CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

03 ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk.pdf

Besluitvormend 5 oktober 2021, gemeente GoirleBij agendapunt: 8: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Maria Boodschapkerk26.572 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTE GOIRLE

BESTEMMINGSPLAN MARIA BOODSCHAPKERK

GEMEENTE BESTEMMINGSPLANNUMMER SCHAAL VAN DE VERBEELDING STATUS PLAN DATUM TERVISIELEGGING ONTWERP DATUM VASTSTELLING

DATUM UITSPRAAK ABRS DATUM INWERKINGTREDING DATUM ONHERROEPELIJK NAAM EN ADRES OPSTELLER

: : : : : : : : : :

GOIRLE

N L . I M R O . 0 7 8 5 . B P 2 0 1 7 0 0 8 B O O D S C H A P - OW 0 1

1:1.000 ONTWERP

ANTEA GROUP, BENELUXWEG 125, 4904 SJ OOSTERHOUT

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Inhoudsopgave

blad 3 van 79

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

INLEIDING Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

5 5 5 6 7 7

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4

BESCHRIJVINGPLANGEBIED Historische ontwikkeling Ruimtelijke en functionele structuur Technische infrastructuur Voorgenomen ontwikkeling

9 9 11 11 12

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

RUIMTELIJKBELEIDSKADER Rijk Provincie Gemeente

15 15 17 19

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

THEMATISCHEBELEIDSKADERS Stedenbouwkundige uitgangspunten en welstand Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Volkshuisvesting Groen Verkeer en parkeren

23 23 23 25 25 26

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

MILIEUASPECTEN Milieuhinder en bedrijven Externe veiligheid Kabels, leidingen en overige belemmeringen Geluid Luchtkwaliteit Geur Bodem Natuur Milieueffectrapportage

29 29 29 33 33 35 36 37 38 39

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

WATER Beleid Huidige en toekomstige situatie

41 41 43

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

OPZET PLANREGELS Plansystematiek Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel

45 45 45 45 47 48

Hoofdstuk 8 8.1 8.2

UITVOERBAARHEID Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

49 49 49

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

51 51 Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Artikel 2

Wijze van meten

56

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Groen Tuin Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Waarde - cultuurhistorische bebouwing

57 57 59 60 62 64

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene procedureregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

67 67 68 70 71 73 74 75 76

Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

77 77 78

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Archeologisch onderzoek

Bijlage 2

Geluidonderzoek

Bijlage 3

Bodemonderzoek

Bijlage 4

Aanvullend historisch onderzoek brandstoftanks

Bijlage 5

Boom effect analyse

Bijlage 6

Erfdienstbaarheid

Bijlage 7

Inspraakverslag

Bijlagen bij regels Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Toelichting

blad 4 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Bijlagen 1. Eindverslag inspraakprocedure 2. Toelichting Staat van Bedrijfsactiviteiten

Separate bijlagen 1. Archeologisch onderzoek 2. Geluidonderzoek 3. Bodemonderzoek 4. Aanvullend historisch onderzoek brandstoftanks 5. Boom effect analyse 6. Erfdienstbaarheid

PLANTOELICHTING

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Hoofdstuk 1

1.1

INLEIDING

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Op het perceel Van Malsenstraat 1 te Goirle staat het rijksmonument Maria Boodschapkerk. Nadat de Maria Boodschapkerk op 11 juli in 2010 aan eredienst is onttrokken heeft het enige tijd geduurd voordat er een concreet plan tot herontwikkeling van het rijksmonument kwam. Inmiddels heeft HERMON Erfgoed Goirle B.V. het monument en bijbehorende gronden aangekocht. Het voornemen is om de kerk te transformeren tot woonfunctie, waarbij maximaal 19 wooneenheden in de kerk worden gerealiseerd. Hiermee wordt leegstand voorkomen en blijft een rijksmonument behouden. Omdat de plannen niet mogelijk zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. Het bestemmingsplan heeft als doel om de beoogde ontwikkeling planologisch te verankeren binnen duidelijke kaders. Deze kaders worden bepaald door de in het Besluit ruimtelijke ordening genoemde onderdelen waaruit een bestemmingsplan ten minste dient te bestaan: een verbeelding, regels en een toelichting. Het college van de gemeente Goirle heeft op 13 februari 2019, ondanks de negatieve adviezen van de Rijksdienst en de Welstands- en monumentencommissie, ingestemd met het voorliggende plan.

Hoewel de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) in deze negatief heeft geadviseerd, is de gemeente toch van mening dat met voorliggend plan geen afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische/architectonische kwaliteiten van de Maria Boodschapkerk. Met de herontwikkeling worden de cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten/elementen zoveel mogelijk behouden. Het is echter niet te voorkomen dat bepaalde elementen van het pand gewijzigd dienen te worden om te kunnen voldoen aan de voorwaarden uit de wetgeving (Bouwbesluit) in relatie tot bijvoorbeeld daglichttoetreding in de woningen. Dat neemt niet weg dat het plan zeer zorgvuldig en overwogen tot stand is gekomen, waarbij het uitgangspunt is om het rijksmonumentale karakter van de voormalige kerk geen geweld aan te doen. Beeldbepalende elementen in en rondom de kerk worden behouden waar dat mogelijk is en ingepast binnen de bestaande (groen) structuren. Er is derhalve besloten om positief in te stemmen met het plan, omdat de kerk jarenlang leeg heeft gestaan en het niet te veronderstellen is dat op korte termijn een andere functie gevonden wordt met een kleiner effect op de verschijningsvorm van het pand. Met de voorgenomen herontwikkeling wordt voorkomen dat het rijksmonument binnen afzienbare tijd (opnieuw) in verval raakt.

