CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-239 Definitieve versie - PO037778-2489 Rapport Onderzoek Nieuwkomers in Goes - gemeente Goes

Besluitvormende raad 20 november 2025, gemeente GoesBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen27.296 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

| 20 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Tabel 3 Onderwijsaanbod Scalda

Leerroute23

Groepsgrootte24

Onderwijs

Onderwijsroute

16 statushouders

Eerste maanden minimaal 17 uur per week les in de Nederlandse taal. Aandacht voor: ● digitale vaardigheden ● rekenen ● studievaardigheden ● deficiënte vakken25

B1-route

eerste fase 12 statushouders, tweede fase 16 statushouders

Eerste maanden minimaal 17 uur per week les in de Nederlandse taal. Aandacht voor: ● digitale vaardigheden ● rekenen ● studievaardigheden ● beroepenoriëntatie ● vaktaal ● vakleer26

Z-route

16 statushouders

Eerste maanden minimaal 12 uur per week les in de Nederlandse taal. Verdere aandacht aan digitale vaardigheden en rekenen.27

BOL of BBL niveau 1

Begeleiding door VluchtelingenWerk Naast het bovenstaande (onderwijs)inburgeringsaanbod wordt in de gemeente Goes ook begeleiding geboden aan de groep statushouders door VluchtelingenWerk. Het doel van de dienstverlening is toenemende zelfredzaamheid en participeren in de maatschappij van statushouders. Deze begeleiding bestaat uit drie verschillende soorten dienstverlening: ● Basisdienstverlening: spreekuren voor doelgroep, juridische begeleiding doelgroep, informatiepunt professionals, professionele begeleiding jongeren, inzet ondersteuning en begeleiding taalmaatjes. ● Maatschappelijke begeleiding: begeleiding gericht op integratie in de Nederlandse samenleving, gericht op zeven leefgebieden (Wonen, Kinderen, Financiën, Sociaal netwerk, Maatschappelijke participatie, Zorg/gezondheid en Huiselijke relaties). Hieronder valt ook de begeleiding bij de overgang van de centrale opvang naar woonruimte. Dit bestaat voornamelijk uit het begeleiden van de statushouder richting contacten met instanties, organisaties en personen en het opstarten van zaken in het geval van aanwezige kinderen (kindgebonden budget, kinderbijslag, scholen, afspraken bij consultatiebureau, vaccinaties, Stichting Leergeld). ● Aanvullende dienstverlening: ouderschapsondersteuning en hulp bij het opvoeden, participatieverklaringstraject, coaching van uitkering naar werk inclusief nazorg.

Scalda verzorgt ook voorbereiding op een hbo-niveau. Maximaal aantal deelnemers volgens Scalda. 25 Vakken die benodigd zijn om bepaalde studies binnen te komen (met name biomedische en technische studies). 26 Er wordt binnen alle leerroutes aandacht besteed aan participatieverklaring, sociaal emotioneel leren, burgerschap, positie van de vrouw, normen en waarden, KNM, budgettering en cultuur sensitieve trajecten. 27 800 participatie is onderdeel van de Z-route en wordt vormgegeven door SMWO en GR de Betho. 23 24

| 21 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

MindFit De training MindFit, aangeboden door VluchtelingenWerk, is ook voor deze doelgroep beschikbaar (zie paragraaf 3.2). Deze doelgroep heeft vaak veel meegemaakt en baat bij psychologische ondersteuning. Deze training richt zich voornamelijk op het bieden van handvatten zodat vluchtelingen op eigen kracht in de toekomst problemen kunnen overwinnen. Het is nadrukkelijk geen vervanging van GGZ of professionele begeleiding maar wel een onderdeel van het aanbod vanuit VluchtelingenWerk. Stichting Maatschappelijk Werk en Welzijn Oosterschelderegio (SMWO) Statushouders krijgen na circa twee jaar geholpen te zijn door VluchtelingenWerk de mogelijkheid om gebruik te maken van SMWO voor maatschappelijk werk of sociaal juridische dienstverlening. De belangrijkste lokale instantie waar statushouders dan terechtkunnen is SMWO. Zij hebben een welzijnswerker die zich speciaal richt op migranten. Deze welzijnswerker is zichtbaar in de wijk en onderhoudt contacten met de doelgroep. Ook faciliteert deze welzijnswerker de ontmoeting tussen statushouders en Nederlanders, bijvoorbeeld door het organiseren van wijkfeesten en multiculturele avonden. Informeel aanbod (Digi)Taalhuis Het formele aanbod van het (Digi)Taalhuis (gefinancierd vanuit WEB-middelen) is niet van toepassing voor inburgeringsplichtigen. Wel mogen statushouders gebruikmaken van het informele aanbod.

Uitdagingen bij inburgering Statushouders die geïnterviewd zijn voor dit onderzoek lopen tegen veel uitdagingen aan binnen de gemeente Goes. Een gedeelde ervaring voor deze groep is dat ze lang moeten wachten op vervolgstappen en veel onduidelijkheid ervaren. Dit komt nadrukkelijk naar voren bij de plicht die ze hebben om in te burgeren en de activiteiten die daarmee gemoeid zijn. De gemeentelijke inburgering in de gemeente Goes start wanneer men een woning krijgt toegekend van de gemeente (Divosa noemt dit scenario 328). Door de langere wachttijd voor een woning, valt er een gat voor de statushouder na het afronden van de voorinburgering. Zo geeft een statushouder aan al tien maanden te wachten op een woning (en dus inburgering), een ander geeft aan al zes maanden te wachten en een derde geeft aan vijf maanden te wachten op toekenning van een huis. Geen van de geïnterviewde statushouders heeft binnen de daarvoor gestelde periode (veertien weken, zie paragraaf huisvesting) een woning toegewezen gekregen. Tel daar de tijd van het IND-proces bij op - waar de gemeente weliswaar geen invloed op heeft maar nieuwkomers wel op moet wachten - en de tijdsperiode waarbinnen statushouders niets tot weinig kunnen doen is lang: een geïnterviewde geeft aan al twee jaar in Nederland te zijn en niets anders te kunnen doen dan wachten.

Een aantal van de geïnterviewde statushouders heeft inmiddels wel een huis toegekend gekregen, een aantal verblijft ondanks hun status nog bij het COA of in de COA-opvanglocatie Goes. Hier is, behalve een informatiebalie, geen aanbod voor de statushouders. Dat zij wel een status hebben ontvangen maar desalniettemin lang moeten wachten op de start van de inburgering ervaren de nieuwkomers als frustrerend. Ze willen graag inburgeren en met name de taal leren, maar voelen zich tegengehouden. https://www.divosa.nl/publicaties/scenarios-warme-overdracht-van-coa-naar-gemeente/ handreiking-scenarios-warme-7-1 28

| 22 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Er lijkt bij de geïnterviewde statushouders weinig kennis aanwezig ten aanzien van dan wel activiteit op de (mogelijke) vrijwillige inburgering die al in het COA kan starten. Dit lange wachten wordt verder versterkt door lange wachtlijsten bij Scalda. Hier zijn op het moment van interviewen maar twee instroommomenten per jaar voor de B1-route, waardoor veel statushouders ook na het krijgen van een woning en het mogen starten met de inburgering alsnog meerdere maanden moeten wachten op het starten van hun inburgering. Het is hierbij belangrijk te noteren dat er vanaf het schooljaar 2024-2025 vier instroommomenten zullen zijn, waardoor deze lange wachtlijsten naar verwachting zullen afnemen. Zoals eerder in dit rapport omschreven ervaren statushouders deze wachtperiodes als frustrerend en onduidelijk. In alle interviews waar dit onderwerp besproken is, geven respondenten (zowel professionals als de doelgroep zelf) aan dat het eerder starten met inburgering als een van de meest directe verbeteringen van het inburgeringstraject in Goes wordt gezien. Statushouders geven aan dat het zou helpen met zinvolle dagbesteding, professionals geven aan te verwachten dat inburgering efficiënter zou zijn. Wel zijn er vanuit die laatste groep (professionals) zorgen over de personele bezetting omtrent inburgering en de haalbaarheid van dit voorstel om eerder te starten met inburgering.

