stichtingen en verenigingen gaan helpen. Ik heb er eerlijk gezegd moeite mee dat u dat wel sympathiek vindt, maar toch weer vraagt om het nog een keer uit te stellen. Deze motie is al een keer uitgesteld en nu vraagt u weer om uitstel, terwijl uit alle contacten blijkt dat de zorgen alleen maar toenemen. De voorzitter: Een korte reactie nog van de wethouder, want ik merk dat we nu een beetje in herhalingen vervallen. Wethouder mevrouw Molengraaf: Waar ik ook al mee begon: het is niet dat we niks doen, het is niet dat we de signalen niet oppakken. Het gaat ons wel om de vraag hoe je dat fonds gaat dekken. Wij zeggen daarom: hou de motie aan, want in november weten we of er vanuit het Rijk geld komt. Mocht dat niet zo zijn, dan zullen we moeten bezien hoe we het dan gaan doen. We weten dan ook hoeveel verenigingen ervoor in aanmerking zouden komen, want zoals de heer Polatli ook al gezegd heeft: de situatie van de verenigingen is niet hetzelfde. We moeten echt ook maatwerk gaan leveren. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostrum.
De heer Oostrum: Voorzitter, kunnen we vijf minuten schorsen? De heer Van Santen: Graag wel iets langer dan vijf minuten. Mevrouw Hamann: Daar sluit ik me bij aan. De voorzitter: Wat stelt u voor, meneer Van Santen? De heer Van Santen: Vijftien minuten als het kan. De voorzitter: Ik stel vast dat de raad daarmee kan instemmen. De vergadering is geschorst (21.41 uur). Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (22.08 uur). Ik neem aan dat behoefte bestaat aan een tweede termijn. Wie kan ik als eerste het woord geven? De heer Oostrum van de PvdA. De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Met heel veel woorden is toch nog duidelijk geworden dat eigenlijk deze hele raad alle verenigingen, het verenigingsleven, wil ondersteunen. Vooral over de manier waarop is de nodige discussie ontstaan en dat heeft ertoe geleid dat wij tijdens de schorsing na wat overleg met verschillende partijen hebben besloten de motie aan te passen, in die zin dat achter het eerste gedachtestreepje onder het verzoek aan het college de woorden “om met een voorstel te komen” worden toegevoegd, zodat de tekst komt te luiden “om met een voorstel te komen om een energienoodfonds in te stellen waarop sociale ontmoetingsplaatsen zoals buurthuizen, sport-, cultuur- en andere verenigingen en maatschappelijke instellingen een beroep kunnen doen”, enz. N - 33
De voorzitter: Wie wenst hierover verder nog het woord? De heer Tekir. De heer Tekir: Even kort. Zoals de heer Oostrum ook al aangaf, zijn de nodige koppen bij elkaar gestoken en er ligt volgens mij nu een voorstel dat hopelijk op breed draagvlak kan rekenen. Ik wil nog eens benadrukken dat het ook de bedoeling van de motie was om het college alle vrijheid en ruimte te bieden om tot een goede uitwerking te komen. Er lopen vanuit het college allerlei contacten, het college heeft ook goed zicht op de materie en zoals we hebben begrepen zijn er nu ook al allerlei oplossingsrichtingen en maatregelen, zoals uitstel van huur e.d. Aangezien het energienoodfonds nu nog niet is ingesteld, verzoek ik het college ons in de tussentijd even een overzichtje te doen toekomen van alle maatregelen die nu al beschikbaar zijn voor instellingen en verenigingen. De voorzitter: De heer Van Santen, VVD. De heer Van Santen: Voorzitter. Wij gaan de verenigingen niet onderschatten in de creativiteit en drive die ze hebben. Hopelijk ziet de heer Van der Geest dat ook als een compliment naar de verenigingen toe vanuit ons. Veel zijn volgens mij ook al druk met die verduurzamingen. Het is natuurlijk gewoon ook een landelijk probleem en landelijke overkoepelende organisaties zijn er ook mee bezig.
