CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 06. GEWIJZIGDE VERSIE Programmajaarrekening 2022 def 19.6.2023

Besluitvormende raad 13 juli 2023, gemeente GoesBij agendapunt: Accountantsverslag 2022 en Jaarrekening 2022.39.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rente typische looptijd korter dan één jaar en de schuld in rekeningcourant en is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. (Bedragen x € 1.000) Kasgeldlimiet en financieringstekort

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

2022

2022

2022

2022

143.399

143.399

143.399

143.399

Percentage

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

Kasgeldlimiet

12.189

12.189

12.189

12.189

-11.104

-10.079

11.483

16.255

1.085

2.110

23.672

28.444

Totaal jaarbegroting (baten)

Gemiddelde netto vlottende schuld (-) of gemiddeld overschot vlottende middelen (+) Ruimte (+) / overschrijding (-)

Door de negatieve kortlopende rentestanden is in de eerste twee kwartalen van 2022 gebruik gemaakt van kasgeld om aan de financieringsbehoefte te voldoen. Hierdoor is in deze kwartalen de ruimte binnen de gestelde limiet voor het overgrote deel benut. Gedurende het jaar zijn de rentes opgelopen. In de zomermaanden was de kortlopende rente voor het eerst niet meer negatief. Daarbij was ook bij de langlopende rente een duidelijke stijging zichtbaar. Op dat moment is er gekozen om niet meer kortlopend, maar langlopend te financieren. Voor het eerst was in het derde kwartaal een overschot aan vlottende middelen. De ruimte binnen de gestelde limiet nam daardoor toe tot bijna 24 miljoen. Doordat niet meer met kasgeld gefinancierd is, zien we ook dat in het vierde kwartaal ruimschoots aan de kasgeldlimiet is voldaan met een ruimte van ongeveer 28 miljoen. Renterisiconorm Met behulp van de renterisiconorm wordt bepaald welk renterisico de gemeente loopt op haar vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan één jaar). De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden.

Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de lening portefeuille gelijktijdig moet worden hergefinancierd, met het risico van snel oplopende rentelasten. In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm voor de afgelopen jaren weergegeven.

54

Renterisiconorm

(Bedragen x € 1.000) 2022

2021

2020

1

Renteherzieningen *

0

0

0

2

Aflossingen

8.967

8.550

8.623

3

Renterisico (1 + 2)

8.967

8.550

8.623

4a

Begrotingstotaal

143.399

129.002

131.689

4b

Percentage regeling

20%

20%

20%

4

Renterisiconorm (4a x 4b)

28.680

25.800

26.338

5a

Ruimte onder renterisiconorm (4 > 3)

19.713

17.250

17.715

5b

Overschrijding renterisiconorm (3 > 4)

*

In geval van een roll-over lening

In 2022 is de renterisiconorm niet overschreden. Net zoals in voorgaande jaren hebben er geen renteherzieningen plaatsgevonden. Aflossingen vormen hierdoor de enige component van het renterisico. Met een renterisico van ongeveer 9 miljoen en een norm van 28,7 miljoen overschrijden we in 2022 deze norm niet. Rente-omslag De rente wordt via een omslagstelsel toegerekend aan de kostendragers (producten). Dit heet het zogenaamde 'renteomslag percentage'. Het rente-omslag percentage wordt berekend over alle producten. Dit percentage wordt met de in begroting opgenomen gegevens zo goed als mogelijk ingeschat en wordt toegerekend aan die investeringen welke lineair worden afgeschreven. Het rente-omslag percentage waarmee gerekend is voor de jaarrekening 2022 bedraagt afgerond 1,9%. Dit is hoger dan de omslagrente van 1,6% waarmee gerekend is bij de begroting 2022. Door een grotere omvang van de lening portefeuille, stijgende marktrente en een grotere totale rentelast is het omslagrentepercentage hoger dan begroot. Voor investeringen die annuïtair worden afgeschreven wordt er gerekend met 1,00%, zoals in de kadernota 2022 is vastgesteld. Dit is gelijk aan het annuïtaire rentepercentage van 2021. Financieringspositie De financieringspositie geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringsbehoefte, rekening houdend met de investeringen en beschikbare interne en externe middelen.

De interne financiering vindt plaats in de vorm van de ten laste van de exploitatierekening gebrachte afschrijvingen en in de vorm van eigen vermogen (reserves). Voor de externe financiering wordt een beroep gedaan op de geld- en kapitaalmarkt. Als de kasgeldlimiet wordt overschreden, wordt een langlopende onderhandse lening aangegaan. De gemiddelde rente van de huidige Goese leningenportefeuille bedraagt 2,53%. Voor het bepalen van de werkelijke financieringsbehoefte voor onze gemeente spelen zijn diverse factoren van belang. Het gaat hierbij om de toekomstige investeringen, herfinanciering en de eigen beschikbare liquide middelen. Rekening houdend met deze factoren, ziet onze lening portefeuille er voor de komende jaren als volgt uit: (Bedragen x € 1.000)

2022

2021

2020

Stand per 1 januari

119.552

128.102

116.726

Nieuwe leningen begroot

7.696

12.638

12.638

Nieuwe leningen werkelijk

26.618

0

20.000

Rentepercentage begroot

1,00%

1,00%

1,50%

Rentepercentage werkelijk

2,49%

n.v.t.

0,55%

Aflossingen

-8.967

-8.624

-8.624

137.204

119.552

128.102

Stand per 31 december

De leningportefeuille is in 2022 met € 26,7 miljoen toegenomen. Hiervan is € 15 miljoen op basis van de financieringsbehoefte van de gemeente aantrokken. Bij het aantrekken van een langlopende lening is geanticipeerd op de stijgende rentes en is ervoor gekozen al in de zomer van 2022 extra te financieren. De overige € 11,7 miljoen, zijn leningen die voorheen op naam stonden van het Omnium en per 2022 door Goes zijn overgenomen. Bij het opstellen

55 van de begroting 2022 was er nog geen besluitvorming over deze overname en daardoor nog geen onderdeel van de begrote leningportefeuille. Dit zorgt naast de extra financiering in de zomer, voor het verschil tussen begroot -en werkelijk aangetrokken leningen. Ook het gemiddelde rentepercentage van de ‘nieuwe’ geldleningen is in 2022 hoger dan begroot. Stijgende rentes op de financieringsmarkt hebben daaraan bijgedragen. Voor de geldlening van € 15 miljoen is een rentepercentage van 1,80% afgesloten. Het gemiddelde rentepercentage van de overgenomen geldleningen Omnium bedraagt 3,39%. Hiermee komt het rentepercentage van alle ‘nieuwe’ leningen uit op gemiddeld 2,49% in 2022. Renteschema In het wijzigingsbesluit BBV is opgenomen dat er inzicht wordt gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Tevens is het verplicht dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moet worden toegerekend met behulp van een (rente) omslagpercentage. Dit omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is vanuit BBV. Onderstaand het renteschema: Renteschema

(Bedragen x € 1.000)

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

€

De externe rentebaten (idem)

-/-

Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-/-

€

90

-/-

€

0

+

€

0

3.466

€

0

€

3.466

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/-

€

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

90 3.376

Rente over eigen vermogen

+

€

Rente over voorzieningen

+

€

159

€

4.178

€

3.949

€

229

Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-/-

Renteresultaat op het taakveld treasury

643

Het schema laat zien dat de afwijking tussen de toe te rekenen rentelasten en de toegerekende rentelasten € 229.000 bedraagt. Dit verschil tussen verschil in rente is niet over de taakvelden verdeeld, maar valt binnen het taakveld treasury. Schuldpositie Voor het beoordelen van de financiële vermogenspositie is in het BBV een verplichte indicator opgenomen, de netto schuldquote. Deze indicator is door de Vereniging Nederlandse Gemeenten opgesteld. De netto schuldquote beoordeelt de vermogenspositie van gemeenten aan de hand van schulden ten opzichte van de inkomsten. Het kengetal geeft een indicatie van het aandeel van de rentelasten van de schulden in de totale exploitatie. Het draait om de vraag of de rentelasten als gevolg van hoge schulden niet te veel ruimte opslokken binnen de totale exploitatie. Voor de netto schuldquote wordt de volgende definitie gehanteerd: De netto schuld als aandeel van de exploitatie. De netto schulden zijn gedefinieerd als de som van de langlopende schulden, kortlopende Schulden en overlopende passiva. Daarop zijn in mindering gebracht de kortlopende vorderingen en uitzettingen, liquide middelen, overlopende activa en langlopende uitzettingen. Voor de omvang van de exploitatie wordt uitgegaan van de baten voor bestemming, dus exclusief de mutaties in de reserves.

