07 Bijlage 7 Motivering van het besluit van 28 november 2023 van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.pdf
Tekst van het document
Of de waterloop in het verleden al op deze locatie lag en of deze eerder wel of niet gemeanderd heeft is niet doorslaggevend. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt en bezien vanuit de geschiktheid van de ondergrond is het weliswaar vaak wenselijk en praktisch om zoveel mogelijk oude situaties te herstellen, maar dit is geen harde voorwaarde. Uiteindelijk gaat het erom de ecologische verbindingszone c.q. waterloop op een vanuit ecologisch oogpunt geschikte en duurzame manier vorm te geven. Wij zijn van oordeel dat dit hier het geval is.
Bijlage 3 Overwegingen Poortgebied Bergsche Heide en ontsluitingsweg 2022
32/129
Wijziging Int erim omgevingsverordening - kaart aanpassingen november 2023 (vast gest eld)
Bergen op Zoom, Poortgebied Bergsche Heide 1.1
Beschrijving van het plan
Het bestemmingsplan Poortgebied Bergsche Heide is een herziening van het geldende bestemmingsplan waarbij een integrale gebiedsontwikkeling wordt beoogd aan de noordkant van de Brabantse Wal. Daarbij is het doel om dit gebied te laten functioneren als recreatieve poort tot de Brabantse wal. Met de ontwikkeling wordt een zonering voorgestaan van west naar oost, met concentratie van horecavoorzieningen, een energyhub en recreatieve functies nabij de A4/A58, aan de westzijde van dit gebied en natuur- en landschapsontwikkeling aan de oostzijde van dit gebied.
1.2
Afwijking van Interim omgevingsverordening
Delen van gronden aan de westzijde van het plangebied waar de bestemming recreatie, groen en verkeer zijn voorzien, ten behoeve van de recreatieve functies voor dit gebied, vallen samen met de gronden waarvoor in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IOV) het Natuur Netwerk Brabant (hierna: NNB) is opgenomen. De regels van de IOV hebben hier als uitgangspunt de ontwikkeling en bescherming van natuur. Onderhavig bestemmingsplan kan geen doorgang vinden zolang het werkingsgebied NNB hier van toepassing is. In het ontwerpplan is daarom in een wijziging van de grens van het NNB voorzien in de IOV. Dit is gebaseerd op mogelijkheden die de IOV bevat voor aanpassing van grenzen ten behoeve van bestemmingsplannen. Meer informatie hierover is opgenomen in paragraaf 1.4 en 1.5.
1.3
Procedure
Het voornemen om ons te verzoeken de grenzen van 'Natuur Netwerk Brabant' (NNB) in de IOV voor het gemeentelijk plan aan te passen heeft samen met het gemeentelijk ontwerpplan ter inzage gelegen van 15 december 2022 tot en met 25 januari 2023. Gedurende deze termijn was het mogelijk te reageren op het aanpassen van de IOV. Er zijn reacties ingezonden in verband met deze wijziging van de begrenzingen in de IOV.
1.4
Oordeel t.a.v. verzoek tot herbegrenzing
Wij hebben besloten over te gaan tot het aanpassen van de begrenzingen in de IOV ten behoeve van het gemeentelijk plan. In de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan Poortgebied Bergsche Heide en de daaraan ten grondslag liggende stukken wordt zorgvuldig onderbouwd dat aan de regels behorend bij een verzoek om wijziging van het Natuur Netwerk Brabant met toepassing van de saldobenadering wordt voldaan. Planologisch is dit op een juiste wijze door vertaald in het ontwerp van het gemeentelijk plan dat daarmee voldoet aan de daaraan gestelde regels in de IOV. De ecologische samenhang van het Natuur Netwerk Brabant wordt verbeterd en de
4/112
Wijziging Int erim omgevingsverordening ivm plan Poort gebied Bergsche heide 2022, Bergen op Zoom (vast gest eld)
kwalitatieve en kwantitatieve ambities van het Natuur Netwerk Brabant worden behouden of versterkt. In de volgende paragrafen gaan wij hier verder op in.
1.5
Toetsing voorwaarden saldobenadering
In het bestemmingsplan wordt toepassing gegeven aan de saldobenadering, zoals opgenomen in artikel 3.20 van de IOV. In onderstaande subparagrafen wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan voldoet aan de verschillende voorwaarden zoals opgenomen bij dit artikel. 1.5.1
Visie over samenhangende plannen/ projecten/ handelingen
Voor toepassing van de saldobenadering dient de gemeente een visie te hebben op de ontwikkelingen binnen het betrokken gebied, waarbij ze in samenhang bezien worden en die tot doel heeft een grotere kwaliteitswinst voor meerdere functies, waaronder de natuur, te bereiken. Het moet gaan om een combinatie van onderling samenhangende plannen, projecten of handelingen waarvan één of enkele afzonderlijk een negatief effect hebben op het Natuur Netwerk Brabant, maar waarvan de gecombineerde uitvoering leidt tot een verbetering van de kwaliteit of kwantiteit van het Natuur Netwerk Brabant als geheel. Hier beschrijven we kort op welke wijze aan deze voorwaarden is voldaan. In de Toelichting bij het bestemmingsplan en de bijlage Landschapsplan Poortgebied Bergsche Heide, is toegelicht dat onderhavige ontwikkeling voortvloeit uit de Structuurvisie Bergen op Zoom (vastgesteld in 2011). In de Structuurvisie is aangegeven dat de gemeente het merk Brabantse Wal meer bekendheid wil geven. Om de Brabantse Wal verder te versterken is het project 'De Zoom' aangemeld voor de 'Landschappen van Allure'. Landschappen van Allure was een investeringsprogramma voor natuur- en landschapsprojecten in Het Groene Woud, De Maashorst en De Brabantse Wal.
Onderdeel van het project 'De Zoom' zijn vier gebiedsontwikkelingen, de zogenaamde parels aan De Zoom: Landgoed Lievensberg, Bergsche Heide, Landgoed Wouwse Plantage en Landgoed Visdonk. Deze gebieden dienen als recreatieve poort. Doel van de clustering van recreatieve voorzieningen in poorten is om de rust in de rest van de Brabantse Wal te behouden en de recreatiedruk op het gebied beter te verdelen. De ontwikkeling van een recreatieve poort, in de vorm van Landschapspark Bergsche Heide past in deze beleidsdoelen en bovengenoemde context. Met deze voorgenomen Landschapspark ontwikkeling wordt een recreatieve poort ontwikkeld, waarbij de meer intensieve horecafuncties en de energyhub worden geconcentreerd langs de A4 en verder oostwaarts de bestaande recreatieve voorzieningen worden gerevitaliseerd, de infrastructuur aangepast met extra beplanting langs de ontsluitingsstructuur, parkeervoorzieningen en worden er fiets- en wandelverbindingen in het plan opgenomen. Dit met als doel om de recreatieve druk richting het oosten geleidelijk af te laten nemen. Deze integrale visie waarbij de ontwikkelingen binnen dit gebied in samenhang worden gezien, vormt onderlegger voor de kwaliteitswinst van dit gebied en de herbegrenzing van het NNB met toepassing van de saldobenadering.
Als gevolg van de ontwikkeling van het 'Poortgebied Bergsche Heide' komt een deel van gebieden van het Natuur Netwerk Brabant (NNB) te vervallen. Voor de compensatie voor het vervallen
Wijziging Int erim omgevingsverordening ivm plan Poort gebied Bergsche heide 2022, Bergen op Zoom (vast gest eld)
5/112
van de percelen gelegen in het NNB, centraal gelegen in het Poortgebied, wordt ten noorden en ten oosten van het Poortgebied in het Landschapspark nieuw NNB toegevoegd in het beekdal van de Kraggeloop. In bijlage 1 Oplegnotitie Natuurcompensatieplan Bergsche Heide is het herbegrenzingsverzoek inclusief de uit te werken natuurcompensatie nader uitgewerkt. Daarbij is aangegeven dat de ontwikkeling van de ontsluitingsweg, het bosparkeren en de boomhutten plaats vinden binnen het NNB en leidt tot aantasting van het NNB. Dit heeft geleid tot een voorstel tot herbegrenzing en compensatie van het NNB-gebied. De herbegrenzing bestaat uit een voorstel voor het toevoegen van NNB als een voorstel om het bestaande NNB in te richten, namelijk de inrichting met natuurdoeltypen die in het beeksysteem van de Kraggeloop passen. Na een intensief traject van vooroverleg en afstemming is ambtelijk overeenstemming bereikt om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te maken via herbegrenzing met toepassing van de saldobenadering. Dit omdat er sprake is van een integrale visie op het gebied, waarbij er sprake is van meerdere projecten en handelingen, waarmee zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het NNB op dit gebiedsniveau wordt versterkt.
