CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-017 Definitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Besluitvormende raad 5 februari 2026, gemeente GoesBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen37.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

8.3.30

Uitbreiding op het depot kan niet zonder gevolgen voor het omliggende landbouwgebied gerealiseerd worden. 7 ha agrarische grond en 2 ha overig zal hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming.

Locatiespecifieke behoefte 30: uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten vliegbasis Volkel, gemeente Maashorst Defensie heeft behoefte aan meer grondgebonden milieuruimte voor het kunnen uitoefenen van nieuwe oefenactiviteiten, naast de huidige oefenactiviteiten. Momenteel is er geen ruimte in de vergunning voor buitenlands bezoek en internationale oefeningen zoals Frisian Flag en Ramstein Flag. Om deze toename in gebruik te kunnen vergunnen is meer milieuruimte nodig. Met het NPRD wordt geen aanvullende milieuruimte aangewezen voor invulling van de behoefte. Deze behoefte wordt met het NPRD dus niet ingevuld. Vergroting van de geluidscontour op Vliegbasis Volkel is geen onderdeel van het voorkeursalternatief voor de toename van jachtvliegtuigcapaciteit.

Pagina 71 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

8.3.31

Locatiespecifieke behoefte 31: beperkingengebied rondom vliegbasis Volkel (specifiek de outer horizontal surface) Defensie heeft de behoefte om rondom vliegbasis Volkel het beperkingengebied, de zogenaamde outer horizontal surface (OHS), juridisch vast te leggen. Dit houdt in dat binnen een straal van 15 km rondom deze vliegbasis in beginsel geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 150 meter gerealiseerd mogen worden als dat ten koste gaat van de vliegveiligheid. Dit beleid is gebaseerd op de door VNburgerluchtvaartorganisatie ICAO voorgeschreven beperkingengebieden. Het beperkingsgebied OHS rond de vliegbasis Volkel is definitief aangewezen voor invulling van deze behoefte. De belangrijkste overweging bij deze keuze is geweest dat het nodig is voor de vliegveiligheid. De invulling van de behoefte leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden: •

Het vastleggen van deze OHS kan niet volledig gerealiseerd worden zonder impact op de omgeving, vooral op de ambities en doelstellingen van de Regionale Energie Strategie (RES). In de RES Noordoost Brabant zijn zoekgebieden voor windenergie opgenomen die overlappen met de OHS van Vliegbasis Volkel.

Voor eventuele toekomstige bouwontwikkelingen in dit gebied hoger dan 150 meter is eerst een positieve beoordeling nodig over de effecten op de vliegveiligheid. Deze beoordeling moet aangeven wat wel en niet mogelijk is. De intentie daarbij is dat er rekening wordt gehouden met bestaande plannen voor RES. 8.3.32

Locatiespecifieke behoefte 32: schietbaan t.b.v. Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KMSL) Vliegbasis Woensdrecht, gemeente Woensdrecht De Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KSML) op Vliegbasis Woensdrecht heeft behoefte aan schietfaciliteiten.. Door de groei van de krijgsmacht groeit ook de opleidingsbehoefte. De Vliegbasis Woensdrecht beschikt op dit moment niet over eigen schietfaciliteiten en is afhankelijk van lokale schietverenigingen en andere krijgsmachtonderdelen. Geografisch zijn hiervoor weinig geschikte en beschikbare alternatieven in de nabijheid. Lange reistijden gaan ten koste van opleidingstijd. Een oplossing realiseren op de vliegbasis is noodzakelijk. Vliegbasis Woensdrecht is de definitief aangewezen locatie voor invulling van de behoefte. De belangrijkste afweging bij deze keuze is dat de realisatie van de schietbaan een van de randvoorwaarden is om voldoende luchtmachtpersoneel te trainen en opgeleid te houden. Realisatie op vliegbasis Woensdrecht voorkomt onnodige verre vervoersbewegingen naar andere schietbanen in Nederland. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden: •

8.3.33

Inpassing vergt aandacht voor emissies op natuurwaarden in het aangrenzende Natura 2000-gebied.

Locatiespecifieke behoefte 33: uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten Vliegbasis Woensdrecht, gemeente Woensdrecht Defensie heeft de behoefte om meerdere infraprojecten en bijbehorende activiteiten te realiseren op Vliegbasis Woensdrecht. Het gaat hierbij om uitbreiding van zowel Pagina 72 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

defensieactiviteiten als infrastructuur. Hierbij moet worden gedacht aan de groei van motorenonderhoud, oefen- en trainingsfaciliteiten voor brandweer en activiteiten van medegebruikers zoals Fokker. Daarnaast is er behoefte aan uitbreiding van proefdraaien met F135 motoren om invulling te kunnen blijven geven aan internationale afspraken omtrent onderhoud van de F-35. Voor de uitbreiding van milieuruimte op Vliegbasis Woensdrecht is een ontwerp voorkeursalternatief vastgesteld (zie hoofdstuk 9). De belangrijkste afweging voor deze keuze is dat deze grondgebonden milieuruimte nodig is voor de taakstelling van deze vliegbasis waarbij de effecten op de omgeving geminimaliseerd worden. Voor het vaststellen van een ontwerp voorkeursalternatief voor de benodigde uitbreiding van de milieuruimte is tussen ontwerp en definitief NPRD aanvullend onderzoek uitgevoerd met als doel om de geluidseffecten op de omgeving nader in kaart te brengen en eventueel benodigde mitigerende maatregelen vast te kunnen stellen. Dit aanvullend onderzoek is onderdeel van de 9 specifieke behoeften waarvoor met het ontwerp NPRD nog geen ontwerp voorkeursalternatief kon worden vastgesteld en dat na vaststelling separaat ter inzage zal worden gelegd. Zie hoofdstuk 9 voor de verdere uitwerking hiervan. 8.3.34

Locatiespecifieke behoefte 34: beperkingengebied rondom vliegbasis Woensdrecht (specifiek de outer horizontal surface) Defensie heeft de behoefte om rondom vliegbasis Woensdrecht het beperkingengebied, de zogenaamde outer horizontal surface (OHS), juridisch vast te leggen. Dit houdt in dat binnen een straal van 15 km rondom deze vliegbasis in beginsel geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 150 meter gerealiseerd mogen worden als dat ten koste gaat van de vliegveiligheid. Dit beleid is gebaseerd op de door VN-burgerluchtvaartorganisatie ICAO voorgeschreven beperkingengebieden. Het beperkingengebied OHS rond de vliegbasis Woensdrecht is definitief aangewezen voor invulling van deze behoefte. De belangrijkste overweging bij deze keuze is dat het nodig is voor de vliegveiligheid. De invulling van de behoefte leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten.

Pagina 73 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden: •

Het vastleggen van deze OHS kan niet volledig zonder impact op de omgeving, vooral op de ambities en doelstellingen van de Regionale Energie Strategie (RES). In de RES West-Brabant zijn zoekgebieden voor windenergie opgenomen die overlappen met de OHS van vliegbasis Woensdrecht.

Voor eventuele toekomstige bouwontwikkelingen in dit gebied hoger dan 150 meter is eerst een positieve beoordeling nodig over de effecten op de vliegveiligheid. Deze beoordeling moet aangeven wat wel en niet mogelijk is, intentie daarbij is dat er rekening wordt gehouden met bestaande plannen voor RES. 8.3.35

Locatiespecifieke behoefte 35: uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten Vliegbasis Gilze-Rijen, gemeente Gilze en Rijen Defensie heeft behoefte aan meer grondgebonden geluid op Vliegbasis Gilze-Rijen. Dit is nodig voor het proefdraaien met helikopters en het gebruik van grondvoertuigen en gronduitrusting. Voor de uitbreiding van milieuruimte op Vliegbasis Gilze-Rijen is een ontwerp voorkeursalternatief vastgesteld (zie hoofdstuk 9). De belangrijkste afwegingen voor deze keuze zijn dat deze grondgebonden milieuruimte nodig is voor de huidige vliegactiviteiten op deze vliegbasis waarbij de effecten op de omgeving geminimaliseerd worden. Voor het vaststellen van een ontwerp voorkeursalternatief voor de benodigde uitbreiding van de milieuruimte is tussen ontwerp en definitief NPRD aanvullend onderzoek uitgevoerd met als doel om de geluidseffecten op de omgeving nader in kaart te brengen en eventueel benodigde mitigerende maatregelen vast te kunnen stellen. Dit aanvullend onderzoek is onderdeel van de 9 specifieke behoeften waarvoor met het ontwerp NPRD nog geen ontwerp voorkeursalternatief kon worden vastgesteld en dat na vaststelling separaat ter inzage zal worden gelegd. Zie hoofdstuk 9 voor de verdere uitwerking hiervan.

