05 Bijlage 2 Vast te stellen plan Plantoelichting.pdf
Tekst van het document
Woningbouwprogramma Het woningbouwprogramma is door gemeenteraad akkoord bevonden d.d. 3 november 2020. Geconstateerd is dat prioritering niet meer benodigd is. Het aantal woningen dat op dit moment in harde en gebonden capaciteit is, betekent dat in de komende jaren een in totaal 1230 woningen worden gebouwd. Om te voorzien in de woonbehoefte zullen nog 135 tot 345 woningen in ontwikkeling genomen moeten worden in de komende tien jaren. Om tal van redenen is er vertraging in woningbouwprojecten. De ervaring is daarom dat om 100% van de bouwopgave te realiseren voor tenminste 130% procent van het aantal woningen, plannen in ontwikkeling moeten worden genomen. Concreet betekent dit voor de gemeente Goirle dat er nog 175 tot 449 woningen in ontwikkeling genomen moeten worden. In de afgelopen perioden heeft gemeente Goirle ervoor gekozen om deze bouwruimte als absoluut maximum te zien. Dit omdat bij elke ontwikkeling, op basis van de ladder van duurzame verstedelijking, de (kwantitatieve) behoefte aan woningen moet worden aangetoond.
Toelichting (vastgesteld)
49
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Conclusie De woningen in het plangebied maken deel uit van de gebonden capaciteit. Er is sprake van gebonden capaciteit wanneer het college heeft besloten tot: het starten van de benodigde ruimtelijke procedure om woningbouw op deze locatie mogelijk te maken en/of; het aangaan van een intentieovereenkomst of anterieure overeenkomst voor ontwikkeling van de locatie. Voor het plangebied is een gebonden capaciteit van 156 woningen opgenomen. In voorliggend plan is voorzien in een totaal aantal van 190 woningen. Voor deze ontwikkeling is het benodigde contingent beschikbaar. Dit contingent komt allereerst uit de gebonden capaciteit. De woningen die niet zijn voorzien in gebonden capaciteit maken deel uit van de 135-175 tot 345-449 woningen die benodigd zijn om te voorzien in de woningbehoefte voor de komende tien jaar.
Ladder voor duurzame verstedelijking Bij de afweging tussen de verschillende locaties moet in de eerste plaats worden gekeken naar de ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 3.1). Dit is een vereiste uit het Besluit ruimtelijke ordening. Eén van de voorwaarden die de gemeente heeft gesteld bij het vaststellen van de visie voor de Zuidrand Goirle is dat er gebouwd wordt naar behoefte, zowel kwantitatief en kwalitatief.
Kwantitatieve behoefte In het stedenbouwkundig plan (september 2021) zijn 190 te realiseren woningen geprojecteerd. Zoals bovenstaand onder conclusie beschreven, valt een groot deel (156 woningen) van de 190 geprojecteerde woningen binnen de gebonden capaciteit en maken de overige woningen deel uit van de 135-175 tot 345-449 woningen die benodigd zijn om te voorzien in de woningbehoefte voor de komende tien jaar. Voorliggend bestemmingsplan voldoet daarmee aan de kwantitatieve behoefte.
Kwalitatieve behoefte Het woonprogramma bestaat uit een mix van betaalbare, middel-dure en dure woningen en er is een locatie gereserveerd voor een eventueel CPO-project. De betaalbare woningen staan aan de Bergstraat in de vorm van appartementen (sociale huur) en beneden-bovenwoningen (koop). In de Fabriek zijn middendure grondgebonden woningen en appartementen (in het bestaande kantoorgebouw, eventueel CPO) en enkele dure grondgebonden woningen voorzien. Het programma in het dorpse buurtje bestaat uit dure woningen (twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen). De vrijesectorwoningen en de appartementen aan de Nieuwe Leij vormen een exclusieve doelgroep in het topsegment. Bijna alle woningen zijn levensloopbestendig te maken. Een uitzondering hierop is een aantal woningen in het deelgebied 'De Fabriek'. Om het karakteristieke ensemble van fabrieksgebouwen te behouden kunnen deze niet levensloopbestendig worden gemaakt. Het betreft hier woningen in de Weverijhal. Sociale eenheden maken ook onderdeel uit van de kwalitatieve behoefte. Woningstichting Leystromen heeft voor haar gehele bezit een portefeuillestrategie opgesteld. Hierin is bepaald wat de toekomstige behoefte is aan sociale eenheden. Op basis hiervan is gekeken naar het gewenste aantal sociale eenheden voor de gehele Zuidrand Goirle.
In de notitie "sociaal woonprogramma Zuidrand Goirle" is dit aantal gemotiveerd en toegedeeld aan de deellocaties Van Besouw en HaVeP (Van Puijenbroek). Binnen de portefeuillestrategie past een toevoeging van circa 50 DAEB-huurwoningen (Diensten van Algemeen Economisch Belang) in de totale Zuidrand. In dit plangebied zijn 16 sociale huurwoningen (appartementen) voorzien en 27 sociale huur-/koopwoningen (grondgebonden). Deze woningen zijn vastgelegd in de planregels van dit bestemmingpslan.
50
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Bestaand stedelijk gebied In hoofdzaak bestaat het plangebied uit twee gebiedtypen: het deel grenzend aan de kern van Goirle waar woningbouw voorzien is en het deel rondom de Nieuwe Leij waar in hoofdzaak natuurontwikkeling voorzien is. Met het besluit van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot herbegrenzing van structuren uit het provinciaal beleid is het gehele deel van het plangebied waar woningbouw voorzien is onderdeel geworden van het stedelijk gebied. Het initiatief past daarmee in de kaders die de ladder voor duurzamelijke verstedelijking stelt omdat alle woningen in het stedelijk gebied gerealiseerd worden. Volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn de gronden rondom de Nieuwe Leij geen onderdeel van het stedelijk gebied. Op een deel van deze gronden is echter woningbouw voorzien. Het gaat om de woningen aan de zuidzijde van het deelgebied 'Dorpse buurtje' en woningen in deelgebied 'de Tuin'. Dit betekent dat een deel van de woningbouw buiten het in de verordening aangeduide bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Ruimtelijk-functioneel gezien kunnen deze gronden wel als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied aangemerkt worden. Het plangebied en omgeving zijn ontstaan als een bedrijfscomplex waar in het verleden textielproductie plaatsvond. Rondom dit terrein liggen woningen, bedrijven, een zorgcentrum en agrarische gronden.
Het plangebied zelf biedt ruimte aan opslag- en kantoorfuncties. Het plangebied biedt daarmee al ruimte aan stedelijke functies. Wegen (zoals de Kerkstraat en de Watermolenstraat) verbinden al deze functies met elkaar. Deze wegen vormen samen met de groen- en waterstructuren het raamwerk voor en ensemble aan woon- en werkfuncties dat in het plangebied voorzien is. Het voorgaande betekent ook dat er sprake is van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing dat gericht is op wonen, werken en horeca. Om die reden kan het plangebied gezien worden als een onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. In de Visie 'Zuidrand Goirle met de tijdstroom mee....' is de basis gelegd voor de uitwerking van het plangebied, waarbij is gekozen om de (verlegde) Nieuwe Leij als harde begrenzing te blijven behouden als grens tussen dorp en land. Het uitgewerkte plan - vertaald in een stedenbouwkundig plan en vervolgens in dit bestemmingsplan - voorziet, naast woningbouw ook in de ontwikkeling van natuur en landschap aan de zuidkant van het plangebied (rondom de Nieuwe Leij). Op hoofdlijnen richt de ontwikkeling van natuur en landschap zich op het herstellen en verbeteren van het watersysteem van de Nieuwe Leij. Daarbij is ruimte gecreëerd voor meandering en een retentiegebied. Om een kwalitatieve afronding te creëren in de overgang van het dorp naar het landschap is gekozen voor deze uitwerking.