De netto schuldquote wordt genormeerd conform onderstaande bandbreedte: Netto schuldquote in % van de exploitatie Netto schuldquote in % van de exploitatie Netto schuldquote in % van de exploitatie

> 130% 100% - 130% < 100 %

niet wenselijk, grote risico’s voorzichtigheid geboden

56 Voor 2022 is de netto schuldquote: 70% De hoogte van de netto schuldquote wordt beïnvloed door een groot aantal factoren. Naast de begrote baten zoals opgenomen in de meerjarenbegroting wordt de netto schuldquote ook beïnvloed door de omvang van de lening portefeuille en de investeringen die we de komende jaren gaan doen. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt de totstandkoming van de schuldquote nader toegelicht.

57

Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing biedt op basis van een risico-inventarisatie, financiële vertaling van de risico’s door middel van een risicomethodiek en een overzicht van financiële kengetallen inzicht in de financiële positie van gemeente Goes. Bij het bereiken van onze doelstellingen is inzicht gewenst in de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen. Deze paragraaf gaat kort in op ons beleid omtrent risico’s, geeft inzicht in de gehanteerde methodiek en toetst het aanwezige weerstandsvermogen aan de norm van de weerstandscapaciteit. Beleid risicobeheersing Om ook in de toekomst een financieel gezonde organisatie te blijven, gaat de gemeente Goes verstandig en verantwoord om met risico’s. Risico’s zijn onlosmakelijk verbonden met de uitvoering van bedrijfsprocessen en kunnen nooit helemaal worden uitgesloten. Als gemeente willen we bewust zijn van de risico’s die we lopen en van de beheersingsmaatregelen die we kunnen nemen. Bij de beheersing van de risico’s hanteren wij als beleidslijn dat er sprake moet zijn van een evenwicht tussen praktische uitvoerbaarheid en effectiviteit en kosten (efficiency) van een maatregel. Daarom wordt uitgegaan van een voorzichtig financieel beleid als fundament voor de weerstandscapaciteit.

In de uitvoering worden hierbij de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Een in meerjarig perspectief sluitende begroting; • Onderhoudsvoorzieningen van voldoende omvang; • Beheerste ontwikkeling van de lokale lasten; • De begroting heeft jaarlijks ruimte voor onvoorziene kosten (eenmalig en structureel); • Een weerstandscapaciteit van voldoende omvang om de risico’s op te kunnen vangen. De uitvoering van de risicobeheersing is in 2022 verder verbeterd. Hiervoor hebben we de risicomanagement software van Naris gebruikt. Daarmee is het risicomanagement een continu proces geworden, in plaast van twee meetmomenten bij begroting en jaarrekening. Met de invoering van naris is de statistische doorrekening van de risico’s gewijzigd op uitvoeringsniveau. De software van Naris maakt gebruik van de Monte-Carlo simulatie. Een Monte Carlo simulatie voert een risicoanalyse uit wat inzicht geeft in waarschijnlijkheid van het optreden van de risico’s. De volgende stap wordt om het beleid van de risicobeheersing waar nodig te gaan herijken en ter besluitvorming voor te gaan leggen. De wetgeving voor het weerstandsvermogen zijn vastgelegd in het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV-artikel 9, 11 en 26). Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in de financiële verordening gemeente Goes 2021 en in de nota Reserves en voorzieningen 2021.

Structureel systeem van risicomanagement We hanteren organisatie breed een structureel systeem van risicomanagement. Periodiek inventariseren we binnen de organisatie de risico’s, koppelen we beheersingsmaatregelen aan de risico’s, vindt evaluatie plaats van bestaande, actuele risico’s en beheersingsmaatregelen en rapporteren we hierover. Door herhaling van deze stappen in het proces van risicomanagement is er blijvende aandacht voor risico’s en de beheersing ervan. Het proces van risicomanagement maakt onderdeel uit van de jaarlijkse planning & controlcyclus. Wij beschouwen risicomanagement hierbij niet als een doel op zich. Doordat wij een beter inzicht hebben in de risico’s in onze gemeentelijke processen is risicomanagement voor ons een hulpmiddel bij het bereiken van gemeentelijke doelen.

58

Voor het sociaal domein en de bouwgrond hebben we ervoor gekozen om een andere methodiek van de berekening van het weerstandsvermogen te hanteren. Dit wordt later in deze paragraaf toegelicht. Risicomethodiek De ambtelijke organisatie inventariseert en beoordeelt de risico’s. Om te waarborgen dat de risico’s binnen de organisatie op uniforme en objectieve wijze worden beoordeeld, wordt gebruik gemaakt van onderstaande tabel om de kans en het gevolg van een risico in te schatten. Met begroting 2023 hebben we de financiële klasse indeling geactualiseerd. Kans op optreden risico Klasse

Im pact risico (financieel en politiek/im ago) Klasse

Gevolg financieel

Zeer laag

Risico kan minder één keer per vijf jaar optreden

Zeer laag

< € 25.000

Gevolg politiek/imago zeer laag

Laag

Risico kan één keer per drie tot vijf jaar optreden

Laag

€ 25.000 < € 100.000

laag

Gemiddeld

Risico kan meerdere keren optreden in de komende drie jaar maar minder dan één keer per jaar

Gemiddeld

€ 100.000 < € 250.000 gemiddeld

Hoog

Risico kan één keer per jaar optreden

Hoog

€ 250.000 < € 500.000 hoog

Zeer hoog

Risico kan meerdere keren per jaar optreden

Zeer hoog

> € 500.000

zeer hoog

De risicoscore van een bepaald risico wordt bepaald door een statistische berekening kans en impact. Voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen wordt volgens een objectieve methodiek de norm voor de berekening van het weerstandsvermogen bepaald. Daarnaast kennen we een aparte berekening van het weerstandsvermogen van het sociaal domein en de bouwgrond. Dit wordt verderop in deze paragraaf toegelicht. Inventarisatie weerstandscapaciteit Bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt in de weerstandscapaciteit in de vermogens- en in de exploitatiesfeer. De weerstandscapaciteit in de vermogenssfeer wordt gevormd door: De beschikbare algemene reserve; Het vrij beschikbaar deel van de bestemmingsreserves Eventuele stille reserves. Het vrij beschikbare deel van de algemene reserve bestaat uit het saldo van de algemene reserve waarbij de claims in mindering op het saldo zijn gebracht. Ditzelfde geldt voor het vrij beschikbare gedeelte van de bestemmingsreserves. Er is sprake van stille reserves indien activa een hogere waarde vertegenwoordigen dan de boekwaarde op de balans. Zolang de desbetreffende eigendommen echter niet voor verkoop in aanmerking komen, kunnen de stille reserves niet te gelde worden gemaakt. In het overzicht van de weerstandscapaciteit zijn de stille reserves daarom als PM post opgenomen.

De weerstandscapaciteit in de exploitatiesfeer wordt gevormd door: De onbenutte belastingcapaciteit; De begrotingsruimte. Omdat we niet voor alle risico’s eenzelfde methodiek van risico-inventarisatie hanteren, is er geen overzicht te geven van de belangrijkste risico’s. Voor de bouwgrond en het sociaal domein is ervoor gekozen om een andere systematiek te hanteren waardoor het niet mogelijk is om op totaal niveau de risico’s met elkaar te vergelijken en/of te waarderen.