8.3.36

Locatiespecifieke behoefte 36: beperkingengebied rondom Vliegbasis Gilze-Rijen (specifiek de outer horizontal surface) en corridors Defensie heeft de behoefte om rondom Vliegbasis Gilze-Rijen het beperkingengebied, de zogenaamde outer horizontal surface (OHS), juridisch vast te leggen. Dit houdt in dat binnen een straal van 15 km rondom deze vliegbasis in beginsel geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 150 meter gerealiseerd mogen worden als dat ten koste gaat van de vliegveiligheid. Dit beleid is gebaseerd op de door VN-burgerluchtvaartorganisatie ICAO voorgeschreven beperkingengebieden. Het beperkingsgebied OHS rond de Vliegbasis Gilze-Rijen is definitief aangewezen voor invulling van deze behoefte. De belangrijkste afweging bij deze keuze is dat het nodig is voor de vliegveiligheid. De invulling van de behoefte leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in deze gebieden zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden: •

Het vastleggen van deze OHS kan niet volledig gerealiseerd worden zonder impact op de omgeving, gezien de ambities en doelstellingen van de Regionale Energie Strategie (RES). In de RES Hart van Brabant zijn Pagina 74 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

zoekgebieden voor windenergie opgenomen die overlappen met de OHS van Vliegbasis Gilze-Rijen. Voor eventuele toekomstige bouwontwikkelingen in dit gebied hoger dan 150 meter is eerst een positieve beoordeling nodig over de effecten op de vliegveiligheid. Deze beoordeling moet aangeven wat wel en niet mogelijk is, intentie daarbij is dat er rekening wordt gehouden met bestaande plannen voor RES. 8.3.37

Locatiespecifieke behoefte 37: fysieke en geluidsruimte op oefenterrein (OT) Oirschotse Heide: fysiek uitbreiden (200 ha) ook v.w.b. geluidsruimte, gemeente Oirschot Defensie heeft behoefte aan een vergroting van het oefenterrein Oirschotse Heide. De huidige omvang van oefenterreinen is te klein om met compagniesgrootte (100 tot 150 militairen) te kunnen trainen. De benodigde fysieke ruimte is gegroeid door het gebruik van nieuwe middelen en wijze van optreden. Om het oefenterrein hiervoor beter geschikt te maken is een vergroting noodzakelijk van minimaal 200 ha. De uitbreiding van het oefenterrein Oirschotse Heide is definitief aangewezen voor invulling van de behoefte, met 235 ha in noordelijke, westelijke en zuidelijke richting. De belangrijkste afweging bij deze keuze is het besparen van woningen en het zoveel als mogelijk minimaliseren van de effecten op de leefomgeving. Defensie heeft hiervoor meerdere zoekgebieden rondom OT Oirschotse Heide onderzocht. Voor de uitbreiding is voornamelijk gekeken naar gebruik van bestaande bospercelen, natuur en optimalisatie binnen de eerder vastgestelde zoekgebieden. Door optimalisatie blijven de meest kwetsbare gebieden zoveel mogelijk buiten de voorkeursvariant. Met dit voorkeursalternatief wordt een bestaand rijksmonument ontzien en is zoveel als mogelijk rekening gehouden met bestaande woongebieden.

Een groot deel van de uitbreiding zal gecombineerd worden met bestaand natuurgebied (NNN), dat goed samen gaat met militair gebruik. Daarnaast sluiten de uitbreidingsgebieden vanuit militair oogpunt goed aan op het bestaande oefenterrein. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in deze gebieden zal met de volgende aandachtspunten rekening gehouden moeten worden: •

•

•

•

Uitbreiding van het oefenterrein kan niet volledig zonder gevolgen voor Natuurnetwerk Nederland en landbouwgebied gerealiseerd worden. 127 ha agrarische grond, 107 ha natuur en 1 ha overig zullen van functie veranderen naar een militaire bestemming. Recreatie. Met de uitbreiding van de Oirschotse Heide is het van belang om aandacht te hebben voor het recreatief gebruik en de ontsluiting van de bestaande routestructuren. Hinder voor omgeving. Uitbreiding van het oefenterrein heeft mogelijk nadelige effecten op de leefomgeving. Mitigerende maatregelen zoals afscherming en concentratie van hindergevende activiteiten op het terrein zijn aandachtspunten voor verdere uitwerking. Voor de uitbreidingsgebieden van oefenterrein Oirschotse Heide is in het planMER onderzoek gedaan naar de effecten van helikopterlandingen. Er is echter gekozen om hiervoor vooralsnog geen voorkeursalternatief vast te leggen. De mogelijkheden voor helikopterlandingen hangen namelijk samen met de toekomstige inrichting van die uitbreidingsgebieden. Besluitvorming over helikopterlandingen in de uitbreidingsgebieden van oefenterrein Oirschotse Heide wordt derhalve onderdeel van het vervolg- en

Pagina 75 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

gebiedsproces. Voor het bestaande oefenterreinen is met het NPRD wel een voorkeursalternatief vastgesteld voor helikopterlandingen. Zie hiervoor behoefte 12; helikopterlandingsplaatsen. 8.3.38

Locatiespecifieke behoefte 38: uitbreiden milieuruimte t.b.v. activiteiten op RVSkazerne Oirschot, gemeente Oirschot Het versterken en doorgroeien van de landmacht leidt tot een toename van kazerneactiviteiten op RVS-kazerne Oirschot. De voorziene groei vraagt om uitbreiding van de milieuruimte voor activiteiten. De RVS-kazerne is de definitief aangewezen locatie voor invulling van de behoefte. De belangrijkste overweging bij deze keuze is dat de voorgenomen activiteit op de RVS-kazerne slechts beperkte milieueffecten tot gevolg heeft.

8.3.39

Locatiespecifieke behoefte 39: uitbreiding raccordement Acht t.b.v. voertuigen 13e Lichte Brigade, gemeente Eindhoven Defensie heeft de behoefte om meer materieel te vervoeren per spoor. Dit komt voort uit de toename van oefening en inzet van eenheden die per spoor verplaatsen en HNS. De huidige capaciteit aan opstelplaatsen en aansluiting op het spoor, zogenaamde raccordementen, is hiervoor niet toereikend. De uitbreiding van de raccordement Acht in zuidoostelijke richting, met locatie C, is definitief aangewezen voor invulling van deze behoefte. De omvang van het terrein biedt voldoende ruimte om materieel tijdelijk te plaatsen. De locatie is gunstig vanuit militair perspectief omdat deze direct naast het raccordement ligt. Op locatie C kan deze behoefte zonder aanzienlijke milieueffecten ingevuld worden. Circa 1 ha industrie-/bedrijventerrein zal hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming.

