20220705 Concept Verslag raadsvergadering.docx
Tekst van het document
K - 18
varen nu ook al vaak met één persoon in de daluren. Schepen zijn en worden daarop ook ingericht, conform de wettelijke kaders. De heer Van Santen: Aanvullend een korte vraag. Ik begrijp dat het nu al zo is, maar wat gebeurt er nou op het moment dat er een aanvaring is, of iemand op het schip onwel is? hoe wordt er dan gehandeld? Wethouder Van der Geest: Zover reikt mijn technische kennis niet. Als u dat wilt weten, raad ik u aan u daarover een keer ambtelijk technisch te laten informeren. Dan de motie ‘Meer bankjes’ van Democraten Gorinchem. Formeel is het wellicht zelfs een amendement, omdat gevraagd wordt om meer budget, maar laten we hem vanavond maar als motie behandelen. Als uw raad deze wens heeft, is ‘ie ook wel nodig, want we hebben nu zo’n 92.000 euro per jaar investeringsbudget hiervoor, en dat is dan onvoldoende. Laat ik vooropstellen dat het college hier sympathiek tegenover staat. Het past ook bij de ambitie om meer bewegen te stimuleren en er liggen ook concrete wensen in de stad, bijvoorbeeld om van seniorenwoningen naar winkelcentra rustpunten te creëren, maar denk ook aan ideeën die we elders zien van een soort picknicktafels, waarbij je ook als mindervalide kunt aanschaffen – wel een tafel, geen bankje. Vanuit die gedachte zou het echt wel verder verkend kunnen worden. Hierbij alvast wel een kanttekening.
Als wij praten over speeltuinen of over de herinrichting van een weg, zoals de Haarsekaden, merken wij vaak dat bankjes ongeveer als eerste afvallen vanwege de angst voor hangjongeren. Maar als wij de motie kunnen zien als een oproep om het te gaan verkennen, samen met de wensen die in leven in de stad, met de partners daarbij, met de doelgroepen, dan kunnen we daarnaar gaan kijken, ook naar alternatieve dekking voor subsidies die zien op meer bewegen, met alvast de winstwaarschuwing dat 50.000 euro best veel lijkt voor die bankjes, maar dat het wel weer meevalt als we kijken naar de mensuren die erbij komen kijken om ze te plaatsen, los nog van het structurele onderhoud dat erbij komt kijken. Overigens wordt in de motie ook nog gevraagd de bankjes voor juli 2023 geplaatst te hebben en dat kan ik, nog los van de leveringstijden en het participatietraject, niet toezeggen. Maar als het de bedoeling is te gaan kijken hoe we meer bankjes kunnen creëren zodat ook de heer Van Willigen weer wat meer gaat lopen, dan sta ik daarvoor open. Tot slot de motie ‘Warenhuis binnenstad’. Allereerst delen wij met D66 het enthousiasme, en gelukkig leeft dat breder in uw raad, over de plannen van Hartje Gorkum over dat ‘warenhuis binnenstad’-idee. Dat bleek ook wel toen de heer Bronkhorst van Hartje Gorkum op 20 januari in deze zaal zijn plannen met ons deelde.
Ook toen kwam de vraag naar voren wat de rol van de gemeente hierbij is en daarvan hebben we gezegd: als het nodig is, leggen we daar een voorstel bij. Het eerste wat nu nodig is, is dat de BIZdraagvlakmeting tot 15 juli echt doorgaat. Zonder de BIZ kan het warenhuis geen doorgang vinden. Daarnaast is er een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ondernemers, vastgoedeigenaren, maatschappelijke partners én onze rol als gemeente, en dat vraagt dus ook om gezamenlijk te investeren, ook door wat wij aan het doen zijn. Dat doen we al met de aanpak van de verkleining winkelgebied, dat doen we ook met het uitvoeringsplan ‘mooiste vesting’, waar een deel van de plannen van het warenhuis alvast in zit, en we hebben vooral ook een rol in de openbare ruimte te vervullen in die binnenstad, en bijvoorbeeld ook dingen als het illuminatieplan. Dus als ik terugkijk naar K - 19
de motie: de turap komt daarvoor wel iets te snel, maar we staan er positief tegenover om die bijdrage te gaan leveren, en die zit dan vooral in die openbare ruimte. Het zal óf dit jaar zijn, denk ik dan, als uw raad positief stemt over een apart raadsvoorstel, óf volgend jaar richting de begroting. Dus daarmee is de motie wellicht overbodig, maar dat oordeel laat ik verder aan de raad. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg
Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. De raad dank ik voor de goede vragen die gesteld zijn en ik hoop daarop ook goede antwoorden te kunnen geven. Een aantal vragen is gesteld over de woningbouw, en dat is uiteraard een belangrijk thema waarover we het met z’n allen moeten blijven hebben. Met z’n allen weten we echter ook dat ‘het erover blijven hebben’ niet genoeg is: er moet gewoon gebouwd en geleverd worden, en daar heb je mensen voor nodig, capaciteit. In de afgelopen periode is ook al geïnvesteerd in die capaciteit op dit thema. De vraag is ook gesteld of dat voldoende is. Ik neem er gelijktijdig een paar vragen in mee, want ook is de vraag gesteld of het niet nodig is een reserve woningbouw in te richten, en die probeer ik even in samenhang te beantwoorden. We weten met z’n allen dat het een enorm grote opgave is, maar we weten ook dat Gorinchem een bescheiden gemeente is, met een organisatie die daarbij past en die kan simpelweg niet alles alleen. Het geluk dat we wel hebben, is dat dit een hele slimme en verstandige organisatie is, die de hulp zoekt waar het kan en als Rijksregelingen zich aandienen daar slim op inschrijft en ook scoort. Zo hebben wij onze capaciteit de afgelopen tijd flink kunnen uitbreiden door bijvoorbeeld de Vliegende Brigade van de provincie Zuid-Holland met succes uit te nutten.
Het heeft zo’n drie ton aan uren opgeleverd en we zijn ondersteund bij allerlei woningbouwprojecten, de vooronderzoeken daartoe en de nota’s van uitgangspunten die daarvoor nodig zijn. Daar zijn we natuurlijk al blij mee. Het vraagt in de toekomst ook om een beleidsrijke benadering, maar het is iets wat bij de begroting verder beantwoord moet worden, om verder uit te zoeken of de capaciteit op het gebied van wonen en ruimtelijke ordening, gelet op de ambities, voldoende op orde is voor de langere termijn. Een reserve woningbouw is mijns inziens niet nodig, omdat we een reserve stedelijke ontwikkeling hebben waaruit we kunnen putten om de ontwikkelingen voor te financieren en waar nodig capaciteit voor te financieren, of externe onderzoeken en dat soort zaken. Gevraag is ook naar de stand van zaken met versnelling van de woningbouw. Ik noemde al de Vliegende Brigade. Dat is dus resultaat, maar een meer recent resultaat is dat BZK en de provincie de handen ineen hebben geslagen om met een regeling te komen, waarvan de naam mij even is ontschoten, waarin mobiliteit, infrastructuur en woningbouw aan elkaar gekoppeld worden, zodat onderzocht kan worden welke versnellingen en investeringen in de infrastructuur kunnen bijdragen aan het versnellen van de woningbouw.