In de volgende paragraaf wordt dieper ingegaan op de compensatie van de aantasting van het NNB en waarom de ontwikkelingen per saldo tot een robuuste hoogwaardige invulling van dit beekdal en een verbetering van de samenhang van het NNB leiden. 1.5.2
Compensatie
De gemeente heeft gekozen voor fysieke compensatie. In de volgende paragraaf wordt hierop ingegaan.
Natuurcompensatie ter realisering van niet eerder aangewezen NNB De gemeente Bergen op Zoom kiest ervoor om de compensatieopgave die voorkomt uit het project, bestaande uit aantasting van 18.764 m2 'droog bos met productie' (N16.03) inclusief externe werking 8.333 m2 totaal 27.097 m2 te realiseren nabij het beekdal de Kraggeloop. In overleg met Brabants Landschap is besproken om een ecologische verbindingszone in het gebied te creëren om het NNB daar robuuster te maken. Daartoe zijn een tweetal percelen aangekocht met een agrarische bestemming, welke worden ingericht ten behoeve van een natuur bestemming voor totaal 45.000 m2 (natuurcompensatie). De beoogde natuurcompensatie voldoet daarmee ruimschoots aan de compensatieopgave (27.097 m2 ) conform de richtlijnen binnen de provinciale Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. De natuurcompensatie voor het bestemmingsplan wordt voor het noordelijke gelegen perceel ingezet om het verloren gegane bos te herstellen, omdat naaldbomen veel water onttrekken, worden op advies van het Waterschap, geen naaldbomen aangeplant. Het bos zal daarom worden ingericht met 100 % loofbomen (eiken). Binnen het zuidelijk gelegen perceel krijgt de aanwezige Kraggeloop een natuurvriendelijke oever, zal er broekbos worden aangelegd langs de watergangen en wordt het overige open landschap ingericht als kruiden- en faunarijk grasland.
6/112
Wijziging Int erim omgevingsverordening ivm plan Poort gebied Bergsche heide 2022, Bergen op Zoom (vast gest eld)
Zoals in de toelichting van het compensatieplan bij het bestemmingsplan wordt aangegeven betreft het NNB dat verwijderd wordt delen grond, welke thans deels in gebruik zijn voor openbare- en recreatieve doeleinden en deels versnipperd liggen te midden van de bestaande recreatieve functies in het poortgebied. De aangekochte compensatiepercelen voorzien ruimschoots in de kwantitatieve compensatieopgave en leiden tevens tot een kwalitatieve verbetering, omdat er langs de Kraggeloop een meer robuuste natuurstructuur kan worden bereikt. De compensatie is op een goede manier geborgd in het bestemmingsplan door opname van een juist geformuleerde voorwaardelijke verplichting en passende bestemming (Natuur). 1.5.3
Verzoek tot wijziging werkingsgebied NNB
Nadat het verzoek om herbegrenzing van het NNB en het natuurcompensatieplan ter inzage heeft gelegen is de gemeente voornemens het plan op een beperkt aantal onderdelen gewijzigd vast te stellen. Onderdeel hiervan betreft het voornemen om een drietal extra percelen met agrarische bestemming aan het plangebied toe te voegen. Deze percelen zullen bij de vaststelling van het bestemmingsplan een natuur bestemming krijgen. Hoewel deze toe te voegen percelen niet bij de natuurcompensatieopgave horen wenst de gemeente deze percelen toch bij het NNB toe te voegen. In het kader van dit herbegrenzingsbesluit vindt hierover geen besluitvorming plaats. Volgend jaar zal dit in het kader van een ambtshalve beoordeling in de jaarlijkse actualiseringsronde nader afgewogen worden.
1.6
Overwegingen t.a.v. ingekomen reacties
Er zijn zienswijzen ingediend die betrekking hebben op het voorgenomen verzoek tot aanpassing van het NNB in de Interim omgevingsverordening. De gemeente heeft ons de conceptnota beantwoording zienswijzen toegestuurd waarin de zienswijzen die betrekking hebben op de herbegrenzing beantwoord en weerlegd worden. De nota is opgenomen als bijlage 1. Hier gaan we aanvullend in op een aantal specifieke reacties op de herbegrenzing: Eén van de reacties is gericht op een procedure-aspect, waarbij is aangegeven dat de aanduiding 'te verwijderen NNB' geen onderdeel kan zijn van een ontwerpbestemmingsplan. In beginsel is dat juist. Bij de publicatie van het ontwerp-bestemmingsplan is melding gemaakt van het voornemen de provincie te verzoeken om herbegrenzing van het NNB. Dit is een geldende procedure op grond waarvan, voor specifieke bestemmingsplannen het NNB kan worden aangepast. Dit herbegrenzingsbesluit voorziet daarin. Een andere reactie is gericht op het perceel waarvoor het NNB wordt verwijderd, omdat dit perceel wordt gebruikt als openbare ruimte en overloopterrein. Omdat dit perceel op grond van het vigerende bestemmingsplan al ten behoeve van recreatief en openbaar gebruik is bestemd zijn wij met de gemeente van oordeel dat het NNB hier eraf kan, omdat het bestaande gebruik op termijn niet verenigbaar is met een NNB- aanduiding.
Er zijn reacties gericht tegen de aangewezen natuurcompensatiepercelen langs de Kraggeloop, omdat deze nog niet aan de voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor compensatie in het kader van de interne saldering stikstof. De percelen waar het hierover gaat, zijn bedoeld voor natuurcompensatie voor de aantasting van het NNB en
Wijziging Int erim omgevingsverordening ivm plan Poort gebied Bergsche heide 2022, Bergen op Zoom (vast gest eld)
7/112
voldoen aan de daaraan geldende eisen. Een reactie betrof het tijdstip van uitvoering van de compenserende maatregelen voor de aantasting van het NNB. Wij merken hierover op dat het juist is, zoals de gemeente heeft bepaald, dat deze maatregelen binnen 3 jaar na het onherroepelijk zijn van het plan moeten worden afgerond. En een reactie betrof het feit dat onvoldoende duidelijk is gemaakt wat de compenserende maatregelen inhouden. In Bijlage Compensatieplan bij het bestemmingsplan is voldoende duidelijk uitgelegd op welke de percelen worden ingericht. Wij zijn daarom op grond van bovengenoemde overwegingen van mening dat de gemeente de zienswijzen voldoende heeft weerlegd.
