07 Bijlage 7 Motivering van het besluit van 28 november 2023 van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.pdf
Tekst van het document
Reclamant: de reclamemast zou ongeoorloofde hinder veroorzaken omdat sprake zou zijn van horizonvervuiling daar de mast boven de horizon en de bomen uitsteekt. Het zicht op de natuurlijk horizon wordt belemmerd.
Door de aanleg van het nieuwe parkeerterrein in navolging van de nieuwe ontsluitingsweg neemt de verkeerdruk op de Bemmelenberg en aanpalende wegen af. De reden hiervoor is dat de bezoekers van de Bergse Heide naar het parkeerterrein gaan, welke rechtstreeks, via de nieuwe wegenstructuur, wordt ontsloten op de Randweg-Noord en de Rijksweg A4. Het bezoekersverkeer van de Bergse Heide neemt door de nieuwe verkeersstructuur af op de Bemmelenberg. De door reclamant genoemde problematiek wordt daarmee niet vergroot. De bereikbaarheid en opkomsttijd voor of na de ontwikkeling blijft voor de brandweer gelijk aangezien de wegenstructuur welke nu wordt aangehouden voor een calamiteit op bijvoorbeeld de Bergsebaan door de nieuwe ontwikkeling niet veranderd (zie afbeelding hieronder).
Alvorens wegen af te sluiten is een verkeersbesluit noodzakelijk. Dit gaat altijd gepaard met een advies van politie die onder andere kijkt naar de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Bij de aanleg van het nieuwe parkeerterrein nabij de Bergse Heide is een calamiteiten doorgang voorzien. Er is een mastmeting uitgevoerd. (Bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan). Deze is naar aanleiding van de zienswijzen aangevuld. Op basis van deze meting blijkt dat vanuit het oogpunt van zichtbaarheid de in het bestemmingsplan toegestane hoogte van 40 meter noodzakelijk is. De afstand van de locatie van het perceel van reclamant tot de verwijzingsmast is groot, circa 1,5 kilometer. Hierdoor zal geen sprake zijn van onevenredige hinder.
36
f.
Reclamant: het LED-scherm van de mast zou zorgen voor aanzienlijke lichthinder. Onterecht zou hier geen onderzoek naar zijn gedaan.
De LED-borden worden naar de snelwegzijde gericht. Aan de achterzijde (richting Bergsebaan) bevinden zich geen lichtbronnen, waardoor deze niet schijnt op het achterliggend gebied. Verder past de verlichting zich aan de seizoens- en weeromstandigheden, gaat de verlichting van de 2 LED-schermen dagelijks om 00:00 uur uit en de verlichting in de verwijzing naar de fastfoodrestaurants direct na sluitingstijd van de fastfoodrestaurants. Ten aanzien van de effecten van het licht op de omgeving is daarnaast een lichtstudie uitgevoerd. Deze treft u in de bijlage van voorliggende Nota van Zienswijzen in.
g.
Reclamant: kans zou aanzienlijk zijn dat de mast een negatief effect heeft op de waarde van de woning. Ter illustratie wordt verwezen naar planschadejurisprudentie inzake windmolens.
h.
Reclamant: noodzaak voor de reclamemast is niet aangetoond. Er zou geen causaal verband bestaan tussen de aanwezigheid van een reclamemast en de bezoekersaantallen van fastfoodrestaurants. Daarbij zou relevant zijn dat bij andere fastfoodzaken bij tankstations in de buurt ook geen reclamemasten zijn geïnstalleerd. Ook zou het Poortgebied zelf ook al een enorme trekpleister zijn.
i.
Reclamant: in het bestemmingsplan zijn onvoldoende parkeerplaatsen ingecalculeerd. Aan de Bergsebaan zouden in de winter circa 200 auto’s staan en in de zomer vrijwel het dubbele. Bij bepalen van het aantal parkeerplaatsen zou gekeken zijn naar
Gezien het bovenstaande en de afstand van de verwijzingsmast tot de het perceel circa 1,5 kilometer bedraagt, zal geen sprake zijn van een onevenredige lichthinder. De afstand tussen de woning van reclamant en de verwijzingsmast bedraagt hemelsbreed circa 1,5 km. Indien reclamant van mening is dat de mast tot schade leidt, kan een planschadeverzoek worden ingediend bij de gemeente Bergen op Zoom. Een verzoek om planschade kan worden ingediend nadat het bestemmingsplan waarop de schade betrekking heeft onherroepelijk is. Voor de voorzieningen in het Poortgebied als zeker ook voor de fastfoodrestaurants is voor de zichtbaarheid de reclamemast randvoorwaardelijk. Dit omdat een deel van de omzet uit passanten bestaat die op het laatste moment besluiten ter plaatse een consumptie te nuttigen. Op basis van een benchmark bedraagt de schatting circa 20%. Het hebben van een goed zichtbare mast is gezien de ligging aan de rand van stad en langs de snelweg, van groot belang voor de fastfoodrestaurants. De restaurants hebben maar één bouwlaag en zijn zonder mast niet zichtbaar. Hierdoor kan een onveilige verkeerssituatie ontstaan, omdat passanten te laat en onveilig de afrit gaan proberen te gebruiken, voor hun bezoek Met de mast worden passanten over de A4 tijdig geattendeerd.
Voor de functies in het Poortgebied zijnde het hotel, energyhub en fastfoodrestaurants zijn het aantal parkeerplaatsen berekend conform de gemeentelijke Nota Parkeernormering. Hiermee wordt voor de functies voorzien in voldoende parkeerplaatsen.
37
de theorethische situatie in plaats van de werkelijke situatie. In het Rapport Verkeer en parkeren juli 2022 zijn de twee horecaondernemingen (le Bouleau en De Berk) niet meegenomen. Verzoek is 150 parkeerplaatsen extra aan te leggen om de Bergsebaan te ontlasten. j.
Reclamant: gemeente heeft niet aantoonbaar naar minder ingrijpende maatregelen onderzoek gedaan ten aanzien van afsluiting van de Bemmelenberg. Met minder ingrijpende maatregelen kan hetzelfde doel worden bereikt zoals slagbomen, paaltjes etc.
k.
Reclamant: gemeente heeft niet aantoonbaar naar minder ingrijpende maatregelen onderzoek gedaan ten aanzien van de reclamemast. Zo zou een lagere mast kunnen worden geïnstalleerd en kunnen de fastfoodrestaurants ook adverteren op andere wijzen.
l.
Reclamant: gemeente zou geen blijk hebben gegeven dat de belangen van bewoners van de Bergsebaan zijn afgewogen. Daarbij zou tevens niet duidelijk zijn wat de belangen van de gemeente zijn bij de ontwikkeling. Belangen van omwonenden zouden zwaarder moeten wegen dan (commerciële) belangen van de gemeente.
Het nieuwe parkeerterrein nabij de Bemmelenberg bevat daarnaast ongeveer twee maal zoveel parkeerplaatsen als nu aanwezig zijn langs de Bemmelenberg. Een verdubbeling van het aantal parkeerplaatsen voldoet voor de meeste momenten in het jaar. Enkel bij extreem mooi weer kan het drukker worden op de Bergse Heide. De in het plan opgenomen nieuwe ontsluitingsweg en parkeervoorziening en de daaruit voortvloeiende aanpassingen in de verkeersstructuur, zoals het afsluiten van de Bemmelenberg voor autoverkeer, zorgen ervoor dat de natuur meer ruimte krijgt, de parkeersituatie in het gebied en de verkeersveiligheid wordt vergroot. Hierdoor ontstaat een betere recreatieve zonering wat de natuur ten goede komt. Met minder ingrijpende maatregelen worden de beoogde doelstellingen niet bereikt. Daarnaast is het op openbare wegen niet toegestaan slagbomen of paaltjes te plaatsen. Bovendien zijn dergelijke maatregelen minder verkeersveilig. Voor de voorzieningen in het Poortgebied als zeker ook voor de fastfoodrestaurants is voor de zichtbaarheid de reclamemast randvoorwaardelijk. Dit omdat een deel van de omzet uit passanten bestaat die op het laatste moment besluiten ter plaatse een consumptie te nuttigen. De hoogte van de reclamemast is onderbouwd aan de hand van de uitgevoerde mastmeting.
