CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Bijlage 2 Vast te stellen plan Plantoelichting.pdf

Oordeelsvormend 15 februari 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 5: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna en gewijzigd vaststellen beeldkwaliteitsplan Land van Anna (Goirle)37.008 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

In het 'Handboek buisleiding in het bestemmingsplan' (2016) wordt voor deze situaties aangegeven om de nadelige gevolgen te benaderen via één of meer fictieve leidingen. Voor de onderhavige situatie is hiervoor het risico en effect van de bestaande buisleidingen genomen. Het betreft hier grote hogedruk aardgastransportleidingen, met een verhoudingsgewijs groot invloedsgebied. In de leidingstrook is ruimte voor meerdere leidingen van dit kaliber. In de omgeving is voldoende ruimte voor de bijbehorende risicocontouren. De herontwikkeling van de locatie Van Puijenbroek heeft geen negatieve invloed op de gebruiksmogelijkheden van deze reserveringsstrook.

Samenvattend geldt dat de voorgenomen ontwikkeling geen beperkingen oplevert van de gebruiksmogelijkheden van de reserveringsstrook voor toekomstige leidingen. Daarnaast zijn er als gevolg van eventuele toekomstige leidingen geen beperkingen voor de geplande woningbouw binnen deze locatie vanuit het aspect externe veiligheid.

Vuurwerk Op 1 maart 2002 is het Vuurwerkbesluit in werking getreden. Hierin zijn veiligheidsafstanden opgenomen, die moeten worden aangehouden tussen opslagplaatsen voor vuurwerk en kwetsbare objecten (zoals woningen, bedrijfsgebouwen, maar ook winkels, scholen en cafés). Bestaande vuurwerkbedrijven (inclusief detailhandel) kunnen positief worden bestemd, mits aan de veiligheidsafstanden ten opzichte van kwetsbare objecten wordt voldaan. Indien in een bestaande situatie niet wordt voldaan aan de geldende veiligheidsafstanden, dient een verandering in de inrichting te worden doorgevoerd, waardoor wel aan de veiligheidsafstand wordt voldaan, of dient het bedrijf te worden verplaatst. De veiligheidsafstanden worden gemeten vanaf de deuropening van de (buffer)bewaarplaats. Voor bedrijven waar niet meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, geldt een vaste afstand van 8 meter in de voorwaartse richting tot (geprojecteerde) kwetsbare objecten. Voor bedrijven die meer dan 10.000 kg opslaan, geldt een vaste afstand van 20 meter in voorwaartse richting, indien het uitsluitend verpakt consumentenvuurwerk betreft. Indien er (ook) sprake is van onverpakt vuurwerk, dient een grotere afstand te worden aangehouden, afhankelijk van de hoeveelheid vuurwerk in de bufferbewaarplaats (deze afstand kan oplopen tot 48 meter voorwaarts).

In het plangebied en de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven gevestigd die vuurwerk verkopen. Dit onderdeel van externe veiligheid vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Conclusie Ten aanzien van externe veiligheid en de voorziene buisleidingtracés zijn er geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling en de vaststelling van dit bestemmingsplan.

Toelichting (vastgesteld)

71

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

5.4

Geluid

Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, industriële activiteit en railverkeer. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidhinder. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, waarbij met behulp van een geluidrekenmodel per zone (weg) geluidcontouren zijn berekend in het plangebied. De geluidcontouren zijn weergegeven vanaf 48 dB (voorkeursgrenswaarde) in stappen van 5 dB. De maximaal toelaatbare hogere waarde bedraagt 63 dB. Voor geluidgevoelige bestemmingen die worden geprojecteerd in het gebied waar de geluidbelasting ten hoogste 48 dB bedraagt, gelden vanuit de Wet geluidhinder geen voorwaarden. Indien geluidgevoelige bestemmingen in het gebied met een geluidbelasting tussen 49 en 63 dB worden gerealiseerd, dienen hiervoor hogere waarden te worden vastgesteld. Indien de geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd in een gebied met een geluidbelasting hoger dan 63 dB, is het vaststellen van een hogere waarde niet mogelijk. Deze situatie is alleen mogelijk als de geluidgevoelige bestemmingen worden uitgevoerd met een bouwkundige voorziening, zoals een dove gevel of vliesgevel.

Indien een hogere waarde wordt vastgesteld of een dove gevel wordt toegepast, dient bovendien met deze hoge geluidbelasting rekening te worden gehouden in het bouwkundig ontwerp, door het realiseren van een geluidluwe buitenruimte, verblijfsruimtes aan de geluidluwe gevel, etc. Het complete akoestisch onderzoek is als bijlage 24 bijgevoegd. Onderstaand wordt ingegaan op de conclusies.

Onderzoek Wegverkeer De locatie Van Puijenbroek is gelegen binnen de geluidzone van de Bergstraat, Besterdstraat/Zandschelstraat en de Parallelweg. Daarnaast is in de directe omgeving een aantal niet-gezoneerde wegen aanwezig: Dr. Ariënsstraat/Wethouder de Brouwerstraat, Kerkstraat, Molenstraat/Muldersweg en de Tilburgseweg. Deze voornoemde wegen zijn betrokken in het akoestische rekenmodel. De Watermolenstraat en de nieuw geprojecteerde wegen binnen het plangebied hebben/krijgen een maximumsnelheid van 30 km/uur en zijn niet meegenomen in het akoestisch rekenmodel. De wegen zijn bedoeld voor bestemmingsverkeer. Op deze wegen is sprake van een combinatie van modaliteiten (auto, fiets, voetganger), waardoor hard rijden niet mogelijk is. De etmaalintensiteit van deze wegen zal minder zijn dan 500 motorvoertuigen. Gezien de beperkte etmaalintensiteit en daarmee de geluidbelasting is er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit het geluidonderzoek (bijlage 24 bij deze toelichting) blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de Bergstraat boven de voorkeursgrenswaarde ligt. Uit de rekenresultaten blijkt dat op de gevels van de nieuw te bouwen woningen de geluidbelasting ten gevolge van de Bergstraat ten hoogste 61 dB bedraagt (inclusief aftrek ex art. 110g Wgh). De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt hiermee overschreden.

De geluidbelasting komt niet boven de maximaal ontheffingswaarde van 63 dB. Het toepassen van een bronmaatregel (stil asfalt) is vanuit financieel oogpunt niet doelmatig. Daarnaast is het toepassen van een overdrachtsmaatregelen vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet doelmatig. Door het toepassen van een overdrachtsmaatregel wordt de direct connectie tussen de Bergstraat en de daaraan grenzende woningen onderbroken. De toepasbare maatregelen zijn hierdoor niet doelmatig toe te passen. De woningen met een verhoogde geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Bergstraat hebben daarnaast een afschermende werking voor de achterliggende woningen. De beneden-bovenwoningen (Be-Bo) woningen met een verhoogde geluidbelasting op de gevel en appartementen die zijn gelegen in het voormalig kantoorpand hebben de beschikking over een geluidluwe achtergevel waaraan in het geval van de Be-Bo woningen een buitenruimte is gesitueerd.