8/112
Wijziging Int erim omgevingsverordening ivm plan Poort gebied Bergsche heide 2022, Bergen op Zoom (vast gest eld)
Bijlage 1 Geanonimiseerde Nota van Zienswijzen bestemmingsplan Poortgebied Bergsche heide en ontsluitingsweg 2022, Bergen op Zoom
12/112
Wijziging Int erim omgevingsverordening ivm plan Poort gebied Bergsche heide 2022, Bergen op Zoom (vast gest eld)
Nota van Zienswijzen (Bijlage A)
Ontwerpbestemmingsplan ‘Poortgebied Bergsche heide 2022’
NL.IMR0.0748.BP0270-0201
Gemeente Bergen op Zoom Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling & Vergunningverlening Oktober 2023
1
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan “Poortgebied Bergsche heide 2022” heeft van 15 december 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden schriftelijk dan wel mondeling zienswijzen bij de gemeenteraad kenbaar worden gemaakt. Van deze terinzagelegging is vooraf een bekenmaking gedaan in De Bergse Bode en het Gemeenteblad. Direct omwonenden van het plangebied zijn per brief hierover geïnformeerd. In de periode van terinzagelegging zijn 24 zienswijzen ingediend, waarvan eenmaal 7 gelijkluidende zienswijzen en eenmaal 2 gelijkluidende zienswijzen. De zienswijzen zijn in voorliggend document samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. In het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens worden de indieners van een zienswijze niet bij naam en toenaam genoemd. Reclamanten 1. Bewoner d.d. 9-01-2023, ontvangen 12-01-2023; 2. Bewoner d.d. 17-01-2023, ontvangen 17-01-2023; 3. Eigenaar nabij gelegen perceel d.d. 17-01-2023, ontvangen 18-01-2023; 4. Eigenaar nabij gelegen perceel d.d. 18-01-2023, ontvangen 19-01-2023; 5. Bewoner d.d. 23-01-2023, ontvangen 24-01-2023; 6. 7 bewoners d.d. 22-01-2023, 23-01-2023 en 24-01-2023; 7. 2 Bewoners d.d. 22-01-2023, ontvangen 23-01-2023; 8. Bewoner d.d. 22-01-2023, ontvangen 23-01-2023; 9. Bewoner d.d. 24-01-2023, ontvangen 24-01-2023; 10. Bewoner d.d. 24-01-2023, ontvangen 24-01-2023; 11. Bewoner d.d.
19-01-2023, ontvangen 25-01-2023; 12. IVN Groene Zoom mede namens Milieuvereniging Benegora, Stichting De Brabantse Wal; natuurvereniging Namiro d.d. 16-01-2023, ontvangen 16-01-2023; 13. Camping de Bergse Hoeve Bergen op Zoom B.V. d.d. 23-01-2023, ontvangen 23-01-2023; 14. Scouting Labelterrein Buitenlust d.d. 23-01-2023, ontvangen 23-01-2023; 15. Stichting Scouting Markiezaatsgroep d.d. 25-01-2023, ontvangen 25-01-2023; 16. Waterschap Brabantse Delta d.d. 24-01-2023, ontvangen 24-01-2023; 17. Rijkwaterstaat Zuid-Nederland d.d. 23-01-2023, ontvangen 25-01-2023; Ontvankelijkheid Het ontwerp van het betreffende bestemmingsplan heeft van 15 december 2022 tot en met 25 januari 2023 voor een ieder ter inzage gelegen. De hiervoor genoemde zienswijzen zijn tijdig binnengekomen en daarmee ontvankelijk. Na deze termijn is 1 zienswijzen ontvangen op 6 februari 2023 door bewoners van de wijk Meilust. Gezien deze buiten de termijn is ontvangen, is deze niet-ontvankelijk en wordt deze niet inhoudelijk behandeld in voorliggend document. Opzet Een uitwerking van de zienswijzen en de gemeentelijke reactie treft u in hieronder aan. Per zienswijze is de inhoudelijke strekking daarvan zakelijk weergegeven. Vervolgens wordt per zienswijze de inhoudelijke reactie van de gemeente weergegeven. De zienswijzen zijn samengevat.
Vooraf wordt opgemerkt dat waar onderdelen niet expliciet worden genoemd, dit niet betekent dat deze niet bij de beoordeling zijn betrokken. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de onderdelen die ten opzichte van het ontwerp zijn gewijzigd. Het betreft wijzigingen die voortkomen uit de ingebrachte zienswijzen en/of ambtelijke wijzigingen.
2
2. Beantwoording zienswijzen Reclamant 1 Ontvangstdatum: 12-01-2023 Inhoud zienswijze: a. Reclamant: principieel zou een dergelijk bouwproject niet mogen plaatsvinden aan de rand van een kwetsbaar natuurgebied. Dit gezien de impact op flora en fauna. Restaurants, parkeerplaatsen en de lichtmast leiden tot meer druk en vervuiling in het gebied. Er zal sprake zijn van een toenemende verdroging van het landschap en landschaps- en natuurverstoring.
b.
Nut en noodzaak van een hotel met conferentiecentrum op de door reclamant benoemde kwetsbare plaats is niet aangetoond.
c.
Het aankopen van stikstofruimte van een boerderij is in strijd met de zienswijze van de landelijke overheid dat stikstofruimte niet verhandelbaar is. Bovendien zou aannemelijk zijn dat deze handel niet houdbaar is. Beschikbare stikstofruimte zou door de gemeente benut moeten worden voor woningbouw.
Ongegrond Beantwoording gemeente: In de huidige situatie betreft het een verrommeld recreatiegebied. Met de ingrepen die afgelopen jaren in het gebied zijn gedaan en de verdere ontwikkeling van het landschapspark wordt het gebied kwalitatief verbetert. Zo wordt een betere recreatieve zonering in het gebied gerealiseerd wat ten gunste komt van de natuur. De directe effecten van de beoogde functies in het Poortgebied op bestaande natuur in de omgeving zijn in beeld gebracht en worden gecompenseerd. Daarnaast worden extra investeringen in natuur- en landschapsontwikkeling gedaan door nieuwe natuur te realiseren. De ontwikkeling draagt daardoor juist bij aan de gewenste kwaliteitsimpuls van het gebied. Het gebied maakt onderdeel uit van het Landschapspark Bergsche heide – een van de toegangspoorten naar de Brabantse Wal. Met de ontwikkeling van het Landschapspark is beoogd het huidige verrommelde recreatiegebied weer aantrekkelijk te maken door om te vormen naar een kwalitatief hoogwaardig park. De natuur moet worden versterkt en de beleefbaarheid moet worden vergroot. Dit vraagt om investeringen in natuur, de aanleg van nieuwe routestructuren en voldoende en kwalitatief hoogwaardige ondersteunende functies in het gebied. Het hotel vervult een functie in de verblijfsrecreatie, horeca en vergader- en congresfaciliteit.
Het hotel is de schakel tussen de stad en de recreatieve poort en zorgt naast zichtbaarheid er voor dat de duur van bezoek aan het landschapspark wordt verlengd. Sinds het besluit van maart 2023 van Provinciale Staten van de Provincie Noord Brabant is het zogenoemde ‘extern salderen’ niet meer mogelijk. Om die reden wordt voor de ontwikkeling het bedrijf aan de Bergsebaan 88 niet meer ingezet als externe salderingsbron. Deze wijziging heeft geleid tot een herziening van de benadering ten aanzien van stikstofruimte. Stikstofruimte is nu enkel gezocht binnen het plangebied van het bestemmingsplan. Het plangebied is hiervoor aangepast.
3
Wijziging BP
d.
Vestiging van 2 fastfoodrestaurants is in strijd met het preventieakkoord.
e.
Vestiging tankstation op ongeveer 100 meter van reeds bestaand tankstation is overbodig.
Reclamant 2 Ontvangstdatum: 17-01-2023 Inhoud zienswijze: a. Reclamant is woonachtig in het gebied. Geluidsoverlast wordt veroorzaakt door de nieuwe weg die langs twee kanten van de woonkavel loopt. Reclamant verzoekt de maximumsnelheid van de weg aan te passen naar 30 km/u.
b. Reclamant verzoekt om financiële
tegemoetkoming om te voorzien in extra geluidswerende maatregelen.
c. Reclamant verzoekt om een stopverbod langs beide zijdes van de weg in te voeren ter voorkoming van zwerfafval.