Op basis van deze meting blijkt dat vanuit het oogpunt van zichtbaarheid de in het bestemmingsplan toegestane hoogte van 40 meter noodzakelijk is. Met deze hoogte steekt de mast net boven de boomgrens uit. Het gebied maakt onderdeel uit van het Landschapspark Bergsche heide – een van de toegangspoorten naar de Brabantse Wal. Met de ontwikkeling van het Landschapspark is beoogd het huidige verrommelde recreatiegebied weer aantrekkelijk te maken door om te vormen naar een kwalitatief hoogwaardig park. De natuur moet worden versterkt en de beleefbaarheid moet worden vergroot. Dit vraagt om investeringen in natuur, de aanleg van nieuwe routestructuren en voldoende en kwalitatief hoogwaardige ondersteunende functies in het gebied. Deze functies voorzien in de behoefte aan (verblijfs)recreatieve voorzieningen en dragen daarnaast bij aan de werkgelegenheid. Het achterland wordt met de nieuwe ontsluitingsweg goed ontsloten en de nieuwe parkeervoorziening verbeterd de
38
m. Reclamant: het bestemmingsplan is strijdig met het zorgvuldigheidsbeginsel ex artikel 3:2 Awb. Gemeente zou nagelaten hebben kennis te vergaren en belangen af te wegen.
Reclamant 11 Ontvangstdatum: 25-01-2023 Inhoud zienswijze: a. Reclamant heeft twijfels of de ontsluitingsweg de Moerstraatsebaan/Loolaan gaat ontlasten.
b.
Reclamant: meer zwerfafval gaat in de natuur terecht komen evenals meer verkeer.
c.
Reclamant vraagt waarom het hotel niet lager kan. Het hotel zou maximaal 20 meter hoog kunnen worden. Ook zou het hotel geluid weerkaatsen.
d.
Reclamant: de energyhub kan naar Steenbergen verhuizen en de
parkeersituatie in het gebied. Door de wijzigingen in de verkeersstructuur nemen het aantal toegangswegen richting de Bergsebaan af. Echter blijft de Bergsebaan goed bereikbaar en is sprake van een aanvaardbare situatie. Het bestemmingsplan is tot stand gekomen na het sluiten van het convenant met natuurorganisaties, Bij het opstellen van het bestemmingsplan is middels diverse omgevingsonderzoeken inzicht verkregen in de invloed van de beoogde functies op de omgeving. Hieruit blijken deze niet te resulteren in een onevenredige (en nadelige) impact. Er is daarmee geen sprake van strijdigheid met het zorgvuldigheidsbeginsel uit artikel 3:2 Awb. Ongegrond Beantwoording gemeente: De nieuwe ontsluitingsweg naar de Bergse Heide zorgt voor een verlaging van de intensiteit op de Moerstraatsebaan, omdat verkeer niet meer hoeft om te rijden naar de Bergse Heide. Door het verwijderen van de parkeerplaatsen aldaar en het aanbrengen van de juiste bewegwijzering gaan bezoekers parkeren op het nieuwe parkeerterrein wat rechtstreeks ontsloten wordt via de op/afrit van rijksweg A4. De verkeer aantrekkende werking van de ontwikkeling wordt volledig afgehandeld op de nieuw aan te leggen infrastructuur. Daarbij wordt met de aanleg van een nieuwe weg naar de Bergse Heide met parkeerterrein ervoor gezorgd dat de intensiteiten rondom de Bergse Heide afnemen.
Ten aanzien zie het antwoord bij reclamant 2 sub c. Het klopt dat gebouwen kunnen zorgen voor een mate van geluidweerkaatsing. In de rekenmodellen van het akoestisch onderzoek is met de geluidweerkaatsing rekening gehouden. Het verlagen van de bouwhoogte van het hotel tot maximaal 20 meter heeft geen effect op de berekende geluidbelastingen en leidt niet tot andere conclusies van het onderzoek. Gezien de grote afstand tussen de woning van reclamant en het hotel, circa 390 meter en het tussen gelegen gebied met ondermeer groen en andere bebouwing, is geen sprake van waarneembare geluidsweerkaatsing. Zie reclamant 3 onder a.
39
Wijziging BP
e.
f.
fastfoodketens naar Woensdrecht of Steenbergen. Reclamant stelt dat het casino wordt verzwegen.
Reclamant vraagt hoe omgegaan wordt met bouwverkeer van de 150 recreatiewoningen.
Een casino maakt op dit moment geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Initiatiefnemer heeft hier eerder wel om verzocht maar hier wordt op dit moment geen medewerking aan verleend. Het aspect bouwverkeer is iets wat pas bij de omgevingsvergunning aan de orde is. Om te waarborgen dat de aannemer aandacht en zorg besteed aan risico’s van bouwwerkzaamheden op de omgeving dienen zij bij de aanvraag omgevingsvergunning een bouwveiligheidsplan te overleggen. Een onderdeel daarvan is de route van het bouwverkeer.
Reclamant 12 IVN Groene Zoom, Milieuvereniging Benegora, Stichting De Brabantse Wal, natuurvereniging Namiro Ontvangstdatum: 16-01-2023 Inhoud zienswijze: Beantwoording gemeente: a. Reclamanten achten het teleurstellend Naar aanleiding van de vooroverlegreacties dat is geconcludeerd dat geen extra is met de Provincie besproken hoe vorm te inspanning in het kader van de geven aan de regeling inzake kwaliteitsverbetering noodzakelijk is. kwaliteitsverbetering landschap uit de Interim Omgevingsverordening. De ontwikkeling van het Poortgebied levert een belangrijke en grote bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het Landschapspark Bergsche heide. De ontwikkeling is een cruciale stap in de voortdurende transformatie van het gebied. De Bergsche Heide heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een gebied met een dubbele functie: enerzijds als extensief recreatiegebied en anderzijds als het noordelijkste deel van het natuurlijk bosareaal van Natuurnetwerk Brabant. Echter, de druk van intensieve veehouderij en de uitdagingen rond schaalvergroting hebben het kleinschalige karakter van het gebied bedreigd en daarmee ook de aantrekkelijkheid voor toekomstige generaties. Dit heeft geleid tot leegstand en verloedering van agrarische bebouwing in het gebied, evenals achterstallig onderhoud en beheer van de ecologische hoofdstructuur.
Het Poortgebied, als integraal onderdeel van het grotere Landschapspark, speelt een centrale rol in de visie om het recreatieve gebruik beter te zoneren. In het noordelijke en oostelijke deel, ontstaat ruimte voor rust, stilte en natuur. Hier is ook het nieuwe natuurgebied, de Kraggeloop, gerealiseerd, dat fungeert als een belangrijke ecologische verbindingszone. Met twee nieuwe percelen voor dit bestaande natuurgebied van de Kraggeloop vergroot.
40
Ongegrond Wijziging BP
b.
c.
Reclamanten zijn van mening dat geen aanleiding bestaat om de functie van overloopterrein te intensiveren door dit om te zetten voor de boomhutten en verzoeken nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden ter plaatse het NNB te versterken.
Reclamanten stellen dat het aanbeveling verdient de groene zone aan de zuidzijde bij de energyhub te vergroten. Het pompstation zou daarvoor iets naar het noorden kunnen verschuiven. In de toelichting zou ingegaan moeten worden op consequenties voor de beschermingszones buiten de plangrenzen.
Ook wordt een ecologische verbindingszone gecreëerd om het NNB robuuster te maken. Uitgangspunt is dat de ecologische zone passeerbaar is voor dieren. In deze corridor van 15 meter breed mogen geen barrières zijn, in de vorm van bebouwing of hekwerken. Met de herontwikkeling van het Poortgebied worden alle kansen aangegrepen om kleine landbouwpercelen zonder toekomstwaarde om te vormen tot natuurlijke habitats. Hierdoor wordt het landschappelijke raamwerk robuuster, wat bijdraagt aan de aantrekkingskracht van het gebied voor zowel mens als dier. In deze lijn zijn voor de ontwikkeling van het Poortgebied nog een aantal agrarische percelen opgekocht, planologisch en fysiek omgevormd naar natuur. De ontwikkeling van de 6 beoogde boomhutten is een van de ruimtelijke uitgangspunten welke zijn vastgelegd in het convenant welke reclamanten hebben ondertekend. Met het ondertekenen van het convenant hebben alle partijen hun commitment uitgesproken over de plannen en afgesproken zich in te spannen om de beoogde doelen te realiseren. De in het convenant opgesomde ruimtelijke uitgangspunten, zoals de ontwikkeling van de 6 boomhutten, zijn daarbij leidend. De huidige bestemming van de beoogde locatie voor de boomhutten is sinds 2009 reeds recreatieve doeleinden – openbare ruimte en overloopterrein. Ter plaatse zijn ten hoogste 20 kampeerstandplaatsen toegestaan.
