20220623 Concept Verslag raadsvergadering.docx
Tekst van het document
Ik begin bij de mantelzorg. Dat is in het geheel toch een puntje van aandacht inderdaad. De vraag die voorligt is niet of we het belang van mantelzorg onderstrepen, dat is al vaker aangegeven en ook onderstreept, het gaat hier vooral om de financiële vraag of het geld niet uitgegeven moet worden aan mantelzorg in plaats van terug te laten vloeien naar de reserve sociaal domein, wat overigens – en dat hoorde ik de heer Oostrum ook zeggen – elkaar niet per definitief uitsluit. De vraag die wij daarbij hebben, meer richting het college, is dan ook: hadden we nou echt niets anders kunnen bedenken om dit geld op een goede manier alvast aan deze doelgroep te besteden? De heer Van der Meijden: VoorzitterDe voorzitter: Meneer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: Het hoeft elkaar inderdaad niet te bijten, dat ben ik met de heer Van Santen eens, maar in het amendement is ook de vrees uitgesproken dat, als we het in de grote pot gooien, het zal verdwijnen en niet meer bij de mantelzorgers terecht zal komen. Juist daarom hebben we voorgesteld het te herbestemmen, om zeker te weten – en in de richting van de PvdA: natuurlijk kan er altijd nog meer –, zodat in ieder geval deze 49.000 euro daar terechtkomt waar uw raad het voor bestemd heeft. De heer Van Santen: Zo heb ik het ook gelezen, en dat volg ik.
Dan de motie ‘realistisch begroten’, en daarmee kom ik terug op de eerdere vergelijking die ik maakte tussen jaarstukken en onze rol daarin en hoe we daarop terugkijken of vooruitkijken, noem-maar-op. Ik zie dan, met alle respect, niet in waarom we die motie nu voorgeschoteld krijgen. Los van het feit dat wij vinden dat het nieuwe college een J - 39
soort kans moet krijgen om voor de rapportagecycli naar de raad een nieuwe methodiek te bedenken, of daarmee iets te doen, vinden wij dat het geld vooral naar de zorg moet. Daarbij moeten we zoveel mogelijk in lijn blijven met deelnemende gemeenten als het gaat om bijvoorbeeld de GR’en en ook gewoon vermijden waar je te veel controle of beleid wilt daarin. Want het gaat om uitvoering en als je dat op een goede manier blijft doen, bereik je een optimale synergie en dat komt die uitvoering ten goede. Maar goed, ik wacht met belangstelling de verdere reacties af. De motie-laadpalen is inmiddels aangepast, heb ik begrepen. Ik heb de nieuwe versie nog niet gelezen, dus misschien kunnen we dat zo nog even doen. We lijken het er wel in elk debat zo’n beetje over te hebben. Volgens mij wordt er ook hard gewerkt aan een oplossing en ik denk dat wij er ook allemaal best naar streven, ook in lijn met het onderzoek dat loopt naar de nieuwe laadsystemen en de mogelijkheden voor Gorinchem, want die oplossing moet er gewoon snel komen. Ik vind het dan wel vreemd – maar dat zat in de eerste motie en ik begrijp dat dat nu niet aan de orde is – dat harde eisen worden gesteld aan de markt. Ik denk dan aan levertijden, wisseling van leverancier en aantallen. Dat is, denk ik, ook een stukje verwachtingsmanagement.
We kunnen ons uiteraard wel inspannen om dat tot een goed einde te brengen, maar een harde belofte lijkt me dan een moeilijke weg. Maar goed, ik hoor daar graag ook de reactie op van het college, dus die wachten we nog even af. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Pagter, ChristenUnie/SGP. De heer De Pagter: Dank u wel, voorzitter. Ook onze fractie is blij met de positieve resultaten van de jaarstukken. Het college zeggen wij dank voor de uiteenzetting en de toelichting daarvan. Het is fijn dat er positief afgesloten kan worden, daar houden we allemaal van. Gezien de uitdagingen die er de komende jaren zullen zijn, ben ik het ermee eens – de heer Schefferlie noemde het ook – dat we met elkaar zullen moeten samenwerken en elkaar zullen moeten vinden in de manier waarop we de komende jaren met de financiën omgaan. Door D66 is een motie ingediend over realistisch begroten. Realistisch begroten is natuurlijk prima. Op het moment is het wellicht een zwaar middel om hiermee om te gaan. Is het incidenteel of structureel? Dat heb ik nog niet kunnen zien, omdat ik nog maar een beperkte tijd in de raad zit. We hebben dat ook nog niet intern in de fractie geconcludeerd.
Daarnaast is er wellicht ook een mogelijkheid om met de nieuwe wethouder voor financiën om de tafel te gaan zitten om te zien hoe je nader tot elkaar kunt komen over dit onderwerp, in plaats van daarover direct een motie in te dienen. Het amendement dienen wij zeker mee in, omdat wij veel sympathie hebben voor het voorstel om de mantelzorgers meer in het licht te zetten en deze ook breder in beeld te krijgen. Het is dus een extra impuls om de mantelzorgers die er al zijn in beeld te zetten, maar ook degenen die we nog niet in beeld hebben in beeld te krijgen. Daarbij willen we ook dat die mantelzorgers mee kunnen profiteren van diverse ondersteuning die er is, zoals het Mantelzorgcompliment. Het gaat dus om verbreding en om extra aandacht voor deze mantelzorgers die het in tijden van corona zwaar hebben gehad. Dan de motie-laadpalen. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom mensen moeten wachten. Op dit moment is dat voor ons nog onduidelijk. Het kunnen J - 40
toeleveringsproblemen zijn, vergunningen, diverse zaken. Wat dat betreft wachten wij even het antwoord van het college af. Wij zijn zeker voor een betere communicatie, want het is niet netjes als je al een heel jaar lang wacht op een reactie op je vergunningaanvrage. Daar wil ik het graag bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik wethouder Van Zanten het woord. Wethouder Van Zanten: Dank u wel, voorzitter. U ziet hier een gelukkig wethouder bij het scheiden van de markt, mag ik wel zeggen, want ik weet niet of het eenieder opgevallen is, maar bij mijn weten is dit de eerste keer in de afgelopen cyclus dat de jaarstukken behandeld worden op de avond dat ze geagendeerd zijn. De afgelopen jaren is dat steeds niet gebeurd, omdat er geen tijd meer voor was, en dat is natuurlijk ontzettend jammer voor dit belangrijke stuk, toch het sluitstuk van onze P&C-cyclus De heer Koçak: VoorzitterWethouder Van Zanten: Mijnheer Koçak? De heer Koçak: Wat bedoelde meneer Van Zanten precies: bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen? Wethouder Van Zanten: Ja, misschien wel. Maar goed, ik ga ervan uit dat het wel het scheiden van de markt is, voor mij althans.
Hoe mooi kan het zijn als je dat op een blije manier kan doen! Ik ben dan ook blij dat alle sprekers zo positief waren, zelfs misschien wel een klein beetje mevrouw Dansen, want ze was vrij mild in haar bewoordingen, vergeleken met het verleden, al wil ze dat volgens mij nog niet toegeven. Ook zij was toch wel redelijk positief. Mevrouw Van Oversteeg heeft dank uitgesproken aan de ambtelijke organisatie voor het opmaken van de stukken. Die dank wil ik heel graag overbrengen, want zoals altijd was het weer een hele oefening om de jaarstukken, inclusief de accountantscontrole – want dat is toch vaak een bottleneck in het proces –, tijdig en met een goede kwaliteit neer te leggen. Dat is zeker gelukt. Dit gezegd hebbende, lijkt het mij goed over te gaan tot de moties en het amendement, zoals anderen ook gedaan hebben. Voor de motie over de laadpalen moet ik wethouder Van der Geest even aan de raadsstoelen ontrukken, want hij zal een reactie geven op die motie. Hetzelfde geldt voor wethouder Kraaijeveld, die dat zal doen voor het mantelzorggebeuren. Voor mij blijft over de motie ‘realistisch begroten’. Daarvan zeg ik maar op voorhand: wie wil dat niet, realistisch begroten? Dat moge duidelijk zijn. Het is alleen de vraag of het nodig is dat nog via een motie verder aan te scherpen.
