04 RMB-Rekenkamerbrief Jeugdzorg Fase 1 voor de gemeenteraden.pdf
Tekst van het document
Ten tweede zal als, zoals het Selectiedocument vermeldt (blz. 17), de expertise vanuit de lokale toegang niet afdoende is, de zorgaanbieders een grotere rol moeten spelen bij de toewijzing van zorg. Regio Hart van Brabant gaat ervan
25 uit dat aanbieders professioneel gezien het beste in staat zijn te beoordelen welke cliënt tot S1 behoort. Dat dit tot overproductie zou kunnen leiden ligt, aldus Hart van Brabant, niet voor de hand omdat aanbieders een vast budget krijgen in S1 en dus zuinig zullen zijn bij het toewijzen. De RMB wijst op het risico dat (als gevolg van het niet ondubbelzinnig vastliggen van “ontwikkelingen”) het vast budget mogelijk ter discussie kan worden gesteld hetgeen van invloed kan zijn op de mate van doorverwijzing door de zorgaanbieders. Zorgaanbieders kunnen echter ook vanuit het commerciële bedrijfsbelang potentiële cliënten beoordelen, die bij de zorgaanbieders worden aangeboden door ofwel de toegang of wel het medisch domein. Voor zorgaanbieders kan het bijvoorbeeld voordelig zijn alleen ‘makkelijke’ gevallen te selecteren (cherry picking). Een acceptatieplicht helpt dan niet als de zorgaanbieders zelf cliënten beoordelen. Dit hangt uiteraard af van de intrinsieke motivatie van de aanbieders. Als zij zodanig gemotiveerd zijn dat zij bereid zijn te handelen in de geest van de door de regio geformuleerde uitgangspunten, zal dit risico van cherry picking minder een rol spelen.
Uit inmiddels zeer veel vooral journalistiek onderzoek (van bijvoorbeeld FTM) blijkt dat bij veel zorgaanbieders het commerciële bedrijfsbelang een grotere rol speelt dan de zorgkwaliteit (zie hier voor andere voorbeelden). Bij zorgaanbieders waarvoor dit geldt, kan dit tot ongewenste selectie van cliënten leiden. Alleen als de selectiecriteria voor toelating tot S1 ondubbelzinnig vastliggen, is inschakeling van aanbieders bij de triage gewenst. Wellicht dat de af te sluiten contracten meer zekerheid gaan bieden over de criteria voor toelating tot de complexe zorg. Het kan wellicht onmogelijk of onwenselijk zijn om een volledige lijst van selectiecriteria voor S1 te formuleren. Een alternatief is dan om eerder bij de toewijzing een expertiseteam van onafhankelijke deskundigen in te schakelen. Dit kan voorkomen, zeker bij S1, dat hoog-specialistische zorg ten onrechte wordt toegekend. Er is bij de vormgeving van het nieuwe stelsel door de regio Hart van Brabant sprake van zo’n team, maar, zoals boven werd beschreven, wordt dit expertiseteam alleen in uiterste instantie ingezet vanwege de hoge kosten van dit team. Leveranciers- en contractmanagement Wat het leveranciers- en contractmanagement betreft, vermeldt het Selectiedocument (blz. 11) dat er minder aanbieders geselecteerd zullen worden, en dat er sprake moet zijn van een mix van grote en kleine aanbieders.
Er zullen (minimum)eisen voor een goede taakvervulling met de aanbieders moeten worden afgesproken. Die (minimum)eisen worden echter in de openbare inkoopdocumenten niet concreet omschreven. Deze (minimum)eisen moeten daarom tijdens de selectieprocedure met de aanbieders in de dialoogfase worden vastgesteld. Er valt daarom op basis van de inkoopdocumenten niet bij voorbaat te bepalen of er voldoende garantie is dat de geselecteerde jeugdzorgaanbieders kwalitatief hoogwaardige, toegankelijke en betaalbare zorg op een integere wijze leveren (Selectiedocument, blz. 11). Er is daarom een risico voor het bestuurlijke uitgangspunt “misbruik voorkomen”.
26 In een brief van de regio Hart van Brabant over de inkoopstrategie aan de gemeenteraden (17/11/21) worden iets concretere vragen hierover gesteld. Die vragen (bijvoorbeeld m.b.t. transparantie geldstromen en meldplicht voorgenomen dividenduitkering) worden niet verder uitgewerkt (het zijn “concept uitvoeringseisen”). Uit die brief blijkt dat het vooral aan de aanbieders zelf is om aan te geven op welke wijze zij goede kwalitatieve zorg tegen beheersbare kosten denken te kunnen leveren. Zij zullen dat dan kunnen aangeven in de dialoogfase van het inkoopproces (in 2022) waar de regio Hart van Brabant gebruik van maakt. De RMB gaat ervan uit dat de criteria voor kwalitatieve zorg in samenspraak met het inkoopteam van de regio Hart van Brabant in de af te sluiten contracten een plaats zal krijgen. Op zichzelf is dat geen slechte procedure. Als de regio Hart van Brabant aan de voorkant zelf concrete eisen had gesteld voor de beschouwde aspecten, zou er bij voorbaat meer zekerheid zijn geweest over de minimale uitvoeringseisen waar de aanbieders aan hadden moeten voldoen. Evenzo is er geen duidelijke garantie dat fraude afdoende wordt bestreden door aanbieders de “Governance Code 2017” te laten onderschrijven. Deze Code is vooral een zelfregulerend instrument en gaat dus uit van de goede bedoelingen van de aanbieder.
Het is wel duidelijk dat naarmate er minder aanbieders zijn het eenvoudiger wordt de aanbieders te monitoren door de gemeente en/of de regio Hart van Brabant. Ook dan zal er voldoende toezicht moeten zijn op de aanbieders. Uit paragraaf 3.5 is echter gebleken dat in de openbare inkoopdocumenten daar weinig over geregeld is. Of de doelstellingen van de nieuwe inkoopronde tijdens de daaropvolgende uitvoering zullen worden gehaald, hangt voor een groot deel samen met wat daarover in de contracten wordt vastgelegd en hoe de naleving van de contracten zal worden bewaakt. Als de doelstellingen niet eenduidig meetbaar zijn vastgelegd in de contracten, wordt een goede bewaking van de naleving bemoeilijkt. Als, daarentegen, de doelstellingen wel goed meetbaar worden vastgelegd, maar de taakverdeling van het toezicht niet eenduidig is geregeld, bestaat er het risico dat zorgverleners minder prikkels hebben zich aan het contract te houden.
3.7 Bevinding voor de onderzoekvragen samengevat: beeld op basis van de openbare inkoopdocumenten (oktober 2021) Perspectief 1: informatiepositie van de gemeenteraden • Welke besluiten heeft de raad genomen m.b.t. het inkoopproces Jeugdzorg? In maart/april 2021 heeft de regio Hart van Brabant de kaderstellende uitgangspunten en houtkoolschetsen voorgelegd aan de gemeenteraden met de mogelijkheid bij de regio Hart van Brabant wensen en bedenkingen (zowel mondeling als schriftelijk) in te brengen. De gemeenteraden konden zich tot 22 april 2021 uitspreken. De gemeenteraden hebben de uitgangspunten onderschreven en plaatsten ook kanttekeningen, in de vorm van wensen en bedenkingen. Zo wensen de
27 gemeenteraden een scherpere definitie van de te bereiken doelen en een concretisering van het begrip ‘normaliseren’. Ook werd door de gemeenten een voorkeur voor lokale aanbieders aangegeven. Loon op Zand benadrukte de autonomie van de lokale toegang. • Welke informatie is in 2020/2021 aan de raad verstrekt over het inkoopproces jeugdzorg? De planning van het inkoopproces is in maart/april 2021 door de regio Hart van Brabant aan de gemeenteraden voorgelegd. Daarnaast informeren – bij de RMB-gemeenten Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand – de colleges van B&W de gemeenteraad actief door middel van raadsinformatiebrieven over jeugdzorg, met financiële prognoses en bestuursrapportages vanuit Hart van Brabant. Ook via de gemeentelijke monitor Sociaal Domein ontvangen de gemeenteraden informatie. De gemeenteraden kunnen zich voorts informeren bij de website Waarstaatjegemeente, die werkt als een benchmark (zie ook bijlage 8). De gemeenten besteden in de P&C-documenten ook aandacht aan regionale uitgangspunten voor het inkoopproces van de jeugdzorg. De (openbare) inkoopdocumenten zijn niet – ter besluitvorming of advisering - aan de gemeenteraden voorgelegd. • Welke besluiten van de raad zijn in 2022 en 2023 voorzien met betrekking tot het inkoopproces Jeugdzorg? In oktober 2021 is de uitvoering van het aanbestedingstraject gestart.
