Verslag Commissie Samenleving 28 en 29 september 2022
Tekst van het document
Verslag naar aanleiding van de openbare vergadering van de raadscommissie Samenleving, gehouden op woensdag 28 en donderdag 29 september 2022 voorzitter: griffier: leden:
tevens aanwezig:
de heer P. van Seters mevrouw S. van Dijk mevrouw Q. van Aerts, de heren A. Bisschops, P. van Dongen, de dames J. Frankemölle, S. de Frel, de heren S. Hofman, J. Hofsteenge, P. Houtepen, P. van Laerhoven, de dames M. van der Meer, L. Schuermans, C. Vervaet, de heer G. van Vugt, mevrouw K. IJtsma de heer C. Machielsen, mevrouw M. Doremalen (wethouders), de heer Van Van Roozendaal, mevrouw Ternatas, de heren Timmermans, Wirken (insprekers)
1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.30 uur en heet alle aanwezigen en kijkers welkom. Eerst eventuele mededelingen. Wethouder Doremalen meldt dat de gemeente naast een energietoeslag van het Rijk een extra toeslag van 500 euro ter beschikbaar gesteld. Mensen die nu energietoeslag aanvragen, krijgen 1.300 euro. Wie de 800 euro al ontvangen heeft, krijgt in oktober automatisch de 500 euro. Men ziet bij de gemeente ook een toename van de financiële hulpvragen. Men kan ook mensen doorverwijzen naar het dorpsteam. Het team is ook alert op hulpvragen voor mogelijk een ander probleem. Via het budgetcafé kunnen mensen terecht bij een budgetcoach. Dit zijn de eerste maatregelen om mensen die in financiële problemen te kunnen helpen. Op een later moment komt de wethouder terug met een verder plan van aanpak. 2. Inventarisatie aanmeldingen spreekrecht Er hebben zich vier insprekers gemeld. Het voorstel is om de volgorde van de agenda te wijzigen zodat de insprekers direct aan het begin van de avond aan bod komen. De heer Van Roozendaal zal inspreken op het punt AED’s in het buitengebied (agendapunt 5). Vervolgens komt de heer Wilken over de LHBTIQ+ (agendapunt 7). Dan komt mevrouw Ternatus over subsidieafspraken basisondersteuning (agendapunt 12). Als laatste de heer Timmermans over het park centrumplan Gilze (agendapunt 13).
Na dit agendapunt vertrekt wethouder Machielsen. Om die reden de rondvraag bestemd voor de wethouder te behandelen na het punt park centrumplan. De voorzitter stelt vast dat de commissieleden instemmen met het voorstel. 3. Vaststellen definitieve agenda De agenda wordt in aangepaste vorm vastgesteld. De nummering van de agendapunten wordt aangepast aan de behandeling van de agendapunten. 4. Verslag vergadering raadscommissie Samenleving d.d. 6 juli 2022 + actielijst De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. Er zijn geen op- of aanmerkingen naar aanleiding van het verslag. Dan nu de actielijst. De voorzitter vraagt naar de status van de actiepunten 377 en 386. Wethouder Doremalen brengt naar voren dat het idee voor een nieuw cliëntervaringsonderzoek (actiepunt 377) is gedeeld met de cliëntenraad. Die onderschrijft het idee. Met de raad wordt
1
gesproken over een nieuwe opzet van het onderzoek, dat toegepast kan worden bij Wmo, werk en participatie. Daarna kijkt men hoe het onderzoek op een goede manier gedaan kan worden. Actie 386 (Manifest een (t)huis voor senioren wordt meegenomen in regionale en lokale woonzorgvisie. Dat wordt vervolgens uitgezet met de lokale partners. De heer Van Vugt brengt actie 363 ter sprake. Het gaat over de inclusie. Op 1 december komt dat in de commissie. De RIA is pas daarna. Is die volgorde wel handig? Mevrouw Van Dijk brengt naar voren dat men daar even naar moet kijken. De commissie is overigens op 7 december. De RIA zit wel tussen de commissie en de raadsvergadering in. Het presidium zal het bekijken. De heer Van Vugt meldt dat actiepunt 370 al meer dan een jaar ligt. Wat gaat er nu gebeuren. Mevrouw Van Dijk meldt dat de dorpsteams met twee data zijn gekomen. Die zijn afgewezen door het presidium. Men kijkt nu naar een parallelle sessie. De heer Van Vugt merkt op dat er iets staat over het erfgoedbeleid begin volgend jaar. Binnenkort komt er een raadsvoorstel over de erfgoedverandering en bijbehorende regels. Dat staat niet op de lijst. Dat moet er nog tussen. Wethouder Doremalen vraagt of de heer Van Vugt doelt op het vaststellen van de archeologische en cultuurhistorische waarde kaart. Dat is volgens de wethouder de volgende stap.
Daarna komt de archeologische visie en het beleid. De heer Van Vugt geeft aan dat het om de erfgoedverordening gaat. Die zou op korte termijn via een raadsvoorstel worden aangeboden. Wethouder Doremalen meldt dat men een raadsvoorstel aan het voorbereiden is. Om zowel de cultuurhistorische als de archeologische waarde kaart vast te stellen. Om dit voorstel zo goed mogelijk voor te bereiden, wordt er nog archeologisch advies ingewonnen. Dat zorgt voor een kleine vertraging. Volgens de voorzitter gaat het voorstel in de decembercyclus mee. Is dat akkoord. De heer Van Vugt stemt daarmee in. De voorzitter beëindigt hiermee de discussie over dit agendapunt. Alvorens naar de volgende agendapunten te gaan, geeft de voorzitter aan dat die behandeld zullen worden in twee termijnen. De eerste termijn voor het innemen van voorlopige standpunten door de fracties en om vragen te stellen aan de portefeuillehouder. Interrupties zijn niet toegestaan. De tweede termijn is voor het onderliggende debat tussen de fracties. Interrumperen mag. De antwoorden op de technische vragen kunnen bij de behandeling van de agendapunten worden betrokken. 5. Raadsvoorstel inzake burgerinitiatief AED’s in buitengebied van Gilze en Rijen De voorzitter leidt de behandeling van het raadsvoorstel in. Als eerste krijgt de heer Van Roozendaal als inspreker het woord.
De heer Van Roozendaal juicht het van harte toe dat er AED’s in het buitengebied worden toegevoegd. Ook dat die worden meegenomen in het onderhoud- en vervangingsprogramma. Men kan nu werken aan een netwerk van AED’s met voldoende dekking in het buitengebied. Spreker biedt medewerking aan bij het zoeken van de juiste locaties voor de AED’s. De voorzitter dankt de inspreker voor zijn bijdrage en geeft de commissieleden ruimte om vragen te stellen. De heer Van Vugt is benieuwd of de inspreker de uitbreiding van het aantal AED’s in het buitengebied voldoende vindt. De heer Van Roozendaal vindt de aanschaf en de vervanging van de AED’s prima. Daarbovenop komen er nog vier AED’s. De voorzitter stelt vast dat er geen vragen meer zijn. Dan volgt nu de regulier behandeling van het agendapunt. Aangezien D66 het punt heeft geagendeerd krijgt die fractie als eerste het woord.
2
Eerste termijn De heer Van Vugt juicht de plaatsing van vier extra AED’s in het buitengebied toe. Men neemt aan dat dit in het raadsvoordstel terugkomt. Spreker is het eens met het opnemen van deze particuliere AED’s in het gemeentelijk onderhoudsprogramma. Elke particuliere AED in het buitengebied helpt de dekking beter te maken. In de toekomst zal de gemeente de vervanging van de particuliere AED’s wel over moeten nemen. Mevrouw Vervaet vindt het goed dat de uitbreiding op basis van her Burgerinitiatief op de agenda is gekomen. Men gaat ervan uit dat, op basis van het rapport van BMC, er met plaatsing van de extra AED’s in het buitengebied voldoende dekking is van AED’s in de gehele gemeente. De gemeente heeft toegezegd daarvoor te zorgen. Men ondersteunt de gemeente in deze. Mevrouw Van Aerts kan zich zeker vinden in de uitbreiding. Men is van mening dat de AED’s die voor iedereen beschikbaar zijn, onderhouden moeten worden door de gemeente. Men neemt de conclusies van het rapport over. De heer Houtepen wanneer de gemeente het onderhoud en de aanschaf voor haar rekening neemt, zoals dat ook in een eerder voorstel is gedaan, dan lijkt spreker het raadsvoorstel hierover een hamerstuk. De heer Hofsteenge kan zich vinden in de reactie van de gemeente op het initiatief. Men ondersteunt van harte de plaatsing van vier AED’s in het buitengebied om voldoende dekking te realiseren.
