GLR Programmabegroting 2026 - definitief
Tekst van het document
In de verdeling wordt rekening gehouden met onderlinge verschillen in de kosten waar gemeenten voor staan en met de draagkracht van de gemeenten (de belastingcapaciteit). Karakteristiek voor de algemene uitkering is dat elke gemeente vrij is in de besteding. De omvang van de algemene uitkering is voor de gemeente een gegeven, maar de gemeente kan zelf bepalen aan welke voorzieningen zij haar geld besteedt (eigen prioriteitenstelling). Het gemeentefonds is goed voor een dekking van ca. 54% van de totale gemeentelijke lasten en hiermee de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De actuele begroting van het Gemeentefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2025. Belastingen Het streven is om - gegeven onze gemeentelijke kerntaken, dienstverleningspakket en ambities - de lasten voor inwoners zo laag als mogelijk te houden. Ons doel daarbij is om bij de 20% goedkoopste gemeenten van Nederland te blijven horen wat betreft gemeentelijke woonlasten. Voor nadere informatie over de belastingen wordt ook verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen. Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
59
Overhead Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces worden gerekend tot de overhead. Overhead bestaat in elk geval uit: 1. Leidinggevenden in het primaire proces. 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie. 3. P&O/HRM. 4. Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement). 5. Interne en externe communicatie met uitzondering van communicatie met de klant. 6. Juridische zaken. 7. Bestuurszaken en bestuursondersteuning 8. Informatievoorziening en automatisering (ICT). 9. Facilitaire zaken en huisvesting. 10. Documentaire Informatie Voorziening (DIV). 11. Managementondersteuning in het primair proces. De totale overheadkosten van de gemeente Gilze en Rijen worden in 2026 geraamd op een bedrag van € 10.097.062. Een groot deel van deze kosten wordt gemaakt en verantwoord in de ABGorganisatie.
Vennootschapsbelasting Publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals Gemeenschappelijke Regelingen en Gemeenten, zijn Vennootschapsbelasting (VpB) plichtig indien, en voor zover, zij een onderneming drijven. Er is sprake van een onderneming indien cumulatief voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: • Een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid; • die deelneemt aan het economische verkeer; • met het oogmerk om winst te behalen. Van alle gemeentelijke activiteiten wordt 'slechts' het grondbedrijf aangemerkt als winstgevende onderneming.
60
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Om te kunnen bepalen wat de daadwerkelijke belastingdruk op het grondbedrijf wordt, dient het BBV resultaat gecorrigeerd te worden naar het fiscale resultaat. In het oog springende verschillen tussen beide winstbepalingen zijn: • Slechts de werkelijk betaalde rente mag als kosten opgevoerd worden; • grondbedrijf vreemde activiteiten moeten geëlimineerd worden; • toekomstige prijsstijgingen mogen niet opgevoerd worden als kosten/baten; • kapitaalstortingen en onttrekkingen moeten geëlimineerd worden. Vanwege verrekenbare verliezen uit het verleden zal er tot en met 2026 naar verwachting geen sprake zijn van betaling van vennootschapsbelasting.
Onvoorzien Wettelijk is voorgeschreven dat in de programmabegroting een post voor onvoorziene uitgaven is geraamd. Er zijn geen voorschriften of normen voor de omvang van deze post. De afgelopen jaren hebben uitgewezen dat deze post nauwelijks wordt gebruikt. Als onderdeel van het maatregelenpakket ravijnjaar is de post onvoorzien afgeraamd naar € 1.
Wat gaat het kosten? Bedragen X € 1.000 Lasten / Baten
Rekening Begroting Begroting
Meerjarenbegroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
L
657
959
1.617
2.143
3.253
3.580
B
63.270
67.762
69.047
71.071
72.556
75.350
L
9.917
10.441
10.658
11.403
11.825
12.211
B
525
472
428
420
419
415
L
0
0
0
92
92
92
B
0
0
0
0
0
0
L
0
0
0
0
0
0
B
0
0
0
0
0
0
Totaal lasten programma 9 Algemeen
10.574
11.399
12.275
13.638
15.170
15.883
Totaal baten programma 9 Algemeen
63.795
68.234
69.475
71.491
72.975
75.766
Saldo lasten en baten programma 9 Algemeen
53.221
56.835
57.200
57.853
57.805
59.883
9A
9B
9C
9D
Algemene dekkingsmiddelen
Overhead
Vennootschapsbelasting
Onvoorzien
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
61
Toelichting budgetverschillen De belangrijkste verschillen tussen de ramingen in begroting 2026 en begroting 2025 zijn: Bedragen x € 1.000 1. 2. 3.
4.
5. 6.
7.
Omschrijving De baten vanuit de onroerende zaakbelasting zijn in 2026 € 285.000 hoger dan in 2025, dit komt door de trendmatige indexering. De algemene uitkering 2026 is hoger dan in 2025. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de loon-prijscompensatie (uitkeringsfactor 0,21 hoger). We hebben in 2026 een hogere financieringsbehoefte als gevolg van (voorgenomen) investeringen, hierdoor hebben we hogere rentelasten (€ 519.000). De omslagrente 2026 is hoger waardoor we ook meer rente moeten toerekenen aan de andere programma's (€ 586.000). Per saldo leidt dit op dit programma tot een voordeel van € 67.000. Voor de out-of-pocket-kosten hebben wij de middelen voor indexering op één centrale post geraamd. De incidentele aanspraken 2025 zijn afgeraamd van de stelpost in dat jaar. Daarnaast is de stelpost 2026 hoger dan in 2025 als gevolg van het reguliere indexeringspercentage. Aan de hand van de vastgestelde begroting 2025 van de ABG, wordt in 2025 een hoger bedrag doorbelast aan het taakveld overhead dan in 2024. De geraamde afschrijvingslasten zijn in 2026 lager dan in 2025, enerzijds door investeringen in klimaatbeheersing en archief die in 2025 helemaal zijn afgeschreven (€ 30.000) en anderzijds door de voorbereidingskosten bestuurszetel die in 2025 ineens afgeschreven worden (€ 140.000). Overige afwijkingen. Totaal
62
L/B B
Bedrag 285
V/N V
B
993
V
L
67
V
L
734
N
L
393
N
L
170
V
L B
14 37 365
V N V
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Subsidies Subsidiebeleid Met subsidies maken we activiteiten van inwoners, verenigingen en organisaties mogelijk, omdat die activiteiten een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van onze beleidsdoelen in het sociaal domein. Het gaat dan bijvoorbeeld om activiteiten gericht op meedoen van alle inwoners (jong tot oud), op het gebied van sport en bewegen of kunst, cultuur en educatie. Jaarlijks nemen we in de begroting een overzicht op met daarin vermeld het subsidieplafond voor activiteitensubsidies en de begrote bedragen voor basisvoorzieningen (per onderdeel. In het subsidieregister zijn na afloop van het kalenderjaar de subsidietoekenningen terug te vinden. Onderstaande bedragen zijn exclusief indexering. Wanneer tot indexering wordt overgegaan, dekken we dit vanuit de stelpost indexeringen die is opgenomen in onze meerjarenbegroting en wordt het subsidieplafond gecorrigeerd. Tot slot zijn onderstaande bedragen gebaseerd op de afspraken die we hebben gemaakt met de basisvoorzieningen tot en met eind september. Wanneer er in het restant van 2024 nog afspraken worden gemaakt, die effect hebben op de subsidie 2025, dan wordt ook hiervoor het subsidieplafond gecorrigeerd.
