20211014 Concept Verslag Raadsvergadering Gorinchem.docx
Tekst van het document
Om herhalingen van dergelijke verzoeken van het COA te voorkomen, dienen wij samen met andere partijen de motie ‘Bevordering verkoop en herontwikkeling van het belastingkantoor’ in. Als Rijks- en lokale overheid moet je betrouwbaar zijn richting de burgers en die betrouwbaarheid mag de Gorcumer ook verwachten van de Gorcumse politiek. Ik dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hassouna namens D66. De heer Hassouna: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben kennis genomen van het raadsvoorstel. U kent hierin het standpunt van D66. Uiteraard zijn wij voor een humane opvang van vluchtelingen. Als wij hiermee kunnen voorkomen dat ze in een crisisopvang belanden, zullen wij hen op deze locatie van harte verwelkomen. Period – zonder mitsen of maren. U hebt alleen de verschrikkelijke beelden gezien vanuit Afghanistan. Wij willen graag refereren aan de aangenomen motie van D66-Kamerlid Salima Belhaj, die oproept om Afghaanse tolken en een brede groep andere werknemers die voor de Nederlandse missie hebben gediend en daarom aangemerkt zijn als systematisch vervolgde groep die moeten vrezen voor hun leven onder het Talibanregime daarom recht hebben op de bescherming van ons land.
In deze groep vallen Afghaans ambassadepersoneel, journalisten, medewerkers van Nederlandse ontwikkelingsprojecten, mensenrechten- en in het bijzonder vrouwenrechtenverdedigers, mensen dus die voor hun leven moeten vrezen. Vannacht is er weer een tolk vermoord die op de Nederlandse evacuatielijst stond. Wij hebben deze mensen opgehaald om deze reden. Wat we daar als Gorinchem voor kunnen doen, is dat wij hen slechts vier weken opvang bieden onder humane condities. Het is onze taak en plicht als politiek om uit te leggen aan de Gorcumers dat het humanitaire belang prevaleert en dat tijdelijk onderdak in het voormalig belastingkantoor, dat bij uitstek geschikt is voor dit doel, niet alleen heel redelijk is, maar eigenlijk slechts het minimum van wat wij hen zouden moeten bieden totdat zij elders in het land opvang kunnen krijgen. Wij hopen dan ook dat zij in een warm bad terechtkomen, buiten de professionele en vrijwillige hulprelaties om in contact kunnen komen met medeGorcumers, hoe kort dat ook moge zijn, en goede herinneringen aan onze vestingstad, de mooiste van Nederland, zullen behouden. Laten wij bewijzen dat wij het predikaat Stad K - 21
van tolerantie met waardigheid vervullen en als stad een klein steentje bijdragen aan het helpen van deze mensen bij het opbouwen van een nieuw menswaardig bestaan. Wat wij wel willen weten, is wat de waarborgen zijn dat er na vier weken plek is en wat die locaties dan zijn. Persoonlijk hechten wij niet aan die vier weken, maar aan de noodsituatie, dus zo lang als nodig is. We willen koste wat het kost voorkomen dat de mensen in sporthallen terechtkomen, wetende dat we hier een geschikte plek voorhanden hebben. Wat is het plan en kunt u daar enige zekerheid over geven? Wij hebben in ieder geval een amendement voorbereid, mocht het niet met zekerheid gezegd kunnen worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostrum, PvdA. De heer Oostrum: Voorzitter. Als Partij van de Arbeid zijn wij voorstander van goede opvang van statushouders en asielzoekers, en in dit geval zeker van vluchtelingen. Het is onze maatschappelijke plicht om mensen die huis en haard hebben moeten verlaten om het vege lijf te redden, om gevangenschap, marteling of moord te vermijden, op te vangen en hun nieuwe kansen te bieden op een menswaardig bestaan in een veilige omgeving. Dat zo’n opvang in Gorinchem heel goed mogelijk is, is eerder bewezen door tot tweemaal toe in onze stad een asielzoekerscentrum te hebben.
En dat we statushouders vervolgens ook nieuwe kansen bieden bevestigen we bovendien jaarlijks door telkens opnieuw te voldoen aan de huisvestingsplicht en inburgering in de Gorcumse samenleving. Niet voor niets hebben wij als Partij van de Arbeid in februari via ons amendement ‘Veilige (t)huisvesting’ aangedrongen op bij Gorcum passende kleinschalige opvang van statushouders en kansrijke asielzoekers. Het college zou met deze raadsuitspraak op zoek gaan naar geschikte locaties voor kleinschalige opvang, maar dat zoeken wordt nu plotseling ingehaald door deze urgente spoedvraag van het COA. Voorzitter. De situatie in de wereld is aanzienlijk verslechterd met een grote toename van vluchtelingen uit Syrië, Eritrea, Irak, Iran en Turkije en daaraan zijn recent, en mede door traag handelen van de landelijke overheid, aan ons land verbonden vluchtelingen uit Afghanistan bijgekomen, waarvoor in allerijl evacuatievluchten werden georganiseerd. Dat leidt tot een noodtoestand waar het de opvang van asielzoekers in Nederland betreft. Een grote instroom en beperkte uitstroom uit grote opvangcentra vraagt om noodgrepen en hier geldt: nood breekt wetten. Dat geldt ook voor raadsbesluiten.
De Partij van de Arbeid vindt het, gezien deze situatie, dan ook vanzelfsprekend dat wij meewerken aan het verzoek van COA, om op deze manier crisisopvang in sporthallen of tentenkampen – bedenk dat even in ons welvarende Nederland: tentenkampen! – te kunnen voorkomen, uiteraard met goede afspraken vooraf met COA. De motie die door Democraten Gorinchem en andere is ingediend vraagt om een reactie van onze fractie alvorens daar een uitspraak over te doen. Voor de Partij van de Arbeidfractie is het uitermate belangrijk dat nu met spoed wordt gezocht naar een of meer locaties voor kleinschalige opvang. Daarmee bieden we statushouders en kansrijke asielzoekers een plek in Gorinchem van waaruit ze, vooruitlopend op de definitieve huisvesting, kunnen werken aan inburgering in onze stad en de samenleving. Dat biedt niet alleen de statushouder, maar ook onze stad en inwoners een voorsprong ten opzichte van de huidige situatie, waarin ze als vreemdeling in de stad komen. Ik zeg dan, “vrij naar Sting”: “An Alien in Gorinchem.” Voorzitter. Zoek asjeblieft met spoed naar een of meer K - 22
locaties voor permanente kleinschalige opvang voor statushouders en kansrijke asielzoekers en overleg met het COA op welke manier dat dan verder kan worden ingevuld. Daar zit voor ons ook de belangrijkste boodschap van de motie, naast het zoeken naar een goede bestemming voor de locatie-belastingkantoor, en als we dat kunnen bieden, is het afstoten van het pand kinderspel. Voorzitter. De Partij van de Arbeid-fractie stemt van harte in met uw voorstel om het COA toestemming te verlenen tot acute noodopvang van vluchtelingen in het voormalig belastingkantoor aan de Vroedschapstraat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Dansen, SP. Mevrouw Dansen: Mevrouw de voorzitter. We zullen het kort houden. Ik word een beetje verdrietig van dit alles. Ik word verdrietig als ik eraan denk dat er mensen zijn die huis en haard ontvluchten en dan met zo’n overduidelijke tegenzin in Gorinchem niet verwelkomd worden. Het is vier weken waarom gevraagd wordt. Ik ben het direct met iedereen eens dat de plek waarom gevraagd wordt, het belastingkantoor, geen goed idee is. We hebben met z’n allen gezegd dat we dat niet meer zouden doen. Het brengt onmiddellijk commotie in de wijk teweeg en dat is ook niet fijn voor de mensen die daar vier weken moeten gaan zitten. Maar nu het zo is, en we met z’n allen hebben geconstateerd dat nood wet breekt, laten we het dan ook gewoon doen.