Het is niet zo dat alle AED’s door de gemeente onderhouden moeten worden. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de gehele maatschappij. Mevrouw Frankemölle is blij met het burgerinitiatief. Men sluit zich aan bij de eerdere reacties van de fracties. Nog een klein punt. In de opsomming van de locaties mist men de locatie golfbaan Princenbosch. Het blijkt dat daar drie AED’s zijn. De golfbaan staat in principe open voor een gesprek. Zou de wethouder daar gevolg aan willen geven? Dan aanschaf en onderhoud als gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat begrijpt men als het gaat om bedrijven en instellingen. Voor particulieren is het anders. Daarom de vraag of de enige particuliere AED niet gewoon kan worden meegenomen in het gemeentelijke onderhoud? Wanneer wil de gemeente overgaan tot aanschaf en plaatsing van de extra AED’s? Mevrouw IJtsma kan zich vinden in de uitkomsten van het rapport. Zo ook in de toezegging van het college. Opmerkingen/beantwoording vragen De gemeente wil graag voor een gemeente brede dekking van AED’s zorgen. Men zal de zelf aangeschafte AED’s ook zelf vervangen en onderhouden. Daarop een uitzondering maken, wordt toch lastig. Het voorstel is dan ook om het te houden zoals het nu is. Ieder vervangt zijn eigen AED en onderhoudt deze. De locatie Princenbosch was bij het college niet bekend als AED-locatie.
Het is goed om met de initiatiefnemers te kijken of die locatie een optie is. Zo ja, om daarna het gesprek aan te gaan. Het moment van aanschaf en plaatsing hangt af van hoe het verdere traject loopt. Wanneer het raadsvoorstel aangenomen wordt, kan men vrij snel met de initiatiefnemers daar naar kijken. Wanneer men het voorstel van het college aanneemt moet dat mogelijk via een amendement, omdat er dan de mogelijkheid tot wijziging blijft. De griffier zal dat toelichten. Mevrouw Van Dijk geeft aan dat het ingediende burgerinitiatief en het besluit wat daar in staat, het besluit is dat nu voorligt. Het college geeft het advies om een ander besluit te nemen. Wanneer met de raad het collegebesluit wil overnemen, dan moet men het besluit van het burgerinitiatief amenderen.
3
De voorzitter geeft voorafgaand aan de tweede termijn de inspreker de gelegenheid om op wat gezegd is tijdens de eerste termijn te reageren. De heer Van Roozendaal begint met de besluiten 1 en 2 in het raadsvoorstel. Via de RIB laat het college weten dit anders te zien. Het zou goed zijn om de besluiten 1 en 2 over te nemen in plaats van het B&W-voorstel. Vervolgens geeft spreker nog een kleine aanvulling op de informatie over de AED bij de golfbaan. Tweede termijn De heer Van Vugt ondersteunt het raadsvoorstel en gaat niet mee met het voorstel van het college. Er zijn maar een beperkt aantal particuliere AED’s die in onderhoud zouden komen. Bij twee is sprake van vervanging. Deze AED’s dragen wel bij aan het beter dekkend systeem. Wanneer men al daarbij een onderscheid zou moeten maken, dan moet men zeker het onderhoud van de AED van de echte particuliere persoon meenemen. Het liefst ziet men dat het voorstel van het burgerinitiatief integraal wordt overgenomen. Mevrouw Vervaet gaat met de fractie in beraad wat men gaat doen met het raadsvoorstel. Mevrouw Van Aerts sluit zich daarbij aan. Een punt. Wanneer de AED’s, ook in het buitengebied, voor iedereen toegankelijk zijn, moet de gemeente dan niet het onderhoud van alle AED’s op zich nemen? Dit, ten opzichte van AED’s die beperkt toegankelijk zijn. De voorzitter stelt vast dat andere fracties geen vragen meer hebben.
Daarmee is het agendapunt voldoende behandeld. Daarmee is de discussie gesloten. 6. RIB vervolg LHBTIQ+ De voorzitter leidt het agendapunt in. Als eerste krijgt de inspreker, de heer Wirken, het woord. De heer Wirken geeft aan dat de RIB in zijn optiek tweeledig is. Een stukje hier en een stukje daar. Veel is bekend, maar men moet het zelf wel meenemen. Wat aangegeven is, is heel simpel: de lessen die geleerd zijn, neemt men mee in de inclusieagenda. Invoeren en doorgaan. Wat is het resultaat? Spreker is blij dat er van de verbeterpunten is geleerd. Dan verwacht men ook transparantie. Wat heeft men dan geleerd? Het is nu september. Begrepen is dat er half november een document klaar moet zijn. Mensen die het betreft zijn er niet bij betrokken. De visie van de organisatie is leidend. Het gaat over ons en zonder ons. Mensen die het betreft worden niet betrokken. Wanneer er lessen zijn geleerd en er lopen zaken, waarom kan het geleerde dan niet gelijk worden meegenomen? Men kijkt meer naar wat mooi is dan naar de behoefte om discussie ver inclusieproblemen. Men praat meer over bomen, maar als het over inclusie gaat is men snel klaar. De vraag aan de commissie. Wat verstaat de commissie onder inclusie? In de inclusieagenda staat dat inclusie begint met bewustwording. Alles wat er verder staat is gewoon mensen niet meenemen.
Na twee jaar is er ondanks gesprekken geen begrip en geen vooruitgang. De voorzitter stelt vast dat er geen vragen zijn voor de heer Wirken. Dan volgt nu de reguliere behandeling van het agendapunt. De fractie van Gemeentebelang krijgt als indiener van het agendapunt als eerste het woord. Eerste termijn De heer Van Haperen is na het lezen van de stukken teleurgesteld. De informatieve avond en de brainstorm zijn kennelijk een op een vertaald naar beleidsvoorstellen. De door de gemeente voorgestelde maatregelen zijn niet voorgelegd aan de mensen waar het over gaat. De fractie heeft dat wel gedaan. Deze mensen hadden er een onaangenaam gevoel bij. Soms vond men het zelfs beledigend. Is de wethouder het eens met het punt dat het inclusiebeleid beter moet en kan? Zijn de andere partijen het ook eens dat het beter moet en kan? Op 11 oktober is de nationale coming out day. In het verleden hees men dan de regenboogvlag met de bijbehorende aandacht. Gaat het
4
college dit jaar dat weer doen? Mevrouw Frankemölle wil graag aan de wethouder meegeven oog te hebben voor de oproep van de inspreker. Met betrekking tot de RIB beperkt spreekster zich tot de vragen van Gemeentebelang. De inclusieagenda is geen statusdocument. Wanneer de behoefte leeft onder de Queergroep dan kan dat worden toegevoegd. De vraag daarbij is hoe de commissie aankijkt naar andere groepen in de samenleving die om aandacht vragen. Is daar ook aparte aandacht voor nodig? Men moet ervoor oppassen steeds opnieuw groepen te maken, terwijl men inclusief wil zijn. De term Queer kent verschillende interpretaties. Wat vindt Gemeentebelang zelf van de term? Wanneer dat niet voldoende is, wat dan wel? De heer Van Laerhoven vindt de oproep, getuige de laatste zinnen van de RIB, om inclusie mee te nemen is wat slap geworden vanuit de raad. Het gaat om een belangrijk onderwerp. Men kan niet meer zeggen dat het wordt meegenomen. Men moet actie op dat punt ondernemen. Men moet de doelgroep vol aanzetten om hun mening te geven en te vragen wat er verbeterd kan worden. Tijdens de informatieavond over het onderwerp is de fractie kritisch geweest of en hoe het Queerbeleid opgenomen zou moeten worden in de inclusieagenda. Onze conclusie was dat het opnemen van dit beleid niets zou toevoegen aan het verbeteren van het belang van de doelgroep. De meerderheid dacht er anders over.
