Verslag Commissie Samenleving 28 en 29 september 2022
Tekst van het document
Bouw een tussenjaar in om ervoor te zorgen dat de verschillende partijen niet de loopgraven ingaan, maar met elkaar gaan samenwerken. De heer Bisschops denkt in reactie op de heer Van Vugt dat men niet op deze manier het debat moet voeren. De heer Van Vugt wil het debat wel aan. De beroepsprocedure in samenhang met het gehele proces wordt een probleem. De heer Van Laerhoven heeft een punt van orde. Men moet wel in de gaten blijven houden waar de tweede termijn voor bedoeld is. Het gaat om het politieke debat tussen de partijen. Niet om no eens vragen aan wethouders te stellen. Dan komt er toch geen antwoord meer. De heer Bisschops stelt vast dat alle fracties worstelen met de nieuwe subsidiekaders. Wanneer deze weg wordt bewandeld, dan is het essentieel dat aan de dialoogtafels ook de uitvoerders daarbij zijn. Het kan niet zo zijn dat alleen de bestuurders die gesprekken voeren. Het moet helder worden wat belangrijk is en wat alle fracties onderschrijven. Het gaat om de taken van het VIP, de verantwoordelijkheid die men neemt en de vrijwilligers. Er kan hoe dan ook geen afbreuk worden gedaan van de kracht van deze organisatie. Belangrijk is dat het VIP de activiteiten kan blijven continueren. Die garantie vraagt spreker wel. Graag ook een antwoord op de vraag hoe de raad om kan gaan met een collegebesluit.
17
De heer Van Dongen geeft aan dat in de zaal de vrijwilligers van het VIP zitten en dat ze de vrijwilligersprijs van Nederland hebben gewonnen. Richting college, bezint voor u begint. De voorzitter vraagt of de wethouder de gelegenheid kan krijgen om nog een keer het woord te voeren. De commissie kan zich daarin vinden. De heer Van Laerhoven vraagt of men daarop kan reageren. De voorzitter constateert dat de meerderheid er mee akkoord gaat. Wethouder Doremalen geeft aan om meerder keren geprobeerd heeft om onduidelijkheden weg te nemen. Tijdens de tweede termijn blijkt dat niet gelukt te zijn. Alles overziend stelt de wethouder voor om eerst met alle besturen in gesprek te gaan om daarna binnen het college te bekijken hoe men het project gaat aanpakken. Kijken of men het tijdplan vasthoudt of dat men toch nog iets wil wijzigen. De voorzitter stelt vast dat hiermee het agendapunt voldoende behandeld is. Dank aan de inspreekster. De heer Van Haperen vraagt hoe de procedure nu verder verloopt. De voorzitter schorst even de vergadering voor overleg. Het agendapunt is hiermee behandeld. 8. Brief inzake voortgang aanleg park centrumplan Gilze De voorzitter kondigt de inspreker, de heer Timmermans aan. Het gaat over de aanleg en het onderhoud van het park centrumplan Gilze. De heer Timmermans wil graag de brief inzake het parkdeel van het centrumplan toelichten.
In 2015 is het eerste ontwerp van kunstenaar Jan van IJzendoorn voor de invulling voor het park in het centrumplan geselecteerd. Daarna volgde een lastig traject betreffende de financiering. In september 2021 was er 91.000 euro beschikbaar voor de aanleg van het park. Veel minder (62%) dan het oorspronkelijke ontwerp moest kosten. Binnen zo’n vermindering is het niet mogelijk een park te realiseren met dezelfde uitstraling zoals bedoeld was. In de RIB van november 2021 zijn er voor het park vier alternatieven voorgelegd. In januari 2022 heeft de raad besloten om extra budget beschikbaar te stellen voor het ontwerp van het park. De buurtbewoners luidden indertijd een dag voor de raadsvergadering de noodklok geluid. Eerst met alle betrokkenen aan tafel te gaan om vervolgens met een duurzaam en financieel haalbaar plan te komen. Geen plan waar niemand blij mee is. De gemeente heeft het versoberde plan toch doorgevoerd, ondanks de noodkreet van de bewoners. Nu heeft de buurtvereniging een brief gestuurd over de huidige staat van het park. Volgens de gemeente moet het park zoals het er nu bij ligt zich gedurende de tijd zich gaan ontwikkelen. Het feit dat de grondbloemen, een cruciaal onderdeel van het ontwerp van de kunstenaar, niet meer zichtbaar zijn was voor iedereen een tegenvaller. Het geld is op en niemand is blij.
Het advies van de buurtvereniging is om het geld wat over is van het deelgebied 4 en 5 te gebruiken om de deelgebieden 1 t/m 3 te verbeteren. Beter drie gebieden goed dan vijf half. Ongeacht wat het wordt, het park moet veilig zijn waar kinderen kunnen spelen. Geen stenen en glas in de grond zoals nu het geval is. Bovendien moeten de aardbloemen in de toekomst zichtbaar zijn. Ook moet er invulling gegeven worden aan de wensen van de buurt, een speelveld, een ontmoetingsplek en een jeu de boules baan. Het park moet ook goed onderhouden worden. Als laatste, het speelveld moet opnieuw ingezaaid worden en ontdaan van stenen en glas. De buurt wil absoluut meedenken om een positieve bijdrage te leveren aan de realisatie van het park. De voorzitter stelt vast dat er geen vragen zijn aan de inspreker. Dan begint nu de eerste termijn. Aangezien D66 het punt heeft geagendeerd krijgt de heer Van Vugt als eerste het woord. De heer Van Vugt constateert dat het park inmiddels een hoofdpijndossier is geworden. Het park ligt er slecht bij. Bewoners klagen terecht over de gebrekkige functionaliteit en het matige onderhoud. Op 31 januari is er een motie aangenomen met de vraag aan het college om met de bewoners in overleg te treden over het park. Om te kijken of een deel van de wensen in te passen zijn. Kennelijk is
18
dat niet gebeurd. Waarom niet? De situatie is alleen maar verslechterd. Niemand is daar blij mee. De bezuinigingsmaatregelen hebben slecht uitgepakt voor het plan. Een ingreep is nodig. Er zitten steen en glas in de grond. Gevaarlijk voor kinderen. Het park zal er nooit gord uitzien, omdat er maar een keer per jaar gemaaid wordt. Eigenlijk moet het oorspronkelijk plan uitgevoerd worden. Welk perspectief kan men de bewoners bieden zodat het toch een mooi park wordt waar men trots op kan zijn? De aanpak van verbetering moet samen met de bewoners. Het plan zou aangepast moeten worden. Hoe denken de collega’s daarover? Daarnaast vermoed spreker dat het plan nog de nodige problemen geeft in verband met inclusie. Mevrouw Vervaet noemt het resultaat betreffende het park teleurstellend. Daarom is het goed te horen dat de gemeente samen met de bewoners wil werken aan het verbeteren van het plan. Het is een noodzakelijk plan. Het is van belang dat de portefeuillehouder de gevolgen van de klimaatverandering in het plan gaat meenemen. De vraag van D88 over de aanpassing van het plan is moeilijk te beantwoorden. Graag hoort men eerst de reactie van het college. Mevrouw Van Aerts geeft aan dat na een proces van zeven jaar heet nog steeds treurig gesteld is met het park.
Men wil graag dat er naar het park gekeken wordt om het vervolgens in overleg met de bewoners op korte termijn aan te pakken. Het moet een ideaal park worden om te wandelen, te spelen en om elkaar te ontmoeten. De wens is ook dat er een hovenier gaat kijken naar wat er gebeuren moet om te realiseren wat er ooit bedacht is. Men moet de bewoners goed informeren over wat er wanneer gaat komen. De vraag aan de wethouder is wanneer men met het plan verder gaat? De heer Houtepen constateert dat het initiatief voor het park mooi was. De uitvoering laat zeer te wensen over. Laat men het project nu snel oppakken. Samen met de bewoners aan tafel gaan en het project snel tot een goed einde brengen. Kan men doorpakken en op welke termijn kan dit gebeuren? De heer Hofsteenge stelt dat het park niet is geworden wat men ervan gehoopt had. Men kan het nauwelijks een park noemen. Men is niet van plan om er veel (extra) geld is te stoppen. Men heeft ook verschillende opties om samen met de inwoners de situatie te verbeteren. Welke mogelijkheden ziet de wethouder voor oplossingen voor dit park? Dan blijft nog de vraag hoe het na al die jaren van discussie, plannen en (extra) budgetten zover heeft kunnen komen. Graag hierop een antwoord voordat men gaat besluiten om er nog meer geld in te stoppen. Mevrouw Schuermans brengt naar voren dat dit project zeker niet de schoonheidsprijs verdient.