Een klein stukje geschiedenis is altijd leuk en ik ben oud genoeg om in mijn leven een beetje geschiedenis te hebben. In 1953 stonden er mensen voor de deur bij mijn ouders die in een piepklein eengezinswoninkje woonden in Rotterdam, een gezin uit Tholen wiens huis weggespoeld was: of ze asjeblieft daar konden komen. Mijn ouders hebben daarna anderhalf jaar op de uitklapbank geslapen en het gezin is anderhalf jaar in huis geweest. Als dat toen kon, kunnen wij het toch ook, en zeker voor vier weken! Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Mager, VVD. Mevrouw Mager: Voorzitter. Asielzoekers in het voormalig belastingkantoor. Het standpunt van de VVD is dat we in Gorinchem al tweemaal volwaardig opvang voor een langere periode hebben gefaciliteerd hier en dat nu eerst andere gemeenten hun goede wil mogen tonen. Die opvatting blijft staan, maar voor een tijdelijke noodopvang, die gemeenten in heel Nederland momenteel op zich nemen, wijken we hier natuurlijk van af en vinden we dat ook Gorinchem verantwoordelijkheid moet nemen, wel onder de voorwaarde dat met COA wordt afgesproken dat dit dan de laatste keer zal zijn. Vooropgesteld zij dat vluchtelingen die moeten vrezen voor hun leven een goede opvang verdienen. De mooie anekdote van mevrouw Dansen past daar goed bij. Het raadsbesluit van februari dit jaar had een smalle basis en is met 13 tegen 12 stemmen aanvaard.
Toen beslisten we géén toestemming te verlenen aan het COA om op de locatie van het voormalig belastingkantoor een AZC te vestigen. Vandaag ligt er een voorstel met een draai van 180 graden, om aan het COA toch toestemming te verlenen op die locatie. Net als acht maanden geleden vraagt de VVD zich af hoe de contacten tussen de gemeente, het COA en het ministerie van Binnenlandse zaken zijn. De gemeente lijkt hierin geen regie te hebben, zeker als het nood- of crisisopvang betreft heeft een raadsbesluit als dat K - 23
van februari jl. weinig betekenis, dat blijkt. De VVD wil dat het college ervoor waakt door het COA gestuurd te worden, die ook nog eens de solide positie heeft van een eigen pand in onze gemeente, het voormalig belastingkantoor. Wat als het COA na vier weken met de vraag komt of er nog vier weken bij mogen? Wat als de opvolglocatie nog niet gereed is? Wat gaat het college dan doen? Uiteraard vraagt de VVD ook aandacht voor veiligheid en het voorkomen van overlast, zowel voor de omwonenden als de inwonenden. Let op het aantal mensen per vierkante meter en de samenstelling van de groep. In tweede termijn gaan we graag in op de motie van Democraten Gorinchem. We wachten eerst de reactie van de wethouder af. De VVD roept op om toch vooral te definiëren waar we nu echt voor gaan: tijdelijk en een maximum aantal. Kortom, een waterdichte overeenkomst, en als voorwaarde dat dit dan echt de laatste keer is. Noodopvang voor nu, maar dat is dan voor de komende jaren hopelijk genoeg. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Molengraaf, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, dank u wel. Tja, daar staan we dan. Precies wat we niet wilden gaat nu toch gebeuren.
Om maar meteen duidelijk te zijn: de ChristenUnie/SGP-fractie zal het raadsvoorstel voor tijdelijke noodopvang steunen vanuit het oogpunt van medemenselijkheid en vanwege de crisis in de opvang: we kunnen niet anders. Maar het is natuurlijk wel heel gek. Vorige week nog gaf de wethouder op vragen van mijn kant aan dat Gorinchem niet gedwongen kon worden en niks opgelegd kon worden en omdat er geen raadsmeerderheid was voor vluchtelingen in het voormalige belastingkantoor, er ook geen zouden komen. Vorige week. Omwonenden haalden opgelucht adem, denk ik. En nu krijgen we er 300, die nog niet door de Immigratie- en Naturalisatiedienst beoordeeld of gescreend zijn, waar, om het maar plat te zeggen, van alles en nog wat tussen zit, weliswaar voor een korte periode, maar wat een gesol met mensen, en dan heb ik het niet alleen over de asielzoekers. Belangrijk is wel: wat wordt de ingangsdatum en de einddatum? Want je zou het nog zo kunnen lezen, dat de ingangsdatum per asielzoeker start, en dan zijn we wellicht nog tot het einde van het jaar bezig. Daar ga ik niet van uit overigens, maar liever zoveel mogelijk helderheid aan de voorkant. Het college geeft aan dat de situatie nu heel anders is dan eind 2019, begin 2020, toen er een verzoek van het COA kwam om statushouders te mogen plaatsen en zo de noodopvang te ontlasten.
Maar dat was vorige week en eind augustus toch ook al duidelijk? In de beantwoording van het college op schriftelijke vragen van mijn fractie naar aanleiding van de brief van BZK, erkent het college de maatschappelijke urgentie, maar neemt vervolgens de tijd tot 30 september, vorige week, om met de raad van gedachten te gaan wisselen en zienswijzen op te halen. Vervolgens kabbelt het wat verder over zorgvuldigheid in plaats van snelheid en wil het college met de raad gaan kijken welke locaties geschikt zouden zijn voor kleinschalige opvang en ook nog met de omringende gemeenten in overleg. Dat was het antwoord op onze vraag of er al zicht was op vaart in de beloofde kleinschalige opvang en ook vorige week was dat de conclusie van de wethouder. Vanaf het vroege voorjaar tot nu lijkt er dus helemaal geen vaart in te zitten K - 24
en lijkt het college dat wel best te vinden. De wereld kookt over en Gorinchem moet nog met gesprekken gaan beginnen, raadsbezoeken gaan afleggen op mogelijk geschikte locaties, en dan uiterste zorgvuldigheid gaan betrachten? Dus nu worden we ingehaald door de actualiteit. Voor mijn fractie was al langer duidelijk dat de locatie in de Gildenwijk in beeld was, het voormalig belastingkantoor zat immers in de inventarisatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken. We hebben de kans gemist om zelf de regie te voeren, door de kleinschalige opvang veel voortvarender op te pakken, of zelf met een goed voorstel richting BZK te komen, waardoor we én de druk op de noodopvang hadden kunnen verminderen én eisen hadden kunnen stellen aan duur en samenstelling. De nu ontstane situatie geeft onrust in de stad én onrust voor de asielzoekers, die na vier weken immers weer moeten verkassen. De ChristenUnie/SGP-fractie is dus niet gelukkig met dit voorstel, maar zal het toch steunen. Zoals al gezegd: we willen verantwoordelijkheid nemen, om elders de druk te verlichten en mensen die ontheemd zijn een dak boven het hoofd te bieden. Wat ons betreft, en dat is een waarschuwing aan het college én het COA, moet veiligheid absolute prioriteit zijn. Welke garanties en extra maatregelen kunt u ons toezeggen hierover? Verder zal de communicatie met omwonenden eerlijk en intensief moeten zijn.
Er is vier weken gecommuniceerd, dan moeten het er geen vijf worden. Dit benadrukken we vanavond opnieuw. Klachten over overlast of problemen moeten direct worden opgepakt. Voorzitter. Ik ga wel even in op de motie van Democraten Gorinchem, omdat ik geheel in de geest van de heer Van der Geer probeer Democraten Gorinchem te verleiden. Wij vinden best wel aardige dingen in die motie zitten, dus wij gaan er toch op in. De oproep aan het college om met de wijk in gesprek te gaan over de invulling van de locatie is wat apart. Gaan we dat overal doen in Gorinchem, en wat als het een heel kostbaar idee is? Er was wel een motie van het CDA voor de hele wijk. Is daar al wat uit gekomen? Want misschien is al lang duidelijk wat de wijk wil en nodig heeft. De oproep om vaart te maken met kleinschalige opvang ondersteunen wij, dat begrijpt u uit ons betoog, en wij zien de maandelijkse rapportage die de wethouder moet gaan doen als een prima stok achter de deur. Maar de oproep aan het college om het COA te stimuleren het gebouw te verkopen vinden wij wel wat apart. Als je nou echt iets wilt, roep dan het college op het pand te kopen en er wonen voor jongeren of starters in te gaan doen, of roep het college op de verkoop via een afspraak in de bestuursovereenkomst met het COA vast te leggen.