In dat kader lijkt het ons enerzijds heel erg goed om nu actie te ondernemen en anderzijds ook te kijken wat de overwegingen en kaders zijn en wat het Rijk daar nog in ziet ter aanvulling. Het voorstel dat de heer Oostrum zojuist heeft geformuleerd lezen wij vooral als een verkenning van die kaders. Dat spreekt ons dan in ieder geval meer aan. De heer Oostrum: Het is nadrukkelijk niét een verkenning, het is echt de bedoeling met een voorstel te komen. De heer Van Santen: Dat snap ik, maar het voorstel gaat er ook vanuit dat het college nog de kaders e.d. gaat bepalen. De heer Oostrum: Uiteraard. De heer Van Santen: Zo zien wij dan de invulling daarvan. De voorzitter: De heer Schefferlie. Democraten Gorinchem, daarna de heer Klein van Stadsbelang en dan mevrouw Hamann. Daarna zie ik weer verder! De heer Schefferlie: Voorzitter. Waar het volgens mij vooral om gaat, of het nu om gezinnen gaat, of, zoals in dit voorstel, om sportverenigingen, is echt te laten zien dat we iets willen doen, binnen de invloed van de gemeente en niet ter vervanging van het Rijk. Zijn het niet alleen maar praatjes, geen lege dop, maar gaan we ook echt iets doen? Wij leggen het voorstel echt zo uit, dat het ook tot een voorstel leidt.
Het enige voordeel in deze rare periode – leest u de meicirculaire nog maar even terug die we net als hamerstuk hebben behandeld – is dat de miljoenen naar de gemeenten toestromen, dus er is ook gewoon ruimte om wat te doen. Laten we daarom gewoon uitspreken dat we het niet alleen bij woorden laten, noch voor gezinnen, noch voor verenigingen, maar via dit fonds ook echt iets gaan doen en klaar staan.
N - 34
Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Klein. De heer Klein: Bedankt, voorzitter. Door de manier waarop de motie nu is aangepast krijgt het college volgens mij iets meer ruimte om daarop te blijven sturen en juist ook dat maatwerk in te passen waar men druk mee bezig is. Dat stemt ons in ieder geval positief met betrekking tot deze motie. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Ik wil deze gemeenteraad iets in herinnering brengen. Op 23 juni jl. stelde Gorcum Actief vragen over de energiekostenstijgingen voor sportaccommodaties. De toenmalig wethouder gaf daarop antwoord namens het college en wij hebben er de notulen eens even op nageslagen om te zien wat er eigenlijk was gezegd. Wij wisten toen allemaal al dat het een drama zou worden. Het vorige college antwoordde: “Ja, het is ons bekend dat die kostenstijgingen er zijn en in principe wordt het allemaal doorberekend aan de gebruikers.” Dat was het antwoord. Ik was met stomheid geslagen, want als we deze energiekosten gaan doorrekenen naar de gebruikers, is iedere vereniging weg en kan niemand meer lid worden van een sportverenigingen omdat de contributies sky high gaan. Dit even als geschiedenis vooraf. Nu zien we een ander college.
Ik wil niet zeggen dat alles nu beter is, of slechter, ik wil er geen oordeel over uitspreken, maar ik zie wel dat dit college heel erg actief is, op allerlei fronten, zowel voor de sport als voor verduurzaming, enz., enz. Er gebeurt heel veel, daar geloof ik de heer Polatli zeker in, en ik heb er ook vertrouwen in dat het ook voor de verenigingen best goed gaat komen in Gorinchem. Want over één ding zijn wij het eens: wij dragen de verenigingen allemaal een warm hart toe, dat is niet alleen voorbehouden aan enkelen. Nu even voor de heer Tekir. Bij het Caribabad gaat het, net als bij de andere sportaccommodaties, over vastgoed en niet over verenigingen. Pas als ‘het vastgoed’, de stichting, maar die is nu van de gemeente, beslist dat het allemaal doorberekend gaat worden, wat het vorige college beweerde, dan hebben verenigingen die van dat vastgoed gebruikmaken een giga-probleem, want dan wordt het onbetaalbaar. De heer Tekir: Voorzitter, daar wil ik toch iets over zeggenMevrouw Hamann: Ja dat dacht ik al! De voorzitter: Ga uw gang. De heer Tekir: Mevrouw Hamann blijft erop terugkomen… Mevrouw Hamann: Nee hoor, dit is pas de tweede keer. De heer Tekir: …, en dat doe je niet als je er niet door bent geraakt. Ik ben blij dat ook u nu inziet dat we met de aangepaste motie de stichtingen en verenigingen in de volle breedte kunnen helpen.
