CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

GLR Programmabegroting 2024

Gemeenteraad 13 november 2023, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: b) Besluitvorming raadsvoorstel inzake het vaststellen van de programmabegroting 202430.478 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

61

uitgewerkt die in samenhang het ambitiepakket en de beleidsinhoudelijke basis vormen om de gemeentelijke wensen in de diverse Rijksvisies en Rijksprogramma’s in te brengen. Daarmee beogen we gezamenlijke financiering van gezamenlijke opgaven. De raad zal keuzes maken en vastleggen binnen de gemeentelijke omgevingsvisie. De werkwijze waar continu afstemming plaatsvindt tussen de verschillende schaalniveaus en rijksopgaven vergt veel inzet van de bestuurlijke en ambtelijke organisatie.

Wat gaat het kosten? Bedragen X € 1.000 Lasten / Baten

Rekening Begroting Begroting

Meerjarenbegroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal lasten programma 8

12.703

13.640

7.626

6.040

6.309

6.473

Totaal baten programma 8

12.397

11.339

6.793

4.667

4.684

4.700

-306

-2.301

-833

-1.373

-1.625

-1.773

Saldo lasten en baten programma 8

Toelichting budgetverschillen De belangrijkste verschillen tussen de ramingen in begroting 2024 en begroting 2023 zijn: Bedragen x € 1.000 1.

62

Omschrijving De kosten voor de spoorzone zijn in 2023 hoger dan in 2024, onder andere door een grondaankoop en hogere voorbereidingskosten. Doordat deze kosten worden verrekend met de bestemmingsreserve spoorzone is het effect budgettair neutraal. Dit leidt tot een voordeel op dit programma en een nadeel op het taakveld reserves.

L/B L

Bedrag 800

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

V/N V

Bedragen x € 1.000 2. 3. 4.

5. 6.

7.

8.

Omschrijving We verwachten in 2024 lagere lasten en baten voor de ontwikkelingen derden. In 2023 zijn incidentele middelen opgenomen voor de invoering van de Omgevingswet. Voor de grondexploitatie woningbouw zijn in 2024 zowel de verwachte lasten als de baten lager dan in 2023. Per saldo gaat het om een bedrag van € 177.000 voordelig. Doordat het resultaat grondexploitatie wordt verrekend met de algemene reserve grondexploitatie is het effect budgettair neutraal. Dit leidt tot een voordeel op dit programma en een nadeel op het taakveld reserves. In 2023 zijn incidentele middelen opgenomen voor het mogelijk maken van alternatieve woonvormen (€ 100.000) en het opstellen van de woonvisie (€ 14.000). Voor een aantal projecten van de afdeling ruimtelijke ontwikkeling is budget overgeheveld naar 2023, denk aan Woonlocaties Hulten en Verstedelijkingsakkoord Breda-Tilburg. In 2022 hebben we de opbrengst omgevingsvergunningen 2022 tot en met 2024 verhoogd als gevolg van meer vergunningaanvragen. Hierbij verwachtten we dat de extra opbrengsten in 2023 en 2024 af zou nemen. Overige afwijkingen. Totaal

L/B L B L

Bedrag 80 80 353

V/N V N V

L B

4.597 4.420

V N

L

114

V

L

63

V

B

47

N

L B

7 1 1.468

V V V

Indicatoren Voor indicatoren betreffende programma 8 wordt verwezen naar de woningbouw prognose. Hierin worden de cijfers verantwoord. Om dubbele documentatie te voorkomen nemen we in de begroting geen kopie op te nemen.

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

63

Algemeen

Algemeen Algemene Dekkingsmiddelen Het streven is om - gegeven onze gemeentelijke kerntaken, dienstverleningspakket en ambities - de lasten voor inwoners zo laag als mogelijk te houden. Ons doel daarbij is om bij de 20% goedkoopste gemeenten van Nederland te blijven horen wat betreft gemeentelijke woonlasten. Algemene uitkering Gemeentefonds Alle gemeenten ontvangen geld van het Rijk om hun taken uit te voeren uit het Gemeentefonds. Het gemeentefonds is goed voor een dekking van ca. 54% van de totale gemeentelijke lasten en hiermee de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De actuele begroting van het Gemeentefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2023. In 2026 breekt het veelbesproken ‘ravijnjaar’ aan. Het gemeentefonds wordt kleiner en de zogenoemde opschalingskorting treedt in werking. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is nog steeds in gesprek met het kabinet over de rijksmaatregelen. We blijven de ontwikkeling volgen en gaan in 2024 bekijken hoe we hierop kunnen anticiperen. Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is De gemeentelijke belastingen is de tweede grootste inkomstenbron van de gemeente. Verdere toelichting is opgenomen in de paragraaf lokale heffingen.

64

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Overhead Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces worden gerekend tot de overhead. Overhead bestaat in elk geval uit: 1. Leidinggevenden in het primaire proces. 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie. 3. P&O/HRM. 4. Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement). 5. Interne en externe communicatie met uitzondering van communicatie met de klant. 6. Juridische zaken. 7. Bestuurszaken en bestuursondersteuning 8. Informatievoorziening en automatisering (ICT). 9. Facilitaire zaken en huisvesting. 10. Documentaire Informatie Voorziening (DIV). 11. Managementondersteuning in het primair proces. De totale overheadkosten van de gemeente Gilze en Rijen worden in 2024 geraamd op een bedrag van € 9.063.384. Een groot deel van deze kosten wordt gemaakt en verantwoord in de ABGorganisatie. Op basis van een in het verleden vastgestelde verdeelsleutel wordt 53,8% van de kosten door de ABG-organisatie in rekening gebracht bij de gemeente Gilze en Rijen.

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

65

Vennootschapsbelasting Publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals Gemeenschappelijke Regelingen en Gemeenten, zijn Vennootschapsbelasting (VpB) plichtig indien, en voor zover, zij een onderneming drijven. Er is sprake van een onderneming indien cumulatief voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: • Een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid; • die deelneemt aan het economische verkeer; • met het oogmerk om winst te behalen. Van alle gemeentelijke activiteiten wordt 'slechts' het grondbedrijf aangemerkt als winstgevende onderneming. Om te kunnen bepalen wat de daadwerkelijke belastingdruk op het grondbedrijf wordt, dient het BBV resultaat gecorrigeerd te worden naar het fiscale resultaat. In het oog springende verschillen tussen beide winstbepalingen zijn: • Slechts de werkelijk betaalde rente mag als kosten opgevoerd worden; • grondbedrijf vreemde activiteiten moeten geëlimineerd worden; • toekomstige prijsstijgingen mogen niet opgevoerd worden als kosten/baten; • kapitaalstortingen en onttrekkingen moeten geëlimineerd worden. Vanwege verrekenbare verliezen uit het verleden zal er de komende jaren naar verwachting geen sprake zijn van betaling van vennootschapsbelasting.

66

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Onvoorzien Wettelijk is voorgeschreven dat in de programmabegroting een post voor onvoorziene uitgaven is geraamd. Er zijn geen voorschriften of normen voor de omvang van deze post. Het is aan de raad om aan te geven welke omvang zij nodig acht. De raming voor 2024 bedraagt € 26.000. Dit is het totaalbedrag dat beschikbaar is voor alle programma's tezamen. Bij aanwending moet worden voldaan aan de volgende criteria (de drie O’s): Onvoorzien, Onontkoombaar en Onuitstelbaar.

Wat gaat het kosten? Bedragen X € 1.000 Lasten / Baten

Rekening Begroting Begroting

Meerjarenbegroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

L

322

1.238

2.827

4.099

4.379

5.793

B

56.259

57.096

60.154

62.469

60.436

61.558

L

8.238

9.362

9.564

9.823

9.999

11.065

B

593

508

500

478

428

416

L

0

0

0

0

0

92

B

0

0

0

0

0

0

L

0

26

26

26

26

26

B

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten programma 9 Algemeen

8.561

10.626

12.417

13.948

14.404

16.976

Totaal baten programma 9 Algemeen

56.852

57.604

60.654

62.947

60.864

61.974

Saldo lasten en baten programma 9 Algemeen

48.291

46.978

48.237

48.999

46.460

44.998

9A

9B

9C

9D

Algemene dekkingsmiddelen

Overhead

Vennootschapsbelasting

Onvoorzien

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

67

Toelichting budgetverschillen De belangrijkste verschillen tussen de ramingen in begroting 2024 en begroting 2023 zijn: Bedragen x € 1.000 1. 2.

