CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 05. Programmabegroting 2023 def

Besluitvormende raad 10 november 2022, gemeente GoesBij agendapunt: Begroting 202341.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

52

Relevante beleidsdocumenten: Beleidsnota

Vastgesteld door Raad Raad Raad Raad Raad

Jeugd & Onderwijsbeleid 2022 – 2025 Regiovisie Beschermd Wonen Lokaal uitvoeringsplan Armoede en Schulden 2021 - 2022 Plan van aanpak alcohol en drugs Programmaplan transformatie Goes 2019-2020. (Goes voor elkaar) Focusplan Goes en uitvoeringsagenda, gericht op versnelling van de transformatie Focusuitvoeringsprogramma Kadernota Armoede en Schulden (Bevelands) Koersdocument Participatie Gezondheidsnota 2018-2021 Regionale kadernota Gezondheid 2022-2025 Preventie-akkoord

Vaststellingsdatu m p.m. 2023 10-3-2022 09-11-2021 23-09-2021 23-5-2019

Raad

26-11-2020

Raad Raad Raad Raad Raad College

22-07-2021 17-12-2020 19-12-2019 21-12-2017 10-3-2022 23-11-2021

Indicatoren:

1.200

1.107

1.092

Jeugdcriminaliteit (BBV)

1.186

1.159

1.096

4%

800

% tot 18 jarigen

Per 1.000 inwoners 15-64 jaar

Relatief verzuim (BBV)

400

0

2017

2018

2019

2020

Goes

Zeeland

3% 2%

1,0%

1% 0%

Nederland

Type indicator: BBV Bron: LISA Info: Het aantal banen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 - 64 jaar. Op waarstaatjegemeente.nl is de doelgroep cf staatscourant (15-64 jaar)opgenomen. Tot 2018 was de doelgroep 15-74 jaar beschikbaar,v.a. jaarrek. 2019 15-64

2017

0%

2017

2018 Goes

5%

2019 Zeeland

5%

2020

2021

Nederland

Type indicator: BBV Bron: Verwey Jonker instituut (rapp. Kinderen in Tel), Opdrachtgever 'Defence for Info: Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen.

2%

1%

0%

2017

2018 Goes

1%

1%

2019

2020

Zeeland

2020

2021

Nederland

74% 72%

72,7%

72,2% 70,5%

70%

69,5%

70,4%

68% 66% 64% 62%

2018

2017 Goes

2019 Zeeland

2020

2021

Nederland

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking.

Aantal per 10.000 inwoners

% 16-22 jarigen

3%

2%

2019 Zeeland

Personen met een bijstandsuitkering (BBV)

% jeugdwerkloosheid (BBV)

2%

1,0%

Type indicator: BBV Bron: Verwey Jonker instituut (rapp. Kinderen in Tel), Opdrachtgever 'Defence for Info: Het percentage jongeren (12-21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen.

% werkzame beroepsbevolking t.o.v. beroepsbevolking

% kinderen tot 18 jaar

4%

5%

1,0%

Netto arbeidsparticipatie (BBV)

6%

5%

2018 Goes

Kinderen om uitkeringsgezin (BBV) 8%

2%

1,0%

2021

2021

Nederland

Type indicator: BBV Bron: Verwey Jonker instituut (rapp. Kinderen in Tel), Opdrachtgever 'Defence for Info: Het percentage werkeloze jongeren (16-22 jaar)

600

400

200

0

309

2017

302

2018 Goes

381

2019 Zeeland

381

2020

338

2021

Nederland

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Het aantal personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners 18jr e.o.

53

Jongeren met jeugdhulp (BBV) 18%

600

484

% alle jongeren tot 18 jaar

Aantal per 10.000 inwoners 15-64 jaar

Lopende re-integratievoorzieningen (BBV) 473

450

302

300

263

150 0

2017

2018 Goes

2019

2020

Zeeland

15%

12,1%

12%

0%

2017

1,9%

1,3%

2018

2019

Goes

2020

Zeeland

2021

1.060

1.040

1.100

1.070

2017

2018

2019 Zeeland

2020

2021

Nederland

Type indicator: BBV Bron: CBS - monitor sociaal domein Info: Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo.

Social cohesie (Goese indicator) tbv Integraal veiligheidsbeleid

7,0

Score

6,5 6,0

6,4

2015 Goes

6,3

6,1 2017 Zeeland

2019 Nederland

6,4

2021 Stedelijkheidsklasse Matig stedelijk

Type indicator: Goese indicator Bron: CBS, Veiligheidsmonitor, omloopsnelheid 'onevenjaren', score van 0 tot 10 Bevolkingsonderzoek naar leefbaarheid en veiligheid, onder inwoners, van 15 jaar en ouder ( in de oneven jaren) https://www.cbs.nl/nl-nl/maatschappij/veiligheid-enrecht/veiligheidsmonitor/publicaties/rapportages Info: Mensen gaan op een prettige manier met elkaar om, mensen kennen elkaar nauwelijks, gezellige buurt samen dingen doen, voel me thuis in deze buurt, contact met buurtbewoners, tevreden over bevolkingssamenstelling. Deze indicator is toegevoegd tbv 'integraal veiligheidsbeleid'.

Aantal per 1.000 jongeren

Aantal per 10.000 inwoners

990

Goes

5,0

0,3%

0,2%

0,2%

0,2%

0,2%

0,2% 0,1% 0,1% 0,0%

2017

2018

2019 Zeeland

2020

2021

Nederland

Verwijzigingen Halt (12-17 jaar) (BBV)

600

5,5

0,3%

0,3%

30

800

400

0,4%

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Het percentage jongeren (12-23 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel t.o.v. alle jongeren (12-23 jaar)

1.400

1.000

0,4%

Goes

Cliënten met een maatwerkarrangement WMO (BBV) 1.200

2021

0,5%

Nederland

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel t.o.v. alle jongeren tot 18 jaar

2020 Nederland

Jongeren met jeugdreclassering (BBV)

1%

2017

2019 Zeeland

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp t.o.v. alle jongeren tot 18 jaar

1%

0%

2018 Goes

% van alle jongeren 12-23 jaar

% van jongeren tot 18 jaar

1,5%

2%

15,2%

3%

Jongeren met jeugdbescherming (BBV) 1,8%

14,4%

6%

Nederland

3%

1,7%

14,5%

9%

2021

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Het aantal reïntegratievoorzieningen per 10.000 inwoners in de leeftijd van 1564 jaar

2%

13,4%

25

24

24

21

20 15

10

10

14

5 0

2017

2018 Goes

2019 Zeeland

2020 Nederland

Type indicator: BBV Bron: Bureau Halt Info: Verwijzingen Halt per 1.000 inwoners van 12-17 jaar

2021

54

Wat mag het kosten? Omschrijving Lasten 0.8 Overige baten en lasten 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams 6.3 Inkomensregelingen 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.81 Geëscaleerde zorg 18+ 6.82 Geëscaleerde zorg 187.1 Volksgezondheid Totaal lasten programma

Rekening 2021

Begroting 2022

bedragen x € 1.000 Begroting Begroting 2023 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

4.422 1.217 15.079 9.381 2.373 3.545 11.598 10.162 158 3.453 1.609 62.997

10.757 1.390 19.648 11.554 1.835 4.124 11.415 10.632 428 3.624 1.759 77.165

-340 9.367 1.555 18.258 6.635 1.847 4.450 11.979 9.914 238 3.437 2.099 69.439

-340 5.860 1.633 18.574 6.424 1.909 4.620 12.512 10.367 248 3.572 2.155 67.532

-340 6.094 1.713 18.810 6.184 1.972 4.792 12.823 10.805 258 3.708 2.232 69.051

-340 6.324 1.792 19.049 6.157 2.035 4.967 13.369 11.240 268 3.846 2.310 71.019

Baten 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams 6.3 Inkomensregelingen 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ 7.1 Volksgezondheid Totaal baten programma

35 41 10.453 3.538 -667 627 14.027

5.257 34 12.613 4.590 36 525 203 8 23.266

3.645 36 12.581 553 31 550 8 17.404

5 37 12.581 514 31 564 8 13.740

5 38 12.582 537 32 578 9 13.778

5 38 12.582 556 32 590 9 13.812

Saldo lasten en baten programma

-48.970

-53.900

-52.035

-53.792

-55.273

-57.207

Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo reserves

11.669 6.886 -4.783

2.224 2.224

-

-

-

-

Totaal programma

-53.753

-51.676

-52.035

-53.792

-55.273

-57.207

Uitbreidingsinveteringen In dit programma zijn geen uitbreidingsinvesteringen opgenomen.

