CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023

Raadscommissie Ruimte 21 september 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Ter kennisname stukken:19.282 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.2 Van visie naar ambities en doelen Het verschil tussen de huidige situatie en het toekomstbeeld 2030 manifesteert zich op een aantal punten die de regio en de provincie zien11. Deze punten zijn in een vijftal richtinggevende ambities gebundeld (zie figuur 3). Essentieel is dat de negatieve effecten van mobiliteit op de leefomgeving en het klimaat verminderen. Deze effecten trekken een steeds zwaardere wissel op onze toekomst. Die trend moeten we keren. Dat mag echter niet tot gevolg hebben dat de bereikbaarheid en de economische ontwikkeling in het gedrang komen. Of dat bepaalde bevolkingsgroepen minder mobiel zouden worden. We moeten de mobiliteit veel slimmer aanpakken. Dat begint bij de gebruiker, de reiziger en de vervoerder die het besluit neemt zichzelf of goederen te verplaatsen en daarvoor een bepaald vervoermiddel kiest. Mobiliteit is integraal onderdeel van de opgaven in de leefomgeving Bij vastgoedontwikkelingen in de stedelijke en landelijke gebieden zijn mobiliteitsopties geïntegreerd in nieuwe concepten. Zo is het aanbod van deelvoertuigen een standaardonderdeel van het wooncomfort van de appartementen en kantoorgebouwen die na 2020 zijn gebouwd (Parkeren as a Service, PaaS). Dit bespaart ruimte voor stalling, terwijl beschikbaarheid en parkeerruimte toch zijn gegarandeerd.

Daarmee kunnen bewoners zich met een vorm van gedeelde mobiliteit10 verplaatsen naar de dichtstbijzijnde mobility hub. Door het deelgebruik is er minder ruimte nodig voor automobiliteit in de openbare ruimte. De vrijgekomen ruimte kan benut worden voor het veiliger maken van fietsroutes en voetpaden en voor het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving.

Hart van Brabant streeft ernaar dat in 2030 de verplaatsingsmogelijkheden binnen het mobiliteitssysteem: • stil, schoon en gezond zijn; • veilig zijn; • voor iedereen toegankelijk zijn (fysiek en financieel); • slim en efficiënt zijn georganiseerd; • robuust, betrouwbaar en aantrekkelijk zijn. Zie schema 2 op volgende pagina.

In werkgebieden zijn deelvoertuigen in 2030 de standaard. Daarbij is sprake van een gevarieerd aanbod. En ook in kleinere kernen zijn de mobiliteitsdiensten beschikbaar.

2030

31

de Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023 | Gemeenschappelijke visie en ambities

In 2030 heeft het mobiliteitssysteem geen negatieve effecten meer op de leefomgeving en het klimaat, en biedt mogelijkheden voor gezonde verplaatsingswijzen.

Het gebruik van het mobiliteitssysteem is in 2030 veilig, zowel op gebied van verkeer, externe en sociale veiligheid als data-uitwisseling.

schoon, stil en gezond

veilig

gemeenschappelijk toekomstbeeld in 5 ambities Het mobiliteitssysteem is in 2030 samenhangend, multimodaal, ketengericht en betrouwbaar, zowel voor de verplaatsing van mensen als goederen; het daarvoor benodigde infranetwerk is op orde.

robuust en betrouwbaar

slim en efficiënt

exclusief In 2030 is duurzame mobiliteit voor iedereen beschikbaar en toegankelijk.

Schema 2: de gezamenlijke ambities van de regio en de provincie. 32

In 2030 gebruiken reizigers mobiliteitsdata voor slimme en efficënte verplaatsingen met aandacht voor gezondheid en leefomgeving.

Op basis van de belangrijkste kenmerken van het mobiliteitssysteem in 2030 onderscheiden we dus 5 ambities voor de lange termijn. Die beschrijven we in tabel 1 tot en met 5, met de belangrijkste doelen, inclusief een eerste set van indicatoren.

ambitie schoon, stil en gezond Het mobiliteitssysteem heeft geen negatieve effecten meer op de leefomgeving. Dat komt doordat het systeem schoon en stil is en omdat het mogelijkheden biedt voor gezonde verplaatsingswijzen. De keuzes zijn afhankelijk van gebied en gebruiker.

doelen

indicatoren

• We dragen vanuit mobiliteit bij aan de landelijke CO2-reductiedoelstelling van 49% in 2030 (ten opzichte van 1990). • We dragen vanuit mobiliteit bij aan de landelijke CO2-reductiedoelstelling van 16% in 2023 (ten opzichte van 1990). • Voor de uitstoot van overige emissies geldt: - in 2023 voldoen aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen; - in 2030 voldoen aan de WHOadvieswaarden. • Er zijn in 2030 meer fietskilometers ten opzichte van 2021 (SMA: 20% meer fietskilometers in 2027 ten opzichte van 2017). • Er moet meer vervoer van goederen over water en spoor plaatsvinden.

• % aandeel emissieloos vervoer (fiets, bus, taxi, auto, fiets, LEV’s) • aantal laadpunten per 100.000 inwoners (openbaar/privaat) • aantal zero emissie zones stadslogistiek • aantal clean energy hubs in de regio • uitstoot CO2 vervoersmiddelen, NO2, fijnstof uitgesplitst in PM10 en PM 2,5 én eventueel EC • % van de bevolking dat (ernstige) stank- en/of geluidshinder ervaart door verkeer, inclusief (militaire) luchtvaart • toename aantal schepen via het Wilhelminakanaal en Maas met toename aantal containers • toename aantal fietsers op snelfietsroutes • toename aantal fietsers op regionaal fietsnetwerk

Tabel 1: schoon, stil en gezond. 33

de Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023 | Gemeenschappelijke visie en ambities

ambitie veilig

ambitie inclusief

Het gebruik van het mobiliteitssysteem is veilig (qua verkeer, sociale veiligheid en data-uitwisseling).

Het mobiliteitssysteem is een voor iedereen beschikbaar systeem om mensen en goederen van deur tot deur te verplaatsen.

doelen

indicatoren

doelen

indicatoren

• Het aantal ongevallen met letsel en het aantal verkeersdoden vertonen een dalende trend. • Het aantal locaties met een (te) hoog ongevalrisico is in 2023 afgenomen. • Het onveiligheidsgevoel op de weg en rondom verblijfs- en OV-locaties is verminderd. • Het aantal veilige en beveiligde vrachtwagenparkeerplaatsen is toegenomen. • De externe veiligheid rondom het spoor is verbeterd.

• aantal verkeersongevallen • berekend groepsrisico als risicomaat voor externe veiligheid; • aantal locaties met een (te) hoog ongevalrisico (op basis van dataen risicogestuurde aanpak) • verkeersonveiligheidsgevoel van bewoners in de regio • tevredenheid over verkeersveiligheid van bewoners • aantal truckparkeerplaatsen in de regio

• Het aantal minder validen dat in staat is zelfstandig te reizen is in 2023 toegenomen (TELOS: maatschappelijke participatie). • In 2030 zijn inwoners niet meer beperkt in hun mogelijkheden om onderwijs- werk-, recreatie-, of voorzieningenlocaties te bereiken (TELOS: maatschappelijke participatie; afstand tot dagelijkse voorzieningen; afstand tot onderwijs).

• bereikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen voor iedereen (rijk en arm, jong en oud, gezond en mindervalide) • toegankelijkheid van bushaltes (ook voor mensen met een visuele en een motorische beperking)

Tabel 2: veilig.

34

Tabel 3: inclusief.

ambitie robuust en betrouwbaar

ambitie slim en efficiënt

Het mobiliteitssysteem van de toekomst is multimodaal, ketengericht en betrouwbaar. Het systeem draagt zo bij aan het beter functioneren van ons daily urban system: betere doorstroming op het netwerk en een goede bereikbaarheid van de woon-, werk- en recreatielocaties.

Het mobiliteitssysteem is datagestuurd waardoor verplaatsingen altijd slim en efficiënt gebeuren. Dit zorgt voor een goede bereikbaarheid van onze regio en draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving (in termen van gebruikswaarde, belevingswaarde, toekomstwaarde). Op die manier gaan we ook efficiënt en zorgvuldig om met de beschikbare ruimte.

doelen

indicatoren

doelen

indicatoren

• De beschikbare reizigersinformatie (route, vervoermiddelkeuze en verplaatsingstijdstip) sluit in 2023 beter aan bij de verschillende informatiebehoeften van gebruikers. • De multimodale bereikbaarheid van de regio over weg, water en spoor is verbeterd in 2023.