In de I&O- en B&A-sessies, waar ik zelf overigens niet bij geweest ben, heeft het teamhoofd financiën kennelijk al aangegeven dat ze al bezig zijn met een verbeterplan, zoals in de motie gevraagd wordt, vooral om de prognose van de turap te verbeteren. Zonet heb ik nog even wat cijfers opgevraagd. Het lijkt net alsof er bij de turap nogal wat verschillen uitkomen ten opzichte van het eindresultaat, maar dat blijkt nogal mee te vallen. In 2018 was het verschil 3,7 miljoen, in 2019 3,5 miljoen en in 2020 3 miljoen. Het zit allemaal in dezelfde lijn van ongeveer 2% van de begroting. De heer Oostrum noemde dezelfde percentages… J - 41
De heer Tekir: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Ik heb er geen studie van gemaakt, zeg ik er meteen bij, maar naar aanleiding van de eerdere vraag van mevrouw Van Oversteeg ben ik wel even in de stukken gedoken en als je dan bijvoorbeeld kijkt naar de investeringen 2019, dan was er begroot 58,3 miljoen, gerealiseerd 21,3 miljoen, zijnde 1/3de, in 2020 begroot 62,6 miljoen aan investeringen, gerealiseerd 20,4 miljoen, ook weer 1/3de. Ik wil geen schouwspel maken van cijfertjes, daar gaat het me niet om, het is vooral bedoeld om niet terug te blikken, maar vooruit te blikken en in het licht van de financiële ontwikkelingen, die niet zo geruststellend zijn, meer grip te krijgen op de gemeentefinanciën. Het is een handreiking. Je kunt die aannemen of niet, dat is aan de raad, Wethouder Van Zanten: Nou, mijn stelling is dat die al is aangenomen, maar daar kom ik zo op. Voor 2021 is best wel een substantieel verschil te zien, maar ik moet er steeds aan blijven herinneren dat we uit een hele lastige periode komen qua corona. Iedereen schijnt dat graag te willen vergeten, wie niet, zou ik haast zeggen, maar corona heeft toch wel een beduidende invloed gehad op wat je als organisatie uitgevoerd kunt krijgen.
Het is een incidentele gebeurtenis geweest, al heeft die wel een hele tijd geduurd, die hiertoe heeft geleid, los van het feit – en dat geef ik de heer Tekir graag toe – dat er natuurlijk ook wel sprake is, zeker bij de investeringen, van een vorm van planningoptimisme, die er altijd in zit, dus daar moet je wat mee. Misschien is het goed te zeggen dat de acties om de prognoses van de turap te verbeteren vooral bestaan uit het invoeren van een verplichtingenadministratie, en dat is een operatie op zich. De heer Tekir weet wellicht uit eigen praktijk dat dat geen sinecure is. Het zicht houden op de verplichtingen die zijn aangegaan zal ook bewerkstelligen dat er scherper kan worden begroot, maar ook scherper kan worden gecontroleerd of de begroting ook uitgevoerd wordt in het jaar waarin dat bedoeld is. Daarbij proberen we ook kritischer te kijken naar de mogelijke onderuitputting van budgetten en vooral optimisme te voorkomen. In de vorige zomer leek corona op z’n retour, maar even later bleek dat al niet meer het geval. Ook in de tweede helft van 2021 hebben wij de gevolgen ervan ondervonden wat betreft het realiseren en het gevolg daarvan was dat een aantal budgetten niet volledig besteed zijn en worden doorgeschoven. Dat zij zo, maar ik durf wel te beweren dat het in de toekomst scherper bewaakt zal blijven met het verbeterplan dat er al ligt.
Komend bij de motie, zou ik zeggen dat iets wat al in gang gezet is en gaande is de motie wat mij betreft overbodig maakt. De heer Tekir: Voorzitter, dan zou ik, om in markttermen te blijven, meteen zaken willen doen. Als er een verbeterplan ligt en u kunt ons dat toesturen, dan wil ik de motie zeker aanhouden. We gaan niet niets voorstellen wat al loopt. Wethouder Van Zanten: Ik zeg niet dat er een verbeterplan ligt, ik zeg dat er een verbeteractie aan de gang is. Het voorbeeld dat ik genoemd heb is het invoeren van de verplichtingenadministratie. De heer Tekir: Zullen we er dan van maken “zodra gereed”?
J - 42
Wethouder Van Zanten: Ik wil wel een kleine voorzet geven om hier uit te komen. Bij de behandeling van de turap wil ik er nog wel kort iets over zeggen en ook aangeven wat het verbeterplan precies inhoudt. Als u daarmee kunt leven? De heer Tekir: Graag! Dan kunnen we de motie aanhouden. Wethouder Van Zanten: Fijn. Voorzitter, dan lijkt het mij op z’n plaats om nu wethouder Kraaijeveld en wethouder Van der Geest volgtijdelijk het woord te geven over de moties die er nog liggen. De voorzitter: Dat lijkt me een goed plan, wethouder. Ik geef wethouder Kraaijeveld als eerste het woord. Wethouder Kraaijeveld: Voorzitter, dank u wel. Dank ook voor de mooie bespiegelingen die door de raad zijn meegegeven, ook vanuit het sociaal domein. Wethouder Van Zanten zei al iets over de coronasituatie. Ik denk dat we ongelooflijk trots mogen zijn op onze partners in deze stad, die allemaal een beentje bij hebben gezet om de tweede golf het hoofd te bieden en de mensen de zorg te geven die daarvoor nodig was. Technisch werd mij een vraag gesteld over de tonnen CO2. De vragen hebben mij in ieder geval niet bereikt, dus als u het goed vindt stel ik voor dat we die vragen ontvangen, dan kunnen we die netjes afwikkelen. Het is ook een technische vraag natuurlijk, en wellicht niet helemaal voor nu- Ik hoor dat de vragen opnieuw zullen worden ingediend. Heel graag, dank u wel.
Verschillende fracties hebben iets gezegd over het amendement ‘Ondersteuning van mantelzorgers blijft overeind’. Op dit moment kunnen we uit met de middelen die we hebben, dus het team dat bezig is met mantelzorgondersteuning. We hebben geïntensiveerd in verlichtende mantelzorg / vervangende mantelzorg, dat ook vanuit het welzijnsloket steeds beter wordt gevonden. Dus daar kunnen we mee uit de voeten. In die zin is het niet nodig die 49.000 euro hard te bestemmen. Het is terecht wat mevrouw Dansen zegt, en de heer Oostrum: dat gaat sowieso terug naar de reserve sociaal domein. Mocht het het komend jaar toch nog nodig zijn om daarop te intensiveren vanuit het team sociaal, dan kan het altijd via de turap weer een extra budgetvraag zijn. In die zin is het geld niet zozeer weg en kan het weer gevraagd worden als het nodig is. De heer Van der Meijden: VoorzitterDe voorzitter: De heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: Dank voor de reactie. De wethouder geeft aan dat het team uit de voeten kan met het budget dat er nu is. Tegelijkertijd denk ik dat er geen enkele beleidsmaker zal zijn die tegen extra geld zal zeggen: dat ga ik niet wegzetten, zeker niet als we zien dat het gaat om de mantelzorgers die het in deze tijd zo ongelooflijk zwaar hebben gehad. U kunt dit geld toch best gebruiken, neem ik aan, als we kijken naar de problematiek die er is rond mantelzorgers.
Ik ken weinig wethouders die geld weigeren. Wethouder Kraaijeveld: Natuurlijk kunnen we dat gebruiken en zo zijn er nog wel meer categorieën die altijd extra geld kunnen gebruiken. Het gaat er, denk ik, wel om langs J - 43
welke inhoudelijke lijnen je de lijnen uitzet, en dat is, denk ik, gebruikelijker vanuit de perspectiefnota en uiteindelijk bij een begroting, waarin je zegt van: vanuit een integrale afweging zijn dit de doelen die we voorstaan. Dat is volgens mij de manier waarop dat vaak gebeurt. Het is ook niet zo’n zwaar punt, laat ik daarover ook maar helder zijn, dus laat ik het graag aan de raad om te beoordelen hoe daarmee moet worden omgegaan. Ik wil wel aangeven dat het team op dit moment uit de voeten kan met de middelen die er zijn en als er middelen nodig zijn, weten ze heel goed, via een turap bijvoorbeeld, of via een begroting, dat uiteindelijk aan de raad voor te leggen vanuit de integraliteit. De heer Van der Meijden: Dan een iets technischer vraag, en dan ga ik ‘m omdraaien. Het college stelt bij een heleboel andere voorstellen wel voor om een herbestemming te laten plaatsvinden en het niet via de reguliere route, via de turap, te gaan doen. Dan zou ik graag van het college willen weten wat de overwegingen zijn geweest om het op alle andere punten wel te doen, maar hier niet. Wethouder Kraaijeveld: Volgens mij is al toegelicht waarom dat zo is. Op dit punt, als het gaat over de mantelzorg, geef ik aan dat we op dit moment uit kunnen met de middelen die we hebben.
