20220623 Concept Verslag raadsvergadering.docx
Tekst van het document
gezien niet kan, wat kan dan wél? Daarop is tegen mij gezegd: wat wel kan, is dat horecagelegenheden, en dat geldt dus ook voor de Varkenmarkt, ontheffing van het sluitingsuur aanvragen, en dan kunnen ze nog best een behoorlijke tijd in een horecazaak door schenken, en we kunnen nog even kijken naar iets buiten, maar niet meer op het evenemententerrein. Overigens wil ik hierbij nog opmerken dat, als het op vrijdag om 01.00 uur en op zaterdag om 01.30 uur voorbij is, de hele stad nog gewoon open is, zodat iedereen gewoon naar allerlei horecagelegenheden kan gaan. We hadden afgesproken het dan zo te doen, maar in het ambtelijke gesprek gisterochtend is daar niet echt positief op gereageerd. Ik heb begrepen dat men er nog even over na wilde denken, en dat kan ik me ook voorstellen, maar tegelijkertijd was er nog wel een escape, weliswaar anders dan we normaliter doen, maar het was wel mogelijk. Afgelopen maandag had ik een Regionaal Veiligheidsoverleg. Daarin zitten de burgemeesters van Rotterdam Rijnmond en van Zuid Holland Zuid, van wie ik er één ben. In dat overleg van 25 burgemeesters gaf de politiechef aan dat de sterkte op dit moment, in de zomerperiode, zo krap is dat ze vier tot acht weken lang voor die complete eenheid maar twee arrestantencomplexen openhouden. De rest gaat gewoon allemaal dicht.
Er ging een schokgolf door het Regionaal Veiligheidsoverleg, want het betekent in de praktijk wel dat politieagenten gaan afwegen of ze iemand wel of niet zullen arresteren, want ja, je bent gewoon een tijdlang twee mensen en een busje kwijt, terwijl de sterkte al beperkt is. In die context opereren we. Als je dan van de politie te horen krijgt dat we ons gewoon kunnen houden aan de tijden in de locatieprofielen, maar dat ze daarna de extra sterkte die ze heeft opgeroepen echt moet laten gaan, omdat men anders echt knel komt te zitten in de rest van de eenheid, dan heb ik daar best begrip voor. Een ondernemer kan dan wel zeggen “dan negeer je toch gewoon dat advies van de politie”, maar ik ben als burgemeester verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. U weet, want ik denk dat de meesten van u echt wel naar die Zomerfeesten gaan, dat er heel veel 14-, 15-, 16-, 17-jarigen rondlopen en hun ouders verwachten dat dat gewoon veilige feesten zijn. Als er dan na 01.30 uur dingen gebeuren omdat er onvoldoende politiesterkte is – er hoeft maar even een flinke vechtpartij uit te breken –, dan denk ik dat u misschien wel een interpellatiedebat zult aanvragen om mij hier te vragen: burgemeester, u had een negatief advies, hoe komt het dat u dit door hebt laten gaan? Die verantwoordelijkheid wil ik gewoon niet nemen.
Daarom heb ik gezegd: laten we even weer teruggaan, wat is er aan de hand? We kunnen feesten, in ieder geval op het evenemententerrein op vrijdagavond tot 01.00 uur en op zaterdag tot 01.30 uur en daarna is de hele stad gewoon open om verder te feesten. Dan denk ik: mensen, op dit moment is het wat het isDe heer Schefferlie: Voorzitter, mag ik evenDe burgemeester: Even een laatste zin. Als dan vervolgens een ondernemer – en ik vind het jammer dat ik dat uit de krant heb moeten lezen, want ik had graag nog het gesprek met hem daarover aangegaan – meent de stekker eruit te moeten trekken, dan is dat de belangenafweging van die ondernemer, maar ik denk dat er voldoende mogelijkheden zijn om Zomerfeesten te organiseren. Ik ben dan ook heel blij te kunnen melden – we hebben vanmiddag nog een gesprek gehad met de Zomerfeesten Groenmarkt – dat die in ieder geval doorgaan en bereid zijn er gewoon een hartstikke mooi feest van te maken.
J - 20
De voorzitter: Ik wachtte even tot een punt voor het toestaan van een interruptie. De heer Schefferlie heeft zich daarvoor als eerste gemeld, de heer Van Santen als tweede. De heer Schefferlie heeft het woord. De heer Schefferlie: Ik wil even een feitencheck doen, en dan wil ik u eigenlijk vragen het daarop toe te spitsen, anders raak ik het bijna kwijt. Als ik u goed begrepen heb, mag je vrijdag tot 01.00 uur buiten schenken en zaterdag tot 01.30 uur bij het evenement. Hoe zit het dan eigenlijk met dinsdag, woensdag en donderdag? Want ik ben nu haast op zoek naar waar het verschilpunt in zat tussen de gemeente en de ondernemers daar: waar deed het nou precies zeer? Ik had eigenlijk het vermoeden dat het al eerder niet mocht, vandaar die checkvraag op 01.00 uur en 01.30 uur, en ook nog even graag hoe het zit op dinsdag, woensdag en donderdag. De voorzitter: De burgemeester. De burgemeester: Ik pak het locatieprofiel er even bij. Er is trouwens ten aanzien van Cevenementen een uitzondering gemaakt in de locatieprofielen voor de Zomerfeesten, dus die mogen al langer doorgaan dan andere feesten. De eindtijden zijn dan op maandag tot en met donderdag, maar goed, het speelt vanaf dinsdag, tot 24.00 uur, op vrijdag tot 01.00 uur en op zaterdag tot 01.30 uur.
Normaliter gaat dan een halfuur van tevoren de muziek wat zachter en wordt er gestopt met schenken, maar er valt over te praten, en dat is ambtelijk ook gemeld richting de ondernemer, dat we niet zeggen: een halfuur van tevoren moet u stoppen met schenken. Er is best over te praten om dat op te rekken in dit uitzonderlijke geval tot de grens van het locatieprofiel, maar dat moet het dan ook zijn, gegeven het negatieve advies op dit onderdeel van de politie. De voorzitter: De heer Schefferlie De heer Schefferlie: Maar wat wij ook begrepen hebben, is dat een halfuur voor twaalven, dus eigenlijk om 23.30 uur, de muziek moet stoppen en dat het evenement afgebouwd moet wordenDe burgemeester: Maar ik zei dus net dat we dat in dit geval niet doen. De heer Schefferlie: Maar is de ondernemer daar ook van op de hoogte? De burgemeester: In het gesprek met de ambtenaren is gezegd dat over dit onderdeel best te spreken valt, alsook over het aanvragen van een ontheffing, zodat in de horecagelegenheid tot 03.00 / 04.00 uur ’s nachts geschonken mag blijven worden. Dat is in het gesprek aan de orde gekomen.
De heer Schefferlie: Oké, dan kom ik nog even terug op mijn hoofdvraag: of u bereid bent de communicatie met de ondernemers te openen, in het belang van de vele Gorcumers die dit zo graag zien doorgaan, om te kijken of jullie elkaar wel goed begrepen hebben en wat er te doen is om elkaar daarin te benaderen. Ik denk dat het juist met de kaartverkoop nu, en het karakter van dit feest op de Varkenmarkt van weinig incidenten, zeker met de kaartverkoop, een mooie zekerheidsstelling kan zijn richting de politie dat
J - 21
het ook best wel mee kan vallen waarschijnlijk. Maar goed, ik ben vooral benieuwd of u het gesprek wilt aangaan. De burgemeester: Ik ben altijd bereid tot een gesprek. Wat dat betreft kan ik u meteen toezeggen dat ik het gesprek zal aangaan. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Dank u, voorzitter. Ik hoor u zeggen dat het op de Groenmarkt doorgaat, hartstikke mooi, maar ook de Varkenmarkt hoort al sinds jaar en dag bij de Zomerfeesten. Wij hebben er best begrip voor dat er risico’s zijn en dat de openbare orde gehandhaafd moet worden, maar die ondernemers lopen natuurlijk ook risico’s als ze dit doen. U zei ook dat u vandaag verrast was door die communicatie, en dat hoor ik net ook rechts van me zeggen, maar wij hebben vandaag nog even contact gehad met de ondernemers op de Varkenmarkt en zij geven aan dat reacties soms uitbleven, of dagen bleven liggen, dan weer werd vijf minuten voor het eind van de dag iets gemaild, dan weer werd er een halfuur ingepland. Spreken zij dan onwaarheden, of ligt de waarheid misschien in het midden en zouden wij niet zo heel verrast moeten zijn dat het zo gelopen is? Evenals de heer Schefferlie vraag ik me af hoe we dit kunnen voorkomen, want zij geven ook aan dat ze de artiesten al hebben afgebeld en dat er dit jaar niets meer te redden is.