• bereikbaarheid treinstations • doorstroming hoofdwegennet • betrouwbaarheid reistijden (standaardafwijking van de verdeling van reistijden) • kwaliteit van de bereikbaarheid: afname van concreet benoemde knelpunten van het mobiliteitssysteem in de regio • tevredenheid bewoners en bedrijfsleven over de bereikbaarheid van en in de regio

• De verplaatsing van mensen en goederen gebeurt efficiënter in 2024, waardoor verspilling van tijd, ruimte, grondstoffen, tijd en energie door mobiliteit vermindert. • We benutten de capaciteit van de infrastructuur, vervoermiddelen en locaties in 2023 beter. • We gaan digitale infrastructuur ontwikkelen en gebruiken. • We zorgen dat de groei van de regionale economie niet meer is gekoppeld aan de groei van emissies en ruimtebeslag door toenemende mobiliteit. Er is juist minder ruimtebeslag en emissies zijn lager door efficiëntere benutting van de beschikbare mogelijkheden.

• modal split: aandeel vervoerswijzen (fiets, lopen, auto, OV voor personen, vrachtwagen, schip, trein voor goederen) op verplaatsingen in de regio • belasting wegennet: spreiding gemotoriseerd verkeer over dagdelen • snelheid van verplaatsingen (verminderen van congestie, vertraging en voertuigverliesuren) • aandeel deelauto’s per 100.000 inwoners • ontwikkeling digitale infrastructuur (glasvezelnet en 5G) in relatie tot inzetbaarheid digitale infrastructuur • aantal iVRI’s op totaal aantal installaties

Tabel 4: robuust en betrouwbaar.

Tabel 5: slim en efficiënt. 35

de Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023 | Gemeenschappelijke visie en ambities

3.3 Integrale, gebruikersgerichte en gezamenlijke benadering We zien in dat er een nieuwe benadering van de mobiliteit nodig is. Die is niet meer zoals voorheen vooral gericht op het aanpakken van knelpunten via infrastructurele projecten. Want daarmee lossen we het aantal knelpunten niet structureel op en realiseren we een aantal ambities niet. Ook is het duidelijk dat de overheid de opgaven niet alleen kan uitvoeren. Er is winst te behalen door intensievere samenwerking tussen de verschillende overheidslagen en met partijen in de mobiliteitsketen. Aan alle knoppen draaien Het mobiliteitssysteem dat we nastreven zet de gebruiker centraal. Daarbij richten we ons op: • het zo optimaal mogelijk inzetten van beschikbare vervoermiddelen, bijvoorbeeld door het aanbieden van mobiliteitsdiensten; • het optimaliseren van vervoersbewegingen met de beschikbare infrastructuur. Deze onderdelen van het mobiliteitssysteem benaderen we steeds in samenhang (integraal), als onderdeel van de slimme aanpak. Daarbij zoeken we optimale oplossingen, geen van de onderdelen is immers randvoorwaardelijk voor de ander. Met andere woorden: om de optimale oplossing te vinden, kunnen we aan alle knoppen draaien.

Dit betekent bijvoorbeeld actief gaan sturen op reizigersgedrag, mobiliteit onderdeel maken van verstedelijkingsen ontwikkelingsopgaven en financiële mechanismen afstemmen op de mobiliteitsambities.

36

Bewust verplaatsen We streven ernaar dat iedere gebruiker bewuster nadenkt over zijn verplaatsing. En over de verplaatsing die een bestelling op internet veroorzaakt met de effecten van die verplaatsing op de omgeving. Dit kan aan de hand van vragen als: • Kan het slimmer: is de verplaatsing echt nodig, zijn er alternatieven? • Wat is een slim tijdstip om me te verplaatsen? • Hoe kan ik veilig verplaatsen (voor mezelf en voor anderen)?

• Hoe kan ik me schoon en stil verplaatsen? • Kan ik me op een gezonde manier verplaatsen? • Kan ik beter meerdere goederen tegelijkertijd bestellen en laten bezorgen in één keer? Bij deze vragen kijken we als eerste naar de noodzaak om te verplaatsen. Uit ervaringen met de intelligente lockdown tijdens de coronacrisis blijkt dat we een aanzienlijk deel van onze activiteiten ook zonder verplaatsing kunnen uitvoeren. Dat biedt kansen om het aantal gereisde kilometers te verminderen.

gedrag

gedrag

Figuur 2 geeft weer hoe de aandacht bij de nieuwe benadering is verschoven en hoe we de verschillende aspecten van mobiliteit in samenhang bekeken.

(mindware)

samenwerking

samenwerking (orgware)

technologie

technologie

infrastructuur

infrastructuur

(software)

(hardware)

(software)

(hardware)

sam

enh

ang

(orgware)

(orgware)

gedrag

(mindware)

samenwerking

(mindware)

Als derde, tenslotte, gaat het om de afweging of het verplaatsen (geheel of gedeeltelijk) op een gezonde manier kan door te gaan lopen of fietsen. Werkgevers, artsen en zorgverzekeraars, en ook apps die de hoeveelheid beweging van iemand meten, kunnen hierbij een stimulerende en motiverende rol spelen en bijdragen aan een transitie naar gedeelde mobiliteit. Zo kunnen we door slimme samenwerking en innovatieve technologie reizigersgedrag gaan beïnvloeden.

(software)

aandacht besteden aan ons reisgedrag, aan samenwerking in de vervoersketen en aan de mogelijkheden die de technologie ons biedt. Zo beperken we de noodzaak om nog veel meer infrastructuur aan te leggen met alle negatieve effecten die daarmee gepaard gaan.

technologie

Als tweede kijken we naar mogelijkheden om verplaatsingsbehoeften op een schone en veilige manier in te vullen binnen de mogelijkheden van het systeem. Met het systeem bedoelen we het geheel van infrastructuur en vervoermiddelen én technologie en communicatiemiddelen. Ofwel: alles dat mogelijkheden biedt om afstand te overbruggen, behoort (potentieel) tot het systeem. We denken dat we dit systeem veel beter en efficiënter kunnen benutten. Dat kan als we meer

infrastructuur (hardware)

Figuur 2: accentverschuiving van verkeer en vervoer naar mobiliteit. In de klassieke benadering (links) lag de nadruk op het oplossen van knelpunten in de infrastructuur. De eerste omslag (midden) richtte zich op meer aandacht voor het reizigersgedrag. De omslag naar een integrale benadering van de mobiliteit betekent dat we de aspecten steeds in samenhang bekijken (rechts). 37

de Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023 | Gemeenschappelijke visie en ambities

Mobiliteit ‘in relatie tot’ Het in samenhang bekijken van alle aspecten van mobiliteit is de eerste opmaat naar een meer integrale manier van denken en werken. Dat is nodig om de aantrekkelijkheid, bereikbaarheid en concurrentiekracht van Hart van Brabant goed te houden en te verbeteren: om het kloppend hart van Noord-Brabant te blijven. Dit maakt het ook noodzakelijk om mobiliteit in relatie tot de kwaliteit van onze leef- en woonomgeving en het vestigingsklimaat voor bedrijven te beschouwen. De relatie tussen ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteit is evident. Dat moeten we in planprocessen en besluitvormingstrajecten vanaf het begin meenemen. Mobiliteit is ook een veroorzaker van de klimaatverandering die we willen aanpakken. Vanuit de energietransitie ligt er dus ook een opgave voor de mobiliteit. Een integrale benadering van de mobiliteitsopgaven betekent dat we ook deze aspecten meenemen bij het ontwikkelen van oplossingen en uitvoeren van maatregelen. Daar heeft iedereen die betrokken is bij mobiliteit een rol in. Dat begint bij de reiziger zelf die een keuze maakt voor een bepaalde manier van verplaatsen. Door van een vervoersdienst gebruik te maken, maakt de reiziger gebruik van infrastructuur. Die infrastructuur maakt deel uit van een leefomgeving die kwaliteiten en kwetsbaarheden bevat, en waarin zich ook andere mensen bevinden.

