2026-017 Definitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
Tekst van het document
10.2.1
Zorgvuldig proces van grondverwerving Het vooruitzicht van uitkoop is ingrijpend. Dit leidt tot zorgen over directe schade, zoals investeringen in woningen, en indirecte schade, zoals omzetrisico en beperkingen door veiligheidszones. Wanneer grond binnen het voorkeursalternatief valt, en Defensie voor de uitvoering van het voorgenomen project moet kunnen Pagina 94 van 181
Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025
beschikken over de grond, dan wordt met het oog hierop een traject voor grondverwerving ingezet. Defensie heeft een proces ingericht om op een zo vroeg mogelijk moment al een volwaardig en waardig perspectief te kunnen schetsen en bieden aan getroffenen. Waar het gaat om grondverwerving is dat perspectief in beginsel gericht op volledige schadeloosstelling. Dit betekent dat niet alleen de waarde van de grond en opstallen wordt vergoed, maar ook andere schadeposten worden meegenomen, zoals bijvoorbeeld misgelopen omzet of investeringen die niet kunnen worden terugverdiend. Het kan ook gaan om schade die ontstaat doordat de eigenaar (bijvoorbeeld) zijn bedrijf moet verplaatsen of beëindigen of een nieuwe woning moet kopen. De eigenaar ontvangt op deze wijze een vergoeding die recht doet aan de waarde van de grond en eventuele opstallen. Een onafhankelijke taxatie bepaalt deze waarde. Daarbij wordt rekening gehouden met de actuele marktwaarde en de omstandigheden van het perceel. Gedurende dit gehele proces worden grondeigenaren ondersteund door professionals die door Defensie worden vergoed. Zo heeft Defensie rentmeesters ingeschakeld voor elk van de betreffende gebieden, die getroffenen kosteloos ondersteunen bij het proces. Onderdeel daarvan kan zijn dat wordt gezocht naar mogelijkheden om verplaatsingsruimte te zoeken en daarvoor ruilgronden aan te kopen.
Defensie vergoedt ook de kosten die verkopers maken als zij liever ondersteund worden door andere adviseurs bij het onteigeningsproces. Defensie hecht aan een goede ondersteuning van getroffen eigenaren. Daarbij biedt een professioneel proces de beste kansen voor een snel proces. 10.2.2
Volledige schadeloosstelling Vanaf het moment dat het ontwerp NPRD vastgesteld is door het kabinet, is voor gronden op de voorkeurslocaties de procedure voor onteigening gestart. Dientengevolge kan het gesprek al in deze eerste fase worden gevoerd op basis van volledige schadeloosstelling. Dit leidt in de meeste gevallen sneller tot een veel ruimer bod vanuit het Rijk dan het geval zou zijn geweest als onteigening later opgestart zou worden, waarbij dan de marktwaarde het uitgangspunt zou zijn. Door onteigening parallel te laten lopen aan de eerste fase van minnelijke verwerving kan dus een waardig perspectief worden geboden aan grondeigenaren. Met deze aanpak wordt invulling gegeven aan de moties Dobbe/Nordkamp 18 en de motie-Heite c.s. 19 over compensatie, en de motie Wijen-Nass 20 over werken met verkorte en transparante procedures bij grondverwerving.
