20220623 Concept Verslag raadsvergadering.docx
Tekst van het document
Nr. 10
Zitting van donderdag 23 juni 2022 Voorzitter: mevrouw R.W.J. Melissant-Briene, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: de heer A. Boutachkourt, mevrouw E.L. Dansen, de heer J.P. van der Geest, de dames P. de Groot en E.W.H. Hamann, de heren M.C. Houtepen, J. Klein, A. Koçak en A. Krol, de dames A. Mager en GH. Metz, de heren T.I. van der Meijden en J.C. Oostrum, de dames J. van Oversteeg en W. Paans, de heer M. de Pagter, mevrouw L.P.W. Pellikaan en de heren F. Polatli, N. van Santen, P.C.J. Schefferlie, I. Tekir, D. van Veen en C. van Willigen. Griffier: de heer H. Sepers. Tevens aanwezig de wethouders R.P. van Doesburg, J.P. van der Geest, E.C.M. Kraaijeveld en D. van Zanten, alsmede mevrouw H. Kromkamp (gemeentesecretaris) en de heer P. Sleeking (formateur). Afwezig: de heer B.C.S. Bahlmann en mevrouw D. Stevens.
* 1. Opening (19.30 uur). ..................................................................................................................................................2 2. Ingekomen stukken / mededelingen. ..........................................................................................................................3 3. Vaststellen agenda......................................................................................................................................................3 4. Vaststellen notulen voorgaande raadsvergaderingen en parallelsessies.....................................................................4 5.a Tussenbericht van de formerende partijen...............................................................................................................4 5.b Vragenuurtje raadsleden, informatie vanuit het college. .......................................................................................10 6. Hamerstukken. .......................................................................................................................................................27 6.a Verordening bekostiging Leerlingenvervoer gemeente Gorinchem 2022 (2022-7963269)..................................27 6.b Zienswijzevoorstel wijziging afstemmingsverordening Avres i.v.m.
Wet inburgering (2022-807271) ...............27 6.c Zienswijzen gemeenschappelijke regelingen (2022-807581)................................................................................27 7. Bespreekstukken ....................................................................................................................................................27 7.a Startnotitie Stedelijke Vernieuwing 3.0 (2022-804756)........................................................................................27 7.b Jaarstukken 2021 gemeente Gorinchem (2022-808367) .......................................................................................29 7.c Zienswijze gemeenschappelijke regeling Avres (2022-804822)...........................................................................51 8. Overzicht begrotingswijzigingen juni 2022 (2022-802935)..................................................................................57 9. Moties vreemd aan de orde van de dag..................................................................................................................57 10.
Sluiting. .................................................................................................................................................................61
J-1
1. Opening (19.30 uur).
De voorzitter: Dames en heren, van harte welkom in deze raadsvergadering van de gemeente Gorinchem. Het is jammer dat we hier moeten zitten terwijl het zulk stralend weer is, maar soms is het wat het is en moeten we noest aan de arbeid. Degenen die aanwezig zijn, ook de aanwezigen in het publiek – van harte welkom uiteraard –, zien voor zich een gebakje met daarop de nieuwe huisstijl van Gorinchem. U weet dat ik altijd iets voorlees uit het historisch archief Gorinchem en het is dan ook toepasselijk dat ook dat over de huisstijl gaat. Huisstijlen bestaan in Nederland al zo’n zestig jaar, met de KLM als trendsetter. De gemeente liep in 1994 dus niet voorop met de huisstijl die toen kwam. Dat voor ons nieuwe verschijnsel was gewenst omdat we toen een centraal pand betrokken. Daarvóór waren allerlei organisatieonderdelen verspreid in de binnenstad, en daarbuiten, met allemaal in vorm verschillende uitingen. Er was zelfs een vignet waarin Gorinchem was afgebeeld als centrum van Nederland. Daarnaast was er nog altijd het gemeentewapen. Een ambtelijke werkgroep was aan de slag gegaan voor een uniforme huisstijl. Zeven uitgenodigde bedrijven dienden een ontwerp in. Unaniem koos de werkgroep voor dat van het bureau van Henk Brik uit de Knipsteeg, want dit ontwerp was tijdloos. En toeval of niet, het was ook het goedkoopste: 3300 gulden.
Nadat het college akkoord was, mocht een raadscommissie er ook nog naar kijken, maar alleen ter kennisneming. Nou, het viel niet tegen. Ook de raadsleden waren unaniem blij. De huidige huisstijl heeft de gemeente Gorinchem lang gediend, maar liefst 28 jaar. De nieuwe huisstijl is ook weer door een Gorcums bedrijf ontworpen, dat 2Seconds heet en ook werkt voor de KLM. Het is een moderne en actuele huisstijl, passend bij de communicatiemiddelen van deze tijd en bij wat we als gemeente willen uitstralen: de gemeente die samen met de inwoners de stad maakt, sterk, verbindend en inspirerend. We hebben onze blik op de toekomst en tegelijkertijd zijn we trots op onze historie. De geschiedenis van de mooiste vestingstad van Nederland loopt daarom als een rode draad door de nieuwe huisstijl. Sinds 1273, als Jan van Arkel Gorinchem koopt, zit rood in het stadswapen. In de jaren die volgen heeft rood altijd de hoofdrol gespeeld in het Gorcumse kleurenpalet. In de heraldiek is rood een hoofdkleur als symbool van het leven. En zo geven we door de jaren heen kleur aan de gemeente Gorinchem. Gorinchem is niet alleen een vestingstad, maar ook een moderne gemeente met diversiteit, wonen, werken en recreëren. Gorinchem staat open voor iedereen en staat open voor ontwikkeling. Een open vesting dus en open minded.
Het kroontje in het logo is een verwijzing naar het oude logo, met de kroon en het wapenschild. Hierin zit het goud, het kapitaal, van de gemeente: de inwoners, partners en medewerkers die op basis van kennis, betrokkenheid en creativiteit Gorinchem naar een hoger niveau brengen. We zijn niet voor niets de mooiste vestingstad van Nederland geworden. En bij de mooiste vestingstad van Nederland past een moderne huisstijl met oog voor historie. Eet smakelijk! Een paar mededelingen. Mochten moties en amendementen worden ingediend, dan zullen ze, zodra ze ontvangen zijn, digitaal verspreid worden. Graag sturen naar de griffie. Afwezig met kennisgeving zijn de heer Bahlmann en mevrouw Stevens. De fractie Stadsbelang heeft de heer Roeland aangesteld als fractieassistent. De raad is hierover op 1 juni per RIB van de griffie geïnformeerd. Gefeliciteerd. De heer Roeland is J-2
overigens gen onbekende voor de meesten van ons, want in de vorige periode heeft hij voor Stadsbelang in de raad gezeten. 2. Ingekomen stukken / mededelingen.
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt besloten conform de door de agendacommissie geadviseerde afdoening. 3. Vaststellen agenda.
De voorzitter: Dames en heren. Allereerst leg ik u de vraag voor of er nog moties vreemd aan de orde van de dag zijn. Mevrouw Metz: Ja, wij willen graag een motie vreemd aan de orde van de dag indienen. De heer Van Willigen: Datzelfde geldt voor mij: een motie vreemd aan de orde van de dag, met als titel ‘Knipkaart voor accommodaties’. De heer Schefferlie: Voorzitter. Mogelijk hebben ook wij een motie vreemd aan de orde van de dag. Het hangt een beetje af van de toelichting zo meteen. De voorzitter: Dat gaan we dan zien. Ik stel voor dat te doen bij de behandeling van agendapunt 9. Op 21 juni hebben wij een tussenbericht ontvangen van de formerende partijen. Daarin heeft de formateur, de heer Piet Sleeking, het aanbod gedaan een toelichting te geven op het proces. De formateur is ook in ons midden; een bijzonder woord van welkom. De vraag is of u het op prijs stelt dat de formateur een toelichting gaat geven. Ik zie instemmende reacties. Dan stel ik voor dat te doen voorafgaande aan het vragenuurtje, onder agendapunt 5.a. Aldus wordt besloten. De heer Van Santen: Voorzitter. Vandaag was er wat berichtgeving en ik begreep van collega’s dat daarover ook mondelinge vragen zouden worden gesteld of iets. Ik kijk even naar rechts. Het ging onder andere over de Zomerfeesten.