Nou, daarin hebben wij ontzettend snel geschakeld, want we hebben te maken met een ontzettend snelle minister op dit thema tegenwoordig. Ik geloof dat er lang nagedacht is over een woondeal en vervolgens kregen wij zo’n beetje een week om een goed voorstel in te dienen. Dat hebben we gedaan en dat heeft in ieder geval opgeleverd dat we zo’n 8 miljoen extra financiering kunnen ontvangen voor het realiseren van de Arkelsedijk. Volgens mij is dat een goed voorbeeld van de versnelling die we hier mogelijk kunnen maken. Dat neemt niet weg dat er nog heel veel moet gebeuren, want K - 20
we weten allemaal dat het om langetermijnplannen gaat, en we hebben een regelrijk land en regels kosten tijd. In meer algemene zin is een vraag gesteld over de formatie en over formatieplaatsen die nu aangevraagd worden. In veel algemene beschouwingen heb ik gehoord dat we van beleid meer naar uitvoering gaan, en daar hoort ook uitvoeringscapaciteit bij. Juist op dat gebied is wat versterking, die echt heel hard nodig is, en wel zo snel mogelijk, aangevraagd in deze perspectiefnota. Dat geld is inderdaad per 1 januari 2023 beschikbaar en vanaf dat moment kan het effectief ingezet worden in de organisatie. De vraag is gesteld hoe dat zich verhoudt tot de anderhalf miljoen die in 2018 voor de reorganisatie is vrijgesteld. Nou, eigenlijk niet echt, want dat ging toen over een heel andersoortige fase waarin we zaten en een reorganisatie waarin ook veel geld gereserveerd moest worden voor frictiekosten, mobiliteitskosten, het uitplaatsen van mensen naar elders, omdat dat voor iedereen beter was. Dat heeft, denk ik, het overgrote deel, zo’n 80%, van het budget opgesoupeerd. De heer Krol: Voorzitter, mag ik hierop even inhaken? De voorzitter: De heer Krol. De heer Krol: Ik had nog een B-vraag bij dit punt, namelijk of als gevolg van prioriteiten van een nieuw college wellicht ook wat andere accenten gezet kunnen worden bij de inzet van die formatie.
Is dat juist, of is dat nu heel strak afgebakend? Wethouder Van Doesburg: De zes fte’s die hierin staat zijn redelijk strak afgebakend. Als de organisatie had gewild, hadden we hier nog twintig fte’s kunnen inzetten, en misschien ook wel terecht, maar die afweging kan, denk ik, bij de behandeling van de begroting gemaakt worden. Ik was bij Direct Duidelijk aangekomenDe heer Tekir: Voorzitter, voordat we naar de volgende motie gaanDe voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Nog even terug naar de motie om de woningbouw te versnellen. Die is al een tijdje geleden ingediend, dus ik ga ‘m even opfrissen. Er zaten drie elementen in. Element één was: hoe kunnen we versnellen? Nou, daarvan begrijpen we nu dat hiervoor onder andere de Vliegende Brigade vanuit de provincie is ingezet, wat effect sorteert. Dat is heel fijn. Het tweede element was het aanwijzen van potentieel kansrijke bouwlocaties die mogelijk nog ontwikkeld kunnen worden. En het derde element was welke capaciteit, c.q. middelen daarvoor nodig zijn. Ik mis nog wel een follow up voor wat betreft het tweede en het derde punt. Wellicht zou u in het kader van die samenwerking met het Rijk ten tijde van de turap in een raadsbrief of iets dergelijks de voortgang daarvan kunnen melden aan de raad, zodat we daar alsnog inzicht in krijgen om een vervolgstap te kunnen zetten.
Wethouder Van Doesburg: Die vraag begrijp ik, en u hebt gelijk: het tweede en het derde punt van die motie had ik even niet beantwoord. In de updates die wij steeds geven van grote ontwikkelingen in projecten worden de locaties volgens mij wel steeds K - 21
benoemd en meegenomen. Dus volgens mij werken we daar al consequent en periodiek aan in het geven van informatie daarover aan u. Maar het derde punt: daar heeft u gelijk in, en die toezegging wil ik graag doen. De turap lijkt mij een goed moment om de raad te rapporteren over de vraag of de aanwezige capaciteit nog strookt met de ambities die zijn neergelegd voor het versnellen van de woningbouw. Dan de Direct Duidelijk-deal. Alles wat in dat programma staat doen wij al. Dat neemt niet weg dat het verstandig kan zijn om toch bij dat programma aan te sluiten, want wie weet kan daardoor nog eens aanspraak worden gemaakt op subsidies of regelingen, om maar wat te noemen. Op die motie kunnen wij dus positief adviseren. Nu ben ik aanbeland bij een wat omvangrijker punt, en dat betreft het amendement dat is ingediend op de punten 7 t/m 10 van het investeringsprogramma onderwijs. De wens om investeringsruimte open te houden voor nieuw beleid, nieuwe zaken, of heroverwegingen dan wel integrale afwegingen, is alleszins terecht en begrijpelijk. Ik begrijp ook de zorg die er is met de schuldenpositie en de context die we allemaal kennen, zodat ik die niet behoef te herhalen.
Het gaat economisch ingewikkeld worden de komende jaren, maar misschien is dat wel het belangrijkste argument om op het juiste moment no regretinvesteringen te doen: investeringen waarvan ik nu al zeker weet dat, als we over een halfjaar of een jaar een integrale afweging gaan maken, dezelfde ambtelijke organisatie die hier heel zorgvuldig naar gekeken heeft, in samenwerking met het veld, hetzelfde advies zal geven. We weten ook dat met de huidige renteontwikkelingen en de huidige inflatie elke maand uitstel op grote projecten geld kost; neem als voorbeeld het Gilde, waar elke maand uitstel een ton kost. Waarom zouden we dan vertraging oplopen, als dat niet nodig is? Het is heel belangrijk om zaken integraal af te wegen, maar voordat je zaken integraal afweegt maak je ook een inschatting van de tijd die het gaat kosten en van wat onvermijdelijk is en toch alvast gedaan kan worden, want je wilt voorkomen dat er leerlingen in schoolgebouwen in Gorinchem zitten die zelf een emmer boven hun hoofd moeten houden om het regenwater op te vangen. Wat is daarvoor nodig: dat je soms niet kunt wachten, precies zoals we dat doen bij de stedelijke ontwikkeling, waarvan u onlangs de startnotitie hebt vastgesteld, waar we kiezen voor een spitsstrook en voor een strategisch programma die simultaan en parallel uitgevoerd worden.
Dat is ook nodig, want je moet gewoon ‘as we speak’ zaken repareren. Feitelijk hebben we voor dezelfde benadering, waar u als raad hartgrondig mee hebt ingestemd, gekozen bij het Integraal Huisvestingsplan. Het eerste onderdeel daarvan is een versneld uitvoeringsprogramma. Daarvan hebben we gezegd: dit zijn maatregelen die onvermijdelijk zijn, het zijn investeringen die samenhangen met elkaar, en dat zijn no regret-investeringen; die doe je tóch, welke uitkomst er straks bij een integrale afweging ook uit zal komen in een langetermijn-integraal plan. Dan zeg ik: doe die investering zo snel mogelijk, dan ben je financieel-economisch verstandig bezig. Er komt nog iets anders bij. Het treintje dat voorligt begint eigenlijk zo’n beetje met de quickscan, zou je kunnen zeggen, in samenhang met de coöperatie i-lab en de locatie die daarvoor beoogd is. In de quickscan die gedaan is kijken we naar de schoolgebouwen en de onderhoudskundige staat van die gebouwen. Op nr. 1 in die quickscan, in het meest diepe rood, staat het gebouw aan Merwedekanaal 8, het Lingewaal College waar Yulius gehuisvest is. Daar moet je ongeveer per direct het meest investeren om er een leefbaar en onderwijskundig verantwoord klimaat te creëren. Dat kunnen we vermijden als we op K - 22
de juiste manier in het treintje dat voorligt investeren, want die locatie kunnen we namelijk gaan vrijspelen. Wat dat oplevert staat niet in deze perspectiefnota, maar als ontwikkellocatie levert dat natuurlijk wat op. De heer Krol: Mag ik daarop reageren? Wethouder Van Doesburg: Zeker. De heer Krol: Er zitten allerlei afwegingen in die toelichting, het vrijkomen van terrein e.d. Dat is nog niet aan de raad gecommuniceerd. Snapt u ook een beetje de verrassing over dit lijstje met nieuwe investeringen, zonder dekkingsvoorstel? Het nieuwe college wordt geacht de dekking te gaan organiseren, en daar zijn mogelijkheden voor, dat is aangegeven, maar is het dan niet meer dan redelijk dat het nieuwe college zich ook kan uitspreken over de prioritering van de verschillende investeringen die voorliggen, en die ook niet het complete plaatje zijn? Daarmee kom ik bij mijn tweede vraag. U verwijst naar het overzicht met die kleuren, en het donkerrode waarbij de Yuliusschool bovenaan staat. Maar er is niet één op één een samenhang tussen de voorstellen die u nu doet en dat lijstje met urgenties. Wethouder Van Doesburg: Die samenhang is er wel, en daarover is natuurlijk ook gecommuniceerd. In die zin komt dit niet als een verrassingDe heer Krol: Dat zegt u wel, dat erover is gecommuniceerd, maar volgens mij is er helemaal niet zo heel veel gecommuniceerd.