Het Lokale Preventieakkoord ‘Bergen op Zoom in Beweging en Mentaal Fit’ ziet toe op het verbinden van partijen aan elkaar om zo de aandacht voor mentale en fysieke gezondheid van inwoners te versterken. Het Preventieakkoord stelt geen regels dat fastfoodrestaurants zich niet in de gemeente mogen vestigen. Daarnaast zetten de fastfoodrestaurants zelf ook steeds meer in op het aanbieden van gezondere keuzes. De energyhub richt zich voornamelijk op (duurzame brandstoffen voor) vrachtverkeer. Binnen Europa wordt al een aantal jaren gewerkt aan de realisatie van ‘blue corridors’. Dat zijn routes door Europa waar binnen een bepaalde afstandsnorm voldoende tankgelegenheden zijn voor vrachtverkeer met duurzame brandstoffen. De Energy Hub Poortgebied maakt onderdeel uit van de blue corridor en bedient daarmee in hoofdzaak een andere markt/segment dan de bestaande tankstations. Ongegrond Beantwoording gemeente: Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting van de (nieuwe) wegen op nabij gelegen woonpercelen. Ten opzichte van de huidige situatie zal sprake zijn van een toename van geluid. Echter uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de woning van reclamant wordt voldaan aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Er bestaat daarmee geen aanleiding tot het verlagen van de snelheid van 60 km/u naar 30 km/u.
Bovendien betreft de nieuwe ontsluitingsweg een erftoegangsweg bubeko. Conform landelijke regelgeving krijgen dergelijke wegen een maximumsnelheid van 60 km/uur. Een beperking van deze snelheid is gelet op de functie van de weg niet mogelijk. Zoals aangegeven in het antwoord bij a. wordt voldaan aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Het is daarmee niet benodigd geluidwerende maatregelen te treffen. Bij de nadere uitwerking en detaillering van de nieuwe weg wordt bekeken welke maatregelen (verboden) noodzakelijk zijn. Het instellen van een stopverbod gaat zwerfafval niet te voorkomen, omdat dit ook uit rijdende voertuigen kan ontstaan. In het gebied wordt ingezet om de omgeving schoon, heel en veilig te houden. Ondernemers uit het gebied krijgen daarbij nadrukkelijk de verantwoordelijkheid de omgeving schoon te houden. Met de
4
Wijziging BP
d. Reclamant verzoekt om een afscheiding
tussen de kavels van initiatiefnemer en het woonkavel middels een hekwerk van 2 meter en voorzien van groen. Dit met behoud alle huidige bomen.
e. Reclamant geeft aan dat de kans groot
is op scheuren in de woning door gronden funderingswerken.
f.
Reclamant vraagt hoe omgegaan wordt met de boomhutten gezien in het gehele bos het momenteel verboden is te betreden tussen zonsondergang en zonsopgang.
g. Reclamant vraagt of het adres van de woonkavel gehandhaafd blijft of gaat wijzigen?
eigenaar van de gronden van de fastfoodrestaurants is een afvalconvenant gesloten waarin afspraken hierover zijn vastgelegd. Vanuit uitgevoerde onderzoeken is niet gebleken dat een afscheiding tussen de kavels middels een hekwerk van 2 meter benodigd is. De wens van reclamant is begrijpelijk. Op dit moment is de groenzone nog niet nader uitgewerkt. In eerder contact met initiatiefnemer aangegeven een hekwerk te plaatsen tussen de fastfoodrestaurants en het perceel van reclamant. Bij latere uitwerking van de groenzone treedt initiatiefnemer verder in contact met reclamant. Zorgen over mogelijke schade aan de woning door grond- en funderingswerken zijn begrijpelijk. Echter komt dit aspect pas bij de fase van de omgevingsvergunning aan de orde. Om te waarborgen dat de aannemer aandacht en zorg besteed aan risico’s van bouwwerkzaamheden op de omgeving dienen zij bij de aanvraag omgevingsvergunning een bouwveiligheidsplan te overleggen. Voorafgaand aan de bouwactiviteiten zal bovendien een vooropname bij de woningen in de omgeving worden uitgevoerd waarbij de staat van een woning schriftelijk en visueel wordt vastgelegd. Bij eventuele schade kan dan achteraf bepaald worden of deze schade is ontstaan naar aanleiding van de bouwactiviteiten. Het verbod dat toegang in het bos is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang geldt enkel voor openbaar bosgebied.
De gronden voor de beoogde boomhutten zijn in particulier bezit. Het verbod geldt niet voor deze gronden. Bij het toekennen van nieuwe adressen in een gebied geldt als uitgangspunt dat bestaande adressen behouden blijven. Echter kan het soms noodzakelijk zijn adressen te wijzigen. Ten tijde van vergunningverlening wordt dit nader bekeken en zal hierover nadere communicatie plaatsvinden.
Reclamant 3 Ontvangstdatum: 18-01-2023 Inhoud zienswijze: a. Reclamant stelt dat het plan niet bijdraagt aan het promoten van Bergen op Zoom waarbij recreatie met de natuur verweven kan zijn. Energyhub en de fastfoodrestaurants horen niet in het plan.
Deels gegrond deels ongegrond Beantwoording gemeente: Het gebied maakt onderdeel uit van het Landschapspark Bergsche heide – een van de toegangspoorten naar de Brabantse Wal. Met de ontwikkeling van het Landschapspark is beoogd het huidige verrommelde recreatiegebied weer aantrekkelijk te maken door om te vormen naar
5
Wijziging BP
b.
Reclamant: Natuur wordt door toenemende auto’s bij de horeca verstoord. Dat het plan de natuur beschermt en bijdraagt aan natuurontwikkeling is onjuist.
c.
Reclamant verzoekt de in het bestemmingsplan Buitengebied Oost 3e herziening opgenomen groenzone te handhaven.
d.
Reclamant: energyhub is niet passend in de omgeving en wilt de gevarenzone’s van het vulpunt en de opslag LNG niet op zijn perceel. Deze belemmeren de ontwikkelingsmogelijkheden van zijn percelen naar recreatie. Op basis van de structuurvisie en de opgenomen wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan Buitengebied Oost zouden zijn gronden hiervoor in aanmerking komen. Reclamant stelt het nut van het LNG ter sprake. LNG zou als brandstof niet belangrijk zijn in de toekomst
e.
een kwalitatief hoogwaardig park. De natuur moet worden versterkt en de beleefbaarheid moet worden vergroot. Dit vraagt om investeringen in natuur, de aanleg van nieuwe routestructuren en voldoende ondersteunende functies in het gebied. De fastfoodrestaurants dragen bij aan verlenging van de duur van het bezoek aan het Landschapspark en de Brabantse Wal. Ook de Energyhub betreft een faciliteit in het landschapspark en heeft daarnaast gezien de ligging nabij de snelweg een belangrijke functie binnen de Europese blue corridor. Met voorliggend plan is beoogd het gebied en het achterland beter te ontsluiten en de huidige parkeerproblematiek en de gevolgen hiervan voor de natuur, aan te pakken. Er komt een nieuwe ontsluitingsweg welke aantakt op een nieuwe parkeervoorziening. De huidige langsparkeerplaatsen langs de Bemmelenberg komen vervolgens te vervallen. In navolging van de afspraken gesloten in het convenant met natuurorganisaties worden verder de Bemmelenberg en de Moervaart afgesloten voor autoverkeer. Dit betekent dat autoverkeer tot aan de parkeervoorziening kan rijden, maar dat verder geen autoverkeer het gebied in kan. De parkeersituatie in het gebied wordt zo verbeterd en het oostelijk deel van het gebied wordt rustiger. Dit komt de natuur ten goede.
De in het bestemmingsplan Buitengebied Oost 3e herziening” opgenomen groenzone is destijds opgenomen als bufferzone tussen fruitteelt op het perceel van reclamant en nieuw geplande recreatiewoningen op het aan de noordzijde aangrenzende perceel. Initiatiefnemer is eigenaar van dit perceel en beoogd dit perceel te herontwikkelen naar een functie (energyhub) die geen bescherming van de groenstrook behoeft. Het agrarisch bedrijf van reclamant en de energyhub kunnen zonder significante risico’s op de boogde afstand van elkaar functioneren waardoor de groenzone tussen de Energyhub en het perceel van reclamant kan worden versmalt. Met de komst van de beoogde energyhub komt een klein deel van de ‘veiligheidszone – pr’ over het perceel van reclamant te liggen. Omdat binnen deze contour op het perceel van reclamant geen (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig zijn heeft dit geen nadelige invloed op het gebruik van de gronden. Om tegemoet te komen aan de zienswijze wordt het vulpunt circa 15 meter naar het noorden verplaatst. Hierdoor komt de ‘veiligheidszone – pr’ nagenoeg niet meer over het perceel van reclamant te liggen. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan wordt dit op de verbeelding gewijzigd. De ontwikkelingen van waterstof oplossingen voor tankstations zijn in volle gang. Initiatiefnemer kiest ervoor op dit moment
6
Gegrond: het vulpunt wordt 15 meter naar het noorden verplaatst. De risicoanalyse wordt hierop aangepast.
daar vrachtwagens op waterstof gaan rijden.
f.
g.
h.