Nu lijkt het toch een beetje voor de bühne, want hoe ziet die stimulans er dan uit en denkt u echt dat het COA dan ineens, gestimuleerd en wel, denkt: o, we gaan het verkopen!? Dus als de motie met die strekking wordt aangepast, zullen wij er vast wat enthousiaster over kunnen zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann, Gorcum Actief. Ik heb overigens zojuist bericht gekregen van de griffier dat mevrouw Van Maaren niet aanwezig zal zijn in deze vergadering. Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dank u, voorzitter. Ik heb een betoogje, dus het duurt effe. Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol kondigde het al aan op televisie. “We hebben 3.000 extra opvangplekken voor vluchtelingen”, zei ze blij. Ze wilde de media toen nog niet mededelen in welke gemeente, maar wij weten nu dat maar liefst 10% van dat aantal naar K - 25
Gorinchem komt, zomaar ineens, tegen alle afspraken met buurtbewoners in, weer in het belastingkantoor. Wij hebben als gemeenteraad nog maar net in februari besloten dat we dat niet meer willen. Onze geloofwaardigheid is dus wel in het geding. Maar nu is het een andere situatie, is het argument in het raadsvoorstel. Zeker, dat is zo. De nood is heel erg hoog, schrijnend en gênant voor een rijk land als Nederland. Ik denk dat er niemand in de gemeenteraad is die nu niet wil helpen, maar een bekend spreekwoord biedt wijsheid. Dat luidt: kort beraad, lang berouw. We moeten dus zeker niet te snel toehappen en eerst op een rijtje zetten hoe dit alles zo is gekomen. We missen in het rijtje argumenten in het raadsvoorstel de oorzaak van dit probleem voor wat betreft falend woningbeleid. De woningnood aan de onderkant van de markt is zo groot dat statushouders, nieuwe Nederlanders volgens ons, niet kunnen doorstromen en in die AZC’s blijven zitten. Gorinchem voldoet toch nog aan zijn opgave om statushouders te plaatsen, dat is heel mooi, maar de meeste gemeenten in Nederland doen dat niet, en in Zuid-Holland zeker niet. Ook in Gorinchem wordt volop gemord dat starters en anderen in woonnood niet verder kunnen met hun leven. Ook dat is schrijnend.
Gorcum Actief heeft al meermalen gesuggereerd met spoed bijvoorbeeld prefab-woningen te realiseren op de voormalige locatie voor station Papland in Gorinchem-Noord – die locatie is nu vrij –, gewoon voor alle mensen die nu in woonnood zitten, zodat zij voorlopig vooruit kunnen en later kunnen doorstromen naar elders. Dit was een uitstapje. Kan de wethouder aangeven of hij met een dergelijk plan bezig is en wat hij daarvan vindt? En dan nu acuut weer het belastingkantoor. We hebben hier te maken met belangen van twee groeperingen, de vluchtelingen en de buurtbewoners, aan wie toezeggingen zijn gedaan. Er wordt gezegd ‘voor vier weken’, maar wie gelooft dat nou; dat gelooft toch niemand! Ankie Broekers-Knol heeft over vier weken vast niet ineens weer heel veel opvangcapaciteit, daar geloven wij in elk geval niks van, en dat weten de buurtbewoners die hier wakker van liggen ook. Dus wij, gemeenteraad, hebben een probleem. We zijn bereid het COA, of liever: de vluchtelingen in nood, nu meteen te helpen, maar daar moet dan wel iets tegenover staan. Nu het COA met een schreeuwend tekort kampt, en wij over haar locatie moeten beslissen in onze stad, geeft ons dat een goede positie op voorhand zaken goed dicht te tikken, zodat daarna iedereen weet waar hij aan toe is.
Dus niet eerst toezeggen “kom maar hierheen met die 300 vluchtelingen” en dan later gaan praten met mensen in de wijk, nee, dat vinden wij de omgekeerde wereld. Als het COA tegen ons raadsbesluit in toch een noodopvang op deze locatie wil realiseren, omdat de situatie veranderd is – dat vinden wij ook –, is het zaak dat het college dat eerst helemaal dicht timmert met de volgende punten: 1. dat een exacte periode voor de noodopvang wordt vastgesteld; 2. dat het pand daarna wordt bestemd en verbouwd tot woningen, in overleg met buurtbewoners – daarin sluiten wij graag aan bij mevrouw Molengraaf, die dat ook suggereerde. Het COA is nu eigenaar van het pand en zal daar dan aan moeten meewerken, zodat we voorkomen dat tot in lengte van jaren telkens weer allerlei verrassingen uit de hoge hoed komen. Want er zal ook in de toekomst vaak sprake zijn van gewijzigde situaties, en wat is een besluit van de gemeenteraad dan nog waard, wat is dan een toezegging van een wethouder nog waard? Wij willen zekerheid en betrouwbaarheid voor de wijk. Er moet dus eerst een goede bestuurlijke overeenkomst op tafel liggen alvorens ‘ja’ te zeggen tegen dit voornemen.
K - 26
Voorzitter. De kwestie gaat ons zeer aan het hart. We mogen vluchtelingen niet in tenten of stoelen laten slapen, maar de Gildenwijk is als een van de zwakste wijken in Gorinchem bestempeld. Het CDA diende een motie in voor een actieplan-Gildenwijk. Wij vonden toen dat elke wijk wel een actieplan wil, maar nu blijkt uit een recent gehouden burgerwaarderingsonderzoek dat de Gildenwijk er inderdaad helemaal niet best voorstaat, ook de Haarwijk niet trouwens, maar daar komen we op een ander moment nog wel op terug. Nu gaat het om het belastingkantoor en omgeving en de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van dit gemeentebestuurDe heer Tekir: Voorzitter, bij wijze van interruptieDe voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Ik hoor dit vurige poleidooi van mevrouw Hamann met interesse aan, dat vooropgesteld. U doet een appel dat we eigenlijk vooraf participatie zouden moeten organiseren, zeker in deze wijk bij zo’n besluit. Ik vraag me af of er voor u echt principiële zaken zijn waarvan u vindt dat wij daar als gekozen gemeenteraad, met mandaat om deze stad te besturen, zelf over kunnen besluiten. Mevrouw Hamann: Zoals ik aan het begin van mijn betoog aangaf, zal deze hele raad waarschijnlijk besluiten dat deze opvang nodig is. Maar ik zeg dat we van tevoren met het COA moeten dichttimmeren en vastleggen wát je afspreekt, zodat we niet weer voor verrassingen komen te staan.
Of het nu kleinschalige opvang is, de verkoop van het pand, of wat dan ook, je moet dat hele rijtje klip-en-klaar hebben en dán met de wijk gaan praten, en niet omgekeerd, zoals nu, en zoals in de motie van meneer Schefferlie wordt gesuggereerd. Dat vind ik de omgekeerde wereld. De heer Tekir: Mijn vraag blijft dan toch staan en ik vind het jammer dat daar geen reactie op komt, want wat ons betreft is dit nu juist zo’n principiële zaak waar je als stadsbestuur uiteraard goede afspraken over maakt met het COA en daarover goed communiceert in de wijk, maar waar je eigenstandig een besluit over zou moeten kunnen nemen, omdat het nu eenmaal gaat om een noodsituatie. Mevrouw Hamann: Ik begrijp het punt van de heer Tekir helemaal niet. Wij als gemeenteraad nemen een besluit over dat belastingkantoor, wij praten als gemeente met het COA, en dan kunnen wij toch onze voorwaarden stellen, zeker nu onze positie best wel heel sterk is? Dan ga je die kansen niet zomaar laten lopen; ik zie het als een kans. De voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Dank u wel, voorzitter. Ik heb het gevoel dat mevrouw Hamann door elkaar haalt wat wij bedoelen. Kijk, voor deze acute noodopvang is er voor de gemeente geen ruimte om in overleg te gaan met de inwoners op een uitvoerige manier, zoals je dat normaal gesproken natuurlijk doet.