We hebben daar een formatie die staat, de contacten met de mantelzorg zijn gelukt en het afgelopen jaar hebben we nog extra gesprekken kunnen voeren met mantelzorgers in tijd van corona, dus we hebben ook dat beentje bij kunnen trekken op het moment dat het nodig was. Maar wat ik al zei: het is geen zwaar punt, dus in die zin leg ik het gewoon bij u als raad terug. Ik geef wel aan dat wij op dit moment uit de voeten kunnen en op het moment dat we vanuit de mantelzorg zien dat er extra middelen nodig zijn, kan daarvoor de gebruikelijke route worden gevolgd. De heer De Pagter: Voorzitter, ik wil ook nog graag even reageren. De voorzitter: De heer De Pagter. De heer De Pagter: Goed te horen dat de middelen dekkend zijn. Het is onze intentie met dit amendement een extra impuls te geven om te verbreden en meer mantelzorgers in beeld te krijgen, want ze zijn een belangrijke schakel in onze samenleving. Juist door een extra impuls aan de nieuwe coalitie mee te geven om ermee aan de slag te gaan, biedt dit de mogelijkheid om te verbreden en om meer mantelzorgers de juiste eer te geven voor het werk dat zij doen onder zware omstandigheden. Dus we zien het echt als een extra impuls die we mee willen geven. Goed om te horen dat het dekkend is, maar dit is wel een kans om nog een extra boost mee te geven. De voorzitter: De Oostrum. De heer Oostrum: Voorzitter.
Ik hoor een nieuwe coalitie tussen ChristenUnie/SGP en D66, die gezamenlijk dit amendement indienen. Maar tot D66 zou ik willen zeggen dat het een beetje tegengesteld klinkt aan de andere motie die ze heeft ingediend om wat zuiverder te begroten. De wethouder heb ik horen zeggen dat er voldoende begroot is, maar u zegt: doe nog maar even wat meer voor de zekerheid. De voorzitter: De heer Van der Meijden.
J - 44
De heer Van der Meijden: Dit bedrag was hiervoor bestemd, dus het is perfect in lijn met de motie om wat je begroot ook te gaan uitgeven. Dat is realistisch begroten, zou ik zeggen. De heer Oostrum: Maar dit bedrag bleef over uit 2021 en de wethouder zegt dat het in 2022 reëel begroot is en dat het genoeg is. Dus u bent nu bezig om een begroting die wel zuiver was te veranderen en daarmee creëert u een probleem aan het eind van het jaar. De heer Van der Meijden: U zegt “veranderen”, ik zeg “herstellen”. De heer Oostrum: Ik wilde niet flauw doen. De voorzitter: Ik kijk naar de wethouder. Wethouder Kraaijeveld: Het is ook hoe u daar als raad zelf mee aan de slag wilt. Het signaal is, denk ik, duidelijk: kijken hoe je ten aanzien van mantelzorg extra zaken kunt doen. Het is, denk ik, wel zo: als daar een stapje bij moet, op wat voor manier dan ook, dan is het wel gebruikelijk om daar een voorstel voor te maken, omdat je dan gaat afwegen dat er misschien ook wel wat capaciteit nodig zal zijn om die plannen te maken, et cetera, en bij u terug te leggen. Maar goed, het gaat over een relatief klein bedrag, dus ik vraag me ook af of we hier zo uitvoerig bij stil moeten staan. Ik heb mijn reactie gegeven en het is aan u om daarover te besluiten. De voorzitter: Mevrouw Paans.
Mevrouw Paans: Ik vroeg mij af of het antwoord van de wethouder ook te maken heeft met het feit dat de jaarstukken van 2021 dan aangepast moeten worden, en dat dat misschien lastiger is. Wethouder Kraaijeveld: Nee, in zoverre niet: het is de afsluiting van een jaar, waarbij een aantal herbestemmingsvoorstellen zijn gedaan omdat we vinden dat we daarmee concreet verder moeten. In de begroting 2022 is ook mantelzorg weer opgenomen als element, dus dat is niet zozeer het punt. Mevrouw Paans: Dan heb ik nog een vraag. Kan wel gegarandeerd worden dat in ieder geval minimaal die 49.000 euro ten goede komt aan de mantelzorgers, als het dan in de reserve sociaal domein komt? Wethouder Kraaijeveld: Het antwoord is nee. Het wordt ondergebracht in de reserve sociaal domein. Het is goed gebruik dat middelen die overblijven in het sociaal domein weer teruggaan naar die reserve en dat continu wordt gekeken op welke manier je welke doelstellingen in het sociaal domein breed wilt realiseren. Het wordt ook gebruikt voor bijvoorbeeld innovaties, of als je nieuwe dingen zou willen doen, en het wordt gebruikt als uiteindelijk blijkt dat er toch meer geld nodig is gebleken in het sociaal domein aan het einde van het jaar.
Dat is de afgelopen vier jaar wel eens voorgekomen, bijvoorbeeld rondom jeugdhulp: dan bleek dat er ondanks de eerste burap toch nog extra geld nodig was, en dat is toen incidenteel uit die reserve gehaald. Mevrouw Paans: Dank. J - 45
De voorzitter: Ik zie dat het toch nogal financieel-technisch is en dat de wethouder voor financiën hierop graag nog even wil reageren. Wethouder Van Zanten: Voorzitter. Met alle waardering voor wat door wethouder Kraaijeveld is ingebracht, wil ik de fractie van D66 toch vragen of we dit niet op een andere manier zouden kunnen regelen dan via een aanpassing van de jaarrekening. Het aanpassen van de jaarrekening levert namelijk een probleem op met de accountantsverklaring. De accountant heeft nadrukkelijk aangegeven dat de verklaring niet meer geldig is als een wijziging wordt aangebracht in de rekening. De heer Van der Meijden: Voorzitter, mag ik dan meteen een handreiking doen aan de wethouder? Het is een technische wijziging en wat mij betreft zet ik exact hetzelfde in een motie vreemd aan de orde van de dag, om het te onttrekken aan de reserve sociaal domein. Wethouder Van Zanten: Je voegt een stukje resultaatbestemming toe en daarmee breng je een wijziging aan in de stukken. Zo heb ik het in ieder geval wel begrepen uit het verhaal dat de accountant aan ons heeft aangeleverd. In feite gaat het om een kleinigheid. Het geld voor de mantelzorg is gewoon aanwezig, ook binnen het sociaal domein is dat verzekerd, dus de noodzaak ontbreekt om deze extra resultaatbestemming aan te brengen.
Ik zou daarom toch willen vragen of dit op een andere wijze besproken kan worden, bijvoorbeeld bij de behandeling van de perspectiefnota, en de rekening op dit moment te laten zoals die is vastgesteld. De voorzitter: Ik kijk even naar D66. Is het een optie om het bij de behandeling van de perspectiefnota opnieuw in bespreking te brengen? De heer Tekir: Ik vind het echt heel opmerkelijk, want waarom zijn we dan op dit moment de jaarstukken aan het bespreken met elkaar? Er worden resultaatbestemmingen gedaan vanuit het college, die kunnen allemaal door, en als een resultaatbestemming wordt voorgesteld vanuit de gemeenteraad, waar het budgetrecht ligt, kan dat niet. Dit is echt iets wat ik ook graag met de accountant zou willen bespreken, want ik voel me hier als raadslid niet senang bij. U mag van mij best de ruimte nemen om het financieeltechnisch op een andere manier te regelen, maar het gaat hier om een politieke afweging en die hoort in de raad plaats te vinden. Het amendement is financieel-technisch kloppend en zou daarom ook uitgevoerd moeten kunnen worden. Ik vind dit dus heel opmerkelijk. Wethouder Van Zanten: Ik kan me dat heel goed voorstellen, maar ik heb hier toch expliciet een tekst over aangetroffen bij de accountsverklaring.