Er wordt al een aantal jaar gesproken over financiën en over en met de kunstenaar. Spreekster vraagt de wethouder om de adviezen van de inspreker namens de bewoners ter harte te nemen. Met de hernieuwde aanpak van het park moet men zich wel realiseren dat het project tot op heden al veel geld heeft gekost. Het moet heel duidelijk zijn wat de hernieuwde aanpak gaat kosten en op welke manier men het project gaat voortzetten. De heer Van Laerhoven kan maar een ding vaststellen, het park is een mislukt experiment. Het doorgelopen proces en de financiering mag op deze wijze nooit meer. Niemand wil eigenlijk hebben wat er nu ligt. Welke mogelijkheden ziet de wethouder om het verknalde project achter zich te laten? Om ervoor te zorgen dat er een mooi en groen stukje Gilze komt. Waarbij men zeker de adviezen van de inspreker moet meenemen. Opmerkingen/beantwoording vragen De situatie zoals die nu is, is niet wat het college had gewenst. Ook niet zoals de andere betrokkenen het hadden gewenst. Er is een afspraak gemaakt met de bewoners om samen te bekijken hoe men het park wel ingericht wil zien. Een aantal wensen zijn al gehoord.
19
In de commissie is gehoord dat men mee wil denken over de financiering. Het huidige budget is op. Het geld voor de aanpak van het park moet uit andere potjes komen. Daar is men al druk mee bezig. Het budget wat men nodig heeft, is een resultante van wat er uit het gesprek komt tussen de werkgroep en de bewoners. Dan moet men nog kijken naar de middelen waaruit men het bedrag kan dekken.
De heer Van Laerhoven is benieuwd hoe de wethouder de rol van de kunstenaar ziet in het proces naar de oplossing. Zit die in de werkgroep? Wethouder Machielsen antwoordt. Men heeft begrepen dat de kunstenaar deel zal uitmaken van de werkgroep. Mevrouw Van Aerts vraagt of de kunstenaar zich ervan bewust is dat er een wijziging in zijn oorspronkelijke plan gaat komen. Gaat de kunstenaar hierin mee? Wethouder Machielsen gaat verder. Men heeft begrepen dat de kunstenaar wel door heeft dat er mogelijk een wijziging komt. Bovendien snapt de kunstenaar dat er iets moet gebeuren. De kunstenaar staat achter het punt dat men in gezamenlijk overleg tot een plan komt. De verschillende wensen moet bij de werkgroep belanden om die samen met de bewoners te bespreken. De werkgroep moet samen met de bewoners tot een plan komen dat realistisch en haalbaar is. Een datum voor een oplossing kan men nog niet geven. Veel factoren hebben een invloed daarop. Het plan, het prijskaartje, het beschikbare budget hebben allemaal invloed erop. Het college moet kijken naar de dekking. Is die er onvoldoende dan moet men naar de raad. De heer Van Vugt merkt op dat tijdens de bijeenkomst in de zomer de kunstenaar afwijzend heeft gereageerd op een wijziging van het oorspronkelijke plan. Men begrijpt het antwoord van de wethouder met betrekking tot de datum.
Een punt is echter dat het park ook voordat het aangepakt wordt wel veilig moet zijn. Er ligt glas en er liggen stenen. Het park is al bezaaid. Dat heeft consequenties. Er zijn ouders die hun kinderen niet naar het park laten gaan. De wethouder reageert. Dit is een van de punten die behandeld zal worden in de werkgroep. Wat gaat men doen. Wat is er nodig. Het wegnemen van de onveiligheid zal een deel zijn van de oplossing. Zoals gezegd er spelen veel factoren een rol. Er moet nu wel een goede oplossing komen. Zoals het nu is, kan het niet langer. De heer Hofsteenge brengt zijn vraag over de oorzaak van het ontstaan van de huidige situatie nog eens naar voren. Dat moet men eerst weten om te voorkomen dat men in dezelfde ‘val’ trapt. Hoe komt het dat het huidige eindresultaat niet voldoet aan de wensen van de bewoners en van de raad? Daarna kan men naar het aangepaste plan gaan inclusief het benodigde budget. Mevrouw Schuermans is benieuwd of de wethouder het vertrouwen en de verwachting nog heeft dat alles goed gaat komen. Wethouder Machielsen reageert.
20
Men heeft vertrouwen in de toekomst. Het komt goed. Daar heeft men wel de raad voor nodig. Er is al eens vaker een debat gevoerd over hoe de huidige situatie heeft kunnen ontstaan. Er zijn veel zaken niet goed gegaan. Er zijn onvoldoende middelen gekomen. Daardoor moest men versoberen. Men is niet altijd goed in overleg gegaan met de bewoners. Mooier kan men het niet maken.
De heer Hofsteenge vraagt de wethouder naar aanleiding van antwoorden waarom men er vertrouwen in heeft dat er deze keer niets mis zal gaan of dingen niet gebeuren. Hoe heeft het kunnen komen dat er nu puin in de grond zit? De wethouder antwoordt. Men kan zo in detail geen antwoord geven. Waarschijnlijk is er iets bij de uitvoering niet goed gegaan. Anders had er geen puin in mogen zitten. De heer Van Vugt begrijpt een ding niet. In januari is er weer een signaal geweest. Dat is in de commissie besproken. Aansluitend is er een motie gekomen met de oproep om op korte termijn in overleg te treden met de buurtbewoners om te kijken of een deel van het kunstwerk uitgevoerd zou kunnen worden. Gehoord is dat de motie niet is uitgevoerd. Klopt dat wel of niet? Wethouder Machielsen antwoordt. De wethouder weet gewoon niet waarom het niet is gebeurd. Corona zal er mee te maken hebben. Er waren ook weinig mensen op de bijeenkomst. De heer Van Haperen merkt op dat de wethouder aangaf dat er waarschijnlijk bij de uitvoering iets niet goed gegaan was. Kan de wethouder dit uitzoeken. Wanneer het klopt wat verondersteld wordt, dan moet dat op basis van de opdracht kosteloos hersteld worden. Wethouder Machielsen heeft het woord. Men gaat er mee aan de gang.
De voorzitter geeft alvorens naar de tweede termijn te gaan eerst de inspreker de gelegenheid om te reageren op wat tijdens de eerste termijn is gezegd. De heer Timmermans begint zijn reactie met de motie. Indertijd is er een medewerker van de gemeente van deur tot deur gegaan met de vraag of er nog wensen waren voor het park. Dat was niet hetgeen de bewoners voor ogen hadden. Men had graag een dialoog aangegaan om te kijken of een deel van het kunstwerk uitgevoerd had kunnen worden. Het is goed om te horen dat de wethouder zich inzet voor extra budget. Daar heeft men vertrouwen in. De buurt staat absoluut open voor buurtparticipatie. Maar dan moet wel de basis goed zijn. Bovendien vraagt het ontwerp zoals het er nu ligt heel veel onderhoud. Of de omvang van de buurt en de beperkte kennis toereikend is voor de uitvoering van het onderhoud is de vraag. Het is goed te horen dat veel commissieleden aangeven dat er budget moet komen voor de herstelwerkzaamheden respectievelijk het park af te maken. Spreker heeft er vertrouwen in dat het goed komt. Men staat absoluut open voor een dialoog. De voorzitter dankt de inspreker voor zijn bijdrage. Nu eerst een punt van orde. Het is tien over halfelf. Gaat men vanavond verder of gaat men morgenavond verder? Geconstateerd wordt dat men in elk geval dit agendapunt afmaakt. Ook komt de rondvraag voor wethouder Machielsen nog in behandeling.