Dit zou zonde zijn voor de gemeenschap en de uitstraling die de Maria Boodschapkerk in de omgeving nu geniet. Momenteel lijkt de herontwikkeling met woningbouw de meest realistische optie. Voor het geval dat in de toekomst toch een maatschappelijke functie realistisch blijkt, is een wijzigingsbevoegdheid aan het plan toegevoegd die de vestiging vaan een dergelijke functie mogelijk maakt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt aan de Van Malsenstraat 1 te Goirle op de kadastraal bekend gemeente Goirle, sectie E, nummers 5707 en 5709. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 5.470 m2 . Op de onderstaande afbeelding is de globale ligging van het plangebied weergegeven. De locatie wordt begrensd door de Van Malsenstraat aan de zuidzijde, de Tilburgseweg aan de oostzijde. De begrenzing aan de westzijde wordt gevormd door de woningen met bijbehorende tuinen van de Langenboomstraat. Aan de noordzijde bevindt zich een begraafplaats en de woning met bijbehorende tuin aan de Tilburgseweg.

blad 5 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Afbeelding 1.1: luchtfoto met globale ligging van het plangebied

1.3

Vigerend bestemmingsplan Tot het moment waarop voorliggend bestemmingsplan in werking treedt, geldt in het plangebied het bestemmingsplan ''t Ven – Hoogeind'. Op basis van dat bestemmingsplan is het perceel Van Malsenstraat 1 bestemd voor 'Maatschappelijke doeleinden'. Daarnaast ligt over een klein gedeelte een molenbiotoop en is de kerk aangeduid als rijksmonument. In de beoogde situatie is echter geen sprake meer van maatschappelijke doeleinden, maar van een woonfunctie. De bestemming staat momenteel geen woonfunctie toe.

blad 6 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Afbeelding 1.2 uitsnede verbeelding bestemmingsplan ''t Ven - Hoogeind' met globale ligging plangebied

1.4

Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, planregels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en deze toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. In deze toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het vigerend beleid inhoud en met welke (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden.

1.5

Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit acht hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op het ruimtelijk beleidskader van rijk, provincie en gemeente. Het thematische beleidskader komt aan de orde in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 worden milieuaspecten behandeld. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. De opzet van de planregels wordt in hoofdstuk 7 besproken, gevolgd door de uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.

blad 7 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

blad 8 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Hoofdstuk 2

BESCHRIJVING PLANGEBIED Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, ofwel de bestaande situatie, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van deze situatie door middel van een beschrijving van de historische ontwikkeling, de ruimtelijke en functionele structuur.

2.1

Historische ontwikkeling De oorsprong De naam Goirle is samengesteld uit de woorden "goer" (goir) en "loo". Het eerste betekent moeras of drassige grond, het tweede bos of open plek in het bos. Als plaatsnaam wordt Goirle voor het eerst genoemd in een charter uit 1298, waarin sprake is van de Ludensvoirt te Goirle. Voorts wordt de naam gebruikt in een oorkonde uit 1312 betreffende het goed Ter Loo op Abcoven aan de Leij en in een charter van 1315 als het goed Ter Venne genoemd wordt. In die tijd maakte het kleine kerkdorpje deel uit van de heerlijkheid Tilburg. Reeds in 1795 bestonden er plannen om Goirle van Tilburg te scheiden, maar hiertegen werd door beide plaatsen geprotesteerd. Pas in 1803 werd Goirle een zelfstandige gemeente.

Afbeelding 2.1: kaart van de gemeente Goirle uit 1866 (Atlas van J. Kuiper) 18e eeuw: ontwikkeling vanuit de Grootte Akkers richting De Leij De gemeente Goirle heeft een oppervlakte van ruim 2.544 ha en wordt begrensd door de gemeenten Alphen en Riel, Tilburg, Hilvarenbeek en Poppel (B). Zeer bepalend voor de ontwikkeling en vorming van het gebied waren de verschillende waterlopen. Vanaf de tijd dat Goirle nog deel uitmaakte van het hertogdom Brabant, tot aan de totstandkoming van de rijksweg Tilburg-Turnhout in 1853 zou er weinig veranderen in het straten- en wegenplan van het dorp. De waarschijnlijk oudste bebouwing is aangetroffen in het gebied van de vrij hoog gelegen Grootte Akkers. Door de verschuiving in de richting van de Leij ontstaan de wijken of herdgangen Abcoven en Kerk, en ten westen van de Grootte Akkers de herdgangen Dorp en Ven. In 1753 telde het dorp 132 woningen "daeronder begrepen kleijne hutten en keten" en maar een paar "stadsgewijze getimmerde huijzen". Met de aanleg van de rijksweg Tilburg-Turnhout verbeterde de infrastructuur in het dorp.

blad 9 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

19 e eeuw: groei van Goirle begint Als na 1850 de bevolking van Goirle flink begint te groeien, wordt voornamelijk gebouwd langs de oude kerkwegen en langs de nieuw aangelegde Tilburgseweg. Vooral het aantal arbeiderswoningen nam sterk toe. De voornaamste initiatiefnemers tot de bouw waren de fabrikanten en de landbouwers. Op het einde van de 19e eeuw is ook begonnen met de bouw van woningen langs bestaande akkerwegen, zoals de Molenstraat (achter de heuf), Groeneweg en Koude Pad. 20 e eeuw: planmatige woningbouw Aan de woningbouw werd een nieuwe impuls gegeven door de Woningwet, die in 1901 tot stand kwam en waardoor het mogelijk werd om met rijkssteun woningen te bouwen en de volkshuisvesting te verbeteren. Dit resulteerde onder andere in de Kalverstraat, om de arbeiders dicht bij de fabriek te kunnen huisvesten, de Hoogstraat en de St. Jansstraat. In die periode vindt ook het Oranjeplein haar oorsprong. Het werd aangelegd als groot kermisterrein, met de verwachting dat het centrum van Goirle zich daar zou ontwikkelen. De grote maat van het plein is te verklaren doordat er ruimte werd gemaakt voor een parochiekerk die op de plaats van het huidige groene deel zou komen. Rondom is planmatig woningbouw gerealiseerd. Tot in het midden van de 20e eeuw is het dorp binnen de grenzen van het huidige centrumgebied gebleven.

Afbeelding 2.2: kaart van de gemeente Goirle uit begin 20e eeuw Na de Tweede Wereldoorlog heeft Goirle grote groei gekend. Met de uitvoering van de bestemmingsplannen begon de groei van Goirle. Achtereenvolgens kwamen tot stand de woningen ten noorden van de Van Malsenstraat, plan West, de wijk Hoogeind, plan Abcoven en de wijken Grobbendonk, De Hellen en de Grootte Akkers. Tegelijkertijd begon rond 1970 de grootschalige sanering van de oudere wijken en straten. Een voorbeeld daarvan is de aankoop in 1969 van de terreinen en opstallen van de voormalige Pijnenburg's Weverijen met woningen aan de Tilburgseweg, Groeneweg en Molenstraat. Op één villa na zijn alle gebouwen die bij de verkoop betrokken waren, verdwenen om plaats te maken voor de uitvoering van het centrumplan. Later zijn de wijken De Nieuwe Erven en De Hoge Wal tot stand gekomen. De woonwijk Boschkens, aan weerszijden van de Tilburgseweg (ten noorden blad 10 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

van de Rillaersebaan is op het einde van de 20ste eeuw en begin 21ste eeuw gerealiseerd.