72

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Omdat de maatregelen als niet doelmatig zijn bestempeld, worden burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle verzocht om de in 5.4 gepresenteerde hogere waarden vast te stellen voor 56 woningen binnen het plan Van Puijenbroek, varierend van 49 dB tot 61 dB(A). De locaties van de hogere waarden zijn weergegeven in de bijlage van bijlage 24 bij deze toelichting. De geluidbelasting vanwege niet-gezoneerde wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur bedraagt ten hoogste 40 dB (inclusief aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder). Hoewel formeel niet van toepassing bij wegen waarop een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt, wordt daarmee de voorkeursgrenswaarde niet overschreden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening op grond van de Wet ruimtelijke ordening kan de geluidbelasting daarmee als aanvaardbaar worden beschouwd en zodoende is het aannemelijk dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Cumulatieve geluidbelasting Slechts één van de gezoneerde verkeersbronnen kent een overschrijding van de (voorkeurs)grenswaarde. Derhalve is er formeel geen cumulatieonderzoek vereist. Desondanks is de cumulatieve geluidbelasting berekend. De cumulatieve geluidbelasting, ofwel de geluidbelasting van alle gezoneerde en niet-gezoneerde wegen tezamen, op de woningen bedraagt ten hoogste 61 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. Met een karakteristieke gevelgeluidwering die is afgestemd op de belasting op de gevel wordt een binnenniveau van de karakteristieke ruimte van 33 dB gehaald. Hiermee kan worden gesteld dat er een aanvaardbaar akoestisch klimaat heerst bij alle geluidgevoelige bestemmingen.

Verkeersaantrekkende werking De toename in de geluidbelasting tussen basisjaar 2021 en maatgevend jaar 2031 is beschouwd. Voor alle wegen is een inschatting gemaakt op basis van de toename in de etmaalintensiteit. Daarnaast is de toename in de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Bergstraat bepaald op basis van de resultaten van twee akoestisch rekenmodellen. De modellen hebben representatief betrekking op de bestaande situatie en de beoogde situatie. Uit deze beide analyses is gebleken dat de geluidbelasting met minder dan 2 dB (onafgerond 1,5 dB) zal toenemen. Hierdoor is de toename ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking als gevolg van de planontwikkeling als aanvaardbaar beschouwd.

Conclusie Het aspect geluid staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. Het ontwerp van het hogerewaardenbesluit wordt tegelijk met het ontwerp van dit bestemmingsplan ter inzage gelegd.

5.5

Lucht

Algemeen De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in 'Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer (Wm). In samenhang met Titel 5.2 zijn de grenswaarden voor luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wm opgenomen. In Titel 5.2 Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden. Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het besluit draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd). Bij Titel 5.2 Wm horen uitvoeringsregels die zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur

Toelichting (vastgesteld)

73

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna (AMvB's) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder andere om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit Gevoelige bestemmingen. Grenswaarden De (Europese) grenswaarden voor de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht zijn vastgelegd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Deze grenswaarden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen en dienen op voorgeschreven data te zijn bereikt. In onderstaande tabel 5.3 zijn de desbetreffende grenswaarden weergegeven.

Tabel 5.3: Vastgestelde grenswaarden (concentraties in µg/m3)

Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2.5) in Nederland over het algemeen het meest kritisch. Voor deze stoffen is de kans het grootste dat de bijbehorende grenswaarden worden overschreden. Hierbij moet opgemerkt worden dat de grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie NO2 (200 µg/m3) in Nederland nergens meer dan 18 keer per jaar wordt overschreden. Dergelijke hoge concentraties doen zich niet voor en uit metingen over de afgelopen 10 jaar blijkt dat overschrijding van de uurnorm voor NO2 niet meer aan de orde is.

Overige luchtverontreinigende stoffen Voor de overige luchtverontreinigende stoffen, waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in bijlage 2 van de Wet milieubeheer (zwaveldioxide, lood, koolmonoxide en benzeen), geldt dat deze grenswaarden niet worden overschreden en de concentraties vertonen eveneens een dalende trend. Het is dan ook aannemelijk dat een overschrijding van de voor die stoffen vastgestelde grenswaarden, als gevolg van een besluit, redelijkerwijs kan worden uitgesloten.

Onderzoek Door Antea Group is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Het complete onderzoek is opgenomen als bijlage 27. Het doel is te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkeling past binnen de wet- en regelgeving met betrekking tot het milieuaspect luchtkwaliteit. In de uitgevoerde berekeningen voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2.5) is rekening gehouden met de verkeersbewegingen van motorvoertuigen van en naar de woningen in het plangebied. De bijdrage van de onderzochte emissiebronnen aan de concentraties NO2, PM10 en PM2.5 is beperkt en de berekende jaargemiddelde concentraties liggen (ruim) onder de vastgestelde grenswaarden. Ook is het aannemelijk dat de 24-uursgemiddelde concentratie PM10 niet meer dan 35 keer per jaar wordt overschreden.

Conclusie Op basis van luchtkwaliteitonderzoek kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan de grenswaarden zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Er kan dan ook worden geconcludeerd dat Titel 5.2 van de Wet milieubeheer geen belemmering vormt voor verdere

74

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna besluitvorming.

5.6

Bodem

Algemeen Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet -ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening- worden onderzocht of de voorgenomen bestemming niet wordt belemmerd door bodemverontreiniging. In het belang van de bescherming van het milieu zijn, om de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming. Deze wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken. De bodem dient geschikt dient te zijn voor de beoogde functie.

Onderzoek Er zijn verscheidene onderzoeken uitgevoerd. De onderzoeksresultaten zijn samengevat in bijlage 28. Op basis van de voorgenomen ontwikkeling is in 2014 een historisch bodemonderzoek uitgevoerd (‘Historisch onderzoek Bergstraat 50 ong. te Goirle’ kenmerk 236126, Antea Group, december 2014). Uitgezonderd het terrein van HaVeP (de voormalige textielfabriek op de locatie Van Puijenbroek) en de locatie Bergstraat 26 (voormalige bleekloods) geeft het historisch onderzoek geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. De historische activiteiten en beëindigde bedrijfsactiviteiten op het terrein van de HaVeP en Bergstraat 26 zijn voldoende onderzocht. Op het terrein van de HaVeP is hierbij een aantal bodemverontreinigingen in de grond en het grondwater aangetoond met diverse zware metalen waarvan de omvang bekend is. Aanvullend zijn in 2019-2020 enkele bodemonderzoeken uitgevoerd om een actueel beeld te verkrijgen van de bodemkwaliteit binnen de ontwikkellocatie: 1. Verkennend en (actualiserend) nader bodemonderzoek, inclusief verkennend asbestonderzoek Bergstraat 50 e.o. te Goirle (Antea Group, d.d. 2 april 2020, kenmerk 0420418.105 rev02). Dit rapport ziet op de bedrijfslocatie van Textielfabrieken H. van Puijenbroek B.V.