4. 5. 6.

7. 9 10.

Omschrijving De baten vanuit de onroerende zaakbelasting zijn in 2024 € 294.000 hoger dan in 2023, dit komt door de trendmatige indexering. De algemene uitkering 2024 is hoger dan in 2023. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door indexering. Deze hoge indexering hebben we geraamd op een stelpost ter dekking van de hogere kosten in 2024. In de begroting 2023 hadden we middelen opgenomen voor de verdere uitvoering van het eind 2021 vastgestelde coronaherstelplan. Aan de hand van de vastgestelde begroting 2024 van de ABG, wordt in 2024 een hoger bedrag doorbelast aan het taakveld overhead dan in 2023. In 2024 zijn de verwacht kosten van de voorbereidingskrediet voor toekomstige centrale huisvesting én de huisvesting van de bestuurszetel Gilze en Rijen hoger dan in 2023. We hebben vanaf 2024 een structureel budget van € 130.000 opgenomen voor strategische capaciteit. De kosten die in de begroting zijn opgenomen voor het digitaliseren en bijwerken van het archief (inclusief persoonskaarten), zijn in 2023 hoger dan in 2024. Overige afwijkingen. Totaal

68

L/B B

Bedrag 294

V/N V

L B

1.821 2.769

N V

L

266

V

L

170

N

L

49

N

L

130

N

L

122

V

L B

9 13 1.259

N N V

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Subsidies Subsidiebeleid Met subsidies maken we activiteiten van inwoners, verenigingen en organisaties mogelijk, omdat die activiteiten een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van onze beleidsdoelen in het sociaal domein. Het gaat dan bijvoorbeeld om activiteiten gericht op meedoen van alle inwoners (jong tot oud), op het gebied van sport en bewegen of kunst, cultuur en educatie. Jaarlijks nemen we in de begroting een overzicht op met daarin vermeld het subsidieplafond voor activiteitensubsidies en de begrote bedragen voor basisvoorzieningen (per onderdeel). Dit overzicht treft u hieronder aan voor de begroting 2024. In het subsidieregister zijn na afloop van het kalenderjaar de subsidietoekenningen terug te vinden. Onderstaande bedragen zijn exclusief indexering. Wanneer tot indexering wordt overgegaan, dekken we dit vanuit de stelpost indexeringen die is opgenomen in onze meerjarenbegroting en wordt het subsidieplafond gecorrigeerd. Tot slot zijn onderstaande bedragen gebaseerd op de afspraken die we hebben gemaakt met de basisvoorzieningen tot en met eind september. Wanneer er in het restant van 2023 nog afspraken worden gemaakt, die effect hebben op de subsidie 2024, dan wordt ook hiervoor het subsidieplafond gecorrigeerd.

Subsidies basisvoorzieningen De onderstaande subsidies aan basisvoorzieningen zijn opgenomen in de begroting 2024 (exclusief indexering): Subsidies voor basisvoorzieningen Mantelzorgondersteuning Lokaal Steunpunt Mantelzorg i.s.m. Thebe thuiszorg Basisondersteuning (dorpsteam) Samenwerkingsverband basisondersteuning (penvoerder ContourdeTwern) Preventief aanbod jeugdhulp Waygroup

€ 120.000

€ 1.688.000

€ 30.000

Bestaanszekerheid Voedselbank Cultureel erfgoed (inclusief harmonieën) Stichting Dorpsbelang Molenschot Heemkring Molenheide Stichting Sint Nicolaas Comité Gilze Sint Nicolaas Comité Rijen Koninklijke Harmonie St. Cecilia Harmonie Vlijt en Eendracht

€ 30.000 € 2.000 € 8.500 € 1.500 € 1.500 € 11.000 € 12.000

Stichting Cultuurplaats Marktplaats cultuur en cultuureducatie Cultuurcoach Cultuurplaats coördinatie Brede school coördinatie

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

€ 124.730 € 55.000 € 37.850 € 36.808

69

Subsidies voor basisvoorzieningen Bibliotheekvoorziening Theek 5 Taalhuis Speel-o-theek voorziening

€ 455.500 € 37.000

Stichting Kind en Spel

€ 2.800

Maatschappelijke accommodaties Gemeenschapshuis Hulten (The Chump) Gemeenschapshuis Molenschot De Molenwiek Stichting Culturele Centra Gilze en Rijen (CCGR) Gillesa Groep - Scouting Gilze Stichting Scouting Bonifaas - Scouting Rijen

€ 25.000 € 87.684 € 655.000 € 7.200 € 5.250

Anti-discriminatievoorziening (Advies- en meldpunt) RADAR

€ 21.000

Ontwikkelingsstimulering voor 2 tot 4 jarigen (vooren vroegschoolse educatie) Kindcentrum Rijen B.V. / De Vliegwereld Humankind / POV Speeldoos Stichting Muzerij

Ntb o.b.v. werkelijk bezette kindplaatsen Ntb o.b.v. werkelijk bezette kindplaatsen Ntb o.b.v. werkelijk bezette kindplaatsen

EHBO verenigingen E.H.B.O. - vereniging Sint Christoffel

€ 2.000

Preventie, informatie en advies en ondersteuning in het kader van de aanpak van seksueel geweld Stichting Blauwe Maan (via gemeente Tilburg)

€ 15.000

Collectieve preventie GGZ en Verslavingszorg GGZ Breburg

€ 7.800

Novadic-Kentron

€ 7.200

Slachtofferhulp Stichting Slachtofferhulp Nederland Sport- en beweegvoorzieningen

€ 10.000

Sport'sCool

€ 1.391

Activiteitensubsidies Het subsidieplafond voor activiteitensubsidies bedraagt in 2024 € 297.099. Innovatiesubsidies Bij de perspectiefnota 2021 is besloten om de innovatiesubsidies af te bouwen naar € 0 in 2023. In de begroting 2024 is dus geen geld opgenomen.

70

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Paragrafen

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

71

Lokale heffingen

Lokale heffingen Inleiding De gemeentelijke heffingen zijn na de doeluitkeringen en de algemene uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste bron van inkomsten. In de paragraaf Lokale heffingen doen wij verslag van: • De geraamde inkomsten; • Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; • De berekeningswijze van de gemeentelijke tarieven en welke beleidsuitgangspunten hieraan ten grondslag liggen; • De ontwikkeling van de lokale lastendruk; • Het kwijtscheldingsbeleid.

Lokale heffingen De lokale heffingen zijn met € 14,4 miljoen goed voor 17% van de gemeentelijke inkomsten in Gilze en Rijen. In onderstaand overzicht zijn de inkomsten voor de jaren 2022 tot en met 2024 weergegeven. Hierbij is een onderverdeling gemaakt in gebonden heffingen (aan te wenden voor doel) en vrij besteedbare heffingen. De inkomsten uit lokale heffingen nemen in 2024 naar verwachting met € 246.000 toe ten opzichte van 2023. Het verschil wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de hogere OZB opbrengst in 2024 vanwege trendmatige indexering.

