CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

agendapunt 06. Jaarrekening 2020

Debatraad 14 juli 2021, gemeente GoesBij agendapunt: Accountantsverslag 2020 en jaarrekening 2020.38.056 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

√

4.4.3.2 Voorbereiding van de nieuwe wet inburgering Eind 2020 is de start van het nieuwe inburgeringsstelsel wederom met een half jaar uitgesteld, naar 1 januari 2022. Dit heeft gevolgen voor de implementatie van de nieuwe wet. Desalniettemin ligt de voorbereiding op schema (o.a. inkoop taaltrajecten, vormgeven ICT en opleiden medewerkers). De voorbereiding is vastgelegd in een plan van aanpak. Nadere detailering voor implementatie en financiën volgt in 2021.

4.4.4 Speerpunt: Meer aanbod van voorzieningen die zonder beschikking dichtbij en toegankelijk zijn ≈ 4.4.4.1 Meer vrij toegankelijke inloopvoorzieningen voor ouderen In Wolphaartsdijk en Goes-West zijn inloopvoorzieningen gerealiseerd. De voor 2020 geplande start van inloopvoorzieningen in Goes-Oost en Kloetinge is i.v.m. corona niet gerealiseerd. De voorbereiding voor de start heeft wel plaatsgevonden.

√

4.4.4.2 Bevorderen inzet wijkleerbedrijven voor inloopvoorzieningen Het wijkleerbedrijf Goes-Oost is betrokken bij de voorbereiding van de start van de inloopvoorziening in GoesOost

√

4.4.4.3 Onderzoek naar een tweede scootmobielpool in Goes Het onderzoek is gerealiseerd en een 2e pool is aanwezig bij de locatie van Medipoint.

30 HD 4.5: Inwoners van Goes kunnen zich financieel redden 4.5.1 Speerpunt: Bestrijding van armoede; in het bijzonder bij kwetsbare doelgroepen als kinderen, ouderen en gezinnen met multi-problematiek. ≈ 4.5.1.1 We passen het aanbod aan op de behoefte Bij het opstellen van de Kadernota is in 2020 een enquête gehouden onder alle inwoners die gebruik maken van één van de inkomensregelingen. Dit onderzoek was gericht op volwassenen. In 2021 willen we ook kinderen bevragen. Bij de uitwerking van het lokale uitvoeringsplan worden deze resultaten meegenomen.

√

4.5.1.2 We vergroten de bekendheid van het aanbod Alle inkomensregelingen zijn via een huis-aan-huis- flyer verspreid. Ook kunnen de kindregelingen sinds 2020 worden aangevraagd via 1 digitaal loket: Samenvoorallekinderen.

√

4.5.1.3 We verlagen de drempel om gebruik te maken van het aanbod Alle kindregelingen zijn ondergebracht in 1 digitaal loket, wat het eenvoudiger maakt om een aanvraag te doen. Ook zijn onze inkomensregelingen gedeeld met relevante partners, zoals Sabewa.

√

4.5.1.4 Bij acute armoede grijpen we in, in geval van crisis In geval van crisis komen vragen terecht bij de gebiedsteams. Deze zijn in 2020 doorontwikkeld tot OGGZnetwerkoverleggen. Dit is een individueel casus overleg voor inwoners met complexe en meervoudige problematiek met diverse netwerkpartners op de 5 levensdomeinen (wonen, werk, inkomen, zorg en veiligheid). Hiermee is een kwaliteitsslag gemaakt in de ondersteuning en kan sneller en eerder hulp geboden worden. De werkwijze van de integrale aanpak/omgekeerde toets wordt 1e helft 2021 geïmplementeerd in dit netwerkoverleg, zodat er nog meer aandacht is voor een snelle en passende oplossing. Daarnaast proberen wij via het project Vroegsignalering inwoners met schulden in een zo vroeg mogelijk stadium te helpen, zodat ergere schulden worden voorkomen. Tevens is er, corona-gerelateerd, hard gewerkt aan de uitvoering van de NOW en TOZO regeling voor ondernemers, om schulden te voorkomen.

HD 4.6: Goes heeft "Grip op het Sociaal Domein" 4.6.1 Speerpunt: Voorbereiden nieuwe decentralisatie Beschermd Wonen (BW) en maatschappelijke opvang ≈ 4.6.1.1 Analyse en advies ten aanzien van de consequenties van het Objectief verdeelmodel BW in relatie tot het solidariteitsprincipe in de regio Alle voorbereidingen zijn erop gericht om straks een vertaling te kunnen maken van het nieuwe objectieve verdeelmodel. Maar de bekendmaking en invoering van dit model, is door het Rijk uitgesteld. 4.6.2 Speerpunt: Bevorderen toegang tot zorg √ 4.6.2.1 Start proces om uitvoering te geven aan het besluit: ‘Eén toegang werk, inkomen en zorg van 0 tot 100 jaar’ Q4 is gestart om gezamenlijk met de collega-Bevelandse gemeenten te komen tot een plan van aanpak. Afgesproken is om in de tussentijd ervaring op te doen rondom dit onderwerp. Om die reden is eind 2020 een dossieronderzoek uitgevoerd. De aanbevelingen hieruit zijn in Q1 2021 opgeleverd en vertaald naar de werkpraktijk. In het plan van aanpak van Berenschot, gericht op de tekorten in de WMO, wordt ook de aanbeveling gedaan om de klantmanagers WMO op locatie van iedere gemeentelijke toegang in de Bevelanden te laten samenwerken met de gemeentelijke toegangmedewerkers.

4.6.3 Speerpunt: Oppakken gemeentelijke opdrachtgeversrol om uitgangspunten transformatie te borgen √ 4.6.3.1 Opstellen samenwerkingsafspraken met maatschappelijke partners en ondernemers op basis van gebiedsanalyses en uitgangspunten transformatie Dit is een continu proces van het borgen van het gedachtengoed van de transformatie en inmiddels ook van de speerpunten uit het eind 2020 vastgestelde Focusplan. De gebiedsanalyses zijn hier helpend bij, maar moeten nog verder doorontwikkeld worden om meer gerichte informatie op te leveren.

-

4.6.3.2 Uitgangspunten van het programmaplan Goes voor Elkaar zijn vertaald en opgenomen in het nieuwe gemeentelijke subsidiebeleid In 2020 is door het toenemende tekort op het Sociaal Domein de aandacht vooral uitgegaan naar het opstellen van het Focusplan. Het aanpassen van de bestaande beleidsregels naar het gedachtengoed van Goes voor Elkaar is hiermee vertraagd. Dit neemt niet weg dat op het moment dat zeker de grotere subsidies verstrekt worden, dit gedachtengoed leidend is.

√

4.6.3.3 Een overzicht maken van taken, rollen en verantwoordelijkheden van partners in het sociaal domein, zodat een goede afweging gemaakt kan worden over wie welke taak oppakt en hoe zich dat tot elkaar verhoudt Dit is een continu proces waarbij bij inkooptrajecten, subsidieverstrekkingen, het zoeken naar partners voortdurend afwegingen gemaakt worden welke partner een bepaalde taak het beste kan oppakken. De samenleving is geen statisch geheel en is voortdurend in ontwikkeling. Het werkelijk maken van een overzicht is daarom geen uitvoerbare taak. Uiteraard zijn we ons voortdurend bewust hoe wij onze gewenste doelen voor Goes voor Elkaar zo goed mogelijk kunnen behalen door kritisch te zijn op onze samenwerkingspartners en het voorkomen van mogelijke dubbelingen in de uitvoering.

31

Bijdrage verbonden partijen aan doelstellingen gemeente: Verbonden partij

Speerpunt/reguliere taak

GR samenwerking de Bevelanden

Werk, inkomen en zorg

GR de Betho

Uitvoering participatiewet en re-integratietrajecten en Wsw Inkoop en contractbeheer Wmo en beleidsadvisering Wmo en educatie. Uitvoering leerlingenvervoer. Provinciale beleidsvoorbereiding en uitvoering met name maatschappelijke opvang, beschermd wonen, veilige opvang, huiselijk geweld, alcohol en drugs, Anti discriminatie Inkoop en contractbeheer Jeugdzorg en de administratieve backoffice. Bewaakt, beschermt en bevordert de gezondheid van de Zeeuwse bevolking. Uitvoering van meldcode ‘veilig thuis’ (huiselijk geweld en kindermishandeling)

SWVO CZW

GR GGD Zeeland

Bijdrage aan doelstelling programma

HD 1 Fysiek gezond HD 5 Financieel gezond HD 6 Financieel gezond HD 2. Zelfstandig HD 2 Zelfstandig HD 3 Netwerk HD 4 Meedoen HD 1 Fysiek gezond HD 2 Zelfstandig HD 3 Netwerk HD 4 Meedoen HD 1 Fysiek gezond HD 2 Zelfstandig

* Voor meer informatie over de genoemde verbonden partijen wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen.