8.3.40

Locatiespecifieke behoefte 40: IBT-centrum regio Eindhoven voor Koninklijke Marechaussee en de Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie (DBBO) op bestaand defensieterrein, gemeente Eindhoven Defensie heeft behoefte aan een Integraal Beroepsvaardigheid Training (IBT) centrum in de regio Eindhoven. Dit is noodzakelijk om het (gewapend) personeel van de Koninklijke Marechaussee en de DBBO gecertificeerd te houden voor inzet. Deze faciliteiten worden gezocht in de regio Eindhoven op bestaand Defensieterrein. Het mobilisatiecomplex Veldhoven is de definitief aangewezen locatie voor invulling van de behoefte. De belangrijkste overwegingen bij deze keuze zijn ten eerste de centrale ligging van dit complex in de regio. Dit is belangrijk voor de Marechaussee. Daarnaast kan een bestaand mobilisatiecomplex worden benut. Dit complex krijgt hiermee een andere functie. De realisatie van deze behoefte op deze locatie heeft beperkte milieueffecten tot gevolg.

8.3.41

Locatiespecifieke behoefte 41: verandering inrichting Vliegbasis Eindhoven t.b.v. verplaatsen hot cargo platform Defensie heeft de behoefte om het zogenaamde hot cargo platform en bijbehorende infrastructuur op Vliegbasis Eindhoven te verplaatsten van de oost- naar de westzijde. Daarmee verplaatsen ook de veiligheidscirkels (explosieaandachtsgebieden). De verplaatsing is nodig omdat de inrichting van Vliegbasis Eindhoven wordt aangepast, onder andere in relatie tot de benodigde Pagina 76 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

baanrenovatie en de benodigde infrastructuur voor de vervanging van de tactische luchttransportcapaciteit. Voor het verplaatsen van het Hot Cargo Platform (HCP) is een ontwerp voorkeursalternatief vastgesteld (zie hoofdstuk 9). Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Uit de drie te onderzoeken locatiealternatieven op Vliegbasis Eindhoven is echter nog geen voorkeursalternatief vastgesteld. Hiervoor is verdiepend onderzoek nodig op het gebied van interne en externe veiligheid, zowel op als buiten de vliegbasis. Dit verdiepend onderzoek wordt uitgevoerd tussen ontwerp- en definitieve besluitvorming. Voor het vaststellen van een ontwerp voorkeursalternatief voor de verplaatsing van het Hot Cargo Platform – inclusief bijbehorende munitiebunkers, explosieaandachtsgebieden en risicocontouren - is tussen ontwerp en definitief NPRD aanvullend onderzoek uitgevoerd. Dit aanvullend onderzoek is onderdeel van de 9 specifieke behoeften waarvoor met het ontwerp NPRD nog geen ontwerp voorkeursalternatief kon worden vastgesteld en dat na vaststelling separaat ter inzage zal worden gelegd. Zie hoofdstuk 9 voor de verdere uitwerking hiervan. 8.3.42

Locatiespecifieke behoefte 42: beperkingengebied rondom Vliegbasis Eindhoven (specifiek de outer horizontal surface) Defensie heeft de behoefte om rondom Vliegbasis Eindhoven het beperkingengebied, de zogenaamde outer horizontal surface (OHS), juridisch vast te leggen. Dit houdt in dat binnen een straal van 15 km rondom deze vliegbasis in beginsel geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 150 meter gerealiseerd mogen worden als dat ten koste gaat van de vliegveiligheid. Dit beleid is gebaseerd op de door VNburgerluchtvaartorganisatie ICAO voorgeschreven beperkingengebieden. Het beperkingsgebied OHS rond Vliegbasis Eindhoven is aangewezen voor invulling van deze behoefte. De belangrijkste afweging bij deze keuze is dat het nodig is voor de vliegveiligheid. De invulling van de behoefte leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

•

Het vastleggen van deze OHS heeft mogelijk impact op de omgeving, zoals de ambities en doelstellingen van de Regionale Energie Strategie (RES). In de RES Metropoolregio Eindhoven zijn zoekgebieden voor windenergie opgenomen die overlappen met de OHS van Vliegbasis Eindhoven. Daarnaast is de verstedelijkingsopgave van Eindhoven met mogelijke woningbouw op grotere hoogte dan 150 meter een aandachtspunt.

Voor eventuele toekomstige bouwontwikkelingen in dit gebied hoger dan 150 meter is eerst een positieve beoordeling nodig over de effecten op de vliegveiligheid. Deze beoordeling moet aangeven wat wel en niet mogelijk is, de intentie is dat daarbij rekening wordt gehouden met bestaande plannen. 8.3.43

Locatiespecifieke behoefte 43: ingebruikname kazerne Budel en uitbreiden Weerterheide gemeente Cranendonck/Weert Defensie heeft de behoefte om in grotere mate gebruik te kunnen maken van de Weerterheide. De behoefte is tweeledig. Ten eerste is het de behoefte om de Nassau-Dietz kazerne opnieuw in gebruik te nemen ter ondersteuning van oefenactiviteiten op de Weerterheide. Het gebruik van het oefenterrein vraagt om de

Pagina 77 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

beschikbaarheid van ondersteunende faciliteiten op de kazerne. Ten tweede heeft Defensie behoefte aan een vergroting van het oefenterrein Weerterheide. De huidige omvang van oefenterreinen is te klein om met compagniesgrootte (100 tot 150 militairen) te kunnen trainen. De benodigde fysieke ruimte is gegroeid door het gebruik van nieuwe middelen en wijze van optreden. Om het oefenterrein hiervoor geschikt te maken is een vergroting noodzakelijk van minimaal 300 - 700 ha. De heringebruikname van de kazernefaciliteiten is aangewezen voor invulling van de behoefte. De uitbreiding van het oefenterrein Weerterheide met 308 ha is aangewezen voor invulling van de behoefte. De belangrijkste overweging bij de keuze voor de heringebruikname van de NassauDietz kazerne is dat dit relatief snel kan worden gerealiseerd zonder verdringing van bestaande defensieactiviteiten. Gelet op de verdere voorziene groei en versterking van de krijgsmacht, is Defensie daarbij voornemens de Nassau-Dietz kazerne vanaf 2028 weer volledig in gebruik te nemen. 15 Dit beantwoordt ook de wens vanuit de regio om een duidelijke keuze te maken tussen of een opvanglocatie of een defensielocatie, en niet beide. Daarnaast ziet de regio heringebruikname van de kazerne als een positieve ontwikkeling, zowel bestuurlijk als maatschappelijk. Van oudsher zijn Defensie en de regio al met elkaar verbonden.

De belangrijkste overweging bij de keuze voor uitbreiding van de Weerterheide is om het effect op het aantal woningen, bedrijven en sociale cohesie zoveel als mogelijk te minimaliseren. Aan de hand van dit uitgangspunt zijn de aangewezen uitbreidingsgebieden teruggebracht naar 308 ha. Een neveneffect van de uitbreiding rondom de Weerterheide is dat de uitbreidinggebieden kunnen dienen als versterking van de randen van het aanwezige Natura 2000-gebied. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in deze gebieden zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

•

•

•

15

Voor wat betreft de heringebruikname van de kazerne is er op dit moment tot medio 2028 een gebruikersovereenkomst met het COA om de NassauDietz kazerne gedeeltelijk te gebruiken als opvanglocatie. Het aandachtspunt bij volledige heringebruikname van de kazerne door Defensie is dat op termijn een nieuwe locatie voor de COA gevonden moet worden. Uitbreiding van het oefenterrein kan niet volledig zonder gevolgen voor woningen/bedrijven en landbouwgebied gerealiseerd worden. 135 ha agrarische grond, 157 ha natuur en 16 ha recreatie en overige grond zal hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming. Eén woning en één bedrijfswoning zullen moeten worden geamoveerd. De impact van het amoveren van woning/bedrijven op bewoners en betrokkenen is zeer groot. In de realisatiefase van deze behoefte zal een proces worden ingericht dat aan deze impact zo goed mogelijk recht doet. Uitbreiding van het oefenterrein heeft mogelijk nadelige geluidseffecten op de leefomgeving. Mitigerende maatregelen zoals afscherming en concentratie van hindergevende activiteiten op het terrein zijn aandachtspunten voor verdere uitwerking. In zoekgebied D is een bepaalde mate van bodemverontreiniging aanwezig. Hiermee is specifiek rekening gehouden bij de keuze voor het voorkeursalternatief.