(HaVeP) aan de Bergstraat 50 inclusief de naastgelegen Watermolenstraat en perceel Bergstraat 36. Het onderzoeksgebied van dit onderzoek wordt hieronder aangegeven als de locatie waar in de toekomstige situatie de functie wonen aanwezig zal zijn. Het rapport is opgenomen in bijlage 29 bij deze plantoelichting. 2. Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle (Antea Group, d.d. 27 januari 2020, 0420418.105 rev01). Dit rapport is opgenomen in bijlage 31 bij deze plantoelichting. 3. In aanvulling op de voornoemde onderzoeken is in 2021 ter plaatse van het westelijk gelegen landbouwgrond binnen de groenblauwe zone een aanvullend en actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd (Antea Group, d.d. 31 maart 2021, 0496223.101). Dit rapport is opgenomen in bijlage 33 bij deze plantoelichting. Functie wonen Op basis van de beschikbare bodemgegevens voor de ontwikkellocatie Van Puijenbroek (functie wonen, zie onderzoeksgebied op figuur 5.5 hieronder) kan worden geconcludeerd dat er plaatselijk bodemverontreiniging aanwezig is waarvoor saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn om het terrein geschikt te maken voor de toekomstige functie wonen. De gehele locatie is voldoende onderzocht. Het overige terrein is geschikt voor de toekomstige functie wonen.

Om te kunnen voldoen aan de beoogde functie wonen moeten voor de bekende bodemverontreinigingen vervolgstappen worden genomen (opstellen plan van aanpak, BUS-melding, saneringsplan, uitvoeren sanering etc.). Wanneer de goedkeuring niet gereed is bij de behandeling van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen dan kunnen hieraan voorwaarden worden gesteld in de vergunning. De kosten voor de bodemsanering zijn meegenomen in de exploitatie van de ontwikkeling. Met voorgaande conclusies kan de omgevingsdienst instemmen (zie advies in bijlage 30).

Toelichting (vastgesteld)

75

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Afbeelding 5.5: onderzoeksgebied toekomstige functie wonen (Verkennend en (actualiserend) nader bodemonderzoek, inclusief verkennend asbestonderzoek Bergstraat 50 e.o. te Goirle)

Functie groenblauwe zone en maatschappelijk Op basis van de beschikbare bodemgegevens voor dit deel binnen de planbegrenzing (functie maatschappelijk, zie onderzoeksgebied op figuur 5.6 hieronder) kan worden geconcludeerd dat er plaatselijk bodemverontreiniging aanwezig is waarvoor saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de toekomstige functie maatschappelijk. De gehele deellocatie is voldoende onderzocht. Het overige terrein is geschikt voor de toekomstige functie. Om te kunnen voldoen aan de beoogde functie moeten voor de bekende bodemverontreiniging vervolgstappen worden genomen (bv opstellen plan van aanpak, BUS-melding, saneringsplan, uitvoeren sanering etc.) en goedkeuring worden verkregen van het bevoegd gezag. Wanneer de goedkeuring niet gereed is bij de behandeling van de omgevingsvergunning voor het bouwen dan kunnen hieraan voorwaarden worden gesteld in de vergunning. De kosten voor de bodemsanering zijn geen belemmering voor de ontwikkeling. Met voorgaande conclusie kan de omgevingsdienst instemmen (zie advies in bijlage 32).

76

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Figuur 5.6: onderzoeksgebied (rood omlijnd) ter plekke van de functie maatschappelijk en de functie natuur (Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle (Antea Group, d.d. 27 januari 2020, 0420418.105 rev01), blauwe arcering: onderzoeksgebied historisch bodemonderzoek

Functie natuur Op basis van de beschikbare bodemgegevens voor de ontwikkellocatie Van Puijenbroek (functie natuur, zie onderzoeksgebied op figuur 5.6 hierboven) kan worden geconcludeerd dat er geen bodemverontreiniging aanwezig is waarvoor saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn. De locatie is voldoende onderzocht en er zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Het gebied is geschikt voor de toekomstige functie natuur.

Functie natuur - westelijk gelegen landbouwgebied binnen plangebied In het kader van de toekomstige verkoop van het hierna beschreven perceel en de daarbij behorende grondroerende werkzaamheden vormen de resultaten van het onderzoek zoals opgenomen in bijlage 31 aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek. Uit het eerder uitgevoerde onderzoek in de groenblauwe zone (bijlage 31) blijkt dat in de bodem visueel geen aanleiding is gevonden voor het aantreffen van bodemverontreiniging. Uit het geanalyseerde mengmonster blijkt dat in de bodem licht verhoogde gehalten aan minerale olie en cadmium zijn gemeten. Op basis van het geanalyseerde gehalte aan minerale olie wordt de bodem als niet toepasbaar (>industrie) beoordeeld. Een aanvullend onderzoek is uitgevoerd en in bijlage 33 opgenomen. Dit onderzoek ziet op het gebied gelegen aan de zuidwestzijde van de groenblauwe zone Zuidrand Goirle. Het terrein betreft het westelijk gelegen landbouwgebied binnen het plangebied. Het gebied is gelegen ten zuidwesten van Bergstraat 50 te Goirle en ten oosten van de percelen gelegen aan de Bergstraat (zie figuur 5.7 hieronder).

Toelichting (vastgesteld)

77

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Figuur 5.7: Ligging onderzoeksgebied binnen rode contour, van het aanvullend en actualiserend bodemonderzoek landbouwgrond groenblauwe zone

Uit de toetingsresultaten van het aanvullende onderzoek blijkt dat zowel in de bodem ter hoogte van de toekomstige nieuwbouw als het natuurgebied geen verhoogde gehalten aan minerale olie meer zijn aangetoond. De bodem voldoet op basis van de gemeten gehalten aan minerale olie aan de klasse achtergrondwaarde. Het is niet bekend wat de oorzaak is van het eerder aangetroffen licht verhoogde gehalte aan minerale olie. Gezien in het onderzoek een intensievere analysestrategie is aangehouden worden de resulaten in het onderzoek van 31 maart 2021 (bijlage 33) als representatief beschouwd voor de bodemkwaliteit ter plaatse van het gebied. De Omgevingsdienst heeft aangegeven in te stemmen met de conclusies (zie goedkeuring in bijlage 34). Op basis van de resultaten van het aanvullend en voorgaand uitgevoerd bodemonderzoek worden geen belemmeringen voorzien ten aanzien van de bodemkwaliteit in relatie tot de ontwikkeling van het terrein.

