CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-017 Definitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Besluitvormende raad 5 februari 2026, gemeente GoesBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen37.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De routes moeten ingepast worden in het bestaande luchtruim, met name ten opzichte van andere luchtvaartgebruikers zoals helikopterverkeer naar boorplatforms. Dit vereist verder onderzoek en afstemming met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en de Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA).

Bij de verdere uitwerking van deze behoefte hecht Defensie aan goede interactie en communicatie met de omgeving, omdat dit een nieuwe activiteit betreft. Ook zal in de vervolgfase de mogelijkheid van medegebruik door civiele drones worden onderzocht; deze mogelijkheid zal binnen de context van de maximaal aantal onderzochte vliegbewegingen worden beschouwd, waarbij goed zal worden gekeken naar schuurpunten met militair gebruik. Ook zal gezamenlijk met de regio worden verkend of er een combinatie te maken is met innovatieve bedrijven en instellingen als het gaat om de ontwikkeling van drones 8.2.10

Behoefte 10: stationering en corridors onbemande cargodrones Defensie heeft behoefte aan drones (zwaarder dan 150 kg) voor het vervoeren van vracht; de zogenaamde cargodrones. Dit zijn onbemande systemen die goederen kunnen transporteren. Voor het oefenen met drones boven land zijn locaties nodig waar de cargodrones gestationeerd kunnen worden. Daarnaast zijn corridors nodig naar de bestaande oefengebieden in Nederland, op circa 1.500 tot 4.000 ft hoogte. Militair Luchtvaartterrein (MLT) Deelen is de definitief aangewezen locatie voor stationering van cargodrones. Voor de corridors zijn de routes naar vier militaire oefengebieden, en naar de kennisinstituten nabij Marknesse en op luchthaven Twente airport, aangewezen. Een aantal overwegingen heeft geleid tot deze keuze. Met deze aangewezen locatie en routes leiden vliegactiviteiten met drones niet of nauwelijks tot merkbare effecten op de leefomgeving. Ook leidt dit niet tot conflicten met de huidige luchtruimindeling. Naar de Arnhemse Heide, Ederheide en Ginkelseheide zijn geen specifieke routes nodig omdat deze in de CTR van MLT Deelen liggen. De route richting Stroese Zand verloopt grotendeels via de CTR van Deelen en de EHR 9; voor het laatste deel van de route is een permanente corridor, die tijdelijk geactiveerd

Pagina 47 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

kan worden of een uitbreiding van de EHR 9, nodig. De route naar ASK kan gedeeltelijk gecombineerd worden met de route naar Marknesse tot één permanente corridor die in tijd geactiveerd kan worden. De route naar Twente Airport als permanente route die in tijd geactiveerd kan worden, maakt civiel-militaire samenwerking (versterken kennis drones optreden) goed mogelijk. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in deze gebieden zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

•

Bij de verdere uitwerking moeten de routes goed ingepast worden in het luchtruim, ook om zo efficiënt en veilig mogelijk gebruik daarvan te maken en rekening te houden met andere gebruikers van het luchtruim (ook civiel). Dit vereist verder onderzoek en afstemming met het Ministerie van IenW en de MLA. De combinatie met het huidige gebruik van Twente Airport en de route en naderingspunt op het vliegveld vraagt verdere uitwerking, zodat de overlast voor andere gebruikers van het luchtruim (ook civiel) kunnen worden geminimaliseerd.

Bij de verdere uitwerking van deze behoefte hecht Defensie aan goede interactie en communicatie met de omgeving, omdat dit een nieuwe activiteit betreft. Ook zal in de vervolgfase de mogelijkheid van medegebruik door civiele drones worden onderzocht; deze mogelijkheid zal binnen de context van de maximaal aantal onderzochte vliegbewegingen worden beschouwd, waarbij goed zal worden gekeken naar schuurpunten met militair gebruik. Ook zal gezamenlijk met de regio worden verkend of er een combinatie te maken is met innovatieve bedrijven en instellingen als het gaat om de ontwikkeling van drones. 8.2.11

Behoefte 11: laagvlieggebieden helikopters Defensie heeft behoefte aan meer laagvlieggebieden voor helikopters. Dit is noodzakelijk vanwege het veranderende dreigingsbeeld, waarbij het steeds belangrijker wordt om onopgemerkt te blijven tijdens helikoptervluchten. Door laag te vliegen, kan de kans dat onze helikopters worden opgemerkt door vijandelijke radarsystemen aanzienlijk worden verkleind. Om dit goed te kunnen beoefenen is meer diversiteit in laagvlieggebieden nodig. Vooral om afwisseling in de training te faciliteren en om ruimte te bieden aan de structurele toename van het aantal laagvlieguren zonder dit enkel af te wentelen op de bestaande laagvlieggebieden. De 12 bestaande laagvlieggebieden voor helikopters en 8 nieuwe laagvlieggebieden helikopters zijn de definitief aangewezen gebieden voor invulling van de behoefte. Over deze gebieden wordt jaarlijks 2.500 vlieguren verdeeld. Een aantal overwegingen heeft geleid tot deze keuze. Met deze gebieden is Defensie in staat om voldoende trainingsvluchten uit te kunnen voeren, met daarbij voldoende variëteit tussen landschappen. Ook kan door toevoeging van nieuwe gebieden hinder beter worden gespreid. De meeste van deze gebieden liggen op maximaal 30 minuten (60km) vliegen vanaf Vliegbasis Gilze-Rijen, Maritiem vliegkamp de Kooy en MLT Deelen.

Defensie ziet in alle nieuwe gebieden voldoende mogelijkheden om deze als helikopter laagvlieggebied te gebruiken. De acht nieuwe gebieden verschillen van elkaar in woningdichtheid, aanwezigheid van natuur, stiltegebieden en energieopgaven. Deze functies zien we ook terug in de bestaande laagvlieggebieden, wat laat zien dat de verschillende functies naast elkaar kunnen bestaan, mits daar goede afstemming over plaatsvindt. Pagina 48 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

•

• •

•

•

8.2.12

In de vervolgfase zal de concrete verdeling van vlieguren over de helikopterlaagvlieggebieden afhankelijk zijn van de vergunning. Hiervoor wordt in de vervolgfase nader onderzoek gedaan naar de kwetsbare gebieden (met name N2000) in de laagvlieggebieden. Met betrokken ministeries, provincies en gemeenten zal het benodigde juridischplanologische regime voor deze gebieden worden uitgewerkt. De inpassing van de laagvlieggebieden vraagt om een zorgvuldige overgang, waarbij zoveel als mogelijk rekening wordt gehouden met de omgeving en de omgeving kans krijgt om te wennen aan nieuwe helikopteractiviteiten. Het is voor de omgeving nodig om beter inzicht te krijgen in wanneer en in welk gebied laagvliegactiviteiten gepland staan. Defensie versterkt hiervoor het omgevingsmanagement en onderzoekt de mogelijkheden om de informatieverstrekking te verbeteren. In de vervolgfase is verdere afstemming met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), de MLA en betrokkenheid van diverse stakeholders nodig over een zo efficiënt en veilig mogelijk civiel luchtruimgebruik (waaronder naderingen en vertrek van luchthavens en General Aviation).

Behoefte 12: helikopterlandingsplaatsen Defensie heeft behoefte aan meer mogelijkheden om met helikopters te landen op militaire oefenterreinen. Het betreft zowel een uitbreiding van het aantal vergunde vliegtuigbewegingen van 5.320 naar 24.000 per jaar als het vergroten van flexibiliteit voor het landen op die oefenterreinen. Daarnaast is het belangrijk dat er ook meer diversiteit aan terreinen beschikbaar is voor het oefenen van landen met helikopters, zoals zandvlakte, verstedelijkt gebied en kustgebied. 32 militaire oefenterreinen zijn aangewezen als definitieve locaties voor invulling van de behoefte, waarbij op ieder oefenterrein specifieke gebieden zijn aangewezen waar flexibel geland kan worden met helikopters. Onderdeel van de invulling van de behoefte is het flexibel kunnen opstijgen en landen op specifieke gedeelten van de oefenterreinen, waarbij rekening gehouden is met het beperken van geluidshinder voor de omgeving. De belangrijkste overweging hierbij is geweest dat de wettelijke hindernorm voor omwonenden niet wordt overschreden door het aantal landingen per jaar met helikopers. Het maximum beoogd gebruik is daar mede op gebaseerd en is in lijn met de onderzoeksresultaten. De 32 oefenterreinen zijn opgenomen in de detailkaartenbundel.