Tevens worden ter plaatse woonmilieus gerealiseerd die niet binnen het bestaande stedelijk gebied kunnen worden ingepast. Het gaat namelijk om vrijstaande woningen op ruime kavels in een rustige woonomgeving (met uitzicht over het buitengebied van Goirle). Omdat de gemeente Goirle in de Notitie prioritering woningbouwlocaties 2016-2021 primair inzet op de ontwikkeling van binnenstedelijke locaties is er voor dergelijke vrijstaande woningen geen andere plek te vinden in het bestaand stedelijk gebied. In dit geval gaat het om de toevoeging van circa 15 woningen buiten het bestaand stedelijk gebied. Deze woningen komen allemaal binnen de grens van de verlegde Nieuwe Leij te liggen (zie figuur 4.1). Hiermee ontstaat een logische afronding van de kern van Goirle en wordt verrommeling voorkomen.
Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
4.4
Groen
De gemeenteraad heeft op 11 maart 2014 het Groenstructuurplan vastgesteld. Dit plan bevat de langetermijnvisie op het gemeentelijk groen binnen de bebouwde kom. Het openbaar groen van de gemeente Goirle fungeert als visitekaartje van de gemeente en is bepalend voor de sfeer en beleving van de openbare ruimte. De wijken in de kernen in de gemeente Goirle hebben allemaal hun eigen karakteristieken. Het plangebied ligt volgens het groenstructuurplan in de wijk 'Abcoven'. Het groenstructuurplan beschrijft dat onder andere de Kerkstraat en de Beeksedijk een mooie groenstructuur met grote bomen hebben. Deze kwaliteit heeft een relatie met het plangebied. Een andere kwaliteit van de groenstructuur die een relatie met het plangebied heeft is de groene dorpsrand
Toelichting (vastgesteld)
51
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna die gevormd wordt door het beekdal van de Nieuwe Leij.
Abcoven wordt gekenmerkt door: deels jaren ’50 (rondom Oranjeplein) en deels jaren ’70 wijk, oostelijk daarvan; prinsessenstraten rondom Oranjeplein hebben rechthoekige verkaveling met weinig openbaar groen; jaren ’70 wijk is ruim opgezet met blokverkaveling en veel openbaar groen.
Afbeelding 4.13: Uitsnede uit de groenstructurenkaart van Wildackers in Goirle
De groenstructurenkaart van Goirle (afbeelding 4.13) laat verder zien dat op het fabriekscomplex geen waardevolle groenstructuren aanwezig zijn. De Bergstraat is aangemerkt als groene gebiedsontsluitingsweg. Daarnaast wordt de Tuin Huize Anna aangemerkt als particulier waardevol groen. De tuin van Huize Anna wordt zoveel mogelijk gehandhaafd als een parkbos en waar nodig enigszins heringericht. Daarnaast worden in het plangebied enkele bomen gekapt, maar het aantal gekapte bomen wordt ruimschoots gecompenseerd door de aanplant van nieuwe bomen (zie afbeelding 4.14). Het NNB dat in het plangebied aanwezig is wordt verplaatst, uitgebreid en versterkt door de bestaande landbouw te transformeren naar de gewenste natuurbeheertypen. Er komt ook meer ruimte voor waterberging langs de beek en piekretentie in de gebieden daaromheen.
52
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Ten behoeve van het opstellen van het stedenbouwkundig plan is een zogenoemde boomeffectanalyse (BEA) uitgevoerd. Allereerst is in 2018 een BEA uitgevoerd (bijlage 17). Na aanpassing van het stedenbouwkundig plan in 2020 is in 2021 een actualisatie van de BEA uitgevoerd (bijlage 18). Op laatstgenoemde wordt hierna verder ingegaan. Op basis van de BEA is bepaald welke bomen in het plangebied behoudenswaardig zijn en in het verlengde daarvan, welke komen gekapt of gehandhaafd (al dan niet na verplanting) kunnen worden. Afbeelding 4.14 toont de te handhaven en de te kappen bomen. De uitgevoerde BEA is als bijlage 18 bij deze toelichting gevoegd.
Afbeelding 4.14: uitsnede uit bijlage 1 van bovengenoemd uitgevoerde BEA: overzicht te behouden bomen (zwarte stippen), 'te behouden tenzij' bomen (blauwe stippen) en te verwijderen bomen (rode stippen), zoals onderzocht in de boomeffectanalyse (Antea Group, 15 maart 2021, bijlage 18)
Voor één boom waarvan in de uitgevoerde BEA is gevonden dat deze hoog behoudenswaardig is, is een aanvullend BEA uitgevoerd (zie zwarte stip 'XI-01' op afbeelding 4.14, en zie bijlage 19): een Hollandse linde. Dit aanvullend onderzoek had als doel om de mogelijke effecten van de voorgenomen werkzaamheden op de Hollandse linde te beoordelen. Als hoofdvraag staat centraal of de linde in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden in zijn huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden kan blijven. Uit het onderzoek blijkt dat de conditie van de linde als goed wordt beoordeeld. De toekomstverwachting is in de huidige situatie 'goed' (>20 jaar). Het aanwezige groeimedium rond de boom is van een matige kwaliteit. Mede hierdoor is de boom gevoelig voor droogte. Dit matige groeimedium wordt echter gecompenseerd door het grote doorwortelbare volume. Om de boom duurzaam te behouden, is in het onderzoek (zie hoofdstuk 4, bijlage 19) een aantal randvoorwaarden geformuleerd voor zowel de uitvoeringsfase als de toekomstige situatie. Deze maatregelen hebben in hoofdzaak betrekking op het voorkomen van schade tijdens de uitvoeringsfase, het toezicht laten houden door een ter zake deskundige en het voorkomen van schade tijdens de gebruiksfase/toekomstige situatie.
Wanneer deze maatregelen worden uitgevoerd, is duurzaam behoud van de boom in zijn huidige verschijningsvorm mogelijk. Aangezien de maatregelen logisch en goed te hanteren zijn, zullen deze in acht worden genomen bij werkzaamheden en in de toekomstige situatie.
Conclusie In het ontwerp is het bestaande groen zoveel als mogelijk geïntegreerd. Een deel van het groen zal verdwijnen, maar hiervoor in de plaats wordt er nieuw groen gerealiseerd. Daarnaast wordt het deel NNB dat verdwijnt gecompenseerd volgens de provinciale regels. Het aspect groen is hiermee voldoende
Toelichting (vastgesteld)
53
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna onderzocht en geïntegreerd in het plangebied.