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied bevindt zich in de noordwestelijke hoek van de Van Malsenstraat en Tilburgseweg in de kern Goirle. Het betreft hier de kadastrale percelen bekend als gemeente Goirle, sectie E, nummers 5707 en 5709 en hebben een gezamenlijke omvang van circa 5.470 m2 . Het plangebied wordt omgeven door hoofdzakelijk woningbouw en is in de huidige situatie grotendeels bebouwd met de monumentale Maria Boodschapkerk. Het onbebouwde deel van het terrein bestaat voornamelijk uit gras met bomen en erfverharding. Het plangebied bevindt zich in de wijk 't Ven. Deze wijk kent overwegend een woonfunctie met hoofdzakelijk grondgebonden, (half)vrijstaande woningen op ruime kavels. De wijk wordt verder gekenmerkt door een groen karakter met brede grasstroken en volgroeide beplanting. Het verkeer vanuit de wijk sluit aan op de Tilburgseweg. Deze vormt een belangrijke ontsluitingsweg van de kern Goirle en en bevindt zich ten oosten van het plangebied. Via de noordelijk gelegen Rillaersebaan ontsluit de Tilburgseweg de kern verder naar het omliggende wegennet. Deze twee wegen zijn belangrijke ontsluitingswegen voor de kern Goirle.

Figuur 2.3: luchtfoto huidige situatie plangebied

2.3

Technische infrastructuur Binnen het plangebied bevinden zich geen belangrijke technische infrastructurele voorzieningen met ruimtelijke relevantie.

blad 11 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

2.4

Voorgenomen ontwikkeling Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 19 wooneenheden in en aan de bestaande Maria Boodschapkerk. Hiermee wordt invulling gegeven aan een monumentaal leegstaand bouwwerk, waarmee het behoud van dit beeldbepalende pand gewaarborgd kan blijven. Het overige gedeelte van het plangebied blijft - vanwege de monumentale status en het bijzondere groene karakter van de locatie - vrij van gebouwen. Een uitzondering vormt een voorziening voor afvalcontainers in de noordwesthoek van de parkeerplaats. De wooneenheden op de begane grond van de kerk zullen voorzien worden van een stukje tuin. Hierin gelden strikte voorwaarden voor de realisatie van bouwwerken om zodoende het aanzicht van de kerk niet te verstoren. Het parkeren voor de woningen wordt op eigen terrein opgelost. Voor de wooneenheden wordt een centrale parkeerplaats met 32 parkeerplaatsen aangelegd. Deze wordt ontsloten op de Van Malsenstraat. Voor de woningen in de sacristie worden vier parkeerplaatsen aangelegd in de noordoosthoek van het plangebied. Deze worden ontsloten op de parallelweg van de Tilburgseweg. Onderstaande figuur geeft een indruk van het toekomstig bouwplan.

Figuur 2.4: impressie toekomstige situatie plangebied (indicatief) blad 12 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Bij de planvorming wordt voorzien in de juiste woonbehoefte (appartementen met lift). Daarnaast blijven beeldbepalende elementen zoals de voetmuur en groene uitstraling behouden en wordt er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein gerealiseerd.

blad 13 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

blad 14 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Hoofdstuk 3

RUIMTELIJK BELEIDSKADER Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader.

3.1

Rijk Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Op 13 maart 2012 is de SVIR vastgesteld. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 zou moeten uitzien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daarbij streeft het Rijk naar een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Daarnaast verstevigt de SVIR het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. De verantwoordelijkheid om te sturen in de ruimtelijke ordening wordt door de SVIR nog meer bij de provincies en gemeenten gelegd. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Dit houdt in dat de betekenis van de nationale structuurvisie voor het bestemmingsplangebied zodoende zeer beperkt blijft. De SVIR richt zich op een dusdanig schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau, dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor onderhavig bestemmingsplan.

Door decentralisatie van bevoegdheden wordt het relevante beleidskader gevormd door de provincie Noord-Brabant en de gemeente Goirle. Conclusie Dit rijksbeleid werkt niet direct door in onderhavig plan. De afweging vindt voor onderhavige planontwikkeling decentraal plaats. RealisatieparagraafNationaal Ruimtelijk Beleid In de zogenaamde Realisatieparagraaf ('Realisatie Nationaal Ruimtelijk Beleid'), zijn alle nationale ruimtelijke belangen uit de verschillende Planologische Kern Beslissingen en de voorgenomen verwezenlijking daarvan gebundeld. Daarbij wordt onder meer ingezet op zuinig ruimtegebruik, de bescherming van kwetsbare gebieden (nationale landschappen en Ecologische Hoofdstructuur) en op bescherming van het land tegen overstromingen en wateroverlast. In de Realisatieparagraaf benoemt het kabinet ruim 30 nationale ruimtelijke belangen en de instrumenten om die uit te voeren. De Realisatieparagraaf is toegevoegd aan de Nota Ruimte en heeft de status van structuurvisie. Conclusie Dit rijksbeleid werkt niet direct door in onderhavig plan. De afweging vindt voor onderhavige planontwikkeling decentraal plaats. AMvB Ruimte In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt het Rijk een aantal regels voor met betrekking tot de inhoud van bestemmingsplannen.

De onderwerpen betreffen: project mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, grote rivieren, Waddenzee en

blad 15 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

waddengebied en defensie (met uitzondering van radar). Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen. Geen van de in het Barro genoemde onderwerpen hebben echter betrekking op onderhavig bestemmingsplan. Conclusie Het Barro heeft geen betrekking op het onderhavig bestemmingplan. Ladder voor duurzame ontwikkeling Het streven naar zorgvuldig ruimtegebruik is een belangrijk onderdeel van de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Verordening ruimte 2014. Daarmee wil men de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag afremmen en daarmee de huidige omvang van het bestaand stedelijk gebied zoveel mogelijk behouden. Het benutten van nieuwe ruimte voor stedelijke ontwikkeling is pas aan de orde, als gebleken is dat deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, ook niet in andere kernen binnen de desbetreffende gemeente. In feite gaat het hier om de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen.

Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Per 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. Deze is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro en luidt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Bij de eerste trede moet de behoefte worden aangetoond. Concreet gezien gaat het hier om de mogelijkheid om maximaal 19 woningen extra toe te voegen. Dit past binnen de regionale en lokale woningbouwafspraken (zie paragraaf 3.3). Daarnaast ligt het plangebied in bestaand stedelijk gebied. Hiermee wordt voldaan aan de tweede vereiste van de ladder. Conclusie Er kan worden voldaan aan de vereisten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 3.3.

blad 16 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Crisis- en herstelwet Met de Crisis- en herstelwet (Chw) wil het kabinet de procedures voor grote projecten versnellen. Hiermee wordt een stap gezet om de gevolgen van de economische crisis te bestrijden. De Chw zorgt voor een toename van het aantal kwalitatief goede woningen en bedrijfslocaties. Integrale gebiedsontwikkeling krijgt een belangrijke impuls. Op het gebied van bedrijventerreinen ligt de nadruk op herstructurering. De regels uit de Chw betreffen in deze vooral het bestuursprocesrecht waardoor de doorlooptijd van procedures voor in de wet aangewezen projecten kan worden verkort. De bouw van meer dan 11 woningen is in bijlage I artikel 3.1 benoemd als een besluit (bestemmingsplan, ruimtelijk besluit o.b.v. Wro) dat in aanmerking komt voor de bestuursrechtelijke versnelling. Aaneengesloten gebieden zijn gebied die fysiek/ruimtelijk een geheel vormen. Conclusie De Crisis- en herstelwet is van toepassing op onderhavig bestemmingsplan, omdat het plan voldoet aan de voorwaarden die benoemd zijn in bijlage 1, artikel 3.1 van de Crisis en herstelwet.

3.2

Provincie Brabantse Interim Omgevingsverordening Vooruitlopend op de definitieve Omgevingsverordening Noord-Brabant heeft de provincie de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Naar verwachting wordt de definitieve omgevingsverordening rond november 2020 vastgesteld. De omgevingsverordening bevat regelgeving die anticipeert op de komst van de Omgevingswet en kan gezien worden als een uitwerking van de ambities uit de Brabantse Omgevingsvisie in regels. De omgevingsverordening integreert regels uit zes provinciale verordeningen (waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant). De Interim omgevingsverordening trad op 6 november 2019 in werking. De omgevingsverordening heeft een beleidsneutraal karakter. Dat houdt in dat de omgevingsverordening geen nieuwe beleidswijzigingen doorvoert tenzij dit nieuwe beleid reeds opgenomen is in vastgestelde beleidsdocumenten. Gelet op het beleidsneutrale karakter van de omgevingsverordening komen de regels die de Verordening ruimte Noord-Brabant (geconsolideerde versie van 1 januari 2019) voor het plangebied voorzag terug in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In de navolgende alinea's is voor het plangebied geanalyseerd met welke regels uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant rekening gehouden moet worden.

In de onderstaande omschrijving wordt beschreven welke aanduidingen op het plangebied van toepassing zijn. Hierbij zijn de themakaarten 2, 3, 7 en 8 van toepassing op het plangebied. Deze themakaarten kunnen op www.ruimtelijkeplannen.nl geraadpleegd worden. Kaart 2 Rechtstreeks werkende regels: Landbouw Stedelijkgebied De regels behorende bij deze aanduiding stellen randvoorwaarden aan veehouderijen binnen stedelijk gebied. De beoogde ontwikkeling uit dit bestemmingsplan voorziet in hoofdzaak in woningbouw en maakt geen veehouderijen mogelijk. Deze aanduiding vormt

blad 17 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

geen belemming voor de uitvoerbaaheid van dit bestemmingsplan. Stalderingsgebied Op gronden met de aanduiding 'stalderingsgebied' gelden op basis van artikel 3.52 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant extra randvoorwaarden voor de ontwikkeling van veehouderijen. De aanduiding geldt voor geheel Oost- en Midden-Brabant en daarmee dus voor het gehele plangebied. Dit bestemmingsplan maakt geen veehouderijen mogelijk. Uit deze aanduiding vloeien daarom geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan voort. Kaart 3 Instructieregels gemeenten stedelijke ontwikkeling en erfgoed Concentratiegebied en stedelijk gebied Het stedelijk gebied is krachtens artikel 3.6 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bedoeld voor het bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Stedelijke ontwikkelingen moeten waar mogelijk plaats vinden in het bestaand stedelijk gebied (concentratiegebied). In gebieden met deze aanduiding is er ruimte voor verdere verstedelijking en dus voor nieuwe stedelijke functies, mits daar behoefte aan is. Gemeenten zijn, binnen de grenzen van wet- en regelgeving, vrij om in deze zone te voorzien in nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Met dit bestemmingsplan krijgen de gronden met deze aanduiding een woonbestemming teneinde woningbouw mogelijk te maken.

Op de behoefte aan de voorgenomen woningbouw is in paragraaf 4.3 van de plantoelichting ingegaan. In de verordening is het stedelijk gebied niet gedefinieerd. Wat een stedelijke functie is volgt uit (de toepassing van) het Besluit ruimtelijke ordening. Een stedelijke functie bestaat uit de ontwikkeling van bedrijventerreinen, zeehaventerreinen, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Gelet op het voorgaande wordt de kerk gezien als een stedelijke voorziening. In de huidige situatie wordt dit deel van het bestaand stedelijk gebied dus ingezet voor stedelijke functies. In de toekomstige situatie blijft dat het geval. Deze aanduiding uit de verordening verzet zich derhalve niet tegen de ontwikkelingen die op gronden met deze aanduiding voorzien zijn. Kaart 7 Specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen Stalderingsgebied thema landbouw Binnen deze aanduiding zijn aanvullende regels opgenomen ten aanzien van het stalderen van dieren. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in stallen van dieren. De regels binnen deze aanduiding zijn niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Kaart 8 Watersystemen, -veiligheid, en -berging binnen deze aanduiding zijn normen omschreven ten aanzien van de overstromingskans van stedelijke gebieden. De beoogde ontwikkeling valt binnen stedelijk gebied.