In de vervolgfase zal onderzocht worden welke beperkingen hieruit nog voort kunnen komen voor het oefengebruik.

Kamerstuk 36 592, nr. 24, vergaderjaar 2024-2025, Tweede Kamer. Pagina 78 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

•

8.3.44

Voor de Weerterheide is in het planMER, ter ondersteuning van de behoefte ‘oefenen in verstedelijkt gebied’, onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van helikopterlandingen. Er is echter gekozen om hiervoor vooralsnog geen voorkeursalternatief vast te leggen. De mogelijkheden voor helikopterlandingen hangen namelijk samen met de toekomstige inrichting van het oefendorp, de heringebruikname van de Nassau-Dietz kazerne en de aangewezen uitbreidingsgebieden van oefenterrein Weerterheide. Besluitvorming over helikopterlandingen op de Weerterheide en de uitbreidingsgebieden van oefenterrein Weerterheide wordt derhalve onderdeel van het vervolg- en gebiedsproces.

Locatiespecifieke behoefte 44: oefenterrein met graafmogelijkheden Defensie heeft behoefte aan meer mogelijkheden om te kunnen graven op bestaande oefenterreinen. Door vele beperkingen is graven op oefenterreinen nagenoeg niet meer mogelijk. Door de groei van de krijgsmacht en de verslechterende veiligheidssituatie is het echter noodzakelijk om dit vaker te kunnen beoefenen en trainen. Momenteel is enkel het graven van schuttersputten beperkt mogelijk. Het uitbreiden van vergunningen om ook loopgraven of verdedigingswerken voor terreinbescherming te mogen graven is randvoorwaardelijk voor de operationele gereedstelling van de grondeenheden. 12 Militaire oefenterreinen zijn aangewezen als locaties voor invulling van de behoefte. Het gaat hierbij om de volgende 12 locaties: • • • • • • • • • • • •

OT Havelte-West OT Arnhemse Heide OT de Haar OT Ermelosche Heide OT Rucphense Heide OT Wezeperberg OT Stroese Zand OT Leusderheide OT Vlasakkers OT Vrachelse Heide OT Langenboom OT Weerterheide

De belangrijkste overweging bij de keuze voor de aangewezen locaties zijn het beschermen van natuur, bodem, archeologische en geomorfologische waarden. Op meerdere locaties zijn al graafactiviteiten toegestaan. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in de gebieden waar dit nog niet verenigbaar is, zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: • •

8.4

Vanwege de ligging van meerdere gebieden nabij Natura 2000-gebieden zijn effecten op natuur niet uit te sluiten. In de meeste van de aangewezen gebieden is bodemarcheologie een aandachtspunt en zal verder moeten worden onderzocht of verstoring van de grond mogelijk is.

Spreiding van ruimtebeslag

Pagina 79 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

Bij de afweging van de voorkeursalternatieven per behoefte is ook gekeken naar de spreiding van deze locaties over Nederland. In de volgende figuur is de spreiding van het totaal aantal aangewezen locaties per provincie te zien. Hieruit blijkt een redelijk evenwichtige spreiding maar is het wel zo dat de meeste behoeften in Noord-Brabant en Gelderland gesitueerd worden. Belangrijk om hierbij op te merken dat dit niets zegt over ruimtebeslag of eventuele omvang van hinder. Die is namelijk sterk afhankelijk van specifieke behoeften.

Zo kent bijvoorbeeld voor de provincie Flevoland een beperkt aantal locaties maar het betreft wel behoeften met een relatief groot ruimtebeslag (de nieuwe kazerne voor ondersteunende eenheden en stationering van jachtvliegtuigen op Lelystad Airport). In Zeeland is alleen een laagvlieggebied voor helikopters geprojecteerd. Deze omvat echter wel een groot deel van de provincie. In het planMER is geconstateerd dat sprake is van een evenwichtige spreiding over het land, ook rekening houdend met de grootte van de provincies. Naast spreiding is hierbij ook gekeken naar de mate van (cumulatieve) hinder die bij de diverse behoeften optreedt combinatie met reeds bestaande militaire complexen. De planMER uitkomsten leiden er niet toe dat voorkeurslocaties vanuit die optiek heroverwogen moeten worden. In de aanvulling op het planMER is naar aanleiding van het advies van de Commissie MER en ontvangen zienswijzen nader onderzoek gedaan naar eventuele cumulatie van effecten op de Veluwe en De Wadden. Voor de Veluwe kan geconcludeerd worden dat in beperkte mate sprake is van cumulatie. Dit geldt dan vooral rondom ASK (dit in relatie met de daar nabijgelegen helikopterlandingsplaatsen) en rondom Deelen waar cumulatie van helikopters, drones en dirt strip tot beperkte cumulatie leiden. Hiervoor zijn diverse mitigerende maatregelen in het vervolgproces mogelijk.

Voor de Wadden is de conclusie dat er geen sprake is van significante cumulatie van effecten door de behoeften van het NPRD op het werelderfgoed Waddenzee. De locaties liggen ver van elkaar en de effecten van elke activiteit afzonderlijk zijn beperkt en hebben naar verwachting weinig tot geen impact op de aanwezige Pagina 80 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

9

Ontwerp-voorkeursalternatieven voor 9 specifieke behoeften

Met het ontwerp NPRD, d.d. 23 mei 2025, heeft het kabinet voor 9 specifieke behoeften vastgesteld dat er nader onderzoek nodig was voordat een ontwerp voorkeursalternatief kon worden aangewezen. Dat onderzoek is tussen ontwerp en definitief NPRD uitgevoerd. Op basis daarvan is tegelijkertijd met het vaststellen van het NPRD voor ieder van deze 9 specifieke behoeften ook een ontwerp voorkeursalternatief vastgesteld. Voor elk van de 9 ruimtebehoeften wordt in dit hoofdstuk toegelicht in hoeverre er nog aanvullend onderzoek nodig was, en wordt op basis van dat onderzoek het ontwerp voorkeursalternatief geschetst. Vervolgens wordt onderbouwd waarom Defensie voor dit voorkeursalternatief kiest. Na vaststelling van de ontwerpvoorkeursalternatieven met het NPRD zullen deze, met het bijbehorende addendum op het planMER, formeel ter inzage worden gelegd. Op basis van de opgedane inzichten uit die participatieronde is het mogelijk dat het besluit op elementen nog wordt aangepast. De detailbundel met de kaarten per behoefte is als bijlage toegevoegd. 9.1.1

Bovenregionale behoefte 8: benodigde fysieke uitbreiding Lelystad Airport voor toename gebruik jachtvliegtuigcapaciteit Om een ontwerp voorkeursalternatief vast te kunnen stellen voor de benodigde fysieke uitbreiding van de luchthaven was aanvullend onderzoek nodig. Het betreft onderzoek naar de mogelijke uitbreidingsrichtingen buiten de bestaande luchthaven voor de doorontwikkeling van Lelystad Airport naar een derde jachtvliegtuiglocatie voor Defensie. Dit onderzoek is uitgevoerd tussen ontwerp en definitief NPRD. Uit verdiepend onderzoek is gebleken dat er voor invulling van de volledige jachtvliegtuigbehoefte 150 tot 240 Ha aan ruimte nodig is voor de fysieke uitbreiding van de luchthaven inclusief verlenging van de start- en landingsbaan. Dit in tegenstelling tot de 60 tot 90 Ha die eerder is vastgesteld in het ontwerp NPRD. De benodigde uitbreiding betreft een ingroeimodel van 110 tot mogelijk 200 Ha voor militaire infrastructuur en 40 hectare voor verlenging van de start- en landingsbaan. Deze ruimte kan voor een deel gevonden worden op terreinen die reeds in eigendom zijn van Lelystad Airport, maar hiervoor is ook ontwikkeling buiten de luchthaven nodig.