4.5
Verkeer en parkeren
Verkeer Door Antea Group is een verkeersonderzoek uitgevoerd. In het verkeersonderzoek is onderzocht wat de verkeerseffecten zijn als het plan Zuidrand Goirle volledig is ontwikkeld. Hierbij is uitgegaan van het jaar 2030 als jaar waarin de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd is. Het complete onderzoek is als bijlage 20 bijgevoegd. Onderstaand is de conclusie van het onderzoek weergegeven. In het verkeersonderzoek voor het Land van Anna is in totaal gerekend met 190 woningen. Om te bepalen hoeveel verkeer per gemiddelde werkdag van en naar Van Puijenbroek gaat, is gebruikgemaakt van de CROW-publicatie 381 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (2018). Voor diverse functies zijn kencijfers bekend van het aantal verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag. Een verkeersmodel rekent met een gemiddelde werkdag, daarom is het berekende kencijfer omgerekend van weekdag naar werkdag. Voor Van Puijenbroek in totaal worden 1.442 verkeersbewegingen per gemiddelde werkdag berekend. In de volgende tabel is de berekening voor de volledige ontwikkeling van het Land van Anna uitgewerkt. Tabel 4.2 Verkeersgeneratie ontwikkeling
Verkeersafwikkeling wegen Alleen op de wegen dichtbij het plangebied is er een significante toename van het verkeer berekend (Bergstraat en Tijvoortsebaan). Deze toename zorgt niet voor doorstromingsproblemen, er worden namelijk geen nieuwe knelpunten berekend. Daarnaast blijven de intensiteiten op de wegvakken binnen de gestelde grenswaarde. Verkeersafwikkeling kruispunten In de bebouwde kom is een goede verkeersafwikkeling op kruispunten vaak van groter belang dan de verkeersafwikkeling op wegvakken. Daarom zijn naast de wegvakken ook een aantal kruispunten getoetst op de verkeersafwikkeling. Het gaat om de volgende kruispunten: Land van Anna – Bergstraat (voorrangskruispunt): Door de verkeersgeneratie van de voorgenomen ontwikkeling nemen de wachttijden voor dit kruispunt niet aanzienlijk toe. Rillaersebaan – Turnhoutsebaan (verkeerslichten): Alleen in de ochtendspits is hier sprake van een toename van de cyclustijd van het kruispunt. De cyclustijd blijft binnen de grenswaarde van 120 seconden voor met verkeerslichten geregelde kruispunten. Het kruispunt kan het verkeer ook met deze ontwikkeling blijven afwikkelen. Turnhoutsebaan – Tijvoortsebaan (rotonde): In de spitsen is er sprake van een kleine toename in de verzadigingsgraad van deze rotonde, maar die toename leidt er niet toe dat de rotonde het verkeer niet af kan wikkelen.
Rillaersebaan – Tilburgseweg (rotonde): Als dit kruispunt omgebouwd wordt tot een rotonde (wat een beleidsvoornemen is), dan kan deze rotonde het verkeer afwikkelen. Er wordt dan een toename van de verzadigingsgraad berekend, maar die toename is dusdanig klein dat deze niet leidt tot knelpunten.
54
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Cumulatie Zuidrand Aangezien het gebied Van Besouw ongeveer gelijktijdig gerealiseerd wordt, is een scenario opgesteld waarbij uit wordt gegaan van een volledige ontwikkeling van Van Puijenbroek (Land van Anna) en van Besouw. Hierbij is beoordeeld of de beide projecten samen leiden tot nieuwe knelpunten. Geconcludeerd wordt dat er geen knelpunten ontstaan bij volledige ontwikkeling van de Zuidrand (Van Puijenbroek/Land van Anna en Van Besouw).
Conclusie Door de ontwikkeling van het Land van Anna krijgt het verkeersnetwerk van Goirle meer verkeer te verwerken. Dit extra verkeer zorgt niet voor nieuwe doorstromingsknelpunten in Goirle ten opzichte van de autonome situatie. Een viertal kruispunten is nader onderzocht, omdat deze maatgevend zijn voor de afwikkeling van het verkeer in Goirle of het verkeer uit het plangebied. Uit deze kruispuntberekeningen komt naar voren dat deze kruispunten geen knelpunten in de verkeersafwikkeling vormen, noch in de autonome verkeerssituatie noch in de plansituatie. Daarom worden er geen problemen verwacht met de doorstroming op deze beschouwde kruispunten in Goirle, voor zowel de ochtend- als de avondspits. Daarnaast zijn er ook wegvakken geen doorstromingsknelpunten berekend. Ook de toekomstige aansluitingen van het plangebied met de Bergstraat kunnen al het verkeer van en naar de ontwikkeling voldoende afwikkelen. Hier zijn geen doorstromingsproblemen te verwachten.
Parkeren Bij de vestiging van nieuwe functies en intensivering van bestaande functies worden de parkeernormen gehanteerd zoals deze zijn opgenomen in de publicatie 317 "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" van het CROW. Dit vastgelegd in de planregels (artikel 15.4). Deze planregels hanteren de CROW-normen als toetsingskader. De parkeerbalans voor het uitgewerkte stedenbouwkundig plan (zie afbeelding 4.15) is bepaald volgens de CROW-norm (gemiddelde waarde per categorie en type). Uit de parkeerbalans is op te maken dat de voorgenomen ontwikkeling een parkeerbehoefte van 389 parkeerplaatsen met zich meebrengt. In het stedenbouwkundig plan is de realisatie van 433 parkeerplaatsen beoogd. Er worden derhalve voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om de parkeerbehoefte te bevredigen.
Toelichting (vastgesteld)
55
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Afbeelding 4.15: Parkeerbalans (KuiperCompagnons, PS Vastgoed, Wilma Wonen, CRA Vastgoed en Antea Group, augustus 2021)
Conclusie Bij uitwerking van het aspect parkeren in het stedenbouwkundig plan hebben de CROW-normen zoals zij ook opgenomen zijn in de planregels als uitgangspunt gediend. De voorgenomen ontwikkeling sluit daarmee aan op de normen die de gemeente gebruikt.
Openbaar vervoer Nabij het plangebied liggen bushaltes waar de buurtbus halteert. De haltes waar de reguliere lijnbussen
56
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna halteren liggen op 10-15 minuten lopen vanaf het plangebied. De OV-bereikbaarheid van het plangebied is daarmee vergelijkbaar met de OV-bereikbaarheid van de overige woningen aan de zuidelijke rand van Goirle.
Conclusie Het OV-bereikbaarheid van het plangebied is vergelijkbaar met die van bestaande woningen aan de zuidelijke rand van Goirle.
Verkeersveiligheid De ontwikkeling van 'Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna' brengt extra (auto)mobiliteit met zich mee op de ontsluitende wegen van en naar het plangebied van dit bestemmingsplan. De extra auto-intensiteiten worden vooral afgewikkeld via Bergstraat en de Tijvoortsebaan richting de Turnhoutsebaan (N630). Een veel kleiner aandeel gaat richting het centrum en noordkant van Goirle via de Tilburgseweg en richting Tilburg via de Abcovenseweg. Bij het extra fietsverkeer (omvang niet nader gekwantificeerd) is de verdeling andersom. Het merendeel gaat richting het centrum van Goirle via de Tilburgseweg, de Kerkstraat/Molenstraat of steekt de Bergstraat over richting de Doctor Ariensstraat of de Parallelweg. Extra verkeer brengt in theorie altijd nieuwe verkeersveiligheidsrisico's met zich mee. Deze risico's ontstaan in het geval van de voorgenomen ontwikkeling overwegend op de Bergstraat. Nadat ingegaan is op de gevolgen van deze ontwikkeling voor de verkeersveiligheid op de Bergstraat gaat deze paragraaf ook in op de gevolgen van de ontwikkeling voor de verkeersveiligheid op de Tijvoortsebaan en de Tilburgseweg-Kerkstraat/Molenstraat.