Subsidies basisvoorzieningen De onderstaande subsidies aan basisvoorzieningen zijn opgenomen in de begroting 2026 (exclusief indexering): Subsidies voor basisvoorzieningen Mantelzorgondersteuning Lokaal Steunpunt Mantelzorg
€ 120.000
Basisondersteuning (dorpsteam) Samenwerkingsverband basisondersteuning (penvoerder ContourdeTwern) Preventief aanbod jeugdhulp
€ 1.688.000
Waygroup
€ 30.000
Bestaanszekerheid Voedselbank Gilze-Rijen Cultureel erfgoed (inclusief harmonieën) Stichting Dorpsbelang Molenschot Heemkring Molenheide Stichting Sint Nicolaas Comité Gilze Sint Nicolaas Comité Rijen Koninklijke Harmonie St. Cecilia Harmonie Vlijt en Eendracht
€ 30.000 € 2.000 € 8.500 € 1.500 € 1.500 € 11.000 € 12.000
Stichting Cultuurplaats Stichting Cultuurplaats Bibliotheekvoorziening Theek 5 Taalhuis
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
€ 290.000 € 621.455 € 37.000
63
Subsidies voor basisvoorzieningen Speel-o-theek voorziening Stichting Kind en Spel (speel o’theek)
€ 2.800
Maatschappelijke accommodaties Gemeenschapshuis Hulten (The Chump) Gemeenschapshuis Molenschot De Molenwiek Stichting Culturele Centra Gilze en Rijen (CCGR) Gillesa Groep - Scouting Gilze Stichting Scouting Bonifaas - Scouting Rijen
€ 25.300 € 87.684 € 727.858 € 7.200 € 5.250
Anti-discriminatievoorziening (Advies- en meldpunt) RADAR
€ 24.402
Ontwikkelingsstimulering voor 2 tot 4 jarigen (vooren vroegschoolse educatie) Kindcentrum Rijen B.V. / De Vliegwereld Humankind / POV Speeldoos Nuwelijn / Stichting Muzerij Dreumesclub (Stichting Muzerij) EHBO verenigingen
Ntb o.b.v. werkelijk bezette kindplaatsen Ntb o.b.v. werkelijk bezette kindplaatsen Ntb o.b.v. werkelijk bezette kindplaatsen Ntb o.b.v. werkelijk bezette kindplaatsen
E.H.B.O. - vereniging Sint Christoffel
€ 1.950
Preventie, informatie en advies en ondersteuning in het kader van de aanpak van seksueel geweld Stichting Blauwe Maan (via gemeente Tilburg)
€ 17.211
Collectieve preventie GGZ en Verslavingszorg GGZ Breburg
€ 7.300
Novadic-Kentron
€ 7.153
Slachtofferhulp Stichting Slachtofferhulp Nederland Sport- en beweegvoorzieningen
€ 10.000
Sport'sCool Kinderarmoede
€ 1.391
Stichting Leergeld
€ 53.357
Jeugdfonds sport en cultuur
€ 60.000
Activiteitensubsidies Het subsidieplafond voor activiteitensubsidies bedraagt in 2026 € 327.099
64
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Paragrafen
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
65
Lokale heffingen
Lokale heffingen Inleiding De gemeentelijke heffingen zijn na de doeluitkeringen en de algemene uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste bron van inkomsten. In de paragraaf Lokale heffingen doen wij verslag van: • De geraamde inkomsten; • Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; • De berekeningswijze van de gemeentelijke tarieven en welke beleidsuitgangspunten hieraan ten grondslag liggen; • De ontwikkeling van de lokale lastendruk; • Het kwijtscheldingsbeleid.
Lokale heffingen De lokale heffingen zijn met € 17,6 miljoen goed voor 17% van de gemeentelijke inkomsten in Gilze en Rijen. In onderstaand overzicht zijn de inkomsten voor de jaren 2024 tot en met 2026 weergegeven. Hierbij is een onderverdeling gemaakt in gebonden heffingen (aan te wenden voor doel) en vrij besteedbare heffingen. De inkomsten uit lokale heffingen nemen in 2026 naar verwachting met € 468.000 toe ten opzichte van 2025. Deze hogere inkomsten zitten verspreid over diverse heffingen. De in deze paragraaf genoemde tariefvoorstellen voor 2026 zijn indicatief, de definitieve tarieven worden momenteel uitgewerkt en later meegenomen in het raadsvoorstel voor de nieuwe belastingverordeningen 2026.
66
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Realisatie 2024
Begroot 2025
Begroting 2026
Gebonden heffingen Afvalstoffenheffing
2.167.212
2.381.000
2.445.287
Leges Markten en kermissen
1.973.156 41.529
1.473.448 46.299
1.503.970 46.729
Rioolheffing
1.415.737
1.786.590
1.851.154
Totaal Gebonden heffingen
5.597.634
5.687.337
5.847.140
0 109.946
45.000 143.416
46.215 147.288
OZB Niet-woningen eigenaren OZB Niet-woningen gebruikers
2.583.610 1.931.080
3.313.993 2.363.704
3.403.471 2.427.524
OZB Woningen eigenaren Toeristenbelasting
4.433.243 671.203
4.887.937 670.556
5.019.911 688.661
Totaal Vrij besteedbare heffingen
9.729.082
11.424.606
11.733.070
Totaal opbrengsten
15.326.716
17.111.943
17.580.210
Heffingen
Vrij besteedbare heffingen Forensenbelasting Hondenbelasting
Gebonden heffingen Bij de gebonden heffingen is kostendekkendheid het uitgangspunt. De gebruiker betaalt in principe de integrale kosten van de geleverde producten en diensten. Een meer dan kostendekkende heffing is niet toegestaan; daarentegen kunnen bestuurlijke overwegingen aanleiding zijn tot het vaststellen van lagere tarieven. Het BBV schrijft voor dat gemeenten in de paragraaf lokale heffingen inzicht verschaffen in de berekeningswijze van de gemeentelijke tarieven. Naast de kosten op de betreffende taakvelden wordt namelijk nog een aantal posten extracomptabel toegerekend aan de tarieven, zoals overhead, rente en BTW. Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op de tariefberekeningen van de afvalstoffen-, de rioolheffing en de gemeentelijke leges (retributies).
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
67
Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht om huishoudelijk afval op te halen. Van de opbrengst afvalstoffenheffing betaalt de gemeente de inzamelings- en verwerkingskosten, maar ook de exploitatie van de milieustraat. Inwoners van Gilze en Rijen betalen een vastrecht en een tarief per inworp van een zak restafval. Inwoners uit het buitengebied betalen per lediging van de restafvalcontainer. De afvalstoffenheffing wordt geïncasseerd door Brabant Water. De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing, dit houdt in dat de geïnde gelden aangewend moeten worden voor het doel. Uitgangspunt in Gilze en Rijen is een 100% kostendekkende afvalstoffenheffing: de tarieven bewegen mee met de ontwikkeling van de toerekenbare kosten. De voorziening afvalstoffenheffing vormt de sluitpost van de exploitatie. De voorziening heeft een egaliserende functie. Ze kan worden gebruikt om via het tarief te sparen voor grote uitgaven in de toekomst (onderhoud, vervanging) of om ongewenste schommelingen van het tarief op te vangen. In onderstaande tabel is de exploitatieopzet van de afvalstoffenheffing 2026 afgezet tegen die van 2025. 2025
2026
Kosten taakvelden Begroting gemeente Begroting ABG (60%) Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld Afval
€ 1.542.975 € 807.364 -€ 548.983 € 1.801.356
€ 1.566.657 € 780.094 -€ 548.983 € 1.797.768
Toe te rekenen kosten: Overhead ABG (40%) BTW Totale kosten
€ 538.243 € 302.622 € 2.642.221
€ 520.063 € 313.557 € 2.631.388
Opbrengst heffingen Opbrengst milieustraat
€ 2.381.000 € 90.000
€ 2.445.287 € 90.000
Dekking Mutatie voorziening (positief = toevoegen, negatief = onttrekken)
94% -€ 171.221
96% -€ 96.101
De toerekenbare kosten voor de heffing nemen per saldo in 2026 af met € 11.000 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2025.