Het gegeven dat ter plaatse desondanks nog de aanduiding NNB is gelegen, blijkt een ‘kaartfout’. In afstemming met de Provincie Noord Brabant is afgesproken deze ‘kaartfout’ als ambtshalve wijziging mee te nemen bij het verzoek tot herbegrenzing. In het compensatieplan zijn de vierkantemeters NNB dan ook meegenomen in de berekening voor compensatie. Zie het antwoord bij reclamant 3 sub d. Naar aanleiding van de zienswijze van reclamant 3 wordt voorgesteld bij de vaststelling van het bestemmingsplan het plan te wijzigen en het vulpunt 15 meter naar het noorden te verplaatsen. Hierdoor komt de veiligheidszone nagenoeg niet meer over het perceel ten zuiden van de energyhub te liggen. In de toelichting en de uitgevoerde QRA wordt ingegaan op de effecten van de
41
Gegrond: Het vulpunt wordt 15 meter naar het noorden verplaatst.
d.
Reclamanten achten een sluitende regeling wenselijk inzake het stoppen van het agrarisch gebruik van het perceel aan de Delweg, dit mede gezien verwerving nog dient plaats te vinden.
e.
Reclamanten verzoeken een nadere toelichting inzake het in de stikstofberekeningen meenemen van het beweiden bij het bedrijf aan de Bergsebaan 88. Reclamanten: In de berekeningen dient nog uitgegaan te worden van de extra stikstofbelasting tijdens de bouwfase.
f.
g.
Reclamanten zijn van mening dat de natuurcompensatie voorafgaand aan het aantasten van bestaande natuurwaarden dient plaats te vinden en niet binnen 3 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan zoals nu opgenomen in artikel 6.3.3.
h.
Reclamanten stellen dat gelet op de grote belangen voor natuur, en het veelvuldig storten van afval terug te dringen, zou het afsluiten van de Moervaart spoedig ter hand genomen moeten worden. Indien het College niet voorafgaand aan het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan daarvoor de nodige stappen neemt, beschouwen de natuurorganisaties dit als contractbreuk en achten zij zich niet langer gebonden aan de in het convenant gemaakte afspraken.
energyhub op omliggende percelen. Hieruit blijkt geen aanleiding tot het nog verder verplaatsen van de energyhub naar het noorden en de groenzone te vergroten. Er ligt een getekend koopcontract met de betreffende eigenaar aan de Delweg. Om tot een sluitende regeling te komen is in het bestemmingsplan de volgende regeling opgenomen: De gronden aangeduid als 'overige zone natuurgebied' dienen binnen drie jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan te worden ingericht conform het bijgevoegde compensatieplan in Bijlage 1, met dien verstande dat de natuur ook na aanleg in stand wordt gehouden. Zie het antwoord bij reclamant 1 sub c.
Doordat de bouwvrijstelling voor de aanlegfase is komen te vervallen is op 28.02-23 de aanlegfase (weer) toegevoegd aan het stikstofrapport en is gerekend met de vigerende versie van AERIUS Calculator. Daarnaast is op 10-07-2023 een aanvulling gedaan met betrekking tot natuurcompensatie. Het onderzoek is bijgevoegd bij het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan worden de provinciale regels voor compensatie van NNB, conform de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant artikel 3.23 lid 5, gevolgd. Uiterlijk binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan moet de compensatie zijn uitgevoerd. Dit betekent niet dat het 3 jaar zal duren voordat compensatie zal plaatsvinden. Niet uit te sluiten is dat de compensatie (veel) eerder zal plaatsvinden. We begrijpen uw wens om spoedig over te gaan tot het afsluiten van de Moervaart. Het ontwerpbesluit voor het afsluiten van de Moervaart is reeds in april 2021 genomen. De afspraak om over te gaan tot afsluiting van de Moervaart is opgenomen in het convenant welke partijen waaronder natuurorganisaties, gemeente en initiatiefnemer, hebben gesloten om daarin de ruimtelijke uitgangspunten voor de ontwikkeling van het Poortgebied Bergsche heide vast te leggen. In het convenant is afgesproken dat partijen zich in gezamenlijkheid inspannen om de beoogde doelen voor het gebied te realiseren.
42
i.
Reclamanten: de aanvaardbaarheid van de hoogte van het hotel dient nader onderbouwd te worden. In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt dit.
De in het convenant gemaakte afspraken worden niet allemaal middels het wijzigen van het bestemmingsplan geregeld. Dit betreft onder andere de afsluiting van wegen, wat via een verkeersbesluit wordt geregeld. Qua volgordelijkheid is het belangrijk eerst de bestemmingsplanprocedure te doorlopen, immers de aanleiding voor het convenant, waarna de opvolgende andere vergunningen/toestemmingen aangevraagd kunnen worden. Ten aanzien van de afsluiting van de wegen zoals de Bemmelenberg en de Moervaart is dan ook afgesproken dat het verkeersbesluit hieromtrent wordt genomen na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Als convenantpartner blijven wij ons inspannen om alle afspraken uit het convenant na te komen en daarvoor de benodigde besluiten te nemen. Dit ook na de vaststelling van het bestemmingsplan. Zie het antwoord bij reclamant 3 sub l.
Reclamant 13 Camping De Bergse Hoeve Bergen op Zoom B.V. Ontvangstdatum: Inhoud zienswijze: Beantwoording gemeente: a. Reclamant betreurt dat het plan alleen Gezien de plannen van reclamant zijn toe ziet op de gronden van de twee gesitueerd op gronden gelegen buiten voormalige campings en dat de plannen het plangebied van voorliggend van reclamant tot op heden niet op bestemmingsplan en de gemeenteraad medewerking van de gemeente mocht reeds twee maal afwijzend heeft rekenen. gereageerd op de (uitbreidings)plannen van reclamant, zien wij geen aanleiding om de plannen voor de camping mee te nemen in voorliggend bestemmingsplan. Reclamant wordt uitgenodigd zijn toekomstige uitbreidingsplannen separaat in te dienen. b. De verkeerssituatie door het stopverbod Zie het antwoord bij reclamant 8, sub b. leidt op dit moment al tot grote problemen. Een goede bereikbaarheid van de camping is essentieel. Bij doorgang verslechterd de bereikbaarheid voor reclamant terwijl het (nieuwe) recreatieterrein van het plan wel profiteert van een goede ontsluiting. Deze ongelijkheid is voor reclamant onacceptabel. c. Reclamant: onduidelijk is waarom dit Zie het antwoord onder sub a. Het plan niet is meegenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Oost is bestemmingsplan Buitengebied Oost inmiddels vastgesteld. zodat e.e.a. integraal wordt beoordeeld. d.
Reclamant: er is sprake van strijd met Het convenant is tot stand gekomen om de artikel 3:2 Awb omdat de belangen van afspraken die natuurorganisaties en omwonenden en andere aanliggende participerende partijen in het gebied bedrijven in het gebied niet zijn hebben gemaakt over de ontwikkeling van
43
Ongegrond Wijziging BP
betrokken bij de tot standkoming van gemaakte afspraken (convenant). Dit terwijl de gemaakte afspraken desastreuze gevolgen hebben.
e.
Reclamant: Door de afsluiting van de Moervaart niet mee te nemen in de onderzoeken is sprake van onzorgvuldige voorbereiding van het bestemmingsplan. Gezien de stikstofemmissie zou het plan niet uitvoerbaar zijn.
f.
