CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Bijlage 7 Motivering van het besluit van 28 november 2023 van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.pdf

Raadsvergadering 17 september 2024, gemeente GoirleBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Leijoever (Riel) AANGENOMEN36.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De ondergeschikte en aanverwante functies van het hotel en het recreatieterrein zoals bedoeld met het oppervlak van 1.000 m2 bvo, kunnen faciliteiten/voorzieningen worden gerealiseerd die ondergeschikt zijn aan het hotel of het recreatiepark. De verkeersgeneratie van deze voorzieningen zijn derhalve meegenomen in de verkeersgeneratie van het hotel en de centrale voorzieningen, zoals voortkomend uit het onderzoek verkeer en parkeren. Dit is een terecht punt. Bij de genoemde regel is geen sprake van een bevoegdheid. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan wordt Artikel 12.2.1 dan ook anders vormgegeven. Uit de herberekening van de kruispunten (met de rekentool kruispuntwijzer) wordt geconcludeerd dat de optredende wachtrijlengtes op de op/afritten passend zijn binnen de vigerende verkeersbestemming. Zie voor verdere beantwoording hieromtrent reclamant 17. Het klopt dat alleen een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd. In dat onderzoek is het gehele plangebied van het bestemmingsplan beschouwd. Hieruit komt naar voren dat een (groot) gedeelte van de toekomstige ontsluitingswegenstructuur in het verleden reeds is onderzocht.

16

Gegrond: De regeling in artikel 12.2.1 wordt anders vormgegeven.

bestemmingsplan niet vastgesteld worden. Verder is in de onderzoeksrapportage geen nader asbestonderzoek uitgevoerd. De geschiktheid van de bodem kan daardoor niet worden vastgesteld.

n.

Reclamanten: betreffende de waterparagraaf kan de haalbaarheid pas worden aangetoond als vast staat dat: - De bodem voldoende filterende capaciteit heeft; - Het maaiveld zo loopt dat het hemelwater kan worden geborgen - Dat de infiltratie- en rioleringsvoorzieningen voldoende zijn om hemel- en afvalwater kan worden opgevangen of afgevoerd. Verder zijn de opgesomde bestemmingen niet volledig. Ook zou onvoldoende onderzoek zijn gedaan naar de hydrologie. o. Reclamanten: niet onderbouwd is waarom met 1 veldbezoek eind november ten aanzien van planten is volstaan. Ook is in het bestemmingsplan niet voldoende geborgd dat voldaan wordt aan geadviseerde (preventieve) maatregelen.

Kortom, uit het rapport wordt geconcludeerd dat de aanwezige bodemkwaliteit de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat. In het rapport is aangegeven waar nader onderzoek uitgevoerd dient te worden bij grondwerkzaamheden. Bij de aanleg van de ontsluitingswegen dient een omgevingsvergunning te worden afgegeven. Bij een dergelijke vergunning is het beschikken over een recent bodemonderzoek noodzakelijk. Omdat uit het vooronderzoek naar voren is gekomen dat er asbest aanwezig is dient bij het onderzoek bij de omgevingsvergunning hier onderzoek naar gedaan te worden. De genoemde punten zijn inderdaad zaken die onderzocht moeten worden (zoals voorgeschreven in de conclusie van de waterparagraaf). Echter zijn dit civieltechnische uitwerkingen van de infiltratie- en rioleringsvoorzieningen, dat pas in een later stadium van het proces aan de orde is. De haalbaarheid van het bestemmingsplan staat dit niet in de weg.

Wat betreft het veldonderzoek dient te worden opgemerkt dat oriënterende veldonderzoeken gedurende het gehele jaar kunnen worden geïnitieerd. Deze oriënterende onderzoeken hebben als primair doel vast te stellen of het plangebied potentieel geschikt is voor beschermde plantensoorten. In het geval van een positieve indicatie, wordt vervolgens specifiek onderzoek uitgevoerd volgens de Floronmethodiek. Deze methodiek voorziet in een gestructureerde aanpak om plantensoorten nauwkeurig te inventariseren en te evalueren. Met betrekking tot ecologisch onderzoek wordt na de vergunningverlening een gedetailleerd werkprotocol opgesteld. Dit protocol heeft tot doel de uitvoering van de aanbevolen preventieve maatregelen te waarborgen. Het fungeert als een operationele richtlijn om te verzekeren dat het project wordt uitgevoerd in overeenstemming met de geldende milieunormen en dat schade aan de natuur wordt voorkomen of tot een minimum wordt beperkt. Het onderliggende bestemmingsplan beoogt de schade aan de natuur zo effectief mogelijk te beperken. De uitgevoerde veldonderzoeken en

17

het daaropvolgende ecologische onderzoek spelen een cruciale rol in dit proces. Ze dienen ervoor te zorgen dat alle wettelijke vereisten met betrekking tot natuurbehoud worden nageleefd en dat de natuurlijke omgeving met de grootste zorg wordt behandeld. Op 2 maart 2022 is een aanvraag voor een vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming ingediend. Indien deze aanvraag wordt goedgekeurd, zal dit resulteren in naleving van de wettelijke vereisten zoals vastgelegd in de Wet natuurbescherming.

p.

Reclamanten: ecologisch onderzoek naar het effect van de reclamemast en lichtmasten ontbreekt. Zonder nader onderzoek kan het bestemmingsplan niet vastgesteld worden.

q.

Reclamanten hebben geen inzage gehad in de wijziging van het Natuur Netwerk Brabant.

De ontheffingsaanvraag bevindt zich momenteel in procedure. In het geval van goedkeuring van deze ontheffingsaanvraag zal worden voldaan aan het ecologisch voorbehoud, waardoor het gebruik van de desbetreffende gronden en de realisatie van nieuwe bouwwerken, zoals beoogd in het bestemmingsplan, wettelijk zijn toegestaan. Door Agel adviseurs is in 2018 een Compensatieplan Natuur Netwerk Brabant (NNB) opgesteld. In deze rapportage wordt ingegaan op de effecten van de reclamemast die tegen de A4 zal worden geplaatst en is gericht op de snelweg. Negatieve effecten van licht kan worden voorkomen door de verlichting naar boven te laten schijnen en niet op het NNB. Negatieve effecten op de natuur worden hiermee voorkomen waardoor nader onderzoek niet noodzakelijk is. Door Sweco Nederland is in 2021 een verkennend natuuronderzoek en compensatieplan uitgevoerd. In deze rapportage wordt ook ingegaan op het voorkomen van effecten van licht(masten) op natuur. Aangegeven wordt dat lichteffecten te voorkomen zijn door verlichting te gebruiken dat verstrooiing van verlichting richting de bomen in het plangebied voorkomt. In het rapport is verder aangegeven op welke manier dit kan worden voorkomen. Er kan gekozen worden voor amberkleurige vleermuisvriendelijke verlichting met een zogenaamde human/bat response ratio groter of gelijk aan 45.

Daarnaast kan er gewerkt worden met armaturen die het licht goed richten met een scherpe bundel om onnodige verstrooiing tegen te gaan, met name ledlampen zijn dan geschikt. Deze maatregelen worden opgevolgd bij de ontwikkeling van het Poortgebied. De wijziging van het Natuur Netwerk Brabant is in beeld gebracht op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. Zo zijn de gronden waar beoogd is NNB te verwijderen aangeduid met de gebiedsaanduiding ‘'overige zone – in Interim omgevingsverordening te verwijderen Natuur Netwerk Brabant' en zijn de gronden die toegevoegd worden aan het NNB aangeduid met

18

r.

s.

t.

u.

Reclamanten: het luchtkwaliteitsonderzoek is gebaseerd op het verkeerskundig onderzoek. Hier ontbreekt de 1000 m2 aan het hotel aanverwante en ondergeschikte functies en centrale voorzieningen uit artikel 5.1d. Rapportage is daarmee onvolledig en dus niet representatief. Verwezen wordt naar Richtlijn 96/62 inzake luchtkwaliteit grenswaarden en arrest Janecek. Actueel onderzoek ontbreekt evenals daaraan gerelateerd actieplan om de emissiegrenswaarde c.q. richtwaarde te verlagen. Reclamanten: de rapportage ‘groepsberekening Transportroute A4 en Randweg Noord) is gebaseerd op het verkeerskundig onderzoek. Hier ontbreekt de 1000 m2 aan het hotel aanverwante en ondergeschikte functies en centrale voorzieningen uit artikel 5.1d. Er is daarmee geen sprake van een representatief onderzoek. Reclamanten: er is geen rekening gehouden met de 1000 m2 van het hotel aanverwante en ondergeschikte functies en de centrale voorzieningen in artikel 5.1d. Het bestemmingsplan is in strijd met de handreiking bedrijven en milieuzonering van de VNG.