In hoofdstuk 6 wordt onderbouwd op welke wijze het plangebied voldoet aan de normen die binnen deze aanduiding zijn opgenomen. Conclusie Zoals in deze paragraaf omschreven is, voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de blad 18 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

randvoorwaarden en regelgeving van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met de Brabantse Omgevingsvisie sluit de provincie met de hoofdopgaven aan bij rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. Het streven is dat de omgevingsvisie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Noord-Brabant samenbindt. Want één ding is zeker; samenwerking is meer dan ooit nodig om de Noord-Brabantse omgevingskwaliteit te bewaken en door te ontwikkelen. Waarbij ruimtelijke ordening dienend is aan maatschappelijke doelstellingen. Of het nu gaat om het verkleinen van sociale verschillen, het verbeteren van welvaart, of het gezonder, veiliger en duurzamer maken van onze leefomgeving. In de Omgevingsvisie Noord-Brabant heeft de provincie vier hoofdopgaven benoemd: werken aan de Brabantse energietransitie, werken aan een klimaatproof Brabant, werken aan de slimme netwerkstad, werken aan een concurrerende, duurzame economie. Hieraan ten grondslag ligt één basisopgave; de provincie streeft naar een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven hebben een grote ruimtelijke impact. Noord-Brabant is te klein als alles naast elkaar plaatsvindt. Het wordt dus passen en meten, met opgaven naast, onder, boven en met elkaar.

Meerwaardecreatie en meervoudig slim ruimtegebruik is noodzaak. De opgaven moeten we daarom altijd in onderlinge samenhang bezien. Diep, rond en breed bekijken, dus. Als doel voor 2050 heeft de provincie het volgende gesteld: Noord-Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat de provincie op alle aspecten beter presteert dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Noord-Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal. Voor 2030 streeft de provincie naar het volgende: Noord-Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat de provincie voor alle aspecten voldoet aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling wordt een leegstaande kerk weer in gebruik genomen voor woondoeleinden. Met het plan wordt voorkomen dat de kerk weer in verval raakt. Hiermee draagt deze ontwikkeling bij aan het behouden van waardevolle culuurhistorie en past het binnen de beleidskaders van de Omgevisie Noord-Brabant.

3.3

Gemeente Structuurvisie De structuurvisie, vastgesteld door de gemeenteraad op 20 juli 2010, biedt het kader voor het te voeren ruimtelijke beleid tot 2020. Het omvat de visie en de hoofdlijnen van het

blad 19 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

ruimtelijk beleid. Het plangebied is in de structuurvisie onder meer aangewezen voor het beheer en de intensivering van het stedelijk gebied.

Figuur 3.3: structuurvisiekaart met ligging plangebied (witte cirkel) Conclusie Volgens de structuurvisie van de gemeente Goirle is er binnen de bestaande kern van Goirle ruimte voor herstructurerings- en inbreidingsinitiatieven. De voorgestane ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt, past derhalve binnen het beleid zoals geformuleerd in de structuurvisie. Bestemmingsplan Tot het moment waarop het voorliggende bestemmingsplan in werking treedt, geldt in het plangebied het bestemmingsplan ''t Ven – Hoogeind'. Op basis van dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd voor 'Maatschappelijke doeleinden' met een dubbelbestemming als cultuurhistorisch waardevolle bebouwing (rijksmonument). De bestemming staat geen woningbouw toe op het perceel. Conclusie Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. Toekomstvisie gemeente Goirle 2020 In 2013 is door de gemeenteraad de “Toekomstvisie gemeente Goirle 2020” vastgesteld onder de titel “Thuis in Goirle: groen, sociaal, ondernemend” . Kortweg werd aan dit document de subtitel “Toekomstvisie 2020” gegeven. Deze visie - gebaseerd op de drie kernbegrippen 'groen, sociaal en ondernemend' – dient als leidraad voor de toekomstige beleidsontwikkeling.

De ambitie voor Goirle in 2020 luidt: Onze inwoners voelen zich thuis in de gemeente Goirle, want Goirle is een groene, sociale en ondernemende gemeente. Goirle is Groen De gemeente Goirle wordt gekenmerkt door het dorpse en landschappelijke karakter en is een prettige en groene woonomgeving gelegen in het prachtige groen (bossen, beken, Regte Heide) nabij de grote stad. blad 20 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Goirle is Sociaal De gemeente Goirle is een dynamische en levendige gemeente. De onderlinge sfeer is goed, open en positief. Ieder handelt vanuit zijn of haar eigen verantwoordelijkheid. Problemen worden door onze inwoners zoveel als mogelijk zelf opgelost. In laatste instantie biedt de gemeente een vangnet voor diegenen die daarop zijn aangewezen. We denken en handelen vanuit de ´menselijke maat´. De inwoners kennen elkaar en zijn betrokken bij hun directe naaste omgeving maar juist ook in buurten en wijken. We zijn er voor elkaar en zorgen voor elkaar als dat nodig is. Goirle heeft een actief verenigingsleven en er zijn veel vrijwilligers. We zijn trots op ons eigen karakter en onze eigen identiteit en houden deze graag in stand. Goirle is Ondernemend Binnen de gemeente Goirle zijn voldoende voorzieningen voor wonen, leven, onderwijs, recreatie en zorg aanwezig voor jong en oud, voor ieder wat wils. Economische ontwikkelingen in dat kader worden waar mogelijk ondersteund. In onze afwegingen maken we een verantwoorde keuze gericht op duurzaamheid. Daarbij wegen we economische en ecologische argumenten in samenhang en zorgen we voor balans. We staan open voor nieuwe initiatieven van burgers, organisaties en ondernemers; soms initiëren we deze initiatieven zelf als we kansen zien of iets willen bereiken. Als gemeente kiezen we hierbij bij voorkeur een regierol.

Conclusie Met de ontwikkeling wordt ruimte gegeven aan een initiatief om een leegstaand monument een nieuwe invulling te geven, die zorgt voor het behoud van het monument (ook in de toekomst). De woningbouw sluit aan bij de huidige woonwensen en draagt bij aan de leefbaarheid van Goirle. Het bestaande groen binnen het plangebied wordt zo veel mogelijk behouden. In het bijzonder betreft het twee lindes. Er is een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd om de invloed van het bouwplan op deze bomen te bepalen. De resultaten hiervan zijn opgenomen in de separate bijlage. De ontwikkeling past binnen de gestelde kaders uit de Toekomstvisie. Woonvisie gemeente Goirle 2019-2022 Het gemeentelijk woonbeleid volgt uit de vierjaarlijkse woonvisie. Op 2 juli 2019 is de Woonvisie gemeente Goirle 2019-2022 vastgesteld door de gemeenteraad. In de woonvisie zijn de volgende ambities benoemd: 1. 2.