Dat komt gewoon voort uit teleurstelling en dat moeten we het volgend jaar zien te voorkomen. Dus de vraag is: hoe voorkomen we dit het volgend jaar? De voorzitter: De burgemeester. De burgemeester: Kijk, ik had ook niet zien aankomen dat de politie zo beperkt zou zijn in haar capaciteit dat daarnaar gehandeld moet worden. Ik denk dat we het wel met elkaar eens zijn dat er na het negatieve advies van de politie niet door geschonken moet blijven worden na 01.00 uur of 01.30 uur, want als de veiligheid niet meer gegarandeerd kan worden gaat het natuurlijk fout. Communicatie is volgens mij een van de moeilijkste dingen die er zijn. Er is, zoals ik net al aangaf, voortdurend contact. U geeft nu een aantal zaken aan ten aanzien van de ondernemer, ik ga in de openbaarheid niet allerlei zaken met betrekking tot de communicatie van de andere kant aangeven, maar gelooft u mij: ik kan er echt ook een ander verhaal tegenover zetten. We moeten ook beseffen dat, als mensen soms een keer een negatieve boodschap krijgen, het soms best wel lastig is. De een gaat er anders mee om dan de ander en tegelijkertijd is het wat het is en we moeten wel proberen goed met elkaar te communiceren.
Het is precies wat de heer Schefferlie ook al zei: we moeten wel zoeken naar ‘mogelijk maken’ met elkaar, vandaar ook dat ik meteen heb gevraagd wat er dan nog wel mogelijk is, die ontheffing van de sluitingstijden, om zo toch in de stad nog een tijd door te kunnen feesten met elkaar. De heer Schefferlie: Ja, voorzitter, maar daarom is, denk ikDe burgemeester: Dus wij blijven daar gewoon aan werken en in het gesprek zal ik er alles aan doen om binnen de kaders van de politie dingen mogelijk te maken. De heer Schefferlie: Daar ben ik razend benieuwd naar, want ik had begrepen, maar misschien heb ik het ook wel verkeerd begrepen, dat de pijn juist zat in het feit dat je niet J - 22
tot 01.00 uur en 01.30 uur mocht schenken. Ik hoor u duidelijk zeggen dat dat wel mag, dus heb ik het misschien inderdaad verkeerd begrepen. Het lijkt mij heel goed om straks ook in de openbaarheid te brengen waar het hem nou precies in zit. En laten we met z’n allen hopen dat het nog te redden valt. De burgemeester: Ik heb net de tijden genoemd van maandag tot en met donderdag en van vrijdag en zaterdag en aangegeven dat je in deze uitzonderlijke omstandigheden wel eens moet afwijken. Als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan. Maar ik zeg er nadrukkelijk bij: wel binnen de grenzen die de politie aangeeft. En voordat de politie mogelijk de zwartepiet toegeschoven krijgt wil ik er nog aan toevoegen dat de politie ongelooflijk veel capaciteit inzet en echt z’n uiterste best doet. We trekken uit alle hoeken en gaten van de eenheid dagenlang capaciteit weg om het hier in Gorinchem mogelijk te maken. Daar ben ik heel blij mee en tegelijkertijd: op een gegeven moment is het om 01.00 uur op vrijdag en 01.30 uur op zaterdag ook een keer genoeg, en dan moeten we dat ook gewoon respecteren. Dat is dan gewoon even wat het is. Ik hoop vurig dat we het volgend jaar weer gewoon, ik zou bijna zeggen: los kunnen gaan met elkaar en dat deze maatregelen dan niet nodig zijn. De heer Schefferlie: Maar we gaan ook nog voor dit jaar? De burgemeester: Zeker.
Ik had net al aangegeven dat ik in gesprek ga. De voorzitter: Ik heb nog twee vragenstellers, de heer Van Veen en daarna mevrouw Hamann. De heer Van Veen: Dank u wel, voorzitter. In het verlengde van de heer Schefferlie en de heer Van Santen. Wij hebben contact gehad met de heer Uyterlinde en wij hebben begrepen dat de pijn niet zozeer zit bij de tijden van vrijdag en zaterdag als wel bij die van de doordeweeksedagen. Voorheen, voor 2019, werd ieder jaar expliciet in de vergunning aangegeven dat ze tot 01.00 uur tapten. Dat was nooit een probleem en dat werd ook altijd gehonoreerd. Daar zit het ‘m nu vooral in. Op het allerlaatste moment werd gezegd dat het niet 01.00 uur, maar 24.00 uur moest zijn. De voorzitter: Burgemeester. De burgemeester: Ik heb het antwoord net al gegeven. Ik heb het niet verzonnen, het is de politie geweest die op een gegeven moment heeft aangegeven dat ze dit echt mogelijk wilde maken. Ze komen met tientallen agenten onze kant op, dagenlang. Alleen: houd je aan de tijden in de locatieprofielen. Dat is gewoon het kader waarbinnen ik me moet bewegen, tenzij u zegt: dan maar geen politie, en gebeurt er een keer iets, jammer dan. Maar volgens mij zitten we zo niet met elkaar te kijken naar dit vraagstuk. Ik heb, binnen de kaders van de politie waarin ze de veiligheid nog kunnen garanderen, het maximaal mogelijke opgerekt en gedaan.
Meer dan dit kan ik gewoon niet doen. Ik zou het wel willen, maar dit is binnen de grenzen van veiligheid wat ik kan doen. De voorzitter: Mevrouw Hamann.
J - 23
Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Ik twijfel niet aan de goede wil van iedereen om dit weer tot een mooie, geslaagde week te maken. Ik ben blij dat de burgemeester en de ambtelijke inzet bereid zijn te gaan praten met de mensen van de Varkenmarkt. De ervaring leert dat de feesten op de pleinen meestal veilig en goed verlopen, zonder grote problemen. Als er gedoe is in de stad tijdens de feestweek, is dat bijna altijd 3, 4, 5 uur ’s nachts, niet eens bij de pleinen, maar ergens in de binnenstad, waar jongeren de hele nacht rondhangen en misschien gaan lopen klieren. Dus die politie-inzet is volgens mij wel degelijk heel belangrijk. Maar om dat nu één op één af te schuiven naar de organisatie van in dit geval de Varkenmarkt – een andere keer kan het misschien de Groenmarkt zijn –, vind ik onjuist. Er wordt vastgehouden aan de locatieprofielen en misschien moeten we daar dan eens naar kijken, want de ervaring leert dat het op het plein geen probleem is voor wat betreft overlast en gedoe. Het is altijd daarná, in de stad, ’s nachts, als de pleinen al lang dicht zijn. Dank u wel. De burgemeester: Even twee dingen. Eén: mijn ervaring is anders dan uw ervaring. Niet alles wat gebeurt komt ook altijd in de krant, misschien ligt het daar aan.
En het tweede punt is: ik denk dat u en ik niet kunnen bepalen – want daar hebben we domweg de kennis en expertise niet voor – op basis van een risicoprofiel van een evenement wat nodig is qua capacitaire sterkte en hoe lang die sterkte nodig is. Daarom hebben we nu juist de advisering nodig van het multiteam, waar de politie onderdeel van uitmaakt. Ik ben zelf wel blij, als het dan toch moet gebeuren, dat de politie niet twee weken van tevoren tegen mij zegt: dit is het kader. We zitten nu in juni en liever hadden we dat natuurlijk eerder gehad, maar goed, ik heb net aangegeven dat ook in het Regionaal Veiligheidsoverleg van afgelopen maandag de nodige maatregelen zijn afgekondigd., dus dit is blijkbaar de week waarin afgekondigd wordt wat de planningen zijn voor de zomervakantie. Ik vertrouw op de expertise van de politie. Als de politie zegt de openbare orde en veiligheid te kunnen garanderen tot de eindtijden van de locatieprofielen, en daarna niet meer, dan is dat voor mij het uitgangspunt. Als we het negatieve advies negeren, het gewoon door zouden laten gaan en er ontstaat een incident waarbij gewonden, of misschien zelfs wel doden vallen-, dat wil ik niet voor mijn rekening nemen en ik denk dat u dat ook niet voor uw rekening wilt nemen door mij met de opdracht op te zadelen “nou ja, burgemeester, negeert u maar het politieadvies”.