Reclamant: het rapport onder bijlage 15 is niet in orde. In de risicoanalyse zijn belangrijke elementen niet meegenomen in de afweging. Omgevingsfactoren die een risico vormen voor het vulpunt en de opslag van LNG moeten onderzocht worden. Dit is niet gebeurd. Reclamant ondersteunt deze stelling middels verschillende rapportages/handreikingen. Vliegvuur is een gevaar voor een LNG station en kan op het perceel ontstaan door o.a. handelingen met machines, tractors, onkruidbranders, strolegmachines, stro, bossages en de bestaande hoge eikenwal aan de randen en graanvelden. Deze ontstekingsbronnen zijn een potentieel gevaar. Reclamant: Er is geen overeenstemming met de feitelijke eigenaar van de percelen aan de Delweg aangeduid onder B voor natuurcompensatie. Hierdoor vervallen deze gronden voor saldering van stikstof. Ook zou op deze gronden dierlijke mest uitgereden worden echter is hier geen bewijs voor. Het opnemen van de gronden in Kraggeloop is geen feitelijke compensatie omdat ze in het kader van een andere regeling aangelegd hadden moeten zijn, derhalve mogen de percelen niet aangewend worden voor stikstofcompensatie.
De stikstofdepositie tijdens de aanlegfase moet meegenomen worden, gezien recente uitspraken van de Raad van State. De natuurvergunning voor het plan ontbreekt.
waterstof geen onderdeel te laten zijn van de energyhub. Echter, indien in de toekomst vrachtwagens met H2 motoren op de markt komen wordt bekeken of toevoeging van waterstof aan het tankstation wenselijk is en of dat vergund kan worden. Het bestemmingsplan staat het inzetten van waterstof in de toekomst niet in de weg. Voor LNG tankstations geldt een PGS 33 richtlijn. Hierin zijn regels met het oog op het waarborgen van de veiligheid voor de omgeving. Hierin spelen omgevingsfactoren een rol en er wordt dan ook rekening gehouden met interne en externe veiligheidsafstanden. De door reclamant genoemde risico’s zijn niet aan de orde en verwaarloosbaar klein. Rond de technische installaties waar een kans is op lekkages, in welke vorm dan ook, is een ATEX zonering van toepassing. Deze ATEX zonering dient minimaal 3 meter uit de erfgrens te zijn gelegen. In voorliggend plan bevindt deze zich op meer dan 10 meter van de erfgrens en voldoet daarmee. Open vuur/machines hebben dus geen invloed op de installaties van de Energyhub.
Het klopt dat de mestadministratie van de betreffende agrariër niet is bekeken. Bij het bepalen van de omvang van de bemesting mag men uitgaan van een reëel en aannemelijk uitgangspunt. In het geval van gronden die in gebruik zijn als agrarisch perceel, wordt als vaststaand aangenomen dat deze gronden werden bemest. De natuurcompensatie van de gronden in Kraggeloop wordt uitgevoerd in het kader van de natuurcompensatie voor het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Deze compensatie is onlosmakelijk verbonden met de planontwikkeling voor het Poortgebied. Het belangrijkste effect van deze natuurcompensatie is dat de bemesting op de betreffende percelen zal komen te vervallen. Dit effect is eveneens onlosmakelijk verbonden met de planontwikkeling en mag derhalve worden aangewend als een interne salderingsbron. Op 28-02-2023 is een nieuwe versie ontwikkeld omtrent de berekening van de stikstofdepositie in het Poortgebied, waarbij rekening is gehouden met zowel de aanleg- als gebruiksfase. Hierbij is gebruik gemaakt van de geactualiseerde AERIUS-calculator 2022, waarbij de aanlegfase expliciet is meegenomen. Daarnaast is op 10-072023 een aanvulling gedaan met betrekking tot natuurcompensatie. Het onderzoek is bijgevoegd bij het bestemmingsplan.
7
Gegrond: De stikstofrapportage is gewijzigd en wordt bijgevoegd bij het bestemmingsplan.
i.
Reclamant maakt tevens bezwaar tegen het m.e.r. beoordelingsbesluit. Een m.e.r. procedure had gevolgd moeten worden.
j.
Reclamant: voor de boomhutten moet ook gelden dat daar een bedrijfsmatige exploitatie aan ten grondslag ligt. Exploitatie mag geen onderdeel uitmaken van een horecabedrijf. Boomhutten zijn geen reëel recreatiebedrijf. Het terrein van de fastfoodrestaurants en hotel moet de bestemming horeca krijgen en niet recreatie.
k.
l.
Reclamant acht het hotel te hoog en visueel storend in het landschap
In het kader van natuurbescherming is uitvoerig onderzoek gedaan naar de impact van het project op de natuur en omgeving. Om te voldoen aan de juridisch wettelijke vereisten is een aanvraag ingediend voor een vergunning bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Deze aanvraag heeft betrekking op artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming en is bedoeld om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling Poortgebied Bergsche Heide voldoet aan alle wettelijke vereisten met betrekking tot natuurbescherming en stikstofemissie. De ontwerpbeschikking is op 5 oktober 2023 afgekomen. In subparagraaf 1.3.3 van de aanmeldingsnotitie wordt geconcludeerd dat als gevolg van de passende beoordeling een PlanMER nodig is. Vervolgens wordt in die paragraaf op grond van artikel 3 Besluit m.e.r. onderbouwd dat in dit geval volstaan kan worden met een plan-m.e.r.beoordeling. De in subparagraaf 1.3.3 getrokken conclusie dat een PlanMER nodig is komt te vervallen omdat er geen sprake meer is van een passende beoordeling. De beschreven toelichting op het gebruik van artikel 3 Besluit m.e.r. doet daarmee niet meer ter zake. Door het toevoegen van de twee compensatiegebieden aan het planvoornemen, worden effecten op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden gemitigeerd. Hier is dus sprake van een verbetering ten opzichte van het eerdere planvoornemen.
De compensatie van NNB gebied was reeds voldoende, maar wordt door de twee extra gebieden verder verbeterd. Ook hier is dus sprake van een verbetering ten opzichte van de eerdere situatie. Alle andere in de aanmeldingsnotitie beschreven effecten veranderen niet als gevolg van de twee extra compensatiegebieden. Dat betekent dat met de aanpassing van het planvoornemen de eindconclusie van de aanmeldingsnotitie niet verandert: er ontstaan als gevolg van het planvoornemen als gevolg van het planvoornemen geen aanzienlijke milieueffecten. De boomhutten worden mogelijk gemaakt binnen de bestemming ‘Recreatie’. Hierbinnen zijn verblijfsrecreatieve voorzieningen toegestaan. In de begripsbepaling van het bestemmingsplan is daarbij vastgelegd dat sprake moet zijn van een bedrijfsmatige exploitatie. De functies in het Poortgebied hebben de bestemming Recreatie gekregen omdat deze functies het recreatiegebied ondersteunen en de recreatieve verblijfsmogelijkheden in het gebied verlengen. De functies staan dus niet op zichzelf, maar worden gerealiseerd ten behoeve van het recreatiegebied. Het is beoogd het hotel in ruimtelijke zin als hoofdelement in het landschap te laten fungeren,
8
m. Reclamant: de weg Vredenburg mag niet aan de openbaarheid worden onttrokken. Ook mogen de Bemmelenberg en de Moervaart niet afgesloten worden. Dit wegens de veiligheid en bereikbaarheid van zijn perceel.
n.
