03 ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk.pdf
Tekst van het document
Deze contour reikt niet tot het plangebied, het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmeringen. De voorgenomen ontwikkelingen veroorzaken, gezien de afstand tot de A58 (> 200 meter), geen toename van het groepsrisico. Het GR behoeft conform artikel 8, lid 1 van het Bevt geen nadere beschouwing. Buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van kracht geworden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. In en rond het plangebied zijn geen leidingen gelegen die een beperking opleveren voor de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied.
blad 31 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
Afbeelding 5.1: Uitsnede www.risicokaart.nl met ligging plangebied Vuurwerk Op 1 maart 2002 is het Vuurwerkbesluit in werking getreden. Hierin zijn veiligheidsafstanden opgenomen, die moeten worden aangehouden tussen opslagplaatsen voor vuurwerk en kwetsbare objecten (zoals woningen, bedrijfsgebouwen, maar ook winkels, scholen en cafés). Bestaande vuurwerkbedrijven (inclusief detailhandel) kunnen positief worden bestemd, mits aan de veiligheidsafstanden ten opzichte van kwetsbare objecten wordt voldaan. Indien in een bestaande situatie niet wordt voldaan aan de geldende veiligheidsafstanden, dient een verandering in de inrichting te worden doorgevoerd, waardoor wel aan de veiligheidsafstand wordt voldaan, of dient het bedrijf te worden verplaatst. De veiligheidsafstanden worden gemeten vanaf de deuropening van de (buffer)bewaarplaats. Voor bedrijven waar niet meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, geldt een vaste afstand van 8 meter in de voorwaartse richting tot (geprojecteerde) kwetsbare objecten. Voor bedrijven die meer dan 10.000 kg opslaan, geldt een vaste afstand van 20 meter in voorwaartse richting, indien het uitsluitend verpakt consumentenvuurwerk betreft.
Indien er (ook) sprake is van onverpakt vuurwerk, dient een grotere afstand te worden aangehouden, afhankelijk van de hoeveelheid vuurwerk in de bufferbewaarplaats (deze afstand kan oplopen tot 48 meter voorwaarts). In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die vuurwerk verkopen. Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er geen beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.
blad 32 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
5.3
Kabels, leidingen en overige belemmeringen In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden. Wel bevindt zich in de uiterste zuidwesthoek van het plangebied een molenbiotoop. Deze levert echter geen belemmeringen op voor de voorgenomen bouwplannen. De maximale bouwhoogtes die in dit bestemmingsplan zijn toegestaan, tasten de molenbiotoop niet aan.
5.4
Geluid Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder door wegverkeer, industriële activiteit en railverkeer. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidhinder. Onderzoek Wegverkeer Binnen het plangebied zijn geluidsgevoelige bestemmingen gelegen binnen de zones van wegen zoals bedoeld in hoofdstuk VI van de Wgh ("zones langs wegen"). Voor de geluidsgevoelige bestemmingen (woningen) is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en heeft een toetsing plaatsgevonden aan de normen uit de Wgh (zie separate bijlage). Resultaten Het onderzoek is uitgevoerd voor de Tilburgseweg en Van Malsenstraat, waarbij onderstaande gegevens zijn gehanteerd:
Uitsluitend de Tilburgseweg heeft op grond van de Wgh een geluidzone. De overige wegen zijn 30 km-wegen en hebben om die reden geen formele geluidzone op grond van de Wgh. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat ten gevolge van het wegverkeer op de Tilburgseweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden op de oostelijke gevel van de kerk en een deel van de noordelijke en zuidelijke gevel. Het betreft 11 appartementen. De maximaal te ontheffen geluidbelasting van 63 dB wordt echter niet overschreden. Vanwege de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is onderzoek verricht naar mogelijke maatregelen om de geluidbelasting bij de geluidgevoelige bestemmingen te beperken. Geadviseerde maatregelen Of het toepassen van een geluidreducerend wegdek (Dunne Geluidreducerende Deklaag type A) soelaas biedt is in het akoestisch rapport onderzocht. Hieruit bleek dat de geluidbelasting met circa 2,5 dB gereduceerd kan worden. Hiermee wordt de overschrijding blad 33 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
van de voorkeursgrenswaarde bij geen van de appartementen weggenomen. De investering voor het toepassen van deze bronmaatregel is hierdoor niet doelmatig gezien de financiële investering ten opzichte van het gering aantal woningen binnen het gebouw die hier profijt van ondervindt. Voor deze woningen dient een hogere grenswaarde te worden aangevraagd. Overige maatregelen om de geluidbelasting ten gevolge van de Tilburgseweg ter plaatse van de kerk terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde zijn niet doelmatig en/of mogelijk. Hogere waarden Maatregelen om de geluidbelasting (ten gevolge van de Tilburgseweg) ter plaatse van de appartementen terug te brengen, zijn mogelijk doelmatig. Met deze maatregelen wordt echter niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle dient daarom hogere waarden vast te stellen (zie tabel 5.1). Hierbij is geen rekening gehouden met het mogelijk treffen van een bronmaatregel. Het besluit hogere waarden is een apart besluit en zal tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Tabel 5.1: vast te stellen hogere waarden (zonder maatregelen)
Een volledig overzicht met de hogere waarden per toetspunt is opgenomen in bijlage 5 van het akoestisch onderzoek (zie separate bijlage). Het betreft 11 appartementen waar een hogere waarde voor moet worden vastgesteld. Volgens de huidige schetsen betreft het 5 appartementen met een aanwezige geluidluwe gevel. De andere 6 appartementen hebben geen geluidluwe gevel. Dit zijn de appartementen met de nummers 05, 09, 10, 16, 17 en 19. Voor deze appartementen dient formeel minimaal één geluidluwe gevel te worden gerealiseerd. Echter, aangezien sprake is van een bestaand pand met bijzondere eigenschappen heeft de gemeente besloten af te zien van deze eis. Cumulatie Indien een geluidgevoelige bestemming waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld in de zone van meerdere geluidbronnen ligt, dient de gecumuleerde geluidbelasting inzichtelijk te worden gemaakt. Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke grenswaarden vastgelegd. Het bevoegd gezag dient te beoordelen of deze cumulatie leidt tot een onaanvaardbare geluidbelasting. Ter plaatse van het plangebied bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeer ten hoogste 60 dB. Bij alle woningen waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld is de geluidbron (Tilburgseweg) zélf maatgevend. De gecumuleerde geluidbelasting levert geen buitensporig slechte geluidsituaties op.