55

Programma 5. Milieu Doel Duurzaam denken en doen, waarbij alle beetjes helpen Duurzaam denken en doen is hard nodig. De Verenigde Naties heeft hiervoor doelen opgesteld, die wij vast onderdeel maken van ons beleid. Zo maken we in onze plannen steeds bewuste en duurzame keuzes en zijn we klaar voor de toekomst.

Wat willen we bereiken in 2023 en wat gaan we daarvoor doen? HD 5.1: Inwoners en organisaties zien het belang van duurzaamheid en milieu. 5.1.1 Speerpunt: We maken het Bespaarhuis tot een voorbeeld van een dienstverlenende overheid. Het wordt professioneler en inwoners weten het beter te vinden. 5.1.1.1 Inwoners die een duurzame activiteit willen organiseren voor andere inwoners of bedrijven in de gemeente Goes, kunnen daarvoor het Deellokaal gebruiken. 5.1.1.2 We zorgen steeds dat we producten en middelen in het Bespaarhuis laten zien, van wat er nu op de markt is. Zo kunnen inwoners concreet zien wat ze kunnen doen. 5.1.1.3 We onderzoeken hoe we het Bespaarhuis professioneler kunnen maken (andere plek, vaste medewerkers, meer en betere showmodellen). 5.1.1.4 In het Bespaarhuis organiseren we informatiebijeenkomsten over het duurzaam maken van woningen en het groener maken van tuinen. 5.1.2 Speerpunt: We gebruiken de campagne ‘Alle b-tjes helpen’. 5.1.2.1 Vanuit dit plan organiseren we verschillende acties voor inwoners. Hiermee laten we inwoners zien hoe belangrijk duurzaam denken en doen is, maar ook hoe ze dit kunnen aanpakken. HD 5.2: Duurzaam en slim vervoer moedigen we aan. 5.2.1 Speerpunt: We maken een plan voor voldoende laadpalen, goed verdeeld over de gemeente Goes 5.2.1.1 We stellen een plan op voor laadpalen in de gemeente (Laadvisie).

5.2.2 Speerpunt: We kiezen voor duurzame brandstoffen 5.2.2.1 We onderzoeken of een duurzaam tankstation haalbaar is op het bedrijvenpark Deltaweg. In zo’n tankstation zijn alleen schone brandstoffen te krijgen, zoals groene waterstof en duurzaam opgewekte elektriciteit (via snellaadpalen). De verkoop van een kavel hiervoor, gaan we regelen via een aanbesteding. 5.2.3 Speerpunt: Er rijden minder auto’s in de binnenstad 5.2.3.1 We onderzoeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat er minder auto’s in de binnenstad rijden. 5.2.3.2 We onderzoeken wat de voordelen van minder auto’s zijn voor het klimaat en de leefbaarheid in de binnenstad. HD 5.3: Afval zien we als grondstof. 5.3.1 Speerpunt: We moedigen inwoners aan om de hoeveelheid restafval te verminderen naar maximaal 100 kilo restafval per inwoner per jaar. Dit doen we met verschillende maatregelen. 5.3.1.1 We maken het aanbieden van restafval minder aantrekkelijk, met verschillende middelen. Ook moedigen we inwoners aan om hun afval beter te scheiden, zodat zoveel mogelijk afval opnieuw gebruikt kan worden (herbruikbare stromen).

56 5.3.2 Speerpunt: We moedigen inwoners aan om afval te voorkomen en we verbeteren de kwaliteit van het gescheiden afval. 5.3.2.1 We zorgen voor goede en slimme voorzieningen om het afval in te zamelen. We geven inwoners informatie en advies over slim en duurzaam inkopen, geven coaching en voeren waar nodig controles uit. 5.3.2.2 Bij het uitvoeren van onze plannen werken we samen met verenigingen, scholen en andere partijen. HD 5.4: We voorkomen zwerfvuil en ruimen het op, om mens en dier te beschermen. 5.4.1 Speerpunt: We onderzoeken de oorzaken van zwerfvuil, voeren acties uit en werken op probleemplekken met ‘slimme’ middelen 5.4.1.1 We werken samen met scholen aan een oplossing voor zwerfvuil. Via opdrachten betrekken we ook de leerlingen hierbij. 5.4.1.2 Samen met MEC de Bevelanden voeren we ‘prikacties’ uit. Dit zijn acties waarbij inwoners of scholieren met prikkers wijken en buurten in gaan om afval op te ruimen. Ook ondersteunen we acties van inwoners. 5.4.1.3 We plaatsen voorzieningen om zwerfvuil te voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan afvalbakken en ‘blikvangers’ langs fietspaden en bij wegrestaurants. Deze voorzieningen moeten passen bij en gebruikt worden door de veroorzakers. Daarnaast zetten we afvalcoaches en handhavers in.

HD 5.5: Onze gemeente is voorbereid op een veranderd klimaat 5.5.1 Speerpunt: We passen ons riool aan (op basis van het vGRP 2022-2026), zodat onze gemeente beter voorbereid is op lange perioden van droogte en extreme waterval. 5.5.1.1 We werken aan het voorkomen van wateroverlast en droogte van de bodem. Bij het opnieuw inrichten van straten, wijken of buurten, houden we al bij het ontwerp rekening met het klimaat. In parkeerstroken gebruiken we waar mogelijk verharding die water doorlaat. Ook leggen we wadi’s (groene greppels) aan. We willen zoveel mogelijk hemelwater weg laten stromen richting oppervlaktewater. 5.5.2 Speerpunt: We planten meer bomen en struiken (robuust groen) 5.5.2.1 Bij nieuwe plannen in de gemeente kiezen we voor voldoende onder- en bovengrondse ruimte voor groen. Zo blijven de beplanting en de bomen gezond en sterk. Bomen, struiken en ander groen zijn heel belangrijk voor verkoeling (verminderen van hittestress) en voor het opvangen van regenwater. 5.5.2.2 We willen meer bomen en struiken planten in woonwijken en in andere gebieden met veel steen en gebouwen. We gaan kijken op welke plekken dat het beste past, volgens het ‘Norminstituut Bomen’. 5.5.2.3 We maken een plan om de ruimte (met veel steen) rond het Stadskantoor groener te maken. Dat is goed voor veel dieren en planten, zorgt voor verkoeling en geeft minder overlast door hitte.

Ook kan regenwater zo beter en sneller in de bodem wegzakken. 5.5.3 Speerpunt: We bepalen hoe we als gemeente in 2045 voorbereid zijn op een ander klimaat (klimaatbestendige gemeente) 5.5.3.1 We maken voor Goes een plaatselijke ‘klimaatadaptatiestrategie’. In dit plan zetten we op een rij hoe we omgaan met de gevolgen van klimaatverandering, maar ook wat we gaan doen om ons aan te passen aan een ander klimaat. We stellen daarbij concrete doelen vast. De klimaatadaptatiestrategie wordt onderdeel van het Klimaatprogramma 2023-2027.

57 HD 5.6: Het opwekken van duurzame energie moedigen we aan. 5.6.1 Speerpunt: Voor de overgang naar duurzame, schone bronnen van energie (energietransitie) in bestaande wijken en buurten kiezen we voor zonne-energie. 5.6.1.1 We onderzoeken welke plekken geschikt zijn voor het plaatsen van zonnepanelen. Dit kan onze CO2-uitstoot in de toekomst verder naar beneden brengen. Dat heet CO2-reductie. Deze CO2reductie kunnen we dan gebruiken als compensatie voor de gemeentelijke gebouwen die we niet helemaal energieneutraal kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan monumenten. 5.6.2 Speerpunt: We beschrijven hoe we het opwekken van duurzame energie binnen onze gemeente willen regelen. 5.6.2.1 We willen het opwekken van duurzame energie binnen onze gemeente goed regelen. Dit doen we door het opschrijven van voorwaarden (kaders). Hierbij kijken we ook naar de landelijke en provinciale kansen en mogelijke problemen. Deze kaders maken we onderdeel van het klimaatprogramma 20232027. HD 5.7: We moedigen inwoners en ondernemers aan om hun woning en bedrijf duurzaam te maken 5.7.1 Speerpunt: We onderzoeken welke maatregelen inwoners met een smalle beurs kunnen nemen. 5.7.1.1 We stellen met de regio een plan (regionale regeling) op voor inwoners met een smalle beurs. En we voeren dit plan uit. De regeling is bedoeld voor kleine maatregelen in en om het huis en voor het geven van adviezen.

