CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

201112 Concept Verslag Raadsvergadering.docx

Raadsvergadering 21 januari 2021, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies47.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Dan staat ook de parameter voor schuld in het groen. We hebben natuurlijk ook een aantal zaken ingebouwd in het systeem om dat op deze manier te kunnen effectueren. Ik kom bij een volgend thema, en dat zijn de lokale lasten. Een aantal partijen heeft aandacht gevraagd voor de ontwikkeling van de lokale lasten, de belastingen. In de begroting is te lezen dat de stijging volgend jaar zo’n 5% is. Voor verreweg het grootste deel is dat toe te schrijven aan de afvalstoffenheffing. Wethouder Van der Geest zal daar straks verder op ingaan. Gorcum Actief heeft gemeld dat de woningwaarde harder stijgt dan de aangenomen 6%. Daarvan kan ik zeggen dat de 6% stijging gaat over de stijging van 1-1-2019 naar 1-1-2020. De OZB voor 2021 is namelijk gebaseerd op de waarde per 1-1-2020 – u herkent dat wel uit uw aanslagbiljetten – en loopt dus ook een jaar achter. De waardeontwikkeling die in dit jaar plaatsvindt zien we dus meegenomen worden in de tarieven voor het jaar 2022. De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Er is nu een verhoging van de OZB van 1,5% genoteerd en wij vragen de toezegging van de wethouder dat het niet meer wordt dan dat. Wethouder Van Zanten: Het staat in de stukken, het staat ook in de verordening en ik kan dan ook plechtig beloven dat het niet meer dan 1,5% wordt! Mevrouw Hamann: Akkoord. I - 19

Wethouder Van Zanten: Dan de hondenbelasting. De VVD heeft ons om een standpunt gevraagd en ChristenUnie/SGP heeft gewezen op het gegeven dat alweer een paar jaar geleden – ik zat er toen ook bij in de raadsbankjes – de hondenbelasting is verlaagd op basis van een motie van de fractie Hoogesteger. De VVD kan ik mededelen dat het standpunt van het college is dat het de hondenbelasting in stand wil houden. Misschien is het goed daarbij op te merken dat afschaffing van de hondenbelasting een vermindering van de inkomsten zou betekenen van zo’n 165.000 euro op jaarbasis, en die zou dan wat mij betreft ook ergens anders opgevangen moeten worden. Ik denk niet dat dit het moment is om de hondenbelasting verder te verlagen of af te schaffen, gezien ook het beperkte begrotingssaldo dat we de komende jaren hebben en de onzekerheden die er zijn. Een verdere verhoging van de OZB – daarover heeft de heer Wientjes ook iets opgemerkt – lijkt ook niet wenselijk, gezien de toch al stijgende lokale lasten. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Molengraaf, daarna de heer Wientjes. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, ik herinner mij dat, toen de motie van mevrouw Hoogesteger in stemming werd gebracht, de heer Van Zanten, toen fractievoorzitter van Stadsbelang, de draai maakte om daar vóór te stemmen en het toenmalige college voor een gat in de begroting te stellen.

Nu zegt hij onomwonden dat we hem blijven heffen, omdat er anders een gat in de begroting ontstaat. Heel opmerkelijk! Wethouder Van Zanten: Ja, maar ja, dat krijg je dan misschien wel als je op verschillende stoelen zit en wellicht is het ook voortschrijdend inzicht. Stel dat wij de hondenbelasting zouden afschaffen en dus die 165.000 euro kwijtraken, dan ben ik van mening dat die gecompenseerd moet worden en dat kan alleen maar met het andere algemene dekkingsmiddel, zijnde de OZB. Ik geloof niet dat het wenselijk is, en ook door u niet wenselijk wordt gevonden, om de OZB met dat bedrag te verhogen. Het idee blijft dus wel om de hondenbelasting te blijven heffen zoals die nu is. De voorzitter: Mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Het is natuurlijk niet de enige knop dat je dan dekking zoekt in verhoging van een andere belasting. Je zou ook iets minder kunnen uitgeven. Wethouder Van Zanten: Dat zou zeker kunnen. Alles kan. Maar de bottom line is dat het college niet van zins is de hondenbelasting af te schaffen. De voorzitter: De heer Wientjes. De heer Wientjes: U hoeft niet minder uit te geven, want u geeft vrijwel niets uit aan honden. De hondenbelasting was een doelbelasting en zoals we met z’n allen hebben afgesproken, moet dat geld dus ook besteed worden aan faciliteiten, of wat je daarvoor ook verzint, voor honden.

Ik heb zelf een hond en ik kan u zeggen dat er helemaal geen faciliteiten zijn waarvan ik denk dat ze in totaal 165.000 euro kosten, tenzij de wethouder met een keurig lijstje komt waaruit blijkt waar hij dat allemaal aan uitgeeft, maar dat was vorige keer ook al de discussie. Natuurlijk zit hij niet lekker op zijn stoel, omdat hij de I - 20

ene keer het ene zei en nu dit, en natuurlijk zit het allemaal krap, en dat is ook exact het punt dat wij maken: krapte, krapte, krapte en toch een mooi verhaal over weerstandsvermogen en het hebben van een begrotingsoverschot, terwijl deze belasting gewoon geen doelbelasting meer is, maar gewoon uit de zakken van de hondeneigenaar de begroting spekt, en dat is iets waar wij als VVD niet voor willen staan. Wij zullen dat blijven benoemen: wij vinden dat de hondenbelasting afgeschaft moet worden. De redenering die hieronder gelegd wordt door de wethouder versterkt alleen maar het argument om dat inderdaad te doen. De voorzitter: Interruptie de heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wil graag aangeven dat ik niet vermoed dat zo’n hondenbelasting een lange toekomst zou moeten hebben. Hij lijkt ook wat uit de tijd. Ik vind het alleen een heel lastig moment om het nu verder door te voeren en ik roep degenen die dat wel zouden willen op om dan ook de andere kant van het verhaal in te vullen, door te zeggen wat we dan op dit moment structureel voor 165.000 euro per jaar niet meer hoeven te doen. Dan weet je ook wat de effecten aan de andere kant van de medaille zijn van het idee. Ik zou liever voorstellen om hem echt warm te houden. We moeten er een keer van af, maar even in betere tijden dan nu. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van Zanten.

Wethouder Van Zanten: Nog een klein slotwoord. Je moet aan een fiscalist, en dat ben ik nog steeds, niet willen uitleggen dat de hondenbelasting een doelbelasting is, want dat is hij niet en dat is hij ook nooit geweest. Het is een algemeen dekkingsmiddel. Voor het overige lijkt het me niet zinvol om hierover een welles-nietes-discussie te gaan voeren. Het standpunt van het college is in ieder geval helder: wij gaan de hondenbelasting handhaven. Als u meent dat het anders zou moeten zijn, dan zult u daarvoor een voorstel moeten indienen en dan kan erover gestemd worden. Daarbij zou ik het willen laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Zanten: Niet in z’n geheel, want ik heb nóg een klein onderwerpje en een aantal andere zaken te bespreken! De voorzitter: Let u wel op de tijd, want het college heeft een uur en inmiddels bent u daarin al een halfuur bezig. Wethouder Van Zanten: Dan sla ik één opmerking even over. Kort, hoewel ik er eigenlijk een lang betoog over had willen houden, zal ik ingaan op het thema stresstest. Mevrouw Van Maaren heeft daar wederom een bijdrage aan geleverd. De vraag is, in de feiten: waarom op kleuren gezet, zoals we dat gedaan hebben in het stoplichtenmodel? Nou, daar hebben we al in het verleden, bij de bespreking van PPN 1, een hele discussie over gehad, misschien zo nu en dan wel een semantische discussie, over kleuren.