Overigens hebben wij, en dat zult u ongetwijfeld ook gedaan hebben, wij in ieder geval wel als volksvertegenwoordiger, onze gesprekken daarin gevoerd en wat mij in ieder geval opviel is dat een hele hoop mensen zeggen van: we willen dit niet, zoals we destijds besproken hebben, maar we hebben begrip voor deze noodzaak. Waar het ons in de motie om ging, is, zeg maar, in gesprek K - 27
te gaan met de wijk over de definitieve bestemming van het pand; het gaat nu niet over de acute opvang. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Ik verzoek u uw betoog te vervolgen, mevrouw Hamann, en tot een afronding te komen. Mevrouw Hamann: Zeker. Nu gaat het over het belastingkantoor en omgeving en de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van dit gemeentebestuur. Nogmaals: praten met het COA achteraf is een farce. We horen graag van de wethouder wat hij hiervan vindt en hebben eventueel een motie achter de hand voor de tweede termijn. Bij de motie van Democraten Gorinchem hebben wij het gevoel dat Democraten Gorinchem de kool en de geit een beetje wil sparen. Wij zijn meer voor de duidelijkheid, zoals ik net heb betoogd, en wij zien graag de papieren vooraf op tafel en niet achteraf. Ik loop de punten in de motie snel even langs. Voorgesteld wordt snel de wijk in te gaan om over de toekomst te praten. Dat moet je eerder doen. Als daar geen tijd voor is, dikke pech, dan máák je die tijd maar; het kan mórgen. Het COA aansporen tot verkoop, ook dát kun je vastleggen. Je kunt de zaken dicht timmeren, en dat is nu niet gebeurd. Kleinschalige opvang bij het COA is kleinschalige opvang van 150 vluchtelingen en daarover maandelijks rapporteren: ik weet het niet, ik vind het echt een beetje kool en geit sparen. Ik kan er niks mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw Van Oversteeg, CDA. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, dank u wel. Een verantwoordelijk besluit, dat zouden we vanavond als rode lijn willen aangeven over de tijdelijke opvang van vluchtelingen voor maximaal vier weken in het oude belastingkantoor. Vanuit het CDA zien we dat we hiermee onze verantwoordelijkheid dragen in een maatschappelijke crisis waar we door internationale omstandigheden in terecht zijn gekomen. Wij voelen ons solidair met hen die moeten vluchten voor hun leven, voor hun bestaansrecht, en die niet meer veilig zijn in het land waar ze vandaan komen. Een soortgelijk betoog, maar dan uitgebreider, hield ik in februari van dit jaar. Wij denken er nog steeds hetzelfde over, dus ik zal dat niet helemaal herhalen, maar het is wel goed om vanaf deze plek aan te geven dat wij om die reden instemmen met dit voorstel. Nog wel even de blik op de toekomst ná deze noodopvang, want daar gaat het vanavond ook over. Ook daarin voelen wij namens het CDA een verantwoordelijkheid. Ook in februari hebben we stilgestaan bij de optelsom die ertoe leidde dat we het belastingkantoor niet voor vaste opvang willen aanwenden. De voorbereiding op dat besluit en de gesprekken die we hierover hebben gevoerd leidden tot de motie ‘Actieplan Gildenwijk’, door verschillende collega-raadsleden vanavond ook aangehaald.
Nu dit voorstel voorligt, denk je toch: hoe verder? Om die reden dienen wij samen met Democraten Gorinchem en Stadsbelang de motie ‘Bevordering verkoop en herontwikkeling van het belastingkantoor’ in. Met name de herontwikkeling staat daarin ook voor het CDA met stip op 1. Want wat we nu in beeld hebben is A. wat we niet willen – daarover hebben we namelijk in februari een besluit genomen – en B. welke kansen en uitdagingen er zijn in de wijk. In vervolg op onze motie ‘Actieplan Gildenwijk’ hebben we daar een hele goede en constructieve sessie over gehad en daarin zien we ook kansen K - 28
en uitdagingen om de Gildenwijk een stapje verder te brengen. Daarom zouden wij dan ook graag willen oproepen om te kijken hoe we deze plek tot herontwikkeling kunnen brengen. De argumenten om in februari te besluiten tot geen AZC in het belastingkantoor geven gespreksstof om met de wijk in gesprek te gaan over wat we dan wel op die plek willen, binnen de kaders die we als raad al gesteld hebben in de Woon- en transformatievisie. Daarin willen wij oproepen om in navolging van alles wat we al weten over de Gildenwijk echt met elkaar na te denken over wat we willen op die plek en daarin die wijk ook echt een stem te geven. Daarmee hoop ik ook direct vanaf deze plek antwoord te geven op de vragen die door zowel mevrouw Molengraaf als mevrouw Hamann zijn gesteld over wat we daarin dan gaan bespreken, namelijk: wat past er nou op die plek in de wijk?, en vervolgens, met die inhoud, met het COA in gesprek te gaan. Want daarin, voorzitter, laten we namens ons zien op welke manier wij als raad onze bevoegdheid pakken – wij hebben namelijk te beslissen over wat we planologisch op die plek willen, terwijl we geen eigenaar zijn. Op die wijze zien wij dat wij daarin onze verantwoordelijkheid nemenDe voorzitter: Mevrouw Molengraaf.
Mevrouw Molengraaf-Vullers: Maar de motie roept bij mij het idee op dat de omwonenden een behoorlijke stem krijgen in wat daar moet gaan gebeuren, en dat is wat anders dan zeggen: er komt uit die wijkscan het een en ander en wij pakken onze planologische verantwoordelijkheid. Wat wilt u nu met die motie, wat staat daar dan echt? Mevrouw Van Oversteeg: Nou, laat ik ‘m wat verder duiden. Vanavond hoorde ik een aantal keren roepen dat we die plek moeten omvormen tot woningen, terwijl uit de gesprekken die wij in februari hebben gevoerd met elkaar ter voorbereiding op het raadsbesluit om te zeggen “hier willen we geen AZC”, eigenlijk een optelsom van factoren naar voren kwam waarom we dat daar op die plek niet wenselijk vonden. Uit die optelsom blijkt naar mijn idee niet een klip-en-klare oplossing voor wat we dan wel op die plek willen. Uit de punten die we hebben gezien in het kader van de buurtMevrouw Mager: Bij wijze van interruptieDe voorzitter: Mevrouw Mager. Mevrouw Mager: U realiseert zich toch wel dat het pand niet van de gemeente is? Ik neem aan dat u het ook niet prettig zou vinden als iemand zo over uw huis zou praten.
Mevrouw Van Oversteeg: Ik realiseer me terdege dat het pand geen eigendom van de gemeente is, maar ik realiseer me ook terdege dat wij er als gemeente wel over gaan wat er met die plek moet gebeuren op het moment dat we zeggen “we moeten daar iets anders dan wat er op dit moment staat”. Ook al in de beraadslagingen in februari hebben we hierover als gemeenteraad gezegd “we moeten wat met die plek, we willen in meerderheid niet daar nog een AZC, maar wat gaan we daar dan mee doen?”. Wij hebben daar als eigenaar niet de volledige zeggenschap over, maar op het moment dat de huidige eigenaar, dan wel een toekomstige eigenaar, iets wil, zal hij zich toch bij de gemeente melden, als dat niet binnen de huidige bestemming past, en dat kun je natuurlijk van ver zien aankomen: wat willen we met die plek? Dan stellen wij voor, door middel van deze motie: K - 29
laten we dat naar voren halen, laten we daarin onze rol pakken als gemeente en daarin als eerste de stem geven aan de wijk, om te vragen: op welke manier kunnen we dat nou vormgeven? De voorzitter: De heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Ook bij wijze van interruptie, voorzitter. Ik probeer de denklijn te volgen, maar de onzekere factor die erin blijft zitten is dat het pand niet van ons is en volgens mij momenteel ook niet te koop staat. Dus als het COA het als een leuke investering voor de toekomst beschouwt, het nog 75 jaar laat staan en er die tijd antikraak in zet, dan kunt u nu ontzettend goede gesprekken hebben gehad met allerlei mensen over de toekomst van de plek van het belastingkantoor, maar die zullen dan allemaal teleurgesteld worden als het COA het daar nog 75 jaar laat staan. Volgens mij kun je niet dit soort gedachte-experimenten gaan doen, tenzij het COA aangeeft dat het binnenkort het pand gaat verkopen, of – en dan deel ik de suggestie van mevrouw Molengraaf – als wij het pand gaan kopen, of een ontwikkelaar hebben en ermee aan de slag gaan.