De term LHBTIAQ+ in te wisselen voor de term Queer voegt weinig of niets toe. Een ander label, maar het helpt niet aan een verdere acceptatie. Acceptatie moet men stimuleren. Het hijsen van een vlag is slechts ondersteuning. Mevrouw De Frel vindt dat de aandacht voor de problematiek belangrijk blijft. Verankering in de inclusieagenda, het zichtbaar maken via de vlag spreken voor zich. Enkele vragen aan de wethouder op basis van de informatieavond. Kan zichtbaarheid en bereikbaarheid van de persoon binnen de ABG gecommuniceerd worden? Zijn de gesprekken met sportverenigingen al geweest? Zo ja, wat waren de resultaten? Wat zijn de behoeften van de inwoners om veilig meer gelijkgestemden te ontmoeten buiten de gemeente? Kan men ze binnen de kaders verwijzen naar de COC in Breda? De heer Bisschops merkt op in het kader van de vraag of men niet te veel groepen gaat onderscheiden dat er jaren geen of nauwelijks aandacht is geweest voor de Queer-gemeenschap. Is het bij mevrouw Frankemölle bekend hoeveel mensen van diverse groepen (ernstig) lastig gevallen worden? Inclusie betreft iedereen. Die lijn moet men aanhouden. Men is blij met de extra aandacht voor de Queer-gemeenschap. Het is geen vanzelfsprekendheid dat je jezelf kunt zijn. Ook niet in deze gemeente. De laatste jaren is de situatie zelfs verslechterd. Niet voor niets heeft de partij het regenboogakkoord getekend.
Men heeft zich verbaasd over de opmerking in de RIB over de onveiligheid in de omgeving. Daar moet op geanticipeerd worden. Daarnaast de vraag of het college het regenboogakkoord naast het beleid wil leggen om te kijken of er meer aansluiting gevonden kan worden. Mevrouw Van Aerts is van mening dat wanneer met men inclusie start dat men met de mensen die het betreft er vanaf het begin bij betrekt. Anders werkt het niet. Dat geldt ook voor het inclusiebeleid dat men wil maken met en voor de Queer-gemeenschap. Uit gesprekken met deze gemeenschap komt naar voren dat de leden net als iedereen normaal veilig op straat kan lopen. Dat ze zich normaal kunnen voelen. De Queer-gemeenschap vindt het nodig dat er een podium is om dit te bevorderen. Daar is extra aandacht voor nodig. Gezien de reacties van de gesprekpartners is het voldoende om de term Queer aan te houden. Er moet een vertrouwenspersoon zijn voor iedereen. Dan werkt het. Het werkt ook niet dat men als commissie of raad zaken over de Queer-gemeenschap bespreekt zonder die groep erbij te betrekken. De heer Hofman vindt het te zot voor woorden dat men weer een discussie moet voeren over hetzelfde onderwerp als een jaar terug. Dat betekent dat er noch door de raad noch door het college actie is ondernomen.
In aansluiting op de laatste zin van de RIB de vraag wat gaan we wijzigen en hoe gaan we verder aan de slag? Voor de rest sluit spreker zich aan bij de fracties van Kern75, PvdA en GGR.
5
Opmerkingen/beantwoording vragen Het door de inspreker aangevoerde punt is een belangrijk punt. Elke keer wanneer het punt in de raad op de agenda staat, spreekt de heer Wirken in omdat het proces nog niet goed verloopt. Een tijd terug is men begonnen met de inclusieagenda. Dat blijkt lastiger dan verwacht. Dat heeft onder andere te maken met de drukte van de afdeling RO. Uiteindelijk wil men wel een eenduidig beleid. Men is nu aan het kijken hoe men daarvoor kan zorgen. Men betrekt er zoveel mogelijk deskundigen bij. Toch loopt niet alles naar wens. Men zal er toch nog weer eens naar kijken. Daarbij zal de wethouder graag met de heer Wirken willen spreken over de problematiek. Wat betreft de verbeterpunten die in het beleid moeten landen, is men nog aan het zoeken wat het moet worden om het werkbaar te maken. Het moet ook praktisch worden. Een vorm van evaluaties door gesprekken met ervaringsdeskundigen neemt men daarbij mee. De RIB is een eerste aanzet als vervolg op de raadsinformatieavond LHBTIAQ+. De RIB is nog geen beleid. Omdat de gemeente ook iets had, is besloten om de inclusieagenda te verbreden. Iedereen in de gemeente moet mee kunnen doen en moet zich veilig kunnen voelen. Men wil het beleid voor mensen met een beperking vormgeven en vervolgens starten met enkele punten betreffende de Queer-doelgroep.
Over het laatste zal men zeker spreken met representanten uit deze doelgroep. Op de coming out day zal de gemeente de regenboogvlag hijsen. Daarbij heeft men mensen uit de Queer-doelgroep uitgenodigd om daarbij aanwezig te zijn en om ervaringen, positief en negatief, met elkaar te delen. Het punt veiligheid neemt men zeker mee in het beleid. Over de vertrouwenspersoon deelt de wethouder mee dat het iemand is van het sociaal team. Deze persoon gaat vooral in gesprek wanneer mensen zich met een bepaald Queer gerelateerd probleem melden. De vertrouwenspersoon wordt dan ook contactpersoon. Men gaat kijken of er voor de vertrouwenspersoon een andere optie is te vinden. Bijvoorbeeld een aparte medewerker specifiek in dienst als vertrouwenspersoon. Met alle sportverenigingen is gesproken over Queer. Daar is aandacht voor gevraagd. De wethouder zegt toe om het punt doorverwijzing naar het COC Tilburg-Breda mee te nemen. De heer Bisschops heeft de suggestie meegegeven of punten uit het regenboogakkoord meegenomen kunnen worden in het beleid. Wethouder Doremalen antwoordt. Men zal daar naar kijken. Wellicht levert het extra handvatten op. De voorzitter geeft de heer Wirken het woord om te reageren op alles wat gezegd is. De heer Wirken constateert dat de RIB aangeeft dat er op een andere manier een nieuwe inclusieagenda wordt opgesteld.
Spreker heeft het gevoel dat hij moet aankloppen om daarover mee te praten. Maar, in het coalitieprogramma staat letterlijk dat die agenda samen met inwoners uitgebreid en uitgevoerd wordt. Waarom moet inspreker aankloppen om mee te praten? Spreker wil best de uitnodiging van de wethouder aannemen. Echter onder de voorwaarde dat men eerst ziet en hoort wat de bevindingen en de lessen zijn geweest. Wat heeft men afgelopen jaar geleerd? Dan wil spreker ook zijn bevindingen delen. Zo niet, jammer. Er wordt bij de gemeente veel gepraat over bijvoorbeeld bomen, maar inclusie is nauwelijks een gespreksonderwerp. Iedereen accepteert dat. Er wordt niets aan gedaan. Met andere woorden spreker wil meewerken aan het
6
proces, maar niet zonder dat gehoord is welke lessen en bevindingen er geleerd zijn. Wanneer dat laatste niet kan, dan is er geen sprake van medewerking. In dat geval wenst spreker de gemeente veel succes. Tweede termijn De heer Van Haperen kan zich wel vinden in de opmerking van de heer Van Laerhoven. Meegeven is niet voldoende. Men moet er echt wat aan doen, men moet het zelf meenemen. De situatie is niet morgen veranderd, want daar moet een gedragsverandering aan vooraf gaan. De heer Wirken zal ongetwijfeld nog wel weer komen inspreken. Dan mag die ons erop bevragen. Kijkend naar de gevoerde discussie, concludeert spreker dat er nog werk aan de winkel is. Dat is in elk geval een positief signaal vanuit de raad. De vraag is hoe men dat nu gaat doen. Dat moet leidend zijn. Dat is belangrijker dan het naamkaartje dat men eraan hangt, inclusiebeleid of iets anders. Het college moet aan de slag met het inclusiebeleid. Dan moet men daar gewoon in meegaan. Het is goed om te horen dat er aandacht wordt besteed aan de coming out day samen met de mensen waar het omgaat. Mevrouw Frankemölle kan niet veel toevoegen aan wat in de eerste termijn is gezegd. Men kan alleen maar de hoop uitspreken dat inclusiebeleid niet nodig is. Dat iedereen wordt geaccepteerd en er geen aparte benoeming meer nodig is.
