CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Bijlage 2 Vast te stellen plan Plantoelichting.pdf

Oordeelsvormend 15 februari 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 5: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna en gewijzigd vaststellen beeldkwaliteitsplan Land van Anna (Goirle)37.008 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Volgens artikel 3.22, lid 2 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant dient het te compenseren oppervlak aan NNB minimaal terug te keren in het lokale gebied. Met deze compensatie is rekening gehouden in de groenblauwe zone zoals beschreven in bijlage 6. Binnen het attentiegebied Natuur Netwerk Brabant zijn verder geen ingrepen voorzien die een negatief effect hebben op de waterhuishouding in de omliggende NNB.

Op basis van bovenstaande onderbouwing is een verzoek tot herbegrezing van aanduidingen uit het provinciaal beleid gehonoreerd door gedeputeerde staten waardoor er geen belemmeringen bestaan voor de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.

Aanduidingen regionale waterberging en reserveringsgebied waterberging In gebieden die zijn aangeduid als 'Regionale waterberging' is het beleid gericht op het tegengaan van activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied. In artikel 3.35 van de Iov (artikel 4.49 Regionale waterberging van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) zijn de

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna minimale eisen verwoord die in het bestemmingsplan moeten zijn opgenomen. Uiteraard kan een gemeente ervoor kiezen om meer regels op te nemen (die strekken tot behoud van het waterbergend vermogen van het gebied en het tegengaan van ingrepen die een negatief effect kunnen hebben op het waterbergend vermogen).

In de aanduiding 'Regionale waterberging' gelden meer beperkingen dan op gronden met de aanduiding reserveringsgebied waterberging (zie verder), omdat deze gebieden concreet nodig zijn om wateroverlast tegen te gaan. De beperkingen hebben betrekking op bouwen en voorzien in een vergunningstelsel voor het ophogen van gronden en het aanbrengen of wijzigen van kaden. Bebouwing ten dienste van waterberging is toegestaan tot een hoogte van maximaal 2 meter. Overige bebouwing en uitbreiding is toegestaan mits blijkt dat dit niet ten koste gaat van het waterbergend vermogen van het gebied.

In het kader van de ontwikkeling van de Zuidrand Goirle is een onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de toekomstige hydrologie in de groenblauwe zone. Bijlage 5 doet verslag van dat onderzoek. In het rapport zijn alle uitgangspunten, wensen en eisen van de verschillende belanghebbenden (waaronder Waterschap De Dommel en de provincie Noord-Brabant) opgenomen en vertaald naar de toekomstige inrichting van de groenblauwe zone. Hierbij is ook rekening gehouden met de ligging binnen de regionale waterberging en het reserveringsgebied voor een waterberging. Met de toekomstige inrichting van de groenblauwe zone en de ophoging van de te ontwikkelen gronden wordt voldaan aan de bergingsopgave in het plangebied. De wijze waarop de waterberging in het plangebied uitgewerkt wordt, is beschreven in bijlage 49 bij deze toelichting. Een voorwaardelijke verplichting in de planregels van dit bestemmingsplan (zie artikel 16.2) borgt dat deze waterberging ook op die manier gerealiseerd wordt.

In gebieden die zijn aangeduid als 'Reservering waterberging' (artikel 3.36 Iov/artikel 4.50 Reservering waterberging van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) is het beleid gericht op het tegengaan van activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied. Bij ontwikkeling in reserveringsgebieden voor een waterberging moet dan ook een verantwoording worden gegeven over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft.

Het college van burgemeester en wethouders verzocht gedeputeerde staten om de begrenzing van de aanduiding 'Reservering waterberging' te wijzigen omdat er in het integrale ontwerp van de toekomstige situatie een nieuwe locatie voor de waterbergingsgebieden aangewezen is. Dit integrale ontwerp is tot stand gekomen in overleg met alle relevante partijen. De begrezing van het regionale waterbergingsgebied is door gedeputeerde staten gewijzigd voordat dit bestemmingsplan vastgesteld is. Hiermee bestaan er geen belemmeringen voor de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.

Aanduiding normvrij gebied Krachtens artikel 4.6 van de Iov (artikel 1.9 Normvrij gebied wateroverlast van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) gelden op gronden met deze aanduiding geen normen voor de overstromingskans van gebieden. Deze aanduiding is van toepassing op een groot deel van de groenblauwe zone en in deze zone heeft het waterschap dan ook geen verplichting om een genormeerd beschermingsniveau te bieden. Deze aanduiding vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Aanduiding norm wateroverlast stedelijk gebied In de regels die bij deze aanduiding horen (artikel 4.2 van de Iov/artikel 1.7 Omgevingswaarde wateroverlast stedelijk gebied van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) zijn normen gesteld voor de overstromingskans van gebieden. Deze normen zijn als volgt:

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna a. 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/10 per jaar voor overige gebieden. Deze aanduiding is uitsluitend van toepassing op het bestaand stedelijk gebied. Dat betekent dat dit gebied op basis van de normen uit de verordening een maal per honderd jaar mag overstromen. De normen (en het behalen daarvan) zijn inspanningsverplichtingen. Deze normen worden in acht genomen bij het maken van plannen voor nieuwe bebouwing. Deze aanduiding en regels vormen daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

Aanduiding norm wateroverlast buiten stedelijk gebied In de regels die bij deze aanduiding horen (artikel 4.4, lid 1 van de Iov/artikel 1.8 Omgevingswaarde wateroverlast stedelijk gebied van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) zijn normen gesteld voor de overstromingskans van gebieden. Deze normen zijn als volgt: a. b. c. d.

1/100 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming hoofdinfrastructuur en spoorwegen; 1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw; 1/25 per jaar voor akkerbouw; 1/10 per jaar voor grasland.

Deze aanduiding is uitsluitend van toepassing op de groenblauwe zone. Voor deze gronden geldt op basis van artikel 4.4, lid 2 van de Iov (artikel 1.8 lid 2 ontwerpomgevingsverordening) de norm van het omringend landgebruik. Dat landgebruik bestaat uit akkerbouw en veeteelt (grasland). Deze gronden mogen ten hoogste 1 maal per 25 jaar overstromen. De normen (en het behalen daarvan) zijn inspanningsverplichtingen. Deze normen worden in acht genomen bij het maken van plannen voor nieuwe bebouwing. Deze aanduiding en regels vormen daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

Aanduiding stalderingsgebied Op gronden met de aanduiding 'stalderingsgebied' gelden op basis van artikel 3.52 van de Iov (artikel 4.66 Aanvullende regels stalderen van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) extra randvoorwaarden voor de ontwikkeling van veehouderijen. De aanduiding geldt voor geheel Oost- en Midden-Brabant en daarmee dus voor het gehele plangebied. Dit bestemmingsplan maakt geen veehouderijen mogelijk. Uit deze aanduiding vloeien daarom geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan voort.