Reclamant: de mast is door de hoogte en het licht landschappelijk niet wenselijk.
waarbij een goede zichtbaarheid in de omgeving gewenst is. Het markeert het gebied als recreatieve poort naar het landschapspark. De hoogte is daarbij passend in de profilering van het gebied, gelegen aan de snelweg met in de omgeving ook andere gebouwen van formaat (zoals Philip Morris). Door de gekozen hoogte is het mogelijk een ranker accent te realiseren met een kleinere footprint waarbij tevens minder ruimtebeslag plaatsvindt. Voor een gedeelte van het hotel geldt een maximale bouwhoogte van 46 meter. Voor het overgrote gedeelte is vastgelegd dat de bouwhoogte maximaal 10 meter mag bedragen. Hierdoor is horizonvervuiling zoveel als mogelijk beperkt. De bijgewerkte visualisatie laat zien hoe het hotel gesitueerd wordt in de omgeving. De weg Vredenburg wordt niet aan de openbaarheid onttrokken. Het perceel van reclamant blijft daarmee direct bereikbaar. Door de natuur meer ruimte te geven, de parkeersituatie in het gebied te verbeteren en de verkeersveiligheid te vergroten wordt een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd met een parkeerterrein. Hierdoor ontstaat een betere recreatieve zonering wat de natuur ten goede komt. Door de nieuwe verkeersstructuur kan de Bemmelenberg afgesloten worden voor doorgaand verkeer en het parkeren daar worden opgeheven ten gunste van de natuur. Als onderdeel van het convenant met alle partijen is ook besloten om de Moervaart af te sluiten.
Het besluitvormingstraject hiervoor wordt na vaststelling van het BP verder opgepakt door het nemen van verkeersbesluiten. Tegen dergelijke besluiten staat de mogelijkheid voor bezwaar en beroep open. Er is een mastmeting uitgevoerd, zie bijlage 1 van de toelichting van het bestemmingsplan. Daarnaast is een lichtstudie uitgevoerd naar de reclamemast, zie bijlage van voorliggende nota van zienswijzen. Op basis van de mastmeting blijkt dat vanuit het oogpunt van zichtbaarheid de in het bestemmingsplan toegestane hoogte van 40 meter noodzakelijk is. De reclamemast wordt gericht op de snelweg. De reclamemast wordt verlicht, waarbij de verlichting naar boven schijnt en niet op omliggende gronden. De led-borden van de verwijzingsmast zijn naar de snelwegzijde gericht. Aan de achterzijde hiervan bevindt zich geen lichtbron, waardoor deze niet schijnt op het achterliggend gebied. Daarnaast zijn de regels die Rijkswaterstaat hiervoor heeft opgesteld (het afleidingskader ‘Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen) van toepassing verklaard. De realisatie van de reclamemast in het gebied is daarmee acceptabel.
9
o.
Reclamant: er wordt oneigenlijk gebruik gemaakt van de Crisis- en Herstelwet.
Er is geen sprake van oneigenlijk gebruik van de Crisis – en herstelwet. Het doel van de Crisis- en herstelwet is dat met nieuwe en/of aangepaste procedures wordt gewerkt aan werkgelegenheid en duurzaamheid. Het landschapspark Bergsche heide is aangemeld voor de 11e tranche van de Crisis – en herstelwet. Verder is de wet tevens (automatisch) van toepassing bij de in de wet opgenomen lijst van projecten/activiteiten. In dit geval relevant; “11.4. de aanleg en uitbreiding van tankstations met installaties voor het afleveren van CNG, LNG, L-CNG en andere alternatieve brandstoffen aan voertuigen voor goederen- en personentransport.“ Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin waardoor de wet toegepast dient te worden.
Reclamant 4 Ontvangstdatum: 19 januari 2023 Inhoud zienswijze: a. Reclamant wenst de boomhutten te realiseren tussen de bomen maar wel separaat van die bomen. Gevraagd wordt of de begripsbepaling een dergelijke plaatsing toestaat. Zo nee dan wordt verzocht om een aanpassing.
b.
Reclamant vraagt om de situering van de dubbelbestemming ‘WaardeEcologie’ aan te passen en op te schuiven tot de grens met de bestemming ‘Verkeer’.
c.
Reclamant: niet duidelijk is of de boomhutten betrokken zijn bij de risicoanalyse van de energyhub en of deze rapportage kan dienen als verantwoording van het groepsrisico conform artikel 14.3. Zo niet dan verzoekt reclamant alsnog de verantwoording van het groepsrisico uit te voeren. Reclamant wilt verzekerd zijn dat de boomhutten gerealiseerd kunnen worden en vraagt of na vaststelling van het bestemmingsplan de boomhutten zonder verdere specifieke onderzoeken geplaatst kunnen worden. Zo niet dan verzoekt reclamant deze onderzoeken alsnog uit te voeren.
d.
Deels gegrond / deels ongegrond Beantwoording gemeente: Om een boomhut ook als zodanig te kunnen kwalificeren is het van belang dat de boomhut verbonden is met in ieder geval een boom. De begripsomschrijving wordt hiervoor verduidelijkt en gaat als volgt luiden: “een gebouw, geen stacaravan zijnde, dat is geconstrueerd in en/of rond een boom, dan wel tussen bomen, waarbij ten minste verbinding is met één boom, dat dient als recreatief (nacht)verblijf, waarvan de gebruikers hun vaste woonof verblijfplaats elders hebben. Minimaal 2 meter vanaf maaiveld moet vrijgehouden worden.” Er wordt ingestemd met het voorstel de dubbelbestemming ‘Waarde – Ecologie’ op te schuiven tot de grens met de bestemming ‘Verkeer’. De verbeelding wordt hierop aangepast. In de QRA is een gebied meegenomen bestemd voor verblijfsrecreatie. De personen die hier aanwezig kunnen zijn, zijn meegenomen in de groepsrisicoberekeningen. Zo ook de personen in de boomhutten.
Het deel waar de boomhutten moeten komen zijn zowel in het verkennend natuuronderzoek als nader onderzoek meegenomen. Uit het nader onderzoek is naar voren gekomen dat het gebied kan functioneren als leefgebied voor de boommarter, vleermuizen en poelkikker. Voor de vleermuizen treden er geen negatieve effecten op. Voor de boommarter ook niet, alleen voor het deel waar de houtwal wordt verwijderd tbv het hotel. Het bevoegd gezag heeft een ontheffing
10
Wijziging BP
Gegrond: De dubbelbestemmin g ‘Waarde – Ecologie’ wordt opgeschoven.
e.
f.
g.
Reclamant verzoekt op de strook grond aan de noordzijde van zijn perceel de functieaanduiding aan te passen van ‘specifieke vorm van recreatie 1’ naar de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie 2’. Reclamant verzoekt te bepalen dat de toegestane centrale voorzieningen op de gronden met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie 1’ op een afstand van 40 meter van onderlinge perceelsgrenzen gebouwd mogen worden.
Reclamant stelt dat het horecabedrijf deels gebruik maakt van het perceel B2100 bestemd als ‘Natuur’ en verzoekt dit in het bestemmingsplan expliciet op te nemen als toegestaan gebruik.
verleend voor het plan met betrekking tot de poelkikker en boommarter. Met de voorgestelde maatregelen/voorwaarden blijft de instandhouding van de beschermde soorten geborgd. Alle benodigde onderzoeken zijn dus uitgevoerd. Er wordt ingestemd met het verzoek de gronden in eigendom van reclamant volledig te laten vallen onder de ‘specifieke vorm van recreatie -2’.