De heer Van Laerhoven hoort commissieleden zeggen dat de discussie niet nodig zou moeten zijn. Naar, het zou ook niet nodig moeten zijn dat er iedere keer ingesproken moet worden op dit onderwerp. Het zou ook niet mogelijk moeten zijn dat er iedere keer weer een discussie plaatsvindt over inclusie. De realiteit is anders. Uiteindelijk gaat het om acceptatie van elk individu. Onder welke regel of beleid men valt, is irrelevant. Het gaat erom dat men mensen accepteert die hun leven willen leiden zoals ze vinden dat het goed voor hen is. Acceptatie begint onderaan. Daar moet de aandacht naar uitgaan. Mevrouw De Frel heeft geen vragen. Maar, het is wel belangrijk mensen het gevoel te geven dat ze zich thuis mogen voelen, dat ze er toe doen. Dat ze mogen zijn die ze zijn. De heer Van Laerhoven is benieuwd wat het dakje van de regenboogkleur helpt bij de acceptatie van de Queer-gemeenschap. Komt iemand met een afwijkende mening daardoor op andere gedachten? Volgens mevrouw De Frel gaat het erom dat ieder mens die zich wel of niet thuis voelt onder die kleuren zich gewoon thuis voelt in de gemeente. Dat ze gezien worden. De heer Bisschops sluit zich aan bij de woorden van mevrouw De Frel over het symbool. Het symbool draagt bij aan de acceptatie. Het moet in deze gemeente mogelijk zijn dat je bent wie je bent. Met inclusie moet men bezig blijven.
Het is de vraag of men dat in de raad op de juiste manier doet. Het is geen afvinken op een lijstje. Mevrouw Van Aerts sluit zich aan bij de woorden van D66 en PvdA. Men begrijpt de heer Van Laerhoven heel goed. Het gaat echter niet om individuele gevoelens. De Queer-gemeenschap heeft behoefte aan zo’n bankje. Dat geldt voor allerlei verschillende doelgroepen. Men moet kijken naar wat de gemeenschap zegt om vervolgens tot een conclusie te komen. De heer Hofman vraagt de wethouder om het punt dat er een goed gesprek gaat plaatsvinden tussen de gemeente en de betrokkenen. Dat er uiteindelijk de informatie die nodig is boven tafel komt. De heer Bisschops vindt dat niet de taak van de wethouder. De heer Hofman denkt nadat men de inspreker gehoord heeft en na de aandachtpunten die naar voren zijn gekomen het van belang is dat de wethouder het gesprek aangaat om vervolgens door te pakken. Dat is wat spreker aan de wethouder wil vragen. Spreker hoort iedereen praten over verschillende aspecten. Maar, los daarvan moet men aan de onderkant beginnen, sportverenigingen, scholen en jeugdcentra. Wat men in de praktijk ziet, geeft aan dat inclusie breder is dan waarover
7
men nu hier over praat. Het is geen label, maar het gaat erom hoe mensen lopen, hoe ze doen. Er zijn groeperingen en aspecten waar niet op gelet wordt. Daar moet men aandacht aan geven. Van onder naar boven. Men moet met name actie ondernemen op educatie en stimulatie bij de jeugd. De voorzitter dankt de heer Wirken voor zijn inbreng. De RIB is voldoende behandeld. Daarmee is de discussie gesloten. 7. RIB nieuwe subsidieafspraken basisondersteuning De voorzitter leidt het agendapunt in. Voordat de behandeling begint, krijgt de wethouder het woord. Daarna volgt mevrouw Ternatus als inspreker. Wethouder Doremalen merkt op dat er binnen de gemeente zorgen zijn over de toekomst van het VIP en de subsidie voor het VIP. De wethouder benadrukt dat men trots is op het VIP en alles wat het doet voor de mensen in de gemeente. Trots op alle vrijwilligers en de waardevolle activiteiten wil men behouden en versterken. Dat is een van de doelen van de nieuwe subsidieafspraken basisondersteuning. Dat daarover een verkeerd beeld ontstaan, vindt de wethouder kwalijk en daar neemt de wethouder nadrukkelijk afstand van. Naar aanleiding van de RIB is er een brief binnengekomen van MEE, IMW en VIP waarin een in hun ogen een aantal feitelijke onjuistheden zijn benoemd. Gisteren bereikte het college het bericht dat er één punt is dat hersteld moest worden.
De afspraak over het punt dat de subsidie verstrekt wordt aan ContourdeTwern. Via een herstelprocedure zal dat anders geformuleerd worden. De subsidie wordt verleend aan het samenwerkingsverband waaraan MEE, IMW en VIP deelnemen. ContourdeTwern is vanuit dit samenwerkingsverband gemachtigd om de subsidieaanvraag in te dienen. Die organisatie blijft dus het aanspreekpunt. De fout zal hersteld worden. Naar aanleiding van alle onrust zal zo spoedig mogelijk overleg plaatsvinden met alle betrokken partners. Met als doel de blik weer op de toekomst te richten in het belang van de inwoners. Alle partijen zijn het erover eens dat de activiteiten van het VIP onmisbaar zijn. De nieuwe activiteiten in het samenwerkingsverband zijn erop gericht om die activiteiten te versterken. Dat zal men blijven benadrukken. Mevrouw Ternatus geeft aan dat VIP met veel vrijwilligers werkt en dat met nauw samenwerkt met andere hulp- en zorgorganisaties binnen de gemeente. Men is tussenschakel tussen vraag en aanbod met als uitgangspunt dat iedereen kan meedoen in de samenleving. Hoewel men toch grotendeels op gemeentelijke inzet draaien is de organisatie wel vijf dagen per week bereikbaar. In 2012 was er nog bijna niets. Wel kwamen er regelmatig bezoekers, die zich aanmelden voor vrijwilligerswerk. Dat gaf mede de start om iets op te zetten in GilzeRijen.
Er is een werkgroep gekomen die de basis heeft gelegd voor VIP. ContourdeTern had geen interesse om het project mee op te pakken. Tien jaar later is VIP uitgegroeid tot de beste hulpverleningsorganisatie van Nederland. Men bereikt heel veel mensen ongeacht achtergronden of leeftijd. VIP speelt snel en creatief in op actuele omstandigheden. De helft van het budget haalt men bij fondsen. De rest komt van de gemeente. Van elke euro van de gemeente maakt VIP er twee van door de fondsen. Het budget komt rechtstreeks ten goede aan de mensen die het nodig hebben. Het nieuwe kaderstuk van de gemeente in april sloeg in als een bom. De reden is dat de gemeente VIP uit het kader heeft geschreven. Vanaf 1 januari verliest VIP zeggenschap en eigenaarschap van zijn werk. Er is een partij die de totale verantwoordelijkheid krijgt en die bepaalt. Die partij gaat dan ook bepalen wat er in GilzeRijen gaat gebeuren. Dat is een machtspositie voor één partij. Dat is een bedreiging voor het goed functioneren van VIP. Er wordt zelfs al gesproken over het punt dat VIP mag blijven bestaan. De inspanningsverplichting waarover gesproken wordt in het beleidskader biedt geen juridisch houvast. De gemeente geeft steeds aan in gesprekken dat alles goed komt. Echter, er is nog geen plan. En 1 januari is dichtbij. De nieuwe dorpsvisie van ABG geeft alleen maar meer onduidelijkheid.
Een grotere organisatie met enkele beroepskrachten, meer protocollen en meer
8
overleg en afstemming. Dit verhindert juist de organisatie, de besluitvaardigheid, de flexibiliteit en het eigenaarschap. VIP is een lokale organisatie die drijft op inwoners, ondernemers en inwoners met binding met deze gemeente. VIP werkt met alle belanghebbenden samen ten gunste van de inwoners. GilzeRijen heeft de organisatie nodig. Het gaat om voor en door inwoners. Om zelfstandigheid, onafhankelijkheid en eigenaarschap. Daarom een oproep om VIP zelfstandig te laten werken. Ten gunste van vele inwoners. Met een rechtstreekse subsidierelatie met de gemeente. De voorzitter begrijpt de mensen op de publieke tribune, maar applaudisseren is eigenlijk niet toegestaan. De commissie kan nu vragen stellen aan mevrouw Ternatus. De heer Van Vugt vraagt of de opmerking van de wethouder over de subsidie die in de toekomst naar het samenwerkingsverband zal gaan bekend is. Zo ja, verandert dit iets aan de opstelling van VIP en aan de zorgen die er leven? Mevrouw Ternatus merkt op dat de opmerking gericht is tot de bestuurders van de organisaties. Derhalve kan de inspreker niet antwoorden op de vraag. De heer Van Dongen vraagt of men nog problemen ziet wanneer het VIP gegarandeerd zelfstandig kan blijven functioneren en het subsidiebedrag goed geregeld wordt via het samenwerkingsverband. Mevrouw Ternatus brengt naar voren dat het samenwerkingsverband nieuw is.