Deze duurt waarschijnlijk tot oktober 2022. In deze periode is het inkoopproces geheim en worden geen besluiten van de gemeenteraden gevraagd. Voor 2022 en 2023 zijn geen besluiten van de gemeenteraad voorzien over de inhoud van de contracten. Het afsluiten van de contracten is een bevoegdheid van de gastheer, bestuurscommissie en/of afzonderlijke colleges. Ook over de inrichting van de uitvoeringspraktijk zal de van gemeenteraad naar verwachting geen besluit gevraagd worden. Het programmateam van de regio Hart van Brabant is voornemens om na de contractering in het najaar 2022 een informatieve terugkoppeling te geven aan de gemeenteraden, met een doorkijk naar realisatie van de doelen. De verwachting is dat eind 2022/begin 2023 voorstellen aan de gemeenteraden worden gedaan om de lokale verordeningen jeugdzorg te wijzigen, nadat alle contracten definitief zijn gesloten. Perspectief 2: formele positie van de gemeenteraden in de regio Hart van Brabant •
Hoe zijn bestuurlijke bevoegdheden in de regio Hart van Brabant bij de jeugdzorg in het algemeen geregeld?
In de Jeugdwet staan de taken van gemeenten. De gemeenten moeten jeugdhulp van goede kwaliteit aanbieden; een beleidsplan voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg opstellen; en voorzieningen op het gebied van jeugdhulp (jeugdhulpplicht) treffen.
28 De gemeenteraden hebben verordeningen vastgesteld met de lokale beleidskaders voor jeugdzorg. Met de verordening geeft de gemeenteraad invulling aan haar kaderstellende rol bij jeugdzorg. De regio Hart van Brabant houdt zich vanaf 2014 bezig met jeugdzorg. Daarbij is een overlegstructuur met beslissingsbevoegdheden voor de regio Hart van Brabant vastgelegd. De invloed van de gemeenteraden op het beleid van de regio Hart van Brabant is in beginsel indirect via het collegelid, dat deel uitmaakt van het Algemeen Bestuur van de regio Hart van Brabant. De raden kunnen bestuurlijke inzichten meegeven aan het collegelid van de eigen gemeente. In de statuten van de gemeenschappelijke regeling is de mogelijkheid ingevoerd voor het bijeenroepen van een verenigde vergadering van gemeenteraden als tenminste drie gemeenteraden een verzoek daartoe indienen. •
Hoe zijn bestuurlijke bevoegdheden in de regio Hart van Brabant meer specifiek voor het inkoopproces Jeugdzorg geregeld?
Formeel kan het dagelijks bestuur van de regio Hart van Brabant de inkoopstrategie autonoom vaststellen. Niettemin is de uitwerking van de inkoopstrategie toch voorgelegd aan de colleges van B&W om draagvlak voor de inkoopstrategie te creëren. De RMB heeft de indruk dat de start van het inkoopproces in de loop van 2020 stapsgewijs – in samenspraak tussen gemeenten en de regio Hart van Brabant is gegroeid, zonder formeel besluit. De inkoop wordt gedaan door het programmateam van de regio Hart van Brabant dat wordt aangestuurd door het dagelijks bestuur. De gemeenten hebben geen taak met betrekking tot het (vertrouwelijke) inkoopproces. Wel zijn de regio Hart van Brabant en de gemeenten in 2022 bezig om een implementatieplan op te stellen, waarin de taken binnen de uitvoeringspraktijk worden verdeeld, tussen de gemeenten en de regio Hart van Brabant. Perspectief 3: uitwerking en motivering van de inkoopstrategie • Hoe zijn de door de gemeenteraden goedgekeurde uitgangspunten en houtkoolschetsen uitgewerkt in de openbare inkoopdocumenten?
Voor de bekostiging is gekozen voor een taakgerichte bekostiging met een vast budget bij S1 en open financiering bij S4. Bij S1 kan het budget voor zorgaanbieders door de regio Hart van Brabant worden aangevuld als “ontwikkelingen” daarom vragen. Voor de toegang beschrijft de regio Hart van Brabant hoe het indicatieproces idealiter zou moeten verlopen. Bij S1 wordt gekozen voor een uniformering van de werkwijze van de toegang. Voor S4 is er geen sprake van een uniforme werkwijze voor de toegang. Wel worden er met de toegangsfuncties van de gemeenten “heldere kaders” afgesproken over de indicatie van cliënten. Deze kaders worden in de openbare aanbestedingsdocumenten niet uitgewerkt. Wat leveranciersmanagement betreft is - in de openbare aanbestedingsdocumenten - bij S1 gekozen voor één opdrachtnemer voor de gehele regio
29 (Selectiedocument, blz. 18), terwijl er bij S4 sprake is van maximaal 100 jeugdhulpaanbieders (Selectiedocument, blz.41-43). Over het bewaken van de naleving van de in een contract vastgelegde afspraken (contractmanagement is) is - in de openbare aanbestedingsdocumenten - niets vastgelegd. In de openbare inkoopdocumenten wordt ook weinig vermeld over de concrete meetbare doelen die in de contracten een plaats moeten krijgen. Hoe de kwaliteit van de zorg in de contracten zal worden gedefinieerd, wordt in de inkoopdocumenten niet aangeduid. Wel wordt vermeld dat samen met de zorgaanbieders financiële - en kwaliteitscriteria worden afgesproken (zie Inkoopstrategie, blz. 8). Dit zal tijdens de zogeheten dialoogfase plaatsvinden. • Wat is de taakverdeling tussen de regio Hart van Brabant en de gemeenten bij de uitvoering van het stelsel Jeugdzorg? De bekostigingswijze van de jeugdzorg is door de regio Hart van Brabant in het voortraject van het inkoopproces voorgesteld en in de houtkoolschetsen (zie bijlage 2) vastgelegd. De raden konden er hun wensen bedenkingen op geven. Dit heeft niet tot een verandering in de voorgestelde bekostigingswijze geleid. De bekostigingswijze zal in de contracten die de regio Hart van Brabant met de zorgaanbieders afsluit, worden opgenomen. De gemeenten hebben daarom tijdens de komende uitvoering van het stelsel daar geen taak.
De gemeente is in budgettaire zin verantwoordelijk voor de bekostiging van de uitgaven. De toegang is in beginsel het autonome domein van de gemeenten. De regio Hart van Brabant heeft procedures voor de werkwijze van de toegang aanbevolen. De naleving daarvan door de gemeenten kan niet worden afgedwongen door de regio Hart van Brabant. Bij de onderwerpen leveranciers- en contractmanagement worden in de openbare inkoopdocumenten geen uitspraken gedaan over de gewenste taakverdeling tussen de gemeenten en de regio Hart van Brabant. Voor jeugdhulp geldt dat de regio als verlengd lokaal bestuur de verantwoordelijkheid heeft voor doelmatige en rechtmatige besteding. In de openbare inkoopdocumenten wordt wel de verwachting uitgesproken dat de gemeenten en dan met name de lokale toegangen de kwaliteit van de zorg monitoren (zie bijvoorbeeld Inkoopstrategie, blz. 16). Bovendien zal de regio Hart van Brabant een implementatieplan opstellen dat een visie zal bevatten op het leveranciersen contractmanagement.