Er bestaat geen aanleiding voor de veronderstelling dat recreatieve – en horecafuncties niet op korte afstand tot elkaar gerealiseerd mogen worden om onderlinge overlast te voorkomen. De boomhutten betreffen geen milieugevoelig object waardoor er geen wettelijke afstanden tot milieubelastende activiteiten gelden. De beoogde centrale voorzieningen dienen zich wat betreft de effecten van geluid, geur etc. te voldoen aan daarvoor geldende wetgeving. Echter is het wenselijk om een afstand op te nemen van gebouwen tot onderlinge perceelsgrenzen. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan wordt de regel opgenomen dat gebouwen minimaal 5 meter uit de perceelsgrens moeten blijven. Het betreffende perceel maakt onderdeel uit van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord – Brabant dient een bestemmingsplan voor deze gronden enkel te strekken tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken. Verder is extensief recreatief medegebruik toegestaan waaronder ondermeer wordt verstaan; fietsen, wandelen etc. Het gebruiken van deze gronden voor een terras behorende bij een horecabedrijf is daarmee in strijd en dus niet toegestaan. Het wijzigen van de bestemming en daarmee het NNB is niet eenvoudig en niet zondermeer toegestaan.
Uit de zienswijzen blijkt onder andere niet hoe reclamant omgaat met de voorwaarden die Provinciaal beleid stelt. Mocht reclamant de horeca-activiteiten op het perceel in de toekomst voort willen zetten, dan verzoeken we hiervoor separaat een verzoek bij ons in te dienen.
Reclamant 5 Ontvangstdatum: 24-01-2023 Inhoud zienswijze: a. Reclamanten stellen dat het van toepassing verklaren van de Crisisen herstelwet met als doel het beperken van de rechten van burgers in strijd is met artikel 3;3 Awb.
Gegrond: De begrenzing van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – 2’ wordt aangepast. Gegrond: Artikel 5.3.4 sub a,b,c, en d wordt de afstand tot de perceelsgrens van minimaal 5 meter opgenomen.
Deels gegrond / deels ongegrond Beantwoording gemeente: Er is geen sprake van strijdigheid met artikel 3:3 Awb. Op basis van artikel 1.1 lid 1 onder a geldt dat voor alle besluiten die zijn vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van projecten genoemd in bijlage 1 zoals onder andere 11.4 de aanleg en uitbreiding van tankstations met
11
Wijziging BP
b.
Reclamanten zijn het niet eens met de aanwijzing van het landschapspark als innovatief experiment als bedoeld onder artikel 2.4 lid 1 en 2 Chw. De onderbouwing zou onvoldoende zijn. Er zou geen sprake zijn van een kwalitatieve verbetering en een visie voor het terugbrengen van natuur ontbreekt.
c.
Reclamanten: het bestemmingsplan is niet danwel onvoldoende getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De rapportage is op onderdelen onvolledig. Een marktonderzoek is noodzakelijk. Zo ontbreekt de onderbouwing van de vraagzijde.
installaties voor het afleveren van CNG, LNG, LCNG en andere alternatieve brandstoffen aan voertuigen voor goederen- en personentransport“, de procedurele bepalingen uit afdeling 2 van toepassing zijn. Dit betekent dat procedurele versnellingen gelden. Toepassing van de Chw is niet een keuze die de gemeente kan maken. De toepasselijkheid vloeit van rechtswege voort uit artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Chw en de aard van het te nemen besluit. Het landschapspark Bergsche Heide is aangemeld in de 11de tranche. Om tot ontwikkeling van het landschapspark te komen is ondermeer in 2015 de Green Deal ondertekend. Het doel is om met deelnemende partijen te komen tot een hoogwaardig, innovatief en openbaar toegankelijk Landschapspark, dat als poort fungeert voor de Brabantse Wal. Hiervoor liggen tal van mogelijkheden en de ontwikkeling van het landschapspark wordt gefaseerd uitgevoerd. Het bestemmingsplan 'Poortgebied Bergsche Heide 2022' maakt een cruciaal onderdeel van het landschapspark mogelijk; een hoogwaardige entree en poort nabij de A4 tot het achterliggend gebied. Stedelijke, recreatief aantrekkelijke functies worden gecentreerd in het Poortgebied, waardoor kan worden gekomen tot een geleidelijke overgang naar het achterliggend gebied (recreatie zonering).
Daarnaast wordt de realisatie van een ontsluitingsweg mogelijk gemaakt, waardoor het Poortgebied in verbinding wordt gebracht met de overige in het landschap gelegen (recreatieve) functies. Gezien de gunstige ligging nabij de A4 is de locatie bovendien geschikt voor vestiging van een energyhub met duurzame brandstoffen, als onderdeel van het Europese blue corridor netwerk. In de ladderonderbouwing voor het Poortgebied Bergsche Heide zijn alle mogelijke beleidskaders en onderzoeksrapporten gebruikt om de behoefte in beeld te brengen. Op basis daarvan is de conclusie getrokken dat de ontwikkeling niet leidt tot onaanvaardbare leegstand. De zienswijze van reclamant geeft geen aanleiding tot aanpassingen in de onderbouwing. Hierna een korte toelichting per aangedragen onderwerp. Algemeen Het verzorgingsgebied is primair de economische as A4, passend bij de functie als verzorgingsplaats aan een snelweg. Daarnaast is ook voor een aantal functies ook rekening gehouden met een overloopgebied, waaronder Bergen op Zoom, passend bij de functie als poort naar het recreatiegebied Bergsche Heide. Naast de landelijke trends en ontwikkelingen is, waar mogelijk, ook rekening gehouden met de regionale/lokale situatie door het in beeld brengen van het aanbod (kwantitatief en
12
.
kwalitatief) in en om het verzorgingsgebied. Dit komt terug in de combinatie van de ontwikkeling als verzorgingsplaats naast de snelweg, als poort naar het recreatiegebied. Hotel In de onderbouwing is de regionale situatie in kaart gebracht door het hotelaanbod in zowel het verzorgingsgebied corridor A4 als op een kleinere schaal het gebied rondom de Bergsche Heide te inventariseren. Daarbij is rekening gehouden met segmentering en type, om de functie van de beoogde hotelontwikkeling in perspectief te zetten. Deze aanbodanalyse leidt in combinatie met de ontwikkelingen in de hotelbranche en concept van de totaalontwikkeling tot de conclusie dat er behoefte is aan het hotel. Horeca In de onderbouwing wordt inderdaad uitgegaan van landelijke trends en ontwikkelingen. Vanwege de hoge mate van vergelijkbaarheid als het gaat om fast-service ketens (mondiale ketens) is er geen reden om aan te nemen dat de regionale – of lokale markt anders functioneert. De mogelijke effecten op het bestaande aanbod zijn onderzocht met een inventarisatie naar vergelijkbare concepten in de relevante regio. Op basis van de analyse wordt geconcludeerd dat de fast-servicerestaurants KFC en McDonalds een aanvulling zijn op het voorzieningenaanbod langs de A4. Momenteel is hier geen horeca-aanbod gevestigd.
Gelet op het aanbod langs de omliggende snelwegen (A17, A16, A58) mag hier wel een horeca-aanbod verwacht worden zodat de automobilist of (vrachtwagen)chauffeur geen extra kilometers hoeft te maken voor een rustmoment. Gemak staat hierin centraal. Energyhub Het is denkbaar dat ook bestaande brandstofverkooppunten hun aanbod aan duurzame brandstoffen gaan verruimen. Dat betekent niet dat voorgenomen ontwikkeling overbodig is. De nieuwe Energy Hub stimuleert de overgangsfase van fossiele brandstoffen naar duurzame alternatieve brandstoffen door het aanbieden van meerdere energiebronnen. Het concept Energy Hub speelt in op de maatschappelijke –, economische – en duurzame ontwikkelingen. In de onderbouwing komt naar voren dat de effecten, op overige aanbieders in de regio naar verwachting beperkt zijn, vanwege het feit dat er nu nog geen (multi-fuel) brandstofuitgiftepunt is gevestigd aan de A4. Overige functies De benoemde overige functies zijn ondergeschikte functies. Deze functioneren niet
13
d.
Reclamanten: ten onrechte is de Green Deal niet ter inzage gelegd. Verwacht wordt dat de looptijd van de Green Deal inmiddels is verstreken. Ook is onvoldoende gemotiveerd dat het bestemmingsplan voortvloeit uit de Green Deal.
e.
Reclamanten: niet voldaan wordt aan artikel 3.32 landschappelijke waarden in de groene blauwe mantel van de Interim Omgevingsverordening. Er wordt geen grotere kwaliteitswinst bereikt. Het bestemmingsplan zorgt juist dat de hoeveelheid groen afneemt.
f.