Reclamant: een onderbouwing van de afsluiting van de Bemmelenberg ontbreekt. Ook een effectbepaling van de afsluiting op de verkeersstromen ontbreekt. In de referentiesituatie voor 2030 is de Bemmelenberg al afgesloten waardoor het effect van de afsluiting zelf niet inzichtelijk is gemaakt. Door afsluiting van de Bemmelenberg moeten omwonenden en campinggasten ten oosten van de afsluiting 3 a 4 km omrijden. Reclamant: er is sprake van strijdigheid met het verkeersplan omdat omwonenden en campinggasten voortaan door het centrum rijden naar bestemmingen aan de oostkant van Bergen op Zoom omdat de route via de ringweg is afgesloten. Grove schatting komt dit neer op 0-2000 voertuigen-per etmaal. Opgeteld bij de 500 motorvoertuigen per etmaal als gevolg van het landschapspark Bergsche heide kan dit overlast geven en extra milieubelasting. Reclamant: de opkomsttijden van de brandweer voor het gebied ten oosten van de afsluiting gaat omhoog. De landelijke norm van 8 minuten wordt overschreven. Deugdelijk onderzoek hiernaar ontbreekt. Reclamant: de impact van alternatieven zoals ontheffingen voor vergunninghouders of eenrichtingsverkeer zijn ten onrechte niet onderzocht.
g.
h.
i.
j.
het Poortgebied, vast te leggen. Een (groot) deel van de afspraken in het convenant worden nu planologisch geregeld middels voorliggend bestemmingsplan. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is middels diverse omgevingsonderzoeken inzicht verkregen in de invloed van de beoogde functies op de omgeving. Hieruit blijken deze niet te resulteren in een onevenredige (en nadelige) impact. Er is daarmee geen sprake van strijdigheid met het zorgvuldigheidsbeginsel uit artikel 3:2 Awb. De afsluiting van de Moervaart maakt wel onderdeel uit van het convenant maar niet van voorliggend bestemmingsplan. Voor het afsluiten van de Moervaart is een verkeersbesluit nodig. De procedure van het verkeersbesluit wordt opgepakt na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan. Of de Moervaart daadwerkelijk dicht gaat is afhankelijk van deze nog te doorlopen procedure. Zie de reactie bij reclamant 10, sub c.
Zie het antwoord bij reclamant 8, sub b. In de onderzoeken is rekening gehouden met omrijdbewegingen. Er is geen sprake van strijdigheid met het Verkeersplan. In het verkeersonderzoek Verkeer en Parkeren is onderzoek gedaan naar de effecten. Hieruit blijkt dat door de boogde ontwikkeling de bereikbaarheid van het centrum van Bergen op Zoom minimaal gelijkwaardig blijft.
Zie de reactie bij reclamant 10, sub d.
Om de gewenste kwaliteit van de natuur rondom de Bergse Heide te waarborgen is het in het bestemmingsplan noodzakelijk om het verkeer via de nieuwe ontsluitingsweg te laten rijden. De door de
44
reclamant aangegeven alternatieven waarborgen niet de kwaliteit van de natuur. k.
Reclamant: de afsluiting van de Moervaart kan gezien het convenant niet los gezien worden van het bestemmingsplan en de effecten daarvan op het milieu. De omrijdtijden worden door de afsluiting langer en heeft nadelige gevolgen voor omwonenden/bedrijven. Een aanvullende onderbouwing hieromtrent is benodigd. l. Reclamant vraagt waarom niet nog een parkeervoorziening wordt aangelegd aan de oostzijde van de Bemmelenberg. Deze is benodigd voor bezoekers en bewoners die niet meer kunnen parkeren langs de Bergsebaan door het ingevoerde parkeer- en stilstaan verbod. De nieuwe parkeervoorziening aan de westzijde van de afsluiting biedt bovendien onvoldoende parkeergelegenheid als ook rekening wordt gehouden met De Berk en Le Bouleau. m. Reclamant: er dienen nieuwe AERIUSberekeningen te worden opgesteld waarbij de aanleg-/bouwfase volledig wordt meegenomen. Hierbij dient tevens de geachte afsluiting van de Moervaart te worden betrokken.
n.
Reclamant maakt bezwaar tegen het m.e.r. beoordelingsbesluit. Dit besluit had conform uitspraak van de Raad van State van 21 juni 2021 de raad moeten nemen en niet het college. Ook is niet duidelijk waarop is besloten geen milieueffectrapportage op te stellen.
Zie antwoord reclamant 10 onderdeel l. Zie het antwoord op vraag e.
Aan de oostzijde ligt een parkeerterrein nabij het mountainbike parcours. Zie verder het antwoord bij reclamant 10, sub i. Het realiseren van nog een extra parkeervoorziening aan de oostzijde van de Bemmelenberg is bovendien strijdig met de recreatieve zonering van het landschapspark waarbij stedelijke functies gecentreerd worden in het Poortgebied en hoe verder richting het oosten van het landschapspark hoe rustiger het wordt en ten goede komt aan de natuur. Doordat de bouwvrijstelling voor de aanlegfase is komen te vervallen is op 28.02-23 de aanlegfase (weer) toegevoegd aan het stikstofrapport en is gerekend met de vigerende versie van AERIUS Calculator. Daarnaast is op 10-07-2023 een aanvulling gedaan met betrekking tot natuurcompensatie. Het onderzoek is bijgevoegd bij het bestemmingsplan . De Moervaart maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Of de weg daadwerkelijk dicht gaat is afhankelijk van het proces wat na vaststelling van dit bestemmingsplan doorlopen wordt hiervoor. Dit is een aparte procedure, waarbij de consequenties hiervan nader afgewogen moeten worden. In subparagraaf 1.3.3 van de aanmeldingsnotitie wordt geconcludeerd dat als gevolg van de passende beoordeling een PlanMER nodig is. Vervolgens wordt in die paragraaf op grond van artikel 3 Besluit m.e.r. onderbouwd dat in dit geval volstaan kan worden met een plan-m.e.r.-beoordeling.
De in subparagraaf 1.3.3 getrokken conclusie dat een PlanMER nodig is komt te vervallen omdat er geen sprake meer is van een passende beoordeling. De beschreven toelichting op het gebruik van artikel 3 Besluit m.e.r. doet daarmee niet meer ter zake. Door het toevoegen van de twee
45
compensatiegebieden aan het planvoornemen, worden effecten op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden gemitigeerd. Hier is dus sprake van een verbetering ten opzichte van het eerdere planvoornemen. De compensatie van NNB gebied was reeds voldoende, maar wordt door de twee extra gebieden verder verbeterd. Ook hier is dus sprake van een verbetering ten opzichte van de eerdere situatie. Alle andere in de aanmeldingsnotitie beschreven effecten veranderen niet als gevolg van de twee extra compensatiegebieden. Dat betekent dat met de aanpassing van het planvoornemen de eindconclusie van de aanmeldingsnotitie niet verandert: er ontstaan als gevolg van het planvoornemen als gevolg van het planvoornemen geen aanzienlijke milieueffecten. Reclamant 14 Scouting Labelterrein Buitenlust Ontvangstdatum: Inhoud zienswijze: Beantwoording gemeente: a. Reclamant geeft aan dat in de huidige Zie antwoord bij reclamant 11, sub a. situatie door de toegenomen verkeersintensiteiten regelmatig verkeeronveilige situaties voorkomen. Door de ontwikkeling zouden de verkeersintensiteiten nog verder toenemen. Het standpunt dat de intensiteiten op de Moerstraatsebaan zullen verminderen verwerpt reclamant. b. Reclamant vraagt of de verkeersmetingen De afdeling beheer is destijds gevraagd al hebben plaatsgevonden en verzoekt om om de verkeerstellingen uit te voeren. inzicht in deze gegevens.
Deze zijn uitgezet, echter worden deze jaarlijks ingepland en gehouden. De verkeerstellingen vinden dit najaar plaats. c. Oplossingen die reclamant aandraagt zijn: Hierover is reeds met reclamant Een fietspad aan weerszijde van de gesproken. Op dit moment ziet de Moerstraatsebaan. afdeling beheer geen aanleiding om Aanpassingen van de kruising met de aanvullende maatregelen te nemen, Moerstraatsebaan/Bemmelenberg; mede gezien de afname van de Snelheidsbeperkende maatregelen op intensiteiten door de komst van de de Moerstraatsebaan en Buitenlust. nieuwe ontsluitingsweg. d. Reclamant vraagt of het plan voldoet aan In het kader van natuurbescherming is de huidige stikstofnormen. uitvoerig onderzoek gedaan naar de impact van het project op de natuur en omgeving. Om te voldoen aan de juridisch wettelijke vereisten is een aanvraag ingediend voor een vergunning bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Deze aanvraag heeft betrekking op artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming en is bedoeld om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling Poortgebied Bergsche Heide voldoet aan alle wettelijke vereisten met betrekking
46
Ongegrond Wijziging BP
e.