Om dat te vermijden hebben we nu ter verduidelijking bij de stresstest ook de legenda I - 21

toegevoegd, zodat u goed kunt lezen waar die stoplichten eigenlijk voor staan. Soms is het verschil tussen groen en oranje erg klein. Oranje is dan de middenpositie, zeg maar, dus in de vergelijking neutraal. Groen is gunstiger en rood is ongunstiger. Oranje kun je dus gewoon zien als goed. Het is ook niet een kwestie van even op een knopje drukken zodat er een andere kleur komt. Als je dat zou willen, is daar gewoon actief beleid voor nodig. Op schuldreductie bijvoorbeeld voeren we nu actief beleid en in de loop van de tijd verschuift dan de kleur. Daarstraks heb ik al even aangegeven dat je dan een heel eind verder gaat in de tijd. Als het beleid uitwerkt zoals we dat nu in gang gezet hebben, dan verschuift de kleur naar groen. Oranje is dus gewoon neutraal en als iets richting rood gaat – zo moet je het dan lezen –, moet je ingrijpen door beleid te maken en keuzes te maken en ook minder uit te geven. Ik heb een heleboel voorbeelden bedacht om dat te illustreren, maar ik denk dat dat te ver voert, dus dat zou ik even over willen slaan. De voorzitter: Uitstekend. Een ander punt nog? Wethouder Van Zanten: Ja, ik heb nog een aantal vragen op cultuur te beantwoorden. De voorzitter: Even een interruptie van de heer Tekir. De heer Tekir: Ja, voorzitter, dank u wel.

Ik vroeg me even af of dit in het kader van de financiën alle reflecties en reacties waren die het college heeft gegeven, want ik heb vanuit onze financiële beschouwing niet alle antwoorden gekregen. Wethouder Van Zanten: Er komen nog een aantal onderdelen aan de orde bij andere portefeuillehouders. Waar het gaat over het sociaal domein… De voorzitter: Gelieve die beantwoording even af te wachten en mocht u aan het eind nog het idee hebben dat uw vragen niet zijn beantwoord, dan kunt u alsnog even een interruptie plaatsen. Wethouder Van Zanten: Dat is ook mijn idee. Ik ga het nu bijna afronden voorzitter. Ik moet nog even iets zeggen over cultuur, waarover ook een tweetal zaken zijn binnen gebracht. De Partij van de Arbeid geeft aan dat landelijke regelingen onvoldoende financiële compensatie bieden voor verenigingen en andere organisaties en is van mening dat de gemeente genereus moet bijspringen. Ik zou daarbij kort en bondig willen aangeven dat de financiële compensatie voor cultuur tot op heden voldoende is. GroenLinks heeft gevraagd hoe het in Gorinchem staat met de bibliotheek en de buurthuizen in relatie tot corona en hoe wordt omgegaan met de ruimte die het kabinet geeft om voor bepaalde activiteiten open te blijven.

Daarvan zeg ik dat wij als college heel blij zijn dat het kabinet bij de strengere maatregelen die getroffen zijn in tweede instantie toch een uitzondering heeft gemaakt voor een aantal activiteiten in bibliotheken en buurthuizen, vanwege het maatschappelijk belang. Uiteraard hebben wij deze boodschap actief naar de betrokken partijen gecommuniceerd. Door het CDA is een amendement ingediend om van de horecaondernemers in 2021 geen terrashuur te heffen. De heer Onvlee zei te hopen op een bruisend jaar komend jaar. Zelf zal ik al blij zijn als de horeca dit overleeft. Ik denk dat deze ondersteuning zeer nodig is

I - 22

om daaraan bij te dragen. Wij staan als college in ieder geval positief tegenover dit amendement, met inbegrip van de aangegeven dekking. De voorzitter: De heer Van Breemen, interruptie. De heer Van Breemen: Ja, voorzitter. Ik zou graag aan het college willen vragen of zij het niet met GroenLinks eens is dat een amendement voor alleen de terrassen wel een erg enge manier van ondersteuning is. Er zijn allerlei andere clubs en verenigingen die dezelfde problematiek hebben en nu alleen de terrassen eruit pikken lijkt ons wat eng. En u zegt dat u het eens bent met de dekking, maar wij vragen ons wel af waarom niet gewoon dekking gezocht wordt in het potje corona in plaats van in het potje.., wat is het? – Gorcums akkoord geloof ik. Wethouder Van Zanten: Ik denk eerlijk gezegd dat deze vraag eerder te beantwoorden is door de indieners van het amendement. De heer Van Breemen: Bij wijze van interruptie: dat is niet zo. U bent de wethouder van het algemene financiële verhaal en ik snap dat de heer Onvlee zijn ‘doelgroep’, zal ik maar even zeggen, de horeca, met dit amendement wil bedienen, maar ik zou graag van u, als wethouder voor financiën, uw kijk op dit amendement in relatie tot het geheel van onze financiën en de coronamaatregelen in Gorinchem willen horen. Wethouder Van Zanten: Ik begrijp dat u dat vraagt.

Wij zijn van mening dat de horeca een van de partijen is die het zwaarst getroffen wordt, dus in die zin vinden we het ook een goede zaak dat dat extra aandacht krijgt via dit amendement. De dekking die aangegeven is, is voor wat betreft het college akkoord, maar ik ben uiteraard ook wel bereid om te kijken of we het wellicht uit coronamiddelen zouden kunnen financieren, maar dan moeten ze wel komen en daar hebben we op dit moment nog helemaal geen zicht op. Mijn idee is daarom: handhaaf deze dekking en daarbij geef ik aan dat wij ook bereid zijn om volgend jaar te bekijken, als er compensaties komen, of we daarin ook voor deze zaken dekking zouden kunnen vinden. Dat zou dan mogelijk de voorkeur hebben, maar zoals gezegd: dat zullen we moeten afwachten. De voorzitter: De heer Onvlee. De heer Onvlee: Dank u wel, voorzitter. Uiteraard wil ik even reageren op de heer Van Breemen. Het is niet zo dat we nu alleen voor de horeca kiezen, sterker nog: er is al eerder een reactivatieplan gepresenteerd en daarnaast ligt er nu ook een motie van D66 waarin ook op andere onderdelen wordt ingegaan en waarvan ik uiteraard ook benieuwd ben wat eruit gaat komen en wat er allemaal al speelt op die andere fronten. Op die manier zie je dat er op meerdere plekken aandacht gevraagd wordt voor de situatie rondom corona. Ik zou, als ik u was, het amendement vooral niet als een geïsoleerd iets zien.

Wethouder Van Zanten: Misschien is het tot slot ook goed namens het college een advies te geven over de motie van D66. Punt is dat we als college al heel erg ver zijn met het verdelen van de beschikbare middelen en dat ook voor dit jaar hopen af te ronden. De motie is sympathiek, maar overbodig, omdat wij hiermee al druk bezig zijn en de I - 23

verdeling op korte termijn z’n invulling zal krijgen, waarbij het er nu naar uitziet dat wij de schade die er is bij zowel sport en cultuur als welzijn voor honderd procent zouden kunnen dekken. De voorzitter: De heer Tekir, interruptie. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. Ik heb dat plan voor een verdeling vandaag ook gelezen in de raadsinformatiebrief over de gevolgen van corona. Daar had het alleen betrekking op cultuur en ik vraag me af of in dat plan ook een verdeling van middelen wordt opgenomen voor sport en welzijn. Wethouder Van Zanten: Wat u gezien heeft, heeft inderdaad te maken met cultuur, maar we zijn ook voor sport en welzijn druk bezig. Het ziet ernaar uit dat we ook daar de schades kunnen dekken uit de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. De voorzitter: Heeft u verder nog zaken, wethouder Van Zanten? Wethouder Van Zanten: Voor de eerste termijn heb ik geen zaken meer, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we verder met wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg

Wethouder Van Doesburg: Ja, dank u wel, voorzitter, en hartelijk dank aan alle fracties voor de beschouwingen, waarop ik nu zal ingaan. Mijn beantwoording heb ik ingedeeld in de kopjes Wonen, Wijken en participatie, Onderwijs en Personeel en organisatie. Daarbij hoop ik binnen de tijd te blijven en alle vragen die voorbij gekomen zijn te beantwoorden. Te beginnen met Wonen. Een belangrijke vraag die gesteld is luidt: deelt het college de zorgen over de wooncrisis? Ja, het college deelt die zorgen, maar tegelijk vinden we ook dat we moeten opmerken dat er in Gorinchem volgens de definitie die de provincie hanteert geen sprake is van schaarste. Gelukkig maar. Dat wil niet zeggen dat het allemaal zo goed gaat. Natuurlijk niet. Het moet beter. In een definitie kun je niet wonen. Dus waar zetten wij op in? Nou, recent hebben wij samen met POORT6 een woningmarktanalyse laten uitvoeren waar ook nieuwe inzichten uit voortkomen en op basis daarvan heeft POORT6 een belangrijke, nieuwe portefeuillestrategie ontwikkeld, waarmee ze volgens mij heel goed inspeelt op de problemen in de wooncrisis waar onze stad mee te maken heeft en die nog te verwachten zijn. Hiermee sluit ik ook aan op de vraag van de VVD of het niet eens tijd wordt voor een tweede corporatie in onze stad, om die opgave nog beter te kunnen aanpakken.