De Tilburgseweg is zelf maatgevend voor de gecumuleerde geluidbelasting. Daarnaast betreft het een bestaand gebouw die niet van locatie kan worden veranderd. Eventuele maatregelen blad 34 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
zullen voornamelijk binnen het gebouw getroffen dienen te worden. Hiermee is het vaststellen van een hogere waarde gerechtvaardigd. Geluidwering gevel Voor alle woningen waarvoor het college van burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststelt, dient met behulp van een gevelgeluidweringsonderzoek te worden onderzocht of deze woningen aan de wettelijke geluidgrenswaarde voor het binnenniveau kunnen voldoen. De wettelijke grondslag hiervoor is terug te vinden in het Bouwbesluit. Conclusie Voor 11 appartementen dient een hogere waarde te worden vastgesteld op grond van de Wgh. Voor de appartementen die grenzen aan de Tilburgseweg dient formeel minimaal één geluidluwe gevel te worden gerealiseerd. Echter, aangezien sprake is van een bestaand pand met bijzondere eigenschappen heeft de gemeente besloten af te zien van deze eis. Vanuit het aspect wegverkeerslawaai is onderhavig bestemmingsplan uitvoerbaar.
5.5
Luchtkwaliteit Algemeen Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit') bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden (zoals het vaststellen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen wanneer sprake is van één of meer van de volgende gevallen: er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft tenminste gelijk; het plan draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de concentratie van de desbetreffende stof-fen in de buitenlucht; de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwer-kingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Niet in betekenende mate Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip 'niet in betekenende mate' is vastgelegd in het 'Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'.
In de Regeling zijn catego-rieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor 'woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat'. Onderzoek Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch mogelijk maken van een dermate laag aantal wooneenheden (19), dat dit niet behoort tot een categorie van gevallen waarvoor een luchtkwaliteitonderzoek nodig is. Het bestemmingsplan draagt derhalve “niet in betekende
blad 35 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
mate” bij aan een (verslechtering) van de luchtkwaliteit en kan op dit vlak dus onbelemmerd doorgang vinden. Conclusie Er bestaan voor het onderhavige bestemmingsplan geen belemmeringen ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit.
5.6
Geur Algemeen Industriële geur Het beleid voor industriële geur (geur van bedrijven die niet tot de agrarische sector behoren) is samengevat in een brief van het ministerie van VROM van 30 juni 1995. Kort gezegd komt het erop neer dat afgestapt is van stringente geurnormen: de toetsing of een ontwikkeling toelaatbaar is zonder voor overmatige geurhinder te zorgen, is grotendeels overgelaten aan lokale overheden. Er wordt in de brief een aantal algemene beleidsuitgangspunten gegeven, waarbij "het voorkomen van nieuwe geurhinder" voor de ruimtelijke ordening het belangrijkst is. Binnen de gemeente worden deze algemene uitgangspunten gehanteerd. Voor een aantal categorieën bedrijven is dit algemene geurbeleid geconcretiseerd in de Nederlandse emissie Richtlijn lucht (NeR). Voor zover een "dosis-effectrelatie" (de relatie tussen de geuremissie bij het bedrijf en de hinder voor omwonenden) voor een bedrijfscategorie is vastgesteld, zijn voor die bedrijven "normen" vastgesteld waarbij hinder kan worden verwacht. Voor de overige categorieën bedrijven zal dit moeten worden vastgesteld door specifiek geuronderzoek. Aangezien de NeR een formele richtlijn is, en bovendien een concrete vertaling vormt van het algemene beleidskader, dient hier bij ruimtelijke plannen te worden aangesloten.
In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften met betrekking tot geur opgenomen die rechtstreeks gelden voor bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen. De voorschriften die in het Activiteitenbesluit staan wijken overigens niet (sterk) af van de voorschriften in de NeR, omdat de voorschriften zijn gebaseerd op de NeR. Voor enkele bedrijfscategorieën is behalve een grenswaarde voor nieuwe situaties ook een maximale geurimmissieconcentratie vastgesteld voor bestaande situaties. Agrarische geur Op bedrijven die tot de agrarische sector behoren (veehouderijen) is ten aanzien van het geurbeleid de Wet geurhinder en veehouderij ( 5 oktober 2006) en de bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderij van toepassing. Deze regelgeving geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De geurbelasting wordt berekend en getoetst aan de hand van een verspreidingsmodel (V-stacks model). Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. De wet geeft de mogelijkheid om op lokaal niveau gemotiveerd af te wijken van de wettelijke norm met een verordening. De gemeente Goirle heeft vooralsnog geen verordening met afwijkende normen vastgesteld.
Onderzoek Het plangebied ligt niet binnen de invloedzone van (agrarische) bedrijven met geurhinder. Geurhinder vormt derhalve geen belemmering.
blad 36 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
Conclusie Vanuit het aspect geurhinder zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling die met onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.
5.7
Bodem Algemeen Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet - ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening - worden onderzocht of de voorgenomen bestemming niet wordt belemmerd door bodemverontreiniging. In het belang van de bescherming van het milieu zijn, om de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming. Deze wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken. De bodem dient geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Voor het plangebied , is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (2017). Zie hiervoor bijlage 3. Met dit onderzoek is de hygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Op basis van dit onderzoek is een aanvullend historisch bodemonderzoek uitgevoerd naar brandstoftanks aan de Tilbrugseweg 130-136 (2020). Dit onderzoek is te raadplegen in bijlage 4. De resultaten van deze onderzoeken worden onderstaand omschreven. Onderzoek Grond Op het maaiveld zijn zintuiglijk geen bodemvreemde materialen aangetroffen. In de opgeboorde grond zijn sporen tot resten baksteen en zwakke bijmengingen met slakken aangetroffen. In de resten baksteen en zwak slakkenhoudende bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan koper, zink, lood en PAK gemeten. In de sporen tot resten baksteenhoudende bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt en lood gemeten.