Relevante beleidsdocumenten: Beleidsnota

Jeugdbeleid 2018-2022 Regiovisie Beschermd Wonen Gezondheidsnota 2018-2021 Plan van aanpak arbeidsparticipatie statushouders Beleidsplan Sociaal Domein Oosterschelderegio 2019-2022 Programmaplan transformatie Goes 2019-2020. (Goes voor elkaar) Koersdocument Participatie Focusplan Goes, gericht op versnelling van de transformatie Lokale nota Armoede Plan van aanpak alcohol en drugs Uitvoeringsplan WIZ 2020

Indicatoren:

Vastgesteld door

Raad Raad Raad B&W Raad Raad Raad Raad Raad n.v.t

Vaststellings datum

23-11-2017 5-12-2017 21-12-2017 12-4-2018 23-5-2018 23-5-2019 19-12-2019 26-11-2020 p.m. 2021 p.m. 2021

32

33

34

Wat heeft het gekost? Programma 4 Sociaal domein

Bedragen x € 1.000

LASTEN Begroot 4.650

Werkelijk 4.052

BATEN Verschil 598

Begroot 55

Werkelijk 55

Verschil 0

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

6.2

Wijkteams

1.238

1.129

109

33

29

-4

6.3

Inkomensregelingen

16.953

19.577

-2.624

12.134

16.570

4.436

6.4

Begeleide participatie

11.175

10.708

467

2.595

3.073

478

6.5

Arbeidsparticipatie

1.663

1.494

169

7

0

-7

6.6

Maatwerkvoorzieningen (WMO)

3.930

3.964

-35

507

337

-170

6.71

Maatwerkdienstverlening 18+

9.276

11.091

-1.814

0

-6

-6

6.72

Maatwerkdienstverlening 18-

6.158

8.987

-2.830

0

0

0

6.81

Geëscaleerde zorg 18+

166

160

6

0

65

65

6.82

Geëscaleerde zorg 18-

2.428

3.050

-622

0

0

0

7.1

Volksgezondheid

1.570 59.207

1.546 65.758

24 -6.550

8 15.339

23 20.146

15 4.807

Afwijking t.o.v. actuele begroting

-1.743 STORTINGEN

Mutaties in reserves Resultaat na bestemming

Begroot 0

Werkelijk 1.347

ONTTREKKINGEN Verschil -1.347

Begroot 1.234

Werkelijk 3.019

Verschil 1.785 438 -1.305

35

Programma 5 Milieu Missie Bewust duurzaam! In Goes nemen we onze verantwoordelijkheid voor een duurzame en toekomstbestendige woon-, leef-, en werkomgeving. We ambiëren hierbij een plek in de Zeeuwse voorhoede. Het stimuleren van een gemeenschappelijke duurzame mentaliteit kan niet zonder dat we zelf zoveel mogelijk het goede voorbeeld geven.

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? HD 5.1: Een forse vermindering van de hoeveelheid restafval naar minimaal 100 kilo per inwoner per jaar. Waarbij we afval steeds meer beschouwen als grondstof 5.1.1 Speerpunt: Monitoring effecten Diftar op het gebied van kosten, milieu en service. √ 5.1.1.1 Opstellen rapportage van financiële resultaten afvalbeheer en het milieuresultaat (afval scheidingspercentage) In december 2020 is een rapportage opgeleverd over de resultaten van het afvalbeheer 2020. Deze notitie was onderdeel van het voorstel voor de afvalstoffenheffing 2021.

-

5.1.1.2 Uitvoeren tevredenheidsonderzoek inwoners aangaande het serviceniveau Er is een kort (gericht) onderzoek uitgevoerd naar het serviceniveau van Diftar in relatie tot de mogelijkheid van 4wekelijkse inzameling van het restafval. Vanwege een mogelijk ‘Corona- effect’ in de beoordeling is er geen aanvullend (uitgebreid) onderzoek gedaan.

5.1.2 Speerpunt: Zwerfafval verminderen en afvaldumping voorkomen. √ 5.1.2.1 Meer inzet van menskracht voor het opruimen van probleemlocaties/routes en incidentele dumpingen De Betho is extra ingezet, met name in de omgeving van de Foodcourt, maar ook bij het opruimen van plantsoenen en speeltuinen.

≈

5.1.2.2 Communicatiecampagnes met als doel de houding en het gedrag van de vervuilers te beïnvloeden De communicatiecampagne voor het zwerfvuil wordt uitgevoerd in het 1e kwartaal 2021.

√

5.1.2.3 Stimuleren en ondersteunen burgerinitiatieven tot het opruimen van zwerfvuil. Er is een grote werving/opruimactie in samenwerking met MEC de Bevelanden uitgevoerd in januari en februari van 2021, deze actie is voorbereid in 2020. Daarnaast zijn er doorlopend inzamelvoorzieningen voor het opruimen van zwerfvuil verstrekt aan inwoners door diverse initiatiefnemers. Tevens is het ingezamelde zwerfvuil van deze initatieven door de gemeentelijke inzameldienst ingenomen.

√

5.1.2.4 Controle en handhaving op probleemlocaties en fietsroutes van scholieren Er zijn (grote) handhavingsacties uitgevoerd in samenwerking met de politie in de omgeving van de Foodcourt in zowel het voor- als het najaar. Daarnaast doorlopende handhavingsacties door de gemeentelijke BOA’s op de zogenoemde ‘snoeproutes’ voor en na de schooltijden.

√

5.1.2.5 Voorlichting geven op scholen over nadelige gevolgen van zwerfvuil voor mens en dier in samenwerking met MEC De Bevelanden Er zijn gedurende het jaar verschillende educatieve activiteiten uitgevoerd door MEC De Bevelanden. Ook heeft er een E-waste race plaatsgevonden op een aantal basisscholen in gemeente Goes (vanwege Corona in alternatieve –digitale- vorm, in het voorjaar van 2021 zal een volwaardige E-waste race worden georganiseerd).

5.1.3 Speerpunt: Maatregelen treffen tot bereiken doelstelling 100 kg restafval per inwoner per jaar. 5.1.3.1 Aanpassen inzamelfrequentie restafval van 2-wekelijks naar 4-wekelijks in 2020 Waar nodig worden aanvullende maatregelen getroffen en maatwerkoplossingen bedacht als gevolg van deze wijziging. Vanwege Corona zijn er geen wijzigingen doorgevoerd in het afvalbeleid. Het (veilig en constant) uitvoeren van de afvalinzameling heeft prioriteit gehad. In 2021 worden verschillende inzamelmethoden voor 2022 uitgewerkt en ter besluitvorming voorgelegd.

√

5.1.3.2 Aanvullende inzamelvoorzieningen treffen voor de inzameling van Plastic en Drankenkartons ten behoeve van minder validen Er zijn extra voorzieningen geplaatst voor het PMD-afval bij appartementen voor senioren en serviceflats, zoals De Horst, De Schakel, Poelhoek, de Marnixflat en Poelwijck.

√

5.1.3.3 Plaatsen bladkorven in wijken tijdens snoeiseizoen. Bij wijze van proef zijn er bladkorven geplaatst in de Parkweg (Goes Oost) en bij de Westsingel in Goes. Vanwege het succes van deze proef is er tevens een breed plaatsingsplan gemaakt ten behoeve van uitvoering in 2021.

36 HD 5.2: Stimuleren circulaire economie 5.2.1 Speerpunt: Terugdringen grondstoffenverbruik ≈ 5.2.1.1 Milieustraat Goes duurzaam karakter geven door in te zetten op circulaire activiteiten (zoals kringloop en het gebruik van duurzame brandstof inzamelvoertuigen van de milieustraat) Als startpunt wordt in samenwerking met de ZRD een visie opgesteld over de toekomst van de milieustraat. Er is een eerste verkenning uitgevoerd van mogelijkheden en voorwaarden voor kringloopactiviteiten op de milieustraat (met regiofunctie). In 2021 verdere verdieping (in O.L.A.Z.-verband). Voertuigen milieustraat (ZRD) rijden op duurzame brandstof.