Die optie is interessant en wij zullen die in overweging blijven houden, maar heel actief daarop inzetten is nu niet nodig, omdat POORT6, zeker met die bijgestelde portefeuillestrategie, een passend antwoord heeft geformuleerd op de uitdaging waar we nu voor staan. Dat neemt niet weg dat wij de optie die u inbrengt in de gaten zullen houden. Gevraagd is ook of wij kunnen kijken of in Gorinchem-oost nog mogelijkheden zijn om sociale-woningbouw toe te voegen. Dat is complex, gelet op de strakke kaders die gelden voor dat deelgebied, onder meer ook vanwege juridische acties die daar geweest zijn natuurlijk. Er wordt nog wel steeds gekeken naar een mogelijkheid, bijvoorbeeld op basis

I - 24

van gronduitruil, zodat POORT6 toch nog iets in het laatste uitbreidingsgebied in Oost zou kunnen realiseren. Ook is gevraagd nog eens goed te kijken naar het woningaanbod dat echt nodig is om koopkracht naar binnen te halen. Tegelijkertijd wordt gewezen op zwakkere doelgroepen als het gaat over woningbehoeften. Ook wordt gewezen op de ontwikkeling dat kleinere woningen nodig zijn voor een- en tweepersoonshuishoudens. Ik denk dat al die doelgroepen goed in de woningtransformatievisie verankerd zijn. En op de vraag bijvoorbeeld van de SP van “ja, leuk dat die visie er ligt, maar wat gaat er nou concreet de komende tijd gebeuren?”: nou, concreet worden in ontwikkeltrajecten heel duidelijk afspraken gemaakt, aan de voorkant, in de kadernotitie Arkelsedijk bijvoorbeeld, over “wat voeg je toe op sociale huur, wat voeg je toe op goedkope koop en middenhuur?’ Vooral die laatste is ook belangrijk, dat debat hebben we ook eerder gevoerd, want goede middenhuurwoningen toevoegen zorgt gewoon voor interne mobiliteit in de woonmarkt, dan komt er ruimte, dan komt er verschuiving en wordt het aanbod dat er is hopelijk beter en eerlijker verdeeld. Dat moet natuurlijk de insteek zijn. Er is een vraag gesteld over de woningbouwimpuls: kunt u dat instrument niet benutten, ook voor Gorinchem? Nou, dat kun je niet inzetten voor lopende plannen, dat zou echt voor nieuwe plannen moeten zijn.

We zijn wel aan het lobbyen daarvoor, ook bij het Rijk, om op nieuwe tranches weer een kans te kunnen maken, maar dat moet wel over projecten van meer dan 500 woningen gaan. In overleg met de provincie zien we ook wel dat we weer wat ruimte krijgen, ook als gemeente Gorinchem. Bij de provincie zijn ze best wel tevreden over de koers die we op dit moment aan het voeren zijn, en die zijn ook wel genegen om capaciteit te leveren en mee te denken over bijvoorbeeld ontwikkelingen in de vleugels van de stad, waar ze het heel positief vinden dat wij daar grootstedelijk willen toevoegen. Er is ook een vraag gesteld over de verhuurdersheffing. Die regeling is er inderdaad geweest, maar die is nu alweer gesloten, die vermindering verhuurdersheffing, dus daar kunnen we op dit moment niet op inspelen. Over die portefeuillestrategie van POORT6 nog even concreet: zij gaan natuurlijk kiezen voor het toevoegen van 250 woningen en wij moeten bewaken dat we in de transformatie daar steeds ruimte voor vinden. Bij de Arkelsedijk gaat dat lukken, daar hebben we goede afspraken gemaakt. Ook is gevraagd hoe het zit met andere mogelijke transformatielocaties waar al vaak over gesproken is, zoals bijvoorbeeld de Lange Slagenstraat en Neercasselstraat.

Het duurt allemaal wat lang, geef ik direct toe, maar dat komt omdat daar weer een extra onderzoek nodig was om de erfgoedaspecten te onderzoeken van die locatie, en dan gaat het met name over de schoolgebouwen die daar staan en de erfgoedwaarde daarvan. Maar als daar zekerheid over is, en die komt aan het einde van het jaar, kunnen we snel kijken hoe we dat gebied goed kunnen ontwikkelen. We zijn daarover – die vraag werd ook gesteld – ook in gesprek met de Knarrenhof-initiatiefnemers, want die locatie zou zich waarschijnlijk heel goed lenen voor een ontwikkeling van de hofjesgedachte die in de Knarrenhof zit. Maar we kijken ook naar andere voorbeelden, zoals bijvoorbeeld ParkEntree in Schiedam, eigenlijk ook de hofjesgedachte, maar met een andere financieringsconstructie die misschien voor meer mensen haalbaar is. I - 25

Wijken en participatie. We zijn blij met het enthousiasme over de wijkvisies. Die noemen we tegenwoordig in huis “Kijk op de wijk”, omdat dat wel lekker bekt. De intentie daarvan is om heel erg goed en gericht in gesprek te gaan met wijkbewoners op het schaalniveau waarop zij ook interesse kunnen opbrengen en gemotiveerd zijn om met ons mee te denken. Tegelijkertijd delen wij ook uw opbouwende kritiek over participatie. We hebben gewoon nog een hoop te leren als het over participatie gaat. Het lijkt zo makkelijk, participatie; als je het ‘samenwerking’ noemt, denk je: nou, dat doen we toch? Maar dat valt wel eens tegen, want iedereen heeft zo z’n eigen opvatting over hoe je precies heel goed zou moeten samenwerken en iedereen heeft z’n eigen verwachting. Dat hebben we bijvoorbeeld ook gemerkt toen we uiteindelijk toe kwamen aan de uitgestelde bijeenkomst met de ambassadeurs van GO2032. We hebben die in plaats van in april uiteindelijk pas in oktober kunnen spreken.

Het was een heel mooi gesprek, ook al was het digitaal, en daarin hebben we gezegd “Het spijt ons, u hebt echt wel lang moeten wachten op de gemeente, op ons, maar we willen wel heel graag met u verder spreken en we zijn ook heel blij met het eerste werk dat u geleverd heeft, die Woonvisie GO2032, waar we heel veel werk nu op baseren en verder op uitwerken, en heel graag willen we met u nadenken over welke participatieve rollen we in die tweede fase, waarin we meer gaan uitwerken, met elkaar kunnen pakken”. Dus ja, participatie is en blijft een aandachtspunt en wij geven toe dat we moeten leren, maar we vinden ook dat we dat op heel veel gebieden toch al wel goed aan het doen zijn. Kijk bijvoorbeeld, want die vraag werd gesteld, naar participatie specifiek in relatie tot de omgevingsvisie: heel veel elementen van de omgevingsvisie liggen feitelijk al, zou je kunnen zeggen, in de woonen transformatievisie, de mobiliteitsvisie en de RES. Dat zijn allemaal deelprojecten die uiteindelijk zullen landen in de omgevingsvisie en in die deelprojecten hebben we al heel intensief geparticipeerd, maar dat zullen we in die vervolgfase, om dat aan te scherpen, ook weer doen.