Ik ben blij met de lijn van de heer Schefferlie: ga in gesprek en haal het maximaal mogelijke eruit om die feesten zoveel mogelijk op te rekken, maar – voeg ik eraan toe – wel binnen de kaders zoals de politie die stelt. De heer Schefferlie: Zit het dispuut dan vooral op die dinsdag, woensdag en donderdag? De burgemeester: Nee, in het advies is door de politie geen onderscheid gemaakt ten aanzien van dagen. Het heeft echt te maken met capacitaire inzet. Heel technisch, één onderdeel, maar er zijn natuurlijk wel meer onderdelen die spelen: ze moeten sowieso vroegtijdig starten, ze moeten van elders komen, dan ben je al zo anderhalf uur kwijt, vervolgens hebben ze de hele tijd van het evenement en op het moment dat ze de politieinzet twee uur langer door laten lopen op het evenement, kunnen ze de volgende dag niet meer ingezet worden tijdens een avonddienst. Dat kan niet, omdat er een bepaalde rusttijd J - 24
in de cao zit. Dat is de achterliggende gedachte waarom ze zeggen: houd je aan die locatieprofielen, dan kunnen we die extra mensen – want ons basisteam blijft natuurlijk wel gewoon op straat – naar huis sturen, zodat ze gewoon weer in de teams waar ze vandaan komen diensten kunnen draaien. Als ik even kijk naar de krapte bij de politie, naar de formatieschema’s, de tientallen fte’s die verschillende teams missen, zeker in vakantietijd, dan is het eigenlijk onmogelijk te zeggen dat we dat capaciteitstekort bij de politie maar niet moeten respecteren. Ik ben ongelooflijk blij dat de politie dagenlang zoveel capaciteit naar Gorinchem stuurt, maar dit is wat het is. Waar niet is, verliest ook de keizer zijn recht. De heer Schefferlie: VoorzitterDe voorzitter: Ik zie heer Van der Meijden heel bescheiden wachten op zijn beurt en de heer Schefferlie heeft al veel tijd gehad, maar dan kijken we daarna nog even. De heer Schefferlie: Ik krijg opeens een idee, want kijk, het heeft ongetwijfeld ook iets met omzet te maken van ondernemers, hoewel ik denk: je kunt op een gegeven moment ook naar binnen, zeker als het verruimd mag worden. Ik hoor u ook zeggen dat dat op die dagen ook altijd al een traditie was.
Maar ja, als er dan zo weinig politiecapaciteit is om de normale gang van zaken te blijven doen zoals we dat deden, dan zou het eigenlijk haast interessant zijn om te kijken wat financieel mogelijk is om door de gemeente een keer te laten bijdragen, als het op die manier zou helpen. Dat hebben we in het verleden ook wel eens gedaan. De voorzitter: Ik heb niet helemaal de kern van uw vraag begrepen. De heer Schefferlie: Nou, het is meer een idee, weet je wel. Als ik de burgemeester zo hoor, vraag ik me af hoe groot nou het verschil is tussen wat kan en wat gewenst wordt. Als er dan uiteindelijk nog een omzetprobleem achterblijft, omdat er ook een omzetverlies is door het verschil-, we zijn er misschien nu te laat mee, maar wat mij betreft zou ik het fijn vinden als het gemeentebestuur de ruimte zou kunnen vinden om daarin iets te kunnen betekenen. Ik zou bij wijze van spreken alles uit de kast willen halen om het door te laten gaan. De voorzitter: Burgemeester. De burgemeester: Dat wil ik toch echt even mee terugnemen naar het college, want daar zitten wel heel veel facetten aan. Er zijn natuurlijk heel veel ondernemers die die avond ook open zijn, sommigen hebben er voordeel bij, anderen niet, en bovendien kunnen we als gemeente niet zomaar subsidie ter beschikking stellen. Ik houd van creativiteit in denken, maar ik neem het even meer terug naar het college.
De voorzitter: Dank u wel. Als allerlaatste is het woord aan de heer Van der Meijden, met dank voor zijn geduld. De heer Van der Meijden: Graag gedaan, voorzitter. Het scheelt dat ik geen vraag heb, maar alleen een opmerking, die me toch even van het hart moet. Allereerst: ik herken de verbeterpunten die de burgemeester aangeeft als het gaat om de communicatie. Het is ook
J - 25
goed te zien dat de burgemeester zich inspant om maximaal de rek te zoeken in wat mogelijk is. Maar ik wil er wel bij opmerken dat het iedere dag voor de politie een balanceeract is als het gaat om de combinatie van taken in opsporing, openbare orde, bewaken en beveiligen, enz. En ik vind het belangrijk vanavond te markeren dat de burgermeester zich gesterkt mag voelen in de gedachte dat mijn fractie haar van harte ondersteunt in de wijze waarop ze die balanceeract iedere keer opnieuw moet beoefenen. Dank u wel. De burgemeester: Dank u wel. De voorzitter: Ik zie nog twee nagekomen handen: de heer Klein en dan mevrouw Hamann. Daarbij merk ik toch even op dat we dit onderwerp behandelen in het vragenuurtje en dat we daarin over het algemeen niet zo uitgebreid discussiëren. U krijgt wel heel veel ruimte vanavond. De heer Klein: Bedankt, voorzitter, en mijn excuses dan maar gelijk. Ik houd ervan om dingen altijd heel erg plat te slaan, zodat ze heel eenvoudig en simpel worden. Uit de discussie vanavond is de urgentie heel erg gebleken en ik vermoed zomaar dat vele mensen in deze zaal gecontacteerd zijn over dit issue. Er is een toezegging gedaan over in gesprek gaan en ik vraag me af of het mogelijk is daaraan een tijdpad te koppelen, want volgens mij is de zaak van het annuleren van het feest vrij urgent. De voorzitter: Burgemeester.
De burgemeester: We gaan vanavond nog bellen, althans om een afspraak te maken, want volgens mij vergadert u zo lang door dat ik niet nog in de kleine uurtjes met ondernemers ga spreken! De voorzitter: Het ligt dus aan ons als gemeenteraad of dat vanavond nog kan gebeuren. De burgemeester: Nee, dat was even een grapje. Bij nader inzien wil ik de ambtenaren die al mega veel uren maken hiermee niet belasten. Mórgen wordt er gebeld! De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Het lijkt me inderdaad verstandig om dat morgen te doen, anders wordt het nog na sluitingstijd, stel je voor! Ik wil nog even het volgende opmerken. Het zijn besloten feesten waarvoor entree wordt betaald en de organisatie heeft zelf beveiligers. Het lijkt mij allemaal veilig op dat plein, maar mocht u er samen niet uitkomen, dan is het misschien een idee om op een andere dag nog een extra feestje te houden, ter compensatie van de verloren omzet. Het is maar een handreiking. Dank u wel. De voorzitter: Het lijkt me dat dit onderwerp nu uitvoerig aan de orde is geweest. Er is duidelijk gecommuniceerd dat er meer mogelijk is dan de krant doet veronderstellen en dat morgen een afspraak zal worden gemaakt voor overleg met de ondernemers. Hiermee geef ik het voorzitterschap weer over aan de burgemeester.