10.2.3
Compensatie van schade veroorzaakt door het NPRD De uitvoering van het NPRD kan voor grondeigenaren, gebruikers en omwonenden financiële gevolgen hebben. Defensie begrijpt dat dit ingrijpend is en zet zich daarom in om betrokkenen zorgvuldig en laagdrempelig te informeren. Het uitgangspunt is dat iedereen die schade lijdt, eerlijk en passend wordt gecompenseerd. Wanneer blijkt dat de schade groter is dan wat normaal maatschappelijk of bedrijfsmatig risico wordt geacht, kan een beroep worden gedaan op nadeelcompensatie. Deze regeling is vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (titel 4.5) en de Omgevingswet (afdeling 15.1). In zulke gevallen zal Defensie, waar mogelijk, rekening houden met persoonlijke omstandigheden en ondersteuning
Zie Kamerstuk 36 592, nr. 33, vergaderjaar 2024-2025, Tweede Kamer. Zie Kamerstuk 36 592, nr. 38, vergaderjaar 2024-2025, Tweede Kamer. 20 Zie Kamerstuk 36 592, nr. 40, vergaderjaar 2024-2025, Tweede Kamer. 18 19
Pagina 95 van 181
Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025
bieden tijdens het proces. Tegelijkertijd is Defensie gebonden aan wet- en regelgeving die de kaders bepaalt voor wat mogelijk is ten aanzien van de nadeelcompensatie. Een voorbeeld hiervan is dat volgens artikel 15.2 van de Omgevingswet immateriële schade niet voor vergoeding in aanmerking komt. Dit geldt ook voor zogenoemde schaduwschade, zoals schade die ontstaat in de periode voorafgaand aan een formeel besluit. Een verzoek daartoe kan echter pas worden ingediend nadat een besluit onherroepelijk en juridisch bindend is voor de betreffende bewoner of het betreffende bedrijf. Het definitieve NPRD is geen schadeveroorzakend besluit. De omgevingsplannen die op het NPRD gaan volgen om eventuele functieverandering te borgen, zijn dat wel. Het doel is om de uitvoering van het NPRD zo transparant en zorgvuldig mogelijk te maken. Defensie streeft er daarom naar dat betrokkenen zich gehoord voelen en weten dat Defensie zich inspant om rechtvaardige oplossingen te bieden binnen de wettelijke kaders. 10.3
Met oog voor andere ruimtelijke belangen Bij de inrichting en uitvoering van dit programma benut Defensie kansen die zich voordoen om bij te dragen aan andere belangen en opgaven. Het kan gaan om kansen voor natuurversterking, kansen om bij te dragen aan een betere waterhuishouding en bodemkwaliteit of kansen voor behoud van erfgoed.
10.4
Met aandacht voor leefbaarheid en de omgeving Defensie is zich ervan bewust dat haar activiteiten impact kunnen hebben op de (lokale) omgeving, waarin mensen wonen, werken en leven. Om een betrouwbare partner, beschermer en "goede buur" te zijn, hecht Defensie aan behoud, waar nodig herstel en zo mogelijk verbetering van de leefbaarheid rond defensielocaties. Om een betrouwbare partner in het gebied te zijn hanteert Defensie spelregels in de aanpak van de realisatie van dit programma, en in de communicatie daarover met lokale betrokkenen, medeoverheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. 1. Balans tussen defensietaken en leefbaarheid Voor Defensie staat het voorbereiden op, en oefenen voor de uitvoering van haar grondwettelijke taken centraal. Het realiseren en uitvoeren van de (nieuwe) defensieactiviteiten voor de gereedstelling van de krijgsmacht moeten gewaarborgd zijn. Tegelijkertijd is er aandacht voor de balans tussen de impact op de leefbaarheid in de omgeving en de defensieactiviteiten. Vanuit het creëren van de optimale randvoorwaarden voor de gereedstelling van Defensie proberen we te zoeken naar kansen bij, en optimalisatie van, ontwikkelingen in en met onze omgeving.
Pagina 96 van 181
Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025
2. Structureel aandacht voor leefbaarheid Leefbaarheid krijgt structureel aandacht binnen de planvorming en realisatie van de defensieactiviteiten. Bij het kijken naar de impact op leefbaarheid staat het zoeken naar houdbare oplossingen in een duurzame verhouding met belanghebbenden centraal. Daarom betrekt Defensie haar omgeving proactief bij de verdere uitwerking van de te realiseren activiteiten, waarbij Defensie inzet op het creëren van een gemeenschappelijk beeld van de opgave met de omgeving, een gedeeld beeld van het proces en een gezamenlijke zoektocht naar waarde voor belanghebbenden. Over bijdragen aan leefbaarheid vindt overleg plaats met de lokale gemeenschap. Waar mogelijk wordt samengewerkt met andere overheden en partijen om initiatieven in de regio te bundelen. Het zoeken naar koppelkansen met de samenleving is in lijn met o.a. de motie Nordkamp c.s. 21 3. Duurzame relatie met de samenleving Een duurzame relatie met de omgeving is essentieel. Defensie deelt gedurende de verdere planvorming relevante en beschikbare informatie op een voor alle betrokkenen begrijpelijke wijze, zodat zij in staat zijn om vragen te stellen en op te komen voor hun eigen belangen. Een snelle en transparante opvolging hiervan is vanzelfsprekend.