Dat betekent ook, als het gaat over de opmaat naar de nieuwe Omgevingswet, want daar zijn ook wel vragen over gesteld, en daar is ook wel wat kritiek over van “ja, let nou eens op dat, als er ontwikkelingen in de transformatie zijn, omwonenden of inwoners daar niet al te veel last van hebben, maak daar nou goede afspraken over”. Dat doen we ook. Vanuit de wettelijke kaders geldt dat ondernemers, initiatiefnemers en ontwikkelaars in principe aan zet zijn om die participatie met buurten goed te regelen, maar wij zijn aan zet om dat gewoon heel goed te bewaken en te managen. Dat zullen we ook zeker doen en optimaliseren waar dat nog kan. Dan het kopje Onderwijs. Daar is gevraagd van: zet nou voort dat doelgericht taalvaardigheidsonderwijs in het vmbo. Die oproep omarmen we, dat doen we zeker. We hebben recent gesproken over… De voorzitter: Interruptie mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja voorzitter, dank u wel. De wethouder ging zo snel door en mijn interruptie werd niet heel tijdig opgemerkt maar dat maakt niet uit. Ik wil even inspelen op de Omgevingswet. Wij hebben daar ook opmerkingen over gemaakt. Het is mij duidelijk dat de ontwikkelaars in principe aan zet zijn voor informatievoorziening en nog wat andere dingen. U zegt nu: “wij zijn aan zet om daar dan op te letten en dat zullen we ook gaan doen”. Maar Bouw- en woningtoezicht I - 26

bijvoorbeeld, dat is er helemaal niet meer en de ervaring leert dat, als je ergens over belt, niemand op het stadhuis weet waar het over gaat en waar het is. Dus dan vraag ik me wel af: hoé gaat u daar dan op letten? Hoe gaat u dat doen? Wethouder Van Doesburg: Bedankt voor uw vraag. Ik weet niet of dat zo is, dat dan niemand thuis geeft. Er zijn hele duidelijke projecten en daar zitten duidelijke projectleiders, die hebben die verantwoordelijkheid en zijn ook aanspreekpunten voor inwoners, en die moeten afhankelijk van de vragen die gesteld worden kijken of er een handhavingsinstrument ingezet zou kunnen of zou moeten worden. Dan is de omgevingsdienst natuurlijk aan zet. Misschien zegt wethouder Van der Geest daar nog iets over. Dat is het geëigende kader, dus gewoon door strak projectmanagement toe te passen en vooral afspraken te maken aan de voorkant van projecten, zoals dat ook bijvoorbeeld bij de Helden van Gorkum is gebeurd in de binnenstad: duidelijke afspraken met omwonenden over hoe de tijdelijke parkeerhinder kan worden opgelost en dat soort zaken. Daar zit de winst, door aan de voorkant goede afspraken te maken en vervolgens een goede projectleider de afspraken te laten controleren en ontwikkelaars of aannemers erop aan te spreken als zij zich daar niet aan houden, en dat gebeurt ook. Het ging even over het onderwijsachterstandenbeleid.

Wij vinden het inderdaad een goed punt dat we taalvaardigheid in blijven zetten, ook in het vmbo. In de omvorming van het OAB-beleid naar het gelijke-kansenbeleid is dat ook een prioriteit. Taalonderwijs is daarin sowieso een prioriteit, maar ook in het voortgezet onderwijs werken we met het samenwerkingsverband nauw samen om dat te waarborgen. Het laatste kopje is Personeel en organisatie. Daarover is een groot aantal opmerkingen gemaakt, en daar ben ik ook wel blij mee, want personeelskosten zijn een grote post in onze begroting, in totaal zo’n 20 miljoen denk ik en daar moeten we natuurlijk goed grip op houden en aandacht voor hebben. Het uitgangspunt dat je daarbij moet streven naar een zo klein mogelijke overheid, zoals volgens mij met name de VVD bepleit, is iets waar wij het helemaal mee eens zijn. Tegelijkertijd willen wij wel op zoek naar de perfecte balans tussen “wat doe je structureel zelf?” en “waar kies je voor een flexibele schil?”. Voor Gorinchem, dat weliswaar een kleine gemeente is, maar grootstedelijke aandachtspunten en uitdagingen kent, is het van belang goed te zoeken naar de juiste balans. We hebben grote eigen diensten, zoals een eigen groenvoorziening, we hebben eigen veerdiensten, en dat betekent dat je een relatief grote organisatie hebt.

Tegelijkertijd: als je kijkt naar al die ambities die we aan het uitvoeren zijn en naar onze gemiddelde organisatiegrootte, en die vergelijkt met bijvoorbeeld de parameters uit het A&O-fonds, dan steken wij daar helemaal niet boven uit en zitten wij gewoon keurig op het gemiddelde en volgen we de lijnen die daar gelden. In relatie tot personeelskosten zijn er vragen gesteld over de organisatieontwikkeling: is daar wel grip op?, enz. Daarover wil ik het volgende zeggen. Ik denk dat de directie en de hele organisatie een enorme opdracht hebben gekregen aan het begin van deze periode die niet mals te noemen is. De ambities vanuit het Gorcums akkoord, voor een belangrijk deel gebaseerd op de visie GO2032 – versimpel de organisatiestructuur, verbeter de organisatiecultuur –, dat is gewoon een enorm grote opgave. Op 19 november zult u daar overigens op meer detailniveau over worden bijgepraat in I&O en daar wil ik niet te veel op vooruit lopen. I - 27

De voorzitter: Moment. Eerst een interruptie van de heer Wientjes en dan mevrouw Hamann. De heer Wientjes: Dank u voorzitter. Interessant betoog over die personeelskosten. Fijn dat hij beseft dat het zo’n groot bedrag is, 20 miljoen, en fijn ook dat hij onderschrijft dat de overheid eigenlijk zo klein mogelijk zou moeten zijn, en natuurlijk zit daar dat spanningsveld tussen wat we als vast en wat we als flexibele schil willen hebben. Het gaat de VVD om die post van 750.000 euro die om hele goede redenen nu transparant worden gemaakt, omdat ze uit de begroting van de budgetten waar ze geactiveerd zijn op de balans naar, zeg maar, de winst en verlies-, de exploitatierekening worden gehaald. Juist die transparantie doet bij ons de vraag rijzen: wat zijn die 750k dan, wat zijn de keuzes die daar gemaakt zijn tussen vast en flexibel en misschien wel een deel flexibel en een deel vast? Dat is waar de vraag over gaat. Wat wij zo graag zouden willen, en ik hoop dat de wethouder dat wil toezeggen, is dat daarover nog eens een keer – niet vanavond, want dat wordt heel technisch en inhoudelijk – apart in een I&O, of weet-ikveel hoe we het noemen, wordt gesproken en daar een presentatie over te krijgen, zodat we wat meer gevoel krijgen bij hoe die organisatie dan gemanaged wordt.

Daarbij willen we vooropstellen dat wij als raad, en zeker als VVD, er niet op zitten te wachten, en het niet als onze rol zien, om daar heel erg op de millimeter en op de fte te gaan sturen, want dat is, denk ik, niet onze rol. Dus we vragen om een presentatie en we vragen ook om te kijken wat de effecten zijn geweest, input, output, outcome in goed Nederlands, om te kijken hoe die 1,5 miljoen van destijds en dan deze 750k heeft uitgewerkt inderdaad in die verbetering die, denk ik, het college met goede redenen heeft proberen in te zetten. We hopen dat dat inderdaad tot een verbetering leidt. De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Wij sluiten ons eigenlijk wel een beetje aan bij de woorden van de heer Wientjes. Ook wij hadden geconcludeerd dat die zevenhalve ton extra personeelskosten gehaald zou worden uit projecten, maar welke projecten zijn dat dan en hoe zit dat financieel? Ik wil ook graag een betere uitleg over deze post. Dat hoeft voor mij niet per se nu, maar laten we daar in ieder geval een keer op terugkomen, want na een reorganisatie die zo ontzettend groot is geweest voor het gemeentelijk apparaat vind ik dit weer een hele grote input, of verschuiving. Ik vraag me dus af hoe dat precies zit met die projecten. Ik hoor dat dan graag. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg: Ja, dank u wel.