Geen nieuwe bodembedreigende activiteiten De ontwikkellocatie Van Puijenbroek bestaat uit de ontwikkeling van woningbouw en een natuurontwikkeling rondom de Nieuwe Leij. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen met bodembedreigende activiteiten mogelijk gemaakt.

Conclusie Op basis van historisch bodemonderzoek, verkennend bodemonderzoek en de aanvullende onderzoeken kan worden geconcludeerd dat er aanwijzingen zijn voor bodembedreigende activiteiten en/of de aanwezigheid van bodemverontreiniging ter plaatse. Hieruit volgt dat bodemsanering in delen van het plangebied noodzakelijk is. Deze bodemsanering vindt plaats in combinatie met de sloop- en graafwerkzaamheden. Op basis van de huidige resultaten worden geen belemmeringen verwacht vanuit het aspect bodemkwaliteit voor de herontwikkeling die met onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.

5.7

Natuur

Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van 78

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast de bescherming vanuit Wnb, zijn er ook gebieden die planologische beschermd zijn. Het betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (NNN). De bescherming van NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd; 3. andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn.

De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht ten nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, vernielen of te verstoren.

Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden. Natuurnetwerk Nederland (Natuurnetwerk Brabant, NNB) Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden; de Natura 2000-gebieden maken daar deel van uit. Naast de Natura 2000-gebieden bevat het NNN ook overige leefgebieden van soorten en – om isolatie te voorkomen – gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het NNN is onderdeel van het actieve beleid om bedreigde dier- en plantsoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het 'nee, tenzij'- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN.

Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo). In Noord-Brabant wordt het NNN weergegeven middels het Natuurnetwerk Brabant (NNB).

Natuurnetwerk Brabant (NNB) Op de locatie waar nieuwbouw voorzien is binnen NNB (globaal rood omkaderd in afbeelding 5.8) is nog niet gerealiseerde NNB-gebied aanwezig (‘N00.01 Zoekgebied 1 Algemeen geen CHW aanwezig’). Daarnaast wordt als gevolg van de herinrichting van het beekdal (de verlegging van de Nieuwe Leij) een deel van het bestaande NNB-gebied (N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos) in functie en inrichting veranderd (globaal geel omkaderd in afbeelding 5.8). De Nieuwe en Oude Leij zijn aangewezen als het natuurbeheertype N03.01 Beek en Bron (dit natuurbeheertype blijft aanwezig na de verlegging van de

Toelichting (vastgesteld)

79

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna beek.). Het NNB-gebied is weergegeven in afbeelding 5.8.

Afbeelding 5.8: Ligging Natuurnetwerk Brabant en bijbehorende natuurbeheertypen rondom Zuidrand Goirle. Rood omkaderd het deel waar woningbouw gepland is en waar compensatie voor gezocht moet worden. De gele omlijning geeft het NNB-gebied aan waar de nieuwe beekloop voorzien is en waar de NNB een andere invulling krijgt. Bron: Natuurbeheerplan Noord-Brabant, 2016.

Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet natuurbescherming (Wnb) en in provinciale- en gemeentelijke regelgeving. Binnen de gemeente Goirle staan regels over houtopstanden in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), in het Groenstructuurplan Goirle (zie paragraaf 4.4), in de Nota Kapbeleid (20 februari 2014), en in diverse bestemmingsplannen. De Nota Kapbeleid van de gemeente Goirle (2014) maakt onderscheid in: Waardevolle houtopstanden op Groene Kaart uit het Groenstructuurplan Goirle. Hiervoor geldt een zware bescherming en geldt dat altijd een omgevingsvergunning om te kappen noodzakelijk is. Binnen deze categorie bestaat onderscheid in: waardevolle houtopstanden binnen de bebouwde kom, waardevolle houtopstanden buitengebied, en waardevolle individuele bomen en groepen bomen; Overige houtopstanden (niet op de Groene Kaart vermeld). Hiervoor is een minder zwaar kapbeleid van toepassing. Tot een bepaalde omvang mogen deze houtopstanden vergunningsvrij gekapt worden. Een verdere uitwerking van de regels is beschreven in paragraaf 3.2 van de Nota Kapbeleid Gemeente Goirle (2014).

80

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Onderzoek In het kader van de ontwikkeling zijn natuurtoetsen uitgevoerd om te bepalen of er sprake is van aantasting van beschermde soorten en/of gebieden. De complete natuurtoetsen zijn als bijlagen 35 en 36 bij deze plantoelichting gevoegd. Onderstaand zijn de bevindingen van de natuurtoets weergegeven. De gebiedsbescherming is in beide gevallen gelijk en wordt als eerste door de navolgende alinea's behandeld.

Gebiedsbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Brabant dient er getoetst te worden of de beoogde ontwikkelingen een negatieve invloed hebben op de beschermde gebieden.

Natuurnetwerk Brabant (NNB) Het plangebied ligt voor een deel in het NNB. Door de toekomstige ontwikkeling verdwijnt een deel van het oppervlak van het NNB, maar op andere plaatsen komt hier NNB voor terug. In het door Antea Group opgestelde rapport "Herbegrenzing NNB" (zie bijlage 6) is de beoordeling van de ontwikkeling in deze NNB uiteengezet, is weergegeven welke mitigatie/compensatie nodig is als gevolg van de effecten die optreden en hoe dit geïntegreerd wordt in de herontwikkeling van het project Zuidrand Goirle. Geconcludeerd kan worden dat door de integrale aanpak van het project Zuidrand Goirle en de mogelijkheden die hierdoor ontstaan, de NNB een impuls krijgt (o.a. door een kwalitatief betere inrichting, betere samenhang met de omgeving en een vergroting van de omvang).

Natura 2000 Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het meest dichtbij gelegen Natura 2000-gebied 'Regte Heide & Riels Laag' bevindt zich op een afstand van circa 1,5 kilometer tot het plangebied. Tevens ligt het plangebied op 4,5 km afstand van het Natura 2000-gebied Kempenland-West en op 6,5 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied 'Kampina & Oisterwijkse Vennen' (zie afbeelding 5.9).