Reclamanten: in de Risicoanalyse LNG tankstation is geen rekening gehouden met de 1000 m2 van het hotel aanverwante en ondergeschikte functies en de centrale voorzieningen in artikel 5.1d. Bovendien ontbreekt onderzoek naar risico’s voor andere brandstoffen zijnde waterstof en LPG die wel op basis van het bestemmingsplan mogelijk zijn.

de gebiedsaanduiding ‘overige zone – in Interim omgevingsverordening toe te voegen Natuur Netwerk Brabant'. Voor de reactie op het verkeerskundige onderzoek wordt verwezen naar de reactie onder sub j. Met het Janecek arrest heeft Het Hof bepaald dat dat direct betrokken burgers bij gevaar voor overschrijding van de geldende milieunormen een actieplan tegen luchtvervuiling kunnen eisen. Uit het onderzoek luchtkwaliteit komt naar voren dat voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5 ruimschoots voldoen aan de gestelde grenswaarden voor die stoffen, waardoor het geen noodzaak is voor het opstellen van een actieplan tegen luchtvervuiling.

De aanverwante en ondergeschikte functies voor de reactiewoningen en centrale voorzieningen van het hotel zijn ondersteunend. Dit leidt niet tot extra populatie in het hotel en het recreatiegebied dan waar nu rekening mee is gehouden in de groepsrisicoberekeningen. Het onderzoek is daarmee representatief.

Artikel 1.23 beschrijft de definitie van een hotel. Hier wordt ook beschreven wat wordt verstaan aan aanverwante en ondergeschikte functies. De daarin genoemde sportscholen vallen conform de handreiking onder categorie 2, dit is aangepast in de toelichting. Dit betekent een richtafstand van 30 meter tot een gevoelig object, hier wordt aan voldaan. Alle overige aanverwante en ondergeschikte functies als benoemd in artikel 1.23 zijn niet vermeld in de handreiking en hierdoor ook niet in strijd met de handreiking. De ondergeschikte en aanverwante functies van het hotel en het recreatieterrein zoals bedoeld met het oppervlak van 1.000 m2 bvo, kunnen faciliteiten/voorzieningen worden gerealiseerd die ondergeschikt zijn aan het hotel of het recreatiepark. In de uitgevoerde QRA zijn het hotel en het recreatieterrein opgenomen met de diverse aanwezige personen. Zo ook de personen die gebruik maken van de ondergeschikte en aanverwante functies. Gezien de afstanden valt het hotel buiten veiligheidszones pr en gr en daarmee buiten het invloedsgebied. LNG heeft een grotere PR en GR contour ten opzichte van waterstof of LPG. Tevens is de ruimte binnen de ontwikkeling voor dit soort installaties beperkt. Wanneer een waterstof of LPG installatie komt, gaat dit ten koste van de LNG installatie. Op de locatie is het daarmee dus

19

Gegrond: In de toelichting worden sportscholen aangepast naar categorie 2

v.

Reclamanten: op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes en besluit risico’s zware ongevallen dient onderzocht te worden of de externe veiligheid is geborgd wanneer een calamiteit plaatsvindt bij het tankstation. w. Reclamanten vragen welke zorgvoorschriften worden genomen om het brandgevaar in het natuurgebied te voorkomen. Ook vragen reclamanten hoe snel de hulpdiensten ter plaatse zijn en of er voldoende bluswater is. Deze aspecten zijn onvoldoende onderzocht. Ook het advies van de brandweer op het bestemmingsplan ontbreekt.

niet mogelijk zowel een LNG installatie en een LPG of waterstof installatie te plaatsen. Overigens heeft nader onderzoek aangetoond dat een waterstofinstallatie op de locatie passend is binnen de geldende richtlijnen. De energyhub valt niet onder het BRZO en niet onder het BEVT. Wel valt de energyhub onder het BEVI. Hiervoor is de voorgeschreven QRA opgesteld.

Onduidelijk is welke zorgvoorschriften reclamant bedoeld. Het voorkomen van brandgevaar in natuurgebieden is lastig en nooit tot 0 te brengen. In de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Bergen op Zoom is een rookverbod in bossen en natuurterreinen opgenomen. Daarnaast is het met een aanwijzingsbesluit mogelijk om betredings- en verblijfsverboden vast te stellen. Momenteel zijn er al diverse ondergrondse brandkranen in het gebied aanwezig (zie onderstaande afbeelding).

Binnen het plangebied van het bestemmingsplan zullen aanvullende bluswatervoorzieningen benodigd zijn. De definitieve positie en uitvoering wordt door de Veiligheidsregio/Brandweer beoordeeld in de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Ook wordt op dat moment nader advies uitgebracht over de energyhub.

x.

Reclamanten: in het akoestisch onderzoek is geen rekening gehouden met de 1000 m2 van het hotel aanverwante en ondergeschikte functies en de centrale voorzieningen in artikel 5.1d. Ook bevat de rapportage de volgende tekortkomingen:

De installatie van de energyhub moet volgens een vergunning aan de PGS 33 moeten voldoen. Hier zijn de diverse eisen ten aanzien van brandveiligheid en voorzieningen opgenomen onder hoofdstuk 7.8.4 met de diverse maatregelen. De opmerking omtrent de aanverwante en ondergeschikte functies en de centrale voorzieningen van het hotel leiden niet tot een extra verkeerstoename t.o.v. hetgeen dat is aangegeven in het verkeersonderzoek. (zie ook de reactie onder sub j).

20

De verwijzing naar artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 dient artikel 3.3 te zijn. - Op welke wijze is geborgd dat de maximumsnelheid niet hoger ligt dan 50 km/uur? - De geluidsoverschrijding op het perceel betreft een ernstige verslechtering. Een toelichting waarom deze verslechtering acceptabel wordt geacht, ontbreekt. Ook wordt niet onderbouwd waarom het treffen van geluidswerende maatregelen niet kosten efficiënt is. - Niet meegenomen is het op korte afstand gebruik van de grond ten behoeve van het hotel (denk aan terras met speeltuin) waarvan de impact op het woon- en leefklimaat groot is. Reclamanten: de stikstofeffecten in de bouw- en aanlegfase zijn niet meegenomen. Een toename van stikstofdepositie zorgt voor verslechtering van de biodiversiteit in de natuur direct rondom de woning en voor aantasting van de natuur in de directe woon- en leefomgeving. Ook zijn een aantal voorzieningen niet meegenomen in het verkeersonderzoek waardoor het stikstofrapport onjuiste berekening bevat. -

y.

z.

Reclamanten: in de m.e.r. beoordeling en de onderliggende rapportages is geen rekening gehouden met de 1000 m2 van het hotel aanverwante en ondergeschikte functies en de centrale voorzieningen in artikel 5.1d. Verder is bij het gebouw van de energyhub niet geduid of dit een bruto vloeroppervlakte of gebruiksoppervlakte betreft. Daarnaast is het stikstofonderzoek niet volledig en biedt de gebruikte salderingsregeling) een instandhoudinsregel) geen verbetering voor de natuur op. In het plan moet uitgewerkt worden welke activiteiten bijdragen aan het terugdringen van stikstof.