59 Onbenutte belastingcapaciteit Als minimumbedrag voor een maatschappelijk aanvaardbare hoogte van de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolrechten wordt het zogenaamde redelijk peil gehanteerd. Gemeenten moeten een bepaald redelijk peil hebben om in aanmerking te komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 FvW (Financiële verhoudingswet). Het bedrag dat de gemeente minder dan het redelijk peil ontvangt aan belastingopbrengsten, wordt aangemerkt als onbenutte belastingcapaciteit. Weerstandscapaciteit Op basis van de geïdentificeerde risico’s op de peildatum van de jaarrekening 2022 betekent dit voor de overige risico’s (exclusief bouwgrond en sociaal domein) een norm weerstandsvermogen van minimaal € 9,2 miljoen. Met een positief verschil, de vrije ruimte, van € 19,9 miljoen voldoet de gemeente Goes op dit moment aan deze norm. De begrote weerstandscapaciteit is daarmee voldoende om als dekking te kunnen fungeren voor de geïdentificeerde risico’s. Naast de bovenstaande risico’s kennen we nog risico’s in de bouwgrondexploitaties en in het sociaal domein. Voor deze risico’s bestaan aparte risicoreserves en wordt de benodigde weerstandscapaciteit op een andere manier bepaald. Dit betekent dat de risico’s én de reserves geen onderdeel uitmaken van de bovenstaande beoordeling van de vrije ruimte binnen de weerstandscapaciteit.

Norm weerstandscapaciteit Zoals aangegeven hanteren we een structureel systeem van risicomanagement. Hiermee inventariseren we periodiek de risico’s van de organisatie. Met de risicomethodiek beoordelen we de risico’s op uniforme en objectieve wijze en schatten we de kans en het gevolg van een risico in. Voor jaarrekening 2022 is de inventarisatie herijkt en is gebruik gemaakt van de software van Naris. We zien ongeveer 80 risico’s voor onze organisatie. Op basis van de hierboven toegelichte risicomethodiek en de verder in deze paragraaf toegelicht norm weerstandscapaciteit voor de bouwgrond en het sociaal domein betekent dit dat we uitgaan van ongeveer € 23 miljoen als norm voor de weerstandscapaciteit.

Opbouw norm weerstandscapaciteit Norm sociaal domein (minimum) Norm bouwgrondreserve (exclusief claims) Norm overige risico's Totaal norm weerstandscapaciteit

Bedragen x € 1.000 5.463 8.301 9.207 22.971

De norm voor weerstandscapaciteit voor de overige risico’s, kent de volgende opbouw: Bedragen x € 1.000 Verdeling norm weerstandscapaciteit programma's en bijzondere onderdelen Programma Bestuur en Financiën *) 3.216 Programma Ruimte en Economie **) 1.559 Programma Onderwijs, Sport en Cultuur 1.072 Programma Sociaal Domein n.v.t. Programma Milieu 585 Programma overschrijdend 487 Verbonden partijen ***) 2.213 Projecten 75 Totaal norm weerstandscapaciteit 9.207 *) Inclusief risico's garant en borgstellingen **) Exclusief norm/risico's bouwgrondexploitaties en sociaal domein ***) Gelijk aan de begroting 2022, nog niet alle jaarrek eningen verbonden partijen beschik baar. Norm weerstandscapaciteit sociaal domein Voor de risico's van het sociaal domein is een aparte risicoreserve gevormd. Daardoor maken de risico’s van het sociaal domein geen onderdeel meer uit van de inventarisatie van de risico's als onderdeel van het risicomanagement. Voor de reserve sociaal domein wordt een afdekkingspercentage van 7,5% gehanteerd. De voeding van de reserve sociaal domein komt uit de overschotten in de exploitatie van het sociaal domein, totdat het maximum is bereikt. De onttrekking aan de reserve komt uit de tekorten in de exploitatie van het sociaal domein, totdat het minimum is bereikt. Als de reserve onder het minimum komt, wordt deze aangevuld vanuit de algemene reserve.

60

Berekening norm weerstandscapaciteit sociaal domein Programma sociaal domein Correctie kosten vluchtelinge opvang Oekraine *) Programma sociaal domein na correctie Afdekkingspercentage 7,5% Omvang reserve sociaal domein (minimaal factor 1 , maximaal factor 2,5) Reserve sociaal domein 31-12-2022 *) Aanvulling vanuit algemene reserve Reserve sociaal domein 31-12-2022 - beschikbaar

(bedragen x 1.000) Minimaal Maximaal 76.162 3.328 72.834 5.463

13.656 11.141 n.v.t. 11.141

*) Dit is exclusief de kosten vluchtelingenopvang Oekrainers

Norm weerstandscapaciteit bouwgrond De risico's van de bouwgrond maken geen onderdeel uit van de risico-inventarisatie die uitgevoerd wordt om de norm van het weerstandsvermogen te bepalen. Daar staat tegenover dat ook de reserve bouwgrond niet wordt meegenomen in het bepalen van de weerstandscapaciteit. De risico's van de bouwgrond worden op een andere wijze bepaald. De risico's en het weerstandsvermogen van de bouwgrond worden beschreven in de paragraaf grondbeleid. De reserve bouwgrond bedraagt wordt voor jaarrekening 2022 begroot op € 11,7 miljoen. Op deze reserve ligt voor de bovenwijkse infrastructuur van bedrijvenpark Deltaweg een claim van ongeveer € 3,4 miljoen. Daarmee komt het beschikbare weerstandsvermogen voor de bouwgrondrisico’s uit op € 8,3 miljoen. De reserve bouwgrond maakt geen deel uit van het algemene weerstandsvermogen. Overzicht weerstandscapaciteit overige risico’s

Berekening weerstandscapaciteit overige risico's Jaarlijkse exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit in 2022: Belastingen en heffingen Totale onbenutte belastingcapaciteit

(bedragen x 1.000)

537

Resultaat 2022: Resultaat jaarrekening 2022 (na resultaatsbestemming) Weerstandscapaciteit exploitatie

9.041

Vermogenssfeer (na verwerking claims) Beschikbare algemene reserve - minus claims algemene reserve

22.953 -6.420

Beschikbare bestemmingsreserve majeure projecten - minus claims reserve majeure projecten

8.900 -7.620

Beschikbare bestemmingsreserves - minus claims bestemmingsreserve

2.632 -933

Stille reserves Weerstandscapaciteit vermogen

537

9.578

16.533

1.280

1.699 p.m.

19.513

Totaal weerstandscapaciteit overige risico's

29.091

Norm weerstandsvermogen overige risico's: Op basis van risico inventarisatie geldt een norm van

9.207

Vrije ruimte t.o.v. de norm

19.884

Kengetallen Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) verplicht het opnemen van een set financiële kengetallen in de gemeentebegrotingen en jaarrekeningen. Het gaat om de kengetallen voor netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, belastingcapaciteit en

61 grondexploitatie. De kengetallen moeten zicht geven op de financiële positie van de gemeente en de mogelijkheid bieden om gemeenten onderling te vergelijken. Kengetallen jaarrekening 2022

Kengetal

Begroting

Begroting

Jaarrekening

initieel

na w ijzigingen

Jaarrekening

2021

2022

2022

2022

Netto schuldqoute (exclusief verstrekte leningen)

89%

101%

89%

70%

Netto schuldquote (inclusief verstrekte leningen)