De exacte omvang van de benodigde ontwikkeling buiten de luchthaven is daarbij afhankelijk van een aantal variabelen zoals wel of geen combinatiemogelijkheden met groothandelsverkeer, het type militaire eenheden, de hoeveelheid ter plaatse militair personeel en eventuele combinatiemogelijkheden met infrastructuur op de toekomstige nabij gelegen militaire kazerne in de gemeente Zeewolde. Dit verklaart waarom er voor de benodigde ruimte voor militaire infrastructuur een bandbreedte is aangehouden van 110 tot 200 Ha, exclusief de 40 Ha voor verlenging van de start en landingsbaan. Voor de uitbreiding van Lelystad Airport voor jachtvliegtuigcapaciteit is een ontwerp voorkeursalternatief vastgesteld van 150 ha, in noordwestelijke en zuidwestelijke richting. Het betreft 110 ha voor militaire infrastructuur en 40 ha voor verlenging van de start- en landingsbaan.

Pagina 84 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

De belangrijkste overweging voor deze keuze is dat hiermee op relatief korte termijn op een zoveel als mogelijk aaneengesloten locatie kan worden gestart met een ingroeimodel voor de toename van jachtvliegtuigcapaciteit op Lelystad Airport. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de urgente behoefte voor jachtvliegtuigcapaciteit die elders niet te realiseren is. Het ontwerp voorkeursalternatief is groot genoeg om te kunnen beginnen met een dergelijke kerncapaciteit en biedt door de centrale ligging aan de noord- en westzijde van de luchthaven op termijn voldoende uitbreidingsmogelijkheden voor verdere doorgroei naar een volwaardige jachtvliegtuiglocatie op basis van permanente stationering van jachtvliegtuigen, wat qua benodigde omvang zoals eerder gesteld nog afhankelijk is van diverse variabelen. Dit voorkeursalternatief is in lijn met de aanbevelingen uit het planMER. De gekozen uitbreidingsrichting maakt zoveel als mogelijk gebruik van aan de luchthaven grenzende percelen die in de toekomst reeds van functie zouden veranderen, specifiek wordt daarmee het RDW-terrein en het oefenterrein voor rijonderwijs van de politieacademie en politie bedoeld. Het voorkeursalternatief houdt verder rekening met de strategische groeiruimte van Lelystad Airport en sluit goed aan bij de toekomstige ontwikkeling van het Lelystad Airport Businesspark.

Voor zowel de militaire infrastructuur als de verlenging van de start- en landingsbaan hoeven daarnaast geen doorgaande wegen onderbroken te worden. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte op deze locatie zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

•

•

Fysieke uitbreiding van Lelystad Airport kan niet volledig zonder gevolgen voor woningen, bedrijven en landbouwgebied worden gerealiseerd. Twee agrarische woningen/bedrijven zullen moeten worden geamoveerd. Deze woningen/bedrijven vallen al in de berekende luchtgebonden geluidscontour van 70 Lden en hoger, waarbinnen, op basis van civiele regelgeving, geen woonfunctie is toegestaan. Daarnaast moeten nog zes bedrijven geamoveerd worden. De impact van het amoveren van woningen en bedrijven is op bewoners en betrokkenen zeer groot. In de realisatiefase van deze behoefte zal een proces worden ingericht dat aan deze impact zo goed mogelijk recht doet. Aan de noord- en westzijde moeten gronden worden verworven die nu nog door de politieacademie en het RDW-terrein worden gebruikt. Echter de politieacademie gaat op korte termijn weg en de RDW heeft concrete plannen voor verplaatsing naar Marknesse. Het benutten van deze ruimte kan dus worden gezien als koppelkans die niet ten koste gaat van landbouw en andere bedrijvigheid. In totaal zal 60 ha bedrijventerrein, 67 ha agrarische grond en 23 ha overig hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming.

Grondgebonden geluidscontouren zijn in deze fase nog niet berekend. Dit wordt in de vervolgfase verder uitgewerkt in samenhang met de te ontwerpen indeling van het militair gedeelte. Daarbij is het aandachtspunt de inpassing van de geluidproducerende activiteiten ten opzichte van de geluidsgevoelige objecten, zoals woningen in de directe omgeving.

Pagina 85 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

9.1.2

Locatiespecifieke behoefte 5: uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten vliegbasis Leeuwarden, en verlenging van de baan gemeente Leeuwarden, Om een ontwerp voorkeursalternatief vast te kunnen stellen, was aanvullend onderzoek nodig voor een specifiek gedeelte van de behoefte. Het onderzoek richtte zich op de effecten van een toename van grondgebonden geluid door meer activiteiten op de vliegbasis. Dit onderzoek is uitgevoerd tussen ontwerp en definitief NPRD. De toename van grondgebonden geluid op de Vliegbasis Leeuwarden is met aanvullende maatregelen vastgesteld als ontwerp voorkeursalternatief. Een aantal overwegingen heeft geleid tot deze keuze. De belangrijkste reden is dat de verwachte toename van geluid binnen de contour van het gezoneerde industrieterrein kan worden beheerst met gerichte maatregelen. Deze maatregelen maken groei van activiteiten op vliegbasis Leeuwarden mogelijk. Die groei versterkt de inzetbaarheid van Nederlandse jachtvliegtuigen en creëert voldoende vergunningsruimte voor het organiseren van grootschalige oefeningen. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte op deze locatie zal met de volgende randvoorwaarden en aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: • • • •

9.1.3

De uitbreiding zal door verruiming van de defensieactiviteiten niet leiden tot vergroting van de huidige grondgebonden geluidzone. Daarvoor treft Defensie aanpassingen (technische maatregelen dan wel operationele aanpassing). De uitbreiding leidt niet tot nieuwe overschrijdingen boven de 55dB (A) op geluidgevoelige objecten. Daarvoor treft Defensie maatregelen. De uitbreiding leidt niet tot een hogere geluidbelasting op geluidgevoelige objecten die een (met het hogere waardenbesluit) vastgestelde geluidbelasting van >55 dB(A) hebben. Defensie verplicht zichzelf zich redelijkerwijs in te spannen om eventuele hogere geluidsbelasting tussen 50dB(A) en 55dB(A) op geluidsgevoelige objecten zoveel mogelijk te beperken.

Locatiespecifieke behoefte 11: Breezanddijk groei beproevingen IJsselmeer, Afsluitdijk, gemeente Súdwest Fryslân Om een ontwerp voorkeursalternatief vast te kunnen stellen, was aanvullend onderzoek nodig voor een specifiek gedeelte van de behoefte. Het betreft onderzoek naar de toename van het aantal schoten en schietdagen in de EHR 49. Dit onderzoek is uitgevoerd tussen ontwerp en definitief NPRD. De toename van het aantal schoten en schietdagen vanaf schietlocatie Breezanddijk is vastgesteld als ontwerp voorkeursalternatief, met als randvoorwaarde een maximale geluidsbelasting van 55 dB BS,dan op geluidsgevoelige objecten. Een aantal overwegingen heeft geleid tot deze keuze. Vanuit het planMER komen op basis van de volledige behoefte significante aandachtspunten naar voren op het gebied van geluid en natuur. Met dit voorkeursalternatief wordt om die reden niet volledig invulling gegeven aan de behoefte. Binnen het wettelijke kader is het mogelijk om tot maximaal 60 dB BS,dan activiteiten te vergunnen. Gezien de significante effecten op de leefomgeving is echter besloten om vast te houden aan een maximale geluidsbelasting van 55 dB BS,dan op geluidsgevoelige objecten.