Dit alles resulteert voor veel statushouders in onduidelijkheid omtrent de te nemen stappen en hun toekomstperspectief. Het is met name voor statushouders die nog aan het wachten zijn op de start van de inburgering erg onduidelijk welke stappen er gezet moeten worden, waar die van afhangen en wat ze zelf kunnen doen. Zij hebben door de nog niet gestarte inburgering nog weinig contact met begeleiders en GR de Bevelanden. Daarnaast geven verschillende statushouders aan dat het bij vragen moeilijk is om een afspraak te krijgen met een ambtenaar van de gemeente, dat vragen niet tijdig beantwoord worden en dat ze ervaren dat ze van het kastje naar de muur gestuurd worden. Eén van de statushouders geeft daarbij heel expliciet aan, waar de rest van de voor dit onderzoek geïnterviewde statushouders mee instemmen, dat hij zich realiseert dat hij zelf in actie moet komen en initiatief moet nemen. Hij wil niet zijn hand ophouden en wachten tot mensen hem komen helpen. De nuance is dat hij aangeeft wel degelijk zelf in actie te komen, maar dan of geen reactie krijgt of heel erg lang moet wachten. De statushouders die al wel gestart zijn met inburgering zijn blij dat ze kunnen starten maar zien ruimte voor verbetering waar het gaat om de inhoud van de inburgering.

De geïnterviewde statushouders geven aan dat acht uur lang taalles erg intensief is, en dat de retentie van opgedane kennis daardoor laag is. Ze geven aan graag, als onderdeel van hun inburgering, Nederlanders te ontmoeten om op die manier de taal te leren (“alleen lezen over de taal is niet genoeg, je leert de taal door contact te hebben met mensen”) en meer informatie op te doen over de culturele normen en waarden in Nederland. Tot slot lijkt er ook sterke verbetering mogelijk waar het gaat om de rechten, plichten en inrichting van het Nederlandse systeem. De geïnterviewde statushouders geven bijvoorbeeld aan geen informatie te hebben omtrent het zorgsysteem, verzekeringen, en ook zaken als verkeersregels. Ze geven aan dat specifieke voor hen geldende vragen ook moeilijk te beantwoorden zijn door professionals die ze treffen in de inburgering, ze worden vaak doorverwezen.

| 23 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Een statushouder omschrijft het als: "De inburgering is op papier goed geregeld en de drie routes zijn duidelijk. Maar als ik dan vragen heb over mijn situatie weten ze het niet, in de praktijk loopt het vast.” Een andere uitdaging die zich bij deze doelgroep voordoet door de late start van de inburgering (bij verhuizing naar een woning), is dat de statushouders op het moment dat zij een woning kunnen betrekken, vaak nog weinig tot geen uitleg en informatie gehad hebben over de Nederlandse samenleving en normen en waarden, omdat hun inburgering nog niet is begonnen. VluchtelingenWerk is met name verantwoordelijk voor de begeleiding van statushouders bij deze overgang naar de nieuwe woning en alles wat daarbij komt kijken. Echter, uit verschillende verhalen blijkt dat hun begeleiding zich voornamelijk richt op de praktische aspecten en minder op de culturele aspecten. Zo geeft iemand van de woningcorporatie aan: “Er zijn veel dingen die statushouders niet snappen, zoals hoe je met buren omgaat, hoe je contact legt en hoe je praktische zaken rondom een huis kan regelen. Het zou mooi zijn als VluchtelingenWerk hen voordat ze in het huis komen goed begeleidt en hier wat actiever in is, maar ze zijn onderbezet. Nu hebben we vaak situaties waar mensen niet weten dat je niet om 3 uur ‘s nachts hard moet telefoneren of binnen niet mag barbecueën.

Maar het is ook belangrijk dat de buurt goed geïnformeerd wordt over wie er in het huis komt, ook dat zien we nu niet gebeuren. Hierdoor heb ik het draagvlak in de wijk voor statushouders de afgelopen jaren echt zien afnemen.” De welzijnsmedewerker van SMWO geeft aan: “Ik denk dat het heel belangrijk is om meer in te zetten op een training normen en waarden. Dat wordt nu onvoldoende gedaan en is van groot belang voor de inburgering.” Ook de welzijnswerker van SMWO gericht op deze doelgroep ziet kansen bij de culturele begeleiding van statushouders. Deze welzijnsmedewerker ziet hier op verschillende gebieden kansen, zoals het verwelkomen van statushouders in de gemeente, het faciliteren van de ontmoetingen tussen statushouders en de Nederlandse bevolking en het faciliteren van het welkom heten in de wijk. “Vroeger belde iemand van de gemeente aan bij de buren en stelde hij de nieuwe bewoners voor. Dat hielp echt, de eerste stap van integratie is sociaal contact. Dat gebeurt nu niet meer. Zo heb je in Utrecht een mooi project: welkom in Utrecht.29 Iemand komt dan langs en vertelt: waar is het wijkcentrum, waar is de huisarts, dat soort dingen.” Deze welzijnsmedewerker geeft aan af en toe ook wijkfeesten en multiculturele avonden te organiseren om onderling contact te bevorderen en dat deze avonden vaak zeer succesvol zijn.

Tot slot geven statushouders zelf en ook enkele professionals aan dat zinvol werk een belangrijk onderdeel kan zijn van inburgering. Zo geeft een van de statushouders aan dat hij heel graag werk zou willen doen, niet eens voor het geld, maar om een zinvolle bijdrage te leveren aan de Nederlandse maatschappij en om zijn taal te verbeteren. Graag zou hij bijvoorbeeld met ouderen werken, of kinderen, ook op vrijwillige basis geeft hij aan meer dan bereid te zijn om aan het werk te gaan. “Ik heb er niet voor gekozen om te vluchten (ik moest wel), maar ik wil ervoor kiezen om een actieve bewoner te zijn", aldus een van de geïnterviewde statushouders. De geïnterviewde statushouders geven ook aan dat dit helpt bij

29

https://welkominutrecht.nu/over-ons-contact/

| 24 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

het beeld dat Nederlanders hebben bij statushouders; zodra ze bijdragen en een actieve rol krijgen, zal er mogelijk meer acceptatie ontstaan. Resumerend zijn er aanzienlijke uitdagingen voor statushouders waarbij de gemeente Goes een belangrijke rol speelt en/of verantwoordelijkheid draagt. Met name waar het gaat om huisvesting, inburgering en informatievoorziening lijken de uitdagingen urgent. Voor deze thema’s is de gemeente (mede) verantwoordelijk en is er ruimte voor verbetering.

3.1.3 AMV statushouders "Het zou juist mooi zijn wanneer deze groep connectie kan maken met plaatselijke jeugd, door middel van bijvoorbeeld sportverenigingen. Ze geven zelf ook aan dat ze andere mensen willen ontmoeten en graag naar school willen.” Wie zijn het en huidige situatie Een belangrijke subgroep binnen de groep statushouders zijn alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV’ers) met een status. Dit zijn jongeren onder de 18 jaar die alleen of samen met andere kinderen of 'vreemde' volwassenen naar Nederland zijn gekomen, asiel aangevraagd hebben, en een status toegekend hebben gekregen. Zij krijgen tot hun 18e een voogd via Nidos. Deze groep valt nadrukkelijk onder de verantwoordelijkheid van Nidos. Deze paragraaf heeft betrekking op AMV’ers met status. Deze jongeren vallen onder de verantwoordelijkheid van organisatie Nidos. Voor opvang en begeleiding sluit Nidos contracten af met lokale zorgaanbieders. Er zijn echter ook AMV’ers zonder status (AMV asielzoekers). Deze groep wordt besproken in paragraaf 3.1.6. Paragraaf 3.1.3 heeft betrekking op AMV’ers met verblijfstatus. Voor de complete groep AMV’ers, ook diegenen zonder status, zijn de volgende eigenschappen van belang: ● Ze krijgen via het Nidos een voogd tot ze 18 jaar zijn of weggaan uit Nederland. ● AMV’ers jonger dan 15 jaar worden opgevangen in pleeggezinnen onder verantwoordelijkheid van Nidos.