5.7.2 Speerpunt: We moedigen bedrijven in Goes aan om hun bedrijfsgebouw en -processen duurzaam te maken 5.7.2.1 Bedrijven krijgen de mogelijkheid advies te vragen bij een duurzaamheidscoach over het duurzaam maken van hun bedrijfsgebouw en hun bedrijfsprocessen. 5.7.2.2 We maken voor vijf verschillende typen bedrijven een verduurzamingsscan. Met zo’n scan ziet een bedrijf wat mogelijk is aan duurzame maatregelen, wat dit kost én wat het oplevert. De resultaten van de scans en van de coaching-gesprekken gebruiken we voor het schrijven van een inspiratiebundel. 5.7.3 Speerpunt: Bedrijvenpark Deltaweg ontwikkelen we duurzaam 5.7.3.1 Bedrijven die zich vestigen op Bedrijvenpark Deltaweg, krijgen vanaf het begin van hun koop- en bouwproces ondersteuning van een duurzaamheidscoach. 5.7.3.2 Bedrijven die zich vestigen op Bedrijvenpark Deltaweg moeten minimaal een 3-sterren BREEAM-NL Nieuwbouw certificaat halen. Ons doel is 4-sterren. Om te meten hoe duurzaam een gebouw precies is, gebruiken we de methode Building Research Establishment Enviromental Assessment Method. 5.7.4 Speerpunt: We werken samen met andere partijen om Goes groener en duurzamer te maken 5.7.4.1 Samen met andere Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland ontwikkelen we de Regionale Energie Strategie 2.0. Daarin staat hoe we ons gaan voorbereiden op een toekomst met schone energie.

Dat doen we binnen het Zeeuws Energie Akkoord. Met de Zeeuwse gemeenten werken we samen aan verschillende projecten, bijvoorbeeld rond de uitvoering van de Transitie Visie Warmte (verwarmen zonder aardgas) voor wijken, recreatiewoningen en bedrijven.

58 HD 5.8: We werken aan een duurzame gemeentelijke organisatie en openbare ruimte. 5.8.1 Speerpunt: We geven als gemeente het goede voorbeeld en maken gemeentelijke gebouwen duurzaam. Daarbij kijken we steeds hoe betaalbaar maatregelen zijn. We zoeken naar een goede balans. 5.8.1.1 We maken een plan (uitvoeringsprogramma) voor vier jaar, met daarin genoemd onze doelen, en vragen de raad hierover een besluit te nemen. In dit plan staan concrete maatregelen, waarmee we onze doelen willen bereiken. 5.8.2 Speerpunt: Het gemeentelijk aannemingsbedrijf maakt waar mogelijk gebruik van duurzame machines en voertuigen 5.8.2.1 We vervangen dienstvoertuigen die aan vervanging toe zijn, door meer duurzame voertuigen. Daarbij kijken we naar technische mogelijkheden, maar ook hoe betaalbaar het is. We zoeken steeds naar een goede balans. 5.8.2.2 Bij het uitvoeren van werkzaamheden wegen we af in welke mate we gebruik kunnen maken van duurzame materialen en middelen. 5.8.3 Speerpunt: We maken de openbare verlichting duurzaam 5.8.3.1 We gaan verder met het vervangen van gewone verlichting door Ledverlichting. We kiezen voor een vervanging van 5% van de armaturen per jaar. 5.8.4 Speerpunt: We zetten duurzame machines en voertuigen in bij verkeersprojecten 5.8.4.1 We doen onze inkopen maatschappelijk verantwoord. En we zetten waar mogelijk duurzaam bouwmaterieel in (machines en voertuigen).

Samen met andere Zeeuwse gemeenten en de bedrijven stellen we daarom voorwaarden op voor contracten met aannemers.

Bijdrage verbonden partijen aan doelstellingen gemeente: Verbonden partij

Speerpunt/reguliere taak

RUD

Vergunningen

OLAZ

Verwerken/recyclen afvalstromen, in stand houden milieustraat, samenwerken onderzoeken ten behoeve van beleidsdoelstellingen uniformiteit in inzamelsystemen/software

Bijdrage aan doelstelling programma

HD 3. Schoon en veilig en HD 4 Uitstoot HD 1. Restafval

* Voor meer informatie over de genoemde verbonden partijen wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen.

Relevante beleidsdocumenten: Beleidsnota

Verordening aansluitrecht gemeentelijke riolering Afvalstoffen verordening 2019 Klimaatprogramma 2019-2022 Regeling medisch afval Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2016 Elektrische openbare laadinfrastructuur Afvalbeleidsplan gemeente Goes "Van Afval naar Grondstof" Waterbergingsfonds Gemeente Goes. Zeeuws Energie Akkoord Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2013-2020 Regionale Energiestrategie (1.0)

Vastgesteld door

Raad Raad Raad B&W B&W Raad Raad B&W B&W Raad Raad

Vaststellingsdatum

20-12-2018 20-12-2018 20-12-2018 22-11-2018 10-7-2018 10-4-2018 6-7-2017 21-2-2017 1-2-2017 25-10-2012 18-06-2020

59

Indicatoren: Hernieuwbare elektriciteit (BBV) 50% 40%

Kilogram per inwoner

Omvang huishoudelijk restafval (BBV)

30%

250

20%

200

10%

150

0%

100

205

191

171

2017

2018 Goes

2019 Zeeland

2020 Nederland

Type indicator: BBV Bron: CBS Info: Niet gescheiden ingezameld huishoudelijk afval.

4,0% 2017 Goes (mediaan)

50 0

15,1%

2021

7,9%

2018

9,4%

2019 Zeeland (mediaan)

2020

2021

Nederland (mediaan)

Type indicator: BBV Bron: Het percentage duurzaamopgewekte energie binnen de gemeente grenzen in Info: Het percentage duurzaamopgewekte energie binnen de gemeente grenzen in verhouding met het totaal verbruikte energie binnen de gemeente grenzen. Er wordt hier gewerkt met een mediaan, 50% van de gemeenten zitten boven deze waarde en 50% van de gemeenten zitten hier onder. De reden om niet met een gemiddelde te werken is dat er een kleine groep gemeenten is met zéér grote 'uitschieters' naar boven. Hierdoor wordt een gemiddelde zeer sterk beïnvloed en geeft dit een vertekend beeld.

60

Wat mag het kosten? Omschrijving

bedragen x € 1.000 Begroting Begroting 2023 2024

Rekening 2021

Begroting 2022

3.055 4.128 3.997 470 11.650

3.322 4.378 3.884 484 12.068

4.652 4.438 1.639 475 11.205

Baten 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal baten programma

4.249 4.837 1.391 489 10.966

4.352 4.780 374 453 9.959

Saldo lasten en baten programma

-684

Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo reserves

Lasten 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal lasten programma

Totaal programma

Begroting 2025

Begroting 2026

5.020 4.534 1.594 494 11.643

5.289 4.701 1.698 512 12.200

5.663 4.843 1.879 530 12.915

5.536 5.237 14 475 11.262

6.195 5.368 15 487 12.064

6.748 5.502 15 499 12.764

7.115 5.623 15 510 13.263

-2.108

57

422

564

348

119 1.098 979

1.419 1.419

600 600

280 280

-

-

295

-689

657

702

564

348

Uitbreidingsinvesteringen

Nr.

Milieu 1 Duurzaamheid 2 Vergroening plein Stadskantoor Totaal

(Bedragen x € 1.000) 2023 2024 2025 1.400 2.400 2.400 315 0 0

2026 2.400 0

Dekking Derden 0 120

Reserve 8.600 0

1.715

2.400

120

8.600

2.400

2.400

Toelichting: 1. Voor het realiseren van de verduurzamingsopgave voor het gemeentelijk vastgoed. Voorstel met investeringsaanvraag volgt in 4de kwartaal 2022. 2. Bij dragen leveren aan het afremmen van klimaatveranderingseffecten zoals wateroverlast, droogte en hitte door de omgeving van het stadskantoor te vergroenen.