Onze fractie heeft ook kennisgenomen van die berichtgeving en ook wij hebben misschien een vraag of opmerking daarover. Dat kan wellicht in aanvulling op het vragenuurtje. Het kan ook zijn dat die vragen door mijn collega gesteld worden. Dan is dat prima, en anders wil ik daarover ook nog een korte aanvullende vraag stellen, of reactie geven, als dat mag. De voorzitter: Het lijkt me goed om dat bij het vragenuurtje te doen. De heer Schefferlie had het in de gemeenteraadsapp al aangekondigd. Aan het einde van het vragenuurtje, als de ingediende vragen zijn beantwoord, geef ik de heer Schefferlie het woord voor het stellen van de vragen. Mochten er aanvullend nog vragen zijn, hetzij bij u, hetzij bij anderen, want ik snap echt wel de spoedeisendheid hiervan, dan is dat geen enkel probleem. De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld.
J-3
4. Vaststellen notulen voorgaande raadsvergaderingen en parallelsessies.
De notulen van de raadsvergadering van 25 mei 2022, de verslagen van de Zeepkist van 21 april en 25 mei 2022 en van de parallelsessies 20220602 B&A Herziene verordening leerlingenvervoer, 20220602 I&O Jaarstukken 2021 bespreken met accountant, 20220602 I&O Zienswijzen gemeenschappelijke regelingen, 20220609 B&A Jaarstukken 2021 gemeente Gorinchem, 20220616 B&A Zienswijzen gemeenschappelijke regelingen en 20220616 I&O Stedelijke Vernieuwing Haarwijk Oost worden zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming ongewijzigd vastgesteld. 5.a Tussenbericht van de formerende partijen.
De voorzitter: Het woord is aan de heer Sleeking. De heer Sleeking: Voorzitter, dames en heren. Na de vorige informatiebijeenkomst met de raad op 25 mei zijn de formerende partijen hard aan de slag gegaan om te komen tot een coalitieakkoord op hoofdlijnen, zoals eerder al gezegd. Met opzet is gekozen voor een akkoord op hoofdlijnen, om bij de verdere uitwerking en invulling de raad de gelegenheid te bieden hierop input te geven en zo naast een collegeprogramma ook aan een raadsagenda te werken voor de komende periode. Op lokaal niveau vertonen verkiezingsprogramma’s vaak heel veel overeenkomsten, is ook mijn ervaring, en daarnaast ook enkele opvallende verschilpunten bij de benadering van actuele onderwerpen. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval bij de discussie rond De Nieuwe Doelen, de RES, met name de plaatsing van windturbines, en, niet te vergeten, het sociaal domein. Grote overeenstemming is er met betrekking tot de grote opgaven waar de gemeente voor staat: de transformaties, de woningbouwambitie en de uitdagingen op het gebied van duurzaamheid en mobiliteit. Er ligt een breed gedragen wens om te werken aan verbetering van de bestuurscultuur en de samenwerking tussen college en raad en de extra inzet op participatie. Dat is ook in mijn gesprekken met de andere partijen bevestigd.
Dat er de nodige irritatie bestond rond het informatietraject en de uitkomst daarvan, is ook helder gebleken, maar wij hopen en verwachten dat de raadsfracties dit voor nu achter zich kunnen laten en gezamenlijk een inspanning willen leveren voor een goede onderlinge samenwerking, gericht op de uitvoering van de vele ambities die er in uw gemeente zijn. Het zal ook duidelijk zijn dat er keuzes gemaakt moeten worden, alleen al vanwege de beperkte financiële ruimte die voor de komende periode beschikbaar is. In de formatie zal duidelijk moeten worden hoe de gestelde wensen zich verhouden tot die financiële ruimte. In de planning van het coalitieakkoord wordt de definitieve besluitvorming op de tekst op zaterdag 2 juli verwacht. Eerder is fysiek en agendatechnisch niet haalbaar gebleken. De raad zal meteen na dat weekend de beschikking krijgen over in ieder geval de tekst en als het even meezit ook nog over een verder uitgewerkte tekst in een mooi format, om daar op 7 juli een eerste reactie op te kunnen geven. Een verdere en diepgaandere discussie zal dan na het zomerreces kunnen plaatsvinden, om over het verdere proces rond de uitvoeringsagenda met elkaar te spreken. Ik realiseer me dat de raad over zijn eigen agenda gaat en over zijn eigen werkwijze, dus daarop wil ik ook geen voorschot nemen.
Naast een flink aantal presentaties op de grote opgaven de afgelopen weken hebben de formerende partijen zich gefocust op de begrotingsonderdelen. U kent die allemaal, dus J-4
ik hoef ze niet op te noemen. Dat gaat van cultuur, met name De Nieuwe Doelen, tot de grote opgaven rond stedelijke vernieuwing, maar ook, niet het minst belangrijk, het bestuur, de bestuurlijke verhoudingen en de lobbydossiers, ook in relatie tot de grote opgaven, en de samenwerking in de regio en verder. Op al deze onderdelen is een korte, compacte visie geformuleerd, met daaraan gekoppeld een aantal concrete doelen en voornemens. Ook daar loop ik niet op vooruit, want u zult het allemaal kunnen lezen bij de presentatie van het coalitieakkoord. Intussen is ook de screening van de kandidaat-wethouders in gang gezet en de uitkomst daarvan wordt in ieder geval besproken met de burgemeester, zoals gewoon is. De conclusies zullen vervolgens ook worden gedeeld met de commissie voor de geloofsbrieven, zodat de kandidaten ook op 7 juli kunnen worden voorgedragen en benoemd. Voorzitter. Tot zover mijn nadere toelichting op de brief die eerder is verstuurd. Ik begreep dat er wat misverstand was ontstaan over het definitieve moment van beschikbaarstellen van het coalitieakkoord, maar ook tijdens de vorige bijeenkomst heb ik u al toegezegd dat ernaar wordt gestreefd dat alle raadsfracties voor de presentatie en de bespreking in de raad daarvan kennis kunnen nemen. Helaas lukt dat niet eerder dan op de maandag na 2 juli, zijnde dus 4 juli.
Ik hoop dat u voldoende tijd heeft om daarvan kennis te nemen, het met elkaar te bespreken en er een reactie op te geven. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog vragen bij deze procesinformatie? De heer Oostrum. De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het beperken tot een procedurele vraag, die we ook in de agendacommissie aan de orde hebben gehad. Daarin hebben wij zeer nadrukkelijk gevraagd om toch te proberen de stukken tijdig voor te leggen, zowel inhoudelijk, in het coalitieprogramma, of in ieder geval een aanzet tot een coalitieprogramma, en daarbij ook een procedurevoorstel neer te leggen, zodat we ook kunnen beoordelen of we dat op 7 juli kunnen bespreken. Ik heb u horen spreken over een coalitieprogramma, althans een aanzet daartoe, die helaas pas op 4 juli beschikbaar komt, terwijl wij er op 7 juli over moeten vergaderen. Ik ga er niet heel formeel over doen, maar het reglement van orde bepaalt wel dat de stukken een week van tevoren aanwezig moeten zijn. Als het enigszins zou kunnen, zou ik er bij u op willen aandringen te proberen het op vrijdag of zaterdag voorafgaande aan het weekend te doen, zodat we wat meer tijd hebben om het te boordelen, en om daar dan ook een procesvoorstel bij neer te leggen hoe u het vervolgproces dan ziet. Want de gemeenteraad krijgt daarin een rol, maar ik neem aan dat ook de inwoners daarbij een rol krijgen.