72

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Realisatie 2022

Begroot 2023

Begroting 2024

Gebonden heffingen Afvalstoffenheffing Leges Markten en kermissen Rioolheffing

2.180.244 2.196.861 46.879 1.374.021

2.066.000 1.381.894 54.740 1.347.796

2.066.000 1.296.532 55.642 1.363.693

Totaal Gebonden heffingen

5.798.005

4.850.430

4.781.867

Vrij besteedbare heffingen Hondenbelasting OZB Niet-woningen eigenaren OZB Niet-woningen gebruikers

110.200 2.514.475 1.759.780

125.395 2.753.241 1.959.993

130.035 2.845.997 2.026.027

OZB Woningen eigenaren Toeristenbelasting

3.641.715 530.596

4.019.485 474.556

4.154.909 489.821

Totaal Vrij besteedbare heffingen

8.556.766

9.332.670

9.646.789

Totaal opbrengsten

14.354.771

14.183.100

14.428.656

Heffingen

Gebonden heffingen Bij de gebonden heffingen is kostendekkendheid het uitgangspunt. De gebruiker betaalt in principe de integrale kosten van de geleverde producten en diensten. Een meer dan kostendekkende heffing is niet toegestaan; daarentegen kunnen bestuurlijke overwegingen aanleiding zijn tot het vaststellen van lagere tarieven. Het BBV schrijft voor dat gemeenten in de paragraaf lokale heffingen inzicht verschaffen in de berekeningswijze van de gemeentelijke tarieven. Naast de kosten op de betreffende taakvelden wordt namelijk nog een aantal posten extracomptabel toegerekend aan de tarieven, zoals overhead, rente en BTW. Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op de tariefberekeningen van de afvalstoffen-, de rioolheffing en de gemeentelijke leges (retributies).

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

73

Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht om huishoudelijk afval op te halen. Van de opbrengst afvalstoffenheffing betaalt de gemeente de inzamelings- en verwerkingskosten, maar ook de exploitatie van de milieustraat. Inwoners van Gilze en Rijen betalen een vastrecht en een tarief per inworp van een zak restafval. Inwoners uit het buitengebied betalen per lediging van de restafvalcontainer. De afvalstoffenheffing wordt geïncasseerd door Brabant Water. De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing, dit houdt in dat de geïnde gelden aangewend moeten worden voor het doel. Uitgangspunt in Gilze en Rijen is een 100% kostendekkende afvalstoffenheffing: de tarieven bewegen mee met de ontwikkeling van de toerekenbare kosten. De voorziening afvalstoffenheffing vormt de sluitpost van de exploitatie. De voorziening heeft een egaliserende functie. Ze kan worden gebruikt om via het tarief te sparen voor grote uitgaven in de toekomst (onderhoud, vervanging) of om ongewenste schommelingen van het tarief op te vangen. In onderstaande tabel is de exploitatieopzet van de afvalstoffenheffing 2024 afgezet tegen die van 2023. 2023

2024

Kosten taakvelden Begroting gemeente Begroting ABG (60%) Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld Afval

€ 1.335.473 € 804.073 -€ 565.983 1.573.563

€ 1.178.231 € 804.073 -€ 565.983 1.416.321

Toe te rekenen kosten: Overhead ABG (40%) BTW Totale kosten

€ 536.048 € 266.051 2.375.662

€ 536.048 € 233.170 2.185.539

Opbrengst heffingen Opbrengst milieustraat

€ 2.049.000 € 90.000

€ 2.049.000 € 90.000

Dekking Mutatie voorziening (positief = toevoegen, negatief = onttrekken)

90% -/- € 236.662

98% -/- € 46.539

De toerekenbare kosten voor de heffing zijn per saldo in 2024 met € 189.000 afgenomen ten opzichte van de gewijzigde begroting 2023. Dit verschil wordt grotendeels veroorzaakt door de ontvangen naheffing van Attero in 2023 (incidenteel nadeel).

74

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2024 afgezet tegen het tarief 2023.

vastrecht 140 liter restafval 240 liter restafval 60 liter inworp verzamelcontainer 30 liter inworp verzamelcontainer

2023 € 138,00 € 9,33 € 16,00 € 4,00 € 2,00

2024 (*) € 9,33 € 16,00 € 4,00 € 2,00

(*) Het tarief vastrecht voor de afvalstoffenheffing is ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet bekend. De besluitvormingsproces rondom het onderzoek naar een toekomstbestendige organisatie voor de afvalinzameling is nog gaande. De uitkomsten en de financiële gevolgen worden later meegenomen bij de besluitvorming inzake de 2e turap 2023 en de belastingverordeningen 2024.

Rioolheffing Voor de afvoer van afvalwater en de zuivering daarvan, heeft de gemeente de plicht om voor een goed werkend rioleringsstelsel te zorgen. Ook heeft de gemeente de zorgplicht om de grondwaterstand en de afvoer van hemelwater (regenwater) te beheren. Om al deze watertaken te bekostigen wordt er één belasting geheven, de rioolheffing. De gemeentelijke watertaken gaan gepaard met relatief grote uitgaven en hebben een langjarige planning. In het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) is het onderhoud aan het rioleringsstelsel voor de lange termijn in kaart gebracht. Binnen de rioolheffing wordt onderscheid gemaakt tussen een vast basistarief (tot en met 500 m3 jaarlijks waterverbruik) en een variabel grootverbruik tarief (vanaf 500 m3 jaarlijks waterverbruik). De rioolheffing is, evenals de afvalstoffenheffing, een bestemmingsheffing. Ook hier is een 100% kostendekkende heffing het uitgangspunt in Gilze en Rijen. In onderstaande tabel is de exploitatieopzet van de rioolheffing 2024 afgezet tegen die van 2023. 2023

2024

Kosten taakvelden Begroting gemeente Begroting ABG (60%) Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld riool

€ 781.546 € 310.946 -/- € 54.584 1.037.908

€ 792.132 € 310.946 -/- € 54.584 1.048.494

Toe te rekenen kosten: Overhead ABG (40%) incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

€ 207.297 € 139.745 € 1.384.950

€ 207.297 € 139.459 € 1.395.250

Opbrengst heffingen

€ 1.347.796

€ 1.363.693

Dekking Mutatie voorziening (positief = toevoegen, negatief = onttrekken)

97% -/- € 37.154

98% -/- € 31.557

Uit de tabel valt af te lezen dat het huidige tarief van de rioolheffing in 2024 beneden kostendekkend is, waardoor we een aanspraak doen op de voorziening riolering.

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

75

In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2024 afgezet tegen het tarief 2023.

Basistarief: tot en met 500 m3 waterverbruik Grootverbruik: per (deel van) 500 m3 extra waterverbruik

2023 € 105,96 € 66,24

2024 (*) (*)

(*) De tarieven voor de rioolheffing zijn ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet bekend. De besluitvormingsproces rondom het “Masterplan Afkoppelen Rijen” is nog gaande. De uitkomsten en de financiële gevolgen worden later meegenomen bij de besluitvorming inzake de 2e turap 2023 en de belastingverordeningen 2024.

Retributies Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent aan een individu of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. Voorbeelden van retributies zijn leges, markt- en standplaatsgelden en lijkbezorgingsrechten (grafrechten). In 2018 zijn de meeste tarieven voor de drie ABG gemeenten geharmoniseerd. De geharmoniseerde tarieven worden gezamenlijk voor de drie gemeenten geïndexeerd (3% in 2024). Voor de overige tarieven geldt de reguliere index zoals deze is opgenomen in de begroting (3,7%). Jaarlijks bij het opstellen van de begroting wordt een kostendekkendheidsanalyse gemaakt van de legesverordening. De lasten worden berekend aan de hand van de normatieve tijdsbesteding en de toerekenbare uurtarieven. De baten worden berekend op basis van de verwachte productie en de geïndexeerde legestarieven. Na meerdere malen uitstel treedt de nieuwe Omgevingswet op 1 januari 2024 definitief in werking. De Omgevingswet staat voor een nieuwe manier van denken en doen in de gebiedsontwikkeling en leidt tot een aantal wijzigingen in titel 2 van de legesverordening. Deze wijzigingen en de financiële gevolgen daarvan worden momenteel uitgewerkt en later meegenomen in het raadsvoorstel voor de nieuwe belastingverordeningen 2024.

Vrij besteedbare heffingen De vrij besteedbare heffingen zijn een belangrijk politiek instrument en maken integraal onderdeel uit van het gemeentelijk (belasting-)beleid. De geïnde gelden vormen een algemene inkomstenbron voor de gemeente.