3. Paragrafen

www.goes.nl

62

63

Paragraaf Lokale heffingen Inleiding In deze paragraaf staat informatie over de gemeentelijke belastingen en heffingen. Naast het beleid rondom lokale heffingen geven we een overzicht van de opbrengsten, de kostendekkendheid en de lokale lastendruk. Ook wordt kort ingegaan op het kwijtscheldingsbeleid. Voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en lijkbezorgingsrechten gaan we in deze paragraaf op de kostendekkendheid van de heffing. Beleid lokale heffingen Het beleidsuitgangspunt voor de lokale heffingen van gemeente Goes voor 2023 is een stijging met een indexatie van 4,8%. Wanneer er op basis van beleidskeuzes van de jaarlijkse indexering wordt afgeweken, lichten we dit toe in deze paragraaf. Het uitgangspunt voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is kostendekkendheid. In deze paragraaf laten we zien hoe dit wordt ingevuld. Voor de kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten hebben we als streven een kostendekkendheid van minimaal 90% (maximaal ook 100%). Dit wordt ook in deze paragraaf toegelicht en cijfermatig weergegeven. Met deze begroting wijken we af van dit uitgangspunt en passen we enkel een indexering toe 4,8%. Hiermee komt de kostendekkendheid uit onder de 100%. Voor de afvalstoffenheffing stellen we voor om de toerekening van de btw aan de heffing door te voeren. Voor de rioolheffing hebben we dit al eerder gedaan via het keuzeboek begroting 2017.

Hiermee wordt deze toerekening voor beide heffingen gelijk. Voor het begrotingsjaar 2023 is voor de onroerendezaakbelasting het uitgangspunt genomen dat de hoger opbrengst 2021 dan geraamd door de WOZ-volumegroei wordt vertaald in een lager tarief in 2023. Tarievenbeleid lokale heffingen Voor de stijging van de tarieven hanteren we voor 2023 het uitgangspunt van 4,8%. Omdat een aantal belastingen beïnvloed wordt door de WOZ-waardeontwikkeling, wordt voor die belastingen uitgegaan van een opbrengststijging van 4,8% in plaats van een tariefstijging van 4,8%. Dat betekent dat de tariefstijging en waardeontwikkeling samen gaan leiden tot de geraamde stijging. In onderstaande tabel wordt het tarievenbeleid weergegeven.

*

Omschrijving

Stijging

Afvalstoffenheffing* Forensenbelasting Haven- en schutgeld Leges Lijkbezorgingsrechten Marktgeld Onroerende zaakbelasting woningen** Onroerende zaakbelasting niet-woningen** Parkeerbelasting Precariorechten Reclamebelasting Rioolheffing* Toeristenbelasting

Tarief Opbrengst Tarief Tarief Tarief Tarief Opbrengst Opbrengst Tarief Tarief Tarief Opbrengst Tarief

2023 4,8% 4,8% 4,8% 4,8% 4,8% 4,8% 4,8% 4,8% 4,8% 4,85% 4,8%

2024

2025

Kostendekkend tarief 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 1,6% 4,85% 4,85% Kostendekkend tarief 2,5% 2,5%

2026 2,2% 2,2% 2,2% 2,2% 2,2% 2,2% 2,2% 2,2% 2,2% 4,85% 2,2%

Voor de afvalstoffenheffing en het rioolheffing mogen we niet meer dan een k ostendek k end tarief in rek ening brengen. De werk elijk e tarief ontwik k eling is afhank elijk van de mutaties in de k osten waar deze heffingen voor zijn.

** Voor de onroerendezaak belasting stellen we een afwijk ing van het percentage van 4,8% voor. Zie toelichting in deze paragraaf. Op dit moment zijn nog niet alle realisatiecijfers van de WOZ-waarden en belastingopbrengsten 2022 beschikbaar. Voor de WOZ-waarden wordt voor de aanslagoplegging 2023 de peildatum 1 januari 2022 gebruikt. Als deze realisatiecijfers 2022 van de WOZ-waarden nog aanleiding geven tot een bijstelling van de tarieven 2023 wordt dit bij de vaststelling van de verordeningen 2023 ter besluitvorming voorgelegd.

64 Opbrengstramingen belastingen en heffingen In onderstaand overzicht zijn de ramingen van de verschillende belastingopbrengsten en heffingen voor begroting 2023 weergegeven. De begrote inkomsten van de gemeentelijke belastingen en heffingen in 2023 bedragen € 29,1 mln. In onderstaande grafiek staan de opbrengsten van de verschillende belastingen en heffingen weergegeven.

Onroerendezaakbelasting Onroerendezaakbelasting wordt geheven van eigenaren van onroerende woningen en niet-woningen en van gebruikers van niet-woningen. De eigenaar/gebruiker op 1 januari van enig jaar is belastingplichtig voor het gehele jaar. Grondslag is de waarde van de onroerende zaak die is vastgesteld met een WOZ-beschikking. Voor het belastingjaar 2023 geldt de waarde van de onroerende zaak per 1 januari 2022. De ramingen van de opbrengsten onroerendezaakbelasting worden in 2023 met 3,3% verhoogd. Dit in plaats van de algemene indexering van 4,8%. Deze lagere stijging stellen we voor om de hogere WOZ-waardeontwikkeling uit 2021 terug te laten vloeien naar de eigenaren en gebruikers binnen gemeente Goes. We stellen dit voor omdat de extra WOZ-waardeontwikkeling geen onderdeel uitmaakte bij de tarief vaststelling OZB voor het afgelopen jaar. Er is inmiddels een nieuwe procedure rondom de aanlevering van de informatie over de WOZ met Sabewa Zeeland afgesproken. Dit moet ertoe leiden dat we een meer nauwkeurige WOZ-informatie beschikbaar hebben bij het vaststellen van de tarieven 2023. In de kadernota en begroting 2022 is een verhoging van de onroerendezaakbelasting voor het jaar 2023 doorgevoerd van onroerendezaakbelasting. Toen is besloten om met ingang van 2023 de indexering van de OZB-tarieven met 5% extra te verhogen.

Met deze stelselwijziging maken we een berekening van de gewenste opbrengststijging. Dit leidt tot extra opbrengsten bij de gemeente en extra lasten bij de inwoners en de bedrijven. De verwerking in de tarieven wordt uw raad bij de belastingverordening voorgelegd. Parkeerbelasting en parkeergarage Uit oogpunt van eenduidigheid voor de parkerende bezoeker van de binnenstad, is besloten om zo min mogelijk tariefniveaus te hanteren en de ontwikkeling van het tarief voor parkeren buiten de parkeergarage een gelijke tred te laten houden met de ontwikkeling van het tarief voor parkeren in de parkeergarage. Voor 2023 wordt voorgesteld om een indexering van 4,8% te hanteren. Het effect van deze indexering wordt separaat aan u voorgelegd middels de verordening parkeerbelastingen Goes 2023. Reclamebelasting De reclamebelasting kent een looptijd tot en met 2029. Voor het jaar 2023 nemen we in de begroting het uitgangspunt dat de tarieven 2023 geïndexeerd worden met de jaarlijkse vaste indexering van 4,85%. Op basis van de huidige prognose wordt ingeschat dat dan eind 2029 de vooraf bepaalde bijdrage aan de investeringen in de binnenstad van € 4.750.000 is behaald.

65 Toeristenbelasting De toeristenbelasting wordt voor 2023 geïndexeerd met 4,8%. Het tarief wordt afgerond op € 0,05. In onderstaande tabel worden de nieuwe tarieven voor 2023 weergegeven en zijn de tarieven van voorgaande jaren opgenomen.