Tweede termijn
21
De heer Van Vugt erkent dat er fouten zijn gemaakt die men niet kan herstellen. Het moet een veilig park worden. En het moet smoel hebben. Het mot een goede plek in het centrumplan Gilze worden. Elke partner die er aan meewerkt moet goed opletten wat zijn of haar bijdrage is. In het verleden zijn te snel besluiten genomen en daar ziet men nu de gevolgen van. Het glas en het puin hadden voorkomen kunnen worden. Iedereen ziet dat het er niet zo uitziet als de bedoeling was. Wil het wat worden dan moet de gemeente helder naar de kunstenaar maken wat zijn positie is. Het plan is er en het is aangepast. Wil het nog iets moois worden, dan zal er doorgepakt moeten worden. Mevrouw Vervaet wacht het voorstel af. Het gaat om een kunstwerk. Men wil dat het park mooi wordt. Zijn er extra middelen nodig, dan moet men kijken hoe men het plan kan uitvoeren. Mevrouw Van Aerts vindt het belangrijk om te luisteren naar de inwoners. Voor de gemeente, wijzig de koers. Men moet niet direct naar kosten kijken. Maar om nu de bewoners gelijk aan het werk te zetten met parkonderhoud dat gaat wat ver. De gemeente heeft iets beloofd, dat moet men nakomen. Het is fantastisch dat de buurt mee wil werken aan het onderhoud, maar voor de basis moet de gemeente zorgen. De heer Hofsteenge brengt naar voren dat het zeker niet zijn bedoeling is om de bewoners zelf het onderhoud van het park op zich nemen.
Het was de bedoeling om aan te geven dat, wanneer de basis goed is, men kan meehelpen om het park god te houden. De heer Houtepen vindt het zeker de moeite waard om te onderzoeken of alle partijen bij de aanleg van het de afspraken zijn na gekomen. De wethouder heeft dit toegezegd, dus men gaat ervan uit dat dit goedkomt. Voor een ontwerpakkoord moet men de kosten niet te ver laten oplopen. In dat geval wordt een nieuw plan onhaalbaar. Er zullen wel kosten gemaakt moeten worden. De heer Hofsteenge dankt de buurtbewoners voor hun positieve houding. De gemeente is aan zet om de basis goed te krijgen. Men is er van overtuigd dat er iets moet gebeuren om het park prettig en veilig te maken voor de omwonenden. Men is er niet van overtuigd dat veel geld hiervoor automatisch tot het gewenste resultaat zal leiden. Overleg met betrokkenen vormt de sleutel tot het resultaat. De heer Van Laerhoven vraagt aan de vorige spreker hoe reflectie en nadenken metershoog onkruid gaat weghalen. De heer Hofsteenge brengt maar voren dat er in het park wat moet gebeuren. Daar is men met zijn allen het over eens. Maar het geld is ook niet onuitputtelijk. Voordat dit park weer een mooi park is dat veilig is en waar mensen graag komen, kan geld alleen niet de oplossing zijn. Het park dat er nu ligt is niet wat men zou willen.
Maar men moet er voor oppassen dat men bij vernieuwde aanpak niet meer dezelfde fout maakt als voorheen. De heer Van Laerhoven geeft aan dat een plan dat is opgesteld door de werkgroep met de omwonenden en met de kunstenaar een prijskaartje heeft. Dan kan men pas bepalen wat het mag kosten en of het plan alleen simpel moet zijn. De heer Hofsteenge geeft aan dat wat vorige spreker zei niet hetgeen was wat hij wilde overbrengen. Wanneer men nu hoort dat er puin in de grond zit, dan zou het fijn zijn wanneer er een voorstel komt waarin staat dat dit hersteld wordt inclusief de kosten, en dan heeft men een mooi park. Wanneer men er dan voor stemt, dan zou het fijn zijn wanneer dat puin niet meer in de grond zit. Uiteindelijk wil men dat er een mooi park komt. Mevrouw Schuermans stelt da het voorop staat dat het een mooi park wordt. Tot stand gebracht samen met de inwoners. Echter, het CDA blijft zorgen houden over de financiën. Voorzichtigheid is geboden. Men wacht de plannen af. In dat verband wil spreekster graag weten wanneer de wethouder denkt met het plan te komen.
22
De heer Van Laerhoven denkt dat het park een veilige en goede omgeving moet zijn. Daar lijkt iedereen het over eens te zijn. Dan blijft de vraag hoe dicht men kan blijven bij het oorspronkelijke ontwerp. Is dat aan de werkgroep om dat uit te werken? De heer Hofman vraagt vorige spreker welke rol die ziet voor de eerste architect en de kunstenaar op dit gebied. De heer Van Laerhoven vindt dat een dilemma. Ook voor de wethouder en de werkgroep. Er is een intentie geweest richting kunstenaar en dat moet men in gedachte houden. Spreker heeft er geen antwoord op. Mevrouw Van Aerts heeft ook nog geen antwoord. Uitervaring sprekend, bij zulke grote projecten komen er altijd wat problemen naar voren. Die met men onder de loep nemen. Wanneer er van afgeweken kan worden, hoe beroerd het ook is voor de kunstenaar, dan heeft de mening van de inwoners voorrang. De heer Van Laerhoven heeft er met de fractie over nagedacht. Aan de andere kant mag men als opdrachtgeven eisen stellen aan de kwaliteit en uitvoering. Echter in gesprek blijven is belangrijk. Dialoog en open houding is voor alle partijen belangrijk. De voorzitter concludeert dat het agendapunt voldoende behandeld is. Nu komt eerst de rondvraag voor wethouder Machielsen. Rondvraag voor wethouder Machielsen De heer Bisschops meldt afgelopen week een brief te hebben ontvangen van de huisartsengroep Rijen.
Is de huisvestingsproblematiek van de huisartsen bekend? Heeft het college contact gehad met de voorzitter van de huisartsengroep? Kan de wethouder aangeven wat de status is van het principeverzoek? Wanneer kan men een reactie op de brief verwachten? Mevrouw Frankemölle wil ook graag weten wat de status van het principeverzoek is. Kan de wethouder de raad meer informatie verschaffen over wat er speelt? Wethouder Machielsen geeft aan dat het probleem van de huisartsenpost bekend is. Er is ook contact geweest. Het principeverzoek is in behandeling. Wanneer het verzoek afgehandeld is, kan de wethouder niet aangeven. De ambtelijke organisatie is er mee bezig. Men is en blijft met de huisartsen in gesprek. Men zoekt actief mee naar een locatie. Meer informatie is er op dit moment niet. De voorzitter dankt de wethouder voor de beantwoording. Daarmee is het punt gesloten. Het volgende agendapunt is nu aan de orde. 9. RIB stand van zaken scouting De voorzitter geeft dat D66 en Gemeentebelang een oplegnotitie hebben ingediend over he onderwerp. Men wil graag met de raad spreken over de financiële consequenties van de verbouwing in relatie tot het huidige prijspeil en de begrotingsbehandeling. De indiener van de oplegnotitie krijgt als eerste het woord. De heer Van Haperen geeft aan dat de scouting een belangrijke vereniging in de gemeente is.
Maatschappelijke participatie zit in de genen van de vereniging. Dat moet men koesteren. In november vorig jaar heeft de raad unaniem een motie aangenomen over het belang van een nieuw gebouw voor de scouting in Rijen. Tijdens verkiezingstijd liep het wat anders. De scouting verdient meer dan een kluitje in het riet. Wat biedt men de scouting als gemeente? Kan de wethouder daar duidelijkheid over verschaffen? Men is het eens met de oplegnotitie van D66. De heer Van Vugt meldt dat de vragen uit de oplegnotie voor een groot deel beantwoord zijn door de beantwoording op de technische vragen. Men begrijpt dat er overleg is geweest. Het antwoord begrijpt spreker niet. Het college geeft aan scouting te bewegen om met een persoonlijk plan te komen. De vraag is hoe de partijen uit elkaar zijn gegaan zonder een afspraak wie welke actie gaat ondernemen. Is het mogelijk om het punt te betrekken bij de begrotingsbehandeling? Voor de
23
verkiezingen heeft men bepaalde verwachtingen gewekt. Dat moet men dan ook honoreren. De vraag aan het college is wat de echte stand van zaken is. Voor de begrotingsvergadering wil spreker daar duidelijkheid over hebben. De heer Bisschops geeft aan dat de partij het belangrijk vindt dat er een goede accommodatie is voor de scouting. Scouting levert een belangrijke bijdrage aan de samenleving. Eerst nog even wachten op de reactie van de wethouder. De heer Van Dongen heeft geconstateerd dat het gebouw van scouting aan vernieuwing toe is. Men is benieuwd naar de antwoorden van de wethouder. De heer Hofman is eveneens blij met de vereniging. Die moet een goede husvesting hebben. Men wil graag van de wethouder weten wat voor plannen er voor de huisvesting op tafel liggen en welke kosten daaraan verbonden zijn. De kosten moeten onder controle gehouden worden, aangezien er nog andere verenigingen in de gemeente zijn die panden hebben van de gemeente waar niet veel mee wordt gedaan. Er moet geen precedentwerking komen. Men moet het pand van scouting niet meer geld geven dan war besteed wort aan het onderhoud van de eigen panden. Mevrouw Frankemölle merkt op dat kijkend naar het gebouw er een aantal zaken is die echt heel oud zijn. Die behoeven een vernieuwing. Men wil graag van de wethouder hoe de versobering wordt gezien.