In de tabel hieronder staan alle helikopterlandingsterreinen opgenomen, waarbij per terrein bandbreedtes zijn opgenomen om een betere duiding te geven van het aantal vliegbewegingen per jaar. De volledige behoefte van 24.000 vliegbewegingen per jaar wordt in de praktijk vervolgens verdeeld binnen deze bandbreedtes.

Pagina 50 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in deze gebieden zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden: •

8.2.13

Vanwege de ligging van oefenterreinen in natuurgebieden zijn (beperkte) effecten op natuur door helikopterlandingen niet uit te sluiten. Hiervoor is aanvullend onderzoek nodig.

Behoefte 13: korte/smalle onverharde landingsbaan tactisch luchttransport Er is behoefte aan een korte/smalle onverharde landingsbaan (dirtstrip) voor het oefenen van tactische landingen met tactische transportvliegtuigen. Ook opleiding en training van grondeenheden in het controleren en geschikt kunnen maken van een dirtstip is onderdeel van de behoefte. De onverharde landingsbaan is essentieel om tactische transporteenheden optimaal voor te kunnen bereiden op hun inzet in crisisomstandigheden. Juist omdat deze eenheden vaak ad hoc en met zeer korte reactietijden worden ingezet, is het belangrijk dat zij vlak voor vertrek nog kunnen oefenen onder realistische omstandigheden, die de uitdagingen van ruwe, onvoorbereide terreinen nabootsen. Een dergelijke onverharde landingsbaan biedt de mogelijkheid om vaardigheden zoals precisielandingen, omgang met verminderde remcapaciteit en het veilig opereren in stofrijke omgevingen, vlak voorafgaand aan inzet, te trainen. Daarmee wordt niet alleen de operationele paraatheid vergroot, maar ook de veiligheid van de bemanning en materieel tijdens daadwerkelijke missies in complexe en onvoorspelbare situaties verbeterd. MLT Deelen is de definitief aangewezen locatie voor invulling van de behoefte met maximaal 240 vliegbewegingen per jaar. Een aantal overwegingen heeft geleid tot deze keuze.

MLT Deelen is een bestaande vliegbasis met een aangewezen beperkingsgebied en geluidscontour. De nieuwe activiteit past daar ruim binnen. Vanuit militair perspectief draagt een onverharde landingsbaan op deze locatie het beste bij aan de getraindheid van de diverse grond- en luchteenheden. MLT Deelen ligt op een gunstige afstand van Vliegbasis Eindhoven, waar de tactische luchttransportcapaciteit van Defensie is gestationeerd. Ook ligt de locatie nabij de landmachteenheden van de Luchtmobiele Brigade in Schaarsbergen, die oefenen om de landingsbaan te beoordelen en gereed te maken voor een start of landing, en andere snel inzetbare eenheden. Realisatie op MLT Deelen heeft synergievoordelen, omdat faciliteiten reeds op deze locatie aanwezig of goed te organiseren zijn, waardoor de investeringskosten van het realiseren van de behoefte lager blijven. Bovendien ligt er al een korte verharde landingsbaan die, vooruitlopend op de aanleg van een onverharde landingsbaan, gebruikt kan worden voor het beoefenen van korte landing- en opstijgprocedures. Op geluid voor omwonenden scoort MLT Deelen goed. In de nabijheid van MLT Deelen ligt een beperkt aantal woningen, de effecten van 240 vliegbewegingen zijn hiervoor zeer beperkt. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in deze gebieden zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

•

Door het gebruik met luchttransport wordt meer geluid op MLT Deelen geproduceerd dan in de huidige situatie. De huidige geluidszone biedt hiervoor voldoende ruimte. Er kan wel sprake zijn van (beperkte) toename van geluidshinder voor omwonenden en recreatie. Vanwege de ligging nabij Natura 2000-gebied kan verstoring voor diersoorten die op de Veluwe leven kan aan de orde zijn.

Pagina 52 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

•

De verplaatsing leidt daarnaast tot een bijdrage van stikstofdepositie aan Natura 2000-gebied De Veluwe. De mogelijke negatieve natuureffecten hiervan zijn een aandachtspunt.

Pagina 53 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

8.3

Definitief aangewezen locaties locatiespecifieke behoeften Dit deel van het programma bevat 44 ruimtebehoeften van Defensie die gekoppeld zijn aan een specifieke defensielocatie of een specifiek gebied. Deze behoeften slaan neer in 31 verschillende gebieden. Dit betreft behoeften die als nieuwe activiteit op een bestaande locatie of gebied worden ingepast of meer van dezelfde activiteit die er nu al is en dan veelal een aanpassing van de vergunning en/of extra milieuruimte vergt. Bij elk van de ruimtebehoeften wordt de behoefte toegelicht, en wordt de gekozen definitief aangewezen locatie geschetst. Vervolgens wordt onderbouwd waarom Defensie voor deze locatie kiest. Op het volgende kaartbeeld worden de definitief aangewezen locaties voor de locatiespecifieke behoeften weergegeven. De detailkaarten per behoefte zijn in hoofdstuk 11 toegevoegd.

Pagina 54 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

8.3.1

Locatiespecifieke behoefte 1: uitbreiding defensieactiviteiten voor grotere/veelzijdigere oefeningen op, in en boven het water EHD 42 Defensie heeft behoefte aan meer mogelijkheden dan nu mogelijk is om de gereedstelling van de marine te versterken in de huidige maritieme oefengebieden op de Noordzee. De wapensystemen die getest moeten worden, krijgen een steeds langere dracht. Daarnaast is er behoefte om vanaf zee op landdoelen te kunnen schieten, en veilig gebruik te kunnen maken van de Vliehors range. Ook is er behoefte om in groter verband (meerdere schepen en vliegtuigen) tegelijkertijd op, onder- en bovenwater te kunnen oefenen. De huidige omvang van het oefengebied EHD 42 voorziet hierin onvoldoende en moet worden uitgebreid. Voor deze uitbreiding geldt in tegenstelling tot het huidige EHD 42 dat multifunctioneel ruimtegebruik het uitgangspunt is. De uitbreiding van de EHD 42 in zuidwestelijke richting, met locaties B en C, is definitief aangewezen voor invulling van deze behoefte. Met het NPRD wordt voor het schieten vanuit EHD 42 op de Vliehors geen locatie aangewezen. Dit gedeelte van de behoefte wordt met het NPRD dus niet ingevuld. Een aantal overwegingen heeft geleid tot deze keuze.