Reclamant vraagt of de lichtmast voldoet aan de wettelijke normen voor lichtmasten. Zorgen zijn er over het lichtvolume en de effecten op de omgeving en of er geen sprake is van strijdigheid met provinciale richtlijnen inzake natura 2000 gebieden.
tot natuurbescherming en stikstofemissie. In het bestemmingsplan is in artikel 14.2 van de regels geborgd dat de mast moet voldoen aan de handreiking 'Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen' van Rijkswaterstaat, vastgesteld d.d. 12 juni 2019’. Zie verder het antwoord bij reclamant 6 sub d.
Reclamant 15 Stichting Scouting Markiezaatsgroep Ontvangstdatum: 26-01-2023 Inhoud zienswijze: Beantwoording gemeente: a. Reclamant: gelet op de bestaande Met de komst van het nieuwe ervaringen wordt gesteld dat bij afsluiting parkeerteerrein en bewegwijzering naar van de Bemmelenberg de druk op de de Bergse Heide neemt de druk niet toe, parkeerplaatsen op het terrein van de maar eerder af. De intensiteit neemt Oude Kragge aan de Bergsebaan hierdoor af op drukke dagen, omdat toeneemt en dit leidt tot illegaal parkeren verkeer voor de Bergse heide niet meer en onveilige situaties. Deze kunnen leiden op de Bergsebaan komt. tot toenemende risico’s voor de scouts bij het naderen, betreden en verlaten van het terrein. b. Reclamant acht mitigerende maatregelen De wijzigingen als gevolg van de aan de Bergsebaan wenselijk om de ontwikkelingen in voorliggend verkeersveiligheid te verbeteren, bestemmingsplan geven op dit moment waaronder het treffen van maatregelen ter geen aanleiding tot het treffen van extra voorkoming van parkeeroverlast. maatregelen. De wegen zijn ingericht volgens de essentiële kenmerken voor verkeersveiligheid. Wij monitoren ons wegennet en nemen maatregelen indien noodzakelijk.
Ongegrond
Reclamant 16 Waterschap Brabantse Delta Ontvangstdatum: 24 januari 2023 Inhoud zienswijze: a. Zowel in de Toelichting als in bijlage 8 (Waterparagraaf) is niet duidelijk terug te vinden wat er tijdens het ambtelijk overleg op 19 juli 2022 afgesproken is ten aanzien van de natuurcompensatie.
Ongegrond
b. In de oplegnotitie Compensatieplan worden de volgende omissies geconstateerd:
Beantwoording gemeente: Op 19 juli jl. heeft overleg plaatsgevonden tussen een afvaardiging van het Waterschap, de gemeente en adviseur van initiatiefnemer. Afgesproken is de toelichting en het compensatieplan tekstueel en de afbeeldingen te verduidelijken. Ten aanzien van de aanplant van 25% naaldbomen en 75% loofbomen op compensatieperceel 103, is afgesproken dit te wijzigen naar de 100% loofbomen. Verder zal duidelijk worden beschreven dat de aanwezige stijlrand behouden blijft. Zoals is afgesproken is in de waterparagraaf de paragraaf 4.5 toegevoegd waarin een advies wordt gegeven over het gebruik van bouwmaterialen. De natte EVZ Kraggeloop is gelegen in het oostelijke deel van het Poortgebied.
47
Wijziging BP
-
de natte EVZ Kraggeloop, zoals aangegeven in figuur 3 wordt onvoldoende geborgd; figuur 8: de gele lijn betreft NIET de natte EVZ Kraggeloop; 4.2.6 Overige ontwikkelingen t.b.v. een robuuster NNB. Hierin wordt gesproken over een corridor van 15 meter breed. Deze zou minimaal 25 meter moeten zijn.
De meest intensieve (recreatieve)functies worden in het poortgebied geclusterd. Dit gebied wordt ontsloten door een interne ontsluitingslus, waar de omliggende voorzieningen op aangesloten dienen te worden. Buiten de ontsluitingslus wordt het recreatief gebruik extensiever. Op deze manier is de functionaliteit van de natte EVZ voldoende geborgd. Door Sweco is een oplegnotitie compensatieplan Bergsche Heide in Bergen op Zoom opgesteld. In deze notitie wordt in paragraaf 4.2.6 Overige ontwikkelingen t.b.v. robuuster NNB gesproken over een droge ecologische verbindingszone. Figuur 8 geeft aan waar deze droge verbinding gerealiseerd zou moeten worden en geeft dus niet de natte EVZ Kraggeloop weer. Een boommarter is weinig gevoelig voor landrecreatie en heeft als corridor een mozaïeklandschap nodig dat bestaat uit bosjes en struweel, waarbij ca 50% van de strook bestaat uit bosjes en opgaande begroeiing zodat voldoende dekking bestaat. Dit in oog nemend kan het gehele plangebied als corridor worden gezien. Om ervoor te zorgen dat in de toekomst een strook geheel vrij blijft van obstakels zodat er een functionerende, makkelijk passeerbare corridor, overblijft is in overleg met Brabants Landschap de breedte van de corridor afgestemd. Om de strook vrij te houden is een aanduiding opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan zijn hier regels aan gekoppeld.
Deze organisatie kan naar onze mening als deskundige worden gezien, met veel lokale kennis, waardoor het aannemelijk is dat de corridor functioneel zal zijn voor de aanwezige fauna in het plangebied.
Reclamant 17 Rijkswaterstaat Ontvangstdatum: 25/01/2023 Inhoud zienswijze: a. De vrijwaringszone – weg, die beide langs de toe- en afrit liggen zijn niet volledig opgenomen in de verbeelding.
Deels gegrond / deels ongegrond Beantwoording gemeente: De vrijwaringszone – weg, die beide langs de toe- en afrit liggen, worden bij de vaststelling van het bestemmingsplan volledig opgenomen in de verbeelding.
48
Wijziging BP Gegrond: De vrijwaringszone wordt op de verbeelding opgenomen.
b.
c.
In de toelichting wordt bij de Energy Hub gesproken over enkele vrachtwagenparkeerplaatsen. Deze ontbreken op de tekening. Waar moeten deze vrachtwagens gaan staan? In de quickscan verkeer is 2x keer 2.700 motorovertuigen gerekend op de ontsluitingsweg Poortgebied. Is er rekening gehouden met te veel extra verkeer? Klopt de modelplot niet?
d.
Het is niet te herleiden hoe de spitsUURintensiteiten tot stand gekomen zijn (let op werkdagcijfers en weekdagcijfers).
e.
Voor de berekeningen Poortgebied zijn voor beide richtingen dezelfde spitsuurcijfers gebruikt, terwijl de modelplots een verschil aangeven. Graag uitleg.
f.
Wat staat er op de laatste pagina van bijlage 1 van het Rapport Verkeer en Parkeren? Hier ontbreekt de uitleg BP kan niet meer in 2022 worden vastgesteld, dus 10 jaar na vaststelling betekent een prognose jaar 2033. Er spelen naast het Poortgebied nog 2 grote ruimtelijke projecten in Bergen op Zoom die van invloed zijn op de toekomstige verkeersafwikkeling op de A4 en afrit 27. Het is niet bekend of hiervan al een integrale studie is uitgevoerd en wat het resultaat daar van is. Deze zijn relevant voor dit plan.
g.
h.
i.
De kruispunten moeten verkeerskundig functioneren. Dat is onderdeel van het functioneel ontwerp en moet in deze fase worden uitgezocht. Voor de rotonde is het wel gedaan, maar voor de VRI niet. Aantonen met Cocon berekeningen.
Er komen geen vrachtwagenparkeerplaatsen bij de energyhub. Dit wordt uit de toelichting gehaald.