Zijn daarover al contacten met de verenigingen geweest? Aatje Ook wil men het financiële plaatje zien van de begroting van de verbouwing van het scoutinggebouw. Om een financiële afweging te kunnen maken bij de begroting. Mevrouw IJtsma ziet graag een mooie accommodatie voor de scouting die aan alle wensen voldoet. Uit de beantwoording van de technische vragen blijkt dat de plannen van scouting nog redelijk pril zijn. Dat geeft geen duidelijkheid voor de begroting. Er spelen nog veel factoren een rol. De perspectiefnota is geweest en daarin was geen geld voor deze accommodatie opgenomen. Het is niet goed om daar nu al geld voor te reserveren. Opmerkingen/beantwoording vragen In de zomer is er een gesprek geweest met scouting Rijen onder andere over de verbouwing van hun clubhuis. Daarbij zijn meer opties voorbij gekomen. De conclusie van dat gesprek was dat scouting Rijen vasthield aan het oorspronkelijke plan. De bijdrage de gemeente zou in dat geval 800.000 euro moeten zijn. De gemeente wil dat scouting een goed gebouw moet hebben. Tegelijkertijd moet men ook kijken naar wat echt nodig is. Als gemeente moet men goede afwegingen kunnen maken in een tijd dat er veel op de gemeente afkomt. Uiteindelijk was de conclusie van de gemeente dat men een versoberd plan wilde. Vandaar uit kan men dan samen verder denken.
Vandaag is er een verzoek van scouting gekomen voor weer een gesprek. Dan wordt er weer gesproken over een al dan niet versoberd plan. De heer Van Haperen is benieuwd of de wethouder het punt meeneemt met de begrotingsvoorbereiding. Wethouder Doremalen antwoordt. De inschatting is dat het lastig zal worden om het in de begroting mee te nemen. Men weet nog niet hoe het gesprek gaat verlopen. De heer Van Haperen brengt naar voren dat bij de behandeling van de perspectiefnota naar voren kwamen indicaties naar voren van zaken en de ambities die het college van plan was om op te pakken. De scouting is daarbij niet genoemd. Waarom neemt men de scouting dan niet mee bij de begrotingsvoorbereiding? Om hiervoor in ieder geval een richting te geven. Een nadere uitwerking kan later.
24
Wethouder Doremalen gaat verder. Dat zou een optie kunnen zijn. Het hangt ook af van hoe de gesprekken verlopen en of daar al volgende stappen uit komen. De heer Van Haperen is benieuwd of de wethouder hiermee een toezegging doet om te bekijken of men er iets mee kan in de begroting. De wethouder reageert. Zoals eerder gezegd, denkt men dat de tijd te krap is en dat het niet haalbaar wordt. Men zit nu al in het traject voor de nieuwe begroting. De heer Van Vugt merkt op dat het college al heeft aangegeven de motie uit te voeren. De verbouwing gaat hoe dan ook plaatsvinden. Is het dan niet verstandig daarvoor een substantieel deel van de kosten te reserveren? Er komt weer een gesprek met scouting. Wanneer men vasthoudt aan het plan, dan wil men als raad, die in november een besluit moet nemen over de begroting, dat plan wel zien met de mogelijkheden. Wanneer de raad dat niet heeft, kan men niets. Voor november wil men de informatie hebben die tot dat moment beschikbaar is. Ook al is het college het nog niet eens met de organisatie. Wethouder Doremalen reageert. De wethouder zegt toe de commissie mee te nemen in het proces. Men kan nog niet zeggen wanneer er meer informatie komt. De hoeveelheid beschikbare informatie hangt af van de procesontwikkeling.
Wanneer er nog veel losse eindjes zijn is er minder concrete informatie voorhanden dan wanneer er een duidelijke richting in het proces zit. De heer Van Vugt vraagt ook informatie te verstrekken wanneer men geen overeenstemming bereikt over het concept. Dan kan de raad haar eigen afweging maken. Wethouder Doremalen gaat verder. Wanneer er een concept ligt en er ligt een besluit van het college daarover, dan is het gevraagde geen probleem. Dan moet er eerst een concept zijn en er moet een duidelijke afweging in het college gemaakt zijn of men wel of niet verder gaat met het concept. Het wordt nog lastig. Men weet dat er een gesprek moet komen. Maar, men weet nog niet wat scouting gaat inbrengen en dus weet men ook de reactie van het college nog niet. Tweede termijn De heer Van Haperen is wat teleurgesteld over de beantwoording van de wethouder. Er was ruimte voor allerlei plannen en ideeën in de perspectiefnota met de opmerking dat een en ander nog verder uitgewerkt zou worden. Alleen scouting zit daar niet bij. Men wilde dat nog niet meenemen omdat men eerst het gesprek wilde aangaan. Wanneer het college niet bereid is om invulling te even aan de wensen van de scouting, maar ook geen richting of indicatie wil aangeven, dan kan scouting ook niet verder gaan met planontwikkeling. Het is hoe dan ook belangrijk dat scouting een eerlijk antwoord krijgt.
De heer Hofman snapt het punt van vorige spreker. Echter, hoe ziet men dat voor zich. Wanneer er geen concreet versoberd plan ligt, dan kan de wethouder daar niets aan doen. Wanneer er geen begrotingsplan ligt met bouwkaders en dergelijke heeft men geen financiële onderbouwing. Dan weet men ook niet wat scouting zelf bijdraagt, wat derde of vierde partijen bijdragen en wat de gemeente zou moeten bijdragen. Dan kan er ook niets meegenomen worden in de perspectiefnota. De heer Van Haperen Is van mening dat de grootte van de bijdrage van de gemeente wat minder belangrijk is. Men weet dat het over een groot bedrag zal gaan. Dan zou men een deel daarvan als 25
kapitaallast in de begroting kunnen meenemen. Wanneer men dat doet, geeft men ook een duidelijk kader mee aan scouting. Men moet wel het woord versobering goed definiëren. Dan heeft men het waarschijnlijk over het afschalen van een aantal duurzaamheidsmaatregelen. Men moet in ieder geval een richting opnemen. Wanneer het college dit niet doet, dan moet de raad daarvoor zorgen. Dan kan de scouting ook door. De heer Bisschops hoort de heer Van Haperen zeggen dat men maar met een bedrag moet komen dat na de gesprekken met scouting weer helemaal kan afwijken. Dat is toch niet wenselijk. Volgens de heer Van Haperen is de halve perspectiefnota zo opgebouwd. De heer Bisschops vindt het toch een rare gedachte van vorige spreker. Juist omdat de heer Van Haperen zeer regelmatig aangeeft dat plannen concreet moeten zijn met een volledige financiële onderbouwing. De heer Van Haperen is in elk geval van mening dat met scouting een richting mee moet geven. Scouting verdient het te weten waar ze aan toe is. Mevrouw Frankemölle vindt het een ingewikkeld verhaal. Men wil het gesprek van de wethouder afwachten. Wanneer dat gesprek geweest is graag een snelle terugkoppeling naar de raad. Dan kan de raad de ideeën vormgeven. Wanneer er meer duidelijkheid is, kan men reageren. Nu eigenlijk niet. De heer Van Haperen geeft aan dat het klopt wat mevrouw Frankemölle zegt.