Met deze uitbreiding wordt in combinatie met de invulling van locatiespecifieke behoefte 2 een aaneengesloten zone gecreëerd waarmee voor het grootste gedeelte invulling kan worden gegeven aan de behoefte. De behoefte om vanuit het maritieme oefengebied op de Vliehors te schieten is hier geen onderdeel van. De behoefte blijft onverminderd aanwezig, maar is op basis van de huidige uitgangspunten niet uitvoerbaar. Dit wordt met name veroorzaakt door de huidige omvang en inrichting van de Vliehors range, en de effecten van de onveilige gebieden op de andere ruimtegebruikers tussen de maritieme oefengebieden en de Vliehors (civiele en militaire luchtvaart en scheepvaartroutes). Defensie zal moeten bezien in hoeverre dit gedeelte van de behoefte op een andere wijze ingevuld kan worden. Bij de realisatie van de behoefte op deze locatie zijn enkele aandachtspunten waarmee bij de verdere ontwikkeling en inpassing rekening moet worden gehouden: •

•

Een deel van het gebied ligt in Natura 2000-gebied Friese Front, net als het huidige EHD 42 oefengebied. De inpassing van deze behoefte kan bij elk van de gebieden effecten hebben op vogels die afhankelijk zijn van het Natura 2000-gebied Friese Front. Dit is binnen het bestaande oefengebied ook het geval. De mitigerende maatregelen zoals daarvoor van toepassing zullen ook gelden voor het uitbreidingsgebied in het Friese Front. Realisatie van de behoefte heeft effecten op andere ruimtegebruikers, omdat in de huidige situatie sprake is van ander gebruik: visserij, scheepvaart, olie- en gaswinning, toekomstige CO2-opslag en helikopterroutes. Multifunctioneel ruimtegebruik blijft mogelijk in de aaneengesloten zone tussen EHD 41 en EHD 42. De invulling hiervan wordt afgestemd met deze sectoren en zal zo nodig worden vastgelegd in het Programma Noordzee 2028-2033. De uitbreiding van de defensieactiviteiten zal op operationeel en logistiek niveau afstemming behoeven om veilig te kunnen plaatsvinden. Hiervoor zullen aanvullende afspraken worden opgesteld. Deze uitbreiding van de defensieactiviteiten zal niet tot gevolg hebben dat er een extra vergunningplicht voor mijnbouwactiviteiten wordt geïntroduceerd.

Pagina 57 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

8.3.2

Locatiespecifieke behoefte 2: uitbreiding defensieactiviteiten voor grotere/veelzijdigere oefeningen inclusief drones met corridors op het water naar, in en boven het water EHD 41 Defensie heeft behoefte aan meer mogelijkheden dan nu mogelijk is om de gereedstelling van de marine te versterken in de huidige maritieme oefengebieden op de Noordzee. De wapensystemen die getest moeten worden, krijgen een steeds langere dracht. Daarnaast is er behoefte om vanaf zee op landdoelen te kunnen schieten, en veilig gebruik te kunnen maken van de Vliehors range. Ook is er behoefte om in groter verband (meerdere schepen en vliegtuigen) tegelijkertijd op, onder- en bovenwater te kunnen oefenen. De huidige omvang van het oefengebied EHD 41 voorziet hierin onvoldoende en moet worden uitgebreid. Voor deze uitbreiding geldt in tegenstelling tot het huidige EHD 41 dat multifunctioneel ruimtegebruik het uitgangspunt is. De uitbreiding van de EHD 41 in noordelijke richting, locatie B, is definitief aangewezen voor invulling van de behoefte. Met het NPRD wordt voor invulling van het schieten vanuit EHD 41 op de Vliehors geen locatie aangewezen. Dit gedeelte van de behoefte wordt met het NPRD dus niet ingevuld. Een aantal overwegingen heeft geleid tot deze keuze.

Met deze uitbreiding wordt in combinatie met de invulling van locatiespecifieke behoefte 1 een aaneengesloten zone gecreëerd waarmee voor het grootste gedeelte invulling kan worden gegeven aan de behoefte. De behoefte om vanuit het maritieme oefengebied op de Vliehors te schieten is hier geen onderdeel van. De behoefte blijft onverminderd aanwezig, maar is op basis van de huidige uitgangspunten niet uitvoerbaar. Dit wordt met name veroorzaakt door de huidige omvang en inrichting van de Vliehors range, en de effecten van de onveilige gebieden op de andere ruimtegebruikers tussen de maritieme oefengebieden en de Vliehors (civiele en militaire luchtvaart en scheepvaartroutes). Defensie zal moeten bezien in hoeverre dit gedeelte van de behoefte op een andere wijze ingevuld kan worden. Bij de realisatie van de behoefte op deze locatie is er een aandachtspunt, waarmee bij de verdere ontwikkeling en inpassing rekening moet worden gehouden: •

8.3.3

Realisatie van de behoefte heeft effecten op andere ruimtegebruikers, omdat in de huidige situatie sprake is van ander gebruik: visserij, scheepvaart, olie- en gaswinning, toekomstige CO2-opslag en helikopterroutes. Multifunctioneel ruimtegebruik blijft mogelijk in de aaneengesloten zone tussen EHD 41 en EHD 42. De invulling hiervan wordt afgestemd met deze sectoren en zal zo nodig worden vastgelegd in het Programma Noordzee 2028-2033. De uitbreiding van de defensieactiviteiten zal op operationeel en logistiek niveau afstemming behoeven om veilig te kunnen plaatsvinden. Hiervoor zullen aanvullende afspraken worden opgesteld. Deze uitbreiding van de defensieactiviteiten zal niet tot gevolg hebben dat er een extra vergunningplicht voor mijnbouwactiviteiten wordt geïntroduceerd.

Locatiespecifieke behoefte 3: schieten met Apache en MQ-9 op Vliehors range, gemeente Vlieland De behoefte van Defensie is om met de MQ-9 en de Apache gevechtshelikopter op de Vliehors Range te kunnen schieten met extra munitiesoorten: Advanced Precision Kill Weapon System (APKWS) en Hellfire (raketten) en GBU-12 en GBU-49 (bommen). Dit is momenteel niet mogelijk op de huidige schietrange.

Pagina 58 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

Met het NPRD wordt voor het gebruik van de wapensystemen APKWS en Hellfire geen locatie aangewezen. Dit gedeelte van de behoefte wordt met het NPRD dus niet ingevuld. De Vliehors schietrange is de definitief aangewezen locatie voor invulling van de behoefte met de GBU-12 en GBU-49. Een aantal overwegingen heeft geleid tot deze keuze. De GBU-12 en GBU-49 passen binnen de vergunde onveilige zone. Uit onderzoek blijkt dat t.o.v. de referentiesituatie geen aanvullende effecten optreden. Het schieten met hellfires en APKWS op deze locatie brengt een te groot onveilig gebied met zich mee en zou daarmee ten koste gaan van andere ruimtefuncties, zoals wonen en recreëren. De behoefte om met hellfires te schieten blijft onverminderd aanwezig, maar zal niet met het NPRD in Nederland worden gerealiseerd. Defensie zal moeten bezien in hoeverre dit gedeelte van de behoefte op een andere wijze ingevuld kan worden. 8.3.4

Locatiespecifieke behoefte 4: herziening/aanpassingen onveilige zone; nu deels nog gebaseerd op voormalige cavalerie schietkamp Vliehors range, gemeente Vlieland Defensie heeft behoefte aan een verruiming van de onveilige zone op de Vliehors range voor het benodigd gebruik met de huidige en toekomstige wapensystemen. De bestaande onveilige zone van de Vliehors range is hiervoor niet toereikend. Aanpassing van de Omgevingsregeling is nodig. De herziene onveilige zone rondom Vliehors range is definitief aangewezen voor invulling van de behoefte. Een aantal overwegingen heeft geleid tot deze keuze. De behoefte betreft geen intensivering van het gebruik op de Vliehors Range en leidt niet tot negatieve milieueffecten.

8.3.5

Locatiespecifieke behoefte 5: uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten vliegbasis Leeuwarden, gemeente Leeuwarden, en verlenging van de baan De behoefte bestaat uit twee delen. Defensie heeft ten eerste de behoefte aan meer grondgebonden geluid op vliegbasis Leeuwarden. Dit is nodig voor meer proefdraaien met jachtvliegtuigen en het gebruik van grondvoertuigen en gronduitrusting. Dit is nodig voor operaties met Nederlandse jachtvliegtuigen maar ook voor gezamenlijk optreden met bondgenoten tijdens grootschalige oefeningen als Frisian Flag en Ramstein Flag. Ten tweede heeft Defensie de behoefte om de secundaire baan op Vliegbasis Leeuwarden te verlengen zodat deze binnen de bestaande geluidscontour beter en vaker kan worden gebruikt. De verlenging van de secundaire baan op Vliegbasis Leeuwarden in beide richtingen is de definitief aangewezen locatie voor de invulling van deze behoefte. Voor de uitbreiding van grondgebonden geluid is een ontwerp voorkeursalternatief vastgesteld (zie hoofdstuk 9). Een aantal overwegingen heeft geleid tot deze keuze. De uitbreiding van de secundaire baan biedt vliegbasis Leeuwarden meer mogelijkheden om tijdens verschillende weersomstandigheden te vliegen en het vlieggeluid meer gelijkmatig te verdelen over de bestaande geluidscontour.