Een hotel, een Energy hub en een fastfoodrestaurant worden niet genoemd in de aansturingstabel die behoort bij artikel 3.3. Om deze reden is dit artikel niet van toepassing en wordt teruggegrepen naar artikel 3.2, dat ingaat op de minimale karakteristieke geluidwering die een gevel dient te hebben. De snelheidsborging voor de nieuwe wegen wordt bij de verdere verkeerskundige uitwerking betrokken. Uit paragraaf 5.6 van de toelichting van het bestemmingsplan blijkt dat het hotel beschikt over een richtafstand van 10 meter. Binnen deze richtafstand zijn geen bestaande woningen gelegen. Daarmee wordt voldoet het hotel aan het aspect bedrijven en milieuzonering en is nader onderzoek niet benodigd. Om deze reden wordt een onderzoek naar stemgeluid vanwege het terras en speeltuin niet nodig geacht. Doordat de bouwvrijstelling voor de aanlegfase is komen te vervallen is op 28.02-23 de aanlegfase (weer) toegevoegd aan het stikstofrapport en is gerekend met de vigerende versie van AERIUS Calculator. Daarnaast is op 10-07-2023 een aanvulling gedaan met betrekking tot natuurcompensatie. Het onderzoek is bijgevoegd bij het bestemmingsplan. De opmerking omtrent de aanverwante en ondergeschikte functies en de centrale voorzieningen van het hotel leiden niet tot een extra verkeerstoename t.o.v. hetgeen dat is aangegeven in het verkeersonderzoek. (zie ook opmerking j).

Doordat de bouwvrijstelling voor de aanlegfase is komen te vervallen is op 28.02-23 de aanlegfase (weer) toegevoegd aan het stikstofrapport en is gerekend met de vigerende versie van AERIUS Calculator. Daarnaast is op 10-07-2023 een aanvulling gedaan met betrekking tot natuurcompensatie. Het onderzoek is bijgevoegd bij het bestemmingsplan. De hotel aanverwante en ondergeschikte functies en de centrale voorzieningen maken geen deel uit van het besluit m.e.r. Hierdoor zijn ze niet beoordelingsplichtig. Wel is er getoetst op D.10 over hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen. De conclusie die getrokken is, betreft dat het geen aanzienlijke milieueffecten worden verwacht, deze conclusie kan niet worden weerlegd op de genoemde zienswijze. Verder gaat het om het BVO (Bruto Vloer Oppervlakte), dit wordt aangepast in de regels.

21

Gegrond: Artikel 6.3.2 sub c en d wordt toegevoegd dat het gaat om bruto vloer oppervlakte. De stikstofrapportage is aangepast.

aa. Reclamanten: er is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van omwonenden. De afstand tot het hotel bedraagt 50 meter. Op minder dan 40 meter kan de grond gebruikt worden ten behoeve van het hotel (bijv. terras met speeltuin). Een stedelijke voorziening met deze omvang is niet passend in een groene omgeving. Er zal sprake zijn van een aanzienlijke aantasting van privacy en uitzicht evenals geluidsen parkeeroverlast. De impact op het woon- en leefklimaat is groot; natuur, stikstof, schaduwwerking, privacy. Uit de stukken blijkt niet of en hoe dit belang is meegewogen in de totale afweging.

bb. Reclamanten: ten onrechte is geen rekening gehouden naar de schaduwwerking en ontnemen van bezonning. Dit mede in verband met een hotel van 46 meter hoog op een afstand van 80 meter van de woning.

cc. Reclamanten: ten onrechte is geen onderzoek gedaan naar de schending van de privacy en welke maatregelen getroffen kunnen worden om de schending ervan te voorkomen c.q. beperken.

De saldering is een onlosmakelijk onderdeel van het bestemmingsplan, waardoor de maatregelen hiermee voldoende geborgd zijn. Middels diverse omgevingsonderzoeken is inzicht verkregen in de invloed van de beoogde ontwikkeling op de omgeving. Hieruit blijken deze niet te resulteren in onevenredige impact vanuit planologisch relevante aspecten naar het perceel van reclamant. Bij de inpassing van de plannen zijn de belangen van reclamant meegenomen en is zoveel mogelijk rekening gehouden met het perceel. In het plan is een strook Natuur opgenomen als landschappelijke afscheiding van de functies in het Poortgebied. Verder is het hotel ten opzichte van eerdere plannen zuidelijker gesitueerd. De afstand van het hotel tot aan de woning van reclamant bedraagt daarmee 74 meter. Geconcludeerd moet worden dat naar aanleiding van de uitgevoerde onderzoeken zoals de sectorale onderzoeken als de studies naar bezonning en privacy er in de totale belangenafweging geen groter gewicht hoeft te worden toegekend dan aan de belangen die met de realisering van de ontwikkeling aan de orde zijn. Er is middels een bezonningsstudie inzicht verkregen in de invloed van de realisatie van het hotel op het perceel van reclamant. De bezonningsstudie is als bijlage bij de Nota van Zienswijzen gevoegd. Conclusie is dat er sprake is van schaduwwerking op de woning in het vooren najaar tussen 16.30 en 17.00 uur.

Echter gezien de bestaande bomen in natuurzone tussen het perceel van het hotel en het perceel van reclamant, in die periode ook in blad staan, vindt in de huidige situatie reeds schaduwwerking op de woning plaats. Het beoogde hotel heeft daarmee geen verslechtering van de bezonningsituatie tot gevolg. De afstand van de woning van reclamant tot het bouwvlak van het hotel bedraagt circa 74 meter. De afstand tot aan de bestemming Recreatie bedraagt circa 49 meter. Tussen de bestemming Recreatie en het perceel van Reclamant is een groenstrook gelegen met een breedte van circa 7 meter. Middels een computersimulatie is inzicht verkregen in het zicht vanuit de woning van reclamant op het hotel. Deze simulatie is als bijlage bij voorliggende Nota van Zienswijzen gevoegd. Uit het onderzoek volgt dat er sprake is van een aantasting van de privacy. Beoogd is de aantasting waar mogelijk te beperken. Enerzijds door de afstand van het hotel tot de woning zo ruim mogelijk te maken, circa 74 meter. Het bouwvlak van het hotel is ten opzichte van eerdere plannen richting het zuiden verplaatst, tegenover het bijgebouw waardoor deze niet meer recht tegenover de woning is gesitueerd.

22

dd. Reclamanten: een onderbouwing voor de ontsluitingsweg gesitueerd aan de oostzijde van het perceel ontbreekt. Er ligt al een goede ontsluitingsweg. Er zou gebruik gemaakt kunnen worden van de bestaande zuidelijk weg. Verder vragen reclamanten wat er gebeurt met het fiets- en voetpad westelijk van het perceel en tussen het geplande hotel.

ee. Reclamanten: er heeft geen onderzoek plaatsgevonden naar de cumulatieve lichtstraling op de omgeving, de overlast hiervan en welke maatregelen getroffen kunnen worden om de overlast te voorkomen c.q. beperken. Bovendien is niet aannemelijk gemaakt dat het plaatsen van lichtmasten (van 18 meter) noodzakelijk is. Er zou volstaan kunnen worden met normale lichtmasten van 6 meter.

Verder bieden de bestaande bomen in de groenstrook tussen het beoogde hotel en het perceel van reclamant ook een grote mate van afscherming/beperking van het zicht vanuit het hotel op het perceel. Deze groenzone wordt met de bestemming Natuur beschermd. Door de afstand, de situering en de bestaande groenzone is ons inziens geen sprake van een onevenredige aantasting van de privacy. De ontsluitingsweg aan de oostzijde van het perceel van reclamanten betreft de nieuwe ontsluiting van de noordzijde van het gebied alsmede is het de verbeterede ontsluiting richting het achterland van het Landschapspark. Door de aanpak van het landschapspark met bijbehorende functies zal het aantal bezoekers toenemen en daarmee het aantal verkeersbewegingen in het gebied. De bestaande wegen (zoals de Bemmelenberg) in het gebied zijn niet - of minder geschikt voor grotere hoeveelheden verkeer. Bovendien is op dit moment het gebied aan de noordzijde alleen via de Moerstraatsebaan te bereiken. Dit betreft geen optimale ontsluiting vanuit de stad Bergen op Zoom en vanuit de Rijksweg. De nieuwe ontsluitingsweg zorgt voor een betere verbinding tussen de stad, de Bergsche heide en de Rijksweg A4 en verbetert de bereikbaarheid van het gebied aan zich.