Tarief 2021

Omschrijving Duurdere verblijfsrecreatie Camping Minicamping Watertoerisme

€ € € €

1,35 1,05 0,75 1,05

Tarief 2022 € € € €

1,40 1,10 0,80 1,10

Tarief 2023 € € € €

1,45 1,15 0,80 1,15

Kostendekkendheid lokale heffingen

In deze paragraaf wordt ingegaan op de kostendekkendheid van de belangrijkste heffingen: Afvalstoffenheffing, rioolheffing en lijkbezorgingsrechten Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een vergoeding voor de kosten van het ophalen en verwerken van huishoudelijk- en tuinafval. De grondslag voor de heffing is het aantal personen per huishouden. We kennen twee categorieën: eenpersoons of meerpersoonshuishouden. Uitgangspunt is een kostendekkendheid van 100%. De uitgangspunten voor de opbrengst afvalstoffenheffing zijn gebaseerd op het Afvalbeleidsplan dat medio 2017 is vastgesteld. Voor de begroting 2023 betekent dit dat de opbrengst gebaseerd is op het Diftar-principe. Inwoners betalen een gedifferentieerd tarief dat bestaat uit een vast tarief en een tarief per keer dat er restafval wordt aangeboden. Voor het jaar 2022 is bij de begrotingsbehandeling een lastenverlichting in de afvalstoffenheffing doorgevoerd van € 290.000. Deze eenmalige lastenverlichting is niet doorgevoerd in 2023 en is dus vanaf 2023 onderdeel van de geraamde opbrengst afvalstoffenheffing. Afva l sto ffe n h e ffi n g Berekening kostendekkendheid

(Bedragen x € 1.000)

Kosten taakvelden afvalstoffenheffing

4.364

Opbrengsten taakvelden afvalstoffenheffing

-396

Toe te rekenen kosten: - overhead

773

- btw

167

Totale kosten afvalstoffenheffing

4.908

Opbrengst afvalstoffenheffing

4.772

a fva l sto ffe n h e ffi n g

97%

In bovenstaande tabel staat de berekening van de kostendekkendheid weergegeven. Voor de opbrengsten is de indexering van 4,8% doorgevoerd. Hiermee komen we uit op een kostendekkendheid van 97%. We stellen voor om een aanvullende lastenverzwaring om op een kostendekkendheid van 100% uit te komen, niet door te voeren.

66 Rioolheffing Voor de begroting 2023 is het uitgangspunt dat we kostendekkende tarieven hanteren voor de rioolheffing. Het onderstaande overzicht laat de kostendekkendheid zien, gebaseerd op de toerekenbare kosten zoals die in de begroting 2023 geraamd worden. De opbrengst rioolheffing is afhankelijk van de ontwikkeling van de toerekenbare kosten in 2023. Op basis van de geraamde kosten voor 2023 gaan we uit van een opbrengststijging zoals die is opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan. De totale mutatie van de tarieven is afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ-waarde op peildatum 1 januari 2022. De vertaling van de opbrengst naar de tarieven rioolheffing wordt bij de verordening rioolheffing 2023 eind van dit jaar ter besluitvorming voorgelegd. R i o o l h e ffi n g Berekening kostendekkendheid

(Bedragen x € 1.000)

Kosten taakvelden rioolheffing Toerekening kosten rioolheffing Opbrengsten taakveld rioolheffing

4.651 543 -42

Toe te rekenen kosten: - overhead - btw Totale kosten rioolheffing

554 653 6.359

Opbrengst rioolheffing Dekking vanuit reserve Totale dekking rioolheffing

5.494 565 6.059

D e kki n g sp e rce n ta g e ri o o l h e ffi n g

95%

Naast de kosten van het taakveld rioolheffing worden er overige kosten aan de rioolheffing toegerekend. Deze kosten zijn straatreiniging, onkruidbestrijding en de perceptiekosten van Sabewa Zeeland. Voor deze kosten is bepaald voor welk deel ze zijn toe te rekenen aan de rioolheffing. Ook hebben we eind 2016 besloten om de btw op de kosten van het taakveld rioolheffing mee te nemen in de berekening van de kostendekkendheid. In 2022 is het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan (GRP) ter besluitvorming voorgelegd. Dit GRP heeft al een financiële vertaling gekregen in deze begroting. Vervolgens wordt het GRP-onderdeel van de verordening rioolheffing die eind van dit jaar ter besluitvorming wordt voorgelegd. Omdat de financiële effecten nu zijn meegenomen in deze begroting, zijn ze ook onderdeel van de kostendekkendheid berekening. Het GRP leidt tot een stijging van de kosten en daarmee een stijging van de lasten voor de inwoners. Om dit effect wat te dempen stellen we voor om in de eerste twee jaar € 845.000 vanuit de algemene reserve in te zetten. Voor het jaar 2023 gaat dit om een bedrag van € 565.000, voor het jaar 2024 is dit € 280.000 (scenario 1B) In bovenstaande tabel staat de berekening van de kostendekkendheid weergegeven. Naast het GRP wordt er in de begroting ook een herijking van de urenraming, de toerekening overhead en btw binnen het taakveld doorgevoerd.

Dit samen met de uitgangspunten zoals we die bij het GRP hebben voorgelegd, komen we uit op een kostendekkendheid van 95%. Wanneer we de kostendekkendheid op 100% willen krijgen, moeten we een aanvullende tariefstijging van de rioolheffing doorvoeren. Met de lastenverzwaring die we vanuit het GRP zien, achten we dit niet wenselijk en stellen we voor het kostendekkendheidspercentage voor 2023 te handhaven op 95%.

67 Lijkbezorgingsrechten Deze rechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten i.v.m. de begraafplaatsen. We stellen voor om de tarieven te indexeren met 4,8%. De kostendekkendheid komt dan uit op 94%, dit is binnen de bandbreedte van 90%-100%. L i j kb e zo rg i n g sre ch te n Berekening kostendekkendheid

(Bedragen x € 1.000)

Kosten taakvelden lijkbezorgingsrechten Opbrengsten taakvelden lijkbezorgingsrechten

475 0

Toe te rekenen kosten: - overhead - btw Totale kosten lijkbezorgingsrechten

30 n.v.t. 505

Opbrengst lijkbezorgingsrechten

475

D e kki n g sp e rce n ta g e l i j kb e zo rg i n g sre ch te n

94%

Lokale lastendruk Voor het vergelijk van de lokale belastingdruk kijken we naar de onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In onderstaande tabel wordt de lokale lastendruk 2022 weergegeven (bron: www.coelo.nl). In de tabellen wordt de lastendruk van 2022 voor een één en meerpersoonshuishouden weergegeven. In 2022 heeft Coelo de berekeningssystematiek aangepast. Tot 2021 werd de WOZ-waarde van alle woningen in de berekening meegenomen, dus koop- en huurwoningen samen. Vanaf 2022 gaat Coelo enkel uit van de koopwoningen.

Ge me e nte lijk e wo o nla s te n Ze e la nd

E e np e rs o o ns huis ho ud e n

Ge me e nte lijk e wo o nla s te n Ze e la nd

Me e r p e rs o o ns huis ho ud e n

Tholen Veere Reimerswaal Noord-Beveland Kapelle Borsele Goes Sluis Terneuzen Hulst Middelburg Schouwen-Duiveland Vlissingen

€ € € € € € € € € € € € €

649 670 674 688 694 694 695 719 737 752 786 845 855

Veere Noord-Beveland Tholen Sluis Kapelle Reimerswaal Terneuzen Goes Hulst Borsele Vlissingen Middelburg Schouwen-Duiveland

€ € € € € € € € € € € € €

781 790 792 849 871 874 901 907 916 925 946 949 1.001

Ge mid d e ld e Ze e la nd

€

728

Ge mid d e ld e Ze e la nd

€

885

68 In onderstaande tabel wordt een vergelijk gemaakt van de lokale lasten voor bedrijven. Dit geldt enkel voor de onroerendezaakbelasting en rioolheffing. De afvalstoffenheffing is geen publiekrechtelijke heffing.