Mevrouw Van Oversteeg: Vanuit die gedachte is juist te denken van: we weten nu wel wat we niét op die plek willen, en wie dat dan uiteindelijk gaat herontwikkelen is mij eerlijk gezegd om het even, maar daarin is wel de vraag “welke rol hebben wij daarin nu?” Om die reden zouden wij toch zeggen: stil zitten is in die zin geen optie, want dan is de kans groter dat je in een situatie terechtkomt zoals de heer Van Breemen nu schetst. De heer Van Breemen: Er is nu geen sprake van herontwikkelen, want het pand staat niet te koop en de eigenaar heeft, voor zover ik weet, de gemeente niet laten weten dat hij het binnenkort gaat verkopen. Als ik tegen u zou zeggen dat ik uw huis ga herontwikkelen en u tegenwerpt dat u het niet wilt verkopen, zou het toch een hele gekke situatie zijn als ik zou zeggen: ja, maar ik doe het alvast voor de toekomst? Mevrouw Van Oversteeg: Maar als mijn woning een bepaalde bedoeling zou hebben waarvoor die niet kan worden gebruikt, zoals we hier zien dat het met een bepaalde gedachte is aangekocht, waarvan wij in februari hebben aangegeven “daar kunnen we het niet voor aanwenden”, dan lijkt het mij juist constructief, ook ter voorkoming van herhaalde verzoeken, en ook om onze rol daarin als gemeente steviger neer te zeten, om al van tevoren na te denken over de vraag “wat willen wij daarmee met elkaar?”.
De voorzitter: Volgens mij zijn de standpunten over en weer helder. Jullie zijn het niet met elkaar eens, maar dat hoeft ook niet. We hebben er in ieder geval wel het debat over gevoerd. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, ik wil nog wel even in herinnering roepen dat wij onlangs ook nog hebben gesproken over een andere transformatielocatie, namelijk Linge II Zuid, waarin wij ook niet de eigenaar zijn, en ook niet worden, maar waarin we wel nadenken over welke kaders we willen meegeven voor een toekomstige verkoop. En ja, ik ben het ermee eens dat het een grootschalige gebiedsontwikkeling is en dat die situaties niet één op één met elkaar te vergelijken zijnDe voorzitter: Nog één interruptie van de heer Van Breemen en dan stoppen we ermee. K - 30
De heer Van Breemen: Ja, echt de laatste keer, voorzitter. Het punt dat mevrouw Van Oversteeg nu maakt is precies het punt dat ik ook maak. Het verschil tussen deze locatie en die in Linge II Zuid is namelijk dat de huidige eigenaar van de laatste locatie, het Rijksvastgoedbedrijf, nadat het had laten weten dit te willen verkopen en wij hadden gevraagd of wij er ook nog over mee mochten praten, heeft gezegd: praat eens mee met ons over wat wij hier moeten gaan ontwikkelen. Dat is precies het verschil tussen deze locatie en het oude belastingkantoor. Mevrouw Van Oversteeg: Ja, voorzitter, ter afsluiting: daarom roepen wij op om eerst de stap te zetten “wat willen we met deze locatie?” en vervolgens de stap te zetten “laten we de huidige eigenaar van dit pand ertoe proberen te bewegen om tot verkoop over te gaan, met de kaders die we daarvoor stellen”. De voorzitter: Ik constateer dat jullie het ten aanzien van de volgordelijkheid niet met elkaar eens zijn. Volgens mij moeten we nu gewoon verder gaan met het debat. Mevrouw Van Oversteeg: Afsluitend wil ik nog even herhalen dat door in te stemmen met de tijdelijke opvang het CDA ook ziet dat wij als gemeente onze verantwoordelijkheid nemen in de maatschappelijke crisis van nu. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Breemen, GroenLinks. De heer Van Breemen: Dank u wel, voorzitter. Laat ik duidelijk beginnen.
Natuurlijk gaat GroenLinks voor de tijdelijke opvang van asielzoekers in het belastingkantoor stemmen. Niet alleen waren wij al voor enige vorm van opvang daar, maar nood breekt ook wet. Die nood is nu zo hoog, dat je die wet laat breken. Dit onderstreept dus ook meteen maar weer waarom je nooit moet roepen “dit is echt de allerlaatste keer dat we dit gaan doen”, want zelfs binnen twee weken kan de wereld er heel anders uitzien. Collega’s refereren allemaal aan februari, maar twee weken geleden nota bene zaten wij in een sessie over opvang van asielzoekers en zeiden een aantal partijen, en ook de wethouder: nee, hoe dan ook, het belastingkantoor is een no go. Welnu, er zijn nu nieuwe ontwikkelingen, die je misschien ook twee weken geleden al een heel klein beetje had kunnen zien aankomen, maar goed, we worden vaker verrast door ontwikkelingen in Afghanistan, zullen we maar zeggen, en nu blijkt de wereld er dus anders uit te zien en doen we iets anders dan in ieder geval een deel van deze raad al ruim een jaar roept. Mijn waarschuwing is dan ook: zeg nou niet dat dit echt de aller-, allerlaatste keer is, want als de nood zo hoog is, zou het zomaar kunnen dat je humaan gezien toch echt niet anders kan, en dan breekt ook die wet weer. GroenLinks is blij dat het college er in deze situatie voor gekozen heeft om wel open te staan voor de aanvrage van het COA.
Ik vind dat het ook een pluim verdient, want het betekent ook je nek uitsteken. Het college en een aantal partijen in deze raad zijn heel duidelijk geweest: dit willen we niet! En nu doen we het toch. Waardering daarvoor. Wij zijn echt blij dat we in Gorinchem onze verantwoordelijkheid nu nemen en ook nu weer ‘ja’ zeggen op het moment dat wij directe nood kunnen oplossen, en dat kunnen we. De beelden uit bijvoorbeeld Ter Apel zijn schrijnend en tentenkampen wil eigenlijk niemand, dus zo snel mogelijk oplossen met een pand dat er eigenlijk klaar voor staat: heel prima.
K - 31
Wat GroenLinks betreft – dat heb ik ook gezegd toen de burgemeester de fractievoorzitters sondeerde – had het zeker ook over een langere periode mogen gaan, maar nu het COA welbewust vier weken heeft gevraagd en het college duidelijk vier weken gecommuniceerd heeft, is het wat ons betreft dus ook vier weken. Daar moet je echt een behoorlijke overheid in zijn: het had langer gemogen, maar nu niet meer. Wij zullen het voorstel dus van harte steunen. Mevrouw Hamann gelooft het niet, maar ik geloof het wel, want dat zegt de raad namelijk nu. Eén ding dat wij missen in het beschreven vervolgproces van het raadsvoorstel is dat wij aannemen dat de bestuursovereenkomst ook netjes met de raad gedeeld wordt. Overigens wil ik ook graag nog iets zeggen over de commotie in de wijk, of het gebrek daaraan, kan ik soms ook wel zeggen. Ik als schuin overbuurman kan zeggen dat ik gelukkig heel veel positieve geluiden hoor als “natuurlijk moet Gorinchem dit doen”, “deze nood is hoog, dat moeten we doen”, en heel veel hartverwarmende oproepen van allerlei mensen die mij vragen waar ze zich kunnen melden om te gaan helpen in deze opvanglocatie. Laten we dat ook steeds zien en benoemen als we het weer over ‘de commotie in de wijk’ hebben. Dat lijkt me recht doen aan alle mensen die daar heel graag een steentje bijdragen. Tot slot de motie.
