05 Bijlage 2 Vast te stellen plan Plantoelichting.pdf
Tekst van het document
Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
4 4 5 6 6 6
Hoofdstuk 2 BESCHRIJVING PLANGEBIED 2.1 Historische ontwikkeling 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur 2.3 Technische infrastructuur 2.4 Voorgenomen ontwikkeling
7 7 10 11 11
Hoofdstuk 3 RUIMTELIJK BELEIDSKADER 3.1 Rijk 3.2 Provincie 3.3 Gemeente
19 19 21 27
Hoofdstuk 4 THEMATISCHE BELEIDSKADERS 4.1 Stedenbouwkundige uitgangspunten en welstand 4.2 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 4.3 Volkshuisvesting 4.4 Groen 4.5 Verkeer en parkeren
33 33 41 48 51 54
Hoofdstuk 5 MILIEUASPECTEN 5.1 Milieuhinder en bedrijven 5.2 Kabels, leidingen en straalpad 5.3 Externe veiligheid 5.4 Geluid 5.5 Lucht 5.6 Bodem 5.7 Natuur 5.8 Milieueffectrapportage
59 59 65 67 72 73 75 78 85
Hoofdstuk 6 WATER 6.1 Beleid 6.2 Huidige en toekomstige situatie
89 89 92
Hoofdstuk 7 OPZET PLANREGELS 7.1 Plansystematiek 7.2 Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels 7.3 Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels 7.4 Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels 7.5 Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel
100 100 100 100 105 107
Hoofdstuk 8 UITVOERBAARHEID 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
108 108 108
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Hoofdstuk 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
Zuidrand Goirle Ten zuiden van de dorpskern van Goirle zijn sinds jaar en dag onder meer twee grote fabrieksterreinen aanwezig van de firma Van Besouw (productie vloerbedekking) en de firma Van Puijenbroek (textielindustrie). De werkzaamheden van de firma Van Besouw zijn enige tijd geleden gestaakt. Op het terrein van Van Puijenbroek vinden nog opslag en distributie plaats, maar ook dit wordt in de toekomst verder teruggebracht. De Nederlandse Bouw Unie (eigenaar van het Van-Besouwterrein) en Ontwikkelcombinatie VPCapital & WILMA/CRA (eigenaar van de locatie Van Puijenbroek) willen de locaties herontwikkelen tot woningbouwlocaties. Naast de genoemde partijen participeert ook Thebe (eigenaar van het tussen beide fabrieksterreinen gelegen verpleegtehuis) in de herontwikkelingsplannen. Op het terrein van Thebe is een ontwikkeling met zorgwoningen voorzien. De totale herontwikkeling heeft de titel 'Zuidrand Goirle'. Naast de bovengenoemde 'rode ontwikkelingen' (stedelijke ontwikkeling) vormt de herinrichting van de 'groenblauwe zone' ten zuiden van de terreinen van Van Puijenbroek, Thebe en Van Besouw tevens een onderdeel van de Zuidrand. In deze zone bevindt zich de watergang Nieuwe Leij. Onderdeel van de plannen is een (gedeeltelijke) herinrichting van deze zone.
Het doel is om zowel de rode als groene/blauwe ontwikkelingen goed op elkaar af te stemmen en zo tot een integrale gebiedsontwikkeling te komen. Dit vormt een gedeelde verantwoordelijkheid. In afbeelding 1.1 is de ligging van de Zuidrand Goirle ten opzichte van de dorpskern aangegeven. Met geel is het terrein van Thebe aangegeven en in blauw het terrein van Van Besouw. Dit bestemmingsplan heeft alleen betrekking op de locatie Van Puijenbroek (paars in afbeelding 1.1) die vanaf hier 'Land van Anna' genoemd wordt.1 De deellocatie Van Puijenbroek is aangeduid met de paarse arcering.
Afbeelding 1.1: Deellocaties binnen de Zuidrand Goirle (Antea Group, 2019), de locatie Van Puijenbroek is links aangegeven in paars, de locatie Van Besouw is rechts aangegeven in blauw, tussen deze locaties ligt Thebe (aangegeven in geel)
4
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Van Puijenbroek Voorliggend bestemmingsplan richt zich op de locatie van Van Puijenbroek (bedrijfsterrein van HaVeP en omgeving). De textielfabriek van HaVeP, die in eigendom van Van Puijenbroek is, doet nog gedeeltelijk dienst voor opslag, productontwikkeling en als Texperience-center. Daarnaast is het hoofdkantoor aan de Bergstraat nog in gebruik. Het oudste gedeelte van de fabriek staat al jaren leeg en op termijn wil de eigenaar Van Puijenbroek ook haar huidige werkzaamheden concentreren op een nieuwe locatie. Het idee is de locaties stapsgewijs te transformeren naar een gebied waarin wonen, werken, recreëren en natuur samen gaan. Voor de locatie Van Puijenbroek is een theoretische en maximale woningcapaciteit opgenomen van 190 woningen. Dit aantal is een optelling van 189 nieuwe woningen en één bestaande bedrijfswoning. Voor deze ontwikkeling wordt een aantal bestaande fabrieksgebouwen afgebroken. Daarnaast wordt de Nieuwe Leij verlegd. Vervolgens wordt de omgeving inricht als ruim opgezette woonwijk met een daarnaast gelegen natuurgebied. Tussen de textielfabriek HaVeP en het verpleeghuis van Thebe staat de villa 'Huize Anna'. De tuin van die villa heeft achterstallig onderhoud en is aan een grote opknapbeurt toe.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt in de zuidrand van de kern Goirle aan de Bergstraat. Het plangebied kent globaal de volgende begrenzing. Aan de noordzijde wordt de locatie begrensd door de Bergstraat. De zuidelijke begrenzing loopt ten zuiden van de Nieuwe Leij door de landerijen van Goirle. De westelijke begrenzing bestaat uit de bebouwing en de particuliere tuinen aan de Bergstraat. De oostelijke begrenzing van het plangebied bestaat deels uit de Watermolenstraat, de tuin van 'Huize Anna', het terrein van Thebe, en het Kerklaantje (zie afbeelding 1.2. De bestaande bedrijfsbestemming aan het Kerklaantje (achter woonzorgcentrum Thebe Elisabeth) maakt onderdeel uit van het plangebied.
Afbeelding 1.2: Ligging plangebied met straatnamen en tuin van Huize Anna (zie groene ellips) aangeduid
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Tot het moment waarop voorliggend bestemmingsplan in werking treedt, gelden in het plangebied de volgende bestemmingsplannen:
1.4
Bestemmingsplan Vastgesteld Inwerking
Onherroepelijk
Wildackers Abcoven
04-03-2008
21-08-2008
21-08-2008
Buitengebied Goirle 09-12-2008
24-09-2009
20-04-2011
Buitengebied Goirle, herziening 2014
23-09-2014
23-12-2014
23-12-2014
Parapluplan gemeente Goirle
12-03-2019
10-05-2019
10-05-2019
Bij het plan behorende stukken
Dit bestemmingsplan bestaat uit de hierna genoemde stukken. De verbeelding maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan, waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven. Ook de planregels vormen onderdeel van het bestemmingsplan; hierin zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen opgenomen. De verbeelding en de planregels worden vergezeld van de toelichting, waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In deze toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook de inhoud van het vigerend beleid beschreven en met welke (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden.