In februari is een I&O geweest over het proces om te komen tot een actueel huisvestingsprogramma. Dat proces is helder en het is duidelijk dat het complex is om dat met alle schoolbesturen op te stellen, en ik begrijp dat dat er tussen nu en een halfjaar aan zit te komen. Als het gaat om een versnelde aanpak, is daarover vorig jaar juni in de raad gesproken, in combinatie met het i-lab. Op 10 juni 2021 is het in de raad geëindigd met de vaststelling dat er nog verschillende opties open zijn, ook rond een i-lab, de situatie van Beatrix de Burcht, maar volgens mij is er daarna weinig meer over gecommuniceerd en in ieder geval niet over gesproken in de raad. Dus daar zit ook wel een stukje van de moeite die ik hiermee heb. Wethouder Van Doesburg: Ik denk dat u veel momenten waarop er wel over gesproken is overslaat en ook het moment overslaat waarop de raad voor het versneld uitvoeringsprogramma gestemd heeft. Dat is uitvoerig besproken in I&O’s. Het is in 2018 begonnen, en eigenlijk al met het IHP 2011, toen de vraag voorlag dat er iets met Retranchement moest gebeuren, omdat het een tijdelijke huisvesting was, semipermanent, waarvan de onderhoudsstaat abominabel was.
Maar vervolgens, juist omdat je naar een IHP streeft en naar een integrale aanpak der dingen, is er een aantal zaken bijgekomen, sowieso de kans die in 2019 op ons pad kwam met de regiodeal, waarin we de kans zagen om de samenwerking tussen het onderwijs in onze regio te versterken en aanspraak konden gaan maken op 1,9 miljoen euro om dat uit te voeren. Ook die ontwikkeling hangt hiermee samen en is wel degelijk heel uitgebreid met de raad besproken. Natuurlijk kun je, maar de vraag is dan wat het doel is van de heroverweging die u wilt maken, alles wat er is in samenhang met elkaar gaan bestuderen, dan kan het verhaal nog veel groter worden, en dat is ook wat je doet in een IHP met een doorkijk van zestien jaar, waarbij je K - 23
de eerste vier jaar wat concreter invult. Natuurlijk is het heel verstandig om dat te doen. Dat neemt niet weg dat je juist op basis van een ambtelijk advies, dat met het veld besproken is, ook prioriteert. Die prioritering ligt nu voor. Eigenlijk is daartoe al besloten door de raad, maar wat nu voorligt is dat de bedragen, die gekoppeld waren aan dat versneld uitvoeringsprogramma, gelet op recente ontwikkelingen, niet volstaan en opgehoogd moeten worden. Die vraag ligt nu voor. Uitstel daarvan gaat geld kosten en niets opleveren. De tijd die we daarvoor gaan nemen zal het inzicht opleveren dat we dit toch zo willen en meeropbrengsten, die benoem ik nu ook, die we realiseren door het treintje, door de Lingewaal ook, het college Merwedekanaal 8, leeg te spelen, zodat daar waar de grootste investering misschien wel voorligt op de kortste termijn, we die kunnen vermijden, en vervolgens het treintje door te zetten. Yulius verhuist dan van die locatie naar het Omnia College, dan is er ruimte nodig voor de internationale schakelklassen, die kunnen op termijn in de Hiemstralaan 20-24 terecht, waar 1,7 miljoen euro voor gereserveerd wordt, een gebouw dat ook voor de langere termijn beschikbaar zal moeten zijn. Aan die inzichten zal niets veranderen, ook niet als je het IHP langer langs de lat gaat leggen.
Dus ik doe echt wel een uitdrukkelijk beroep op u als raad om dit amendement te heroverwegen en bijvoorbeeld als u dieper in deze dossiers en die stukken bent gedoken bij de begroting nog eens te kijken of daar dan schuifruimte zit, ook met de externe partijen, als het gaat over continuïteit van bestuur in de schoolbesturen. Ik noem LOGOS, die echt wel vier jaar met ons in gesprek is voor de locatie-Retranchement. Behalve bedrijfseconomische aspecten, ook allemaal leuk, liggen hier nog veel belangrijker aspecten onder, waarover ook met de raad gesproken is en waarvoor unaniem gestemd is, namelijk de uitgangspunten van het IHP, meer inclusief onderwijs en verduurzaming. We doen nu op de juiste bedrijfseconomische momenten verstandige investeren om het binnenklimaat en de duurzaamheid van die scholen te verbeteren, maar in het geval van Retranchement, waar we gaan streven naar de bouw van een meer inclusieve school, doen we ook dat nog eens. Daarbij streven we een heel belangrijk maatschappelijk doel na, waarbij we in Gorinchem vooruit kunnen gaan lopen en juist ook financiële ruimte kunnen scheppen in het IHP dat later nog vastgesteld gaat worden.
Het is ondenkbaar dat dat nog voor de begroting 2023 zal lukken, want er is nog veel vooronderzoek nodig voor het integrale plaatje dat neergelegd moet worden, en dat gaan we niet in de tijd zo wegzetten dat we onze bestuurlijke afspraken met het veld tijdig kunnen nakomen, wat belangrijk is voor de bestuurlijke continuïteit en daarbij de betrouwbaarheid van deze gemeente als overheid, maar ook nog bedrijfseconomisch het meest verantwoord. De heer Van der Meijden: Mevrouw de voorzitterDe voorzitter: De heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: Ik zou de heer Krol graag een vraag willen stellen naar aanleiding van de reactie van de wethouder, omdat we natuurlijk in tweede termijn ook moeten reageren op dit amendement. Ik heb de wethouder horen aangeven dat er weinig alternatieven bestaan, dat er vertraging ontstaat voor bepaalde projecten en dat de kosten mogelijk gaan toenemen. Via u zou ik de heer Krol willen vragen in welke mogelijkheden hij denkt waarom dit amendement toch nog ruimte biedt om tot iets te komen dat meer waardecreatie heeft dan rekening houden met de risico’s die de wethouder noemt. K - 24
De voorzitter: De heer Krol. De heer Krol: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor één scenario voor het treintje dat langs gaat. In verschillende gesprekken die ik heb gevoerd hoor ik ook andere scenario’s en ik zou het nieuwe college erg graag de ruimte willen geven om die verschillende scenario’s naast elkaar te leggen. Ik heb er alle vertrouwen in dat het nieuwe college de juiste prioriteiten gaat stellen voor wat het meest urgent is en dat dat ook aangepakt gaat worden. De heer Van der Meijden: Mag ik nog één vervolgvraag stellen, voorzitter? De voorzitter: De heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: Dat begrijp ik, maar ik zou de heer Krol wel willen verzoeken om dan inzicht te geven in die alternatieve scenario’s, zodat wij die als fractie ook kunnen wegen als we eventueel het risico aan zouden gaan, want ik vind de risico’s die de wethouder noemt nogal zwaarwegend klinken. Wethouder Van Doesburg: Misschien mag ik zelf ook reageren? De voorzitter: Wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg: Dit komt op hetzelfde neer. Natuurlijk zijn er meer scenario’s, er zijn altijd meer scenario’s. Als we dit nog integraler gaan bekijken, zullen we ontdekken dat er mogelijk nog wel honderd scenario’s zijn.
Vraag is: wat gaat de tijd die we daarvoor nodig hebben ons kosten, wat gaat die tijd het onderwijsveld kosten en wat zijn die andere scenario’s dan, welke verbeteringen en kostenbesparingen gaan die realiseren? De ambtelijke organisatie heeft hier natuurlijk heel kritisch naar gekeken en diezelfde ambtelijke organisatie blijft ook het volgende college steunen en vanuit dezelfde inzichten die verworven zijn in samenspraak met specialisten in het veld hetzelfde advies geven, en dat is namelijk dat we nu voor het meest logische bedrijfseconomisch, onderwijskundig en maatschappelijk verantwoorde scenario hebben gekozen. Dat een jaar vertragen is erg risicovol, niet alleen gelet op de rentestijgingen die we met z’n allen zien aankomenMevrouw Hamann: VoorzitterDe voorzitter: De wethouder vervolgt eerst even zijn betoog. Mevrouw Hamann: Mogen we niet meer interrumperen? Oké. De voorzitter: De wethouder gaat nu de risico’s nogmaals opnoemen. Wethouder Van Doesburg: De punt zetten. De renterisico’s en de inflatierisico’s, maar ook de samenhang met de regiodeal, die een groot risico is, dat we de subsidie die daaraan verbonden is verliezen als wij ons verliezen in het blijven filosoferen over een mogelijke scenario’s. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Hamann.