Pagina 86 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in deze gebieden zal met de volgende randvoorwaarden en aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

•

•

•

•

•

9.1.4

De optimalisatie van het aantal schoten van verschillende kalibers is nodig om te voorkomen dat de geluidsbelasting op geluidgevoelige objecten hoger wordt dan 55 dB Bs,dan. Bij de intensivering van EHR 49 moet gemotiveerd worden dat de waterkwaliteit niet significant verslechtert, conform de eisen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De intensivering van het aantal schietdagen vindt plaats in Natura 2000-gebied. De mogelijke negatieve effecten op de natuur door een toename van 60 naar 90 schietdagen is een aandachtspunt. Hiervoor is in de vervolgfase aanvullend onderzoek nodig. Door de toename van het aantal schietdagen van 60 naar 90 dagen wordt recreatie en pleziervaart in het gebied vaker beperkt. Om deze functies goed samen te laten gaan is aanvullende afstemming met de omgeving een aandachtspunt, met vroegtijdige aankondiging van dagen waarop wordt geoefend. Voor schietactiviteiten vanaf Breezanddijk met zwaardere kalibers is piekgeluid op geluidgevoelige objecten in de directe omgeving van het schietpunt een aandachtspunt. Hiervoor is in de vervolgfase aanvullend onderzoek nodig. De uitkomst van dat onderzoek kan van invloed zijn op het gebruik. Voor schietactiviteiten vanaf Breezanddijk met zwaardere kalibers is trillinghinder een aandachtspunt. Hiervoor wordt door Defensie aanvullend onderzoek uitgevoerd. De uitkomst van dat onderzoek kan van invloed zijn op het gebruik.

Locatiespecifieke behoefte 14: Petten groei beproevingen Noordzee, gemeente Schagen Om een ontwerp voorkeursalternatief vast te kunnen stellen, was aanvullend onderzoek nodig voor een specifiek gedeelte van de behoefte. Het betreft onderzoek naar het schietgeluid vanaf de schietlocatie Petten en het detonatiepunt in het beproevingsgebied. Dit onderzoek is uitgevoerd tussen ontwerp en definitief NPRD. De toename van het aantal schoten en schietdagen vanaf schietlocatie Petten is vastgesteld als ontwerp voorkeursalternatief, met als randvoorwaarde een maximale geluidsbelasting van 60 dB BS,dan op geluidgevoelige objecten. Een aantal overwegingen heeft geleid tot deze keuze. Vanuit het planMER komen op basis van de volledige behoefte significante aandachtspunten naar voren op het gebied van geluid en natuur. Met dit voorkeursalternatief wordt om die reden niet volledig invulling gegeven aan de behoefte. Binnen het wettelijke kader is het mogelijk om tot maximaal 60 dB BS,dan activiteiten te vergunnen. Gezien de effecten op de leefomgeving is besloten om vast te houden aan een maximale geluidsbelasting van 60 dB BS,dan op geluidgevoelige objecten. Deze grenswaarde maakt slechts een beperkt aantal schoten mogelijk, maar deze zijn noodzakelijk voor Defensie.

Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte op deze locatie zal met de volgende randvoorwaarden en aandachtspunten rekening moeten worden gehouden:

Pagina 87 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

•

•

•

• •

•

9.1.5

De optimalisatie van het aantal schoten van verschillende kalibers is nodig om te voorkomen dat de geluidsbelasting op geluidgevoelige objecten niet hoger wordt dan 60 dB Bs,dan. Bij de intensivering van Petten moet gemotiveerd worden dat de waterkwaliteit in de schietsector niet significant verslechtert, conform de eisen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Voor schietactiviteiten vanaf Petten met zwaardere kalibers is piekgeluid op geluidgevoelige objecten in de directe omgeving van het schietpunt een aandachtspunt. Hiervoor is in de vervolgfase aanvullend onderzoek nodig. De uitkomst van dat onderzoek kan van invloed zijn op het gebruik. Voor schietactiviteiten vanaf Petten is geluidsbelasting op recreatieterreinen in de directe omgeving van het schietpunt een aandachtspunt. De toename van het aantal schietdagen vindt plaats in natura 2000-gebied. De mogelijke negatieve effecten van de toename van 20 naar 45 dagen op de instandhoudingsdoelen van natura 2000-gebied is een aandachtspunt. Voor schietactiviteiten vanaf Petten met zwaardere kalibers is trillinghinder een aandachtspunt. Hiervoor wordt door Defensie aanvullend onderzoek uitgevoerd. De uitkomst van dat onderzoek kan van invloed zijn op het gebruik.

Locatiespecifieke behoefte 23: uitbreiden live firing mogelijkheden voor helikopters op Infanterie Schietkamp (ISK) ten behoeve van niveau 3- en 4-oefeningen Koninklijke Landmacht, gemeente Ede Om een ontwerp voorkeursalternatief vast te kunnen stellen, was aanvullend onderzoek nodig van de behoefte. Het betreft onderzoek naar het schiet- en vlieggeluid van helikopters. Dit onderzoek is uitgevoerd tussen ontwerp en definitief NPRD. Het Infanterie Schietkamp is vastgesteld als ontwerp voorkeursalternatief voor invulling van deze behoefte. De belangrijkste overweging bij deze keuze is geweest dat de benodigde helikopter schiet- en manouvreeractiviteiten op het ISK passen binnen de bestaande regeling beperking geluidhinder militaire helikopters boven het ISK Harskamp. Het vlieggeluid voor deze behoefte is inpasbaar in de hiervoor geldende regelgeving en er is geen sprake van geluidsniveau’s hoger dan 50dB(A) op individuele gevels. De helikopter schietactiviteiten blijven daarbij binnen de begrenzing van de bestaande EHR 9. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden: •

9.1.6

Schietgeluid kan, in cumulatie met overig schietgeluid op de Harskamp, wel leiden tot (te) hoge geluidbelasting voor de omgeving. Het schietgeluid van de benodigde live firing oefeningen is daarom integraal meegenomen in de geluidsberekeningen voor locatiespecifieke behoefte 24; uitbreiding milieu- en geluidsruimte door intensivering ISK.

Locatiespecifieke behoefte 24: uitbreiding milieu- en geluidsruimte door intensivering van Infanterie Schietkamp (ISK) en groei krijgsmacht, gemeente Ede Om een ontwerp voorkeursalternatief vast te kunnen stellen, was aanvullend onderzoek nodig van de behoefte. Het betreft onderzoek naar het schietgeluid voor Pagina 88 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

een toename van het aantal schoten van 12,7 naar 16,5 miljoen schoten. Dit onderzoek is uitgevoerd tussen ontwerp en definitief NPRD. Het ISK is vastgesteld als ontwerp voorkeursalternatief voor invulling van deze behoefte, inclusief helikopter schietactiviteiten, met als randvoorwaarde een maximale geluidsbelasting van 60 dB BS,dan op geluidsgevoelige objecten. De belangrijkste overweging bij deze keuze is de uniciteit van het schietterrein en de benodigde groei van defensieactiviteiten. De toename van het aantal schoten is mogelijk door optimalisatie van de baanverdeling. Daarmee leidt de groei van het aantal schoten niet tot een geluidsbelasting op geluidgevoelige objecten hoger dan 60 dB BS,dan. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: • •

9.1.7

De optimalisatie van het aantal schoten van verschillende kalibers of verdeling van schoten over verschillende banen is nodig om te voorkomen dat de geluidbelasting op geluidgevoelige objecten hoger wordt dan 60 dB Bs,dan. Het ISK is gelegen in natura 2000-gebied. De mogelijke negatieve effecten van de intensivering van het aantal schoten kan leiden tot aanvullende verstoring van beschermde diersoorten. Dit is een aandachtspunt.