68
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Zoals vermeld in de perspectiefnota 2026, worden de tarieven met ingang van 2026 met 2,7% verhoogd. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2026 afgezet tegen het tarief 2025.
vastrecht 140 liter restafval 240 liter restafval 60 liter inworp verzamelcontainer 30 liter inworp verzamelcontainer
2025 € 168,00 € 9,33 € 16,00 € 4,00 € 2,00
2026 € 172,54 € 9,58 € 16,43 € 4,11 € 2,05
wijziging € 4,54 (+2,7%) € 0,25 (+2,7%) € 0,43 (+2,7%) € 0,11 (+2,7%) € 0,05 (+2,7%)
Rioolheffing Voor de afvoer van afvalwater en de zuivering daarvan, heeft de gemeente de plicht om voor een goed werkend rioleringsstelsel te zorgen. Ook heeft de gemeente de zorgplicht om de grondwaterstand en de afvoer van hemelwater (regenwater) te beheren. Om al deze watertaken te bekostigen wordt er één belasting geheven, de rioolheffing. De gemeentelijke watertaken gaan gepaard met relatief grote uitgaven en hebben een langjarige planning. In het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) is het onderhoud aan het rioleringsstelsel voor de lange termijn in kaart gebracht. Binnen de rioolheffing wordt onderscheid gemaakt tussen een vast basistarief (tot en met 500 m3 jaarlijks waterverbruik) en een variabel grootverbruik tarief (vanaf 500 m3 jaarlijks waterverbruik). De rioolheffing is, evenals de afvalstoffenheffing, een bestemmingsheffing. Ook hier is een 100% kostendekkende heffing het uitgangspunt in Gilze en Rijen. In onderstaande tabel is de exploitatieopzet van de rioolheffing 2026 afgezet tegen die van 2025. 2025
2026
Kosten taakvelden Begroting gemeente Begroting ABG (60%) Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld riool
€ 1.227.298 € 311.129 -/- € 54.584 € 1.483.843
€ 1.142.156 € 311.129 -/- € 54.584 € 1.398.701
Toe te rekenen kosten: Overhead ABG (40%) incl. (omslag)rente BTW Totale kosten
€ 207.420 € 231.931 € 1.923.194
€ 207.420 € 215.818 € 1.821.939
Opbrengst heffingen
€ 1.786.590
€ 1.851.154
Dekking Mutatie voorziening (positief = toevoegen, negatief = onttrekken)
93% -/- € 136.604
102% € 29.215
Uit de tabel valt af te lezen dat het tarief van de rioolheffing in 2026 kostendekkend is en er geen aanspraak gedaan wordt op de voorziening riolering.
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
69
In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2026 afgezet tegen het tarief 2025.
Basistarief: tot en met 500 m3 waterverbruik Grootverbruik: per (deel van) 500 m3 extra waterverbruik
2025 € 140,76 € 87,96
2026 € 144,60 € 90,36
wijziging € 3,84 (+2,7%) € 2,40 (+2,7%)
Retributies Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent aan een individu of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. Voorbeelden van retributies zijn leges, markt- en standplaatsgelden en lijkbezorgingsrechten (grafrechten). In 2018 zijn de meeste tarieven voor de drie ABG gemeenten geharmoniseerd. De geharmoniseerde tarieven worden gezamenlijk voor de drie gemeenten geïndexeerd (2,7% in 2026). Voor de overige tarieven is dezelfde index gehanteerd. Jaarlijks bij het opstellen van de begroting wordt een kostendekkendheidsanalyse gemaakt van de legesverordening. De lasten worden berekend aan de hand van de normatieve tijdsbesteding en de toerekenbare uurtarieven. De baten worden berekend op basis van de verwachte productie en de geïndexeerde legestarieven. De kostendekkendheidsanalyse van de legesverordening wordt momenteel uitgewerkt en later meegenomen in het raadsvoorstel voor de nieuwe belastingverordeningen 2026. Vrij besteedbare heffingen De vrij besteedbare heffingen zijn een belangrijk politiek instrument en maken integraal onderdeel uit van het gemeentelijk (belasting-)beleid. De geïnde gelden vormen een algemene inkomstenbron voor de gemeente. Onroerende zaakbelasting Inwoners betalen onroerendezaakbelasting (OZB) als zij op 1 januari van een belastingjaar eigenaar zijn van een woning of gebruiker en/of eigenaar van een niet-woning.
De OZB is gebaseerd op de WOZ-waarde op 1 januari van het voorgaande jaar. In deze begroting is een inkomstenstijging verwerkt van 2,7% voor de OZB. In de tariefberekening is geen rekening gehouden met areaal toename. Het beleid tot nu toe is altijd geweest dat de OZB-opbrengst niet beïnvloed wordt door de hertaxaties van het onroerend goed. Met andere woorden: als de totale waarde van het onroerend goed stijgt, als gevolg van hogere taxatiewaarden, zullen de OZB-tarieven minder stijgen zodat de totale opbrengst gelijk blijft (het omgekeerde geldt uiteraard ook). Net als in voorgaande jaren is ook voor 2026 dit beleidsuitgangspunt gehanteerd. Voorstel tarieven 2026 Woningen eigenaren Niet-woningen eigenaren Niet-woningen gebruikers
2025 0,1121% 0,3719% 0,2995%
2026 0,1066% 0,3956% 0,3225%
wijziging -/- 4,9% +6,4% +7,7%
70
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Toeristenbelasting Voor personen die niet staan ingeschreven in de gemeente heffen wij een toeristenbelasting als zij blijven overnachten in een hotel, een pension of een ander vakantieonderkomen. Voor de toeristenbelasting zijn de houders van de hotels, pensions en campings belastingplichtig. Zij kunnen het tarief aan de toerist doorberekenen. Voorstel tarieven 2026 2025
Tarief per overnachting Tarief per hotelovernachting Forfaitair tarief vaste standplaats (*)
2026 € 1,69 € 1,74 € 2,80 € 2,88 € 299,64 € 307,98
wijziging € 0,05 (+2,7%) € 0,08 (+2,7%) € 8,34 (+2,7%)
(*) Het forfaitair tarief is gebaseerd op 177 overnachtingen vermenigvuldigd met het tarief per overnachting.
Hondenbelasting De hondenbelasting wordt berekend aan de houder van een of meer honden. Voorstel tarieven 2026 Voor een eerste hond Voor een tweede hond Voor iedere hond boven het aantal van twee Voor een kennel
2025 2026 € 59,22 € 60,84 € 118,44 € 121,68 € 177,66 € 182,52 € 532,99 € 547,56
wijziging € 1,62 (+2,7%) € 3,24 (+2,7%) € 4,86 (+2,7%) € 14,57 (+2,7%)
Ontwikkeling van de lokale lastendruk Jaarlijks brengt het COELO (het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) een Atlas van de lokale lasten uit. Daarin is op het vlak van de lokale lastendruk een vergelijking van alle Nederlandse gemeenten gemaakt. Uitgangspunt voor de berekening van de lokale lastendruk zijn de lasten OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden. De volgende tabel geeft de meerjarige ontwikkeling van de lokale woonlasten weer voor de jaren 20242026: Woonlasten Onroerende zaakbelasting Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten Stijging (Absoluut) Stijging (Relatief)
2024 € 449 € 203 € 111 € 763 € 27 3,7%
2025 € 500 € 221 € 141 € 862 € 99 13,0%
2026 € 514 € 227 € 145 € 885 € 23 2,7%
Uitgangspunten berekening lokale lasten Gilze en Rijen: OZB: gemiddelde woningwaarde (koopwoning) op waarde peildatum (2025 = € 446.182); Afvalstoffenheffing: het COELO gaat voor een meerpersoonshuishouden uit van 13 inworpen van 60 liter in de restafvalcontainer; Rioolheffing: basistarief, tot en met 500 m3 waterverbruik.