Schema 3: bij de integrale benadering van de mobiliteitsopgaven kijken we naar de relaties tussen reiziger, vervoermiddel, vervoersdiensten en infrastructuur, én naar de leefomgeving en de opgaven die daarin spelen. Deze aanpak gaat uit van een wisselwerking tussen al die aspecten. 38

integraliteit

leefomgeving

reiziger mobiliteitsdiensten

vervoermiddel

infrastructuur

Hoofdstuk 4

Ambities geven richting aan opgaven

39

de Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023 | Ambities geven richting aan opgaven

Samenhang met andere opgaven De ambities uit hoofdstuk 3 staan niet op zichzelf. Ze spelen binnen de fysieke leefomgeving waarin ook andere uitdagingen bestaan en waar sprake is van wederzijdse beïnvloeding. Zo zijn er ten aanzien van leefbaarheid in stedelijke gebieden andere problemen dan op het platteland; bij beide speelt mobiliteit een rol. Bij de vertaling van de ambities naar doelen en opgaven is het zaak steeds oog te hebben voor de context. Andersom moeten we ook een appèl doen op beleidsmakers van andere terreinen om oog te houden op de effecten voor mobiliteit. In lijn met het gedachtegoed van de nationale en provinciale omgevingsvisie hebben de opgaven waaraan wij als regio en provincie samenwerken een integraal karakter. Schema 4 plaatst de 5 centrale ambities in deze bredere context.

4.1 Richtinggevende invalshoeken De Regionale Beleidsagenda Mobiliteit Hart van Brabant 2021-2024 introduceert als handvat voor de integrale manier van denken en werken, 3 invalshoeken om het nieuwe mobiliteitsbeleid richting te geven: • gebiedsgericht; • gebruiker centraal; • datagestuurd. Deze 3 invalshoeken hanteren we bij de uitwerking van de ambities en doelen naar meer concrete opgaven. We kiezen als regio en provincie voor een gezamenlijke aanpak. Daarbij vliegen we de uitwerking van de 5 ambities in concrete doelen en opgaven voor de korte termijn vanuit 3 invalshoeken aan: gebiedsgericht, gebruiker centraal en datagestuurd. 40

Gebiedsgericht • Elk gebied heeft een eigen karakter. Met een eigen mobiliteitsprofiel en bereikbaarheidskenmerken en met soms andere opgaven die vragen om verschillende typen oplossingen. De Regionale Beleidsagenda Mobiliteit heeft aandacht voor de verschillen tussen kleinere, meer landelijke gebieden (zoals in Oisterwijk, Hilvarenbeek en Loon op Zand) en duidelijk stedelijke gebieden (zoals in Tilburg en Waalwijk). Per gebied is gekeken welke inspanningen het meest passend zijn (lokaal maatwerk). • Door gebiedsgericht te werken, kunnen we opgaven in een bepaald gebied zo veel mogelijk aan elkaar koppelen om zo meerwaarde te creëren. • Door gebiedsgericht te werken kunnen we bewoners, ondernemers en organisaties directer betrekken. Zo kunnen zij bij de uitvoering van inspanningen een grotere rol spelen en verantwoordelijkheid krijgen.

Gebruiker centraal • Mobiliteit is geen doel maar een middel om mensen en goederen van deur tot deur te verplaatsen. • De kwaliteit van mobiliteit wordt niet enkel bepaald door voorzieningen (infrastructuur), maar met name door een goede aansluiting op de behoeften en beleving van de reiziger. • Bewust zijn van behoeften en de reiziger in staat stellen om te kiezen welk type vervoermiddel of welke combinatie van vervoermiddelen op een specifiek moment het beste past. • Niet automatisch tegemoetkomen aan behoeften van de reiziger, wel aansluiten bij die behoeften. En indien nodig, die behoeften proberen te veranderen richting gewenst gedrag. • Bij het opstellen van inspanningen bekijken we per gebied wie de gebruikers zijn en waar hun behoeften uit bestaan om hier zo goed mogelijk op aan te sluiten.

de Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023 | Gemeenschappelijke visie en ambities

in t

t ve o

slim en efficiënt

r

m o n art e m ce m o o b s s i e b il it y ili t eit

ba a

robuust en betrouwbaar

ge h ale ric io n g e re g ro e p lg doe

b ereik

gemeenschappelijk toekomstbeeld in 5 ambities

rz aa m

schoon, stil en gezond

duu

veilig

jking deli ste

actiea amm gen da ‘ a ver bas ke is o ers po v rd

eid iil gh e ’ e

mma veilig en comf rogra stimuleringspro ortabel p l e gram f de enning ma i etse k r lop n ve en

r ve imaat strategie en kl ission mobility le giera m ner ero-e urde mobiliteit eg tu le e ar z na n na tages gio rke da re we ning e en rk

vitaa l pla tte lan uitvoeringsp d rogr

leefb aar

bi te eds gs in V-c m u it exclusief k ob we er O ld i li t r k i n it w din g d ee u s eit g d i so p e n g e bie rb er e ar ge l o s si o a o v n ngen it ie tran s

m ul

s ne t ti m o d aa l m o b i li t e it

we

rk

Schema 4: de mobiliteitsopgaven in de context van de fysieke leefomgeving. 41

de Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023 | Ambities geven richting aan opgaven

Datagestuurd • We zetten in op het continu verzamelen en beter benutten van actuele en betrouwbare data. Zo kunnen we onze inzichten vergroten als het gaat om onder meer reizigersgedrag en behoeften en efficiency van vervoersstromen. • Door in te zetten op datagedreven innovaties (zoals IT-toepassingen voor het beter benutten van de bestaande infrastructuur en het verbeteren van reizigersinformatiediensten) maken we het mobiliteitssysteem slimmer en efficiënter. Dataveiligheid en de privacy van gebruikers moeten we waarborgen. • We hebben voor de 5 ambities doelen en prestatieindicatoren geformuleerd. Die vertalen we in het Regionaal MobiliteitsProgramma naar een set van haalbare en meetbare doelen op het niveau van

deelprogramma’s en projecten. De doelen uit de RMA vormen de thermometer waarmee we de nulsituatie in 2020/2021 bepalen en waarmee we periodiek het effect van de te nemen inspanningen meten. De opgaven en afgeleide inspanningen sluiten zo goed mogelijk aan bij de gestelde doelen. • We trekken zo veel mogelijk op als één overheid, maar werken toe naar een aanpak van niet alleen overheden. We betrekken ook andere stakeholders zoals bedrijfsleven/werkgevers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties bij de aanpak.

4.2 Gebiedstypen gebaseerd op mobiliteitskenmerken Voor de gebiedsgerichte invalshoek onderscheiden we voor onze regio 3 gebiedstypen op basis van verschillende mobiliteitskenmerken: 1. hoog dynamische gebieden: stads- en dorpscentra, stadshubs, stationsgebieden en logistieke knopen; 2. piekgebieden: bedrijventerreinen, woonwijken, kantoorlocaties, toeristische attracties en evenementen; 3. gespreide gebieden: dorpen en landelijk gebied. We gaan kort in op de kenmerken en de belangrijkste opgaven voor deze 3 gebiedstypen. Deze opgaven zijn niet de enige opgaven waar we voor staan. We hebben ons echter beperkt tot de op dit moment belangrijkste, gezamenlijke opgaven op het gebied van mobiliteit. Zo brengen we focus aan en kunnen we komen tot concrete inspanningen. Deze opgaven staan ook uitgewerkt in de tabel 7 op pagina 49. Daarin staan tevens enkele van de belangrijkste opgaven die voor meerdere gebiedstypen van belang zijn.

42

Gebiedstype 1 hoog dynamische gebieden: stads- en dorpscentra, stadshubs, stationsgebieden en logistieke knopen Mobiliteit in de centrumgebieden van bijvoorbeeld Tilburg, Waalwijk en Goirle kenmerkt zich door een dagelijkse dynamiek met aanzienlijke hoeveelheden verplaatsingen overdag en ‘s avonds. Er is in deze gebieden sprake van een sterke menging van functies die op verschillende momenten van de dag verplaatsingen teweegbrengen met variërende reismotieven. Dit leidt een groot deel van het etmaal tot dynamiek op straat. Dit geldt ook voor stadshubs en logistieke knopen zoals het station Tilburg. Voorzieningen, activiteiten en werkgelegenheid in de stad trekken voortdurend verkeer aan. Op werkdagen is er sprake van een ochtend- en avondspits als gevolg van woon-werkverkeer. Ook andere activiteiten op dagen in het weekeinde, zoals een voetbalwedstrijd, popconcert of kermis, kunnen tot pieken leiden.