Locatiespecifieke behoefte 33: uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten Vliegbasis Woensdrecht, gemeente Woensdrecht Om een ontwerp voorkeursalternatief vast te kunnen stellen, was aanvullend onderzoek nodig voor de behoefte. Het onderzoek richtte zich op de effecten van een toename van grondgebonden geluid door meer activiteiten op de vliegbasis. Dit onderzoek is uitgevoerd tussen ontwerp en definitief NPRD. Vliegbasis Woensdrecht is vastgesteld als ontwerp voorkeursalternatief, met specifieke randvoorwaarden voor geluid en een aandachtspunt voor stikstofdepositie. Een aantal overwegingen heeft geleid tot deze keuze. De belangrijkste reden is dat geconcludeerd kan worden dat de behoefte voor meer geluidruimte op Vliegbasis Woensdrecht inpasbaar is binnen het wettelijk kader voor geluid, en niet leidt tot significant negatieve milieueffecten. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte op deze locatie zal met de volgende randvoorwaarden en aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

• •

•

De uitbreiding zal door verruiming van de defensieactiviteiten niet leiden tot vergroting van de huidige grondgebonden geluidzone. Daarvoor treft Defensie aanpassingen (technische maatregelen dan wel operationele aanpassing). De uitbreiding leidt niet tot nieuwe overschrijdingen boven de 55dB(A) op geluidgevoelige objecten. Daarvoor treft Defensie maatregelen. De uitbreiding leidt niet tot een hogere geluidbelasting op geluidgevoelige objecten die een (met het hogere waarden besluit) vastgestelde geluidbelasting van >55 dB(A) hebben. Defensie verplicht zichzelf zich redelijkerwijs in te spannen om eventuele hogere geluidbelasting tussen 50dB(A) en 55dB(A) op geluidgevoelige objecten zoveel mogelijk te beperken.

Pagina 89 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

•

9.1.8

Het intensiveren van gebruik kan alleen plaatsvinden indien dit vanuit het wettelijk kader voor stikstofdepositie haalbaar is.

Locatiespecifieke behoefte 35: uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten vliegbasis Gilze-Rijen, gemeente Gilze en Rijen Om een ontwerp voorkeursalternatief vast te kunnen stellen, was aanvullend onderzoek nodig voor de behoefte. Het onderzoek richtte zich op de effecten van een toename van grondgebonden geluid door meer activiteiten op de vliegbasis. Dit onderzoek is uitgevoerd tussen ontwerp en definitief NPRD. Vliegbasis Gilze-Rijen is vastgesteld als ontwerp voorkeursalternatief, met specifieke randvoorwaarden en aandachtspunten voor geluid. Een aantal overwegingen heeft geleid tot deze keuze. De belangrijkste reden is dat geconcludeerd kan worden dat de behoefte voor meer geluidruimte op Vliegbasis Gilze-Rijen inpasbaar is binnen het wettelijk kader voor geluid en niet leidt tot significant negatieve milieueffecten. Door mitigerende maatregelen als voorwaarde op te nemen in de voorkeursvariant, kan gekomen worden tot een geluidbelasting die binnen de vigerende geluidzone valt. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte op deze locatie zal met de volgende randvoorwaarden en aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

• •

•

9.1.9

De uitbreiding zal door verruiming van de defensieactiviteiten niet leiden tot vergroting van de huidige grondgebonden geluidzone. Daarvoor treft Defensie aanpassingen (technische maatregelen dan wel operationele aanpassing). De uitbreiding leidt niet tot nieuwe overschrijdingen boven de 55dB(A) op geluidgevoelige objecten. Daarvoor treft Defensie maatregelen. De uitbreiding leidt niet tot een hogere geluidbelasting op geluidgevoelige objecten die een (met het hogere waarden besluit) vastgestelde geluidbelasting van >55 dB(A) hebben. Defensie verplicht zichzelf zich redelijkerwijs in te spannen om eventuele hogere geluidbelasting tussen 50dB(A) en 55dB(A) op geluidgevoelige objecten zoveel mogelijk te beperken.

Locatiespecifieke behoefte 41: verandering inrichting vliegbasis Eindhoven verplaatsen hot cargo platform Om een ontwerp voorkeursalternatief vast te kunnen stellen, was aanvullend onderzoek nodig voor de behoefte. Het onderzoek richtte zich op interne en externe veiligheid als gevolg van de verplaatsing van een Hot Cargo Platform inclusief bijbehorende munitiebunkers, explosieaandachtsgebieden en risicocontouren. Dit onderzoek is uitgevoerd tussen ontwerp en definitief NPRD. De geoptimaliseerde ‘Locatie Zuid’ op de Vliegbasis Eindhoven is vastgesteld als ontwerp voorkeursalternatief. De belangrijkste overweging bij deze behoefte is dat de externe veiligheidseffecten op de omgeving zo klein mogelijk blijven en de interne veiligheid kan worden geborgd met aanpassingen aan de infrastructuur. Omgevingsbelangen zoals de passagiersterminal van Eindhoven Airport en industrieterreinen in de omgeving van de vliegbasis blijven hierdoor buiten de explosieaandachtsgebieden. Door de verplaatsing van het HCP - inclusief de bijbehorende munitiebunkers,

Pagina 90 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

explosieaandachtsgebieden en risicocontouren - naar dit ontwerp voorkeursalternatief ontstaan geen nieuwe inbreuken. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte op deze locatie zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: • •

De nu op deze locatie aanwezige voorzieningen moeten verplaatst worden naar een andere plek op de vliegbasis. Gelijktijdig gebruik tussen het HCP i.c.m. 3 specifieke defensiegebouwen op de vliegbasis is niet toegestaan.

Pagina 91 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

10

Realisatiestrategie

Defensie presenteert in dit programma de voorgenomen uitbreiding van het ruimtebeslag dat Defensie in Nederland legt. De behoeften die in dit programma zijn uitgewerkt, zullen vervolgens ten uitvoer moeten worden gebracht. Dit deel van het programma kijkt vooruit naar de realisatie van deze behoeften in de leefomgeving. Belangrijk is dat alle behoeften in dit programma binnen afzienbare tijd gerealiseerd worden, omdat ze onderdeel zijn van hoofdtaak 1. Per behoefte is daarom geïnventariseerd wat er nodig is voor een succesvolle uitvoering. Ook is een tijdlijn bepaald, gebaseerd op mogelijkheden financieel en capaciteit. Bij de uitvoering wordt dus een hoog tempo gevraagd, en dit doet een beroep op de uitvoerende organisatie vanuit Defensie. Tegelijkertijd is het belangrijk om oog te houden voor andere nationale en regionale opgaven (woningbouw, voedselvoorziening, energietransitie, etc.), de ruimtelijke kwaliteit en voor impact op de omgeving. Een goede samenwerking met de samenleving is voor Defensie van groot belang. Dit hoofdstuk vormt de doorkijk naar het uitvoeringsproces dat zal plaatsvinden na vaststelling van het NPRD, en de werkwijze die Defensie bij voorkeur zal hanteren. 10.1

Uitvoering op hoog tempo Vanwege de huidige dreiging voor de nationale veiligheid, is het van belang dat de uitvoering van het NPRD zo spoedig mogelijk start en gerealiseerd wordt. Een spoedige uitvoering van dit programma is wezenlijk voor de paraatheid van Defensie en het waarborgen van hoofdtaak 1. Om een zo hoog mogelijk tempo in de uitvoering te kunnen bereiken zal Defensie in de uitvoeringsprocessen zoveel mogelijk volgens een aantal lijnen werken.

10.1.1

Planologisch proces gericht op snelle uitvoering Voor meerdere behoeften in het voorkeurspakket van dit programma zal een planologische procedure onderdeel uitmaken van het uitvoeringstraject, waarbij de ruimtebehoeften, waar nodig, worden ingepast in (gemeentelijke) omgevingsplannen. Het Rijk kan hiervoor een planologische procedure doorlopen waarbij een gemeente of provincie bevoegd gezag is, maar kan ook zelf het bevoegd gezag zijn voor de planologische procedure, door bijvoorbeeld een Projectbesluit te nemen. Waar nodig, zal Defensie overwegen om de planologische procedure op het nationale niveau te voeren, om regie te houden op het realisatieproces, of de provincie verzoeken bevoegd gezag te zijn. Het kan hierbij gaan om behoeften waarbij realisatie op heel korte termijn al voorzien is, om bovenregionale behoeften, en om behoeften met een groot fysiek ruimtebeslag (oefenterreinen en uitbreidingen met een grote veiligheidscontour). Ook als wordt gekozen voor een nationale procedure hecht Defensie aan een goede interactie met de regio, zodat ruimte blijft voor het meekoppelen van regionale ruimtevragen. Op Rijksniveau zijn er twee procedures op basis waarvan Defensie initiatieven zelf ruimtelijk in kan passen als daarvoor wordt gekozen, namelijk het projectbesluit en de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) van nationaal belang.