De heer Tekir: Maar, voorzitterDe voorzitter: Voordat wij nu met elkaar in een hele technische discussie terechtkomen, toch even het volgende. De wethouder heeft aangegeven dat het zijns inziens vanwege ‘accountantsredenen’ niet wenselijk is het op deze manier te doen. Heel binnenkort bespreken we de perspectiefnota en ik leg D66 de vraag voor of zij persisteert bij haar voorstel, of dat het nu van de agenda kan worden afgevoerd, om het bij de perspectiefnota, al dan niet in een wat gewijzigde vorm, weer in te brengen. J - 46
De heer Tekir: Volgens mij kunnen we het ook vanavond behandelen en dan mag wat mij betreft ook via een motie worden voorgesteld het aan de reserve te onttrekken. De voorzitter: Dan zult u de motie moeten aanpassen en ik zie ook signalen in de raad als het gaat over het tijdsbeslag. We zijn hier nu al een behoorlijke tijd mee bezit, dus ik denk dat het pragmatischDe heer Tekir: Ik wil hierbij wel aantekenen, voorzitter, dat ik ambtelijk overleg heb gehad over dit amendement en dat mij daarin niet is verteld dat dit een bezwaar zou opleveren bij de accountant. Ik vind dat ik nu voor het blok word gezet met de mededeling dat een amendement, dat vooraf ambtelijk is besproken en afgestemd, nu ineens door de accountant tegengehouden zou worden. Dat vind ik wel heel krom. De voorzitter: Ik denk dat het sowieso goed is rond dit vraagstuk inhoudelijk eens te kijken wat wel en niet kan in deze fase van het proces. In een gesprek kan dan tevens nog eens even worden teruggeblikt op de manier waarop het ambtelijk qua advisering is gegaan. Maar ik wil nu even een uitspraak van u: wilt u het amendement op deze manier in behandeling brengen, of bij de perspectiefnota? De heer Tekir: Ik kom er in tweede termijn op terug. De voorzitter: Prima. Dank u wel, wethouder. Dan wethouder Van der Geest. Wethouder Van der Geest: Dank u wel, voorzitter. Gezien de tijd zal ik het kort houden.
Eén vraag van Democraten Gorinchem ging over het uitvoeringsplan: of daarin nog wel ruimte was voor het stegenplan. Jazeker. De eerste geveltuintjesverbinding wordt aangelegd, de verlichtingsaanvragen zijn in behandeling en de muurschilderingen zitten natuurlijk ook in het plan van het warenhuis van de binnenstad van Hartje Gorkum. Met een aantal partijen in de stad, zeker de vastgoedeigenaren, wordt overlegd waar die muurschilderingen moeten komen en wat het beste is om er misschien een mooi geheel van te maken. Dus dat ligt bij de stad. Door D66 is een motie-laadpalen ingediend waarin resultaat wordt gevraagd op onderdelen waar wij wel invloed op hebben, en dat is het toetsen van locatievoorstellen aan beleid en civieltechnische mogelijkheden en besluitvorming rond de verkeersbesluiten. Daarop proberen we zo snel en adequaat mogelijk te handelen. Ik zie de motie dus als ondersteuning, of een soort garantie dat we daarmee aan de slag gaan. Daarnaast zou ik dit ook willen zien als signaal richting de partijen, zeker Allego, die het tot 31 december uitvoerde, en Equans, als ik het goed uitspreek, die recent is begonnen in onze gemeente. Ook hierbij spelen levertermijnen van materialen een rol, maar zeker ook de capaciteit bij de netbeheerders.
Daar wijst Allego ook op: netbeheerders mogen er 18 weken over doen om een stroomaansluiting gereed te hebben en van Allego zijn er nog 22 van het vorig jaar over. Dus zelfs met die 18 weken moet het eigenlijk wel goed komen, maar we kunnen er geen garantie op geven. Dus de motie zoals die is aangepast – dank daarvoor – kunnen we aannemen, althans: er zal in ieder geval één raadslid voor stemmen! De voorzitter: De heer Van Santen.
J - 47
De heer Van Santen: De motie is aangepast, begrijp ik, door er iets in op te nemen over een verkeersbesluit of iets dergelijks, en daarom kunt u die nu wel als ondersteuning zien. Wat maakt dan dat we met een verkeersbesluit wel invloed kunnen hebben op de markt? Wethouder Van der Geest: Dat zeg ik net, voorzitter: we hebben géén invloed op de markt, maar we kunnen ze met deze motie wel aansporen om het signaal door te geven om daar haast mee te maken, zeker Allego, die inmiddels geen partij meer is hier, behalve dan dat ze tot 31 december nog 22 laadpalen moet gaan plaatsen. Daarmee zitten we haar echt achter de broek, dat is moeizaam, dus dit signaal helpt daarbij. Met Equans is recent begonnen, daar zijn inmiddels al 28 aanvragen opgespaard dit jaar, dus dat zal wat langer duren. De heer Van Santen: Ik wil het u niet te moeilijk maken, en misschien kan het ook schriftelijk, maar wat is dan dat verkeersbesluit? Wat wijzigt er dan, dat dat mogelijk is? Wethouder Van der Geest: Als een aanvrage binnenkomt van een bewoner voor een laadpaal, wordt eerst gekeken of het civieltechnisch mogelijk is om een aansluiting te maken. Vervolgens wordt een verkeersbesluit genomen waartegen mensen bezwaar kunnen maken, en dat gebeurt best regelmatig. Daarom duurt het soms best ook lang voordat een besluit genomen kan worden, tot aan de bezwaarschriftencommissie aan toe.
Dat is het verkeersbesluit, dat wij dan ook publiceren. De voorzitter: Dank voor de beantwoording. Ik moet zeggen dat ik wel wat twijfel heb over dit type vragen, want ik denk niet dat die helemaal in de raad thuishoren. Dat zou toch echt wel in eerdere sessies moeten plaatsvinden. De heer Van Santen: Sorry hoor, maar mag ik daar nog even op reageren? De voorzitter: Ja, dat mag. De heer Van Santen: Ik snap wat u zegt, maar de motie is op het laatste moment aangepast met deze strekking, en dan is het wel wenselijk dat de raadsleden weten wat voor uitwerking dat heeft. Het lijkt mij dus gewoon een terechte vraag. (Het voorzitterschap wordt overgedragen aan de heer Oostrum) De voorzitter: Er resten nog twee vragen voor de burgemeester. De burgemeester: Allereerst de vraag over het coronamonument. Op aangeven van een motie van ChristenUnie/SGP, die uiteindelijk door de hele raad omarmd is, heb ik een uitvraag gedaan richting de Gorcumse bevolking om met suggesties te komen voor een coronamonument. Het heeft een groot aantal suggesties en reacties opgeleverd. Een aantal mensen heeft aangegeven het nog niet zo te zien zitten omdat we toen – najaar 2021 – nog midden in een pandemie zaten. Anderen vroegen zich af of daaraan zoveel geld besteed moest worden. Maar er waren ook hele mooie ideeën bij.