De meeste reizigers in stedelijk gebied gebruiken de verschillende modaliteiten die in de stad beschikbaar zijn. Er is, vooral bij de inwoners en bezoekers, vaak sprake van ketenverplaatsingen. Dit geldt ook voor de multimodale, logistieke knopen. Daarnaast is er, met uitzondering van de zondagen, sprake van intensief goederenvervoer van en naar de stad. Bedrijven en winkels krijgen hun voorraad en vervoerders moeten de artikelen bij de eindgebruikers bezorgen. De opkomst van e-commerce heeft geleid tot intensieve en fijnmazige pakketbezorging. De stedelijke omgeving kenmerkt zich door een hoge mobiliteitsdruk en beperkte ruimte. Dit betekent dat er niet altijd voldoende ruimte is voor alle verkeersdeelnemers. Ook brengt de mobiliteit in de stad negatieve effecten met zich mee. Denk aan verkeersgeluid, mindere luchtkwaliteit, parkeerdruk, barrièrewerking en verkeersonveiligheid. Hierdoor staan de omgevingskwaliteit en de leefbaarheid geregeld onder druk. Een bijzondere categorie dynamische gebieden vormen de logistieke knopen in Tilburg en Waalwijk. Daar is naast woon-werkverkeer ook sprake van een continue stroom van vrachtverkeer. De omvang van het logistieke vrachtverkeer is dusdanig, dat dit om specifieke voorzieningen vraagt, zoals truckparkings en voorzieningen voor de chauffeurs.

Gespreide werktijden en een lage arbeidsdichtheid maken openbaar vervoer op deze terreinen nu vaak onrendabel.

Specifieke mobiliteitsopgaven hoog dynamische gebieden Het realiseren van een prettig leef- en vestigingsklimaat voor inwoners en ondernemers én bezoekers gastvrij kunnen ontvangen. Dat is een belangrijke uitdaging in de dynamische gebieden. Mobiliteit is hierbij een middel dat zich goed moet blijven verhouden tot het doel. Onze gezamenlijke ambitie, die zich richt op schone, stille en gezonde vormen van mobiliteit, draagt sterk bij aan een prettig leef- en vestigingsklimaat. Specifiek voor hoog dynamische gebieden staan we daarom voor de volgende opgaven: • toewerken naar zero-emissie stads- en bouwlogistiek (schoon, stil en gezond);

• elektrificeren (inclusief waterstof) van het openbaar vervoer (schoon, stil en gezond); • toewerken naar aanleg truckparkings en voorzieningen voor beroepschauffeurs (veilig). De inrichting en het gebruik van de openbare ruimte en de situering van stedelijke functies spelen daarnaast een belangrijke rol. Momenteel is in grote delen van de stedelijke gebieden de auto de dominante ruimtegebruiker. Dit komt onder meer doordat stedelijke functies vaak zo zijn gesitueerd, dat ze goed bereikbaar zijn met de auto. Het is bij nieuwe, ruimtelijke ontwikkelingen van belang om te kijken naar betere koppeling aan andere modaliteiten. 43

de Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023 | Ambities geven richting aan opgaven

Waar wegen onvoldoende gescheiden zijn van de ruimte voor wandelaars en fietsers ontstaan vaak verkeersonveilige situaties. Door een verschuiving van de ruimteverdeling ten gunste van de fietser en voetganger, en waar nodig ook van openbaar vervoer, kunnen we schone, stille en gezonde manieren van verplaatsen bevorderen. Dat verbetert de kwaliteit van de openbare ruimte als verblijfsgebied. Bijbehorende opgaven daarbij zijn: • verbeteren kwaliteit fiets- en looproutes (schoon, stil en gezond); • verminderen autoverkeer in centrumgebieden (schoon, stil en gezond). Deze opgaven dragen ook bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid. Daarom ligt de nadruk in stedelijke gebieden op het ruimte maken voor kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals voetgangers en fietsers. Veilige en directe (snel)fietsverbindingen en voldoende fietsparkeervoorzieningen zijn daarvoor essentieel. Ook zetten we sterk in op openbaar vervoer als de ruggengraat van het systeem van gedeelde mobiliteit. Het OV vervoert immers grote stromen reizigers en mensen met beperkingen effectief en zonder uitstoot. Op plaatsen waar fietsers en voetgangers de doorstroming van het OV zouden kunnen belemmeren, zijn slimme oplossingen nodig om problemen te voorkomen.

Naast het faciliteren van reizigers met een vorm van beperking, is het tevens van belang om te onderzoeken of er specifieke groepen in de samenleving zijn die in mindere mate aan het mobiliteitssysteem kunnen deelnemen. Vaak geldt voor deze groepen een combinatie van gebrekkige toegang tot verplaatsingsmogelijkheden, verminderde bereikbaarheid van bestemmingen en 44

beperkte persoonlijke vaardigheden. Dit vergroot het risico op sociale uitsluiting. Bijbehorende opgaven: • identificeren van specifieke groepen in de samenleving die in mindere mate aan het mobiliteitssysteem kunnen deelnemen (inclusief); • meer ruimte maken voor kwetsbare verkeersdeelnemers (veilig); • veiligheidsregels voor ‘snelfietsers’ in de stad ontwikkelen (veilig). De verplaatsing van goederen in dynamische gebieden veroorzaakt een aanzienlijke hoeveelheid verkeersbewegingen en daarmee gepaard gaande emissies. Als onderdeel van de ambities ‘schoon, stil en gezond’ en ‘slim en efficiënt’ ligt er ook een opgave voor de stadslogistiek om efficiënter en zonder emissies te gaan functioneren. Dat laatste bij voorkeur al vanaf 2025. Op het gebied van goederenvervoer ligt er daarnaast een opgave om overlast (onder meer trillingen) en risico’s (onder meer vanuit de grote stromen van gevaarlijke stoffen) van het gebruik van de Brabantroute te verminderen. Bijbehorende opgaven: • regionale uitwerking zero-emissie stadsdistributie (schoon); • reductie risico’s Brabantroute (veilig). Bij stadshubs, bus- en treinstations en logistieke hotspots is het efficiënt organiseren en benutten van multimodaliteit belangrijk. Hier staan we voor de opgave om te komen tot een doorontwikkeling van het multimodaal mobiliteitsnetwerk, inclusief goed bereikbare hubs aan de stadsrand.

In dit netwerk zijn de schakels in de keten beter op elkaar aangesloten.

Duurzame, datagestuurde logistiek is het toekomstbeeld. Dat geldt voor internationale connectiviteit en voor pakketbezorging bij individuele consumenten. Het goederenvervoer en het personenvervoer maken veelal gebruik van dezelfde infrastructuur. Dat vraagt om het uitbreiden van de multimodale ontsluiting van de logistiek en om afstemming en samenhang in te maken (investerings)keuzes. Bijbehorende opgaven: • (door)ontwikkelen multimodaal mobiliteitsnetwerk met stadsrandhubs (robuust en betrouwbaar); • uitbreiding multimodale ontsluiting logistiek (robuust en betrouwbaar); • vergroten van de (inter)nationale connectiviteit (robuust en betrouwbaar); • verbeteren aansluiting ketenverplaatsing (slim en efficiënt); • ontwikkelen van realtime verkeersmanagement om pieken beter te kunnen spreiden over de infrastructuur (slim en efficiënt). Gerelateerde opgaven In de dynamische gebieden kunnen we de mobilteitsopgaven niet los zien van de groei- en verdichtingsopgaven, energietransitie- en klimaatopgaven en het zorgen voor een goede leefomgevingskwaliteit12.

Gebiedstype 2 piekgebieden: bedrijventerreinen, woonwijken, kantoorlocaties, toeristische attracties en evenementen Kenmerkend voor de piekgebieden is dat er sprake is van een sterk wisselende vervoersvraag door de tijd heen, per dag, per week, per seizoen. Maatwerk voor deze gebieden betekent dat we hier goed op inspelen.