Onroerende zaakbelasting Inwoners betalen onroerendezaakbelasting (OZB) als zij op 1 januari van een belastingjaar eigenaar zijn van een woning of gebruiker en/of eigenaar van een niet-woning. De OZB is gebaseerd op de WOZ-waarde op 1 januari van het voorgaande jaar. De gemeente bepaalt de OZB-aanslag op basis van de getaxeerde waarde van de onroerende zaak (de WOZ-waarde). Deze waarderingsgrondslag wordt jaarlijks middels hertaxatie, volgens de regels in de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ), vastgesteld. Het beleid tot nu toe is altijd geweest dat de OZB-opbrengst niet beïnvloed wordt door de hertaxaties van het onroerend goed. Met andere woorden: als de totale waarde van het onroerend goed daalt, als gevolg van lagere taxatiewaarden, zullen de OZB-tarieven extra stijgen zodat de totale opbrengst gelijk blijft (het omgekeerde geldt uiteraard ook). Net als in voorgaande jaren is ook voor 2024 dit beleidsuitgangspunt gehanteerd.

76

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Voorstel tarieven 2024 Woningen eigenaren Niet-woningen eigenaren Niet-woningen gebruikers

2023 0,1047% 0,2898% 0,2488%

2024 (*) (*) (*)

(*) De WOZ waardering is ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet bekend, waardoor de tarieven nog niet berekend kunnen worden. In deze begroting is een inkomstenstijging verwerkt van 3,7% zijnde de trendmatige indexering zoals genoemd in de perspectiefnota 2024.

Toeristenbelasting Voor personen die niet staan ingeschreven in de gemeente heffen wij een toeristenbelasting als zij blijven overnachten in een hotel, een pension of een ander vakantieonderkomen. Voor de toeristenbelasting zijn de houders van de hotels, pensions en campings belastingplichtig. Zij kunnen het tarief aan de toerist doorberekenen. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2024 afgezet tegen het tarief 2023. 2023 2024 wijziging € 1,59 € 1,65 € 0,06 (+3,7%) Tarief per overnachting € 281,43 € 292,05 € 10,62 (+3,7%) Forfaitair tarief vaste standplaats

Hondenbelasting De hondenbelasting wordt berekend aan de houder van een of meer honden. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2024 afgezet tegen het tarief 2023.

Voor een eerste hond Voor een tweede hond Voor iedere hond boven het aantal van twee Voor een kennel

2023 2024 € 55,68 € 57,72 € 111,36 € 115,44 € 167,04 € 173,16 501,12 € 519,48

wijziging € 2,04 (+3,7%) € 4,08 (+3,7%) € 6,12 (+3,7%) € 18,36 (+3,7%)

Ontwikkeling van de lokale lastendruk Jaarlijks brengt het COELO (het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) een Atlas van de lokale lasten uit. Daarin is op het vlak van de lokale lastendruk een vergelijking van alle Nederlandse gemeenten gemaakt. Uitgangspunt voor de berekening van de lokale lastendruk zijn de lasten OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden. De volgende tabel geeft de meerjarige ontwikkeling van de lokale woonlasten weer voor de jaren 20222024: Woonlasten Onroerende zaakbelasting Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten Stijging (Absoluut) Stijging (Relatief)

2022 € 380 € 196 € 106 € 683 € 62 10,0%

2023 € 418 € 196 € 106 € 721 € 38 5,6%

2024 € 433 (*) (*) (*) (*) (*)

(*) Zoals eerder aangegeven in deze paragraaf, zijn de tarieven voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet bekend. Op zowel het dossier "Toekomstbestendige organisatie voor de afvalinzameling" als het dossier “Masterplan Afkoppelen Rijen” is de besluitvorming nog gaande. De uitkomsten en de financiële gevolgen worden later meegenomen bij de besluitvorming inzake de 2e

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

77

turap 2023 en de belastingverordeningen 2024. Wanneer de tarieven duidelijk zijn, kunnen we de totale lokale lasten berekenen. Uitgangspunten berekening lokale lasten Gilze en Rijen: OZB: gemiddelde woningwaarde (koopwoning) op waarde peildatum (2023 = € 416.724); Afvalstoffenheffing: het COELO gaat voor een meerpersoonshuishouden uit van 14 inworpen van 60 liter in de restafvalcontainer; Rioolheffing: basistarief, tot en met 500 m3 waterverbruik.

Met bovenstaande woonlasten neemt onze gemeente in 2023 de 8e positie (2022 was 5e positie) in van de totaal 342 gemeenten per 01-01-2023. Op de lijst van het Coelo heeft de nummer 1gemeente de laagste woonlasten (bij meerpersoonshuishoudens). Nummer 342 is de gemeente met de hoogste woonlasten. Gemiddelde woonlasten (COELO) Gemiddelde alle gemeenten Gemeente Alphen-Chaam Gemeente Baarle-Nassau Gemeente Dongen Gemeente Goirle Gemeente Oisterwijk

2022 € 927 € 1.054 € 810 € 959 € 938 € 964

2023 € 962 € 1.062 € 814 € 978 € 942 € 892

2024 n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b.

Kwijtscheldingen Zoals binnen onze gemeente gebruikelijk bestaat de mogelijkheid om voor de aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffingen jaarlijks een verzoek om kwijtschelding in te dienen. Personen die aan de voorwaarden voldoen (betrokkenen hebben geen vermogen en de betalingscapaciteit is te laag om de aanslag te betalen), kunnen door het indienen van een dergelijk verzoek voor één of beide heffingen kwijtschelding ontvangen. In de tariefberekeningen voor de afvalstoffen- en rioolheffing is rekening gehouden met de inkomstenderving door kwijtschelding. In de begroting 2024 is rekening gehouden met een totaalbedrag van € 100.000 aan kwijtscheldingen.

78

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat gemeenten hun beleid voor de risicobeheersing moeten vastleggen en op basis van een risicoprofiel hun financiële weerstandsvermogen bepalen. Per 01-01-2021 is de nieuwe beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” vastgesteld. In deze paragraaf proberen we een antwoord te geven op de vraag hoe groot het “weerstandsvermogen” (weerstandscapaciteit minus totaal van alle risico’s) van onze gemeente is. Hiervoor geldt een drietal invalshoeken: 1. Identificeren en beoordelen van de risico’s die de gemeente loopt; 2. Bepalen wat de weerstandscapaciteit is (risicodekking van punt 1); 3. Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen (resultaat van punt 1 en 2). Daarnaast gaan we in op enkele financiële indicatoren die conform de BBV-voorschriften moeten worden opgenomen.

Risico’s identificeren en beoordelen Bij de samenstelling van de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2021” heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de mogelijke risico’s die de gemeente in algemene zin kan lopen. De risico’s worden meerdere malen per jaar geactualiseerd. Hieronder leest u welke risico’s (gesorteerd op programma) zijn geïdentificeerd: Programma 0 Bestuur en ondersteuning Binnen dit programma hebben we de risico’s die betrekking hebben op de bedrijfsvoering (ABG) apart in beeld gebracht. Dit sluit aan bij het risicoprofiel genoemd in de P&C documenten van de ABG. Ook is er een risico meegenomen voor extra kosten op het gebied van externe advisering en juridische aangelegenheden. Daarnaast staan op dit programma de bestuurlijke risico’s verantwoord (Raad en College van B&W), welke vooral van politiek, juridische en rechtspositionele aard zijn. Tot slot is het risico voor hypothecaire geldleningen verwerkt in dit programma. Programma 1 Veiligheid Hier zijn risico’s opgenomen in de sfeer van mogelijke calamiteiten (waarbij aansluiting is gezocht bij het rampenplan). Programma 2 Verkeer en vervoer Belangrijke risico’s binnen dit programma hebben te maken met het dagelijks en geprogrammeerd onderhoud en grote werken op het gebied van bestratingen, asfalt en zandwegen. Het kan hier gaan

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

79

om bovenmatige kosten, faillissementen van bedrijven of onvoorziene kosten als gevolg van de werkzaamheden, zoals verzakkingen, schades en dergelijke. Programma 3 Economie Hier worden de risico’s van recessie en mogelijke bedrijfssluitingen benoemd. Programma 4 Onderwijs Belangrijkste risico is bovenmatige kosten voor leerlingenvervoer, mede omdat dit in principe een openeindregeling is. Programma 5 Sport, cultuur en recreatie Bij dit programma is er voor diverse instellingen en verenigingen rekening gehouden met het risico van aanvullende subsidies, liquidaties en faillissementen en/of privatiseringen. Programma 6 Sociaal domein Risico’s in de sfeer van de bijstandsuitkeringen zijn opgenomen binnen dit programma. Fluctuaties zijn mogelijk in aantallen bijstandsgerechtigden met daarnaast consequenties voor de Wet Werk en Bijstand (WWB). Tot slot is ook voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), een openeindregeling, de bovenmatige kostenontwikkeling onvoorspelbaar en dus opgenomen als risico. Programma 7 Volksgezondheid en milieu Opruimingskosten voor oliesporen, asbestverwijdering en drugsdumpingen zij verantwoord binnen dit programma. Ook is bodemverontreiniging meegenomen als belangrijk risico, inclusief de vondst van eventuele explosieven.

Programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stadsvernieuwing (VHROSV) De risico’s binnen dit programma zijn hoofdzakelijk gelegen in de sfeer van mogelijk lagere opbrengst vanuit bouwleges. Daarnaast zijn er risico’s opgenomen voor aansprakelijkheidstellingen in ruimtelijke procedures (o.a. planschades). Grondexploitatie (als aanvulling op programma’s 3 en 8) Voor de grondexploitatie zijn de risico’s eveneens in beeld gebracht. Per complex is beoordeeld welke mogelijke risico’s er zijn met bovenmatige kosten of minder opbrengsten tot gevolg. Hierbij kan men denken aan tegenvallende kosten in de eindfase van een complex, subsidies, stagnerende verkopen, renteverliezen, afwikkeling van planschades, tegenvallende aanbestedingen, langere doorlooptijden, afwaarderingen, etc.

Nu de risico’s geïdentificeerd zijn, moeten we deze beoordelen. Ook dit doen we meerdere malen per jaar, waarbij actief risicomanagement moet leiden tot het reduceren van deze risico’s. Om risico’s te kunnen beoordelen worden de kans en het (financiële) gevolg van elk risico bepaald. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van zogenaamde referentiebeelden die een richtlijn bieden om risico’s in te kunnen schatten. Daarna wordt per risico het financiële gevolg ingeschat in het geval het risico zich daadwerkelijk zou voordoen. Het is de bedoeling dat de financiële gevolgen zoveel mogelijk worden onderbouwd met kwantitatieve gegevens en prijzen. Voor de beoordeling van de kans dat een risico daadwerkelijk optreedt hanteren we 5 klassen met de volgende referentiebeelden:

80

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Klasse 1 2 3 4 5

Referentiebeelden < of 1 keer per 10 jaar 1 keer per 5-10 jaar 1 keer per 2-5 jaar 1 keer per 1-2 jaar 1 keer per jaar of >

gemiddelde kans per klasse (10%) (30%) (50%) (70%) (90%)

Per individueel risico bepalen we wat de mogelijke financiële effecten zijn voor de gemeente. We vermenigvuldigen daarbij de kans dat het risico zich voordoet conform bovenstaande indeling met het ingeschatte financiële gevolg. Wanneer we dit doen voor alle geïdentificeerde risico’s, dan ontstaat onderstaand beeld: Risico's begroting 2024 Programma 0 Bestuur en ondersteuning Programma 1 Veiligheid Programma 2 Verkeer en vervoer Programma 3 Economie Programma 4 Onderwijs Programma 5 Sport, cultuur en recreatie Programma 6 Sociaal domein Programma 7 Volksgezondheid en milieu Programma 8 Volkshuisv., ruimtelijke ord. en stadsvern. Programma 9A Algemene dekkingsmiddelen Programma 9B Overhead Grondexploitatie (als aanvulling op programma's 3 en 8) Corona Totaal programma's

Max. risico 2.362.488 2.550.000 550.000 500.000 130.000 550.000 600.000 50.000 550.000 1.604.693 2.690.000 5.504.385 402.000 18.043.566

Kans % 10,25% 11,18% 13,64% 10,00% 45,38% 22,73% 20,00% 50,00% 27,27% 13,12% 14,00% 36,65% 30,00% 21,37%

Uitkomst 242.249 285.000 75.000 50.000 59.000 125.000 120.000 25.000 150.000 210.469 376.600 2.017.192 120.600 3.856.110

Ten opzichte van de risico’s zoals ingeschat bij de perspectiefnota 2024 (€ 4.543.690) is de totale uitkomst van geschatte risico’s gedaald met ca. € 700.000. Dit wordt vooral veroorzaakt door lagere risico’s voor de grondexploitatie en dan metname voor Midden Brabant Poort fase 2.

Bepalen van de weerstandscapaciteit (risicodekking) Risicodekking richt zich op het afdekken (financieren) van de financiële gevolgen van opgetreden risico’s. Er zijn verschillende dekkingsmogelijkheden. Zoals uitgelegd in de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2021” bestaat de weerstandscapaciteit voor de gemeente uit de algemene reserve, de algemene reserve grondexploitatie, de stille reserve en de onbenutte belastingcapaciteit. Hieronder treft u de berekening aan: Berekening weerstandscapaciteit Algemene reserve Algemene reserve grondexploitatie Stille reserves (marktwaarden > boekwaarden) Onbenutte belastingcapaciteit (t.o.v. art 12 status) Totale weerstandscapaciteit

Begroting 2024 € 4.559.737 € 41.145 € 1.448.407 € 379.738 € 6.429.028

Berekening van het weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag dat nodig is om alle risico’s op te kunnen vangen. Dat bedrag wordt bepaald door een kansberekening uit te voeren op alle in kaart gebrachte risico’s (risicoprofiel aan de hand van risicoklassen). Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

81

De beschikbare weerstandscapaciteit omvat de financiële middelen die de gemeente heeft om risico’s op te kunnen vangen. In het vorige hoofdstuk hebben we aangegeven waar de weerstandscapaciteit voor Gilze en Rijen uit bestaat. Het weerstandsvermogen is een ratio die berekend wordt door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij maken we een onderscheid tussen de “harde buffer” van het weerstandsvermogen en de “zachte buffer” van het weerstandsvermogen. De algemene reserve en de algemene reserve grondexploitatie worden gerekend tot vrije reserves. Samen vormen zij de “harde buffer” van de weerstandscapaciteit. Hier zetten we de risico’s met een grote kans tegen af (risicoklassen 3, 4 en 5). Daarmee krijgen we het weerstandsvermogen van de “harde buffer”. De stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit vormen de “zachte buffer”. Hier zetten we de risico’s met een klein kans tegen af (risicoklassen 1 en 2). Daarmee krijgen we het weerstandsvermogen van de “zachte buffer”. Hieronder treft u de berekening aan:

82

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Beoordeling van het weerstandsvermogen In de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2021” is afgesproken om te streven naar de volgende criteria voor het relatieve weerstandsvermogen: •

Criterium 1: minimaal waarderingscijfer C (1,0 ≤ x < 1,4), maar bij voorkeur naar B (1,4 ≤ x < 2,0), als het gaat om het totale weerstandsvermogen.

•

Criterium 2: minimaal waarderingscijfer C (1,0 ≤ x < 1,4) als het gaat om de harde buffer van het weerstandsvermogen.