U was mij net voor met deze interrupties, want ik wilde in het vervolg van mijn betoog op die 750k inzoomen, maar heel graag maak ik van de gelegenheid gebruik om dat op een later tijdstip te doen, want dan kunnen we daar meer ruimte voor maken. Wellicht kunnen we het ook meenemen op 19 november, als onze directeur u toch gaat bijpraten over de organisatieontwikkeling, die overigens niet afgerond is; we zitten er nog midden in. Op grond daarvan, en ook op grond van parameters die wij zien – we zitten binnen een reorganisatie, tegelijkertijd werken we aan veel ambities, we zien ook een ziekteverzuim dat op gemiddeld 4,2 zit, wat 22% lager I - 28

is dan het landelijk gemiddelde in gemeentelijk Nederland –, zijn we toch eigenlijk best wel heel erg goed bezig en vind ik gewoon dat ik op deze plaats niet anders kan dan de organisatie en onze directie een heel groot compliment daarvoor te maken. Maar ik zeg graag toe dat de 750k, en die 1,5 miljoen eerder voor die reorganisatie, nader geduid zal worden, om uit te leggen dat dat inderdaad een goed voorbeeld is van transparanter begroten, waarbij we niet zomaar uit projecten personeelskosten gaan betalen. Het zit anders. In grote investeringen zitten altijd personeelskosten. Nu maken we transparant hoeveel het dan is en het helpt ook om dan nog eens even duidelijk te maken aan welke projecten het verbonden is. Dus daar zullen we op terugkomen. De heer Wientjes: Mevrouw de voorzitter… De voorzitter: Mijnheer Wientjes, u wilt alsnog een interruptie plaatsen? De heer Wientjes: Ja. Wat de wethouder zegt is natuurlijk interessant, en het is fijn dat hij dat gaat doen, en natuurlijk: terwijl je aan het bouwen bezig bent, ben je ook al aan het repareren, of hoe gaat dat spreekwoord ook alweer?, maar waar het ons om gaat, is dat we daar echt op korte termijn wat meer inzicht in krijgen. Het gaat me niet over ziekteverzuim en dat soort dingen, we willen gewoon zien wat er met dat geld is gebeurd en of het die effecten heeft gehad.

Het gaat niet over complimenten of kritiek op uw organisatie, het gaat over wat de gevolgen zijn geweest van de stappen die zijn gezet en het geld dat erin is gestopt. Wethouder Van Doesburg: Dat begrijp ik, maar ik geloof ook in de kracht van complimenten. We komen op dit antwoord zeker terug. Dan wil ik ingaan op de moties waar ik ook iets over mag zeggen namens het college. De eerste motie, “Nazorg’, volgens mij gaat collega Kraaijeveld daar ook op in, maar over levenseinde zei de woordvoerder van de Partij van de Arbeid, dacht ik, als titel. Wij zien dit als een uitbreiding van de dienstverlening en willen inderdaad graag onderzoeken, ook in 2021, of we aan bestaande loketfuncties, zoals die bijvoorbeeld op het sociaal terrein zijn, deze functie kunnen toevoegen. We zijn dus positief over het idee om hier met dit belangrijke thema onze dienstverlening uit te breiden. De motie van de SP over eerlijk wonen, daarvan onderschrijven wij de strekking wel, maar we vinden hem eigenlijk te strikt, of te uitgebreid geformuleerd – het is maar een beetje hoe je het bekijkt. Dat speculeren in nieuwbouw en bestaande bouw kan inderdaad problematisch zijn en een negatief effect hebben, dat je zou willen bestrijden. Het is alleen niet makkelijk om dat met anti-speculatiebedingen of verordeningen te organiseren.

Dat mag ook niet zomaar, omdat je dan treedt in een heel ander belangrijk recht van eigenaren van woningen, met name als het gaat over bestaande bouw. Want het eigendomsrecht komt dan onder druk te staan en dat is iets wat juridisch niet wenselijk is. Voor het aspect nieuwbouw is het wellicht makkelijker te realiseren, en dat zijn we ook al aan het onderzoeken heel uitgebreid, bijvoorbeeld doelgroepenverordeningen in dat verband. Dus in die zin is deze motie voor een deel onwenselijk en voor een ander deel zijn we er al mee bezig. Als de SP ermee kan leven dat wij toezeggen snel terug te komen met het uitwerken van het deel dat wel kan, zou ik hem dus op dit moment overbodig vinden en daarmee willen ontraden. I - 29

De motie van D66 ‘Ook stagiaires kunnen thuiswerken’. Recent hebben wij al uitgebreid vragen beantwoord over stageplekken en hoe de gemeente daarmee omgaat. Wij zijn juist heel actief bezig met het vormgeven van stagebeleid en het concreet uitwerken ervan. Op allerlei verschillende niveaus hebben wij stagiaires op dit moment in onze organisatie die begeleid worden. De motie is, denk ik, gebaseerd op één opmerking uit onze beantwoording toen, die heel specifiek ging over de groep MBO 1-studenten, met name de administratieve richting die zij gekozen hebben. Voor die bijzondere groep geldt dat je die echt niet alleen maar op afstand kunt laten werken, want daar is heel intensieve begeleiding voor nodig. Dus daar ligt een lichte beperking. Verder is corona op zichzelf een beperking, maar over die beperking stappen we heen. We zijn juist actief bezig om allerlei stagiaires ook in deze tijd aan te stellen en zelfs ook een stagiaire te zetten op het project-stagebureau. Dus in die zin is de motie wat mij betreft overbodig. De voorzitter: Eerst een interruptie van de heer Wientjes en daarna van mevrouw Dansen.

De heer Wientjes: Wij hadden nog een ander punt: hoe het college aankijkt tegen, zeg maar, de nieuwe ontwikkelingen die natuurlijk mede door corona gedreven zijn over thuiswerken en wat voor effecten dat op de gemeentelijke en de ambtelijke organisatie zou kunnen hebben: kantoorgrootte, IT, noem het allemaal maar op. Wat heeft dat voor effecten? We zijn benieuwd hoe het college daarmee omgaat en wat het college daar ziet als perspectief. Ik hoop dat u die vraag nog kunt beantwoorden uit mijn eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Meteen mevrouw Dansen. Mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag van de wethouder weten op welke termijn hij de SP kan laten weten wat men gaat onderzoeken en waar men mee bezig is. Dan zouden wij kunnen overwegen of we de motie willen aanhouden. De voorzitter: Wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel. Die laatste is natuurlijk een praktische vraag. Mijn inschatting is voorjaar ’21, het vroege voorjaar ’21, dat we daarop terugkomen. De vraag van de heer Wientjes had ik inderdaad niet benoemd in dit eerste stuk. De effecten van corona op onze organisatie en de huishouding zijn we natuurlijk in kaart aan het brengen. Tegelijkertijd is het moeilijk om voorspellingen te doen over hoe je omgaat met incidentele effecten op een structurele vormgeving van je organisatie, dus die kan ik voor nu onvoldoende beantwoorden.

Ik hoop dat u er genoegen mee neemt dat wij daar later op terugkomen. Ik zie dat meneer Wientjes daarop wil reageren… De heer Wientjes: Natuurlijk, prima om er later op terug te komen, dat is ook een beetje onze inzet. Het gaat niet om de effecten van corona, maar corona heeft effecten, en niet alleen corona. We gaan natuurlijk na deze coronacrisis thuiswerken en dit soort videoconferenties steeds vaker en makkelijker doen en we verwachten dat het college, net als een heleboel andere organisaties en instellingen, daarmee bezig gaat, om te kijken hoe je dat in je organisatie weet in te passen. Wij zien daar mogelijkheden voor minder kantoorruimte en noem maar op. Graag willen we daar later nog een keer over praten. I - 30

Misschien kunt u dat meenemen in die presentatie over die 750k, de anderhalf miljoen en überhaupt het verhaal over personeel. Als u dat wilt toezeggen, zijn we ‘bij’. Wethouder Van Doesburg: Dat zeg ik toe, want ik vind het een relevante en goede vraag. De voorzitter: De heer Tekir, interruptie. De heer Tekir: Ja, voorzitter, dank u wel. Het duurt even, omdat je moet swipen tussen verschillende schermen, en dat ga ik nu weer doen, want de reactie van de wethouder verbaast mij een beetje omtrent onze motie dat ook stagiaires thuis kunnen werken. Want in de beantwoording van de schriftelijke vragen die wij eerder stelden schrijft het college: “We zijn het zeker eens met de oproep van de minister én met het feit dat we als gemeente een voorbeeldrol hebben als het gaat om het aanbieden van stageplaatsen, ook tijdens de coronaperiode. Tegelijkertijd lopen we voor sommige stages ook tegen beperkingen aan van coronamaatregelen, onder andere door het dringende advies om thuis te werken.” Ik kan dit niet anders vertalen dan wat u zelf schrijft, namelijk dat u die belemmeringen ervaart. Als ik u nu hoor zeggen dat u ook in thuiswerksituaties stageplekken mogelijk maakt, dan zou ik hem willen omdraaien: bent u bereid om toe te zeggen dat we dit jaar net zoveel stagiaires zullen aannemen als in voorgaande jaren? Wethouder Van Doesburg: Ik denk dat we er meer aannemen.