Met bovenstaande woonlasten neemt onze gemeente in 2025 de 23e positie (2024 was 9e positie) in van de totaal 342 gemeenten per 01-01-2025. Op de lijst van het Coelo heeft de nummer 1gemeente de laagste woonlasten (bij meerpersoonshuishoudens). Nummer 342 is de gemeente met de hoogste woonlasten.
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
71
Gemiddelde woonlasten (COELO) Gemiddelde alle gemeenten Gemeente Alphen-Chaam Gemeente Baarle-Nassau Gemeente Dongen Gemeente Goirle Gemeente Oisterwijk
2024 € 1.010 € 1.100 € 923 € 938 € 1.007 € 964
2025 € 1.050 € 1.196 € 964 € 1.019 € 1.007 € 1.023
2026 n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b.
Kwijtscheldingen Zoals binnen onze gemeente gebruikelijk bestaat de mogelijkheid om voor de aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffingen jaarlijks een verzoek om kwijtschelding in te dienen. Personen die aan de voorwaarden voldoen (betrokkenen hebben geen vermogen en de betalingscapaciteit is te laag om de aanslag te betalen), kunnen door het indienen van een dergelijk verzoek voor één of beide heffingen kwijtschelding ontvangen. In de tariefberekeningen voor de afvalstoffen- en rioolheffing is rekening gehouden met de inkomstenderving door kwijtschelding. In de begroting 2026 is rekening gehouden met een totaalbedrag van € 100.000 aan kwijtscheldingen.
72
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat gemeenten hun beleid voor de risicobeheersing moeten vastleggen en op basis van een risicoprofiel hun financiële weerstandsvermogen bepalen. Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”. In deze paragraaf geven we antwoord op de vraag hoe groot het “weerstandsvermogen” (weerstandscapaciteit minus totaal van alle risico’s) van onze gemeente is. Hiervoor geldt een drietal invalshoeken: 1. Identificeren en beoordelen van de risico’s die de gemeente loopt; 2. Bepalen wat de weerstandscapaciteit is (risicodekking van punt 1); 3. Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen (resultaat van punt 1 en 2). Daarnaast gaan we in op enkele financiële indicatoren die conform de BBV-voorschriften moeten worden opgenomen.
Risico’s identificeren en beoordelen Bij de samenstelling van de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de mogelijke risico’s die de gemeente in algemene zin kan lopen. De risico’s worden meerdere malen per jaar geactualiseerd. Hieronder leest u welke risico’s (gesorteerd op programma) zijn geïdentificeerd: Programma 0 Bestuur en ondersteuning Binnen dit programma hebben we de risico’s die betrekking hebben op de bedrijfsvoering (ABG) apart in beeld gebracht. Dit sluit aan bij het risicoprofiel genoemd in de P&C documenten van de ABG. Het risicoprofiel van de ABG-organisatie is onlangs herijkt op basis van de doorontwikkeling van de organisatie naar een professioneel dienstverlener. Op dit moment beziet de ABG-organisatie de omvang van deze risico’s mede in relatie tot financiering in hun eigen begroting. Een eerste uitwerking vindt plaats in de begroting 2027 van de ABG-organisatie. Ook is er binnen dit programma een risico meegenomen voor extra kosten op het gebied van externe advisering en juridische aangelegenheden. Daarnaast staan op dit programma de bestuurlijke risico’s verantwoord (Raad en College van B&W), welke vooral van politiek, juridische en rechtspositionele aard zijn. Tot slot is het risico voor hypothecaire geldleningen verwerkt in dit programma.
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
73
Programma 1 Veiligheid Hier zijn risico’s opgenomen in de sfeer van mogelijke calamiteiten (waarbij aansluiting is gezocht bij het rampenplan). Programma 2 Verkeer en vervoer Belangrijke risico’s binnen dit programma hebben te maken met het dagelijks en geprogrammeerd onderhoud en grote werken op het gebied van bestratingen, asfalt en zandwegen. Het kan hier gaan om bovenmatige kosten, faillissementen van bedrijven of onvoorziene kosten als gevolg van de werkzaamheden, zoals verzakkingen, schades en dergelijke. Programma 3 Economie Hier worden de risico’s van recessie en mogelijke bedrijfssluitingen benoemd. Programma 4 Onderwijs Belangrijkste risico is bovenmatige kosten voor leerlingenvervoer, mede omdat dit in principe een openeindregeling is. Programma 5 Sport, cultuur en recreatie Bij dit programma is er voor diverse instellingen en verenigingen rekening gehouden met het risico van aanvullende subsidies, liquidaties en faillissementen en/of privatiseringen. Programma 6 Sociaal domein Risico’s in de sfeer van de bijstandsuitkeringen zijn opgenomen binnen dit programma. Fluctuaties zijn mogelijk in aantallen bijstandsgerechtigden met daarnaast consequenties voor de Wet Werk en Bijstand (WWB). Tot slot is ook voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), een openeindregeling, de bovenmatige kostenontwikkeling onvoorspelbaar en dus opgenomen als risico.
Programma 7 Volksgezondheid en milieu Opruimingskosten voor oliesporen, asbestverwijdering en drugsdumpingen zij verantwoord binnen dit programma. Ook is bodemverontreiniging meegenomen als belangrijk risico, inclusief de vondst van eventuele explosieven. Programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stadsvernieuwing (VHROSV) De risico’s binnen dit programma zijn hoofdzakelijk gelegen in de sfeer van mogelijk lagere opbrengst vanuit bouwleges. Daarnaast zijn er risico’s opgenomen voor aansprakelijkheidstellingen in ruimtelijke procedures (o.a. planschades). Grondexploitatie (als aanvulling op programma’s 3 en 8) Voor de grondexploitatie zijn de risico’s eveneens in beeld gebracht. Per complex is beoordeeld welke mogelijke risico’s er zijn met bovenmatige kosten of minder opbrengsten tot gevolg. Hierbij kan men denken aan tegenvallende kosten in de eindfase van een complex, subsidies, stagnerende verkopen, renteverliezen, afwikkeling van planschades, tegenvallende aanbestedingen, langere doorlooptijden, afwaarderingen, etc.
Nu de risico’s geïdentificeerd zijn, moeten we deze beoordelen. Ook dit doen we meerdere malen per jaar, waarbij actief risicomanagement moet leiden tot het reduceren van deze risico’s. Om risico’s te kunnen beoordelen worden de kans en het (financiële) gevolg van elk risico bepaald. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van zogenaamde referentiebeelden die een richtlijn bieden om risico’s in te kunnen schatten.
74
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Daarna wordt per risico het financiële gevolg ingeschat in het geval het risico zich daadwerkelijk zou voordoen. Het is de bedoeling dat de financiële gevolgen zoveel mogelijk worden onderbouwd met kwantitatieve gegevens en prijzen. Voor de beoordeling van de kans dat een risico daadwerkelijk optreedt hanteren we 5 klassen met de volgende referentiebeelden: Klasse 1 2 3 4 5
Referentiebeelden < of 1 keer per 10 jaar 1 keer per 5-10 jaar 1 keer per 2-5 jaar 1 keer per 1-2 jaar 1 keer per jaar of >
gemiddelde kans per klasse (10%) (30%) (50%) (70%) (90%)
Per individueel risico bepalen we wat de mogelijke financiële effecten zijn voor de gemeente. We vermenigvuldigen daarbij de kans dat het risico zich voordoet conform bovenstaande indeling met het ingeschatte financiële gevolg. Wanneer we dit doen voor alle geïdentificeerde risico’s, dan ontstaat onderstaand beeld: Risico's begroting 2026 Max. risico Programma 0 Bestuur en ondersteuning € 3.436.075 Programma 1 Veiligheid € 2.550.000 Programma 2 Verkeer en vervoer € 550.000 Programma 3 Economie € 500.000 Programma 4 Onderwijs € 130.000 Programma 5 Sport, cultuur en recreatie € 550.000 Programma 6 Sociaal domein € 600.000 Programma 7 Volksgezondheid en milieu € 50.000 Programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stadsvern. € 1.267.039 Programma 9A Algemene dekkingsmiddelen € 1.343.498 Programma 9B Overhead € 3.593.840 Grondexploitatie (als aanvulling op programma's 3 en 8) € 4.829.170 Corona € 402.000 Totaal programma's € 19.801.621
Kans % Uitkomst 10,17% € 349.607 11,18% € 285.000 13,64% € 75.000 10,00% € 50.000 45,38% € 59.000 22,73% € 125.000 20,00% € 120.000 50,00% € 25.000 29,62% € 375.327 11,86% € 159.350 18,64% € 669.810 36,14% € 1.745.291 20,00% € 80.400 20,80% € 4.118.785
Ten opzichte van de risico’s zoals ingeschat bij de jaarstukken 2024 (€ 4.289.018) is de totale uitkomst van geschatte risico’s gedaald met ca. € 170.000. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door afgenomen risico’s voor grondexploitatie Tussen de Leijen.