Conclusie Aan de hand van de in bijlage 6 opgenomen onderbouwing heeft het college van burgemeester en wethouders op basis van artikel 6.2 van de Iov een verzoek tot herbegrenzing van de opgenomen aanduidingen en structuren gedaan aan gedeputeerde staten van Noord-Brabant. Dit verzoek is gehonoreerd voor vaststelling van het bestemmingsplan. Daarmee bestaan er vanuit het provinciaal beleid geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.3

Gemeente

Structuurvisie Goirle De Structuurvisie Goirle, vastgesteld door de gemeenteraad op 20 juli 2010, biedt het kader voor het te voeren ruimtelijk beleid tot 2020. Het omvat de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid. Op de structuurvisiekaart ligt het plangebied op de rand van het stedelijk gebied van Goirle en het

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna kleinschalige landschap van het oostelijke buitengebied van de gemeente. Daarnaast ligt het plangebied in een zone waar het behouden/versterken van waterlopen/beekdalen voorzien is. De ligging van het plangebied op de structuurvisiekaart is weergegeven op afbeelding 3.1. Opgaven in het stedelijke gebied van Goirle zijn om de woonfunctie uit te breiden binnen de begrenzingen van het bestaand stedelijk gebied en om ruimte in het bestaand stedelijk gebied nog beter te benutten door ruimte te bieden aan inbreidings- en herstructureringsopgaven. Voorwaarde bij inbreidings- en herstructurerings- opgaven is dat zij passen bij het karakter van Goirle. Het oostelijke buitengebied heeft veel potentie als het landschaps- en natuurontwikkeling, maar ook het recreatief potentieel van dit deelgebied is groot. De structuurvisie zet in op het benutten van deze potenties. Op het gebied van bodem en water geldt dat in het oostelijk buitengebied een beter evenwicht gevonden moet worden tussen hydrologie en ecologie, natuur, landschap en de landbouw. Door middel van beekherstel moeten de waterlopen (waaronder de Nieuwe Leij) in dit deelgebied uitgroeien tot dragers van het landschap. Het relatief kleinschalige landschap van het oostelijk buitengebied moet gehandhaafd en waar mogelijk versterkt worden.

Afbeelding 3.1: Structuurvisiekaart met globale ligging plangebied (gele cirkel)

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past in de beleidskaders uit de structuurvisie. Er wordt immers voorzien in intensivering van het stedelijk gebied van Goirle. Parallel daaraan wordt wordt met de ontwikkeling een bijdrage geleverd aan de versterking van de landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van het oostelijk buitengebied. Een belangrijke drager van die ontwikkeling is het beekherstel van de Nieuwe Leij.

Visie 'Zuidrand Goirle met de tijdstroom mee....' Op 15 december 2015 heeft de gemeenteraad van Goirle de visie 'Zuidrand Goirle met de tijdstroom mee....' vastgesteld. De visie bevat het ontwikkelingsperspectief op de ontwikkeling van het gedeelte van de zuidrand van Goirle tussen de Kerkstraat-Bergstraat en de Nieuwe Leij. De visie beschrijft de kaders waarin de zuidrand Goirle een kwaliteitsimpuls gaat krijgen. Bestaande waarden worden daarbij behouden en verrijkt met nieuw toe te voegen waarden. In de toekomst is er in

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna de zuidrand ruimte voor wonen, werken, recreëren en natuur. De monumentale delen van de fabrieken van Van Puijenbroek en Van Besouw blijven daarbij behouden en gaan ruimte bieden voor woonfuncties. De Nieuwe Leij vormt een groenblauwe ader in het plangebied. Een belangrijk onderdeel van de visie is dat de landschappelijke kwaliteiten en de ligging van de zuidrand als een belangrijke bouwsteen verwerkt moeten worden in het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan. De visie op de toekomst van de zuidrand van Goirle is op verzoek van de gemeente tot stand gekomen in een samenwerking tussen de grondeigenaren in het gebied, de gemeente Goirle, Waterschap de Dommel, de provincie Noord-Brabant, Brabants Landschap, de gemeentelijke monumentencommissie, het Biodiversiteitsteam Goirle en de Stichting Steengoed.

Conclusie De visie 'Zuidrand Goirle met de tijdstroom mee....' werkt via het stedenbouwkundig plan voor de locatie van Van Puijenbroek door in dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan sluit daarmee aan op de visie. De visie 'Zuidrand Goirle met de tijdstroom mee....' is als bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd.

Bestemmingsplannen Tot het moment waarop het voorliggende bestemmingsplan in werking treedt, zijn op het plangebied de volgende bestemmingsplannen van toepassing: "Wildackers Abcoven"; "Buitengebied Goirle"; "Buitengebied Goirle, herziening 2014"; "Parapluplan Goirle". Bestemmingsplan "Wildackers-Abcoven' Het gedeelte van het plangebied waar in de huidige situatie het fabriekscomplex staat valt in het plangebied van het bestemmingsplan "Wildackers-Abcoven". Dat bestemmingsplan kent aan deze gronden de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden' met de aanduiding 'textiel 'toe. De Watermolenstraat maakt ook onderdeel uit van het bestemmingsplan "Wildackers-Abcoven" en heeft de bestemming 'Verkeersdoeleinden'.

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Afbeelding 3.2: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Wildackers-Abcoven'

Bestemmingsplan "Buitengebied Goirle" In gevolge het bestemmingsplan "Buitengebied Goirle" heeft het plangebied hoofdzakelijk de bestemming 'Agrarisch Landschapswaarden'. De Nieuwe Leij heeft de bestemming 'Rioolwaterzuiveringsinstallatie' en de Molendijk de bestemming 'Verkeer'. Tevens gelden de aanduidingen 'Archeologische verwachtingswaarde', 'Cultuurhistorisch waardevol gebied' en 'Hydrologisch waardevolle kern'.

Afbeelding 3.3: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Goirle'

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Bestemmingsplan "Parapluplan gemeente Goirle" Met het "Parapluplan gemeente Goirle" is een aantal bestemmingsplannen op één of meerdere onderdelen herzien. Het parapluplan heeft betrekking op de volgende onderwerpen: terrassen; standplaatsen; evenementen; parkeren; zendmasten; ruimte tussen bouwwerken. Voor het plangebied van dit bestemmingsplan zijn de bepalingen ten aanzien van parkeren en ruimte tussen bouwwerken relevant. Het parapluplan bevat namelijk eisen die bepalen hoeveel parkeergelegenheid en hoeveel mogelijkheden voor laden en lossen gerealiseerd moeten worden als er nieuwe gebouwen opgericht worden. Met de bepalingen over de ruimte tussen bouwwerken bepaalt het bestemmingsplan welke eisen gelden voor tussenruimten tussen gebouwen. Zo mogen tussen gebouwen op twee percelen geen ruimten ontstaan die: a. vanaf de hoogte van het bouwperceel tot 2,20 meter daarboven minder dan 1 meter breed zijn; b. niet toegankelijk zijn. Conclusie bestemmingsplannen De geldende bestemmingsplannen bieden geen mogelijkheden om de gewenste stedenbouwkundige ontwikkeling te realiseren. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in deze wens.

Landschapsbeleidsplan Op 8 november 2016 is het Landschapsbeleidsplan (bestaande uit een deel A met de visie en een deel B met de uitvoeringsstrategie) vastgesteld door de gemeenteraad. Het landschapsbeleidsplan heeft betrekking op het buitengebied van Goirle (en daarmee op het deel van het plangebied dat in de huidige situatie niet bebouwd is). Het landschapsbeleidsplan dient als sturingskader bij ingrepen in het landschap en bevat ambities voor de toekomstige ontwikkeling van het landschap.

Het plangebied ligt in het deelgebied 'oost' uit het landschapsbeleidsplan. In dit gebied is de opgave om de randen van het beekdal aan de bebouwde zijde te verdichten met afwisselende beplanting in de vorm van houtwallen en bos. Tevens moet een netwerk van ommetjes (wandelroutes) gerealiseerd worden. Ten aanzien van de Nieuwe Leij zijn de ambities om het watersysteem en de bijbehorende biotopen te behouden en te versterken. Als (delen van) het beekdal opnieuw ingericht wordt, dan moet die inrichting gekoppeld worden aan de specifieke ruimtelijke karakteristiek van het her in te richten gebied. Parallel aan de Oude Leij en de Nieuwe Leij moet ook een drogevoetenroute met uitzicht op het natuurgebied gerealiseerd worden.