√

5.2.1.2 Aanleggen proefvak van duurzaam asfalt Er zijn twee proefvakken met duurzaam asfalt aangelegd: op de Hudsonweg is gewerkt met Lage Temperatuur Asfalt en bij de A. Joachimikade met lignineasfalt.

√

5.2.1.3 Inventariseren mogelijkheden van gebruik duurzame materialen bij beheer en onderhoud openbare ruimte Er heeft een workshop plaatsgevonden waarin een zestal proefprojecten zijn benoemd, o.a. nieuwbouw brandweerkazerne, bedrijvenpark Deltaweg en de renovatie van de sportvelden.

HD 5.3: Een schone en veilige omgeving met een minimale overlast van geluid, trilling, stank en klimaatveranderingen 5.3.1 Speerpunt: Klimaatadaptatie ≈ 5.3.1.1 Opleveren “agenda klimaatadaptatie” Deze agenda betreft een actielijst gericht op de thema’s: wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Vanwege een vacature en Corona (grote fysieke bijeenkomsten niet mogelijk), is het opstellen van de Uitvoeringsstrategie klimaatadaptatie uitgesteld naar 2021. Urgente locaties van wateroverlast zijn direct en gericht aangepakt.

≈

5.3.1.2 Opleveren GRP 2020- 2025 (Gemeentelijk Riool Plan) In het tweede kwartaal 2021 is het GRP aan de gemeenteraad ter vaststelling aangeboden.

≈

5.3.1.3 Realiseren van de getroffen maatregelen tegen de wateroverlast in de Goese Polder De beoogde maatregelen in de Goese Polder zijn voor het overgrote deel aangebracht, voorbeeld hiervan is het project “Blauwe tegel’. Vanuit efficiëntie oogpunt worden de resterende maatregelen integraal uitgevoerd bij herbestrating/herstructurering.

≈

5.3.1.4 Toepassen van maatregelen klimaatadaptatie in het Marconigebied Voor het Marconigebied is een concept gebiedsvisie opgesteld. In deze gebiedsvisie zijn klimaatadaptieve maatregelen opgenomen, waar op een later moment uitvoering aan wordt gegeven.

5.3.2 Speerpunt: Verbeteren water(bodem)kwaliteit - 5.3.2.1 Uitvoeren bodemkwaliteitsonderzoek naar baggerwerkzaamheden in de Vesten Het baggeren van de Vesten is in kwartaal 1 van 2021 geagendeerd voor het bestuurlijk overleg tussen Waterschap en gemeente Goes.

√

5.3.2.2 Uitvoering bodemsanering van de Stadshaven (baggeren/zuigen) De waterbodemsanering van de Stadshaven is volledig afgerond.

HD 5.4: Een voortdurende vermindering van CO2 uitstoot 5.4.1 Speerpunt: Een voortdurende vermindering van CO2 uitstoot binnen de gemeentegrenzen √ 5.4.1.1 Gedragsbeïnvloeding scholieren door voorlichting te geven op middelbare scholen over klimaatverandering Voorlichting wordt doorgaans gegeven door het begeleiden van schoolprojecten op het gebied van Duurzaamheid. Dit jaar zijn de meeste projecten vanwege Corona niet doorgegaan. Wel is een project door het Technasium van het Pontes uitgevoerd over de verduurzaming van bedrijvenpark Deltaweg. Scholieren hebben nagedacht hoe ze toekomstige ondernemers kunnen enthousiasmeren voor het treffen van maatregelen in het kader van duurzaamheid en klimaatadaptatie.

≈

5.4.1.2 Uitvoering geven aan het in 2019 opgestelde onderwijsprogramma ‘Klimaat’ Er wordt in samenwerking met de schoolbesturen een passend onderwijsprogramma opgesteld. Hierbij wordt regionaal samengewerkt in het kader van de Regionale Energie Strategie. Het doel is om in het schooljaar 2021/2022 een schoolproject in het basisonderwijs te starten. Afgelopen jaar zijn er al schoolklassen in het basisonderwijs die uitleg hebben gekregen over de RES.

√

5.4.1.3 Uitvoering geven aan communicatieplan 'Verduurzamen Woningen en Bedrijven' Bewustwording op alle vijf thema’s waaronder bebouwde omgeving, is onderdeel van de algemene

37 communicatiestrategie duurzaamheid. We hebben een algemeen label “Alle B-tjes helpen”. Hiervoor zijn in 2020 diverse communicatie uitingen in Samenspel en op social media verspreid. Ook wordt dit als campagne verder uitgewerkt en wordt er een brede lancering voorbereid voor in 2021. Daarnaast is er frequent aandacht geweest voor de RRE regeling, Duurzaam Bouwloket en het TERTS project. Gemeente Goes deed mee aan de landelijke ‘duurzame huizenroute’ die bewustwording tot doel heeft.

≈

5.4.1.4 Uitvoering geven aan de in 2019 op te stellen 'Uitvoeringsagenda Klimaatbeleidsplan’ zoals de inzet van een energiecoach bij bedrijven, organisatie van acties gericht op bewustwording en het faciliteren van burgerinitiatieven Met een externe partij is in 2020 een traject opgestart voor de coaching van bedrijven. Er is gewerkt aan een analyse van het type bedrijven en hoe we die het best kunnen benaderen. Het idee was om een bijeenkomst te organiseren, maar dat kon niet doorgaan. Binnenkort wordt een enquête uitgezet en wordt een webinar georganiseerd voor Goese bedrijven. Zodra het kan organiseren we spreekuren in het Bespaarhuis of kunnen bedrijven een bezoek aanvragen. Verder is medewerking verleend aan postcoderoosprojecten en aan een deelautoproject in Wolphaartsdijk. Voor acties gericht op bewustwording zie ook 5.4.1.3. Zodra het Bespaarhuis open kan zal hier intensief aandacht aan geschonken worden.

≈

5.4.1.5 In samenwerking met de bedrijven en ondernemers komen tot de opgestelde duurzaamheidsambities voor Bedrijvenpark Deltaweg De duurzaamheidsambities zijn vastgesteld. Voor het gebied is dat BREEAM 3 en voor de gebouwen wordt gestreefd naar BREEAM 4. Momenteel wordt gewerkt aan de uitwerking van de ambities zoals bijvoorbeeld een energieplan. Bedrijven worden in een later stadium betrokken. Hierbij worden de bedrijven ondersteund hoe ambities bereikt kunnen worden.

≈

5.4.1.6 Starten met onderzoek op welke wijze gemeente Goes op wijk- en dorpsniveau aardgasvrij kan worden gemaakt. Gezien de wettelijke verplichting moet het warmtetransitie-plan in 2021 gereed zijn De Transitie Visie Warmte wordt voor zover mogelijk samen met de andere Zeeuwse gemeenten uitgewerkt. Het regionale deel is bijna gereed. In 2021 wordt het lokale deel uitgewerkt.

≈

5.4.1.7 Realiseren van in totaal vier “tiny forests” in 2020 In 2020 zijn er 3 Tiny Forests aangelegd. De aanplant van het 4e Tiny Forest is vertraagd en wordt in het voorjaar van 2021 aangelegd

≈

5.4.1.8 Deelname Project Terts (Transitie in Energie via een Regierol t.o.v. de Tertiare Sector) Pilot uitvoeren voor het toepassen van innovatieve energiebesparende technieken bij midden- en klein bedrijf. Het project is nu op tweederde van de looptijd, Het blijkt erg lastig te zijn om bedrijven te vinden die een pilotproject willen aangaan. Zeker nu ondernemers vanwege de Corona crisis met andere zaken bezig zijn. We blijven het komende jaar werken aan het vinden van bedrijven die een pilotproject willen aangaan. Ook worden energiescans aangeboden aan bedrijven en zullen er diverse bewustwordingsacties plaatsvinden. Er zijn momenteel 8 energiescans uitgevoerd

5.4.2 Speerpunt: Een CO2 neutrale gemeentelijke organisatie ≈ 5.4.2.1 Bewustwording vergroten bij medewerkers gemeente Goes door voorbeeldprojecten te delen en het uitvoeren van bewustwordingsacties conform de communicatiestrategie Er is een kick-off gehouden van het klimaatprogramma en de campagne alle B-tjes helpen in 2019. Sindsdien zijn er diverse items op intranet zichtbaar en wordt in de hal de opbrengst van de zonnepanelen op het stadskantoor getoond. Daarnaast krijgen klimaat en duurzaamheid steeds meer aandacht bij projecten binnen de organisatie. Het organiseren van fysieke bijeenkomsten is vanwege Corona niet gelukt.