In de sporen baksteenhoudende ondergrond en in de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters verhoogd gemeten. Grondwater Het grondwater bevat een licht verhoogde concentratie aan barium. Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypothese 'onverdachte locatie' wordt verworpen, vanwege de licht verhoogde concentraties aan zware metalen en PAK in de bovengrond en de licht verhoogde concentratie aan barium in het grondwater. De onderzoeksresultaten geven echter geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. De resultaten vormen geen milieuhygiënische belemmering voor de voorgenomen nieuwbouw. Aanvullend historisch onderzoek naar brandstoftanks aan de Tilburgseweg 130-136 Het is bekend dat rondom de te ontwikkelen percelen meerdere brandstoftanks aanwezig zijn geweest. Daarnaast zijn op de Tilburgseweg 133, aan de overzijde van de weg een katoenweverij, juteweverij of schoenenfabriek gevestigd geweest. Bij de gemeente Goirle zijn de KIWA-certificaten opgevraagd van de aanliggende percelen. De certificaten zijn
blad 37 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
opgenomen in de bijlage 4. In onderstaande tabel is samengevat wat de uitkomsten zijn van de tanksaneringen.
Tabel: tanksanering Op basis van bovenstaande gegevens kan worden geconcludeerd dat de voormalige huisbrandolietanks zijn gesaneerd en deels ook zijn afgevoerd van locatie. Gedurende de saneringen van de brandstoftanks zijn geen verontreinigingen waargenomen. Het wordt derhalve niet verwacht dat ter plaatse van de te ontwikkelen percelen een bodemverontreiniging aanwezig is welke afkomstig is van de voormalige brandstoftanks. Dit is ook in overeenstemming met de resultaten van het eerder uitgevoerde bodemonderzoek. Conclusie Vanuit het aspect bodemkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen functiewijziging die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.
5.8
Natuur Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn, het 'Natuurnetwerk Nederland' (NNN). Onderzoek Gebiedsbescherming
blad 38 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
In het kader van de Wet natuurbescherming dient er getoetst te worden of de beoogde ontwikkelingen een negatieve invloed hebben op de beschermde gebieden. Het bestemmingsplan betreft de herontwikkeling van een stedelijke locatie. Er is binnen of direct nabij het plangebied geen sprake van een beschermde ecologische structuur of het verslechteren of verbeteren daarvan. Ook ligt het plangebied niet in of direct nabij beschermde natuurgebieden (NNN of Natura 2000-gebieden). Op enkele kilometers van het plangebied bevindt zich het Natura 2000-gebied 'Regte Heide & Riels Laag'. Op basis van de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en de afstand tot het Natura 2000-gebied zijn significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van dit gebied op voorhand uit te sluiten. Soortenbescherming Naast gebiedsbescherming vindt bescherming van soorten plaats via de Wnb. In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. 2.
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Tijdens een bijeenkomst van het Netwerk Groene Bureau d.d. 16 december 2016 is aangegeven dat drie provincies (Utrecht, Overijssel en Gelderland) de geldende “Aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten” (LNV, 2009) aanhouden en blijven hanteren in de Wet natuurbescherming. De verwachting is dat ook overige provincies deze beschermingsstatus aanhouden. De lijst wordt begin 2017 door de provincies geëvalueerd en waar nodig aangepast. Bij voorliggende toetsing is uitgegaan dat de lijst gehanteerd blijft en dat de nesten een jaarrond beschermde status houden. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Door Stichting Biodiversiteit Goirle - Riel is op 30 maart 2017 een fauna inspectie uitgevoerd. Zowel aan de buitenkant als ook binnen, onder de daken en in de spouwmuren van de Maria Boodschapkerk is gezocht naar gierzwaluwnesten, sporen van vleermuizen en uilen.
Er werden tijdens de inspectie geen sporen van beschermde soorten aangetroffen. De kerk is goed afgesloten, waardoor er geen sprake is van de aanwezigheid van gierzwaluwen, vleermuizen en uilen. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen functiewijziging die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt. Gezien de gedateerdheid van de uitgevoerde veldinspectie wordt - in het kader van de Wet natuurbescherming - nog een aanvullend onderzoek uitgevoerd om te toetsen of er beschermde soorten binnen het plangebied aanwezig zijn. De resultaten daarvan worden in dit bestemmingsplan meegenomen.
5.9
Milieueffectrapportage Algemeen Bij besluit van 21 februari 2011 is het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit
blad 39 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het meer ín lijn brengen 'van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Dit houdt in dat de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter heeft gekregen. Met dit wijzigingsbesluit is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit behorende C- en D-lijst zijn opgenomen, altijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Dit strekt tot het bepalen of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op de D-lijst volgt dan wel een m.e.r.(beoordeling) nodig is. Hierbij is (onder meer) de bij de activiteit behorende drempelwaarde van belang. Onderzoek De activiteit die met het onderhavige bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt kan aangemerkt worden als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r., zijnde "de aanleg , wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen." Vanuit de zogenaamde C-lijst geldt voor de ontwikkeling geen directe m.e.r.-plicht.
De activiteit valt vanwege de omvang ervan eveneens buiten de D-lijst (D11.2), omdat de activiteit geen betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Een (vorm)vast m.e.r.-beoordelingsplicht is niet aan de orde. Wel dient (vormvrij) gemotiveerd te worden dat niet alsnog belangrijk negatieve effecten op het milieu zijn die aanleiding geven om een milieueffectrapport (MER) op te stellen. De effecten van het voornemen zijn in vergelijking tot het huidige bestemmingsplan en het gebruik binnen het plangebied minimaal. Zo ligt het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied en zal geen relevant verschil in de verkeersaantrekkende werking optreden in vergelijking met de huidige planologische situatie, waarin reeds functies met een verkeersaantrekkende werking in het plangebied zijn toegestaan. Op grond van de in dit kader van het onderhavige bestemmingsplan beschreven aspecten (zie vorige paragrafen) en het verschil tussen de daadwerkelijke activiteit in relatie tot de drempelwaarden waaruit een m.e.r.-beoordelingsplicht voortvloeit, wordt geconcludeerd dat bij de vaststelling van dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieueffecten voortkomen die het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling dan wel het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.