Spreker wil dan wel even kijken naar wat passend is. En hoe neemt men het op in de begroting. Tijdens de begrotingsbehandeling moet men het er wel over hebben. Mevrouw IJtsma lijkt het verstandig om het gesprek van de wethouder met scouting af te wachten. Om dan te bekijken wat de vervolgstappen zullen zijn. De heer Van Vugt denkt dat er direct na het gesprek al veel duidelijkheid komt, omdat dan blijkt of het college en scouting op een lijn zitten of juist niet. De raad moet ook kunnen acteren op het moment dat men niet op een lijn zit. Vervolgens geeft spreker aan dat men bij de begroting zeker nog geen besluit heeft te nemen over een plan. Echter, ongeacht welk plan er komt, men weet dat het geld gaat kosten. Daar moet men voor reserveren. Denk aan de Spoorzone. De heer Hofman snapt het punt van de heer Van Vugt. Echter, de Spoorzone is van een andere orde. Andere middelen en van belang voor geheel Gilze en Rijen. Er is in het verleden vaak lang gediscussieerd over gebouwen met publieke functies waar alle inwoners gebruik van kunnen maken. Hier gaat het om een vereniging met een pand in eigendom. Het wordt gebruikt door een klein deel van deze gemeente. Spreker heeft er moeite mee om mogelijk op een snelle manier 800.000 euro voor de verbouwing van het scoutinggebouw te reserveren. Om die reden wil men eerst een plan zien.
Dan kan men besluiten wat men daarvoor wil reserveren. De heer Van Vugt adviseert de heer Hofman de perspectiefnota te bekijken. Daar staan veel onderwerpen in die alleen specifieke groepen binnen de gemeente aangaan. Daar staat dan bij dat men er een plan voor wil ontwikkelen. Daarbij komt dat scouting geen fondsen kan aanvragen bij derden, wanneer de gemeente geen besluit neemt over een reservering en er geen basis bestaat voor het verder uitwerken van een plan. Spreker wil voorkomen dat het een langdurig proces gaat worden waarbij de kosten oplopen. De heer Bisschops begrijpt dat men het gesprek moet afwachten. Men begrijpt ook dat men een besluit moeten nemen over het zo breed mogelijke plan. Ondertussen moet men wel alert blijven op de kostenontwikkeling. Wanneer de wethouder en de ambtelijke ondersteuning aangeven dat het lastig wordt om een reservering in de begroting mee te nemen, is spreker bereid dat over te nemen. De heer Van Haperen is benieuwd of de vorige bereid is om nog te wachten tot de volgende perspectiefnota. Nog negen maanden onzekerheid en onduidelijkheid. De vereniging kan niet verder. De heer Bisschops vindt het belangrijk dat er een zo breed mogelijk concreet plan komt te liggen met een financiële onderbouwing. Dan kan de raad de kaders bepalen. Wanneer dat betekent dat men het punt pas op een later moment kan behandelen dan spreker bereid te wachten.
De heer Van Haperen denkt dat men eerst de kaders moet vaststellen zodat er daarna een plan kan komen. De heer Bisschops bedoelt een breed plan waarvan de bedragen helder zijn en waarover de raad 26
vervolgens kan besluiten. De heer Van Dongen wacht het gesprek van de wethouder met scouting af. De heer Hofman is het met de heer Van Vugt eens dat snelheid geboden is. Voorkomen dat de kosten omhoog gaan. Er is echter ook een verantwoordelijkheid voor scouting zelf. Om sneller met de gemeente te gaan praten over een aangepast plan. De heer Van Haperen geeft de heer Hofman het advies om hierover contact te zoeken met scouting. Echter, voor alle duidelijkheid, de raad wacht op het college en niet op scouting. De heer Hofman brengt naar voren dat men dan verkeerde informatie heeft ontvangen. Men wacht het gesprek van de wethouder met scouting af. De heer Van Vugt heeft een concrete vraag aan de heer Hofman. Stel dat het college en scouting er op 6 oktober niet uitkomen, wil de heer Hofman dan dat de raad een besluit kan nemen over het plan dat er op dat moment ligt. het alternatief is een besluit een heel jaar vooruit schuiven. De heer Hofman wil daar wel over praten, maar met een RIB in handen waarom de gesprekken niet tot een goed einde zijn gekomen. Dan kan men in de commissie het debat voeren hoe men verder gaat. De voorzitter sluit het agendapunt af en schorst vervolgens de vergadering om 23.30 uur tot morgenavond. Dan gaat de vergadering verder om 19.30 uur.
De voorzitter heropent de vergadering van de commissie Samenleving op 29 september 2022 om 19.30 uur en begint gelijk met het volgende agendapunt. 10. RIB cultuurhistorisch beleid De voorzitter brengt naar voren dat de oplegnoties afkomstig zijn van D66 en Groen GilzeRijen. Na een korte inleiding over het thema geeft de voorzitter aan hoe de behandeling van het agendapunt verloopt. Dat geldt ook voor de nog volgende agendapunten. De behandeling van het agendapunt vindt plaats overeenkomstig de nieuwe werkwijze. Twee termijnen. De eerste termijn voor vragen aan de wethouder zonder interrupties. De tweede termijn is voor onderling debat met de mogelijkheid voor interrupties. De antwoorden op de technische vragen kunnen betrokken worden in de discussie. De indieners van de oplegnotities krijgen als eerste het woord. Te beginnen met Groen GilzeRijen. Mevrouw Van Aerts vraagt om iets meer spreektijd. De voorzitter constateert dat de commissie daar geen probleem mee heeft. Mevrouw Van Aerts is van mening dat kunst, cultuur en erfgoed in het meerjarenprogramma moeten zijn geworteld. Het behoud van het rijke erfgoed in de gemeente moet zowel voor de raad als de inwoners vanzelfsprekend worden. Men werkt dan ook graag mee aan de erfgoedvisie. Het Monumentenhuis Brabant heeft een uitstekende notitie opgesteld over de materie. Bijna alles kan in de erfgoedvisie worden opgenomen.
Ook ziet men mooie koppelingen met andere beleidsterreinen. Echter, enkele van de stukken zijn geen volledige erfgoedvisie. Ook natuurgebieden, immaterieel erfgoed en gemeentelijke kunst moeten gevolgd worden. Daarom wil spreekster dat er in het meerjarenbeleid aangesloten wordt bij belangrijke thema’s (zie oplegnotitie) die er als kapstokken boven kunnen hangen. Een en ander betekent dat er voldoende budget voor de erfgoedvisie en de uitvoering ervan beschikbaar moet komen. Erfgoed moet binnen de gemeente een plek krijgen die het verdient. Naar aanleiding van de RIP een aantal vragen. Het gaat onder andere over toezicht en handhaving binnen de Omgevingswet. Heeft de ambtelijke organisatie voldoende capaciteit om aan toezicht en handhaving te voldoen? Of is dat een aandachtspunt dat bij de uitwerking van de erfgoedvisie meegenomen moet worden? Erfgoed en cultuurhistorie wordt gedefinieerd als alles wat door vorige generaties is vervaardigd en aan de huidige generatie is nagelaten. Spreekster denkt dat kunst tussen wal en schip valt, zowel vanuit het gezichtspunt erfgoed als vanuit de cultuurvisie. Graag de mening over het punt dat kunst en kunstbehoud passen binnen de erfgoedvisie. De erfgoedvisie moet in 2023 beschikbaar komen.
Krijgt de raad tijdig de mogelijkheid om aan de ontwikkeling deel te nemen in de ontwikkelingsfase? In samenwerking met de erfgoedinstellingen en andere partners. Mevrouw De Frel vindt het van groot belang om de cultuurhistorische waarde van de gemeente te 27
bewaren voor de toekomst. Een duidelijke erfgoedvisie is daarom belangrijk en noodzakelijk, mede vanwege de Omgevingswet die eraan komt. Bij de onlangs opgeleverde archeologie- en cultuurhistorische kaart ontbrak de geactualiseerde erfgoedverordening en het erfgoedbeleidsplan. In 2020 was er geld gereserveerd voor de ontwikkeling van een nieuw erfgoedbeleid. Om onduidelijke redenen schoof de ontwikkeling daarvan steeds op. In totaal is er nu 65.000 euro gereserveerd voor het maken van een nieuwe erfgoedvisie. Men is benieuwd wat er gaat komen, zeker gezien de notitie van Monumentenhuis Brabant. Men denkt dan vooral aan de lokale herbestemmingsagenda, regeling voor bouwhistorisch onderzoek en andere zaken (zie de oplegnotitie). Zijn het college en de andere fracties het met D66 eens dat er een volledig uitgewerkte erfgoedvisie voor Gilze en Rijen moet komen inclusief de waardevolle elementen. Wanneer kan men het aangekondigde raadsvoorstel met betrekking tot de erfgoedverordening en dergelijke tegemoet zien? De heer Bisschops meldt voorstander te zijn van het opstellen van een nieuw cultuurhistorisch beleid. De vraag is of dit kan op de manier van een bouwstenennotitie. De vraag houdt verband met de puntsgewijze opstelling in de oplegnotitie van D66 van zaken die men in de notitie zou moeten en kunnen meenemen.