Specifieke mobiliteitsopgaven in piekgebieden In de piekgebieden is het van groot belang om de negatieve effecten van de pieken te verminderen. We hebben het over de negatieve effecten op de doorstroming als gevolg van congestie en over de negatieve effecten op de leefomgeving. De aanpak hiervan kunnen we koppelen aan andere ambities zoals schoon, stil & gezond, veilig, slim & efficiënt. Denk aan het inzetten op deelsystemen, het verbeteren van de openbaar vervoeren fietsroutes naar piekgebieden en inzetten op verduurzaming van werkgerelateerde mobiliteit en goederenvervoer. Bijbehorende opgaven: • stimuleren van deelsystemen (schoon, stil en gezond); • verbeteren OV- en fietsroutes naar piekgebieden (schoon, stil en gezond); • aanleg en bevorderen gebruik van fijnmazige, toegankelijke, aantrekkelijke, logische en veilige looproutes voor iedereen (schoon, stil en gezond); • inzetten op verduurzaming werkgerelateerde mobiliteit en goederenvervoer (schoon, stil en gezond).

De mobiliteitskarakteristiek van bedrijventerreinen als Haven I-VII, kantoorlocaties13 als rond de A58 bij de afslag Tilburg Centrum-West en woonwijken als De Reeshof kenmerkt zich door een grote piekbelastingen van het netwerk. Op werkdagen vertrekken ’s ochtends tussen 7 en 9 uur vrijwel alle forenzen vanaf hun woning en reizen naar kantoor of naar hun bedrijf. Aan het eind van de werkdag vertrekken ze meestal weer tussen 16 en 18 uur. Dit leidt op werkdagen tot de bekende ochtend- en avondspits.

Eenzelfde, enigszins verschoven beeld zien we bij de grote toeristische attracties zoals De Efteling en Beekse Bergen rond openings- en sluitingstijd. Daar leveren mooie weekenddagen en de schoolvakanties grote pieken op. Veel van de bezoekers of forenzen komen uit gewoonte of om praktische redenen met de auto. Dit vraagt om een grote capaciteit van de toevoerwegen en veel parkeerruimte in deze gebieden. Openbaar vervoer is niet voor alle toeristische trekpleisters optimaal beschikbaar. Reizigers vinden het daarnaast vaak kostbaar of onpraktisch. 45

de Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023 | Ambities geven richting aan opgaven

Aantrekkelijke alternatieven bieden Samenwerking met bedrijven, instellingen, werkgevers en vervoerders én een sterke focus op gedragsverandering zijn essentieel bij de mobiliteitsopgaven in piekgebieden. Het is belangrijk dat we aantrekkelijke alternatieven ontwikkelen voor het gebruik van de auto. Daarbij denken we op de eerste plaats aan de fiets: in woonwijken, naar scholen en op werklocaties. Veilige en goed aansluitende fietsroutes en verkeersveiligheid rondom belangrijke bestemmingen (zoals scholen) zijn dan wel een randvoorwaarde. Bijbehorende opgaven: • scheiden fietsers en voetgangers van vrachtverkeer (veilig); • verbeteren verkeersveiligheid rondom scholen (veilig). Bij toeristische attracties spelen andere motieven een rol bij de vervoermiddelkeuze. Daar moeten de keuzes voor mobiliteitsopgaven op gericht zijn. Met aandacht voor de groeiambities van de grote attracties in de regio en hoe we de mobiliteit die daaruit voortvloeit, opvangen. Mobiliteitsdiensten moeten aantrekkelijke alternatieven ontwikkelen in samenspraak met de attractieparken. Zo is De Efteling sinds 2019 ook bereikbaar over de snelfietsroute Tilburg-Waalwijk en kunnen bezoekers deze route gebruiken. Hoe maak je deze mogelijkheid voor bezoekers aantrekkelijk? Rondom deze snelfietsroute biedt de werkgeversbenadering bij werklocaties langs de route kansen om de autopiek af te toppen.

Ook willen we experimenteren met het faciliteren van nieuwe vervoersvormen om bedrijventerreinen, toeristische attracties en kantoorlocaties beter (multimodaal) bereikbaar te maken. Bijbehorende opgaven:

46

• verbeteren betaalbare multimodale toegankelijkheid bedrijventerreinen, attracties en kantoorlocaties (inclusief); • verbeteren fietsroutes en (H)OV naar werklocaties en attracties (robuust en betrouwbaar). Goederenvervoer We werken als regio en provincie samen aan slim, duurzaam, veilig en efficiënt goederenvervoer. De spreiding van vervoer over verschillende modaliteiten en over dagdelen (in de tijd) is een belangrijke, hieraan gerelateerde opgave. Dat geldt ook voor het efficiënter maken van logistiek door datadeling en het bundelen van stromen. Tilburg is een bovengemiddeld knooppunt op de goederenvervoercorridor Zuid-Oost. Opgave is om de rol van Tilburg/de regio verder uit te bouwen. Daarbij is samenwerking met andere bedrijventerreinen en terminals in de regio Waalwijk belangrijk. Ook moet tijdig afstemming plaatsvinden met ruimtelijke ontwikkelingen langs de routes van de corridor. Dit om te zorgen voor goede faciliteiten, zoals truckparkings en -servicepunten. En ook om problemen met externe veiligheid te voorkomen, bijvoorbeeld door bebouwing te dicht langs het spoor.

Bijbehorende opgaven: • spreiding vervoersvraag in tijd en modaliteit (robuust en betrouwbaar); • doorontwikkelen goederencorridor Zuid-Oost (robuust en betrouwbaar); • slimme en efficiënte bevoorrading door datadelen en bundelen van stromen (slim en efficiënt); • ontwikkelen van Clean Energy Hubs en verschoning van de goederensector (schoon, stil en gezond).

Gerelateerde opgaven Bij het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat speelt bereikbaarheid een belangrijke rol. Voor (toekomstige) piekgebieden geldt dat we mobiliteit steeds vanaf het begin moeten meenemen bij de ruimtelijke afwegingen.

Gebiedstype 3 gespreide gebieden: (kleine) dorpen, landelijk gebied en natuur In het landelijk gebied, dorpen en de kleine kernen, zoals Diessen, De Moer, Riel en Sprangsevaart, is er over het algemeen sprake van een kleinere en meer gespreide vervoersvraag en van grotere afstanden tussen de locaties die reizigers bezoeken. Deze kenmerken maken het moeilijk om deze gebieden met traditioneel openbaar vervoer goed te bedienen. En voor de fiets zijn de afstanden al snel te groot. De opkomst van elektrische fietsen en Speed Pedelecs kan hier een uitkomst voor bieden. Bewoners en bezoekers zijn nu gevoelsmatig voornamelijk aangewezen op de auto. De verschillende modaliteiten

maken in deze gebieden veelal gebruik van dezelfde infrastructuur. Deze menging van verkeer kan tot gevaarlijke situaties leiden. Denk bijvoorbeeld aan met name landbouwverkeer in combinatie met andere verkeersstromen. Het voorzieningenniveau in deze gebieden daalt. Daardoor is mobiliteit een steeds belangrijker voorwaarde voor de leefbaarheid. Mensen die in deze gebieden geen beschikking hebben over een auto, zijn daar extra kwetsbaar.

Specifieke mobiliteitsopgaven in gespreide gebieden Om in gespreide gebieden de bereikbaarheid op een schone manier op orde te houden, spelen de fiets en het openbaar vervoer een belangrijke rol. Elektrische fietsen kunnen de actieradius aanzienlijk vergroten. Hiervoor is een comfortabel, functioneel en veilig (snel)fietsnetwerk nodig. Een netwerk waarbij de fietser onder meer wordt beschermd tegen zwaar verkeer en landbouwverkeer en waarbij de veiligheid rondom het spoor is verbeterd.

De regio kent ook een aantal natuurgebieden in het landelijk gebied die bezocht worden door veel recreanten, zowel uit de regio als van daarbuiten. Denk aan Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen en de Kampina met de Oisterwijkse bossen en vennen. Deze gebieden hebben een belangrijke recreatieve functie, bijvoorbeeld voor fietsers en wandelaars.