Als u stelt dat het Caribabad geholpen zou moeten worden omdat het tot het gemeentelijk vastgoed behoort, zou ik u de wedervraag willen stellen hoe het dan zit met die andere panden van de gemeente waar ook verenigingen en stichtingen in N - 35
zitten die nu niet in beeld zijn. Ook daar zou ik willen pleiten voor gelijkheid, die er ook niet lijkt te zijn als u alleen het Caribabad helpt. Laten we die discussie anders een keer bij een borrel voeren. Mevrouw Hamann: Die discussie houden we tegoed, dat vind ik een heel goed plan. Een fonds als spot aan de horizon, vergelijkbaar met dat tijdens de coronacrisis, zoals de wethouder financiën net uitlegde, met hulp van het Rijk, lijkt ons best een heel goed idee. Dus wij zijn er zeker voor, als het college dan een plan voorbereidt om een dergelijk fonds in het leven te roepen. Wij kunnen ons dus in het voorstel vinden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Houwelingen, SP. De heer Van Houwelingen: Dank u wel, voorzitter. Een goed idee is een goed idee. Het staat niet voor niets in ons hoofdlijnenakkoord en een noodfonds als voorgesteld in de motie is een goed idee. Net als huishoudens en bedrijven worden ook verenigingen, accommodaties voor sport en cultuur, buurthuizen, enz. geconfronteerd met stijgende energiekosten en deze kosten kunnen mogelijk niet worden opgevangen binnen de instellingen. Ook het zwaar verhogen van de contributies voor de leden zou je niet moeten willen, aangezien zij ook met diezelfde kostenstijgingen worden geconfronteerd.
Het kabinet heeft volgens mij tot op heden nog geen enkel prijsplafond of een bijdrage in de energiekosten voor verenigingen geregeld en omdat naar mijn mening de energiecrisis in heel Nederland speelt en in Den Haag aan de energieknoppen wordt gedraaid, zou eigenlijk de regering een noodfonds moeten instellen, zodat verenigingen overeind blijven, want verenigingen spelen een belangrijke rol binnen de hele samenleving. De SP wil binnen de mogelijkheden onze verenigingen zoveel mogelijk ondersteunen in deze moeilijke tijd en wil voorkomen dat door deze kostenstijgingen kinderen en volwassenen minder kunnen sporten of elkaar ontmoeten. Met alle verduidelijkingen en wijzigingen steun ik deze motie van harte. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Geen anderen die het woord wensen, stel ik vast. Het college heeft behoefte aan een schorsing van een minuut of tien. De vergadering is geschorst (22.19 uur). Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (22.28 uur). Het woord is aan wethouder Molengraaf. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben een beetje geworsteld met de tweede versie van de motie, omdat er, zij het in wat andere bewoordingen, eigenlijk toch weer hetzelfde staat.