Conclusie In het ontwerp voor de nieuwe situatie komen de wensen en uitgangspunten uit het Landschapsbeleidsplan terug. Zo wordt het beekdal van de Nieuwe Leij, voor zover gelegen in het plangebied, heringericht en krijgt de beek een meanderende loop. De beek krijgt natuurvriendelijke oevers met afwisselend ruigten, bosschages en graslanden (al dan niet met poelen). Daarmee wordt de landschappelijke en ecologische waarde van dit deel van het oostelijk buitengebied vergroot.

Toekomstvisie gemeente Goirle 2020

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

In 2013 is door de gemeenteraad de “Toekomstvisie gemeente Goirle 2020” vastgesteld onder de titel “Thuis in Goirle: groen, sociaal, ondernemend”. Kortweg werd aan dit document de subtitel “Toekomstvisie 2020” gegeven. Deze visie - gebaseerd op de drie kernbegrippen 'groen, sociaal en ondernemend' – dient als leidraad voor de toekomstige beleidsontwikkeling. De ambitie voor Goirle in 2020 luidt: Onze inwoners voelen zich thuis in de gemeente Goirle, want Goirle is een groene, sociale en ondernemende gemeente.

Goirle is Groen De gemeente Goirle wordt gekenmerkt door het dorpse en landschappelijke karakter en is een prettige en groene woonomgeving, gelegen in het prachtige groen (bossen, beken, Regte Heide) en nabij de grote stad.

Goirle is Sociaal De gemeente Goirle is een dynamische en levendige gemeente. De onderlinge sfeer is goed, open en positief. Ieder handelt vanuit zijn of haar verantwoordelijkheid. Problemen worden door onze inwoners zoveel als mogelijk zelf opgelost. In laatste instantie biedt de gemeente een vangnet voor diegenen die daarop zijn aangewezen. We denken en handelen vanuit de ´menselijke maat´. De inwoners kennen elkaar en zijn betrokken bij hun directe naaste omgeving maar zijn ook betrokken bij hun buurten en wijken. We zijn er voor elkaar en zorgen voor elkaar als dat nodig is. Goirle heeft een actief verenigingsleven en er zijn veel vrijwilligers. We zijn trots op ons eigen karakter en onze eigen identiteit en houden deze graag in stand.

Goirle is Ondernemend Binnen de gemeente Goirle zijn voldoende voorzieningen voor wonen, leven, onderwijs, recreatie en zorg aanwezig voor jong en oud, voor ieder wat wils. Economische ontwikkelingen in dat kader worden waar mogelijk ondersteund. In onze afwegingen maken we een verantwoorde keuze gericht op duurzaamheid. Daarbij wegen we economische en ecologische argumenten in samenhang en zorgen we voor balans. We staan open voor nieuwe initiatieven van burgers, organisaties en ondernemers; soms initiëren we deze initiatieven zelf als we kansen zien of iets willen bereiken. Als gemeente kiezen we hierbij bij voorkeur een regierol.

Conclusie Concreet voorziet het plan in de bouw van een woongebied met maximaal 190 woningen, daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan de versterking van natuur- en landschapswaarden om de Nieuwe Leij. Bij het uitwerken van het stedenbouwkundig plan is de groen-blauwe ontwikkeling nadrukkelijk geïntegreerd met de rode ontwikkeling (woningbouw). Door de voorgenomen ontwikkeling te faciliteren, geeft de gemeente Goirle uiting aan de regierol zoals de toekomstvisie die omschrijft.

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Hoofdstuk 4

T HEM AT ISCHE BELEIDSKADERS

In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema's. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van de kaders. De relevante milieuaspecten en water komen aan bod in de volgende hoofdstukken.

4.1

Stedenbouwkundige uitgangspunten en welstand

Stedenbouwkundige uitgangspunten Cultuurhistorie Ten behoeve van de herontwikkeling van de zuidrand is een bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd en is een transformatiekader opgesteld om te bepalen welke cultuurhistorische elementen in de zuidrand behouden moeten blijven. Deze onderzoeken hebben weer ten grondslag gelegen aan het stedenbouwkundig plan (bijlage 1). De landschappelijke en industriële cultuurhistorie zijn belangrijke uitgangspunten voor het stedenbouwkundig plan. Zo krijgen behoudenswaardige architectonische/technische relicten zoals kolommen, spanten en rails waar mogelijke een nieuwe functie. Verder zijn de fabrieksschoorsteen, het ketelhuis met machinekamer en het historisch kantoor voor de ververij rijksmonumenten. Deze monumenten worden beschermd door dit bestemmingsplan. Bijzondere cultuurhistorische waarden zijn op de verbeelding aangeduid. In de regels van dit bestemmingsplan zijn bepalingen opgenomen om deze waarden te beschermen.

Landschap en natuur De ambities voor het landschap richten zich met name op het herstellen en verbeteren van waterlopen, het vergroten van de piekretentie, het realiseren van ecologische verbindingszones en het verbeteren van de ecologische waarden alsmede de recreatieve beleving van het plangebied. Dit krijgt vooral weerslag door het verleggen van de Nieuwe Leij en de natuurontwikkeling rondom de Nieuwe Leij. In een gezamenlijk proces met de gemeente, het waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant, het Brabants Landschap en het Biodiversiteitsteam is een gedetailleerd plan uitgewerkt om de Nieuwe Leij te herprofileren en te verleggen, een micromeandering te geven en de oevers natuurlijk in te richten. Als onderdeel van de voorgenomen ontwikkeling wordt het Natuurnetwerk Nederland versterkt, uitgebreid en enigszins verplaatst door gronden die nu een agrarisch gebruik hebben te transformeren tot gronden met een natuurbestemming. Door die ingreep ontstaat ook meer ruimte voor waterberging en piekretentie langs de Nieuwe Leij. Bij de voorgenomen ontwikkelingen wordt rekening gehouden met flora en fauna. Zo blijft de vleermuisvliegroute langs de bestaande bomenstructuren en de randen van de tuin van Huize Anna gehandhaafd.

Voor de zeldzame Bosbeekjuffer, die nu langs een beschaduwd stukje van de beek leeft (ten zuiden van de bestaande tuin van Huize Anna) wordt een nieuwe schaduwrijke plek direct in de omgeving aangelegd. Het Vloed wordt als natte ruigte ontwikkeld met struweel, poelen en natuurvriendelijke oevers geschikt voor vogels, libellen, amfibieën (vinpootsalamander), kikkers en kleine zoogdieren als de waterspitsmuis. Ten zuiden van de tuin van Huize Anna wordt juist ingezet op een kruiden- en faunarijk grasland met houtwallen, als biotoop voor insecten, vogels, vlinders en zoogdieren zoals de bunzing. De bestaande tuin van Huize Anna wordt zoveel mogelijk gehandhaafd als een parkbos en waar nodig enigszins heringericht. De bestaande verhoogde routes (dijken) door het landschap worden bloemrijk ingericht (Flowerpowerdijken) en versterken de biodiversiteit (insecten en vlinders) en beleving voor de wandelaars en fietsers. Aansluitend op het bestaande bos wordt compensatiebos aangelegd op wat

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna hogere plekken.

Het bovenstaande heeft betrekking op het landschap en de natuur van de gronden die een primaire natuurfunctie krijgen. Ook in het deel van het plangebied waar woningbouw voorzien is, worden natuurwaarden gerealiseerd. Dit geldt in het bijzonder voor de collectieve natuurtuin van de woningen aan Het Vloed, de gronden rondom het appartementencomplex en de openbare ruimte. De ambitie is om bij de uitwerking van de openbare ruimte en de bouwplannen de principes van het natuurinclusief bouwen zoveel mogelijk in te passen. Dit betekent dat indien mogelijk voorzieningen voor beschermde soorten ingepast worden in bijvoorbeeld het ontwerp van een woning. De collectieve natuurtuin krijgt biotopen die passen bij Het Vloed. Deze natuurtuin zal in de toekomstige situatie vaker dan nu het geval is overstromen. Deze collectieve natuurtuin wordt alleen toegankelijk voor bewoners van de woningen in dit deelgebied. De tuinen van de woningen achter de tuin van Huize Anna krijgen ook een natuurlijke overgang naar het beekdallandschap.