K - 25
Mevrouw Hamann: Nee, dank u. Het momentum is weg. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we hiermee de eerste termijn van het college gehad en schors ik de vergadering voor een kwartier, zodat de fracties zich kunnen voorbereiden op de tweede termijn. De vergadering is geschorst. 8. Schorsing (22.03-22.37)
De voorzitter: Dames en heren. De schorsing heeft wat langer geduurd dan gesteld, maar er was even iets meer tijd nodig. Ik heropen de vergadering van de gemeenteraad. We zijn bezig met de behandeling van de perspectiefnota. We hebben de algemene beschouwingen van de fracties gehad, daarna is er een schorsing geweest, de eerste termijn van het college is geweest, vervolgens hebben we opnieuw geschorst en we zijn nu aangekomen bij de tweede termijn van de fracties. 9. Tweede termijn fracties
De voorzitter: Het woord is allereerst aan de heer Van Veen van Stadsbelang. De spreektijd in deze termijn is maximaal drie minuten. De heer Van Veen: Dank u wel, voorzitter. Mooi te zien dat op verschillende manieren naar cijfers gekeken wordt: de ene helft ziet de miljoenen binnenkomen, de andere helft vindt het ook wel weer meevallen. Het blijven begrotingscijfers. Bij de ene partij is het glas halfvol, bij de andere halfleeg. Scorebordjournalistiek wordt het ook wel eens genoemd. What you see is what you get. Zo werkt het nou net niet bij begrotingen. Na deze intro wil ik nog even reageren op de verschillende moties die zijn ingediend. De motie ‘Geen verhoging van gemeentelijke lasten’: daar zijn we tegen. We volgen in dezen het advies van de wethouder. We zijn ook tegen de motie ‘Meer bankjes in de stad’, omdat er volgens ons ook in het Vestingsplan al het een en ander over vermeld wordt. Wat betreft de energiearmoede en het minimabeleid voor meer Gorcumers vragen wij de desbetreffende partijen om de moties aan te houden. De heer Van der Meijden: VoorzitterDe voorzitter: De heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: Ik zou de heer Van Veen willen vragen waarom hij zou willen dat wij onze motie aanhouden. De heer Van Veen: Omdat over een aantal dagen het coalitieakkoord bekend wordt en het zou zomaar kunnen dat er een aantal konijnen uit de hoge hoed worden getoverd.
De heer Van der Meijden: Voorzitter, het zou ook zomaar kunnen dat we daarin proberen gezamenlijk, met 25 raadsleden, het bestuur van deze stad voor onze rekening te nemen, om samenwerking te zoeken waar mogelijk. Ik hoor in de woorden van de heer Van Veen geen afkeuring gericht op de inhoud van de motie en vanuit die gedachte zou ik denken dat we ook vandaag als proeve van bekwaamheid kunnen zien om samen goede K - 26
ideeën te steunen. Dus tenzij hij een inhoudelijk argument heeft tegen deze motie, zou ik hem toch willen vragen over zijn hart te strijken en deze mede in te dienen ten behoeve van onze mensen die het moeilijk hebben. De heer Van Veen: Ik begrijp uw bewoordingen, maar, en het is misschien heel flauw om te zeggen: de motie is volgens mij ook ingediend na ontvangst van het coalitieakkoord. De heer Van der Meijden: Voorzitter, dat is echt niet het geval. De voorzitter: Ik moet de heer Van der Meijden bijvallen: de motie is ingediend voordat het concept-coalitieakkoord onder embargo richting de raad is gegaan. De heer Van Veen: Dan was het misschien ook wel zo netjes geweest om ons van tevoren een mail te sturen met de vraag of het eventueel in het coalitieakkoord zou zitten. Als we het toch over samenwerking hebben, zou dat ook een optie voor u zijn geweest. Daarom zeg ik: laten we er na de openbaring van het coalitieakkoord raadsbreed naar kijken, want er staat een heel stuk in over energiearmoede. De heer Van der Meijden: Voorzitter, nog één keer, en dan houd ik erover op. De voorzitter: Eerst de heer Van der Meijden en dan de heer Schefferlie. De heer Van der Meijden: Ik begrijp de woorden van de heer Van Veen.
Anderzijds vind ik het wel jammer, omdat ik me ook afvraag wat we hier aan het doen zijn als wij alle ideeën die wij hebben voor de perspectiefnota eerst hadden moeten checken op aanwezigheid in het coalitieakkoord. U hebt nog steeds niet gezegd dat u het geen goed idee vindt. Ik zou nog één keer een beroep op u willen doen om, juist in het kader van de samenwerking die u zo belangrijk vindt, te kijken of het niet mogelijk is om dit in gezamenlijkheid op te pakken. Het doet er toch niet toe wie dit idee indient? Wat mij betreft trek ik de motie terug en dient u ‘m vanavond in; dat maakt me niet uit, als de inhoud het maar redt. De heer Van Veen: Ja, maar de inhoud zou ook zomaar in het coalitieakkoord kunnen zitten eventueel. De heer Schefferlie: VoorzitterDe voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Voorzitter, ik schrik er nogal van, van dit moment. Wij hebben, zeg maar, en Joost mag weten waarom, onder embargo een coalitieakkoord gekregen, overigens nádat de moties waren ingediend. Met andere woorden: de indiener van deze motie kan helemaal geen wetenschap hebben gehad van de mooie ideeën die in het akkoord staan. Maar u geeft net een aantal dingen prijs over dat akkoord waarover wij zo spastisch moeten doen omdat er een embargo op ligt. Ik zou zeggen: waarom? De stad wil het eindelijk weten.
Het was zo, oké, maar u legt ons een embargo op en u gaat er vervolgens een beetje uit ratelen nuDe heer Van Veen: Nee hoor! K - 27
De heer Schefferlie: En nog erger: u gaat één voor één oproepen om het vooral samen te doen. Kennelijk is er nu een motie die heel erg goed aansluit bij uw coalitieakkoordDe heer Van Veen: Nee hoor. De heer Schefferlie: En dan denk ik: kom op, laat dan zien dat je zo graag wilt samenwerken en steun die hap. Laat ik het daar maar bij laten. De heer Van Veen: Volgens mij heb ik niet gezegd dat het erin staat, maar dat het zomaar zou kúnnen dat het erin staatDe heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie. U gaf ook aan dat er zaken in stonden over duurzaamheid – gaat u uzelf nog maar even terug horenDe heer Van Veen: Dat zou zomaar kunnen, maar duurzaamheid is een heel groot thema. De heer Schefferlie: Nee, nee, nee. Op dit punt zei u concreet wat erin stondDe voorzitter: Het punt is nu gemaakt. Ik stel voor dat de heer Van Veen er nog even op reageert en daarna zijn betoog vervolgt. De heer Van Veen: Even heel kort: je moet wel heel naïef zijn om te denken dat duurzaamheid geen onderdeel uitmaakt van het coalitieakkoord. De heer Van Santen: VoorzitterDe voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Heel kort, in reactie op de heer Schefferlie. De vraag onder embargo is natuurlijk omdat de vraag is gesteld door collega’s om een en ander vast in te zien, dus dat is logisch.