≈

5.4.2.2 Opleveren plan verduurzaming gemeentelijk vastgoed Voor de verdere uitwerking van het plan is een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld en is de gemeenteraad geïnformeerd over het te doorlopen proces.

≈

5.4.2.3 Uitvoeren van plan van aanpak ‘Energiebesparing gemaalbesturing’ (verduurzaming van 35 gemalen) Project dient nog te worden opgepakt. Dit zal in samenwerking gaan met alle Bevelandse gemeenten en Tholen.

-

5.4.2.4 Uitvoeren van duurzaamheidsmaatregelen ’t Soepuus en Historisch museum De Bevelanden (energiebesparende aanpassingen aan deze gebouwen) Verwachting is dat duurzaamheidsmaatregelen voor ‘t Soepuus in 2021 in uitvoering komen. De verwachting voor het museum is 2022.

√

5.4.2.5 Gebruik van ‘blauwe’ diesel (HVO-brandstof) door het materieel van het gemeentelijk aannemingsbedrijf Al het materieel van het gemeentelijk aannemingsbedrijf rijdt op HVO.

≈

5.4.2.6 Uitvoeren haalbaarheidsonderzoek voor het gebruik van waterstof als brandstof voor de gemeentelijke vracht-/ vuilniswagens Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat vrachtwagens die worden aangedreven op waterstof 2 tot 3x zo duur zijn als een diesel aangedreven voertuig. Bij schaalvergroting en af-fabriek voertuigen kan de prijs aantrekkelijker worden. Zonder subsidie en een waterstoftankstation in de nabijheid is het niet haalbaar. In samenwerking met de

38 markt wordt onderzocht of een waterstoftankstation realiseerbaar is voor bedrijventerrein Deltaweg.

√

5.4.2.8 Continueren van het vervangen van conventionele armaturen in de openbare verlichting naar LEDverlichting In totaal zijn er 350 led armaturen bijgekomen. Veel nieuwe armaturen staan rondom het spoorproject, Mannee, Kolverniershof, de Beestenmarkt en de Banierstraat te ’s heer Arendskerke.

5.4.3 Speerpunt: Verduurzaming woningen ≈ 5.4.3.1 Maken actieplan voor het behalen van de doelstelling tot het energieneutraal maken van de bestaande particuliere Zeeuwse woningvoorraad in 2045 (incl. vve’s) Dit jaar zijn diverse acties uitgevoerd om de woningvoorraad te verduurzamen. Hierbij wordt zoveel als mogelijk regionaal samengewerkt (Zeeuws Energieakkoord). Enkele voorbeelden zijn het opleveren van de RES 1.0 met onderliggende startprojecten, start gemaakt met het opstellen van de Transitie Visie Warmte, uitvoering van de Regeling Reductie Energiegebruik, verstrekken van duurzaamheidsleningen en het inrichten van het Bespaarhuis aan de Lijnbaan. Hier kunnen inwoners na opening informatie inwinnen over het verduurzamen van woningen en andere onderwerpen met betrekking tot een duurzame levensstijl. Verder is de communicatiestrategie alle B-tjes helpen verder uitgewerkt en is er in Samenspel en op social media periodiek aandacht aan besteed. Bijdrage verbonden partijen aan doelstellingen gemeente: Verbonden partij

Speerpunt/reguliere taak

RUD

Vergunningen

OLAZ

Bijdrage aan doelstelling programma HD 3 Schoon en veilig en HD 4 Uitstoot

Verwerken/recyclen afvalstromen, in stand houden milieustraat, samenwerken onderzoeken ten behoeve van HD 1 Restafval beleidsdoelstellingen uniformiteit in inzamelsystemen/software * Voor meer informatie over de genoemde verbonden partijen wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen.

Relevante beleidsdocumenten: Beleidsnota

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2013-2020 Zeeuws Energie Akkoord Waterbergingsfonds Gemeente Goes. Afvalbeleidsplan gemeente Goes "Van Afval naar Grondstof" Elektrische openbare laadinfrastructuur Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2016 Regeling medisch afval Verordening aansluitrecht gemeentelijke riolering Afvalstoffen verordening 2019 Klimaatprogramma 2019-2022 Regionale Energie Strategie

Indicatoren:

Vastgesteld door

Raad B&W B&W Raad Raad B&W B&W Raad Raad Raad Raad

Vaststellings datum

25-10-2012 1-2-2017 21-2-2017 6-7-2017 10-4-2018 10-7-2018 22-11-2018 20-12-2018 20-12-2018 20-12-2018 18-6-2020

39

Wat heeft het gekost? Programma 5 Milieu

Bedragen x € 1.000

LASTEN

BATEN

Begroot 3.127

Werkelijk 3.122

Verschil 5

Begroot 3.980

Werkelijk 4.156

Afval

4.355

4.195

159

4.222

4.405

183

Milieubeheer

5.108

4.274

834

1.471

902

-569

Begraafplaatsen en crematoria

519 13.108

481 12.073

38 1.035

485 10.158

422 9.885

-63 -273

7.2

Riolering

7.3 7.4 7.5

Afwijking t.o.v. actuele begroting

763 STORTINGEN

Mutaties in reserves Resultaat na bestemming

Verschil 176

Begroot 81

Werkelijk 81

ONTTREKKINGEN Verschil 0

Begroot 2.225

Werkelijk 361

Verschil -1.864 -1.864 -1.101

40

Overzicht algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000) Rekening

Primair

Mutaties

Begroting

Rekening

2019

2020

2020

2020

2020

Treasury

215

213

0

213

138

OZB woningen

491

521

55

576

627

OZB niet-woningen

0

0

0

0

0

Belastingen overig

20

0

0

0

0

Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds

0

0

0

0

0

2.129

973

-383

590

498

Lasten

Overige baten en lasten Resultaat van de rekening van baten en lasten

0

361

-273

89

0

2.855

2.068

-601

1.467

1.262

Treasury

1.588

1.290

-83

1.207

1.234

OZB woningen

5.687

5.769

63

5.832

6.010

OZB niet-woningen

4.527

4.761

-46

4.715

4.697

Belastingen overig

702

1.511

-1.157

354

372

67.759

67.671

4.029

71.700

73.800

759

0

-145

-145

490

0

0

0

0

0

Totaal baten

81.022

81.003

2.661

83.664

86.603

Saldo algemene dekkingsmiddelen

-78.167

-78.935

-3.262

-82.197

-85.340

Totaal lasten Baten

Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds Overige baten en lasten Resultaat van de rekening van baten en lasten

41

Overzicht overhead (bedragen x € 1.000) Rekening

Primair

Mutaties

Begroting

Rekening

2019

2020

2020

2020

2020

6.002.0.1 - Bestuursondersteuning burg. en secretariaat

694

801

18

819

912

6.002.3.1 - Communicatie

538

693

15

708

720

6.002.3.2 - Representatie

153

150

0

150

167

6.002.3.5 - Klantcontactcentrum

46

45

0

45

18

6.002.4.0 - Archief

537

592

-98

494

480

6.040.0.0 - Overhead

11.657

11.541

54

11.596

11.919

Totaal lasten

13.625

13.822

-11

13.811

14.217

6.002.0.1 - Bestuursondersteuning burg. en secretariaat

12

0

5

5

7

6.002.3.1 - Communicatie

0

0

0

0

0

6.002.3.2 - Representatie

42

57

0

57

30

Lasten

Baten

6.002.4.0 - Archief

26

27

-4

23

20

6.040.0.0 - Overhead

2.344

2.591

106

2.697

2.378

Totaal baten

2.424

2.676

107

2.783

2.435

Saldo overhead

11.202

11.146

-118

11.028

11.782

42

Overzicht VPB (bedragen x € 1.000) Rekening

Primair

Mutaties

Begroting

Rekening

2019

2020

2020

2020

2020

6.942.0.1 - Lasten vennootschapsbelasting

28

0

0

0

-4

Saldo VPB

28

0

0

0

-4

Lasten

3. Paragrafen

www.goes.nl

44

45

Paragraaf Lokale heffingen Inleiding Op grond van artikel 10 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), geven we inzicht in: het beleid ten aanzien van de lokale heffingen de realisatie opbrengst belastingen en heffingen een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen een aanduiding van de lokale lastendruk een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid Op grond van artikel 26 van het BBV bevat de jaarrekening een paragraaf lokale heffingen waarin de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen. De lokale heffingen zijn, naast het gemeentefonds van het Rijk voor gemeente Goes, een belangrijke bron van inkomsten. De lokale heffingen zijn een 13-tal verschillende belastingen en heffingen welke via verordeningen door de gemeenteraad jaarlijks worden vastgesteld. Beleid lokale heffingen De basis voor de beleidsuitgangspunten komt uit het collegeprogramma 2018-2022. Hierin is het volgende beleidsuitgangspunt geformuleerd: “Wij hebben aandacht voor de gemeentelijke lasten van bedrijven en willen hierin onze positie op de Zeeuwse ranglijst verbeteren.” We streven voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing naar een kostendekkendheid van 100%. Voor de kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten hebben we als streven een kostendekkendheid van minimaal 90%.