Toen ik hem voor het eerst zag, dacht ik “oei, dit is wel een beetje het dieptepunt van populisme”, en wilde ik er weinig woorden aan vuil maken, maar na de uitleg van meneer Schefferlie in de krant, en vanavond hier, kan ik ook wel de buikpijn van Democraten Gorinchem een beetje begrijpen, ook al ben ik van mening dat ze die buikpijn vooral aan zichzelf te danken hebben. Dus zal ik toch de beslispunten even langslopen. Beslispunt a). Zolang het pand niet van ons is – daar hebben we net een interessant interruptiedebat met mevrouw Van Oversteeg over gehad – kun je wat ons betreft niet gaan praten over toekomstige invullingen. Als het COA na de vier weken noodopvang denkt “goh, het is eigenlijk wel een mooie locatie voor ons hoofdkantoor”, dan kunnen ze dat ook gewoon doen en het past binnen het bestemmingsplan, dus dan kunnen wij er nog niks van zeggen ook. Beslispunt b). Natuurlijk moeten wij niet bij het college gaan aandringen om bij het COA te gaan aandringen om het pand te verkopen. Het gaat ons echt niet aan wat zij met hun bezit doen. We doen dat ook niet bij vastgoedeigenaren in de stad als iets ons niet bevalt, of bij eigenaren van leegstaande kantoren als we nieuwe woonruimte in Gorinchem zoeken. Beslispunt c).
Daar zijn we het wel me eens, maar dat hebben we al meermalen gevraagd en daar heeft de wethouder twee weken geleden nog van gezegd dat die gesprekken lopen en gaan lopen. Dus dat hoeft wat ons betreft niet nog een keer in een motie. Bovendien ademt deze motie aan alle kanten uit dat we daar nooit ofte nimmer meer asielzoekers willen en die mening deelt GroenLinks niet. We zullen de motie dus niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Doesburg stelt prijs op een schorsing. Ik zie instemmend geknik. Ik schors de vergadering voor tien minuten (21.47 uur). Schorsing
K - 32
De voorzitter: Ik heropen de vergadering (22.00 uur). Het woord is aan wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat het mooi is, denk ik, en goed om te horen dat hier een gelijkluidend gevoel wordt uitgesproken in de raad, namelijk dat iedereen die hier ziet het humanitaire vraagstuk belangrijk vindt en voorop stelt. Dat wil ik gezegd hebben. In haar bijdrage merkte D66 op dat het fijn zou zijn als er een warm bad in deze stad is, maar ik vind het terecht dat de kanttekening geplaatst is dat we voorzichtig moeten zijn met het spreken over de bewoners van de Gildenwijk, of de bewoners of omwonenden van het belastingkantoor, in algemene zin, omdat de geluiden wisselend zijn. Vandaag op Twitter nog was er een bewoner van de Johan Frisoflat die zich hardop afvraagt wat hij zou kunnen betekenen en graag dat positieve geluid wil laten horen. Ook moet ik zeggen dat ik met de bewoners die hier de vorige keer het woord gevoerd hebben goede gesprekken voer en dat daar een heel genuanceerd geluid klinkt. Ze vonden het ook heel vervelend om de vorige keer op social media aangevallen te worden en direct weggezet als mensen die tegen vreemdelingen zouden zijn of zo. Dat is best wel pijnlijk. Er komt daar een genuanceerd geluid vandaan en ik denk dat iedereen het recht heeft om dat genuanceerde geluid te laten horen.
Dat wil ik toch gezegd hebben. Het is ook goed om te lezen en te horen dat instanties zoals Yulius, KLIK, Gorinchem Beweegt, ISK, Camphusianum en POORT6 direct zeggen: als we iets kunnen doen, laat het ons weten. Dat tekent de kracht van Gorinchem, denk ik. Ik loop even door de vragen heen, die op veel punten toch op elkaar lijken. In ieder geval heb ik goed gehoord – laat ik daarmee beginnen – dat zo’n beetje de gehele raad aandringt op snelheid en spoed met het organiseren van kleinschalige opvang, zoals in februari al afgesproken. We zijn al aardig wat maanden verder, was de vraag, en waarom is er nog steeds niets gebeurd? Daarop zou ik willen zeggen dat wat nodig is en kon, is gebeurd. Tegelijkertijd zijn wij echter bij het realiseren van kleinschalige opvang ook afhankelijk van het COA. Wij voeren heel veel gesprekken, ook bijvoorbeeld regionaal, als ZuidHolland Zuid, aan een regietafel met het COA, het Rijksvastgoedbedrijf is daar bijvoorbeeld ook bij betrokken en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, over de manier waarop we dit het beste kunnen aanpakken. Al heel lang klinkt vanuit heel Zuid-Holland, en ook Zuid-Holland Zuid, het geluid richting het COA: maak nou mogelijk dat we kleinschalige opvang kunnen realiseren. Tot voor kort werd die mogelijkheid eigenlijk niet geboden, omdat het gewoon niet paste in het bedrijfsmodel van COA.
Inmiddels, onder druk van al die gemeenten in Zuid-Holland, is dat verschoven en worden nu kleinschalige opvangconcepten mogelijk gemaakt. Rotterdam Rijnmond is er nu mee gestart en ik ga ervan uit, en dat ga ik ook in het gesprek met het COA meenemen, dat wij gewoon de harde toezegging van het COA krijgen dat wij ook in deze regio kleinschalige opvang mogen realiseren. Het is duidelijk dat een meerderheid van deze raad wil dat er strikte voorwaarden worden vastgelegd in een bestuursovereenkomst met het COA, omdat immers de betrouwbaarheid van de overheden in het geding is. Ik ben het daarmee eens. In het raadsvoorstel is ook de maximale termijn van vier weken opgenomen en de opmerking dat verlengen uitgesloten wordt in die afspraken, dat dat het idee is. De vraag is ook gesteld of die
K - 33
maximale termijn van vier weken per asielzoeker geldt. Nee, het geldt voor de locatie, en dat zullen wij helder vastleggen in de bestuursovereenkomst. De vraag of die ook gedeeld kan worden met de raad, kan ik bevestigend beantwoorden. Wat ingewikkeld is de vraag van Gorcum Actief of die bestuursovereenkomst eerst kan worden beoordeeld voordat een besluit wordt genomen. Dat lijkt me lastig, want dan kunnen we vanavond geen besluit nemen en ik denk dat dat nodig is om te doen wat we moeten doen, namelijk acuut en snel helpen. Hiermee meen ik de meeste vragen beantwoord te hebben. Het grootste deel van het debat ging verder over de motie en hoe die wel of niet uitgelegd zou moeten worden. Ik ben het wel eens met de lijn, en ik denk dat de motie ook zo geduid kan worden, dat we het verzoek aan het COA richten om ervoor te zorgen dat het pand verkocht wordt, omdat er dan ontwikkelmogelijkheden komen – ik denk ook dat dat zo is, want het COA is zelf geen ontwikkelaar – en dan ook in gesprek te gaan met de buurt over wat de bestemming dan wel zou moeten worden.
Ik denk dat dat op zich een goed idee is, maar ik ben het wel eens met het deel van de raad dat heeft betoogd dat het dan de juiste volgorde is om eerst te zorgen voor een vorm van zekerheid over de intentie om te gaan verkopen – daarbij werd de vergelijking met Linge II Zuid gemaakt – en dan pas in gesprek te gaan met de wijk, enz., omdat er anders mogelijk een verkeerde verwachting zou worden gewekt. Als ik de motie zo mag uitleggen, kan ik die positief adviseren. Gevraagd is ook of er garanties kunnen worden gegeven in relatie tot veiligheid. Dat was voor mij de reden om een schorsing aan te vragen, omdat ik dit even met de burgemeester wilde afstemmen. Het is immers haar portefeuille en ik vind het ook beter als zij daarop antwoordt, als u dat toestaat. Mevrouw Hamann: Voorzitter, ik heb nog geen antwoord gekregen op mijn vraag over een mogelijke andere bouwlocatie voor prefab-woningen. De voorzitter: Ik verzoek de wethouder wel hierop heel beknopt in te gaan, want het raakt weliswaar aan het onderwerp, maar is aan de andere kant niet helemaal de focus van dit debat in relatie tot het raadsvoorstel. Een paar zinnen dus graag, wethouder. Wethouder Van Doesburg: Het kan in één zin, want het hoort bij de vormgeving van kleinschalige opvang en het realiseren van andere opties om andere doelgroepen te bedienen. Dat vond ik toen al een goed idee, en nu nog steeds.