Afbeelding 5.9: Ligging plangebied (rood omrand) t.o.v. Natura 2000-gebied. Bron: Natura 2000 viewer,

Toelichting (vastgesteld)

81

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna EEA. In de Natura 2000-gebieden 'Regte Heide & Riels Laag', 'Kempenland-West' en 'Kampina & Oisterwijkse Vennen' is qua stikstofdepositie sprake van een zogenoemde overspannen situatie doordat op sommige hexagonen (rekenpunten) de achtergronddepositie hoger is dan de kritische depositiewaarde (KDW) van een habitat. In het kader van het plan, dus voor alle betrokken 'rode' ontwikkelingen (alle plangebieden in de zuidrand van Goirle), is een stikstofberekening uitgevoerd, waarop hierna wordt ingegaan. Dit betrof een berekening van de realisatiefase en de gebruiksfase. Daaruit blijkt dat sprake is van een toename aan stikstofdepositie. Daarom is een vergunning aangevraagd in het kader van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, met benutting van salderingsruimte uit het Stikstofregistratiesysteem (SSRS). Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant heeft op 19 oktober 2021 (kenmerk Z/125755-284905) geconcludeerd dat de gevraagde vergunning kan worden verleend voor de beoogde activiteiten en de daarbij behorende stikstofdepositie (zie bijlage 46). Geconcludeerd wordt dat de aangevraagde activiteit, aangezien er gesaldeerd wordt met ruimte uit het SSRS, geen significante gevolgen kan hebben voor het Natura 2000-gebied 'Regte Heide & Riels Laag'.

Derhalve heeft Gedeputeerde Staten de aangevraagde omgevingsvergunning verleend. Aangezien de bovengenoemde beschikking is afgegeven voor 186 woningen, en het plan tussentijds is aangepast naar 190 woningen, is een aanvullende stikstofberekening uitgevoerd om het effect van de vier extra woningen te beoordelen (zie bijlage 47). Daartoe is een verschilberekening uitgevoerd. De gebruiksfase ten gevolge van 190 nieuwbouwwoningen is afgezet tegen de gebruiksfase ten gevolge van 186 nieuwbouwwoningen. Uit deze berekening blijkt dat geen sprake is van een toename in de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (zie bijlage 47) als gevolg van het gebruik van vier extra woningen. Geconcludeerd wordt dat voor de ontwikkeling van vier extra nieuwbouwwoningen geen nieuwe vergunning op grond van de Wet natuurbescherming hoeft te worden aangevraagd. Ook de ontwikkeling van de vier extra (van 186 naar 190) woningen past binnen de hierboven genoemde afgegeven beschikking ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming. Er wordt gebruikgemaakt van het instrument 'intern salderen'.

Soortbescherming Natuurtoets t.b.v. woningbouwontwikkeling Uit de natuurtoets die als bijlage 35 bij deze toelichting gevoegd is blijkt dat in het plangebied beschermde soorten verwacht worden die de voorgenomen ontwikkeling kunnen beïnvloeden. Het betreft het potentieel voorkomen van beschermd leefgebied en verblijfplaatsen van vogels met een jaarrond beschermd nest, vleermuizen, marterachtigen, amfibieën, libellen, eekhoorn en marterachtigen. Gezien deze verwachting is in 2014, 2016 en 2017 volgens de geldende protocollen onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen en het gebruik van de deellocatie door de bosbeekjuffer, eekhoorn, kleine marterachtigen (wezel) en de steenmarter, vinpootsalamander, vogels met een jaarrond beschermd nest en vleermuizen.

Natuurtoets t.b.v. de natuurontwikk eling Uit de natuurtoets die als bijlage 36 bij deze toelichting gevoegd is blijkt dat de aanwezigheid van de volgende beschermde soorten verwacht werd: vleermuizen, kleine marterachtigen en de vinpootsalamander. Tevens werd verwacht dat leefgebied van de steenuil en de kerkuil aanwezig was. Naar aanleiding van die verwachting is nader onderzoek uitgevoerd (zie onder).

Nader onderzoek Naar aanleiding van de conclusies uit de natuurtoetsen is nader onderzoek naar het voorkomen van

82

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna beschermde soorten in het plangebied uitgevoerd. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden in 2017. Het nader onderzoek wijst uit dat in het plangebied waar de woningbouw is voorzien (en in de Wet natuurbescherming beschermd) essentieel leefgebied voor de bosbeekjuffer, eekhoorn, kleine marterachtigen en de steenmarter, kerkuil en vleermuizen aanwezig is. Op de gronden waar de natuurontwikkeling voorzien is, zijn geen vleermuizen, kleine marterachtigen of de vinpootsalamander aangetroffen. Tevens is in dat deel van het plangebied geen leefgebied van de steenuill en de kerkuil aangetroffen. Het nader onderzoek is als bijlage 37 bij deze toelichting gevoegd.

Vleermuizen Op basis van het nader onderzoek heeft vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen in het gedeelte van het plangebied waar woningbouw voorzien is plaatsgevonden. Dit onderzoek is uitgevoerd in 2018 en als bijlage 38 bij deze toelichting gevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat in de bestaande bebouwing in het plangebied een aantal verblijfsplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig is. Deze verblijfsplaatsen worden beschermd door de Wet natuurbescherming. Daarnaast zijn in het plangebied foeragerende vleermuizen waargenomen. De voorgenomen woningbouwontwikkeling kan leiden tot een beperkte aantasting van het foerageergebied van vleermuizen. Door de ontwikkeling gaan echter geen vaste verblijfsplaatsen verloren. Dit omdat er in de omgeving van het plangebied voldoende alternatief en bereikbaar foerageergebied aanwezig is en blijft. De aantallen foeragerende vleermuizen zijn relatief laag. In relatie tot het foerageergebied van vleermuizen worden geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden.

Jaarrond beschermde nesten Als uitwerking van het nader onderzoek heeft in 2018 ook aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten in het plangebied plaatsgevonden. Dit onderzoek is als bijlage 39 bij deze toelichting gevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. Verstoring van jaarrond beschermde nesten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling kan daarmee uitgesloten worden. Vervolgstappen zoals een ontheffingsaanvraag zijn voor jaarrond beschermde nesten niet aan de orde. De voorgenomen ontwikkelingen zijn daarmee voor wat betreft vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest uitvoerbaar.

Gierzwaluw In aanvulling op het onderzoek naar jaarrond beschermde nesten is nader onderzoek naar de aanwezigheid van nesten van de gierzwaluw uitgevoerd. Het volledige onderzoek is als bijlage 40 bij deze toelichting gevoegd. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat er één nest van de gierzwaluw aanwezig is aan de rand van het plangebied. Het betreft een nest in het kantoorpand aan de Bergstraat. Om verstoring en functieverlies van het nest te voorkomen, dient uit voorzorg een ontheffing aangevraagd te worden.

