CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023

Raadscommissie Ruimte 21 september 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Ter kennisname stukken:19.282 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

project

project

deelprogramma ambtelijk overleg regio

coördinatieteam afstemming GS

portefeuillehoudersoverleg ontwikkeldag

informeren PS binnen de provincie

informeren gemeenteraden gezamelijk

binnen de regio

Schema 6: schematische weergave van de organisatiestructuur, met in blauw de gemeenschappelijke onderdelen en links en rechts de interne sporen bij de provincie en de regio. 56

stuurgroep Regiovervoer en de samenwerking op het gebied van logistiek en leisure met Midpoint Brabant. De organisatie van de samenwerking tussen de regio en de provincie maakt zo veel mogelijk gebruik van deze bestaande structuren en vult ze waar nodig aan. Dit geldt ook voor de inzet van personeel. Waar mogelijk zetten we het bestaande personeel van regio, gemeenten en provincie slim in. Daarbij (als onderdeel van de te maken afspraken over de samenwerking) vervullen medewerkers voor een deel van de tijd rollen en taken in het kader van de regionale samenwerking. Organisatie en sturing op hoofdlijnen Om tot een krachtige samenwerking tussen de provincie en de regio’s te komen, streven we ernaar dat de organisatie en besluitvorming op hoofdlijnen in Hart van Brabant hetzelfde is geregeld als in de andere regio’s. Voor het gezamenlijk deel gaat het daarbij om de volgende onderdelen (zie ook schema 6): • bestuurlijke ontwikkeldag mobiliteit en ruimte; • coördinatieteam; • deelprogrammatrekker; • projecten en projectleiders. Bestuurlijke ontwikkeldag Op de bestuurlijke ontwikkeldag mobiliteit en ruimte16 nemen we besluiten over de Regionale MobiliteitsAgenda (RMA) en de uitwerking ervan in het Regionaal MobiliteitsProgramma (RMP). Ook is er besluitvorming over de bijdragen aan de verschillende deelprogramma’s en de manier waarop die worden uitgekeerd.

Coördinatieteam Het coördinatieteam is verantwoordelijk voor de voort-

gang van de RMA, het (jaarlijks) opstellen of actualiseren van het RMP en het bewaken van de voortgang van de uitvoering van de initiatieven in het RMP. Het coördinatieteam heeft de volgende taken: • het faciliteren en organiseren van het jaarlijkse besluitvormingsproces rond de actualisatie van het RMP door het voorbereiden en begeleiden van: - voorgestelde besluiten met daarbij waar nodig toepassing van het afweegkader - vervolgbesluiten bij afronding van fasen (agendering/ lobby, onderzoek, investering of innovatie) - besluiten om deelprogramma’s te starten, aan te passen of te beëindigen; • het bewaken van de voortgang van de uitvoering van de in de RMA opgenomen gezamenlijke opgaven; • het adviseren over beleidswijzigingen naar aanleiding van bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen en toekomstverkenningen, eventueel uitmondend in actualisatie/aanpassing van de RMA; • het bouwen aan een lerend netwerk van samenwerkende stakeholders. Het coördinatieteam is klein en slagvaardig en bestaat in Hart van Brabant uit: • de externe coördinator mobiliteit (namens de regio/ samenwerkende gemeenten); • de interne coördinator mobiliteit en/of kwartiermaker RMA van de provincie Noord-Brabant; • een vertegenwoordiger van Brabantstad Tilburg; • een vertegenwoordiger van een kleine gemeente.

De leden van het coördinatieteam beschikken over bestuurlijke sensitiviteit en het is belangrijk dat zij in staat zijn op een transparante manier uitvoering te geven aan

het afweegkader. Hun benodigde competenties zijn: • het programmatisch sturen (sturen op samenhang opgaven-doelen-inspanningen); • het doorvertalen van een agenda naar activiteiten; • de coördinatie; • het nemen van initiatieven; • het ondersteunen van de samenwerking onder meer in de voorbereiding van bestuurlijke ontwikkeldagen en bij voorgenomen besluiten. Na bestuurlijke vaststelling van de deelprogramma’s gaat het coördinatieteam de opgenomen projecten en initiatieven voorbereiden richting uitvoering en richting het toekennen van een bijdrage uit het betreffende deelprogramma. Zij betrekken de (bestuurlijk) trekkers van de deelprogramma’s bij het maken van voorstellen over de toekenning van concrete bijdragen uit de deelprogramma’s naar concrete projecten en initiatieven. Samen met deze trekkers bereidt het coördinatieteam voorstellen voor richting ambtelijk overleg en het portefeuillehoudersoverleg mobiliteit/bestuurlijke ontwikkeldag. 57