Ge me e nte lijk e wo o nla s te n Ze e la nd

B e d rijv e n

Veere Noord-Beveland Reimerswaal Hulst Tholen Sluis Kapelle Goes Borsele Schouwen-Duiveland Terneuzen Middelburg Vlissingen

€ € € € € € € € € € € € €

1.616 1.624 2.311 2.554 2.712 2.769 2.888 2.891 3.049 3.173 3.240 3.759 4.176

Ge mid d e ld e Ze e la nd

€

2.828

Kwijtscheldingsbeleid De gemeente hanteert het uitgangspunt dat alle inwoners met een inkomen op 100% van de bijstandsnorm in aanmerking moeten kunnen komen voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, tenzij sprake is van een vermogen dat groter is dan het wettelijke normbedrag. De uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd door Sabewa Zeeland, de informatie staat op www.sabewazeeland.nl/onderwerpen/kwijtschelding

69

Paragraaf Financiering Inleiding Het doel van deze paragraaf is de raad te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s over de begroting 2023. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Artikel 13 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) legt vast welke informatie de financieringsparagraaf in ieder geval dient te bevatten. Conform de vereisten voortvloeiende uit de wet financiering decentrale overheden (wet Fido) is er door het college een treasurybesluit vastgesteld. Hierin is het wettelijk kader verder uitgewerkt. Renterisicobeheersing Renterisico’s worden beperkt door: • een actuele rentevisie te hanteren; • te toetsen aan de kasgeldlimiet, beheersingsinstrument korte schuld (1 < jaar); • te toetsen aan de renterisiconorm, beheersingsinstrument lange schuld (1 > jaar). Renteontwikkelingen Het beleid van de ECB is lijdend bij de renteontwikkeling. De ECB heeft jarenlang een ruim monetair beleid gevoerd met als reden economisch herstel te stimuleren en de inflatie aan te wakkeren.

Als middel is hiervoor een obligatie opkoopprogramma van vele miljarden ingevoerd. Als gevolg van de coronapandemie is het monetair beleid verder verruimd. Zo zijn er enorme geldhoeveelheden aan de markt toegevoegd, wat de beoogde economische groei en stijging van de inflatie tot gevolg had. Voordat de economie verder kon stabiliseren en de ECB haar beleid kon aanpassen diende het volgende probleem zich aan. De Russische inval in Oekraïne maakte dat de ECB in een tweestrijd kwam. Enerzijds stegen de prijzen van producten snel wat zorgt voor een snel toenemende inflatie. Een renteverhoging zou kunnen zorgen voor het afremmen hiervan. Anderzijds tegenvallende economische groeiverwachting door de onrust in Oekraïne en de sancties tegen Rusland. Renteverhogingen kunnen de groeiverwachtingen nog verder laten afzwakken. Ondanks de mogelijk negatieve economische bij een renteverhoging, heeft de torenhoge inflatie ervoor gezorgd de ECB geen andere keuze had dan de rente te verhogen. In juli 2022 is de rente voor het eerst sinds 11 jaar verhoogd met 0,5%, waarmee de depositorente op 0 kwam. Ook is het opkopen van obligaties door de ECB in deze periode volledig gestopt. Gehoopt werd hiermee de inflatie onder controle te krijgen. In september is de depositorente nog verder verhoogd met 0,75%. Afzwakking van inflatie bleef uit wat verder ingrijpen van de ECB nodig maakte.

Door de aanhoudende hoge inflatie is de verwachting dat de ECB de rentes in de toekomst nog verder gaat verhogen. Een stijging van het renteniveau tot 2% of 2,5% behoort tot de mogelijkheden, met als hoop de inflatie in 2023 of 2024 rond het gewenste niveau van 2% te hebben gekregen. Tot die tijd zal het verder verhogen van de beleidsrente zorgen van een stijging van de rentes op de markt en daarmee de rentes van nieuw aan te trekken financieringen.

70

Kasgeldlimiet Ter beperking van renterisico’s op de korte schuld dienen de gemeenten te voldoen aan de kasgeldlimiet. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag bedragen. De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rente typische looptijd korter dan één jaar en de schuld in rekeningcourant en is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Kasgeldlimiet en financieringstekort

2023

(Bedragen x € 1.000) 2024 2025

2026

Totaal jaarbegroting (baten)

157.223

160.344

164.383

161.636

Percentage Kasgeldlimiet Gemiddeld gebruikt kasgeldlimiet 2018 -2021

8,50% 13.364 2.392

8,50% 13.629 2.392

8,50% 13.973 2.392

8,50% 13.739 2.392

Ruimte (+) / overschrijding (-)

10.972

11.238

11.581

11.347

Afhankelijk van de marktomstandigheden wordt de keuze gemaakt om kortlopend of langlopend te financieren. Onder normale omstandigheden is kortlopend financieren gunstiger door lagere tarieven. Door ingrijpen van de ECB stijgen de kortlopende -en langlopende rentes in een snel tempo. Te verwachten is dat de ECB de rentes nog verder gaat verhogen. Hierdoor kan de afweging worden gemaakt langlopend te financieren in plaats van kortlopend. Dit is in 2022 dan ook gedaan, waarbij financieringsbehoefte volledig is opgevangen door een langlopende geldlening. Wanneer wel kortlopend wordt gefinancierd moet de kasgeldlimiet in acht worden genomen. Op basis van de Uitvoeringsregeling Financiering voor Decentrale Overheden moet de toezichthouder (provincie Zeeland) worden geïnformeerd bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende 2 achtereenvolgende kwartalen en zal vervolgens een passende langlopende geldlening worden aangegaan. Het gemiddeld gebruikte kasgeldlimiet over de afgelopen vier jaren bedraagt ongeveer € 2,4 mln. Aan de gestelde norm van de kasgeldlimiet wordt hiermee ruimschoots voldaan. Door de huidige marktomstandigheden is de verwachting dat dit ook voor de komende jaren zo blijft. Renterisiconorm Met behulp van de renterisiconorm wordt bepaald welk renterisico de gemeente loopt op haar vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan één jaar).

De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de lening portefeuille gelijktijdig moet worden he gefinancierd, met het risico van snel oplopende rentelasten. In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm voor jaren 2023 – 2026 weergegeven. Renterisiconorm

4a 4b 5a 5b

*

1 Renteherzieningen * 2 Aflossingen 3 Renterisico (1 + 2) Begrotingstotaal Percentage regeling 4 Renterisiconorm (4a x 4b) Ruimte onder renterisiconorm (4 > 3) Overschrijding renterisiconorm (3 > 4)

(bedragen x € 1.000) 2024 0 0 8.309 9.624 8.309 9.624 157.223 160.344 20% 20% 31.445 32.069 23.136 22.444

2023

2025

0 10.973 10.973 164.383 20% 32.877 21.904

2026

0 12.453 12.453 161.636 20% 32.327 19.874

In geval van een roll-over lening

Bovenstaande tabel laat zien dat we komende jaren de renterisiconorm niet zullen overschrijden. De ruimte onder de renterisiconorm geeft aan dat het te verwachten renterisico ruimschoots binnen de gestelde normhoeveelheid valt. Een goede spreiding van de lening portefeuille bij het aangaan van financieringen en spreiding van renteherzieningen bij bestaande leningen zorgen hiervoor.

71 Rente-omslag De rente wordt via een omslagstelsel toegerekend aan de kostendragers (producten). Dit heet het zogenaamde 'renteomslag percentage'. Het rente-omslag percentage wordt berekend over alle producten. Dit percentage wordt met de in begroting opgenomen gegevens zo goed als mogelijk ingeschat en wordt toegerekend aan die investeringen welke lineair worden afgeschreven. Het rente-omslag percentage waarmee gerekend is voor de begroting 2023 bedraagt afgerond 1,3%. Dit is lager dan de omslagrente van 1,6% waarmee gerekend is bij de begroting 2022. De afname van de van de omslagrente wordt verklaard door een lager toe te rekenen rentebedrag en een hogere boekwaarde van gemeentelijke activa. Financieringspositie De financieringspositie geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringsbehoefte, rekening houdend met de investeringen en beschikbare interne en externe middelen. De interne financiering vindt plaats in de vorm van de ten laste van de exploitatierekening gebrachte afschrijvingen en in de vorm van eigen vermogen (reserves). Voor de externe financiering wordt een beroep gedaan op de geld- en kapitaalmarkt. De gemiddelde rente van de huidige Goese lening portefeuille bedraagt 2,33%. Voor het bepalen van de financieringsbehoefte voor onze gemeente spelen zijn diverse factoren van belang.