Daarnaast draagt een volwaardige secundaire baan bij aan de vliegveiligheid tijdens start en landing of als de hoofdbaan door onvoorziene omstandigheden niet beschikbaar is. Voor de uitbreiding van de secundaire baan zijn de onderzochte uitbreidingsrichtingen in beide richtingen nodig.

Pagina 59 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

Bij de realisatie van de behoefte op deze locatie zijn enkele aandachtspunten, waarmee bij de verdere ontwikkeling en inpassing rekening moet worden gehouden: •

• • •

Voor wat betreft de verlenging van de secundaire baan kan realisatie van de behoefte niet zonder gevolgen voor de omgeving gerealiseerd worden. 46 ha agrarische grond en 1 ha overig zal hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming. Beide uitbreidingsrichtingen zijn in het bestemmingsplan (geheel of gedeeltelijk) aangewezen als archeologisch waardevol. De ligging van een aardgasleiding in de oostelijke uitbreidingsrichting (uitbreidingsgebied B). Bij het gebruik van de secundaire baan is bestaande woningbouw, omgeving Tsjessingawei, in de oostelijke richting een aandachtspunt. Het gebruik van de secundaire baan moet passend worden gemaakt binnen de bestaande geluidscontour.

Voor het vaststellen van een ontwerp voorkeursalternatief voor de benodigde uitbreiding van de milieuruimte, is tussen ontwerp en definitief NPRD aanvullend onderzoek uitgevoerd met als doel om de geluidseffecten op de omgeving nader in kaart te brengen en eventueel benodigde mitigerende maatregelen vast te kunnen stellen. Dit aanvullend onderzoek is onderdeel van de 9 specifieke behoeften waarvoor met het ontwerp NPRD nog geen ontwerp voorkeursalternatief kon worden vastgesteld en dat na vaststelling separaat ter inzage zal worden gelegd. Zie hoofdstuk 9 voor de verdere uitwerking hiervan. 8.3.6

Locatiespecifieke behoefte 6: beperkingengebied rondom vliegbasis Leeuwarden (specifiek de outer horizontal surface) Defensie heeft de behoefte om rondom vliegbasis Leeuwarden het beperkingengebied, de zogenaamde outer horizontal surface (OHS), juridisch vast te leggen. Dit houdt in dat binnen een straal van 15 km rondom deze vliegbasis in beginsel geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 150 meter gerealiseerd mogen worden als dat ten koste gaat van de vliegveiligheid. Dit beleid is gebaseerd op de door burgerluchtvaartorganisatie ICAO 14 van de Verenigde Naties (VN) voorgeschreven beperkingengebieden. Het beperkinggebied OHS rond de vliegbasis Leeuwarden is definitief aangewezen voor invulling van de behoefte. De belangrijkste overweging bij deze keuze is geweest dat realisatie nodig is voor de vliegveiligheid. Ook leidt dit tot meer veiligheid op de grond door een kleinere kans op ongelukken met vliegtuigen. De impact van een OHS op andere ruimtegebruikers en -vragers in de regio is gering. De mogelijkheid voor hoge objecten is door de provincie Friesland beleidsmatig al beperkt. De invulling van de behoefte leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten. Voor eventuele toekomstige bouwontwikkelingen in dit gebied hoger dan 150 meter is eerst een positieve beoordeling nodig over de effecten op de vliegveiligheid.

14 Dit beleid vloeit voort uit de guideline van de burgerluchtvaartorganisatie ICAO van de Verenigde Naties “Annex 14, Volume I – Aerodromes”, waarin voorschriften over hoogtebeperkingen voor objecten op en rond luchthavens zijn opgenomen.

Pagina 60 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

8.3.7

Locatiespecifieke behoefte 7: uitbreiden Schietbaan Marnewaard t.b.v. schieten dynamisch met voertuigen, gemeente Het Hogeland Defensie heeft de behoefte om naast de vaste schietpunten op schietbaan Marnewaard ook te kunnen schieten vanaf voertuigen die rijden en verschillende vuurposities innemen. Daarnaast heeft Defensie de behoefte om zes weken per jaar meer te kunnen oefenen (van 14 naar 20 weken per jaar). Schietbaan Marnewaard is de definitief aangewezen locatie voor invulling van deze behoefte. De belangrijkste overweging hiervoor is geweest dat inpassing van deze behoefte geen fysieke uitbreiding vraagt van de bestaande schietbaan of verandering van het bestaande onveilig gebied op de Waddenzee. De schietbaan Marnewaard is een belangrijke schietbaan voor het oefenen en trainen met voertuiggebonden wapens. Door de realisatie van deze behoeften kan realistischer worden geoefend en is Defensie in staat om de benodigde groei van het aantal schutters te faciliteren. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte op deze locatie zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

•

8.3.8

In de directe nabijheid van de schietbaan Marnewaard liggen Natura 2000gebieden en UNESCO Werelderfgoed. Geluidshinder en geluidsverstoring zullen met name door de toename van het aantal schoten en schietdagen toenemen. Deze effecten zijn daarom onderzocht. Uit het onderzoek blijkt echter dat deze toename niet leidt tot significante effecten voor de natuur. In de directe nabijheid van de schietbaan Marnewaard liggen ook woningen en recreatieparken. Geluidshinder zal met name door de toename van het aantal schoten en schietdagen toenemen. Deze effecten zijn daarom onderzocht. Uit het onderzoek blijkt echter dat deze toename niet leidt tot significante effecten.

Locatiespecifieke behoefte 8: EHR 8 uitbreiden en gereedmaken voor oefenen met onbemande vaartuigen op en in het water inclusief corridors Defensie heeft de behoefte om vanuit de haven van Den Helder naar het bestaande maritieme oefengebied EHR8 te kunnen varen met onbemande vaartuigen. Het gaat hier alleen over de overtocht naar de EHR 8. In de EHR 8 oefent Defensie reeds met bemande en onbemande vaartuigen. De aanpassing van de regelgeving is de definitieve wijze van invulling voor deze behoefte. Met het NPRD wordt voor de fysieke uitbreiding van de EHR 8 of voor specifieke corridors voor onbemande vaartuigen geen locatie aangewezen. De belangrijkste overweging hiervoor is geweest dat er voor deze behoefte geen extra impact op de omgeving is ten opzichte van de bestaande situatie. Voor het voorkeursalternatief is alleen een aanpassing van regelgeving nodig om met onbemande vaartuigen te mogen varen, hiervoor is geen corridor of vergroting van de EHR 8 nodig. De aard van de oefeningen die in dit gebied en op de Noordzee plaatsvinden, veranderen niet. Omdat de aard van de oefening niet wijzigt met een onbemand vaartuig, blijkt uit het onderzoek ook dat de effecten hiervan op huidige activiteiten en natuurwaarden in de Noordzee niet anders zijn dan de huidige vergunde situatie voor bemande vaartuigen.

Pagina 61 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

8.3.9

Locatiespecifieke behoefte 9: leerfaciliteit alternatieve brandstoffen, Den Helder, gemeente Den Helder Defensie moet investeren in kennisopbouw over nieuwe brandstoffen voor de scheepvaart. Om deze kennis op te bouwen zijn aanvullende faciliteiten nodig om onderzoek uit te voeren naar nieuwe scheepsbrandstoffen zoals (bio)methanol. Op het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) in Den Helder bevinden zich de huidige faciliteiten en onderzoeksopstellingen waarmee onderzoeken worden uitgevoerd naar motoren op dieselolie. Deze moeten worden uitgebreid. Het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) is de definitief aangewezen locatie voor invulling van de behoefte. Uit het onderzoek blijkt dat de risicocontouren geen objecten van derden raken.