de Regionale MobiliteitsAgenda Hart van Brabant 2021-2023 | Governance

(Bestuurlijk) trekker deelprogramma De (bestuurlijk) trekker van een deelprogramma is verantwoordelijk voor: • het realiseren van de beoogde doelen van het deelprogramma binnen de afgesproken scope en de beschikbaar gestelde middelen (tijd, geld en menskracht); • het informeren van de overige portefeuillehouders mobiliteit over de voortgang van het deelprogramma en het adviseren over (vervolg)besluiten richting de bestuurlijke ontwikkeldag. De (bestuurlijk) trekkers van een deelprogramma krijgen ondersteuning van in elk geval het coördinatieteam en/of een kleine, ambtelijke werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van deelnemende partijen (publiek en eventueel aangevuld met privaat). De beschikbare capaciteit bepaalt of een kleine werkgroep per deelprogramma mogelijk is. De ambtelijke werkgroep doet voorstellen en maakt voortgangsrapportages voor het ambtelijk overleg en het portefeuillehoudersoverleg/bestuurlijke ontwikkeldag. Het is de bedoeling dat de benodigde inzet - zowel bestuurlijk als ambtelijk - vooraf per deelprogramma wordt geraamd. Zo kunnen er binnen de gemeenten, regio en met de provincie nadere afspraken over de inzet worden gemaakt. De benodigde competenties voor de deelprogrammatrekkers liggen op het gebied van programmamanagement en samenwerking. De regio en de provincie kiezen samen de bestuurlijk trekker.

Die rapporteert aan het portefeuillehoudersoverleg mobiliteit en aan de bestuurlijke ontwikkeldag.

58

deelprogramma

bestuurlijk trekker

als er mogelijkheden zijn voor de inrichting van een ambtelijke werkgroep, dan komen de leden uit

schoon, stil en gezond

gemeente Loon op Zand

Loon op Zand, Tilburg, provincie

veilig

gemeente Tilburg

Tilburg, Oisterwijk, politie, provincie, Hilvarenbeek

inclusief

gemeente Dongen

Dongen, Bureau Regiovervoer Midden-Brabant, Gilze en Tilburg, Waalwijk, provincie

robuust en betrouwbaar

gemeente Oisterwijk

Oisterwijk, provincie, Gilze en Rijen, Tilburg, Goirle

slim en efficiënt

gemeente Waalwijk

Waalwijk, Tilburg, Midpoint Brabant, provincie, SmartwayZ.NL

Tabel 9: verdeling van de bestuurlijk trekkers en ambtelijke werkgroepen.

In tabel 9 is voor de RMA-periode 2021-2023 de verdeling van de bestuurlijk trekkers en (voorbereidende) ambtelijke werkgroepen verdeeld over de deelnemende partijen en belangrijkste stakeholders. Projecten en projectleiders Projectleiders zijn verantwoordelijk voor de realisatie van projecten die onderdeel zijn van een deelprogramma. De projectleider informeert de trekker van het deelprogramma over de voortgang van het project.

Het besluitvormingsproces In regio Hart van Brabant vullen we de hoofdlijnen van samenwerking tussen provincie en regio’s aan met de eigen overleg- en besluitvormingsprocessen. Hart van Brabant heeft een eigen governance en van daaruit geeft de regio primair uitwerking aan de Strategische MeerjarenAgenda (SMA). Daarnaast moet elke wethouder zich kunnen verantwoorden in de eigen gemeenteraad. Vanuit onze democratische principes is besluitvorming (op dit schaalniveau) uiteindelijk voorbehouden aan gemeenteraden en Provinciale Staten.