De verkeersmodelplot van Goudappel Coffeng is zonder de ontwikkeling opgesteld. Wel is de nieuwe verkeersstructuur gemodelleerd. Het aanwezige verkeer op deze nieuwe structuur is dus de reactie van het verkeer vanwege de nieuwe wegenstructuur. De ontwikkeling zorgt voor een verkeer productie/ -attractie van 5.400 motorvoertuigen per etmaal. De aangeleverde plots betreffen 2uursintensiteiten voor de spitsperioden. Voor de kruispuntberekeningen zijn 1-uursintensiteiten relevant. Hiervoor is een omrekenfactor van 0,55 aangehouden om van 2-uursintensiteiten naar 1-uursintensiteiten te gaan. Dit is een landelijk geaccepteerde standaardfactor hieromtrent. Reclamant heeft bij bespreking van dit punt hierop akkoord gegeven. Voor zowel in de ochtend- als avondspits is voor het verkeer van en naar het Poortgebied 10% van de totale verkeersgeneratie aangehouden. Reclamant heeft na onderlinge afstemming hiermee ingestemd. In het rapport wordt dit verduidelijkt. Bronvermeldingen worden in het rapport opgenomen. Er wordt vanuit gegaan dat 1 jaar verschil in prognose indexatie niet tot problemen leidt. Het verkeersonderzoek wordt hierop dan ook niet aangepast. Het klopt dat in Bergen op Zoom nog andere grote ruimtelijke projecten in ontwikkeling zijn. Echter passen deze of al in het geldende bestemmingsplan of is hiervoor een aparte procedure in voorbereiding.
Wij kunnen op dit moment geen rekening houden met niet vastgestelde/ vergunde plannen en alleen uitgaan van de ontwikkelingen in het Poortgebied voor dit BP. Voor alle plannen geldt dat een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk is, waarbij nadrukkelijk ook de verkeerskundige aspecten wordt gekeken. Uit nader overleg met reclamant is overeengekomen dat een COCON-berekening in deze fase niet benodigd is. Wel is afgesproken dat de kruispunten worden herberekend met de rekenmodule ‘kruispuntwijzer’. De resultaten hiervan worden verwerkt in het rapport ‘Verkeer en Parkeren’. Uit de herberekening blijkt dat de toekomstige VRI’s niet leidt tot congestie op de op- en afritten.
49
Gegrond: Vrachtwagenparkee rplaatsen worden uit de toelichting gehaald.
Gegrond: Aanpassing rapport Verkeer en parkeren. Gegrond: Aanpassing rapport Verkeer en parkeren.
Gegrond: Aanpassing rapport Verkeer en parkeren.
j.
In het ontwerp vanaf het oostelijke kruispunt tot en met de rotonde zijn maatregelen noodzakelijk om spookrijden te voorkomen: 1. Afstand oostelijke afrit en inrit Energy hub is erg kort; 2. Energy hub is uitsluitend toegankelijk vanaf de zuidbaan. Dit geeft spookrijdrisico vanwege gevaar dat weggebruikers vanaf de rotonde die naar de Energy hub willen de afrit op rijden; 3. Keren bij het kruispunt van de afrit voor gebruik Energy hub is verkeersonveilig. Voorstel reclamant: Toegang Energy hub op een andere locatie situeren. k. Civieltechnische uitwerking kan pas starten als gebleken is dat oplossingen verkeerskundig functioneren. Zo ontbreken: 1. Juiste kruispunt berekeningen die aantonen dat verkeerstromen met VRI veilig en congestie vrij af te wikkelen zijn; 2. Lengte wachtrij in combinatie met minimale decelaratie lengte moet volgens ROA 2019 ongeveer 220 a 260 meter zijn tussen puntstuk en laatste voertuig in de wachtrij. 3. Vormgeving benodigde opstelvakken kan bij civieltechnische uitwerking worden vormgegeven. l. Aanvullende opmerkingen reclamant op rapport Verkeer en Parkeren: 1. Wegvak rotonde en oostelijk kruispunt op/afrit is erg kort. Bij eventuele lange wachtrij op de nieuwe ontsluitingsweg voor VRI zou rotonde kunnen blokkeren, waardoor afwikkeling oostelijk kruispunt niet functioneert; 2.
Enkelstrooksrotonde met fietsers in 2 richtingen samen met vrachtverkeer geeft verhoogd risico; 3. Fietsers hebben voorrang op de rotonde. Dit suggereert dat de rotonde binnen de bebouwde kom ligt. Is dit zoals bedoeld? Reclamant stelt voor om de fietsers niet rondom de rotonde af te wikkelen, maar separaat ten oosten van de rotonde; 4. Het weggedeelte tussen oostelijke kruispunt en de rotonde zou gezien functie een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom moeten zijn.
De toegang van de energyhub wordt niet verplaatst. Een scheiding tussen vrachtwagenverkeer en het autoverkeer voor de fastfoodrestaurants is vanuit verkeersveiligheid benodigd. Het mengen van beide verkeersstromen is onwenselijk. Bij de verdere civieltechnische uitwerking van de nieuwe wegenstructuur worden de aangedragen punten als aandachtspunten meegenomen bij het ontwerp. Daarnaast draagt goede duidelijke bebording bij aan het verminderen van het risico op spookrijden.
1. Zie reactie bij punt i. 2. Dit betreft de oostelijke afrit. Uit de herberekening van de decelaratie lengte op deze afrit wordt geconcludeerd dat deze voldoet aan de richtlijnen uit het ROA 2019. Dit wordt in het rapport verduidelijkt. 3. Klopt, dit is inderdaad een aandachtpunt bij de verdere civieltechnische uitwerking.
Gegrond: Aanpassing rapport Verkeer en parkeren.
1. Bij de herberekening van deze VRI wordt in het rapport de wachtrijlengte aangeduid. De herberekeningen tonen aan dat de gemiddelde wachtrijlengte niet tot de rotonde reikt. Echter wachtrijlengte van de 95percentiel ligt wel op de rotonde, maar lijkt geen weerslag te hebben op de zuidelijke rijbaan (tussen afrit en rotonde). Het verkeer op de zuidelijk rijbaan kan (bij optreden van de 95-percentiel) ongehinderd naar de Energy hub en de fastfoodrestaurants en verder in oostelijke richting rijden. Daarnaast is de frequentie van voorkomen van het 95percentiel niet continue. Op basis van het voorgaande wordt dit niet als bezwaarlijk gezien. In het rapport wordt dit verduidelijkt. 2. Klopt. In de ontwerpfase wordt dit punt nader bekeken. Dit bestemmingsplan maakt aanpassing mogelijk. 3. Dit punt ligt buiten de bebouwde kom. 4. Dat klopt.
Gegrond: Aanpassing rapport Verkeer en parkeren.
50
m. Een gedegen verkeersstudie moet ten grondslag liggen aan het ontwerpbestemmingsplan.
Ten behoeve van het bestemmingsplan is het verkeersonderzoek ‘Verkeer en parkeren’ uitgevoerd. Het verkeersonderzoek heeft ons inziens voldoende aangetoond dat de ruimte binnen de bestemming Verkeer voldoende is om een passende verkeersafwikkeling te realiseren. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan wordt de bestemming Verkeer rondom de beoogde rotonde verruimd zodat na de vaststelling van het bestemmingsplan meer ruimte is om het ontwerp nader uit te werken / te specificeren.
51
Gegrond: De bestemming Verkeer wordt ter plaatse van de rotonde verruimd.
Bijlage 4 Overwegingen Teteringen, Woonakker
90/129
Wijziging Int erim omgevingsverordening - kaart aanpassingen november 2023 (vast gest eld)
Breda, Teteringen, Woonakker 1.1
Beschrijving van het plan
Het bestemmingsplan Teteringen, Woonakker is een herziening van het geldende bestemmingsplan voor het realiseren van een woonwijk met maximaal 580 woningen ten noorden van de kern Teteringen. Het plan voorziet ook in realisering van natuur en groen.
1.2
Afwijking van Interim omgevingsverordening
Het plangebied heeft een omvang van 22,7 ha waarvan het overgrote deel binnen bestaand stedelijk gebied ligt. Een gebied van 1,1 ha ligt in de groenblauwe mantel. De regels van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IOV) hebben hier als uitgangspunt de ontwikkeling en bescherming van groenblauwe waarden. Onderhavig bestemmingsplan kan geen doorgang vinden zolang het werkingsgebied groenblauwe mantel hier van toepassing is. In het ontwerpplan is daarom in een wijziging van de grens van het stedelijk gebied voorzien in de IOV. Dit is gebaseerd op mogelijkheden die de IOV bevat voor aanpassing van grenzen ten behoeve van bestemmingsplannen.