8.3.10

Locatiespecifieke behoefte 10: beperkingengebied rondom MVK De Kooy (specifiek de outer horizontal surface) Defensie heeft de behoefte om rondom maritiem vliegkamp De Kooy het beperkingengebied, de zogenaamde outer horizontal surface (OHS), juridisch vast te leggen. Dit houdt in dat binnen een straal van 5,1 km rondom deze vliegbasis in beginsel geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 150 meter gerealiseerd mogen worden als dat ten koste gaat van de vliegveiligheid. Dit beleid is gebaseerd op de door VN-burgerluchtvaartorganisatie ICAO voorgeschreven. Het beperkingengebied OHS rond de MVK De Kooy is definitief aangewezen voor invulling van deze behoefte. De belangrijkste overweging bij deze keuze is geweest dat realisatie nodig is voor de vliegveiligheid. Ook leidt dit tot meer veiligheid op de grond door een kleinere kans

op ongelukken met vliegtuigen. De OHS heeft geen impact op plannen in de omgeving van De Kooy in relatie tot de Regionale Energie Strategie (RES). Er zijn nu ook geen plannen voor gebouwen hoger dan 150 meter. De invulling van de behoefte leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten. Voor eventuele toekomstige bouwontwikkelingen in dit gebied hoger dan 150 meter is eerst een positieve beoordeling nodig over de effecten op de vliegveiligheid. 8.3.11

Locatiespecifieke behoefte 11: Breezanddijk groei beproevingen IJsselmeer, Afsluitdijk, gemeente Súdwest Fryslân Door het vergroten van de munitievoorraden, de aankoop van nieuwe wapensystemen en de groei van de krijgsmacht is meer ruimte nodig voor beproevingen van wapens en munitie op het IJsselmeer (in de EHR 49). Het gaat hierbij ten eerste om een toename van het aantal schoten en schietdagen in de EHR 49, van zestig naar negentig schietdagen per jaar. Ten tweede gaat het om een verbreding van het huidige EHR 49 voor het beter kunnen testen van munitie met spreidingseffecten. Ten derde gaat het om het verlengen van de EHR 49 voor het beter kunnen testen van munitie met een langere dracht. De verbreding van de EHR 49 is definitief aangewezen voor invulling van de behoefte. Met het NPRD wordt voor de verlenging van de EHR 49 geen locatie aangewezen. Dit gedeelte van de behoefte wordt met het NPRD dus niet ingevuld.

Pagina 62 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

Voor de intensivering van het gebruik voor het aantal schoten en schietdagen is een ontwerp voorkeursalternatief vastgesteld (zie hoofdstuk 9). De belangrijkste overweging bij de keuze om verlenging van de EHR 49 niet op te nemen in het voorkeursalternatief is geweest dat de effecten van munitie met een langere dracht op bewoond gebied in de omgeving van Medemblik op basis van de gestelde behoefte (PZH2000-munitie) te groot is. Defensie zal moeten bezien in hoeverre dit gedeelte van de behoefte op een andere wijze ingevuld kan worden. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in deze gebieden zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

•

•

De verbreding vindt plaats in Natura 2000-gebied. De mogelijke negatieve effecten op de natuur is hierbij een aandachtspunt waarvoor in de vervolgfase aanvullend onderzoek nodig is. In het verbredingsgebied ligt een aardgasleiding. In hoeverre dit beperkingen oplevert voor specifieke munitieartikelen moet in de vervolgfase worden vastgesteld. Door de verbreding wordt recreatie en pleziervaart in het gebied vaker beperkt. Om deze functies goed samen te laten gaan is aanvullende afstemming met de omgeving nodig en een vroegtijdige aankondiging van dagen waarop geoefend wordt.

Voor wat betreft de intensivering van het gebruik is volledige invulling van de behoefte niet mogelijk, vanwege te hoge geluidsbelasting op de omgeving. Voor het vaststellen van een ontwerp voorkeursalternatief voor de benodigde intensivering is tussen ontwerp en definitief NPRD aanvullend onderzoek uitgevoerd om te bepalen welke mate van intensivering mogelijk is binnen een aanvaardbaar geluidsniveau en welke mitigerende maatregelen hiervoor nodig zijn. Dit aanvullend onderzoek is onderdeel van de 9 specifieke behoeften waarvoor met het ontwerp NPRD nog geen ontwerp voorkeursalternatief kon worden vastgesteld en dat na vaststelling separaat ter inzage zal worden gelegd. Zie hoofdstuk 9 voor de verdere uitwerking hiervan. 8.3.12

Locatiespecifieke behoefte 12: uitbreiding kazerne Heerenveen, gemeente Heerenveen Defensie heeft behoefte aan meer opslag voor geneeskundige middelen. Het Militair Geneeskundig Logistiek Centrum (MGLC) is verantwoordelijk voor de ondersteuning van gereedstellingsactiviteiten van de operationele commando’s door het leveren van geneeskundige artikelen die nodig zijn voor opleidingen en trainen. Het gaat hierbij vooral om meer opslag van drukhouders, zuurstof. Kazerne Heerenveen is de definitief aangewezen locatie voor invulling van de behoefte. Een uitbreiding van de opslagmogelijkheden voor zuurstof leidt niet tot veiligheidsrisico’s die tot buiten het terrein reiken. Daarmee is er voldoende ruimte om binnen de huidige contour de aanvullende opslag voor zuurstof zuurstof opslag te realiseren en vervalt de uitbreidingsbehoefte.

8.3.13

Locatiespecifieke behoefte 13: vergroting van oefenterrein De Haar, gemeente Midden-Drenthe Defensie heeft behoefte aan een vergroting van het oefenterrein de Haar. De huidige omvang van oefenterreinen is te klein om met compagniesgrootte (100 tot 150 militairen) te kunnen trainen. De benodigde fysieke ruimte is gegroeid door het gebruik van nieuwe middelen en wijze van optreden. Om het oefenterrein hiervoor

Pagina 63 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

beter geschikt te maken is een vergroting noodzakelijk van minimaal 200 tot 400 ha. De uitbreiding van het oefenterrein De Haar met 292 ha in zuidelijke en westelijke richting is aangewezen voor invulling van de behoefte. De belangrijkste overweging bij de keuze voor dit voorkeursalternatief is om het effect op het aantal woningen, bedrijven, sociale cohesie en keteneffecten zoveel als mogelijk te minimaliseren. Aan de hand van dit uitgangspunt is het voorkeursalternatief teruggebracht naar 292 ha en wordt onderzocht in hoeverre er in de nieuwe situatie mogelijkheden zijn voor agrarisch medegebruik. Op basis hiervan zal, als onderdeel van het gebiedsproces, een pilot voor hybride landbouwgebruik op militair oefenterrein worden gestart. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

•

• •

8.3.14

Uitbreiding van het oefenterrein kan niet volledig zonder gevolgen voor de omgeving gerealiseerd worden. Het gaat hier om 261 ha agrarisch, 29 ha natuur, 2 ha overig en specifiek twee agrarische bedrijven die in het voorkeursalternatief zijn gevestigd die geamoveerd moeten worden. De impact van het amoveren van woning/bedrijven op bewoners en betrokkenen is zeer groot. In de realisatiefase van deze behoefte zal een proces worden ingericht dat aan deze impact zo goed mogelijk recht doet. Uitbreiding van het oefenterrein leidt mogelijk tot hinder voor de omgeving. Mitigerende maatregelen zoals afscherming, concentratie van hindergevende activiteiten op het terrein en (gedeeltelijke) openstelling van het terrein zijn aandachtspunten voor verdere uitwerking. De hydrologische situatie op oefenterrein de Haar en rondom het Witterveld is een aandachtspunt die meegenomen wordt in de verdere uitwerking. Voor de uitbreidingsgebieden van oefenterrein de Haar is in het planMER onderzoek gedaan naar de effecten van helikopterlandingen. Er is echter gekozen om hiervoor vooralsnog geen voorkeursalternatief vast te leggen. De mogelijkheden voor helikopterlandingen hangen namelijk samen met de toekomstige inrichting van die uitbreidingsgebieden.