3.

4.

Doelgroepen: De gemeente luistert goed naar woningzoekenden in de gemeente Goirle. Duurzaamheid: De gemeente wil zorgvuldig omgaan met energie, water en grondstoffen zoals beschreven in het Milieubeleidsplan Duurzaam Goirle 2017-2022. Nieuwe woningen moeten weinig tot geen energie verbruiken en zo min mogelijk CO2 uitstoten. Woonomgeving: De gemeente wil aantrekkelijk zijn voor jong en oud en een prettige alsmede groene omgeving bieden. Dit geldt zowel voor de woning zelf, maar ook voor de locatie, diens omgeving en de voorzieningen. Nieuwbouw: De gemeente wil voldoende en de juiste woningen bouwen en de gewenste woonmilieus toevoegen. De gemeente neemt de woningbehoefte van Goirlenaren als uitgangspunt bij het bouwen en realiseren van nieuwe woningen. Bij de woningprogrammering houdt de gemeente rekening met de woningen en woonmilieus die door verhuizing beschikbaar komen.

De woonvisie is tot stand gekomen op basis van een kwalitatief woonbehoefteonderzoek uit blad 21 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

2018 en twee bijeenkomsten (1 in Goirle en 1 in Riel) waar inwoners aan konden geven wat zijn belangrijk vinden in hun woonplaats. Ten aanzien van de kwantitatieve woningbehoefte geldt dat de gemeente Goirle in de jaren 2018-2028 gemiddeld 100 woningen per jaar wil realiseren. 80-90% van dit aantal wordt gerealiseerd in Goirle en 10-20% van dit aantal wordt gerealiseerd in Riel. De woningen die op de locatie Bakertand gerealiseerd mogen worden vallen buiten deze ambities. De gemeentelijke bouwopgave wordt jaarlijks in regioverband berekend. Bij voorkeur voegt de gemeente Goirle woonmilieus toe waar op lange termijn een tekort aan ontstaat en waarvan er onvoldoende vrijkomen door doorstroming. Aanvullend voegt de gemeente woonmilieus toe die al in relatief ruimte mate beschikbaar zijn. Concreet zet de gemeente de komende jaren in op de toevoeging van koopwoningen in middeldure en dure categorieën om een verhuisstroom op gang te brengen. De afspraken over de woningbouw in de Zuidrand zijn getoetst aan de bepalingen uit de woonvisie over de woningen die in specifieke categorieën gerealiseerd moeten worden en voldoen aan die afspraken en de woonbehoefte. Conclusie Onderhavig plan bevat een gedifferentieerd woningaanbod dat aansluit op de vraag naar woningen binnen de gemeente. Het te realiseren programma voldoet aan de afspraken uit de woonvisie.

De nieuw te bouwen woningen worden zo energiezuinig mogelijk uitgevoerd. Daarnaast is de woningbouwlocatie na ontwikkeling te kenmerken als een prettige en groene omgeving. Met deze ontwikkeling wordt aangesloten bij de ambities van de gemeente Goirle. De herontwikkeling van het plangebied is voorzien binnen de gemeentelijke beleidskaders voor wonen. Het initiatief past binnen de Woonvisie Goirle.

blad 22 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Hoofdstuk 4

THEMATISCHE BELEIDSKADERS In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema's. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van de kaders. Milieuaspecten en water komen aan bod in de volgende hoofdstukken.

4.1

Stedenbouwkundige uitgangspunten en welstand Stedenbouwkundige uitgangspunten Aan het realiseren van de circa 19 wooneenheden in de Maria Boodschapkerk is door de gemeente in principe medewerking verleend onder de volgende voorwaarden: in de kerk mogen maximaal 19 wooneenheden worden gerealiseerd; bij zoveel mogelijk woningen dient buitenruimte gerealiseerd te worden; er dient aandacht te worden geschonken aan het aspect duurzaamheid; met het rijksmonumentale karakter van de Maria Boodschapkerk dient zorgvuldig te worden omgegaan en dient zo goed mogelijk behouden te blijven; de Maria Boodschapkerk dient zorgvuldig ingepast te blijven in de bestaande structuur van de Tilburgseweg. Aanpassingen hierop dienen zorgvuldig te worden ontworpen; bestaande bomen dienen zo veel mogelijk behouden te blijven; er dient een goed inpassingsplan te worden gemaakt voor de inrichting van het terrein, waarbij uitgangspunt is dat het geheel wel een groene uitstraling moet houden; parkeren moet op eigen terrein plaatsvinden volgens de parkeernormen zoals vastgelegd in de door de raad vastgestelde Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels (CROW-publicatie 317). Welstand Bouwplannen moeten onder meer worden getoetst aan 'redelijke eisen van welstand', aldus de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de bouwplannen die in de gemeente worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de gemeenteraad moet worden vastgesteld. In Goirle is dat gebeurd op 11 maart 2014. De welstandsnota heeft een duidelijke relatie met bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan beschrijft naast de toegelaten functies in stedenbouwkundige termen de toegestane bouwmassa's in een gebied en de plaats waar deze mogen worden gebouwd. Het is de taak van welstandsbeleid te borgen dat bij veranderingen de verschijning van de bouwmassa's passend is en blijft in de omgeving. De Welstandsnota verdeelt de gemeente hiertoe in verschillende soorten gebieden, ieder met hun eigen gebiedsgerichte criteria. Voor de gedetailleerde regeling wordt verwezen naar de welstandsnota.

4.2

Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Archeologie Omdat in groeiende mate het Europese archeologische erfgoed werd bedreigd, is in 1992 het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologische belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen te

blad 23 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

laten plaatsvinden wordt, naast de in ontwikkeling zijnde regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, in casu de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, worden door de initiatiefnemer betaald. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee is het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Dit betekent onder meer het volgende: de introductie van het veroorzakersprincipe, waardoor de kosten van archeologische onderzoek verhaald kunnen worden op de verstoorder; de verankering van de archeologische monumentenzorg in de ruimtelijke ordening. In wetgeving is de omgang met archeologisch erfgoed geregeld en zijn enkele uitgangspunten en doelstellingen gesteld. Zo kan iedere initiatiefnemer van projecten waarbij de bodem verstoord wordt, verplicht worden gesteld om een rapport over te leggen waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek vereist. Dit bestaat in de eerste plaats uit vooronderzoek: het bureauonderzoek en/of inventariserende veldonderzoek, elk met bijbehorende standaardrapportages.