Afspraken worden vastgelegd, en kennis wordt geborgd via goede overdrachten tussen het moment van beleidskeuzes, projectrealisatie en het gebruik van defensielocaties. Voor de relevante behoeften zal bij de uitvoering dan ook een passend participatietraject worden opgesteld om actieve samenwerking met bewoners, lokale ondernemingen en onderwijsinstellingen op te zoeken, in lijn met de wens van de Kamer. 22 4. Aanspreekbaar op keuzes Defensie is aanspreekbaar op de keuzes die ze bij de verdere vormgeving van de defensieactiviteiten maakt. Intern wordt het bewustzijn vergroot door medewerkers te betrekken bij het thema leefbaarheid en door omgevingsgericht werken te stimuleren. 5. Heldere, transparante en tijdige communicatie Defensie zorgt ervoor dat communicatie richting belanghebbenden helder, transparant en tijdig is om verwachtingen te managen en eventuele misverstanden te voorkomen. Defensie streeft een open houding na. De dialoog met de omgeving is hierbij tweerichtingsverkeer: luisteren is net zo belangrijk als informeren. 10.5
Binnen kaders van uitvoerbaarheid Het voornemen voor de uitbreiding van het ruimtebeslag dat Defensie in Nederland legt, kent geen gegarandeerde uitkomst. In de praktijk zal het tempo van de realisatie afhangen van factoren die maar ten dele beïnvloed kunnen worden door Defensie, zoals beschikbare stikstofruimte, netcongestie, oplossing van een aantal infrastructurele knelpunten en de financiële kaders.
10.5.1
Stikstofruimte Voor het realiseren van de ambities in het NPRD is stikstofruimte nodig. Stikstofruimte die in Nederland schaars is. Omdat defensielocaties vaak gelegen zijn
21 22
Zie Kamerstuk 36 592, nr. 27, vergaderjaar 2024-2025, Tweede Kamer. Zie Kamerstuk 36 592, nr. 26, vergaderjaar 2024-2025, Tweede Kamer. Pagina 97 van 181
Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025
in of nabij stikstofgevoelige natuur, is het erg onzeker of activiteiten en projecten die zorgen voor extra stikstofdepositie een natuurvergunning (‘omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit’) kunnen krijgen. De stikstofsituatie in Nederland zorgt ervoor dat niet alle onderdelen van het NPRD (direct) uitvoerbaar zijn. Op het onderdeel stikstof zal per deelproject locatiespecifiek moeten worden onderzocht wat de oplossingsmogelijkheden zijn. Te denken valt aan: -
-
-
Intern salderen: waar er op een bestaande locatie voldoende stikstofruimte in de bestaande vergunningen aanwezig is, kunnen de stikstofeffecten van de nieuwe activiteit beoordeeld worden ten opzichte van de reeds toegestane activiteit op die locatie. Door de recente uitspraken van de Raad van State van 18 december (Amercentrale/Rendac) is intern salderen vergunningplichtig. Daarnaast moet de stikstofruimte, die wordt gebruikt om de nieuwe activiteit uit te voeren, additioneel zijn. Dit betekent dat de stikstofruimte niet nodig is voor natuurbehoud- en herstel. Door de vergunningplicht en het additionaliteitsvereiste, zal het op dit moment in de meeste gevallen niet mogelijk zijn een natuurvergunning te krijgen op basis van intern salderen. Extern salderen: het mitigeren van stikstofeffecten met stikstofruimte van een bedrijf dat geheel of gedeeltelijk stopt. Ook voor extern salderen geldt dat additionaliteit moet worden aangetoond. Hierdoor is ook extern salderen een moeilijk toepasbare oplossingsrichting. ADC-toets: indien de stikstofeffecten van een project of activiteit niet kan worden gemitigeerd, zullen compenserende maatregelen moeten worden getroffen om de samenhang van het Natura 2000-gebied in stand te houden. Daarnaast moet worden aangetoond dat er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en dat er geen sprake is van alternatieven.