○ Als hier geen plek meer is, verblijven zij in een opvanglocatie van het COA die hier speciaal voor is ingericht. ● AMV'ers gaan vanaf 15 jaar naar een procesopvanglocatie voor AMV’ers. Rechts wordt een stroomschema weergegeven waar de beslismomenten en consequenties grafisch weergegeven worden.

| 25 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Hoeveel zijn het er? In totaal huisvest de gemeente Goes 24 jongeren (15 tot 21 jaar) met een verblijfsvergunning (sinds november 2023). Deze jonge statushouders tellen mee voor de taakstelling en krijgen bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar de keuze of ze zelfstandig willen gaan wonen in de gemeente Goes of willen verlengen bij de huidige door Nidos georganiseerde opvang. Wettelijke verplichtingen en rol gemeente AMV-statushouders vallen onder de verantwoordelijkheid van Nidos. Desalniettemin zijn er taakgebieden voor deze doelgroep die raken aan de activiteiten van de gemeente Goes. Er moet samengewerkt worden om goede opvang en begeleiding voor deze groep (en de jonge statushouder tussen 18-21 jaar die gekozen heeft voor verlengde opvang) te organiseren. Er zijn verschillen tussen de wettelijke verplichtingen (en waar deze belegd zijn) voor AMVstatushouders en andere statushouders. AMV'ers hebben in Nederland recht op onderdak, onderwijs, gezondheidszorg en begeleiding. Waar het gaat om onderdak treedt Nidos in contact met (jeugd)zorgaanbieders waar de AMV’ers kunnen wonen en door begeleid kunnen worden. Deze aanbieder treedt vervolgens weer in contact met gemeenten waar het gaat om het aanwijzen of vinden van een geschikte woning. De actuele situatie omtrent huisvesting van AMV’ers is hieronder te lezen (kopje huisvesting).

Waar het gaat om onderwijs zijn AMV’ers onder de 16 jaar leerplichtig en moeten dus een opleiding volgen. Voor AMV’ers vanaf 16 jaar geldt dat zij leerplichtig (en dus niet inburgeringsplichtig) zijn als ze nog niet over een startkwalificatie beschikken (mbo 2- diploma, havo- of vwo-diploma). Zie ook onderstaande tekst over onderwijs (aanbod, onderwijs). De gemeente Goes is verantwoordelijk voor de onderwijshuisvesting. De verantwoordelijkheid voor het onderwijsprogramma ligt bij het onderwijs, met name de Internationale Schakelklas en Scalda. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van voorzieningen in het kader van de Jeugdwet. De voorzieningen van de Jeugdwet zijn beschikbaar voor alle in Nederland verblijvende minderjarigen. Huisvesting AMV’ers worden zo veel mogelijk kleinschalig binnen gemeenten opgevangen. Zo ook binnen de gemeente Goes. Voor huisvesting zijn AMV’ers onder te verdelen in twee categorieën: 1. Statushouders tot en met 14 jaar blijven in een opvanggezin wonen (dit organiseert Nidos). 2. Asielzoekers tussen de 15 en 18 jaar die een verblijfsvergunning krijgen, verhuizen vanuit de COA-procesopvanglocatie naar een kleinschalige opvangplek van Nidos binnen een gemeente. Daar kunnen nieuwkomers in deze leeftijdsgroepen beschermd en begeleid wonen. Zij tellen gelijk mee met de gemeentelijke taakstelling.

Nadat zij 18 jaar worden, zullen zij evenals de andere statushouders gekoppeld worden aan een gemeente waar ze gaan wonen. Hierbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de nieuwe locatie: deze is in de omgeving waar zij inmiddels gewend zijn. Sinds januari 2023 is verlengde opvang in deze kleinschalige opvangplek tot 21 jaar mogelijk.

| 26 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

De 24 jonge statushouders in de gemeente Goes zijn verdeeld over drie kleine wooneenheden (waarvan één in een eengezinswoning) van vier jongeren (met 7 uur begeleiding per jongere per week) en een kinderwoongroep van twaalf jongeren (met 24x7 uur begeleiding). Aanbod Onderwijs Waar het gaat om dagbesteding voor de jonge statushouders is met name het onderwijsaanbod relevant. De AMV-begeleiders, gesproken in het kader van dit onderzoek, gaven aan dat de AMV’ers (die sinds november 2023 in de gemeente zijn) tot dan toe (28 maart 2024) nog geen scholing konden volgen. Inmiddels is de scholing van deze AMV’ers gestart. Zij gaan voor onderwijs voornamelijk naar de tijdelijke nieuwkomersvoorziening (TNV) of in sommige gevallen ook naar de Internationale Schakelklas (ISK) in Middelburg30 of Scalda. A&M Zorg Begeleiding voor deze doelgroep wordt geleverd door A&M Zorg. Zij zijn hiervoor ingehuurd door het Nidos en hebben waar nodig contact met de gemeente Goes. Uitdagingen bij inburgering Gezien de leeftijd van deze groep nieuwkomers is er in het kader van dit onderzoek gesproken met begeleiders van deze jonge statushouders, niet met de jongeren zelf. Er spelen volgens hen twee belangrijke uitdagingen binnen deze groep: 1. Allereerst is er een dringende noodzaak voor zinvolle dagbesteding voor deze groep.

Zowel de begeleiders als de jongeren zelf (aldus de begeleiders) geven aan dat ze graag en zo snel mogelijk naar school willen. Naar school gaan resulteert in meer cognitieve ontwikkeling en uitdaging, het ontmoeten van andere jongeren in de gemeente en een zinvolle dagbesteding. Ook merken de begeleiders dat het voor deze groep statushouders in het bijzonder een uitdaging is om een zinvol dagritme te vinden, in de ervaring van deze begeleiders draaien de jongeren hun dag-en nachtritme om als er over een langere periode geen onderwijs genoten kan worden.31 Dit resulteert vervolgens (mogelijk) weer in meer overlast bij hun omgeving en ook onderling wat vervolgens weer kan resulteren in meer incidenten. Er worden pogingen gedaan door de begeleiding om te komen tot een zinvolle dagbesteding, zo zijn er mogelijkheden voor een sportabonnement en worden laptops met schoolsoftware (Squla) beschikbaar gesteld. Echter, geven de begeleiders aan, is dit niet voldoende en geen vervanging voor het volgen van onderwijs. Opmerkelijk is dat de AMV’ers zelf aangeven in Tilburg (waar een aantal eerst opgevangen werd) wel onderwijs gevolgd te hebben, en nu weer stil komen te zitten nu ze in Goes zijn gearriveerd. De scholing is voor deze doelgroep inmiddels van start gegaan.

Wel wordt in de gesprekken aangegeven dat het bij eventuele toekomstige groepen AMV’ers belangrijk is dat de wachttijd tot de start van de scholing verkort wordt. Ook Oekraïens ontheemden in deze leeftijd maken gebruik van de ISK. Bekend is dat langdurige stress in de jeugdjaren invloed heeft op de hersenontwikkeling en op de manier waarop jeugdigen hun omgeving ervaren. Mensen met trauma’s interpreteren gedrag van anderen eerder als negatief. Voor jonge mensen die door hun vlucht alles zijn kwijtgeraakt, zou de oude drie-eenheid ‘rust, regelmaat en reinheid’ de basis moeten zijn. De woonomstandigheden en het onderwijs kunnen daar aan bijdragen, zie voor meer achtergrond: https://www.lowan.nl/wp-content/uploads/2024/01/Zorg-voor-amvs-op-de-ISK-2024-01.pdf 30 31

| 27 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Belangrijke nuance bij bovenstaande bevindingen: de formele verantwoordelijkheid voor een zinvolle dagbesteding van AMV-statushouders ligt niet bij de gemeente Goes maar bij A&M Zorg die via Nidos aangesteld is. De gemeente kan wel invloed uitoefenen op bovenstaande. 2. Een tweede belangrijke uitdaging is het gebrek aan toegang tot zorg, met name waar het gaat om een huisarts en/of tandarts. Deze vormen van zorg zijn slecht bereikbaar voor deze groep. Er kwam bij aankomst van deze groep opeens een groep van 40 jongeren binnen de regio die op zoek waren naar een huisarts en met de huidige huisartstekorten in Zeeland, is er geen huisarts die dit kan opvangen. Ditzelfde geldt voor tandartszorg, waarvoor ze nu uitwijken naar Bergen op Zoom. Beide vormen van zorg zijn van groot belang voor deze groep. De begeleiders geven aan dat deze jonge groep nieuwkomers vaak een heftige reis hiernaartoe heeft gemaakt. Naar aanleiding daarvan is er sterke vraag naar geestelijke begeleiding maar daarvoor is een doorverwijzing van de huisarts nodig. Ook is gebitszorg een belangrijk aandachtspunt, lang niet alle AMV’ers poetsen regelmatig hun tanden waardoor gezondheids- en/of hygiëneproblemen ontstaan. Belangrijke nuance bij bovenstaande bevindingen: de formele verantwoordelijkheid voor toegang tot zorg van AMV-statushouders ligt niet bij de gemeente Goes maar bij de zorgverzekeraar.