Naast vervangingsinvesteringen, herfinanciering van de leningportefeuille hebben diverse uitbreidingsinvesteringen en de eigen beschikbare liquide middelen. Rekening houdend met deze factoren, ziet onze lening portefeuille er voor de komende jaren als volgt uit: (Bedragen x € 1.000)

2023

2024

2025

2026

Stand per 1 januari Nieuwe leningen Aflossingen

126.104 12.885 8.309

130.680 33.713 9.624

154.769 37.004 10.973

180.800 18.821 12.453

Stand per 31 december

130.680

154.769

180.800

187.167

De leningportefeuille neemt de komende jaren toe, met een verwachte omvang van ongeveer € 130 mln eind 2023 tot €187 mln in 2026. Een toename van de leningportefeuille heeft een directe invloed op onder andere de schuldpositie. Renteschema In het wijzigingsbesluit BBV is opgenomen dat er inzicht wordt gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Ook is het verplicht dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moet worden toegerekend met behulp van een (rente) omslagpercentage. Dit omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is vanuit BBV. Onderstaand het renteschema:

Renteschema

(Bedragen x € 1.000)

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem)

-/-

Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-/-

€ 173

-/-

€

0

+

€

0

€

2.943

€

68

€

2.875

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/-

€

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

173 2.702

Rente over eigen vermogen

+

€

Rente over voorzieningen

+

€

87

€

3.295

€

3.285

€

10

Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury

-/-

506

72 Na het in mindering brengen van de baten op de externe rentelasten blijft er € 2,7 miljoen aan externe rente over. Hieraan wordt de gerekende rente over het eigen vermogen en voorzieningen toegevoegd, de bespaarde rente. Samen vormt dit de totaal van € 3,3 miljoen werkelijk toe te rekenen rente. In totaal is er voor € 3,3 miljoen aan rente toegerekend aan de taakvelden. Het renteresultaat van € 10.000 is het verschil tussen de toegerekende rente en de werkelijk toegerekende rente. Dit resultaat is ontstaan door afronding van het omslagpercentage. Door het hanteren van de bespaarde rente worden de taakvelden extra belast. Voornemens is om de rente over het eigen vermogen en voorzieningen met ingang van 2024 te herzien. Zo vindt er een meer zuivere doorbelasting plaats aan de taakvelden. Voor 2023 is de rente over het eigen vermorgen en voorzieningen gelijk gehouden aan die van de begroting 2022, om het effect van de herziening op de omslagrente te dempen. Schuldpositie Voor het beoordelen van de financiële vermogenspositie is in het BBV een verplichte indicator opgenomen, de netto schuldquote. Deze indicator is door de Vereniging Nederlandse Gemeenten opgesteld. De netto schuldquote beoordeelt de vermogenspositie van gemeenten aan de hand van schulden ten opzichte van de inkomsten.

Het kengetal geeft een indicatie van het aandeel van de rentelasten van de schulden in de totale exploitatie. Het draait om de vraag of de rentelasten als gevolg van hoge schulden niet te veel ruimte opslokken binnen de totale exploitatie. Voor de netto schuldquote wordt de volgende definitie gehanteerd: De netto schuld als aandeel van de exploitatie. De netto schulden zijn gedefinieerd als de som van de langlopende schulden, kortlopende Schulden en overlopende passiva. Daarop zijn in mindering gebracht de kortlopende vorderingen en uitzettingen, liquide middelen, overlopende activa en langlopende uitzettingen. Voor de omvang van de exploitatie wordt uitgegaan van de baten voor bestemming, dus exclusief de mutaties in de reserves. De netto schuldquote wordt genormeerd conform onderstaande bandbreedte: Netto schuldquote in % van de exploitatie Netto schuldquote in % van de exploitatie Netto schuldquote in % van de exploitatie

> 130% 100% - 130% < 100 %

niet wenselijk, grote risico’s voorzichtigheid geboden

Voor 2023 is de netto schuldquote inclusief verstrekte leningen 108%. De hoogte van de netto schuldquote wordt beïnvloed door een groot aantal factoren. Naast de begrote baten zoals opgenomen in de meerjarenbegroting wordt de netto schuldquote ook beïnvloed door de omvang van de lening portefeuille en de investeringen die we de komende jaren gaan doen. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt de totstandkoming van de schuldquote nader toegelicht.

73

Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing biedt op basis van een risico-inventarisatie, financiële vertaling van de risico’s door middel van een risicomethodiek en een overzicht van financiële kengetallen inzicht in de financiële Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing biedt op basis van een risico-inventarisatie, financiële vertaling van de risico’s door middel van een risicomethodiek en een overzicht van financiële kengetallen inzicht in de financiële positie van gemeente Goes. Bij het bereiken van onze doelstellingen is inzicht gewenst in de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen. Deze paragraaf gaat kort in op ons beleid omtrent risico’s, geeft inzicht in de gehanteerde methodiek en toetst het aanwezige weerstandsvermogen aan de norm van de weerstandscapaciteit. Beleid risicobeheersing Om ook in de toekomst een financieel gezonde organisatie te blijven, gaat de gemeente Goes verstandig en verantwoord om met risico’s. Risico’s zijn onlosmakelijk verbonden met de uitvoering van bedrijfsprocessen en kunnen nooit helemaal worden uitgesloten. Als gemeente willen we bewust zijn van de risico’s die we lopen en van de beheersingsmaatregelen die we kunnen nemen.

Bij de beheersing van de risico’s hanteren wij als beleidslijn dat er sprake moet zijn van een evenwicht tussen praktische uitvoerbaarheid en effectiviteit en kosten (efficiency) van een maatregel. Daarom wordt uitgegaan van een voorzichtig financieel beleid als fundament voor de weerstandscapaciteit. In de uitvoering worden hierbij de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Een in meerjarig perspectief sluitende begroting; • Onderhoudsvoorzieningen van voldoende omvang; • Beheerste ontwikkeling van de lokale lasten; • De begroting heeft jaarlijks ruimte voor onvoorziene kosten (eenmalig en structureel); • Een weerstandscapaciteit van voldoende omvang om de risico’s op te kunnen vangen. De uitvoering van de risicobeheersing is in 2022 verder verbeterd. Hiervoor hebben we de risicomanagement software van Naris gebruikt. Daarmee is de statistische doorrekening van de risico’s gewijzigd op uitvoeringsniveau. De software van Naris maakt gebruik van de Monte-Carlo simulatie. Een Monte Carlo simulatie voert een risicoanalyse uit wat inzicht geeft in waarschijnlijkheid van het optreden van de risico’s. De volgende stap wordt om het beleid van de risicobeheersing te gaan formuleren en ter besluitvorming voor te gaan leggen. De wetgeving voor het weerstandsvermogen zijn vastgelegd in het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV-artikel 9, 11 en 26).

Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in de financiële verordening gemeente Goes 2017 (artikel 15) en in de nota Reserves en voorzieningen 2017 (paragraaf 2.5 en 3.1). Deze verordening en nota zijn in 2021 geactualiseerd. Structureel systeem van risicomanagement We hanteren organisatie breed een structureel systeem van risicomanagement. Periodiek inventariseren we binnen de organisatie de risico’s, koppelen we beheersingsmaatregelen aan de risico’s, vindt evaluatie plaats van bestaande, actuele risico’s en beheersingsmaatregelen en rapporteren we hierover. Door herhaling van deze stappen in het proces van risicomanagement is er blijvende aandacht voor risico’s en de beheersing ervan. Het proces van risicomanagement maakt onderdeel uit van de jaarlijkse budgetcyclus. Wij beschouwen risicomanagement hierbij niet als een doel op zich. Doordat wij een beter inzicht hebben in de risico’s in onze gemeentelijke processen is risicomanagement voor ons een hulpmiddel bij het bereiken van gemeentelijke doelen.