Tijdens het bureauonderzoek wordt gekeken naar wat er in historisch, archeologisch en aardwetenschappelijk opzicht al bekend is over het plangebied. De volgende fase bestaat in veel gevallen uit een veldonderzoek. Dergelijk onderzoek heeft als doel kansrijke en kansarme zones te karteren. Hierbij kan booronderzoek plaatsvinden alsmede proefsleuvenonderzoek. De resultaten dienen vervolgens te worden gewaardeerd. Tijdens de waarderende fase wordt van de aangetroffen vindplaatsen, ook wel site genoemd, de omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit vastgesteld om zo tot een oordeel over de behoudenswaardigheid te komen. Op basis van dit oordeel neemt de betrokken overheid een (selectie)besluit hoe met eventueel aanwezige vindplaatsen dient te worden omgegaan. Onderzoek In juli 2017 heeft Antea Group een archeologisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de verbouwing van de Maria Boodschapkerk in Goirle, (zie bijlage 1). Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek (protocol 4002) en een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (protocol 4003). Onderstaand zijn de conclusies en het (selectie)advies van het onderzoek opgenomen. Uit het booronderzoek blijkt dat over het gehele terrein sprake is van een (lichte) akkerlaag, waarin in de boringen fragmentjes houtskool zichtbaar waren.

Om deze laag direct nader te onderzoeken is op het zuidwestelijke deel van de onderzoekslocatie direct een booronderzoek karterende fase uitgevoerd. Op dit deel van het terrein is het geplande boorgrid verdicht en zijn monsters van de akkerlaag genomen, welke zijn gezeefd. In de monsters die uit de boringen B001, B004 en B005 genomen zijn blijkt dat de laag naast houtskool ook fragmentjes baksteen, metaalslak, steenkool en een fragment ca. 16e-18e-eeuws steengoed aardewerk bevat. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de houtskoolhoudende (akker)laag uit de Nieuwe tijd dateert. Vanwege de vrij geringe hoeveelheid archeologische indicatoren is de akker niet erg intensief 'beakkerd'. Het is zeker geen 'zwarte enkeerdgrond' zoals deze noordelijker op de bodemkaart staat aangegeven. (Selectie)advies In het plangebied is onder een recente ophooglaag een oude bouwvoor / akkerlaag aangetroffen. Aan de hand van het aangetroffen materiaal is geconcludeerd dat deze akkerlaag in de nieuwe tijd in gebruik is geweest. In de boringen zijn geen aanwijzingen (indicatoren) aangetroffen die wijzen op bewoning voorafgaande aan de Nieuwe tijd. Op basis van deze bevindingen wordt geadviseerd om het zuidwestelijke deel van de blad 24 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

onderzoeksgebied zonder aanvullend archeologisch onderzoek vrij te geven. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister. Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Cultuurhistorie en monumentenzorg Het gemeentelijk beleid is erop gericht om bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten te handhaven. Hierbij zijn vooral de Monumentenwet 1988, de gemeentelijke Monumentenverordening en de lijst van gemeentelijke monumenten het kader. In het plangebied komt cultuurhistorisch waardevolle bebouwing voor, namelijk het rijksmonument Maria Boodschapkerk. Het complex is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van de esthetische en liturgische ontwikkeling van het katholicisme in het Interbellum. De kerk is van belang vanwege de typologische ontwikkeling van de volkskerk. Het geheel heeft architectuurhistorisch belang binnen de ontwikkeling van de architectuuropvattingen van de Delftse School.

Het complex neemt een vooraanstaande plaats in het oeuvre van de architect C.H. de Bever in. Daarenboven is de kerk van belang als toonbeeld van kerkelijke beeldhouw- en glasschilderkunst. Het is van belang wegens de typologische zeldzaamheid en is gaaf bewaard gebleven. Conclusie Met het voorliggend plan wordt voorkomen dat de kerk leegstaat en in verval raakt. Met de beoogde ontwikkeling krijgt de kerk een nieuw kwaliteitsimpuls dat ten goede komt aan het het rijksmonument.

4.3

Volkshuisvesting In het Regionaal Ruimtelijk Overleg Midden Brabant van 15 december 2016 (Regionale Agenda Wonen Deel A) zijn afspraken gemaakt tussen de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand , Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk over het maximum aantal te bouwen woningen tot en met 2025. De circa 19 wooneenheden waarin onderhavig bestemmingsplan voorziet vallen binnen deze afspraken (zie ook paragraaf 3.3).

4.4

Groen De gemeenteraad heeft op 11 maart 2014 het Groenstructuurplan vastgesteld. In dit plan wordt een lange termijn visie voor het gemeentelijk groen binnen de bebouwde kom weergegeven. In het Groenstructuurplan zijn de woonpercelen in de woonbuurt 't Ven als particulier waardevol groen aangemerkt. Dit particulier groen dient in stand gehouden te worden. Op de Groene Kaart van de nota Kapbeleid hebben de percelen de aanduiding 'beschermde boomzones' gekregen. Binnen deze boomzones zijn zowel alle openbare als particuliere houtopstanden beschermd.

blad 25 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Figuur 4.1. Uitsnede Groene Kaart Het plangebied bevindt zich binnen de Beschermde Boomzone dat vastgesteld is in het Groenstructuurplan van de gemeente Goirle. Uit de Boom Effect Analyse dat in 2017 door Niels Bruggenwert Boomverzorging is uitgevoerd komt naar voren dat vooral de lindes aan de van Malsenstraat waardevol zijn en bescherming verdienen, zie bijlage 5 voor de boom effect analyse. Conclusie De bestaande bomen binnen het plangebied, waaronder de lindes aan de Van Malsenstraat, dienen beschermd te worden. In het kader van de verdere planuitwerking dienen technische voorzieningen getroffen te worden om de boomstam en de boomwortels te beschermen. Het uitgangspunt is dat het waardevolle groen en het groene karakter van het plangbebied zoveel mogelijk behouden blijft. Daarmee wordt aangesloten op het groenstructuurplan.