• Is de uitwerking, inclusief de taakverdeling tussen gemeente en regio, in de openbare inkoopdocumenten specifiek genoeg om tot een realisatie van de bestuurlijke uitgangspunten te leiden? Wat de bekostigingswijze voor de diverse segmenten betreft, heeft de RMB zichzelf eerder (zie noot 4) de vraag gesteld of de keuzes (taakgerichte bekostiging met een vast budget bij S1 en open financiering bij S4) tot de realisering van uitgangspunt 1 (beheersing van de kosten) zullen leiden. De openbare inkoopdocumenten geven geen antwoord op die vraag. Wel blijkt dat gesloten financiering (bij S1) in sommige niet nader omschreven omstandigheden toch kan worden opengebroken.
30 Of de bekostigingswijze voor S1 en S4 werkelijk tot kostenbeheersing in de jeugdzorg zal leiden, kan nu nog moeilijk met zekerheid op basis van de openbare inkoopdocumenten worden gezegd. Tenslotte blijkt de regio Hart van Brabant bij de bepaling van de verwachte kosten uit te gaan van de huidige volumes. Het is niet duidelijk of dit gebaseerd is op de uitkomsten van een marktanalyse. De toegang is medebepalend voor het realiseren van het uitgangspunt normaliseren. Uit de openbare inkoopdocumenten is niet duidelijk op welke wijze de toegang hiervoor wordt uitgerust. De regio Hart van Brabant legt wat dit betreft een grote nadruk op een uniforme werkwijze van de gemeentelijke toegangen. Of dit voldoende is om tot meer selectiviteit te komen, zal bij de uitvoering moeten blijken. Door het ontbreken van duidelijke criteria voor de zorgindicatie voor zowel specialistische als veel voorkomende zorg heeft de toegang weinig houvast om tot het ‘juiste’ aantal verwijzingen te komen. Daarnaast kan, afhankelijk van de intrinsieke motivatie van aanbieders, de invloed van zorgaanbieders bij de indicatie een opdrijvende werking hebben op het volume en de schaal van de zorg. Leveranciers- en contractmanagement heeft, onder meer, betrekking op de keuze van kwalitatief hoogwaardige en integere zorgaanbieders.
Hierbij is de vraag of er voldoende integriteitseisen aan de zorgaanbieders via de contracten worden gesteld. Omdat de openbare inkoopdocumenten daar nauwelijks informatie over geven, valt daar in dit stadium niets over te zeggen. Dat wordt pas mogelijk als de contracten met de zorgaanbieders beschikbaar komen (oktober 2022). Daarin zal ook waarschijnlijk duidelijk worden op welke wijze en door wie de naleving van de contracten wordt gemonitord.
31
Bijlage 1 Uitgangspunten voor de inkoopstrategie, regio Hart van Brabant 1. Naar een meer gesloten financiering. We kiezen voor een inkoopvorm waarbij we de kosten beter kunnen beheersen, met een minder grote financiële prikkel voor aanbieders. Beheersing van de kosten, inzicht in productie, kwaliteit en resultaat zijn hierbij belangrijk. Een taakgerichte inkoop draagt bij aan de genoemde uitgangspunten. Niet voor alle segmenten is een taakgerichte inkoop geschikt of realiseerbaar. Een (beperkt) deel van de ondersteuning zal daarom via een andere systematiek worden ingekocht. 2. Normaliseren. We willen iedere inwoner de mogelijkheid geven om mee te doen. We willen dat meer doen met algemene of collectieve voorzieningen. Als dat niet voldoende is zetten we individueel maatwerk in. Niet meer dan nodig en ook niet langer dan nodig. We kijken daarbij kritischer naar het hulpaanbod. We zetten in op bewezen effectieve methoden die passen binnen het wettelijk kader. 3. Verbeterde lokale samenhang. Doordat we veel aanbieders gecontracteerd hebben is het overzicht verdwenen en zijn verbindingen vervaagd. We willen een herkenbaar aantal aanbieders per gebied (wijk, dorp) of per doelgroep. We contracteren aanbieders die zich committeren aan de lokale opgaven en de verbinding zoeken met het voorliggende aanbod. De gecontracteerde aanbieders moeten dus bijdragen aan de couleur locale.
Niet alle onderdelen lenen zich hiervoor. Denk b.v. aan hoog specialistische en intramurale Jeugdhulp. 4. Werk (ook participatie en opleiding) is de beste zorg. Werk biedt sociale contacten, betekenis en geeft een betere financiële basis. Werk vermindert de vraag naar hulp. We streven naar een integrale benadering van het sociaal domein. Daarom willen we mogelijk maken dat participatie en de onderdelen in de Wmo die te maken hebben met werk en dagbesteding in samenhang kunnen worden ingekocht. We willen hier met de nieuwe inkoop de voorwaarden voor realiseren. Daarnaast kunnen we de samenhang tussen zorg- en participatie-aanbod ook op andere manieren versterken, bijvoorbeeld: - eenduidige/ meer samenhang bij indicatiestelling en diagnostiek - flexibele en (direct) toegankelijke dienstverlening van zorg en participatie voor elkaars klanten zodat een combi aanpak zorg-participatie op maat mogelijk is - gelijke uitgangspunten opnemen in afspraken met álle aanbieders in het sociaal domein (bijvoorbeeld omarmen uitgewerkte leidende principes, geen cliënten doorsturen zonder warme overdracht) - gezamenlijk gebruik van infrastructuur, plekken, expertise/ personeel 5. Eenvoudiger en selectiever systeem. Door indicatiestelling hebben we een drempel opgeworpen voor inwoners.
Door bij melding direct het goede gesprek aan te gaan en sneller praktische hulp te verlenen zijn we klantvriendelijker en kunnen we selectiever zijn in wat we aanbieden. Veel hulpvragen raken aan bestaanszekerheid en snelle hulp op deze terreinen helpt om zorgkosten te verminderen. We willen dus meer en laagdrempeliger hulp bieden vóór een eventuele indicatie c.q. beschikking.
32 6. Misbruik voorkomen. In de nieuwe contractering selecteren we aanbieders strenger en maken we scherpere afspraken (kwantitatief en kwalitatief) waarop we beter kunnen handhaven. Daarbij kun je denken aan opleidingseisen, kwaliteit van interventies en normen over winst, personeelsratio’s, het volgen van de CAO, voldoen aan de Wet normering topinkomens en financiële constructies. Daarbij handhaven we door contractmanagement en toezicht.
33
Bijlage 2: Houtkoolschets van de jeugdhulp
34
Bijlage 3 Fasen van het RMB-onderzoek Fase 1 Onderzoek in 2022, voor de contractering (ex ante) De RMB kijkt in Fase 1 naar het inkoopproces van de regio Hart van Brabant ‘op papier’. Aangezien het aanbestedingsproces zich in beslotenheid dient te voltrekken om de onderhandelingspositie van partijen niet te verstoren, wordt Fase 1 uitgevoerd door middel van een documentenstudie. Er worden geen interviews gehouden, om eventuele interferentie met het aanbestedingsproces te vermijden. Het onderzoek in fase 1 wordt vanuit drie verschillende perspectieven verricht. Het eerste perspectief heeft betrekking op de informatie die de gemeenteraden binnen hun eigen gemeente hebben ontvangen. Bij het tweede perspectief bekijkt de RMB de formele positie die de gemeenteraden in de gemeenschappelijke positie innemen: hoe is hun kaderstellende en controlerende rol in de regio Hart van Brabant vormgegeven. Het derde perspectief, tenslotte, betreft de precieze vormgeving van het inkoopproces en welke effecten de gemeenteraden van die vormgeving kunnen verwachten. Omdat het onderzoek zich alleen op ‘papier’ baseert is dit voor een deel een hypothetische exercitie. Deze analyse geeft de gemeenteraden geen zekerheden, maar levert wel aandachtspunten op voor de gemeenteraden.