J - 26
(Het voorzitterschap wordt overgedragen aan de burgemeester.) De voorzitter: Dank u wel voor de waarneming van het voorzitterschap. 6. Hamerstukken. 6.a Verordening bekostiging Leerlingenvervoer gemeente Gorinchem 2022 (20227963269)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 6.b Zienswijzevoorstel wijziging afstemmingsverordening Avres i.v.m. Wet inburgering (2022-807271)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 6.c Zienswijzen gemeenschappelijke regelingen (2022-807581)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 7. Bespreekstukken 7.a Startnotitie Stedelijke Vernieuwing 3.0 (2022-804756)
De voorzitter: Er hebben zich twee sprekers gemeld, van wie één onder voorbehoud. Het woord is allereerst aan mevrouw Hamann van Gorcum Actief. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. De startnotitie Stedelijke Vernieuwing biedt een goed overzicht van de huidige stand van zaken. Gorinchem heeft enkele locaties waar POORT6 delen van wijken kan vernieuwen en er zijn enkele herontwikkelingskansen op bedrijventerreinen. Er is sprake van differentiatie, maar dat gaat alleen over huur of koop. Het is duidelijk dat in de afgelopen decennia in Gorinchem-Oost vooral koop is gebouwd en dat de sociale huur hoofdzakelijk in Gorinchem-West en gedeeltelijk in de binnenstad is. Van een evenredige verdeling kan geen sprake zijn. Toch is het goed te blijven proberen om aan een betere verdeling te werken. Wat wij missen bij differentiatie, is de aard van de woningen. De plannen die we nu gepresenteerd krijgen betreffen bijna allemaal alleen maar gezinswoningen. Dat is goed, want daar is veel behoefte aan, maar we zien ook een grote behoefte aan eenpersoonswoningen; velen wonen immers alleen: ouderen, gescheiden mensen of starters. We hebben voor nu geen amendement of motie in petto, maar we zouden graag zien dat voortaan meer rekening wordt gehouden met alleenstaanden en gehandicapten.
Bovendien: als zij kunnen verhuizen vanuit een gezinswoning naar een leuke kleine woning op maat, komen er weer gezinswoningen vrij en kan wellicht enige doorstroming op gang komen. We zullen de komende bouwplannen daarom nauwlettend in de gaten houden op het gebied van dit soort diversiteit en stemmen nu in met deze startnotitie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Dansen. J - 27
Mevrouw Dansen: Voorzitter. De twee belangrijkste doelstellingen uit de visie zijn dat door een gezamenlijke programmatische aanpak wordt bereikt dat uitvoering wordt gegeven aan de woon- en transformatievisie en de prestatieafspraken en dat herstructureringslocaties benut worden voor meer diversiteit en kwaliteit in de wijken en dat deze wijze van programmeren en ontwikkelen optimaal benut wordt voor het sterker en gedifferentieerder maken van wijken en voor een betere verdeling van de woningsegmenten over de stad. Prachtige woorden. Als ik het even mag proberen te vertalen, dan lezen wij hierin ook dat er meer koopwoningen komen in wijken die voorheen grotendeels uit huurwoningen bestonden en dat er meer betaalbare kleine huurwoningen komen in wijken waar veel koopwoningen en woningen in een duurder segment stonden. Wij denken dat het tweede niet gaat lukken. We zien wel dat er bijvoorbeeld in de Haarwijk en de Gildenwijk duurdere woningen gebouwd worden, maar we zien niet dat er bijvoorbeeld in Oost goedkope woningen gebouwd worden. Dat is waar wij mee zitten. De vorige keer heb ik in B&A de ongerustheid van de SP hierover al uitgesproken en dat doe ik nu nog een keer. Wij juichen die gezamenlijke programmatische aanpak toe, maar zien ook graag een resultaat hiervan voor alle inwoners van Gorinchem.
De wethouder is in de positie om die ongerustheid minder groot te maken door daarover in gesprek te gaan met POORT6. Wij zijn helemaal niet tegen de woonvisie en zullen ook niet tegenstemmen, maar we zien wel graag die dingen erin meegenomen. Dank u wel. De voorzitter: Nog andere leden van de raad? Dat is niet het geval. Wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg: Bij mijn weten zijn er geen vragen gesteld. Mevrouw Dansen: Ik had wel degelijk een vraag, namelijk of de wethouder zich zou willen inspannen voor een betere verdeling van goedkopere woningen in de duurdere wijken. Het lukt namelijk wel om duurdere woningen te bouwen in wijken waar voorheen goedkope woningen waren, maar niet om veel goedkope woningen in de andere wijken te bouwen. Ik wil graag weten of de wethouder zich daarvoor sterk wil maken. Mevrouw Hamann: En ik had een vraag gesteld over woningen voor kleine huishoudens. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doesburg: Ik moet opletten, hoor ik. U zei overigens dat het toch niet ging lukken, en daarom dacht ik: u hebt zelf het antwoord al gegeven. Maar het college wil zich daarvoor zeker inzetten, zoals ook blijkt uit de manier waarop de woon- en transformatievisie is geformuleerd.
Ik ben het overigens ook met u eens dat het in Gorinchem-Oost heel ingewikkeld is, omdat daar niet zoveel ruimte meer is om nog een ander segment of meer differentiatie toe te voegen. In de kansen die nu nog wel voor ons liggen zullen we er ons voor ontzettend voor inspannen om dat wel te doen. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierna conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. J - 28
De voorzitter schorst hierna te 21.20 uur de vergadering Schorsing De voorzitter heropent te 21.37 uur de vergadering. 7.b Jaarstukken 2021 gemeente Gorinchem (2022-808367)
De voorzitter: Alvorens de raad het woord te geven, attendeer ik erop dat de reactie van het college op het accountantsverslag per e-mal is toegezonden en vandaag op iBabs is geplaatst. Het woord is allereerst aan de heer Tekir van D66. De heer Tekir: Voorzitter. 156,4 miljoen, dat is het bedrag dat de gemeente Gorinchem in het jaar 2021 heeft uitgegeven, een fors bedrag waarmee veel goede dingen zijn gedaan, zoals de oplevering van de brede school Dalemplein, de realisatie van de Forteshal, of de inrichting van het Haarwijkpark, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Toch zijn ook heel veel zaken niet gerealiseerd. Uit de meest actuele begroting 2021 blijkt namelijk dat we eigenlijk zo’n 12 miljoen meer zouden uitgeven. Ook dat is iets wat we moeten durven benoemen. Natuurlijk was 2021 een jaar waarin de coronacrisis allerlei beperkingen oplegde, maar dat kan nooit de enige reden zijn. De vraag die D66 wil opwerpen is: begroten we wel realistisch en zijn de plannen die we beogen wel allemaal haalbaar? Oftewel: wat is de mate van het begrotingsoptimisme in onze begroting? Het resultaat is in ieder geval dat een heleboel zaken dan maar doorschuiven naar het nieuwe jaar, de zogenaamde resultaatbestemmingen. Dat begrotingsoptimisme lijkt bovendien niet alleen te spelen in de exploitatie, maar ook bij de investeringen.
Zo blijkt van de 73,2 miljoen aan geplande investeringen slechts 27,2 miljoen besteed, iets meer dan een derde dus. Bijkomend probleem is dat we deze afwijkingen ook pas veel te laat ontdekken. Immers, uit de tussenrapportages die we halfjaarlijks krijgen blijkt helemaal niet dat we afstevenden op dergelijke forse afwijkingen. Dat is gek. De raad wordt daarmee namelijk onvoldoende in positie gebracht om tijdig, dus halverwege het jaar, bij te sturen, want we zijn allemaal in de veronderstelling dat het in die laatste maanden wel goed komt. In heel veel gevallen niet dus. Het gekke is overigens ook dat heel veel coronamiddelen in 2021 niet zijn uitgegeven. Daar waar die middelen pas later in het jaar zijn ontvangen is dat een goede verklaring, maar dat is lang niet altijd het geval. Kortom, D66 roept het college, maar eigenlijk ook de raad, op om een verbetertraject n te gaan, waarin we dergelijke forse afwijkingen tussen halfjaarlijkse rapportages en jaarrekeningen voorkomen, een traject waarin we de olifant in de kamer benoemen en werk maken van het begrotingsoptimisme. In een tijd waarin de kosten op tal van fronten toenemen en ook de gemeentebegroting onder druk komt, is dit geen overbodige luxe. Nu zijn we nog op tijd, maar straks mogelijk niet meer. Daarom dienen we de motie ‘Realistisch begroten en bijsturen’ in.