In die zin heb ik ook uitgelegd dat de zinsnede uit die beantwoording toen eigenlijk op een smaller onderwerp sloeg, vandaar dat ik nog steeds denk dat de motie overbodig is en dat we op dit gebied juist heel erg goed en voortvarend bezig zijn. De heer Tekir: Ik hoor de wethouder zeggen “ik denk dat we er meer aannemen”. Kunt u toezeggen dat we dit jaar meer stagiaires zullen aannemen dan in voorgaande jaren? Wethouder Van Doesburg: Nee, dat kan ik niet toezeggen, want dan wil ik eerst die cijfers controleren. De heer Tekir: Dat dacht ik al. Wethouder Van Doesburg: Dit jaar is ook al bijna voorbij. De heer Tekir: Dan handhaaf ik de motie. Wethouder Van Doesburg: De motie van de SP over het minimumloon is inderdaad aangehouden, daar is al eerder over gesproken en toen hebben we in ieder geval over het eerste deel van de motie gezegd: een landelijke aangelegenheid, dus we vinden dat we het daar ook moeten laten en niet lokaal moeten oppakken. Als het gaat over het tweede deel, dat het minimumloon 14 euro zou moeten zijn binnen de eigen organisatie: de vorige keer, op 7 juli 2020, heb ik toegezegd dat ik zou uitzoeken hoe het in Nijmegen gegaan is, want daar was die motie aangenomen. Daarover heb ik ook teruggekoppeld naar de fractie van de SP.

Het antwoord vanuit Nijmegen was dat de motie wel was aangenomen, maar dat het praktisch om juridisch-arbeidstechnische redenen niet uitvoerbaar blijkt. Dus in die zin zou ik hem ook willen ontraden. Voor de gemeente geldt in ieder geval dat al onze medewerkers sowieso boven dat salarisniveau zitten. I - 31

Dat was mijn eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Dansen, interruptie. Mevrouw Dansen: Ja, dank u wel, voorzitter. De wethouder gaat er nu wel heel snel overheen. Ik ben in ieder geval blij om te horen dat de gemeente niemand onder de 14 euro betaalt bruto. Dat is een opluchting, maar dan is er ook helemaal geen reden waarom u de motie niet zou ondersteunen. Dan kunt u een goede indruk maken, zonder dat u er nu last van heeft, en dan zorgen we in ieder geval dat in de toekomst mensen een fatsoenlijk loon krijgen. Wethouder Van Doesburg: Feit blijft dat die praktisch niet uitvoerbaar is, dus dan is het toch niet zinvol om hem positief te adviseren. Als tweede reactie nog op een eerdere vraag van de fractie van de SP: 7 januari is in ieder geval een I&O gepland waarin we ook ingaan op woonzaken, alsmede mogelijke instrumenten zoals de genoemde verordeningen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Er volgen nog enkele andere portefeuillehouders, maar omdat we al vanaf zeven uur bezig zijn, stel ik voor de vergadering vijf minuten te schorsen, zodat we even de benen kunnen strekken, een kopje koffie of thee halen, en dan gaan we over vijf minuten weer verder. De vergadering is geschorst (20.44 uur). Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (20.50 uur). Het woord is aan wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld

Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. Goedenavond allemaal. In mijn beantwoording van de vragen zal ik proberen wat zaken te bundelen en ik zal afsluiten met een reactie op een aantal moties. Als het gaat over de bijdrage van Democraten Gorinchem over de minima voor energiebesparing en de aanschaf als het gaat over duurzaamheidspakketten, nou, daar hebben deze maand 2.000 minima een brief voor ontvangen met een voucher van 45 euro, en dat is voor veel items toereikend. De suggestie die wordt gedaan om iets met een collectieve inkoop of iets dergelijks te doen geeft toch veel minder mogelijkheden tot maatwerk, en dat je als woningbezitter kunt kiezen in de mogelijkheden die er zijn. Dat neemt niet weg dat we bij de nieuwe aanvraag voor een RRE-regeling, en die heet dan RRW-regeling, weer een poging willen doen om financiële middelen te ontvangen, en daarin proberen wij dan ook zoveel mogelijk de punten die wij nu ervaren mee te nemen. Als het gaat over de duurzame initiatieven, pakken we natuurlijk het nodige op.

We kijken ook goed wat er in de stad allemaal plaatsvindt: digitale webinars voor zonnepanelen, we hebben contact met bedrijven met grote bedrijfsdaken voor zon in het kader van de Regionale Energiestrategie, we hebben de duurzame weken gehad waarin we ook initiatieven vanuit de stad in het zonlicht hebben gezet en we hebben natuurlijk contact met allerlei partijen zoals Blauwzaam en het Burgerplatform Duurzaamheid, ook in het kader van de coaches van Het Nieuwe Wonen, die die voucherregeling ook ondersteunen. En als er initiatieven I - 32

zijn vanuit de stad, dan houden wij ons daar hartstikke voor aanbevolen, want het draagt allemaal bij aan het draagvlak dat we zoeken. Tot slot ten aanzien van dit punt hebben we ook goed overleg met het Natuurcentrum en kijken we welke mogelijkheden er zijn op het gebied van sociaal en duurzaam, om vervolgens daar mooie stappen te gaan zetten. Het voorbeeld dat Democraten Gorinchem noemt als het gaat over koppeling tussen horecamedewerkers en zorg, daar hebben we afgelopen week juist afspraken over gemaakt. Er worden vele uren op die manier uitgewisseld. En vorige week is in Avres ook het coronaplan vastgesteld, om daar een versnelling in aan te brengen, zoals we vorige week ook hebben besproken. Dat plan komt ook nog ter kennisname uw kant op. In dat plan komt ook het onderdeel ‘jongeren’ nadrukkelijk naar voren, met een financieel jongerencoach, met een jongerenpagina op de website en startersbeurzen; dat zijn wat elementen die erin staan en we bekijken dat natuurlijk in relatie tot de arbeidsmarktregio en het leer-werkloket, ook naar aanleiding van vragen van Democraten Gorinchem en PvdA. Dan de mantelzorgondersteuning die wordt benoemd, en dat kwam bij meerdere fracties aan de orde.

Aan het begin van het jaar hebben we u daarover geïnformeerd met een raadsinformatiebrief en we hebben u ook de notitie laten weten waarin we dus aan de verlichtende mantelzorgkant stappen willen zetten en de vervangende mantelzorgkant. Bij de verlichtende mantelzorg zijn we met de klussendienst goed in gesprek en verbreden we de inzet, kijken we hoe we de vrijwilligers van MEE Vivenz goed kunnen inzetten ondanks deze coronatijd, en als het gaat over de vervangende mantelzorg, hebben we natuurlijk via de Wmo al kortdurend verblijf, maar daarnaast zijn we ook aan het kijken hoe we vervangende mantelzorg en dagbesteding thuis kunnen organiseren. Daarover zijn we in gesprek met partijen en we hopen begin volgend jaar daar weer stappen in te kunnen zetten. En als het gaat over mantelzorgondersteuning hebben we bijvoorbeeld een hele leuke Walk & Talk om het gesprek al wandelend aan te gaan met mantelzorgers. Omdat we de activiteiten recentelijk helaas niet konden doorzetten voor vrijwilligers en mantelzorgers, hebben we een mantelzorgwaardering gedaan in de vorm van een Bliekenbon; die is tot op heden goed ontvangen. Ik ga naar het CDA over de aanpak van eenzaamheid.