Het antwoord moet dus komen van de bestuurders. Die hebben al verschillende gesprekken gevoerd. De heer Van Laerhoven meldt dat men op 22 april 2022 op de hoogte is gesteld van de plannen. Was dat de eerste keer dat u van deze plannen hoorde? Of was er al in een eerder stadium iets bij uw organisatie bekend? Is de zorg na het horen over de toekomst toegenomen? Mevrouw Ternatus heeft zelf niet met de bestuurders aan tafel gezeten. Wat men daarvan heeft vernomen is dat het eigenaarschap, de positie en de zelfstandigheid is het geding zouden komen. VIP kan binnen het samenwerkingsverband niet meer zelfstandig besluiten. Ook niet over personele zaken. Men wist dat er een soort beleidskader zou komen. De inhoud van dit kader viel koud op ons dak. Mevrouw Frankemölle is benieuwd of er op dit moment met andere organisaties gesproken wordt om te bekijken hoe men samen verder kan. Mevrouw Ternatus meldt dat er gesprekken zijn geweest. Het is niet bekend wanneer het volgende bestuurlijk overleg zal plaatsvinden. De heer Bisschops vraagt of de inspreekster vanuit haar positie geen behoefte heeft om met ContourdeTwern aan tafel te gaan voor een gesprek. Mevrouw Ternatus merkt op dat er nog veel onduidelijk is over 2023. Dit jaar werkt men al wel samen. Dan spreekt men elkaar dus ook. Dat loopt gewoon door. Het beleidskader komt daar bovenop.
Na de inspreekster bedankt te hebben, start de voorzitter de eerste termijn. De oplegnotitie is van het CDA en de VVD. Deze fracties krijgen als eerste het woord. Mevrouw Frankemölle heeft het gevoel dat het voor VIP vijf voor twaalf is. Men heeft de indruk dat het door het vorige college ingezette beleid ongewijzigd door het huidige college wordt voortgezet. Begin juni werd men gewezen over de komende verandering in de subsidiestroom. Daardoor zou de gehele regie over het dorpsteam en het VIP bij ContourdeTwern komen te liggen. En ook de zeggenschap over het totale subsidiebedrag. Het CDA vindt dit geen goed plan. Wanneer men dit in april zou hebben geweten, had men zeker al eerder aan de bel hebben getrokken. Op het verzoek van het CDA is er een RIB over de gang van zaken geschreven. Net voordat die ontvangen werk, ontvingen de fracties een brandbrief van het VIP. Die brief was voor zowel het CDA als de VVD om schriftelijke vragen in te dienen. De antwoorden hebben de zorg niet weggenomen. In tegendeel. Omwille van het grote belang is het onderwerp nu al geagendeerd en niet in november.
9
Men hoort graag van de wethouder en van de andere fracties of het geheel niet terug moet naar de tekentafel. De wethouder gaat met de organisaties in gesprek. Dat gesprek moet dan wel leiden tot een gezamenlijk gedragen oplossing. Hierbij moet recht gedaan worden aan alle organisaties, in het bijzonder het VIP. Het VIP is een volwassen organisatie met een unieke positie in de gemeente. Voor en door inwoners. Men moet zuinig op het VIP zijn. De heer Houtepen vraagt om iets meer spreektijd. De voorzitter constateert dat de commissieleden het eens zijn met een verruiming van de spreektijd. De heer Houtepen vraagt zich af of de toelichting van de wethouder wel een verheldering is van de situatie. De subsidie wordt verleend aan het samenwerkingsverband. Het beheer van die subsidie ligt bij ContourdeTwern. Daar gaat het om. In de inleiding van de RIB komt men veelvuldig het woord wij tegen. De vraag is wie wij zijn. De wethouders, de hier aanwezige commissieleden, het VIP of de inwoners? Samenwerken voor een betere toekomst. Dat is goed, maar dat moet dan wel in overleg vooraf met het VIP. Dat is volgens spreker niet gedaan. Wanneer de subsidie wordt gecentraliseerd, moet men wel waarborgen dat de verschillende partijen de juiste dingen kunnen (blijven) doen.
ContourdeTwern lijkt in 2023 nog niet klaar te zijn voor die samenwerking, maar toch gaat dan de subsidie naar het samenwerkingsverband. Onafhankelijk en dicht bij de inwoners is de kracht van het VIP. Ook in de samenwerking met alle andere stichtingen en verenigingen, waaronder ContourdeTwern. Kan de wethouder de onafhankelijkheid van het VIP blijven waarborgen? Hoe kan het zijn dat de wethouder aangeeft dat MEE heeft meegeschreven aan dit stuk, terwijl die organisatie dit ontkent. SCMO en VIP hebben niet meegeschreven aan het voorstel voor de inrichting van de basisvoorziening, omdat zij zich wilden beraden op de eigen positie en ze hebben bezwaar gemaakt tegen het subsidiekader basisondersteuning. Ook MEE West-Brabant heeft bezwaar gemaakt, omdat ze de inspanningsverplichting van ContourdeTwern onvoldoende rechtszekerheid willen geven. Beide bezwaarschriften worden pas behandeld na het advies van de bezwarencommissie. Het voorstel is om dat de behandeling nu te doen of om de invoering van de samenwerking nog een redelijke termijn uit te stellen. Wanneer het bestuur van ContourdeTwern voldoende capabel zou zijn geweest, dan had men het bestaansrecht van het VIP goed moeten kennen. VIP vult blijkbaar het gat dat ContourdeTwern niet heeft kunnen invullen. Afgelopen jaar is het VIP bekroond als beste Nederlandse vrijwilligersorganisatie.
Hoe kan men dan nu hier zo’n beslissing nemen? De vrijwilligers van het VIP voelen zich in de steek gelaten. Waarschijnlijk de inwoners ook. Kan de wethouder die onrust wegnemen? Spreker eindigt met een voorstel aan alle collega’s. Breng het hele stuk terug naar de raad. De heer Van Haperen dankt niet alleen de inspreker, maar ook alle verdere aanwezigen. Die laten zien hoe essentieel VIP is in de gemeentelijke samenleving. Spreker zou het voorstel van mevrouw Ternatus integraal over willen nemen. Reagerend op het voorstel van de VVD, het college moet besluiten, maar de raad kan een duidelijk signaal afgeven dat het college niet op de juiste weg is. Hoe gaat wethouder Doremalen het besluit met de grote impact voor het VIP terugdraaien? Wanneer gaat de wethouder daarmee beginnen? De toelichting van de wethouder neemt de vragen en de onderliggende zorgen niet weg. VIP is uniek. Niet alleen in hun betekenis voor de inwoners, maar ook om wat het is. Een lokaal gedragen organisatie die staat. Het voorgestelde kader is een allesbehalve een passend compliment. Het subsidiekader moet in dienst staan van de inwoners en de organisaties die de inwoners helpen. Men leest nu precies het tegenovergestelde. Eén subsidieontvanger is makkelijker. Een bezuinigingsslag ten koste van VIP ligt voor de hand. Het subsidiekader is geschreven voor heel ABG.