Besluitvorming over helikopterlandingen in de uitbreidingsgebieden van oefenterrein Oirschotse heide wordt derhalve onderdeel van het vervolg- en gebiedsproces. Voor het bestaande oefenterreinen is met het NPRD wel een voorkeursalternatief vastgesteld voor helikopterlandingen. Zie hiervoor behoefte 12; helikopterlandingsplaatsen.

Locatiespecifieke behoefte 14: Petten. groei beproevingen Noordzee, gemeente Schagen Door het vergroten van de munitievoorraden, de aankoop van nieuwe wapensystemen en de groei van de krijgsmacht is meer ruimte nodig voor beproevingen van wapens en munitie op militair schietterrein Petten. De behoefte van Defensie is tweeledig. Ten eerste gaat het om een toename van het aantal vergunde schoten en schietdagen per jaar, van twintig naar vijfenveertig schietdagen. Ten tweede gaat het om een verlenging van de schietsector in de richting van de Noordzee. De verlenging van de schietsector met variant B is definitief aangewezen voor invulling van de behoefte.

Pagina 64 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

Voor de intensivering van de toename van het aantal schoten en schietdagen is een ontwerp voorkeursalternatief vastgesteld (zie hoofdstuk 9). De belangrijkste overweging voor de uitbreidingskeuze is geweest dat variant B de minste impact heeft op de scheepvaart en andere economische waarden. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden: •

De schietsector en daarmee de te verwachten verstoringseffecten van schietoefeningen overlapt deels met het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone.

Voor wat betreft de intensivering van het gebruik is volledige invulling van de behoefte niet mogelijk, vanwege te hoge geluidsbelasting op de omgeving. Voor het vaststellen van een ontwerp voorkeursalternatief voor de benodigde intensivering is tussen ontwerp en definitief NPRD aanvullend onderzoek uitgevoerd om te bepalen welke mate van intensivering mogelijk is binnen een aanvaardbaar geluidsniveau en welke mitigerende maatregelen hiervoor nodig zijn. Dit aanvullend onderzoek is onderdeel van de 9 specifieke behoeften waarvoor met het ontwerp NPRD nog geen ontwerp voorkeursalternatief kon worden vastgesteld en dat na vaststelling separaat ter inzage zal worden gelegd. Zie hoofdstuk 9 voor de verdere uitwerking hiervan. 8.3.15

Locatiespecifieke behoefte 15: verplaatsen (in overleg met de regio) raccordement, t.b.v. voertuigen 43e Gemechaniseerde Brigade Zoekgebied ‘Groot Havelte’, gemeenten Westerveld/Steenwijkerland De behoefte van Defensie was een nieuwe locatie voor het huidige raccordement, als gevolg van woningbouwplannen in de regio. Hiervoor zijn alternatieven onderzocht die dichterbij de kazerne zouden liggen dan het huidige raccordement. Met het NPRD wordt voor het verplaatsten van het raccordement geen locatie aangewezen. Deze behoefte wordt met het NPRD dus niet ingevuld. De betreffende woningbouwplannen in de gemeente worden niet doorgezet. Daarmee is de noodzaak om de huidige locatie te verplaatsen vervallen. Vanuit militair oogpunt is een eigen raccordement dichter bij de kazerne nog steeds wenselijk ten gunste van het verminderen van wegverplaatsingen. Dat belang weegt zonder aanvullende noodzaak echter niet op tegen de kosten die hiermee gemoeid zouden zijn en de gevolgen van deze verplaatsing voor de omgeving.

8.3.16

Locatiespecifieke behoefte 16: uitbreiding faciliteiten voor schieten (Koninklijke Marechaussee) Schiphol, gemeente Haarlemmermeer Defensie heeft behoefte aan een schietbaan voor gebruik door de Koninklijke Marechaussee (KMAR) in de omgeving van de randstad. Deze behoefte komt voort uit de taakstelling die de KMAR heeft op luchthavens in Nederland. Defensielocatie Maaldrift is de definitief aangewezen locatie voor invulling van de behoefte, in combinatie met locatiespecifieke behoefte 20. De belangrijkste overweging voor deze keuze is geweest dat deze behoefte in combinatie met de geplande opschaling van de KMAR in de Randstad gerealiseerd kan worden op één bestaand militair complex dat hiervoor geschikt kan worden gemaakt. Het gecombineerd ruimtegebruik biedt een versterkende werking voor de geplande opschaling. De realisatie van deze behoefte leidt daardoor niet tot uitbreiding op Schiphol.

Pagina 65 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

8.3.17

Locatiespecifieke behoefte 17: uitbreiding raccordement ‘t Harde, gemeente Elburg Defensie heeft de behoefte om meer materieel te vervoeren per spoor. Dit komt voort uit de toename van oefening en inzet van eenheden die per spoor verplaatsen en de rol van HNS. De huidige capaciteit aan opstelsporen en aansluiting op het spoor, zogenaamde raccordementen, is hiervoor niet toereikend. De uitbreiding van het Raccordement ‘t Harde is de definitief aangewezen locatie voor invulling van de behoefte, met 4,6 ha in noordoostelijke richting van het bestaande raccordement. De belangrijkste overweging voor deze keuze is geweest dat dit de enige realistische uitbreidingsrichting is om de behoefte te vervullen en op bestaand defensieterrein kan plaatsvinden. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden: •

8.3.18

De realisatie van deze behoefte vraagt om ruimte in Natura 2000-gebied De Veluwe en leidt mogelijk tot verstoring van diersoorten.

Locatiespecifieke behoefte 18: uitbreiden Artillerie Schietkamp (ASK) (brede strook, Wezeperberg en Z-zijde), gemeente Elburg Defensie heeft behoefte aan een vergroting van het ASK. De behoefte is tweeledig. Ten eerste is de huidige omvang van oefenterreinen te klein om dynamisch vanuit dekking naar de schietpunten te kunnen trainen, met gevechtsvoertuigen zoals de CV90 en de PZH2000. Hiervoor is extra fysieke ruimte nodig langs de zuidelijke en westelijke randen van het schietterrein. Ten tweede is fysieke uitbreiding nodig langs de zuidoostelijke rand van het schietterrein (de zogenaamde brede strook) voor externe veiligheid en voor het optreden van waarnemers naast het bestaande doelengebied. Het aanpassen van het ASK voor deze 2 behoeften vraagt om een uitbreiding van 650-750 ha. De uitbreiding van het ASK met in totaal 675 ha in zuidwestelijke en zuidoostelijke richting is definitief aangewezen voor invulling van deze behoefte. De belangrijkste overweging voor deze keuze is geweest dat in deze gebieden geen woningen geamoveerd hoeven te worden en er geen wegen permanent afgesloten hoeven te worden. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

•

•

•

De uitbreidingsgebieden aan de randen van het ASK liggen in Natura 2000gebied. De gebieden B en C zijn bedoeld voor het tactisch optrekken met gevechtsvoertuigen naar de schietpunten op het ASK. Hiervoor is aanvullend natuuronderzoek nodig om de inpasbaarheid van de voorgenomen activiteiten in relatie tot de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied te kunnen bepalen. De uitbreiding leidt daarnaast tot een significante bijdrage van stikstofdepositie aan Natura 2000-gebied De Veluwe. De mogelijke negatieve natuureffecten hiervan zijn een aandachtspunt. Uitbreiding van het ASK kan niet zonder gevolgen voor het omliggende natuurgebied gerealiseerd worden. Circa 675 ha natuurgrond zal hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming. In de vervolgfase zal in overleg met de regio worden gekeken naar mogelijkheden om deze gebieden (gedeeltelijk) openbaar toegankelijk te kunnen houden. Pagina 66 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

8.3.19

Locatiespecifieke behoefte 19: artillerie Schietkamp (ASK) uitbreiden met (voertuiggebonden) 120 mm mortierschieten, gemeente Elburg Defensie heeft behoefte aan een verruiming van de oefenmogelijkheden op het ASK. De behoefte is om met 120mm mortieren te kunnen schieten vanaf gevechtsvoertuigen (zoals de CV90). Dit is nu alleen vanaf het maaiveld vergund. Het ASK is de definitief aangewezen locatie voor invulling van deze behoefte. Het voorzien in deze behoefte heeft geen significante veranderende effecten op de leefomgeving.