Vooralsnog even deze procedurele vragen. De voorzitter: De heer Sleeking. De heer Sleeking: Op de eerste vraag kan ik vanuit mijn functie wel antwoorden. Het was echt onze ambitie om die tekst al voor het weekend aan u te kunnen presenteren, al dan niet onder embargo, zoals ook elders wordt gedaan. Zoals het er nu naar uitziet, wordt er echter pas op 2 juli een definitieve klap op gegeven, en dat is het moment waarop er misschien nog aan geschaafd moet worden. We zullen alles op alles zetten om aan uw wens te voldoen, maar ik kan niet beloven dat het voor die maandag al beschikbaar is. J-5
De tweede vraag is echt aan de raad zelf, lijkt mij. Het is aan de coalitiefracties en de andere fracties in de raad om te beoordelen hoe ze dit willen oppakken in de cyclus en de verdere uitwerking van een coalitieakkoord op hoofdlijnen naar een uitvoeringsprogramma en op welke momenten dan ook de raad daarbij aan zet behoort te zijn. De heer Oostrum: Ik hoor het u zeggen, maar ik vergelijk het maar even met wat wij verwachten als het college met een groot document komt. Dan willen we toch graag ook een beetje weten wanneer het aan de orde komt in de raad en in welke vorm. Met normale voorstellen van het college hebben we dan eerst een I&O en daarna een B&A. U legt het nu wel heel erg rauw bij de gemeenteraad, c.q. straks bij de agendacommissie, om een procesvoorstel te doen. Ik zou het toch zeer op prijs stellen als de formerende partijen, dan wel u als formateur, met een conceptvoorstel komen waarover de agendacommissie zich dan kan buigen om te kijken hoe we dat in kunnen passen. Dus iets meer een voorzet dan alleen maar een teken van ‘het komt eraan’. De heer Sleeking: De vraag is helder. Ik neem aan dat ook de formerende partijen hiervan kennis hebben genomen. De bal ligt in eerste instantie niet bij mij, zo zie ik mijn rol niet als formateur, maar bij de gezamenlijke fracties, om daarvoor een voorstel te formuleren richting de raad. U bent er ook zelf bij natuurlijk.
De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel, en ook dank aan de formateur voor deze toelichting. Fijn te horen dat de formerende partijen hard aan de slag zijn om het akkoord gereed te krijgen. Daar is ook de nodige tijd voor genomen, dus ik wil wel herhalen dat wij er procedureel gezien aan hechten dat het akkoord tijdig wordt gedeeld met de raad, zodat we er met elkaar een goede bespreking over kunnen voeren op 7 juli, en ‘tijdig’ is in ons geval wel graag vóór het weekend, gelet op de fractievergadering op maandagavond. Voor de volgordelijkheid der dingen zou het dan ook wenselijk zijn om het akkoord te kunnen bespreken op 7 juli, om te voorkomen dat we eerst de wethouders gaan benoemen en pas na de vakantie de inhoud gaan bespreken. Die volgorde is volgens mij de vorige keer ook nadrukkelijk door u uitgesproken: eerst de inhoud en dan de wethouders. Mijn fractie wil graag vasthouden aan die volgorde en om die reden het akkoord op 7 juli bespreken. De heer Sleeking: Het is een herhaling van de vraag die door de heer Oostrum werd gesteld en waarop ik antwoord heb gegeven. We zetten erop in om het voor het weekend te proberen, maar beloven kan ik het niet. En over het tweede punt gaat u echt zelf. Het is in ieder geval een vraag die ik niet kan beantwoorden. De heer Tekir: Dan is het misschien aan de raad om daarop te reageren.
Vindt de raad het wenselijk om het akkoord ook op 7 juli te bespreken? Dat hoor ik dan graag. De voorzitter: Waarbij ik wel even de nuance wil aanbrengen dat ik nadrukkelijk heb horen zeggen dat het een eerste bespreking zal zijn en dat na de zomervakantie een uitgebreidere bespreking zal worden belegd. De heer Schefferlie.
J-6
De heer Schefferlie: Voorzitter. Ook ik had die vraag, omdat in het briefje dat ik kreeg stond dat we het krijgen aangeboden en dat het daarna eens in een bijeenkomst zal worden besproken. Ook wij vinden het belangrijk om op 7 juli heel goed dat document te kunnen bespreken. We willen er geen editie van ‘Kopen zonder kijken’ van maken. We willen wel weten waarom we een college zouden willen steunen op basis van de inhoud, waarop je toch zo’n week of tien hebt zitten broeden. Zeker als we weten dat in de nieuwe coalitie tal van mensen zitten die zich continu druk hebben gemaakt over procesgangen, vind ik dat we nu wel echt ultra laat een document krijgen. Als ik dan van u hoor dat de programma’s zo op elkaar lijken, vraag ik me af waar het dan die tien weken over is gegaan. Ik mag toch hopen dat al belangrijk is voorgesorteerd op de financiële keuzes die zijn te maken in al die belangrijke onderwerpen die we samen willen. Nou goed, dat gaan we dan allemaal zien. Voor ons is het wel een voorwaarde om serieus een besluit te behandelen over het college, als daaraan voorafgaand ook op een serieuze manier een documenten besproken is kunnen worden. Overigens fijn dat ik las dat u zich als formerende partijen kwetsbaar wilt opstellen – daar is, denk ik, ook wel reden toe –, en dat u graag wilt samenwerken.
Alleen, het was wel mooi geweest als dat ook in het proces naar voren was gebracht. Ik herinner mij dat u als formateur ons in een eerder stadium had uitgenodigd met het oogmerk inhoudelijke input te geven, wat op dat moment wat vreemd was omdat er nog helemaal niks was aangereikt als basis vanuit de formerende partijen, maar die bijeenkomst ging vervolgens ook helemaal niet over de inhoud, maar over de op dat moment nog geldende instabiliteit van de groep. Dus wij hebben het heel erg gemist, juist in de beoogde samenwerking die u nastreeft, dat we nog een keertje gevraagd zijn om zowel over het proces dat u nu gaat schetsen als over de hoofdlijnen, die dan kennelijk toch spannender zijn dan we dachten vanwege die tien weken- dat u ons daar niet wat in betrokken heeft. Al met al niet ideaal. We blijven ons positief uitgenodigd voelen om desalniettemin die samenwerking in te gaan, maar de eerstvolgende stap betekent dan dus wel dat we serieus willen kunnen kijken en dan pas kopen. En in die zin, wat het kopen betreft, willen we ook wel graag snel – want het hoeft toch niet zo lang te duren – het besluit zien over de beoogde benoeming van de wethouders. Dank u wel. De voorzitter: De heer Sleeking. De heer Sleeking: Ja, voorzitter, ik kan er niet heel veel concrete vragen uit distilleren.
Ik kan u wel in zoverre geruststellen, dat er ook in deze gemeente sprake is van veel continuïteit van beleid. Dat zult u ook aantreffen in het nieuwe coalitieakkoord op hoofdlijnen. Het is niet zo dat daarmee de wereld op z’n kop gezet zal worden. De democratische marges, zeker op lokaal niveau, zijn smal. Het is zoeken naar ruimte om nieuwe ideeën in te brengen, voor zover ze ook te financieren zijn. Dat kunt u straks ook allemaal beoordelen. Verder zal deze stad niet op z’n kop staan na de presentatie van het coalitieakkoord, integendeel denk ik zelf. De heer Schefferlie: Het antwoord dat ik nog wel verwacht is waar het besluit blijft over de beoogde wethoudersbenoeming. De heer Sleeking: Sorry, die kan ik nietJ-7
De heer Schefferlie: Nou, dat het wat lang duurt voordat we het coalitieakkoord krijgen is natuurlijk jammer, zeker tegen de achtergrond van de tijd die zelf is genomen, maar het voorgenomen besluit over de benoeming van de wethouders lijkt me niet zo ingewikkeld en dat hebben we ook nog niet gezien. Het is gewoon prettig om dat alvast te kunnen bekijken. Ik neem aan dat we die bijvoorbeeld morgen kunnen krijgen, of zo. De heer Sleeking: Dat lijkt mij niet de bedoeling in de afgesproken procedure. De screening van de wethouderskandidaten loopt, of is intussen al afgerond, en de uitkomsten daarvan worden in eerste instantie vanzelfsprekend besproken met de kandidaatwethouders en met de burgemeester, mocht daar aanleiding toe zijn. Verder kan straks de commissie voor de geloofsbrieven zich buigen over de conclusies uit het rapport van Berenschot, zoals volgens mij ook uw raad heeft vastgelegd. Ik kijk even naar de burgemeester of ik het zo goed interpreteer? De voorzitter: Volgens mij vraagt de heer Schefferlie om met een voorstel richting de raad te komen als het gaat over de namen van de kandidaat-wethouders en het aantal fte’s dat daarmee gemoeid is. De heer Schefferlie: Dat klopt, want als u goed kijkt, hebben we daar niet meer dan een persbericht over gekregen en is er geen formeel bericht naar de raad gekomen.