Concluderend: ontheffing Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Als gevolg van de aanwezigheid van deze soorten kunnen werkzaamheden in het plangebied pas uitgevoerd worden nadat een ontheffing van de Wet natuurbescherming verleend is. Deze ontheffing is nodig voor werkzaamheden die invloed hebben op de gierzwaluw, bosbeekjuffer, kerkuil en de gewone dwergvleermuis. Voor de eekhoorn en de steenmarter geldt dat indien gewerkt wordt middels een goedgekeurde gedragscode, geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is. Naast het voorkomen van vleermuizen moet in de toekomst tijdens de werkzaamheden rekening gehouden worden met algemene broedvogels (artikel 3.1 en 3.5 van de Wet natuurbescherming). Een ontheffingsaanvraag voor de voorgenomen ontwikkeling is medio mei 2019 ingediend. Deze ontheffingsaanvraag is als bijlage 41 bij deze toelichting gevoegd. In het kader van de

Toelichting (vastgesteld)

83

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna ontheffingsaanvraag is een activiteitenplan opgesteld. Het activiteitenplan is als bijlage 42 bij deze toelichting gevoegd. Aan de hand van het nader onderzoek naar de gierzwaluw, is in het kader van de onheffingsaanvraag voor de gierzwaluw een aanvulling op het activiteitenplan opgesteld. Deze aanvulling is al bijlage 43 bij deze toelichting gevoegd.

De omgevingsdienst Brabant-Noord heeft op 7 mei 2020 besloten een ontheffing in het kader van de Wnb te verlenen voor diverse werkzaamheden die invloed hebben op de gierzwaluw, bosbeekjuffer, kerkuil, gewone dwergvleermuis, steenmarter en wezel (zie bijlage 45).

Actualisatie (overzicht) Ten behoeve van de ‘Visie Zuidrand Goirle’ hebben diverse onderzoeken plaatsgevonden naar de natuurwaarden ter plaatse. Deze onderzoeken zijn ook diverse malen geactualiseerd, onder andere naar aanleiding van de invoering van de Wet natuurbescherming (Wnb) in 2017. In bijlage 44 is een memo opgenomen met een actualisatie van de bestaande gegevens (soortenbescherming en gebiedsbescherming).

Beschermde houtopstanden Uit de Groenkaart van Goirle (zie figuur 4.13 in paragraaf 4.4) blijkt dat binnen het plangebied enkele beschermde houtopstanden aanwezig zijn: de groene dorpsrand en particulier waardevol groen. Met de herontwikkeling van het plangebied schuift de groene dorpsrand verder op naar het zuiden, gezien het groene karakter van het toekomstig woongebied en het aansluitende natuurgebied ten zuiden daarvan. Daarmee is sprake van een versteviging van de groene dorpsrand. Daarnaast zijn voor de herontwikkeling bomeneffectanalyses (BEA's) uitgevoerd, zoals in paragraaf 4.4 is beschreven, om te bepalen welke bomen in het plangebied behoudenswaardig zijn en in het verlengde daarvan, welke bomen gekapt of gehandhaafd (al dan niet na verplanting) kunnen worden. Ter compensatie van de te kappen bomen worden circa 10.000 nieuwe bomen aangeplant in de groenblauwe zone en het woongebied. Ten behoeve van de kap zijn en zullen de benodigde omgevingsvergunningen kap worden aangevraagd. Naast de kap van bomen waarvan op basis van de BEA's deze kap kan plaatsvinden, is verder geen sprake van ingrepen aan de houtopstanden in het plangebied.

Natuurinclusief bouwen Gevels van gebouwen worden op diverse plekken voorzien van (wintergroene en bloeiende) klimplanten. In de gevels worden daarnaast op diverse plekken nestkasten en -gelegenheden voor vogels en vleermuizen ingebouwd. Waar mogelijk worden daken uitgevoerd als groen dak.

Natuurinclusief bouwen heeft niet alleen betrekking op de bovengenoemde mogelijkheden voor het natuurinclusief maken van bebouwing. De openbare ruimte kan ook natuurinclusief gemaakt worden. Zoals al beschreven in paragraaf 4.1 wordt er een natuurgebied gerealiseerd in het plangebied. De openbare groenvoorzieningen in het deel van het plangebied waar woningen gerealiseerd worden, worden ecologisch ingericht en beheerd. Dat betekent dat deze groenvoorzieningen niet bestaan uit strak gemaaide gazons, maar uit kruidenrijke weides met inheemse vegetatie. In de openbare ruimte wordt verder zoveel mogelijk gebruik gemaakt van inheemse bomen en heesters. Afbeelding 5.10 vat de ambities voor groen en biodiversiteit in het plangebied samen.

84

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Afbeelding 5.10: Ambities voor groen en biodiversiteit in het plangebied KuiperCompagnons, Wilma Wonen, CRA Vastgoed en Antea Group, augustus 2021)

Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan onder de voorwaarden zoals genoemd in deze paragraaf. De in deze paragraaf genoemde ontheffing van de Wet natuurbescherming is reeds verleend. Vanuit het Natuur Netwerk Brabant kan worden gesteld dat door de integrale aanpak van het project Zuidrand Goirle en de mogelijkheden die hierdoor ontstaan, het Natuurnetwerk Brabant een kwaliteitsimpuls krijgt. Voor gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden) wordt geconcludeerd dat geen sprake is van significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied 'Regte Heide & Riels Laag' en dat de gevraagde vergunning in het kader van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming kan worden verleend.

5.8

Milieueffectrapportage

Algemeen In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van een plan (bijvoorbeeld bestemmingsplan) of besluit (bijvoorbeeld de omgevingsvergunning) planmer-plichtig, projectmer-plichtig of vormvrij of niet vormvrij mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Het bevoegd gezag dient bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die zouden moeten noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Hierbij dient bevoegd gezag rekening te houden met de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Wetswijziging per 16 mei 2017 Op 16 mei 2017 is de Wet milieubeheer gewijzigd. Dit heeft tot gevolg dat (ook) voor een vormvrij m.e.r.-beoordelingsplichtig plan een apart m.e.r.-beoordelingsbesluit door bevoegd gezag noodzakelijk Toelichting (vastgesteld)

85

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna is en dat de informatie hiervoor in een zogenaamde aanmeldingsnotitie gegeven moet worden (voor 16 mei 2017 was dit nog vormvrij en kon de informatie en het besluit onderdeel uitmaken van het moederbesluit). Het uitgangspunt (”geest van de wet”) van een m.e.r.-beoordeling is dat er in beginsel geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden, tenzij er sprake is van wezenlijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

Onderzoek De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r. onder (in ieder geval) categorie D11.2. De omschrijving van de drempelwaarde behorend bij deze categorie en de drempelwaarden van andere categorieën die mogelijk van toepassing zijn op de gehele ontwikkeling van de zuidrand van Goirle zijn opgenomen in onderstaande tabel.