Ook de laadinfrastructuur moet op orde zijn. Een goed werkend systeem van gedeelde mobiliteit kan voorkomen dat kwetsbare groepen geïsoleerd raken. Daarvoor moet wel beter zicht zijn op de verplaatsingsbehoeften. De vraag in gespreide gebieden is nogal gespreid. En de afstanden zijn gemiddeld groter dan in andere gebieden. Daarom gaan we er van uit dat individueel gemotoriseerd verkeer hier een substantiële rol blijft spelen. We richten ons regionaal en provinciaal beleid erop dat dit dan wel op een schone, stille en veilige manier gebeurt. Bijbehorende opgaven: • inrichten gedeelde mobiliteit in nieuwe OV-concessie (schoon, stil en gezond); • stimuleren gebruik (elektrische) fiets (schoon, stil en gezond); • stimuleren van deelsystemen (schoon, stil en gezond); • verbeteren kwaliteit fietsroutes (schoon, stil en gezond); • verbeteren veiligheid kwetsbare verkeersdeelnemers ten opzichte van zwaar verkeer/landbouwverkeer (veilig); • vergroten van spoorveiligheid (veilig).

Hieraan gerelateerd: ook in gespreide gebieden gaan we met mobiliteitsdata aan de slag, bijvoorbeeld in de vorm van slimme, datagedreven mobiliteitsdiensten (zoals MaaS). Die kunnen reizigers in de gespreide gebieden attent maken op alternatieven voor de auto die bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving en aan een goede gezondheid. Bijbehorende opgaven: • verkennen en implementeren mogelijkheden MaaS om toegankelijkheid te verbeteren (inclusief); • identificeren specifieke groepen in de samenleving die in mindere mate aan het mobiliteitssysteem kunnen deelnemen (inclusief); • vergroten maatwerk mobiliteitsdiensten (robuust en betrouwbaar); • behouden OV-bereikbaarheid landelijke kernen (robuust en betrouwbaar); • verkennen slimme en efficiënte vervoersdiensten (slim en efficiënt).

47

de Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023 | Ambities geven richting aan opgaven

Gerelateerde opgaven In de RMA ligt de nadruk op de gebiedsgerichte maatregelen binnen Hart van Brabant. Die kunnen we niet los zien van meer algemene maatregelen om bijvoorbeeld fietsen en verkeersveiligheid in algemene zin te bevorderen. Verder maken verplaatsingen op regionaal niveau vaak onderdeel uit van een keten van verplaatsingen over grotere afstanden in de provincie, nationaal en soms zelfs internationaal. Dit maakt dat de regio ook belang heeft bij opgaven op hogere schaalniveaus. Naast bovenstaande, gebiedsgerichte opgaven heeft deze RMA ook aandacht voor bovenregionale opgaven die van invloed zijn op de regio en andersom, bijvoorbeeld de uitwerking van de verstedelijkingsafspraken.

Generieke en gebiedsspecifieke opgaven, shared services In tabel 1 zijn de 5 gemeenschappelijke ambities doorvertaald in opgaven waar de regio en de provincie samen aan gaan werken. Daarbij zijn er, naast gebiedsspecifieke opgaven, ook opgaven die regiobreed spelen. Deze opgaven noemen we generieke opgaven. Het is niet efficiënt om die opgaven voor elk deelgebied apart op te pakken. Daarbij: vanuit provinciaal perspectief kan het efficiënter zijn bepaalde generieke opgaven Brabantbreed of zelfs Zuid-Nederland-breed (bijvoorbeeld in het kader van Smart Mobility) op te pakken. Opgaven op een bovenregionaal schaalniveau zijn daarom gebundeld tot shared services. De shared services die we in Hart van Brabant het meest wenselijk achten, zijn in te delen in 3 clusters: smart, smooth en smile. Zie tabel 6.

In tabel 7 zijn de algemene en gebiedsspecifieke opgaven die de regio en de provincie allebei belangrijk vinden per ambitie bij elkaar gezet. De opgaven in deze tabel vormen de basis voor het Regionaal MobiliteitsProgramma (RMP). Concrete acties, projecten en initiatieven in het RMP zijn steeds terug te leiden naar de opgaven in deze tabel en in de tabel terug te leiden tot de gemeenschappelijke mobiliteitsambities. Op die manier werken we met een koersvast mobiliteitsbeleid voor een langere periode met de mogelijkheid om tussentijds inspanningen in het RMP bij te sturen. Deze aanpak is noodzakelijk, omdat de ambities een transitie vragen en niet op korte termijn realiseerbaar zijn.

Tabel 6: indeling van de shared services.

48

smarts

smooth

smile

Hier gaat het om services die ervoor zorgen dat we zo slim mogelijk met mobiliteit omgaan. Hieronder vallen:

Hier gaat het om alle services die verplaatsingen probleemloos en duurzaam laten verlopen. Hieronder vallen:

Hier gaat het om de mensgerichte services die verband houden met duurzame mobiliteit en die de betrouwbaarheid en het comfort van een reis verhogen. Hieronder vallen:

• ontwikkelen digitaal mobiliteitsdatasysteem met real-time data beschikbaar voor markt en reizigers; • datagestuurde aanpak voor risicoanalyses, monitoring en evaluatie; • voeden en gebruikmaken van kennisplatform smart mobility voor opleiding, kennisdeling, innovatie en experimenten; • ontwikkelen regiospecifieke smart logistics.

• regionaal mobiliteitsmanagement over ‘systeemgrenzen’ heen; • coördinatie ‘minder hinder’-aanpak; • inrichten efficiënte duurzame en flexibele ketenmobiliteit met naadloze aansluiting op gedeelde mobiliteit/MaaS; • provinciebrede communicatie, onderzoeken en campagnes verkeersveiligheid; • monitoren effecten mobiliteit op leefomgeving.

• een strategie gericht op gedrags¬verandering (schoon, stil en gezond); • communicatie en educatie verkeersveiligheid; • verbeteren gebruikersinformatie; • onderzoek naar en acties gericht op reizigerstevredenheid; • de werkgeversbenadering; • de onderwijsbenadering; • informeren over beleids-resultaten duurzame mobiliteit.

Tabel 7: de opgaven uit de Regionale MobiliteitsAgenda 2021-2023 per ambitie.

opgaven RMA 2021-2023 schoon, stil en gezond In 2030 heeft het mobiliteitssysteem geen negatieve effecten meer op de leefomgeving en het klimaat en biedt het mogelijkheden voor gezonde manieren van verplaatsen.

veilig Het gebruik van het mobiliteitssysteem is in 2030 veilig: verkeersveilig, extern veilig en sociaal veilig.

inclusief In 2030 is duurzame mobiliteit voor iedereen beschikbaar en toegankelijk en is multimodale bereikbaarheid een randvoorwaarde voor verstedelijking.

robuust en betrouwbaar Het mobiliteitssysteem is in 2030 samenhangend, multimodaal, ketengericht en betrouwbaar, voor de verplaatsing van mensen en van goederen. Het daarvoor benodigde infranetwerk is op orde.

slim en efficiënt In 2030 gebruiken reizigers en verladers mobiliteitsdata voor slimme en efficiënte verplaatsingen, met aandacht voor gezondheid en leefomgeving.

hoog dynamische gebieden

piekgebieden

gespreide gebieden

stads- en dorpscentra, stadshubs, stationsgebieden en logistieke knopen

bedrijventerreinen, woonwijken, kantoorlocaties, toeristische attracties en evenementen

(kleine) dorpen, landelijk gebied en natuur

algemeen • faciliteren en stimuleren van schone en gezonde manieren van vervoer voor personen en goederen • verbeteren en aantrekkelijker maken van verplaatsingsmogelijkheden op de fiets (meer ruimte, betere & veilige routes, voorrang) • verbeteren van de bekendheid, beschikbaarheid en toegankelijkheid van gedeelde mobiliteit • ontmoedigen/weren van vervuilende vormen en negatieve effecten van mobiliteit • toewerken naar zero-emissie stads- en bouwlogistiek • elektrificeren (inclusief H2) van OV • verbeteren van kwaliteit loop- en fietsroutes • verminderen van autoverkeer in centrumgebieden

• stimuleren van deelsystemen • verbeteren OV- en fietsroutes naar piekgebieden • inzetten op verduurzaming van werkgerelateerde mobiliteit en goederenvervoer