1.5
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit acht hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleidskader van Rijk, provincie en gemeente. De thematische beleidskaders komen aan de orde in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 worden de milieuaspecten behandeld. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. De opzet van de planregels wordt in hoofdstuk 7 besproken, gevolgd door de uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Hoofdstuk 2
BESCHRIJVING PLANGEBIED
Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, ofwel de bestaande situatie, goed in beeld wordt gebracht. Dit hoofdstuk beschrijft deze situatie door de historische ontwikkeling, de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en (brede) omgeving toe te lichten. Voor een beschrijving van deze onderdelen is onder meer gebruik gemaakt van het Cultuurhistorisch onderzoek (maart 2015) van onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv (zie bijlage 8 bij de plantoelichting). Daarna wordt de voorgestane ontwikkeling besproken.
2.1
Historische ontwikkeling
2.1.1
Goirle
De oorsprong De naam Goirle is samengesteld uit de woorden "goer" (goir) en "loo". Het eerste betekent moeras of drassige grond, het tweede bos of open plek in het bos. Als plaatsnaam wordt Goirle voor het eerst genoemd in een charter uit 1298, waarin sprake is van de Ludensvoirt te Goirle. Voorts wordt de naam gebruikt in een oorkonde uit 1312 betreffende het goed Ter Loo op Abcoven aan de Leij en in een charter van 1315 als het goed Ter Venne genoemd wordt. Opgravingen die zijn gedaan bij de afbraak van de oude parochiekerk in 1896, toonden de aanwezigheid van een kerkje in de 12e eeuw. In die tijd maakte het kleine kerkdorpje deel uit van de heerlijkheid Tilburg. Reeds in 1795 bestonden er plannen om Goirle van Tilburg te scheiden, maar hiertegen werd door beide plaatsen geprotesteerd. Pas in 1803 werd Goirle een zelfstandige gemeente.
Afbeelding 2.1: kaart van de gemeente Goirle uit 1866 (Atlas van J. Kuiper)
18e eeuw: ontwikkeling vanuit de Grootte Akkers richting De Leij De gemeente Goirle heeft een oppervlakte van ruim 2.544 ha en wordt begrensd door de gemeenten Alphen en Riel, Tilburg, Hilvarenbeek en Poppel (B). Zeer bepalend voor de ontwikkeling en vorming van het gebied waren de verschillende waterlopen. Vanaf de tijd dat Goirle nog deel uitmaakte van het hertogdom Brabant, tot aan de totstandkoming van de rijksweg Tilburg-Turnhout in 1853 zou er weinig veranderen in het straten- en wegenplan van het dorp. De waarschijnlijk oudste bebouwing is aangetroffen in het gebied van de vrij hoog gelegen Grootte Akkers. Door de verschuiving in de richting van de Leij ontstaan de wijken of herdgangen Abcoven en Kerk, en ten westen van de Grootte Akkers de herdgangen Dorp en Ven. In 1753 telde het dorp 132 woningen "daeronder begrepen kleijne hutten en keten" en maar een paar "stadsgewijze getimmerde huijzen". Met de aanleg van de rijksweg Tilburg-Turnhout verbeterde de infrastructuur in het dorp.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
19e eeuw: groei van Goirle begint Als na 1850 de bevolking van Goirle flink begint te groeien, wordt voornamelijk gebouwd langs de oude kerkwegen en langs de nieuw aangelegde Tilburgseweg. Vooral het aantal arbeiderswoningen nam sterk toe. De voornaamste initiatiefnemers tot de bouw waren de fabrikanten en de landbouwers. Op het einde van de 19e eeuw is ook begonnen met de bouw van woningen langs bestaande akkerwegen, zoals de Molenstraat (achter de heuf), Groeneweg en Koude Pad.
20e eeuw: planmatige woningbouw Aan de woningbouw werd een nieuwe impuls gegeven door de Woningwet, die in 1901 tot stand kwam en waardoor het mogelijk werd om met rijkssteun woningen te bouwen en de volkshuisvesting te verbeteren. Dit resulteerde onder andere in de Kalverstraat, om de arbeiders dicht bij de fabriek te kunnen huisvesten, de Hoogstraat en de St. Jansstraat. In die periode vindt ook het Oranjeplein haar oorsprong. Het werd aangelegd als groot kermisterrein, met de verwachting dat het centrum van Goirle zich daar zou ontwikkelen. De oorspronkelijk grote maat van het plein is te verklaren doordat er ruimte werd gemaakt voor een parochiekerk die op de plaats van het huidige groene deel zou komen. Rondom het plein is op planmatige manier woningbouw gerealiseerd. Tot in het midden van de 20ste eeuw is het dorp binnen de grenzen van het huidige centrumgebied gebleven.
Afbeelding 2.2: kaart van de gemeente Goirle uit begin 20e eeuw
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Na de Tweede Wereldoorlog heeft Goirle grote groei gekend. Met de uitvoering van de bestemmingsplannen begon de groei van Goirle. Achtereenvolgens kwamen tot stand de woningen ten noorden van de Van Malsenstraat, plan West, de wijk Hoogeind, plan Abcoven en de wijken Grobbendonk, De Hellen en de Grootte Akkers. Tegelijkertijd begon rond 1970 de grootschalige sanering van de oudere wijken en straten. Een voorbeeld daarvan is de aankoop van de terreinen en opstallen van de voormalige Pijnenburg's Weverijen met woningen aan de Tilburgseweg, Groeneweg en Molenstraat in 1969. Op één villa na zijn alle gebouwen die bij de verkoop betrokken waren, verdwenen om plaats te maken voor de uitvoering van het centrumplan. Later zijn de wijken De Nieuwe Erven en De Hoge Wal tot stand gekomen. De woonwijk Boschkens, aan weerszijden van de Tilburgseweg (ten noorden van de Rillaersebaan is aan het einde van de 20ste eeuw en in het begin van de 21ste eeuw gerealiseerd. 2.1.2
Fabrieksterrein HaVeP
In 1865 werd door Hendrik van Puijenbroek aan de Bergstraat een textielonderneming gestart. Hendrik was de zoon van Adriaan van Puijenbroek, die als ondernemer tot aan zijn dood in 1853 thuiswevers voor hem aan het werk had. Hendrik leefde in een nieuwe tijd en organiseerde de textielarbeid op een andere wijze dan zijn vader, in navolging van moderne textielfabrikanten die door het oprichten van fabrieken de kosten sterk hadden weten te drukken en daarmee hun concurrentiepositie hadden verbeterd. De afhankelijkheid, die de ondernemer aanvankelijk had ten aanzien van zijn thuiswevers, maakte plaats voor een strakke regie in een centrale weverij. Dat kwam de productiviteit en met name de continuïteit sterk ten goede. Bij Van Puijenbroek werd in de negentiende eeuw vooral behangsellinnen geproduceerd.