Bergstraat De auto-intensiteit op de Bergstraat groeien op het drukste gedeelte van 5.700 tot 6.500 motorvoertuigen/werkdag als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. De verwachte intensiteit past bij de functie 'gebiedsontsluitingsweg' (50 km/uur) die de Bergstraat heeft, maar de mobiliteitsgroei vergroot wel de verkeersveiligheidsrisico's. De Bergstraat heeft namelijk een smal profiel voor een gebiedsontsluitingsweg en kenmerkt zicht door twee relatief lange rechtsstanden met smalle fietsstroken. Daarbij is er een klein verschil in inrichting tussen de trajecten Kerkstraat – Parallelweg (enkele asmarkering) en Paralelweg – Poppelseweg (dubbele asmarkering). Afbeelding 4.16 toont dit verschil. De vormgeving van beide deeltrajecten voldoet aan de minimale inrichtingskenmerken van een gebiedsontsluitingsweg, maar voldoen niet aan het ideaalbeeld met vrijliggende fietsvoorzieningen. In het Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan Goirle (GVVP Goirle, 2013) is dit reeds onderkend.
Afbeelding 4.16: Inrichting verschillende tracédelen Bergstraat, links: tussen Kerkstraat en Parallelweg, rechts: tussen Parallelweg en Poppelseweg (Google Maps, 2021)
De komst van nieuw verkeer vanuit ontwikkeling Land van Anna vraagt om beheersing van iets hogere verkeersveiligheidsrisico's voor langzaam verkeer langs de Bergstraat. Dit vraagt om maatwerk gelet op de beperkt beschikbare ruimte van de Bergstraat. Als oplossingsrichting kan gedacht worden aan het categoriseren van de Bergstraat als zogenaamde gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Het lagere snelheidsregime geeft de volgende mogelijkheden die nog passen bij de te verwachten intensiteiten: Toelichting (vastgesteld)
57
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna Opheffen van de rijrichtingscheiding ten gunste van (vrijliggende) fietsvoorzieningen. Vrijliggende (of minimaal aanliggende) fietspaden. Snelheidsremmende maatregelen of verbeteren oversteekvoorzieningen ter hoogte van de twee aansluitingen Puijenbroek en de Doctor Ariensstraat of de Parallelweg. De verkeersveiligheidrisico's op de Bergstraat zijn geen gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en zijn in de autonome situatie al aanwezig. De ontwikkeling leidt wel tot een beperkte verkeerstoename en een evenredige toename van de verkeersveiligheidsrisico's. De risico's kunnen met ingrepen aan de weginrichting beperkt/weggenomen worden. Deze ingrepen kunnen uitgevoerd worden in het kader van de voorgenomen herinrichting van de Bergstraat.
Tijvoortsebaan De verkeerstoename op de Tijvoortsebaan is zonder problemen op te vangen. De weg heeft een herkenbare inrichting als gebiedsontsluitingsweg en is voorzien van vrijliggende fietspaden. De ontwikkeling van het plangebied heeft hier geen negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid.
Tilburgseweg-Kerkstraat/Molenstraat De toename van de automobiliteit op de Tilburgsweg en de Kerkstraat/Molenstraat blijft beperkt. Hier zijn vooral meer fietsers te verwachten. Deze wegen zijn gecategoriseerd als erftoegangsweg (30 km/uur) en zijn als zodanig vormgeven. De weginrichting is al zodanig dat hiermee de veiligheidsrisico's beheersbaar blijven. Ook hier leidt de ontwikkeling van het plangebied niet tot negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid.
Conclusie Op de Bergstraat kan de ontwikkeling van de bestaande verkeersveiligheidsrisico's beperkt laten toenemen doordat de ontwikkeling verkeer genereert. Beheersing van deze risico's kan geschieden met ingrepen aan de weginrichting. Op de overige hier beschouwde wegen is niet te verwachten dat de voorgenomen ontwikkeling verkeersveiligheidsrisico's vergroot.
58
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Hoofdstuk 5
M ILIEUASPECT EN
Dit hoofdstuk gaat in op de relevante milieuaspecten die van invloed kunnen zijn op de planontwikkeling die met onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.
5.1
Milieuhinder en bedrijven
Algemeen Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit (bijvoorbeeld een bedrijf dat geluid produceert) en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand dient dan bijvoorbeeld om ter plaatse van een gevoelig object, zoals woningen, een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau te realiseren. Deze afstand wordt milieuzonering genoemd. Een milieuzonering vormt het indirecte ruimtegebruik van een milieubelastende activiteit. In VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) zijn richtafstanden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden ten opzichte van gevoelige functies. De richtafstanden gelden voor verschillende categorieën van bedrijfsactiviteiten. waarbij een bedrijf met het minste effect op de omgeving is aangemerkt als een bedrijf in de categorie 1 en een bedrijf met een zeer groot effect op de omgeving is aangemerkt als een bedrijf in de categorie 6. Naarmate het effect van het bedrijf op de omgeving groter is, wordt ook de richtafstand tussen het bedrijf en een gevoelige functie groter. Bij de richtafstanden gaat het zowel om de invloed van bestaande omliggende milieubelastende activiteiten op nieuwbouwplannen voor gevoelige functies, als om invloed van eventuele nieuwe milieubelastende activiteiten op bestaande gevoelige functies in de omgeving.
De VNG-handreiking hanteert richtafstanden die in acht moeten worden genomen tussen gevoelige functies en milieubelastende functies. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen de omgevingstypen 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Voor onderhavig plangebied wordt voor het grootste deel - gezien de toekomstige functies in de Zuidrand en de omgeving - uitgegaan van een rustige woonwijk in het plangebied zelf. De omgeving van het plangebied kan door een menging van woonfuncties, met kantoorfuncties, maatschappelijke functies en (kleinschalige) bedrijvigheid getypeerd worden als een gemengd gebied. De te hanteren richtafstanden zijn opgenomen in onderstaande tabel.
Tabel 5.1: Richtafstanden uit de VNG-handreiking (VNG, 2009)
Onderzoek Toetsing aan richtafstanden VNG In het plangebied geldt momenteel op grond van het bestemmingsplan 'Wildackers-Abcoven' een bedrijfsbestemming tot en met milieucategorie 2. Daarnaast heeft de bedrijfsbestemming de aanduiding 'textiel', waarmee een zwaardere milieucategorie is toegestaan. Gezien de woningbouwontwikkeling wordt de bestaande bedrijfsbestemming wegbestemd. Immers, indien de mogelijkheid blijft bestaan om textielproducten te blijven vervaardigen, kan hinder ontstaan voor de toekomstige woningen die op korte
Toelichting (vastgesteld)
59
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna afstand van de te handhaven bedrijfsbestemming kunnen worden gerealiseerd.