Bepalen van de weerstandscapaciteit (risicodekking) Risicodekking richt zich op het afdekken (financieren) van de financiële gevolgen van opgetreden risico’s. Er zijn verschillende dekkingsmogelijkheden. Zoals uitgelegd in de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” bestaat de weerstandscapaciteit voor de gemeente uit de algemene reserve, de algemene reserve grondexploitatie, de stille reserve en de onbenutte belastingcapaciteit. Hieronder treft u de berekening aan: Berekening weerstandscapaciteit Algemene reserve Algemene reserve grondexploitatie Stille reserves (marktwaarden > boekwaarden) Onbenutte belastingcapaciteit (t.o.v. art 12 status) Totale weerstandscapaciteit
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Begroting 2026 € 5.058.901 € 3.065.229 € 1.502.898 €0 € 9.627.029
75
Berekening van het weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag dat nodig is om alle risico’s op te kunnen vangen. Dat bedrag wordt bepaald door een kansberekening uit te voeren op alle in kaart gebrachte risico’s (risicoprofiel aan de hand van risicoklassen). De beschikbare weerstandscapaciteit omvat de financiële middelen die de gemeente heeft om risico’s op te kunnen vangen. In het vorige hoofdstuk hebben we aangegeven waar de weerstandscapaciteit voor Gilze en Rijen uit bestaat. Het weerstandsvermogen is een ratio die berekend wordt door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij maken we een onderscheid tussen de “harde buffer” van het weerstandsvermogen en de “zachte buffer” van het weerstandsvermogen. De algemene reserve en de algemene reserve grondexploitatie worden gerekend tot vrije reserves. Samen vormen zij de “harde buffer” van de weerstandscapaciteit. Hier zetten we de risico’s met een grote kans tegen af (risicoklassen 3, 4 en 5). Daarmee krijgen we het weerstandsvermogen van de “harde buffer”. De stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit vormen de “zachte buffer”. Hier zetten we de risico’s met een klein kans tegen af (risicoklassen 1 en 2). Daarmee krijgen we het weerstandsvermogen van de “zachte buffer”. Hieronder treft u de berekening aan:
76
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Beoordeling van het weerstandsvermogen In de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” is afgesproken om te streven naar de volgende criteria voor het relatieve weerstandsvermogen: • •
Criterium 1: minimaal waarderingscijfer C (1,0 ≤ x < 1,4), maar bij voorkeur naar B (1,4 ≤ x < 2,0), als het gaat om het totale weerstandsvermogen. Criterium 2: minimaal waarderingscijfer C (1,0 ≤ x < 1,4) als het gaat om de harde buffer van het weerstandsvermogen.
Wij gebruiken hiervoor onderstaande tabel. Deze wordt ook door de Provincie gebruikt in het kader van financieel toezicht.
Situatie perspectiefnota 2026: Bedragen in € miljoen Actuele doorkijk weerstandsvermogen
2024
2025
2026
2027
2028
Algemene reserve
4,5
5,1
5,0
5,6
4,7
2029 3,6
Risico's algemene dienst met klassen 3-4-5
-0,9
-0,8
-0,8
-0,8
-0,8
-0,7
Subtotaal
3,6
4,3
4,2
4,8
3,9
2,9
Algemene reserve GREX
1,4
3,2
6,1
7,2
8,3
9,4
Risico's GREX
-1,9
-1,8
-1,8
-1,7
-1,7
-1,6
Subtotaal
-0,5
1,4
4,3
5,5
6,6
7,8
Totale weerstandsvermogen harde buffer absoluut
3,2
5,6
8,5
10,3
10,6
10,6
Totale weerstandsvermogen harde buffer relatief
2,2
3,1
4,3
5,1
5,3
5,5
Stille reserves
1,7
1,7
1,7
1,7
1,7
1,7
Onbenutte belastingcapaciteit
0,0
0,3
0,2
0,1
0,0
-0,2
Risico's algemene dienst met klassen 1-2
-1,6
-1,5
-1,5
-1,5
-1,5
-1,4
Totale weerstandsvermogen zachte buffer absoluut
0,1
0,4
0,3
0,3
0,2
0,1
Totale weerstandsvermogen zachte buffer relatief
1,1
1,3
1,2
1,2
1,1
1,1
Totaal weerstandsvermogen absoluut
3,3
6,1
8,9
10,6
10,7
10,7
Totaal weerstandsvermogen relatief
1,76
2,45
3,17
3,65
3,76
3,83
De conclusies bij de perspectiefnota 2026 waren: • Het totale relatieve weerstandsvermogen zit alle jaren (2025 t/m 2029) tussen de 2,45 en 3,83. Voor alle jaren is dus sprake van waarderingscijfer A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 1; • Het totale relatieve weerstandsvermogen "harde buffer" zit alle jaren (2025 t/m 2029) tussen 3,1 en 5,5. Voor alle jaren is dus sprake van waarderingscijfer A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 2.
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
77
Situatie begroting 2026 Wanneer we dit meerjarig verloop van het weerstandsvermogen actualiseren, dan ontstaat onderstaand beeld:
De nieuwe conclusies bij deze begroting 2026 zijn: • Het totale relatieve weerstandsvermogen zit alle jaren (2025 t/m 2030) tussen de 2,36 en 4,23. Voor alle jaren is dus sprake van waarderingscijfer A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 1; • Het totale relatieve weerstandsvermogen "harde buffer" zit alle jaren (2025 t/m 2030) tussen 3,1 en 6,2. Voor alle jaren is dus sprake van waarderingscijfer A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 2. We kunnen stellen dat het weerstandsvermogen nu (begroting 2026) iets beter is geworden dan ten tijde van de perspectiefnota 2026. Kijkend naar het einde van de planhorizon was bij de perspectiefnota 2026 sprake van een absoluut weerstandsvermogen van € 10,7 miljoen, waar dit nu bij de begroting 2026 € 11,8 miljoen is. Het absolute weerstandsvermogen is hiermee gestegen met € 1,1 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere verwachte winstneming én lagere risico’s voor de grondexploitatie Tussen de Leijen. Bij het beoordelen van het weerstandsvermogen blijven wij steeds oog houden voor het evenwicht tussen een structureel en reëel sluitende meerjarenbegroting en een gezond weerstandsvermogen.