Afbeelding 2.3 Uitsnede van de kadastrale situatie in 1832 met daarop geprojecteerd de begrenzing van het fabrieksterrein anno 2014. Midden over het terrein ligt een inmiddels verdwenen weg. De begrenzing aan de noordzijde volgt het tracé van de rond 1855 aangelegde Bergstraat (Kadasterkaart 1811-1832). Bron afbeelding en tekst: BAAC bv, Cultuurhistorisch onderzoek, maart 2015.
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Vermoedelijk omstreeks 1891 werd in de fabriek van Van Puijenbroek gedeeltelijk de overstap gemaakt van met de hand aangedreven naar door stoom aangedreven weefgetouwen. Hij was daarmee een volgeling in Goirle, andere fabrikanten hadden al eerder in stoommachines geïnvesteerd. Er zullen in die tijd een machinehuis, een fabrieksschoorsteen en een kolenloods zijn opgericht. In de fabrieksgebouwen werd een inrichting gemaakt waarmee de weefgetouwen konden worden aangedreven. De mechanisatie ging aanvankelijk niet ten koste van het aantal fabrieksarbeiders, hoofdzakelijk door de enorme groei van de afzetmarkt en dus een grotere productie. Aan het einde van de negentiende eeuw werkten er al ongeveer 100 arbeiders, exclusief de thuiswevers die ook nog aan de onderneming leverden. Aan het begin van de twintigste eeuw was dit aantal al verdubbeld. Het ging de ondernemer zeer voor de wind. In 1904 liet hij Huize Anna bouwen, direct ten oosten van de fabriek. In 1908 werd besloten niet langer gebruik te maken van de diensten van de thuiswevers, op dat moment nog zo’n 150 in getal. Ook werd aangekondigd dat weefgetouwen niet langer door menskracht werden aangedreven. Kort voor de Eerste Wereldoorlog werd de fabriek nog aanmerkelijk vergroot. Tijdens de oorlogsjaren was vooral het gebrek aan grondstoffen en kolen debet aan stagnatie van de productie.
Na de oorlog werd die schade ruimschoots ingehaald. In 1920 waren er maar liefst 500 arbeiders in dienst. Na de crisis van 1929 en daaropvolgende jaren, begon Van Puijenbroek met de productie van confectie. Tot dat moment stond de productie in de fabriek vooral in het teken van levering van basismaterialen aan de confectie-industrie. Doordat Van Puijenbroek het hele productieproces van grondstof tot eindproduct in eigen hand had, konden er zeer goedkoop confectieproducten worden geleverd. Na de Tweede Wereldoorlog werd een groot deel van de productie verplaatst naar lagelonenlanden. In Goirle werd na verloop van tijd nog gebleekt, geverfd en gesneden.
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied bestaat voornamelijk uit het terrein aan de Bergstraat, waar de textielfabriek van HaVeP, die in eigendom van Van Puijenbroek is, nog gedeeltelijk dienst doet voor opslag, productontwikkeling en als Texperience-center. Onderstaande afbeelding geeft de huidige situatie weer.
Afbeelding 2.4: Luchtfoto huidige situatie locatie Van Puijenbroek
Bebouwing Door geleidelijke uitbreiding, gekenschetst door inbreiding en aaneenschakeling van bestaande en nieuwe gebouwen, is één groot complex ontstaan met daaromheen slechts enkele, relatief kleinschalige, vrijstaande gebouwen. Met name inpandig geraakte gevels (en verschillen in constructies) geven uiting aan deze pragmatische groei van het complex als geheel. In de basis staan er op het fabrieksterrein vrijwel alleen gebouwen met een rechthoekig grondplan. In het hart van het complex zijn het vooral smalle en langgerekte gebouwen die evenwijdig aan elkaar zijn gericht en onder zadeldaken
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna zijn gebracht. De fabriekshallen zijn veel breder en voorzien van typische sheddaken. Aan de zijde van de Nieuwe Leij zijn gefaseerd kolossale ververijen onder zadeldaken gerealiseerd en de meest recente fabriekshal onder een plat dak. Gebouwen met meer dan één bouwlaag zijn veelal met platte daken uitgevoerd. Daaronder bevinden zich het kantoorgebouw, de machinekamer, een vierlaags gebouw in het midden van het complex en een voormalige garage aan de Bergstraat. In het hart van het complex is de korrel relatief klein, daaromheen is de bouw grootschaliger.
Water In de vorm van de Nieuwe Leij en de Oude Leij is water in het plangebied aanwezig. De Nieuwe Leij is een A-watergang die de afwatering van het landelijk gebied ten zuidwesten van Goirle verzorgt.
Groen Het fabriekencomplex kent nauwelijks groenstructuren. Verspreid over het terrein staan alleen enkele solitaire bomen in een grasberm. Wel wordt het fabriekencomplex aan de zuid- en oostkant omgeven door groen en natuur. Zo ligt aan de oostkant de tuin van Huize Anna. Dit is het grote groenelement ten noorden van de Nieuwe Leij. In de tuin liggen nog onderdelen van een oude moleneiland. De tuin is niet openbaar toegankelijk en aan groot onderhoud toe, maar door de monumentale bomen een belangrijke kwaliteit in het gebied. Ten zuiden van het plangebied ligt het open en agrarisch gebied. Hier ligt onder ander het Vloed. Het Vloed is het drassige, vrij open overstroomgebied ten zuiden van de voormalige HaVeP-fabriek (Van Puijenbroek), omringd door kaden. Het meer cultuurrijke/agrarische gebied ligt tussen Molendijk en De Vosserijten, waar de tuin van Huize Anna via het beekdal gevoelsmatig over loopt in landgoed Gorp & Roovert.
2.3
Technische infrastructuur
In het plangebied bevindt zich één belangrijke technische infrastructurele voorziening: een buisleidingstrook. Deze buisleidingstrook ligt in de bestemming 'Natuur - 1' en is voorzien van de dubbelbestemming 'Leiding - Leidingstrook'. De buisleidingstrook wordt niet aangetast door de voorgenomen ontwikkelingen, zie paragraaf 5.3 voor een onderbouwing. Buiten deze buisleidingstrook ligt er geen andere planologische relevante technische infrastructuur (zoals buisleidingen, straalpaden of hoogspanningsleidingen) in het plangebied.
2.4
Voorgenomen ontwikkeling
Het plangebied van dit bestemmingsplan bestaat uit de woningbouw en de natuurontwikkeling rondom de Nieuwe Leij. Het kader voor deze ontwikkelingen wordt gevormd door het stedenbouwkundig plan (zie bijlage 1 bij de plantoelichting). Het stedenbouwkundig plan is opgedeeld in vier deelgebieden. Deze vier deelgebieden voorzien in een woningbouwontwikkeling van in totaal 190 wooneenheden. In bijlage 1 is het stedenbouwkundig plan opgenomen. In het stedenbouwkundig plan worden de vijf verschillende typen woonbuurten onderscheiden: 1. 2. 3. 4. 5.
Wonen aan het Vloed. Dorps buurtje. De Fabriek Appartementen aan de Leij. Kavels Tuin Huize Anna.
Afbeelding 2.5 geeft het stedenbouwkundig plan en de bovengenoemde woonbuurten weer.
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Afbeelding 2.5: Stedenbouwkundig plan met de diverse woonbuurten (KuiperCompagnons, Wilma Wonen, CRA Vastgoed en Antea Group augustus 2021), als rood omcirkeld zijn de fabriekspleinen weergegeven.