De gemeente kan wel invloed uitoefenen op bovenstaande. De begeleiders geven nadrukkelijk aan dat ze zien dat de gemeente Goes wil meewerken en haar best doet. Echter geven ze ook aan dat het gemiddeld lang duurt voordat er contact is tussen hen en de gemeente, dat er ruimte voor verbetering op bovenstaande punten is en dat de gemeente daarbij een rol zou kunnen spelen. Omdat de organisatie die gemoeid is met de opvang van AMV’ers in meerdere regio’s actief is, zijn er concrete initiatieven genoemd die elders goed werken. Dit zijn: ● Actievere rol van taalcafé in de gemeente waar deze groep Nederlanders ontmoet en werkt aan hun taal. Buddy to Buddy-programma waarbij AMV’ers Buddy to Buddy32 gekoppeld worden aan Nederlandse Organisatie actief in Gelderse gemeenten die nieuwkomers aan inwoners koppelen. leerlingen/studenten. Een traject duurt vier maanden en begint ● Directe toegang tot scholing. met matching gevolgd door wekelijkse ● Organiseren van sportactiviteiten waar gezamenlijke activiteiten. Buddy to Buddy categorieën nieuwkomers elkaar treffen, organiseert ook varianten gericht op waarbij ook lidmaatschap bij jongeren/studenten. sportverenigingen tegen een sterk gereduceerd tarief mogelijk is voor deze groep. Twee nuanceringen van bovenstaande zijn van belang voor dit onderzoek.

Allereerst is directe toegang tot scholing niet de formele verantwoordelijkheid van de gemeente Goes. Ten tweede bestaat een aantal van de aangedragen verbeterpunten al, zoals het sporten tegen een gereduceerd tarief. 32

buddytobuddy.nl

| 28 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Van AMV-statushouder naar statushouder: overgangsperiode33 Nadat de AMV-statushouders 18 jaar worden, wordt de gemeente verantwoordelijk voor vervolghuisvesting. Wel kunnen de AMV’ers instromen in de verlengde opvang van Nidos tot maximaal 21 jaar. Dit betekent dat zij ook na hun achttiende verjaardag kunnen blijven wonen in de kleinschalige opvang en begeleiding kunnen blijven ontvangen. Het doel van de verlengde opvang is om zo de zelfredzaamheid en integratie van de jongeren verder te bevorderen.

3.1.4 Arbeidsmigranten “Omdat ik thuis geen doorgroeimogelijkheden had, besloot ik naar Nederland te gaan voor een half jaar. Na twee weken heb ik al besloten: ik wil blijven. Nederland is nu mijn thuis.” “Arbeidsmigranten komen initieel bij ons (uitzendbureau) met drie vragen: waar ga ik werken, wat ga ik verdienen, waar ga ik wonen? Maar zodra ze hier zijn, ontstaan er echter veel meer vragen.” Wie zijn het en huidige situatie Arbeid is een belangrijke reden voor nieuwkomers om naar Nederland te komen. In 2021 was arbeid de meest voorkomende reden voor immigranten uit de EU/EFTA (ruim 38.000). Voor immigranten uit niet-EU/EFTA was het de op drie na meest voorkomende reden om naar Nederland te komen (ruim 18.000). Arbeidsmigranten zijn personen die tijdelijk in Nederland komen werken. In tegenstelling tot kennismigranten, doen zij laag of ongeschoold werk in sectoren als de tuinbouw-, distributie- of bouwsector. Zij komen vaak uit EU-landen, zoals Roemenië, Polen, Italië, Portugal en Bulgarije. Zij worden vaak naar Nederland gehaald door uitzendbureaus of werkgevers in deze sectoren. Deze doelgroep beheerst de Nederlandse taal vaak niet of nauwelijks. Ze hebben vaak weinig contact met Nederlanders en daarom ook weinig mogelijkheden om de Nederlandse taal actief te gebruiken.

Hoeveel zijn het er? Geschat wordt dat 7,28% van de beroepsbevolking in Zeeland van buitenlandse afkomst is (ongeveer 93.000 internationals), waarvan 80% arbeidsmigrant is.34 Zij zijn echter niet allemaal geregistreerd, de aantallen hier genoemd zijn dan ook een eerste inschatting. In 2022 waren er 15.650 geregistreerde internationale werknemers in Zeeland (23,5% kenniswerkers en 11.980 (76,5%) arbeidsmigranten). In Goes waren er in 2022 (meest recente cijfers) 1.015 geregistreerde arbeidsmigranten.35 Het is een groep nieuwkomers waarbij het een uitdaging is om de precieze aantallen vast te stellen. Wettelijke verplichting en rol gemeente Arbeidsmigranten mogen in Nederland verblijven omdat zij een verblijfsrecht via de EU hebben (vrij verkeer van werknemers en diensten is op hen van toepassing). Zij hebben dan ook geen inburgeringsplicht. Zij hebben de volgende rechten: ● Recht om werk te zoeken en te werken. ● Recht van verblijf (inschrijven als migrerende werknemer). ● Recht van gezinsleden. Zie ook: https://vng.nl/sites/default/files/2023-01/Overgang-bij-amvs-met-verblijfsvergunning-die-18-jaarworden-20221206.pdf 34 Collegevoorstel Expat Center gemeente Goes (Z22.121233 / D22.929717). 35 Monitor Internationals 2010-2022 Regiorapportage Zeeland. 33

| 29 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Over het algemeen heeft deze doelgroep weinig kennis van wet- en regelgeving, voorzieningen en ontwikkelingsmogelijkheden. Arbeidsmigranten die langer dan vier maanden in Nederland verblijven (of dit van plan zijn) moeten zich inschrijven bij de gemeente in het BRP. Arbeidsmigranten die korter dan vier maanden in Nederland verblijven kunnen zich inschrijven in de Registratie Niet-ingezetenen (RNI). Deze registratie blijkt in de praktijk lastig: arbeidsmigranten zijn vaak niet of slecht geïnformeerd over hun registratieplicht (spreken taal niet en leven geïsoleerd van Nederlandse samenleving) en lang niet alle uitzendbureaus en werkgevers zetten zich actief voor hen in. De gemeente Goes probeert zich hier actief voor in te zetten. Zij nodigen uitzendbureaus die ook huisvesten uit voor een kennismakingsgesprek en leggen hierbij wet- en regelgeving rondom in- en uitschrijving uit. Ook vorderen ze elke vier maanden bewonerslijsten bij bekende panden met arbeidsmigranten om te checken of iedereen ingeschreven is. De schatting is dat ongeveer 75% van arbeidsmigranten ingeschreven is. Huisvesting Arbeidsmigranten worden op verschillende manieren in Nederland gehuisvest. Er zijn hierbij verschillende partijen betrokken (gemeenten, provincies, overheid, werkgevers), die elk hun eigen rol hebben.

De gemeente is het overheidsorgaan dat direct en als eerste te maken heeft met de huisvesting van arbeidsmigranten. De gemeente heeft grote beleidsvrijheid in het opstellen van gemeentelijk beleid voor huisvesting van arbeidsmigranten. In hun beleidskaders kunnen zij bepalen waar, wanneer en hoe arbeidsmigranten worden gehuisvest. Daarnaast kunnen zij randvoorwaarden waaraan de huisvesting moet voldoen opstellen. Indien nodig kunnen zij handhavend optreden.36 In de interviews met medewerkers van de gemeente Goes komt naar voren dat zij vinden dat de huisvesting van arbeidsmigranten in de gemeente nog onvoldoende van de grond komt. Het overgrote deel van de arbeidsmigranten wordt gehuisvest door uitzendorganisaties. Medewerkers van de gemeente Goes geven aan hier onvoldoende controle op te hebben. Medewerkers van de gemeente zien dat kleinere ondernemers die graag personeel uit het buitenland willen halen behoefte hebben aan kleinschalige huisvesting. De gemeente zou graag voorzien in huisvesting, bij voorkeur niet in reguliere woningen,37 maar op het moment lukt het niet om dat goed te regelen. Hierdoor ontstaan er mogelijk meer uitdagingen waar het gaat om overlast, onrust en noodzaak voor toezicht.