De commissie voor de geloofsbrieven is inmiddels op de hoogte van de namen, maar het aantal fte’s is natuurlijk een interessante vraag. We hoeven toch niet met alles tot het laatst toe te wachten om helderheid te geven? De voorzitter: Ik kan mij voorstellen, maar ik doe maar even een suggestie in uw richting, dat dat voorstel in samenspraak met de griffie wordt opgesteld. De heer Sleeking: De vraag is dan wel wat de bedoeling daarvan is. Ik kan me ook voorstellen dat tegelijk met het aanbieden van het coalitieakkoord de namen van de beoogde wethouderskandidaten worden gepresenteerd. Daarover is volgens mij geen afzonderlijk debat gepland. Als er raadsleden of fracties zin die er op 7 juli nog iets over kwijt willen, is het, denk ik, ook aan u om dat te faciliteren. De voorzitter: Het lijkt mij vrij eenvoudig om even een raadsvoorstel te maken ten aanzien van de wethouders die worden voorgesteld en de betrekkingsomvang daarvan. Volgens mij zeg ik niets raars als ik zeg dat de namen al bekend zijn. Daar moet de formatieomvang aan worden toegevoegd, dan beschikt de raad in ieder geval over dat conceptraadsvoorstel. Daar doelt de heer Schefferlie op. De andere stukken volgen, zoals u hebt aangegeven, waarschijnlijk op maandag. De heer Sleeking: Daarmee eens, denk ik, ja. De voorzitter: De heer Van Santen.
De heer Van Santen: Ik wil mijn collega’s alleen nog even mededelen dat er niet zozeer sprake is van grote spanningsvelden, maar dat het vooral om een stukje zorgvuldigheid gaat. De heer Schefferlie adviseer ik dan ook dit niet te zien als een aflevering van ‘Kopen
J-8
zonder kijken’, maar vooral als een soort ‘Eigen huis en tuin’-aflevering, waarbij je best wel eens positief verrast kunt worden. De heer Schefferlie: Maar bij zorgvuldigheid hoort natuurlijk ook wel, juist als je naar die mooie samenwerking streeft en hoe je daarin de aanstaande oppositie hebt meegenomen- dat is buitengewoon mager geweest, als je het vergelijkt met vier jaar geleden, toen ruim voor het gesprek in de raad de hele Gorcumse bevolking zowel digitaal als fysiek is betrokken en alle fracties hun inbreng hebben kunnen geven. Nu krijgen we om vijf voor twaalf een stuk inhoud, en dat vind ik gewoon jammer. De heer Sleeking: Het was niet echt een vraag aan mij, maar als ik naar andere gemeenten kijk, dan zitten daar qua tijd van aanbieding niet echt veel verschillen tussen. Er wordt altijd gestreefd naar een strakke planning, waarbij vanzelfsprekend de raad als eerste, al dan niet onder embargo, dat stuk in zijn bezit krijgt en het een of twee dagen later ook voor de media en voor de rest van de wereld beschikbaar komt. Ik snap dat u het het liefst al weken van tevoren heeft, om het helemaal uit te kunnen kauwen, maar volgens mij is het stuk straks zo compact dat u echt aan enkele avonden wel voldoende hebt. De heer Schefferlie: Ziet u het maar positief. Wij staan te popelen. De voorzitter: De heer Tekir.
De heer Tekir: Ik was eigenlijk wel benieuwd naar de reactie van de overige fracties op de vraag die ik stelde. Of kan ik uit het zwijgen van de andere fracties opmaken dat er geen bezwaren zijn tegen een inhoudelijke bespreking van het akkoord op 7 juli? Mevrouw Van Oversteeg: Mag ik daarop aanvullen, voorzitter? De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Van Oversteeg: Ik wil mijn collega-raadsleden er graag op attenderen dat we op 5 juli de perspectiefnota behandelen. Ik weet niet hoe u in uw agenda zit, maar ik krijg eerlijk gezegd wel een beetje buikpijn van de toezegging dat op maandag het coalitieakkoord komt. Eigenlijk de oproep aan iedereen: hoe vroeger hoe beter, maar liefst ook nog voor het weekend, om het daarmee ook serieus te kunnen behandelen, want dat lijkt mij wel een belangrijke start voor een goede samenwerking en voor de verbetering van de bestuurscultuur, die we nu op schrift hebben gezien en ook uitgesproken gehoord. Het zou zo mooi zijn als we daar ook naar handelen. De voorzitter: De wens is helder, van verschillende kanten gekomen. Ik heb van de formateur begrepen dat de uiterste best zal worden gedaan om het zo vroeg mogelijk aan te leveren. Een raadsvoorstel met de namen van de wethouders en de formatieomvang wordt voorbereid en richting de raad gestuurd, zodat in ieder geval helder is wat op 7 juli op dat front te verwachten is. De heer Van Santen.
De heer Van Santen: Heel kort. Ik heb net al een beetje aangegeven dat we op zich iets moois kunnen bieden, op hoofdlijnen ook. Het idee was juist, en dat is, denk ik, een unicum in Gorinchem, dat we samen straks wat meer een collegeprogramma gaan uitwerken en dat we daar ook met elkaar meer in detail over kunnen spreken als raad. J-9
Volgens mij is dat juist heel mooi. Ik denk dat daar een stukje zorgvuldigheid aan ten grondslag ligt, dus dat we dat nu eerst gaan doen en dat we er na het reces met een voorstel goed verder over in debat kunnen gaan. Dat is het hele idee hier achter. De heer Schefferlie: Nu raak ik echt in de war, voorzitter, want eerder begreep ik van de formateur dat we het weliswaar laat krijgen maar dat we het wel op 7 juli kunnen bespreken. Daar hebben we ook behoefte aan. De heer Van Santen: Dat heb ik ook niet gezegd, meneer Schefferlie. Op 7 juli kunnen we het inderdaad op hoofdlijnen bespreken, zoals volgens mij ook de voorzitter heeft aangegeven. De heer Schefferlie: Oké, dan gaan we uw akkoord op hoofdlijnen wel gedetailleerd bespreken. De voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Dank u wel, voorzitter. De heer Tekir vroeg of we het de 7de kunnen bespreken. Ik denk zeker dat het realistisch is dat we het daarover dan kunnen hebben en in ieder geval een stuk kunnen bespreken. De diepte ervan, meneer Schefferlie, zal de avond moeten uitwijzen. Ook de formateur heeft net aangegeven dat die ruimte er is. Wat betreft de tijd waarop we het document kunnen aanleveren: er wordt naar gestreefd om dat zo snel mogelijk te doen. De heer Tekir: Dat is fijn, voorzitter. Dank aan de collega-fracties. Het maakt, denk ik, een zorgvuldige afweging van de voorstellen die avond gemakkelijker.
Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Sleeking zeg ik dank voor zijn komst naar Gorinchem. 5.b Vragenuurtje raadsleden, informatie vanuit het college.