Fase 1, perspectief 1: de informatiepositie van de gemeenteraden Deel 1 bevat onderzoek naar de informatiepositie van de raad, voorafgaande aan het aanbestedingsproces Jeugdzorg. De documentenstudie omvat openbare bronnen, zoals: . Inkoopdocumenten van de regio Hart van Brabant (Tendernet); . Informatievoorziening door B&W aan de gemeenteraden over de regio Hart van Brabant en Jeugdzorg in raadsinformatiebrieven en P&C-documenten; . Verordeningen over jeugdzorg en relevante adviesorganen; . Wensen en bedenkingen van de gemeenteraden op de uitgangspunten en houtskoolschetsen van de regio Hart van Brabant Fase 1, perspectief 2: de formele positie van de gemeenteraden in de regio Hart van Brabant De Gemeenschappelijke Regeling (GR) Hart van Brabant is een vorm van verlengd lokaal bestuur. Binnen die GR worden de bevoegdheden en de betrokkenheid van gemeenteraden vastgelegd. Daarmee worden ook de bevoegdheden van de gemeenteraden vastgelegd met betrekking tot de sturing van de jeugdzorg in de eigen gemeente. In de periode 2020-2022 is de formele regeling van de regio Hart van Brabant gewijzigd. Voor dit deel van het onderzoek zijn de vorige en de huidige statuten van de regio Hart van Brabant beide relevant en leidend in de periode tot 2022 enerzijds en vanaf 2022 anderzijds.
Fase 1, perspectief 3: Uitwerking van de bestuurlijke uitgangspunten Dit deel van het onderzoek heeft betrekking op de wijze waarop de uitgangspunten, die in 2021 door de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten zijn vastgesteld, in de openbare inkoopdocumenten zijn uitgewerkt.
35 In dit deel gaat het om de onderwerpen in de keuzenrij van het VNG-model. Naast de uitwerking van de uitgangspunten speelt ook een rol welk orgaan (gemeenten of regio Hart van Brabant) verantwoordelijk is voor de uitvoering na het afsluiten van de contracten. Het gaat hierbij om vragen als: wie legt de uit te voeren taken vast, wie is verantwoordelijk voor de juiste uitvoering; en wie monitort of taken op de juiste wijze zijn uitgevoerd. Besproken wordt welke effecten van de gemaakte keuzes, inclusief de taakverdeling, te verwachten zijn en of er voldoende zicht is dat de uitgangspunten van de inkoopstrategie ten volle benut kunnen worden in de uitvoering van de jeugdzorg. In fase 1 geeft de RMB antwoord op de volgende onderzoekvragen: Perspectief 1 . Welke besluiten heeft de raad genomen m.b.t. het inkoopproces Jeugdzorg? . Welke informatie heeft B&W aan de raad verstrekt over het inkoopproces Jeugdzorg? . Welke besluiten van de raad zijn in 2022 en 2023 voorzien met betrekking tot het inkoopproces Jeugdzorg? Perspectief 2 . Hoe zijn bestuurlijke bevoegdheden in de regio Hart van Brabant bij de jeugdzorg in het algemeen geregeld? . Hoe zijn bestuurlijke bevoegdheden in de regio Hart van Brabant meer specifiek voor het inkoopproces Jeugdzorg geregeld?
Perspectief 3 . Hoe zijn de door de gemeenteraden goedgekeurde uitgangspunten en houtkoolschetsen uitgewerkt in de openbare inkoopdocumenten? . Wat is de taakverdeling tussen de regio Hart van Brabant en de gemeenten bij de uitvoering van het stelsel Jeugdzorg? . Is de uitwerking, inclusief de taakverdeling tussen gemeente en regio, in de openbare inkoopdocumenten specifiek genoeg om tot een realisatie van de bestuurlijke uitgangspunten te leiden? Fase 2 Onderzoek in 2022, na de contractering (ex ante) In deze fase van het onderzoek zal de RMB nagaan op welke wijze de bestuurlijke uitgangspunten, die begin 2021 de basis zijn geweest voor het aanbestedingsproces, in 2022 in de contracten zijn uitgewerkt. In fase 2 geeft de RMB antwoord op de onderzoekvraag: geven de afgesloten contracten op ‘papier’ zicht op de mate waarin de door de regio Hart van Brabant geformuleerde uitgangspunten in de uitvoering gerealiseerd worden? Toelichting bij fasen 1 en 2: een mogelijke determinant voor de realisering van de bestuurlijke uitgangspunten is de wijze waarop de diverse taken van de jeugdzorg tussen de regio Hart van Brabant en de gemeenten zijn verdeeld. Dat wordt mede bepaald door de wijze waarop de verhouding tussen de gemeenten en de regio Hart van Brabant is vastgelegd in Gemeenschappelijke Regeling van de regio Hart van Brabant.
De regio Hart van Brabant is direct of indirect medebepalend voor de wijze waarop de jeugdzorg wordt uitgevoerd. Daarnaast is ook relevant op welke wijze de bestuurlijke uitgangspunten eerst in de openbare inkoopdocumenten en daarna in de contracten zijn uitgewerkt.
36
Fase 3 Onderzoek in 2023 (ex post) Fase 3 van het onderzoek draait om de daadwerkelijke uitvoering van de jeugdzorg na de ondertekening van de contracten (rij 4 van het VNG-model). Het gaat hierbij om de realisering van de in 2021 vastgestelde bestuurlijke uitgangpunten voor de jeugdzorg en de taakverdeling tussen de gemeenten Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand en de regio Hart van Brabant. Voorts worden dan ook de relevante actoren van de gemeenten en de regio bevraagd. Fase 3 zal starten nadat de uitvoering op basis van de ondertekende contracten op gang is gekomen, vermoedelijk in de loop van 2023.
Rapportage aan de gemeenteraden In het voorjaar van 2021 heeft de RMB notities (met observaties) aangeboden aan de gemeenteraden van Dongen en Goirle. De fasen 1, 2 en 3 van het onderzoek zijn een vervolg op de eerste twee notities, waarbij een verbreding plaatsvindt naar Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand. De RMB rapporteert in 2022 en 2023 als volgt aan de gemeenteraden Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand: • Fase 1 Medio 2022 – rekenkamerbrief (geen rapport) • Fase 2 Eind 2022/begin 2023 – rekenkamerbrief (geen rapport) • Fase 3 In 2023/2024 – rapport Hoor en Wederhoor Bij de twee rekenkamerbrieven (fasen 1 en 2) zal de RMB een ambtelijke check op de feitelijke juistheid uitvoeren, via de gemeentesecretarissen. Bij rekenkamerbrieven is het niet gebruikelijk om bestuurlijk wederhoor toe te passen. In overeenstemming daarmee zal de RMB ook geen aanbevelingen aan de raad meegeven. De observaties van de RMB kunnen de raad wel in positie zetten om haar rol te spelen bij de uitvoering van de jeugdzorg. Bij het rapport (fase 3) zal de RMB zowel ambtelijk als bestuurlijk wederhoor toepassen, waarbij B&W wordt gevraagd een reactie te geven op de conclusies en aanbevelingen van de RMB.
De RMB heeft er begrip voor als de colleges van Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand hun bestuurlijke reacties op het rapport (met conclusies en aanbevelingen) onderling willen afstemmen dan wel binnen de regio Hart van Brabant.
37
Bijlage 4 Formele beleidskader - landelijk en lokaal - voor Jeugdzorg Landelijk Beleidskader De Jeugdwet vervangt de Wet op de jeugdzorg, die tot 2015 geldig was. Hiermee is de jeugdzorg per 1 januari 2015 gedecentraliseerd naar gemeenten. Zij zijn sinds die datum primair verantwoordelijk voor alle jeugdhulp, inclusief de gesloten jeugdzorg onder regie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, jeugd-GGZ die onder de ZVW valt, zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jongeren op basis van de AWBZ, jeugdbescherming en jeugdreclassering van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp. Gemeenten hebben de plicht om jeugdhulp en ondersteuning te bieden. Door die verplichting, de jeugdhulpplicht, moeten gemeenten in ieder geval: • De jongere adviseren welke hulp het beste past; • Samen met de jongere de goede vorm van jeugdhulp kiezen; • Zorgen dat de gekozen jeugdhulp ook echt beschikbaar is. In de Jeugdwet staan de taken van gemeenten.