En twee: ik heb de wethouder volgens mij ook horen zeggen dat er een aantal restricties waren om dit nu in te zetten. In dat kader denk ik dat de vraag logisch is aan de andere fracties of dit moet worden aangehouden of niet. Dus die vraag wil ik dan ook bij de collega’s neerleggen, op basis van wat de wethouder daarover heeft aangegeven. De heer Van der Meijden: Voorzitter, mag ik reageren op de woorden van de heer Van Santen? De voorzitter: De heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: U gaf aan dat de wethouder bezwaren kenbaar heeft gemaakt, maar die heb ik niet gehoord. “Bedenkingen” noemde u het letterlijk dan. Ik heb geprobeerd goed te luisteren naar wat u zei. Ik heb de wethouder horen zeggen dat er een notitie in voorbereiding is, waarvan dit onderdeel uitmaakt, maar waarin een bredere aanpak wordt geschetst, maar dat deze motie die notitie en eventuele aanvullende complementaire maatregelen niet zou doorkruisen en dat de motie daarmee gewoon uitvoerbaar is. Wat bedoelt u nu precies met waarom het dan nu niet zou kunnen? De heer Van Santen: Ik heb niet gezegd dat het misschien niet zou kunnen, dat weet ik niet. Ik heb het ook niet over bezwaren gehad. Wel heb ik volgens mij wat signalen K - 28
gehoord vanuit de wethouder dat in de GR’en daar al over gesproken werd, of dat er al een lijn werd uitgezet en dat het misschien handig is om die lijn dan te volgen. Dat heb ik de wethouder horen zeggen. Ik denk dat ik het wel met u eens ben dat een groot deel van de raad hier wel achter kan staan, dat is een ander verhaal, maar ik ben wel nog steeds benieuwd hoe de wethouder daarop reageert. Misschien kan hij daarop nog kort een toelichting geven. De voorzitter: Genoteerd. De heer Van Veen. De heer Van Veen: Waar was ik gebleven? Volgens mij bij de motie ‘Gorcumse binnenstad als warenhuis’. Tegen, overbodig, er is al beleid voor. De laatste: Direct Duidelijk-deal. Daar zijn al ‘tig’ moties over ingediend. Ook gewoon nog beleid, dus ook tegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Pellikaan, Democraten Gorinchem. Ik wil u trouwens als voorzitter van de raad wel oproepen- als u, en dat hoor ik raadsbreed, binnen en buiten deze zaal, elkaar op de inhoud weet te vinden, dan zou ik zeggen, in het belang van de stad: steun elkaar, en dan zou het toch niet uit moeten maken van wie een motie of amendement komt.
Ik denk dat het goed is dat in ieder geval de verschillende fracties, vandaag is het misschien de ene fractie, morgen weer een andere, gewoon in algemene zin, in het belang van de stad- als jullie elkaar op de inhoud weten te vinden, zorg dan dat je aansluit bij elkaar, want het gaat uiteindelijk niet om het politieke momentum, het gaat erom dat we de goede dingen doen voor de stad. Mevrouw Pellikaan, Democraten Gorinchem. Mevrouw Pellikaan: Dank u wel, voorzitter. Na de bijdragen van mijn collegaraadsleden te hebben gehoord, kan ik concluderen dat we allen de urgentie voelen betreffende de opgaven waarvoor wij staan als gemeente, en dat is belangrijk, want zoals sommigen al beschreven: de opgaven zijn immens op het gebied van wonen, duurzaamheid, mobiliteit en armoede, om er maar enkele te noemen. Er komt veel op ons af en juist daarom is het belangrijk dat we als gemeente blijven investeren in de stad, om juist deze uitdagingen het hoofd te bieden. Wij vragen dan ook aan ChristenUnie/SGP en de mede-indieners met klem het amendement te heroverwegen. Uit de toelichting van het college is ons helder geworden dat het uitstel bovenal veel risico’s en kosten zal opleveren, terwijl een heroriëntatie redelijkerwijs tot dezelfde urgenties zal leiden. Ook de VVD horen wij zeggen dat ze liever een voorzichtiger financieel beleid hanteert.
Dat kan natuurlijk, daarover kun je verschillen van inzicht, maar om dan specifiek deze investering op het gebied van onderwijshuisvesting uit de perspectiefnota te halen, dat raakt ook de vraag hoe betrouwbaar je wilt zijn als overheid in de richting van de partners uit het veld. Het brengt namelijk veel onbetrouwbaarheid teweeg naar de partners, die ervan uitgaan dat deze ontwikkelingen gaan gebeuren. Daarnaast zijn deze ontwikkelingen ook noodzakelijk. Het gaat hier niet alleen om huisvestingsvraagstukken, het gaat hierbij ook om de gezondheid van de kinderen, de kwaliteit van de binnenklimaten op de scholen. De risico’s hiervan zijn aanzienlijk, nogmaals: zoals de wethouder ook heeft aangegeven. We vinden het dan ook zeer onverantwoordelijk als dit amendement wordt aangenomen en vragen dus met klem om het te heroverwegen. K - 29
Betreffende de moties. De motie van D66 over de minimumregelingen naar 130% dienen wij mede in. Ook de motie van de Partij van de Arbeid met betrekking tot het landelijke energiebesparingsprogramma zullen wij steunen. Betreffende ons eigen amendement is een verduidelijking nodig. Met de wethouder is het al even besproken in de schorsing. In mijn eerste termijn benoemde ik de gemeentelijke belastingen, maar wij bedoelen degene die niet per se honderd procent kostendekkend hoeven te zijn. Dus het betreft de OZB, de precariobelasting, de leges en de hondenbelasting, zoals ook opgesomd in het amendement. De begrafenisrechten en de marktgelden moeten er wel uit. Het amendement is daarop aangepast en dien ik bij dezen opnieuw in. De essentie van de motie over de bankjes is het creëren van meer bankjes. Het is prima dat de motie zo wordt opgevat, dat het college bij de begroting hiervoor met een voorstel komt. Dan hoeven het geen 25 bankjes te zijn en dan hoeft het niet per se 50.000 euro te kosten. Het gaat erom dat wordt gekeken wat nodig is. Dit was vanuit ons even een eerste inschatting, maar het college heeft hier wat ons betreft de ruimte in. Stadsbelang hoorde ik zeggen in reactie op deze motie in tweede termijn dat er al een Vestingsplan is en dat daarin ook dingen staan over het creëren van meer zitplekken.
Dat zou kunnen, maar wij bedoelen deze motie ook voor de gehele stad en niet alleen voor de vesting, de binnenstad. Dat was ‘m. Dank je wel. Amendement A3: Geen verhoging van gemeentelijke lasten De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 5 juli 2022; stelt het volgende amendement voor: als beslispunt 2a te wijzigen in: de financiële uitgangspunten vast stellen waarbij punt 4 van deze uitgangspunten (blz 20 PPN) wordt gewijzigd in: De tarieven voor onroerende en roerende zaakbelasting, precariobelasting, leges en hondenbelasting, in 2023 niet te verhogen door geen correctie op basis van het indexcijfer (3,0%) toe te passen. Motie M6: Meer bankjes in de stad De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 5 juli 2022; roept het college op: - de stad meer zitgelegenheden aan te bieden in de buitenlucht; - hierbij gebruik te maken van de in de stad aanwezige creativiteit en instellingen, zoals scholen, werkvoorzieningschappen en dagbestedingen, om de zitgelegenheden te realiseren. - deze bankjes door de gehele stad te plaatsen op plekken waar veel beweging is van wandelaars en fietsers. - tijdens de begrotingsbehandeling hiervoor met een voorstel te komen.
De voorzitter: Dank u wel. Dan de PvdA, de heer Oostrum. De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Het doet me in ieder geval genoegen dat vrijwel raadsbreed geconstateerd is dat er een hele goede financiële basis ligt voor de komende gemeenteraadsperiode. Ik heb nauwelijks iemand horen zeggen dat het glas halfleeg is, meneer Van Veen. Bij ChristenUnie/SGP heb ik wel iets gehoord waarbij ik bedacht dat ik dat even moet toelichten. U zei namelijk dat de schuldpositie een schaduwzijde is aan de vorige coalitie, terwijl juist in de afgelopen periode door de K - 30
gemeenteraad, in overleg met het college, een langetermijnplan is opgesteld – dat is echt samen met de gemeenteraad gedaan – om die schuldpositie onder controle te krijgen en terug te dringen in de komende jaren, ondanks de grote investeringen die gepland zijn. Juist dat noem ik toch ook nog een lichtpuntje van de vorige periode, waarvan u als nieuwe coalitie, en wij eigenlijk allemaal als nieuwe gemeenteraad, kunnen profiteren. Ik dank de heer Van Doesburg voor de toelichting op de vragen over de woningbouwopgave. Het is voor mij nu helder dat we daarover geen zorgen hoeven te hebben. De Vliegende Brigade heeft een eerste aanzet gegeven door ons daarbij te helpen, maar ik hoop dat het ook in de toekomst voldoende blijft om de grote opgaven op het gebied van woningbouw en duurzaamheid op te pakken. Dan kom ik bij de amendementen en de moties. Na de toelichting van Democraten Gorinchem dat het hier niet gaat over de lasten die met een inhaaleffect naderhand weer omhoog moeten, blijven wij het desbetreffende amendement uiteraard mee indienen. Amendement A2 van ChristenUnie/SGP. Ook na een collegewisseling heb je naast de mogelijkheid om over nieuw beleid te spreken toch ook een belang bij bestuurlijke continuïteit, zeker hier, waar het gaat over een lopend traject. Er is ook gesproken over het treintje van maatregelen die met elkaar te maken hebben achteraan het i-lab.