Ook kunnen een gebiedsgerichte benadering en programmatisch vergunnen nader verkend worden als oplossing. Daarbij kan het hele NPRD als scope worden genomen. Of een gebied, zoals bijvoorbeeld de Veluwe. In een dergelijke aanpak kan een combinatie worden gezocht tussen intern salderen, extern salderen, compensatie en het in kaart brengen van de bijdrage die Defensie kan leveren aan de natuuropgave, door bijvoorbeeld verbeterd natuurbeheer en aanleg van nieuwe natuur(verbindingen). Naast het bovenstaande probeert Defensie via de Wet op de defensiegereedheid en de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel mogelijkheden te vinden om de ambities van het NPRD te realiseren. Het eerder door het kabinet gepresenteerde ‘Startpakket Nederland van het slot’ bevat hiertoe maatregelen. 10.5.2
Netcongestie De uitvoering van het NPRD kan vertraging oplopen door de netcongestieproblematiek, in verband met het niet tijdig beschikbaar komen van (schaarse) netcapaciteit. Om mogelijke problemen te voorkomen zal Defensie in een vroegtijdig stadium van de planvorming afstemming zoeken met de relevante netbeheerder.
10.5.3
Aanpak infrastructurele knelpunten Een aantal NPRD-behoeften vraagt om aanpak van infrastructurele knelpunten. Het betreft dan bijvoorbeeld de ontsluiting van locaties of, omdat Defensie nieuwe activiteiten gaat ontplooien, waardoor de drukte op het wegennet verder kan toenemen. Bij het Nota-Overleg Defensie is een motie aangenomen die de regering Pagina 98 van 181
Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025
verzoekt om de infrastructurele aanpassingen, die noodzakelijk zijn als gevolg van de uitvoering van het NPRD, als prioritair te beschouwen en deze ook zo spoedig mogelijk te realiseren. 23 In een Kamerbrief over infrastructuurinvesteringen is opgenomen dat de ministeries van Defensie en IenW bezien waar deze opgaven al een plek hebben of kunnen krijgen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Daar waar de MIRT-systematiek niet passend is, zal gezamenlijk worden gekeken naar de mogelijkheden voor tijdige ingebruikname van benodigde infrastructuur gelet op de noodzakelijke versterking van de krijgsmacht. 24 Per traject moet nog worden besloten over de benodigde financiering en dekking, conform de regels van de budgetdiscipline. 10.5.4
Financiële kaders De kosten voor de ruimtebehoeften die voortvloeien uit het NPRD (zoals grond- en objectverwerving, vergunning- en wetgevingstrajecten) zijn reeds ingepast in de begroting 2025 van Defensie. Daarnaast zijn de financiële consequenties van de volledige onderliggende vastgoedbehoeften in de periode 2026-2040 op basis van de definitieve locatiekeuzes in kaart gebracht. De hiervoor benodigde geraamde 8,2 mrd euro worden bij de eerste suppletoire begroting van 2026 ingepast in de begroting van Defensie. Er worden geen onomkeerbare stappen gezet voor de vastgoedbehoeften, totdat de Kamer deze begroting heeft goedgekeurd. De Kamer zal jaarlijks via de Stand van Defensie worden geïnformeerd over de voortgang van de NPRD-projecten en bij eerste suppletoire begroting van 2026 over de budgettaire inpassing.
23 24
Zie Kamerstuk 36 592, nr. 30, vergaderjaar 2024-2025, Tweede Kamer. Zie Kamerstuk 29 435, nr. 270, vergaderjaar 2024-2025, Tweede Kamer. Pagina 99 van 181
Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025
11
Detailkaarten definitief aangewezen locaties en ontwerpvoorkeursalternatieven
Een deel van de definitief aangewezen locaties en de ontwerpvoorkeursalternatieven leidt tot nieuw direct en/of indirect ruimtegebruik. Voor die behoeftes waar dit van toepassing is, zijn in dit hoofdstuk detailkaarten opgenomen ter verduidelijking van hoe het ruimtebeslag er uit zal zien. 11.1
Definitieve locaties bovenregionale behoeften
11.1.1
I. Versterken en concentreren ondersteunende eenheden Definitief aangewezen locatie Zeewolde-Spiekweg, gemeente Zeewolde, Flevoland:
Pagina 100 van 181