1.3
Procedure
Het voornemen om ons te verzoeken de grenzen van 'stedelijk gebied' in de IOV voor het gemeentelijk plan aan te passen heeft samen met het gemeentelijk ontwerpplan ter inzage gelegen van 23 juni 2023 tot en met 3 augustus 2023. Gedurende deze termijn was het mogelijk te reageren op het aanpassen van de IOV. Er is één reactie ingezonden tegen deze wijziging van de begrenzingen in de IOV. Daar wordt in paragraaf 1.7 op ingegaan.
1.4
Oordeel t.a.v. verzoek tot herbegrenzing
Wij hebben besloten over te gaan tot het aanpassen van de begrenzingen in de IOV ten behoeve van het gemeentelijk plan. In de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan Woonakker Teteringen' en de daaraan ten grondslag liggende stukken wordt zorgvuldig onderbouwd dat de wijziging van de begrenzing in de IOV noodzakelijk is voor een ontwikkeling die past binnen de uitgangspunten en basisprincipe van deze verordening.
4/22
Wijziging Int erim omgevingsverordening ivm plan Tet eringen, Woonakker, Breda (vast gest eld)
1.5
Wijziging voor de ontwikkelingen in het plan Teteringen,
Woonakker In hoofdstuk 3 van de Interim omgevingsverordening zijn algemene bepalingen opgenomen waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Aan de hand van de uitwerking hiervan in het plan en de toelichting beoordelen wij of ingestemd kan worden met een plan en daarmee ook met het verzoek om grenzen van werkingsgebieden aan te passen voor dat plan. Voor het plan Teteringen, Woonakker komen wij tot een positief oordeel. De wijziging is nodig voor een ontwikkeling die past binnen de uitgangspunten en basisprincipes van deze verordening, waar in deze paragraaf dieper op in wordt gegaan. Door wijziging van de werkingsgebieden wordt gekomen tot een doelmatige uitvoering van de IOV. De gemeente Breda heeft bij het verzoek om herbegrenzing een memo 'motivering herbegrenzing Landelijk gebied naar stedelijk gebied' meegezonden waarin een uitvoerige motivering is gegeven voor de herbegrenzing. Wij kunnen ons vinden in deze motivering, onderschrijven de conclusies en overwegen daarbij het volgende: 1.5.1
Maatschappelijke urgentie
Met de realisatie van maximaal 580 woningen is Woonakker Teteringen één van de locaties die wezenlijk kan bijdragen aan de realisatie van extra woningbouw in de gemeente Breda. Deze locatie is tevensopgenomen in de 'Versnellingsopgave Woningbouw'. Daarnaast geldt dat met de beoogde ontwikkeling van de wijk een meerwaarde voor landschap, natuur en gezondheid wordt gecreëerd. Gelet op het grote tekort aan woningbouw is met dit plan een groot maatschappelijk belang gemoeid, waar wij een zwaar gewicht aan toekennen. Ook in de Omgevingsvisie Breda 2040 wordt aangegeven dat ruim 25.000 woningen worden gebouwd, waarvan circa 15.000 in de periode tot en met 2030. Gelet op deze woningbouwopgave is het noodzakelijk om het plan Woonakker te ontwikkelen. 1.5.2
Huidige gebruik
Het huidige gebruik in het plandeel waar deze herbegrenzing betrekking op heeft is hoofdzakelijk intensief agrarisch (akkers en boomkwekerij). Dit gebruik draagt niet bij aan en heeft geen meerwaarde voor het behoud en de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. De waarde van de status 'groenblauwe mantel' is feitelijk gering. Het gedeelte ten noorden van het deel waarop de herbegrenzing betrekking heeft, is hoofdzakelijk een natuurlijke uilenzone. De uilenzone heeft een sterke ecologische functie voor de steenuil, maar bedient ook andere doelsoorten. Dit deel van het plangebied krijgt de bestemming natuur.
Wijziging Int erim omgevingsverordening ivm plan Tet eringen, Woonakker, Breda (vast gest eld)
5/22
1.5.3
Duurzame stedelijke ontwikkeling
Bij ontwikkelingen in het Stedelijk gebied dient het te gaan om duurzame ontwikkelingen en een zorgvuldig ruimtegebruik. Met Woonakker wordt een nieuwe wijk gerealiseerd waarin een goede omgevingskwaliteit centraal staat en de ambities op het gebied van klimaatadaptatie, duurzame energie, wateropvang, duurzame mobiliteit zijn uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan. De natuurlijke west- en noordrand en de groene zones in de oost-westrichting zorgen voor een fysieke kwaliteitsverbetering van het landschap. Door het toevoegen en versterken van landschapselementen (o.a. de houtwallen) wordt een bijdrage geleverd aan de versterking van de landschapsstructuur en de relatie stad-land. Bovendien ontstaan er nieuwe ecologische verbindingszones en worden er extensieve recreatieve mogelijkheden toegevoegd. Daarmee draagt de wijziging van de grenzen van de werkingsgebieden bij aan de doelen waarvoor de werkingsgebieden zijn opgenomen.
In het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking is voldoende aannemelijk gemaakt dat er binnen 'Stedelijk gebied' geen ruimte bestaat om deze ontwikkeling volledig op te nemen. De gemeente streeft ernaar negentig procent van de woningbouw te realiseren binnen de bebouwde kom. Om ook in de dorpen te kunnen voorzien in de groeiende en veranderende woonbehoefte biedt de gemeente hier ruimte voor een gefaseerde groei van de woningvoorraad middels in- en uitbreiding. Bij de groei van de dorpen Teteringen, Prinsenbeek en Bavel is woningbouw voorzien in het buitengebied, direct grenzend aan de grenzen van de dorpen. In de omgevingsvisie Breda is aangegeven dat de gemeente in Teteringen woningen wil realiseren op de locatie Woonakker.
In het ontwerp wordt rekening gehouden met een duurzame inpassing, waarin een groene woonomgeving centraal staat. Langs de west- en noordrand worden grote delen van het plangebied ingericht als natuur. Deze randen dragen bij aan het tegengaan van hittestress en groenbeleving. Ook door het plangebied worden grotere groenstructuren en landschapselementen toegevoegd van oost naar west met een vergelijkbaar effect. Dit robuuste landschappelijke raamwerk biedt voldoende ruimte voor de opvang, berging en infiltratie van hemelwater. De groene woonomgeving draagt bij aan een gezonde leefomgeving met ruimte voor ontmoeten, bewegen, ommetjes, herkenbaarheid en oriëntatiepunten. Het betreft derhalve een duurzame stedelijke ontwikkeling. 1.5.4
Regionale afstemming
De ontwikkeling is regionaal afgestemd en draagt bij aan het voorzien in de grote behoefte aan nieuwe harde plannen voor woningbouw in de regio, zoals onder andere geschetst in de Brabantse Agenda Wonen.