Hoe kijken de andere fracties hier tegenaan? In de tweede manier komt er een antwoord op de vraag van Groen GilzeRijen. De heer Hofman meldt achter erfgoed- en cultuurhistorisch beleid. Men wacht de visie af die het college aan de raad hierover zal voorleggen. De heer Van Haperen kijkt uit naar het erfgoedbeleid dat volgend jaar moet verschijnen. Er zijn binnen de gemeente veel cultuurhistorische plekken waar nog te weinig aandacht voor is. Men kan nog veel meer met onze geschiedenis. Kijk bijvoorbeeld naar de Gôolse Geheimen in Goirle. Daarnaast komt het 500-jarig jubileum van Rijen eraan. Men is benieuwd naar de beschikbare middelen en de wijze waarop men dat onder de aandacht wil brengen onder de inwoners. Met betrekking tot de bouwstenennotitie en de vraag of kunst en kunstbehoud daarin zouden passen, is men eerst benieuwd naar de reactie van de wethouder. Mevrouw Schuermans is van mening dat cultuurhistorische waarde van groot belang is in de gemeente. Men is dan ook blij dat er gewerkt wordt aan de ontwikkeling van een beleidsdocument op dit gebied. Men gaat ervan uit dat daar ook de inwoners bij betrokken worden. Uit de antwoorden op de technische vragen blijkt dat ook Heemkundekring is betrokken. Na de reactie wil spreekster ingaan op de vragen van GGR. Mevrouw IJtsma vindt het cultureel erfgoed eveneens heel belangrijk.
Er is de afgelopen jaren al veel verloren gegaan. In de notitie van het Monumentenhuis Brabant staan veel zaken waar men zich in kan vinden. Waar men zich minder in kan vinden zijn de punten die in de oplegnotitie van GGR stonden, bijvoorbeeld een happening of een gebeurtenis over cultureel erfgoed zoals het 500 jaar bestaan van Rijen. Dat is meer een gebeurtenis voor en door mensen georganiseerd gaat worden, dan als cultureel erfgoed. De presentatie vorig jaar heeft duidelijk gemaakt dat er een extra stap moet worden gemaakt. Men had een andere uitkomst verwacht van het onderzoek daarover. Namelijk een duidelijker beeld van wat men als gemeente onder erfgoed vindt vallen. Welke objecten hebben extra bescherming en aandacht nodig? Hoe beschermt men het erfgoed tegen verval, ongewenste sloop en ontwikkelaars? Men roept de wethouder op om snel te komen met een kernachtig en helder beleid dat makkelijk uit te voeren is. Opmerkingen/beantwoording vragen Kan de vraag over toezicht en handhaving en voldoende capaciteit bij de omgevingsvergunning schriftelijk ingediend worden? Dan wordt die naderhand beantwoord. Op dit moment heeft men het antwoord daar niet op. De erfgoedverordening en dergelijke komt in december. Dan heeft de Heemkundekring, die een archeoloog in hun midden hebben, nog een extra check gedaan.
Naar alle punten die nu zijn aangegeven gaat men kijken om te bepalen of en waar men die een plaats kan geven in het erfgoedbeleid.
28
500 jaar Rijen staat in de oplegnotitie van GGR. Dat kan wellicht in een soort bijlage. De vraag is of dat echt in de erfgoednotitie past. Men zal kijken of men er iets van kan meenemen. Men is nog niet bezig met de vraag hoe men dat onder de aandacht van de inwoners brengt. Er is wel een budget gereserveerd om in elk geval iets te doen. Het idee is wel om zoveel mogelijk aan te sluiten bij initiatieven van inwoners. Het idee is om kunst wel mee te nemen in de erfgoedvisie. Men moet nog kijken wat en hoe men ermee kan doen in de visie. Men wil wel tot een zo breed mogelijke visie komen. Het idee is om met de Heemkundekring, monumenteigenaren, betrokken inwoners en dergelijke een brainstormsessie te organiseren. Dan krijgt men input vanuit die hoek. Dan wordt er een eerste opzet gemaakt van de erfgoedvisie. Het voorstel is om vervolgens een avond met de commissie te beleggen om die eerste opzet te bespreken.
Mevrouw Schuermans leest ook dat kerkenvisie in de erfgoedvisie wordt meegenomen. De vraag is of de parochies er in worden meegenomen. Wethouder Doremalen antwoordt. De kerkenvisie wordt inderdaad meegenomen. Daar worden parochies ook in meegenomen. Mevrouw De Frel heeft een lijstje opgenoemd van punten die men van belang acht. Worden die punten meegenomen? Wethouder Doremalen reageert. Men kijkt ernaar om zoveel mogelijk van deze punten al mee te nemen. De punten worden ook meegenomen in de brainstormsessie. Wanneer men toch iets niet terug ziet dan kan men op de extra avond van de commissie daar iets van vinden. De heer Van Haperen heeft het antwoord nog niet gehoord op de vraag of kunst en kunstbehoud onder erfgoed gaan vallen. Wethouder Doremalen geeft antwoord. Er is aangegeven dat men kunst in het algemeen wil proberen mee te nemen. Men kijkt nog in welke vorm. Dan komt er een voorstel. Tweede termijn Mevrouw Van Aerts licht toe wat men precies met kunst bedoelt. Men ziet heel veel kunst in de openbare ruimte. Ook dingen die momenteel worden gemaakt. Men heeft de cultuurvisie gelezen. Daarin staat nergens opgenomen hoe men onze kunstcollectie vanuit de gemeente wil behouden. Men weet ook niet of die wordt geregistreerd. De collectie van de gemeente moet ergens in mee worden genomen. Het staat nu in de cultuurvisie.
Erfgoed gaat over wat vorige generaties ons hebben nagelaten. Sommige kunstwerken zijn van deze tijd. Daarom het punt of kunst in de erfgoedvisie past. Om er zeker van te zijn dat de gemeentelijke collectie goed wordt gedocumenteerd en behouden wordt voor onze generatie. De vraag of er thema’s meegenomen moeten worden in de erfgoedvisie. Wanneer men naar andere gemeenten kijkt, ziet men dat thema’s als kapstokken dienen om aan bepaalde zaken extra aandacht te besteden. Dat kan bijvoorbeeld van toepassing zijn op monumentenbehoud. Thema’s geven meer duiding aan bepaalde zaken. Vandaar de suggestie om dat punt mee te nemen. Ook om aandacht te besteden aan de natuur en immaterieel erfgoed. Niet alleen aan monumenten. Mevrouw De Frel vindt het op basis van wat omschreven is door het Monumentenhuis Brabant het simpel is om te zoeken naar koppelingen tussen verschillende beleidsterreinen waardoor medefinanciering plaats kan vinden. Erfgoed raakt veel andere beleidsterreinen. Door aan te sluiten bij projecten en maatschappelijke opgaven kan het erfgoed van de gemeente beter gepositioneerd 29
worden. Om daarmee beleefd en beheerd te worden. Spreekster is benieuwd hoe kunst vorm kan krijgen binnen deze visie. De heer Bisschops denkt dat kunst meegenomen moet worden in het toekomstig erfgoedbeleid. De wethouder heeft aangegeven dat men na overleg met de Heemkundekring terugkomt naar de commissie. Een goed moment om te praten over hoe de commissie dan wel de raad invulling wil geven aan het beleid. De heer Hofman heeft niets voor de tweede termijn. De heer Van Haperen sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Van Aerts betreffende het immaterieel erfgoed. Het is goed om dit mee te nemen, omdat veel cultuurhistorie in niet tastbare zaken zit. Kunst moet een plek hebben in het erfgoedbeleid. Echter, het moet niet de enige plek zijn waar men kunst borgt. Een kunstbeleid is wenselijk. Mevrouw Van Aerts denkt dat men het nu heeft over de cultuurvisie die ooit is opgesteld. Daar staat nul in over kunst alleen. Vandaar de vraag of het inde cultuur- of erfgoedvisie worden opgenomen. De heer Van Haperen denkt dat kunst in beide visies een plek moet hebben. Tijdens de discussie voor het reces over het verlichten van kunst in de openbare ruimte heeft de wethouder aangegeven dat men aan de slag zou gaan met het vernieuwen van het beleid. Het is dus een goed moment om het punt mee te nemen. Mevrouw Schuermans vindt kunst een breed begrip.