De voorzitter: Er zijn schriftelijk een aantal vragen ingediend en daarnaast is sprake van spoedeisende mondelinge vragen, die eventueel nog zullen worden aangevuld door anderen uit uw raad, zo hebben we zojuist bij de vaststelling van de agenda afgesproken. We beginnen met de vragen die eerder zijn ingediend. Het woord is allereerst aan de heer Van Santen met vragen over de uitkomst van de brandscan. De heer Van Santen: Dank u, voorzitter. In november 2021 heeft onze fractie vragen gesteld omtrent de stand van zaken van onder andere gemeentelijke panden in relatie tot de nieuwe wetgeving met betrekking tot rookmelders, die per 1 juli a.s. ingaat. In uw beantwoording gaf u aan dat u de veiligheid van het gemeentelijk vastgoed heel belangrijk vindt en om die reden in 2022 bij alle gemeentelijke panden een brandscan te zullen uitvoeren, waaruit dan zou moeten blijken of er nog aanvullende acties nodig zijn. Daarom de volgende statusvragen: 1. Wat kwam er uit de brandscan en welke aanvullende acties zijn benodigd (geweest)? 2. Zijn alle huurwoningen in bezit van de gemeente inmiddels voorzien van rook- en CO2melders op alle verdiepingen? J - 10
3. Het blijkt dat de corporaties er landelijk soms best wel mee worstelen om de deadlines te halen. U gaf ook aan dat POORT6 de benodigde werkzaamheden zou verrichten, al dan niet in combinatie met contractpartners. Wat is de stand van zaken op dit punt voor POORT6? Tot zover even de vragen. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Zanten. Wethouder Van Zanten: Voorzitter. Op dit moment zijn brandscans uitgevoerd op een aantal grotere projecten, dus nog niet alle. Het komt neer op ongeveer 30% van het totaal. De brandscans op de overige objecten worden meegenomen in de reeds lopende aanbesteding werktijd, bouwkunde en elektra. De verdere scans volgen dus op z’n vroegst aan het einde van het jaar, maar waarschijnlijk begin volgend jaar. De meeste uitkomsten van de reeds uitgevoerde brandscans zijn bekend en de nodige werkzaamheden daaromtrent zijn ingepland. Daarbij is het wel goed te vermelden dat op dit moment nog geen spoedwerkzaamheden nodig zijn geweest. Gevraagd is of de huurwoningen van de gemeente voorzien zijn van rook- en CO2melders. Daarmee is in januari begonnen. Er zijn overigens niet veel woningen meer over in gemeentelijk bezit, namelijk nog negen, als ik het me goed herinner. Mij is de garantie gegeven dat ze vóór 1 juli in alle woningen geplaatst zullen zijn. Op de vraag over POORT6 kan ik geen echt antwoord geven.
We hebben wat dat betreft geen toezichtsrelatie met POORT6, die daarin geheel autonoom in. Wat ik de heer Van Santen wel kan meegeven is dat op de website van POORT6 een item staat, getiteld “Wij plaatsen rookmelders”. De wet geldt uiteraard ook voor POORT6, dus ik neem aan dat vóór 1 juli in alle woningen de rookmelders geplaatst zijn, maar om dat zeker te weten is het misschien goed de website van POORT6 te raadplegen. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Dank voor de beantwoording. Als ik het goed begrijp is het voor de woningen in eigen bezit in ieder geval in orde en zijn we voor de andere gemeentelijke panden in afwachting tot het eind van het jaar. De datum van 1 juli zal daarvoor misschien niet worden gehaald, maar goed, ik begreep ook van u dat tot nu toe nog geen spoedeisende gevallen naar voren zijn gekomen. Wat POORT6 betreft: ik snap dat die website er is, maar zou het niet goed zijn geweest er even een belletje aan te wagen, of er contact over te zoeken, zodat we dat zeker hadden geweten? Het is eigenlijk de enige corporatie die we hier hebben en het zou voor al onze huurders toch goed zijn om dat ook even scherp te hebben. Wethouder Van Zanten: Ik kan me voorstellen dat u dat vraagt, maar we hebben op dat punt geen formele relatie met POORT6, dus we hebben dat niet gedaan. De voorzitter: Dank u wel.
Dan mondelinge vragen van mevrouw Hamann over energiekosten publieke- en sportgebouwen. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. De energiekosten zijn aanzienlijk gestegen, dat voelen we allemaal in onze portemonnee. De lasten zijn voor publieke organisaties ongetwijfeld ook gestegen, met name op locaties waar voor verwarming heel veel energie J - 11
nodig is, zoals in scholen, sporthallen en het Caribabad. Wij hoorden over een stijging van een miljoen euro per jaar, alleen al voor het Caribabad. Gorcum Actief stelt nu de volgende vragen. Hoe hoog zijn de geschatte kostenstijgingen voor scholen, sportaccommodaties en het Caribabad? Welke stappen zijn tot dusverre genomen om deze kostenstijgingen te beperken? Welke maatregelen zijn bedacht om in de toekomst uit te voeren? Wat zijn de financiële gevolgen voor de gemeente van deze kostenstijging? Zijn er behalve scholen, sporthallen en het zwembad nog andere locaties of voorzieningen waar deze problematiek een rol speelt? Zijn deze kostenstijgingen meegenomen in de perspectiefnota die we net gekregen hebben en kunnen ze anders eventueel worden toegevoegd op een extra vel bij de perspectiefnota? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Zanten. Wethouder Van Zanten: Voorzitter. Mevrouw Hamann stelt vragen over de geschatte kostenstijgingen, et cetera. Misschien is het goed erop te wijzen dat het hele energiekostenstijgingsvraagstuk en de inflatie van zeer recent dateren. Het is eigenlijk begin dit jaar pas zo’n beetje begonnen en in deze fase van de strijd zijn niet al allerlei zaken voorhanden en inzichtelijk. Op een heleboel zaken heb ik in die zin dan ook geen antwoord.
Het is wel goed te zeggen dat de lijn die we hanteren is dat de gebruiker de rekening betaalt en dat het niet aan de gemeente is om de gebruikers daarin te compenseren. Dat geldt voor de scholen en ook voor het Caribabad. Overigens zijn we wel met SGS, het Caribabad, in gesprek over de vraag wat de impact is van de energiestijging op haar exploitatie: wat dit financieel betekent en welke maatregelen te treffen zijn om deze kostenstijging te beperken. Het is echter nog te vroeg om concrete bedragen te noemen. De verwachting is wel dat het ten minste in de tonnen loopt. Het is dus best een zorg voor ons. Zeker het Caribabad is een grote energiegebruiker en het lijkt me dan ook een goede zaak dat we hierover in gesprek zijn. De financiële gevolgen van de kostenstijging voor de gemeente zijn iets beter in beeld. Het lijkt voor de gemeente mee te vallen, alhoewel: als ik het bedrag noem zult u wel zeggen dat het u niet meevalt. In de perspectiefnota 2023 is ingeschat dat voor energie en brandstof de kostenstijging 125.000 euro zal bedragen en verwacht wordt dat de meerkosten in 2022 ongeveer in dezelfde orde van grootte liggen. Gevraagd is ook of er nog andere locaties zijn. Dat zal vast zo zijn, maar ook daarvoor geldt dat de gebruiker de rekening betaalt en dat het niet aan de gemeente is om gebruikers daarin te compenseren. Dat is de lijn.
Het moge duidelijk zijn dat in deze fase een overzicht als door mevrouw Hamann gevraagd nog niet te leveren is, in de perspectiefnota sowieso niet, want die is inmiddels al verschenen. Op 18 september is op verzoek van mevrouw Van Oversteeg een I&O gepland waarin de bouwkostenstijging en de energiekostenstijging als onderwerpen aan de orde komen. Ongetwijfeld zullen dan meer inzichten beschikbaar zijn. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Nou, meer een aanvullend vraagje-
J - 12
De voorzitter: Maar formeel mag dat niet, vandaar dat ik het even zo doe. Ga uw gang. Mevrouw Hamann: Voor het Caribabad heeft vrij recent niet een aanbesteding, maar een soort inbesteding plaatsgevonden, waarmee het Caribabad eigenlijk weer een beetje van de gemeente is. Komen de kosten dan niet gewoon voor rekening van de gemeente? Wethouder Van Zanten: Zoals ik al zei, komen energielasten op het conto van de gebruiker te staan. Het zou best kunnen dat dat tot onoverkomelijke problemen gaat leiden en dan zullen we wellicht aan de bak zijn om daarnaar te kijken. Dat is gewoon de lijn die we volgen. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we vragen gekregen van D66, met als onderwerp: ondersteuning kwetsbare ouderen bij inkomensvoorzieningen. Het woord is aan de heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Toen we dit instrument aanboorden, dacht ik dat het iets origineler zou zijn, maar we gaan het met extra enthousiasme brengen vanavond. Eerder deze maand publiceerde de nationale ombudsman een rapport, getiteld ‘Met weinig genoegen nemen’. De conclusie in het rapport luidde dat financieel kwetsbare ouderen geen gebruikmaken van inkomensvoorzieningen. De wetten en regels zijn voor hen te ingewikkeld, de afstand tot de overheid is te groot, of er is zelfs sprake van een gebrek aan vertrouwen.