De nieuwe ontsluitingsstructuur krijgt daarmee een belangrijke functie om de toestroom van recreanten te geleiden en clusteren waarna deze zich verspreiden over de Brabantse Wal. Bestaande wegen worden daarbij ontlast. Het bestaande fiets- en voetpad gelegen tussen het perceel van reclamant en het hotel betreft geen formeel voet- en fietspad maar een onverhard bospad. Dit bospad zal voor zover mogelijk worden gehandhaafd tot aan de nieuwe ontsluitingsweg (nabij de geplande rotonde). Daar zal het pad worden aangesloten op de openbare weg. Het deel ten zuiden van de nieuwe ontsluitingsweg valt binnen het te ontwikkelen gebied en zal komen te vervallen. De hoogte van de lichtmasten binnen de diverse bestemmingen zijn overgenomen uit de vigerende planologische bestemmingsplannen. Deze hoogten worden standaard gehanteerd binnen de diverse bestemmingen in het buitengebied van Bergen op Zoom. Dergelijke hoogtes zijn in sommige gevallen in het kader van veiligheid noodzakelijk. Om lichthinder van de masten te beperken, worden de lichtmasten gericht op de functies in het poortgebied. Verder worden tussen de functies en de omgeving lage opgaande planting voorgestaan. In combinatie met de grote afstand van de

23

ff.

Reclamanten: het plaatsen van een lichtmast van 40 meter rijmt niet met de woonfunctie in de nabije omgeving en leidt tot aanzienlijke horizonvervuiling. De mate van horizonvervuiling is niet onderzocht. Een beeldeffectrapportage is hiervoor op zijn plaats. Ook is geen onderzoek gedaan naar mogelijke geluidsoverlast door de mast en de schaduweffecten op de omgeving. Verder is de noodzakelijkheid van de mast (evenals de hoogte ervan) niet gemotiveerd.

gg. Reclamanten verzoeken in het bestemmingsplan op te nemen dat alle horecavoorzieningen van 23:00 tot 7:00 uur gesloten dienen te zijn. Dit in verband met geluids- en parkeeroverlast.

hh. Reclamanten: De in artikel 16 opgenomen algemene wijzigingsregels leiden tot zeer forse verruiming van de planologische mogelijkheden, zonder voorwaarden ter bescherming van omwonenden. Dergelijke ruime wijzigingsbevoegdheid is onwenselijk en niet onderbouwd. Ook is de wijzigingsbevoegdheid onvoldoende objectief begrensd. De bevoegdheid kan niet gehandhaafd blijven.

ii.

Reclamanten: de in artikel 5.4 opgenomen afwijkingsmogelijkheid voor de bouwregels is onvoldoende objectief begrensd en er is geen rekening gehouden met belangen van omliggende percelen.

functies in het poortgebied voorkomt de laag opgaande beplanting in combinatie met de bestaande bomen lichthinder naar het perceel van reclamant. Er is een mastmeting uitgevoerd. (Bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan). Deze is naar aanleiding van de zienswijzen aangevuld. Op basis van deze meting blijkt dat vanuit het oogpunt van zichtbaarheid de in het bestemmingsplan toegestane hoogte van 40 meter noodzakelijk is. De afstand van de locatie van het perceel van reclamant tot de verwijzingsmast is groot, circa 230 meter. Hierdoor is geen sprake van eventuele geluidsoverlast en schaduweffecten. Ter illustratie is een zonnestudie uitgevoerd naar deze mast. Deze is opgenomen in de bijlage van voorliggende Nota van Zienswijzen. In basis zijn openingstijden van horecabedrijven geen dusdanig ruimtelijk relevant aspect dat deze worden vastgelegd in een bestemmingsplan. De 24 uurs openstelling van tankstations en wegrestaurants zijn geregeld in de landelijke regeling ’Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet’. Gezien de relatief grote afstand van de woning tot aan het parkeren ten behoeve van het hotel (circa 68 meter) en de fastfoodrestaurants (circa 185 meter) en de daartussen gelegen strook Natuur met bomen zal de geluidsoverlast zeer beperkt zijn. Er is daarmee geen sprake van een onevenredige impact wat het opnemen van regelgeving inzake openingstijden vereist.

De in artikel 16 opgenomen algemene wijzigingsregels betreffen regels om middels een wijzigingsprocedure een beperkte wijziging in situering en maatvoering van bestemmings- en of bouwgrenzen door te voeren. De hieraan gestelde voorwaarden worden daarbij benoemd, zoals dat het acceptabel is uit milieuhygiënisch oogpunt. Het betreft echter een bevoegdheid. Bij het opstellen van het wijzigingsplan en het doorlopen van de wijzigingsprocedure wordt beoordeeld of de gewenste wijziging nadelige impact op omwonenden heeft. Van daaruit vindt de belangenafweging plaats. Ten aanzien artikel 16 sub b. achten we terecht dat de gestelde 20% te ruim is. Naar aanleiding van de zienswijze wordt bij de vaststelling van het bestemmingsplan gewijzigd naar 10%. Dit conform vergelijkbare bestemmingsplannen in directe omgeving. De in artikel 5.4 opgenomen afwijkingsregel ziet toe op het onder voorwaarden afwijken van de bouwhoogte van de fastfoodrestaurants met maximaal 2 meter (van 8 naar 10). De regel is voldoende begrensd. Gezien de voorwaarden en dat daarnaast de fastfoodrestaurants op ruime afstand van omliggende percelen zijn gesitueerd, zal het afwijken van de bouwhoogte geen

24

Gegrond: De omgevingsdialoog wordt opgenomen als voorwaarde en in artikel 16 sub b. wordt 20% aangepast naar 10%.

jj.

Reclamanten: artikel 5.1.b juncto artikel 1.23 zijn onvoldoende objectief begrensd. Behoefte is niet onderbouwd. Omschrijving dient ingeperkt te worden. Voor de begrippen ‘ondergeschikte horeca’ en ‘ondergeschikte detailhandel’ zou een maximum percentage en maximum aantal m2 opgenomen moeten worden. Ook wordt verzocht de bijbehorende faciliteiten van het hotel te maximeren in aantallen en omvang. kk. Reclamanten verzoeken artikel 5.1 onder c de mogelijkheid voor recreatieve voorzieningen te schrappen omdat er geen behoefte aan is, noch dit niet onderbouwd is qua milieu - en mobiliteitsaspecten. ll. Reclamanten: artikel 5.1.d (centrale voorzieningen) is onvoldoende objectief begrensd. De behoefte en de aanvaardbaarheid is niet onderbouwd.

mm. Reclamanten verzoeken om het restaurant wat in artikel 5.1.d. mogelijk wordt gemaakt te schrappen. Aan 3 restaurants is geen behoefte en de aanvaardbaarheid is niet onderzocht. nn. Reclamanten: in het verkeersonderzoek is een casino van 1000 m2 opgenomen. Deze mogelijkheid staat niet in het bestemmingsplan en andere onderzoeken. oo. Reclamanten: de bestemmingen Recreatie en Verkeer zijn rechtsonzeker omdat de rechtsbasis van de artikelen 5.2 en 6.2 omgevingskwaliteitseisen niet helder is.

pp. Reclamanten: in artikel 4.4, 5.7 en 6.7 kunnen wijzigingen aangebracht

nadelige impact hebben op deze omliggende percelen. Er bestaat geen aanleiding tot aanpassing van de regeling. Niet wordt aangegeven waarom reclamant deze mening is toegedaan. Het begrip ‘ondergeschikte detailhandel’ is juist nader gedefinieerd in de regels om duidelijk aan te geven wat hiermee is beoogd. Op deze wijze is ondergeschiktheid van de horeca en detailhandelsfunctie voldoende geborgd. Er wordt daarom geen aanleiding gezien een maximum percentage en maximum aantal m2 toe te voegen. Bovendien heeft de aard van de bedrijfsvoering van een hotel in zich dat horeca en detailhandel ondergeschikte en ondersteunende activiteiten zijn. Het is correct dat recreatieve voorzieningen niet nader zijn onderbouwd. Dit omdat deze geen onderdeel uitmaken van de beoogde plannen. Bij de vaststelling wordt in de regels verduidelijkt dat het enkel gaat om verblijfsrecreatieve voorzieningen. De benoemde centrale voorzieningen betreffen bestaande planologische rechten. Bij een bedrijfsmatige exploitatie van verblijfsrecreatieve voorzieningen zijn centrale voorzieningen zoals een receptie benodigd. De benoemde functies betreffen ondergeschikte functies aan de verblijfsrecreatieve voorzieningen. Omdat de functies niet zelfstandig functioneren worden deze niet gezien als stedelijke ontwikkeling en hoeft de behoefte niet te worden aangetoond.