78
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Financiële kengetallen BBV In het gewijzigde BBV is een basisset van vijf kengetallen verplicht gesteld. Deze kengetallen geven in samenhang informatie over de financiële positie van de gemeente. Het BBV geeft geen landelijke normering voor de kengetallen. De kengetallen zijn een weerspiegeling van het gevoerde beleid binnen een gemeente. De kengetallen moeten zodoende in samenhang worden beoordeeld, wat ook de onderlinge vergelijkbaarheid met andere gemeenten bemoeilijkt. Verloop kengetallen Verloop kengetallen 2024 2025 2026 2027 2028 2029 realisatie begroot begroot begroot begroot begroot
Kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit Nadere toelichting Legenda: Voldoende
Attentie
37%
65%
67%
76%
70%
74%
36% 29% 13% 3% 77%
63% 25% 19% 0% 82%
66% 26% 13% 3% 82%
75% 26% 11% 1% 82%
69% 26% 7% 0% 82%
73% 26% 7% 1% 82%
Kwetsbaar
Kengetal: Netto schuldquote De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en de hoogte van de investeringen uit het nabije verleden. Bij een score tussen de 100% en 130% is voorzichtigheid geboden. Bij een netto schuldquote hoger dan 130% doet een gemeente er goed aan om schulden af te bouwen. Op basis van de cijfers uit de begroting 2026 bedraagt de netto schuldquote 65% (jaarstukken 2024 37%), ruim onder de 100%. Kengetal: Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote wordt tevens berekend met een correctie voor verstrekte leningen (uitgaand geld). Het verschil met de netto schuldquote (zonder correctie) vertegenwoordigt het mogelijke risico dat de gemeente loopt als alle verstrekte leningen niet terug betaald zouden worden. Bij de begroting 2026 is de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 63% (jaarstukken 2024 36%). Dit blijft ruimschoots onder de kritische norm (135%).
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
79
Kengetal: Solvabiliteitsratio/schuldratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin bezit op de balans is afbetaald. Hoe hoger de uitkomst hoe gunstiger. We financieren dan immers meer met eigen vermogen. Op basis van de begrotingscijfers 2026 scoort Gilze en Rijen een solvabiliteitsratio van 25% (jaarstukken 2024 29%). In het algemeen wordt een percentage groter of gelijk aan 25% als voldoende beschouwd. Kengetal: Grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat de grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde nog moet worden terugverdiend door middel van verkopen. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Volgens de begroting 2026 bedraagt de boekwaarde van de 'bouwgrond in exploitatie' 19% van de totale baten (voor bestemming). Bij de jaarstukken 2024 was dit 13%. Kengetal: Structurele exploitatieruimte Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder rente en aflossing van leningen) te dekken. We zien dat de structurele lasten en structurele baten voor 2026 met elkaar in evenwicht zijn, wat duidt op een duurzaam evenwichtige begroting. Op basis van de begroting 2026 bedraagt het cijfer 3% (jaarstukken 2024 3%).
Voor de jaren 2027-2029 is de meerjarenbegroting niet structureel sluitend en dus punt van aandacht. Kengetal: Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit is gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden (kosten van rioolheffing, afvalstoffenheffing en OZB). In 2026 zijn de gemiddelde woonlasten € 886 voor een meerpersoonshuishouden. Landelijk bedragen de gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in 2026 €1.080. Hiermee bedraagt de belastingcapaciteit 82%.
80
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Onderhoud kapitaalgoederen
Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Wij zijn inrichter, beheerder en voor een groot deel ook eigenaar van de openbare ruimte in Gilze en Rijen. Bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte ontstaan kapitaalgoederen zoals wegen, riolering, water en groen. Kapitaalgoederen zijn van directe invloed op een goed, veilig en efficiënt leef-, werk- en woonmilieu voor de inwoners. Daarnaast is het financieel belang van goed beheer en onderhoud van kapitaalgoederen groot, omdat we de waarde ervan dienen te behouden en het een aanzienlijk beslag op onze begroting legt. Naast producent en beheerder van die kapitaalgoederen zijn we er zelf ook gebruiker van. Bij het uitvoeren van onze taken maken we bijvoorbeeld gebruik van het gemeentehuis en de gemeentewerf.
Wegen Beleidskader Wegbeheer is een wezenlijk onderdeel van het beheer van de openbare ruimte. Om deze openbare ruimte, welke voor een belangrijk gedeelte het leefgenot en de veiligheid voor onze inwoners bepaalt, op een verantwoorde wijze te kunnen beheren zijn middelen nodig. Om deze middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten is, voor wat betreft het wegonderhoud, gekozen voor de methode van de CROW (Stichting voor Regelgeving en Onderzoek in de grond- weg- en waterbouw en de verkeerstechniek). In 2018 is het huidige wegbeheerplan opgesteld. In het wegbeheerplan is opgenomen de minimale technische kwaliteit van de verharding conform de CROW-richtlijn te houden (minimaal niveau B). In 2022 is voor het laatst een weginspectie uitgevoerd. Uit de inspectie is gebleken dat sprake is van achterstallig onderhoud (kwaliteitsniveau D) waar de komende jaren prioriteit aan gegeven dient te worden. Conform de regelgeving uit het Besluit Begroten en Verantwoorden, is hiervoor in 2023 een voorziening gevormd. Verder zal, op basis van de weginspecties, het wegbeheerplan geactualiseerd worden voor de periode 2026-2030. Naar verwachting is het wegbeheerplan gereed in januari 2026. Financiële consequenties De financiële ramingen in de begroting 2026-2029 zijn nog gebaseerd op de weginspecties uit 2022 en de daarop gebaseerde geactualiseerde uitvoeringsplanning 2024-2028.
Financiële consequenties in de begroting De uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden wijken vaak af ten opzichte van de planning uit het wegbeheerplan. Dit wordt met name veroorzaakt door het feit dat projecten integraal aangepakt worden. Daarbij wordt niet alleen naar de onderhoudstoestand van de weg gekeken maar ook naar eventueel noodzakelijke maatregelen op het gebied van verkeer, groen, riolering en openbare
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
81
verlichting. Omdat het bedrag voor onderhoud (groot en klein) in de praktijk van jaar tot jaar niet erg veel afwijkt, is in het verleden de onderhoudsvoorziening opgeheven. In plaats daarvan wordt jaarlijks in de begroting een bedrag voor uit te voeren onderhoudswerkzaamheden opgenomen. De jaarlijkse bedragen zijn gebaseerd op de geactualiseerde uitvoeringsplanning 2024-2028. Voor 2026 betreft het een bedrag van € 718.000. In 2023 is tevens een voorziening gevormd van € 1.800.000. Deze voorziening zal gedurende de periode 2024 t/m 2026 aangewend worden om het achterstallig onderhoud weg te werken. In 2024 is een bedrag uitgegeven van € 152.000. De resterende middelen worden grotendeels in 2025 uitgegeven en het dan nog resterende deel in 2026.
Riolering en water Beleidskader In het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP) zijn de beleidsuitgangspunten opgenomen op basis waarvan de gemeente invulling geeft aan de drie wettelijke zorgplichten op het gebied van stedelijk waterbeheer. De raad heeft op 14 december 2020 het VGRP vastgesteld dat geldt voor de periode 2021-2025. Het beleid, zoals opgenomen in het VGRP, is gericht op: • • • • • •
Het inzamelen van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater; Het inzamelen van hemelwater; Het transporteren van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt; Het voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater; Het zoveel mogelijk beperken van overlast voor de woonomgeving (in de breedste zin van het woord); Het doelmatig beheren van de riolering, het oppervlaktewater en grondwater tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.
Financiële consequenties Op basis van het VGRP 2021-2025 bedragen de jaarlijkse kosten voor onderhoud aan de riolering € 328.000. In de vastgestelde PPN 2025 zijn onderstaande budgetten toegevoegd. Financiële consequenties Op basis van het VGRP 2021-2025 bedragen de kosten voor onderhoud aan de riolering in 2026 € 573.900. Financiële consequenties in de begroting De jaarlijkse kosten voor groot onderhoud worden verantwoord binnen de gesloten exploitatie riolering. Het saldo tussen de totale lasten en baten binnen de exploitatie riolering wordt toegevoegd of onttrokken aan de voorziening riolering. In 2026 wordt het WRP (Water- en Rioleringsprogramma) opgesteld voor de periode 2027-2031. Het WRP is feitelijk de opvolger van het VGRP en behandelt; Beleidskeuzes, Zorgplichten, Uitvoeringsstrategie, Maatregelen, Onderzoek, Personeel en financiën (rioolheffing). Omdat het WRP voor de nieuwe planperiode nog niet gereed is, zijn de in de begroting 2026-2029 geraamde bedragen, nog gebaseerd op het VGRP 2021-2025.