In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich enkele functies waarvan de milieuzonering van invloed kan zijn op de plannen voor het plangebied. Op basis van het vigerende bestemmingsplan zijn enkel de volgende functies in de nabijheid gelegen: Bergstraat 6, Woonzorgcentrum Thebe Elisabeth, milieucategorie 2, grootste afstand 30 meter. Aangrenzend aan het plangebied. Bergstraat ongenummerd (achter Bergstraat 6), bedrijfsbestemming, milieucategorie 2, grootste afstand 30 meter. Deze bestemming wordt wegbestemd met dit bestemmingsplan. Bergstraat 35: Kantoor met de mogelijkheid tot de bouw en het gebruik van 2 woningen, milieucategorie 1, grootste afstand 10 meter. Bedrijventerrein Tijvoort, inwaartse zonering toegepast in verband met aangrenzende woningen. Deze aangrenzende woningen liggen op kortere afstand van het bedrijventerrein dan het plangebied. De bedrijfsvoering wordt dus al beperkt door deze nabijgelegen woningen en de bedrijfsvoering is op deze woningen afgestemd; Bergstraat 98-100, o.a. aannemersbedrijf, milieucategorie 2, grootste afstand 30 meter. Fabriekstraat 2, kantoor, milieucategorie 1, grootste afstand 10 meter; Kerklaantje 11-39, woonzorgcomplex, milieucategorie 2, grootste afstand 30 meter; In de huidige situatie bevindt zich direct ten zuiden van het plangebied het landelijk gebied van de gemeente Goirle.
Hier zijn diverse agrarische bedrijven gevestigd. Daarom wordt onderstaand getoetst aan de geursituatie binnen het plangebied.
Afbeelding 5.1: Functies rondom het plangebied (in zwart: de plancontour)
De locaties/bestemmingen Bergstraat 98-100 en Bergstraat 6 grenzen direct aan het plangebied. Hierbij wordt niet voldaan aan de richtafstand. In de volgende alinea's wordt hier verder op ingegaan. De afstand tussen de Fabrieksstraat 2 en het plangebied is circa 20 meter, waarmee wordt voldaan aan de richtafstand van 10 meter. De afstand tussen Bergstraat 35 en het plangebied is circa 15 meter, waarmee wordt voldaan aan de richtafstand van 10 meter. De afstand tussen het plangebied en het Kerklaantje 11-39 is circa 80 meter, waarmee voldaan wordt aan de richtafstand van 30 meter. Deze laatste locaties (Kerklaantje 11-39) vormen door de grote afstand geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling, andersom geldt dat ook. Bergstraat ongenummerd maakt onderdeel uit van 60
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna het plangebied van dit bestemmingsplan.
Onderstaand wordt ingegaan op de invloed van de omliggende functies op het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in: invloed van de bestaande bedrijven op gevoelige functies die binnen het plangebied mogelijk worden gemaakt, invloed van gevoelige functies op bestaande bedrijven, en invloed van nieuwe bedrijven die binnen het plangebied mogelijk worden gemaakt op gevoelige functies in de omgeving.
Invloed bestaande bedrijven op gevoelige functies in het plangebied Een nadere beschouwing van het bedrijf aan de Bergstraat 98-100 (opgenomen in bijlage 23 bij deze toelichting) wijst uit dat een aantal woningen in het plangebied binnen de richtafstand van dit bedrijf voorzien is. De maatgevende factor voor hinder van deze bedrijfsactiviteit is geluid en in mindere mate verkeersaantrekkende werking. Om die reden is in bijlage 23 bij deze toelichting onderzocht of er als gevolg van geluidhinder uit deze inrichting sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van deze woningen.
Aannemersbedrijf (Bergstraat 98-100) Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting bij het grootste gedeelte van de woningen voldoet aan de richtlijn voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau uit stap 2 van het VNG-stappenplan. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ten gevolge van de activiteiten van het Aannemersbedrijf Vekemans B.V. van één geprojecteerde woning, die wordt gekenmerkt als de maatgevende woning, valt ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in stap 3 van het VNG-stappenplan voor een rustig woonwijk (45 dB(A)). Conform stap 3 van het VNG-stappenplan moet er aanvullend worden gekeken naar de geluidbelasting ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking en de cumulatieve geluidbelasting. Op verzoek van het bevoegd gezag is de geluidbelasting ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking voor alle betrokken woningen bepaald. Hieruit is gebleken dat de richtlijn van Letmaal = 50 dB(A) uit het VNG-stappenplan niet wordt overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking op de gevel van de maatgevende woning bedraagt ten hoogste Letmaal = 8 dB(A). De cumulatieve geluidbelasting voor de maatgevende woning is bepaald. Deze geluidbelasting valt binnen het beoordelingskader voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau uit stap 3 van het VNG-stappenplan.
Creatief Centrum Hobbysoos Goirle (Bergstraat 98-4) De geluidbelastingen (langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, maximaal geluidniveau en verkeersaantrekkende werking) ten gevolge van de activiteiten die plaatsvinden op de inrichting van Creatief Centrum Hobbysoos Goirle vallen binnen stap 2 van het VNG-stappenplan. Hierdoor is op basis van het VNG-stappenplan inpassing mogelijk en is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Conclusie Aannemingsbedrijf Vek emans B.V. en Creatief Centrum Hobbysoos Goirle Op basis van het akoestisch onderzoek is bepaald dat, ten aanzien van het Aannemingsbedrijf Vekemans B.V. en Creatief Centrum Hobbysoos Goirle, ter plaatse van de omliggende woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het plan is hierdoor inpasbaar op de gegeven planlocatie.
Bergstraat ongenummerd Voor de voormalige bedrijfsbestemming die grofweg achter Bergstraat 6 ligt en bedrijvigheid in
Toelichting (vastgesteld)
61
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna milieucategorie 2 toestaat geldt dat deze met dit bestemmingsplan wegbestemd wordt. De bedrijfsbestemming wordt vervangen door de bestemming 'Maatschappelijk' (eveneens miliecategorie 2) om in de toekomst de bouw van (een deel van) een zorgcomplex mogelijk te maken. Met het verdwijnen van de bedrijfsbestemming is er ten aanzien van een bedrijfsfunctie ook geen sprake meer van hinder ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen.
Als de bedrijfsbestemming vervalt gaat de nieuwe maatschappelijke bestemming onderdeel uitmaken van de grotere maatschappelijke bestemming die op het perceel aan de Bergstraat 6 rust. Op het gebied van milieuhinder heeft deze bestemming te maken met bestaande beperkingen doordat bestaande woningen aan de Bergstraat dichter bij deze bestemming liggen die zijn voorgeschreven in de VNG-richtafstanden. De bestemming 'Maatschappelijk' uit dit bestemmingsplan grenst na vaststelling van dit bestemmingsplan aan de bestemming 'Woongebied' uit dit bestemmingsplan. Het gaat dan om de bestemming 'Woongebied' achter de tuin van Huize Anna. Waar de twee bestemmingen aan elkaar grenzen is de bouw van een 'reguliere' woning en een kangoeroewoning toegestaan, de kangoeroewoning is niet noodzakelijkerwijs bedoeld voor mantelzorg aan zorgbehoevenden en mag ook als 'reguliere' woning gebruikt worden. De toekomstige eigenaar van de gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' neemt bij de bouw van de zorgwoningen in deze bestemming maatregelen om milieuhinder naar de woningen in de bestemming 'Woongebied' te voorkomen. In afspraken tussen Thebe (toekomstig eigenaar van de gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' en VP (Van Puijenbroek) grondexploitatie (verkoper van de gronden met de maatschappelijke bestemming) is vastgelegd hoe groot de kangoeroewoning mag zijn.