4.5

Verkeer en parkeren Verkeer Op 10 december 2013 heeft de gemeenteraad van Goirle een nieuw Gemeentelijk Verkeersen Vervoersplan (GVVP) vastgesteld. Het doel van het GVVP is het vastleggen van her verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Goirle voor de periode 2013 tot 2023. Het beleid moet aansluiten bij de ambities en de speerpunten die de gemeente heeft en moet tevens passen binnen de kaders die hogere overheden in hun beleid stellen. In het GVVP worden de thema's verkeersveiligheid, fiets, bereikbaarheid en verkeerscirculatie, voetgangers/minder validen, parkeren, openbaar vervoer en leefbaarheid en milieu besproken. Onderhavig plan sluit aan op de bestaande verkeerskundige situatie waarbij de woningen aansluiten op de Van Malsenstraat en parallelweg van de Tilburgseweg. In vergelijking met de vorige bestemming als kerk en gebruik in die situatie, is het te verwachten dat het aantal verkeersbewegingen afneemt.

blad 26 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Parkeren Bij de vestiging van nieuwe functies en intensivering van bestaande functies worden de parkeernormen gehanteerd zoals deze zijn opgenomen in de publicatie "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" van het CROW. Dit is in de planregels opgenomen. Wat betreft parkeren wordt op basis van de CROW (matig stedelijk/rest bebouwde kom) voorzien in 1,8 parkeerplaats per woning. Voor 19 wooneenheden dienen afgerond 34 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Binnen het huidige ontwerp is op eigen terrein ruimte voor vier parkeerplaatsen nabij de sacristie en 32 parkeerplaatsen op de centrale parkeerplaats. Hiermee wordt ruim voldaan aan de parkeernorm. Verder staat in het document 'Vestiging Erfdienstbaarheid' (zie bijlage 6) dat van toepassing is op het plangebied dat belanghebbenden het recht hebben om de begraafplaats te bezoeken. De belanghebbenden hebben echter geen recht om hun voertuig te parkeren op gronden van de percelen waarop dit plan wordt ontwikkeld. Een dubbele parkeervraag is om deze reden dan ook niet van toepassing. Conclusie Ten aanzien van verkeer en parkeren wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de uitvoering van het plan.

blad 27 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

blad 28 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

Hoofdstuk 5

MILIEUASPECTEN Dit hoofdstuk geeft aan hoe de milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. In sommige onderzoeken wordt een verwijzing gemaakt naar een eerder bouwplan met een groter aantal woningen. De resultaten van deze onderzoeken zijn ondanks de verwijzing naar het oude aantal wooneenheden nog steeds van toepassing op het huidige ontwerp.

5.1

Milieuhinder en bedrijven Algemeen Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand dient dan bijvoorbeeld om ter plaatse van een kwetsbaar object, zoals woningen, een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau te realiseren. Deze afstand wordt milieuzonering genoemd. Een milieuzonering vormt het indirecte ruimtegebruik van een milieubelastende activiteit. In de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) zijn richtafstanden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden ten opzichte van gevoelige functies. Het gaat daarbij zowel om de invloed van omliggende milieubelastende activiteiten op nieuwbouwplannen, als om invloed van eventuele nieuwe milieubelastende activiteiten op milieugevoelige bestemmingen in de omgeving. Onderzoek In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen (agrarische) bedrijven waarvan de milieuzonering van invloed is op de plannen voor het plangebied. Voor de begraafplaats geldt een maximale richtafstand van 10 meter voor geluid. Dit heeft betrekking op autoverkeer dat de begraafplaats bezoekt. In de huidige situatie parkeren bezoekers van de begraafplaats langs de straat. De parkeervoorziening is op meer dan 10 meter afstand gelegen van de woningen en vormt daardoor geen belemmering.

Zoals in paragraaf 4.5 is beschreven, mogen bezoekers op basis van het document 'Vestiging Erfdienstbaarheid' niet parkeren op het terrein van de Mariaboodschapkerk. Vanuit milieuoogpunt zijn dus ook geen belemmeringen tussen parkeeractiviteiten van bezoekers en de beoogde functies die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Voor de basisschool aan de Burgemeester Philipsenstraat 2 geldt een maximale richtafstand van 30 meter voor geluid. De afstand tussen de percelen bedraagt meer dan 30 meter en dus vormt de basisschool geen belemmering voor uitvoering van het plan. De voormalige pastorie ligt direct grenzend aan het plangebied. De pastorie bestaat uit twee gedeelten: een woonhuis en een garage. De beoogde ontwikkeling in dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van woningen naast de pastorie. Tussen de beoogde functie van de Mariaboodschapkerk en de pastorie bestaan vanuit milieuoogpunt geen belemmeringen. Conclusie Er bestaan geen belemmeringen vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering.

5.2

Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen ten gevolge van

blad 29 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten en regelingen. De belangrijkste zijn: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. De risico's dienen te worden beoordeeld op het plaatsgebonden en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. Hoe hoger het groepsrisico, hoe groter deze kans. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rond een risicobron. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek: de fN-curve. Deze curve geeft aan hoe groot de kans is op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers.

Onderzoek Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Het rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10-6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen jaar). Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10-6. Het plaatsgebonden risico 10-6 is voor ruimtelijke besluiten vertaald naar grenswaarden en richtwaarden. De wetgeving is erop gericht om voor bestaande situaties geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoren) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10-6 per jaar. Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10-6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is.

Daarnaast dient aangetoond te worden dat afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken. Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De hoogte van het groepsrisico hangt af van: de kans op een ongeval; het effect van het ongeval; het aantal personen dat in de omgeving van de bron(inrichting of transportroute) verblijft; de mate waarin de personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een blad 30 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Maria Boodschapkerk Gemeente Goirle Projectnummer 434935

ongeluk. Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen per hectare in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is, en hoe hoger het groepsrisico. Bij het opstellen van een bestemmingsplan, waarvan het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een risicobron, geldt een verantwoordingsplicht. Inrichtingen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven of opslagvoorzieningen aanwezig met een risicocontour, die van invloed is op het onderhavige plangebied. Het bestemmingsplan maakt voorts geen ontwikkelingen mogelijk, die een significante vergroting van het groepsrisico met zich mee brengen. Hierdoor is er geen invulling gegeven aan de verantwoordingsplicht. Transport Het niet-leiding gebonden transport van gevaarlijke stoffen in de gemeente Goirle vindt plaats over de weg. Over de A58 (op circa 1,3 km afstand) worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Uit de Regeling basisnet volgt dat de A58 (ter hoogte van het plangebied) een maximale PR 10-6-contour heeft van 24 meter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1200/documents/21333