Het plangebied wordt verder doorsneden wordt door twee grote groenstructuren: 1. De 'groene loper' tussen De Fabriek en het Dorps Buurtje (zie nr. 6 op afbeelding 4.1). Deze loper sluit aan op de bestaande groenstructuur van de Doctor Ariënstraat en verbindt op die manier de kern van Goirle met het beekdal van de Nieuwe Leij. 2. De groenstructuur van de Watermolenstraat (zie nr. 8 op afbeelding 4.1). Deze groenstructuur loopt ter hoogte van de Tuin van Huize Anna en fungeert in de huidige situatie al als groene verbinding tussen de kern van Goirle en het beekdal van de Nieuwe Leij. Met de voorgenomen ontwikkelingen wordt die werking verder versterkt.

Afbeelding 4.1: Ligging groenstructuren 'de groene loper' (bij nummer 6) en groenstructuur langs de Watermolenstraat (bij 8) (Bron: stedenbouwkundig plan, augustus 2021, bewerkt) Via de groene loper dringt de natuur ook de woonwijk binnen. De groene loper heeft naast een

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna waterbergingsfunctie ook een ruimtelijke functie als overgang van natuur naar cultuur. Hier ontstaat ruimte voor biodiversiteit op microniveau en tegelijkertijd ruimte om te spelen.

Collectieve natuurtuin Het Vloed wordt een aaneengesloten tuin waar de natuur zijn gang kan gaan. In de collectieve tuin is ruimte voor waterberging en dat biedt de mogelijkheid om natuurwaarden te ontwikkelen die gebaat zijn bij (tijdelijk) vochtige omstandigheden. In de collectieve natuurtuin is sprake van een hoogteverschil. Dit verschil is een natuurlijke overgang tussen een laag (natter) deel van de tuin en een hoog (droger) deel van de tuin. In het ontwerp van de collectieve natuurtuin wordt het verschil tussen deze twee gebieden benadrukt. Het lage deel van de tuin wordt open en nat (een natte ruigte, donkergroen op afbeelding 4.2). Het hoger gelegen deel wordt een halfopen coulissenlandschap met een vochtig hooiland. Het hoogst gelegen deel (lichtgroen op afbeelding 4.2) wordt droger hooiland met een losse boomgaard met diverse bomen. Afbeelding 4.2 toont de indeling van deze streefbeelden in de collectieve natuurtuin. Daarnaast wordt er per kavel de mogelijkheid geboden om een zogenoemd vloedvlot, een stilteplek te creëren. Onderstaand wordt het ontwerp van de collectieve natuurtuin in meer detail toegelicht.

Afbeelding 4.2 Natuurstreefbeelden in de collectieve natuurtuin (KuiperCompagnons, Wilma Wonen, CRA Vastgoed, PS Vastgoed en Antea Group, augustus 2021)

De collectieve natuurtuin moet aansluiten op het omringend Natuurnetwerk Brabant en een fraaie overgang vormen tussen de Nieuwe Leij en het te bebouwen deel van het plangebied. Ten behoeve van het beheer en onderhoud van de Nieuwe Leij wordt er in de collectieve natuurtuin een onderhoudspad met een breedte van 5 meter gerealiseerd. Dit pad komt aan de noordzijde van de Nieuwe Leij te liggen. Het pad krijgt een tweetal voordes (laagtes in het pad met grasbetontegels die het mogelijk maken dat het water van de Nieuwe Leij de collectieve natuurtuin in en uit stroomt. Aan de zuidzijde van de Nieuwe Leij is reeds een onderhoudspad aanwezig. Dit pad is vrij openbaar toegankelijk. Het onderhoudspad aan de noordzijde is dat niet. De natuurtuin komt in collectief eigendom van een VVE. De vloedvlotjes in deze natuurtuin (één per nieuw te bouwen vrijstaande woning die grenst aan de collectieve natuurtuin) worden uitgegeven als appartementsrechten. In de drie verschillende typen (3 streefbeelden, zie afbeelding 4.2) van de collectieve natuurtuin worden de landschapselementen en solitaire bomen zoals getoond door afbeelding 4.3 gerealiseerd en aangeplant. Dat leidt dan tot het totaalontwerp dat getoond wordt door afbeelding 4.4. De volledige toelichting op het ontwerp van de collectieve natuurtuin is als bijlage 2: 'Schetsontwerp collectieve natuurtuin' bij de plantoelichting gevoegd.

Na afstemming met het waterschap, de provincie en de gemeente is het schetsplan verder uitgewerkt in een inrichtingsplan (zie bijlage 3 bij de plantoelichting).

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Afbeelding 4.3 Landschapselementen en solitaire bomen in de collectieve natuurtuin (KuiperCompagnons, Wilma Wonen, CRA Vastgoed, PS Vastgoed en Antea Group, augustus 2021)

Afbeelding 4.4 Totaalontwerp van de collectieve natuurtuin (KuiperCompagnons, Wilma Wonen, CRA Vastgoed, PS Vastgoed en Antea Group, augustus 2021)

De natuur die in de collectieve natuurtuin gerealiseerd gaat worden is beschreven in de voorgaande delen. Naast die natuur wordt ook in de rest van de groenblauwe zone (de bestemming 'Natuur - 2') natuur gerealiseerd. Figuur 4.5 toont de natuurbeheertypen die in dat resterend deel gerealiseerd worden. Bijlage 6 bij deze toelichting bevat een beschrijving van de natuurbeheertypen. De inrichting van

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna de groenblauwe zone vindt plaats met behulp van natuurbeheertypen die passen bij het beekdal, de abiotische factoren van het gebied, de hoogteligging en de grondwaterstand. Het beekdal van de Nieuwe Leij zelf wordt overwegend ingericht als een natte ruigte met daarnaast een afwisseling van vochtig hooiland en bos. In de groenblauwe zone worden bestaande noord-zuid georiënteerde zichtlijnen gerespecteerd en volgen lijnvormige elementen de contouren van naastgelegen gebieden. Dit heeft onder andere vorm gekregen door nieuw bos parallel aan een bestaande weg te projecteren en in het vochtig hooiland lijnvormige landschapselementen van inheemse struiken (zoals meidoorn) te voorzien. Hiermee ontstaat een coulissenlandschap in de grondblauwe zone.

De Nieuwe Leij zelf wordt uitgevoerd als natuurdoeltype 'Beek en Bron' (N03.01). In de toekomstige situatie is de waterloop verlegd en heeft hij een zomer- en winterbed. Het winterbed aan de zuidzijde van de waterloop krijgt een flauw talud (1:7-1:10) en vormt daarmee een geleidelijke overgang tussen land en water. Dit maakt variatie in waterdiepten en een daarmee samenhangende variatie in groeiomstandigheden mogelijk. Hiermee ontstaan randvoorwaarden voor de ontwikkeling van biodiversiteit. De noordzijde van de Nieuwe Leij krijgt een steiler talud (1:2-1:3) en het zomerprofiel wordt niet strak tegen de noordzijde geprojecteerd. In plaats daarvan gaat de Nieuwe Leij enigzins meanderen langs de noordoever zodat het talud van de oever wisselt in de mate van steilheid. De onderhoudspaden naast de Nieuwe Leij worden uitgevoerd als een 'Kruiden- en Faunarijk grasland' (N12.02). Het onderhoudspad gelegen aan de noordkant van de Nieuwe Leij wordt een onverhard pad. De gronden ten zuiden van de Nieuwe Leij worden grotendeels ontwikkeld tot een vochtig hooiland (N10.02). De begroeiing in dit vochtig hooiland varieert van open water met riet of biezen tot grond begroeid met zeggen, lisdodde, riet en kruiden. Lokaal kunnen wilgenstruwelen zich ontwikkelen. Tot slot wordt er bos ontwikkeld op de gronden met een hogere ligging.