De gemeenten moeten: • Jeugdhulp van goede kwaliteit aanbieden; • Een beleidsplan voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg opstellen; • Voorzieningen op het gebied van jeugdhulp (jeugdhulpplicht) treffen; • Jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering organiseren; • Maatregelen voor de aanpak van kindermishandeling nemen; • De samenwerking met andere sectoren zoals zorg, onderwijs, politie en justitie zoeken; • Vertrouwenspersonen aanwijzen voor jongeren en (pleeg)ouders die te maken hebben met jeugdhulpverlening. Taak gemeenten: artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 vierde lid van de Jeugdwet; 1. Artikel 2.9 van de Jeugdwet 2. Artikel 2.12 van de Jeugdwet 3. Artikel 8.1.1 van de Jeugdwet 4. Artikel 12.4 van de Jeugdwet
Lokale beleidskaders Dongen - Beleidskader gemeenteraad: • 2019 Visie Sociaal Domein Visie sociaal domein (notubiz.nl) • Verordening jeugdhulp 2021 VERORDENING JEUGDHULP GEMEENTE DONGEN 2021 (overheid.nl) Goirle - Beleidskader gemeenteraad: • Verordening Jeugdhulp 2021 • Beleidsnota Back to Basics 2.0 • Beleidsvisie Sociaal Domein 2022-2026 Goirle Glanst • Uitvoeringsagenda Sociaal Domein 2022 Raadsvoorstel (goirle.nl)
38 Hilvarenbeek - Beleidskader gemeenteraad: - Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Hilvarenbeek 2019 Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Hilvarenbeek 2019 (officiele-overheidspublicaties.nl) Loon op Zand - Beleidskader gemeenteraad: … - Beleidsregels Verordening jeugdhulp gemeente Loon op Zand 2015Beleidsregels Verordening jeugdhulp gemeente Loon op Zand 2015 (overheid.nl) Landelijke ondersteuning De Rijksoverheid, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), jeugdhulpaanbieders, jeugdhulpprofessionals en cliënten werken samen om de jeugdzorg te verbeteren. In het Actieprogramma Zorg voor de Jeugd hebben zij belangrijke doelen gesteld voor 2018-2021, zoals betere toegang tot jeugdhulp. Gemeenten gaan gezinnen via lokale teams beter ondersteunen met passende zorg. Dit doet de gemeente in de vorm van lokale teams die samenwerken met huisartsen, scholen, jeugdgezondheidszorg en jeugdbescherming. Een ander doel is meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien en alleen in een instelling opvangen als dat echt nodig is. Dat vraagt een andere manier van werken van instellingen. Om kwetsbare jongeren beter te helpen zelfstandig te worden is de pleegzorg inmiddels verlengd naar 21 jaar. Het parlement wordt 2 keer per jaar over de voortgang van het programma geïnformeerd.
Daarnaast wil het kabinet de jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering beter organiseren. Zo wil het kabinet dat gemeenten meer samenwerken bij de inkoop van specialistische zorg voor kinderen en gezinnen. https://vng.nl/artikelen/waar-staat-dat-regionale-samenwerking-verplicht-is
39
Bijlage 5 Behandeling van de inkoopstrategie in de gemeenteraden De volgende kaders bevatten per gemeente de bewerkte weergave van raadsbehandelingen, wensen/bedenkingen, en ook de inhoudelijke reactie van het programmateam van de regio Hart van Brabant. Deze kaders zijn samengesteld op basis van een notitie van regio Hart van Brabant. Het laatste kader is de slotreactie van de regio Hart van Brabant op de bespreking van de inkoopstrategie in de gemeenteraden. Dongen Bespreking uitgangspunten door de raad De voltallige gemeenteraad van Dongen staat positief tegenover het voorstel “Vaststelling uitgangspunten voorinkoop sociaal domein 2022”. De raad van Dongen brengt de volgende aandachtspunten en kanttekeningen in (unaniem door de Dongense gemeenteraad onderschreven): - Zorg voor het scherp formuleren van de te bereiken doelen; monitor de voortgang en maak tussentijdse bijstelling mogelijk; evalueer aan het eind van het proces.
- Besteed in het aanbestedingstraject ook, en vooral, aandacht aan aspecten als kwaliteit van de zorg, samenwerkingsbereidheid en flexibiliteit; - Betrek bij de uitwerking van de uitgangspunten de bevindingen, resultaten en conclusies en aanbevelingen van het rapport van ‘follow the money’ en het AEF-onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg; - Zorg voor goed toezicht op de uitvoering van de zorg; bestrijdt oneigenlijk gebruik van gemeenschapsgeld; stel daartoe bijvoorbeeld een geschillencommissie (of mogelijkheid van mediation) in; - Werk het begrip “normaliseren” uit. - Beloon de organisaties en instellingen die het goed doen - Voorkom wachtlijsten, met name de mensen die complexe zorg nodig hebben. Reactie programmateam regio Hart van Brabant op aandachtspunten van de raad van de gemeente Dongen: Resultaatgericht werken zal verschillen per bekostigingssystematiek. Het geven van aandacht aan kwaliteit van zorg, samenwerkingsbereidheid, flexibiliteit wordt meegenomen in selectiecriteria, en in het proces van de aanbesteding (SAS-procedure). Er is inmiddels een brief over de regionale inzet op het thema zorgfraude verzonden. Aandacht voor toezicht op uitvoering door middel van intensievere selectiecriteria. Door een overzichtelijker zorglandschap komt er meer ruimte voor de toegang en contractmanagement om toezicht te kunnen houden.
Het begrip “normaliseren” wordt deels regionaal uitgewerkt. Er volgt een passend voorstel per gemeente. Het belonen van zorgaanbieders die het goed doen, ligt niet in het verschiet, wel onderzoeken we het differentiëren in tarieven. Als het gaat tot slot om het voorkomen van wachtlijsten is onze inspanning om bij de nieuwe inkoopstrategie hier nadrukkelijk op te sturen, zeker in segment 1 van de jeugdhulp. Wensen en bedenkingen op de houtkoolschetsen door de raad van de gemeente Dongen De raad van Dongen geeft in aanvulling van haar motie op de uitgangspunten geen wensen en bedenkingen meer mee. Wel vraagt zij aandacht voor de volgende punten: - een regionale radenavond eind 2021 waar de uitkomst van de SAS-procedure wordt gedeeld; - het vastleggen van kpi's om de effecten van de nieuwe inkoop te meten; - de term normaliseren aanvullen met de term accepteren. Reactie programmateam regio Hart van Brabant op wensen en bedenkingen van de raad van de gemeente Dongen: Het voorstel om eind 2021 een regionale radenavond te organiseren over de SAS-procedure wordt omarmd. Er bestaat het voornemen om duidelijke kpi’s en monitorafspraken met de zorgaanbieders te maken. Wel moet er een balans met landelijke standaarden gevonden worden om de administratieve lastendruk zo laag mogelijk te houden. Informatie voor de raad over de stand van zaken volgt later.
Over de term normaliseren, er komt beraad over de juiste
40 terminologie. Ook landelijk is vanuit de commissie Sint het advies gekomen om de reikwijdte van de jeugdwet tegen het licht te houden.
Goirle Bespreking uitgangspunten en houtskoolschetsen door de raad De raad van Goirle heeft de uitgangspunten en de houtkoolschetsen in een gezamenlijk traject behandeld. De nieuwe inkoopstrategie Sociaal Domein moet volgens de raad van Goirle leiden tot meer regie en grip op de uitgaven, onder andere door het werken naar een meer gesloten financiering en door zorg te bieden daar waar zorg ook echt noodzakelijk is. De raad heeft het vertrouwen dat er met inbegrip van de opmerkingen door de diverse adviseurs (ROSA en de Rekenkamer) naar een inkoopstrategie gewerkt kan worden die zowel efficiëntie als effectiviteit van de zorg en participatie in het vizier heeft. Daarvoor zijn zorgverleners nodig die het verlenen van kwalitatief hoogstaande zorg hoger hebben staan dan het snel rijk worden. Daarom is het goed om met minder aanbieders van zorg in zee te gaan zodat er een overzichtelijker veld van zorgverleners ontstaat. De raad pleit voor het behoud van lokale aanbieders die de kwaliteitstoets doorstaan hebben. Normaliseren is volgens de raad van Goirle goed. Niet alle zorg- en hulpvragen hebben een psycho-medische oorsprong en kunnen door het sociale netwerk, al dan niet ondersteund door opvoedkundige specialisten, worden opgelost. Daarmee is te voorkomen dat te veel gewone problemen verworden tot grootschalige zorgproblemen.