82
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Gebouwen Beleidskader In 2023 zijn de onderhoudsplannen van de gemeentelijke gebouwen opnieuw geactualiseerd voor de periode 2023-2033. Jaarlijks wordt bekeken of er tussentijdse aanpassingen nodig zijn. De onderhoudsplannen geven inzicht in het geplande groot en klein onderhoud voor 2026 en een doorkijk voor de komende jaren. Voor al het in 2026 geplande onderhoud geldt, dat telkens wordt bekeken of het onderhoud noodzakelijk is of dat bepaalde werkzaamheden doorgeschoven kunnen worden. Daarnaast worden de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk afgestemd met de gebruikers van de gebouwen. Verder is op 29 april 2021 de beleidsnotitie “Verduurzaming en onderhoud gemeentelijk maatschappelijk vastgoed” vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin is de koers uitgezet voor het verduurzamen en onderhoud van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Financiële consequenties Op basis van de meerjarenonderhoudsplanning is gedurende de periode 2023-2033 voor groot onderhoud een totaalbedrag benodigd van € 4.877.000. Financiële consequenties in de begroting Historisch blijkt dat de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden vaak afwijken van de onderhoudsplanningen. Dit wordt met name veroorzaakt door onderhoudswerkzaamheden pas uit te voeren wanneer deze noodzakelijk zijn en niet wanneer deze gepland zijn.
Voor de periode 2026 tot en met 2029 zijn de volgende bedragen opgenomen voor groot onderhoud; 2026 € 432.000, 2027 € 450.000, 2028 € 443.000 en 2029 € 424.000.
Openbaar groen Beleidskader In het coalitieprogramma 2022- 2026 zijn m.b.t. het groenonderhoud onderstaande resultaten opgenomen: • We maken een Groenvisie waarin we de kansen voor meer en beter groen verkennen. Daarbij maken we meer geld vrij voor (groen)onderhoud, -vernieuwing en -uitbreiding zodat inwoners weer trots kunnen zijn op hun buurt; • We zorgen voor goed beheer en onderhoud van bestaand openbaar groen (juiste boom op de goede plek, goede groeiplaatsen, goede kwaliteit, goede diversiteit van typen bomen). In 2023 is de nieuwe groenvisie (groenplan) opgesteld. In de zomer van 2025 is dit als concept programma beleidsontwikkeling groen ter inzage gelegd. Het richt zich op de ontwikkeling van het groen en bepaalt hier de ambities voor. Met dit programma actualiseert de gemeente Gilze en Rijen haar groenbeleid en leggen we de basis voor een samenhangende, toekomstbestendige inrichting van het groen. Naar verwachting zal het college eind 2025 dit programma vaststellen. Financiële consequenties Naar aanleiding van het programma beleidsontwikkeling groen zijn de bestaande budgetten niet gewijzigd. Dit programma zal wel tot een (aanvullende) vraag naar middelen leiden. Na het vaststellen van dit programma wordt er een uitvoeringsagenda opgesteld met projecten op basis waarvan een vraag naar middelen wordt gedaan.
Financiële consequenties in de begroting Voor het totale groenonderhoud is in de begroting jaarlijks een bedrag van € 1.719.000 opgenomen (exclusief onderhoud bomen). Daarnaast is voor renovatie en vervanging jaarlijks een bedrag beschikbaar van € 381.000.
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
83
Financiering
Financiering Inleiding Regelgeving met betrekking tot de uitvoering van taken op het gebied van treasury is opgenomen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, prudente en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente middels een statuut te regelen.
Treasurystatuut Het beleid op dit onderdeel is voor onze gemeente vastgelegd in het Treasurystatuut 2019 gemeente Gilze en Rijen (raad 11 november 2019).
Renteschema a.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
€
1.489.185
b.
De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten
€ €
52.027 1.437.158
€
1.096.036
d1. Rente over eigen vermogen
+/+ €
-
d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
+/+ € €
1.096.036
-/-
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
€
202.892
-/-
€
138.230
c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend +/+ € Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
e.
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
84
-/Nadelig
€
931.521 164.515
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat maximaal met kort geld (looptijd maximaal 1 jaar) mag worden gefinancierd en wordt berekend op basis van een vast percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. Op basis van de begroting 2026 is de kasgeldlimiet voor de gemeente Gilze en Rijen € 8,9 miljoen.
Renterisiconorm De renterisiconorm is ingesteld als instrument om de renterisico’s voor de vaste schuld te beheersen. Jaarlijks mogen de renterisico’s door renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Op basis van de nu bekende gegevens (vaste schulden, renteherziening, aflossingen en nieuwe geldleningen) stellen wij het renterisico in 2026 op nihil.
Leningsbehoefte en leningenportefeuille De gemeente Gilze en Rijen heeft eind 2025 naar verwachting een leningportefeuille van ongeveer € 36,9 miljoen. We verwachten in 2026 een financieringstekort van € 36,5 miljoen met name vanwege ons meerjareninvesteringsplan en de boekwaarden grondexploitatie. Op basis hiervan is de verwachting dat we nieuwe geldleningen moeten aantrekken in 2026.
Houdbare overheidsfinanciën Rijk en decentrale overheden In Europa zijn regels afgesproken over de overheidsfinanciën. Zij bepalen de normen voor het begrotingstekort (EMU-saldo) en de overheidsschuld (EMU-schuld). De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF) bevat het benodigde wettelijke instrumentarium voor het bereiken en in stand houden van houdbare overheidsfinanciën. De meest in het oog springende afspraak is het bereiken van begrotingsevenwicht op middellange termijn. Hiermee wordt uitdrukking gegeven aan de noodzaak van structurele reductie van het EMU-tekort en het garanderen van een houdbare EMU-schuld. De beheersing van het EMU-saldo is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het Rijk en de decentrale overheden. De eindverantwoordelijkheid voor de overheidsfinanciën als geheel ligt bij het Rijk. Gemeenten dienen hun tekort te houden onder de af te spreken percentages. Het Rijk wil gemeenten een boete opleggen via een korting op het Gemeentefonds wanneer zij de aan hen toegewezen EMU-norm overschrijden.
Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeenten, provincies, waterschappen, en gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de EMU-schuld.
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
85
Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering Inleiding De bedrijfsvoering vormt het fundament van de gemeentelijke organisatie. Zij bestaat uit personeel, informatisering, automatisering, communicatie, organisatie, facilitaire dienstverlening en financieel beheer & beleid (waaronder de administratieve organisatie, treasury, planning & control en de interne controle). Een goede bedrijfsvoering bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van de dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en verenigingen. De ABG-organisatie speelt hierin een centrale rol: een sterke en toekomstbestendige ABG-organisatie zorgt ervoor dat de gemeente Gilze en Rijen betrouwbaar beleid kan uitvoeren, kan inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen en inwoners goed kan ondersteunen. ABG-organisatie Sinds 2016 is de bedrijfsvoering van de gemeente Gilze en Rijen ondergebracht in de ABGorganisatie: de gezamenlijke ambtelijke organisatie van de bestuurlijk zelfstandige gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen. Iedere dag werken medewerkers van ABG aan goede en betrouwbare dienstverlening voor de drie gemeenten. In de begroting 2025 is aangegeven dat de organisatie verder bouwt aan kwaliteit en continuïteit. Deze lijn zetten we in 2026 voort. De ABG-organisatie werkt daarbij aan een groeipad richting een professionele en lerende dienstverlener.