Dit wordt bos van het natuurdoeltype 'vochtig bos met productie' (N16.02). Dit nieuwe bos ligt aan de oostzijde van het plangebied en loopt parallel aan de weg 'De Vosserijten'. Ten zuiden van de Nieuwe Leij ligt een bestaand bos met dit natuurdoeltype, dat bos blijft in stand en wordt in zuidelijke richting uitgebreid. Het bos aan 'De Vosserijten' sluit aan op bestaand bos. De noord- en zuidzijden van het bos dat grenst aan 'De Vosserijten' krijgen relatief hoog opgaande beplanting en een gesloten karakter. De rest van dit bos zal bestaan uit een bos van lagere struiken en bomen zodat er sprake is van een meer open karakter en er in noordwestelijke richting een zichtlijn gerealiseerd wordt.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Afbeelding 4.5 natuurbeheertypen in de groenblauwe zone van dit bestemmingsplan (Antea Group, november 2020)

De voorziene ontwikkeling van de natuurbeheertypen in de groenblauwe zone is het uitvloeisel van de toepassing van de zogenoemde saldobenadering. De saldobenadering is bedoeld voor gebiedsontwikkelingen op basis van een gebiedsvisie (zoals bijlage 4 bij deze toelichting) waar activiteiten in samenhang bezien worden. Gezamenlijk moeten de activiteiten meerwaarde hebben voor het Natuurnetwerk Brabant door de kwaliteit van dit natuurnetwerk te verbeteren. Toepassing van de saldobenadering leidt uiteindelijk tot een herbegrenzing van het Natuurnetwerk Brabant. In dit geval is herbegrenzing nodig vanwege directe en indirecte effecten op het Natuurnetwerk Brabant zoals dat voor herbegrenzing in het plangebied aanwezig is. Het directe effect bestaat in dit geval uit ruimtebeslag (ten behoeve van woningbouw) op het Natuurnetwerk Brabant. Dit ruimtebeslag heeft een oppervlakte van 0,98 hectare en heeft betrekking op een zoekgebied voor het Natuurnetwerk Brabant en nog niet gerealiseerde delen van dit zoekgebied. Daarom is er geen aanvullende compensatie of kwaliteitstoeslag aan de orde. Door de verlegging van de Nieuwe Lej moet een klein deel van het natuurbeheertype 'Rivier- en beekbegeleidend bos' plaatsmaken voor de nieuwe waterloop. Dit vereist geen herbegrenzing van het Natuurnetwerk Brabant, maar wel een wijziging van het Natuurbeheerplan.

Het indirecte effect bestaat uit verstoring van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) door bijvoorbeeld betreding door recreanten, de uitstraling van licht, optische verstoring of door geluidsbelasting. Licht- en geluiduitstraling en optische verstoring hebben in dit geval beperkte effecten op het aangrenzende Natuurnetwerk Brabant gebied aangezien er sprake zal zijn van afscherming met vegetatie en bomen. Bovendien geldt dat lichtuitstraling voornamelijk diffuus zal zijn. Optische verstoring en een toename aan betreding door recreanten leiden niet tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB, aangezien in het gebied een gestructureerd padennetwerk aanwezig is en blijft. Hierdoor is een toename aan betreding op het NNB niet aan de orde en zal er geen wezenlijk verschil optreden met de huidige situatie. Het totale te beïnvloeden oppervlak (direct en indirect) van circa 1,0 hectare dient volgens de provinciale verordening minimaal terug te keren in het plangebied. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de compensatieplicht als gevolg van dit project. Die tabel laat zien dat er naast de circa 1,0 hectare aan compensatie circa 8,0 hectare aan nieuw NNB gerealiseerd wordt. Er wordt derhalve veel meer natuur gerealiseerd dan strikt genomen noodzakelijk is.

Tabel 4.1 Overzicht oppervlakte NNB-compensatieplicht en NNB-compensatie (Antea Group, november 2020)

In onderstaande afbeelding 4.6 is te zien waar in de toekomstige situatie NNB toegevoegd wordt (rechterfiguur) vergeleken met de bestaande situatie (linkerfiguur). De rechterfiguur toont de verbeelding, welke onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan.

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Afbeelding 4.6: NNB in de huidige situatie (linkerfiguur, zwart is de plancontour) en in de toekomstige situatie (rechterfiguur)

De natuurdoeltypen zoals die getoond worden op afbeelding 4.5 zijn vooruitlopend op de vaststelling van dit bestemmingsplan gerealiseerd. Ten behoeve van het ontwikkelingsbeheer en het reguliere beheer van deze natuurdoeltypen, is een beheer- en onderhoudsplan opgesteld. Dit plan is in overleg tussen de gemeente Goirle, waterschap De Dommel en VP Grondexploitatie tot stand gekomen. Met naleving van dit beheers- en onderhoudsplan is de duurzame instandhouding van de natuurdoeltypen geborgd. Het beheers- en onderhoudsplan is als bijlage 7 bij deze plantoelichting gevoegd.

De eigenaren van de nieuw te bouwen woningen in Het Vloed krijgen de beschikking over een zogenoemd vloedvlotje in het deel van de collectieve natuurtuin achter hun woning. Deze vloedvlotjes worden in de opstalontwikkeling meegenomen en dus één keer gerealiseerd. De eigenaren van de woningen gaan zelf dus geen vloedvlotjes ontwikkelen. Hiermee wordt de kwaliteit en eenvorming (de ontwikkeling van een eenduidige 'familie' van vloedvlotjes) geborgd. Het vloedvlotje wordt een (verhoogd) terras met een oppervlakte van circa 15 vierkante meter dat die eigenaren kunnen gebruiken om te recreëren in de collectieve natuurtuin. Het worden stilteplekken, dus dit bestemmingsplan bepaalt dat op deze terrassen geen bouwwerken zoals overkappingen gerealiseerd mogen worden. Om het beheer en onderhoud alsmede de vrije doorstroming van de Nieuwe Leij niet te belemmeren moeten deze vloedvlotjes op enige afstand van die waterloop gerealiseerd worden. Ook dat is vastgelegd in het bestemmingsplan door een gebied aan te wijzen waar vloedvlotjes zijn toegestaan. Verder mogen eigenaren de vormgeving van de vloedvlotjes zelf bepalen door een keuze te maken uit de (voorbeeld)elementen op afbeelding 4.7. De vloedvlotjes worden in ieder geval zo vorm gegeven dat zij gezamenlijk een familie van ontwerpelementen in de collectieve natuurtuin vormen.

Verrommeling door toepassing van meerdere soorten verpoosplekken met een wisselend uiterlijk en wisselende bouwwerken wordt hiermee voorkomen.

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Afbeelding 4.7 Impressie vloedvlotje (KuiperCompagnons, Wilma Wonen, CRA Vastgoed, PS Vastgoed en Antea Group, augustus 2021)

Water Afbeelding 4.8 toont het watersysteem zoals dat in het plangebied voorzien is. Het nieuwe woongebied en het beekdal krijgen ieder een eigen watersysteem.