• inrichten gedeelde mobiliteit in nieuwe OV-concessie • stimuleren gebruik E-bike (schaalsprong fiets) • stimuleren van deelsystemen • verbeteren kwaliteit fietsroutes

algemeen • verbeteren van de verkeersveiligheid via risicogestuurde aanpak en benutting van ondersteunende technologie • onderzoeken en verbeteren van sociale veiligheid van fietsroutes • vergroten van de aandacht voor veilig en verantwoord verkeersgedrag via educatie, werkgeversbenadering en campagnes • meer ruimte maken voor kwetsbare verkeersdeelnemers • verminderen van risico’s gebruik Brabantroute • veiligheidsregels snelfietsen in de stad ontwikkelen

• scheiden fietsers-voetgangers en vrachtverkeer • verbeteren van veiligheid rondom scholen • veilige truck & bus-parkings

• verbeteren veiligheid zwaar verkeer/landbouwverkeer • vergroten van spoorveiligheid

algemeen • verzekeren toegankelijkheid mobiliteit voor kwetsbare groepen • verbeteren van toegankelijkheid en beschikbaarheid van mobiliteitsdiensten voor minder validen • integraal en vanaf het begin meenemen van de mobiliteitsopgave bij gebiedsontwikkelingen via een programma van mobiliteitseisen (PvME) • identificeren en aanpakken van groepen in de samenleving die in mindere mate aan het mobiliteitssysteem kunnen deelnemen

• verbeteren van betaalbare, multimodale toegankelijkheid van bedrijventerreinen, attracties en kantoorlocaties

• identificeren van groepen in de samenleving die in mindere mate aan het mobiliteitssysteem kunnen deelnemen • verkennen en implementeren van mogelijkheden MaaS om de toegankelijkheid te verbeteren

algemeen • borgen van basisbereikbaarheid via multimodale oplossingen voor personen- en goederenvervoer van deur tot deur • basisinfrastructuur zodanig op orde houden dat reistijden betrouwbaar zijn • regionaal samenwerken aan de verbetering van het OV binnen de lopende concessies • (door)ontwikkelen van multimodaal mobiliteitsnetwerk met stadsrandhubs • uitbreiden van multimodale ontsluiting logistiek • vergroten van de (inter)nationale connectiviteit

• spreiding vervoersvraag in tijd en modaliteit • verbeteren fietsroutes en (H)OV naar werklocaties en attracties • doorontwikkelen goederencorridor Zuid-Oost

• vergroten van maatwerk mobiliteitsdiensten • inrichten gedeelde mobiliteit landelijke kernen

algemeen • verbetering inwinning, analyse en benutting van mobiliteitsdata voor slimme mobiliteit en slimme logistiek • verbetering informatieverstrekking en -deling aan/met reizigers en vervoerders om mobiliteitsgedragsverandering te bewerkstellingen (slimme routeplanner) • benutting van innovaties om met de huidige infrastructuur de bereikbaarheid te optimaliseren e n verplaatsingen schoner en gezonder te maken • verbeteren van aansluiting schakels in ketenverplaatsing • ontwikkelen van realtime verkeersmanagement om pieken beter te kunnen spreiden over de infrastructuur

• slimme en efficiënte bevoorrading door datadelen en bundelen van stromen

• verkennen van mogelijkheden voor slimme en efficiënte vervoersdiensten (bijvoorbeeld door het bundelen van logistiek en met personenvervoer)

49

Hoofdstuk 5

Doorkijk naar gezamenlijk programma

50

Van visie naar agenda naar programma In deze Regionale MobiliteitsAgenda schetsen we, regio Hart van Brabant en de provincie, onze gezamenlijke visie op de mobiliteit in 203014. Dit heeft geleid tot 5 ambities met bijbehorende doelen én opgaven. Die vinden we allebei belangrijk. Daaraan willen we met concrete projecten en initiatieven een bijdrage leveren. Duidelijk is dat het hier om ambities en doelen gaat waar we gedurende een langere periode en met verschillende projecten en initiatieven aan werken. Deze gemeenschappelijke mobiliteitsagenda is bedoeld om tijdens die periode ‘koersvast’ te blijven. De RMA dient als vertrekpunt voor het Regionaal MobiliteitsProgramma (RMP).

Verschillende typen activiteiten programmeren Acties, initiatieven en projecten die uit de RMA voortkomen, kunnen verschillend van aard zijn. Daarbij kan ook sprake zijn van wisselende rolverdelingen en samenwerkingsvormen tussen provincie, regio, gemeenten en andere partners. Dat staat aangegeven in het RMP. Zo maken we onderscheid in: • onderzoeken; • experimenteren; • investeren en uitvoeren; • communiceren en lobbyen.

Afweegkader om keuzes te maken Bij de jaarlijkse vaststelling van het RMP moeten we afwegingen maken ten aanzien van de uit te voeren acties, initiatieven en projecten. De grenzen aan beschikbare middelen nopen hiertoe. Om dit op een consequente en transparante manier te doen, hebben we een afweegkader ontwikkeld. Het afweegkader Mobiliteit is een hulpmiddel bij het nemen van beslissingen over de projecten en maatregelen in het RMP. Dat moet ons in staat stellen om, op basis van de gemeenschappelijke agenda, binnen het programma afgewogen en onderbouwde keuzes te maken op projectniveau.

Het RMP is een programmatische uitwerking van deze gemeenschappelijke mobiliteitsagenda. De 5 ambities uit deze agenda vertalen we in deelprogramma’s. Dit betekent dat de acties, initiatieven en projecten in deze deelprogramma’s altijd verbonden zijn met ambities, doelen en opgaven uit deze agenda. We geven in het RMP tevens inzicht in verantwoordelijken, budgethouderschap, planning, capaciteit en financiële middelen. Het RMP richt zich concreet op een kalenderjaar. En geeft - waar mogelijk - ook een doorkijk naar de daaropvolgende jaren. Dit biedt een goede basis om adaptief invulling te geven aan de gezamenlijke inspanningen op jaarbasis. En om tegelijkertijd - daar waar zinvol - ook zekerheid te scheppen voor meerjarige inspanningen en investeringen. We actualiseren het RMP jaarlijks op basis van monitoring en evaluatie. Uitgevoerde acties en initiatieven en voltooide projecten kunnen we (mits de beoogde doelen zijn bereikt) afvoeren en in plaats daarvoor nieuwe introduceren. Zo werken we stapsgewijs naar de doelen toe. Zie schema 5 op de volgende pagina. 51 51

de Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023 | Doorkijk naar gezamenlijk programma

agenda

gezamelijke visie regio & provincie

Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant (RMA)

schoon, stil en gezond

veilig

inclusief

robuust en betrouwbaar

slim en efficiënt

doel

doel

doel

doel

doel

opgave

opgave

opgave

opgave

de opgaven vormen de verbinding tussen de agenda en het programma

programma

Regionaal MobiliteitsProgramma (RMP)

projecten, acties, activiteiten

onderzoeken experimenteren/innoveren lobbyen investeren/uitvoeren

Schema 5: de programmastructuur van het gezamenlijk mobiliteitsbeleid, met daarin de relatie tussen de RMA en RMP en hoe de visie, ambities, doelen, opgaven en actie en projecten daarin een plaats hebben. 52

Het afweegkader Mobiliteit bestaat uit 3 stappen: 1. agenderen: met deze stap beoordelen we of het project aansluit bij de gezamenlijke opgaven uit de RMA; 2. prioriteren: met deze stap bepalen we onder meer: - het belang van een project op basis van een inschatting van de bijdrage van een project aan de mobiliteitsdoelen en -opgave(n) - de bijdrage aan andere doelen - de kosteneffectiviteit - en de uitvoerbaarheid; 3. programmeren: met deze stap zetten we de relatieve ‘scores’ op projectniveau (stap 2) voor alle potentiële projecten in het gemeenschappelijke regionale mobiliteitsprogramma in samenhang op een rij; zo ontstaat er een prioriteitsvolgorde en, samen met een beeld van beschikbare middelen en capaciteit, een basis voor de programmering van de projecten. Hoe ziet de programmatische aanpak eruit? In tabel 8 staan de verschillende lagen van de programmatische aanpak die we hanteren uitgewerkt, te weten: de gezamenlijke ambitie, onze doelen (korte en lange termijn), indicatoren, gezamenlijke opgaven en bijbehorende inspanningen (voor de korte termijn). Voor elk onderdeel staat kort beschreven wat dat onderdeel inhoudt (onder ‘betekenis’). Ter illustratie heeft elk onderdeel een korte uitwerking voor de ambitie ‘schoon, stil en gezond’ (onder voorbeeldinvulling). Deze tabel is bedoeld om meer gevoel te krijgen bij de insteek van onze aanpak vanuit het RMA en de RMP.

onderdeel

betekenis

voorbeeldinvulling

gezamenlijke ambitie

• Wat moeten we op lange termijn (2030) bereiken om de ambities te realiseren?