Ik refereerde al aan de vele resultaatbestemmingen die u voorstelt, dus middelen die in 2021 niet zijn opgemaakt. Wat D66 betreft ontbreekt daarin een belangrijke resultaatbestemming, namelijk die van de mantelzorgers. In 2021 hebben we hier 49.000 euro op overgehouden, omdat er minder activiteiten zijn georganiseerd voor deze doelgroep. D66 stelt voor om deze middelen over te hevelen naar 2022 en de
J - 29
ondersteuning van mantelzorgers een boost te geven. Mantelzorgers behoren helaas tot de onzichtbare slachtoffers van de coronacrisis. Door de overbelasting van de reguliere zorg hebben zij veel te verduren gehad. Zo rapporteert I&O Research dat ruim 10% van de mantelzorgers tijdens de coronacrisis het gevoel had er alleen voor te staan en een kwart van de mantelzorgers was bang dat ze de zorg en ondersteuning van naasten niet meer zouden aan kunnen. Kortom, daar moeten we echt nog een beentje bijtrekken. Dat zijn we wat D66 betreft aan al die mantelzorgers verplicht, helemaal als we een bedrag dat voor hen bestemd is onverhoopt overhouden. Daarom dienen wij samen met ChristenUnie/SGP een amendement in, met de titel ‘Ondersteuning van mantelzorgers blijft overeind’. Mijn collega Van der Meijden dank ik voor de voorbereiding daarvan. Tot slot een onderwerp dat ons naast ‘onderwijspartij’ misschien ooit ook nog het predicaat ‘laadpalenpartij’ oplevert, de laadpalen dus. Wij hebben hierover al meerdere moties ingediend en schriftelijke vragen gesteld. Het resultaat is helaas dat door allerlei ongelukkige omstandigheden een heuse wachtlijst is ontstaan van Gorcumers die weliswaar elektrisch willen rijden, maar dat niet kunnen omdat ze geen reactie krijgen op hun aanvraag. Sommigen wachten al ruim een jaar, en dat kan wat D66 betreft echt niet.
Als inwoners af willen van fossiele brandstoffen, moeten wij alles in het werk stellen om dat ook mogelijk te maken. Alleen al dit jaar zijn er ondanks een nieuwe aanbieder 28 mensen die op uitsluitsel wachten, en dan heb ik het nog niet over de mogelijk tientallen aanvragers die nog bij de vorige aanbieder op een wachtlijst terecht zijn gekomen. Met de motie ‘Wacht jij ook nog op een laadpaal?’ willen we hen zo snel mogelijk uitsluitsel geven op hun aanvrage. Dat is wat ons betreft ook het minste wat je mag verwachten als je een fatsoenlijke aanvrage doet bij de gemeente. Overigens hebben we de motie in overleg met de portefeuillehouder iets aangepast, door nu uiterlijk dit jaar te sturen op uitsluitsel door middel van een verkeersbesluit. Het nemen van een verkeersbesluit ligt namelijk in onze macht als gemeente, dus daar hebben we zelf alle invloed op. Ik ga er wel nog steeds van uit dat we daarna die laadpalen ook heel snel kunnen realiseren, maar dan hebben we ook een resultaatafspraak die we zelf kunnen realiseren. Daarmee rond ik af. Dank u wel.
Amendement A1: Ondersteuning van mantelzorgers blijft overeind De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op donderdag 23 juni 2022; overwegende, dat: - COVID-19 een zware wissel heeft getrokken op mantelzorgers, onder meer vanwege verminderde beschikbaarheid van professionele hulp, zorgen over besmettingsrisico's en beperkte mogelijkheden tot ontspanning; - vooral mensen die intensieve mantelzorg verlenen het tijdens de pandemie (nog) zwaarder vonden om die zorg te verlenen; - één op de vier mantelzorgers wel eens bang is dat ze de zorg en ondersteuning van een naaste niet meer aankunnen; en - ondersteuning van mantelzorgers, bijvoorbeeld in de vorm van het aanbieden van respijtzorg, hen helpt om mantelzorg te (blijven) geven aan mensen die thuis zorg en hulp nodig hebben; constaterende, dat: - door de eenmalige kostenbesparing terug te laten vloeien in de algemene reserve Sociaal Domein het risico ontstaat dat deze financiële middelen in de toekomst ingezet worden voor andere doeleinden dan waarvoor de raad deze oorspronkelijk had gealloceerd; en - het niet herbestemmen van deze financiële middelen, met oog op de bovenstaande overwegingen, een maatschappelijk onwenselijke uitkomst is; stelt voor:
J - 30
aan de onderdelen waarvoor een resultaatbestemming wordt voorgesteld toe te voegen: activiteiten voor de ondersteuning van mantelzorg (prog. 7) ter waarde van € 49.000. Achtergrondinformatie: https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/mantelzorg-het-gedrang-door-corona -
Motie M1: Realistisch begroten en bijsturen De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op donderdag 23 juni 2022; roept het college op om: - een verbeterplan in gang te zetten om de prognoses in de tussentijdse rapportage (turap) realistischer in te schatten zodat er geen forse afwijkingen ontstaan t.o.v. de jaarstukken; - daarmee de raad beter in positie te brengen om tijdig bij te sturen. Motie M2: Wacht jij ook nog op een laadpaal? De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op donderdag 23 juni 2022; roept het college op om: - alle aanvragers die in afwachting zijn van een laadpaal uiterlijk eind 2022 voorzien van uitsluitsel door middel van een verkeersbesluit; het gaat hier om het wegwerken van zowel de achterstand uit 2022 als uit 2021 – en mogelijk daarvoor; - hierover eind 2022 te rapporteren aan de gemeenteraad.
De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Hamann van Gorcum Actief . Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. De jaarstukken zien er goed uit. Onze complimenten en dank voor de wethouder financiën, de heer Van Zanten, en de mensen van zijn afdeling. Het was financieel gezien een heel gek jaar door corona. Veel werkzaamheden zijn daardoor incidenteel niet uitgevoerd en veel investeringen zijn uitgesteld. Zo is een soort boeggolf ontstaan van geld dat nog niet is uitgegeven, maar vooruit geduwd wordt. Het lijkt op winst, die nu gedeeltelijk in reserves is opgeslagen. Slim gedaan. De jaarstukken geven dus een beeld van nú. We hebben nú een boeggolf, de perspectiefnota is beleidsarm en het nieuwe college zal gaan bezien hoe daarmee te dealen. D66 heeft een amendement en enkele moties ingediend waarop wij nu al kunnen reageren. In de afgelopen jaren hebben wij, ook met de accountant, meermalen gesproken over realistisch begroten. Het is goed daarnaar te streven, maar 2021 was een heel uitzonderlijk jaar. Door de eerder genoemde boeggolf is er een incidenteel verschil – dat is dus niét structureel –, en dan het hele proces maar aanpakken, vinden wij wat overdreven. De boodschap is zo ook wel duidelijk. Wij steunen de motie daarom niet. Met de motie-laadpalen loopt D66, vinden wij, een beetje voor de muziek uit.
Normaal gesproken zou je met zo’n voorstel komen bij de perspectiefnota en niet bij jaarstukken, maar het is niet handig om het demissionaire college nu deze opdracht geven, als het nieuwe college deze draad direct gaat oppakken. Wij steunen de motie daarom niet. Ten slotte het amendementDe heer Tekir: Voorzitter, bij wijze van interruptieMevrouw Hamann: Ja hoor, dat mag- O nee, daar gaat de voorzitter over! De voorzitter: De heer Tekir.
J - 31
De heer Tekir: Ik was benieuwd of mevrouw Hamann in de jaarstukken heeft kunnen lezen dat we in 2021 zeven laadpalen hebben gerealiseerd. In mijn beleving is de motie daarom nu wel aan de orde. Mevrouw Hamann: Het is zeker aan de orde, er zijn heel weinig laadpalen, maar er zijn meer mogelijkheden voor elektrisch laden dan alleen via laadpalen. Ik vind zeker dat we dat direct moeten oppakken, eens, want er zijn heel veel mensen die elektrisch rijden en gewoon een snoertje vanuit de keuken naar de straat leiden. Zo gaat dat nu. Ik ga even verderDe heer Tekir: Voorzitter, toch nog even. Ik begrijp het niet zo goed, want mevrouw Hamann zegt dat ze wil dat het direct wordt opgepakt, maar tegelijkertijd zegt ze de motie toch niet te willen steunen. Bedoelt u te zeggen dat dit soort keuzes straks alleen maar door de nieuwe coalitie gemaakt kan worden en dat de raad daarvoor nu niet aan zet is? Mevrouw Hamann: We gaan er zeker met z’n allen over praten, lijkt me, maar het is een beetje vreemd om bij de bespreking van de jaarstukken een voorstel te gaan doen voor iets dat later uitgerold zal worden. Wij zijn daar gewoon niet zo voor op dit moment. Ik had het eerder verwacht bij de perspectiefnota, maar goed, ieder z’n ding. Wij vinden het een beetje voor de muziek uit lopen. De heer Tekir: Voorzitter, ik snap het nog steeds niet.