Voor het project is geen aanleiding om een MER op te stellen. Conclusie In het kader van het ontwerpbestemmingsplan wordt een aanmeldingsnotitie m.e.r. opgesteld. Op basis van deze notitie neemt het college een besluit of al dan niet een m.e.r.-procedure noodzakelijk is.
blad 40 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
Hoofdstuk 6
WATER De watertoets, die wettelijk is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening, is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. De watertoets verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit hoofdstuk geeft daar uitvoering aan.
6.1
Beleid Rijk en provincie Het nationale en provinciale waterbeleid is beschreven in het Nationaal Waterplan en in het Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2016-2020. Nationaal Waterplan Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant 2016-2021 Dit plan, vastgesteld op 18 december 2015, geeft de hoofdlijnen van het milieu- en waterbeleid in de provincie. Hoofddoelen van dit plan zijn: voldoende water voor mens, plant en dier; schone en gezonde leefomgeving (bodem, water, lucht); bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico's; verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Structuurvisie De provincie gaat ervan uit dat de wateroverlast in de regionale watersystemen in 2015 aangepakt is waarbij de trits "vasthouden, bergen, afvoeren" als uitgangspunt geldt. Het vasthouden van het water vindt zoveel als mogelijk bovenstrooms op de hoger gelegen gebieden plaats in de zogenaamde brongebieden. Hier liggen kansen voor de koppeling met natuurontwikkeling en droogtebestrijding.
Ook in de nabijheid van de grote steden liggen kansen voor het bovenstrooms vasthouden en bergen van het water. Hier liggen mogelijkheden voor de koppeling met bijzondere woon- en werkmilieus, de vergroting van het recreatief uitloopgebied en bestrijding van de verdroging in het omliggende landelijk gebied. Waterschap De Dommel Waterschap De Dommel is waterbeheerder in het plangebied en is verantwoordelijk voor de waterhuishoudkundige verzorging (waterkwaliteit en waterkwantiteit) binnen het plangebied. Het beleid van het waterschap is verwoord in de volgende documenten en wordt hierna kort besproken: Waterbeheerplan 2016 - 2021 'Waardevol Water'; Handreiking Watertoets;
blad 41 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
Keur 2015. Waterbeheerplan 2016 - 2021 'Waardevol Water' Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016 - 2021. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu- en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema's: droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlakte water; natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren; schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen; mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik. Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen.
Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking. In dit Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met al de partners in het gebied wil uitbouwen en 'grenzeloos' organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid. Handreiking watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. De initiatiefnemer verwoordt in een waterparagraaf zijn afweging van de waterhuishoudkundige aspecten. Het waterschap geeft hierover een wateradvies. De Handreiking watertoets, die door het waterschap De Dommel is opgesteld, is een middel om te komen tot een evenwichtige watertoets. De handreiking is te vinden op de website van het waterschap www.dommel.nl Keur Een van de instrumenten van het waterschap om zijn taken uit te oefenen is de Keur.
De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder vergunning geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen, die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een vergunning bij het waterschap moet worden gevraagd. blad 42 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
Voor een aantal werkzaamheden is een vergunning vereist van het waterschap op grond van de Keur. Wanneer aan de bepalingen van de algemene regels van de Keur wordt voldaan, is geen vergunning vereist. Voorbeelden van situaties waarbij de Keur van toepassing is zijn: het dempen of wijzigen van een watergang; het aanleggen van kabels of leidingen; het planten van bomen en struiken; het brengen van water in een watergang. Gemeente Verbreed gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 Als antwoord op de zorgplicht voortkomend uit de Wet milieubeheer, is door de gemeenteraad het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (VGRP) vastgesteld. Doelstelling van het VGRP zijn: beschermen volksgezondheid; voorkomen wateroverlast; voorkomen grondwateroverlast; voorkomen milieuoverlast; voorkomen instortingsgevaar (riolering); voorkomen langdurige lozingsbeperking (riolering). De gemeente Goirle en waterpartners streven naar een integrale en duurzame benadering van het watersysteem en de afvalwaterketen. Hierbij wordt nadrukkelijk samenwerking tussen de ketenpartners gezocht. Integraliteit en samenwerking zijn hierbij geen doelen op zich, maar essentiële randvoorwaarden om kosten en kwetsbaarheid te verminderen en de kwaliteit en kennisuitwisseling te verbeteren. Door klimaatverandering wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld. Buien worden heviger en duren langer.
Hierdoor neemt het risico op (grond)wateroverlast toe. Het blijven verruimen van de ondergrondse riolering is geen optie, de afvoercapaciteit zal tijdens extreme neerslagomstandigheden niet toereikend zijn en het is bovendien te kostbaar. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden niet afgewenteld op het bestaande watersysteem en rioolstelsel. Om droge voeten te houden en schade te voorkomen wordt ruimte gecreëerd in het groen, oppervlaktewater en/of de openbare ruimte. Hierbij wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: infiltreren (vasthouden) waar mogelijk, bufferen op locaties met voldoende beschikbare ruimte en als het niet anders kan, dan pas afvoeren. In openbaar gebied komt dit tot uiting door hemelwatervoorzieningen in groenstroken die geschikt zijn gemaakt voor de opvang van overtollig hemelwater, aanpassing van waterpartijen en/of bovengrondse water regulerende constructies (bovengrondse waterslimme oplossingen). Indien doelmatig draagt de perceelseigenaar een steentje bij door op eigen terrein voorzieningen te treffen voor buffering en/of opslag van hemelwater en/of opvang van overtollig grondwater. De gemeente ziet hierbij toe op een doelmatige invulling van de hemelwateropgave. Nieuwe ontwikkelingen en reconstructies worden hydrologisch neutraal ingepast.