Om scherp te stellen dat het ondersteunende en ondergeschikte functies betreffen wordt dit in de regels verder verduidelijkt. Zoals hierboven reeds geduid betreffen de genoemde centrale voorzieningen waaronder een restaurant bestaande planologische rechten.

Het uitgevoerde verkeersonderzoek betreft een zogenaamd worstcase scenario. Een casino maakt op dit moment geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Om die reden is deze in de andere sectorale onderzoeken dan ook niet expliciet meegenomen. De rechtsbasis voor het opnemen van regels inzake omgevingskwaliteitseisen is gelegen in het Besluit Chw, artikel 7c. Dit besluit biedt mogelijkheden om regels op te nemen om de kwaliteit in de toekomst te waarborgen. Omdat de ontwikkeling van het landschapspark organisch plaats gaat vinden is het belangrijk de omgevingskwaliteit van het landschapspark te borgen om daarmee te zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. In de betreffende artikelen wordt geduid op de gronden welke uit het NNB verwijderd dienen te

25

Gegrond: De haakjes in artikel 5.1 sub c. worden geschrapt. Gegrond: In artikel 5.1.d worden de termen ondergeschikt en ondersteunend opgenomen.

worden in de Verordening Ruimte van de provincie. Dit kan niet middels vaststelling van een bestemmingsplan omdat de Provincie bevoegd gezag is.

qq. Reclamanten: artikel 12.3 zorgt voor onvoldoende bescherming voor de beschermde diersoorten en is onvoldoende concreet omschreven. Ook is het artikel enkel gericht op omgevingsvergunningplichtige activiteiten terwijl andere activiteiten ook kunnen leiden tot ernstige verstoring. Zonder nader onderzoek kan het bestemmingsplan niet vastgesteld worden.

rr.

Reclamanten: in het bestemmingsplan is niet ingegaan op de economische uitvoerbaarheid. Bovendien is het kostenverhaalaspect onvoldoende onderbouwd.

ss. Reclamanten: De planschaderisicoanalyse ontbreekt bij de bijlagen van het bestemmingsplan.

Reclamant 6 Ontvangstdatum: 22-01-2023, 2301-2023 en 24-01-2023 Inhoud zienswijze:

worden. Dit gebeurt aan de hand van een herbegrenzingsverzoek aan de Provincie Noord Brabant. Conform de Interim Omgevingsverordening van de provincie worden de gronden welke uit het NNB verwijderd dienen te worden concreet in het ontwerpbestemmingsplan aangeduid met de gebiedsaanduiding ‘overig zone – in Interim Omgevingsverordening te verwijderen Natuur Netwerk Brabant.” Op 2 maart 2022 is een vergunningaanvraag ingediend conform artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming. Bij goedkeuring van deze aanvraag zal worden voldaan aan de geldende wettelijke vereisten zoals uiteengezet in de Wet natuurbescherming. Op basis van artikel 7c van de Crisis- en herstelwet is het toegestaan om dit gedetailleerde onderzoek door te schuiven. Dit betekent dat het onderzoek nog niet hoeft te zijn afgerond/de ontheffing niet hoeft te zijn verleend, voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Wel dienen beide te zijn afgerond voordat de omgevingsvergunning voor bouwen is verleend. Een ontheffing wordt aangevraagd en het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen in de vorm van vervangende verblijfplaatsen worden uitgevoerd. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt in paragraaf 7.1 ingegaan op de economische uitvoerbaarheid. Met initiatiefnemer zijn afspraken gemaakt over de beoogde ontwikkeling, welke zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst.

Op 6 september 2022 is een addendum op de anterieure overeenkomst gesloten waarmee afspraken zijn gemaakt over de planprocedure alsmede de kosten. De economische uitvoerbaarheid is daarmee voldoende geborgd. De tekst in paragraaf 7.1 wordt hier op aangevuld. (zie ook ABRvS 26 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU1635, r.o. 2.13.3). Ten aanzien van het bestemmingsplan is een planschaderisicoanalyse niet noodzakelijk. Indien reclamant van mening is schade te leiden, kan een planschadeverzoek worden ingediend bij de gemeente. Een verzoek om planschade kan worden ingediend nadat het bestemmingsplan waarop de schade betrekking heeft onherroepelijk is. Overigens is in het kader van de financiële uitvoerbaarheid in een overeenkomst met de initiatiefnemer vastgelegd dat eventuele planschade voor zijn rekening komt. Ongegrond Beantwoording gemeente:

26

Wijziging BP

a.

Reclamanten hebben bezwaren tegen de energyhub op korte afstand van hun recreatiewoningen. Gesteld wordt dat er geen noodzaak is voor de LNG installatie gezien de type brandstof en dat op korte afstand (in Roosendaal) reeds een LNG station in operatief is.

b.

Reclamant: er is geen afdoende risicoanalyse gedaan naar de gevaren voor de omgeving en de ervaringen van de brandweer zijn onderbelicht. In de zomer verblijven er een paar honderd mensen op de percelen Struik- en Dopheide. De bezwaren van andere belanghebbende hieromtrent worden gesteund. Reclamant verzoekt om een aardenwal aan de achterzijde van de percelen aan de Dopheide. Dit om geluidsoverlast tegen te gaan en een barrière op te werpen bij calamiteiten van het LNG station.

c.

d.

Reclamanten: de (reclame)lichtmast gaat de omgeving verlichten en de nachtrust van mens en dier verstoren. Zal sprake zijn van een ernstige vorm van lichtvervuiling. *aanvulling dopheide 7: verzoek om de lichtmast te verlagen naar 10 meter en de lichten om 22:00 uur te doven.

De energyhub richt zich voornamelijk op (duurzame brandstoffen voor) vrachtverkeer. Binnen Europa wordt al een aantal jaren gewerkt aan de realisatie van ‘blue corridors’. Dat zijn routes door Europa waar binnen een bepaalde afstandsnorm voldoende tankgelegenheden zijn voor vrachtverkeer met duurzame brandstoffen. De Energy Hub Poortgebied maakt onderdeel uit van de blue corridor op de route Antwerpen – Rotterdam. LNG is op dit moment een duurzame brandstof voor het vrachtverkeer. Indien in de toekomst vrachtwagens met waterstofmotoren en brandstofcellen op de markt komen, wordt bekeken of de LNG installatie vervangen kan worden door een waterstofinstallatie. Het bestemmingsplan maakt het inzetten van waterstof in de toekomst mogelijk. In het kader van het bestemmingsplan is voor de ontwikkeling een QRA uitgevoerd. In deze QRA is rekening gehouden met de aanwezige personen en de recreatie in het omliggend gebied, zoals de percelen aan de Stuikheide en Dopheide. De aanwezige personen zijn meegenomen in de groepsrisicoberekening. Hieruit volgt dat het groepsrisico kleiner is dan de oriëntatiewaarde (grens). Gezien de afstand van de Energyhub tot de locatie van perceel van reclamant, in combinatie met de uitgevoerde onderzoeken, valt te concluderen dat geen onevenredige overlast zal plaatsvinden. Aan de richtafstanden die gelden vanuit geluid wordt voldaan.

Vanuit het aspect externe veiligheid blijkt ook geen aanleiding tot het treffen van fysieke maatregelen zoals een aardenwal. De door reclamant gevraagde aardenwal is gewenst in de groenzone tussen de energyhub en de fastfoodrestaurants en de recreatiewoningen. Deze gronden hebben de bestemming Groen gekregen welke het realiseren van een aardenwal mogelijk maakt. Bij nadere uitwerking van de plannen en daarmee de invulling van deze groenzone kunnen initiatiefnemer en reclamant hierover nader afspraken maken. Er is een mastmeting uitgevoerd. (Bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan). Deze is naar aanleiding van de zienswijzen aangevuld. Op basis van deze meting blijkt dat vanuit het oogpunt van zichtbaarheid de in het bestemmingsplan toegestane hoogte van 40 meter noodzakelijk is. De mast zal worden verlicht, waarbij de verlichting naar boven schijnt en niet op het Natuur Netwerk Brabant. Verder worden de LED-borden naar de snelwegzijde gericht en bevinden zich aan de achterzijde

27

hiervan geen lichtbron, waardoor deze niet schijnt op het achterliggend gebied. Verder past de verlichting zich aan de seizoensen weeromstandigheden, gaat de verlichting van de 2 LED-schermen dagelijks om 00:00 uur uit en de verlichting in de verwijzing naar de fastfoodrestaurants direct na sluitingstijd van de fastfoodrestaurants. Ten aanzien van de effecten van het licht op de omgeving is daarnaast een lichtstudie uitgevoerd. Deze treft u in de bijlage van voorliggende Nota van Zienswijzen in. Gezien het bovenstaande en de afstand van de verwijzingsmast tot de percelen aan de Dopheide / Vredenburg van minimaal circa 180 meter zal geen sprake zijn van een onevenredige lichthinder.

e.