Er wordt aan gewerkt. De heer Hassouna: VoorzitterDe voorzitter: Meneer Hassouna. De heer Hassouna: Wat zijn de waarborgen dat er over vier weken plek is voor de asielzoekers en waar zijn die plekken dan? Wethouder Van Doesburg: Excuus, die vraag heb ik vergeten te beantwoorden. Die waarborgen kunnen wij als college natuurlijk niet geven, want het COA heeft deze opgave landelijk en heeft zelf ook geen regie over de instroom en hoe dat loopt. Maar als het over de groep gaat die op zekere termijn in het belastingkantoor komt – met ingang van wanneer dat zou zijn, is nu nog niet bekend –: die specifieke vraag is zo gesteld door het
K - 34
COA omdat zij zicht heeft op openstelling van een andere locatie in Zuid-Holland. Ik ga ervan uit dat het COA dat goed beoordeeld heeft.
De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Nog even aanvullend daarop: ik schrik er wel een beetje van dat de wethouder zegt dat wij die waarborg niet zelf kunnen geven. Tegelijkertijd zijn wij wel de partij die hier een bestuursovereenkomst gaat afsluiten voor vier weken. Even in scenario’s gedacht: een noodscenario is dat om welke reden dan ook na vier weken de opvolglocatie niet gereed komt. Komen wij dan in een situatie dat wij die 300 mensen een schop onder hun kont geven en op straat zetten? Wethouder Van Doesburg: Nee, in die situatie komen wij niet, want het COA is verantwoordelijk voor het verplaatsen en doorplaatsen van die mensen en die zal dan voor een andere opvang zorgen. De heer Tekir: Maar wat als COA de opvolglocatie niet binnen die termijn van vier weken gereed kan krijgen? Wethouder Van Doesburg: Die krijgt ze wel gereed, want dat is de afspraak die wij met haar maken, maar welke dat is en waar in dit land, weet ik niet. Ik denk ook niet dat dat deel van onze afspraken kan zijn. De heer Tekir: Tot slot, voorzitter. Maar heeft u wel inzicht in bijvoorbeeld locaties die zij nu gereed aan het maken is, zodat we in ieder geval iets weten van de voortgang elders en dat niet helemaal blanco is? Wethouder Van Doesburg: Dat is ook niet helemaal blanco.
Het staat ook in het raadsvoorstel: het zijn andere locaties in Zuid-Holland Zuid, en dan gaat het om Hoeksche Waard, Zoetermeer en Katwijk. Mevrouw Mager: Mevrouw de voorzitterDe voorzitter: Mevrouw Mager. Mevrouw Mager: Ik had in mijn bijdrage ook gevraagd wat wij gaan doen als het COA na vier weken laat weten dat de opvanglocatie elders nog niet gereed is. Een van de andere sprekers had het over gesleep met mensen en vroeg zich af of we dat moeten willen. Die vraag had ik nog staan en ook nog de vraag of als voorwaarde wordt opgenomen dat dit nu echt de laatste keer is. Wethouder Van Doesburg: Dat staat volgens mij al in het raadsvoorstel: geen verlengingsverzoek en daarmee is het ook de laatste keer. Op uw eerste vraag kan ik hetzelfde antwoord geven als ik de heer Tekir gaf. Het COA gaat over het doorplaatsen van de mensen en wij hebben er geen direct zicht op hoe zij dat vorm geeft. De garantie ‘geen gesleep met mensen’ kan ik natuurlijk niet geven; daar gaat het COA over. Wij spreken deze termijn van vier weken af en daarmee doen we een handreiking aan het COA, dat ook specifiek zelf om deze drie tot vier weken gevraagd heeft. Ik ga ervan uit
K - 35
dat het COA daar heel goed over heeft nagedacht en dat dan de opvolglocaties in gereedheid staan. Mevrouw Mager: Ik vind ‘verlenging’ echt wat anders dan ‘nog een keer’. Wethouder Van Doesburg: bestuursovereenkomst.
We
zullen
dat
zorgvuldig
afhechten
in
de
(Het voorzitterschap wordt overgedragen aan de heer Van Breemen) De voorzitter: Het woord is aan de burgemeester, om een aantal vragen over haar portefeuille te beantwoorden. De burgemeester: Voorzitter. De vraag is gesteld welke garanties te geven zijn ten aanzien van veiligheid. Of het nu om dit dossier gaat, of over andere items: garanties ten aanzien van veiligheid zijn nooit te geven. Het is een illusie te menen dat wij in een samenleving kunnen leven waarin honderd procent veiligheid gegarandeerd is. Er hoeft maar één persoon op te staan die met een mes om zich heen gaat steken en je hebt een heel zwaar incident. Dus dat kunnen we absoluut niet garanderen en dat ga ik dan ook zeker niet doen. Welke garanties te geven zijn, is een vraag die verschillend geïnterpreteerd kan worden en vanuit verschillende invalshoeken, zeker in relatie tot asielzoekers. Bij veiligheid in relatie tot asielzoekers hebben we vaak beelden op ons netvlies van jongemannen uit veilige landen, als Algerije en Marokko, et cetera, waarmee in den lande de nodige problematiek bestaat, maar grosso modo kunnen we gewoon zeggen dat de opvang van asielzoekers goed gaat en niet direct een risicovraagstuk is. De meeste mensen deugen. Dat gezegd hebbend, is het vervolgens natuurlijk wel zo dat er 300 mensen onze kant op komen, van wie een aantal behoorlijk heftige ervaringen achter de rug hebben.
Dat doet natuurlijk wel iets met een mens, en dan zitten ze ook nog met 300 man in een gebouw op een beperkte oppervlakte. Daar moeten we onze ogen ook niet voor sluiten. Er zijn dan een aantal punten. We hebben de veiligheid binnen het gebouw, we hebben de veiligheid in de directe omgeving van het gebouw en we hebben de veiligheid in totaliteit in de stad. Ambtelijk worden op dit moment de nodige gesprekken gevoerd met een aantal mensen van het COA over de veiligheid in het gebouw, en ik merk dat het COA bereid is daarin behoorlijk te investeren. Natuurlijk worden de nodige spelregels afgesproken met de mensen die gaan komen, maar er wordt ook het nodige toezicht en handhaving binnen het gebouw georganiseerd. In de directe omgeving zullen ook de nodige maatregelen worden genomen en als het nodig is, zullen we ook in de rest van de stad zorgen gesteld te staan. Het gaat over politiezaken, het gaat over brandweerzaken – denk bijvoorbeeld aan de brandveiligheid van het gebouw – en het gaat ook over de volksgezondheid, de geneeskundige kant, want we willen natuurlijk niet dat daar op een gegeven moment een enorme corona-uitbraak plaatsvindt. Ook daarvoor kan ik geen garanties geven, maar we zijn bijvoorbeeld al wel in gesprek over de mogelijkheid om mensen die langdurig in Nederland blijven te laten vaccineren.
Daarnaast hebben we nog te maken met een aspect met betrekking tot veiligheid als het gaat over mensen die er iets van vinden en dat op verschillende manieren kenbaar maken. Het gaat mogelijk over mensen binnen onze stad, maar ook over mensen buiten onze stad, K - 36
waar je soms, en ik kijk ook naar social media, een bepaalde dynamiek ziet ontstaan waarbij de veiligheid niet altijd gegarandeerd is. Dus ook digitaal zullen we de zaak vanuit verschillende invalshoeken, gemeente en politie, heel goed volgen, en waar nodig grijpen we in. Dat is niks nieuws, want dat doen we nu ook al. Mevrouw Molengraaf-Vullers: VoorzitterDe voorzitter: Mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Bij wijze van interruptie. Ik heb me misschien niet zorgvuldig genoeg uitgedrukt in mijn bijdrage, maar ik heb natuurlijk niet willen zeggen dat ik verwacht dat u garanties gaat geven dat er absoluut niets kan gebeuren. Maar ik denk dat het voor de omwonenden en de wijk wel goed is te communiceren dat er extra aandacht voor veiligheid is op alle gebieden die u noemde. Daarom heb ik er ook op aangedrongen overlast of problemen snel aan te pakken, want het geeft mensen ook een gevoel van veiligheid als daar oog voor is, als daarover gecommuniceerd wordt, et cetera. Dat was de bedoeling van mijn opmerking. De voorzitter: De burgemeester. De burgemeester: Ik ben heel blij met deze uitleg/interpretatie, die ik volledig volg. Ik denk ook dat op het moment dat er een informatiebijeenkomst komt – en ik hoop dat de nodige omwonenden daar ook komen –, informatie zal worden verstrekt over wat er allemaal georganiseerd wordt, zodat er een beter beeld van ontstaat.