Gestreefd wordt om de menselijke activiteiten zo veel mogelijk af te stemmen op de natuurlijke (grond)waterfluctuaties.
6.2
Huidige en toekomstige situatie Verhard oppervlak Het voornemen is de bestaande kerk te verbouwen tot maximaal 19 wooneenheden. De hoeveelheid verhard oppervlak in het plangebied neemt marginaal toe als gevolg van de bestrating ten behoeve van parkeren. Binnen het plangebied is voldoende ruimte in de
blad 43 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
tuinen om hemelwater te laten infiltreren. Daarnaast bestaat de bodem grotendeels uit zand. Hierdoor kan het hemelwater goed infiltreren in de bodem. Dit is conform de voorkeursvolgorde infiltreren-bufferen-afvoeren zoals opgenomen in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan van de gemeente Goirle. Omdat op eigen terrein - net als in de huidige situatie - voldoende ruimte is voor de infiltratie van hemelwater, hoeft de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling niet te worden afgewenteld op het bestaande watersysteem en rioolstelsel. Oppervlaktewater en watergangen In het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. Er wordt bij de ontwikkeling geen oppervlaktewater gedempt of toegevoegd. Afvoer hemelwater Hemelwater dat terecht komt op de bebouwing en terreinverharding wordt beschouwd als schoon wanneer er uitgegaan wordt van het gebruik van niet –uitlogende bouwmaterialen (uitlogende bouwmaterialen zijn onder andere zinken dakgoten en standpijpen, loden dakslabben, betongranulaat als wegfundering ect.). Dit water kan direct infiltreren in de bodem (tuinen). Het voornemen is om het hemelwater oppervlakkig in het plan te verwerken, met een overstort op maaiveld naar het gemeentelijke riool. Afvalwater Afvalwater wordt als volgt afgevoerd: Afvalwater wordt gescheiden van het hemelwaterafvoer aangeleverd en afgevoerd naar gemengd rioolstelsel.
Conclusie In het plangebied zijn geen watergangen of greppels aanwezig. Er zijn geen aandachtspunten met betrekking tot oppervlakte- en grondwater bekend. Er treedt geen grote toename van de verharding op. Effecten van de ontwikkeling op de bodem en grondwater, oppervlaktewater en watergangen, hemelwater, waterberging en afvalwater treden hiermee niet op. Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.
blad 44 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
Hoofdstuk 7
OPZET PLANREGELS In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de verschillende regels die van toepassing zijn op de aanwezige bestemmingen.
7.1
Plansystematiek Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is hierbij naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en regels, Voor de opbouw van de regels is aangesloten bij de geldende Standaard vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP).
7.2
Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen over de in het plan gehanteerde begrippen en de wijze van meten. Begrippen In dit artikel zijn de begrippen die in de planregels worden gehanteerd gedefinieerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Als gebruikte begrippen niet in artikel 1 voorkomend dan geldt de uitleg/interpretatie die daaraan in het dagelijkse taalgebruik wordt gegeven. Wijze van meten In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.
7.3
Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels De standaard opbouw van de bestemmingsregels conform de SVBP betreft: bestemmingsomschrijving: een beschrijving van de bestemming; bouwregels: regels voor het oprichten van gebouwen en bouwwerken; nadere eisen: indien noodzakelijk staan hier aanvullende regels waarin specifieke eisen kunnen worden gesteld aan de realisatie van de op te richten bouwwerken; afwijken van de bouwregels: de gevallen waarin afgeweken kan worden van de bouwregels; specifieke gebruiksregels: indien noodzakelijk worden hier aanvullende regels gegeven voor het gebruik van de gronden binnen de betreffende bestemming; afwijken van de gebruiksregels: de gevallen waarin afgeweken kan worden van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid. Per bestemming kunnen onderdelen, voor zover niet relevant, ontbreken. In voorliggend bestemmingsplan zijn de hierna te noemen bestemmingen opgenomen.
blad 45 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
Groen Ter bescherming van de ruimte rondom de appartementen is de bestemming 'Groen' opgenomen. Naast groen zijn hier ook nutsvoorzieningen, bermen en bermsloten, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, vijvers en watergangen, voorwerpen van beeldende kunst en straatmeubilair toegestaan. Binnen de bestemming mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Tuin Ten behoeve van de appartementen op de begane grond van de kerk is op de verbeelding en in de planregels de bestemming 'Tuin' opgenomen. Om te voorkomen dat op deze gronden gebouwd gaat worden, is in de bouwregels opgenomen dat ter plaatse geen gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen worden gebouwd. Hierdoor wordt voorkomen dat de gaafheid van het uitzicht op de kerk niet wordt verstoord door allerlei bouwwerken. Enkel erfafscheidingen zijn opgenomen in de planregels. Verkeer - Verblijfsgebied De parkeerplaats ten behoeve van de appartementen is bestemd tot 'VerkeerVerblijfsgebied'. Deze gronden hebben een verblijfsfunctie, waarbinnen ook water en waterhuishoudkundige voorzieningen, speelvoorzieningen, parkeerplaatsen, rijwielstalvoorzieningen en beeldende kunst zijn toegestaan. Wonen De bestemming 'Wonen' is toegekend aan gronden waarop het wonen de hoofdfunctie is. Het plan voorziet in de realisatie van een maximaal 19 wooneenheden in de bestaande kerk.
Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om maatschappelijke functies in de kerk onder te kunnen brengen indien de noodzaak daarvan aangetoond kan worden. Verbeelding Op de verbeelding zijn binnen het bestemmingsvlak een bouwvlak en een gebied 'bijgebouwen' aangewezen. Woningen (hoofdgebouwen) zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, behoudens een algemene regeling voor overschrijding van bouwgrenzen in artikel 9. Bijgebouwen mogen binnen het gebied 'bijgebouwen' worden gebouwd. Bouwregels De bouwmogelijkheden zijn gekoppeld aan het begrip bouwperceel. De omschrijving van een bouwperceel luidt als volgt "een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan". Daarmee beslaat het bouwperceel nagenoeg altijd het gehele perceel. Onder bouwwerken vallen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen. De bouwregels maken onderscheid tussen het hoofdgebouw, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde. Onder bijgebouwen worden begrepen alle vrijstaande en aangebouwde bijgebouwen. De begripsomschrijving is in artikel 1 opgenomen. Bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het gebied met de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd.
blad 46 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
De bouwhoogte van bijgebouwen mag maximaal 5 meter bedragen. Erfafscheidingen In de bouwregels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, is een regeling opgenomen voor erfafscheidingen. Erfafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van de woning mogen niet hoger zijn dan 1 meter; overige erfafscheidingen niet hoger dan 2 meter. Beroep/bedrijf aan huis De woning en de daarbij behorende bijgebouwen mogen tevens worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep/bedrijf. Hierbij geldt, dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning tot een oppervlakte van maximaal 60 m² mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep/bedrijf. Het percentage van 10% wordt berekend over het bestaande totale vloeroppervlak van de woning. Waarde - cultuurhistorische bebouwing Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van de monumentale waarde van het voormalige kerkgebouw. Slopen is niet zondermeer toegestaan en bij het verbouwen van het gebouw geldt het uitgangspunt dat de uiterlijke verschijningskenmerken van het gebouw in stand gehouden moeten worden. Daarbij gaat het om architectuur, bouwhoogte en dergelijke.
7.4
Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat artikelen, waarin bepalingen zijn opgenomen die gelden voor het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelbepaling, algemeen geldende bouw-, gebruiks-, procedure-, aanduidings-, afwijkings- en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Bro overgenomen in het bestemmingsplan. Algemene bouwregels Deze regels bevatten een regeling voor een beperkte overschrijding van bouwgrenzen. Daarnaast is een regeling opgenomen voor de ruimte tussen bouwwerken. Deze bepaling is bedoeld om het ontstaan van smalle ontoegankelijke open ruimten tussen gebouwen op aangrenzende terreinen te voorkomen, omdat deze aanleiding tot hinder door vervuiling kunnen geven. De bepaling kan zowel worden nageleefd door gebouwen tegen elkaar aan te plaatsen, indien het bestemmingsplan dat toestaat, als door een tussenruimte van meer dan een meter breedte te realiseren. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning hiervan afwijken, indien de smalle open ruimte voldoende voor onderhoud bereikbaar is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een opening in de zijgevel van het gebouw.
Algemene gebruiksregels Deze regels bevatten de voor het plan geldende algemene gebruiksbepalingen voor wat betreft strijdig gebruik en bevatten algemene parkeerregels.
blad 47 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
Algemene aanduidingsregels Teneinde vrije windvang voor molens te garanderen gelden beperkingen voor de hoogte van bebouwing in een cirkel van 100 en 400 meter rondom de molen. Onderhavig plangebied ligt voor een klein gedeelte in de cirkel van 400 meter. Er zijn dan ook een algemene aanduidingsregels opgenomen die horen bij de molenbiotoop 400 meter. Algemene procedureregels Deze regels bevatten de algemene proceduregels die burgemeester en wethouders in acht moeten nemen bij het nemen van een besluit omtrent een nadere eis overeenkomstig een in het plan opgenomen regeling. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het corrigeren van de bestemmingsgrenzen ten behoeve van een praktische uitvoering van het plan. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het plan te wijzigen ten aanzien van de wettelijke regels. Overige regels Dit artikel bevat een bepaling over de wettelijke regelingen waar in de planregels naar verwezen wordt.
7.5
Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing opgenomen. Het overgangsrecht houdt in dat gebruik en bebouwing dat in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, maar reeds aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet. Gebruik dat strijdig was met het vorige bestemmingsplan blijft strijdig. Er is geen sprake van legalisatie van reeds strijdig gebruik door dit bestemmingsplan en er kan ook nog steeds worden gehandhaafd. Ook bouwwerken die op de peildatum illegaal zijn, blijven illegaal. Het overgangsrecht volgt uit het Besluit ruimtelijke ordening, dat verplicht (artikel 3.2.1) tot het opnemen van een standaard overgangsregel voor bouwwerken (artikel 3.2.1) en gebruik (artikel 3.2.2). Slotregel Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
blad 48 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
Hoofdstuk 8
8.1
UITVOERBAARHEID
Economische uitvoerbaarheid In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom de grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. De bouw van een of meerdere hoofdgebouwen is in het betreffende artikel van het Bro opgenomen. Een exploitatieplan dient tegelijkertijd met een bestemmingsplan te worden vastgesteld. In de Wro is tevens opgenomen dat kan worden afgeweken van de verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Dit is het geval indien de gemeente en de initiatiefnemer en/of de ontwikkelende partij een privaatrechtelijke overeenkomst hebben gesloten over de verdeling van de kosten bij de grondexploitatie. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet een expliciet besluit worden genomen dat het niet noodzakelijk is om een exploitatieplan vast te stellen.
Met de ontwikkelaar wordt een privaatrechtelijke overeenkomst en een planschadeverhaal overeenkomst gesloten. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd.
8.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het plan is onderworpen aan inspraak en ter inzage gelegd voor ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden. Tijdens deze periode konden zij schriftelijk een reactie indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Goirle. Van de gevoerde inspraakprocedure is een eindverslag opgesteld dat als Bijlage 7 bij deze toelichting is opgenomen.