84%

88%

82%

64%

Solvabiliteitsratio

27%

24%

25%

30%

Grondexploitatie

1%

5%

1%

0%

Structurele exploitatieruimte

1%

0%

1%

3%

Belastingcapaciteit

91%

93%

98%

98%

Beoordeling kengetallen In de tabel kengetallen van jaarrekening 2022 zien we een daling van het kengetal netto schuldquote naar 70%. Dit wijkt af van de initiële en gewijzigde begroting 2022. Ook is de schuldquote lager dan die van de jaarrekening 2021. De schuldquote wordt beïnvloed door meerdere factoren. In 2022 zien we dat de vaste schulden meer zijn toegenomen dan begroot. Dit staat toegelicht in de paragraaf financiering. Een belangrijke toename is het gevolg van het besluit om het vastgoed van het Omnium over te nemen, en de daarmee samenhangende overname van de lening portefeuille van het Omnium. Dit zorgt voor een stijging van de schuldquote. Een andere ontwikkeling die juist zorgt voor een lagere schuldquote zijn de toegenomen baten in 2022. Deze liggen fors hoger dan waar in de initiële begroting is uitgegaan. Tegenover deze baten staan verschillende nieuwe taken, activiteiten en kosten maar de toename van de baten zorgt in de berekening van de schuldquote voor een daling van dit kengetal. Voor 2022 zijn de belangrijkste toename van baten zien we in het sociaal domein bijna € 13 miljoen (middelen arbeidsmarktregio en rijksbijdragen opvang vluchtelingen Oekraïne) en algemene dekkingsmiddelen ruim € 19 miljoen (vooral het gemeentefonds). Een derde belangrijke factor is het bedrag dat we als uitzetting bij het schatkistbankieren hebben uitstaan.

Deze is op de balansdatum 31 december 2022 hoog en in de berekening van het kengetal schuldquote is dit een correctie op de schuldpositie. Daarmee wordt de stijging van de lening portefeuille weer deels geneutraliseerd. Ondanks de stijging van onze lening portefeuille zorgen de hierboven benoemde andere ontwikkelingen ervoor dat we een forse daling van de schuldquote zien. In de meerjaren begroting 2023-2026 hebben we het signaal afgegeven dat we met de schuldquote hoog in de door de VNG benoemde “oranje zone”, en in 2026 zelfs in de “rode zone” gaan komen. De ontwikkeling van de schuldquote in 2022 geeft ons het vertrouwen de we “rode zone” van de schuldquote kunnen vermijden. Toch wordt het kengetal netto schuldquote sterk beïnvloed door incidentele baten. De middelen voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne hogen de baten fors op en hebben daarmee een drukkend effect op de schuldquote. Een vergelijkbare situatie zagen we in voorgaande jaren met de coronamiddelen. Het incidentele karakter van een deel van de baten, kan ervoor zorgen dat bij het wegvallen daarvan, het kengetal netto schuldquote snel kan stijgen. Dit zorgt ervoor dat we blijvend aandacht moeten hebben voor onze schuldpositie en daarmee onze financiële houdbaarheid voor nu en voor de toekomst. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin we in staat zijn om aan onze verplichtingen te voldoen.

We kunnen in hoofdlijn stellen dat hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van onze gemeenten. De solvabiliteitsratio wordt op basis van de cijfers van jaarrekening 2022 geraamd op 30%. We blijven boven de ondergrens van 20% zoals de VNG die voor de solvabiliteit van gemeenten formuleert. Met de toename van het eigen vermogen in jaarrekening 2022 zien we dat de solvabiliteitsratio ook toeneemt. De belastingcapaciteit laat met een waarde van 98% in deze jaarrekening 2022 zien dat net onder het landelijke gemiddelde zitten met onze tarieven. Het betreft hier de tarieven OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Het kengetal structurele exploitatie ruimte geeft aan of we na eliminatie van de incidentele baten en lasten ook nog een sluitende begroting hebben. Hiervoor moet dit kengetal een positieve waarde hebben. Het kengetal in de bovenstaande tabel laat zien dat dit het geval is voor het jaar 2022. We zagen in de meerjarenbegroting 2023-2026 al dat dit kengetal voor de meeste jaarschijven tussen de 3% en 4% begroot werd. Waar de begroting 2022 nog net boven de 0% zat, zien we dat de realisatie 2022 ook al een positiever beeld laat zien met een structurele exploitatieruimte van 3%. We kunnen concluderen dat de kengetallen van jaarrekening 2022 in samenhang bezien, een positief beeld laten zien.

Naast de kengetallen zorgt ook de beschikbare vrije ruimte in ons weerstandsvermogen van ongeveer € 19,9 miljoen ervoor dat de financiële houdbaarheid en het vermogen om risico’s op te vangen verbeterd is ten opzichte van het vorige

62 jaar. De grote mutaties die we in de jaarrekening 2022 zien ten opzichte van de initiële begroting 2022, vallen op. Deze mutaties zijn voor een groot deel het gevolg van begrotingswijzigingen en realisatiecijfers die we gedurende het jaar hebben vastgesteld. Maar de impact van het totaal van deze mutaties op met name het kengetal van de netto schuldquote, is groot.

63

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen De gemeente is de beheerder van de openbare ruimte. De openbare ruimte is van en voor iedereen. Door het open karakter vinden in deze ruimte veel van de dagelijkse activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. De inrichting bestaat in hoofdzaak uit kapitaalgoederen in de vorm van wegen, riolering, groen, speelvoorzieningen, verlichting en (openbare) gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en de staat van onderhoud waarin zij verkeren is bepalend voor het voorzieningenniveau en voor de jaarlijkse lasten. Ambities komende bestuursperiode In het collegeprogramma 2018-2022 ‘’Vol vertrouwen vooruit!’ zijn een aantal uitgangspunten en ambities op het gebied van verbonden partijen benoemd. De belangrijkste bestuurlijke uitgangspunten zijn: • We richten de openbare ruimte klimaatbestendig in. • We pakken de grootste knelpunten op korte termijn aan en nemen de rest mee in de reguliere onderhoudsplanning. • Al het gemeentelijk vastgoed is in 2035 energieneutraal indien technisch mogelijk. Onderhoud via voorzieningen Bijna alle nieuwe aanleg van infrastructuur (wegen, water, riolering, groen en openbare verlichting) wordt gerealiseerd (en gedekt) door de bouwgrondexploitatie.

Dat betekent dat het realiseren van die kapitaalgoederen ineens wordt afgeschreven uit de opbrengst van de verkoop van bouwrijpe grond en (dus) niet op de balans voorkomt. Groot onderhoud wordt niet geactiveerd. Deze kosten zijn onderhevig aan jaarlijkse fluctuaties, maar met de gevormde voorzieningen realiseren we begrotingstechnisch een kostenegalisatie. Dit betekent dat jaarlijks voor de verschillende kapitaalgoederen een reëel, gelijk bedrag voor onderhoud in de begroting wordt opgenomen (wet BBV). De werkelijke uitgaven voor groot onderhoud worden ten laste van die voorzieningen gebracht. Door deze systematiek komen in de gemeentebegroting geen pieken en dalen voor, en worden de pieken in de jaarlijkse onderhoudsuitgaven opgevangen binnen de voorziening. Voor elke voorziening moet de gemeente beschikken over een beheerprogramma waarin de gewenste kwaliteit tot uitdrukking is gebracht en waarin al het cyclische onderhoud wordt gepland en financieel vertaald. Door de gegevens zowel voor- als nacalculatorisch bij te houden, ontstaat continue een actueel beeld van de gang van zaken en kunnen de effecten in de prognoses van de onderhoudsvoorzieningen en zo nodig in de jaarlijkse genormeerde storting worden vertaald. De voorzieningen hebben ieder jaar een tenminste neutrale stand. Er wordt geen rente, maar wel indexatie aan de voorzieningen toegevoegd.