Tegelijkertijd hebben we ons afgevraagd of we daarmee heel dogmatisch zouden moeten omgaan en het zouden moeten afwijzen zolang er gewag wordt gemaakt van het instellen van een noodfonds. Wij willen de raad nu ruimte vragen om met een voorstel te kunnen komen. Dat zou het instellen van een noodfonds kunnen zijn, maar het zou ook kunnen dat we tot de conclusie komen dat N - 36
een bestemmingsreserve hiervoor de oplossing is. Het is namelijk niet altijd zo dat je geld moet uitkeren om verenigingen te helpen. De heer Polatli en ik heb zonet een hele lijst met maatregelen opgesomd die al gebeuren, of nog staan te gebeuren, waardoor verenigingen en andere instellingen kunnen verduurzamen en dus hun energierekening lager wordt en huuraanpassingen mogelijk zijn. Eigenlijk wil ik u vragen of we de motie zó mogen interpreteren, dat we bij u terugkomen met een voorstel, waarbij ik in het midden laat of dat zal uitmonden in een noodfonds energiearmoede, of in een bestemmingsreserve. Want we weten ook niet of het Rijk, als er geld komt, daaraan voorwaarden zal verbinden, bijvoorbeeld dat een vereniging wel geld krijgt, maar 50 procent daarvan moet investeren in verduurzamingsmaatregelen. In dat geval kun je dat niet één op één zo doorgeven. Wij hopen dat u ons het vertrouwen geeft dat we met een goed voorstel bij u terug zullen komen, want volgens mij willen we allemaal één ding, en dat is verenigingen deze winter door helpen. Als we deze motie zo mogen oppakken, gaan we dat doen. De voorzitter: De heer Oostrum, daarna de heer Van der Geest. De heer Oostrum: Ik ga niet om een schorsing vragen, voorzitter.
Ik interpreteer het verzoek van de wethouder als: in de lijn van een oplossing een voorstel zoals bijvoorbeeld een noodfonds, maar in ieder geval een oplossing waaruit duidelijk wordt dat bij verenigingen vanaf dit moment het vertrouwen kan bestaan dat er daadwerkelijk bijgesprongen zal worden wanneer en waar nodig. Dat is de intentie van de motie en als u die uitlegt zoals u het uitlegt en zoals ik net uitgelegd heb dat het bedoeld is, dan vind ik het niet belangrijk of u het ‘energienoodfonds’ noemt, of dat het uit een bestemmingsreserve komt. Ik vind het belangrijk dat er duidelijkheid is naar verenigingen toe dat er middelen beschikbaar zijn om bij te springen waar dat nodig is. De voorzitter: Daarmee komen we, als ik dit gesprek hier goed interpreteer, op doel en middel, namelijk dat er een gezamenlijk doel is vanuit de raad, maar ook vanuit het college, om verenigingen die in de problemen komen door de stijgende energieprijzen te helpen. Een energienoodfonds zou een middel kunnen zijn, maar er zouden ook andere middelen ingezet kunnen worden om dat doel te bereiken. Dan gaat het er dus om: zijn we het met elkaar eens over het belang om verenigingen daar waar nodig te helpen en het college de ruimte te bieden om te kijken op welke wijze dat het beste kan? Dat ligt dan voor. De heer Van der Geest.
De heer Van der Geest: De heer Oostrum en u verwoorden het eigenlijk hartstikke goed. Ik zou wel de druk erop willen hebben, het liefst bij de begroting, als het kan, of iets later. Maar die vastigheid hebben we gewoon nodig. Als het college op die manier hard aan de slag gaat, dan helemaal goed. Veel succes. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. Als de formulering ‘zoals bijvoorbeeld een noodfonds’ het compromis wordt, kunnen we daar echt wel mee leven. De intentie om te ondersteunen staat voorop. Ik ben nog wel even benieuwd naar de reactie op ons verzoek
N - 37
om tot die tijd even een lijstje te verstrekken van de maatregelen die nu al beschikbaar zijn. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat is geen probleem; dat kan verstrekt worden. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Wij volgen de redenering van de wethouder. Ik denk ook dat wij het voorstel graag willen openhouden, als een beetje de intentie van wat nou de beste oplossing is. Dus dat kunnen we ook heel goed volgen. Met die intentie – dus vooral kijken wat de beste oplossing is, en ik denk dat die intentie van de raad wel duidelijk is – kunnen we dat zeker steunen. De voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Voorzitter. Ik zou me het liefst gewoon op mensentaal richten. Als je ooit een fonds zou bedenken, is de kans ook heel groot dat de vorm daarvan een bestemmingsreserve wordt. Maar dat interesseert mensen niet. Het gaat erom dat je eigenlijk hier verklaart, zo lezen wij de motie en zo steunen wij hem, dat de gemeente bereid is om daar waar het nodig is ook financieel bij te springen. Dat moet de essentie zijn: dat we daarvoor klaar staan. Daar houden we ons aan vast en daar houden we ook het college aan vast. Dank u wel. De voorzitter: Ik hoor in ieder geval steun voor de lijn: kijk vanuit het belang en niet vanuit een van de middelen. Ik constateer dat een aangepaste motie voorligt.