De woonbuurten De navolgende alinea's beschrijven de vijf verschillende woonbuurten in het plangebied. Voor die beschrijving wordt de volgorde uit de voorgaande opsomming aangehouden.
1.
Wonen aan het Vloed
Het Vloed is het deelgebied dat ten zuiden van het Dorps Buurtje ligt. In dit deelgebied zijn unieke kavels met bijzondere, vrijstaande woningen voorzien. De woningen worden vrijesectorwoningen/dure woningen. De woningen liggen ingebed aan de rand van Het Vloed en hun kavels lopen over in een collectief te beheren natuurtuin die grenst aan het beekdal van de Nieuwe Leij. Hiermee wordt de overgang van de nieuwe woonwijk naar het landschap vormgegeven. Het schetsontwerp en het inrichtingsplan van de collectieve natuurtuin zijn te vinden in respectievelijk bijlage 2 en 3 bij de plantoelichting. Naast dat de natuurtuin collectief beheerd wordt, komt hij ook in collectief eigendom van de eigenaren van dit deelgebied. Het beheer en het onderhoud van de natuurtuin wordt privaatrechtelijk georganiseerd
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna door een VVE in het leven te roepen die de natuurtuin gaat beheren. De VVE wordt opgericht via koopakten van de kavels/woningen en er wordt een kettingbeding opgenomen die de instandhouding van de VVE en natuurtuin borgt in de koopovereenkomsten opgenomen. Ten behoeve van het beheer van de collectieve natuurtuin wordt een natuurbeheerplan opgesteld.
2.
Dorps Buurtje
Aan de westzijde van de fabriekscluster wordt het bebouwingslint langs de Bergstraat aangelegd. Deze dorpse bebouwing wordt in het plan doorgezet langs een groene hoofdstructuur door het plangebied (de groene loper) en omgezet naar de achterzijde van de bestaande, diepe tuinen van de bestaande woningen aan de Bergstraat. De nieuw te bouwen woningen in het plangebied hebben een wisselende rooilijn en een dorps karakter met kappen en afwisselende woningtypologieën (korte rijen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen). De woningen in dit deelgebied zijn een menging van betaalbare/sociale woningen en vrijesectorwoningen/dure woningen. De weg die van noord-oost naar zuid-west door het plangebied loopt volgt het tracé van een historische route naar de Bergstraat. Voor zover de route in het plangebied ligt, wordt hij weer zichtbaar gemaakt door het stedenbouwkundig plan. Centraal in het Dorps Buurtje ligt een brink (groen plantsoen).
Afbeelding 2.6: historische route (rode lijn) die als onsluitingsweg van woningen weer zichtbaar gemaakt wordt
3.
De Fabriek
Het oudste deel van de fabriek van Van Puijenbroek vertelt in het ensemble van gebouwen het cultuurhistorisch verhaal van de textielproductie. In dit deelgebied staan monumenten aan de Watermolenstraat (ketelhuis, schoorsteen, voormalig kantoorgebouw, zie afbeelding 2.7). Die monumenten worden gerenoveerd en vernieuwd. Verder is in dit deelgebied nieuwbouw van betaalbare/sociale en middeldure woningen voorzien.
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Afbeelding 2.7: ligging voormalige fabrieksgebouwen, er wordt in zuidwestelijke richting gekeken. In zwart zijn de karakteristieke ensembles en belangrijke te behouden volumes weergegeven (Beeldkwaliteitsplan, KuiperCompagnons, Wilma Wonen en CRA Vastgoed, oktober 2021)
In de bestaande bebouwing aan de Watermolenstraat komen een woning en een bezoekersruimte/expositieruimte in het huidige ketelhuis (zie gebouw nr. 1 op afbeelding 2.7). In de bebouwing aan de Watermolenstraat is reeds een biomassa-installatie aanwezig. Deze biomassa-installatie is voorzien van een passende bestemming in het vigerend bestemmingsplan en maakt daarom geen deel uit van dit bestemmingsplan 'Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna' (zie de witte vlek op de verbeelding, geen onderdeel uitmakend van dit bestemmingsplan). De bestaande biomassa-installatie blijft functioneren als warmtecentrale voor de nieuw te bouwen woningen en het zorgcentrum Huize Elisabeth, welke in eigendom is van Thebe. Op de twee fabriekspleinen (zie afbeelding 2.5) komen parkeervoorzieningen, groen en verblijfsplekken en rond de bestaande woning op de hoek van de Watermolenstraat en Bergstraat (Bergstraat nummer 36, die buiten het plangebied valt) zijn eveneens nieuwbouwwoningen voorzien.
Er is in het verlengde van het transformatiekader voor gekozen om de voormalige ververij en weverij (zie nr. 4 op afbeelding 2.7) te slopen en hier woningen nieuw te bouwen. Het is niet haalbaar deze gebouwen te renoveren en van een voor deze plek passende nieuwe functie te voorzien, door hun ruimtelijke opbouw en technische staat. De nieuwbouw verwijst in zijn opzet echter nadrukkelijk naar de historische hallen. Er is wel onderzocht of de magazijnhal (de drie grote loodsen, zie nr. 2 op afbeelding 2.7) nog kan worden gerenoveerd, aangezien de ruimtelijke opzet het inpassen van woningen toelaat. De bouwtechnische staat van de draagconstructie is echter zo slecht dat dit niet haalbaar is. De
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna vervangende nieuwbouw krijgt een ruimtelijke opzet en een bebouwing die verwijzen naar de historische hallen. Deze opzet zorgt ervoor dat het fabrieksensemble zichtbaar en beleefbaar wordt. Ook voor het pand van de huidige winkel (zie zwarte gebouw, nr. 5 op fig 2.7) , op het plein aan de Bergstraat, is renovatie en transformatie onderzocht, maar ook hier is de technische staat en de ruimtelijke opbouw hiervoor niet geschikt.
4.
Appartementen aan de Leij
Dit deelgebied vormt de schakel tussen het deelgebied 'De Fabriek' en het beekdal van de Nieuwe Leij/de collectieve natuurtuin. Dit appartementencomplex is bedoeld voor woningen in de vrije sector/dure woningen. Het gebouw wordt een alzijdig georiënteerd gebouw (iedere gevel van het complex biedt uitzicht op een gedeelte van het plangebied) dat opgebouwd is uit geschakelde elementen. Feitelijk bestaat het complex uit een opstapeling van villa's.
5.