8.3.20

Locatiespecifieke behoefte 20: geplande opschaling Koninklijke Marechaussee Randstad Den Haag, Maaldrift uitbreiden, gemeente Wassenaar De Koninklijke Marechaussee is de laatste jaren sterk gegroeid, ook in de Haagse regio. Defensie heeft behoefte aan een Integrale Beroepsvaardigheden Trainings (IBT)-centrum en een campus voor Bewaken en Beveiligen. Aangezien beide behoeften, Campus B&B en een IBT-centrum grote overeenkomsten hebben qua benodigde infrastructuur, is het de behoefte om deze te combineren tot één complex op Maaldrift en zo te komen tot een efficiënt opleiding- en trainingscentrum. Defensielocatie Maaldrift is de definitief aangewezen locatie voor invulling van de behoefte. De belangrijkste overweging voor deze keuze is geweest dat het mogelijk is om de bestaande defensielocatie Maaldrift te ontwikkelen tot een efficiënt opleiding- en trainingscentrum. Daarnaast kan de ontwikkeling op deze locatie goed worden gecombineerd met locatiespecifieke behoefte 16; uitbreiding faciliteiten voor schieten. Het gaat hierbij om een binnenschietbaan zodat de geluidseffecten op de omgeving worden geminimaliseerd. Het is mogelijk om de behoefte op het bestaande terrein te ontwikkelen en in te passen. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

•

8.3.21

De benodigde ontwikkelruimte is groter dan de beschikbare ruimte in de bestaande vergunde situatie. Het uitgangspunt voor de realisatie is dat deze plaats moet vinden binnen de bestaande begrenzing van het terrein waarbij in overleg met de gemeente zal worden gezocht naar mogelijkheden voor aanpassing van de bebouwingshoogte en het bebouwingspercentage, zodat dit passend is bij de omgeving. Hierdoor is er geen extra fysieke ruimte nodig buiten de huidige terreingrenzen. De ontsluiting van het complex en de aansluiting op de bestaande lokale en provinciale wegstructuren vragen aandacht, waarbij er kansen liggen om de aanpak van andere verkeerskundige opgaven in het gebied daarin mee te nemen.

Locatiespecifieke behoefte 21: uitbreiding raccordement Vlasakkers, gemeente Amersfoort Defensie heeft de behoefte om meer materieel te vervoeren per spoor. Dit komt voort uit de toename van oefening en inzet van eenheden die per spoor verplaatsen en HNS. De huidige capaciteit aan opstelplaatsen en aansluiting op het spoor, zogenaamde raccordementen, is hiervoor niet toereikend. Het terrein heeft een klein verhard deel, wat zeer weinig mogelijkheden biedt op voertuigen/containers op te stellen. Daarnaast is er op deze locatie momenteel geen mogelijkheid voor het

Pagina 67 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

beladen van containers. De behoefte van Defensie bestaat uit de aanleg van een punt voor containeroverslag en aanpalende voorzieningen. De uitbreiding van het Raccordement vlasakkers is de definitief aangewezen locatie voor invulling van de behoefte, met 2,5 ha aan de zuidwestzijde van het bestaande raccordement. De belangrijkste overweging voor deze keuze is dat de uitbreiding op bestaand defensieterrein kan worden gerealiseerd en dat er vanuit milieuperspectief geen significante negatieve effecten zijn. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: • •

8.3.22

De uitbreiding op deze locatie ligt binnen het NNN. Ruimtebeslag binnen deze zone moet gecompenseerd worden. Realisatie heeft impact op de lokale en regionale mobiliteit en de capaciteit van de bestaande ontsluiting.

Locatiespecifieke behoefte 22: huisvestingen incl. faciliteiten Militaire Politie Koninklijke Marechaussee, gemeente Apeldoorn De behoefte van Defensie is een (nieuwe) locatie voor de huisvesting van het Militaire Politie Eskadron van de KMAR. Het betreft werklocaties, voertuigen en legering. De eenheid is inmiddels opgericht, maar moet nog worden gehuisvest. De voormalige politieacademie, locatie Kleiberg, is de definitief aangewezen locatie voor invulling van de behoefte. De belangrijkste overweging voor deze keuze is geweest dat het terrein reeds een bestemming heeft die past bij de behoefte van Defensie. De locatie is door de regio aangedragen als locatiealternatief. Verder biedt de nabij gelegen Willem III Kazerne significante synergievoordelen voor de samenwerking, bedrijfsvoering en de benodigde kazernefaciliteiten. Vanuit planMER zijn er beperkte aandachtspunten op het terrein waar rekening mee moet worden gehouden tijdens de realisatie. Het gaat hierbij met name om de aanwezige natuur en culturele- en erfgoedwaarden op het huidige terrein.

8.3.23

Locatiespecifieke behoefte 23: uitbreiden live firing mogelijkheden voor helikopters op Infanterie Schietkamp (ISK) ten behoeve van niveau 3- en 4-oefeningen Koninklijke Landmacht, gemeente Ede De behoefte van Defensie is om met grond- en luchteenheden gezamenlijk schietoefeningen uit te kunnen voeren op het ISK. Het ISK is een vlieggebied waar Defensie reeds mag vliegen en schieten met geladen boordwapens. Momenteel is deze activiteit ook vergund op het ISK, maar de helikopters hebben in het vergunde luchtruim te weinig manoeuvreerruimte om te kunnen oefenen. Voor de uitbreiding van live firing mogelijkheden voor helikopters op het ISK is een ontwerp voorkeursalternatief vastgesteld (zie hoofdstuk 9). Voor het vaststellen van een ontwerp voorkeursalternatief voor de benodigde geluidsruimte en manoeuvreerruimte is tussen ontwerp en definitief NPRD aanvullend onderzoek uitgevoerd. Dit aanvullend onderzoek is onderdeel van de 9 specifieke behoeften waarvoor met het ontwerp NPRD nog geen ontwerp voorkeursalternatief kon worden vastgesteld en dat na vaststelling separaat ter inzage zal worden gelegd. Zie hoofdstuk 9 voor de verdere uitwerking hiervan.

Pagina 68 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

8.3.24

Locatiespecifieke behoefte 24: uitbreiding milieu- en geluidsruimte door intensivering van Infanterie Schietkamp (ISK) en groei krijgsmacht, gemeente Ede De behoefte van Defensie is om het ISK meer te kunnen gebruiken als gevolg van de groei van Defensie en de invoering van nieuwe wapensystemen. Dit leidt tot een toename in gebruik van het ISK van 30% (de behoefte is om te groeien van 12,7 naar 16,5 miljoen schoten). Voor de uitbreiding van milieu- en geluidsruimte op het ISK is een ontwerp voorkeursalternatief vastgesteld (zie hoofdstuk 9). Op basis van het verrichte onderzoek voor deze behoefte in aanloop naar het ontwerp NPRD is geconstateerd dat er significante geluidseffecten kunnen optreden bij invulling van de volledige behoefte. Voor het vaststellen van een ontwerp voorkeursalternatief voor de benodigde uitbreiding van de milieu- en geluidsruimte is tussen ontwerp en definitief NPRD aanvullend onderzoek uitgevoerd met als doel om hiervoor benodigde mitigerende maatregelen vast te kunnen stellen. Dit aanvullend onderzoek is onderdeel van de 9 specifieke behoeften waarvoor met het ontwerp NPRD nog geen ontwerp voorkeursalternatief kon worden vastgesteld en dat na vaststelling separaat ter inzage zal worden gelegd. Zie hoofdstuk 9 voor de verdere uitwerking hiervan.