Je kunt niet anders zeggen dan dat dit gewoon door moet gaan, dus wij zijn tegen dit amendement. De motie van Democraten Gorinchem om meer bankjes juichen wij toe en zullen we zeker ook steunen. Daarbij geven we nog wel de suggestie mee om ten minste in elke wijk een regenboogbankje te plaatsen. De wethouder heeft geadviseerd de motie over energiearmoede aan te houden, maar wij vinden dat juist snelle extra inzet nodig is om nog voor de winterperiode zoveel mogelijk woningen geïsoleerd te krijgen. De motie ‘Minimabeleid voor meer Gorcumers’ van D66 dienen wij nog steeds mede in. De verklaring van D66 volgen wij: het kan maar vooruitlopend gebeuren. Wat betreft ‘De Gorcumse binnenstad als warenhuis’ wachten we even hoe D66 omgaat met het advies van de wethouder dat eerst de BIZ moet doorgaan, maar we vinden de motie heel sympathiek. De motie over Direct Duidelijk-deal is een prima motie. Ik kan er niet duidelijk genoeg over zijn. De kloof tussen kiezer en gemeenteraad moet overbrugd worden, en die duidelijkheid gaat er ongetwijfeld bij helpen. Voorzitter, hiermee hoop ik binnen mijn drie minuten te zijn gebleven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van Santen, VVD. De heer Van Santen: Dank u wel, voorzitter. Er liggen grote opgaven voor ons. En er is met name een incidenteel overschot.
Ik vond de vergelijking die de heer Van Veen gaf met het glas wel mooi, want feit blijft dat het glas nog half is, halfvol of halfleeg, maar het is half. We lopen niet over, de schulden zijn hoog. In dat kader is het logisch om realistisch te handelen, zeker in het kader van het aanstaande coalitieakkoord, waar veel plannen de onderwerpen vanavond ongetwijfeld zullen raken, zoals velen hier ook al weten. We willen toekomstbestendig zijn en ik denk dat de meesten ook willen voorkomen dat we met hangende pootjes terug naar onze inwoners moeten om voor de volgende jaren substantieel gelden te vragen die mensen alsnog de das om zullen doen. Ook de nieuwe generatie wil je niet met hoge, of hogere, schulden opzadelen. K - 31
Dat gezegd hebbende, kom ik even op de moties. Ik begin met de motie rond de 130%norm, want dat is iets wat we volgens mij al vaker in de raad hebben besproken. Ik heb met name de fracties ChristenUnie/SGP en SP er ook al eerder over gehoord. Het is ook het geval in de omliggende gemeenten die binnen de GR zitten en dat past wat onze fractie betreft wel in het kader van efficiënt werken en ook de regionale aanpak, zoals wij ook in de eerste termijn hebben aangegeven. Maar we zijn nog heel even in afwachting van de reactie van de wethouder op de vraag die net naar voren kwam. Het amendement ‘Geen verhoging van gemeentelijke lasten’. We snappen de wens, maar wat ons betreft heet het niet voor niks indexering, want je moet het ook als bedrijfsvoering beschouwen, net zoals je dat doet bij subsidies. Mevrouw Pellikaan: VoorzitterDe voorzitter: Mevrouw Pellikaan. Mevrouw Pellikaan: Bij wijze van interruptie. Het verbaast mij dat bij de VVD niet wat meer enthousiasme bestaat voor dit amendement, aangezien zij al jaren spreekt over het verlagen van de OZB; het staat zelfs in het partijprogramma.
Nu ligt er een voorstel om de OZB te bevriezen – het gaat dus nog niet eens zo ver als u zelf een paar maanden geleden hebt opgeschreven, toen de gemeentelijke financiën er overigens minder voorspoedig voorstonden dan nu –, en dan kunt u toch met uw eigen programma in de hand dit amendement niet steunen? De heer Van Santen: Wij verbazen ons ook een beetje over het momentum van dit soort moties, want het is wel een indexering. Het gaat hier gewoon over bedrijfsvoering en niet over een grote lastenverlaging. Je gaat gewoon mee in de bedrijfsvoering. In dat kader, en ook in het kader van het aanstaande coalitieakkoord, is het dan niet handig om dat uit te gaan zitten stellen. Zo zien wij dat wel. Mevrouw Pellikaan: Zoals al toegelicht: het gaat hierbij om minima. Die hebben geen tijd om te wachten. De mensen willen nú weten of we hiermee aan de slag gaan of niet, en niet dat we het nog even gaan bekijken. De perspectiefnota is ook het uitgelezen moment om zo’n voorstel in te dienen, omdat die gaat over de uitgangspunten die je hanteert bij een begroting. Vandaar. Wij vinden dit amendement dus zeker wel passend op dit moment vanwege de urgentie. De heer Van Santen: Als je de minima wilt helpen, is het eerste middel niet het tegengaan van een OZB-verhoging, of een indexering daarin.
Ik denk ook datMevrouw Pellikaan: Voorzitter! De heer Van Santen: Als ik mijn zin even mag afmaken? De voorzitter: Laatste interruptie. Mevrouw Pellikaan: Dan had ik het in mijn interruptie van zo-even iets beter moeten duiden, zoals ik wel in mijn eerste termijn gedaan heb. Het gaat hier niet alleen om minima-huishoudens. We zien ook dat de middeninkomens financieel steeds
K - 32
kwetsbaarder worden. Daarom willen we via dit amendement daar onze invloed op pakken. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: We snappen de redenering, maar tegelijkertijd sluiten we ons aan bij de redenering van de wethouder, namelijk dat wij dit niet willen verleggen naar de toekomst en dat wij dit wel gewoon als een indexering beschouwen. Dus daar wil ik het dan ook bij laten. Het onderwijsamendement hebben wij mede ingediend. Wij denken dat het, gezien alle regionale belangen op die punten, nodig is om hier spoedig naar te kijken. De wethouder gaf ook aan dat hij het een terechte en begrijpelijke wens vindt. Ik wil nog even benadrukken dat het niet de bedoeling is om iets stop te zetten of terug te draaien, maar het vooral nog als geheel te beoordelen. Ten aanzien van ‘De Gorcumse binnenstad’ heeft de wethouder aangegeven dat we moeten wachten op de BIZ. Dar wil ik het even bij laten voor de overige moties. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. ChristenUnie/SGP, de heer Krol. De heer Krol: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik het college bedanken voor de beantwoording van de verschillende vragen. Ik zal me nu beperken tot een reactie op de ingediende moties en amendementen. Wij zullen tegen het amendement stemmen om de gemeentelijke lasten niet te verhogen.
Wij zijn niet voor een generieke maatregel en volgen het advies van de wethouder, om hier ook in tred te blijven met de inflatie en met de loonontwikkeling. Op het amendement ‘Schrappen onderwijsinvesteringen’ zal ik zo nog even terugkomen. De motie ‘Meer bankjes in de stad’ vinden we qua richting en gedachte heel sympathiek. Ik vind het alleen erg lastig dat er een exact aantal en bedrag aan gekoppeld zijn. Mevrouw Pellikaan: De motie mag inderdaad iets ruimer worden geduid, zoals ik net ook heb aangegeven. Het gaat er voornamelijk om dat er gewoon meer zitgelegenheden worden geplaatst. Het staat het college vrij af te wijken van de concrete aantallen die nu genoemd zijn. De heer Krol: Is het dan niet een idee om die concrete aantallen ook uit de motie te schrappen? Mevrouw Pellikaan: Dat zou kunnen, als dat nodig is. Maar misschien is het ook duidelijk als de motie gewoon zo gelezen mag worden. De voorzitter: Als aangegeven wordt dat een getal geschrapt kan worden en dat de strekking is ‘meer bankjes’ – ik heb net begrepen van mevrouw Pellikaan dat ook ten aanzien van het financiële bedrag het college de vrijheid heeft –, dan is het misschien voor de correctheid beter dat u de motie nog even aanpast. De heer Krol: Helder. We zijn erg voor het verkennen of er witte vlekken zijn in de stad die we kunnen invullen.