Kavels Tuin Huize Anna
Dit deelgebied heeft een raakvlak met de bestaande tuin van Huize Anna. De tuin van Huize Anna ligt grotendeels buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Als onderdeel van de kwaliteitsimpuls die aan de zuidrand van Goirle gegeven wordt, wordt de tuin van Huize Anna opgeknapt. De tuin staat vol met waardevolle bomen. Deze waardevolle bomen worden gehandhaafd en waar nodig vrijgemaakt van verstikkende beplanting. Naast deze opknapbeurt wordt het zuidelijk deel (tussen de waterpartij in de tuin en de nieuw te bebouwen kavels in het plangebied) van de tuin opengesteld voor recreatief gebruik, dit deel van de tuin wordt daarmee openbaar gebied. Het deelgebied 'Kavels Tuin Huize Anna' (dus niet de tuin van Huize Anna zelf) biedt ruimte voor woningbouw. De gronden die in het plangebied ten zuiden van de bestaande tuin liggen worden iets opgehoogd om voldoende ruimte te bieden aan de bouw van acht vrijstaande woningen op royale kavels. Dit worden vrijesectorwoningen/dure woningen. De robuuste groenstructuur op de kavels zorgt ervoor dat deze kavels visueel gezien een verlengstuk van de tuin van Huize Anna worden. Vanwege de verhoogde ligging van de woningen hebben zij uitzicht op de (verlegde) Nieuwe Leij. Bij het intekenen van de kavels is rekening gehouden met een onderhoudsstrook langs de Nieuwe Leij.
In het meest noordelijk deel van het deelgebied de Tuin van Huize Anna zal de huidige bedrijfsbestemming aan het Kerklaantje (achter Thebe Elisabeth) worden getransformeerd tot een maatschappelijke bestemming bedoeld voor de toekomstige bouw van zorgwoningen. In tegenstelling tot de rest van de ontwikkeling vormt het stedenbouwkundig plan geen kader voor de bouw van deze zorgwoningen. Momenteel vindt ten aanzien van de bouw van zorgwoningen afstemming tussen de huidige en toekomstige eigenaar plaats. Voor deze ontwikkeling, de bouw van zorgwoningen, wordt in een latere fase een aparte ruimtelijke procedure doorlopen.
Natuurontwikkeling Naast woningbouw voorziet dit bestemmingsplan ook in de ontwikkeling van natuur en landschap aan de zuidkant van het plangebied (rondom de Nieuwe Leij). Paragraaf 4.1 geeft een meer gedetailleerde beschrijving van de voorgenomen ontwikkeling. Op hoofdlijnen bestaat de ontwikkeling van natuur en landschap zich op het herstellen en verbeteren van het watersysteem van de Nieuwe Leij. Deze waterloop wordt geherprofileerd en verlegd. Daarbij krijgt de waterloop micromeanders en natuurvriendelijke oevers. In aanvulling op het voorgaande wordt als onderdeel van de voorgenomen ontwikkeling ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in Brabant: Natuurnetwerk Brabant, NNB) versterkt, uitgebreid en enigszins verplaatst door gronden die nu een agrarisch gebruik hebben te transformeren tot gronden met een natuurbestemming. Door die ingreep ontstaat meer ruimte voor waterberging en piekretentie langs de Nieuwe Leij. Bij de voorgenomen ontwikkelingen wordt rekening gehouden met flora en fauna, zie daarvoor paragraaf 4.1. Verder wordt de bestaande tuin van Huize Anna zoveel mogelijk gehandhaafd als
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna een parkbos.
Programma Afbeelding 2.8 toont het indicatieve woningbouwprogramma en geeft ook aan in welk prijssegment de diverse woningen gerealiseerd worden.
Afbeelding 2.8: Indicatief programma voorgenomen ontwikkeling (KuiperCompagnons, Wilma Wonen, CRA Vastgoed en Antea Group, augustus 2021)
In totaal is een ontwikkeling van 190 nieuwe woningen voorzien. Dit programma bestaat uit een menging van betaalbare/sociale, middeldure en vrijesectorwoningen/dure woningen. De appartementen aan de Bergstraat in het voormalige kantoor bieden de mogelijkheid voor een eventueel CPO-project (collectief particulier opdrachtgeversschap: hierbij houdt een groep particulieren (collectief) volledige zeggenschap over de uiteindelijk te realiseren woningen). Het programma is als volgt verdeeld: De betaalbare woningen staan aan de Bergstraat in de vorm van appartementen (huur) en beneden-boven woningen (koop). In 'De Fabriek' zijn middeldure grondgebonden woningen en appartementen (in het bestaande kantoorgebouw) voorzien. Ook zijn in dit deelgebied enkele vrijesectorwoningen/dure woningen voorzien aan de zuidelijke rand van dit deelgebied. De kavels en appartementen aan/nabij de Nieuwe Leij en in een deel van het deelgebied 'Dorps Buurtje' zijn bedoeld voor vrijesectorwoningen/dure woningen. Bijna alle nieuwe woningen zijn levensloopbestendig te maken. In het te renoveren kantoorpand aan de Bergstraat bestaat een mogelijkheid om er woningen (appartementen) in te realiseren door middel van een CPO-ontwikkeling. Een deel van dit pand kan ook voor andere functies, zoals een werkruimten rondom een collectieve ontmoetingsruimte, worden gebruikt.
Mocht dit markttechnisch niet haalbaar blijken, dan kan ook dit deel ingevuld worden met woningen als dit past in de beschikbare contingenten. Om de ruimtelijke uitstraling van eventuele werkruimten te beperken zijn de maximale openingstijden in dit bestemmingsplan vastgelegd. Deze voorziene functiemenging is aangeduid op de verbeelding van het bestemmingsplan.
Ontsluiting
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
In de gebiedsvisie Zuidrand is al de gedachte gevormd om het autoverkeer niet door het gebied te laten rijden, maar met korte inprikkers te werken en vanaf de Bergstraat de diverse buurtjes te ontsluiten. Afbeelding 2.9 toont de toekomstige verkeersstructuur.
Afbeelding 2.9: Verkeersstructuur (KuiperCompagnons, Wilma Wonen, CRA Vastgoed en Antea Group, augustus 2021)
De meeste wegen in het plangebied lopen door/langs het deelgebied 'De Fabriek'. Het doel van de verkeersstructuur is om in dit deelgebied charmante en autoluwe straten te maken waar de openbare ruimte een verlengstuk van de woning kan worden. Bewoners kunnen potten, planten en banken voor de deur kunnen zetten en kinderen moeten veilig op straat kunnen spelen. De autoluwe straten worden zo vorm gegeven dat zij voor hulpdiensten, bezorgers en verhuisauto's goed te bereiken zijn.
De verkeersstructuur kent verder de volgende hoofdelementen met bijbehorende functies: In het deelgebied 'De Fabriek' liggen twee zogenoemde voorpleinen die ontsloten worden door de Bergstraat. De eigenaren/bezoekers van de functies in het deelgebied 'De Fabriek' kunnen hier parkeren. Doordat hier het grootste deel van de parkeerbehoefte van dit deelgebied opgevangen wordt, kan de rest van het deelgebied autoluw gemaakt worden. Alleen de eigenaren/bezoekers van de woningen die dieper in het deelgebied liggen, parkeren achter de aldaar gelegen woningen. Om de Watermolenstraat niet te veel met autoverkeer te belasten is het woonprogramma dat door deze weg ontsloten wordt bescheiden gehouden. De Watermolenstraat ontsluit daarom alleen de woningen achter de tuin van Huize Anna, het appartementencomplex en de 10 parkeerplaatsen nabij de kruising met de Bergstraat (nummer 1 op afbeelding 2.7). In totaal ontsluit de Watermolenstraat 42 woningen. Met deze aantallen kan de karakteristieke, landelijke uitstraling en opzet van de weg behouden blijven. En de weg kan zijn functie als route voor recreatief verkeer behouden. De nieuw aan te leggen weg (nummer 6 op afbeelding 4.1) die naast de groene hoofdstructuur (groene loper) ligt ontsluit de woningen in het Dorps Buurtje, aan het Vloed en een deel van de woningen in het deelgebied 'De Fabriek.