Ik geef u nu de nodige informatie over wat er intern en extern, in de directe omgeving en de verdere omgeving, gebeurt en het is goed om dat ook te delen met de bewoners. Dat gaan we ook zeker doen. De voorzitter: Dank u wel. (Het voorzitterschap wordt overgedragen aan de burgemeester) De voorzitter: Hiermee hebben we de eerste termijn gehad. Ik kijk even rond voor de tweede termijn. Allereerst de heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Voorzitter. Ik denk dat het vandaag eigenlijk over twee belangrijke waarden gaat die gewoon wat kunnen knarsen tegen elkaar: de waarde van medemenselijkheid, die gelukkig, en dat is een mooie oogst van vanavond, iedereen voorrang geeft, maar ook de waarde van een betrouwbare overheid. Die laatste vonden we gewoon al spannend geweest door de aankoop destijds; nog even ter herhaling. Onze motie heeft wel degelijk geprobeerd om invulling te geven aan die medemenselijkheid, maar in een goede verhouding met de betrouwbaarheid die we willen betrachten. Als je dat het sparen van de kool en de geit wilt noemen, prima, ik zou ook helemaal niet weten wat er mis aan is om zowel de kool als de geit te sparen als dat kan. Dat is in dit geval ook goed, want het zijn allebei waarden waaraan we via onze motie hebben geprobeerd op een integere, goedbedoelde manier invulling te geven.
Ik ben blij dat de heer Van Breemen bij nader inzien ook inziet dat die intentie gewoon oprecht is, en ik denk ook effectief, als we hem goed volgen. Wat is er mis mee om het COA te stimuleren die verkoop in gang te zetten? Want hoe je het wendt of keert: wij zijn bereid met z’n allen
K - 37
om een duurzame, goede bijdrage te leveren aan de opvang die in Nederland nodig is, en dan denk ik dat het gewoon heel goed is om tegelijkertijd in de omgeving duidelijkheid te scheppen over het feit dat het niet de bedoeling is dat we dat bij herhaling op die plek invulling geven. De heer Tekir: VoorzitterDe voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Bij wijze van interruptie. Ik sluit me overigens ook aan bij de woorden van de heer Van Breemen waar het gaat om uw nek die tijdelijk wordt uitgestoken in dit dossier. U stelt nu de vraag wat er mis mee is om het COA op die manier te bewegen om tot verkoop over te gaan. Dat verbaast mij toch enigszins, want aan het begin van de avond gaf u aan dat de relatie met het COA zo broos is, dat we willen werken aan het herstel daarvan. Tegelijkertijd denk ik: als je dat wilt doen, moet je misschien juist niet dit soort acties in gang zetten om iemand te dwingen een pand te verkopen. Hoe kijkt u daar zelf tegen aan? De heer Schefferlie: Nee, het is geen dwingen, het is gewoon een normaal bestuurlijk gesprek. Zij hebben ons nodig, wij zijn keer op keer bereid daaraan op een goede manier invulling te geven, sterker nog: we anticiperen op invullingen waarvan tal van gemeenten nu inzien dat dat de manier is waarop ze het willen.
Het COA is eerlijk gezegd toch een beetje een ouderwetse overheid, die erop vertrouwt dat ze soms op basis van macht of noodzaak zaken voor elkaar krijgt. Gelukkig gaan ze zich bewegen naar een overheid zoals ze zelf ook graag willen zijn, namelijk vernieuwend, samen met mensen dat doen. In dat goede gesprek met hen is het natuurlijk een hele goede beweging dat zij ook naar ons toe laten zien van: we weten wat hier besloten is en daar dragen we graag aan bij door de verkoop. Dan laat je zien dat je dat besluit ook respecteert. In die zin moet je inderdaad niet sollen met mensen –dat woord is gebruikt – en in die zin vond ik het jammer dat ChristenUnie/SGP in de pers pas geleden juist de mogelijkheid opzocht om alsnog deze locatie ook voor de langere termijn opnieuw open te stellen voor noodopvang. Ook wij hebben met elkaar de plicht om, als er eenmaal een raadsbesluit genomen is, dat ook voor waar aan te nemen en zo goed mogelijk uit te voeren. Mevrouw Molengraaf-Vullers: VoorzitterDe voorzitter: Mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Nu verleidt de heer Schefferlie mij toch tot een reactie. Ik heb de pers opgezocht, omdat mijns inziens de situatie veranderd was en ik juist ook vreesde voor het scenario waarvoor we vanavond staan. Het leek mij een goed idee zelf de regie te nemen en aan te bieden daar statushouders te huisvesten. Dat was de reden voor mijn actie.
De heer Schefferlie: Precies, en wat ik daar jammer aan vond was dat je dan eigenlijk de situatie zou gaan inrichten tegen het besluit dat recent genomen was, namelijk dat je, zeg maar, ook voor langere tijd huisvesting faciliteert, en dat willen we gewoon liever niet. Dat is volgens mij het resultaat geweest van een goede interactie met de omgeving daar. K - 38
Over de motie gesproken: als het gaat om de volgorde, wij hebben geen volgorde beoogd. Ik denk dat het echt een bestuurlijk ding is hoe je dat gewoon in goede banen leidt. Wat dat betreft kan het college de motie zeker op die manier uitleggen. De heer Van Breemen: VoorzitterDe voorzitter: De heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Ik vind het fijn dat de wethouder en de heer Schefferlie naar elkaar toe bewegen, alleen: in de motie staat nog steeds dat met spoed gesproken zal moeten worden met de buurt en dat geeft toch wel een soort tijdvolgordelijkheid aan, want u weet ook dat het COA bewegen om het pand te gaan verkopen die spoed bij het andere punt enigszins zal belemmeren. De heer Schefferlie: Spoed gaat natuurlijk altijd binnen de bestuurlijke realiteit en ik mag aannemen dat het COA op de weg naar een betere, moderne overheid ook de urgentie bij ons in de stad aanvoelt en daarop zal handelen. Wat moet ze eigenlijk met een pand waarin de bestemming die zij voor ogen had gewoon geen kans meer krijgt en waarvan we de buurt ook willen laten weten: nú helpen we in die nood, maar het wordt niet een plek waarop we keer op keer opnieuw gaan helpen, want dat willen we liever op een andere manier doen, waarvoor volgens mij hele schone kansen gaan komen. Daar kijken we naar uit en daar is eveneens die spoed op gewenst.
Als het dan gaat om het idee om zelf het gebouw daar te kopen, een suggestie van mevrouw Molengraaf, dan denk ik: nee, dat is ook een ander beeld, wat ik wel meer hoor van andere fracties: wij zien ons als gemeente echt als de partner die die bewegingen faciliteert, stimuleert en ondersteunt, maar dat we daar niet zelf een partij in hoeven te worden door een gebouw aan te schaffen, juist in een periode waarin we proberen ook van ons vastgoed af te komen. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter. Ik heb die opmerking gemaakt omdat ik het, net als de heer Van Breemen en ook anderen, een beetje vreemd blijf vinden dat u het college oproept om het COA op te roepen de biezen te pakken. Wij hebben geen idee wat het COA verder met het pand wil, misschien gaan ze er wel hun hoofdkantoor in vestigen, zoals de heer Van Breemen opperde, dus dat is koffiedikkijkerij. Wij gaan daar gewoon niet over, dus ik blijf het vreemd vinden dat de wethouder dat stukje uit de motie via een soort U-bochtconstructie heel anders uitlegt en de motie dan aanbeveelt. De heer Schefferlie: Mevrouw Molengraaf pleit er ook voor om de regie te nemen en dat is nu juist wat we hiermee proberen. En het idee dat ze er misschien wel 75 jaar lang antikrakers in zouden willen, zoals ik heb horen zeggen: mensen, laten we gewoon serieus blijven in wat voor soort overheid we te maken hebben.