Dit wordt ook in deze paragraaf toegelicht en cijfermatig weergegeven. Het beleidsuitgangspunt is gelijk gehouden aan het uitgangspunt van de afgelopen jaren. Dit betekent dat voor de lokale heffingen van gemeente Goes voor 2020 een stijging met een indexatie van 2,2% is doorgevoerd. Dit is aan u voorgelegd met de perspectiefbrief 2020. Waar op basis van eerdere beleidskeuzes hiervan wordt afgeweken, wordt dit in deze paragraaf toegelicht. Het effect van de beleidsuitgangspunten wordt in deze paragraaf indicatief weergegeven in een vergelijk met de lokale lasten van andere gemeenten in de regio. Opbrengstrealisatie belastingen en heffingen In onderstaande tabel zijn de initiële begroting, gewijzigde ramingen en de realisatiecijfers van het jaar 2020 weergegeven. De ramingen uit de initiële begroting zijn in de bestuursrapportage 2020 of op andere momenten door middel van een begrotingswijziging om verschillende redenen aangepast. Gem eentelijke belasting

(Bedragen x € 1.000) Prim aire begroting

Wijzigingen 2020

Begroting 2020

3.900

-67

Binnenhavengeld

84

0

Forensenbelasting

103

0

1.601

1.181

Lijkbezorgingrechten

510

Marktgeld

72

Afvalstoffenheffing

Leges

Realisatie 2020

3.833

Afw ijking 2020

3.803

-30

84

81

-3

103

101

-3

2.782

3.330

548

-25

485

422

-63

-9

63

43

-20

Onroerende zaakbelasting

10.530

17

10.547

10.707

160

Parkeerbelasting

3.874

-700

3.174

3.071

-104

Precariobelasting

1.114

-757

357

370

13

Reclamebelasting Rioolrecht Toeristenbelasting Totaal

-3

0

-3

2

5

3.941

0

3.941

4.027

87

290

0

290

201

-89

26.017

-359

25.658

26.159

501

Toelichting op verantwoording heffingen 2020

46 Afvalstoffenheffing In deze paragraaf lokale heffingen geven we inzicht in de huishoudelijke afvalstoffenheffing. Het bedrijfsmatige afval is geen publiekrechtelijke taak en wordt niet in deze paragraaf behandeld. Voor de huishoudelijke afvalstoffenheffing mag de totale belastingopbrengst de totale lasten niet overschrijden. Dat wil zeggen dat we voor de afvalstoffenheffing maximaal kostendekkend mogen zijn. Het jaar 2020 was het tweede jaar van invoering van het Diftar systeem. De opbrengsten van de afvalstoffenheffing in 2020 komen nagenoeg uit op de aangepaste begroting. In de begrote opbrengsten van de afvalstoffenheffing zijn in 2020 twee wijzigingen doorgevoerd. In verband met het minder aanbieden van restafval is bij de vaststelling van de verordening 2020 de raming met € 171.000 naar beneden bijgesteld. Door de coronacrisis nam het aanbieden van restafval in 2020 weer toe. Hiervoor is een positieve bijstelling van de raming opbrengst huishoudelijke afvalstoffen doorgevoerd van € 104.000. In onderstaande tabel wordt van het taakveld afvalstoffenheffing, de kosten en opbrengsten van het onderdeel huishoudelijke afvalstoffen weergeven. De bedrijfsafvalstoffen worden hier buiten gehouden. Voor het onderdeel overhead vindt bij de begroting een toerekening naar rato van de omvang van het taakveld plaats.

Uitgangspunt van de begroting 2020 was een kostendekkendheid van 100% binnen het taakveld en overhead. Door met name de lagere opbrengsten komt het dekkingspercentage uit op 94%. A fv a ls to ffe nhe ffing 2020 Ko s te nd e k k e nd he id

B e d ra g e n (x € 1.000)

Kosten taakvelden afvalstoffenheffing Dotatie reserve Diftar Opbrengsten taakvelden afvalstoffenheffing

4.121 81 -503

Toe te rekenen kosten: - overhead - btw Totale kosten afvalstoffenheffing

358 n.v.t. 4.058

Opbrengst afvalstoffenheffing

3.803

D e k k ing s p e rc e nta g e a fv a ls to ffe nhe ffing

94%

Leges De legesbaten laten een hogere opbrengst zien dan begroot van € 548.000. Voor het grootste deel wordt dit veroorzaakt door hogere opbrengsten omgevingsvergunning bouwen. Met eerdere begrotingswijzigingen is dit al gesignaleerd en zijn de ramingen met ruim € 1 miljoen verhoogd. Ook heeft de corona crisis binnen de leges ertoe geleid dat de ramingen zijn aangepast. Voor de corona crisis zijn nog € 200.000 aan hogere ramingen voor de omgevingsvergunning toegevoegd en wat aframingen bij de andere leges. Lijkbezorgingsrechten De realisatie van de opbrengst lijkbezorgingsrechten voor 2020 is lager dan begroot. Bij het vaststellen van de belastingverordeningen 2020 is de raming naar beneden bijgesteld met € 50.000. In verband met de coronacrisis zijn er extra lijkbezorgingsrechten geraamd van € 25.000. Maar per saldo zijn er € 63.000 minder lijkbezorgingsrechten ontvangen in 2020. Daar staat tegenover dat de kosten ook lager zijn dan begroot. Vooral het groenbeheer van de begraafplaatsen heeft minder gekost dan geraamd. Maar de lagere kosten van € 40.000 dan begroot zijn niet voldoende om de kostendekkendheid op het minimale streefpercentage van 90% te krijgen. In onderstaande tabel worden de kosten en opbrengsten van de lijkbezorgingsrechten vergeleken en uitgedrukt in een dekkingspercentage.

47 Lijk b e zo rg ing s re c hte n 2020 Ko s te nd e k k e nd he id

B e d ra g e n (x € 1.000)

Kosten taakvelden lijkbezorgingsrechten Opbrengsten taakvelden lijkbezorgingsrechten

479 0

Toe te rekenen kosten: - overhead - btw Totale kosten lijkbezorgingsrechten

40 n.v.t. 519

Opbrengst lijkbezorgingsrechten

422

D e k k ing s p e rc e nta g e lijk b e zo rg ing s re c hte n

81%

Onroerendezaakbelasting De realisatie van de opbrengst onroerendezaakbelasting (OZB) voor woningen en niet-woningen laat zien dat er € 160.000 meer is binnengekomen dan begroot. Omdat we voor de OZB een opbrengst van ruim € 10.000.000 realiseren is de afwijking ten opzichte van de begroting voor 2020 procentueel beperkt geweest (ongeveer 1,5%) . Als we de afwijking analyseren zien we wel grotere verschillen. De geschatte stijging van de WOZ is hoger uitgevallen dan waarvan was uitgegaan. Dit betekende een hogere opbrengst van ongeveer € 250.000. De stijging bestaat uit accres woningen (verbouw en bouw) en uit waardeontwikkeling. Voor een deel hadden we rekening gehouden met een accres van ongeveer € 50.000. Maar de realisatie laat zien dat de WOZ-waardeontwikkeling hoger is geweest dan dat is ingeschat bij het opstellen van de begroting 2020 en verordening onroerende zaakbelasting 2020. Daar staat tegenover op peildatum 31 december de debiteurenstand voor de gemeentelijke belastingen beperkt hoger is dan in de voorgaande jaren. Op basis van het bestaande beleid wordt daarmee voorzichtigheidshalve uitgegaan van een hogere stand van de dubieuze debiteuren van ongeveer € 24.000. Dit wordt weer in mindering gebracht op de opbrengsten.