Het door uitzendorganisaties huisvesten van arbeidsmigranten brengt ook mogelijke additionele uitdagingen met zich mee: wanneer een arbeidsmigrant niet alleen van werk maar ook van onderdak afhankelijk is van een uitzendorganisatie ontstaat er een (mogelijk te) sterke afhankelijkheid. Bij verlies van werk komt dan, bijvoorbeeld, niet alleen werk maar ook onderdak in gedrang. Daar waar de gemiddelde arbeidsmigrant niet altijd goed op de hoogte is van zijn of haar wettelijke rechten, ontstaan daar mogelijk onwenselijke situaties38. Waar het gaat om huisvesting geven arbeidsmigranten aan dat het vooral lang duurt voor ze van hun eerste woning in Nederland (doorgaans georganiseerd via werkgever) naar een tweede (eigen) woning kunnen gaan. Het vinden van een woning maar ook het verkrijgen van een hypotheek is een uitdaging voor deze groep nieuwkomers. Handreiking huisvesting arbeidsmigranten, 2021. Evaluatie Regionale afspraken huisvesting arbeidsmigranten regio De Bevelanden. 38 Zie bijvoorbeeld: Ministerie SZW (2023). Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023. 36 37

| 30 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Voor werkgevers is met name huisvesting een grote uitdaging. Beide werkgevers geven aan dat er veel vraag is naar arbeidskrachten en dat ze waar mogelijk meer zouden kunnen uitzenden, maar dat het huisvesten een grote uitdaging is. Met het beheren van eigen woningen, huren van bungalows en huren van plaatsen op campings, doen ze er alles aan om mensen te huisvesten. Ze geven daarbij aan de uitdagingen van de gemeente ook te zien, graag in gesprek te willen aangaande bijvoorbeeld vergunningverlening, en graag samen te werken met de gemeente om samen te komen tot duurzame oplossingen van deze uitdagingen op het gebied van huisvesting. Aanbod Het aanbod qua dienstverlening voor deze doelgroep binnen de gemeente Goes bestaat voornamelijk uit het aanbod vanuit het Expat Centre. Hun focus ligt voornamelijk op het beschikbaar maken van informatie en advies (en in mindere mate op het bevorderen van het netwerk). Daarnaast kan deze doelgroep ook gebruikmaken van het taalaanbod in de gemeente Goes vanuit de WEB-middelen (zie paragraaf 3.2). Uitdagingen bij inburgering39 Hoewel een groot deel van het aanbod voor arbeidsmigranten zich richt op het verstrekken van informatie en advies, blijken in de praktijk informatie en advies voor deze doelgroep een van de grootste uitdagingen te zijn waar men tegenaan loopt.

Het beleid van de gemeente Goes (en de overige Bevelandse gemeenten) richt zich voornamelijk op het beschikbaar stellen van informatie wanneer er naar gezocht wordt. Dit laatste is echter lang niet altijd het geval, men zoekt lang niet altijd actief. Het actief informeren van arbeidsmigranten is een uitdaging, omdat de gemeente lang niet op alle arbeidsmigranten zicht heeft. Uit de gesprekken blijkt ook dat professionals in de praktijk merken dat deze doelgroep zich vaak niet actief bezig houdt met het zoeken en vergaren van informatie. Arbeidsmigranten hebben in vrijwel alle gevallen contacten (andere arbeidsmigranten, werkgevers) die hen bij binnenkomst de benodigde informatie verschaffen. Zo vertelde een werkgever ons: “Als werknemers bij ons aankomen, dan leggen we hen de regels rondom huisvesting en werk uit. Wij zorgen ook dat we met hen dingen als BSN regelen.” Dit systeem is echter wel kwetsbaar. Zo geeft een medewerker van de gemeente aan: “We merken dat er onder de populatie veel informatie rondslingert die helemaal niet klopt.” Daarnaast zijn er voor deze groep nieuwkomers ook zorgen vanuit de gemeente over mogelijke arbeidsuitbuiting, en uitzenders die arbeidsmigranten bewust niet informeren over hun rechten, plichten en de rol die de gemeente hierin kan spelen, om te profiteren van deze onwetendheid.

Zoals reeds genoemd in paragraaf 3.1.1 is er - kijkend naar de wil en wens om in te burgeren - een belangrijk onderscheid te maken in deze doelgroep tussen arbeidsmigranten die voor langere periode in Nederland willen blijven en arbeidsmigranten die voor kortere periode (bijvoorbeeld het plukseizoen) naar Nederland komen. De verdeling van arbeidsmigranten in Goes over deze twee groepen is onduidelijk. Het algemene beeld is dat het merendeel een korte periode blijft maar dat, zoals eerder genoemd, een groeiend aantal arbeidsmigranten besluit voor langere periode in Nederland te blijven. Tijdens onze gesprekken met de doelgroep zelf en ook uitzenders blijkt dat zij ook zien dat een groeiend deel van de arbeidsmigranten een langere tijd in Nederland blijft. Eén van de twee werkgevers gesproken in het kader van dit onderzoek is zelf werkgever van arbeidsmigranten alsmede uitzender van deze groep nieuwkomers. 39

| 31 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Uit de gesprekken met de doelgroep blijkt eveneens dat lang niet alle arbeidsmigranten bij hun komst naar Nederland al weten of zij hier voor een korte of lange termijn zullen verblijven. Zo geeft een arbeidsmigrant aan: “Ik heb in eerste instantie besloten om een half jaar naar Nederland te komen en daarna te beslissen wat ik zou doen. Na hier een tijdje gewerkt te hebben, heb ik bewust de keuze gemaakt hier voor langere tijd te blijven.” De arbeidsmigranten die we gesproken hebben, geven aan pas ná deze keuze zich actief te zijn gaan inzetten om te integreren in de Nederlandse maatschappij. Dit integreren in de Nederlandse maatschappij blijkt voor deze doelgroep niet makkelijk of vanzelfsprekend. De voornaamste reden hiervoor is dat zij zeer geïsoleerd leven van de Nederlandse bevolking en maatschappij. Zo vertelt een arbeidsmigrant: “We woonden met allemaal arbeidsmigranten samen. In de bedrijven waar we werkten, werkten we ook bijna niet met Nederlanders. Dat geldt denk ik voor 90% van de arbeidsmigranten.” Ze geven aan blij te zijn met werk, maar het niet als dé manier om de Nederlandse taal te leren zien. Arbeidsmigranten die besloten hebben voor langere periode te blijven, geven in de gesprekken aan verschillende uitdagingen te ervaren na de beslissing om een langere periode in Nederland te blijven. Allereerst is dat de Nederlandse taal.

Een groot deel van de doelgroep spreekt weinig tot geen Nederlands. De gesproken arbeidsmigranten die besloten voor langere periode te blijven, beseften het belang van het leren van de Nederlandse taal. Zo geeft een uitzender en werkgever aan: “Onze mensen vragen ons hoe ze Nederlands kunnen leren. Ze zeggen: we staan vaak met onze mond vol tanden en het is lastig. Arbeidsmigranten die hier naartoe komen en op lange termijn willen blijven, willen verdienen en een leven opbouwen. Ze willen zich kunnen redden.” Zij ervaren op verschillende momenten uitdagingen omtrent de Nederlandse taal. Dit was bijvoorbeeld het geval bij het zoeken van een huis en het verkrijgen van een hypotheek: “Nadat ik hier een jaar was en besloten had te blijven, wilde ik graag de stap zetten om mijn eigen huis te vinden. Dat bleek lastig. Een hypotheek krijgen met alleen Engels bleek niet mogelijk. Ik moest een Nederlander vinden die dingen voor mij kon vertalen. Het heeft me bijna een jaar gekost om een huis te krijgen.” Ook in het dagelijks leven ervaren arbeidsmigranten uitdagingen: “De regels waren ook lastig.