Wanneer men het heeft over cultuurhistorische kunst dan moet dat zeker een plaats krijgen in de erfgoedvisie. Mevrouw IJtsma wacht het voorstel van de wethouder af. Het is goed om kunst daarin mee te nemen. De voorzitter concludeert dat deze RIB voldoende behandeld is. Daarmee is de discussie hierover gesloten. 11. Evaluatie pilot jongeren ontmoetingsplekken De voorzitter begint met de behandeling bij de VVD, die de oplegnotitie heeft ingediend. Daarna volgt D66, die eveneens een oplegnotitie heeft ingediend. De heer Houtepen merkt op dat het JOP sinds het ontstaan eigenlijk al een project met hobbels is. Met de eerste locatie in Rijen was eigenlijk niemand gelukkig. Op de nieuwe plek schijnt het JOP wel een succes te zijn. Van de jongeren zelf hoort men andere geluiden. Ze ervaren (drugs)overlast en ze maken nauwelijks gebruik van de JOP. Drugsoverlast in Rijen blijft een issue. Men kan zich net voorstellen dat de JOP een succes zou zijn. Het is een mooi rapport, maar er staat niets in over hoe jongeren de plek ervaren. Daar is spreker wel nieuwsgierig naar. Laat de jongeren het elf maar vertellen. Desnoods op het gemeentehuis.
Kan de wethouder aangeven waar de geluiden vandaan komen van het succes? Hoe gaat men de kosten van het onderhoud, inclusief eventuele vernielingen, in de toekomst waarborgen? Is het een goed plan dat de wethouder toch nog eens met jongeren en omwonenden rond de tafel gaat zitten? De heer Van Vugt kan wel iets uit de evaluatie oppikken. Echter, men vraagt zich toch af of het rapport wel de actuele situatie weergeeft. Met name wanneer het over de jongeren gaat. Nu eert de JOB in Gilze. Het college spreekt over een succes, omdat er elders minder overlast voor komt. Echter, die relatie is niet goed te leggen. Minder overlast kan ook het gevolg zijn van de ondernomen actie door de burgemeester en de politie. De JOP zit op een drukke plaats en omwonenden klagen voer veel problemen. Ondanks het feit dat er recent weer jongeren zijn geweest, wordt dat tegenover de bewoners ontkent. Samen met de bewoners vindt men de bestaande plek niet goed. Jongeren worden er ook slecht gefaciliteerd. De signalen dat er drugsoverlast is bij de JOP in Rijen heeft spreker ook vernomen. Dat baart zorgen. Een van de criteria voor de JOP was dat er sociale controle zou zijn. Die controle is er op die plek helemaal niet. Vergunning afgeven voor de JOP in Gilze ontraadt spreker ten zeerste. Men gaat er een motie voor indienen.
Voor de verkiezingen hebben bijna alle partijen aangegeven dat er een soort jongerenhonk 30
in Gilze zou moeten zijn. Net als in Rijen. Vinden de collega’s het een goed idee om een onderzoek te doen naar een soort van jongerenhonk, zodat men jongeren op een zinvolle manier kan bezighouden. Een dergelijk onderzoek zou ook in Rijen moeten gebeuren, met daar een accent op de activiteiten. Nu staat het gebouw een groot deel van de week leeg. De voorzitter maant de commissieleden zich aan de spreektijd te houden. Mevrouw IJtsma brengt naar voren dat de JOP in Rijen sinds eind maart op de locatie de Korte Rekken staat. Tijdens die periode wordt er redelijk gebruik gemaakt van de JOP. In het rapport wordt aangegeven dat er op die locatie geen sprake is van overlast. Of dat daardoor de overlast in het centrum afneemt, is nog maar de vraag. Met name het winkelcentrum blijft een favoriete hangplek voor jongeren met een navenante overlast. In Gilze wordt de JOP nauwelijks gebruikt. Dat is tegenstrijdig met wat er in de evaluatie staat. Geteld wordt dat de overlast wat minder is, maar zou ook andere oorzaken kunnen hebben. Hoe kijkt de wethouder daar tegenaan? Het is goed dat men iets voor jongeren probeert te regelen. Het feit is wel dat jongeren moeilijk te sturen zijn. Dat kan het idee van een jeugdhonk weer minder aantrekkelijk maken. De JOP is een idee van diverse instanties. Met name de professionals in het veld hebben indertijd aangegeven er behoefte aan te hebben.
De JOP’s zijn er. Wat is de ervaring van de professionals? Wat zijn hun reacties? Zijn de professionals voldoende in gesprek met de jeugd. Met name de jeugd die zich op verschillende plekken in het dorp verzamelt. Mevrouw Schuermans stelt dat uit het evaluatierapport dat beide JOP’s op een goede locatie staan. Spreekster hoort ander geluiden. In de antwoorden op de technische vragen leest men wel iets over het gebruik en over wat de animo ervoor onder jongeren is. Van inwoners hoort men dat er maar een klein aantal jongeren van de JOP’s gebruik maakt. Helaas zijn er wat vernielingen geweest. ContourdeTwern regelt ook activiteiten. De jongeren worden regelmatig bezocht door de jongerenwerkers. In hoeverre is ContourdeTwern medeverantwoordelijk voor jongeren die de JOB’s bezoeken? Hoe is het gesteld met de sociale controle? Is de wethouder van mening dat JOP’s een duurzame ontmoetingsplek vormen voor jongeren? Mevrouw Van der Meer is een voorstander van goede voorzieningen, waaronder voorzieningen voor jongeren. Al vaker is er over de JOP’s gesproken, ook over de gevoelige punten die daarmee verband houden. De JOP’s worden gebruikt, ze voorzien in een behoefte en eigenlijk gaat het met JOP’s best wel goed. Men begrijpt de oplegnotitie van de VVD wel, maar men moet niet verwachten dat de JOP’s altijd vol zitten. Jongeren groeien op en krijgen andere interesses.
Vervolgens maken ze plaats voor de volgende generatie. JOP’s zijn bij uitstek een voorziening die geschikt is voor wisselende populaties. D66 suggereert in de oplegnotitie dat het tijd is om eens naar de inwoners te luisteren. Los van de formulering van de vraag, men moet natuurlijk naar de inwoners luisteren. Dat is in geval van de JOP’s ook gedaan. Alleen JOP’s blijven een gevoelig onderwerp. Daardoor kan niet iedereen gelijk krijgen. De heer Van Dongen merkt op dat uit de RIB blijkt dat het college van mening is dat de JOP’s succesvol zijn. Men is op locatie geweest in Gilze en men heeft verschillende gebruikers van het park gevraagd wat ze van de JOP vinden. De reacties waren zeer negatief. Eigenlijk was het stuk van een inwoner van Gilze dat in september in de krant stond een betere evaluatie van de JOP dan wat in de RIB staat. In Rijen bleek de JOP op de eerste locatie geen succes te zijn in verband met de vele klachten van omwonenden. Na verplaatsing naar de Korte Rekken zijn er geen klachten van omwonenden meer. Makkelijk, er zijn geen omwonenden. Wandelaars mijden de JOP. Vissers daar klagen wel, maar niet via de officiële kanalen. Het voorstel om een QR-code te plaatsen, waardoor wandelaars en vissers snel hun mening zouden kunnen geven, is door de gemeente afgewezen. Ook ziet men bij de JOP veelvuldig afval. Het sterft er van de ballonnetjes.