Samen met de afboeking oninbaar van ongeveer € 32.000 en nog wat kleine correcties komt de realisatie per saldo uit op een voordeel van ongeveer € 160.000. Precariobelasting Net als in de voorgaande jaren is er nog onzekerheid over de baten precario kabels en leidingen voor gemeente Goes. Zoals eerder aangegeven loopt er een rechtszaak tussen gemeente Hulst en Enduris. Voor 2016 is hiervoor Enduris in het gelijk gesteld. Voor het belastingjaar 2017 loopt de rechtszaak nog. Voorzichtigheidshalve hebben we de opbrengst over 2020 nog niet verantwoord en is de begroting in de bestuursrapportage 2020 daarmee naar beneden bijgesteld. Zodra over de rechtszaak van gemeente Hulst meer duidelijkheid is, kunnen deze opbrengsten mogelijk wel verantwoord worden. Rioolheffing Uitgangspunt voor de rioolheffing is dat de kosten van het taakveld, niet meer dan 100% kostendekkend mogen zijn. Op basis van die berekening is er bij het vaststellen van de verordening rioolheffing 2020 voor gekozen om de tarieven met 2% te indexeren. We zien dat realisatie van de baten van de rioolheffing ongeveer € 87.000 hoger uitvallen dan begroot. Net als bij de OZB heeft de rioolheffing de WOZ-waarde als maatstaf. De geschatte stijging van de WOZ is hoger uitgevallen dan waarvan was uitgegaan. De stijging bestaat uit accres woningen (verbouw en bouw) en uit waardeontwikkeling.

Binnen de rioolheffing hadden we geen rekening gehouden met een accres, zoals bij de OZB. Tegenover deze hogere opbrengst staat ook een stijging van de kosten. In onderstaande tabel worden de kosten en opbrengsten van de rioolheffing uitgedrukt in een dekkingspercentage. Uitgangspunt van de begroting 2020 was een kostendekkendheid van 100% binnen het taakveld, toerekenbare kosten, overhead en btw. Voor 2020 komt het dekkingspercentage uit op 95%.

48

B e d ra g e n (x € 1.000)

R io o lhe ffing 2020 Ko s te nd e k k e nd he id Toerekening kosten rioolheffing Toerekening kosten rioolheffing Opbrengsten taakvelden rioolheffing

3.122 544 -128

Toe te rekenen kosten: - overhead - btw Totale kosten rioolheffing

282 441 4.261

Opbrengst rioolheffing

4.027

D e k k ing s p e rc e nta g e rio o lhe ffing

95%

Toeristenbelasting De opbrengst toeristenbelasting 2020 laat zien dat de coronacrisis zijn effect hierop heeft gehad. De lagere bezetting in vooral het voorjaar heeft ertoe geleid dat deze opbrengsten in 2020 ongeveer € 89.000 lager uitvallen.

Lokale lastendruk De lokale belastingdruk bestaat uit de onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en het rioolrecht. Voor het bepalen van de lokale lastendruk 2020 baseren we ons op de informatie van Coelo. In onderstaande tabel op basis van de berekening van Coelo is de ontwikkeling van de woonlasten van de afgelopen vijf jaar weergegeven. In onderstaande tabel wordt de belastingdruk van gemeente Goes vergeleken met die van de dertien Zeeuwse gemeenten. Om dit objectief te kunnen weergeven, baseren we ons op de informatie die Coelo jaarlijks verzameld (bron: www.coelo.nl). De onderstaande tabellen geven de lokale lastendruk per standaard gezinshuishouden weer en de lastendruk voor eenpersoonshuishoudens.

Woonlasten woningen meerpersoonshuishouden Gemeente Veere Tholen Noord-Beveland Goes Terneuzen Middelburg Sluis Kapelle Borsele Hulst Reimerswaal Vlissingen Schouwen-Duiveland

Gemiddeld Zeeland

€ € € € € € € € € € € € €

€

Lasten 2020

672 715 719 730 755 761 769 782 784 817 820 890 898

778

Woonlasten woningen eenpersoonshuishouden Gemeente Veere Tholen Kapelle Noord-Beveland Borsele Reimerswaal Goes Sluis Terneuzen Hulst Middelburg Schouwen-Duiveland Vlissingen

Gemiddeld Zeeland

€ € € € € € € € € € € € €

€

Lasten 2020

619 629 650 660 660 660 661 695 709 722 734 815 890

700

In de onderstaande tabel wordt de lokale belastingdruk voor bedrijven weergegeven. Hoewel Coelo dit niet berekent, kunnen we op basis van de informatie van Coelo en de verordeningen van de verschillende gemeenten wel een vergelijk laten zien. Om de lasten tussen de verschillende gemeenten te kunnen bepalen, gaan we uit van een bedrijf met een WOZ-waarde van € 500.000 en een waterverbruik van 500m³. In de berekening wordt de onroerendezaakbelasting en de rioolheffing meegenomen. De afvalstoffenheffing is voor bedrijven, in tegenstelling tot woningen, geen publiekrechtelijke heffing en is dus niet meegenomen in onderstaande tabel.

49

Lasten bedrijven Gemeente

Veere Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Hulst Borsele Tholen Kapelle Sluis Goes Middelburg Terneuzen Vlissingen

Gemiddeld Zeeland

€ € € € € € € € € € € € €

€

Lasten 2020

1.436 1.493 1.989 2.286 2.407 2.420 2.581 2.623 2.638 2.682 3.068 3.110 4.191

2.533

Kwijtscheldingsbeleid De gemeente hanteert het uitgangspunt dat alle inwoners met een inkomen op 100% van de bijstandsnorm in aanmerking moeten kunnen komen voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing en het rioolrecht, tenzij sprake is van een vermogen dat groter is dan het wettelijke normbedrag. De uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid wordt gedaan door Sabewa Zeeland, de informatie staat op www.sabewazeeland.nl.

50

Paragraaf financiering Inleiding Het doel van deze paragraaf is de raad te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s over 2020. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Artikel 13 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) legt vast welke informatie de financieringsparagraaf in ieder geval dient te bevatten. Conform de vereisten voortvloeiende uit de wet financiering decentrale overheden (wet Fido) is er door het college een treasurybesluit vastgesteld. Hierin staan de regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten, alsmede de administratieve organisatie van de financieringsfunctie opgenomen. Renterisicobeheersing Renterisico’s worden beperkt door: • een actuele rentevisie te hanteren; • middel van een actuele liquiditeitsprognose; • te toetsen aan de kasgeldlimiet, beheersingsinstrument korte schuld; • te toetsen aan de renterisiconorm, beheersingsinstrument lange schuld. Rente-ontwikkelingen Al jaren laten de rentes een dalend verloop zien. De daling van 2018 en 2019 wordt ook in 2020 verder doorgezet.

Begin 2020 maakte de rente een snoekduik door de uitbraak van het Coronavirus in China. De virusuitbraak zorgde voor grote onzekerheid op de geldmarkt en in welke mate het virus zich over de wereld zou gaan verspreiden. Gedurende 2020 heeft de pandemie een grote impact gehad op de wereldeconomie en dus ook op de rentestanden. Om de economie op gang te helpen en te houden heeft de ECB in maart 2020 het pandemic emergency purchase programme (PEPP) ingevoerd. Dit opkoopprogramma, soortgelijk aan eerdere opkoopprogramma’s ging in eerste instantie om een bedrag van € 750 miljard. Vervolgens is dit opkoopprogramma nog twee keer verruimd naar in totaal € 1.850 miljard. Door de invoering van het PEPP is er een grote geldhoeveelheid toegevoegd aan de Europese economie. Deze monetaire verruiming zorgt voor de dalende en laagblijvende rentestanden. Naast het PEPP zijn als extra stimuleringsmaatregel de deposito rentestanden laag gehouden op -0,5%. Ook blijft het opkoopprogramma van € 20 miljard per maand, wat ookal in 2019 door de ECB werd gevoerd van kracht. Economisch herstel blijft voorlopig uit. De verwachting is dan ook dat de ECB tot in iedergeval begin 2022 al de genomen maatregelen zal handhaven. Daarbij heeft de ECB uitgesproken de maatregelen net zo lang te voeren als nodig geacht wordt.

In de onderstaande tabel is het verloop van de korte rente (referentierente: 3-maands Euribor) en de lange rente (referentierente: 10-jaars IRS) weergegeven.