Echter, wat hebben onze vrijwilligers te maken met Baarle-Nassau en Alphen-Chaam? Men mist de specifiek aandacht voor VIP, de inwoners en de vrijwilligers. Dit is niet de weg die men moet gaan. Wat goed is, moet men goed laten. De heer Van Laerhoven brengt naar voren dat het VIP fantastisch werk doet. Het besluit van het college om de subsidiestroom in de toekomst via ContourdeTwern te laten lopen roept veel emoties
10
op. De RIB draagt daar aan bij. De RIB is niet altijd even duidelijk. Dat blijkt uit het feit dat de wethouder vooraf nog een toelichting heeft gegeven. Voor spreker staan de doelstellingen van het VIP voorop. Het moet zijn taken ongehinderd kunnen blijven doen. De plaats van het VIP in de gemeentelijke samenleving is van groot belang. De vraag is ook of de huidige situatie, de subsidie die loopt via SCMO, de meest logische en efficiëntste is. Echter, het borgen van de onafhankelijkheid en de continuïteit van het VIP is voor de fractie van het allergrootste belang, ongeacht waar de subsidiestroom vandaan komt. Welke harde toezegging kan de wethouder op dit punt, onafhankelijkheid en continuïteit van het VIP in de subsidieverordening, doen? De heer Van Vugt brengt naar voren dat het belang van het VIP buiten kijf staat. Een bloeiende organisatie met een goed netwerk en veel vrijwilligers. Een club om trots op te zijn. De raad heeft twee jaar geleden besloten dat het VIP meer bij basisondersteuning hoort en dat het losgekoppeld zou kunnen worden van SCMO. De raad is er toen niet in meegegaan. De aparte subsidie voor VIP zou eigenlijk losgelaten moeten worden met de samenwerking met andere instellingen. Dat heeft het college bedacht. Het oude college en overgenomen door het nieuwe college.
Twee jaar geleden is afgesproken dat de loskoppeling geen afbreuk mocht doen aan de unieke taak van VIP. Dat dreigt nu wel te gebeuren. Door de subsidie toe te kennen aan ContourdeTwern dan wel aan een andere samenwerkingspartner. Daarbij moet VIP taken gaan inleveren. Dat wil het VIP niet en MEE WestBrabant wil dat ook niet. Ziet het college niet dat er met zo weinig draagvlak in de samenleving de samenwerking niet ten goede komt? Er wordt gesteld dat het behalen van de doelen binnen het sociaal domein alleen met een subsidieontvanger en met het inleveren van autonomie van andere partners kan plaatsvinden. Waar is dat op gebaseerd? Waarom kan niet via afzonderlijke subsidieovereenkomsten de bijdrage van alle partners geregeld worden bij de gezamenlijke visie? Beseft het college wel dat met een mindere stringente maatregel ook had gekund? Alleen een partij als contactorganisatie maar wel met afzonderlijke subsidierelaties. Met wat nu voorgesteld wordt, is men bang dat het draagvlak van het VIP met hun goede netwerk met de onderlinge partners met het draagvlak van de vrijwilligers wordt weggegooid. Daar is D66 tegen. Dit nog los van de juridische haken en ogen die aan de maatregel zitten. Het verzoek aan het college is om de gekozen richting te heroverwegen.
Om met alle partners een zodanig samenwerkingsmodel uit te werken om de gestelde doelen dichterbij te brengen en om te voorkomen dat men in een situatie terecht komt waar niemand mee gediend is. De grote voordelen van het VIP moeten blijven. Daarna kan men verder praten. De heer Bisschops brengt naar voren trots te zijn op VIP en de vrijwilligers. Geen afbreuk aan het succes van deze organisatie. Gezien wat er speelt bij mensen is zorgvuldigheid vereist bij dit dossier. Beslissen is bij dit dossier een collegebevoegdheid. De raad kan de kaders meegeven. Het is van belang dat het VIP een zelfstandige organisatie blijft. Er zijn nog andere vragen gesteld. Eerst wacht men de beantwoording van de wethouder af. Afhankelijk daarvan komt men erop terug in de tweede termijn. Mevrouw Van Aerts meent dat de onafhankelijkheid van het VIP belangrijk is voor de vrijwilligers, de deelnemers en alle inwoners die geholpen worden. Dit is iets dat alle partijen al naar voren hebben gebracht. Men kan niet voorbij gaan aan het punt dat VIP de nationale vrijwilligersprijs heeft ontvangen en dat dit vrijwilligerswerk zo bijzonder is voor deze gemeente. Men begrijpt de zorg van het VIP over het overgaan van de huidige subsidievorm die overgaat naar ContourdeTwern. De vraag aan de wethouder om te blijven doen als wat nu gebeurt met SCMO en VIP.
Is de angst terecht dat de zelfstandigheid van VIP vervalt? Kan de wethouder die angst wegnemen? Wat gaat er in 2023 voor VIP veranderen? Een andere vraag is wat het beleid precies gaat inhouden. Had men niet eerder de intenties van deze vorm van samenwerking kunnen weten? Of heeft de gemeente in deze slecht gecommuniceerd.
11
Opmerkingen/beantwoording vragen De aanwezigheid van de vele mensen op de publieke tribune geeft de betrokkenheid aan bij VIP. Daarvoor dank. Het college begrijpt dat de raad wil dat het VIP de goede dingen kan blijven doen die het op zijn manier doet. Daarover is men het eens. Uit de afgelopen drie jaar blijkt dat losse subsidies en vervolgens wel samenwerken niet werkt. Vandaar de wijziging van het subsidiekader. Mevrouw Frankemölle vraagt op welk terrein die aparte subsidies niet werkten. Wethouder Doremalen antwoordt. Bij het dorpsteam werkte het niet. De wethouder merkt dat het beeld verkeerd wordt geschetst. In 2020 is al aangegeven dat het VIP niet meer zo past in he SCMO maar meer bij het dorpsteam. Het dorpsteam is er juist voor de inwoners. Mevrouw Frankemölle erkent dat een en ander in 2020 is aangegeven. Echter, men heeft te maken met voortschrijdend inzicht. Inmiddels is het proces zodanig verlopen dat men zich zorgen maakt. Dus ga wat anders doen. De heer Houtepen hoort de wethouder zeggen dat de subsidieregeling voor het dorpsteam niet werkt. Maar, dat staat toch los van het VIP. Die subsidie moet men in stand houden. Wethouder Doremalen gaat verder. Natuurlijk kan men afspraken maken als gevolg van voortschrijdend inzicht. Maar nog steeds is het college van mening dat de activiteiten van het VIP het beste passen in het dorpsteam.
Indertijd is al aangegeven dat men kijkt naar een subsidie voor al de samenwerkende partners in het dorpsteam. Mevrouw Frankemölle hoort het college zeggen dat de activiteiten van VIP het beste past in het dorpsteam. De geluiden die naar voren komen zijn anders. Wat voorgesteld wordt vinden betrokkenen een heel slecht plan. Hoe moet men dat begrijpen? De heer Van Haperen vraagt of de wethouder de commissie kan meenemen in wat er niet werkt. En hoe men daar een oplossing voor ziet. Wethouder Doremalen reageert. Aan het dorpsteam vraagt het college al enige tijd om met een gezamenlijk plan te komen. Vanuit de afzonderlijke subsidies. Dat gezamenlijke plan komt moeizaam maar niet echt tot stand. Dat zorgt niet voor betaalbare zorg. Niet voor de slag die het college wil maken. Meer vrijwillige ondersteuning. Minder professionele een op een hulp. De laatste punten zijn in het nieuwe subsidiekader centraal gesteld. Het nieuwe subsidiekader is leidend voor de subsidieaanvraag die uiteindelijk vanuit het dorpsteam moet komen. Dat neemt de zorg bij de wethouder weg. Het subsidiekader moet nog verder uitgewerkt worden door de partners in het dorpsteam. Daar zit de kennis en ervaring om dat goed vorm te geven. Daarvoor worden dialoogtafels ingericht om verschillende onderwerpen praktisch te kunnen aanpakken.
Mevrouw Frankemölle vraagt wie er bij de dialoogtafels kunnen aansluiten. Wethouder Doremalen antwoordt.
12
Dar worden alle partners voor uitgenodigd. De opdracht is om samen tot een goed werkbaar plan te komen.