Reclamanten: er is onvoldoende gemotiveerd dat het bestemmingsplan conform de Nota Horecabeleid is.
g.
Reclamanten: het bestemmingsplan is in strijd met het Verkeersplan omdat niet voldaan wordt aan de
zelfstandig en behoren tot het hotel. Dit wordt niet gezien als stedelijke ontwikkeling waarvan de behoefte moet worden aangetoond. Voor het Landschapspark Bergsche Heide is in maart 2015 door diverse betrokken partijen de Green Deal ondertekend. Doel was om, in samenwerking met partijen en in de context van de Brabantse Wal, meerwaarde toe te voegen aan het gebied Bergsche Heide. Dit moet uiteindelijk leiden tot een openbaar Landschapspark, dat als poort zal fungeren richting de Brabantse Wal. De ontwikkeling van het Poortgebied Bergsche Heide en de ontsluitingsweg zijn de eerste fase hierin. Gezien in de Green Deal enkel intenties zijn gevestigd is het geen onderdeel dat relevant is om bij te voegen bij het bestemmingsplan. In de toelichting van het bestemmingsplan onder paragraaf 4.1.6. wordt aandacht besteed aan de relatie met de Green Deal. Het Poortgebied, als integraal onderdeel van het grotere Landschapspark, speelt een belangrijke rol in de visie om het recreatieve gebruik in het landschapspark beter te zoneren. In het noordelijke en oostelijke deel, ontstaat zo meer ruimte voor rust, stilte en natuur. Hier is ook het nieuwe natuurgebied, de Kraggeloop, gerealiseerd, dat fungeert als een belangrijke ecologische verbindingszone. Ter versterking van het Natuur Netwerk Brabant wordt ruim 116.500 vierkantemeters nieuwe natuur gerealiseerd.
Er wordt hiermee voldaan aan artikel 3.32 van de Interim Omgevingsverordening. De in de Nota Horecabeleid uit 2010 opgenomen beleidsregel 9 is van toepassing gezien de ontwikkeling is gesitueerd nabij de op -en afrit van de A4. Met deze beleidsregel is tevens beoogd dat een gewenste ontwikkeling ter plaatse moet voldoen aan normen inzake milieuregelgeving. In het kader van het bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar alle relevante aspecten zoals het akoestisch klimaat en luchtkwaliteit en is advies ingewonnen bij de brandweer en de omgevingsdienst. In de toelichting van het bestemmingsplan en de onderzoeken is aangetoond dat overlast op de omgeving die wordt veroorzaakt door de horecamogelijkheden in het bestemmingsplan zo beperkt zijn dat dit als acceptabel is aangemerkt. Daarnaast zal ten tijde van de vergunningaanvraag middels onderzoek aangetoond moeten worden dat de horecabedrijven zelf voldoen aan de geldende milieunormen en is met exploitanten van de fastfoodbedrijven een convenant omtrent afval gesloten. Hiermee is onderhavige ontwikkeling dus in overeenstemming met het horecabeleid. Het bestemmingsplan is niet in strijd met het Verkeersplan 2014 als het gaat om de doelstelling; verminderen verkeersdruk. Door de
14
belangrijke doelstelling; het verminderen van de verkeersdruk.
h.
Reclamanten: het bestemmingsplan is in strijd met internationale en Europese regels. Zo is geen fairbalancetoets uitgevoerd en schendt de gemeente zijn negatieve verplichting (nieuwe inrichtingen zijn schadelijk voor het natuurgebied). Verzocht wordt alsnog concrete negatieve verplichtingen te treffen om geen schade c.q. overlast te berokkenen aan het perceel van reclamanten. Verder schendt gemeente zijn positieve verplichting (maatregelen tegen vervuiling en overlast van perceel van reclamanten en omliggende natuur). Het plan is schadelijk voor de volksgezondheid van reclamanten. Er is geen fair balancetoets gedaan tussen het economisch belang, het maatschappelijk belang en het individueel belang waardoor sprake is van strijd met artikel 8 EVRM en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
nieuwe ontsluitingsweg en parkeerterrein gaat de verkeersdruk rondom het natuurgebied de Bergse Heide en de Bergsebaan en de Bemmelenberg omlaag. Het verkeer van de bezoekers van de Bergse Heide rijdt niet meer door deze straten, maar gaat gebruik maken van de nieuwe weg. Hierdoor neemt de totale intensiteit af. Artikel 1 van het Eerste protocol bij het EVRM luidt: "Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht. Artikel 8 van het EVRM luidt als volgt: "1. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. 2.
Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen." Daar waar indiener betoogt dat het plan zal leiden tot aantasting van zijn woon- en leefklimaat en tot een te verwachten waardedaling van zijn woning en daarmee in strijd is met artikel 8 van het EVRM en artikel 1 van het Eerste protocol bij het EVRM, moet opgemerkt worden dat de voorgaande bepalingen op geen enkele wijze het recht aantasten, dat een Staat heeft om die wetten toe te passen, die hij noodzakelijk oordeelt om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang." In dat kader wordt verwezen naar onder meer de uitspraak van de Afdeling van 15 augustus 2018 ECLI:NL:RVS:2018:2728 en van 14 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM1021. Daarin is bevestigd dat een bestemmingsplanregeling zo’n regulering is. Het onderhavige plan voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening en is op alle punten in overeenstemming met de aan het plan te stellen (wettelijke) eisen.
De conclusie kan dan ook niet getrokken worden dat het plan zo'n negatieve invloed zal hebben op de leefbaarheid ter plaatse van de woning van indiener dan wel op zijn gezondheid dat van een inmenging in de zin van artikel 8 van het EVRM of artikel 1 voornoemd kan worden gesproken. Voorts geeft
15
i.
Reclamanten: de passage op pagina 2 van het landschappelijk inpassingsplan is onbegrijpelijk omdat zij niet zijn betrokken bij de plannen.
j.
Reclamanten: in het verkeerskundig onderzoek zijn de ondergeschikte en aanverwante functies van het hotel (1000 m2) en de centrale voorzieningen in artikel 5.1d niet afzonderlijk meegenomen in de berekening. Niet uitgesloten is dat er volledig zelfstandige functies met eigen parkeerbehoefte en verkeersaantrekkende werking komen. Ook is de parkeerbehoefte (auto’s en fiets) van de bij het hotel aanverwante functies niet inzichtelijk gemaakt. Reclamanten: de verwijzing in artikel 12.2.1 onder d naar de beleidsregel is conform uitspraak RvS 2-09-2020 niet toegestaan.
k.
l.
Reclamanten: Rijkswaterstaat stelt dat sprake is van een gevaarlijke verkeersafwikkeling op de A4. Zij hebben geen akkoord gegeven. Ook staan er nu al files bij de ochtenden avondspits. m. Reclamanten: uit bodemrapporten blijkt niet dat de bodem- en grondwaterkwaliteit van de toekomstige ontsluitingsweg zijn onderzocht. Zonder uitsluitsel hierover en mogelijke aanwezigheid van asbest kan het
het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat in het plan is tekortgeschoten in de negatieve of positieve verplichting om redelijke en gepaste maatregelen te nemen ter bescherming van de in artikel 8, eerste lid, van het EVRM neergelegde rechten. Voor zover al sprake zou zijn van een inmenging vindt deze haar grondslag in de Wro en het op grond van die wet door de raad vast te stellen bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wro. Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de woning van indiener betreft bestaat, gelet op het vorenstaande, geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat bij een afweging van de belangen hieraan een groter gewicht moet worden toegekend dan aan de belangen die met de realisering van het plan aan de orde zijn. In het landschappelijk inpassingsplan staat beschreven dat ten tijde van de uitvoering direct omwonenden door initiatiefnemer worden betrokken bij de definitieve bepaling van de aanplant van de landschappelijke inpassing. Dit betekent dat zodra uitvoering gegeven gaat worden aan de plannen, dus na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan het landschappelijk inpassingsplan nader wordt uitgewerkt.