Met elkaar hebben we een tweetal termijnen benut om te komen tot de lijn dat daar waar verschillende organisaties, zoals genoemd in de motie, door de stijgende energieprijzen in de problemen komen, het college actief op zoek zal gaan naar middelen, welke dat ook zijn – het kan een energiefonds zijn, maar het kan van alles zijn –, om die nood te lenigen. Het college zal daartoe met een voorstel richting de raad komen, met het nadrukkelijke verzoek dat het in ieder geval ook onderwerp van gesprek zal zijn tijdens de behandeling van de begroting 2023. Daarbij is de toezegging gedaan dat de acties die op dit moment al gaande zijn om verenigingen te helpen aan de raad kenbaar zullen worden gemaakt. Met inachtneming van deze toelichting breng ik de motie in stemming. De motie wordt in stemming gebracht en met algemene stemmen aanvaard. 9.c Motie GA – Verduurzaming gemeentelijk vastgoed
De voorzitter: Het woord is aan de heer Bahlmann van Gorcum Actief . De heer Bahlmann: Dank u wel, voorzitter. De huidige energiecrisis dwingt ons allen de broekriem stevig aan te halen en spaarzaam met onze energie om te springen. We constateren dat de meeste gemeentelijke gebouwen nog niet verduurzaamd zijn en dat de investeringen hiervoor over een langere periode worden uitgesmeerd, afhankelijk van de onderhoudsplanning, verwoord in de nota Vastgoed 2020-2023. Het gaat daarbij voornamelijk over investeringen in HR++-beglazing, ledverlichting en zonnepanelen. Wij N - 38
vinden de koppeling aan het reguliere onderhoud te lang duren, ook omdat de kosten/batenberekeningen nu door de gestegen energieprijzen anders uitpakken. Zo kunnen bepaalde investeringen nu versneld worden uitgevoerd, zoals plaatsing van zonnepanelen op daken van publieke gebouwen. Practice what you preach. Daarom dienen Gorcum Actief, Stadsbelang, Democraten Gorinchem, VVD, ChristenUnie/SGP, D66 en SP de volgende motie in: Motie M3: Verduurzaming gemeentelijk vastgoed De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op donderdag 29 september 2022; verzoekt het college van B&W: - het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor gemeentelijk vastgoed tegen het licht te houden mbt verduurzaming, met het doel maatregelen voor verduurzaming waar mogelijk te versnellen; - een plan van aanpak op te stellen - met name voor schoolgebouwen, sportaccommodaties, culturele en sociaal-culturele accommodaties en gebouwen voor maatschappelijke zorg - en hierin de gemeenteraad mee te nemen zodat een uitwerking bij de perspectiefnota kan worden vastgesteld.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: Dank u wel, voorzitter. Het gaat hier om een verkenning, namelijk ook het opstellen van een plan van aanpak; daarop terug te komen bij de perspectiefnota lijkt ons een goede route in de richting van het doel dat gesteld wordt. Het is ook goed te lezen dat in de motie onderkend wordt dat gemeentelijk vastgoed schoolgebouwen, sportaccommodaties, culturele en sociaal-culturele accommodaties omvat en dat we die gedachte daardoor ook kunnen meenemen voor het energiefonds, of hoe het ook gaat heten, dat het daar allemaal in valt Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Koçak. De heer Koçak: Voorzitter. Ik ben eigenlijk heel benieuwd naar de reactie van het college op de motie. Gezien de landelijke en lokale ontwikkelingen, ga ik ervan uit dat dit college ook het meerjarenonderhoudsplan gaat herzien. Volgens mij gaat het MJOP ook alleen maar over scholenpanden, dus het gaat om het hele plan en niet een bepaald onderdeel ervan. Ik ben echt benieuwd naar de reactie van het college en wat dit betekent. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Voorzitter, dank u. Natuurlijk moeten we verduurzamen, liever vandaag nog dan morgen. Onze fractie vindt dit daarom een vrij logische motie.