K - 33
Wat betreft de energiearmoede volgen we het voorstel van de wethouder om die motie aan te houden. Over de motie ‘Minimabeleid voor meer Gorcumers’ zijn we natuurlijk erg enthousiast. Het stelt ons wel een beetje teleur dat we niet in een eerder stadium betrokken zijn geraakt bij het voorbereiden van die motie. Er zijn verschillende partijen die dit punt ook in hun verkiezingsprogramma hadden. Het zou heel fijn zijn als hierop raadsbreed een akkoord wordt gegeven. De heer Tekir: Voorzitter, bij wijze van interruptie. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Dat punt blijft kennelijk toch terugkomen, waarbij ook de verantwoordelijkheid van het coalitieakkoord zo nu en dan wordt aangehaald. U gaf al terecht aan dat de motie is rondgedeeld voordat het akkoord onder embargo werd verspreid. Ik zou daarbij willen aantekenen dat de motie daarvóór al is aangekondigd in deze gemeenteraad, met daarbij de oproep aan alle fracties om mee te doen. De fracties die nu zijn aangesloten hebben daarop gereageerd, andere helaas niet. Desondanks wil ik zeker benoemd hebben dat dit onderwerp zichtbaar breder leeft in de raad. Dat blijkt ook uit de schriftelijke vragen die eerder door de fractie ChristenUnie/SGP zijn gesteld. In die zin hopen we toch dat we elkaar hier op de inhoud vinden, ondanks de wat ongelukkige, of misschien juist gelukkige samenloop van omstandigheden.
Maar laat ik voorop stellen dat hierover een aankondiging is geweest zonder dat we één letter uit uw akkoord hadden gelezen. Ik wil dat nogmaals benadrukken, anders worden er zaken geïnsinueerdDe heer Krol: Helder. Volgens mij weten we elkaar inhoudelijk op dit punt wel te vinden. Wat mij betreft is dat voor nu voldoende. Dank voor uw toelichting. De heer Tekir: Fijn, dank u wel. De heer Krol: Met betrekking tot ‘De Gorcumse binnenstad als warenhuis’ is het verzoek die motie aan te houden en te betrekken bij de bespreking van de ambities uit het nieuwe coalitieakkoord. De motie ‘Direct Duidelijk-deal’ is wat ons betreft overbodig, gegeven meerdere moties op dit punt die er liggen. Nu wil ik nog even terugkomen op het amendement over de investeringen in het onderwijs. We zijn niet doof voor alle zorgen die geuit zijn en voor het warme pleidooi dat de wethouder op dit punt heeft gehouden. Daarom wil ik dat amendement intrekken en in plaats daarvan een nieuw amendement indienen, luidende: Amendement A4 De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 5 juli 2022 stelt het volgende amendement voor: beslispunt 1 te wijzigen in: 1. De perspectiefnota 2023-2026 vast te stellen en daarbij de punten 7 t/m 10 van paragraaf 2.4 samen te voegen tot één stelpost investeringen IHP PO/VO/SO.
De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie-
K - 34
De voorzitter: Ik zag eerst de heer Oostrum, en dan de heer Schefferlie. De heer Oostrum: Dank u wel. Het klinkt als een tegemoetkoming, maar dat is het niet, want daarmee wordt het een stelpost, terwijl partijen willen weten of ze door kunnen of niet. Bovendien geeft u daarmee niet aan dat u met het oog op de begroting 2023 op tijd duidelijk kunt maken welke posten er wel en welke er niet in zitten. Dat is de vraag die ik aan u heb: kunt u garanderen dat die duidelijkheid er vóór de behandeling van de begroting is? De heer Krol: Nee, die duidelijkheid kan ik niet geven. Ik vind dat het college aan zet is om met elkaar te kijken naar de prioriteitenstelling. Ik weet dat er meer dan genoeg behoefte is aan investeringen binnen het onderwijshuisvestingsprogramma, dus ik maak me daar niet zo’n zorgen over. De reden is dat we hiermee wel iets aan ruimte creëren voor het college om afwegingen te maken. Ik hoorde mevrouw Pellikaan zeggen dat een heroriëntatie tot dezelfde uitkomst zal leiden, maar die overtuiging hebben wij nog niet helemaal. Het zou zomaar kunnen dat er toch nog een andere volgorde van wagonnetjes in het treintje in beeld komt, of een ander tijdschema waarop het treintje rijdtMevrouw Pellikaan: Voorzitter, bij wijze van interruptieDe voorzitter: Mevrouw Pellikaan.
Mevrouw Pellikaan: Ik zei in mijn tweede termijn dat een heroriëntatie redelijkerwijs tot dezelfde urgenties zal leiden, niét tot dezelfde uitkomsten. De heer Krol: Dank voor de toelichting; dan heb ik dat verkeerd verstaan. Kortom, we willen het bedrag in de perspectiefnota houden en richting de begroting daarop verder gaan finetunen, wetende dat vanuit het huidige college verschillende urgenties zijn meegegeven. De heer Schefferlie: VoorzitterDe voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: In de lijn van de heer Oostrum stel ik dan vast dat in een deel niks gewijzigd wordt, namelijk dat deel waarin duidelijkheid wordt verschaft over de vraag wie wat tegemoet kan zien. We vinden het wel pijnlijk, zeg maar, vanuit het begrip en de uitleg die is gegeven over het treintje. Dus haal er wat uit en de hele beweging wordt onmogelijk. Dit gaat gigantisch veel onduidelijkheid opleveren voor alle betrokkenen. Hier doet u de stad geen dienst mee. Ik vind het heel erg jammer. Ik had gehoopt dat u het amendement beter had gewijzigd. De heer Krol: Ik neem dit voor kennisgeving aan. Tot zover mijn bijdrage. De heer Koçak: VoorzitterDe voorzitter: De heer Koçak.
K - 35
De heer Koçak: Ik wil even terugkomen op de reactie van de heer Krol op het eerste amendement. U noemde het generiek beleid wat betreft de afwijzing. Wat bedoelt u precies? De heer Krol: Dat betreft het amendement ‘Geen verhoging van gemeentelijke lasten’. Met generiek beleid bedoel ik dat iedereen van dit voorstel mee profiteert als er geen verhoging wordt gegeven, dus alle huiseigenaren uit alle inkomensgroepen. Onze aandacht richt zich vooral op de laagsteDe heer Koçak: Dat is toch juist de bedoeling? De heer Krol: Precies, en daarmee is het amendement zelfs te licht, het is ook een beetje schieten met hagel, niet gericht op de groepen die het het meest nodig hebben. De heer Koçak: Prima. Het was frappant dat generiek beleid te horen, omdat we bijna altijd met generiek beleid bezig zijn, maar ja, prima. De voorzitter: Dank u wel, meneer Krol. Dan mevrouw Hamann van Gorcum Actief. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. In tweede termijn zal ik reageren op de moties en amendementen, want er is maar beperkt tijd. Complimenten voor mevrouw Pellikaan. Ik ben geraakt door je passie. Dank je wel! Ik begin met de motie van de Partij van de Arbeid over energiearmoede. Het is natuurlijk al heel lang een issue, maar in de perspectiefnota wordt het niet eens genoemd.