Dit is vertaald in de bouwregels van dit bestemmingsplan. Tussen de voornoemde partijen zijn ook afspraken gemaakt over de afstand die minimaal tussen de gevel van de kangoeroewoning en de gevel van het zorgcomplex moet zitten. Deze afstand is groter dan de richtafstand die de VNG bij milieucategorie 2 in gemengde gebieden aanhoudt. Bij de bouw van het nieuwe zorgcomplex dient voldaan te worden aan de regels van het activiteitenbesluit.
Landelijk gebied Direct ten zuiden van het voormalige fabrieksterrein is in de huidige situatie landelijk gebied aanwezig, waar diverse agrarische bedrijven gevestigd zijn. Op afbeelding 5.2 is de GES-score te zien van de geur van veehouderijen in de omgeving. GES staat voor GezondheidsEffectScreening. Deze screening is onder andere gebaseerd op een bepaalde kans op geurhinder. Binnen het plangebied is sprake van een 'goede' GES-score. Dit betekent dat 0 - 5% van de mensen die daarnaar wordt gevraagd in een hinderenquête aan hebben gegeven dat zij soms of vaak last hebben van geurhinder. Aangezien er sprake is van een goede GES-score, kan worden aangenomen dat de geursituatie de woningbouwontwikkeling binnen het plangebied niet belemmert.
62
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Afbeelding 5.2: GES-score geur veehouderij o.b.v. hinderpercentages (bron: atlasleefomgeving.nl, 2013)
Biomassacentrale Hoewel deze geen onderdeel uitmaakt van het plangebied van dit bestemmingsplan is er een biomassacentrale aanwezig in het Land van Anna. Oorspronkelijk was dit een stoommachine die de textielfabriek van Van Puijenbroek van energie voorzag. Later werd de stoommachine een biomassacentrale die de textielfabriek van energie voorzag en inmiddels warmte produceert voor de bestaande bedrijfsbebouwing en het zorgcentrum Thebe Elisabeth. In de toekomstige situatie blijft de biomassacentrale functioneren als warmteproducent voor de nieuwe woningen en het zorgcentrum Thebe Elisabeth (waar in de huidige situatie ook al warmte aan geleverd wordt). De biomassacentrale en de schoorsteen van die centrale maken weliswaar geen onderdeel uit van het plangebied (zij worden mogelijk gemaakt door het vigerend bestemmingsplan), maar de centrale dient wel getoetst te worden in het kader van de invloed van de installatie op de gevoelige gebouwen in de omgeving. Daarnaast maakt voorliggend bestemmingsplan een bedrijfswoning en een expositieruimte bij de biomassacentrale mogelijk. Om de haalbaarheid van de toevoeging van de bedrijfswoning en de expositieruimte te beoordelen, heeft onderzoek plaatsgevonden (zie verderop onder 'Invloed nieuwe bedrijven plangebied op gevoelige functies in de omgeving'). Onderstaand wordt ingegaan op de invloed van de installatie op de omgeving.
Ten behoeve van de inpassing van de nieuwe situatie rondom de bestaande biomassacentrale heeft in 2021 onderzoek naar de geluid- en luchtkwaliteitseffecten van de installatie plaatsgevonden (zie bijlage 21 voor het geluidonderzoek). Voor de inpassing van woningen rondom milieubelastende functies zoals een biomassacentrale heeft de VNG voorzien in een stappenplan. Uit het onderzoek blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ten gevolge van de biomassacentrale voor de meeste woningen in stap 2 van het VNG-stappenplan valt. Slechts twee woningen (waaronder de bedrijfswoning) hebben een geluidbelasting die valt in stap 3 van het VNG-stappenplan. De cumulatieve geluidbelasting is ten hoogste 50 dB(A). Ondanks formeel niet van toepassing op de cumulatieve geluidbelasting valt deze binnen stap 3 voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van het VNG-stappenplan. Naar aanleiding daarvan is er, ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De gecumuleerde geluidbelasting van deze twee woningen is bepaald en valt binnen stap 3 van het VNG-stappenplan. De langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus voldoen aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer, de inrichting wordt hiermee niet beperkt in zijn bedrijfsvoering.
Toelichting (vastgesteld)
63
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Het maximaal geluidniveau ten gevolge van de inrichting valt voor de meeste woningen in stap 2 van het VNG-stappenplan. Slechts 4 woningen hebben een maximaal geluidniveau dat valt in stap 3 van het VNG-stappenplan. Omdat het maximaal geluidniveau valt in stap 3 van het VNG-stappenplan is er ten aanzien van het maximale geluidniveau sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De activiteiten die zorgen voor het maximaal geluidniveau betreft het lossen met tractor (piek). Omdat het hier gaat om losactiviteiten in de dagperiode dienen deze voor toetsing van het Activiteitenbesluit milieubeheer buiten beschouwing te worden gelaten. Echter, ondanks formeel niet van toepassing voldoet het maximaal geluidniveau aan de grenswaarde van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De geluidbelasting in her kader van de indirecte hinder bedraagt ten hoogste 35 dB(A). Hiermee wordt voldaan aan stap 2 van het VNG-stappenplan. Alle geluidbelastingen vallen binnen stap 2 en 3 van het VNG-stappenplan. Hierdoor is er ten aanzien van de inrichting van de biomassacentrale sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast vallen de geluidbelastingen binnen de grenswaarde van het Activiteitenbesluit milieubeheer waardoor de biomassacentrale niet wordt belemmerd in zijn bedrijfsmatige activiteiten.
Op basis hiervan is bepaald dat de aanwezigheid van de biomassacentrale de inpassing van de woningen niet in de weg staat. Om zeker te weten dat er sprake is van een goede inpassing is het bouwvlak voor de woningen nabij de biomassacentrale zo gesitueerd dat nieuwe woningen op een afstand van minimaal tien meter van de centrale gebouwd worden.
Het geuronderzoek is als bijlage 22 bij deze plantoelichting gevoegd. Daaruit blijkt dat de geuremissie van de biomassacentrale geen belemmering vormt voor de voorgenomen woningbouw. Het geuronderzoek naar de biomassacentrale is als bijlage 22 bij deze plantoelichting gevoegd. Uit dat onderzoek blijkt dat als de inpassing van de woningen rondom de biomassacentrale zoals voorzien in het stedenbouwkundig plan (bijlage 1 bij deze plantoelichting) niet leidt tot overschrijding van de normen uit het provinciaal geurbeleid.
Invloed gevoelige functies op bestaande bedrijven in de omgeving
Aannemersbedrijf Vekemans B.V. (Bergstraat 98-100) Ten aanzien van het aannemersbedrijf, Bergstraat 98-100, geldt dat voldaan wordt aan de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Hiermee kan worden gesteld dat het bedrijf niet beperkt wordt in zijn bedrijfsvoering (zie bijlage 23).