Als een dossier waarover in de jaarstukken wordt gerapporteerd nu niet aan de orde gesteld kan worden, wanneer dan wel? Mevrouw Hamann: Natuurlijk kan het aan de orde gesteld worden, net zo goed als dat anderen daar een mening over mogen hebben. Ten slotte het amendement over de mantelzorg. Natuurlijk moeten deze middelen voor de mantelzorg beschikbaar blijven, maar de jaarstukken aanpassen gaat ons wat ver. Kan D66 hierover niet beter een motie indienen bij de perspectiefnota en dan de middelen gewoon oormerken? Natuurlijk is het dan voor de mantelzorg bedoeld. De heer Van der Meijden: Voorzitter, daarover nog een korte interruptie. De reden dat we dit moment hebben aangegrepen voor het amendement is onder meer gelegen in het feit dat een aantal andere herbestemmingen in het jaarplan wel plaatsvinden. Voor de cultuursector bijvoorbeeld stelt het college wel voor om de middelen die niet gebruikt zijn over te hevelen. Daarom hebben we dit moment aangegrepen om ook deze middelen te herbestemmen. Het is dus een herbestemming en daarom doen we het bij de jaarstukken. Helpt dat? Mevrouw Hamann: Ja, voorzitter, dat helpt wel. Ik wacht graag het antwoord van de wethouder af. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostrum, PvdA. De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter.
De behandeling van de jaarstukken aan het einde van de raadsperiode nodigt uit iets verder terug te blikken dan exact het jaar van 1
J - 32
januari tot en met 31 december, maar ik zal het kort doen. Vergeef me als ik iets te ver terugblik, maar ik constateer in ieder geval dat we in de afgelopen periode – en met ‘we’ bedoel ik college en gemeenteraad – met steun van de ambtelijke organisatie onze stad een paar flinke stappen verder vooruit hebben gebracht. De Nieuwe Hollandse Waterlinie, inclusief de vesting Gorinchem, werd onderdeel van het Unesco-Werelderfgoed en Gorinchem werd door de ANWB gewaardeerd als allermooiste vestingstand van Nederland. Maar ook op het gebied van vestigingsklimaat voor bedrijven en als het gaat om werkgelegenheid doen we het als Gorinchem prima. De stad staat er goed bij en wordt door de meeste inwoners van de stad en de regio gewaardeerd om z’n goede centrale voorzieningen. Alle reden dus om met een positief oordeel terug te kijken op de afgelopen raadsperiode, en daarmee ook op het jaar 2021, waarin, zoals u aangeeft, in de beleidsmatige verantwoording nog heel veel zaken in gang zijn gezet, verder zijn opgepakt, of ook zijn afgerond. Daarvoor wil ik namens de Partij van de Arbeid Gorinchem mijn dank en complimenten uitspreken aan het college, aan onze collegagemeenteraadsleden en aan de ambtelijke organisatie. Voorzitter.
Het jaar 2021 was na 2020 een jaar vol met corona-gerelateerde perikelen die grote invloed hebben gehad op onze inwoners, ondernemers, verenigingen, maatschappelijke instellingen, het bedrijfsleven en, niet te vergeten, de ambtelijke organisatie. Dat alles heeft z’n effect gehad op de voorgenomen plannen en projecten, zowel in voorbereiding als in uitvoering en mede daardoor ook op het financiële resultaat van 2021. Daarover legt u als college op de voorgeschreven wijze en op de met de gemeenteraad afgesproken manier verantwoording af in de jaarstukken, per hoofdstuk, per paragraaf en waar nodig zelfs per afzonderlijke begrotingspost. Als Partij van de Arbeid volgen we die inhoudelijke verantwoording en trekken we ook de conclusie dat alle afwijkingen goed toegelicht en verklaarbaar zijn. Op hoofdlijnen, voorzitter: het financiële resultaat van 9,6 miljoen euro voor bestemming positief is weliswaar een flink bedrag, maar het betreft slechts 6% van de jaarlijkse begroting en als we kijken naar de doorgeschoven posten, een bedrag van 2,9 miljoen bestemmingsvoorstellen, dan betreft dat minder dan 2%; kortom, 98% klopte. Een vast aandachtspunt voor de Partij van de Arbeid blijft het weerstandsvermogen, ofwel de vraag “zijn de risico’s van de gemeente voldoende gedekt?”. Ook daarover bestaan afspraken met de raad.
Natuurlijk moet de gemeente in staat zijn om de risico’s die zich altijd kunnen voordoen op te vangen, maar op dit moment is de weerstandsratio ruim 2,5, en dat gaat ver uit boven de door de raad vastgestelde marge van 1,4 tot 2,0. Dat laatste betekent namelijk al dat de risico’s dubbel gedekt zijn. Terecht kondigt het college aan dat hierop bij de perspectiefnota zal worden teruggekomen, want het biedt extra ruimte voor investeringen, zonder gevolgen voor de schuldpositie. Maar daarover zal ik me verder uitspreken bij de behandeling van de perspectiefnota. Voorzitter. Mijn primaire reactie op het amendement en de moties van D66 is positief. 49.000 euro ondersteuning voor mantelzorgers oormerken vind ik op zich heel goed, maar als je het toevoegt aan de reserve sociaal domein, zit er een paar miljoen in, waarmee je nog een extra boost zou kunnen geven. Mijn vraag aan het college zou daarom zijn: wat is nou verstandiger, 49.000 euro oormerken, of die boost geven via de reserve sociaal domein?
J - 33
De heer Van der Meijden: Voorzitter, mag ik daar een interruptie op plegen? De voorzitter: Ga uw gang. De heer Van der Meijden: We hebben het hier al gehad over het verschil tussen de jaarstukken en de perspectiefnota. Ik nodig de heer Oostrum van harte uit om tijdens de behandeling van de perspectiefnota een voorstel te doen om uit de algemene reserve nog meer te doen voor mantelzorgers. De heer Oostrum: Ik wil daar niet te ver op vooruitlopen, op dit moment reageer ik op uw motie. 49.000 euro oormerken vind ik zeer sympathiek, en ook heel terecht. Ik heb de wethouder tijdens het vragenuurtje horen zeggen dat er al heel veel aandacht is besteed aan mantelzorgers. Ondanks dat feit is er toch nog 49.000 euro die geoormerkt was overgebleven en als je dat toevoegt aan de reserve sociaal domein, is er extra ruimte om daaruit nog meer te doen, maar ik wacht even het antwoord van de wethouder af. Het verbeterplan tussenrapportage gaat me eigenlijk iets te ver. In de verantwoording die het college heeft afgelegd zit ook een verklaring waarom er niet zo nauwkeurig begroot kon worden en waarom de tussenrapportage niet zo helder was, maar ik wacht ook even op de reactie vanuit het college. Wat betreft de motie over de laadpalen: ik ben blij dat u die aangepast heeft.
Want mijn eerste reactie was: het is leuk, maar wij gaan er als gemeente natuurlijk niet over of de raad laadpalen gaat plaatsen, maar we gaan wel over de vergunning. Als u de motie nu zodanig aanpast, dat het aan de gemeente is om die vergunning af te geven, dan gaan wij die motie steunen. Voorzitter, hierbij wil ik het laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Van Oversteeg, CDA. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, dank u wel. Jaarstukken geven altijd gelegenheid om terug te blikken. Met deze nieuwe raad hebben we frisse benen in het veld en dan is het mooi te zien dat de financiële situatie van onze gemeente er goed uitziet en we daarmee een goede basis leggen voor de uitdagingen die we het hoofd moeten bieden. Vier jaar geleden kwam onze fractie uit de startblokken onder het motto ‘Samen bouwen aan Gorinchem’, en gebouwd hebben we. We hebben gebouwd aan een betere bereikbaarheid van onze stad, aan onze lokale economie, aan onze positie in de regio, aan grote transformaties en aan ons onderwijs, om maar wat te noemen. We mogen trots zijn op de besluiten die we in deze zaal, maar vorig jaar vooral ook thuis achter onze iPad, hebben genomen. Complimenten ook voor de ambtelijke organisatie, want waar wij het ontwerp mochten goedkeuren, zijn zij met de stenen gaan stapelen, en dat met weer een coronajaar achter de rug.