74 Voor het sociaal domein en de bouwgrond hebben we ervoor gekozen om een andere methodiek van risicoinventarisatie te hanteren. Dit wordt later in deze paragraaf toegelicht. Risicomethodiek De ambtelijke organisatie inventariseert en beoordeelt de risico’s. Om te waarborgen dat de risico’s binnen de organisatie op uniforme en objectieve wijze worden beoordeeld, wordt gebruik gemaakt van onderstaande tabel om de kans en het gevolg van een risico in te schatten. Met begroting 2023 hebben we de financiële klasse indeling geactualiseerd. Kans op optreden risico

Im pact risico (financieel en politiek/im ago)

Zeer laag

Risico kan minder één keer per vijf jaar optreden

Zeer laag

< € 25.000

Gevolg politiek/imago zeer laag

Laag

Risico kan één keer per drie tot vijf jaar optreden

Laag

€ 25.000 < € 100.000

laag

Gemiddeld

Risico kan meerdere keren optreden in de komende drie jaar maar minder dan één keer per jaar

Gemiddeld

€ 100.000 < € 250.000 gemiddeld

Hoog

Risico kan één keer per jaar optreden

Hoog

€ 250.000 < € 500.000 hoog

Zeer hoog

Risico kan meerdere keren per jaar optreden

Zeer hoog

> € 500.000

Klasse

Klasse

Gevolg financieel

zeer hoog

De risicoscore van een bepaald risico wordt bepaald door een statistische berekening kans en impact. Voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen wordt volgens een objectieve methodiek de norm voor de berekening van het weerstandsvermogen bepaald. Daar waar geen directe uitgavenposten zijn gerelateerd aan de risico’s (bijvoorbeeld de inkomstenstroom van de gemeente of garantstellingen) wordt als uitgangspunt voor de benoemde risico’s een materialiteitsgrens van 1, 2 of 3% (laag-gemiddeld-hoog) gehanteerd. Daarnaast kennen we een aparte risicomethodiek voor de risico’s van het sociaal domein en de bouwgrond. Dit wordt verderop in deze paragraaf toegelicht. Inventarisatie weerstandscapaciteit Bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt in de weerstandscapaciteit in de vermogens- en in de exploitatiesfeer. De weerstandscapaciteit in de vermogenssfeer wordt gevormd door: De beschikbare algemene reserve; Het vrij beschikbaar deel van de bestemmingsreserves Eventuele stille reserves. Het vrij beschikbare deel van de algemene reserve bestaat uit het saldo van de algemene reserve waarbij de claims in mindering op het saldo zijn gebracht. Ditzelfde geldt voor het vrij beschikbare gedeelte van de bestemmingsreserves. Er is sprake van stille reserves indien activa een hogere waarde vertegenwoordigen dan de boekwaarde op de balans.

Zolang de desbetreffende eigendommen echter niet voor verkoop in aanmerking komen, kunnen de stille reserves niet te gelde worden gemaakt. In het overzicht van de weerstandscapaciteit zijn de stille reserves daarom als PM post opgenomen. De weerstandscapaciteit in de exploitatiesfeer wordt gevormd door: De onbenutte belastingcapaciteit; De begrotingsruimte. Omdat we niet voor alle risico’s eenzelfde methodiek van risico-inventarisatie hanteren, is er geen overzicht te geven van de belangrijkste risico’s. Voor de bouwgrond en het sociaal domein is ervoor gekozen om een andere systematiek te hanteren waardoor het niet mogelijk is om op totaal niveau de risico’s met elkaar te vergelijken en/of te waarderen. Onbenutte belastingcapaciteit Als minimumbedrag voor een maatschappelijk aanvaardbare hoogte van de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt het zogenaamde redelijk peil gehanteerd. Gemeenten moeten een bepaald redelijk peil hebben om in aanmerking te komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 FvW (Financiële verhoudingswet). Het bedrag dat de gemeente minder dan het redelijk peil ontvangt aan belastingopbrengsten, wordt aangemerkt als onbenutte belastingcapaciteit.

Weerstandscapaciteit Op basis van de geïdentificeerde risico’s op de peildatum van de begroting 2023 betekent dit voor de overige risico’s (exclusief bouwgrond en sociaal domein) een norm weerstandsvermogen van minimaal € 7.494.000. Met een positief verschil, de vrije ruimte, van € 788.000 voldoet de gemeente Goes op dit moment aan deze norm. De begrote weerstandscapaciteit is daarmee voldoende om als dekking te kunnen fungeren voor de geïdentificeerde risico’s. Naast de bovenstaande risico’s kennen we nog risico’s in de bouwgrondexploitaties en in het sociaal domein. Voor deze risico’s bestaan aparte risicoreserves en wordt de benodigde weerstandscapaciteit op een andere manier bepaald. Dit

75 betekent dat de risico’s én de reserves geen onderdeel uitmaken van de bovenstaande beoordeling van de vrije ruimte binnen de weerstandscapaciteit. Norm weerstandscapaciteit Zoals aangegeven hanteren we een structureel systeem van risicomanagement. Hiermee inventariseren we periodiek de risico’s van de organisatie. Met de risicomethodiek beoordelen we de risico’s op uniforme en objectieve wijze en schatten we de kans en het gevolg van een risico in. Voor begroting 2023 is de inventarisatie herijkt en is gebruik gemaakt van de software van Naris. We zien ongeveer 70 risico’s voor onze organisatie. Op basis van de hierboven toegelichte risicomethodiek en de verder in deze paragraaf toegelicht norm weerstandscapaciteit voor de bouwgrond en het sociaal domein betekent dit dat we uitgaan van € 19.497.000 als norm voor de weerstandscapaciteit.

Opbouw norm weerstandscapaciteit

Bedragen x € 1.000

Norm sociaal domein (minimum) Norm bouwgrondreserve (exclusief claims) Norm overige risico's Totaal norm weerstandscapaciteit

5.285 6.718 7.494 19.497

De norm voor weerstandscapaciteit voor de overige risico’s, kent de volgende opbouw:

Verdeling norm weerstandscapaciteit programma's en bijzondere onderdelen Programma Bestuur en Financiën Programma Ruimte en Economie *) Programma Onderwijs, Sport en Cultuur Programma Sociaal Domein Programma Milieu Programma overschrijdend Verbonden partijen Garantstellingen Projecten Totaal norm weerstandscapaciteit *) Exclusief norm/risico's bouwgrondexploitaties

Bedragen x € 1.000 1.370 290 429 n.v.t. 33 741 2.212 2.344 75 7.494

Norm weerstandscapaciteit sociaal domein Voor de risico's van het sociaal domein is een aparte risicoreserve gevormd. Daardoor maken de risico’s van het sociaal domein geen onderdeel meer uit van de inventarisatie van de risico's als onderdeel van het risicomanagement. Voor de reserve sociaal domein wordt een afdekkingspercentage van 7,5% gehanteerd. De voeding van de reserve sociaal domein komt uit de overschotten in de exploitatie van het sociaal domein, totdat het maximum is bereikt. De onttrekking aan de reserve komt uit de tekorten in de exploitatie van het sociaal domein, totdat het minimum is bereikt. Als de reserve onder het minimum komt, wordt deze aangevuld vanuit de algemene reserve.

Berekening norm weerstandscapaciteit sociaal domein Programma sociaal domein Afdekkingspercentage 7,5% Omvang reserve sociaal domein (minimaal factor 1 , maximaal factor 2,5) Reserve sociaal domein 31-12-2023 Aanvulling vanuit algemene reserve Reserve sociaal domein 31-12-2021 - beschikbaar

(bedragen x 1.000) Minimaal Maximaal 70.465 5.285

13.212 8.551 n.v.t. 8.551

76 Norm weerstandscapaciteit bouwgrond De risico's van de bouwgrond maken geen onderdeel uit van de risico-inventarisatie die uitgevoerd wordt om de norm van het weerstandsvermogen te bepalen. Daar staat tegenover dat ook de reserve bouwgrond niet wordt meegenomen in het bepalen van de weerstandscapaciteit. De risico's van de bouwgrond worden op een andere wijze bepaald. De risico's en het weerstandsvermogen van de bouwgrond worden beschreven in de paragraaf grondbeleid. De reserve bouwgrond is voor de begroting 2023 geraamd op € 10.115.000. Op deze reserve ligt voor de bovenwijkse infrastructuur van bedrijvenpark Deltaweg een claim van € 3.397.000. Daarmee komt de vrije ruimte voor de bouwgrondrisico’s uit op € 6.718.000. Zoals de risico’s van de bouwgrond geen onderdeel uitmaken van de risico-inventarisatie maakt ook de reserve bouwgrond geen deel uit van het weerstandsvermogen. Overzicht weerstandscapaciteit overige risico’s

Berekening weerstandscapaciteit overige risico's

(bedragen x 1.000)

Jaarlijkse exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit in 2022: Belastingen en heffingen Totale onbenutte belastingcapaciteit

1.256

1.256

Resultaat 2022: Resultaat jaarrekening 2022 Weerstandscapaciteit exploitatie

P.M.

Vermogenssfeer (na verwerking claims) Beschikbare algemene reserve - minus claims algemene reserve

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12022783/1