Creatief Centrum Hobbysoos Goirle (Bergstraat 98-4) Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau ten gevolge van de inrichting voldoet aan de grenswaarde die zijn verbonden aan de geldende vergunning. Hiermee wordt de inrichting van het Creatief Centrum Hobbysoos Goirle niet beperkt in zijn bedrijfsvoering (zie bijlage 23).
Conclusie aannemersbedrijf Vekemans B.V. en Creatief Centrum Hobbysoos Goirle Op basis van het akoestisch onderzoek is bepaald dat deze bedrijven niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering.
Bergstraat 6 Ten aanzien van de locatie Bergstraat 6 geldt dat hier in het vigerend bestemmingsplan 'Wildackers-Abcoven' sprake is van een groot vlak met de bestemming 'Maatschappelijke doeleinden'. Dit vlak loopt vanaf de Bergstraat tot het landelijk gebied van de gemeente Goirle (zie afbeelding 5.1). Aan de overzijde van de Bergstraat liggen op minder dan 30 meter bestaande woningen. Vanwege de beperkte hinderafstand zijn er op grond van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering' redenen
64
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna om aan te nemen dat de ontwikkelmogelijkheden van de maatschappelijke bestemming beperkt worden door de nabijheid van de woningen aan de Bergstraat. Door die nabijheid wordt immers niet voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-handreiking.
Biomassacentrale Ten behoeve van de inpassing van de nieuwe situatie rondom de bestaande biomassacentrale heeft in 2021 onderzoek naar de geluid- en luchtkwaliteitseffecten van de centrale plaatsgevonden. De onderzoeken zijn reeds behandeld en daaruit blijkt dat de nieuwe woningen geen belemmering vormen voor de biomassacentrale.
Invloed nieuwe bedrijven plangebied op gevoelige functies in de omgeving
Bedrijfsruimten binnen het plangebied Naast woningen en de bovengenoemde bedrijvigheid worden in het plangebied ook bedrijfsruimten in milieucategorie 1 voorzien. In afwijking van de rest van het plangebied zijn delen van het plangebied die grenzen aan de Bergstraat, net als de rest van de Bergstraat, te karakteriseren als een gemengd gebied. In de Bergstraat is immers sprake van een menging van woningen en diverse bedrijven. Gelet op hun aard en invloed op de omgeving kunnen in daarom op een deel van het plangebied dat grenst aan de Bergstraat (aangeduid met de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 1') bedrijven worden toegelaten naast en tussen woningen. Daarmee ontstaat een functiemenging tussen lichte bedrijvigheid en/of lichte horeca-activiteiten en wonen. Om milieuhinder van bedrijven die in het aangeduide deel van het plangebied actief zijn al in het ruimtelijk spoor te voorkomen zijn in lid 9.4.2 grenzen gesteld aan de toelaatbaarheid van deze bedrijven.
Conclusie Vanuit het aspect milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling die met onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.
5.2
Kabels, leidingen en straalpad
In of nabij het plangebied liggen twee planologisch relevante buisleidingen: hogedrukaardgastransportleidingen van Gasunie (afbeelding 5.3). Deze hogedrukaardgastransportleidingen liggen in dit bestemmingsplan in de bestemming 'Natuur - 2'. De buisleidingen liggen niet in de bestemming 'Woongebied' die de voorziene woningbouw mogelijk maakt. In paragraaf 5.3 wordt ingegaan op de omgang met de risico's op het gebied van externe veiligheid bij de twee bestaande hogedrukaardgastransportleidingen in relatie tot de voorgenomen woningbouw. Op grond van het Barro mag er ter plaatse van deze leidingen niet gebouwd worden. Dat gebeurt met dit bestemmingsplan dan ook niet, zoals te zien is op figuur 5.3.
Toelichting (vastgesteld)
65
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Afbeelding 5.3: Uitsnede risicokaart met de ligging van het deel van het plangebied waar woningbouw plaatsvindt (rood) ten opzichte van de hogedrukaardgastransportleidingen (blauw). NB. In het rode vlak wordt uitsluitend dat deel van het plangebied weergegeven waar mensen gedurende langere tijd verblijven; de groenblauwe zone is niet ingetekend.
Uit afbeelding 5.4 blijkt verder dat de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 ten zuiden van het plangebied een buisleidingtracé voorziet, dit is een zogenoemde reserveringszone. Dit nieuwe tracé ligt in de zone waar ook de bovengenoemde twee hogedrukaardgastransportleidingen in liggen.
Afbeelding 5.4: Toekomstig buisleidingtracé uit de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 (rood), de
66
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna paarse lijn geeft de indicatieve begrenzing van het plangebied weer
De reserveringszone uit de structuurvisie is 45 meter breed en bedoeld als toekomstig tracé voor maximaal twee aardgastransportleidingen. Paragraaf 6.10 van de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 bepaalt dat aangewezen buisleidingstroken lokaal (dus door de gemeente) gevrijwaard worden van activiteiten die de aanleg van een buisleidingen(strook) kunnen hinderen. Dit werkt door in het Barro (zie navolgende alinea's). Op de reserveringszone mogen dus geen functies/activiteiten mogelijk worden gemaakt die in de toekomst de aanleg van de leidingen kunnen hinderen.
Het Barro kent in titel 2.9 ten aanzien van buisleidingstroken die van nationaal belang zijn voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Artikel 2.9.2 van het Barro verwijst naar het Rarro voor een overzicht van de buisleidingenstroken van nationaal belang. Het Rarro verwijst voor een overzicht van de tracés weer naar de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035. Net als voor de hogedrukaardgastransportleidingen geldt dat dit bestemmingsplan geen bebouwing ter plaatse van de leidingen toestaat. De gronden boven de leidingen zijn immers bestemd voor natuur. Met dit bestemmingsplan worden de buisleidingen dan ook lokaal gevrijwaard van hinderende activiteiten. In paragraaf 5.3 wordt ingegaan op de gevolgen op het gebied van externe veiligheid als de reserveringszone benut wordt.
Conclusie Behalve bovengenoemde planologisch relevante kabels, liggen in of nabij het plangebied geen andere planologische relevante kabels of straalpaden. Op dit vlak is er daarmee geen sprake van belemmeringen in de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.3
Externe veiligheid
Inleiding Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten en regelingen. De belangrijkste zijn: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen.
De risico's dienen te worden beoordeeld op het plaatsgebonden en het groepsrisico.
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Het Rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10-6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen jaar).
Toelichting (vastgesteld)
67
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10-6. Het plaatsgebonden risico 10-6 is voor ruimtelijke besluiten vertaald naar grenswaarden en richtwaarden. De wetgeving is erop gericht om voor bestaande situaties geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoren) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10-6 per jaar. Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10-6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is. Daarnaast dient aangetoond te worden dat afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken.
Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De hoogte van het groepsrisico hangt af van: de kans op een ongeval; het effect van het ongeval; het aantal personen dat in de omgeving van de bron(inrichting of transportroute) verblijft; de mate waarin de personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeluk. Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen per hectare in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is, en hoe hoger het groepsrisico. Bij het opstellen van een bestemmingsplan, waarvan het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een risicobron, geldt een verantwoordingsplicht.