6/22
Wijziging Int erim omgevingsverordening ivm plan Tet eringen, Woonakker, Breda (vast gest eld)
1.5.5
Lagenbenadering
De Interim omgevingsverordening biedt op basis van artikel 5.3 de mogelijkheid om voor stedelijke ontwikkelingen de grens van het 'Stedelijk gebied' of 'Verstedelijking afweegbaar' aan te passen. Het ligt voor de hand dat in zo'n geval ook op basis van een lagenbenadering onderbouwd moet kunnen worden dat de ontwikkelingsrichting aanvaardbaar is. In hoofdstuk drie van het memo 'motivering herbegrenzingsverzoek landelijk gebied naar stedelijk gebied' is de gemeente op basis van de diep-rond-breed-methodiek uitvoering ingegaan op de lagenbenadering. Wij onderschrijven het memo en zijn van mening dat het plan goed is gemotiveerd op basis van de lagenbenadering. 1.5.6
Zorgvuldig ruimtegebruik
Met Woonakker wordt een nieuwe wijk gerealiseerd waarin een goede omgevingskwaliteit centraal staat en de ambities op het gebied van klimaatadaptatie, duurzame energie, wateropvang, duurzame mobiliteit zijn uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan. De natuurlijke west- en noordrand, maar zeker ook de groene zones in de oost-westrichting, zorgen voor een fysieke kwaliteitsverbetering van het landschap door het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen (o.a. de houtwallen) die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur en de relatie stad-land. Bovendien ontstaan er nieuwe ecologische verbindingszones en worden er extensieve recreatieve mogelijkheden toegevoegd. Daarmee draagt de wijziging van de grenzen van de werkingsgebieden bij aan de doelen waarvoor de werkingsgebieden zijn opgenomen. 1.5.7
Kwaliteitsverbetering van het landschap
Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied dient op grond van het provinciaal beleid een kwaliteitsverbetering van het landschap van 1% van de gronduitgifteprijs te worden geïnvesteerd. De totale uitgifteprijs van de gronden voor Woonakker wordt geraamd op € 35.500.000,- (prijspeil 2023). Op basis hiervan geldt een minimale basisinspanning van € 355.000,-. Bij de ontwikkeling van Woonakker wordt ingezet op de ontwikkeling van circa 6 hectare natuur. De investering hiervoor wordt geraamd op € 3.400.000,-. Dit gaat om de ontwikkeling van natuur zowel binnen als buiten de stedelijke contour. De kosten voor natuurontwikkeling buiten de stedelijke contour (aan de noordzijde van het plangebied) worden geraamd op € 1.300.000,-. Hiermee wordt buiten het (toekomstig) stedelijk gebied een tegenprestatie van ruim 3% geleverd en wordt aan de regeling kwaliteitsverbetering landschap voldaan. Per saldo treedt een verbetering van de kwaliteit van het landschap op. Daarmee draagt de wijziging van de grenzen van de werkingsgebieden bij aan de woningbehoefte en het verbeteren van de stand van de natuur, watersysteem en landschap.
Wijziging Int erim omgevingsverordening ivm plan Tet eringen, Woonakker, Breda (vast gest eld)
7/22
1.5.8
Verzoek tot wijziging werkingsgebied
In het ontwerpbestemmingsplan was uitgegaan van wijziging van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar. Na vaststelling van het plan zouden wij het gebied dan in de omgevingsverordening kunnen duiden als stedelijk gebied. Deze 'tussenstap' is echter niet nodig, gelet op de bevoegdheid om het Stedelijk gebied aan te passen. In overleg met de gemeente is er, vanuit efficiëntie overwegen, voor gekozen om direct de aanduiding Stedelijk gebied op te nemen. Hiervoor hebben wij gemotiveerd waarom het verzoek past binnen de voorwaarden die daaraan in de IOV worden gesteld. 1.5.9
Conclusie
Wij zijn van mening dat wordt voldaan aan de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Met de beoogde kwaliteitsimpuls voor natuur, watersysteem en landschap en de financiële bijdrage aan het landschapsfonds wordt aangesloten bij de principes voor kwaliteitsverbetering van het landschap en versterking van landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel. Ook wordt aan de regels omtrent de bescherming van het grondwater voldaan. De wijziging van de IOV past derhalve binnen de uitgangspunten en basisprincipes van de verordening.
1.6
Overwegingen t.a.v. ingekomen reacties
Er is één zienswijzen ingediend die betrekking heeft op het voorgenomen verzoek tot aanpassing van het stedelijk gebied in de Interim omgevingsverordening. Wij beschouwen de zienswijze van Milieuvereniging De Groene Koepel als mede gericht tegen de herbegrenzing van het stedelijk gebied als gevolg van de in het bestemmingsplan opgenomen woonbestemming.
Samenvatting zienswijzen Het beleid van de gemeente is om 90% van de woningbouw te realiseren binnen het stedelijk gebied door middel van inbreiding, herstructurering en intensief, meervoudig ruimtegebruik en zorgvuldig ruimtegebruik door de transformatie van verouderd stedelijk gebied. Wij zijn van mening dat deze 90% nog bij lange niet gehaald zijn en dat op basis daarvan pas naar uitbreidingslocaties gekeken kan worden als inbreiding niet meer mogelijk is. Dit beleid is reeds lang door de gemeenteraad vastgelegd. Door nu al Woonakker te gaan ontwikkelen is duidelijk gebruik maken van laaghangend fruit, waardoor het ontwikkelen van binnenstedelijke locaties alleen maar moeilijker wordt. Wij vinden het onaanvaardbaar dat er ook nog uitgebreid gaat worden door middel van herbegrenzing in groenblauwe mantel. Dit gaat niet uit van de lagenbenadering en dat mede om die reden wij van mening zijn dat er onvoldoende onderbouwd is dat er voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Overwegingen De gemeente heeft bij de aanvraag om herbegrenzing de concept ''Nota van zienswijzen" meegestuurd. Wij constateren dat in deze nota van zienswijzen de tegen het bestemmingsplan
8/22
Wijziging Int erim omgevingsverordening ivm plan Tet eringen, Woonakker, Breda (vast gest eld)
ingebrachte zienswijzen, die betrekking hebben op de herbegrenzing uitvoerig en zorgvuldig zijn beantwoord. De nota is als bijlage 1 opgenomen. Wij voegen daar het volgende aan toe. De herbegrenzing betreft een beperkt deel van het plan (1.1ha van een plangebied van 22.7 ha). Het overgrote deel van het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied. Anders dan reclamant doet voorkomen, is het overgrote deel niet gelegen in het buitengebied zoals aangegeven in de interim-omgevingsverordening. Het huidige feitelijk gebruik van het te herbegrenzen plandeel is intensief agrarisch en is van natuur- of landschappelijke waarden niet of nauwelijks sprake. Daarentegen zal in de toekomstige situatie ruimhartig worden voorzien in natuurontwikkeling en het aanbrengen en versterken van landschappelijke elementen. In paragraaf 1.6 hebben wij reeds uitvoering gemotiveerd waarom sprake is van een goed plan, dat niet alleen belangen op het gebied van woningbouw dient, maar ook voor natuur- en landschapsontwikkeling. Het gaat dan onder meer om een natuurzone van 6 hectare en enkele groenzones die naast een ecologische functie ook een functie voor waterberging en een recreatieve functie hebben voor de wijk. De groenzones en landschapselementen worden ecologisch beheerd. In de woonvelden wordt natuurinclusief gebouwd en de openbare ruimte natuurinclusief ingericht.
Samengevat komen wij tot de conclusie dat de ingebrachte zienswijzen geen reden zijn om het verzoek om herbegrenzing af te wijzen.
Wijziging Int erim omgevingsverordening ivm plan Tet eringen, Woonakker, Breda (vast gest eld)
9/22
Bijlage 1 Nota van Zienswijzen
Wijziging Int erim omgevingsverordening ivm plan Tet eringen, Woonakker, Breda (vast gest eld)
13/22
ZIENSWIJZENNOTA Bestemmingsplan ‘Teteringen, Woonakker’
Zienswijze De Groene Koepel
17 november 2023
Inleiding Het bestemmingsplan ‘Teteringen, Woonakker’ voorziet in een juridisch-planologische regeling voor de bouw van maximaal 580 woningen aan de noordkant van Teteringen. Voorliggende zienswijzennota hoort bij het bestemmingsplan ‘Teteringen, Woonakker’ en bestaat uit de volgende twee onderdelen: A. Zienswijzennota Deel A betreft de samenvatting en beantwoording van de ontvangen zienswijzen. B. Staat van wijzigingen Deel B bevat het overzicht met de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.
A. Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Teteringen, Woonakker’ Procedure Burgemeester en wethouders van Breda hebben op 23 juni 2022 het ontwerpbestemmingsplan ‘Teteringen, Woonakker’ (NL.IMRO.0758.BP2022220011-ON01) ter inzage gelegd. Gedurende zes weken bestond de mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan. De terinzagelegging liep van 23 juni 2023 tot en met 3 augustus 2023. Er zijn in totaal 42 zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan naar voren gebracht, waaronder 1 zienswijze van De Groene Koepel. De gemeenteraad is het bevoegd gezag om een besluit te nemen op de zienswijzen die zijn ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijzen zijn in deze zienswijzennota samengevat beschreven. Bij iedere beschrijving is de reactie van de gemeente opgenomen. Indien niet alle afzonderlijke onderdelen van de zienswijzen in de samenvatting zijn opgenomen, zijn deze wel in de totale beoordeling meegenomen. In het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn de zienswijzen geanonimiseerd en worden de persoonsgegevens van de indieners van de zienswijzen niet openbaar gemaakt.