Reclamanten: rust in de natuur wordt nog verder verstoord. Verder worden problemen van zwerfvuil, lawaai en overlast van verkeer aangekaart.

Door Sweco Nederland is in 2021 een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd. In deze rapportage wordt ook ingegaan op het voorkomen van effecten van licht(masten) op natuur. Aangeven wordt dat lichteffecten te voorkomen zijn door verlichting te gebruiken dat verstrooiing van verlichting richting de bomen in het plangebied voorkomen. In het rapport is verder aangegeven op welke manier dit kan worden voorkomen. Er kan gekozen worden voor amberkleurige vleermuisvriendelijke verlichting met een zogenaamde human/bat response ratio groter of gelijk aan 45. Daarnaast kan er gewerkt worden met armaturen die het licht goed richten met een scherpe bundel om onnodige verstrooiing tegen te gaan, met name ledlampen zijn dan geschikt. De betreffende maatregelen worden vastgelegd in het ecologisch werkprotocol. Middels diverse omgevingsonderzoeken is inzicht verkregen in de invloed van de beoogde functies op de omgeving. Hieruit blijken deze niet te resulteren in onevenredige overlast vanuit planologisch relevante aspecten naar de percelen van reclamanten. De ontwikkeling van het Poortgebied draagt bij aan de recreatieve zonering van het landschapspark. Dit betekent dat stedelijke functies worden gecentreerd in het Poortgebied waardoor verder richting het oosten in het landschapspark het rustiger wordt en ten goede komt aan natuur.

Om zwerfafval tegen te gaan wordt voor de vaststelling van het bestemmingsplan met de ondernemers/ontwikkelaars in het Poortgebied een overeenkomst gesloten waarin afspraken worden gemaakt over onder meer zwerfafval.

28

f.

Reclamanten: De weg Vredenburg mag niet aan de openbaarheid onttrokken worden. Dit is vastgelegd in akten.

g.

Reclamanten: De Bemmelenberg en Moervaart mogen niet aan de openbaarheid onttrokken worden. In het gebied zijn in zomermaanden honderden mensen aanwezig waarvoor de toegangswegen nodig zijn.

Tevens wordt tussen de horeca-vestigingen en de percelen van reclamanten een brede groenzone ingericht. Nadere bestudering van de ingebrachte zienswijze en onderzoek in het kadaster leert dat het recht van uitweg waaraan gerefereerd wordt, ziet op de situatie van voor begin 2000. Begin 2000 is de “eigen weg” waarop de erfdienstbaarheden ziet overgedragen aan de gemeente en is de weg openbaar geworden. Het bestemmingsplan verandert daar niets aan. Zie antwoord reclamant 5, punt g.

Reclamant 7 Ontvangstdatum: 23-01-2023 Inhoud zienswijze: a. Reclamant verwijst naar eerder ingediende zienswijze van 8 september 2018.

b.

Reclamant: Energyhub is te dicht op nabijgelegen recreatiewoningen gesitueerd. Bezwaren hierover vanuit andere bewoners van Dopen Struikheide worden ondersteund.

c.

Reclamant: Stikstofproblematiek en lichtvervuiling zullen enorme invloed hebben op mens en dier. Ook het zwerfafval zal toenemen.

Deels gegrond / deels ongegrond Beantwoording gemeente: De genoemde zienswijze van 8 september 2018 is bekend. De zienswijze is in 2019 beantwoord in een Nota van commentaar welke naar reclamant is toegezonden. Hiermee is reeds voldoende ingegaan op de daarin aangedragen punten. De afstand tussen de energyhub en de nabijgelegen recreatiewoningen bedraagt minimaal 40 meter. De LNG installatie is gelegen op een grotere afstand, namelijk op meer dan 100 meter. Hiermee zijn de recreatiewoningen gelegen buiten de ‘veiligheidszone – pr’. Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt voorgesteld het vulpunt 15 meter naar het noorden te verschuiven waardoor ook de ‘veiligheidszone – pr’ noordelijker komt te liggen, daarmee op grotere afstand tot de recreatiewoningen. In de uitgevoerde QRA is rekening gehouden met aanwezige personen in de Dopheide en Struikheide. De aanwezige personen zijn meegenomen in de groepsrisicoberekening. Hieruit volgt dat het groepsrisico kleiner is dan de oriëntatiewaarde (grens). Er bestaat daarmee geen aanleiding te concluderen dat er sprake is van een onevenredig impact en dat de energyhub te dicht op de recreatiewoningen is gesitueerd. Uw zorgen omtrent de impact van stikstofproblemen en lichtvervuiling op zowel mens als dier zijn begrijpelijk.

Doordat de bouwvrijstelling voor de aanlegfase is komen te vervallen is op 28.02-23 de aanlegfase (weer) toegevoegd aan het stikstofrapport en is gerekend met de vigerende versie van AERIUS Calculator. Daarnaast is op

29

Wijziging BP

Gegrond Het vulpunt wordt 15 meter naar het noorden verplaatst.

10-07-2023 een aanvulling gedaan met betrekking tot natuurcompensatie. Het onderzoek is bijgevoegd bij het bestemmingsplan. In het kader van natuurbescherming is uitvoerig onderzoek gedaan naar de impact van het project op de natuur en omgeving. Om te voldoen aan de juridisch wettelijke vereisten is een aanvraag ingediend voor een vergunning bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Deze aanvraag heeft betrekking op artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming en is bedoeld om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling Poortgebied Bergsche Heide voldoet aan alle wettelijke vereisten met betrekking tot natuurbescherming en stikstofemissie. Om zwerfafval tegen te gaan wordt voor de vaststelling van het bestemmingsplan met de ondernemers/ontwikkelaars in het Poortgebied een convenant gesloten waarin afspraken worden gemaakt over ondermeer zwerfafval. Tevens wordt tussen de horeca-vestigingen en de percelen van reclamanten een brede groenzone ingericht. Door Agel adviseurs is in 2018 een Compensatieplan Natuur Netwerk Brabant (NNB). In deze rapportage wordt ingegaan op de effecten van de reclamemast die tegen de A4 zal worden geplaatst en is gericht op de snelweg. Negatieve effecten van licht kan worden voorkomen de verlichting naar boven te laten schijnen en niet op het NNB.

Negatieve effecten op de natuur worden hiermee voorkomen waardoor nader onderzoek niet noodzakelijk is. Door Sweco Nederland is in 2021 een verkennend natuuronderzoek en een compensatieplan uitgevoerd. In deze rapportage wordt ook ingegaan op het voorkomen van effecten van licht(masten) op natuur. Aangeven wordt dat lichteffecten te voorkomen zijn door verlichting te gebruiken dat verstrooiing van verlichting richting de bomen in het plangebied voorkomen. In het rapport is verder aangegeven op welke manier dit kan worden voorkomen. Er kan gekozen worden voor amberkleurige vleermuisvriendelijke verlichting met een zogenaamde human/bat response ratio groter of gelijk aan 45. Daarnaast kan er gewerkt worden met armaturen die het licht goed richten met een scherpe bundel om onnodige verstrooiing tegen te gaan, met name ledlampen zijn dan geschikt. Deze maatregelen worden geborgd in het ecologisch werkprotocol.

30

d.

e.

Reclamant: recht van overpad is opgenomen in de eigendomsaktes. De Dop- en struikheide moeten ten allen tijden bereikbaar zijn voor hulpdiensten en bewoners. Reclamant stelt gemeente aansprakelijk bij schade voorkomend uit het plan.