De heer Van Laerhoven brengt naar voren dat er in 2020 een groot onderzoek is geweest naar het functioneren van SCMO. Is het resultaat daarvan de aanleiding geweest om tot deze nieuwe subsidieafspraken te komen? Wethouder Doremalen reageert. Het is zeker de prikkel geweest om te bekijken of het onder SCMO moet blijven vallen. Daarnaast is er gekeken waar het dan wel bij zou passen. De heer Van Laerhoven vraagt of de wethouder kan bevestigen dat de resultaten van het onderzoek bijna raad breed zijn ondersteund. Wethouder Doremalen antwoordt. Het antwoord op de vraag is bevestigend. De heer Van Vugt brengt naar voren dat de partijen het toentertijd over dat aspect eens waren. De wethouder geeft aan dat het besluit in het verlengde ligt van het twee jaar geleden genomen besluit. Echter, toen is aangegeven dat de loskoppeling van de SCMO alleen maar mocht gebeuren en niet in de basisondersteuning als de unieke positie van het VIP in stand zou blijven. Daarnaast ging men ervan uit dat de afzonderlijke subsidierelatie van het VIP binnen SCMO in de toekomst zou kunnen blijven. Anders gezegd, twee belangrijke elementen die de raad heeft ingebracht bij het besluit om tot de loskoppeling te komen. Daar gaat het college nu aan voorbij. Wethouder Doremalen reageert. Zoals al eerder gezegd wil het college uiteindelijk werken naar een subsidieverstrekking voor de basisondersteuning.
Dat is feitelijk besloten in april van dit jaar. Het besluit was mede gestoeld op het punt om de samenwerking tussen de verschillende partners te versterken middels een plan. Het college wil hetzelfde dat VIP zijn eigen dingen kan doen op dezelfde manier. Als er straks een uitvoeringsagenda ligt en daar zou het VIP niet in voorkomen, dan is er geen haar op het hoofd van het college om dat te gaan doen. Men moet ervoor zorgen dat aan de dialoogtafels dat de partners die het plan gaan maken, waaronder het VIP, samen tot een oplossing komen. Het verbaast dat de bestuurder van SCMO wel aan de dialoogtafel zit en mevrouw Ternatus niet. Indien dat zo is, dan bij deze de uitnodiging om er bij aan te sluiten. Het belang van het VIP moet bij de andere partners wel duidelijk zijn. Hopelijk neemt dat wat zorgen weg bij de commissie. Het college waardeert het VIP. Op alle vrijwilligers is men reuze trots. Men vraagt hen ook om mee te gaan op deze weg om de beste ondersteuning voor de inwoners. De heer Houtepen spreekt over een mooi verhaal wanneer men het zo beluistert. Maar wanneer men inhoudelijk kijkt dan komt men terug op het verhaal waar men begonnen is eerder deze avond. Dat gaat om subsidie en onafhankelijkheid. Wanneer men de subsidieregeling overeenkomstig het voorstel anders in gaat richten dan verliest het VIP zijn autonomiteit.
Uiteindelijk gaat Contourde Twern bepalen wat VIP wel of niet mag uitvoeren. Dat kan niet. Hier gaat spreker niet mee akkoord.
13
De heer Van Vugt vindt dat de wethouder zichzelf tegenspreekt. De wethouder doet voorkomen dat er voor het VIP niet veel verandert. Maar in de samenwerking moeten de organisaties zich aanpassen. Dat is toch autonomie inleveren? Het college is niet meer voor gedeeld eigenaarschap omdat dit vraagt om te veel afstemming en omdat het remmend werkt. Daarmee geeft men aan dat de samenwerkende partners een groot deel van hun autonomie moeten inleveren. Daarnaast wordt er gesproken over een gedeeld opdrachtgeverschap als gevolg van de nieuwe subsidierelatie, terwijl de wethouder zelf aangeeft niet te geloven in gedeeld eigenaarschap. Dat klopt niet. Dit onderwerp moet echt terug naar de tekentafel. Wethouder Doremalen reageert. Alle partners aan de dialoogtafel maken samen een plan. ContourdeTwern dient het plan in. Er zal af en toe geschakeld moeten worden met ContourdeTwern. Uit de uitvoeringsagenda zal blijken hoe dat gaat. Hoe de samenwerking zal verlopen. Mevrouw Frankemölle hoort dat de verschillende partijen mogen aanschuiven. Er zijn ook geluiden dat ContourdeTwern de organisatie is die de gesprekken voert. Is dat nu wel of niet waar? Wethouder Doremalen gaat verder. ContourdeTwern is degene die de andere partners uitnodigt. In principe worden alle partners uitgenodigd. Bij de dialoogtafels kan het zijn, afhankelijk van het onderwerp, dat een partner niet aanwezig is.
Terugkomend op het schakelen, dat moet bij de uitvoeringsagenda af en toe. Dat geldt ook voor de andere partners. Feitelijk is het veel anders dan nu. Dat er vanuit het VIP geschakeld moet worden met andere bestuurders waarmee samengewerkt wordt. De heer Houtepen hoort de wethouder zeggen dat ContourdeTwern het initiatief moet nemen en de gesprekken aan moet gaan. Echter, in het verleden heeft men toch al gemerkt dat dit niet echt werkt. Er is een gesprek geweest. Wanneer men op deze wijze verder gaat, zullen veel vrijwilligers stoppen. De voorzitter merkt op dat dit punt al een paar keer is genoemd. Het is de bedoeling dat er vragen gesteld worden en dat er geen betoog afgestoken wordt. De heer Van Haperen merkt op dat de wethouder bij de doelen het aangegeven dat het om betaalbare zorg gaat met meer vrijwilligers. Spreker snapt niet waarom VIP moet veranderen. Er staat een zeer goede organisatie die precies die doelen bereikt. Kan de wethouder dit uitleggen? De heer Van Laerhoven heeft de wethouder horen zeggen dat met het subsidiebedrag niet gaat verstrekken als een en ander niet goed geregeld is. Wat bedoelt de wethouder daar precies mee en hoe gaat dat in de loop van de tijd? Het is immers al eind september en 1 januari moet het effectief zijn. Welke instrumenten heeft men, raad en college, om ContourdeTwern tot bepaalde dingen te dwingen? Wethouder Doremalen antwoordt.
Dwingen is een groot woord. De insteek is dat men met het subsidiekader aan de slag gaat met ContourdeTwern als bewindvoerder. Het subsidiekader is daarbij leidend. De voorwaarden die in het subsidiekader staan, passen prima bij het VIP. Eigenlijk hoeft het VIP niet te veranderen. Wanneer er iets anders uit de uitvoeringsagenda mocht komen, dan zal men daar goede argumenten voor moeten hebben. De uitvoeringsagenda is uiterlijk 1 december gereed. Die wordt met de raad gedeeld. Dan wordt die agenda door het college beoordeeld op basis van het subsidiekader.
14
De heer Van Laerhoven is benieuwd wat er gebeurt nadat ContourdeTwern het subsidiebedrag heeft ontvangen. Wat gebeurt er wanneer na een halfjaar blijkt dat een en ander niet werkt? Wethouder Doremalen reageert. Men moet bij alle veranderingen wel goed kijken hoe het werkt. Kan men iets verbeteren. Wanneer men merkt dat het niet werkt, moet men ingrijpen. De heer Bisschops heeft van de wethouder gehoord dat men eigenlijk niet wil dat het VIP verandert. Is het goed begrepen dat alleen de subsidiestroom op een andere wijze gaat lopen, maar dat de activiteiten van het VIP ongewijzigd doorgaan? De wethouder antwoordt. In de visie van het college heeft men het volste vertrouwen erin dat het op deze wijze gaat. Bij het opstellen van het subsidiekader is meegegeven dat men goed moet kijken wat er in de verschillende dorpen al gebeurt en maak gebruik van de goede dingen al plaatsvinden. Mevrouw Frankemölle vraagt of het niet slimmer is om eerst een pas op de plaats te maken. Met zijn allen terug naar de tekentafel om vervolgens samen een dialoog te voeren. Dat is toch beter dan te starten om vervolgens na een halfjaar te moeten constateren dat het niet werkt en dan te moeten ingrijpen. Wethouder Doremalen reageert. Eerst een aanvulling op het antwoord op de vraag van de heer Van Laerhoven.