We hebben het budget van anderhalve ton dat we van het Rijk hebben gekregen uitgesmeerd over een aantal jaren en we hebben recentelijk een startbijeenkomst gehad met vele partners die hieraan ook een bijdrage willen leveren. We zijn ook bezig om verschillende actielijnen die zijn geformuleerd uit te rollen. U kunt dan bijvoorbeeld denken aan betere signalering, betere samenwerking en meer toegankelijke informatie en ondersteuning. Dat gaat dus breder dan alleen de Lingewijk, waar we zijn gestart. We kijken nu ook naar onder meer de Gildenwijk. De SP heeft gevraagd welke acties we hebben ondernomen voor inwoners met een laag inkomen om van het gas af te komen. Nou, u weet dat wij stevig in gesprek zijn en de samenwerking aan het vormgeven zijn met HVC en POORT6 en andere partijen, om te komen tot een warmtenet in de Gildenwijk. Dan heb je het toch al over zo’n 900 woningen. We hebben daar natuurlijk ook een PAW-aanvraag over gedaan, daar kom ik zo op terug, en daarnaast gaan we komend jaar aan de slag met de transitievisie warmte, I - 33

waarvoor wij eind volgend jaar dat op een rij moeten zetten, zodat wij per wijk een goede indicatie kunnen geven hoe dat aardgasvrij wordt en wij willen dat ook vormgeven met participatie, waarbij we natuurlijk zoveel mogelijk willen starten met de Gildenwijk. De SP vraagt ook nog naar de motie van de duurzaamheidspakketten. Nou, die hebben we juist nu uitgevoerd middels die vouchers. Dus op die manier hebben wij die motie dan ook invulling gegeven. As ik ga naar GroenLinks: vragen over daklozen, mensen met verward gedrag. Nou, daar heeft u zeker een punt. Het overgrote deel van deze inwoners weten we goed op te vangen, bijvoorbeeld via de wijk-GGD’ers waarvoor we de middelen inmiddels structureel hebben gemaakt omdat het gewoon heel goed loopt. En er is een kleine groep met een complexe problematiek waarvoor het gewoon lastig is om daarvoor een passende zorg- en opvangplaats te vinden. U weet dat ook het aantal bedden intramuraal is afgebouwd. We kaarten dit vraagstuk echt aan via de regionale tafel die we daarvoor hebben, ook bij het Rijk. We zijn hierover ook gewoon in gesprek met het Leger des Heils, met de centrumgemeente Dordrecht die hier een centrumrol in heeft en met de GGD, om tot een overgangsoplossing te kunnen komen voor deze kleine groep daklozen; die is weliswaar klein, maar vraagt wel iets specifieks.

Als het gaat over die PAW-aanvraag, of de Programma Aardgasvrije Wijken-aanpak, ja, helaas is die niet toegekend. Van de 71 aanvragen zijn er slechts 19 gehonoreerd. Dat is natuurlijk een teleurstelling, maar ondanks dat bericht hebben POORT6 en Havensteder gewoon aangegeven dat ze in principe bereid zijn om verder te gaan met de investeringen die dat vraagt. Dat de aanvraag nu niet is toegekend, betekent wel dat wij weer gaan kijken naar wat dit betekent voor de invulling, want die zal wel moeten wijzigen, en de planning daarvoor, maar daar gaan we gewoon onverminderd mee aan de slag, zodat we ook in de nieuwe aanvraag, die begin volgend jaar weer kan, een heel goede aanvraag kunnen indienen. U heeft er recent ook een raadsinformatiebrief over ontvangen, maar dit is even de laatste stand van zaken. Daarin hebben we ook benoemd dat we kijken naar de mogelijkheid van aansluiten van het stadhuis en we werken ernaartoe om u een raadsvoorstel aan te bieden, waarvoor u inmiddels een I&O heeft ingepland op 7 januari. Als het gaat over de groene-dakensubsidie, hoe staat het daarmee? Ook een aantal weken terug een raadsinformatiebrief over gestuurd. Deze willen we nog verder gaan evalueren. Voor nu loopt deze nog steeds. Toen meldden we 20 aanvragen, inmiddels 24 aanvragen voor particulieren, dus dat gaat hartstikke mooi.

Als ik ga naar de fractie Van Maaren: de ervaring die benoemd is in de binnenstad over rode zonnepanelen. Dat zou natuurlijk een hartstikke mooie oplossing kunnen zijn, maar dan moeten ze wel leverbaar zijn, en het is dan jammer dat het niet gelukt is. Wij proberen zeker voor deze inwoners, die natuurlijk een specifieke aanvraag moeten doen als het gaat over welstand et cetera, hebben we steeds goed contact en geven we aan wat wel en niet kan. Dan over huishoudelijke ondersteuning in het inkooptraject dat we nu samen met Molenlanden in gang zetten. Zeker dat hierin niet alleen kostenbeheersing belangrijk is, maar ook inderdaad die kwaliteit en die klanttevredenheid. Dus dat onderschrijven we ook. Goed om te weten dat ook hier de adviesraden goed bij betrokken zijn, en die zullen uiteraard weer kritisch met ons mee kijken en meedenken. I - 34

Ook zijn er vragen gesteld, onder meer door Gorcum Actief, PvdA en VVD, over het incidenteel inzetten van de reserve sociaal domein over meer jaren. Deze is natuurlijk in het leven geroepen om tekorten op te vangen en geeft ons als gemeente en als bestuur de nodige flexibiliteit om in het sociaal domein de zaken goed te kunnen laten landen en bij te sturen en de tijd te krijgen die daarvoor nodig is. En dat is wat we hier in deze begroting ook doen, ook in meerjarenperspectief. We willen de kosten binnen het sociaal domein natuurlijk zo goed mogelijk beheersen en waar het mogelijk is proberen we ook de sterk stijgende kosten zo goed mogelijk op te vangen, of, waar het kan, om te buigen. Daarvoor hebben we nu een intensief traject als het gaat over jeugdhulp, vorige week ook in B&A over gesproken, als het gaat over het inkoopkader en de governance. Nou, daar zetten we, zeg maar, ook stappen in, om te zorgen dat de middelen die het hardste nodig zijn in het sociaal domein daar ook terechtkomen. Wat we nu hebben gedaan: we proberen die sterke stijging uiteindelijk meer te gaan ombuigen en zo moet u ook dat meerjarenperspectief zien, zodat we, zeg maar, voor twee jaarschijven incidenteel van die reserve gebruikmaken. Dat vinden wij legitiem, omdat we natuurlijk ook de afgelopen periode de structurele kosten die we zagen steeds ook structureel hebben weten op te hogen.

De reserve neemt dan inderdaad af, ook waar de PvdA en de VVD meen ik een vinger bij leggen, en Gorcum Actief, maar daarna houden we dan nog een buffer, om te kijken van: hoe staan we ervoor, om nog steeds incidentele tekorten of onverwachte uitgaven op te vangen. Daarmee proberen we nog steeds alles zo reëel mogelijk te blijven begroten, zoals ook steeds uw sterke wens is. Ik ben daar zelf ook gewoon dankbaar voor vanuit het college, omdat je veel gemeenten ziet die hier veel meer moeite mee hebben. De voorzitter: Interruptie de heer Wientjes. De heer Wientjes: Ja, ik wil nog even terugkomen op een vraag. Ik begrijp wat hij zegt over die reserve. Die was best wel groot, maar die zien we nu toch heel snel tussen onze vingers weglopen. Ik weet dat hij zijn best doet om dat zoveel mogelijk in de hand te hebben, maar hij zit met zijn sociale domein op ongeveer 39% van de totale begroting en ik zou wel eens willen weten hoe dat zich nu onderling in dat college verhoudt.