Hierdoor maken zij niet altijd gebruik van de inkomensvoorzieningen, terwijl ze daar wel recht op hebben en soms leven ze daardoor onder het sociaal minimum. Daarover drie vragen. 1. Heeft het college signalen dat in Gorinchem ouderen in een financieel kwetsbare positie soms geen gebruikmaken van inkomensvoorzieningen, terwijl ze daar wel recht op hebben? 2. Onderschrijft het college de aanbevelingen – en dan vat ik ze heel kort samen – van de nationale ombudsman dat het proactief benaderen van ouderen, het benutten van intermediairs en het gebruik en uitwisselen van beschikbare data helpt om niet-gebruik van inkomensvoorzieningen tegen te gaan? 3. Is het college bereid om deze aanbevelingen in Gorinchem op te pakken? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. Ik ga in z’n algemeenheid in op de vragen die zijn gesteld. Uiteraard is het ook voor Gorinchem een belangrijk aandachtspunt. We herkennen ook veel van de aanbevelingen die de nationale ombudsman heeft gedaan. Zelf vind ik dat we hier behoorlijk veel op doen en grotendeels tegemoetkomen aan de aanbevelingen. Ook de proactieve houding die u schetste laten wij zien, met vele partners in deze stad.
In coronatijd bijvoorbeeld hebben we twee keer een belronde gedaan bij mantelzorgers, om maar een beeld te geven, waarin we niet alleen hebben gevraagd hoe ze de coronatijd doorkomen, maar ook of wij hen nog ergens in zouden kunnen ondersteunen. Dus we zijn daar toch wel proactief in, samen met onze partners, zeker als het gaat over de financieel kwetsbare positie. U weet dat we bezig zijn J - 13
met een sluitende ketenaanpak schulden, samen met de partners uit het sociaal team, met Avres en met POORT6, waarin we ook proactief, dus preventief, met mensen contact houden voordat uiteindelijk schulden groter worden, en dat moet u natuurlijk zien in alle leeftijdscategorieën en niet alleen ouderen. We zien ook dat door de 800 euro die mensen tegemoet kunnen zien bij Avres het aantal contactmomenten is toegenomen, en ook vanuit onze partners natuurlijk zijn doorgeleid, waarbij soms ook wel naar voren komt dat mensen van meer regelingen gebruik kunnen maken dan ze voorheen deden. Ik denk dat die factor ook wel maakt dat de bereikbaarheid, of het doelbereik, groter aan het worden is. Er zit natuurlijk ook een financiële component aan, maar dat is eigenlijk positief, waarmee we er ook beter in slagen om het minimabeleid en de regelingen die daaronder hangen tot uitvoering te brengen. Ander punt is de klussendienst, die hartstikke mooi is en ook bij mensen achter de voordeur komt, waar natuurlijk ook een signalerende functie van uitgaat. De Wmoconsulenten komen ook regelmatig bij mensen thuis, zeker bij nieuwe ouderen, in dit geval mensen die hulp nodig hebben.
Ik denk dus dat we proactief zijn en veel doen, wat niet wegneemt dat we dit natuurlijk wel goed onder de aandacht moeten blijven houden, samen met onze partners, ook met vrijwilligers, bijvoorbeeld vanuit Humanitas, mantelzorgers waarmee we zeker rekening moeten houden. Ik begrijp dat de VNG vanuit de gemeenten ook een reactie zal geven op deze rapportage van de nationale ombudsman, aan het einde van het jaar. Het lijkt mij heel interessant om vervolgens de reactie daarvan af te wachten. Ik verwacht dat veel van de elementen die ik u nu schets ook daarin wel zullen zitten. Ik ben ook erg benieuwd naar de datauitwisseling, want in mijn beleving is dat niet zo gemakkelijk als de ombudsman doet voorkomen. We mogen niet zomaar allerlei data verzamelen, om op huishoudelijk niveau precies te kunnen uitzoeken of iemand nog geen gebruikmaakt van die regeling. Volgens mij is daar door het Rijk en de wetgever nog wel iets in te doen. In die zin lijkt het me heel goed om daar in het najaar verder naar uit te kijken. Tot slot kan ik u zeggen dat uw vragen mij wel hebben geïnspireerd. Volgende week zitten wij met allerlei partners die ik zojuist beschreef weer om de tafel, samen met Albert Jan Kruiter, u wellicht bekend van Publieke Waarden, en ook op een doorbraakmethodiek omdenken, anders naar de materie te kijken.
Dat heeft wel geïnspireerd om het vraagstuk van ouderen nogmaals ook in die sessie volgende week in te brengen. Dat even tot zover, voorzitter, als dat voldoende is uiteraard. De voorzitter: De heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: Dank u wel, voorzitter. Ik ben heel blij met de reactie van de wethouder namens het college. Ik zie ernaar uit dat we dit vaker blijven aankaarten en voortgaan op de weg die is ingeslagen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Tekir met vragen over het onderwerp ‘Huurprijzen maatschappelijk vastgoed gaan omhoog’. De heer Tekir: Ja, voorzitter, ook die gaan omhoog. Per 1 juli 2022, volgende week dus, mogen de huurprijzen weer worden geïndexeerd. Het gaat daarbij om gebouwen die de gemeente verhuurt aan maatschappelijke partners, zogenaamde niet-gebouwen, die we J - 14
ook wel eens in de begroting of verantwoording zien. Wij hanteren voor deze prijsverhoging de zogenaamde CPI-index, en dit jaar valt deze wel echt fors hoger uit, bijna 10%. De fractie van D66 is benieuwd hoe het college hiermee omgaat, aangezien een dergelijke forse huurstijging onze maatschappelijke partners in financieel zwaar weer kan brengen. Daarom onderstaande vragen: De huurindex per 1 juli 2022 is 9,7%. Bent u ook daadwerkelijk van plan om de huren hiermee te verhogen, uiteraard voor wat betreft de huurcontracten waarin die CPI-index is opgenomen? Ik ben ook benieuwd, als de datum na die 1 juli is, of dat dan wel speelt. Dus fixeer alsjeblieft niet op de datum. Als het antwoord ‘ja’ is, hoe wilt u dan voorkomen dat we de huurders hiermee in financiële problemen brengen en om hoeveel huurder gaat het dan die een dergelijke verhoging tegemoet kunnen zien? Een andere vraag is: bent u van plan om dan ook de subsidie-index in deze omvang te laten verhogen, zodat gesubsidieerde partijen geen nadeel ondervinden van deze hogere huurindex? Tot slot: zijn er ook nog andere indexen die we hanteren voor prijsverhogingen welke net zo hoog uitvallen? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van Zanten. U heeft het druk vanavond! Wethouder Van Zanten: Ik dacht ook dat ik mijn kilometers wel maak vanavond, en het is waarschijnlijk nog niet klaar, maar we gaan het zien! Voorzitter.
De consumentenprijsindex komt dit jaar door de inflatie inderdaad uit op 9,7% en dat betekent dus dat voor de huurcontracten waarin die CPI is opgenomen en de huur aangepast moet worden – want de ingangsdatum van die contracten kan heel verschillend zijn – de huren inderdaad met 9,7% omhoog gaan. We gaan dat zo doorvoeren. Het zijn privaatrechtelijke-relatiescontracten en het is wel zo dat de gevolgen van inflatie, stijgende huurlasten et cetera primair behoren tot het ondernemersrisico, dus tot het risico van de huurder. Het betekent ook dat de gemeente het niet op haar weg vindt liggen om, wat de heer Tekir vroeg, te voorkomen dat huurders hierdoor in financiële problemen geraken. Zij zullen in principe dat probleem zelf moeten zien te tackelen, zoals we dat allemaal moeten in deze maatschappij, want de gevolgen van inflatie treffen iedereen, ook de gemeente, want ook de kostenstijgingen gaan gewoon door. Hoeveel huurders het betreft heb ik in de snelheid niet kunnen nagaan, maar het is een heel beperkt aantal, omdat we bijvoorbeeld vorig jaar nog een belangrijk stuk commercieel vastgoed – want daar praten we dan over – hebben verkocht aan de eigenaar. Die heeft een vooruitziende blik gehad en doet dan ook goede zaken. Als u het aantal precies wilt weten, laat ik het nog even uitzoeken. Waar sprake is van een subsidierelatie wordt ook de subsidie geïndexeerd.