De gemeente heeft twee prachtige parken en op beide plekken staat een oerlelijke container. Vinden de collega’s oprecht dat
31
men met deze JOP’s de jeugd twaalf maanden per jaar op een goede manier bedient? De A16 is dicht en er is nog geen onderzoek gedaan naar wat men in Gilze kan plaatsen. De heer Bisschops heeft ook andere signalen gehoord dan die er uit de RIB naar voren komen. Men is benieuwd naar de beantwoording van de wethouder daarover. Opmerkingen/beantwoording vragen Het jeugdhonk A16 wordt wel gebruikt. Een jeugdhonk en een JOP staan los van elkaar. Het gaat over verschillende doelgroepen. De JOP is voor jongeren die liever hun eigen ding willen doen. De heer Van Dongen is benieuwd of de jongeren nog behoefte hebben aan een andere vorm van de JOP? Men heeft nu de open container gedurende twaalf maanden per jaar. Is er gevraagd naar een mogelijk alternatief? Wethouder Doremalen gaat verder. Gekozen is voor deze vorm van een JOP. Dat past het best bij een hangplek. Er is geen sprake van een alternatief. Van de pilot van de JOP in Gilze zijn zes maanden afgerond. Er een hele tijd contact geweest met een kleine groep betrokkenen. Daar is ook naar geluisterd en er is gehoord wat die groep meegaf. Na afloop van de pilot zijn er geen meldingen van overlast binnengekomen. Met de jongeren in Gilze is veelvuldig contact. Die groepen heeft men goed in beeld. De JOP wordt gemiddeld 2 à 3 avonden per week gebruikt.
De heer Van Vugt brengt naar voren dat bewoners niet meer klagen, omdat er niemand is. Omwonenden zien ook nooit jongeren. Wethouder Doremalen vervolgt de beantwoording. Jongeren zijn er wel bij de JOP. Er zijn genoeg mensen die ze wel hebben gezien. In de zomermaanden zijn de JOP’s zeker gebruikt. De gemeente heeft geen meldingen van overlast ontvangen. Mevrouw Schuermans is benieuwd of de jongerenwerkers ook wel een JOP bezoeken. Wethouder Doremalen gaat verder. Jongerewerkers bezoeken ook de JOP’s. Ze hebben meer contact met de jeugd omdat ze op bepaalde tijden wat makkelijker te vinden zijn. In Rijen staat de JOP op de huidige locatie nog niet zo lang. Het beeld over het gebruik is nog wat onduidelijk. Daar hebben jongerenwerkers nog geen regelmatig contact met de jongeren. Dat moet verder opgebouwd worden. In Gilze is ook contact geweest met een kleine groep omwonenden. Daarbij kwam naar voren dat de JOP er niet fraai uitziet. Daarop is aangegeven dat de gemeente gaat kijken hoe die beter in de omgeving ingepast kan worden. Dat gebeurt weer samen met de jongeren. De verplaatsing van de JOP in Rijen had niet zozeer te maken met de omwonenden. Echter, op de eerste locatie werd de JOP door de jongeren niet gebruikt. De jongeren wilden de locatie waar de JOP nu staat. Sociale controle is geen harde eis, maar wel fijn als het er is. Die controle is er nu beperkt.
Voor het eind van het jaar verwacht men nog met een evaluatie te komen over de JOP in Rijen. Die moet helderheid over de locatie verschaffen. De heer Van Dongen is men benieuwd of men voor de evaluatie ook de wijk ingaat om mensen te bevragen wat ze van de JOP vinden. Of gaat men uit van officiële klachten? Misschien is het goed om de mensen die er rondlopen eens te interviewen. Het is zeker dat er criminele activiteiten
32
plaatsvinden. Wethouder Doremalen antwoordt. Er wordt regelmatig bij de JOP’s langsgegaan en met jongeren gesproken. Een punt is dat er in Rijen geen sprake is van direct omwonenden. De verlichting is vernield en ook de wifi. Omdat de evaluatie er nog niet is en het nog zeker is dat de JOP er blijft staan gaat men alleen de verlichting herstellen. In geval de locatie gehandhaafd blijft, volgt het herstel van de wifi. De heer Houtepen hoort de wethouder zeggen het licht en later misschien de wifi herstellen. Daarna gaat het weer fout en dan blijft men in de kosten hangen. Spreker wil graag een locatie waar meer toezicht is. Dat is beter dan het omwonendenverhaal in Gilze dat men niemand ziet. Dan is het toch vreemd dat uit de stukken blijkt dat dit soort vernielingen toch kunnen. Wethouder Doremalen gaat verder. Men wil geen wel of nietes discussie aangaan. Men gaat uit van de berichten die men daarover krijgt. Wat betreft de verlichting heeft men al nagedacht over een locatie er vlakbij. Dat is nog net helemaal duidelijk. Maar men heeft geen garantie dat de verlichting nier weer kapot gemaakt wordt. Over drugsoverlast is bij de politie niets bekend. Er zijn daarover ook geen meldingen binnengekomen. Er zijn geen drugs aangetroffen. Daar moet men zich op dit moment toch op baseren. De heer Van Dongen gelooft het laatste graag.
Er is iemand uit de buurt die elke ochtend schoonmaakt. Wethouden Doremalen antwoordt verder. Die mededeling kan het punt verduidelijken. Echter, tot op heden zijn er geen meldingen binnen gekomen over drugsoverlast. Er is dus geen aanleiding om er speciaal op te letten. In aansluiting op de opmerking over hangjongeren in het winkelcentrum brengt de wethouder naar voren dat men niet de illusie moet hebben dat men jongeren overal kan bereiken. Mevrouw Schuermans merkt op dat het op zich goed gaat in het winkelcentrum. Men weet niet of de jeugd die nu in het JOP zit eerst de jeugd was die rondhing in het winkelcentrum. Men merkt soms dat, wanneer men jongeren aanspreekt, dat ze angstig reageren. De omgang met jongeren is dus ook een belangrijk punt. S’ Avonds en in de nacht is er wel baldadigheid van jongeren. Dat is wel iets om op te controleren. Overdag is er geen probleem. Wethouder Doremalen gaat verder. De heer Van Dongen refereerde aan het verzoek voor een QR-code om meldingen te kunnen doen. Het college heeft dat afgewogen. Iedereen kan sowieso een melding doen. Zo’n OR-code geeft ook een beeld naar de jongeren die er zijn. Zo, van wij geven overlast. Jongeren zijn inwoners. Dat laat onverlet dat men moet handhaven wanneer dat nodig is. De heer Hofman snapt de overweging om geen QR-code te plaatsen.
Het de gemeente erover nagedacht om de QR-code dubbelzijdig te maken. Enerzijds om overlast te melden en anderzijds om jongeren in staat te stellen om te melden hoe zij het JOP gebruiken.
Wethouder Doremalen reageert. Wil wel over deze optie nadenken. Een punt is dat, wanneer men het ergens doet, men het op 33
andere locaties ook zou moeten doen. Op allerlei locaties en voor allerlei doelgroepen. De heer Van Dongen denkt dat de QR-code een onderdeel kan zijn van de pilot. Dn hoeft het iet gelijk overal. Wethouder Doremalen antwoordt verder. Stel dat men in Rijen ervoor kiest om de QR-code te plaatsen, dan is het voorstel omdat ook bij de JOP in Gilze te doen. Daarmee trekt men de JOP’s en hun omgeving gelijk. De heer Van Vugt is van mening dat men die plaatsing niet alleen kan doen bij de JOP’s. Dan zou het moeten gebeuren op alle plaatsen waar men overlast van jongeren heeft. Die code kan men een paar maanden laten hangen om veel informatie op te doen. Eigenlijk is het wel een goede suggestie. Dan kan men nagaan hoe mensen en jongeren dat aanvaarden. De vraag is of men met het punt niet iets breder maakt dan alleen op plekken waar de JOP’s staan. De heer Van Laerhoven vraagt de wethouder of ze het een goed idee vindt om op alle plekken binnen de gehele gemeente waar overlast is zo’n systeem oe te passen. Spreker vreest dat dit totaal uit de hand loopt en het is een betutteling van de eerste orde. Wethouder Doremalen antwoordt. Men moet goed opletten dat een systeem niet doorslaat. Men kan de code niet op een enkele locatie toepassen. Maar, het is ook niet de bedoeling om dit in de hele gemeente te doen. Men neemt het mee in de overwegingen.