Daarmee wordt bedoeld een organisatie die stabiel en betrouwbaar werkt, die medewerkers en bestuurders goed ondersteunt en die continu leert en verbetert. De doorontwikkeling richt zich op meer grip op processen en ontwikkeling van control, het versterken van het strategische vermogen, meer integraliteit en samenhang in de organisatie en een cultuur waarin leren en verbeteren centraal staan. Dit draagt eraan bij dat de drie besturen beter inzicht hebben en meer mogelijkheden krijgen om richting te geven aan de organisatie en de kwaliteit van de dienstverlening. Gekoppeld aan de strategische koers om door te groeien richting een professionele en lerende dienstverlener, wordt ook gekeken naar het systeem “Betalen en Genieten”, dat bepaalt hoeveel geld de drie gemeenten bijdragen aan de organisatie. Dit systeem moet transparant, stuurbaar en toekomstbestendig worden. Centrale huisvesting Een belangrijke ontwikkeling binnen het strategische groeipad is de realisatie van een nieuw gezamenlijk kantoor aan het Anne Frankplein in Rijen. Deze centrale huisvesting moet bijdragen aan hechtere samenwerking en een efficiëntere ondersteuning van de drie gemeenten en haar inwoners. Op dit moment loopt de aanbesteding. Volgens planning verhuist de ABG eind 2026. Voor de
86
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
gemeenten betekent dit dat er bestuurszetels worden ingericht in de eigen gemeentehuizen. Momenteel zijn we bezig om de effecten van de ontvlechting in beeld te brengen als gevolg van deze gewijzigde huisvestingssituatie. Medewerkers en werkgeverschap De kwaliteit van de dienstverlening valt of staat met gemotiveerde en vakbekwame medewerkers. Goed werkgeverschap, behoud van medewerkers en het aantrekken van nieuw talent blijven daarom speerpunten. Vooralsnog lukt het vrij aardig om vacatures te vervullen, maar uiteraard niet op alle functies. De arbeidsmarkt blijft krap en dat vraagt van de organisatie om aantrekkelijk te zijn en te blijven investeren in ontwikkeling en doorgroei. De ABG zet daarom in op een gezonde en veilige werkomgeving, op opleiding en groei voor medewerkers en op digitalisering die hen ondersteunt in het werk. Ook voor jonge professionals wil de organisatie aantrekkelijk zijn, onder meer door mogelijkheden om te leren en door te groeien. Deze inzet draagt direct bij aan de doorontwikkeling van de organisatie tot een professionele en lerende dienstverlener. Digitalisering en informatieveiligheid De digitale ontwikkeling heeft grote impact op de bedrijfsvoering. De ABG investeert daarom doorlopend in moderne systemen en in informatieveiligheid. Daarbij is naast technische maatregelen ook aandacht voor bewustwording bij medewerkers.
Doel is zowel de interne processen als de externe dienstverlening te versterken. Risicobeheersing en rechtmatigheid Risicobeheersing blijft onderdeel van de reguliere P&C-cyclus. Risicomanagement is gericht op zowel bewustwording als het tijdig signaleren van nieuwe risico’s. Bij beleidsvoorstellen wordt een risicoparagraaf toegevoegd. Risicomanagement is daarnaast een doorlopend proces: de risicoanalyse wordt jaarlijks geactualiseerd als onderdeel van het interne controleproces en vormt de basis voor verdere bijsturing van werkprocessen en beleidsuitgangspunten. Sinds 2023 ligt de verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheidsverantwoording bij het college van burgemeester en wethouders. Deze verantwoording steunt op de verbijzonderde interne controle (VIC). De VIC toetst of interne beheersmaatregelen effectief zijn en levert input voor verbetering van processen. De gemeenteraad wordt hiermee in staat gesteld zijn kaderstellende en controlerende rol beter te vervullen.
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
87
Verbonden partijen
Verbonden partijen Inleiding Samenwerkingsverbanden kunnen belangrijke voordelen opleveren met betrekking tot kosten, doelmatigheid en kwaliteit van de te leveren producten. Individuele gemeenten zijn soms te klein om kwalitatief goede producten tegen een acceptabele kostprijs te leveren. Samenwerking kan zich uitstrekken over alle beleidsterreinen (programma’s) en op het gebied van de bedrijfsvoering. Een samenwerking kan diverse vormen aannemen (bijvoorbeeld: openbaar lichaam, gemeenschappelijke regeling, centrumgemeente). Soms zijn verbonden partijen wettelijk voorgeschreven zoals de Veiligheidsregio en de Omgevingsdienst.
Visie en beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen Voor het aangaan van een verbonden partij moet aan de volgende criteria worden voldaan: 1. Er is sprake van een publiek belang. 2. Het publieke belang kan niet goed behartigd worden door middel van subsidies, regelgeving, toezicht of het inkopen van diensten of producten. 3. Een verbonden partij is de beste manier om de taken uit te voeren. 4. De (financiële) risico’s die gepaard gaan met het aangaan van een verbonden partij staan in een redelijke verhouding tot het te dienen publieke belang. Dit is verder uitgewerkt in onze eigen nota Verbonden Partijen. Daarnaast is in 2022 ook de Wet gemeenschappelijke regelingen aangepast om de democratische legitimiteit van deze regelingen te vergroten.
88
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
Overzicht verbonden partijen
Programmabegroting 2026 Gilze en Rijen
89
Grondbeleid Algemeen Het grondbeleid van de gemeente is een belangrijk sturingsinstrument voor de invulling van de aanwezige en toekomstige bouwmogelijkheden in onze gemeente. Op basis van dit beleid realiseert de gemeente doelstellingen op het gebied van ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en economisch beleid. In mei 2019 heeft de gemeenteraad van Gilze en Rijen de meest recente nota grondbeleid vastgesteld. De nota grondbeleid geeft het juridische- en beleidsmatige kader aan waarbinnen de gemeente opereert. Uitgangspunt is actief grondbeleid, maar met de huidige mogelijkheden van kostenverhaal en sturing via het omgevingsplan (Ow), voorheen bestemmingsplan, en overeenkomst of grondexploitatieplan, dienen bij elke mogelijkheid van grondaankoop de risico’s en kosten goed in beeld gebracht te worden. Naast het uitgangspunt van actief grondbeleid wordt situationeel grondbeleid toegepast. Dit wil zeggen dat er per situatie wordt gekeken op welke wijze de gemeente haar capaciteiten het beste kan inzetten om op een locatie de gewenste ontwikkeling te realiseren. Ook bij private ontwikkelingen kunnen we sturen op ruimtelijke en volkshuisvestelijke doelen. Dit doen we dan via de invulling van het benodigde ruimtelijke plan en het afsluiten van (anterieure) overeenkomsten.
Waar voorheen op grond van de Grondexploitatiewet kostenverhaal (van te maken gemeentelijke kosten) gepleegd werd, is dit nu op basis van de omgevingswet. Beleidsdocumenten Wet- en regelgeving, het Besluit Begroting en Verantwoording (hierna; BBV) en de voormalig bestemmingsplannen en omgevingsplannen vormen de algemene kaders van het te voeren grondbeleid. Onder andere de nota grondbeleid en de notitie grondprijzen sluiten hier op aan. Actief grondbeleid Van actief grondbeleid is sprake als de gemeente grond koopt, die bouw- en woonrijp maakt en weer verkoopt of in erfpacht uitgeeft aan ontwikkelaars, aannemers en particulieren. Bij actief grondbeleid exploiteert de gemeente gronden voor eigen rekening en risico. Bouwgronden in exploitatie hebben betrekking op grondexploitaties in de uitvoeringsfase, waarvan de gronden in eigendom zijn van de gemeente, waarvoor de raad een grondexploitatiecomplex en een grondexploitatiebegroting heeft vastgesteld. De gemeente Gilze en Rijen heeft per medio 2025 tien lopende grondexploitaties waarvoor door de gemeenteraad in het verleden een exploitatieopzet is vastgesteld.