In de governance van regio Hart van Brabant is de (voorbereiding van) de besluitvorming georganiseerd aan de hand van: • ambtelijke werkgroepen en het ambtelijk overleg mobiliteit (ter voorbereiding van portefeuillehoudersoverleg); • bestuurlijk overleg (portefeuillehoudersoverleggen Mobiliteit en Fysiek); • radendagen; • algemeen bestuur. De bestuurlijke ontwikkeldagen mobiliteit en ruimte vormen tweemaal per jaar een belangrijk bestuurlijk samenwerkingsmoment. Om te informeren, af te stemmen en lijnen uit te zetten (mei-juni) én om afspraken te maken (november-december) over de gezamenlijke agenda en het gezamenlijk programma van het jaar erna. Ook maken we op deze ontwikkeldagen afspraken over: • bijdragen aan de verschillende deelprogramma’s; • de manier waarop die bijdragen worden uitgekeerd; • vergoeding door gemeenten én provincie voor de externe coördinator mobiliteit Hart van Brabant; • benodigde ambtelijke capaciteit. Voorafgaand aan een bestuurlijke ontwikkeldag bereiden we beoogde besluiten voor tijdens het ambtelijk overleg mobiliteit. Dat komt met adviezen erbij op tafel tijdens het portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit. In dat traject worden ook colleges en waar nodig raden geïnformeerd en eventueel geraadpleegd.

Administratie De vertaling van de provinciale bijdrageregeling naar het niveau van Hart van Brabant wordt onderdeel van de samenwerkingsafspraken tussen de provincie en Hart van Brabant. De provincie streeft naar een samenwerking waarbij: • de provincie bijdragen op het niveau van deelprogramma’s toekent; • de provincie de vastgestelde bijdragen aan de deelprogramma’s overmaakt naar de regio Hart van Brabant/regiobureau of een namens de regio optredende gemeente; • we binnen Hart van Brabant afspraken maken over:  p welke bijdragen concrete projecten en initiatieven -o binnen een deelprogramma kunnen rekenen  oe deze bijdragen worden overgemaakt -h  oe verantwoording wordt afgelegd over inhoud en -h bestede middelen; tussen de gemeenten onderling op het niveau van concrete projecten, en tussen provincie en regio op het niveau van de deelprogramma’s. We streven naar een samenwerking die voor de regiogemeenten niet leidt tot een administratieve lastenverzwaring. Het gezamenlijke doel waar provincie en regio naar toe werken, is dat uiterlijk in 2023 de provinciale bijdrageregeling in regio Hart van Brabant is vertaald naar een werkbare regionale variant. Daarbij beheert een penvoerder namens de regio de budgetten.

59

Hoofdstuk 7

Monitoring en evaluatie

60

Uitgangspunten Onderdeel van de programmatische werkwijze is het regelmatig monitoren en evalueren van de voortgang en effectiviteit van de afgesproken activiteiten. Op basis daarvan starten we activiteiten op, gaan we ze wijzigen of stoppen. Hierbij hanteren we als uitgangspunten dat de monitoring en evaluatie: • past bij de programmatische werkwijze: we sturen op output (acties) en outcome (resultaat/effect); • bijdraagt aan de uitvoeringskracht en aan een effectieve en efficiënte inzet van middelen; • administratief en organisatorisch licht van aard is: we organiseren de monitoring zoveel mogelijk als shared service in Brabant onder regie van de provincie NoordBrabant. Het Brabantbreed organiseren van de monitoring bespaart (ontwikkel)kosten. De - vanuit de digitaliseringsagenda op te stellen - ‘Staat van Brabant’ wordt een belangrijke bouwsteen voor de monitoring en evaluatie. De indicatoren stellen we samen met de partners op. Die indicatoren worden voor Hart van Brabant afgestemd met de prestatie-indicatoren die zijn opgenomen in de Regionale Beleidsagenda Mobiliteit en de gebruikte TELOS-prestatie indicatoren van de Strategische MeerjarenAgenda (SMA) van de regio; • flexibel is: de monitoring wordt per deelprogramma afgesproken op maat van dat deelprogramma;

• verbonden wordt met: - monitoringsprogramma’s in het fysiek ruimtelijke domein (bijvoorbeeld omgevingsagenda/-programma’s/-overleg, het Klimaatakkoord en gemeentelijke programma’s); - monitoringsprogramma’s in overige programma’s/ samenwerkingsverbanden binnen mobiliteit (met name binnen het programma SmartwayZ.NL en het Brabantbrede VerkeersVeiligheidsPlan). Opzet op hoofdlijnen De monitoring en evaluatie zijn enerzijds gericht op de agenda (doen we de juiste dingen?) en anderzijds op de deelprogramma’s (doen we de dingen goed?). Elk jaar komt er een rapportage over de voortgang van de deelprogramma’s. De evaluatie van de agenda vindt in principe 1 jaar voor het aflopen van de agenda plaats. Dat betekent voor deze RMA (2021-2023) dat we in 2022 meten in hoeverre de deelprogramma’s aan de doelen van de RMA hebben bijgedragen.