Om die reden hebben we nog niet zo heel lang geleden in de vorige periode ook een motie ingediend omtrent de verduurzaming van scholen; die motie heet ook ‘Duurzame scholen’. In die pleidooien werden ook sporthallen aangehaald als voorbeeld. Als ik dit dan zo hoor, met ‘verkenning’, is dat één, maar in die motie werd er toch echt toe opgeroepen. Dus volgens mij kunnen we die motie dan in de lijn van deze motie ook verder oppakken en biedt deze motie daar weer een mooie aanvulling op, of andersom – het is maar net hoe je dat ziet. Kort gezegd denk ik ook dat de meesten dit gewoon als een signaal zien om dit weer op te pakken. We kunnen wel terugkijken naar wat allemaal N - 39
gedaan had moeten worden met die moties, maar daar veranderen we niets mee. Wat ons betreft kunnen we nu ook daarmee starten. De voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Ja, voorzitter, ik dacht: iemand moet toch de heer Bahlmann hier wegjagen! Maar eigenlijk verdient hij dat niet, want wij vinden het een fantastische motie. Het is een beetje flauw, maar ik zeg het toch: er zijn eerdere voorstellen geweest. Op 26 augustus hebben wij dit ook opgenomen in de vraag om de sportaccommodaties, de schoolgebouwen, het vastgoed versneld te gaan verduurzamen. Ik denk wel dat er een risico is dat, nu iedereen het zo wil, ook particulieren en veel bedrijven die het nu inzien, we straks nog maar moeten bekijken of er genoeg capaciteit is en of u het ook genoeg kunt inkopen. Maar ik zou echt heel blij zijn als we hier zo snel mogelijk in gaan investeren, want hoe sneller je het doet, hoe meer je nu gewoon terugverdient. Het kan ook wel iets betekenen voor het volgende, en dat is dan een vooruitblik op de begrotingsraad. We hebben nu nog een oud kader voor het investeringsplafond van vijf miljoen per jaar, wij vinden het veel belangrijker dat je dat investeert wat je je kunt veroorloven.
In deze gekke tijden en gegeven de noodzaken die er nu zijn, willen we het college graag oproepen om te kijken of dat investeringsplafond nu nog wel afdoende is, of dat we het gewoon kunnen oprekken om dit ook daadwerkelijk mogelijk te maken, en dan zullen we maar zeggen: vooruit met de geit, met dit goede idee! De voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Bedankt, voorzitter. Voor degenen, want het was natuurlijk besloten, wil ik eigenlijk alleen nog maar zeggen: asjeblieft, laten we inderdaad beginnen. Ik verbaasde me er heel erg over dat er nog zo weinig gedaan was. Dus laten we inderdaad beginnen met verduurzamen op korte termijn. Daarnaast wil ik vanaf deze plek nog verzoeken: laat het iets eerder weten! Dank je wel. De heer Koçak: Voorzitter, even een interruptie. Ik hoor wat de heer Klein zegt. Hij geeft aan “laten we asjeblieft beginnen”, prima, maar hebben we hier dan echt een motie voor nodig? Ons college is al bezig. De voorzitter: We gaan zo het antwoord van de wethouder horen. De heer Van Houwelingen. De heer Van Houwelingen: Met het verduurzamen van gebouwen ben ik het helemaal eens, dus ik sluit me bij iedereen aan. Ik neem eigenlijk aan dat het vanzelfsprekend is dat het MJOP en verduurzaming gekoppeld zijn aan elkaar. Bij de motivering van de motie is aangegeven dat het voornamelijk gaat over investeringen in HR++, led en zonnepanelen.