Regels
blad 49 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935
blad 50 van 79
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Bijlage 1: Eindverslag inspraakprocedure
Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan “Maria Boodschapkerk"
Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling Postbus 17 5050 AA Goirle
INHOUDSOPGAVE
1. Overzicht van de gevolgde procedure 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
Algemeen Object van inspraak Subject van inspraak Inspraakprocedure Ontvankelijkheid
2. Samenvatting en beoordeling van de naar voren gebrachte inspraakreacties
3. Tenslotte
Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk"
2
1. Overzicht van de gevolgde procedure. 1.1. Algemeen. Artikel 150 van de Gemeentewet draagt de gemeenteraad op een inspraakverordening vast te stellen, waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke personen en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken. Deze verordening is de door de gemeenteraad van Goirle op 20 december 2005 vastgestelde "Inspraakverordening Goirle" (hierna te noemen: de inspraakverordening). Ten aanzien van bestemmingsplannen is op 14 december 2010 door de gemeenteraad besloten inspraak te verlenen. Tevens is een inspraakprocedure vastgesteld (zie paragraaf 1.4. Inspraakprocedure). Conform artikel 5 van de inspraakverordening van de gemeente Goirle, dienen burgemeester en wethouders ter afronding van de inspraak een eindverslag op te maken. Voorliggend stuk behelst dit verslag en bestaat, zoals voorgeschreven in artikel 5, tweede lid, onder a, b, en c, van de inspraakverordening, uit een overzicht van de gevolgde procedure en, indien van toepassing, een weergave van de zienswijze(n) die tijdens de inspraaktermijn naar voren zijn gebracht en een reactie op deze zienswijze(n). 1.2. Object van inspraak. Object van inspraak is het voorontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk". 1.3. Subject van inspraak.
Inspraak is verleend aan ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden. 1.4. Inspraakprocedure. De wijze waarop inspraak wordt gegeven is geregeld in de inspraakverordening. Artikel 4, tweede lid, van de inspraakverordening bepaalt dat ons college voor één of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure kan vaststellen, waarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de inspraakverordening (waarin een standaardprocedure is opgenomen). Van deze mogelijkheid hebben wij op 14 december 2010 gebruik gemaakt, waarbij de volgende inspraakprocedure is vastgesteld. 1. Burgemeester en wethouders leggen het voorontwerpbestemmingsplan, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling daarvan, ter inzage. 2. Voorafgaand aan de terinzagelegging geven burgemeester en wethouders in één of meer dag- of nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van de terzagelegging van het voorontwerpbestem-mingsplan. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud. 3. In de kennisgeving als bedoeld onder 2, wordt vermeld: - waar en wanneer de stukken ter inzage liggen; - wie in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen naar voren brengen en - op welke wijze dat kan geschieden. 4.
Insprekers kunnen bij burgemeester en wethouders schriftelijk een zienswijze omtrent het voorontwerpbestemmingsplan naar voren brengen. 5. De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen bedraagt drie weken. De termijn vangt aan met de dag, waarop het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. De artikelen 6:8 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. Het voorontwerpbestemmingsplan met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling daarvan hebben gedurende drie weken, van 28 mei 2020 tot en met 17 juni 2020, ter inzage gelegen. Hiervan is kennis gegeven op de gemeentelijke website, in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad "Goirles Belang" van 27 mei 2020, alsmede op de in de gemeente gebruikelijke wijze door middel van aankondiging van de bekendmaking op het gemeentelijke publicatiebord. Gedurende de termijn van terinzagelegging konden ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden schriftelijk een inspraakreactie omtrent het voorontwerpbestemmingsplan naar voren brengen bij het college van burgemeester en wethouders van Goirle. Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk"
3
Schriftelijke inspraakreacties. Van de mogelijkheid om een inspraakreactie naar voren te brengen is acht maal gebruik gemaakt. Vanwege de Wet bescherming persoonsgegevens zijn de NAW (naam, adres woonplaats) gegevens van reclamanten niet opgenomen. Nr. Naam 1 Erfgoedvereniging “Heemschut” 2 Stichting Steengoed Goirle 3 Het Cuypers Genootschap 4 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 5 Particulier 6 De Bever architecten
Ontvangen Bij brief van 14 juni 2020 Bij brief van 16 juni 2020 Bij brief van 8 juni 2020 Bij brief van 17 juni 2020 Bij brief van 22 juni 2020 Bij brief van 26 juni 2020
1.5. Ontvankelijkheid. Vóórdat tot een inhoudelijke beoordeling van de inspraakreacties kan worden overgegaan, moet worden beoordeeld of deze reacties tijdig, dat wil zeggen binnen de daarvoor gestelde termijn van drie weken, bij het college van burgemeester en wethouders naar voren zijn gebracht. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 28 mei 2020 drie weken ter inzage gelegen. Dit betekent concreet dat 17 juni 2020 (om 00.00 uur) de laatste dag was om omtrent het voorontwerpbestemmingsplan bij ons college een inspraakreactie naar voren te brengen.
2. Samenvatting en beoordeling van de kenbaar gemaakte inspraakreacties.
Hieronder worden de inspraakreacties samengevat en beoordeeld. Dit betekent niet dat die onderdelen van de inspraakreacties die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zouden worden betrokken. Elke inspraakreactie wordt in zijn geheel beoordeeld. Na de samenvatting van de inspraakreactie volgt de beoordeling. Daar waar hier wordt gesproken over het voorontwerpbestemmingsplan dan wel voorontwerp is daarmee bedoeld het voorontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk", zoals het ten behoeve van de inspraak ter inzage heeft gelegen. Hierna wordt per inspraakreactie een korte samenvatting gegeven. Onder Beoordeling wordt de inspraakreactie beoordeeld en onder het kopje Conclusie is aangegeven of, en zo ja op welke punten, de inspraakreactie al dan niet aanleiding geeft tot aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan.
2.1.
nummer 1: Erfgoedvereniging Heemschut
Samenvatting inspraakreactie: Erfgoedvereniging heeft de volgende inspraakreacties geuit: 1. Het beoogde plan (19 appartementen met balkons en de vele lichtopeningen) is te groot/zwaar van opzet waardoor het rijksmonument te veel wordt aangetast; 2. Er wordt geadviseerd om een bouwhistorisch onderzoek te verrichten en dat als vertrekpunt te nemen voor een bepaalde ontwikkeling (denken vanuit de monumentale gedachte); 3. Ruimtelijke kwaliteit van het gebied wordt in visuele en fysieke zin te veel aangetast. Graag aandacht daarvoor; 4. Zijn andere herbestemmingsmogelijkheden voldoende onderzocht?; 5. Is er een lichter programma denkbaar waarbij een deel van de kerk publiekelijk toegankelijk blijft (in de vorm van een kapel), het terug brengen van balkons en nieuwe lichtopeningen.
Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk"
4
Beoordeling. Ad 1. Het beoogde plan is tot stand gekomen na intensief overleg met direct omwonenden en andere betrokkenen. Beoogde ontwikkeling is ten opzichte van de eerste planvorming al veel bijgesteld. Wij zijn van mening dat het programma, zoals dat nu is vormgegeven, de juiste balans is waarbij enerzijds het monumentale karakter van de kerk maximaal wordt behouden en anderzijds dit de minimale invulling is om exploitabel te zijn. Ad 2. Het uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek heeft geen enkele meerwaarde. Een bouwhistorisch onderzoek zal geen duidelijke richting geven welke gebruiksmogelijkheden er liggen voor de Maria Boodschapkerk. In maart 2019 heeft er een bouwhistorische bouwverkenning plaatsgevonden en is er in aanloop naar deze ontwikkeling veel gebrainstormd, bekeken en gerekend waar de mogelijkheden liggen met in het achterhoofd houdende dat het monumentale karakter behouden moet blijven. Een plan ontwikkelen zonder concessies te doen aan het bestaande monumentale karakter is schier onmogelijk. Vanuit formele regelgeving is er geen ontkomen aan om bijvoorbeeld extra gevelopeningen te realiseren ten aanzien daglichttoetreding. Ad 3. Bij de ontwikkeling van dit plan is maximaal rekening gehouden met de ruimtelijke inpassing van het gebied rondom de Maria Boodschapkerk.
Met direct omwonenden is en wordt gezocht naar een ruimtelijke invulling die recht doet aan de kerk en belendende percelen. Met de bewoners van de Van Malsenstraat 3 en Langeboomstraat 7 zijn al gesprekken gevoerd en is de afspraak gemaakt dat zij verder betrokken worden bij de definitieve (ruimtelijke) inrichting van het gebied rondom de kerk. Ad 4. Zoals eerder aangegeven zijn er diverse scenario’s onderzocht en bekeken. Al deze alternatieve hebben de eindstreep niet gehaald omdat het enerzijds te veel/nog meer ten koste zou gaan van het monumentale karakter van de kerk en anderzijds dat het financieel gezien niet haalbaar is. Ad 5. Gelet op de investeringen die zijn gedaan en die nog moeten plaatsvinden, is het programma zoals dat in het voorontwerpbestemmingsplan is omgeschreven c.q. uitgewerkt, de minimale invulling waarbij de ruimtelijke kwaliteit en het monumentale karakter van de kerk maximaal worden geborgd. Conclusie Deze inspraakreactie leidt niet tot een aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan. 2.2
Nummer 2: Stichting Steengoed Goirle
Samenvatting inspraakreactie: Stichting Steengoed Goirle heeft de volgende inspraakreacties geuit: 1 2 3 4 5
Beoogde ontwikkeling is te intensief voor de kerk als gebouw en omgeving; Er wordt alleen ingestemd met een bepaalde herbestemming als Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) akkoord gaat; Afwijken van het preadvies van RCE zorgt voor precedentwerking; Er zijn aantoonbaar andere rendabele mogelijkheden besproken. Hier is verder tot op heden geen actie op ondernomen; De kerk, welke met gelden van parochianen is gebouwd en met gemeenschapsgeld is gerestaureerd, wordt teniet gedaan door beoogde ontwikkeling te realiseren.
Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan "Maria Boodschapkerk"
5
Beoordeling. Ad 1. Het beoogde plan is tot stand gekomen na intensief overleg met direct omwonenden en andere betrokkenen. Beoogde ontwikkeling is ten opzichte van de eerste planvorming al veel bijgesteld. Wij zijn van mening dat het programma, zoals dat nu is vormgegeven, de juiste balans is waarbij enerzijds het monumentale karakter van de kerk maximaal wordt behouden en anderzijds dit de minimale invulling is om exploitabel te zijn. Ad 2. Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. Ad 3. Nu in onderhavig geval is besloten om op een aantal punten af te wijken van het preadvies van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE), is dit geen vrij brief om dit in alle voorkomende gevallen ook te doen. Elke ontwikkeling en het daarmee aanhangende (pre) advies wordt op haar eigen merites beoordeeld waaruit een weloverwogen besluit volgt. Een beroep doen op precedentwerking heeft in zijn algemeenheid een minimale slagingskans omdat situaties immers nooit exact gelijk zijn. Ad 4. Initiatiefnemer heeft met alle betrokkene partijen gesproken en/of uitgenodigd voor een gesprek om te komen tot een plan die door alle partijen gedragen zou kunnen worden. Bij die overleggen zijn diverse varianten/scenario’s/mogelijkheden ter tafel gekomen.
Het feit dat uiteindelijk gekozen is voor een mogelijkheid/variant waar u niet of maar deels achterstaat betreuren wij maar wij zijn er van overtuigd dat, het gekozen programma zoals dat nu voor ligt, het algemene belang van onze burgers het beste dient. Ad 5. Om de kerk in zijn huidige staat te kunnen behouden en daar waar nodig te verbeteren, achten wij het noodzakelijk dat op (korte) termijn daar een passende invulling aan wordt gegeven. Hoe langer we wachten met een invulling des te sneller raakt de kerk in verval met alle gevolgen van dien. Zoals eerder is aangegeven zijn wij van mening dat de beoogde ontwikkeling een bijdrage levert aan de woning schaarste waarbij oog is voor de ruimtelijke kwaliteit van zowel de omgeving alsmede het monumentale gebouw. Daarbij wordt nog opgemerkt dat initiatiefnemer meer dan 50 % van de reeds uitgevoerde restauratie voor haar rekening heeft genomen. Conclusie Deze inspraakreactie leidt niet tot een aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan. 2.3.