Waar hij zo’n grote post heeft en we bijvoorbeeld maar 7% aan mobiliteit uitgeven, daar moet toch in dat college uitgebreid over gesproken worden en aan getrokken en gemanaged en gedaan worden? Hoe ziet hij dat in de toekomst, waar hij met zo’n grote post eigenlijk zo’n groot risico voor de gemeentebegroting is? Zou veel meer prudentie daar niet aan de orde zijn en die 2,5 miljoen in stand houden voor wat echt incidenteel is – daar is het voor benoemd – en alle tekorten die nu steeds maar ontstaan, ja, daarvan kun je zeggen dat ze incidenteel zijn, maar zo langzamerhand dreigt het toch wel bijna een structureel gebeuren te worden. Dat hij dat structureel wil afbouwen, daar zijn we erg blij mee, maar die spanning, 39% tegen bijvoorbeeld 7% voor mobiliteit en het grote risico dat erin zit, want vergeet niet dat er een heleboel gemeenten in dit land zijn die hier bijna aan onderdoor gaan… De voorzitter: Uw punt is helder. Ik denk trouwens dat de wethouder daar niet heel veel over hoeft te zeggen, want deze begroting is aangeboden door het gehele college. Ik kan

I - 35

u melden dat het gehele college hier vele besprekingen aan heeft besteed, en dat het unaniem wordt gedragen door het college. Mevrouw Hamann en daarna de heer Onvlee. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. In aanvulling hierop: de wethouder spreekt uit dat het hartstikke mooi is dat we de reserve sociaal domein kunnen inzetten, en ik ben ook blij dat het kan, want daarmee kunnen we voor nu gaten vullen, maar voor de toekomst maak ik mij daar toch wel zorgen over, want als het potje op is, is het op en dan is de bodem in zicht en kunnen we niet meer bijspringen. Daar zit mijn zorgpunt, want de vergrijzing neemt toe en in stukken heb ik gelezen dat de aanvragen voor Wmo-gelden heel erg gaan toenemen, met name op het gebied van huishoudelijke hulp. Hoe ziet de wethouder dat dan in de toekomst? Want daar zie ik een enorme toename in kosten. De voorzitter: De heer Onvlee. De heer Onvlee: Ja, dank u wel, voorzitter. Eigenlijk zijn al een beetje de woorden uit mijn mond gehaald, maar ik schrok een beetje van de heer Wientjes, dat hij het een groot risico vindt. Ik vind het knap dat hij daar na tweeënhalf jaar achter komt, sinds de heer Kraaijeveld deze portefeuille heeft. Als hij er echt iets van vindt, zie ik graag de voorstellen tegemoet als het toch anders zou moeten. De heer Wientjes: Daar wil ik wel even op reageren, mevrouw de voorzitter.

Ten eerste vind ik het een beetje raar dat u mij op deze manier afserveert, terwijl ik een vraag aan de wethouder stel en niet aan u. Dus ik zou toch de wethouder daarop een antwoord willen laten formuleren. En natuurlijk … dat het in de begroting staat zoals het er nu staat. Het is juist dit debat om erachter te komen waarom dit college deze keuzes maakt. Dus om het op deze manier af te serveren is…. De voorzitter: We zullen zien wat de wethouder antwoordt. Dank u wel. Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. De reserve is inderdaad incidenteel, dat is ook op de vraag van de heer Wientjes, dus op die manier benutten wij ook deze reserve. Er is inderdaad een grote opgave. Die voelt het college en die voel ik zeker met u mee. Wat wij proberen, is op deze manier, met de stappen die we zetten op het gebied van jeugd, maar ook zeker op huishoudelijke ondersteuning, de kosten richting de toekomst beheersbaar te houden. Op het gebied van jeugd proberen we daar nog mee grip op te krijgen, zodat je op die manier ook de risico’s in de toekomst kleiner maakt. Het zijn natuurlijk hele grote bewegingen die ook internationaal jaren nodig hebben om uiteindelijk tot een soort van stabilisatie te komen.

Maar ik denk echt dat met wat wij nu doen, ook samen met u als raden, regionaal, de volgende stappen echt goed aan het zetten zijn en dat we ook gedegen financieel hierin acteren. Tot op heden hebben wij structurele kosten die we zagen ook structureel in de begroting verwerkt. Op die manier gaan we er ook mee aan de slag. We benutten dan voor twee jaarschijven de reserve en daarna hebben we nog zeker 2 à 3 miljoen als buffer die we kunnen benutten. Op die manier werken we steeds toe, ook op de langere termijn.

I - 36

Ik begrijp de zorgen van mevrouw Hamann, die zie ik ook zeker. Het abonnementstarief, dat weet u net zo goed als ik, legt een flink beslag op de middelen in dat sociaal domein, dus we blijven ook zeker achter de VNG staan en andere, die landelijk lobbyen om te zeggen van: moet dat niet anders?, of, Rijk, kom anders over de brug met structurele middelen die wij gewoon aantoonbaar hierin hebben. En dat vinden wij eigenlijk ook op het gebied van jeugd. Iedere keer incidenteel iets bijplussen op het gebied van jeugd zou in onze ogen structureel mogen zijn. De voorzitter: Mevrouw Hamann interruptie. Mevrouw Hamann: Ja, even heel kort. Er zijn proeven in het land gaande, elders, met de Wmo, om de huishoudelijke hulp op een andere manier te financieren dan via de Wmo, zodat daarbij bijvoorbeeld naar draagvlak een bijdrage geleverd kan worden aan mensen. Is het u bekend dat die proeven lopen en is dat misschien iets voor Gorinchem, om eens te kijken of dat een betere manier van financieren is? Wethouder Kraaijeveld: Die zijn bekend en die volgen we natuurlijk ook, omdat wij ook op dit vlak kijken hoe dat beter zou kunnen en of de middelen ook daar terechtkomen waar ze echt nodig zijn. Alleen, het zijn vaak proeven en tot nu toe hebben die vaak niet veel rechtsgrond, en dat is toch waar we ook naar zullen moeten kijken: we zullen ook de dingen netjes rechtmatig moeten organiseren.

Dus de mogelijkheden zijn daarin echt beperkt, maar als zich daar meer mogelijkheden in aandienen, zullen we die zeker volgen. De SP legde ook de vinger bij het incidenteel inzetten van middelen voor personeel. Nou, dat is ook incidenteel, waarin we voor uw beeld wat concreter ook echt willen inzetten op een stevige kwartiermaker in het sociaal domein. Er zijn natuurlijk veel bewegingen die ook echt de integraliteit vragen met bijvoorbeeld een Avres en regionaal jeugd. Dus daar willen we op versterken, tijdelijk, en dat willen we ook met een projectleider jeugd. We hebben het erover gehad dat allerlei maatregelen naar lokaal gaan. Nou, dat vraagt ook dat wij onszelf lokaal daarvoor klaar maken en ons organiseren, om te zorgen dat dat goed landt. Een aantal partijen hebben ook een vraag gesteld over schulddienstverlening en schulden. Een interruptie… De voorzitter: Mevrouw Dansen. Mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een vraag aan de wethouder over het inzetten van die personele gelden, want naar mijn gevoel was de reserve niet daarvoor bedoeld, maar om ervoor te zorgen dat in slechtere tijden bij veel uitgaven, de uitgaven voor zorg nog steeds kunnen worden gedaan. Dat is naar mijn idee echt wel iets anders dan het inzetten van een kwartiermaker of een specialist. Wethouder Kraaijeveld: Ik snap die vraag.

Wij hebben ook benoemd waarvoor we deze reserve kunnen inzetten. Daarnaast hebben we in het kader van het integraal sociaal beleid, zoals u dat heeft vastgesteld, ook op die manier een vertaling gemaakt van de middelen die we in willen zetten. Er staat ook bij hoe we dingen kunnen versnellen. Op die manier geven we nu ook invulling om dat te doen. Uiteindelijk heb je het toch te

I - 37

organiseren. Zo hebben we er vorige week natuurlijk ook in B&A over gesproken: hoe zorgen we ervoor dat we als gemeente daar ook klaar voor staan? Een aantal partijen hebben een vraag gesteld over schulddienstverlening en schulden. We zijn ons samen met Avres aan het voorbereiden op de nieuwe wet op de gemeentelijke schulddienstverlening die per 1 januari ingaat. Daarin is voorgeschreven dat zorgverzekeraars, woningcorporaties, energiebedrijven, et cetera, signalen van betalingsachterstanden doorgeven aan de gemeente. Dus dat komt eraan en dat zijn we allemaal aan het voorbereiden. Er komt ook een convenant aan dat wordt ondertekend; dat gaat digitaal gebeuren, landelijk met allerlei partijen, maar ook een lokale partij als POORT6 zal dat tekenen, en ook Avres zal daarbij betrokken zijn vanuit ons als gemeente. Over het collectief schuld regelen gaf mevrouw Molengraaf al even aan dat we recentelijk, vanochtend, daar wat reacties op hebben gegeven. We vinden dat interessant. Dan naar GroenLinks als het gaat over een…, nou daar zijn we bezig met een plan voor een pilot budgetbeheer. Dat sluit, denk ik, goed aan bij het huishoudboekje zoals de heer Van Breemen dat beschrijft. En uiteraard erg begrijpelijk dat u zeker in deze tijd dit vraagstuk van schulden et cetera adresseert. Daar zetten we ons ook echt voor in.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=a9c2b8f7-1c82-4331-8ddb-2b0d4556b823