We monitoren op 2 niveaus: • output: - Zijn de activiteiten uitgevoerd volgens plan en binnen budget? - Hoe staat het met de voortgang van de uitvoering van de gemaakte bestuurlijke afspraken? - Hoe gaat het met de gekozen aanpak, wat zijn bijvoorbeeld de resultaten en voortgang van gebiedsgerichte uitwerkingen? Of bij gedragsveranderingsprojecten: hoeveel mensen hebben we hiermee bereikt/beïnvloed, welke acties hebben we ondernomen? • outcome: - Wat zijn de effecten van de uitgevoerde activiteiten? Voor het meten van de effecten (outcome) maken we gebruik van een selectief aantal indicatoren. Die hanteren we - zo veel als mogelijk - Brabantbreed op een vergelijkbare manier, eventueel aangevuld met een beperkt aantal specifieke regionale indicatoren. Op die manier kunnen we ook effecten tussen regio’s meten.

61

Voetnoten 1 Evaluatie van regionale, bestuurlijke ontwikkeldagen ‘Tot hier en nu verder!’, AEF, mei 2019.

9 Bron: ‘Gedeelde mobiliteit is maatwerk’, provincie Noord-Brabant, oktober 2018.

2 Heusden hoort tot Hart van Brabant, maar wat betreft de samenwerking in mobiliteitsregio’s (GGA) is de gemeente Heusden onderdeel van de regio ‘s-Hertogenbosch.

10 Het begrip gedeelde mobiliteit omvat alle mobiliteit die voor iedereen toegankelijk is en die je vaak samen gebruikt. Dit kan de bus of de trein zijn, maar ook een deelauto of een deelfiets. Ook meerijden met iemand of reizen met een flexconcept past binnen gedeelde mobiliteit.

3 ‘Ouderen in het verkeer’, SWOV-factsheet, augustus 2015. SWOV, Den Haag. 4 Zie afwegingsprincipes in de Nationale Omgevingsvisie. 5 DALI staat voor Datascience in Logistieke Innovatie. Het is een programmaonderdeel van de Logistics Community Brabant, ondersteund vanuit onder meer de provincie, de regio en Midpoint Brabant. 6 De e-joint corridor richt zich op het digitaliseren en koppelen van vrachtdocumenten op multimodale transporten. 7 Zie ‘Netwerken in Brabant’ van Prof. Dr. P.P. Tordoir, uitgave van provincie Noord-Brabant, oktober 2017. 8 Zie: ‘Laddertoets uitbreiding Efteling’, Stec Groep, juni 2019.

62

11 Afgeleid uit de Startnotitie Koers mobiliteit 2030 van de provincie en de Regionale Beleidsagenda Mobiliteit Hart van Brabant.

15 Daarnaast zien we ook dat er op sommige terreinen gemeentelijke samenwerkingsverbanden zijn met gemeenten buiten de regio. Voorbeelden daarvan zijn BrabantStad, Midsize gemeenten en in de regio zelf de ABG-organisatie. We verwachten dat deze trend nog groeit. Het samenwerkingsverband voor deze RMA en RMP is daarom op te vatten als een onderdeel van een netwerk van samenwerkingsverbanden. 16 Op termijn groeit de bestuurlijke ontwikkeldag mobiliteit en ruimte door tot het Regionaal Omgevingsoverleg. 17 Het coördinatieteam bundelt deze rapportages.

12 De gerelateerde opgaven worden hier niet uitputtend behandeld. Ze zijn bedoeld om te attenderen op de samenhang die er bestaat tussen de mobiliteitsopgaven en andere opgaven in de fysieke leefomgeving. 13 Het gaat hier om kantoren die niet bij OV-knopen zijn gesitueerd. Kantoren bij OV-knopen rekenen we onder stedelijk gebied. 14 Zie paragraaf 3.1 Gemeenschappelijk perspectief 2030.

63

64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10449404/1