Wij gebruiken hiervoor onderstaande tabel. Deze wordt ook door de Provincie gebruikt in het kader van financieel toezicht. Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen ≥ 2,0 1,4 ≤ x < 2,0 1,0 ≤ x < 1,4 0,8 ≤ x < 1,0 0,6 ≤ x < 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Situatie perspectiefnota 2024: Bedragen in € miljoen Actuele doorkijk weerstandsvermogen

2023

2024

2025

2026

2027

Algemene reserve

4,7

4,1

4,3

4,5

4,5

2028 4,5

Risico's algemene dienst met klassen 3-4-5

-0,2

-0,2

-0,1

-0,1

-0,1

-0,1

Subtotaal

4,5

3,9

4,2

4,4

4,4

4,4

Algemene reserve GREX

0,1

3,5

4,0

4,7

5,3

5,2

Risico's GREX

-2,8

-2,7

-2,7

-2,6

-2,6

-2,5

Subtotaal

-2,7

0,8

1,3

2,1

2,7

2,7

Totale weerstandsvermogen harde buffer absoluut

1,9

4,7

5,5

6,5

7,2

7,1

Totale weerstandsvermogen harde buffer relatief

1,6

2,7

3,0

3,4

3,7

3,8

Stille reserves

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

Onbenutte belastingcapaciteit

0,2

0,2

0,2

0,2

0,3

0,3

Risico's algemene dienst met klassen 1-2

-1,5

-1,5

-1,5

-1,4

-1,4

-1,4

Totale weerstandsvermogen zachte buffer absoluut

0,1

0,1

0,1

0,1

0,3

0,3

Totale weerstandsvermogen zachte buffer relatief

1,1

1,1

1,1

1,1

1,2

1,2

Totaal weerstandsvermogen absoluut

2,0

4,8

5,6

6,6

7,4

7,4

Totaal weerstandsvermogen relatief

1,44

2,11

2,32

2,59

2,84

2,89

De conclusies bij deze perspectiefnota 2024 waren: •

Het totale relatieve weerstandsvermogen zit alle jaren (2023 t/m 2028) tussen de 1,44 en 2,89. Voor het jaar 2023 is sprake van waarderingscijfer B (ruim voldoende) en voor de jaren 2024 t/m 2028 A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 1;

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

83

•

Het totale relatieve weerstandsvermogen "harde buffer" zit alle jaren (2023 t/m 2028) tussen 1,6 en 3,8. Voor het jaar 2023 is sprake van waarderingscijfer B (ruim voldoende) en voor de jaren 2024 t/m 2028 A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 2.

Situatie begroting 2024: Wanneer we dit meerjarig verloop van het weerstandsvermogen actualiseren, dan ontstaat onderstaand beeld: Bedragen in € miljoen Actuele doorkijk weerstandsvermogen Algemene reserve (*) Risico's algemene dienst met klassen 3-4-5

2023 4,6 -0,6

2024 4,1 -0,6

2025 4,2 -0,5

2026 4,7 -0,5

2027 4,7 -0,5

2028 4,7 -0,5

Subtotaal

4,0

3,5

3,7

4,2

4,2

4,2

Algemene reserve GREX (*) Risico's GREX

0,0 -2,0

3,3 -2,0

3,9 -1,9

4,6 -1,9

5,1 -1,8

5,7 -1,8

Subtotaal

-2,0

1,3

2,0

2,7

3,3

3,9

Totale weerstandsvermogen harde buffer absoluut Totale weerstandsvermogen harde buffer relatief

2,0 1,8

4,9 2,9

5,7 3,3

6,9 3,9

7,5 4,3

8,2 4,7

Stille reserves Onbenutte belastingcapaciteit Risico's algemene dienst met klassen 1-2

1,4 0,4 -1,3

1,4 0,4 -1,2

1,4 0,6 -1,2

1,4 0,6 -1,2

1,4 0,7 -1,2

1,4 0,8 -1,1

Totale weerstandsvermogen zachte buffer absoluut Totale weerstandsvermogen zachte buffer relatief

0,6 1,5

0,6 1,5

0,8 1,7

0,8 1,7

1,0 1,8

1,1 2,0

Totaal weerstandsvermogen absoluut

2,6

5,5

6,5

7,8

8,5

9,3

Totaal weerstandsvermogen relatief 1,67 2,47 2,78 3,18 3,45 3,76 (*) In 2023 verwachten we op basis van de begroting € 200.000 te moeten overhevelen van de algemene reserve naar de algemene reserve GREX omdat deze anders negatief wordt. Wanneer dit ook bij het opstellen van de jaarstukken 2023 het geval is, zullen we deze boeking daadwerkelijk doorvoeren en melden we dit in de jaarstukken 2023.

De nieuwe conclusies bij deze begroting 2024 zijn: •

Het totale relatieve weerstandsvermogen zit alle jaren (2023 t/m 2028) tussen de 1,67 en 3,76. Voor het jaar 2023 is sprake van waarderingscijfer B (Ruim voldoende) en voor de jaren 2024 t/m 2028 A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 1;

•

Het totale relatieve weerstandsvermogen "harde buffer" zit alle jaren (2023 t/m 2028) tussen 1,8 en 4,7. Voor het jaar 2023 is sprake van waarderingscijfer B ( Ruim voldoende) en voor de jaren 2024 t/m 2028 A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 2.

We kunnen stellen dat het weerstandsvermogen nu (begroting 2024) beter is geworden dan ten tijde van de perspectiefnota 2024. Kijkend naar het einde van de planhorizon was bij de perspectiefnota 2024 sprake van een absoluut weerstandsvermogen van € 7,4 miljoen (2,89 relatief), waar dit nu bij de begroting 2024 € 9,3 miljoen (3,76 relatief) is. Het absolute weerstandsvermogen is hiermee gestegen met € 1,9 miljoen (0,87 relatief). Hieronder wordt dit op hoofdlijnen verklaard: •

84

Zoals al eerder gezegd in deze paragraaf is de totale uitkomst van geschatte risico’s gedaald met ca. € 700.000. Dit wordt vooral veroorzaakt door lagere risico’s voor de grondexploitatie

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

• • • •

en dan met name voor Midden Brabant Poort fase 2. Hierdoor verbetert het weerstandsvermogen met € 0,7 miljoen; De onbenutte belastingcapaciteit is gestegen als gevolg van de stijging van het artikel-12 percentage, waarmee wij deze capaciteit berekenen. Hierdoor verbetert het weerstandsvermogen met € 0,5 miljoen; De stille reserves zijn gestegen als gevolg van de hogere WOZ-waarden. Hierdoor verbetert het weerstandsvermogen met € 0,1 miljoen; De resultaten van de grondexploitaties in de periode 2023 t/m 2028 zijn beter dan gedacht ten tijde van de perspectiefnota 2024. Hierdoor verbetert het weerstandsvermogen met € 0,3 miljoen; Overige € 0,3 miljoen voordeel.

Bij het beoordelen van het weerstandsvermogen blijven wij steeds oog houden voor het evenwicht tussen een structureel en reëel sluitende meerjarenbegroting en een gezond weerstandsvermogen.

Financiële kengetallen BBV In het gewijzigde BBV is een basisset van vijf kengetallen verplicht gesteld. Deze kengetallen geven in samenhang informatie over de financiële positie van de gemeente. Het BBV geeft geen landelijke normering voor de kengetallen. De kengetallen zijn een weerspiegeling van het gevoerde beleid binnen een gemeente. De kengetallen moeten zodoende in samenhang worden beoordeeld, wat ook de onderlinge vergelijkbaarheid met andere gemeenten bemoeilijkt. Verloop kengetallen

Kengetallen: netto schuldquote netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen solvabiliteitsrisico grondexploitatie structurele exploitatieruimte belastingcapaciteit

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Verloop kengetallen 2022 2023 2024 2025 2026 2027 realisatie begroot begroot begroot begroot begroot 22%

32%

33%

34%

35%

35%

20% 31% 7% 4% 75%

30% 28% 8% 4% 75%

31% 28% 9% 1% 75%

32% 28% 9% 3% 75%

33% 28% 9% -/- 1% 75%

33% 28% 9% -/- 4% 75%

85

Nadere toelichting Legenda: Voldoende

Attentie

Kwetsbaar

Kengetal: Netto schuldquote De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en de hoogte van de investeringen uit het nabije verleden. Bij een score tussen de 100% en 130% is voorzichtigheid geboden. Bij een netto schuldquote hoger dan 130% doet een gemeente er goed aan om schulden af te bouwen. Op basis van de cijfers uit de begroting 2024 bedraagt de netto schuldquote 33% (jaarstukken 2022 22%), ruim onder de 100%. Kengetal: Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote wordt tevens berekend met een correctie voor verstrekte leningen (uitgaand geld). Het verschil met de netto schuldquote (zonder correctie) vertegenwoordigt het mogelijke risico dat de gemeente loopt als alle verstrekte leningen niet terug betaald zouden worden. Bij de begroting 2024 is de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 31% (jaarstukken 2022 20%). Dit blijft ruimschoots onder de kritische norm (135%). Kengetal: Solvabiliteitsratio/schuldratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin bezit op de balans is afbetaald. Hoe hoger de uitkomst hoe gunstiger. We financieren dan immers meer met eigen vermogen. Op basis van de begrotingscijfers 2024 scoort Gilze en Rijen een solvabiliteitsratio van 28% (jaarstukken 2022 31%).