Het verloop van zowel de korte rente (3-maands Euribor) als de lange rente (10-jaars IRS) laat duidelijk de impact van het ingrijpen van de ECB zien. Na de daling in januari hetstelde de rente zich in het eerste kwartaal van 2020 enigszins. Het effect van de invoering van het pandemic emergency purchase programme is terug te zien in de rentestanden. Zowel de korte als langlopende rente zijn in de eerste maanden van 2021 onverminderd blijven dalen. Gezien de looptijd van het PEPP en de aanhoudende economische onzekerheid is het onwaarschijnlijk dat de rente op korte termijn veel

51 zal stijgen. Deze lage rentestanden zijn één op één terug te zien in de financieringscondities voor nieuw aan te trekken geldleningen. Intern liquiditeitsbeheer Dit betreft het beheersen van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeiten. Als gevolg van onvoorziene wijzigingen kunnen de financieringslasten hoger uitvallen. Voor de liquiditeitspositie tot één jaar is een planning aanwezig. Met deze planning wordt een inschatting gemaakt van de belangrijkste te ontvangen en te betalen bedragen voor die periode. De liquiditeitenplanning wordt periodiek bijgesteld aan de hand van wijzigingen in de geldstromen die invloed hebben op de geplande inkomsten en uitgaven van de organisatie. Voorop staat dat de gemeente altijd aan haar betalingsverplichtingen moet voldoen. Hiervoor moeten steeds voldoende geldmiddelen op zowel de korte als de lange termijn beschikbaar zijn. Kasgeldlimiet Ter beperking van renterisico’s op de korte schuld dienen de gemeenten te voldoen aan de kasgeldlimiet. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag bedragen. De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd korter dan één jaar en de schuld in rekeningcourant en is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven.

De ontwikkeling van de netto vlottende schuld ten opzichte van de kasgeldlimiet in 2020 is in het volgende overzicht weergegeven. Kasgeldlimiet en financieringstekort Totaal jaarbegroting (baten)

1e kwartaal 2020

(Bedragen x € 1.000) 2e kwartaal 3e kwartaal 2020 2020

4e kwartaal 2020

131.689

131.689

131.689

131.689

Percentage

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

Kasgeldlimiet

11.194

11.194

11.194

11.194

-11.580

6.438

14.765

13.494

-386

17.632

25.959

24.688

Gemiddelde netto vlottende schuld (-) of gemiddeld overschot vlottende middelen (+) Ruimte (+) / overschrijding (-)

Het bovenstaande overzicht laat het verloop van de kasgeldlimiet voor 2020 zien. In het 1e kwartaal van 2020 was er sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet. Deze overschrijding is veroorzaakt door het optimaal benutten van het renteklimaat door middel van het aantrekken van kortlopende financiering. Om de kasgeldlimiet in het 2e kwartaal van 2020 niet te overschrijden, is er in het 2e kwartaal van 2020 een langlopende geldlening aangetrokken. Deze langlopende geldlening heeft voor de laatste drie kwartalen van 2020 een positief effect gehad op de kasgeldlimiet waarbij ruimschoots aan de limiet is voldaan. Renterisiconorm Met behulp van de renterisiconorm wordt bepaald welk renterisico de gemeente loopt op haar vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan één jaar). De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningportefeuille gelijktijdig moet worden hergefinancierd, met het risico van snel oplopende rentelasten.

In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm voor de afgelopen jaren weergegeven. Renterisiconorm

(bedragen x € 1.000) 2020

2019

2018

1

Renteherzieningen *

0

0

0

2

Aflossingen

8.623

9.976

10.357

3

Renterisico (1 + 2)

8.623

9.976

10.357

4a

Begrotingstotaal

131.689

128.157

121.560

4b

Percentage regeling

20%

20%

20%

4

Renterisiconorm (4a x 4b)

26.338

25.631

24.312

5a

Ruimte onder renterisiconorm (4 > 3)

17.715

15.655

13.955

5b

Overschrijding renterisiconorm (3 > 4)

*

In geval van een roll-over lening

52 In 2020 is de renterisiconorm niet overschreden. Daarnaast laat de tabel vanaf 2018 een stijgend verloop zien in de ruimte onder de renterisiconorm. Dit geeft aan dat het renterisico goed beheerst wordt, waarbij in 2020 ruimschoots aan de norm is voldaan. Rente-omslag De rente wordt via een omslagstelsel toegerekend aan de kostendragers (producten). Dit heet het zogenaamde 'renteomslag percentage'. Het rente-omslag percentage wordt berekend over alle producten. Het rente-omslag percentage wordt met de dan bekende gegevens zo goed als mogelijk ingeschat en wordt toegerekend aan die investeringen welke lineair worden afgeschreven. De rente-omslag was bij begroting 2020 berekend op 1,24% op basis van de toen berekende boekwaarden per 1 januari 2020 en de te verwachten aan te trekken leningen. Bij nacalculatie bij de jaarrekening 2020 komt de rente-omslag op 1,04% uit. Dit verschil ten opzichte van de begroting wordt verklaard door andere werkelijke boekwaarden en een verschil in het om te slaan rentebedrag. Financieringspositie De financieringspositie geeft inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie. In de gemeente Goes werken we met totaalfinanciering. Dit houdt in dat niet voor iedere investering (activum) separaat een lening wordt afgesloten.

Investeringen worden gefinancierd vanuit het totaal van eigen vermogen (reserves) en het lang vreemd vermogen (aangetrokken leningen). Bij projecten van grote omvang kan het zijn dat het systeem van totaalfinanciering wordt losgelaten. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een project waarbij er sprake is van een verschil tussen juridisch en economisch eigenaar van het activum. Voorstellen voor afwijken van het systeem van totaalfinanciering zullen onderdeel moeten uitmaken van het raadsbesluit over de uitvoering van deze projecten. Het verloop van onze leningenportefeuille is als volgt: (Bedragen x € 1.000)

2020

2019

2018

Stand per 1 januari

116.726

126.701

122.058

Nieuwe leningen begroot

12.638

12.490

15.423

Nieuwe leningen werkelijk

20.000

0

15.000

Rentepercentage begroot

1,50%

1,75%

1,75%

Rentepercentage werkelijk

0,55%

0,00%

0,94%

Aflossingen

-8.624

-9.975

-10.357

128.102

116.726

126.701

Stand per 31 december

In 2020 was begroot om voor € 12,69 mln aan langlopende leningen aan te trekken tegen een rentepercentage van 1,50%. In de eerste maanden van 2020 is de financieringsbehoefte opgevangen met kasgeld. Om de kasgeldlimiet niet te overschrijden in het 2e kwartaal, is er voor € 20,00 mln langlopend gefinancierd tegen een rentepercentage van 0,55%. Doordat de volledige financieringsbehoefte in 2019 is opgevangen door kortlopende financiering heeft dit in 2020 geleid tot het aantrekken van meer langlopende financiering dan begroot. Door het aflossen van de leningportefeuille met € 8,62 mln resteert er € 128.102 mln aan uitstaande langlopende financieringen per 31-12-2020. De gemiddelde rente over de gehele leningportefeuille bedroeg in 2020: 2,93%. Risicobeheer In het wijzigingsbesluit BBV is opgenomen dat er inzicht wordt gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Tevens is het verplicht dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moet worden toegerekend met behulp van een (rente) omslagpercentage. Dit omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is voor aanpassingen aan het BBV. Ter verduidelijking onderstaand het renteschema: Renteschema a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

b.

De externe rentebaten (idem)

(Bedragen x € 1.000) -/-

Saldo rentelasten en rentebaten c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-/-

€

75

-/-

€

0

+

€

0

€

3.425

€

0

€

3.425

c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€

75 3.350

53

d1. Rente over eigen vermogen

+

€

d2. Rente over voorzieningen

+

€

133

€

4.452

€

4.452

€

0

Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

f.

Renteresultaat op het taakveld treasury

-/-

969

Het schema laat zien dat de afwijking tussen de werkelijk rentelasten en de toegerekende rentelasten € 0 bedraagt. Dit komt doordat er nacalculatie van de omslagrente heeft plaatsgevonden. Schuldpositie Voor het beoordelen van de financiële vermogenspositie is in het BBV een verplichte indicator opgenomen, de netto schuldquote. Deze indicator is door de Vereniging Nederlandse Gemeenten opgesteld. De netto schuldquote beoordeelt de vermogenspositie van gemeenten aan de hand van schulden ten opzichte van de inkomsten. Het kengetal geeft een indicatie van het aandeel van de rentelasten van de schulden in de totale exploitatie. Het draait om de vraag of de rentelasten als gevolg van hoge schulden niet te veel ruimte opslokken binnen de totale exploitatie. Voor de netto schuldquote wordt de volgende definitie gehanteerd: De netto schuld als aandeel van de exploitatie. De netto schulden zijn gedefinieerd als de som van de langlopende schulden, kortlopende Schulden en overlopende passiva. Daarop zijn in mindering gebracht de kortlopende vorderingen en uitzettingen, liquide middelen, overlopende activa en langlopende uitzettingen. Voor de omvang van de exploitatie wordt uitgegaan van de baten voor bestemming, dus exclusief de mutaties in de reserves.