Toetsing
Inrichtingen In dit bestemmingsplan liggen geen risicovolle bedrijven en opslagvoorzieningen. Buiten het plangebied zijn geen bedrijven of opslagvoorzieningen aanwezig met een risicocontour, die van invloed is op het onderhavige plangebied. Daarmee vormt dit onderdeel van externe veiligheid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Transport Het niet-leidinggebonden transport van gevaarlijke stoffen in de gemeente Goirle vindt plaats over de weg. In de gemeente is geen sprake van vervoer per spoor en vervoer over water. Nabij/door het plangebied lopen geen routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Wel ligt het plangebied binnen het (toxisch) invloedsgebied van de A58. Omdat de afstand tussen het plangebied en de weg meer dan 200 meter bedraagt, is een beperkte verantwoording van toepassing conform het Besluit externe veiligheid transportroutes. Het plangebied ligt op basis van de Standaard verantwoording Groepsrisico van de gemeente Goirle (2019, zie bijlage 26) in het 'gebied voor toepassing standaard verantwoording' . Zodoende is de verantwoording (zie verderop) gebaseerd op deze standaard verantwoording voor het groepsrisico van de gemeente. Met inachtneming van deze groepsrisicoverantwoording vormt dit onderdeel van externe veiligheid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
68
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Buisleidingen In het kader van de externe veiligheid zijn de twee aanwezige hogedrukaardgastransportleidingen, die zijn beschreven in paragraaf 5.2 beschouwd. De belangrijkste kenmerken van de leidingen zijn samengevat in tabel 5.2.
Tabel 5.2 Leidinggegevens
Het complete onderzoek naar externe veiligheid is als bijlage 25 bij deze plantoelichting gevoegd. Onderstaand zijn de conclusies van het onderzoek weergegeven: Er dient een belemmeringenstrook van vijf meter aan weerszijden van de hogedrukaardgastransportleidingen conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen aangehouden te worden waarbinnen geen bebouwing mag worden geprojecteerd. Deze belemmeringenstroken vallen ruim buiten het gebied waar woningen gebouwd worden en vormen daarmee geen belemmering. De leiding A-657-1 heeft ter hoogte van het plangebied een 10-6 plaatsgebonden risicocontour, deze 10-6-contour reikt tot in het plangebied maar overlapt geen (beperkt) kwetsbare objecten, zoals woningen. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op. De leiding A-532-1 heeft geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour. Het plaatsgevonden risico levert daarmee geen belemmeringen op. De hoogte van het groepsrisico van de hogedrukaardgastransportleidingen bevindt zich in de huidige situatie onder de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico van de leidingen blijft gelijk in de toekomstige situatie. De gebruiksmogelijkheden van de reserveringsstrook (zie paragraaf 5.2) worden niet beperkt door de ontwikkelingen die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt.
Daarnaast zijn er als gevolg van eventuele toekomstige leidingen geen beperkingen voor de geplande woningbouw binnen deze locatie vanuit het aspect externe veiligheid. Aangezien het plangebied in het invloedsgebied van de twee hogedrukaardgastransportleidingen ligt, is een verantwoording van het groepsrisico verplicht. Er kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen, omdat het groepsrisico van beide leidingen lager is dan de oriëntatiewaarde en met niet meer dan tien procent toeneemt. Uit deze beschouwing (zie verder) blijkt dat de zelfredzaamheid voldoende is. Daarnaast zijn protocollen beschikbaar voor de bestrijding van incidenten bij buisleidingen. Groepsrisicoverantwoording Groepsrisicoverantwoording Bij het vaststellen van het bestemmingsplan dient het groepsrisico, conform artikel 12 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) verantwoord te worden. Dat houdt in, dat de hoogte van het groepsrisico bekend moet zijn net als de bijdrage van het ruimtelijk plan aan het groepsrisico (verhoging/verlaging). Er moet inzicht gegeven worden in de te verwachten dichtheid van personen in de invloedsgebieden van risicobronnen binnen èn buiten het plangebied. Tevens dienen de maatregelen ter beperking van het groepsrisico te worden meegenomen.
Het groepsrisico wordt in de navolgende alinea verantwoord. Over deze verantwoording wordt tijdens de bestemmingsplanprocedure advies ingewonnen bij de veiligheidsregio.
Toelichting (vastgesteld)
69
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Aardgastransportleidingen Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico geldt dat de hogedruk aardgastransportleidingen op 100 meter afstand tot de bestemming Woongebied liggen. De nieuwe woningen worden in de toekomstige situatie overwegend bewoond door personen die voldoende zelfredzaam zijn. Er zijn geen bestemmingen voor de huisvesting van kwetsbare groepen (personen die verminderd zelfredzaam zijn). Tevens geldt dat de potentiele vluchtroutes allemaal van de risicobron afgericht zijn (via noorden, oosten, westen). Dat geeft voldoende mogelijkheden om van een eventuele calamiteit af te bewegen. De zelfredzaamheid in relatie tot de afstand tot de buisleiding wordt hiermee voldoende geacht. De brandweer en Gasunie hebben protocollen opgesteld voor de bestrijding bij incidenten bij buisleidingen, om deze reden wordt ook de bestrijdbaarheid afdoende geacht. Het groepsrisico is tevens verantwoord in het standaardadvies van de Brandweer Midden- en West-Brabant dat als bijlage 24 bij deze plantoelichting opgenomen is. Dit advies van de brandweer kan gebruikt worden, omdat dit gekoppeld is aan de Standaard verantwoording Groepsrisico van de gemeente Goirle (2019, zie bijlage 26).
Deze standaard van de gemeente is van toepassing, omdat bij de twee buisleidingen sprake is van een beperkte verantwoordingsplicht (zie hierboven bij beschrijving risicobronnen, onder 'Transport').
RIjksweg A58 Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico geldt dat de Rijksweg A58 op ruim 2,2 kilometer van het plangebied ligt. Wat zelfredzaamheid betreft is bij een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen, het voorkeurscenario om zo snel mogelijk te schuilen in een gebouw. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang. Er zijn verschillende manieren om personen adequaat te alarmeren, zoals NL-Alert.
In geval van een calamiteit met toxische stoffen op de weg is het van belang dat de bebouwing bescherming biedt. Van belang daarbij is dat - in dat geval - de mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Het is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn.
Onder de Omgevingswet dient een mechanisch ventilatiesysteem standaard te beschikken over een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 4.124 Besluit bouwwerken leefomgeving).
Het bestemmingsplan maakt geen bestemmingen mogelijk voor de aanwezigheid van groepen verminderd zelfredzame personen. Daarmee wordt de zelfredzaamheid van aanwezigen voldoende geacht.
Bestrijdbaarheid bij een incident met een toxische vloeistof is mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het
70
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. De Rijksweg A58 is voor hulpdiensten zowel vanuit oostelijke- als vanuit westelijke richting te bereiken, waardoor sprake is van tweezijdige bereikbaarheid.
Reserveringszone Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 Voor de beoordeling van de mogelijke gevolgen van nieuwe leidingen in deze strook is het belangrijk om te weten welke stoffen door welk soort leidingen vervoerd gaan worden. Dit is echter nog onbekend, het betreft immers een reservering voor de toekomst.