Het leek me goed naar aanleiding van de binnengekomen reacties met de indiener van de motie, mevrouw Molengraaf, voormalig raadslid van ChristenUnie/SGP, om tafel te gaan zitten, alsmede met een vertegenwoordiger van de Stichting In de Toren. Daarmee hebben we de afgelopen tijd een paar keer een gesprek gehad, waarbij in eerste instantie het momentum J - 48
er niet was, omdat we op een gegeven moment weer midden in een pandemie zaten. Nog niet zo heel lang geleden hadden we zelfs nog een lockdown. Maar afgelopen vrijdag zijn we opnieuw om de tafel gaan zitten. Er lagen toen een paar ideeën en één idee wordt nu uitgewerkt. Na de zomervakantie hoop ik daar wat meer over te kunnen vertellen. Ten aanzien van het camerabeleid, als het gaat over het onderzoek naar de effecten van de camera’s die Buiten de Waterpoort zijn geplaatst: dat gaat in september plaatsvinden. (Het voorzitterschap wordt overgedragen aan de burgemeester) De heer Van der Meijden: Mevrouw de voorzitter. Als hiermee een einde is gekomen aan de eerste termijn, zou ik u willen verzoeken om een schorsing van vijf minuten. De voorzitter: Akkoord. De vergadering is voor vijf minuten geschorst (22.51 uur). Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (23.10 uur). Door D66 was de schorsing aangevraagd. Ik kijk even in die richting, wat het heeft opgeleverd. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. De schorsing heeft een heleboel opgeleverd. Ik wil die schorsing met alle plezier compenseren door het kort en krachtig te houden. Allereerst ben ik blij dat we in het gesprek over realistisch begroten en bijsturen de goede afspraak hebben kunnen maken om de verbeterplannen die nu lopen af te wachten en daarover bijgepraat te worden bij de turap.
Wat ik al zei: het gaat ons er vooral om dat we vooruitblikken en kijken hoe we samen de grip op de begroting kunnen versterken en ook op gezette tijden, zoals zo’n turap, voldoende bijsturingsmogelijkheden krijgen, zodat we alle verrassingen die zich kunnen voordoen voorkomen. Blij ben ik ook met de positieve woorden over de motie inzake de laadpalen. Wij zien het inderdaad, wil ik nog even zeggen richting het CDA, als een duw in de rug om de boeggolf die het misschien wel is – 22 mensen van de vorige aanbieder en 28 van de huidige aanbieder – binnen onze eigen invloedssfeer uitsluitsel te kunnen geven. Ik hoop dat die motie op een raadsbrede meerderheid kan rekenen, zodat we daar letterlijk meters in kunnen maken. De schorsing was bedoeld voor het amendement.
Dat trekken we in en in plaats daarvan dienen we de volgende motie in: Motie M3: Ondersteuning van mantelzorgers blijft overeind De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op donderdag 23 juni 2022; overwegende, dat: - COVID-19 een zware wissel heeft getrokken op mantelzorgers, onder meer vanwege verminderde beschikbaarheid van professionele hulp, zorgen over besmettingsrisico's en beperkte mogelijkheden tot ontspanning; - vooral mensen die intensieve mantelzorg verlenen het tijdens de pandemie (nog) zwaarder vonden om die zorg te verlenen; - één op de vier mantelzorgers wel eens bang is dat ze de zorg en ondersteuning van een naaste niet meer aankunnen; en - ondersteuning van mantelzorgers, bijvoorbeeld in de vorm van het aanbieden van respijtzorg, hen helpt om mantelzorg te (blijven) geven aan mensen die thuis zorg en hulp nodig hebben; constaterende, dat:
J - 49
door de eenmalige kostenbesparing terug te laten vloeien in de algemene reserve Sociaal Domein het risico ontstaat dat deze financiële middelen in de toekomst ingezet worden voor andere doeleinden dan waarvoor de raad deze oorspronkelijk had gealloceerd; en - het niet herbestemmen van deze financiële middelen, met oog op de bovenstaande overwegingen, een maatschappelijk onwenselijke uitkomst is; verzoekt het college: - het bedrag van 49.000 euro in 2022 te herbestemmen voor de ondersteuning van mantelzorgers. Achtergrondinformatie: https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/mantelzorg-het-gedrang-door-corona -
Wij hebben een en ander niet alleen met de wethouder voor financiën afgestemd, maar ook met de concerncontroller en hebben er alle vertrouwen in dat dit nu wel goed komt. Uit betrouwbare bronnen heb ik vernomen dat op het punt van het wel of niet kunnen beoordelen van resultaatbestemmingen een evaluatie komt met de accountant. Dat lijkt ons ook broodnodig, omdat we als raad te allen tijde zelf het budgetrecht hebben en daarmee wel of niet akkoord moeten kunnen gaan zonder dat het allerlei consequenties heeft. De motie wordt uiteraard wederom mede ingediend met ChristenUnie/SGP. We hopen dat ze op breed draagvlak kan rekenen. Ik wil er één element uitlichten dat mijzelf aan het hart ligt. In de coronatijd heb ik een mevrouw gesproken die mantelzorg verleende aan haar partner, een oudere mevrouw. Ze deed dat al heel lang en wat ze heel graag wilde was een keer op vakantie kunnen gaan. Daar is respijtzorg voor, wat we kennen, maar dat bleek van zo korte duur en met een aantal beperkingen, waardoor het bij haar niet uitkwam. Al die jaren kon ze daarom niet op vakantie gaan. Uiteindelijk heeft ze dat wel kunnen doen toen haar partner was heengegaan. Maar dat heeft me wel heel erg geraakt. Ik denk dat we met name bij dat soort ondersteuningsaspecten als respijtzorg, zeker na een coronapandemie, iets meer ruimte zouden moeten maken om die mantelzorgers te ontlasten. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Ik concludeer dat u uw amendement hebt ingetrokken en daarvoor in de plaats een motie hebt ingediend, zijnde motie M3. Ik kijk even rond of er behoefte bestaat aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Ik zie allemaal opgeluchte gezichten! Dan gaan we conform het reglement van orde eerst over tot stemmen over de moties en daarna over het raadsvoorstel. Aan de orde is motie M1, ‘’Realistisch begroten en bijsturen’. De heer Tekir: Voorzitter. Die motie is aangehouden na de toezegging die door de wethouder is gedaan. De voorzitter: Dat hebben we achter deze tafel niet meegekregen, maar dank voor de alertheid. Dan gaan we naar motie M2, ‘Wacht jij ook nog op een laadpaal?’. De motie wordt in stemming gebracht en met 22 stemmen tegen 1 stem aangenomen. De voorzitter: Aan de orde is motie M3, ‘Ondersteuning van mantelzorgers blijft overeind’. Voor het afleggen van een stemverklaring is het woord aan mevrouw Dansen.
J - 50
Mevrouw Dansen: Waarschijnlijk tot teleurstelling van D66 zal ik tegenstemmen, omdat, ondanks het feit dat erover is nagedacht en het veranderd is, er nog steeds geen plan is. Ik vind nog steeds: geld volgt beleid en geld volgt niet alleen zichzelf. De motie wordt hierop in stemming gebracht en met 22 stemmen tegen 1 stem aangenomen. De voorzitter: Aan de orde is ten slotte het raadsvoorstel. Het voorstel wordt in stemming gebracht en met algemene stemmen aanvaard. De voorzitter: Hartelijk dank aan u, maar zeker ook aan de ambtelijke organisatie voor het vele werk. Een applausje daarvoor lijkt me wel op z’n plek. (Applaus) 7.c Zienswijze gemeenschappelijke regeling Avres (2022-804822)
De voorzitter: De heer Krol van ChristenUnie/SGP heeft zich als spreker aangemeld. Ik geef hem graag het woord. De heer Krol: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat ik zo uw raad mag meenemen naar het hoogtepunt van deze avond op dit tijdstip. Ik zal proberen het niet te technisch te maken, maar vooral het principieel te benaderen. Dit betreft de zienswijze van de raad op de jaarstukken van Avres, met name op het onderdeel waarin Avres voorstelt 743.000 euro uit het positieve resultaat 2021 veilig te stellen ten behoeve van het ambitiefonds. Eigenlijk moet ik zeggen “een ambitiefonds”, want het is nog niet nader gedefinieerd. U heeft de motivatie kunnen lezen bij de amendering op de zienswijze die u per e-mail is toegestuurd, overigens een amendement dat ik overweeg in te dienen mede namens de fractie van de Socialistische Partij. Om niet in herhaling te vervallen, kies ik in deze mondelinge toelichting voor een wat andere insteek. Allereerst vind ik het toch wel heel belangrijk om te stellen dat wij Avres zien als een gedegen organisatie waar we trots op mogen zijn. Tweede constatering: dat er kwetsbaarheden zijn in de democratische sturing op deze gemeenschappelijke regeling, maar ook op andere gemeenschappelijke regelingen.