86

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Tabel 5.4: M.e.r-(beoordelingsplichtige) activiteiten voor dit bestemmingsplan

Voor alle categorieën uit het Besluit m.e.r. die op dit bestemmingsplan van toepassing zijn geldt dat zij onder de ondergenzen uit dat besluit vallen. De totale oppervlakte van de gronden die geheel of gedeeltelijk heringericht wordt is circa 30 hectare. Er worden in totaal 190 woningen gerealiseerd (waarvan 1 woning reeds bestaand is). De ontgronding heeft een oppervlakte van 5,85 hectare. Omdat er geen drempelwaarden overschreden worden, moet voor de onderhavige bestemmingsplannen een aanmeldnotitie opgesteld worden. Deze aanmeldnotitie is als bijlage 48 bij deze plantoelichting gevoegd.

De aanmeldnotitie is gebaseerd op de onderzoeken en toetsen die ten grondslag liggen aan dit bestemmingsplan. Aanvullende informatie over een bepaald onderdeel van de aanmeldnotitie kan worden gevonden in de paragraaf waar het desbetreffende onderdeel uitgebreider beschreven is. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. De milieugevolgen zijn beoordeeld op: hinder voor de omgeving;

Toelichting (vastgesteld)

87

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna bodem, water en ecologie, archeologie en cultuurhistorie; gezondheid; cumulatie met overige projecten/ontwikkelingen. Conclusie De in het plangebied voorgenomen ontwikkelingen leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure.

88

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Hoofdstuk 6

WAT ER

De watertoets, die wettelijk is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening, is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan en het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. De watertoets verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding.

6.1

Beleid

Rijk en provincie Het nationale en provinciale waterbeleid is beschreven in het Nationaal Waterplan en in het Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2016-2021.

Nationaal Waterplan Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water.

Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant 2016-2021 Dit plan, vastgesteld op 18 december 2015, geeft de hoofdlijnen van het milieu- en waterbeleid in de provincie. Hoofddoelen van dit plan zijn: voldoende water voor mens, plant en dier; schone en gezonde leefomgeving (bodem, water, lucht); bescherming van Brabant tegen overstromingen en extra risico's; verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Structuurvisie De provincie gaat ervan uit dat de wateroverlast in de regionale watersystemen in 2015 aangepakt is waarbij de trits "vasthouden, bergen, afvoeren" als uitgangspunt geldt. Het vasthouden van het water vindt zoveel als mogelijk bovenstrooms op de hoger gelegen gebieden plaats in de zogenaamde brongebieden. Hier liggen kansen voor de koppeling met natuurontwikkeling en droogtebestrijding. Ook in de nabijheid van de grote steden liggen kansen voor het bovenstrooms vasthouden en bergen van het water. Hier liggen mogelijkheden voor de koppeling met bijzondere woon- en werkmilieus, de vergroting van het recreatief uitloopgebied en bestrijding van de verdroging in het omliggende landelijk gebied.

Waterschap De Dommel Waterschap De Dommel is waterbeheerder in het plangebied en is verantwoordelijk voor de waterhuishoudkundige verzorging (waterkwaliteit en waterkwantiteit) binnen het plangebied. Het beleid van het waterschap is verwoord in de volgende documenten en wordt hierna kort besproken: Waterbeheerplan 2016 - 2021 'Waardevol Water'; Handreiking Watertoets; Keur 2015. Waterbeheerplan 2016 - 2021 'Waardevol Water' Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de

Toelichting (vastgesteld)

89

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna periode 2016 - 2021. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu- en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema's: droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlakte water; natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren; schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen; mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik. Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking.

In dit Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met alle partners in het gebied wil uitbouwen en 'grenzeloos' organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid. De belangrijkste uitdagingen zijn: voldoende water voor landbouw en natuur; wateroverlast en hittestress; kringloopdenken; steeds meer ongewenste stoffen in het water, zoals medicijnen; vergroten waterbewustzijn. Het waterbeheerplan is te vinden op de website van het waterschap: www.dommel.nl

Handreik ing watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. De initiatiefnemer verwoordt in een waterparagraaf zijn afweging van de waterhuishoudkundige aspecten. Het waterschap geeft hierover een wateradvies. De Handreiking watertoets, die door het waterschap De Dommel is opgesteld, is een middel om te komen tot een evenwichtige watertoets. De handreiking is te vinden op de website van het waterschap www.dommel.nl

Keur Een van de instrumenten van het waterschap om zijn taken uit te oefenen is de Keur. De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder vergunning geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen, die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een vergunning bij het waterschap moet worden gevraagd.

90

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Voor een aantal werkzaamheden is een vergunning vereist van het waterschap op grond van de Keur. Wanneer aan de bepalingen van de algemene regels van de Keur wordt voldaan, is geen vergunning vereist. Voorbeelden van situaties waarbij de Keur van toepassing is, zijn: het dempen of wijzigen van een watergang; het aanleggen van kabels of leidingen; het planten van bomen en struiken; het brengen van water in een watergang. Gemeente Programma Water & Riolering 2021-2025, 'Op weg naar een klimaatrobuust Goirle' Op 15 december 2020 heeft de gemeenteraad het Programma Water & Riolering 2021-2025, 'Op weg naar een klimaatrobuust Goirle (PWR) vastgesteld. Het PWR is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het PWR leggen we vast wat we willen bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid en bewoners/bedrijven ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. De wettelijke en beleidskaders die ten grondslag liggen aan dit PWR zijn beschreven in hoofdstuk 2. Het PWR vervult vier hoofdfuncties: Kader gemeentelijke zorgplichten: overzicht beleidskeuzes en ambities ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater en bijdragen aan de zorgplichten oppervlaktewater en drinkwater. Interne afstemming met andere vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie en met onze waterpartners.

Externe afstemming: met o.a. bewoners en bedrijven, ontwikkelaars en bouwbedrijven. Continuïteit en voortgangsbewaking: vanwege de relatief lange levensduur van stedelijke watervoorzieningen en kapitaalintensieve investeringen is een lange termijn aanpak essentieel (begroting, investeringen en evaluatie). Gidsprincipes water In het verleden hebben gemeenten en waterschappen strategieën opgesteld om meer duurzaam om te gaan met afval- en hemelwater. Deze strategieën zijn inmiddels gemeengoed geworden en beschouwen we dan ook als gidsprincipes voor de komende jaren: We zamelen in principe het stedelijk afval- en hemelwater gescheiden in en ontvlechten zo de (schone en vuile) waterstromen; We streven ernaar om het hemelwater zoveel als mogelijk bovengronds en zichtbaar te verwerken; We weren de lozing van hemelwater afkomstig van inrichtingen op vuilwater riolering; We betrekken de kenmerken en knelpunten van zowel het regionale (stroomgebiedsbenadering) als het stedelijke watersysteem in de omgang met hemelwater.