Het versterken van het sociale netwerk zal daarom in dienst staan van wachtlijstverkorting en het afnemen van de noodzaak tot overbruggingszorg. Echter vindt de raad van Goirle wel dat bij signalen van een verslechterende cliëntsituatie er efficiënt in zorg opgeschaald moet kunnen worden en er niemand tussen de wal en het schip mag raken. Het college van Goirle heeft de voorkeur voor lokale aanbieders overgenomen, maar aangegeven dat dit niet altijd mogelijk is, met name als het gaat om meer specialistische zorg. Reactie programmateam Het programmateam ziet de zienswijze van de raad van Goirle als een ondersteuning van de uitgangspunten en de houtkoolschetsen. Wat lokale aanbieders betreft, er zal gebiedsgericht ingekocht worden bij segment 4 van de jeugdhulp. De regio Hart van Brabant wordt hier in 4 gebieden ingedeeld, waarbij de desbetreffende gemeenten hun eigen lokale overwegingen kunnen maken in de selectie van zorgaanbieders. Wel is het zo dat dit dient te geschieden binnen de bestaande wet- en regelgeving. Een-op-een selecteren van bestaande lokale aanbieders is logischerwijs niet mogelijk en moet voldoen aan geldende selectie- en gunningscriteria. Wel kan de lokale inbedding daarbij natuurlijk een criterium zijn.
Hilvarenbeek Bespreking uitgangspunten door de raad De gemeenteraad van Hilvarenbeek kan zich vinden in de uitgangspunten van de inkoop. Wel heeft de raad van Hilvarenbeek de volgende aandachtspunten: - Uithuisplaatsingen moeten zoveel mogelijk voorkomen worden. Er moeten veel meer mogelijkheden zijn om het gezin ambulant te begeleiden/behandelen; - Als uithuisplaatsing toch noodzakelijk is, in het belang van het kind, dan moet een zo kort mogelijk traject kunnen worden ingezet, waarin toegewerkt wordt naar concrete resultaten. Plaatsing moet in een omgeving die zoveel mogelijk lijkt op een gezinssituatie; - De kwaliteit en inrichting van de ondersteuning moet zodanig zijn dat jeugdigen niet meer van aanbieder naar aanbieder gaan; - Een kanttekening bij minder aanbieders is dat dit er niet toe mag leiden dat er een onvolledig aanbod aan zorgvormen ontstaat, of langere wachttijden. Alles wat nodig is moet beschikbaar zijn; - Het is belangrijk dat jeugdigen zoveel mogelijk in de eigen omgeving terecht kunnen voor zorg. Bij de inkoop moet daarom voldoende ruimte zijn voor lokale aanbieders; - Wij missen een goede onderbouwing waarom de keuzes die nu voorliggen wel tot transformatie en verbetering zullen leiden; - Draagvlak, bij huisartsen, zorgaanbieders, lokale veld, is een essentiële voorwaarde om de veranderingen te kunnen realiseren.
Het gesprek met deze partijen moet snel worden gestart. We vragen ons af wat normaliseren van onze inwoners vraagt en of dit realistisch is; - In de nieuwe inkoopstrategie is sprake van taakgerichte bekostiging i.p.v. resultaat gestuurd. Wij vinden het belangrijk dat kwaliteit en resultaat geborgd zijn in de nieuwe strategie. Tot nu
41 toe is er te weinig resultaat met betrekking tot de beoogde transformatie van het sociaal domein. Er moeten duidelijke prikkels tot innovatie worden ingebouwd, om deze beweging snel op gang te brengen. - De raad verwijst naar zijn motie Zorggeld naar de zorg. De motie van de raad van Dongen inzake de uitgangspunten inkoop sociaal domein wordt eveneens door de raad ondersteund. Reactie programmateam op de aandachtspunten van de raad: De aandachtspunten van de raad van Hilvarenbeek komen terug in de houtkoolschetsen van de inkoopstrategie. Uithuisplaatsingen moeten zoveel mogelijk voorkomen worden en, indien toch noodzakelijk, dient dit in een flexibele en kleinschalige setting plaats te vinden, waarbij een thuissituatie zoveel als mogelijk wordt nagebootst. Bewust is gekozen voor een taakgerichte bekostiging met een beperkt aantal aanbieders in de hoog specialistische jeugdzorg om te komen tot een zogeheten “wrap-around-care”. Dit betekent dat altijd die zorg geboden kan worden die op dat moment voor een kind, jongere of ouders van essentieel belang is. Daarbij moet voorkomen worden dat kinderen en jongeren tussen instellingen heen en weer moeten bewegen. Het beperken van het aantal aanbieders moet wel leiden tot een dekkend “zorglandschap”. Voor segment 4 zal er gebiedsgerichte inkoop zijn.
Op deze wijze kan de inkoop meer plaatsvinden naar de behoeften van de desbetreffende subregio en kan beter gefocust worden op de verbinding met de sociale basis/voorveld, zoals huisartsen en diverse maatschappelijke organisaties. Ook bij segment 4 zal er, daar waar het kan, sprake zijn van een taakgerichte bekostiging met een beperkter aantal aanbieders. Insteek is te kiezen voor een goede mix van grote en kleine aanbieders die aansluiten bij de lokale behoeften. Daarmee wordt de grip en overzicht sterker op het zorglandschap en kan er gestuurd worden op transformatie en innovatie. Als het gaat om de motie van Dongen, komen wij daar bij de gemeente Dongen op terug. Tot slot wordt de raad van Hilvarenbeek separaat geïnformeerd over hun motie “Zorggeld naar de zorg” en het thema normaliseren, aanpalend aan de discussie over de inkoopstrategie.
Wensen en bedenkingen op de houtkoolschetsen door de raad van de gemeente Hilvarenbeek De raad van de gemeente Hilvarenbeek kwam tot de volgende wensen en bedenkingen: 1) Meetbare cliëntgerichte toegangs-, uitvoerings- en toetsingscriteria aan de inkoopvoorwaarden toe te voegen waaraan de zorgaanbieder uitvoering dient te geven; 2) Een methodiek van steekproefsgewijze retrospectieve risico-inventarisatie en analyse toe te passen op multidisciplinaire en complexe casuïstiek; deze gegevens te interpreteren en analyseren, hierop te reflecteren en de uitkomsten te monitoren en te borgen; 3) De raad mee te nemen in de uitvraagcriteria die tijdens het inkoopproces aan de zorgaanbieders worden voorgelegd. Reactie programmateam op wensen en bedenkingen van de raad Als we kijken naar de wensen en bedenkingen gaan we als het gaat om kwaliteit, bedrijfsvoering en financiën concrete voorwaarden opnemen en uitwerken met de gecontracteerde aanbieders. Ook worden hier de onderwerpen als normaliseren, opschalen en afschalen in meegenomen. Wel dient hierin een balans te worden gevonden in verband met de administratieve lastendruk en de landelijke oproep om zaken te uniformeren en standaardiseren.
Verder is de regio bezig met dataficatie en monitoring en is het project smart start (op basis van voorspellende data, wordt passende ondersteuning op scholen, bij huisartsen en in kwetsbare wijken samengesteld) hier een goed voorbeeld van. Ook het regionale maatpact is hierin een goed voorbeeld en initiatief van, waarbij lering wordt getrokken van ingewikkelde multi-probleemcasussen. Tot slot zullen wij de definitieve uitvraagcriteria na het uitdoen van de aanbesteding, de diverse raden doen toekomen.