Afbeelding 4.8: Watersysteem in het plangebied KuiperCompagnons, Wilma Wonen, CRA Vastgoed en Antea Group, augustus 2021)

Het uitgangspunt voor het watersysteem in de nieuwe situatie is dat dit systeem integraal ontworpen is en zichtbaar alsmede beleefbaar wordt. De afvoer van regenwater wordt losgekoppeld van het vuilwatersysteem. Regenwater wordt zo lang mogelijk in het gebied vastgehouden. Wadi's in de groene lopen en rond het appartementencomplex aan de Nieuwe Leij spelen een belangrijke rol in dit vasthouden. Via watergoten wordt regenwater naar wadi's geleid. In de straten in het deelgebied 'De Fabriek' worden zogenoemde klimaattuinen gerealiseerd die water vast kunnen houden en een bijdrage leveren aan de biodiversiteit in/vergroening van de wijk. Bij grote piekbelastingen van het waterysteem kunnen de vijvers in de tuin van Huize Anna ook ingezet worden als waterbergingsgebied. Zoals beschreven dienen ook de gronden nabij de Nieuwe Leij (waaronder de collectieve natuurtuin) als waterbergingsgebied. Regenwater wordt langzaam afgevoerd naar dit waterbergingsgebied/de Nieuwe Leij. Het plein voor de rijksmonumenten wordt een zogenoemd klimaatplein. Ook dit plein kan gebruikt

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna worden om water vast te houden en te laten infiltreren. Ten behoeve van deze infiltratie worden groenvoorzieningen aangebracht op het plein.

Welstand Bouwplannen moeten onder meer worden getoetst aan 'redelijke eisen van welstand', aldus de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de bouwplannen die in de gemeente worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de gemeenteraad moet worden vastgesteld. In Goirle is dat gebeurd op 11 maart 2014. De welstandsnota heeft een duidelijke relatie met bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan beschrijft naast de toegelaten functies in stedenbouwkundige termen de toegestane bouwmassa's in een gebied en de plaats waar deze mogen worden gebouwd. Het is de taak van welstandsbeleid te borgen dat bij veranderingen de verschijning van de bouwmassa's passend is en blijft in de omgeving. De Welstandsnota verdeelt de gemeente hiertoe in verschillende soorten gebieden, ieder met hun eigen gebiedsgerichte criteria. Voor de gedetailleerde regeling wordt verwezen naar de welstandsnota.

4.2

Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg

4.2.1

Archeologie

Algemeen Omdat in groeiende mate het Europese archeologische erfgoed werd bedreigd, is in 1992 het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologische belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen plaats te laten vinden wordt, naast de in ontwikkeling zijnde regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, in casu de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, worden door de initiatiefnemer betaald. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee is het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Dit betekent onder meer het volgende: de introductie van het veroorzakersprincipe, waardoor de kosten van archeologisch onderzoek verhaald kunnen worden op de verstoorder; de verankering van de archeologische monumentenzorg in de ruimtelijke ordening. In wetgeving is de omgang met archeologisch erfgoed geregeld en zijn enkele uitgangspunten en doelstellingen gesteld.

Zo kan iedere initiatiefnemer van projecten waarbij de bodem verstoord wordt, verplicht worden gesteld om een rapport aan te leveren waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek vereist. Dit bestaat in de eerste plaats uit vooronderzoek: het bureauonderzoek en/of inventariserende veldonderzoek, elk met bijbehorende standaardrapportages. Tijdens het bureauonderzoek wordt gekeken naar wat er in historisch, archeologisch en aardwetenschappelijk opzicht al bekend is over het plangebied. De volgende fase bestaat in veel gevallen uit een veldonderzoek. Dergelijk onderzoek heeft als doel kansrijke en kansarme zones te karteren. Hierbij kan booronderzoek plaatsvinden alsmede proefsleuvenonderzoek. De resultaten dienen vervolgens te worden gewaardeerd. Tijdens de waarderende fase wordt van de aangetroffen vindplaatsen, ook wel site genoemd, de omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit vastgesteld om zo tot een oordeel over de behoudenswaardigheid te komen. Op basis van dit oordeel neemt de betrokken overheid een (selectie)besluit hoe met eventueel aanwezige vindplaatsen dient te worden omgegaan.

Onderzoek

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Als eerste stap in het archeologisch onderzoeken van het plangebied zijn twee bureauonderzoeken uitgevoerd (zie bijlage 8 en 9 bij deze toelichting) . Uit deze onderzoeken bleek een brede verwachting op het aantreffen van archeologische resten in het plangebied. Naar aanleiding daarvan is een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. In het kader van de ontwikkeling heeft Antea Group een archeologisch inventariserend veldonderzoek (zie bijlage 10 bij deze toelichting), in de vorm van verkennende boringen uitgevoerd voor het plangebied Van Puijenbroek. Het gebied waar het onderzoek is uitgevoerd betreft het voormalige fabrieksterrein (HaVeP) en de aan de zuidkant daarop aansluitende groene zones. Uit het inventariserend veldonderzoek (bijlage 10) bleek dat in delen van het beekdal archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Naar aanleiding van die conclusie is nader onderzoek uitgevoerd in het beekdal. De overige delen, anders dan het beekdal, worden vrijgegeven voor wat betreft het aspect archeologie.

42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Programma van Eisen Ten behoeve van de uitvoering van het archeologisch nader onderzoek in het beekdal heeft Antea Group heeft een Programma van Eisen (PvE) opgesteld, welke ingaat op archeologische begeleiding van grondverzet bij het verleggen van de beekloop (zie bijlage 11 bij deze toelichting). Dit Programma van Eisen heeft betrekking op een opgraving – variant archeologische begeleiding (BRL 4000, protocol 4004, KNA 4.1). Dit PvE is goedgekeurd door bevoegd gezag.

Plan van Aanpak Vervolgens is door Antea Group een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld (zie bijlage 12 bij deze toelichting), die door bevoegd gezag is goedgekeurd (zie bijlage 13 bij deze toelichting).

Rapportage aanvullende boringen en opgraving Vervolgens is door Antea Group opgraving - variant archeologische begeleiding - uitgevoerd ter plaatse van het beekdal van de Leij ten zuiden van Goirle. De resultaten hiervan zijn verwerkt in bijlage 14 bij deze toelichting. Tevens is een Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. aanvullende verkennende boringen, omdat de gronden nog inventariserend onderzocht moesten worden. Booronderzoek De resultaten van het booronderzoek laten zien dat binnen het plangebied geen intact podzolprofiel of beekafzetting werd aangetroffen. De waargenomen bodemroering inclusief de menglaag reikt tot op een diepte variërend tussen 0,2 en 1,0 meter tot maaiveld. De aangetroffen bodemopbouw maakt daarbij duidelijk dat dit deel van het plangebied geen onderdeel uitmaakt van het beekdal. Archeologische begeleiding Op basis van de resultaten van het veldonderzoek kan worden geconcludeerd dat het onderzoeksgebied is gelegen in het oude beekdal van de Leij, dat de bovenkant van het bodemprofiel is verstoord en dat er geen (behoudenswaardige) vindplaats is aangetroffen. Advies Op basis van de resultaten van de veldonderzoeken wordt aanbevolen om zowel de locatie van de aanvullende boringen, de gehele locatie van het beekdal en de toekomstige woningbouwlocatie vrij te geven.

Dit omdat op basis van de resultaten niet de verwachting bestaat dat er in de overige (nu niet begeleidde zones) wel een behoudenswaardige vindplaats aanwezig is. De bodemopbouw die is gezien tijdens de archeologische begeleiding kwam namelijk helemaal overeen met de bodemopbouw zoals beschreven tijdens het verkennende booronderzoek uit 2018 (zie bijlage 10 bij deze toelichting). Op afbeelding 4.9 is de contour zichtbaar waarvoor - op basis van de resultaten van het onderzoek uit bijlage 14, vrijgave wordt geadviseerd.