Ik ben bij diverse instellingen langs gelopen, scholen et cetera, en daar zie ik ook gewoon dat installaties niet goed ingeregeld zijn; je ziet soms de rookpluimen uit de cv komen. Neem het breder, kijk gewoon wat mogelijk is, laaghangend fruit et cetera, en pas dat in het hele onderhoudsplan in. De heer Klein: Dat geven we dan mee aan het college op deze manier.
N - 40
De heer Van Houwelingen: Juist. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik namens het college wethouder De Boer het woord. Wethouder De Boer: Dank, voorzitter. Bij deze motie kunnen we ons, denk ik, allemaal wel iets voorstellen, ook in het kader van de huidige energiecrisis. We vragen heel veel mensen hun eigen huis, kantoorgebouw, of winkel te verduurzamen en dan moeten we als gemeente natuurlijk zelf het goede voorbeeld geven met ons eigen gemeentelijk vastgoed. Wethouder Molengraaf heeft zojuist een aantal voorbeelden genoemd van hoe het lopende de jaren ook al gebeurt met diverse kleinere maatregelen. Er wordt heel hard aan gewerkt. In 2020, er is terecht aan gerefereerd, is de nota Vastgoedbeleid vastgesteld met daarin een aantal doelstellingen die direct gerelateerd zijn aan klimaatdoelen. In 2050 moet al het gemeentelijk vastgoed, of eigenlijk niet alleen het gemeentelijk vastgoed, maar ál het vastgoed, klimaatneutraal zijn. 2050 lijkt heel ver weg, maar tegelijkertijd is het ook een behoorlijke kluif, want we hebben best wel veel gemeentelijk vastgoed. De indieners van de motie wil ik dan ook meegeven dat we niet moeten denken dat we al het gemeentelijk vastgoed op heel korte termijn volledig kunnen verduurzamen. Er zit een tijdsplanning van dertig jaar aan vast die we niet ineens kunnen verkorten tot alleen deze winter, of een ‘x’ aantal jaren.
Wat we wel kunnen doen, is met elkaar nagaan welke panden het meest logisch zijn om op korte termijn te gaan aanpakken en daarvoor op korte termijn met een concreet plan naar u te komen. De afgelopen maanden is ook absoluut niet stilgezeten. Wij zien als gemeente de urgentie, ook als uitvoering van het nieuwe vastgoedbeleid. Er ligt dus al heel veel en volgens mij kunnen we op redelijk korte termijn, ik zou zeggen begin volgend jaar, ruim vóór de perspectiefnota, met een concreet voorstel naar de raad komen voor een ‘x’ aantal panden waarmee we zouden kunnen starten. Daarnaast hebben we gewoon de meerjarenonderhoudsplannen voor eigenlijk alle individuele panden, waarbij we diverse vervangingsinvesteringen op de logische momenten doen. Op het moment dat de gasketel aan vervanging toe is, ga je in deze tijd toch eens nadenken of je daarvoor een nieuwe gasketel terug gaat zetten, of dat je beter meteen verduurzamingsmaatregelen kunt treffen. Misschien kunnen dan ook gelijk andere isolerende maatregelen worden doorgevoerd. Daar wordt altijd naar gekeken en er is voor een deel rekening mee gehouden in een MJOP, maar er zitten vooral ook zaken in als directe vervangingsinvesteringen. Dus op het moment dat je een cv-ketel in zo’n pand hebt zitten, is dat ook precies de beoogde vervangingsinvestering waarmee rekening is gehouden in zo’n MJOP.