Bij deze procedures is het Rijk bevoegd gezag, wat betekent dat het Rijk zelf besluiten neemt en niet afhankelijk is van lokale overheden. Een BOPA van nationaal belang volgt in beginsel de reguliere procedure en een projectbesluit gaat eerst als ontwerp ter inzage, alvorens een besluit tot vaststelling kan worden genomen. Tijdens deze ter Pagina 92 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

inzageperiode kan eenieder zienswijzen indienen op een behoefte. Bij een BOPA van nationaal belang is het Ministerie van VRO bevoegd gezag. Defensie kan een provincie verzoeken om dezelfde ruimtelijke instrumenten op provinciaal niveau in te zetten voor realisatie van de nationale opgave. In dat geval is de provincie bevoegd gezag voor het nemen van een projectbesluit of een BOPA-besluit. Ook wanneer wordt aangesloten bij gemeentelijke en provinciale planvorming gelden de reguliere procedures voor participatie en ter inzagetermijnen. Bij deze procedures zijn respectievelijk de provincie en de gemeenten bevoegd gezag. Bij verschillende behoeften in dit programma geldt dat de militaire activiteiten een grote ruimtelijke impact hebben op de omgeving , en er tegelijkertijd nog maatwerk mogelijk is bij de inpassing van de behoefte in het gebied. In deze gevallen, maar ook wanneer het gaat om activiteiten in gevoelige gebieden of locaties waar veel meekoppelkansen en synergievoordelen mogelijk zijn, kan een gebiedsproces tot de uitvoeringsstrategie behoren. Met behulp van ontwerpend onderzoek met medeoverheden en maatschappelijke partijen wordt dan voor een gebied in beeld gebracht hoe de toename van militaire activiteiten gebiedsgericht kan worden gecombineerd met andere opgaven. Ook kan op het passende niveau de planologisch-juridische borging plaatsvinden.

Afhankelijk van de inhoud van de behoefte en de situatie kan worden gekozen voor (aanpassing van) een luchthavenbesluit, een projectbesluit, aanpassing van een (gemeentelijk) omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, en kunnen benodigde vergunningen worden aangevraagd. Deze versnelling van de uitvoering vindt plaats binnen geldende wet- en regelgeving. In lijn met zowel de motie Ellian16 om het NPRD zo snel mogelijk ten uitvoer te brengen als de motie Teunissen 17 dat Defensie zich houdt aan vigerende milieu- en natuurwetgeving, zoekt Defensie naar mogelijkheden binnen de geldende procedures. Defensie versnelt waar mogelijk en zal bij de uitvoering per behoefte kijken welke ruimte er is voor versnelling van uitvoering. In de praktijk zal dit bijvoorbeeld betekenen dat Defensie de overweging maakt om geen projectMER uit te voeren als dit niet strikt noodzakelijk is – zoals wanneer het planMER voldoende informatie geeft. Op die manier zal Defensie per behoefte bekijken wat mogelijk is. 10.1.2

Rijksvastgoedbedrijf en de markt Defensie is bij de realisatie van de vastgoedbehoeften afhankelijk van de capaciteit van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en van de markt. Het RVB is verantwoordelijk voor het beheer en de instandhouding van vastgoedobjecten van onder andere het ministerie van Defensie. Het RVB is tevens verantwoordelijk voor het uitschrijven van de aanbestedingen voor vastgoedprojecten van Defensie. Vastgoed ondersteunt Defensie bij de uitvoering van de grondwettelijke taken. Defensie wil op korte termijn de operationele paraatheid verhogen, de werk- en woonomstandigheden op de kazernes verbeteren (om een goede en aantrekkelijke werkgever te blijven), het vastgoed verduurzamen en de betaalbaarheid verbeteren. De staat van het vastgoed en de geopolitieke ontwikkelingen zorgen ervoor dat de vastgoedbehoefte de komende jaren groter is dan het RVB op dit moment kan realiseren. Hulp van marktpartijen is bij de realisatie van deze opgave dan ook hard nodig. De vastgoedportefeuille van Defensie bestaat uit zo’n 475 objecten en 11.000 gebouwen. De huidige investeringsopgave is meerjarig, vergt miljarden en behelst:

16 17

Zie Kamerstuk 36 592, nr. 31. Zie Kamerstuk 36 592, nr. 42. Pagina 93 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

1. Grootschalige nieuwbouw/renovatie; 2. Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD); 3. Verduurzaming (het gaat hierbij om ongeveer 3.500 gebouwen, waarvan ongeveer 500 kantoren); 4. Beheer en onderhoud (standaard taak RVB). Een versnelling in de realisatie is noodzakelijk, daarvoor is een verandering van aanpak, samenwerking en gedrag nodig. Er wordt ingezet op het stimuleren van standaardisatie, industrialisatie en samenwerken tussen Defensie, RVB en de markt. Een intensieve samenwerking waarbij kennis en ervaring wordt gedeeld, is hierbij noodzakelijk. De markt geeft hierbij aan wat nodig is vanuit Defensie en het RVB om slim, sneller en samen het benodigde vastgoed te realiseren. 10.1.3

Integrale programmering De uitvoering van de behoeften in dit programma zijn urgent, maar zijn niet de enige urgente ruimtelijke en vastgoedopgave waar Defensie de komende jaren voor staat. Bij de programmering van de realisatie van dit programma is rekening gehouden met de fasering van het programma Transformatie Vastgoed Defensie (TVD) en met andere lopende ruimtelijke projecten. Alleen door integrale programmering is het mogelijk om de verschillende urgente programma’s tot een optimale fasering te brengen. Onderdeel van deze integrale programmering is dat terreinen die vrijvallen in de transformatie van het defensievastgoed, door verplaatsing of bundeling van activiteiten, een schakel kunnen zijn in het oplossen van een ruimtevraag voor behoeften in het voorliggende programma, en andersom. Niet alleen op dit moment, maar ook in de nabije toekomst, omdat door een opschalende krijgsmacht extra en nieuwe ruimtebehoeften kunnen ontstaan. In het huidige tijdgewricht is afstoting van gronden en terreinen die nu niet gebruikt worden, niet langer passend. Uitgangspunt is dat vrijkomende ruimte voor militaire activiteit als strategische ruimte voor toekomstig gebruik nodig kan blijven. Tijdelijk gebruik voor andere functies kan daarbij mogelijk zijn.

10.2

Met een waardig perspectief voor grondeigenaren Defensie wil uitbreidingen van militaire activiteiten realiseren tussen 2026 en 2035, met enkele projecten tot 2040. Dat vraagt om een snelle en zorgvuldige aanpak van grondverwerving. Vanuit een nationaal perspectief is dit noodzakelijk voor het waarborgen van vrede, veiligheid en welvaart. Echter, voor burgers en ondernemers in de betreffende gebieden heeft dit grote gevolgen. Om plaats te maken voor de behoeften van Defensie zullen verschillenden van hen een deel van hun grond verliezen, hun bedrijf moeten verplaatsen of in het uiterste geval zelfs moeten verhuizen. Defensie wil zorg dragen voor goede compensatie voor bewoners en eigenaren die benadeeld worden door de keuzes van Defensie. Al direct na het uitbrengen van het ontwerp NPRD is Defensie daarom met getroffen grond- en woningeigenaren in gesprek gegaan. Het doel daarvan is geweest, en blijft, om deze mensen een zo goed mogelijk perspectief te bieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16512336/1