De parkeervakken naast deze weg zijn bedoeld voor bezoekersparkeren. Eigenaren van de woningen in het Dorps Buurtje parkeren op eigen terrein of in parkeerclusters. Paragraaf 4.5 gaat nader in op de ontsluiting van het plangebied en de parkeerbalans.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Aanvullend op het voorgaande geldt nog dat in het plangebied een fijnmazig netwerk van recreatieve looproutes aangelegd wordt. Deze routes verbinden de bestaande kern van Goirle met het landschap en verbindingen de deelgebieden onderling. In de woongebieden zijn de voetpaden verhard. In het buitengebied zijn de paden voorzien van halfverharding of vorm gegeven als een laarzen-/struinpad. Deze routes vullen de bestaande recreatieve routes in het buitengebied aan. Daarmee kan er van oost naar west en andersom alsmede van noord naar zuid en andersom door het plangebied gewandeld worden. In het plangebied gebruiken fietsers de woonstraten. Recreatieve fietsers kunnen, net als in de huidige situatie, de Watermolenstraat gebruiken als route naar het buitengebied.
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Hoofdstuk 3
RUIM T ELIJK BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader.
3.1
Rijk
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & Nationale Omgevingsvisie De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Op 13 maart 2012 is de SVIR vastgesteld. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 zou moeten uitzien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daarbij streeft het Rijk naar een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Daarnaast verstevigt de SVIR het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. De verantwoordelijkheid om te sturen in de ruimtelijke ordening wordt door de SVIR nog meer bij de provincies en gemeenten gelegd. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Dit houdt in dat de betekenis van de nationale structuurvisie voor het bestemmingsplangebied zodoende zeer beperkt blijft.
De SVIR richt zich op een dusdanig schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau, dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor onderhavig bestemmingsplan. Door decentralisatie van bevoegdheden wordt het relevante afwegingskader gevormd door het beleid van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Goirle. De Nationale Omgevingsvisie (Novi) kan gezien worden als de opvolger van de SVIR. De Novi biedt een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving en bevat het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. De Novi is één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet die het Rijk na inwerkingtreding van die wet (naar verwachting 2022) gaat gebruiken. De Novi is op 11 september 2020 vastgesteld en in het najaar van 2020 in werking getreden.
De ambities van het Rijk voor de fysieke leefomgeving zijn in de Novi uitgewerkt in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Woningbouw zoals voorzien in dit bestemmingsplan wordt niet expliciet benoemd in de Novi of de bijbehorende uitvoeringsagenda. De afweging over woningbouw van de omvang zoals voorzien in dit bestemmingsplan vindt net als onder de SVIR op decentraal niveau plaats. De Novi legt voor wat betreft woningbouw de prioriteit vooral op het benutten van het bestaand stedelijk gebied. Dat uitgangspunt is overgenomen in dit bestemmingsplan: door een oude fabriekslocatie te benutten voor woningbouw wordt nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied voorkomen. Ten aanzien van de kwaliteitsverbetering van het landschap zoals die in de bestemming 'Natuur - 1' en 'Natuur - 2' plaatsvindt geldt dat dit aansluit bij de ambities voor een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In die prioriteit zet het Rijk namelijk onder meer in op het behouden en ontwikkelen van de kwaliteit van het landschap. In de Novi doet het Rijk geen concrete uitspraken over het landschap in het plangebied en omgeving. De verdere afweging omtrent de landschappelijke inpassing vindt op decentraal niveau plaats. Voor wat betreft energietransitie en klimaatadaptatie geldt dat de woningen van warmte voorzien kunnen worden door een reeds bestaande biomassa-installatie. Met die installatie kan op een duurzame wijze
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna warmte gegenereerd worden. Tegelijk met de verlegging van de Nieuwe Leij wordt een waterbergingsgebied rondom die waterloop gerealiseerd. Daarnaast worden (grote) wadi's in de openbare ruimte aangelegd en is in het stedenbouwkundig plan nagedacht over het tegengaan van hittestress. De ontwikkeling past hiermee in de ambities die de Novi stelt ten aanzien van klimaatadaptatie en energietransitie. De ontwikkeling van het plangebied maakt bevolkingsaanwas in Goirle mogelijk en levert een bijdrage aan de werkgelegenheid. Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling in de ambities op het gebied van het economisch groeipotentieel en de (door)ontwikkeling van gezonde en sterke regio's.
Conclusie Dit rijksbeleid werkt niet direct door in onderhavig plan. De afweging vindt voor onderhavige planontwikkeling decentraal plaats.
AMvB Ruimte In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt het Rijk een aantal regels voor die betrekking hebben op de inhoud van bestemmingsplannen. De onderwerpen zijn: project mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied en defensie (met uitzondering van radar). Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen.
Conclusie Geen van de in het Barro genoemde onderwerpen hebben betrekking op onderhavig bestemmingsplan.
Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in artikel 3.1.6 Bro opgenomen, de ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: "De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."(artikel 3.1.6, tweede lid, Bro).
Conclusie In paragraaf 4.3 wordt beschreven in hoeverre met onderhavig plan wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Crisis- en herstelwet Met de Crisis- en herstelwet (Chw) wil het kabinet de procedures voor grote projecten versnellen. Hiermee wordt een stap gezet om de gevolgen van de economische crisis te bestrijden. De Chw beoogt onder andere een impuls aan integrale gebiedsontwikkeling te geven. De regels uit de Chw hebben overwegend betrekking op het bestuursprocesrecht en hebben als doel om proceduretijden van bij wet aangewezen projecten te verkorten. In Bijlage I van de Chw zijn de categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waar de stroomlijning van procedures voor geldt. Artikel 3.1 van deze bijlage noemt daarin de bouw van 11 of meer woningen als een van de ruimtelijke projecten, waarop de procedurele versnellingen van toepassing zijn.
Conclusie Omdat dit bestemmingsplan (na vaststelling) moet worden aangemerkt als een besluit dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een ruimtelijk project zoals genoemd in Bijlage I van de Crisis- en herstelwet zijn de regels uit die wet van toepassing. De regels uit de Crisis- en herstelwet betreffen in dezen met name het bestuursprocesrecht waardoor de doorlooptijd van procedures voor in de wet aangewezen projecten kan worden verkort.
3.2
Provincie
Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met de Brabantse Omgevingsvisie sluit de provincie met de hoofdopgaven aan bij rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. Het streven is dat de omgevingsvisie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Noord-Brabant samenbindt. Want één ding is zeker; samenwerking is meer dan ooit nodig om de Noord-Brabantse omgevingskwaliteit te bewaken en door te ontwikkelen. Waarbij ruimtelijke ordening dienend is aan maatschappelijke doelstellingen. Of het nu gaat om het verkleinen van sociale verschillen, het verbeteren van welvaart, of het gezonder, veiliger en duurzamer maken van onze leefomgeving.