Wat mag wel en wat mag niet? Als je ergens gaat parkeren is alles in het Nederlands.” Hoewel de gesproken arbeidsmigranten wel bekend waren met het taalaanbod in de gemeente waarmee zij in aanraking kwamen (aanbod (Digi)taalhuis vanuit de WEB-middelen, zie paragraaf 3.2), bleek het in de praktijk lastig om van dit aanbod gebruik te maken. Op de tijdstippen van de taallessen en het taalcafé (doordeweeks en overdag) is de doelgroep vaak aan het werk. Daarnaast worden deze lessen gegeven in het Engels, wat voor een deel van de doelgroep ook een drempel vormt gezien hun (onvoldoende) beheersing van de Engelse taal. Het belang van het leren van Nederlands voor de inburgering van deze doelgroep en het gebrek aan passend aanbod worden ook door werkgevers en uitzenders die we gesproken hebben onderschreven. Sommigen hebben inmiddels actie ondernomen om hier meer in te kunnen betekenen. Echter geeft men tegelijkertijd ook aan dat dit nog in de kinderschoenen staat en de intentie te hebben dit in de toekomst verder uit te breiden. Deze uitzender geeft aan hierbij open te staan voor eventuele samenwerking met de gemeente: “Het onderwerp Nederlandse taal is vanuit ons ook onderbelicht geweest de afgelopen jaren, omdat we het veel benaderd hebben vanuit bedrijfsvoering. We zijn daar nu meer op in aan het zetten en

| 32 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

willen hier graag in investeren, omdat we intrinsieke motivatie willen bevorderen. We zijn nu begonnen met een Hongaars-Nederlandse werknemer een aantal van onze Hongaarse arbeidsmigranten Nederlands te laten leren. Ik denk dat we dit met hulp van de gemeente groter kunnen aanpakken. Niet door het financiële gedeelte, maar door de ervaring die zij hierin hebben. We hebben voldoende mensen van verschillende afkomsten die in verschillende talen Nederlands zouden kunnen leren.” Naast de Nederlandse taal horen we ook in verschillende gesprekken dat de Nederlandse maatschappij en cultuur een uitdaging vormen voor arbeidsmigranten die proberen in te burgeren. Dat heeft allereerst te maken met de reeds genoemde geïsoleerde situatie ten opzichte van de Nederlandse maatschappij waarin veel arbeidsmigranten leven. In combinatie met het beeld dat uitzenders, werkgevers en huisvesters zich - zoals eerder genoemd voornamelijk lijken te focussen op het aanbieden en meegeven van praktische informatie (bankrekening, BSN, zorgverzekering, woning, et cetera), betekent dit dat arbeidsmigranten weinig leren over de Nederlandse cultuur en samenleving. Zo geeft een arbeidsmigrant aan: “We leren helemaal niks over de Nederlandse cultuur. Ik denk dat dit wel nuttig zou zijn. Zo was ik ontzettend verbaasd dat iedereen hoi zei op straat toen ik hier aankwam.

En nu ik een kind heb, hoor ik ineens dat er zoiets bestaat als Sinterklaas.” Evenals op het gebied van de Nederlandse taal, geven gesproken werkgevers op dit gebied aan zich hiervan bewust te zijn en iets willen betekenen voor de doelgroep. Zo geeft een uitzender aan: “We zijn aan het werken aan een welkomstpakket, waarin je laat zien wat de Nederlandse samenleving is. Ik zie een rol voor ons als uitzenders om te helpen met inburgeren, vooral bij werknemers met ontwikkelingsperspectief en wil om te blijven.” Een andere uitzender vertelt: “Bij arbeidsmigranten die van plan zijn langere tijd te blijven, geven we ook informatie over de Nederlandse maatschappij en cultuur mee. Dat is wel vaak pas de derde of vierde stap, eerst focussen we op het krijgen van huisvesting, werk, et cetera. Je wilt ook niet te veel informatie in één keer geven.” Arbeidsmigranten geven aan een uitdaging te ervaren op het gebied van sociaal contact met Nederlanders. Ze geven aan hier behoefte aan te hebben: “Het zou leuk zijn als er een avond is waar Nederlanders ons kunnen ontmoeten en we met elkaar kunnen spreken. Het helpt je om een land te leren kennen, je meer thuis te voelen en om Nederlands te leren.” Deze drempel lijkt op verschillende manieren verklaard te kunnen worden.

Als eerste is dat (wederom) de geïsoleerde situatie ten opzichte van de Nederlandse maatschappij in combinatie met het niet beheersen van de taal. Daarnaast wordt tijdens de gesprekken ook de publieke opinie van de Nederlandse bevolking jegens arbeidsmigranten genoemd. Verschillende partijen noemen hierbij een kans voor de gemeente om hierin wat te betekenen, bijvoorbeeld door ontmoetingen tussen de bevolking en arbeidsmigranten te faciliteren of door meer te communiceren over succesverhalen. Tot slot geeft de doelgroep aan geen afstand te voelen tot de gemeente, sterker nog ze zeggen goed geholpen te worden en het fijn te vinden dat de gemeente openstaat voor hun vragen. Het verschil met het land van herkomst is daarbij groot, geven ze aan. In het land van herkomst is het niet gebruikelijk om vragen te stellen aan professionals van de gemeente waardoor de situatie in Goes als erg behulpzaam en vriendelijk wordt ervaren.

| 33 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Ook waar het gaat om huisartsen zijn er de bij andere nieuwkomers gehoorde uitdagingen: de toegang tot zorg van een huisarts is moeilijk. Huisartsen zitten vol.40 Resumerend zijn de wettelijke verantwoordelijkheden voor de gemeente Goes bij deze groep beperkt. Veel van de verplichtingen liggen bij de werkgevers van arbeidsmigranten, die uiteraard wel samenwerken met de gemeente op thema’s als huisvesting. Hierbij spelen er wel reguliere wettelijke verplichtingen zodra deze nieuwkomers zich vestigen in de gemeente Goes omtrent bijvoorbeeld vergunningverlening, toezicht en handhaving. Wel zijn er kansen voor deze groep nieuwkomers, bijvoorbeeld waar het gaat om informatievoorziening, taalaanbod en het faciliteren van ontmoetingen tussen deze groep en de Nederlandse bevolking.

3.1.5 Expats “Ik heb tot nu toe geen negatieve ervaringen in Nederland. Voor expats is taal normaliter een van de grootste barrières. In Nederland spreekt iedereen Engels.” Wie zijn het en huidige situatie Expats, ook wel kennismigranten genoemd, zijn hoogopgeleide arbeidsmigranten. Zij mogen op basis van de IND-kennismigrantenregeling en alle andere regelingen die met deze kennismigrantenregeling samenhangen, naar Nederland komen om te werken. Zij moeten aan verschillende voorwaarden voldoen. De belangrijkste voorwaarde is dat zij reeds een baan hebben en dat hun werkgever een erkend referent is bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Wat hen met name onderscheidt van arbeidsmigranten, is dat zij een bepaald minimum bruto salaris verdienen, gekoppeld aan een leeftijdscategorie. Het CBS41 geeft aan dat er geen eenduidige definitie is van een expat, maar dat de volgende kenmerken doorgaans genoemd worden: 1. Een expat is geboren en opgegroeid in een ander land. 2. Een expat verdient doorgaans meer dan een reguliere werknemer. 3. Een expat werkt bij een internationaal georiënteerd bedrijf. 4. Een expat is hooggekwalificeerd. 5. Een expat heeft niet de intentie zich permanent in Nederland te vestigen. 6. Een expat identificeert zich niet of nauwelijks met Nederlandse waarden. Hoeveel zijn het er? In 2022 kwamen er in totaal 26.145 kennismigranten naar Nederland.

Ook in de provincie Zeeland is deze groep aanwezig: 7,28% van de beroepsbevolking in Zeeland is van buitenlandse afkomst, waarvan 20% kennismigrant is.42 In 2022 zijn er 15.650 geregistreerde internationale werknemers in Zeeland. 3.670 van hen waren kennismigrant (23,5%). Het aantal kennismigranten in de gemeente Goes is nog niet bekend. Het aantal internationale werknemers in Zeeland blijft jaarlijks toenemen. De verwachting is dat deze ontwikkeling zich zal voortzetten.