Normaliter behoren subsidie-indexen en huurprijsindexen met elkaar in de pas te lopen, maar omdat het dit jaar om aanzienlijke verschillen gaat, gaan we nog wel bekijken wat dit betekent voor de subsidie-index. We zullen dus ook bezien of het nodig is extra te compenseren. Dat zou kunnen, maar we volgen wel gewoon de huurcontracten, dus de huurprijzen voor de CPI.
J - 15
Andere indexen hebben we niet gevonden en kennen we niet, dus we werken alleen met de CPI. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Dank, voorzitter, voor deze heldere, maar helaas ook wat zorgwekkende beantwoording. Het ging mij niet zozeer om de commerciële partijen voor wie die index geldt als wel om de maatschappelijke partners, dus de gesubsidieerde instellingen, om een voorbeeld te noemen: de buurthuizen die straks 10% meer huur moeten betalen. Daarover blijf ik me zorgen maken, met name ook omdat de CPI-index een consumentenprijsindex is waarvoor de belangrijkste parameter de energierekening is en die energierekening betaalt de gemeente helemaal niet, maar landt ook bij die instellingen, en dan gaan we ze nog eens dubbel belasten met een huurindex waarin die parameter ook is opgenomen. Ik zou het college daarom toch willen vragen hier nog een keer naar te kijken, om te voorkomen dat met name die maatschappelijke partners in de knel komen. Als dat echt niet kan, overwegen wij het college bij de behandeling van de perspectiefnota via een motie op te roepen hieraan wat te gaan doen. Wethouder Van Zanten: Ik denk dat ik het antwoord hierop eigenlijk al gegeven heb. Bij gesubsidieerde instellingen wordt nadrukkelijk nagegaan of de subsidie-index en de huurindex synchroon genoeg lopen. Daar wordt het nadeel dus weggenomen.
Wat de heer Tekir opmerkte over de energielasten, is zonder meer waar, maar daarvan heb ik eerder al gezegd dat het primair tot het risico van de gebruiker behoort. Dus vooralsnog gaan wij daar niks aan doen. De heer Tekir: Nog een laatste concrete vraag, als dat mag: wanneer kunt u ons informeren over de werkwijze bij gesubsidieerde instellingen? Wethouder Van Zanten: We zijn nu al aan het kijken of er dit jaar problemen ontstaan met de subsidie-index en de huurindex. Het lijkt me niet al te ingewikkeld om dat in beeld te brengen, want zo groot is de vastgoedlijst niet, dus dat zal ik laten uitzoeken. De heer Tekir: Als dat voor de behandeling van de perspectiefnota kan, heel graag, want dan kunnen we het meenemen in het integrale afwegingsmoment. Wethouder Van Zanten: Dat zeg ik toe, op voorwaarde dat de ambtelijke capaciteit daarvoor voorhanden is, maar we gaan ons best doen. De voorzitter: Dank u wel. Dan spoedvragen van de heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Dank u wel, voorzitter. Bedankt ook dat met deze spoed de vragen gesteld kunnen worden, maar voor een deel van Gorinchem is ook best een schok door de stad gegaan. Ik denk dat vooral de oer-Gorcumers onder ons weten hoe belangrijk en gewaardeerd de Zomerfeesten zijn in Gorinchem en hoeveel mensen er zelfs hun vakanties op afstemmen.
Het was dus echt schrikken toen we vanmiddag vernamen dat de ondernemers op de Varkenmarkt de stekker uit de activiteiten van de Zomerfeesten op die plek hebben getrokken. Daarover ga je dan natuurlijk zo snel mogelijk in gesprek en ik wil graag wat zaken bij u verifiëren, uiteindelijk ook met het doel dat de gemeente zich
J - 16
gaat inzetten om daar waar het binnen haar invloed ligt te pogen het alsnog mogelijk te maken, als het al niet al te laat is. Wat wij te horen hebben gekregen is dat, waar het traditioneel een gewoonte was om na twaalven nog een uur te mogen doortappen, met als voordeel ook dat mensen geleidelijk vertrekken, een soort cooling down, dat niet meer zou mogen, sterker nog: dat er misschien zelfs wel vóór twaalven wat afgebouwd moet worden. De vraag is: is het inderdaad zo dat dat doortappen tussen twaalf en één niet meer zou mogen, wat toch een belangrijk onderdeel uitmaakt om het ook financieel mogelijk te maken om deze feesten te doen? Doorvragend kregen wij ook de indruk dat het bij de eerste draaiboeken van deze feesten al duidelijk was dat het net als al die andere jaren, zeg maar, de bedoeling was. Op die momenten schijnt er niks over gezegd te zijn, en waar dat wel gebeurde, heel recent, ook op een manier die duidelijk maakte dat een echt gesprek daarover niet meer mogelijk leek. Ik vind dat op allerlei punten, als het zo zou zijn, niet hoe wij willen zijn als gemeente. We hebben heel lang een mooie traditie gehad als een soort ‘mogelijk maak-stad’ in plaats van ‘champion in de handhaving’, en wij willen graag die ‘mogelijk maak-stad’ blijven, anders worden we de dufste vestingstad, en dat willen we niet.
Op een ander moment, misschien rond de perspectiefnota, of later, lijkt het me sowieso goed eens naar de handhaving te kijken, want in de flow van dit verhaal hoor je eigenlijk ook van: hé, gebeurt het niet te vaak dat we telkens nieuwe ambtenaren krijgen die eigenlijk niet goed weten wat de rituelen en gewoonten zijn op dit soort gebeurtenissen, worden de regels niet wat te rigide toegepast en worden soms ook niet de spelregels te vaak eigenlijk gewijzigd tijdens het spel? Daarover hoeft het wat mij betreft niet heel specifiek te gaan, maar een keer in het algemeen op een later moment. Voor nu zou ik heel graag horen hoe vanuit de gemeente gekeken wordt naar dat wat gezegd wordt als motief om deze feesten niet door te laten gaan. En nog belangrijker: ik wil u eigenlijk oproepen, zeker als het zou kloppen dat we niet goed genoeg met elkaar in gesprek zijn geweest, maar sowieso, of u de bereidheid hebt om nog te doen wat kan in die ruimte van de gemeente om te voorkomen dat het niet doorgaat, want na alle blije, vreugdevolle dingen die al twee jaar in het stof gelegen hebben wordt het hoog nodig dat Gorinchem weer een keertje op een goede manier los kan, juist op een plek die bekend staat om weinig incidenten en veel gezelligheid. Ik ben zeer benieuwd, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter: De heer Oostrum gaat nu als plaatsvervangend voorzitter fungerenDe heer Van Santen: Voorzitter, mag ik in het verlengde hiervan nog een aanvullende vraag stellen, zoals aangegeven? De voorzitter: Uiteraard. De heer Van Santen: De heer Schefferlie heeft al een heleboel dingen goed verwoord en terechte vragen gesteld wat ons betreft, maar in het verlengde daarvan ligt naar onze mening ook een vraag richting communicatie: hoe ga je als gemeente om met inwoners en je bedrijven? Onlangs hebben we ook andere signalen gehoord, op de Zeepkist als voorbeeld, die heel vaak gaan over de manier waarop. Ik herken die signalen en noem twee voorbeelden uit dit verhaal: mededelingen die kort vooraf worden gedaan – in hoeverre houd je dan rekening met de plannen van anderen? –, of het inplannen van een J - 17
gesprek van een halfuur. Zo’n halfuur heb ik in mijn hele leven nog nooit ingepland, want dan neem je een gesprek gewoon niet serieus. Het punt is dat je als gemeente een stukje empathie en betrokkenheid naar de stad kunt tonen, en dat gaat vooral ook om goed verwachtingsmanagement, met elkaar tot een oplossing komen voor de situatie, en het serieus nemen van problemen van mensen. Onze vraag is dan, in het verlengde van wat de heer Schefferlie al netjes heeft verwoord: hoe gaan we die rechtlijnigheid er nou uit halen als gemeente? (Het voorzitterschap wordt hierop overgedragen aan de heer Oostrum) De voorzitter: Het woord is aan de burgemeester. De burgemeester: Eind augustus 2017 werd ik geïnstalleerd als burgemeester, en dan weet je dat je burgemeester gaat worden van deze prachtige stad. Net daarvóór waren er de Zomerfeesten. Als je je een beetje verdiept in de stad, en dat had ik natuurlijk gedaan in het kader van de benoemingsprocedure voor burgemeester, dan weet je dat de Zomerfeesten echt een begrip zijn, niet alleen in Gorinchem, maar ook in de verre omstreken. Dus: terwijl ik nog geen burgemeester was, heb ik mij toch in het feestgedruis gestort.