In het algemeen wordt een percentage groter of gelijk aan 25% als voldoende beschouwd. Kengetal: Grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat de grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde nog moet worden terugverdiend door middel van verkopen. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Volgens de begroting 2024 bedraagt de boekwaarde van de 'bouwgrond in exploitatie' 9% van de totale baten (voor bestemming). Bij de jaarstukken 2022 was dit 7%.

86

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Legenda: Voldoende

Attentie

Kwetsbaar

Kengetal: Structurele exploitatieruimte Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder rente en aflossing van leningen) te dekken. We zien dat de structurele lasten en structurele baten voor 2024 met elkaar in evenwicht zijn, wat duidt op een duurzaam evenwichtige begroting. Op basis van de begroting 2024 bedraagt het cijfer 1% (jaarstukken 2022 4%). Voor de jaren 2026-2027 is de meerjarenbegroting niet structureel sluitend en dus punt van aandacht. Kengetal: Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit is gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden (kosten van rioolheffing, afvalstoffenheffing en OZB). Ons doel is dat we bij de 20% goedkoopste gemeenten van Nederland blijven behoren. Op basis van het totaal aantal van 342 gemeenten per 01-01-2023, betekent dit ongeveer een plek in de top-68 van goedkoopste gemeenten. In 2023 zijn de gemiddelde woonlasten € 721 voor een meerpersoonshuishouden. Met deze woonlasten staat onze gemeente in de top-10 van goedkoopste gemeenten (8e positie). We voldoen hiermee ruim aan ons doel. Landelijk bedragen de gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in 2023 € 962. Hiermee bedraagt de belastingcapaciteit 75%.

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

87

Onderhoud kapitaalgoederen

Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Wij zijn inrichter, beheerder en voor een groot deel ook eigenaar van de openbare ruimte in Gilze en Rijen. Bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte ontstaan kapitaalgoederen zoals wegen, riolering, water en groen. Kapitaalgoederen zijn van directe invloed op een goed, veilig en efficiënt leef-, werk- en woonmilieu voor de inwoners. Daarnaast is het financieel belang van goed beheer en onderhoud van kapitaalgoederen groot, omdat we de waarde ervan dienen te behouden en het een aanzienlijk beslag op onze begroting legt. Naast producent en beheerder van die kapitaalgoederen zijn we er zelf ook gebruiker van. Bij het uitvoeren van onze taken maken we bijvoorbeeld gebruik van het gemeentehuis en de gemeentewerf.

Wegen Beleidskader Wegbeheer is een wezenlijk onderdeel van het beheer van de openbare ruimte. Om deze openbare ruimte, welke voor een belangrijk gedeelte het leefgenot en de veiligheid voor onze inwoners bepaalt, op een verantwoorde wijze te kunnen beheren zijn middelen nodig. Om deze middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten is, voor wat betreft het wegonderhoud, gekozen voor de methode van de CROW (Stichting voor Regelgeving en Onderzoek in de grond- weg- en waterbouw en de verkeerstechniek). In 2018 is het huidige wegbeheerplan opgesteld. In het wegbeheerplan is opgenomen de minimale technische kwaliteit van de verharding conform de CROW-richtlijn te houden (minimaal niveau B). Financiële consequenties De financiële consequenties van het nieuwe wegbeheerplan 2023-2027 zijn nog niet bekend. De financiële ramingen in de begroting 2024-2027 zijn daarom nog gebaseerd op het oude wegbeheerplan. Financiële consequenties in de begroting De uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden wijken vaak af ten opzichte van de planning uit het wegbeheerplan. Dit wordt met name veroorzaakt door het feit dat projecten integraal aangepakt worden. Daarbij wordt niet alleen naar de onderhoudstoestand van de weg gekeken maar ook naar eventueel noodzakelijke maatregelen op het gebied van verkeer, groen, riolering en openbare verlichting.

Jaarlijks wordt in de begroting een bedrag voor uit te voeren onderhoudswerkzaamheden opgenomen. Voor de periode 2024 tot en met 2027 is jaarlijks een vast bedrag opgenomen voor groot onderhoud. Dit bedrag is nog gebaseerd op de gemiddelde onderhoudskosten (€ 719.000) gedurende de planperiode van het huidige wegbeheerplan.

88

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Riolering en water Beleidskader In het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP) zijn de beleidsuitgangspunten opgenomen op basis waarvan de gemeente invulling geeft aan de drie wettelijke zorgplichten op het gebied van stedelijk waterbeheer. De raad heeft op 14 december 2020 het VGRP vastgesteld dat geldt voor de periode 2021-2025. Het beleid, zoals opgenomen in het VGRP, is gericht op: • • • • • •

Het inzamelen van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater; Het inzamelen van hemelwater; Het transporteren van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt; Het voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater; Het zoveel mogelijk beperken van overlast voor de woonomgeving (in de breedste zin van het woord); Het doelmatig beheren van de riolering, het oppervlaktewater en grondwater tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.

Financiële consequenties Op basis van het VGRP 2021-2025 bedragen de jaarlijkse kosten voor onderhoud aan de riolering € 328.000. Financiële consequenties in de begroting De jaarlijkse kosten voor groot onderhoud worden verantwoord binnen de gesloten exploitatie riolering. Het saldo tussen de totale lasten en baten binnen de exploitatie riolering wordt toegevoegd of onttrokken aan de voorziening riolering.

Gebouwen Beleidskader In 2023 zijn de onderhoudsplannen van de gemeentelijke gebouwen opnieuw geactualiseerd voor de periode 2023-2033. Jaarlijks wordt bekeken of er tussentijdse aanpassingen nodig zijn. De onderhoudsplannen geven inzicht in het geplande groot en klein onderhoud voor 2024 en een doorkijk voor de komende jaren. Voor al het in 2024 geplande onderhoud geldt, dat telkens wordt bekeken of het onderhoud noodzakelijk is of dat bepaalde werkzaamheden doorgeschoven kunnen worden. Daarnaast worden de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk afgestemd met de gebruikers van de gebouwen. Verder is op 29 april 2021 de beleidsnotitie “Verduurzaming en onderhoud gemeentelijk maatschappelijk vastgoed” vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin is de koers uitgezet voor het verduurzamen en onderhoud van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Financiële consequenties Op basis van de meerjarenonderhoudsplanning is gedurende de periode 2023-2033 voor groot onderhoud een totaalbedrag benodigd van € 4.877.000. Financiële consequenties in de begroting Historisch blijkt dat de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden vaak afwijken van de onderhoudsplanningen. Dit wordt met name veroorzaakt door onderhoudswerkzaamheden pas uit te voeren wanneer deze noodzakelijk zijn en niet wanneer deze gepland zijn.

Voor de periode 2024 tot en met 2027 zijn de volgende bedragen opgenomen voor groot onderhoud; 2024 € 450.000, 2025 € 452.000, 2026 € 432.000 en 2027 € 450.000.

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

89

Openbaar groen Beleidskader De raad heeft in 2005 het kwaliteitsplan voor de openbare ruimte, waarvan het openbaar groen onderdeel uitmaakt, vastgesteld. In dit kwaliteitsplan zijn ook de kwaliteitsniveaus (o.b.v. richtlijnen CROW) vastgesteld met betrekking tot het onderhoud van het openbaar groen (bomen, grassen, beplantingen, hagen en parkverhardingen). Voor de totale gemeente, behalve de centrumgebieden, geldt kwaliteitsniveau B, voor de centrumgebieden geldt kwaliteitsniveau A. In 2019 is een nieuw 'kwaliteitsplan openbare ruimte' opgesteld. Daarnaast is het rapport 'basis in beeld' opgesteld. Beide documenten zijn door de raad behandeld in de raadsvergadering van 6 mei 2019. Een van de conclusies luidde dat, op basis van de huidige beschikbare middelen, de in 2005 vastgestelde kwaliteitsniveaus voor het groen (met name de centrumgebieden) niet gerealiseerd kunnen worden. Ten opzichte van de gewenste kwaliteitsniveaus realiseren we zowel voor de centrumgebieden als voor heel de gemeente kwaliteitsniveau B. Beide kwaliteitsniveaus zijn gebaseerd op metingen uit 2021. In het najaar van 2023 zal de nieuwe groenvisie (groenplan) opgesteld worden. De groenvisie schept voorwaarden voor een groene leefomgeving. In de groenvisie komen de kaders voor groen om nieuwe ontwikkelingen te toetsen en werken we de kansen uit voor meer en kwalitatief beter groen.