In de Omgevingsvisie Noord-Brabant heeft de provincie vier hoofdopgaven benoemd: werken aan de Brabantse energietransitie, werken aan een klimaatproof Brabant, werken aan de slimme netwerkstad, werken aan een concurrerende, duurzame economie. Hieraan ten grondslag ligt één basisopgave; de provincie streeft naar een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit.
De vier hoofdopgaven hebben een grote ruimtelijke impact. Noord-Brabant is te klein als alles naast elkaar plaatsvindt. Het wordt dus passen en meten, met opgaven naast, onder, boven en met elkaar. Meerwaardecreatie en meervoudig slim ruimtegebruik is noodzaak. De opgaven moeten we daarom altijd in onderlinge samenhang bezien. Diep, rond en breed bekijken, dus.
Als doel voor 2050 heeft de provincie het volgende gesteld: Noord-Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat de provincie op alle aspecten beter presteert dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Noord-Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.
Voor 2030 streeft de provincie naar het volgende: Noord-Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat de provincie voor alle aspecten voldoet aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van een voormalig fabriekscomplex en een investering in natuur- en landschapswaarden ten zuiden van dat complex. Dit laatste versterkt de biodiversiteit in en om Goirle. Het plan voor de herontwikkeling van het fabriekscomplex is integraal tot stand gekomen in een visietraject (zie paragraaf 3.3 van deze plantoelichting). De plannen voor de herontwikkeling zijn daarbij zo opgezet dat zij bijdragen aan het behouden en waar mogelijk versterken van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Dit bestemmingsplan is daar een vertaling van (zie hoofdstukken 4, 5 en 6 van deze plantoelichting). Het bestemmingsplan past in de kaders die gesteld worden door de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening (hierna: Iov) Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is begin november 2019 in werking getreden. De Iov geldt totdat de Omgevingswet in werking treedt. De Iov bevat regelgeving die ook anticipeert op de komst van de Omgevingswet en kan gezien worden als een uitwerking van de ambities uit de Brabantse Omgevingsvisie in regels. De Iov integreert regels uit zes provinciale verordeningen (waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant). Op 23 maart 2021 is een ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant gepubliceerd. Deze omgevingsverordening treedt in werking als de Omgevingswet in werking treedt en volgt dan de Iov op. In hoofdstuk 6 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant (ontwerp) zijn de wijzigingen ten opzichte van de Iov beschreven. Uit dat hoofdstuk kan afgeleid worden dat de verschillen tussen beide verordeningen voor dit bestemmingsplan beperkt zijn. Waar er verschillen tussen beide verordeningen zijn worden zij in de navolgende paragrafen benoemd.
De Iov heeft een beleidsneutraal karakter. Dat houdt in dat de Iov geen nieuwe beleidswijzigingen doorvoert tenzij dit nieuwe beleid reeds opgenomen is in vastgestelde beleidsdocumenten. De Iov is een interimdocument en daarmee een tussenstap naar een definitieve provinciale omgevingsverordening. Gelet op het beleidsneutrale karakter van de Iov komen de regels die de Verordening ruimte Noord-Brabant (geconsolideerde versie van 1 januari 2019) in het plangebied voorzag terug in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Gedeputeerde Staten hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. In het voorjaar van 2021 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en konden reacties worden ingediend. De provinciale omgevingsverordening treedt gelijk met de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking.
In hoofdzaak kan het plangebied verdeeld worden in twee deelgebieden: het te herontwikkelen fabriekscomplex (hier is de woningbouw voorzien) en de groenblauwe zone (hier is een investering in natuur- en landschapswaarden) voorzien. In de navolgende alinea's is per deelgebied geanalyseerd met welke regels uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant rekening gehouden moet worden. Uit het oogpunt van volledigheid, worden hieronder de artikelnummers zoals aanwezig in zowel de Iov (25-10-2019) als de artikelnummers aanwezig in de ontwerpomgevingsverordening (23-3-2021) genoemd. Aanduidingen De navolgende alinea's gaan in op de gevolgen van de aanduidingen voor het plangebied. De aanduidingen worden de aanduidingen alfabetisch behandeld.
Aanduiding afwijkende regels beperkingen veehouderij De regels die bij deze aanduiding (geborgd in artikel 3.51 van de Iov /artikel 4.65 Afwijkende regels
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna beperkingen veehouderij van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) horen gelden voor alle veehouderijen. Het doel van de regels die bij deze aanduiding horen is om een verdere intensivering van de veehouderij tegen te gaan. Voor grondgebonden veehouderijen gelden uitzonderingen op deze regels. In zowel de Iov als de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant is een begripsbepaling van veehouderij opgenomen. Geen van de activiteiten die in dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt valt binnen deze begripsbepaling.
Omdat de regels bij deze aanduiding voor alle veehouderijen gelden, is deze aanduiding van toepassing op de gehele provincie Noord-Brabant. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwvestiging of vergroting, verplaatsing of omschakeling van veehouderijen mogelijk. De regels die bij deze aanduiding horen zijn dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
Aanduiding behoud en herstel van watersystemen In gebieden die zijn aangeduid als 'Behoud en herstel watersystemen' (artikel 3.27 Iov/artikel 4.42 Behoud en herstel van watersystemen van de ontwerpomgevingsverordening) is het beleid gericht op verbetering en herstel van het natuurlijke watersysteem van bovenregionaal belang en de ruimte die daarvoor nodig is. Er is geen onderscheid gemaakt naar gebieden waar al maatregelen zijn uitgevoerd. Het blijft immers van belang om deze gebieden te beschermen en de ruimte beschikbaar te houden. Een bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding 'Behoud en herstel van watersystemen' strekt mede tot de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen waarbij het gebied een breedte heeft van ten minste 25 meter aan weerszijden van de waterloop.
Gelet op het voorgaande gelden dan ook regels om te voorkomen dat een gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen: a. beperkingen aan stedelijke, agrarische en recreatieve ontwikkelingen, in het bijzonder wat betreft de daarmee verband houdende bebouwing; b. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m², anders dan een bouwwerk; c. het ophogen van gronden. Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van de aanduiding 'Behoud en herstel van watersystemen' wijzigen, mits dit tot een beter resultaat leidt voor het beoogde doel waarvoor deze gebieden zijn aangewezen. Alvorens Gedeputeerde Staten overgaan tot een wijziging van de begrenzing, raadplegen zij het betrokken waterschapsbestuur. Het college van burgemeester en wethouders verzoekt Gedeputeerde Staten om de begrenzing van de aanduiding 'Behoud en herstel watersystemen' te wijzigen.
Afstemming met waterschap De Dommel Volgens de keur geldt er een verbod op bouwwerken binnen 25 meter (profiel van vrije ruimte) vanuit de insteek van de watergang. Voor bouwen kan vergunning worden verleend als wordt aangetoond dat de ruimte niet nodig is voor beekherstel. Waterschap De Dommel heeft aangegeven dat voor de Nieuwe Leij in het plangebied het aanleggen van nieuwe meanders of het uitvoeren van grootschalige ingrepen van grotere betekenis is dan het volledig vrijhouden van de 25 meter, waardoor de 25 meter dus niet volledig vrij hoeft te blijven. Omdat hier een natuurlijke beek wordt nagestreefd, is het uitgangspunt dat een zo groot mogelijke groenblauwe zone aan de noordzijde van de beek wordt gerealiseerd voor natuurlijke processen. Het waterschap gaat hierbij uit van minimaal 5 meter (dit valt dan samen met de beschermingszone vanuit de Keur). Om de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied mogelijk te maken was herbegrenzing van een aantal aanduidingen uit het provinciaal beleid nodig. Voor vaststelling van het bestemmingsplan is door middel van deze herbegrenzing deze aanduiding op de Nieuwe Leij gelegd. Daarmee zijn de belangen van het beekherstel voldoende gewaarborgd.