Het is niet voor niets dat er een aanpassing van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen aan zit te komen, waarin het instrumentarium voor de raad wordt verruimd. Als het gaat om Avres, heb ik mij vooral afgevraagd wat onze individuele raad nou in de melk heeft te brokkelen via zijn zienswijze op Avres. In februari is in de raad gesproken over het ambitiedocument van Avres en daaruit is een voorkeursvariant naar voren gekomen waar een ambitiefonds bij hoort. Over dat ambitiefonds was heel veel discussie en onduidelijkheid in I&O en B&A over de jaarstukken. Naar aanleiding van de bespreking in februari is een zienswijze namens de raad verstuurd naar Avres, waarin heel nadrukkelijk werd aangegeven – en in de toelichting die gestuurd is kunt u de letterlijke tekst zien uit de zienswijze – dat er eerst een uitvoeringsplan dient te zijn en dat er kaders moeten zijn voordat we daarvoor geld gaan vrijmaken. Dus geen geschuif met potjes, maar een zuivere benadering in dezen, een zuiver proces, want zonder kaders weten we niet waarom dit bedrag in de reserve wordt gestopt, we weten niet wat de samenhang is tussen de algemene reserve van Avres en
J - 51
deze nieuwe bestemmingsreserve en überhaupt niet hoe het hele fonds ingezet zal worden. Ik heb nog een andere kwetsbaarheid gezien, en die heeft te maken met de totstandkoming van de zienswijze. De wethouder, die ik overigens zeer hoog acht, was eigenlijk penvoerder namens onze raad voor deze zienswijze. Tijdens de B&A-sessie had ik het idee dat hij vooral zijn pet op had als lid van het dagelijks bestuur van Avres. Ik heb geen ontvankelijkheid ervaren vanuit zijn rol als penvoerder voor de principiële bezwaren die werden geuit op dit punt en waarop ook meerdere instemmende reacties waren. Van een penvoerder verwacht ik op zo’n moment van: hé, hier leeft wat in de raad, kunnen we dat met elkaar scherp krijgen, zodat het wellicht ook een plek kan krijgen in die zienswijze? Kort samengevat, in lijn met wat eerder door de raad is gecommuniceerd als het gaat over het ambitiefonds Avres: eerst het plan, dan de poen. En nu ben ik het wel met Eva eens op dat punt! Bij dezen dien ik graag het amendement in: Amendement A1: Ambitiefonds Avres, eerst een plan, dan de poen De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 23 juni 2022; stelt het volgende amendement voor: in de zienswijze genoemd onder punt 1 van het besluit: “U stelt voor om van het positieve resultaat € 743.000 te bestemmen in een te vormen bestemmingsreserve voor het ambitiefonds.
In februari van dit jaar hebben wij onze zienswijze gegeven op het ambitiedocument en daarmee het idee van een ambitiefonds. Het Algemeen Bestuur heeft na het zienswijzetraject het ambitiedocument vastgesteld en Avres de opdracht gegeven om een uitvoeringsdocument te ontwikkelen en een ambitiefonds op te richten. In lijn met de eerdere zienswijze op het ambitiedocument, zien we het uitvoeringsplan en de kaders van het ambitiefonds graag voor zienswijze tegemoet, inclusief financieringsaspect en onderbouwing ten aanzien van het revolverend karakter van het fonds. Zodra de kaders van het ambitiefonds na een zienswijzetraject door het Algemeen Bestuur van Avres worden vastgesteld, kan er worden overgegaan tot daadwerkelijke dotatie vanuit de te vormen bestemmingsreserve” te wijzigen in: “U stelt voor om van het positieve resultaat € 743.000 te bestemmen in een te vormen bestemmingsreserve voor het ambitiefonds. De gemeenteraad van Gorinchem ziet hier graag een ander proces. Immers, in februari van dit jaar hebben wij onze zienswijze gegeven op het ambitiedocument en daarmee het idee van een ambitiefonds. Gebleken is dat -naast brede instemming met het voorkeursscenario uit het ambitiedocument- dit ambitiefonds veel vragen oproept wat betreft bereik, kaders en financiering.
In lijn met de eerdere zienswijze op het ambitiedocument, zien we het uitvoeringsplan en de kaders van het ambitiefonds graag voor zienswijze tegemoet, inclusief financieringsaspect en onderbouwing ten aanzien van het revolverend karakter van het fonds. Gorinchem ziet graag dat de € 743.000 op dit moment wordt toegevoegd aan de algemene reserve van Avres. Na verwerking van de zienswijzen op de uitwerking van het ambitiedocument, het uitvoeringsplan en de kaders van het fonds, en deze door het Algemeen Bestuur van Avres worden vastgesteld, kan er worden overgegaan tot het vrijmaken van middelen vanuit de algemene reserve en de daadwerkelijke dotatie vanuit het fonds, voor te leggen via een begrotingswijziging. Deze volgorde draagt bij aan een zuiverder afweging over inzet en werking van dit fonds, en geeft uiteindelijk een betere onderbouwing van de voor het fonds benodigde middelen.”
De voorzitter: De heer Oostrum. De heer Oostrum: Voorzitter. In de B&A-sessie heb ik opgemerkt dat het wel goed zou zijn om een cursusje gemeenschappelijke regelingen te geven aan nieuwe raadsleden. De heer Krol had het over de kwetsbaarheden van gemeenschappelijke regelingen en met dit amendement doet hij nu juist iets heel kwetsbaars. Deze gemeenteraad heeft eerder een J - 52
zienswijze ingeleverd en die is niet door de penvoerder, maar door onze wethouder ingebracht in het algemeen bestuur, want hij zit namens ons in dat algemeen bestuur. In dat algemeen bestuur is na dat zienswijzetraject toch besloten het ambitiedocument vast te stellen en de organisatie op te dragen een uitvoeringsdocument te ontwikkelen en een ambitiefonds op te richten. Dus dat is een opdracht in het algemeen bestuur, waartoe mede namens de gemeente Gorinchem daar is besloten. De zienswijze die nu wordt ingediend wijst even terug op de zienswijze die we destijds hebben ingediend, en dat is een nette manier om te zeggen “wij blijven toch van mening dat het anders had gemoeten”. Maar het besluit is nu eenmaal genomen, dus wat de PvdA betreft is dit een amendement dat de positie van Gorinchem in die gemeenschappelijke regeling heel kwetsbaar maakt. Je geeft hiermee een soort eigenwijs besluit af van: wij hebben nu eenmaal gezegd dat we het anders willen en dan zullen we het nog maar een keer zeggen. Ik denk dat de beweging van ”oké, het besluit is genomen en we verwachten nu weer een zienswijzetraject, om daarna het besluit alsnog te kunnen nemen” zuiverder is. Ik zou u daarom willen adviseren het amendement in te trekken. De heer Krol: Als ik daar kort op in mag gaan, voorzitter: ik heb daar een heel ander beeld bij.
Er is een richting gekozen van “we willen dat scenario 2”, dus “we willen ambities tonen”, laat ik het zo maar zeggen. Maar we constateren ook dat, voordat we verder iets zinnigs kunnen zeggen, ook over de bestemming van middelen, er een uitvoeringsplan zal moeten komen en dat er kaders, ook voor de aanwending van de reserve van Avres, zullen moeten komen. Die onderdelen zijn nog niet aangeleverd en volgens mij versterken we onze positie juist door ook als raad hier heel dicht op de bal te spelen. De heer Oostrum: Eigenlijk bedoelen we hetzelfde, we willen alleen een andere manier. Met dit amendement zegt u dat u het nog een keertje wilt aankaarten bij hetzelfde algemeen bestuur. Dat willen wij ook, maar op een andere manier. Het besluit is destijds nu eenmaal genomen. De zienswijze is meegenomen en toch is het besluit genomen. We wijzen nu nog even op de zienswijze die we toen al hadden, die bevestigen we nog een keertje, maar het besluit is nu eenmaal genomen en we gaan een besluit dat al genomen is niet nog een keer amenderen. De heer Krol: Inderdaad wordt teruggegrepen op de zienswijze van februari, maar niet volledig. Ik wil best nog een keer letterlijk citeren uit de onderbouwing die bij het amendement is gevoegd: “… is het wel goed om de kaders van deze reserve duidelijk te definiëren. Wij ontvangen dan ook graag eerst het uitgewerkte uitvoeringsplan”.