Loon op Zand Bespreking uitgangspunten en houtskoolschetsen door college en de raad De raad van Loon op Zand heeft de uitgangspunten en de houtkoolschetsen tegelijk behandeld. Ook het college heeft daarbij zijn opvattingen meegegeven. Daarbij komen het college en de raad tot de volgende zienswijze: Er is sympathie voor de uitgangspunten, maar de gemeente Loon op Zand neemt niet op alle punten deel aan de regionale integrale inkoop. Loon op Zand kijkt steeds naar de schaal die het beste past voor het contracteren van hun diensten en voorzieningen. Loon op Zand werkt subregionaal of regionaal waar dat meerwaarde biedt. Voor Wmo-begeleiding en p-wet heeft Loon op Zand gekozen voor subregionale samenwerking. Dit is qua schaal zowel efficiënt als effectief. Ondanks dat Loon op Zand niet meedoet bij de regionale inkoop, denkt de gemeente mee en houdt zij de opties voor de toekomst open. Vanuit deze overwegingen komt Loon op Zand tot de volgende wensen voor de regionale inkoop:
42 1. Normaliseren concretiseren. Wat bedoelen we in Loon op Zand, maar ook in Hart van Brabant nu precies met dit begrip? Waar zetten we op in? Wat willen we bereiken? 2. Klantgerichtheid. Er moet voldoende aandacht zijn voor gezinnen die te maken hebben met voorzieningen uit verschillende wetten. Maak regelmatig “de klantreis” oftewel bekijk wat we aan het bedenken zijn ook vanuit het perspectief van de klant. 3. Toegang is en blijft lokaal. De manier waarop de toegang is geregeld wordt bepaald door lokale keuzes. In kleine gemeenten zijn de lijntjes tussen de uitvoering (toegang en wijkteam) kort en kennen ze de lokale partners en mogelijkheden van het voorliggend veld het beste. Wij geloven niet in standaardiseren van die toegang, maar juist dat verschillen elkaar aanvullen. De wijze waarop de toegang is georganiseerd, is van invloed op de afspraken bij de inkoop. 4. Ruimte voor kleine (lokale) aanbieders We begrijpen de wens van de regio om het aantal aanbieders te beperken. Dat maakt het werk overzichtelijker voor de contractmanagers, de toegang, maar ook voor de inwoners. Meer keus is niet altijd beter. De (kleine) lokale aanbieders spreken de taal van onze inwoners en kennen het palet aan voorzieningen. Samen werken we aan meer samenhang in het aanbod (van preventief, voorliggende tot maatwerk), dichtbij, laagdrempelig en betaalbaar.
Dit koesteren we en willen we behouden. Daar waar wij kiezen voor inkoop in een groter verband willen we dit niet kwijt raken. Reactie programmateam op de gemeente Loon op Zand Allereerst als het gaat om het thema normaliseren, is de reactie van Loon op Zand herkenbaar. Normaliseren is een weerbarstig thema wat meerdere raden hebben aangekaart en ook landelijk wordt de zogeheten reikwijdte van de Jeugdwet via de commissie Sint en de Wmo steeds meer ter discussie gesteld. Het is aan te bevelen dit gesprek zowel regionaal als lokaal verder te voeren. De klantgerichtheid moet centraal. Allereerst kan dit bereikt worden door in gesprek te blijven met zowel de lokale als regionale sociale raden. Ook krijgt het cliëntenperspectief in de selectieprocedure een positie. De ingeslagen weg van de toegang in Loon op Zand is een verstandige, die de regio Hart van Brabant met de nieuwe inkoopstrategie hoopt te verstevigen. De inzet is om met de nieuwe inkoopstrategie ook meer ruimte te creëren voor de toegangsmedewerkers en niet verstrikt te laten raken in zogeheten arrangementensystematiek. Echter voor Segment 1 van de jeugdhulp is enige uniformering wel gewenst. Het gebiedsgericht inkopen bij segment 4 komt tegemoet aan de wens van Loon op Zand om aanbieders te kunnen selecteren passend bij de eigen lokale situatie. Wel dient dit te geschieden binnen de bestaande wet- en regelgeving.
Een-op-een selecteren van bestaande lokale aanbieders is logischerwijs niet mogelijk en moet voldoen aan geldende selectie en gunningscriteria. Wel kan de lokale inbedding daarbij natuurlijk een criterium zijn.
Reactie van regio Hart van Brabant De samenvattende reactie van de regio Hart van Brabant was als volgt: De afgelopen maanden zijn er met nagenoeg alle raden een of meerdere sessies gehouden over de uitgangspunten en de houtkoolschetsen en hebben ook diverse colleges hun aanvullende standpunten meegeven. De gesprekken zijn door het programmateam als zeer waardevol ervaren en hebben het regionale programmateam ook weer enorm geholpen om te komen tot aanscherpingen in de uiteindelijke inkoopstrategieën. De uitgangspunten staan naar de mening van het programmateam nog steeds overeind. Wel zijn er aandachtspunten, zoals de samenhang tussen inkoopstrategieën, het verder uitwerken van het thema normaliseren en het voorkomen van zorgfraude (anders gezegd dat zorgmiddelen aan zorg besteed worden). Daarnaast zullen de volgende punten meegenomen moeten worden in de inkoopstrategieën, inkoopdocumenten en/of het verdere implementatietraject: o Er is een duidelijke behoefte om lokale aanbieders met een goed lokaal netwerk, zo veel als mogelijk te houden in de nieuwe inkoopstrategie. Hierbij dient vanzelfsprekend wel voldaan te worden aan de vigerende wet- en regelgeving rondom de aanbestedingsprocedure.
Verder roepen de regionale raden op hierbij ook een afvaardiging van een groep huisartsen in elke gemeente te betrekken; o Het beperken van het aantal aanbieders wordt gesteund, maar er dient naast de “lokale inbedding”, wel een dekkend “zorglandschap” aanwezig te zijn van aanbieders die goed samenwerken; o Verder verzoeken de regionale raden om een zorgvuldig overgangsproces te organiseren van de oude naar de nieuwe inkoopsystematiek;
43 o De regionale raden verzoeken de positie van de cliënt een belangrijke stem te geven in het inkoopproces. Dit doet de regio Hart van Brabant door contacten met de lokale en regionale sociale raden en in het selectieproces het cliëntenperspectief een duidelijke positie te geven; o Er is vanuit de regio een duidelijke behoefte aan een meer transparante op outcome gebaseerde sturingsinformatie, met inzicht op onder meer kwaliteit, op- en afschalen van zorg en in-, door en uitstroom. Hierbij dient wel een balans gevonden te worden gezien de landelijke oproep (o.a. commissie Sint) om meer te uniformeren en te standaardiseren om de overheadlasten en bureaucratie te beperken; o Vanuit de regio blijft de oproep om de verschillende lokale toegangen een belangrijke positie te blijven geven in de nieuwe inkoopsystematiek, met name ook om een coördinerende rol te kunnen vervullen als het gaat om een keuze voor een maatwerkvoorziening of in het voorliggend voorveld, sociale basis of het normale leven. Overigens wordt met de nieuwe inkoopsystematiek getracht deze positie te verstevigen en de toegangen minder te belasten met bureaucratische procedures en werkzaamheden. Dit geldt ook voor de zorgaanbieders. o Tot slot willen de regionale raden periodiek meegenomen worden in de voortgang van de inkoopstrategieën en willen de raden meegenomen worden in definitieve selectiecriteria.
Verder hebben een aantal colleges verzocht om meer informatie aangaande planning en de invulling van de inkoopstrategie jeugdhulp. Dit zal verder bestuurlijk en/of ambtelijk besproken worden bij het definitief opstellen van de inkoopstrategieën.
44
Bijlage 6 Verhouding gemeenteraden tot gemeenschappelijke regelingen Een openbaar lichaam is de zwaarste samenwerkingsvorm op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Kenmerkend voor deze samenwerkingsvorm is dat het rechtspersoonlijkheid heeft. Het bestuur bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Het algemeen bestuur is het hoofd van de gemeenschappelijke regeling en bestaat uit leden die door de deelnemende partijen worden aangewezen. De wet kent vier varianten van het openbaar lichaam: • De raadsregeling: deze bestaat uit gemeenteraden, provinciale staten of algemeen bestuur van een waterschap. • De collegeregeling: deze bestaat uit colleges van B&W, Gedeputeerde Staten of het dagelijks bestuur van een waterschap. • De burgemeestersregeling: deze bestaat uit burgemeesters, commissarissen van de koning en voorzitters van waterschappen; • De gemengde regeling: regeling waarin twee of meer verschillende typen bestuursorganen samenwerken. Bevoegdheden Het is belangrijk om bij de oprichting of wijziging van een gemeenschappelijke regeling goed te inventariseren welke taken moeten worden overgedragen en wat de bijbehorende bevoegdheden zijn. Het is van belang de verschillende bevoegdheden te onderscheiden, te weten: eigen bevoegdheden, overgedragen of gemandateerde bevoegdheden en afgeleide bevoegdheden.