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Aanduidingen concentratiegebied verstedelijking en stedelijk gebied Het stedelijk gebied is krachtens artikel 3.42 van de Iov (en artikel 4.55 van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) bedoeld voor het bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Stedelijke ontwikkelingen moeten waar mogelijk plaats vinden in het bestaand stedelijk gebied (concentratiegebied). In gebieden met deze aanduiding is er ruimte voor verdere verstedelijking en dus voor nieuwe stedelijke functies, mits daar behoefte aan is (de ontwikkeling past binnen regionale afspraken) en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Gemeenten zijn, binnen de grenzen van weten regelgeving, vrij om in deze zone te voorzien in nieuwe stedelijke ontwikkelingen.
In de huidige situatie zijn de gronden waar deze aanduiding op ligt bestemd voor de inmiddels buiten werking gestelde textielfabriek. Met dit bestemmingsplan krijgen de gronden met deze aanduiding een woonbestemming teneinde woningbouw mogelijk te maken. Op de behoefte aan de voorgenomen woningbouw is in paragraaf 4.3 van de plantoelichting ingegaan.
In de verordening is het stedelijk gebied niet gedefinieerd. Wat een stedelijke functie is volgt uit (de toepassing van) het Besluit ruimtelijke ordening. Een stedelijke functie bestaat uit de ontwikkeling van bedrijventerreinen, zeehaventerreinen, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Gelet op het voorgaande wordt het fabriekscomplex gezien als een stedelijke voorziening. In de huidige situatie wordt dit deel van het bestaand stedelijk gebied dus ingezet voor stedelijke functies. In de toekomstige situatie blijft dat het geval. Deze aanduiding uit de verordening verzet zich derhalve niet tegen de ontwikkelingen die op gronden met deze aanduiding voorzien zijn.
Aanduiding diep grondwater Deze aanduiding hangt samen met een verbod (artikel 2.20 van de Iov/artikel 2.11 van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) op de onconventionele winning van koolwaterstoffen boven, in of onder een diep grondwaterlichaam/in het werkingsgebied diep grondwaterlichaam. Met dit artikel is op die locaties in de bodem de winning van bijvoorbeeld schaliegas door middel van het zogenoemde 'fracking' verboden. Dit bestemmingsplan voorziet niet in de (onconventionele) winning van koolwaterstoffen. Deze aanduiding werpt daarmee geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan op.
Aanduiding groenblauwe mantel Deze aanduiding is op het overgrote deel van de groenblauwe zone van toepassing. Alleen de gronden die deel uitmaken van het, door herbegrenzing uitgebreide, stedelijk gebied hebben deze aanduiding niet. De groenblauwe mantel (artikel 3.32 van de Iov/artikel 4.46 Groenblauwe waarden van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) vormt de overgang tussen het Natuurnetwerk Brabant en het landelijk/stedelijk gebied. De mantel beschermt het natuurnetwerk en zorgt voor de verbinding tussen de omliggende gebieden. Het beleid voor de gronden met de aanduiding groenblauwe mantel is gericht op het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden, het watersysteem en het landschap. Op gronden met deze aanduiding wordt ruimte geboden voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties mits deze gebruiksfuncties bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. De werking en inhoud van artikelen 3.32 Iov en 4.46 ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant is vergelijkbaar. In aanvulling op de Iov vraagt artikel 4.46 om een beschrijving van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied. Deze beschrijving kan gevonden worden in bijlagen 1, 5, 6, 36, 49 en 50 bij deze plantoelichting.
Zoals onder 'Attentiezone waterhuishouding' is beschreven, wordt als gevolg van een indirect effect van de planontwikkeling op het omliggende natuurgebied 0,6 ha natuur gecompenseerd in de groenblauwe
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna zone rondom de Nieuwe Leij. Er is daarmee sprake van een versterking van de ecologische en landschappelijke waarden ter plaatse. De uitvoering van een compensatie is geborgd in een voorwaardelijke verplichting in lid 16.3 van de planregels van dit bestemmingsplan. Als gevolg van de eerdergenoemde herbegrenzing is de ligging van deze aanduiding gewijzigd door gedeputeerde staten voor dit bestemmingsplan vastgesteld werd. Er bestaan daarmee geen belemmeringen voor de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.
Aanduiding Natuurnetwerk Brabant Een deel van de gronden in het plangebied is in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als Natuurnetwerk Brabant. Het gaat hier om gronden waar in dit bestemmingsplan natuurontwikkeling voorzien is.
Gronden met de aanduiding Natuurnetwerk Brabant zijn op basis van artikel 3.15 van de Iov (artikel 4.30 bescherming Natuur Netwerk Brabant van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) primair bedoeld voor de ontwikkeling en instandhouding van een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden die van (inter)nationaal belang zijn. Op gronden met deze aanduiding staat het behoud van ecosystemen en het realiseren van goede condities voor biodiversiteit centraal. In een bestemmingsplan worden bestaande belangen en rechten op plekken waar nog sprake is van te realiseren Natuurnetwerk Brabant erkend. Er mogen echter geen nieuwe ontwikkelmogelijkheden geschapen worden. Dit bestemmingsplan voorziet achter de tuin van Huize Anna echter ook woningbouw op gronden met deze aanduiding. Dit maakt herbegrenzing van deze aanduiding noodzakelijk.
In het kader van de totale ontwikkeling van de Zuidrand is het Rapport 'Herbegrenzingsvoorstel Natuur Netwerk Brabant Zuidrand Goirle' (Bijlage 6) opgesteld. Hierin is onder meer beschreven wat de impact van de ontwikkelingen binnen onderhavig plangebied is op de omliggende NNB-gebieden. Daarover staat in het betreffende rapport over het indirecte effect het volgende: 'Naast fysieke/directe aantasting van de NNB kan sprake zijn van indirecte aantasting door de ontwikkelingen nabij/in het NNB. Indirecte storingsfactoren zijn mogelijke licht- en geluiduitstraling, optische verstoring en een toename aan betreding door recreanten. Licht- en geluiduitstraling en optische verstoring zullen bij Van Puijenbroek beperkt optreden op het aangrenzende NNB-gebied aangezien er sprake zal zijn van afscherming met vegetatie en bomen. Bovendien geldt dat lichtuitstraling voornamelijk diffuus zal zijn. Optische verstoring en een toename aan betreding door recreanten zal echter niet leiden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB, aangezien in het gebied een gestructureerd padennetwerk aanwezig is en blijft'. Hierdoor zal geen sprake zijn van een wezenlijk verschil met de huidige situatie. De compensatieopgave komt daarbij neer op circa 0,6 hectare.