Reclamant 8 Ontvangstdatum: 23-01-2023 Inhoud zienswijze: a. Reclamant geeft aan dat een perceelsgebonden erfdienstbaarheid ligt over de weg Vredenburg om deze uit te oefenen in beide richtingen ter breedte van 4 meter. Zonder overleg zijn diverse verzwaringen gemaakt in of op de weg en de weg is niet overal 4 meter breed. b. Reclamant verzoekt de Bemmelenberg niet af te sluiten voor autoverkeer in verband met bereikbaarheid van de percelen. c. Reclamant verneemt graag waarom zij niet uitgenodigd zijn voor vergaderingen.

Reclamant 9 Ontvangstdatum: 24-01-2023 Inhoud zienswijze: a. Reclamant: een tankstation voor vrachtwagens en extra fastfoodrestaurants op deze locatie van groen en recreatie is ongewenst.

Zie het antwoord bij reclamant 6 sub f.

Niet duidelijk uit de zienswijze wordt voor welke schade zij de gemeente aansprakelijk kunnen gaan stellen. Indien schade toeziet op waardevermindering van hun eigendom dan kunnen zij hiervoor bij de gemeente een planschadeverzoek indienen. Een verzoek om planschade kan worden ingediend nadat het bestemmingsplan waarop de schade betrekking heeft onherroepelijk is. Ongegrond Beantwoording gemeente: Zie het antwoord bij reclamant 6 sub f.

Wijziging BP

Bij afsluiting van de Bemmelenberg voor autoverkeer blijven belendende percelen die bereikbaar zijn via de Bemmelenberg – Vredenburg wel bereikbaar. De initiatiefnemer heeft in het kader van de ontwikkeling voor alle belanghebbenden en geïnteresseerden een inloopavond georganiseerd op 17 november 2021 in Restaurant Moerstede (Vogelenzang 5 te Bergen op Zoom). Helaas heeft door de aangescherpte corona-maatregelen de inloopavond geen doorgang kunnen vinden. Alle omwonenden zijn daarover per brief van 15 november 2021 geïnformeerd. De uitnodiging voor de inloopavond en de brief over de annulering zijn door initiatiefnemer verzonden. We betreuren dat u aangeeft de brief met de uitnodiging en later de afzegging niet te hebben ontvangen. Ongegrond Beantwoording gemeente: Het gebied maakt onderdeel uit van het Landschapspark Bergsche heide – een van de toegangspoorten naar de Brabantse Wal. Met de ontwikkeling van het Landschapspark is beoogd het huidige verrommelde recreatiegebied weer aantrekkelijk te maken door om te vormen naar een kwalitatief hoogwaardig park. De natuur moet worden versterkt en de beleefbaarheid moet worden

31

Wijziging BP

b.

Reclamant stelt dat bestemmingsplan Buitengebied Oost 3e herziening gehandhaafd dient te blijven en dan specifiek de groenzone.

c.

Reclamant stelt dat geen beroep gedaan meer kan worden op de Crisis- en herstelwet gezien LNG geen duurzame energie meer betreft. Het plan voldoet niet aan de categorieën van projecten uit bijlage 1 van de Crisis- en herstelwet.

d.

Reclamant: er wordt getracht onder de m.e.r. plicht uit te komen. Dit gezien tegenstrijdige informatie in het plan en het genomen besluit inzake de m.e.r. beoordeling.

vergroot. Dit vraagt om investeringen in natuur, de aanleg van nieuwe routestructuren en voldoende ondersteunende functies in het gebied. De fastfoodrestaurants dragen bij aan verlenging van de duur van het bezoek aan het Landschapspark en de Brabantse Wal. Ook de Energyhub betreft een faciliteit in het landschapspark en heeft daarnaast gezien de ligging nabij de snelweg een belangrijke functie binnen de Europese blue corridor. De in het bestemmingsplan Buitengebied Oost 3e herziening” opgenomen groenzone is destijds opgenomen als bufferzone tussen fruitteelt op het aangrenzende agrarisch perceel en nieuw geplande recreatiewoningen op het aan de noordzijde aangrenzende perceel. Initiatiefnemer is nu eigenaar van het perceel waar de groenzone onderdeel van uitmaakt en beoogt dit perceel te herontwikkelen naar een functie (energyhub) die geen bescherming van de groenstrook behoeft. Weliswaar wordt de energyhub in een deel van de bestemming groen uit het vigerende bestemmingsplan gerealiseerd, maar er komt ook extra groen voor terug om te zorgen dat er sprake kan zijn van een goede landschappelijke inpassing. Ten noordoosten van het perceel van reclamant wordt de groenzone vergroot. Verder bedraagt de afstand tussen de energyhub en de recreatiewoning van reclamant nog steeds circa 47 meter. Een groenzone van deze omvang heeft een afschermende werking.

Toepassing van de Crisis – en Herstelwet is geen keuze die de gemeente zelf kan maken. De wet geldt wanneer een ontwikkeling/project voldoet aan artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Chw en wordt genoemd in bijlage 1 of bijlage 2 van de wet. In bijlage 1 staat bij 11.4; de aanleg en uitbreiding van tankstations met installaties voor het afleveren van CNG, LNG, L-CNG en andere alternatieve brandstoffen aan voertuigen voor goederenen personentransport“. De ontwikkeling van een energyhub met ondermeer CNG voldoet aan deze bepaling waardoor de wet nog steeds van toepassing is. In subparagraaf 1.3.3 van de aanmeldingsnotitie wordt geconcludeerd dat als gevolg van de passende beoordeling een PlanMER nodig is. Vervolgens wordt in die paragraaf op grond van artikel 3 Besluit m.e.r. onderbouwd dat in dit geval volstaan kan worden met een plan-m.e.r.-beoordeling. De in subparagraaf 1.3.3 getrokken conclusie dat een PlanMER nodig is komt te vervallen omdat er geen sprake meer is van een

32

e.

Op 21 december 2021 is door de Raad van State uitspraak gedaan inzake de kapvergunning en herbeplanting op compensatiegronden.

f.

Reclamant: de in het plan opgenomen reclamemast geeft lichtvervuiling en betreft niet een representatieve entree. Reclamant: het gesloten convenant is niet in overeenstemming met de huidige regels van de Rijksoverheid inzake stikstofreductie. Stikstofruimte die ontstaat moet in eerste plaats ten goede komen aan herstel van de natuur. Het gebruik van de stikstofrechten van een stierenfokkerij moet dus ten goede komen van de natuur en niet aan het plan. Reclamant heeft bewaar tegen het compenseren op grote afstand van de locatie waar de bomen worden gekapt wegens aantasting van de directe omgeving.

g.

h.

passende beoordeling. De beschreven toelichting op het gebruik van artikel 3 Besluit m.e.r. doet daarmee niet meer ter zake. Door het toevoegen van de twee compensatiegebieden aan het planvoornemen, worden effecten op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden gemitigeerd. Hier is dus sprake van een verbetering ten opzichte van het eerdere planvoornemen. De compensatie van NNB gebied was reeds voldoende, maar wordt door de twee extra gebieden verder verbeterd. Ook hier is dus sprake van een verbetering ten opzichte van de eerdere situatie. Alle andere in de aanmeldingsnotitie beschreven effecten veranderen niet als gevolg van de twee extra compensatiegebieden. Dat betekent dat met de aanpassing van het planvoornemen de eindconclusie van de aanmeldingsnotitie niet verandert: er ontstaan als gevolg van het planvoornemen als gevolg van het planvoornemen geen aanzienlijke milieueffecten. Eind 2019 vernietigde de Raad van State het bestemmingsplan "Poortgebied,". In dezelfde periode is met het oog op de ontwikkeling de Provincie Noord Brabant toestemming gevraagd om op andere locatie aan de herplantplicht te voldoen dan in het ontwikkelgebied. Doordat het bestemmingsplan is vernietigd is daarmee de grondslag van dit verleende besluit komen te ontvallen. De ontheffing is vervolgens door de rechtbank op formele gronden vernietigd.

Na vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan, zal een hernieuwde aanvraag worden ingediend. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat deze als dan niet verleend zal worden. Zie het antwoord bij reclamant 6 sub d.

Het inzetten van stikstofrechten van de stierenfokkerij is op dit moment niet meer van toepassing. De situatie is gewijzigd waardoor het bedrijf aan de Bergsebaan 88 niet meer wordt ingezet als externe salderingsbron. Deze wijziging heeft geleid tot een herziening van de benadering ten aanzien van stikstofruimte.