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Afbeelding 4.9: Advies voor vrijgave (bron: Aanvullende boringen en opgraving - variant archeologische begeleiding, Antea Group, 24 maart 2021, zie bijlage 14)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle heeft op 4 mei 2021 besloten het selectieadvies van Antea Group, zoals opgenomen in het rapport dat in deze toelichting is bijgevoegd in bijlage 14, over te nemen en het plangebied 'Zuidrand Goirle locatie Van Puijenbroek' vrij te geven voor de realisatie van de plannen onder de voorwaarde dat bij eventuele toevalsvondsten hiervan melding wordt gemaakt conform het bepaalde in artikel 5.10 van de Erfgoedwet (zie bijlage 15 voor het selectiebesluit).

De gronden die bestemd zijn als Maatschappelijk zijn nog niet archeologisch onderzocht. Voor dit (beperkte) deel van het plangebied geldt nog een archeologische dubbelbestemming.

Conclusie Op basis van de uitgevoerde onderzoeken en het selectiebesluit van de gemeente Goirle wordt geconcludeerd dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het meest recent uitgevoerde onderzoek (bijlage 14) laat zien dat ook ter plekke van de gehele locatie van het beekdal geen archeologisch behoudenswaardige vindplaatsen aanwezig zijn. De eerder opgenomen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' ter bescherming van de eventueel aanwezige archeologische waarden in het beekdal is daarom in voorliggend bestemmingsplan komen te vervallen.

4.2.2

Cultuurhistorie en monumenten

Algemeen Het gemeentelijk beleid is erop gericht om bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten te handhaven. Hierbij zijn vooral de Monumentenwet 1988, de gemeentelijke Monumentenverordening en de lijst van gemeentelijke monumenten het kader.

Onderzoek

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Door bureau BAAC is in 2015 een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 8). Het doel van dit onderzoek is om inzicht te geven in de cultuurgeschiedenis van het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied beslaat zowel het voormalig fabrieksterrein Van Puijenbroek (Land van Anna), waar dit bestemmingsplan op ziet, als het voormalig fabrieksterrein Van Besouw.

Water Water vormt een belangrijk element in het plangebied gezien de ligging van het plangebied in het beekdal van de Leij. Het gaat hierbij zowel om meer natuurlijke structuren als om gegraven objecten en structuren. Uit het onderzoek blijkt dat de volgende cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig zijn (zie ook afbeelding 4.10): Leij: in het zuidwestelijk deel van het plangebied was dit een natuurlijke beekloop, die tot in de jaren twintig van de twintigste eeuw een sterk meanderend verloop had. Vervolgens is de beek verlegd, waardoor dit tegenwoordig een vrije brede, rechte, door kaders geflankeerde waterloop is. Oude Leij: Ter hoogte van ongeveer de Molendijk splitste de Leij zich in twee nevenlopen, waarvan de Oude Leij de meest zuidelijke vormde. De waterloop was al in het midden van de achttiende eeuw genormaliseerd. De huidige beek heeft nog steeds min of meer hetzelfde verloop en is herkenbaar als een smalle, grotendeels met riet begroeide loop. Nieuwe Leij: De noordelijke nevenloop van de Leij werd gevormd door de Nieuwe Leij. In de twintigste eeuw is de beek meerdere keren rechtgetrokken. Hoewel het aanzien van de beek sterk is gewijzigd, is de ligging wel hetzelfde gebleven. De beek vormt tegenwoordig de zuidelijke begrenzing van de bebouwde kom van Goirle.

Waterloop: door het noordwestelijke deel van het plangebied stroomde in het verleden vanaf de Regte Heide een gegraven of vergraven waterloop, die bij de splitsing van de Leij in deze beek uitmondde. De waterloop had een recht verloop en is in het midden van de twintigste eeuw tijdelijk (onderdeel) van de bovenloop van de Oude en Nieuwe Leij geweest. Het tracé van deze waterloop is nog deels te herkennen in de begrenzing van de achtertuinen langs de Bergstraat. Molenvijver: Door een sluis in de Nieuwe Leij, stroomopwaarts van de molen, werd het water in het verleden opgestuwd tegen een bocht van de Molendijk. Het waterreservoir dat zo ontstond, werd gebruikt als molenvijver. De bocht is verdwenen. Het oude tracé is nog wel herkenbaar in het verloop van de perceelsgrens van de aangrenzende tuin van Huize Anna. Molenwiel: Aan de benedenstroomse zijde van de watermolen is door de uitschurende werking van het water in de loop der tijd een molenwiel ontstaan. De watermolen is verdwenen en ook de zijloop van de Nieuwe Leij is verplaatst, maar het molenwiel bestaat nog steeds als onderdeel van de tuin van Huize Anna. De tuin wordt door hoge muren omringd, waardoor het molenwiel vanaf de openbare weg niet waarneembaar is. Aan de benedenstroomse zijde van de sluis in de Nieuwe Leij, is eveneens een wiel ontstaan.

Het wiel is gedempt, maar de locatie is nog wel herkenbaar aan de aanwezige ruimte tussen de Nieuwe Leij en de (onverharde) weg.

Toelichting (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Afbeelding 4.10: cultuurhistorische waarden (zie bijlage 7: Cultuurhistorisch onderzoek BAAC, 2015)

Wegen In het plangebied bevinden zich nog diverse wegen, die een relict vormen van het historisch ontwikkelde landschap en derhalve cultuurhistorisch waardevol zijn: Molendijk; Beeksedijk; Tramdijk (de huidige De Vosserijten); Watermolenstraat. De Vosserijten is daarbij voorzien van een groenstructuur met cultuurhistorische waarde. Deze groenstructuur bestaat, blijkens de provinciale cultuurhistorische waardenkaart, uit houtwallen van diverse soorten. Dit was beplanting langs een oude trambaan. Ook de beplanting in de tuin van Huize Anna wordt gerekend tot groen met een cultuurhistorische waarde. Eén en ander wordt getoond door afbeelding 4.11.

Afbeelding 4.11: Cultuurhistorische waardevolle lijnen en structuren (provincie Noord-Brabant, 2021)

46

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Historische bebouwing In het plangebied komt cultuurhistorisch waardevolle bebouwing voor. Het betreft hier de volgende waardevolle en monumentale onderdelen (zie figuur 4.12 hieronder): 1. 2. 3. 4.

fabrieksschoorsteen (rijksmonument); ketelhuis met machinekamer (rijksmonument); historisch kantoor voor ververij (rijksmonument); kantoor Bergstraat.

Doorwerking in het plan De nieuwe ruimtelijke structuur van het toekomstige gebied wordt gedragen door gebiedseigen, landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken: de fabriek, linten, en de natuur van het beekdal. De ruggengraat van het plan vormt het beekdal van de Nieuwe Leij. In het plan wordt ten zuiden van het voormalig fabriekscomplex van Van Puijenbroek de beek (Nieuwe Leij) verlegd. In samenwerking met de gemeente, waterschap De Dommel, provincie, Brabants Landschap en het Biodiversiteitsteam is een gedetailleerd plan uitgewerkt om de Nieuwe Leij te herprofileren en te verleggen. De beek krijgt een meer natuurlijke meandering en natuurlijke flauwe oevers om ruimte te creëren voor waterberging en biodiversiteit.