In artikel 44 van het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies (BBV) is geregeld in welke gevallen een voorziening wordt gevormd. Daaruit vloeit voort dat het vormen van een voorziening of een dotatie aan een al bestaande voorziening, als een last in het betreffende begrotingsjaar moet worden beschouwd. De aanwending van een gedeelte van een voorziening wordt rechtstreeks ten laste van de voorziening geboekt. In de financiële begroting is een overzicht opgenomen van de verwachte stand en het verloop van de verschillende voorzieningen. De uitgaven voor regulier onderhoud van de openbare ruimte worden rechtstreeks in de exploitatie verantwoord (zie eind van deze paragraaf). Voor de diverse beheerplannen geldt het volgende schema:

Looptijd t/m

Financiële vertaling in begroting

Achterstallig onderhoud

Ja, 2005

Onbepaald

Ja

Nee

Wegen

Ja, 2019

2024

Ja

Nee

Havens, sluis en bruggen

Ja, 2020

2024

Ja

Nee

Riolering

Ja, 2022

2026

Ja

Ja*1

Civieltechnische kunstwerken

Ja, 2019

2024

Ja

Nee

Groen

Ja, 2020

2025

Ja

Ja*2

Gebouwen

Ja, 2016

2022

Ja

Nee

Beheerplannen

Door de raad vastgesteld d.d.

Integraal Beheer Goes (IBORG)

64 Openbare verlichting

Nee (er is wel een werkdocument)

Ja

Nee

*1: Dit wordt planmatig weggewerkt cf. vastgestelde beheerplan *2: Dit is in het nieuwe groenbeheerplan opgenomen en wordt in de komende planperiode weggewerkt.

Toelichting op de voorzieningen Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen Ten laste van deze voorziening worden uitgaven gedaan voor het grootonderhoud aan de gemeentelijke panden. De jaarlijkse voeding is gebaseerd op het totale onderhoudsplan voor alle gemeentelijke gebouwen. In het Meerjarig Onderhoudsplan’ (MJOP) zijn zowel onderhoud als grote renovaties en vervangingen geraamd. Voor grote investeringen, renovaties en opwaardering zal specifiek geld worden aangevraagd aan de hand van een investeringsplanning die jaarlijks bij de begroting wordt aangeboden. Alle gemeentelijke panden en objecten die vallen binnen de voorziening onderhoud worden periodiek opgenomen en aan de hand van deze opnamen worden onderhoudsmaatregelen bepaald. Alle beheerinformatie is verwerkt in beheerprogramma Wish. Hieruit kan vlot inzicht worden verkregen in de onderhoudstoestand van het gemeentelijk vastgoed. Het gebouwenonderhoudsplan kijkt 20 jaar vooruit met een jaarlijkse monitoring en om de 5 jaar een bijstelling. In 2022 is door de raad ingestemd met het voorstel om het vigerende beheerplan een jaar te verlengen tot eind 2023 om integraal te kunnen afstemmen op nog vast te stellen de verduurzaamheidsambtities van de gemeente zodat een duurzaam meerjarig onderhoudsplan kan worden vastgesteld (DMJOP).

De systematiek waarop het onderhoud van de gebouwen is gebaseerd, is als volgt: • De onderhoudsbehoefte is geïnventariseerd aan de hand van inspecties op basis van conditiemeting. Uitgangspunt is dat de inspecties minimaal om de 4 jaar herhaald worden. • Het vastgoed wordt onderhouden volgens het vastgestelde conditieniveau 3-4 (redelijk tot matige staat). Per gebouw volgen de onderhoudshandelingen uit het beheerprogramma. Er wordt bepaald welk onderhoud per jaar uitgevoerd dient te worden. Na vaststelling van de begroting wordt jaarlijks een onderhoudsplan voor de ten laste van de voorziening uit te voeren onderhoudswerken aangeboden aan het college. • Bij tussentijdse mutaties in de vastgoedportefeuille (aankoop, afstoot, conditieniveau- of gebruikswijzigingen) worden gelijktijdig de consequenties voor het beheer en onderhoud in de dotatie meegenomen in de besluitvorming over de betreffende vastgoedmutatie (volgens de vastgestelde spelregels vastgoed mutaties). Voorziening onderhoud wegen Ten laste van deze voorziening worden uitgaven gedaan voor het grootonderhoud aan de bestaande wegen. De voorziening wordt jaarlijks gevoed op basis van een genormeerde storting. Deze is gebaseerd op het rekenmodel van de door de raad in 2005 vastgestelde nota Integraal Beheer Openbare Ruimte gemeente Goes (IBORG) en het vastgestelde Wegenbeheerplan 2020-2024.

Het beheerprogramma OBSURV genereert de maatregelen op basis van door derden uitgevoerde inspecties. In 2022 is het wegenareaal volledig geïnspecteerd. De uitgaven worden rechtstreeks ten laste van de voorziening gedaan. Voor de ‘voorziening wegen’ wordt op basis van de tweejaarlijkse weginspectie (met behulp van het beheer programma OBSURV) een meerjarige basisplanning voor het onderhoud van de wegen opgesteld. De basisplanning wordt vervolgens jaarlijks gedetailleerd naar een concrete onderhoudsplanning voor het lopende jaar en de twee daaropvolgende jaren. De planning wordt integraal opgesteld in relatie met verkeersplannen, riolerings-, groenwerken, woningrenovaties, kabel en leidingwerken van netwerkbedrijven. Jaarlijks vindt uitwerking plaats in een door het college vastgesteld jaarprogramma. Voorziening onderhoud haven, sluis en bruggen Deze voorziening is na de bouw van de sluis gevormd om pieken in de onderhoudsuitgaven op te kunnen vangen. Doordat de sluis als onderdeel van de waterkering ook een veiligheidsvoorziening vormt, was dit een tweede beweegreden om een voorziening te vormen (met een voorziening zijn direct onderhoudsgelden beschikbaar bij eventuele calamiteiten). Ten laste van deze voorziening worden uitgaven gedaan voor het groot onderhoud van de haven, kanaal en sluis. De voorziening wordt jaarlijks gevoed op basis van een genormeerde storting.

De jaarlijkse voeding is gebaseerd op het

65 geïnventariseerde onderhoud. Voor grote investeringen en opwaardering zal specifiek geld worden aangevraagd aan de hand van de investeringsplanning die jaarlijks bij de begroting wordt aangeboden. Het vigerende meerjaren onderhoudsplan dateert uit 2020. Het onderhoudsplan kijkt 20 jaar vooruit met een jaarlijkse monitoring. Het onderhoudsplan wordt 5-jaarlijks geactualiseerd. Twee keer per jaar vindt een onderhoudsinspectie plaats van de diverse objecten, waarbij geconstateerd klein onderhoud direct wordt uitgevoerd en benodigd grootonderhoud op de meerjaren onderhoudsplanning wordt opgenomen. De uit het jaarplan voortvloeiende werken worden in het aansluitende jaar uitgevoerd. Vanwege de grootte en complexiteit van een groot deel van de in 2022 voorziene werken, lopen deze nog door in het aansluitende planjaar. Voorziening onderhoud rioleringen Ten laste van deze voorziening worden groot onderhoudsuitgaven en vervanging van de rioleringen gedaan. Het gaat daarbij om het vrijvervalrioolstelsel, het drukrioleringsstelsel en de randvoorzieningen Het reguliere klein onderhoud wordt in de exploitatie verantwoord. Het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) vormt het beleidskader voor de te verwachten werkzaamheden op rioleringsgebied en fungeert als beleidskader voor beheer, onderhoud en verbeteringsmaatregelen voor het rioleringsareaal.