Zie wegwijzer VNG https://vng.nl/sites/default/files/2023-11/wegwijzer-zorg-welzijn-eu-arbeidsmigranten.pdf Ooijevaar, J., & Verkooijen, L. (2015). Expat, wanneer ben je het. Een afbakening van in het buitenland geboren werknemers op basis van loon. Rapport. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag. 42 Collegevoorstel Expat Center gemeente Goes (Z22.121233 / D22.929717). 40 41

| 34 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Het was voor dit onderzoek een uitdaging om expats te vinden voor interviews. De gemeente Goes, alsmede het Expat Center, heeft vooralsnog weinig zicht op de hoeveelheid en locatie van de expats in de gemeente43. Voor het onderzoek is één expat bereid gevonden om geïnterviewd te worden. Ook is er een interview afgenomen met een professional van het Expat Center. Wettelijke verplichting en rol gemeente Expats van buiten de EU, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland of Zwitserland hebben een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en verblijfsvergunning nodig om in Nederland te mogen werken. De mvv en verblijfsvergunning moeten aangevraagd worden door de werkgever. De werkgever moet als referent door de IND zijn erkend om deze aanvraag te mogen doen. Omdat bedrijven die expats in dienst hebben een belangrijke taak hebben rondom het naar Nederland halen van de expats, hebben zij over het algemeen mensen in dienst die zaken rondom de wet- en regelgeving, waaraan expats moeten voldoen, voor hen regelen. Over het algemeen is de doelgroep zelf hoogopgeleid en actief in het zoeken van informatie rondom wet- en regelgeving. De informatie die beschikbaar gesteld wordt door het Expat Center weten zij daarom over het algemeen gemakkelijk te vinden. Huisvesting Het vinden van huisvesting is voor deze doelgroep door een combinatie van redenen over het algemeen geen groot obstakel.

Zij worden hierdoor in veel gevallen bijgestaan door het bedrijf waarin zij werken en dat hen naar Nederland gehaald heeft. Daarnaast hebben zij een proactieve houding, beheersen ze de Engelse taal en kunnen zij makkelijk informatie opzoeken. Ook geldt er in Nederland een belastingregeling voor deze doelgroep (buitenlandse werknemers die tijdelijk in Nederland werken en meer dan € 46.107 per jaar verdienen) waar zij onder voorwaarden vijf jaar lang belastingvrij een vergoeding krijgen van maximaal 30% van hun loon. Aanbod Het Expat Center is het belangrijkste aanbod voor expats in de gemeente Goes. Het Expat Center wordt bekostigd door de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Middelburg, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen en Vlissingen, de arbeidsmarktregio Zeeland en de provincie Zeeland. Het Expat Center zet zich in voor het presenteren van de regio als een aantrekkelijke plek om te werken en te wonen. De omschreven missie is het helpen van expats door hen van informatie te voorzien omtrent allerlei onderwerpen zoals regels, normen en waarden, huisvesting, belasting, et cetera. Het Expat Center is gestart in 2023. Uitdagingen bij inburgering In het interview met een expat kwamen herkenbare thema’s ter sprake: taal, huisartsen, huisvesting.

Ook tijdens dit gesprek kwam naar voren dat taal van groot belang is en dat de taalondersteuning vanuit de gemeente (ook) op een ander moment (niet onder werktijd) georganiseerd zou moeten worden om voor deze groep echt te helpen.

43

Start van het Expat Center was 1 januari 2023, interview met het Expat Center was in februari 2023.

| 35 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Het was ook voor deze expat een uitdaging om een huisarts te vinden. Dit was vergelijkbaar met een uitdaging om een huis te kopen. Een regeling hielp daarbij wel: de gemeente Goes heeft een regeling waarbij starters € 40.000 kunnen lenen, drie jaar rente- en aflossingsvrij,44 waar deze expat gebruik van heeft gemaakt en die ook echt geholpen heeft. Zonder deze regeling was het niet mogelijk geweest om een woning te kopen. Tot slot gaf de expat aan profijt te hebben gehad van het Expat Center, met name waar het gaat om het treffen van andere mensen met vergelijkbare vragen. Iets dat deze doelgroep lijkt te kenmerken is een proactieve houding en de mogelijkheid om zelf gemakkelijk informatie te vinden. Zo geeft de expat bijvoorbeeld aan ondertussen zelf een gratis taalcursus te hebben gevonden.

3.1.6 Oekraïens ontheemden “We wonen hier nu, dus ik wil de taal leren. Er zijn cursussen, maar die zijn tijdens mijn werk. Bij mijn (woon)locatie is er ook een Nederlandse cursus, maar die zit vol.” “Een Nederlandse meneer vroeg mij waar ik vandaan kwam en werd emotioneel toen ik zei Oekraïne, hij vond het zo verschrikkelijk voor ons.” Wie zijn het en huidige situatie Met de binnenval van Rusland in Oekraïne op 24 februari 2022, startte een nieuwe vluchtelingenstroom vanuit Oekraïne naar EU-landen en Moldavië. Op 4 maart 2022 activeerde de EU de richtlijn tijdelijke bescherming (RTB), een noodmechanisme dat bij een uitzonderlijke toestroom wordt geactiveerd. Deze RTB is op 25 juni 2024 verlengd tot en met 4 maart 2026. Wat er daarna gebeurt met deze groep is nog onzeker. De wetten en regels rondom deze groep verschillen sterk van de wetten en regels rondom vluchtelingen en statushouders. Oekraïens ontheemden mogen werken, hebben recht op onderwijs, medische zorg en opvang en geen verplichting tot het volgen van taalonderwijs. Oekraïners beheersen de Nederlandse taal over het algemeen dan ook niet of nauwelijks. In Goes is deze groep op te delen in twee subgroepen. De eerste groep Oekraïners die naar Goes kwam, vlak na het uitbreken van de oorlog, had de middelen om Oekraïne snel te verlaten en heeft minder meegekregen van de oorlog.

Deze groep bestond gedeeltelijk uit 60-plussers. De tweede groep kwam later en bestond gedeeltelijk uit ex-soldaten en arbeidsmigranten die, toen de seizoensarbeid wegviel, hun baan kwijtraakten. Deze laatste groep bracht een nieuwe uitdaging met zich mee, omdat een groter deel van deze groep meer van de oorlog had meegemaakt en vaker kampte met psychische problemen. De inschatting is dat ongeveer twee derde van de Oekraïners, die in Goes aanwezig zijn, werken. Zij komen vaak aan werk via uitzendbureaus en vertonen op dit gebied sterke overeenkomsten met arbeidsmigranten. Alle leerplichtige kinderen gaan naar school. De toekomst van Oekraïens ontheemden in Nederland blijft erg onzeker. Toch ontstaat het beeld, zowel landelijk als in Goes, dat een deel van de Oekraïners - ook na het eventuele einde van een oorlog - graag in Nederland wil blijven.

https://www.goes.nl/starterslening#:~:text=De%20hoogte%20van%20de%20starterslening, svn.nl%20en%20kies%20Goes. 44

| 36 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Of dit überhaupt mogelijk zal zijn, blijft onduidelijk. Ook tijdens onze gesprekken met de doelgroep zelf in de gemeente Goes gaven verschillende Oekraïners aan in Nederland te willen blijven. Hoeveel zijn het er? In Nederland zijn er in totaal 103.310 Oekraïense vluchtelingen geregistreerd (peildatum 10-11-2023).45 In de gemeente Goes zijn er in totaal 374 bedden beschikbaar voor vluchtelingen uit Oekraïne, waarvan er 344 in gebruik zijn.46 Goes huisvest hiermee meer Oekraïners dan zij volgens de inspanningsverplichting zouden hoeven te huisvesten. Wettelijke verplichting en rol gemeente In de RTB is de tijdelijke en speciale status van Oekraïners geregeld. Oekraïners hebben geen inburgeringsplicht. Zij hebben de volgende rechten: ● Recht om te werken (zonder TWV, na melding werkgever bij UWV). ● Recht van verblijf. ● Recht van gezinsleden. De gemeente is verantwoordelijk voor de opvang en draagt zorg voor de ontheemden. Ambtenaren die zich met de verschillende groepen vluchtelingen (asielzoekers en Oekraïeners) bezighouden, geven aan verschil te zien in de rechten en regelingen tussen de verschillende groepen nieuwkomers; de regelingen voor Oekraïens ontheemden zijn (financieel) ruimer dan voor andere groepen nieuwkomers.