De wethouder vertelde dat de afgelopen jaren wel allerlei initiatieven van de grond zijn gekomen en hij adviseerde de motie aan te houden. Ik vind dat een goed plan, want straks is er een nieuwe wethouder voor duurzaamheid en die willen wij niet voor de voeten lopen. De heer Oostrum: Voorzitter, bij wijze van interruptieDe voorzitter: De heer Oostrum. De heer Oostrum: Een motie is een vraag van de gemeenteraad aan het college. Wij stemmen daarover als gemeenteraad en het nieuwe college mag er dan iets van vinden. Wij zitten hier als gemeenteraad bij elkaar en wij gaan erover of wij een motie aannemen of niet. Het nieuwe college mag straks zeggen hoe het met die motie wil omgaan. Dus wij doen helemaal niks vreemds met een motie die hier ingediend wordt. Mevrouw Hamann: Ik vind het ook helemaal niet gek, maar we hebben te maken met een demissionair college dat een advies geeft, en straks komt er een nieuwe wethouder duurzaamheid die ongetwijfeld doorgaat in dat beleid en dat gaat uitbreiden misschien, waar mogelijk. Dat komt hier allemaal aan de ordeDe heer Oostrum: Het is heel begrijpelijk dat het collegeMevrouw Hamann: Het is niet weg hè, als we het aanhouden? De heer Oostrum: Het is heel begrijpelijk dat het zittende college voorstelt het aan te houden, en dan mag het nieuwe college er iets van vinden. Als ik hem dan toch in K - 36
stemming zou willen brengen, omdat de gemeenteraad er nu iets van kan vinden, waarna het nieuwe college er straks iets van kan vinden, dan doe ik niks vreemds. Mevrouw Hamann: U kunt de motie natuurlijk altijd in stemming laten brengen; dat is uw keuze en de motie is niet van mij. Hetzelfde geldt voor de bankjes. Ik begrijp dat er voor de bankjes een nieuw voorstel komt. Dat zie ik dan straks graag tegemoet. Ik ben eigenlijk wel een beetje gecharmeerd van de picknicktafels waar de wethouder het over had; dan kun je ook nog wat doen bij de bankjes. We zijn benieuwd. Maar altijd in overleg met inwoners, want als je ergens een bankje zet, gegarandeerd dat de buurt gaat steigeren, want die willen dan geen hangjeugd. Dat is heel recent nog gebeurd met de plannen voor het Monument voor de Martelen van Gorcum. Daar zou een bankje komen, maar dat is geskipt, want de buurt vond het niet goed. Ik zeg het nu even kortaf, want ik heb weinig tijd. De indexering vind ik een heel sympathiek idee. Gorcum Actief is ook niet voor lastenverhogingen, laat dat duidelijk zijn, maar dit amendement mist z’n doel voor wat betreft de armoedebestrijding. Het gaat over 3%, een relatief lage index, en dat zou voor iedereen gelden, omdat het een generieke maatregel is.
Mevrouw Pellikaan: Voorzitter, bij wijze van interruptieMevrouw Hamann: Ik ben helemaal nog niet klaar met het antwoord! De voorzitter: Mevrouw Hamann rondt even dit punt af en als u uw punt heeft gemaakt, krijgt mevrouw Pelikaan het woord. Mevrouw Hamann: Dat vind ik een goed idee. Ik zit nog een beetje te puzzelen in mijn aantekeningen, sorry mevrouw Pellikaan, ik ben niet zo snel als u. De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Hamann: Wij denken namelijk dat het voor de minima helemaal niks oplevert, want de huurverhoging is voor de minima beperkt door Den Haag en de lasten worden via de corporatie betaald. Mensen die klem zitten kunnen vaak toch een beroep doen op allerlei maatregelen en allerlei vormen van ondersteuning. Dus wij vinden dit niet zo’n goochem amendement. De voorzitter: Mevrouw Pellikaan. Mevrouw Pellikaan: Dank u wel, voorzitter. Ik heb het al een paar keer eerder benoemd vanavond: dit amendement is niet per se bedoeld om de minimadoelgroep te ontlasten, maar voornamelijk om de middeninkomens te ontlasten, want ook voor hen gelden de enorme prijsstijgingen van dit moment, in tegenstelling tot de motie van de Partij van de Arbeid, die wel specifiek gericht is op het minimabeleid. Maar déze is dus voornamelijk gericht op de middeninkomens. Mevrouw Hamann: En daarom een generieke maatregel.
De kostenstijgingen zijn er voor iedereen, ook voor de gemeente, dus ik denk dat je toch echt even naar de begroting moet kijken-
K - 37
Mevrouw Pellikaan: Dat kloptDe voorzitter: Laatste interruptie! Mevrouw Pellikaan: Alleen, in tegenstelling tot de gemeente hebben de inwoners niet miljoenen over. De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Waarvan akte, dat mevrouw Pellikaan dat vindt. De binnenstad als warenhuis is volop in ontwikkeling en er wordt op het ogenblik over gepraat. We zijn benieuwd wat eruit komt. Bij de financiering van 130% is helemaal niets van een dekking geleverd. Geadviseerd is de motie aan te houden. Ik denk dat het aan het nieuwe bestuur is om daarop maatregelen te nemen. De heer Van der Meijden: Mevrouw de voorzitterDe voorzitter: De heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: Dank u wel. Het betreft hier een structurele verhoging, dus als het goed is wordt het bedrag van 79.000 euro – uit mijn hoofd gezegd – voor de minimaregelingen gewoon in de begroting opgenomen. Volgens mij heeft de wethouder ook niet geadviseerd om de motie aan te houden, maar achtte hij die in lijn met de toekomstige notitie. Dat wil ik aan het adres van mevrouw Hamann nog even opmerken. Mevrouw Hamann: Ik heb begrepen dat er een integrale visie komt. Ik laat het graag aan het nieuwe college over om daarmee aan de gang te gaan. Dus ik wil er nu liever nog geen besluit over nemen.
Het nieuwe college is er over twee dagen, het gaat om 80.000 euro structureel, de regiogemeenten hebben er ook wat mee, dus ik zou zeggen: laten die kringen voorstellen voorleggen aan de gemeenteraad. Nogmaals: aangehouden is niet weg. De heer Van der Meijden: Nog één vraag, voorzitter. Ik begrijp wat mevrouw Hamann zegt, maar ik ben wel benieuwd wat zij zelf van de inhoud van de motie vindt. Vindt zij het wel een gedachte die te omarmen valt? Mevrouw Hamann: Ik vind de motie zeer sympathiek en zeker te omarmen, maar ik laat het graag aan het nieuwe college over. De heer Tekir: Voorzitter, bij wijze van collegialiteit in de fractieDe voorzitter: De heer Tekir. Mevrouw Hamann: Dat is wel de derde of vierde keer. De voorzitter: De heer Tekir heeft net niet het woord gevoerd. De heer Tekir: Dank u wel. De heer Van der Meijden is zo op dreef, dat het er misschien op lijkt alsof het al de vierde keer is-
K - 38
Mevrouw Hamann: Ja, ik tel jullie samen, hoor! De heer Tekir: Ik wil nog even terugkomen op de motie omtrent het warenhuis. Wij kennen u als een volksvertegenwoordiger pur sangMevrouw Hamann: Dank u wel. De heer Tekir: Een volksvertegenwoordiger die ook enorm actief is in de stad. Dat is te waarderen. Ik was even benieuwd of u over deze motie in contact bent geweest met vertegenwoordigers van Hartje Gorkum. Mevrouw Hamann: Ach, zo vaak, joh. De heer Tekir: Over deze motie? Mevrouw Hamann: Niet over de motie, maar wel over het warenhuis. Ik weet dat daar volop aan gewerkt wordt op het ogenblik in overleg met allerlei partijen. Ook de BIZ speelt een rol, en dit en dat. Het is best heel ingewikkeld, maar er wordt hard aan gewerkt. Ik neem aan dat ook het nieuwe college erin springt en er wat mee gaat doen. De heer Tekir: Bij het opstellen van deze motie hebben wij hierover contact gehad met vertegenwoordigers van Hartje Gorkum en zij zouden het erg op prijs stellen als hierover nu eens duidelijkheid zou worden geboden door de gemeenteraad, dat wij dit concept van het warenhuis omarmen. Zij zijn al meerdere malen in de gemeenteraad geweest om dit plan te pitchen, maar ondanks alle adhesiebetuigingen hebben ze nooit echt een harde toezegging ontvangen, en is ook nooit in de begroting verwerkt dat hiermee daadwerkelijk aan de slag zal worden gegaan.