Het verbreed gemeentelijke verbreed rioleringsplan is in 2022 vastgesteld t/m 2026. In het vGRP wordt gestreefd naar een integrale en duurzame benadering van de afvalwaterketen en het (grond)watersysteem (grondwater, hemelwater en de relatie met het oppervlaktewater). De basisplanning uit het vGRP wordt jaarlijks uitgewerkt naar een concreet onderhoudsprogramma en ter vaststelling aan het college aangeboden. Voorziening civieltechnische kunstwerken De voorziening kleinschalige civieltechnische kunstwerken is ingesteld in 2005. Het beleidskader is de door de raad in 2005 vastgestelde nota Integraal Beheer Openbare Ruimte Gemeente Goes (IBORG) en het vastgestelde beheerplan civieltechnische kunstwerken 2020-2024. Het beheerprogramma Lasset genereert de maatregelen op basis van de door derden uitgevoerde inspecties. De inspecties vinden iedere drie jaar plaats. In 2020 is de laatste inspectie uitgevoerd van alle kunstwerken, in 2023 staat de nieuwe inspectieronde gepland. Uit de voorziening wordt groot onderhoud gedaan aan de houten voet- en fietsbruggen, vlonders, trappen, hekwerken en dergelijke. Ook wordt het onderhoud aan de keermuren, verkeersbruggen, tunnels, etc. uit deze voorziening bekostigd. Voor vervanging van keermuren, verkeersbruggen, tunnels, etc.

wordt specifiek geld aangevraagd aan de hand van de investeringsplanning die jaarlijks bij de begroting wordt aangeboden. Voorziening groenprojecten De ‘voorziening Groenprojecten’ is ingesteld in 2005. Het beleidskader is de door de raad in 2005 vastgestelde nota Integraal Beheer Openbare Ruimte Gemeente Goes (IBORG). De ‘voorziening Groenprojecten’ is bestemd om groot onderhoud aan het groen te kunnen uitvoeren. Het groenbeheerplan is eind 2020 vastgesteld. Jaarlijks wordt een concreet onderhoudsprogramma gemaakt en ter vaststelling aan het college aangeboden. Overige onderhoudsuitgaven Zoals eerder al is aangegeven, worden de uitgaven voor klein en regulier onderhoud van de openbare ruimte rechtstreeks in de exploitatie verantwoord. Per onderdeel wordt dat hierna nader toegelicht. Openbare verlichting Openbare verlichting heeft tot doel om tijdens duister een veilige leef- en woonomgeving te bieden. De richtlijn voor openbare verlichting 2011 (ROVL 2011) is van toepassing. Doel is om kwaliteit van het OVL-areaal te verbeteren, rekening houdend met kostenverlaging voor onderhoud, energieverbruik en vermindering van CO2-uitstoot. Standaardisatie van verlichtingsmaterialen is daarbij het uitgangspunt. Doortoepassing van ledverlichting en dimbare verlichting wordt bespaard op de energiekosten. Wijkgericht wordt omgebouwd naar LED.

Voor 2022 was er een budget beschikbaar van € 379.000 exclusief personeelskosten. De werkelijke bestedingen vielen hoger uit, te weten € 417.000. Daarnaast wordt jaarlijks een investeringskrediet beschikbaar gesteld van € 210.000 voor grote renovaties en vervanging van de openbare verlichting. De restant middelen 2022 van € 130.000 blijven beschikbaar voor de afronding van geplande werkzaamheden in 2023. Het beheer van de openbare verlichting vindt plaats binnen een samenwerkingsverband tussen Gemeente Goes, andere Zeeuwse overheden en het Bureau Openbare Verlichting Zeeland (BOVZ). Vanuit het beheerprogramma worden onderhoudsplanningen gegenereerd. Dit jaar is een nieuw beheerprogramma aangeschaft. Een aantal wijken zijn inmiddels vernieuwd en omgebouwd naar

66 ledverlichting. Planmatig wordt de ombouw naar LED voortgezet. De kosten van materiaal en arbeid zijn binnen het verlichtingproduct sterk gestegen, beschikbaarheid van onderdelen van betaande conventionele verlichting wordt minder. Hierdoor is het wijkgericht werken deels omgezet naar correctief vervangen van conventionele verlichting door LED. Met de huidige marktomstandigheden en de beschikbare middelen is het doorvoeren van kwaliteitsverbetering in het verlichtingsareaal een langdurig traject. Openbaar groen Uitvoering van beheer en onderhoud van openbaar groen gebeurt op basis van vastgesteld beleid: het groenstructuurplan en het groenbeheerplan. Voor 2022 is op de exploitatie voor kleinschalig en grootschalig onderhoud een bedrag van € 1.752.000 uitgegeven exclusief personeelskosten. Regulier periodiek onderhoud rioleringen De gemeentelijke zorgplicht met betrekking tot riolering is vastgelegd in de Wet Milieubeheer, de waterwet, de beleidskaders van onder andere het Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. De zorgplicht en taken zijn beschreven in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP).

• Het beheer en onderhoud van vrijvervalriolering, drukriolering, rioolgemalen en randvoorzieningen voor de afvoer van afvalwater en regenwater binnen en buiten de bebouwde kom • Zorgplicht voor het afvloeiende hemelwater afkomstig van bedrijfs- en particuliere percelen • Zorgplicht ter voorkoming van structureel nadelige gevolgen van het grondwater Voor 2022 is op de exploitatie voor onderhoud rioleringen sprake geweest van een besteding van € 366.000, exclusief personeelskosten. Begraafplaatsen Betreft het uitvoeren van begrafenissen, van ruimingen, van herbegravingen en het uitvoeren van het onderhoud op de begraafplaatsen. Invulling hiervan vindt plaats binnen de bepalingen van de Wet op de Lijkbezorging of op grond van, op basis van deze wet vastgestelde richtlijnen. Deze activiteiten vinden plaats op negen begraafplaatsen. In 2022 en verder is er op de exploitatie sprake geweest van een besteding € 115.000 exclusief personeelskosten. Bruggen Betreft het beheren, onderhouden en bedienen van de beweegbare bruggen ten behoeve van de scheepvaart. Uitgaven worden rechtstreeks op de exploitatie verantwoord. Daaruit wordt bekostigd: opheffen storingen, structureel klein onderhoud en 2x per jaar inspecties in verband met operationele functie en veiligheid. De bruggen zijn onderdeel van het ‘beheerplan havens, sluis en bruggen’.

De uitvoering van grote onderhoudswerken aan bruggen gebeurt op basis van het beheerplan Havens, sluis en beweegbare bruggen.

67

Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding Het gemeentebestuur heeft veel ambities. Om deze te realiseren is het van belang dat de gemeentelijke organisatie hiervoor goed is toegerust. In deze paragraaf lichten wij toe hoe onze organisatie hier invulling aan geeft en welke middelen hiervoor nodig zijn. Ook gaan we in op de informatiebeveiliging. Ambities komende bestuursperiode Missie en visie Onder het motto ‘Het overkomt ons niet, we initiëren het’ blijven we management en organisatie verder ontwikkelen. Samenwerking Dit jaar is het VZG-rapport: “Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland” geactualiseerd. Bij de totstandkoming en de uitrol zijn veel belanghebbenden betrokken. Het rapport is door middel van diverse sessies onder andere toegelicht aan raadsleden, directies GR’n en leden van begeleidingscommissies. Beleidsvoornemens voor de bedrijfsvoering • Ontwikkelingen Personeel en Organisatie Sturing op organisatieontwikkeling In 2022 is een vervolg gegeven aan het SPO (strategische personeelsontwikkeling). In verband met de Coronapandemie heeft de ontwikkeling hiervan lang stilgelegen. Rond de zomer zijn we als gemeente Goes verdergegaan. Door middel van deze methodiek bereiden we ons zo goed mogelijk voor de toekomstige ontwikkelingen. Ook gaan we de komende jaren door met het hanteren van de A3 methodiek.