Volgens artikel 4.5, lid 1 van de Wet natuurbescherming kan Gedeputeerde Staten een ontheffing verlenen op artikel 4.3, lid 1 om op dezelfde grond binnen 3 jaar na kap her te planten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het gebruikelijk dat van eerst genoemde artikel

33

gebruik wordt gemaakt omdat door ruimtebeslag van de ontwikkeling het (vaak) niet mogelijk is om op dezelfde grond her te planten.

i.

Reclamant heeft bezwaar tegen afsluiten van wegen in verband met zorgen over bereikbaarheid van het perceel voor hulpdiensten en beperking van het aantal mogelijke vluchtroutes.

j.

Reclamant acht de LNG-installatie een gevaarlijke installatie die dicht nabij het perceel wordt gesitueerd. De volledige informatie inzake de eigenschappen van LNG zijn onbekend. LNG is niet zichtbaar en reukloos en kan met vermenging van 20-30% met lucht exploderen. Dit afhankelijk van temperatuur, wind en vochtigheid. Ontstekingsbronnen op korte afstand zijn niet meegenomen in de risicoanalyse. Een hoge aardenwal waar eerder met de gemeente over is gesproken zou gezien de ligging van het perceel weinig zin hebben.

k.

Reclamant: Bij de risicoinventarisatie is Dopheide onterecht buiten beschouwing gelaten.

l.

Reclamant: verblijfsklimaat wordt aangetast door geluidsoverlast van verkeersbewegingen en tankende vrachtwagens.

Weliswaar verdwijnt een deel van het bestaande groen in de directe omgeving van reclamant. Dit wordt elders gecompenseerd zodat nieuwe natuur het Natuur Netwerk Brabant versterkt. Verder komt in de directe nabijheid van het perceel van reclamant ook nieuw groen. Ten noordoosten van het perceel van reclamant wordt de groenzone vergroot. Voor hulpdiensten komt ter hoogte van het nieuw aan te leggen parkeerterrein nabij de Bemmelenberg een calamiteiten doorgang, zodat het gebied Bergse Heide e.o. via deze kant bereikbaar blijft voor hulpdiensten. Verder blijft de bereikbaarheid van het perceel van reclamant geborgd. De bestaande hoofdwegen blijven open voor bestemmingsverkeer en daarmee ook voor hulpverleningsdiensten. Ten aanzien van het bestemmingsplan zijn middels een QRA de mogelijke risico’s in beeld gebracht. Voor de LNG installatie geldt een PGS 33 richtlijn. Hierin staan regels met het oog op het waarborgen van de veiligheid voor de omgeving. Hierbij spelen omgevingsfactoren een rol en er wordt dan ook rekening gehouden met interne en externe veiligheidsafstanden. Rond de technische installaties waar een kans is op lekkages, is een ATEX zonering van toepassing. Deze ATEX zonering dient minimaal 3 meter uit de erfgrens te zijn gelegen en hierin wordt vastgelegd dat er binnen die zone geen ontstekingsbronnen zijn gesitueerd.

In voorliggend plan bevindt deze zich op meer dan 10 meter van de dichtstbij gelegen erfgrens en voldoet daarmee. Ontstekingsbronnen op het perceel van reclamant, op een afstand van circa 100 meter van de installatie hebben daarmee geen invloed op de LNG installatie. In het kader van het bestemmingsplan is voor de ontwikkeling een QRA uitgevoerd. In deze QRA is rekening gehouden met de aanwezige personen en de recreatie in het omliggend gebied, zoals de percelen aan de Stuikheide en Dopheide. De aanwezige personen zijn meegenomen in de groepsrisicoberekening. Ten aanzien van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het plan voldoet aan de wettelijke normen en dat het plan geen hinder oplevert die de uitvoering van maatregelen noodzakelijk maakt. Daarnaast dienen de betreffende inrichtingen te voldoen aan de geluidnormen conform het activiteitenbesluit welke bij de

34

m. Reclamant: verblijfsklimaat wordt aangetast door luchtvervuiling n. Reclamant: verblijfsklimaat wordt aangetast door lichtvervuiling vanwege reclamemast, verkeersverlichting en koplampen vrachtwagens.

o.

Reclamant: verblijfsklimaat wordt aangetast door overlast eters en van verpakkingsafval van de fastfoodrestaurants.

gebruiksvergunning dient te worden aangeleverd ten einde een goed woon- en leefklimaat in de directe omgeving te kunnen waarborgen. Gezien daarnaast de afstand tot het perceel circa 55 meter bedraagt met daartussen gelegen een groenzone zal geen sprake zijn van onevenredige geluidshinder. Zie het antwoord bij reclamant 5 sub r. Zie het antwoord bij reclamant 6 sub d. Om lichthinder van de lichtmasten en verkeer te beperken, worden de lichtmasten gericht op de functies in het poortgebied en worden tussen de functies en de omgeving laag opgaande planting voorgestaan. Hiermee wordt lichthinder voor reclamant voorkomen. Tussen het perceel van reclamant en de gronden met de energyhub en fastfoodrestaurants is bovendien een groenzone voorzien. Zoals in het landschappelijk inpassingsplan (bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan) is terug te zien is aan de rand van de groenzone, grenzend aan het perceel van reclamant voorzien in beplantingsvakken met daarin bestaande en nieuw te planten bomen inclusief lage opgaande beplanting. Om overlast door verpakkingsafval in het landschapspark in te perken wordt met de eigenaar/beheerder van de gronden van de fastfoodrestaurants een afvalconvenant gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over het schoonmaken van de omgeving.

Reclamant 10 Ontvangstdatum: 24-01-2023 Inhoud zienswijze: a. Reclamant: niet duidelijk is gemaakt waarom het noodzakelijk is dat de Bemmelenberg wordt afgesloten. De voorgenomen afsluiting is problematisch. b. Het ontwerpvaststellingsbesluit voor afsluiten Moervaart is op 19 mei 2021 ter inzage gelegd. Reclamant heeft een zienswijze hiertegen ingediend omdat de afsluiting vervelend en ingrijpend is. De afsluiting zou gekoppeld zijn aan de ontwikkeling van het Poortgebied. Door afsluiting wordt de binnenstad en werk moeilijker bereikbaar per auto. Ook zal reclamant moeten omrijden wat tijd en geld kost. De huidige afsluiting van de Delweg heeft het woon-werkverkeer al bemoeilijkt. Door ook afsluiting van de Bemmelenberg heeft reclamant nog

Ongegrond Beantwoording gemeente: Zie het antwoord bij reclamant 5, punt g.

Het klopt dat het ontwerp verkeersbesluit ter inzage is gelegd en dat hierop zienswijzen zijn ingediend. De afhandeling van deze zienswijzen is opgeschort tot na vaststelling van voorliggend bestemmingsplan, omdat de Moervaart geen onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan. Tot die tijd verandert er niets aan de huidige situatie. Bij de behandeling van de zienswijzen op het ontwerp verkeersbesluit nemen wij dit punt van reclamant mee. Sec het afsluiten van de Bemmelenberg zorgt voor een acceptabel en bereikbaar wegennet.

35

Wijziging BP

c.

d.

e.

maar één alternatieve route van en naar huis. Reclamant: als de Bemmelenberg, Moervaart en Delweg afgesloten zijn dan moeten automobilisten omrijden via andere wegen waardoor verkeeropstoppingen en congesties komen, waardoor het moeilijker zou worden de Bergsebaan te bereiken. Verwezen wordt naar het Rapport Verkeer en parkeren juli 2022. Hierin wordt bevestigd dat als gevolg van het Poortgebied er meer verkeer komt op omliggend wegennet. De ontsluiting van het gebied is aangewezen op de Bemmelenberg, Moervaart en Bergsebaan/ Ruytershoveweg. Afsluiten van de Bemmelenberg zou de problematiek enkel groter maken. Reclamant heeft grote zorgen over de bereikbaarheid van hulpdiensten door afsluiten van de wegen. Dit heeft negatieve impact op de reactietijd van hulpdiensten. Al bewezen zou zijn dat in de huidige situatie de brandweer moeite heeft gehad tijdig te arriveren bij diverse incidenten. Verwezen wordt naar het advies van de brandweer inzake de afsluiting van de Moervaart.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1666/documents/27813