We streven naar watersysteemherstel; We wentelen water- en waterbergingsopgaven niet af naar andere locaties/gebieden, tenzij dit doelmatig is; We kiezen voor robuuste (zo min mogelijk onderhoudsgevoelige) oplossingen; We gaan doelmatig en maatschappelijk kostenbewust om met de aanleg en het toekomstig beheer en onderhoud van het watersysteem; We streven naar meer centrale, robuuste en goed te beheren rioolvoorzieningen; We hanteren de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren voor de omgang met hemelwater: a. Vasthouden: doorlatende goten, groene daken, infiltratie in terreinverlagingen in groen, enz.; b. Bergen: overtollig hemelwater bergen we eerst in het stedelijk watersysteem; c. Afvoeren: pas bij volledige benutting van de berging voeren we het overtollige hemelwater af naar het regionale watersysteem: a. We streven naar grootschalige goed beheersbare infiltratievoorzieningen in openbaar gebied. Kleinschalige infiltratievoorzieningen worden na het einde van de levensduur niet hersteld.

Toelichting (vastgesteld)

91

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna b. Voor grondwaterbeschermingsgebieden volgen we het provinciaal beleid conform de gebiedsdossiers. Waterberging Bij ruimtelijke inrichtingen moet rekening worden gehouden met de gevolgen van de klimaatverandering om zo waterschade te voorkomen en de gevolgen indien er schade optreedt te beperken. Om toe te werken naar een robuust Goirle worden bij elke ontwikkeling van de openbare ruimte klimaatadaptieve maatregelen en waterrobuustheid meegenomen als overweging. Bij nieuwbouw hanteert de gemeente Goirle de 70 mm/h bui uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) als norm om inpandig geen waterschade te hebben. Deze bui wordt ook gebruikt om de robuustheid / kwetsbaarheid van de hoofdinfrastructuur (ontsluitingsrouten, calamiteitenverkeer, etc.) te toetsen. Bij een toename aan verhard oppervlak van meer dan 500 m² hanteert de gemeente Goirle een compensatie van 60 mm conform de Brabantse Keur. Dit zal worden geborgd door in de planregels een voorwaardelijke verplichting op te nemen. Daarnaast hanteert de gemeente Goirle bij herontwikkelingen een compensatie van 20 mm waterberging (indien realiseerbaar) conform bui 8 uit de Kennisbank Stedelijk water.

6.2

Huidige en toekomstige situatie

Op basis van het stedenbouwkundig plan dat ten grondslag ligt aan de voorgenomen ontwikkeling, is een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Dit waterhuishoudkundig plan beschrijft de waterhuishouding (afvoer van vuilwater alsmede de retentie en afvoer van hemelwater) in de toekomstige situatie en is als bijlage 49 bij deze toelichting gevoegd. Bijlagen 49 en 50 zijn aanvullingen op het waterhuishoudkundig plan. Naar aanleiding van enkele wijzigingen in het stedenbouwkundig plan is een Notitie opgesteld. Deze notitie is als bijlage 52 bij deze toelichting gevoegd. Deze aanpassingen betekenen geen aantasting voor de gehanteerde klimaatrobuuste waterhuishoudkundige principes. Het doel van de notitie is de impact van de stedenbouwkundige wijzigingen te kwantificeren door het ontwerp te toetsen aan de kaders en randvoorwaarden afkomstig uit hoofdstuk 3 van het waterhuishoudingsplan en eventuele optimalisaties voor te stellen.

Huidige situatie Verhard oppervlak Voor het uitgewerkte stedenbouwkundige plan is een verkenning gedaan betreffende het verharde oppervlak, op basis van recente tekenbestanden. Hieruit blijkt dat het totaal verhard oppervlak afgerond 5,0 ha bedraagt.

Hoogteligging De huidige maaiveldhoogte in het plangebied loopt af richting het zuiden. De Bergstraat loopt af van circa 15,26 meter boven NAP (noordwestzijde van het plangebied) tot 15,15 meter boven NAP (noordoostzijde van het plangebied). De Watermolenstraat heeft aan de oostzijde van het plangebied een hoogte van circa 15,50 meter boven NAP. In het plangebied varieert de maaiveldhoogte. Afbeelding 6.1 toont de ingemeten weghoogtes en het verloop van het terrein. De grondwal aan de westzijde van het plangebied heeft een hoogte van circa 17,2 meter en wordt ten behoeve van de ontwikkeling van het woongebied Van Puijenbroek afgegraven. Het zuidelijk deel van het plangebied, het huidige beekdal van de Nieuwe Leij, is laaggelegen (maaiveldhoogte van tussen de 13 en 14 meter boven NAP). De huidige terreinverhardingen van de fabriek liggen op een gemiddelde hoogte van circa 14,5 meter boven NAP.

92

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Afbeelding 6.1: Hoogteligging plangebied (rood omkaderd) (Antea Group)

Bodem en grondwater De bodem in het plangebied bestaat tot een diepte van 1,2 meter onder maaiveld overwegend uit zeer fijn zand. Onder die laag bevindt zich tot een diepte van 3 meter onder maaiveld matig fijn zand. De bodem in het plangebied is zeer goed doorlatend.

In de huidige situatie is op één van de kavels achter de tuin van Huize Anna een peilbuis aanwezig (zie afbeelding 6.2). Deze peilbuis is van belang voor de monitoring van de grondwaterstand die de provincie Noord-Brabant als strategisch grondwaterbeheerder uit moet voeren. Behoud van deze peilbuis in het plangebied is nodig om de provincie in staat de stellen in de toekomstige situatie de rol als strategisch grondwaterbeheerder uit te blijven voeren. Tegelijkertijd leidt de aanwezigheid van de peilbuis op een uitgeefbaar kavel tot veel beperkingen voor de toekomstige eigenaar van dat kavel. Na een beschouwing van de (technische) mogelijkheden om de peilbuis te verplaatsen is op 11 juni 2021 een overeenkomst gesloten tussen de provincie Noord-Brabant en de grondeigenaar. In deze overeenkomst is vastgelegd dat de peilbuis verplaatst wordt naar een andere geschikte locatie waar geen woningbouw voorzien is. Deze nieuwe locatie is in het bezig van de gemeente Goirle. Na verplaatsing van de peilbuis is er geen sprake meer van beperkingen voor de woningbouw op het desbetreffende kavel. Net als in het vigerend bestemmingsplan is het niet nodig om te voorzien in planologische bescherming van de peilbuis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1308/documents/22532