Ondanks de grote impact van corona staat het er rooskleurig voor. Financieel en beleidsmatig hebben we samen gebouwd aan een goed fundament voor de komende periode. Onze slogan voor de komende periode is ‘Wij horen bij elkaar’ en hoewel vooruitblikken vooral thuishoort bij de perspectiefnota, hecht ik eraan namens het CDA te benoemen dat ik ernaar uitkijk om met elkaar verder door te bouwen op dit fundament. De tijd voor uitvoering komt eraan. Tot slot zou ik graag meteen willen reageren op de moties en het amendement die zijn ingediend. Allereerst de mantelzorgondersteuning. Daar stemmen wij van harte mee in. J - 34
Die groep verdient die ondersteuning zeker en wij stemmen dan ook van harte in met de herbestemming daarvan. Realistisch begroten en bijsturen. Ik heb letterlijk als aantekening opgeschreven: niemand is tegen realistisch begroten en zo goed mogelijk weten waar je aan toe bent en aan welke knoppen je kunt draaien. Maar wij zijn ook wel erg gecharmeerd van een zekere conservatieve begrotingsdiscipline. We hebben liever dat het meevalt dan tegenvalt. Nu valt het wel heel erg veel mee, dus ik begrijp de motie wel, maar ik heb nog wel de vraag of zo’n forse afwijking het afgelopen jaar echt incidenteel was, of dat het vaker voorkomt en, zo ja, hoe groot het dan is. Ik heb dat zelf niet zo snel terug kunnen vinden. Ten slotte de laadpalen. Goed om de achterstanden weg te werken. Ik heb er overigens wel vertrouwen in dat het wordt opgepakt nu er een nieuwe aanbieder is en ik twijfel dan ook een beetje of deze motie niet wat overbodig is. Ik zou wensen dat we nergens meer achterstanden mee hadden, maar tegelijkertijd gaan we niet voor elke achterstand een motie indienen. Als we deze motie echter kunnen zien als een zetje in de rug, zeker voor wat betreft de zaken waar we zelf invloed op hebben, dan vinden wij dat prima en stemmen wij daar ook mee in. De voorzitter: Dank u wel. De heer Schefferlie, Democraten Gorinchem. De heer Schefferlie: Voorzitter.
Een terugblik op ’21 vraagt ook wel stilstaan bij corona. Net zo goed als in alle organisaties mensen zich waanzinnig hebben moeten inzetten om er nog het beste van te maken, geldt dat uiteraard ook voor de mensen in dit gebouw en onze inwoners die meewerken aan het opbouwen van de stad. Daarvoor iedereen ontzettend bedankt. Alleen, ik heb ook een vraag over corona, en die gaat eigenlijk over het coronamonument. Ik ben daarover bevraagd door inwoners die ik goed ken en het ongeluk hebben gehad om in de coronatijd beide ouders te verliezen binnen 24 uur. Dat is wel een heel traumatisch voorbeeld van het vele verdriet dat er is geweest. Het is een kleine troost in dat grote verdriet, maar zo wordt het wel gezien, dat er zo’n monument komt en hun vraag, die ik mag overbrengen, is: waar blijft het? Want het was toegezegd in het voorjaar en mensen zouden het fijn vinden als het ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Dan de meer traditionele blik op het jaar terug. We zijn positief als je met één oog kijkt naar de financiële realiteit, als het gaat over de structurele ruimte die in de exploitatie is overgebleven en die we alvast vooruitzien, de afgenomen schuld per inwoner, die uiteindelijk straks weer een stukje stijgt, om daarna structureel te dalen. Die stijging zien we als een soort gevolg van de investeringsinhaalslag die na 2018 is ingezet, met alle mooie resultaten van dien.
Blij zijn we natuurlijk ook nog steeds met de dalende rentelasten en de hoge weerstandsratio. Tegen de achtergrond van al die hoge investeringen die zijn ingezet of gepland, zien we een mooi Gorinchem in ontwikkeling, zoals het overdrachtsdocument luidt, en wat dat betreft een mooie basis om de komende jaren ook echt daadkracht en resultaat te laten zien als gemeente. Je zou kunnen zeggen: de rode loper ligt uit. En dan komt er, even vooruitblikkend op de perspectiefnota, ook de verhoging van het gemeentefonds nog eens bij. Dus dat is allemaal mooi. Tegelijkertijd zien we in de stad, en natuurlijk ook bij mensen, een torenhoge inflatie, weliswaar vooral van nu, en de mogelijkheden van minima en middeninkomens om steeds moeilijker rond te komen, en dat vraagt toch wel om een stukje terughoudendheid in het verhogen van de J - 35
lokale lasten en het versterken van het armoedepreventiebeleid. Is dat nou terugblikken? Nee, voorzitter, ik vind dat heel moeilijk en ik hoop dat we in de toekomst de jaarrekening en de perspectiefnota weer samen mogen pakken, opdat alles wat nu overgebleven is van het vorig jaar ook weer gelijk doorgepakt kan worden in een en dezelfde context. Terwijl we met dat ene oog zo fijn kunnen kijken naar de financiële werkelijkheid, hebben we nog een andere kant van het verhaal, namelijk de enorme investeringen die ons te wachten staan op duurzaamheid, energietransitie en onderwijshuisvesting. En dan hebben we nog de woningnood ten aanzien waarvan we het vorig jaar hebben besloten om maximaal 5 miljoen per jaar te investeren, en het wordt, denk ik, een goede vraag of we die lijn uit ’21 ook moeten doorzetten in de toekomst, zeker gelet op de mogelijkheden die zich aankondigen. In ieder geval is het nodig om, doorbordurend op het vorig jaar, zeg maar, scherpe keuzes te maken straks in het inzetten van die financiële middelen, om door te kunnen bouwen. In die zin kijken we natuurlijk uit naar het eerder genoemde akkoord op 7 juli. Dan nog wat terugkijkend op de inhoud en inzoomend: mooie resultaten, vooral door samenwerking. Ik hoop dat we ook die lijn doorzetten, met voorbeelden als de Forteshal, de Beweegroutes en het i-lab.
Daar zie je juist dat, waar er samengewerkt wordt, die extra meters ontstaan. Op cultuur is dat minder geslaagd, als het dan specifiek om De Nieuwe Doelen gaat. Wij wensen het volgende college meer succes, in ieder geval als het gaat om het afronden van wat we daar tot nu toe in hebben gezien. De bestuurlijke samenwerking is in ieder geval ook in ’21 doorgezet in positieve zin. In de laatste jaren is gelukkig een trendbreuk ingezet en met de regiodeal die we hebben opgepakt hopen we dat dat ook in de uitvoering verder goed waargemaakt wordt, net zo goed als dat geldt voor het woonproject Linge. Over veiligheid hebben we nog een vraag, voorzitter: of er al zicht is op het effect van het camerabeleid. Goed dat ook onderzoek gedaan is naar verbetering van de fietsroutes. Wat ons betreft een prioriteit, dus mocht het coalitieakkoord nog niet droog zijn: daar zou je ons blij mee maken, om vooral die fietsroutes nog verder vooruit te duwen. Waardering ook voor het verzilveren van Gorinchem als mooiste vestingstad. Daar willen wij graag onze dank voor uitspreken. Daarbij vragen wij ons af of er ook nog steeds ruimte is voor een stegenplan. Dat is ook wel weer meer vooruitkijken, maar wel met veel belangstelling. Op het sociaal domein hebben we natuurlijk onze opgave gezien rond de opvang van vluchtelingen.