De Tuin van Huize Anna valt grotendeels buiten het plangebied; binnen het deel dat binnen het plangebied van dit bestemmingsplan vormt, zijn geen wijzigingen voorzien. De ontwikkeling van het plangebied wordt alleen gebruikt om groot onderhoud aan de tuin uit te voeren. Ook de perceelsgrens van de Tuin van Huize Anna blijft behouden. Aan het nog deels zichtbare tracé van de oude waterloop (zie hierboven onder 'Water') langs de achtertuinen van de woningen aan de Bergstraat worden geen grootschalige ingrepen aangebracht.

In het verlengde van de Dr. Ariënsstraat tot aan Het Vloed komt een nieuwe groenstructuur, genaamd 'de groene lob'. Deze vormt samen met de historische route Watermolenstraat-Molendijk een fijnmazig netwerk van verbindingen tussen Goirle en het recreatieve buitengebied. De historische, recreatieve en sfeervolle Watermolenstraat, welke men van en naar het beekdal en het buitengebied brengt, wordt gehandhaafd met de cultuurhistorische waardevolle bestrating met kasseienstrook. De Watermolenstraat vormt in het toekomstige gebied de ontsluiting van het cluster vrije kavels aan de Tuin Huize Anna en de ontsluiting van het appartemencomplex aan de Leij.

Voor de monumentale panden zijn de uitgangspunten handhaven, renoveren en eventueel een nieuwe functie geven. Daarnaast zal worden onderzocht of interessante bouwkundige elementen uit de bestaande fabrieksbebouwing en buitenruimte, zoals kolommen, spanten, technische elementen, sluitwerk, rails, etc., waar mogelijk, een nieuwe betekenis kunnen krijgen in de toekomstige woonbuurt. Als er gebouwd wordt, kan hier verder onderzoek naar worden gedaan. In het plan zijn de te handhaven monumenten zorgvuldig ingepast en er zal worden gezocht naar een nieuwe duurzame functie: appartementen, horecafunctie/brouwerij en binnentuin in het voormalig kantoorcomplex aan de Bergstraat (inclusief de sheddaken en het magazijntje erachter) en een woonhuis in het oude kantoor, welke direct naast (in de hoek tussen het ketelhuis en de voormalige ververij is gelegen. De oude machinekamer met stoommachine blijft behouden en er zal worden geprobeerd het als bijzondere vergaderruimte (vergaderen in een ruimte met een historische/industriële sfeer) te verhuren. Hier komt ook een expositieruimte waar het verhaal van de textielindustrie en haar mensen kan worden verteld.

Op basis van het Transformatiekader (zie bijlage 16 bij deze toelichting) is daaromheen het fabriekscluster ontworpen als een herkenbaar en compact buurtje, waar te renoveren gebouwen en de nieuwe bebouwing samen het verhaal van de textielindustrie op deze plek gaan vertellen.

Toelichting (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna

Figuur 4.12: Cultuurhistorische relicten (KuiperCompagnons, PS Vastgoed en Antea Group, in zwart is een gedeelte van de plancontour weergegeven)

De cultuurhistorische elementen van de in afbeelding 4.12 genoemde relicten worden behouden. Ter bescherming van deze relicten is in de planregels een beschermingsregime opgenomen. Het beschermingsregime regelt dat niet zonder meer werken en/of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd ter plaatse van de cultuurhistorische elementen. Hiermee zijn de cultuurhistorische elementen in het plangebied gewaarborgd. Opgemerkt wordt dat sloop-herbouw van (delen van) deze bebouwing (met uitzondering van rijksmonumenten) is toegestaan, mits de waardevolle elementen in ere worden hersteld.

Daarnaast zijn, om de openheid van de voormalige fabrieksstraat te waarborgen, twee afzonderlijke bouwvlakken opgenomen op de verbeelding, zodat er niet gebouwd kan worden ter plekke van de voormalige fabrieksstraat. Om de sheddaken/lessenaarsdaken te borgen is ter plekke van de voormalige weverij een specifieke bouwaanduiding opgenomen. Daarnaast is over het gehele fabrieksterrein de specifieke bouwaanduiding 'aaneengesloten' om op het gehele fabrieksterrein te borgen dat slechts aaneengesloten gebouwd mag worden. Door aaneengesloten te bouwen worden de contouren van de voormalige fabriekspanden teruggebracht.

Conclusie Door het opnemen van een beschermingsregime voor de aanwezige cultuurhistorische waarden/gebouwen zijn deze cultuurhistorische elementen gewaarborgd in het plangebied. Tevens vinden er geen wijzigingen plaats aan de historische water- en wegelementen. Het aspect cultuurhistorie staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.3

Volkshuisvesting

Woonvisie gemeente Goirle 2019-2022 Het gemeentelijk woonbeleid volgt uit de vierjaarlijkse woonvisie. Op 2 juli 2019 is de Woonvisie

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna gemeente Goirle 2019-2022 vastgesteld door de gemeenteraad. In de woonvisie zijn de volgende ambities benoemd: 1. Doelgroepen: De gemeente luistert goed naar woningzoekenden in de gemeente Goirle. 2. Duurzaamheid: De gemeente wil zorgvuldig omgaan met energie, water en grondstoffen zoals beschreven in het Milieubeleidsplan Duurzaam Goirle 2017-2022. Nieuwe woningen moeten weinig tot geen energie verbruiken en zo min mogelijk CO2 uitstoten. 3. Woonomgeving: De gemeente wil aantrekkelijk zijn voor jong en oud en een prettige alsmede groene omgeving bieden. Dit geldt zowel voor de woning zelf, maar ook voor de locatie, diens omgeving en de voorzieningen. 4. Nieuwbouw: De gemeente wil voldoende en de juiste woningen bouwen en de gewenste woonmilieus toevoegen. De gemeente neemt de woningbehoefte van Goirlenaren als uitgangspunt bij het bouwen en realiseren van nieuwe woningen. Bij de woningprogrammering houdt de gemeente rekening met de woningen en woonmilieus die door verhuizing beschikbaar komen. De woonvisie is tot stand gekomen op basis van een kwalitatief woonbehoefteonderzoek uit 2018 en twee bijeenkomsten (1 in Goirle en 1 in Riel) waar inwoners aan konden geven wat zij belangrijk vinden in hun woonplaats.

Ten aanzien van de kwantitatieve woningbehoefte geldt dat de gemeente Goirle in de jaren 2018-2028 gemiddeld 100 woningen per jaar wil realiseren. 80-90% van dit aantal wordt gerealiseerd in Goirle en 10-20% van dit aantal wordt gerealiseerd in Riel. De woningen die op de locatie Bakertand gerealiseerd mogen worden vallen buiten deze ambities. De gemeentelijke bouwopgave wordt jaarlijks in regioverband berekend. Bij voorkeur voegt de gemeente Goirle woonmilieus toe waar op lange termijn een tekort aan ontstaat en waarvan er onvoldoende vrijkomen door doorstroming. Aanvullend voegt de gemeente woonmilieus toe die al in relatief ruimte mate beschikbaar zijn. Concreet zet de gemeente de komende jaren in op de toevoeging van koopwoningen in middeldure en dure categorieën om een verhuisstroom op gang te brengen. De afspraken over de woningbouw in de Zuidrand zijn getoetst aan de bepalingen uit de woonvisie over de woningen die in specifieke categorieën gerealiseerd moeten worden en voldoen aan die afspraken en de woonbehoefte.

Conclusie Onderhavig plan bevat een gedifferentieerd woningaanbod dat aansluit op de vraag naar woningen binnen de gemeente. Het te realiseren programma voldoet aan de afspraken uit de woonvisie. De nieuw te bouwen woningen worden zo energiezuinig mogelijk uitgevoerd. Daarnaast is de woningbouwlocatie na ontwikkeling te kenmerken als een prettige en groene omgeving. Met deze ontwikkeling wordt aangesloten bij de ambities van de gemeente Goirle.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1308/documents/22532