De netto schuldquote wordt genormeerd conform onderstaande bandbreedte: Netto schuldquote in % van de exploitatie Netto schuldquote in % van de exploitatie Netto schuldquote in % van de exploitatie

> 130% 100% - 130% < 100 %

niet wenselijk, grote risico’s voorzichtigheid geboden

De netto schuldquote per 31-12-2020 bedraagt 81%. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt de netto schuldquote nader toegelicht.

54

Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing biedt op basis van een risico-inventarisatie, financiële vertaling van de risico’s door middel van een risicomethodiek en een overzicht van financiële kengetallen inzicht in de financiële positie van de gemeente Goes. Bij het bereiken van onze doelstellingen is inzicht gewenst in de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen. Deze paragraaf gaat kort in op ons beleid voor risico’s, geeft inzicht in de gehanteerde methodiek en toetst het aanwezige weerstandsvermogen aan de norm van de weerstandscapaciteit. De risico’s van de coronacrisis zijn geen onderdeel van deze paragraaf. Voor de coronacrisis is in deze jaarrekening een aparte paragraaf opgesteld. De risico’s van de coronacrisis zijn daarin opgenomen.

Beleid risicobeheersing Om ook in de toekomst een financieel gezonde organisatie te blijven, gaat de gemeente Goes verstandig en verantwoord om met risico’s. Risico’s zijn onlosmakelijk verbonden met de uitvoering van bedrijfsprocessen en kunnen nooit helemaal worden uitgesloten. Als gemeente willen we bewust zijn van de risico’s die we lopen en van de beheersingsmaatregelen die we kunnen nemen. Bij de beheersing van de risico’s hanteren wij als beleidslijn dat er sprake moet zijn van een evenwicht tussen praktische uitvoerbaarheid en effectiviteit en kosten (efficiency) van een maatregel. Daarom wordt uitgegaan van een voorzichtig financieel beleid als fundament voor de weerstandscapaciteit. In de uitvoering worden hierbij de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Een in meerjarig perspectief sluitende begroting; • Onderhoudsvoorzieningen van voldoende omvang; • Beheerste ontwikkeling van de lokale lasten; • De begroting heeft jaarlijks ruimte voor onvoorziene kosten (eenmalig en structureel); • Een weerstandscapaciteit van voldoende omvang om de risico’s op te kunnen vangen. De wetgeving voor het weerstandsvermogen zijn vastgelegd in het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV-artikel 9, 11 en 26).

Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in de financiële verordening gemeente Goes 2017 (artikel 15) en in de nota Reserves en voorzieningen 2017 (paragraaf 2.5 en 3.1). Structureel systeem van risicomanagement We hanteren organisatiebreed een structureel systeem van risicomanagement. Periodiek inventariseren we binnen de organisatie de risico’s, koppelen we beheersingsmaatregelen aan de risico’s, vindt evaluatie plaats van bestaande, actuele risico’s en beheersingsmaatregelen en rapporteren we hierover. Door herhaling van deze stappen in het proces van risicomanagement is er blijvende aandacht voor risico’s en de beheersing ervan. Het proces van risicomanagement maakt onderdeel uit van de jaarlijkse budgetcyclus. Wij beschouwen risicomanagement hierbij niet als een doel op zich. Doordat wij een beter inzicht hebben in de risico’s in onze gemeentelijke processen is risicomanagement voor ons een hulpmiddel bij het bereiken van gemeentelijke doelen.

Voor het sociaal domein en de bouwgrond hebben we ervoor gekozen om een andere methodiek van risicoinventarisatie te hanteren. Dit wordt later in deze paragraaf toegelicht.

55 Risicomethodiek De ambtelijke organisatie inventariseert en beoordeelt de risico’s. Om te waarborgen dat de risico’s binnen de organisatie op uniforme en objectieve wijze worden beoordeeld, wordt gebruik gemaakt van onderstaande tabel om de kans en het gevolg van een risico in te schatten. Kans op optreden risico

Im pact risico (financieel en politiek/im ago)

Klasse

Score

Klasse

Gevolg financieel

Gevolg politiek/imago

Zeer laag

1

Zeer laag

< € 10.000

zeer laag

Score 1

Laag

2

Laag

€ 10.000 - € 50.000

laag

2

Gemiddeld

3

Gemiddeld

€ 50.000 - € 100.000

gemiddeld

3

Hoog

4

Hoog

€ 100.000 - € 250.000

hoog

4

Zeer hoog

5

Zeer hoog

> € 250.000

zeer hoog

5

De risicoscore van een bepaald risico wordt bepaald door kans en impact met elkaar te vermenigvuldigen (risicoscore = score kans x score impact). Maximaal kan een risico 25 punten scoren wanneer sprake is van een zeer hoge kans van optreden in combinatie met zeer hoge gevolgen (financieel of politiek/imago). Voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen wordt vervolgens een objectieve methodiek toegepast. Als norm voor de berekening van het weerstandsvermogen wordt de volgende tabel gehanteerd. Risicoscore

Risicoprofiel Indicatie voor benodigd w eerstandsverm ogen

1-4

Zeer laag

5,0% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied

5-6

Laag

7,5% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied

8-9

Gemiddeld

10,0% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied

10-12

Hoog

12,5% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied

>15

Zeer hoog

15,0% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied

Daar waar geen directe uitgavenposten zijn gerelateerd aan de risico’s (bijvoorbeeld de inkomstenstroom van de gemeente of garantstellingen) wordt als uitgangspunt voor de benoemde risico’s een materialiteitsgrens van 1, 2 of 3% (laag-gemiddeld-hoog) gehanteerd. Omdat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen, wordt in de systematiek voor de berekening van het benodigde weerstandsvermogen een bandbreedte aangehouden van 75% - 125%. In de jaarrekening 2020 hanteren we een norm voor de weerstandscapaciteit van 100% van het benodigde weerstandsvermogen.

Inventarisatie weerstandscapaciteit Bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt in de weerstandscapaciteit in de vermogens- en in de exploitatiesfeer. De weerstandscapaciteit in de vermogenssfeer wordt gevormd door: De beschikbare algemene reserve; Het vrij beschikbaar deel van de bestemmingsreserves; Eventuele stille reserves. Het vrij beschikbare deel van de algemene reserve bestaat uit het saldo van de algemene reserve waarbij de claims in mindering op het saldo zijn gebracht. Ditzelfde geldt voor het vrij beschikbare gedeelte van de bestemmingsreserves. Er is sprake van stille reserves als activa een hogere waarde vertegenwoordigen dan de boekwaarde op de balans. Zolang de desbetreffende eigendommen echter niet voor verkoop in aanmerking komen, kunnen de stille reserves niet te gelde worden gemaakt. In het overzicht van de weerstandscapaciteit zijn de stille reserves daarom als PM post opgenomen. De weerstandscapaciteit in de exploitatiesfeer wordt gevormd door: De onbenutte belastingcapaciteit; De begrotingsruimte. Omdat we niet voor alle risico’s eenzelfde methodiek van risico-inventarisatie hanteren, is er geen overzicht te geven van de belangrijkste risico’s.

Voor de bouwgrond en het sociaal domein is ervoor gekozen om een andere systematiek te hanteren waardoor het niet mogelijk is om op totaal niveau de risico’s met elkaar te vergelijken en/of te waarderen. Onbenutte belastingcapaciteit Als minimumbedrag voor een maatschappelijk aanvaardbare hoogte van de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolrechten wordt het zogenaamde redelijk peil gehanteerd. Gemeenten moeten een bepaald redelijk peil hebben om in aanmerking te komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 FvW (Financiële verhoudingswet). Het bedrag dat de gemeente minder dan het redelijk peil ontvangt aan belastingopbrengsten, wordt aangemerkt als onbenutte belastingcapaciteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10394607/2