In deze methodiek worden vooraf doelen met elkaar afgesproken. Door middel van de PDCA-methodiek (plan, do, check, act) controleren we of zaken die we met elkaar hebben afgesproken ook worden uitgevoerd. Hierdoor kan snel worden ingegrepen als zaken zich niet ontwikkelen zoals wij hoopten. Per 1 januari 2022 is een nieuw HR-systeem operationeel geworden. Dit systeem heeft diverse begin opstartproblemen gekend. Deze zijn in de loop van 2022 grotendeels opgelost. Leiderschapsontwikkeling Goes zet ook de komende jaren vol in op leiderschapsontwikkeling. Eigenaarschap en verantwoordelijkheid nemen, blijft hoog op de agenda staan. Je bent verantwoordelijk voor de werkzaamheden die je uitvoert, van begin tot eind. Als gemeente Goes faciliteren we de ontwikkeling van leiderschap door het aanbieden van trainingen en cursussen, zowel intern als extern. •

Ontwikkelingen ICT en informatievoorziening De iVisie is door het DB en AB van de GR vastgesteld en is in november toegelicht aan de gezamenlijke gemeenteraden. Inmiddels is de iVisie ook ter instemming voorgelegd aan de gemeenteraad van Goes. In 2023 wordt op basis van de visie een uitvoeringsprogramma opgesteld met projectenplanning en investeringsagenda. De I-visie beschrijft de stip op de horizon waar alle betrokken organisaties de komende 5 jaren naartoe bewegen op het terrein van Informatievoorziening, digitalisering en databeheer en informatieveiligheid om zo de kansen die de samenwerking biedt zo optimaal mogelijk te benutten en de dienstverlening te optimaliseren. Er is een viertal speerpunten benoemd die in de iVisie nader zijn uitgewerkt: 1. We versterken het contact met onze klanten. 2. We hebben een toekomstgerichte duurzame organisatie. 3. We werken data gedreven. 4. We investeren in digitale samenwerking. Na aanbestedingstrajecten zijn in 2022 in de Bevelanden een nieuw financieel systeem en een nieuw HRM systeem in gebruik genomen. De nieuwe software waarmee kan worden aangesloten op het Digitale Stelsel voor de nieuwe Omgevingswet is in 2022 nog niet in gebruik genomen. Dit mede door uitstel van die betreffende wet. Dit is nu voorzien voor 2023.

In 2022 is nader onderzocht hoe datagedreven werken zowel binnen de organisatie als in samenwerking met GR de Bevelanden en de buurgemeenten vormgegeven kan worden. Hierbij ligt de nadruk vooral op de organisatie en inrichting van het technische ‘speelveld' en wordt regelmatig kennis uitgewisseld tussen deze organisaties. Ook

68 Zeeuwsbreed wordt op dit terrein samengewerkt. Binnen OZO verband hebben we deelgenomen aan een onderzoek van de HZ (in opdracht van Provincie) om te bekijken hoe Data Allianties (data gebaseerde - samenwerkingen) binnen Zeeland ontwikkeld kunnen worden. Naar aanleiding hiervan heeft de provincie een functionaris in dienst gesteld om deze samenwerkingen te motiveren/coördineren. Het Lokaal Informatie Overleg (LIO), is in 2022 van start gegaan. In dit overleg zijn vertegenwoordiger van alle afdelingen van de organisatie actief. De focus ligt hierbij vooral op het vroegtijdig in beeld krijgen van signalen van ondermijning en het heeft al meerdere nuttige tips opgeleverd. We kunnen hierbij inmiddels ook beschikken over informatie vanuit ‘meld misdaad anoniem’. Hiermee krijgen we snel een inzicht van signalen van burgers van vermoedens van ondermijnende activiteiten. Dit is een waarde volle toevoeging als informatiebron voor de gemeentelijke organisatie. In Goes en de andere Bevelandse gemeentehuizen is in 2022 Govguest uitgerold. Dit is een aanvulling op GOVroam, het landelijke veilige wifi netwerk voor overheden. Met GOVroam kunnen medewerkers op alle aangesloten locaties veilig gebruik maken van wifi. Govguest biedt veilige wifi voor gasten van de gemeente. In 2023 volgt dan nog Publicroam voor bezoekers van het Stadskantoor of de locatie Troelstralaan.

• Ontwikkelingen Planning en Control De nieuwe wet rechtmatigheidsverantwoording is eind 2022 vastgesteld. Vanaf boekjaar 2023 gaat het college zelf de verantwoording over de rechtmatigheid afleggen bij de jaarrekening. Ten behoeve van deze wetswijziging zijn door ons al een aantal acties in gang gezet. In 2022 is het risicomanagementsysteem Naris geïmplementeerd. Dit is samen met de gemeenten Borsele en Kapelle gedaan. Met Naris kunnen we ons risicomanagement verder door ontwikkelen. • Overige ontwikkelingen Juridische Zaken In de afgelopen jaren zijn diverse verbeterslagen op het gebied van juridische zaken doorgevoerd. ER zijn diverse verbeteringen op het gebied van subsidieverlening doorgevoerd. Dit laatste is in 2022 verder opgepakt. De juridische dienstverlening door de gemeente Goes moet continu van hoge kwaliteit zijn. Het gaat hierbij om beslissingen op aanvragen, klachten en bezwaren. Communicatie In 2022 is de Zeeuwse brede samenwerking verder geïntensiveerd. Dit blijven we ook de komende jaren doen. Daarnaast blijft arbeidscommunicatie een speerpunt in de komende jaren. Huisvesting De huisvesting op locatie is zodanig ingericht om samenwerken en elkaar ‘ontmoeten’ mogelijk te maken. Dit ontmoeten gebeurt onder andere in het in 2022 tot werkcafé omgebouwde voormalig bedrijfsrestaurant van het Stadskantoor.

Er wordt continu ingespeeld op veranderingen binnen de organisatie. De eerder ingezette acties voor het flexibel werken op alle locaties zijn afgerond. Inkoop In 2022 hebben in het inkoop- en aanbestedingsbeleid een aantal noodzakelijk geworden wijzigingen doorgevoerd. Het ging hier met name om het toevoegen van een klachtenprocedure en het wijzigen van algemene voorwaarden. Het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) 2022-2025 is in oktober 2022 ondertekend. Wet open overheid Op 1 mei 2022 is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen door de Wet open overheid (Woo). De Woo heeft direct de Wob vervangen. De mogelijkheid die de Wob aan iedereen gaf om informatie over bestuurlijke aangelegenheden op te vragen, bestaat nog steeds. Deze mogelijkheid wordt ook aangeduid als de passieve informatieplicht. De website van de gemeente is hierop aangepast. Ook is een Woo-coördinator ingesteld. De Woo bevat ook regels over een actieve informatieplicht, maar dat gedeelte is in 2022 nog niet in werking getreden. De bedoeling was dat alle overheden informatie over bepaalde onderwerpen zouden plaatsen op één digitaal platform met de naam: PLOOI. Dit bleek echter niet haalbaar. Daardoor heeft de actieve informatieverplichting vertraging opgelopen.

Informatiebeveiliging en privacy Conform het periodiek vast te stellen Informatiebeveiligings- en Privacyplan is in 2022 gewerkt aan het verbeteren van de informatieveiligheid en het voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) is hierbij het leidende normenkader. Verbetermaatregelen in het plan zijn

69 gebaseerd op de uitkomsten van audits en zelfevaluaties, het dreigingsbeeld voor gemeenten van de Informatiebeveiligingsdienst voor gemeenten (IBD) en geconstateerde risico’s op basis van risicoanalyses en incidenten die zich binnen en buiten de organisatie hebben voorgedaan. Het continu werken aan bewustwording, houding en gedrag van medewerkers ten aanzien van informatieveiligheid en privacy (iBewust) is een belangrijk onderdeel van dit plan. In 2022 hebben we door middel van een enquête opnieuw onderzocht hoe het gesteld is met het iBewustzijn in de organisatie. Een verbetering ten opzichte van eerder onderzoek is zichtbaar. De uitkomsten helpen om focus aan te brengen bij het nog verder verbeteren van kennis, houding en gedrag. Grote beveiligingsincidenten of datalekken hebben zich in 2022 niet voorgedaan. Phishing en CEO-fraude waarbij kwaadwillenden zich via mail voordoet als collega of leidinggevende/bestuurder vragen om blijvende alertheid. Een aantal kleinere datalekken naar aanleiding van het verkeerd adresseren van gegevens via post of e-mail is bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gemeld. Er zijn meerdere risicoanalyses (DPIA’s) uitgevoerd met betrekking tot het gebruik van persoonsgegevens.