Huisvesting Om de groep Oekraïeners te kunnen huisvesten, was de Wet verplaatsing bevolking in werking gesteld via staatsnoodrecht om opvang bij gemeenten te beleggen. De Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne geeft nu een reguliere wettelijke grondslag voor de taak van gemeenten om te voorzien in de opvang van ontheemden uit Oekraïne. De coördinatie van de opvang is buiten het COA om geregeld en loopt via het landelijk coördinatiecentrum in afstemming met regionale samenwerkingsverbanden. Binnen gemeenten gaat daarmee ook de coördinatie over van de burgemeesters naar het College van B & W. De wet regelt ook de bekostiging en de eigen bijdrage in het geval Oekraïners inkomen uit werk hebben. Oekraïners worden in Nederland op twee manieren opgevangen: via de Gemeentelijke Opvang Oekraïne (85.000 opvangplekken) en via Particuliere Opvang Oekraïne (20.000 opvangplekken). Daarnaast zetten sommige gemeenten ook tijdelijke huisvesting in (flexwonen). In Goes zitten de Oekraïners in de gemeentelijke opvang vooral op groepslocaties. Voor de locaties zijn beheerders in dienst van de gemeente. Aanbod Oekraïners worden in hun dagelijks leven bijgestaan door de locatiebeheerder. Deze helpt hen bijvoorbeeld bij binnenkomst met de huisvesting, geeft hen informatie over Goes en helpt hen met de Medico-app. Het doel is hierbij wel aan te sturen op zelfregie en participatie.

Voor juridische vragen heeft de overheid een overeenkomst met VluchtelingenWerk afgesloten. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/opvang-vluchtelingen-uit-oekraine/ cijfers-opvang-vluchtelingen-uit-oekraine-in-nederland. 46 Opvanginzeeland.nl, geraadpleegde datum: 11 juni 2023. 45

| 37 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Zij ondersteunen Oekraïens ontheemden landelijk - en dus ook in de gemeente Goes - op het gebied van juridische vragen. VluchtelingenWerk geeft aan dat de meeste vragen die bij hen binnenkomen vanuit deze doelgroep gaan om arbeidscontracten: “Het grootste probleem bij deze groep is de arbeidsuitbuiting. Er zijn uitzendbureaus die zich niet netjes gedragen en men denkt: het zal wel zo werken in Nederland. Het is moeilijk om echt grip op die uitzendbureaus te krijgen.” Vanuit VluchtelingenWerk wordt eveneens taalles aan de Oekraïens ontheemden aangeboden. Ook hier gaat het om een landelijke regeling, waarbij de kosten door de overheid gedekt worden. VluchtelingenWerk schat in dat ongeveer 10% van de Oekraïners hiervan gebruikmaakt. Het aanbod dat in de gemeente Goes aanwezig is vanuit de WEB-middelen, kan eveneens voor deze doelgroep ingezet worden. Daarmee kan deze doelgroep dus ook aanspraak maken op het aanbod vanuit de (Digi)Taalhuizen (taalcafé, taallessen, taalmaatjes).47 Welk deel van de Oekraïners gebruikmaakt van dit aanbod is onduidelijk. Oekraïense jongeren gaan voor onderwijs naar de internationale schakelklas. De training MindFit, aangeboden door VluchtelingenWerk, is ook voor deze doelgroep beschikbaar (zie paragraaf 3.2). Zoals eerder aangegeven, is ook het contact met de Nederlandse bevolking van groot belang bij het inburgeren van deze doelgroep.

Vanuit de gemeente wordt, in samenwerking met SMWO, contact gezocht met de buurt. Dit lijkt een positief effect te hebben. Tijdens onze gesprekken met de doelgroep zelf geven Oekraïners aan: “Mensen staan heel erg open voor ons. Het is geen probleem om contact te krijgen met Nederlanders, dat gaat eigenlijk heel goed. 90% spreekt goed Engels.” Het is belangrijk hierbij te vermelden dat dit niet alleen door de inzet van de gemeente en SMWO lijkt te komen, maar ook te maken heeft met een algemene positieve attitude van de Nederlandse bevolking jegens Oekraïense vluchtelingen. Zo geeft een medewerker van VluchtelingenWerk aan: “Onze ervaring is dat de Nederlandse bevolking openstaat voor deze mensen. De meet en greets worden vaak druk bezocht en hier komen veel mooie initiatieven uit voort. Het imago dat asielzoekers hebben in de media, lijken deze Oekraïners niet te hebben.” Uitdagingen bij inburgering Uit gesprekken blijkt dat het taalaanbod voor veel Oekraïners lastig te gebruiken is omdat dit voornamelijk overdag plaatsvindt en veel Oekraïners dan werken. Uit de gesprekken met ambtenaren en de doelgroep zelf blijkt dan ook dat een deel van de Oekraïners wel bekend is met het aanbod, maar hier geen gebruik van maakt en dat dus een groot deel de Nederlandse taal nauwelijks tot niet beheerst.

Zoals eerder besproken is het voornemen om voor langere tijd in Nederland te blijven een belangrijke factor in het wel of niet willen inburgeren en het wel of niet leren van de Nederlandse taal. De grote onzekerheid die voor deze groep geldt, maakt het voor Oekraïens ontheemden lastig om zich volledig te committeren aan het inburgeren in Nederland.

47

Regionaal programma educatievoorzieningen 2022.

| 38 | Nieuwkomers in Goes: overzicht, inzicht en handelingsperspectieven

Daarnaast is er veel vraag naar psychische hulp (bijvoorbeeld Oekraïners die aan het front gevochten hebben). Zo geeft een medewerker van VluchtelingenWerk aan: "Mijn ervaring is dat er wel steeds meer Oekraïners voor problemen zorgen nu er meer mannen zijn die ook aan het front gevochten hebben, al is het wel een enkeling.” Hoewel deze training MindFit hier gedeeltelijk op inspeelt, ziet deze medewerker van VluchtelingenWerk dat het lastig blijft om iedereen te bereiken: “De gemeente acteert goed bij het zoeken van psychische hulp, maar het is lastig om ze hiervoor open te laten staan. Bij MindFit komen minder mensen opdagen dan dat er bij gebaat zouden zijn. Taal speelt daarin ook wel een rol, maar is geen overheersende barrière, meestal spreken ze goed Engels. De grote barrière is hierin dat Oekraïners hulp zien als not done, dat is voor mensen in een gekkenhuis.” Daarentegen wordt aangegeven dat deze doelgroep wel gewend is snel aan te kloppen bij een huisarts. Volgens respondenten zouden daarom huisartsen, die bij deze doelgroep extra aandacht besteden aan psychische zorg, een goede optie kunnen zijn. Ook hebben we in de gesprekken gevraagd naar eventueel missend aanbod. Hieruit zijn verschillende punten naar voren gekomen. Zoals eerder genoemd, verblijft er in Goes een groep 60-plussers. Deze groep werkt niet en zit dus veel thuis en voelt zich vaker eenzaam.

Het reguliere aanbod (bijvoorbeeld buurthuizen) sluit in het algemeen niet goed aan bij hun vragen door hun beperkte kennis van de Nederlandse taal. Voor dit soort vragen biedt de gemeente incidenteel aanbod (af en toe een koffieochtend, een bijeenkomst tijdens Sinterklaas, et cetera). Daarnaast wordt aangegeven dat er soms ook behoefte is aan financiële begeleiding. “Het papierwerk vinden ze lastig. Ze sluiten bijvoorbeeld en masse abonnementen af bij Basic Fit, maar realiseren zich niet dat ze daar aan vast zitten en allerlei gesodemieter krijgen.” Medewerkers van VluchtelingenWerk die contact hebben met de Oekraïense bevolking vanuit hun taak als juridisch ondersteuner merken ook een behoefte bij de doelgroep aan een buddy of maatje om dingen mee te bespreken en vragen aan te kunnen stellen. “Er zijn onvoldoende handjes, omdat er een tekort aan vrijwilligers is. Ik merk dat veel Oekraïners bij mij terechtkomen omdat ze denken dat wij hun buddy zijn, terwijl we echt alleen juridische ondersteuning bieden. Ik heb onvoldoende ruimte in mijn agenda om ze met andere vragen te helpen.” De grote onzekerheid rondom deze doelgroep en de (dan wel niet) tijdelijkheid van hun verblijf maken het voor de gemeente lastig om een beslissing te nemen over hoe met de inburgering van deze groep om te gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16069586/1