• mobiliteit is schoon, stil en gezond

doelen (2030, 2023)

• Wat moeten we op korte termijn (2023) bereiken om de ambities te realiseren?

• we dragen vanuit mobiliteit bij aan de landelijke CO2-reductiedoelstelling van 49% in 2030 (ten opzichte van 1990) • we dragen vanuit mobiliteit bij aan de landelijke CO2-reductiedoelstelling van 16% in 2023 (ten opzichte van 1990) • voor de uitstoot van overige emissies geldt: - 2023 voldoen aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen - 2030 voldoen aan de WHO-advieswaarden • 20% meer fietskilometers in 2027 ten opzichte van 2017

indicatoren

• Hoe meten we of we (op koers liggen om) onze doelen (te) behalen?

• %  aandeel emissieloos vervoer (fiets, bus, taxi, auto, en LEV’s) • concentratie NO2 en fijnstof in de lucht, fijnstof uitgesplitst in PM10 en PM 2,5 én eventueel EC • % van de bevolking dat (ernstige) geluidshinder ervaart door verkeer • CO2-reductie

gezamenlijke opgaven

• Voor welke opgaven staan we de komende jaren (2021-2023) om onze doelen te behalen?

• • • •

optimalisering van stedelijk en regionaal fietsnetwerk verminderen autogebruik/selectief toegangsbeleid auto stimuleren gebruik van schone en stille vervoermiddelen etcetera

inspanningen

• Welke projecten, onderzoeken en acties ondernemen we jaarlijks vanuit het RMP om onze opgaven te realiseren? .

• • • •

uitvoering van Green Deal ZES project Fiets in versnelling verkeersveiligheid etcetera

Tabel 8: de verschillende lagen van de programmatische aanpak. 53

Hoofdstuk 6

Governance

54

6.1 Samenwerkingsprincipes Dit hoofdstuk gaat in op de manier waarop we de regionale samenwerking mobiliteit gaan organiseren. We streven naar een samenwerkingsverband dat zorgt voor uitvoeringskracht en een effectieve en efficiënte inzet van middelen door adaptieve programmering.

Daarom is het van belang dat we nu al nadenken over hoe we met deze mobiliteitsagenda zoveel mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan de andere regionale opgaven. Denk daarbij aan ruimte, wonen, klimaat, energie, water en natuur en aan andere programma’s en samenwerkingsverbanden binnen mobiliteit (OV 2040, BO MIRT, BrabantStad, SmartwayZ.nl). Hierbij gaan we uit van een ingroeimodel, aangezien de omgevingsagenda’s nog niet gereed zijn.

We hanteren daarbij de volgende 5 samenwerkingsprincipes: • Handelen als één overheid Het realiseren van de langetermijnambities in de regio is een forse uitdaging. Dat vergt een integrale aanpak waarbij gemeenten, regio en provincie als één overheid samenwerken. De regionale opgaven waar we voor staan, zijn immers in veel gevallen niet meer op te lossen vanuit een enkele (overheids)organisatie, laat staan vanuit één beleidskolom. In lijn met het gedachtegoed van de Omgevingswet betekent dit dat we samenwerking opzoeken met andere beleidsterreinen en overheden en nauw contact onderhouden met de samenleving; maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, bedrijfsleven en burgers.

• Samenwerken op basis van gelijkwaardigheid Samenwerken als één overheid betekent dat de provincie, regio en gemeenten als gelijkwaardige partners samenwerken en niet dat er op voorhand sprake is van een hiërarchie tussen hogere en lagere overheden. We benaderen de diverse overheidslagen vooral als schaalverschillen, waardoor de aandacht voor belangen kan variëren. Deze verschillen wegen we steeds gezamenlijk, evenwichtig en transparant af in een open dialoog. Samenwerken als één overheid doen we met het besef dat er door de schaalverschillen verschillen zijn in bevoegdheden, taken en middelen tussen provincie, grote gemeenten en kleine gemeenten.

• Opgaven integraal benaderen Belangrijke instrumenten voor het samenwerken zijn ook de Omgevingsagenda’s die op nationaal, Brabants en op het niveau van Hart van Brabant worden ontwikkeld. De Omgevingsagenda is een ruimtelijk en integraal sturingsinstrument dat de agenda’s van verschillende omgevingsvisies (NOVI, POVI, GOVI) met elkaar in verbinding brengt. We werken toe naar een situatie waarbij de RMA ondergebracht wordt in de Regionale OmgevingsAgenda Hart van Brabant.

• Transparantie in belangen en besluiten We beseffen dat de samenwerking verschillende organisaties bij elkaar aan tafel brengt die elk ook een eigen achterban hebben. Zij moeten die achterban informeren en raadplegen en betrekken op momenten van besluitvorming. In de samenwerking kunnen we open met elkaar praten over de belangen die ieder vanuit de eigen organisatie vertegenwoordigt. Bij besluiten/afspraken (bijvoorbeeld over de financiële bijdrage van de provincie, regio en gemeenten aan de 55

de Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023 | Governance

RMA en het RMP) maken we transparant hoe deze belangen in een zorgvuldige en integrale afweging zijn meegenomen. Hierbij maken we gebruik van een afwegingskader. De afwegingen die aan een besluit ten grondslag liggen, maken we (al in de voorbereiding) herleidbaar in een gezamenlijke onderbouwing/ motivering. In de voorbereiding van een besluit is steeds de mogelijkheid om de eigen achterban te informeren of raadplegen meegenomen. Bij besluiten die wettelijk zijn voorbehouden aan de gemeenteraad of Provinciale Staten stemmen we het besluitvormingsproces vooraf met elkaar af. • Flexibel door adaptieve aanpak Deze RMA moet voor minimaal 3 jaar houvast bieden voor uitvoering van de opgaven in het jaarlijks te actualiseren RMP. Bij een volgende periode streven we naar 4 jaar (2024 – 2027). De RMA geeft richting aan de keuzes die we maken. Op basis van de evaluatie van de jaarlijkse RMP sturen we zo nodig bij in de manier van uitvoering van de opgaven. Het RMP krijgt hiermee een flexibel en adaptief karakter. Daarmee zijn we beter in staat om te werken vanuit de 3 invalshoeken: gebruiker centraal, gebiedsgericht en datagestuurd. Behoeften, inzichten en omstandigheden veranderen gedurende de tijd. Door jaarlijks de meest passende inspanningen te selecteren in het RMP, vergroten we de slagingskansen van onze mobiliteitsopgaven.

Door zo te werken staan individuele projecten nooit op zichzelf. Ze zijn altijd een onderdeel van een adaptieve aanpak die past bij de gezamenlijke opgaven en ambities.

6.2 Van samenwerkingsprincipes naar organisatievoorstel De organisatie die nodig is voor de invulling van de gezamenlijke uitvoering van de RMA, geven we zo licht en efficiënt mogelijk vorm. Dat is belangrijk in een kleine regio als Hart van Brabant, waar geen groot regiobureau is

project project

project

deelprogramma

om taken te vervullen. De gemeenten, provincie en soms andere samenwerkingspartners moeten de benodigde ambtelijke capaciteit leveren. Die capaciteit is beperkt. In Hart van Brabant stemmen we ook beleid af en werken we regionaal samen zonder dat de provincie Noord-Brabant daarbij als (bestuurlijk) partner is betrokken15. Denk onder meer aan de portefeuillehoudersoverleggen mobiliteit, de

project

project

deelprogramma

ambtelijk overleg provincie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10449404/1