Het gaat hierbij om de volgende DPIA’s: Cameratoezicht in het stadskantoor, cameraopnames via bodycams van de BOA’s, meldmisdaad anoniem, Regionaal Bureau Leerplicht, politiegegevens weekrapportage burgemeester. Er is ook voor politiegegevens met de Bevelandse gemeenten en GR de Bevelanden een externe audit uitgevoerd. Eind vorig jaar heeft met de gemeente Bunschoten een bestuurlijk peer-to-peer gesprek plaatsgevonden. Hierbij zijn onder begeleiding van de VNG ervaringen uitgewisseld die raken aan Privacy, Informatiebeveiliging en Openbare Orde en Veiligheid. In het kader van de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) legt de gemeente op basis van zelfevaluatie en audits verantwoording af over informatieveiligheid. Het college doet dit voor 1 mei 2023 aan de landelijke toezichthouders over ENSIA 2022. Medio mei wordt de gemeenteraad uitvoeriger geïnformeerd worden over de resultaten van ENSIA 2022 met een notitie.

70

Paragraaf Verbonden partijen Algemeen

De gemeente Goes heeft bestuurlijke en financiële belangen in een aantal verbonden partijen, die het beleid uitvoeren voor de gemeente. Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft. Bij een bestuurlijk belang gaat het om het hebben van zeggenschap van de gemeente in een derde partij, hetzij omdat de gemeente een zetel in het bestuur heeft, hetzij omdat ze via aandelen mee kan stemmen. Van een financieel belang is sprake als de gemeente de middelen, die aan een partij ter beschikking zijn gesteld, niet terugkrijgt, niet terugkrijgt bij faillissement van die partij of indien financiële problemen bij de derde partij kunnen worden verhaald bij de gemeente. Een verbonden partij kan onder andere zijn een deelneming in een vennootschap, een gemeenschappelijke regeling, een stichting, een vereniging of een PPS (Publiek Private Samenwerking). Een verbonden partij kun je zien als één van de drie mogelijkheden waarmee de gemeente haar taken uitvoert (of laat uitvoeren) om haar doelstellingen te realiseren: door een eigen dienst, door een commerciële partij of door een verbonden partij. Belang voor de raad Verbonden partijen zijn om de volgende drie redenen van belang voor de raad: 1. Via de verbonden partij moeten doelstellingen van de gemeente worden gerealiseerd 2.

De gemeente loopt financiële risico’s 3. Er bestaan mogelijk bestuurlijk-organisatorische risico’s Het is van belang om bovenstaande informatie inhoudelijk inzichtelijk te hebben, zodat de raad in staat is om bestuurlijk verantwoord te kunnen handelen. Beleidskader De volgende criteria gelden in de gemeente Goes als beleidskader voor de gemeentelijke deelnemingen in afzonderlijke rechtspersonen: Het deelnemen in een verbonden partij gebeurt alleen met het oog op het verrichten van een publieke taak; Participatie in een privaatrechtelijke rechtsvorm (NV, BV, VOF of CV) vindt uitsluitend plaats als onderzocht en gemotiveerd is waarom uitvoering van beleidsvoornemens niet in een publieke rechtsvorm kunnen plaatsvinden; De gemeenteraad bepaalt van geval tot geval tot welk bedrag het financiële belang in een privaatrechtelijke rechtsvorm strekt; Jaarlijks wordt bij de jaarstukken en de begroting of separate beleidsstukken aangegeven welke ontwikkelingen bij de verbonden partijen hebben plaatsgevonden of naar verwachting zullen gaan plaatsvinden; Vanuit het voorzichtigheidsprincipe wordt dividend uit deelnemingen verantwoord in het jaar van ontvangst.

71 Overzicht van de verbonden partijen van Goes In de jaarrekening 2022 is een overzicht opgenomen van onze verbonden partijen. Conform de eisen van het BBV worden de verbonden partijen ingedeeld in de volgende verplichte categorieën: Gemeenschappelijke Regelingen (GR), Vennootschappen en Corporaties en tot slot Stichtingen en Verenigingen. In onderstaande lijst is de indeling conform BBV gehanteerd.

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

A. Gemeenschappelijke regelingen

Bijdrage aan programma 4 1, 4 1, 4 5 3,4 5 1 3 1 2

B. Vennootschappen en Corporaties

Bijdrage aan programma AD 2 2 2 3 2 2

De Betho Gemeentelijke Gezondheid Zorg (GGD) Zeeland Samenwerking de Bevelanden (GRdB) Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (OLAZ) Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD) Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland (SaBeWa) Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO) Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) Zeeuwse Muziekschool (ZMS)

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH NV ) NV Economische Impuls Zeeland

Gemeenschappelijk Bezit Evides Aqua BV (GBE Aqua BV) Omnium Deelgebieden de Goese Schans B.V. Verkoopmaatschappij de Goese Schans B.V.

Bijdrage aan programma C. Stichtingen en Verenigingen 1. Vereniging Zeeuwse Gemeenten (VZG) 1 2. Milieu Educatief Centrum ** 3. Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) ** ** Niet opgenomen in de begroting 2023; het betreft wel een verbonden partij; gemeente Goes heeft een financieel en bestuurlijk belang (zie toelichting hieronder). Hierna wordt nader ingegaan op de meest relevante ontwikkelingen per verbonden partij. A.

Gemeenschappelijke Regelingen

1 De Betho De Betho richt zich op het bieden van werk onder aangepaste omstandigheden aan de doelgroep van de sociale werkvoorziening en beschut werken en begeleidt werkzoekenden met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt, via maatwerktrajecten, naar - al dan niet gesubsidieerd – betaald werk. Namens de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen voert Betho de Wet sociale werkvoorziening uit. Daarnaast spelen zij een ondersteunende rol voor wat betreft de Wet werk en bijstand. Hierbinnen staat de ontwikkeling van de werknemer centraal. Deelnemers Rechtsvorm en vestigingsplaats Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Gemeenschappelijke Regeling/ Goes Reimerswaal en Tholen Bestuurlijk belang Goes Financieel belang Goes Vertegenwoordiging AB: Wethouder Van der Reest Jaarlijkse exploitatiebijdrage 2021: € 178.400 Jaarlijkse exploitatiebijdrage 2022: € 0 Eigen Vermogen Vreemd Vermogen Resultaten: (2021w) € 11.963.000 (2021w) € 4.121.000 (2021 realisatie) € 0 (2022w) € 11.567.000 (2022w) € 2.501.000 (2022 realisatie) € 0 Ontwikkelingen/beleidsvoornemens Op basis van het vastgestelde koersdocument Participatiewet wil Goes een herijking op de re-integratie mogelijkheden binnen de Participatiewet. Belangrijkste aanleiding hiervoor vormt de veranderende gemeentelijke

72 doelgroep: meer mensen met een arbeidsbeperking en meer complexe problematiek. De Betho maakt als aanbieder onderdeel van dit landschap uit en heeft ervaring met mensen met een arbeidsbeperking. In december 2022 is een bestuursopdracht vastgesteld door het Algemeen Bestuur van De Betho om te komen tot een onderzoek naar de toekomstige rol van De Betho voor de doelgroep Participatiewet. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in 2023. Betere aansluiting op de ondersteuningsbehoefte van de veranderende doelgroep zal ervoor zorgen dat de Betho ook in de toekomst financieel gezond blijft. Ondertussen zal de Betho zelf haar bedrijfsvoering in 2023 weer zo inrichten dat zij, ondanks een afnemende rijksbijdrage, richting een positief resultaat zullen bewegen. Ook landelijk wordt er in opdracht van het Rijk in 2023 onderzoek gedaan naar sociaal ontwikkelbedrijven. Dit betreft onderzoek naar de toekomstige infrastructuur van deze bedrijven. De uitkomsten van het landelijk onderzoek worden betrokken in het lokale onderzoek. Risico’s De deelnemende gemeenten dragen eventueel bij aan de verliezen van De Betho, die sterk afhankelijk zijn van de economische ontwikkelingen en de hoogte van de Rijkssubsidie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12955877/2