8.3.25

Locatiespecifieke behoefte 25: uitbreiding van terrein t.b.v. voldoen aan NAVOnormering depot Markelo en het truck loading station Markelo Defensie Pijpleiding Organisatie, gemeente Hof van Twente De behoefte van Defensie is om te voldoen aan de gestelde NAVO-normering voor brandstofdepots. Hiervoor is het nodig om de afstanden tussen de hekwerken en de brandstofdepots te vergroten. Uit voortschrijdend inzicht is gebleken dat het hier alleen gaat om NAVO-normering voor alleen het depot, niet voor het truck loading station. De uitbreiding van de DPO-locatie Markelo met circa 3 ha is definitief aangewezen voor invulling van de behoefte. De belangrijkste afweging bij deze keuze is enerzijds het voldoen aan de gestelde NAVO-normering en anderzijds de veroorzaakte effecten op de leefomgeving te minimaliseren. Om invulling te geven aan NAVO-regelgeving moeten aanvullende gronden worden aangekocht en infrastructurele aanpassingen worden doorgevoerd (verplaatsen hekwerken en aanpassing van gebouwen/depots). Hiermee kan worden voorkomen dat woningen moeten worden geamoveerd. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden: •

8.3.26

Uitbreiding op het depot kan naar verwachting niet zonder gevolgen voor landbouwgebied gerealiseerd worden. Circa 3 ha agrarische grond zal hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming.

Locatiespecifieke behoefte 26: uitbreiding van terrein t.b.v. voldoen aan NAVOnormering depot Klaphek Defensie Pijpleiding Organisatie, gemeente Lopik De behoefte van Defensie is om te voldoen aan de gestelde NAVO-normering voor brandstofdepots. Hiervoor is het nodig om de afstanden tussen de hekwerken en de brandstofdepots te vergroten. De uitbreiding van de DPO-locatie Klaphek met circa 5 ha is definitief aangewezen voor invulling van de behoefte.

Pagina 69 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

De belangrijkste afweging bij deze keuze is enerzijds het voldoen aan de gestelde NAVO-normering en anderzijds de veroorzaakte effecten op de leefomgeving te minimaliseren. Om invulling te geven aan NAVO-regelgeving moeten infrastructurele aanpassingen worden doorgevoerd (verplaatsten hekwerken en aanpassing van gebouwen/depots). De benodigde grond voor uitbreiding is reeds in het bezit van Defensie. Vanuit milieuperspectief leidt deze behoefte verder niet tot aanzienlijk negatieve milieueffecten. Hiermee kan worden voorkomen dat woningen moeten worden geamoveerd of doorgaande wegen moeten worden afgesloten. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden: •

8.3.27

Uitbreiding op het depot kan niet zonder gevolgen voor het omliggende landbouwgebied gerealiseerd worden. Circa 4 ha agrarische grond en 1 ha overig zal hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming.

Locatiespecifieke behoefte 27: extra milieuruimte voor helikopteractiviteiten op MLT Deelen, gemeente Arnhem Defensie heeft behoefte aan extra milieuruimte op MLT Deelen voor grond- en luchtgebonden activiteiten. Deze ruimte is nodig als gevolg van de onderliggende behoefte van Defensie om meer helikoptervluchten op MLT Deelen uit te kunnen voeren voor het versterken van de gereedstelling en inzet. Het betreft een toename tot maximaal 14.200 helikoptervliegbewegingen binnen de vergunde geluidscontour. MLT Deelen is de definitief aangewezen locatie voor invulling tot maximaal 14.200 helikopterbewegingengen. De belangrijkste overweging bij deze keuze is geweest dat MLT Deelen de mogelijkheid geeft om gezamenlijk met grondtroepen op locatie te trainen. Door helikopterbewegingen te verplaatsten van Gilze Rijen naar Deelen zijn er minder ferry-vluchten benodigd wat ten goede komt aan de gereedstelling van de diverse eenheden. Ook kan MLT Deelen hierdoor beter als springplank worden gebruikt voor de noordelijke laagvliegoefengebieden wat leidt tot een betere spreiding van helikoptergeluid en meer operationele afwisseling. Daarnaast ontlast het in enige mate de omgeving van vliegbasis Gilze-Rijen. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: •

• •

8.3.28

Door het verplaatsen van helikopterbewegingen wordt meer geluid op MLT Deelen geproduceerd dan in de huidige situatie. De huidige geluidszone biedt hiervoor voldoende ruimte. Er kan wel sprake zijn van (beperkte) toename van geluidshinder voor omwonenden en recreatie. Verstoring voor diersoorten die op de Veluwe leven kan aan de orde zijn. De verplaatsing leidt daarnaast tot een significante bijdrage van stikstofdepositie aan Natura 2000-gebied De Veluwe. De mogelijke negatieve natuureffecten hiervan zijn een aandachtspunt, ook in samenhang met de andere ruimtelijke defensieontwikkelingen en -activiteiten in het gebied.

Locatiespecifieke behoefte 28: beperkingengebied rondom MLT Deelen (specifiek de outer horizontal surface) Defensie heeft de behoefte om rondom MLT Deelen het beperkingengebied, de zogenaamde outer horizontal surface (OHS), juridisch vast te leggen. Dit houdt in dat binnen een straal van 15 km rondom deze vliegbasis in beginsel geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 150 meter gerealiseerd mogen worden als dat ten koste

Pagina 70 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

gaat van de vliegveiligheid. Dit beleid is gebaseerd op de door VNburgerluchtvaartorganisatie ICAO voorgeschreven beperkingengebieden. Het beperkingsgebied OHS rond de MLT Deelen is definitief aangewezen voor invulling van deze behoefte. De belangrijkste overweging bij deze keuze is geweest dat realisatie nodig is voor de vliegveiligheid. Ook leidt dit tot meer veiligheid op de grond door een kleinere kans op ongelukken met vliegtuigen. De impact van een OHS op andere ruimtegebruikers en -vragers in de regio is gering. Met name omdat deze grotendeels op de Veluwe ligt, waar geen plannen voor hoogbouw zijn, ook niet in verband met de Regionale Energie Strategie (RES). De invulling van de behoefte leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten. Voor eventuele toekomstige bouwontwikkelingen in dit gebied hoger dan 150 meter is eerst een positieve beoordeling nodig over de effecten op de vliegveiligheid. 8.3.29

Locatiespecifieke behoefte 29: uitbreiding van terrein t.b.v. voldoen aan NAVOnormering depot Poortugaal Defensie Pijpleiding Organisatie, gemeente Albrandswaard De behoefte van Defensie is om te voldoen aan de gestelde NAVO-normering voor brandstofdepots. Hiervoor is het nodig om de afstanden tussen de hekwerken en de brandstofdepots te vergroten. De uitbreiding van de DPO-locatie Poortugaal is definitief aangewezen voor invulling van de behoefte, met een uitbreiding van circa 9 ha. De belangrijkste afweging bij deze keuze is enerzijds het voldoen aan de gestelde NAVO-normering en anderzijds de veroorzaakte effecten op de leefomgeving te minimaliseren. Om invulling te geven aan NAVO-regelgeving moeten aanvullende gronden worden aangekocht en infrastructurele aanpassingen worden doorgevoerd (verplaatsen hekwerken en aanpassing van gebouwen/depots). Hiermee kan worden voorkomen dat sportvelden moeten worden geamoveerd, of doorgaande wegen moeten worden afgesloten. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16512336/1