In het coalitieprogramma 2022- 2026 zijn m.b.t. het groenonderhoud onderstaande resultaten opgenomen: • •

We maken een Groenvisie waarin we de kansen voor meer en beter groen verkennen. Daarbij maken we meer geld vrij voor (groen)onderhoud, -vernieuwing en -uitbreiding zodat inwoners weer trots kunnen zijn op hun buurt; We zorgen voor goed beheer en onderhoud van bestaand openbaar groen (juiste boom op de goede plek, goede groeiplaatsen, goede kwaliteit, goede diversiteit van typen bomen).

Financiële consequenties De financiële consequenties van de nieuwe groenvisie zijn nog niet bekend. Financiële consequenties in de begroting Voor het onderhoud aan sloten, waterlopen, bermen, plantsoenen en parken is in de begroting 2024 een bedrag van € 1.767.000 beschikbaar. Daarnaast is voor renovatie en vervanging jaarlijks een bedrag beschikbaar van € 381.000. Hiervan wordt tot en met 2024 € 181.000 ingezet voor de aanpak van wortelopdruk en groeiplaatsen van bomen.

90

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Financiering

Financiering Inleiding Regelgeving met betrekking tot de uitvoering van taken op het gebied van treasury is opgenomen in de Wet Financieing Decentrale Overheden (wet Fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, prudente en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente middels een statuut te regelen.

Treasurystatuut Het beleid op dit onderdeel is voor onze gemeente vastgelegd in het Treasurystatuut 2019 gemeente Gilze en Rijen (raad 11 november 2019).

Renteschema a. b.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem)

€ €

817.716 62.740

€

754.976

€

506.963

+/+ € +/+ €

-

€

506.963

€

515.663 (8.700)

-/-

Saldo rentelasten en rentebaten c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-/-

€

103.113

-/-

€

144.900

c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend +/+ € Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. f.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

-/Voordelig

91

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat maximaal met kort geld (looptijd maximaal 1 jaar) mag worden gefinancierd en wordt berekend op basis van een vast percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. Op basis van de begroting 2024 is de kasgeldlimiet voor de gemeente Gilze en Rijen € 7,4 miljoen.

Renterisiconorm De renterisiconorm is ingesteld als instrument om de renterisico’s voor de vaste schuld te beheersen. Jaarlijks mogen de renterisico’s door renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Op basis van de nu bekende gegevens (vaste schulden, renteherziening, aflossingen en nieuwe geldleningen) stellen wij het renterisico in 2024 op nihil.

Leningsbehoefte en leningenportefeuille De gemeente Gilze en Rijen heeft eind 2023 een leningportefeuille van ongeveer € 42 miljoen.

Houdbare overheidsfinanciën Rijk en decentrale overheden In Europa zijn regels afgesproken over de overheidsfinanciën. Zij bepalen de normen voor het begrotingstekort (EMU-saldo) en de overheidsschuld (EMU-schuld). De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF) bevat het benodigde wettelijke instrumentarium voor het bereiken en in stand houden van houdbare overheidsfinanciën. De meest in het oog springende afspraak is het bereiken van begrotingsevenwicht op middellange termijn. Hiermee wordt uitdrukking gegeven aan de noodzaak van structurele reductie van het EMU-tekort en het garanderen van een houdbare EMU-schuld. De beheersing van het EMU-saldo is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het Rijk en de decentrale overheden. De eindverantwoordelijkheid voor de overheidsfinanciën als geheel ligt bij het Rijk. Gemeenten dienen hun tekort te houden onder de af te spreken percentages. Het Rijk wil gemeenten een boete opleggen via een korting op het Gemeentefonds wanneer zij de aan hen toegewezen EMU-norm overschrijden.

Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeenten, provincies, waterschappen, en gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de EMU-schuld.

92

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering Inleiding Bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen: personeel, informatisering, automatisering, communicatie, organisatie, facilitaire dienstverlening en financieel beheer & beleid (waaronder de administratieve organisatie, treasury, planning & control en de interne controle). De kwaliteit van de bedrijfsvoering beïnvloedt in belangrijke mate de effectiviteit van de externe dienstverlening. ABG-organisatie De bedrijfsvoering van de gemeente Gilze en Rijen is vanaf 1 januari 2016 ondergebracht in de ABGorganisatie. De ABG-organisatie is de gezamenlijke ambtelijke organisatie van de bestuurlijk zelfstandige gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen. De ABG-organisatie is uitgegroeid tot een sterke organisatie die haar meerwaarde voor haar gemeenten en de samenleving heeft bewezen. In de regio heeft de ABG-organisatie inmiddels ook haar positie verworven als volwaardig ambtelijk gesprekspartner. De ABG-organisatie en haar medewerkers leveren een duidelijke bijdrage aan een prettige en goed georganiseerde woon-, werk- en leefomgeving. Juist het werken in een complexe omgeving van meerdere gemeenten, besturen, vervlochten regio’s met overlappende disciplines en verschillende rollen biedt een blijvende uitdaging en vraagt maximale flexibiliteit en samenwerking.

Onze ambitie om te werken aan de verdere ontwikkeling en uitvoering van beleid en dienstverlening voor inwoners, organisaties en bestuur is onverminderd groot. In 2024 wordt verder ingegaan op de ingezette realisatie van een gemeenschappelijke centrale huisvesting. Dat wordt gedaan volgens de afgesproken fasering. Onze gemeente heeft een grotere behoefte om invulling te kunnen geven aan strategische vraagstukken. Dit vraagt vervolgens wel dat de ABG in de gelegenheid wordt gesteld dit tot uitdrukking te brengen in de capaciteit van de ABG-organisatie. De paragraaf bedrijfsvoering is thematisch ingedeeld volgens het zogenaamde Overheidsontwikkelmodel (OOM). Beleid en strategie De ABG-organisatie heeft de verantwoordelijkheid de ontwikkeling en uitvoering van beleid en dienstverlening voor inwoners, organisaties en bestuur van haar 3 gemeenten te verzorgen. De gekozen samenwerking moet de kwaliteit en continuïteit versterken. Een belangrijke randvoorwaardelijke stap naar de verdere doorontwikkeling van de organisatie is het proces naar centrale huisvesting.

Programmabegroting 2024 Gilze en Rijen

93

Management Om richting te geven aan de doorontwikkeling van de organisatie, hanteert het management een aantal uitgangspunten die gericht zijn op de individuele medewerker en op de organisatiecultuur. Deze sturingsfilosofie maakt duidelijk wat de organisatie enerzijds en de medewerker anderzijds van elkaar mogen verwachten. Als ABG-organisatie streven we naar het verder verinnerlijken van de ABG-waarden, te weten: daadkracht, eigenaarschap en verbindend vermogen. Vanuit onze sturingsfilosofie zetten we daarbij in op harmonisatie, planmatig werken en project- en procesmatig werken. Medewerkers In 2024 gaan we verder met het samen met de medewerkers verder verinnerlijken van de ABGwaarden, namelijk: daadkracht, eigenaarschap en verbindend vermogen. We willen hiervoor de juiste tools bieden om onze mensen in staat te stellen om naast hun inhoudelijke expertise zich ook meer op sociaal-communicatieve kwaliteiten te ontwikkelen. Hierbij oog te hebben voor de situatie waarin ‘de opdrachtgever’ verkeert, beïnvloeden en intensieve samenwerking met in- en externe partners zijn dan van groot belang. Het samenspel tussen bestuurders en de gemeentelijke organisatie vergt iets van de adviseurs. Maar ook onderkennen we dat een optimalisering van de samenwerking iets vraagt van de bestuurders. Om die reden worden ook zij ‘aangehaakt’ in het ontwikkeltraject.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13427251/1