Tot de eigen bevoegdheden behoren het vaststellen van de begroting en de jaarstukken en de mogelijkheid om overeenkomsten te sluiten. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt welke eigen bevoegdheden het dagelijks bestuur en de voorzitter heeft. Overgedragen of gemandateerde bevoegdheden zijn de bevoegdheden die de deelnemers bij de gemeenschappelijke regeling neerleggen. Daarbij bestaat een wezenlijk verschil tussen delegatie of mandaat van bevoegdheden. Voor het overdragen van een bevoegdheid (delegatie) is een wettelijke basis nodig. De Wet gemeenschappelijke regelingen voorziet hierin. Afgeleide bevoegdheden zijn bevoegdheden die niet expliciet bij de gemeenschappelijke regeling zijn gelegd maar impliciet zijn meegegaan. Dit betreft bijvoorbeeld het afhandelen van klachten of het opvolgen Wobverzoeken. Sturingsmogelijkheden Overheden werken steeds vaker samen in gemeenschappelijke regelingen, mede als gevolg van de verdergaande decentralisaties. Raadsleden kunnen huiverig zijn voor het overdragen van bevoegdheden aan een gemeenschappelijke regeling vanwege de gedachte dat zij weinig invloed kunnen uitoefenen op de gang van zaken. Gemeenten beschikken wel over een groot aantal wettelijke controle- en sturingsinstrumenten die zowel op de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) als op de Gemeentewet zijn gebaseerd.
Zo bepaalt de Wgr dat een AB-lid verantwoording verschuldigd is aan de gemeenteraad of het college dat hem
45 gekozen heeft. Als de AB-leden door het college zijn gekozen, dan is ook verantwoording verschuldigd aan de raad. Daarnaast moeten de AB-leden uit eigen beweging relevante informatie verstrekken. Dit wordt vaak als de ‘actieve informatieplicht’ aangehaald. De gemeenschappelijke regeling Hart van Brabant (GR Hart van Brabant) De GR Hart van Brabant is sinds 1-1-2022 een gecombineerde raads- en collegeregeling. De (verdeling van de) bevoegdheden zijn beschreven in de artikelen 5, 12 en 13. Dit betreft onder andere ‘zorg te dragen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van de jeugdhulptaken, zoals vastgelegd in het regionale beleidskader Jeugd, met inachtneming van de bepalingen uit de Jeugdwet’. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor de jaarlijkse oplevering van een begroting met actuele uitvoeringsagenda. De totstandkoming van de uitvoeringsagenda loopt via de portefeuillehoudersoverleggen. Het algemeen bestuur is ook bevoegd tot het vaststellen van verordeningen die noodzakelijk zijn voor de realisering van de doelstellingen van de gemeenschappelijke regeling7. Het bestuursorgaan (gemeenteraad of college) dat een lid van het AB heeft aangewezen, kan dit lid op grond van de Wgr ter verantwoording roepen voor het door hem in het AB gevoerde bestuur. Een lid van het AB kan daarnaast ter verantwoording worden geroepen door de eigen gemeenteraad.
Ook op grond van de Gemeentewet is het college aan de raad verantwoording verschuldigd over het gevoerde bestuur binnen een gemeenschappelijke regeling. Artikel 16 van de gemeenschappelijke regeling gaat in op de wijze van verantwoording door (leden van) het algemeen bestuur aan colleges of gemeenteraden over het (door het lid) gevoerde beleid in het algemeen bestuur. De ‘verenigde vergadering’ van de gemeenschappelijke regeling (beschreven in artikel 19) is de meest in het oog springende sturingsmogelijkheid voor gemeenteraadsleden. Als tenminste drie (van de elf) gemeenteraden besluiten dat een verenigde vergadering bijeen dient te komen, dan dient het AB hier opvolging aan te geven. De verenigde vergadering kan ‘doet uitspraken over kwesties die zij van regionaal belang acht’. Hoewel besluiten die worden genomen in de verenigde vergadering niet direct bindend zijn voor het AB, gaat er een belangrijke (politiek-bestuurlijke) signaalwerking van uit. Inlichtingenplicht Op grond van de Wgr is bij gemengde regelingen het AB-lid uit eigen beweging inlichtingen verschuldigd aan de raad die hem heeft aangewezen. Een dreigende begrotingsoverschrijding moet dus uit eigen beweging worden gemeld. Bij collegeregelingen geldt de inlichtingenplicht tegenover het college én de raad. Ook op grond van de Gemeentewet geldt een inlichtingenplicht ten opzichte van de raad voor het college.
Een raadslid kan het college mondeling of schriftelijk vragen stellen.
7 In de regeling die gold tot en met 2021 was de (subsidie-)verordenende bevoegdheid
van het AB voor de jeugdhulptaken niet goed geregeld. Dit is met de huidige regeling rechtgezet.
46 In artikel 15 van de gemeenschappelijke regeling gaat uitgebreid in op de informatieverstrekking van het algemeen bestuur naar colleges en gemeenteraden. Tweemaal per jaar wordt een gemeenteradenbijeenkomst (informatief van aard) georganiseerd. Planning & control cyclus Het DB stuurt de raad jaarlijks voor 15 april de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het volgende begrotingsjaar én de voorlopige jaarstukken van het voorgaande jaar. Daarnaast kan de raad een zienswijze geven op de ontwerpbegroting. De termijn om een zienswijze in te dienen is verlengd naar acht weken, zodat gemeenteraden meer tijd hebben om hun zienswijze af te stemmen met andere gemeenteraden. Met een ‘gezamenlijke’ zienswijze kunnen zij meer invloed uitoefenen. De gemeenschappelijk regeling hanteert de wettelijke termijn van 8 weken voor de zienswijze-procedure op de begroting. Dit betreft de periode tussen het verzenden van de ontwerpversie door het DB en het vaststellen van de definitieve versie door het AB. In artikel 25 van de regeling is bepaald dat de deelbegroting van de regionale jeugdhulptaken apart zichtbaar wordt gemaakt. Jeugdzorg: formele regeling regio Hart van Brabant In december 2013 hebben de colleges van de Hart van Brabant-gemeenten het huidige Regionaal beleidskader Jeugdhulp 2015-2018 aangeboden aan hun gemeenteraden.
Die hebben het in de periode tot en met maart 2014 vastgesteld. Vervolgens is per 1 januari 2015 de Gemeenschappelijke Regeling Regio Hart van Brabant gewijzigd door de colleges van de regio. Om de uitvoering van “de bovenlokale jeugdhulptaken” gezamenlijk te organiseren hebben de gemeenten ervoor gekozen om deze onder te brengen bij de bestaande GR. Per 1 januari 2015 is lid 1 van artikel 4 van de regeling (“Taken”) uitgebreid met sub c: De Regio Hart van Brabant heeft als taak: “Zorg te dragen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van de regionale jeugdhulptaken, zoals vastgelegd in het regionale beleidskader Jeugd, met inachtneming van de bepalingen van de Jeugdwet”. Inkoop van jeugdhulp is een taak voor het college (artikel 2.6 Jeugdwet) De wetgever heeft verder bepaald dat de colleges met elkaar samen werken, als dat voor een doeltreffende en doelmatige uitvoering van deze wet aangewezen is (artikel 2.8 Jeugdwet). In beginsel gebeurt dit op basis van vrijwilligheid. De Minister kan dit echter zo nodig afdwingen. Dit zal slechts als tijdelijke maatregel worden ingezet en het instrument zal alleen worden ingezet indien blijkt dat het gemeenten niet lukt om deze taken onderling te organiseren, volgens de Memorie van Toelichting bij de Jeugdwet.
Jeugdzorg regio Hart van Brabant: beleid Er moet onderscheid gemaakt worden tussen het algemeen beleid, de coördinerende functie van de regio en de rol als gastheergemeente. Algemeen beleid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de 11 gemeenten en is niet belegd in de GR. Wel heeft de GR een coördinerende functie en zijn de uitvoerende taken gedelegeerd naar de GR.