Wanneer de zaken niet lopen op basis van de uitvoeringsovereenkomst, dan kan men zelfs de subsidie terugvorderen. Terug naar de tekentafel is weer helemaal terug naar af. Men heeft echt het idee met een goede beweging bezig te zijn. Alleen gaat elke verandering altijd gepaard met lastige momenten. In principe houdt men nu 1 december aan. Mocht er wat meer tijd nodig zijn om nog puntjes op de i te zetten, dan kan dat altijd. Dan gaat men later van start. De wens blijft echter om per 1 januari met de nieuwe subsidieovereenkomst te gaan werken. De heer Van Dongen sluit zich aan bij de woorden van de heer Bisschops. Wanneer men de voorgestelde constructie kiest, loopt men wel het risico doordat men de zelfstandigheid van het VIP afneemt dat er wel degelijke iets gaat veranderen. Achteraf subsidie terugvorderen is natuurlijk niet bevorderlijk voor de onderlinge verstandhouding. De heer Van Laerhoven brengt naar voren dat het er niet omgaat om geld terug te halen. Het gaat meer om de mate van grip die ContourdeTwern zou kunnen hebben op het VIP. Het gaat niet zozeer om het geld, maar meer om andere aspecten. De voorzitter geeft nogmaals aan dat het nu gaat om vragen te stellen. Het debat kan in de tweede termijn plaatsvinden. De heer Van Vugt hoort de wethouder zeggen dat men het proces begin volgend jaar kan evalueren om het eventueel bij te stellen.
Echter, het voorstel is om een vierjarenovereenkomst te sluiten. Is dat niet strijdig met elkaar? Om te zorgen dat dit probleem zich voordoet, de vraag is het niet verstandig is om de hele operatie een jaar uit te stellen. Om met de inzichten van het college en anderen naar een nieuw samenwerkingsmodel te kijken? Mevrouw Van Doremalen.
15
Er worden inderdaad afspraken gemaakt voor langere tijd. Dat gebeurt vaker met instanties die opereren in de basisondersteuning. Dat is om continuïteit te garanderen. Tussendoor gaat men wel evalueren en men blijft het proces monitoren. Het intrekken van subsidie is het laatste wat men wil, de laatste optie. Wanneer blijkt dat het niet goed loopt, kan men tevoren samen het gesprek aangaan. Het is zaak om de subsidieafspraken goed vast te leggen en te regelen. Dat is bepalend voor een goed verloop van de samenwerking. Het college denkt dat 1 januari wenselijk en haalbaar is om te starten. Mocht uitstel nodig zijn, dan gaat het meer om een aantal maanden dan om een jaar.
De voorzitter sluit de eerste termijn al. Alvorens de tweede termijn start, krijgt mevrouw Ternatus het woord om te reageren op wat gehoord is. Mevrouw Ternatus heeft veel gehoord. Wat niet te begrijpen is, is dat er enerzijds aangegeven wordt dat er niets gaat veranderen, terwijl er anderzijds de zeggenschap het VIP wordt ontnomen. Dat men het eigenaarschap niet meer heeft. Om die reden geeft spreekster de commissie nogmaals mee een advies uit te brengen voor een zelfstandig VIP. Samenwerken kan men altijd en dat doet het VIP waar nodig ook. Wel met partners die men zelf kiest. Bij een zelfstandig VIP hoort ook een eigen subsidiestroom. Over de dialoogtafels is in de zomer gesproken. Tot op heden heeft men daarvoor nog geen uitnodiging gezien. De dialoogtafels vormen wel een optie om mee te doen aan het samenwerkingsverband. Tweede termijn Mevrouw Frankemölle brengt naar voren dat de zorgen van het CDA niet weg zijn. Integendeel. Het VIP moet zijn slagkracht blijven behouden. Dat kan niet wanneer men niet meer zelfstandig beslissingen kan nemen. Dat beslissen altijd in overleg moet met ContourdeTwern. Er komt een extra laag boven het VIP. Dat geeft ook vertraging in handelen. Wat voorgesteld wordt met de grote consequenties voor VIP is te gek voor woorden. Het VIP staat midden in de gemeenschap, is goed georganiseerd en het loopt als een trein.
Het tegengaan van versnippering van subsidiegelden is geen steekhoudend argument om het VIP geen eigen subsidie meer te verstrekken. ContourdeTwern kan zelf bepalen welk bedrag bij wie terecht komt. Dat is een omgekeerde beweging. Houdt het VIP onder het SCMO. Men proeft bij het college geen bereidheid om terug naar de tekentafel te gaan. Om die reden bereidt het CDA een motie in deze voor voor de komende raadsvergadering. Hopelijk sluiten andere fracties zich hierbij aan. De heer Houtepen heeft nog een vraag. Is de wethouder bereid het voorstel in te trekken en voort te gaan op de wijze zoals het nu gaat? De voorzitter geeft aan dat de wethouder in de tweede termijn niet mag reageren. De heer Van Haperen vindt het niet duidelijk dat iets wat heel goed is, zou moeten veranderen. Bovendien met alle risico’s van dien. Wanneer men iets implementeert dat niet goed blijkt te werken om het vervolgens bij te sturen, dan loopt men het risico dat men al de verkeerde weg is. Spreker heeft niet de indruk dat de wethouder na alles en iedereen gehoord te hebben ook maar iets veranderd heeft aan haar standpunt en inzichten. Het VIP dreigt een onzekere toekomst tegemoet te gaan. Gemeentebelang vindt dat de raad dat niet mag toestaan. Het risico is te groot dat er meer kapot gaat dan dat er wat gewonnen wordt. De heer Van Laerhoven is benieuwd naar de motie van het CDA.
Een oordeel erover komt daarna. Een aantal jaren terug was men het erover eens dat de subsidierelatie met SCMO en het VIP onwenselijk was.
16
Mevrouw Frankemölle ontkent niet wat de heer Van Laerhoven aangeeft. Echter, met een voortschrijdend inzicht kan men nu tot een andere conclusie komen. Zeker met betrekking tot het VIP. De heer Van Laerhoven brengt naar voren dat voortschrijdend inzicht soms tot andere inzichten kan leiden. Jammer dat Gemeentebelang nu zo hoog van de toren blaast, terwijl de eigen wethouder tijdens de vorige periode deze hele beweging in gang heeft gebracht. De heer Van Haperen brengt naar voren dat , wanneer het in de vorige periode in deze vorm het voorstel op tafel had gelegen, men het ook niet goed had gevonden. Bovendien kan dit college haar eigen keuzes maken. De heer Van Laerhoven vindt het fijn om dit te horen. Door de eerdere antwoorden van de wethouder is de fractie niet helemaal gerustgesteld. Gevraagd is om harde toezeggingen. Die zijn er niet gekomen. Het is een collegebesluit geweest. Kan de raad zo’n besluit door middel van een motie veranderen of aanpassen? Het is een procedurele vraag. Na het antwoord weet men ook wat men aan het besluit kan doen. Wel is het zo dat voor de fractie de onafhankelijkheid van het VIP gewaarborgd moet zijn los van waar de geldstroom vandaan komt. De heer Van Vugt heeft nog nooit in de raad een betoog van een wethouder gehoord dat zoveel afwijkt van de stukken die voorliggen. Punt 1.
Er zou geen sprake zijn van de subsidie aan ContourdeTwern, maar aan het samenwerkingsverband. Hoe dat laatste in elkaar zit, weet men niet. Punt 2. Na alle kritiek vanuit de commissie op het voorstel geeft de wethouder aan dat er voor het VIP eigenlijk niet veel verandert. Uit alle stukken blijkt echter dat bij de uitvoering van het voorstel dat al de instellingen, inclusief het VIP, in het eventuele samenwerkingsverband hun autonomie inleveren. De visie van CongourdeTwern is bepalend in de opdracht. Dat er niet veel verandert, wordt pas geloofwaardig wanneer het college de RIB intrekt evenals de antwoorden op de technische vragen. Nu is het verhaal niet geloofwaardig. Jammer, want nu weet niemand waar men aan toe is. Wat op papier staat of wat de wethouder vanavond heeft gezegd? Het hoeft niet eens zo moeilijk te zijn wanneer het gaat om dat de koppeling met de basisondersteuning sterker moet worden en dat daar wat meer zakelijkheid van aanpak moet komen. Eens. Er zijn diverse mogelijkheden om dat te doen. Daarvan zijn verschillende voorbeelden in het land zonder dat de eigen verantwoordelijkheid van de partijen verdwijnt. Zoals het nu voorgesteld wordt, slaat men procesmatig een doodlopende weg in. De datum van 1 december is niet haalbaar. Enkele partijen zitten in een beroepsprocedure. Die gaan zeker niet meewerken aan een uitvoeringsagenda waar men het niet mee eens is.