Ik heb toentertijd een appje gestuurd naar de voorzitter van de Zomerfeesten Groenmarkt – ik wist toen nog niet precies hoe dat zat –, raadslid Van Willigen, en die nodigde mij via Twitter uit: kom, ik leid je wel even rond op de Zomerfeesten. Aldus geschiedde en ik was diep onder de indruk. Samen met een zoon heb ik uitgebreid genoten van de Zomerfeesten. Daarmee kreeg ik ook meteen een beeld van het belang van de Zomerfeesten voor Gorinchem, en dat die Zomerfeesten een historie hebben voor mensen die niet op vakantie konden en dan toch aan het eind van de vakantie een spetterend, bruisend feest hadden van een aantal dagen. Hoe mooi is dat! De Zomerfeesten passen bij Gorinchem. Ik zou bijna zeggen: de Zomerfeesten zijn Gorinchem, maar daarmee zou ik misschien heel veel andere initiatieven tekort doen. Het zit echter wel in ons DNA en is dus heel belangrijk. Ik snap dus meteen ook de vragen en ik ben heel blij dat u die nu stelt, want als er iéts is wat we mogelijk moeten maken, zijn het wel de Zomerfeesten. Ook ik zag vandaag het bericht in de media en ik was verrast en eigenlijk, net als u, best wel geschokt, want dit hadden wij met elkaar niet zien aankomen. Wat is er gebeurd? Zoals het heel veel jaren gaat, tenminste, als het gaat over het proces: als de Zomerfeesten zijn geweest, gaan we heel snel over tot de evaluatie.
Dan bespreken we met elkaar wat goed ging en wat beter kan, en elk jaar komen daar natuurlijk verbeterpunten uit. Vervolgens beginnen de organisatoren al aan het eind van het jaar met nadenken over de programmering en allerlei zaken, en dan zie je meestal dat in de loop van april de eerste aanvrage wordt ingediend. Aan die eerste aanvrage ontbreken meestal nog allerlei stukken, zodat je daarop zeker nog geen vergunning kunt afgeven, want er worden vaak nog zo ontzettend veel stukken gemist dat om die reden zo’n vergunning afgewezen zou moeten worden, en dat doe je natuurlijk niet. Dus je gaat daar met elkaar over in gesprek en in gesprek en in gesprek en in gesprek. Ik heb even laten nazoeken hoe het precies zit met dit jaar, en dan focus ik even op de Varkenmarkt. Op 5 april is een aanvrage ingediend en op 13 april is opnieuw het een en ander aangeleverd. Je ziet dat daarin verschillende eindtijden worden genoemd, dus dat is niet eenduidig. Wel staat in een verslag van 11 april dat de eindtijden conform het J - 18
locatieprofiel zijn. Even voor de nieuwe raadsleden: in 2019 is in de raad het evenementenbeleid vastgesteld, nog niet zo heel lang geleden dus. Gekoppeld aan het evenementenbeleid zijn de locatieprofielen vastgesteld: waar kan, afhankelijk van de grootte, een A-, B- of C-evenement plaatsvinden en welke spelregels horen bij welke plek in de stad? Zo hebben we een locatieprofiel voor de Groenmarkt, een locatieprofiel voor de Varkenmarkt, een locatieprofiel voor Buiten de Waterpoort, en dat is in goed overleg met de raad, maar natuurlijk ook met de hulpdiensten, gegaan. U zult bijvoorbeeld begrijpen dat voor Buiten de Waterpoort, waar maar één toegangsweg is en één weg waarlangs je eventueel zou kunnen vluchten als er iets gebeurt, andere eisen gelden dan voor de Varken- of de Groenmarkt. Op ambtelijk niveau vinden voortdurend overleggen plaats. Tijdens die overleggen, waarin de aanvrage langzamerhand steeds verder compleet wordt gemaakt, gaan de hulpdiensten ook alvast meekijken: het multiteam, zoals we dat noemen; daar zit bijvoorbeeld de brandweer in, de omgevingsdienst, maar ook de politie.
Die kijken alvast mee, want als je wacht totdat eindelijk de aanvrage eens compleet is – formeel zou dat eigenlijk al eerder moeten, maar we willen natuurlijk dat het doorgang vindt, dus je bent al heel vaak met elkaar in gesprek –, dan ben je gewoon te laat en kan er eigenlijk geen vergunning meer afgegeven worden. Dus het is een hele normale procedure dat gaandeweg zaken worden gecompleteerd. We wachten dan op de advisering vanuit het multiteam, waarbij al die hulpdiensten één advies afgeven richting de gemeente. Dat bespreken we dan met de organisatoren en dan komt er uiteindelijk een vergunning. Dit jaar is het daarmee wat anders gegaan. Ik heb het advies van het multiteam nog niet binnen, maar vorige week heeft wel de politie mondeling aangegeven – vandaag heb ik dat op schrift gekregen – dat zij een zodanig personeelstekort heeft dat dringend wordt geadviseerd om de tijden zoals die staan in het locatieprofiel te handhaven, dus gewoon de tijden aan te houden zoals we die met elkaar hebben afgesproken. Dat is bijvoorbeeld: op vrijdagavond om 01.00 uur stopt het evenement, op zaterdagavond stopt het evenement om 01.30 uur ’s nachts. Het was gebruikelijk, juridisch kan dat eigenlijk niet, maar het was gebruikelijk, dat het evenemententerrein na afloop van het evenement toch niet werd ontruimd en dat er nog een tijdje door geschonken werd.
Daarvan zegt de politie nu: laat het evenement gewoon doorgaan, want de politie staat er volledig achter, en het is ook zo dat ik in de loop van de tijd continu heb gezegd, want we weten allemaal dat er overal personeelsschaarste is, ook bij de politie: denk erom, die Zomerfeesten moéten doorgaan, want die zijn ongelooflijk belangrijk voor Gorinchem. En een- en andermaal krijg ik in de loop van het jaar voortdurend terug: we weten het, burgemeester, en we gaan zorgen voor die capaciteit. Dus als het gaat over de vraag hoe lang een Zomerfeestevenement mag doorgaan, dan is het antwoord dat dat ook nu nog gewoon mag op vrijdagavond tot 01.00 uur en zaterdagavond tot 01.30 uur. Alleen, en dat is dus de wijziging ten opzichte van voorgaande jaren: daarna moet je niet maar door blijven schenken met die mensenmassa’s, want de politie zegt: we hebben gewoon die politiesterkte niet. Daarover hebben we meteen gecommuniceerd. Dus op dezelfde dag als waarop ik dat heb gehoord is ambtelijk daarover gecommuniceerd met de organisatoren, van: let op, je kunt na de sluiting van het evenement op basis van het locatieprofiel niet doorgaan met schenken. Maar, en dat is later in een gesprek aangegeven, want wij zijn, zoals u terecht opmerkte, een ‘mogelijk maken-stad’, ik heb natuurlijk meteen gevraagd: oké, als dit dan capacitair J - 19