De heer Oostrum: Het college stelt voor om in lijn met de eerdere zienswijze op het ambitiedocument het uitvoeringsplan en de kaders voor het ambitiefonds voor een zienswijze tegemoet te zien. Wij verwachten dus dat het eerst nog hierheen komt. Dat bedoelt u eigenlijk ook te zeggen, terwijl dat hier al in staat. De heer Krol: Nee, ik bedoel te zeggen dat ik eerst graag het fundamentele gesprek over dat fonds heb, wat de kaders daarvoor zijn, hoe dat fonds gaat werken, om zo in het gesprek met elkaar zicht te krijgen op wat er nodig is aan financiële onderbouwing voor dat fonds. Nu wordt eigenlijk, zonder dat dat gesprek gevoerd is, al een bedrag apart gezet J - 53
voor dat fonds. In de stukken zag ik ook dat bij Avres het beeld leeft dat dat fonds nog veel groter wordt, terwijl we tot nu toe alleen het woord ambitiefonds hebben en nog geen enkele inhoud van dat fonds. Dat raakt uiteindelijk wel de financiële positie van de gemeente, want op het moment dat Avres tekorten gaat draaien, er heel veel geld in een reserve voor dat fonds zit en de weerstandsratio daalt, moeten wij bijpassen. Daarom willen wij graag eerst over de samenhang van die dingen het gesprek voeren in de raad. De heer Oostrum: Dat staat ook al in de zienswijze, althans in het concept dat voorligt. Wij willen graag de zienswijze eerst zien voordat we daar te zijner tijd een besluit over nemen. Ik denk dat we heel dicht bij elkaar zitten, maar het amendement doet meer kwaad dan goed. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Dansen. Mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Als mede-indiener van het amendement wil ik proberen de heer Krol nog wat aan te vullen. Voor ons is een buitengewoon principieel punt dat geld beleid volgt: eerst beleid, dan geld. Buiten dat hebben we het hier over een considerabel bedrag en de raad gaat over geld. Het is dus volkomen legitiem om daar als raad iets van te vinden. Ten derde wordt hier een zienswijze gevraagd aan de raad.
In Gorinchem is ervoor gekozen om dat te laten uitvoeren door B&W, dat kan, maar nog steeds is het dan aan de raad en kun je niet zeggen: de wethouder heeft er al wat van gezegd en dus mag de raad er niks meer van vinden. Ik vind dat je vanuit de raad moet kijken en ik zie de fractievoorzitter van de PvdA momenteel heel erg redeneren vanuit het college. Voor een collegepartij is dat niet raar, maar vanuit de raad ondersteun ik het amendement volledig en denk ik ook dat het heel terecht is. De voorzitter: Interruptie de heer Oostrum. De heer Oostrum: Ik blijf proberen over te dragen dat het niet zozeer gaat over de inhoud als wel over de manier waarop. Eerder is in een zienswijze aan het algemeen bestuur kenbaar gemaakt hoe de raad erover denktMevrouw Dansen: Mevrouw de voorzitter, bij wijze van interruptie: ik denk dat de heer Oostrum zich buitengewoon aan het herhalen is en aangezien ik dat niet wil doen, en ik het ook de heer Krol niet wil aandoen, denk ik dat de meningen duidelijk zijn. De voorzitter: Waarbij een punt gezet wordt. Ik stel vast dat er geen anderen zijn die het woord willen voeren. Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. In B&A hebben we hierover uitvoerig gesproken en de heer Krol en ik hebben hierover deze week ook nog even telefonisch contact gehad. Eigenlijk is het techniek.
Het gaat over geld dat je technisch in een bestemmingsreserve zet, of in een algemene reserve zou zetten. Er is voor gekozen om het in een bestemmingsreserve te zetten, dat maakt het ook duidelijk en transparant. Vanuit de drie raden is gevraagd: kunt u zich vinden in de scenario’s? En dat is uiteindelijk scenario 2 geworden. Een stap erbij was dat, dus dat betekent ook dat je iets extra’s wilt gaan doen. Nadrukkelijk is besproken om de gedachte van het ambitiefonds als vliegwiel te gebruiken voor die extra stap. Dan is het, denk ik, ook logisch dat je het J - 54
op die manier doet. Op die manier is er ook in het algemeen bestuur van Avres over gesproken en zo is het nu allemaal naar de drie raden gebrachtDe heer Krol: Mag ik daarop reageren, voorzitter? Het woord ‘vliegwiel’ wordt gebruikt, een prachtig woord en ik snap dat dat gekoppeld is aan het scenario, maar we hebben nog geen enkel beeld bij dat vliegwiel. We hebben uitvoerig gediscussieerd over de vraag wat ‘revolverend’ in dit kader betekent, maar we hebben geen idee of we met elkaar vinden dat er twee ton in dat fonds moet, of dat het drie miljoen moet zijn. Volgens mij gaat dit gewoon een stap te snel en moeten we eerst een principiële discussie voeren over dit fonds, en dan kijken hoe we vanuit de algemene reserve van Avres-, en misschien moeten we als gemeente ook wel wat bijleggen, dat weet ik niet, dat fonds gaan vullen. Wethouder Kraaijeveld: Ook dat punt snap ik, we hebben het er ook in B&A over gehad. Er wordt geen euro vanuit dat fonds uitgegeven voordat de kaders vanuit de drie raden zijn opgehaald. Dus dat stevige punt is ook, zeg maar, voor u voorbereid in de zienswijze, vanuit de gedachte: als er een fonds is, oké, maar we moeten eerst in de raden het goede gesprek hebben over de kaders en wat precies de gedachte is van de uitvoeringMevrouw Dansen: Voorzitter, bij wijze van interruptie.
Het klinkt heel mooi, maar het blijft: hier heb je een zak met geld en dan mag je dadelijk zeggen wat we ermee gaan doen. Ik kan het niet anders maken. Je maakt eerst beleid en daarna zoek je er geld bij, niet: ik heb geld en nu gaan we er beleid bij maken. De voorzitter: De heer Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: De heer Krol heeft gelijk: ik heb natuurlijk twee petten. Aan de ene kant ben ik bestuurder van Avres met de verantwoordelijkheid om heel veel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt verder te brengen. Bij drie raden hebben we opgehaald als bestuur van: oké, welke ambitie wilt u nu aan? Dat is een stap erbij en we zijn daarmee dus aan de slag. Maar we hebben ook de raden goed gehoord: we willen eerst dat er een plan komt en we willen de kaders helder scheppen. Volgens mij zitten die zaken erin. Wat dan overblijft, is alleen technisch, dat er nu middelen in een bestemmingsreserve zitten. En er gaat geen euro uit voordat in de raden duidelijk is welke kaders er zijn en dit in het bestuur wordt vastgesteld. Daarom zeggen we vanuit het college: naar ons idee is deze overbodig en zouden wij hem ook vanuit dien hoofde willen ontraden. De voorzitter: Mede gezien het late tijdstip stel ik het volgende voor. Volgens mij zijn de standpunten aardig uitgewisseld en ik zou nu eigenlijk het gesprek willen stoppen.
De heer Van der Meijden: VoorzitterDe voorzitter: Hebt u nog een nieuw gezichtspunt? De heer Van der Meijden: Ik wil nog een vraag stellen aan de wethouder als dat mag. Hij heeft aangegeven dat het alleen een technische wijziging betreft. Mag ik daaruit opmaken dat de wijziging die is voorgesteld geen risico’s met zich meebrengt en dat het echt alleen maar een principiële kwestie is?
J - 55
Wethouder Kraaijeveld: Dat is een technische vraag; dat zou ik na moeten gaan. Ik kan er op dit moment geen antwoord op geven. De heer Van Santen: VoorzitterDe voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Ik heb daar ook een vraag over. Dit stuk gaat over meerdere gemeenten, en dit bedrag ook. Wat zijn nu de gevolgen, als we dit zouden doen, voor de andere gemeenten. In hoeverre zal dit amendement effect hebben binnen de gemeenschappelijke regeling? Wethouder Kraaijeveld: U weet dat de taken vanuit de drie gemeenteraden in het verleden ooit zijn gedelegeerd aan Avres. Wat we vanuit Avres heel belangrijk vonden in dit proces, want het gaat over strategie – welke koers wil je nu op met die gemeenschappelijke regeling? –, is dat we samen met de raden die koers verder hebben bepaald. Dit is een zienswijze. Er worden drie zienswijzen gevraagd vanuit de drie gemeenteraden. Als u dit toch zou willen aannemen, kan het nog steeds zo zijn dat de twee andere gemeenten in het bestuur van Avres zeggen dat zij het wel prima vinden, ook met het advies dat natuurlijk vanuit Avres zelf zou komen. Het kan dan nog steeds zo zijn dat het uiteindelijk doorgaat zoals nu vanuit Avres is beoogd. Dat is de dynamiek als je in een GR zit: dat de meerderheid uiteindelijk bepaalt. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond.
Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Ik neem aan van nietDe heer Van Willigen: Jazeker! Ik zou de heer Krol, en ook mevrouw Dansen, willen vragen: met dit amendement zegt u eigenlijk tegen het ambitiefonds te zijn. De heer Krol: Nee, dat is absoluut niet waar. We willen alleen eerst principieel praten over het ambitiefonds, want we hebben er helemaal geen beeld bij. De heer Van Willigen: Daar heeft de wethouder zojuistMevrouw Dansen: U hebt het ook aan mij gevraagd, dus ik wil er ook graag antwoord op geven. Het gaat er niet om dat je het niet moet doen, zoals de heer Krok ook al zei, het gaat erom dat je het moet doen als je weet wát ze ermee willen gaan doen. Het is niét niet doen, het is: vertel eerst wat je ermee gaat doen, en dan gaan we er wat van vinden. De heer Van Willigen: Dat is een beroemd kip- en ei-verhaal. Inmiddels hebben we het wel over 3 miljoen gehad, en ik reken het even snel uit: u was dus wel akkoord met die 2.257.000 euro en nu zit u te praten over 743.000 euro die u eventueel als reserve zou willen toevoegen. Wat dacht u dan destijds van die 2 miljoen die er al in zit? De heer Krol: Volgens mij zit er op dit moment nog geen geld in die reserve, maar wordt hiermee de reserve aangemaakt. De heer Van Willigen: Maar daar hebt u zich destijds nooit over uitgelaten.
J - 56
Mevrouw Dansen: Het wordt nu even onduidelijk. U hebt het over geld dat in de reserve sociaal domein zit en we hebben het over het ambitiefonds. Over de reserve sociaal domein hebben we ons uitgebreid uitgesproken, zeer uitgebreid, het is alleen jaren geleden. Het ambitiefonds is een nieuw fonds, waarvan nog niet volkomen duidelijk is hoeveel geld erin moet en wat men ermee wil doen. De voorzitter: Volgens mij zijn de standpunten nu wel duidelijk. U zult nu als raad een keuze moeten maken hoe u daartegen aankijkt. Aan de orde is de stemming, allereerst over het amendement, daarna over het voorstel. De heer Schefferlie: Mag ik een stemverklaring afleggen, voorzitter? De voorzitter: Zeker. De heer Schefferlie: Er is heel uitdrukkelijk gekozen voor een intensivering en dat doen we ook op andere terreinen zonder dat er complete uitvoeringsplannen zijn. Er is al wel degelijk een hoofdlijn gekozen en het is heel normaal dat je daarvoor een reserve gaat opbouwen. Om die reden steunen we het amendement niet. De voorzitter: Anderen nog met een stemverklaring? De heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: Dank u wel, voorzitter. Vanwege de wens om een sterkere democratische controle uit te oefenen op de gemeenschappelijke regelingen zullen wij dit amendement steunen. De voorzitter: Geen andere stemverklaringen. Dan breng ik het amendement in stemming.
Het amendement wordt in stemming gebracht en met 14 tegen 9 stemmen aanvaard. De voorzitter: Aan de orde is het raadsvoorstel. Mevrouw Dansen: Het geamendeerde raadsvoorstel dan. De voorzitter: Uiteraard. Het spreekt vanzelf dat het amendement wordt verwerkt in het raadsvoorstel. Het geamendeerde raadsvoorstel wordt hierop in stemming gebracht en met algemene stemmen aanvaard. 8. Overzicht begrotingswijzigingen juni 2022 (2022-802935)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 9. Moties vreemd aan de orde van de dag.
Mevrouw Pellikaan: Ik verzoek u om een korte schorsing, voorzitter. De voorzitter: Hoe lang wenst u te schorsen?
J - 57
Mevrouw Pellikaan: Tien minuten maximaal. De voorzitter: Akkoord. De vergadering is geschorst (23.42 uur). Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (23.52 uur). Het woord is aan mevrouw Pellikaan, die de schorsing had aangevraagd. Mevrouw Pellikaan: Hartelijk dank voor de schorsing. Wat ons betreft kan de vergadering worden hervat. De voorzitter: Dank u wel. Er zijn twee moties vreemd aan de orde van de dag ingediend: een motie van Stadsbelang, getiteld ‘Verenigingsvriendelijke regeling voor paracommerciële organisaties’ en een motie van Democraten Gorinchem met als titel ‘Knipkaart voor accommodaties’. Het zijn moties die vrij veel op elkaar lijken en ook dezelfde intentie lijken uit te stralen. Ik zal daarom achtereenvolgens mevrouw Metz en de heer Van Willigen het woord geven om hun motie toe te lichten. Daarna zal ik namens het college een reactie daarop geven en een voorstel doen voor hoe hiermee om te gaan. Allereerst mevrouw Metz. Mevrouw Metz: Dank u wel, voorzitter. Geacht college, raadsleden en aanwezigen. Op 25 mei hebben we op de Zeepkist een hartenkreet gehoord van een buurtverenging.
Dat heeft Stadsbelang doen besluiten het college te verzoeken te onderzoeken welke verordeningen of kadernota’s in Gorinchem aangepast kunnen worden voor Gorinchemse paracommerciële organisaties, gesubsidieerde of ongesubsidieerde verenigingen, want deze organisaties vallen vaak tussen wal en schip. Het is ook vaak heel onduidelijk voor hen. Met het Rotterdamse voorbeeld van ‘het verlaatje’ zou twaalf keer per jaar iets georganiseerd kunnen worden. Denk hierbij aan een bruiloft, een jubileumavond of een feestje. Maar binnen een stichting of vereniging wil je soms ook een activiteit organiseren anders dan voor je eigen vereniging. Om bij dergelijke bijeenkomsten te mogen serveren, muziek te draaien of aangepaste openingstijden te hanteren, heb je een incidentele ontheffingsvergunning nodig. De hoofdactiviteit van een paracommerciële organisatie is dus nooit horeca. Horeca wordt erbij gedaan. Een paracommerciële instelling houdt zich bezig met het stimuleren van activiteiten van onder andere recreatieve en sportieve aard. Deze zijn van groot belang voor de gemeente en haar inwoners. Zeker ook voor ongesubsidieerde instellingen zou het heel fijn zijn om meerdere malen per jaar iets te kunnen organiseren, zodat er ook wat meer financiële ruimte komt om hiervan een vereniging te kunnen onderhouden. Denk hierbij aan speeltoestellen en al het onderhoud in en om een gebouw.
Op deze manier denken wij van Stadsbelang dat je zo’n vereniging meer kansen en meer ruimte biedt om te groeien en nieuwe leden binnen te halen. Dit biedt zulke verenigingen wat meer zekerheid om te kunnen voortbestaan. Graag horen we jullie reactie hierop en we hopen op jullie steun. Dank je wel. Motie M4: Verenigingsvriendelijke regeling voor paracommerciële organisaties De raad van de gemeente Gorinchem,
J - 58
in vergadering bijeen op donderdag 23 juni 2022; verzoekt het college om te onderzoeken welke verordeningen of kadernota’s er in Gorinchem aangepast kunnen worden om het mogelijk te maken voor Gorinchemse paracommerciële organisaties (gesubsidieerde of ongesubsidieerde verenigingen en buurthuizen) om naar Rotterdams voorbeeld (het ‘verlaatje’, zie motivering) 12 keer per jaar een feestje te organiseren die niet of slechts deels gerelateerd kunnen worden aan hun hoofdactiviteit. Hiertoe dient een paracommerciële organisatie dan een (eenvoudige) aanvraag binnen vooraf gestelde kaders in te dienen bij de gemeente Gorinchem.