Ook daar zie je de samenwerking, als we dank mogen uitspreken voor Deli Home bijvoorbeeld recent, maar ook de bereidheid die er in Gorinchem altijd weer was hebben we het vorig jaar gezien en ook die moet weer een vervolg krijgen natuurlijk. Op het gebied van duurzaamheid en energie zien we in ’21 vooral van wat we hebben uitgesproken, natuurlijk ook in het kader van de verkiezingen, wat we niet willen. Wij hopen dat het ambitieniveau hoog blijft en dat we in ieder geval gaan zien wat we dan wel gaan doen. Bij stedelijke vernieuwing kijken wij met trots terug op de tiny houses en het gemeentebestuur dat vooral in mogelijkheden dacht. We zijn ook zeer verheugd over de verplaatsingen die in gang zijn gezet rond de Schelluinsestraat en de ontwikkelingen bij
J - 36
de Arkelsedijk. Het gebeurt niet zo vaak dat je zulke kansen en visies ook zo snel oppakt. Laten we die doorzettingskracht vooral erin houden. Waardering ten slotte voor de ontmoetings- en speelplaatsen, ook een mooie ontwikkeling in ’21. Wij zien ontmoeting en spel als essentieel voor de betrokkenheid en ontwikkeling van mensen. Ik hoop dat ieder raadslid al een keer achter de Tiende Penninglaan heeft gelopen. Dat is waanzinnig opgeknapt, misschien de woningen zelf ook nog een keer in de toekomst, we gaan het zien. Kortom, voorzitter: wij kijken eigenlijk overwegend tevreden terug, met genoeg uitdagingen in het verschiet. De moties en het amendement van D66 staan tot op dit moment op groen. We wachten nog even de respons van het college af. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Dansen, SP. Mevrouw Dansen: Dank je wel, voorzitter. De SP heeft naar de jaarstukken gekeken en daarbij zijn ons een aantal dingen opgevallen. Alvast even een spoiler alert: dat zijn ándere dan de heer Schefferlie heeft gezien. Het eerste is de positieve duiding van de cijfers. Dat maakt dat wij ons afvragen hoe de jaarstukken eruit zouden hebben gezien wanneer gepland beleid wél was opgestart, of uitgevoerd, en hoe de jaarstukken en de groene stoplichten van de stresstest eruit zouden hebben gezien zonder de eenmalige tegemoetkomingen van het Rijk.
Niemand kan daar een exact antwoord op geven, maar wat wel duidelijk is, is dat het antwoord minder positief zou zijn dan nu. De toekomst is jammer genoeg niet bepaald positief en financieel ligt er een grote uitdaging. Een meer bescheiden toon zou misschien beter op z’n plaats geweest zijn. Ik geef een concreet voorbeeld waar meer bescheidenheid zeker ook voor geldt. Trots wordt in de jaarstukken gemeld dat het college maar liefst 382 ton CO2 op jaarbasis heeft bespaard. Wij vinden dat wel erg specifiek voor een schatting. Daarom heeft onze fractie om berekeningen gevraagd, die we helaas niet hebben mogen ontvangen. We willen het college ervoor waarschuwen dat dit over kan komen als goochelen met cijfers om groener over te komen dan werkelijk het geval is. We moeten wel toegeven dat het helaas vaker voorkomt dan je zou denken, ook in de landelijke politiek, bijvoorbeeld vertegenwoordigers van de Nederlandse regering die tegen de VN zeggen dat onze barbecues blijkbaar heel goed zijn in het besparen van CO2, omdat houtskool nou eenmaal van hout is en daarom hernieuwbaar. Een hele mooie! Zo werkt dat niet helemaal volgens ons. Wij nemen ook aan dat dit niet het landelijke toonbeeld is dat we in Gorinchem willen volgen. Daarom zouden we heel graag de berekeningen van de CO2-besparingen alsnog willen ontvangen, liever nu dan morgen.
Dit gezegd hebbende, willen wij graag afsluiten met een persoonlijke noot. We blikken met de jaarstukken terug op de wel of niet behaalde resultaten uit het verleden. Nu wordt het tijd om vooruit te kijken en ons te richten op de toekomst. De SP kijkt daar naar uit. Van de gelegenheid wil ik gebruikmaken om meteen iets te zeggen over de moties en het amendement van D66. De motie ‘Realistisch begroten en bijsturen’. Ik ben het eens met het CDA: hoe kun je daar nou tegen zijn? Wij zijn daar ook voor, al zijn wij het niet helemaal met D66 eens dat geld per se altijd uitgegeven moet worden. J - 37
Het amendement ‘Ondersteuning van mantelzorgers blijft overeind’. Daar zijn we niet voor, omdat de reserve sociaal domeinDe heer Tekir: Voorzitter, bij wijze van interruptieMevrouw Dansen: Zal ik eerst mijn zin afmaken? Misschien helpt datDe heer Tekir: Ik vroeg het aan de voorzitter. De voorzitter: Ik denk dat het nog over het vorige punt gaat? De heer Tekir: Ja, het vorige punt. De voorzitter: Oké. De heer Tekir. De heer Tekir: Een verduidelijkingsvraag. Ik hoor mevrouw Dansen zeggen dat geld niet altijd uitgegeven hoeft te worden. Hoe ziet u dat dan met het vaststellen van de begroting? Zodra u akkoord gaat met een begroting, gaat u akkoord met de uitgaven van de volledige begroting. Maar achteraf zegt u dan: het hoeft niet allemaal uitgegeven te worden? Hoe kijkt u daar zelf tegen aan? Mevrouw Dansen: Ten eerste heb ik gezegd dat ik het eens ben met zo realistisch mogelijk begroten. Als ik zeg dat het niet altijd uitgegeven hoeft te worden, verwijs ik bijvoorbeeld naar het feit dat in coronatijd heel veel verenigingen – ik heb daar van dichtbij wat van mogen zien – hun subsidie niet helemaal gebruikt hebben. Dat is dus eigenlijk niet uitgegeven, maar dat hou je dan volgend jaar over als je ze dat laat houden, of laat terugbetalen. Dus het hoeft gewoon niet altijd. Ik ga eventjes door. Het amendement ‘Ondersteuning van mantelzorgers blijft overeind’.
Wij vinden dat die net zo goed in de reserve sociaal domein kan gaan, omdat die ook voor mantelzorgers is, maar vooral omdat niet duidelijk is waar het bedrag aan uitgegeven moet worden ter ondersteuning van de mantelzorgers. Dat kan net zo goed voor iedereen een taart zijn als wat anders. Als er een mooi voorstel voor komt, zullen wij er heel graag naar kijken, want ook wij vinden dat mantelzorgers mooi werk doen. De motie-laadpalen. We zijn het met D66 eens dat er meer laadpalen moeten komen, of zullen we het laadmogelijkheden noemen? Maar wij zijn niet voor privé-laadpalen. Er moeten gewoon meer laadpalen in Gorinchem komen voor iedereen die elektrisch rijdt. Dus ik vind deze motie een beetje lastig. We denken er nog even over na. De heer Tekir: Voorzitter. De motie gaat niet over privé-laadpalen. Mevrouw Dansen: De motie heet ‘Heb je ook nog geen laadpaal?’ De heer Tekir: De motie heet ‘Wacht jij ook nog op een laadpaal?’ Mevrouw Dansen: Ja, en als ik op een laadpaal wacht, dan mag ik er redelijkerwijs van uitgaan dat het een laadpaal voor mijn huis is. De heer Tekir: Ik zal de motie iets verduidelijken, want ik vermoed dat u haar niet helemaal hebt kunnen lezen.
J - 38
Mevrouw Dansen: Misschien is dat voor andere mensen ook goed. De heer Tekir: De aanvragen die bij de gemeente worden gedaan voor een laadpaal betreffen algemene laadpalen. U hoeft bij de gemeente geen aanvrage in te dienen voor een individuele laadpaal; dat mag iedere inwoner zelf regelen. Mevrouw Dansen: Dank je wel. Ik zal erover nadenken. Ik heb geen elektrische auto, dus ik wist dat niet. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Santen, VVD. Daarna krijgt de heer De Pagter het woord. De heer Van Santen: Voorzitter, dank u wel. De jaarstukken. We kijken terug op wat is geweest. Door ons bestuur wordt daarbij verantwoording afgelegd over het gevoerde financiële beheer, de gerealiseerde activiteiten en de doelen. Ook wij denken dat het afgelopen jaar best een pittig jaar is geweest, en dat gaan we het komend jaar ook voor onze kiezen krijgen met de stijgende gasprijzen, bouwkosten en noem-maar-op. Wij willen nog wel benadrukken wat daarin de rol van de raad is, namelijk kaderstellend en controlerend. Ik kom daarop zo meteen nog terug. De jaarstukken zelf lijken ons gewoon goed en vanuit onze fractie wil ik daarvoor dan ook onze complimenten uitspreken aan de wethouder en het college. Door collega’s zijn al een aantal dingen genoemd die ter uitvoering zijn geweest en die ondersteunen wij van harte. Ik wil doorgaan met het amendement en de moties van D66.