CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

COVM-GZR-22-23 Concept Wijzigingsproces luchtruim-v3.5

Commissie Overleg & Voorlichting Milieuhygiëne vliegbasis Gilze-Rijen 7 november 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Ingekomen/ uitgaande stukken21.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 33

2.2 FABEC luchtruimwijziging? Beschrijving

Grensoverschrijdende luchtruimwijzigingen hebben veelal effect op de Letter of Agreement (LoA) tussen de ANSPs, waardoor deze ook gewijzigd moet worden. Voor het wijzigen en goedkeuren zal in de planning rekening moeten worden gehouden. Binnen het Functional Airspace Block Europe Central (FABEC) hebben lidstaten voor grensoverschrijdende projecten en wijzigingen een gezamenlijke airspace change procedure ontwikkeld. In het geval van (grote) grensoverschrijdende luchtruimwijzigingen tussen 2 of meer buurlanden moet de initiatiefnemer in overleg met ILT en ATMB nagaan in hoeverre de voorgestelde wijziging wordt beschouwd als een FABEC luchtruimwijziging. Er kunnen redenen zijn dat de beleidsmakers en/of toezichthoudende organisaties van de betrokken landen voorschrijven dat sprake is van een FABEC wijziging en derhalve binnen het wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures ook de FABEC Airspace change procedure van toepassing is. Ter bevordering van de samenwerking in FABEC verband is in deze Airspace Change procedure een protocol met uniforme werkwijze voor de verschillende toezichthoudende organisaties opgenomen. Een FABEC airspace change procedure kan zowel voor civiel als militair luchtruim worden toegepast, tenzij dit voor de militaire operatie niet valt in te passen.

2.2a Inpassen FABEC procedure De initiatiefnemer start, indien van toepassing, de FABEC procedure parallel aan het wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures. De initiatiefnemer wordt geadviseerd om in overleg met de ATMB en de ILT de 2 processen goed op elkaar af te stemmen. Een goede planning van werkafspraken en besluitmomenten met alle partijen in de betrokken FABEC landen moet voorkomen dat er doublures en/of grote vertragingen ontstaan.

Verantwoordelijke

Initiatiefnemers

Extra info

Een FABEC luchtruimwijziging wordt gedefinieerd als: een grensoverschrijdende luchtruimwijziging met 2 of meer landen binnen FABEC met de potentie om een significante, positieve bijdrage te leveren aan de algehele prestatie van het ATM systeem. Grensoverschrijdende luchtruimwijzigingen worden slechts en alleen als FABEC wijziging getypeerd wanneer de FABEC airspace change als zodanig door de FABEC Airspace Committee is gekwalificeerd. Binnen deze context wordt speciale aandacht gegeven aan alle maatregelen die, in lijn met het Europese ATM masterplan, een directe bijdrage vormen dan wel deel uit maken van de implementatie van: • Extended Arrival Management en Performance Based Navigation in de zogenaamde high density Terminal Control Areas (TMA); • Flexible Airspace Management en Free Route, samengesteld uit de subfunctionaliteiten Airspace Management en Advanced Flexible Use of Airspace en Free Route; • Network Collaborative Management, dat valt onder de directe verantwoordelijkheid van de Network Manager. De FABEC procedure met betrekking tot de goedkeuring en implementatie door de staten van een FABEC project is vastgelegd in de FABEC Airspace Change workflow, als onderdeel van de FABEC Airspace policy, en de FABEC NSA Manual.

De actuele documentatie met betrekking tot de genoemde processen en procedures zijn te vinden via de EUROCONTROL portal, dat toegankelijk is voor de FABEC-betrokkenen.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 34

2.3 Bepaal stakeholders en verzamel informatie Beschrijving

De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het identificeren van de stakeholders die geraakt worden door het voorgenomen initiatief. De initiatiefnemer moet, daar waar het de wijziging raakt, contact zoeken met deze partijen om informatie op te vragen. Dit betreft zowel het ophalen van gebruikerswensen bij o.a. luchtruimgebruikers en luchthaven exploitanten, als het verzamelen van informatie bij provincies/gemeenten over o.a. voorgenomen en/of goedgekeurde bestemmingsplannen. Alle opgehaalde informatie, aandachtspunten en wensen zal worden betrokken in het ontwerpproces (zie stap 3). Omdat er in deze fase van het proces nog geen ontwerp ligt is het voor de initiatiefnemer (nog) niet mogelijk om met de belang­ hebbende in discussie te gaan over de wijziging en de mogelijke (positieve/negatieve) effecten. Dat gebeurt bij de uitvoering van het participatieplan. Om een goede inschatting te kunnen maken van alle betrokken stakeholders (belang­ hebbenden) wordt verwezen naar de Handreiking participatie (bijlage 8). 2.3a Informatie verstrekken De initiatiefnemer biedt partijen, die zij ten behoeve van de wijziging om informatie vraagt, een redelijke termijn om informatie aan te leveren. Als de gevraagde informatie niet (tijdig) aan de initiatiefnemer wordt geleverd, dan kan de initiatiefnemer dit opnemen in het plan en/of hier actief melding van maken bij de ATMB.

De initiatiefnemer kan ondertussen het proces vervolgen. Als de ATMB in de voortgang, wegens het achterblijven van essentiële informatie, grote risico’s ziet, dan kan de ATMB proberen te faciliteren door de betreffende organisaties te benaderen of, waar nodig, bestuurlijk escaleren om een passende oplossing te vinden voor de vervolgprocessen. Op basis van de ontvangen informatie van stakeholders kan de initiatiefnemer een inschatting maken over de complexiteit van de voorgenomen wijziging en de uit te voeren participatie. Dit is mede bepalend voor het op te stellen participatieplan als onderdeel van stap 2.5.

Verantwoordelijke

Initiatiefnemers

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 35

2.3 Bepaal stakeholders en verzamel informatie Benodigde info en criteria

Een stakeholder is iedere belanghebbende. In het kader van een luchtruim en vliegprocedure wijziging kunnen stakeholders (belanghebbenden) worden onderscheiden in partijen met een verantwoordelijkheid en partijen met een operationeel en/of omgevingsbelang. Sommige partijen kunnen afhankelijk van de voorliggende wijziging zowel een partij met een verantwoordelijkheid als een partij met een operationeel en/of omgevingsbelang zijn. Belangrijke Stakeholders zijn: • MinIenW (DGLM, HBJZ en ILT); • MinDef (CLSK, MLA en DJZ); • ANSPs (LVNL, MUAC en CLSK); • AISPs (LVNL/AIS en MILAIS); • AOC houders; • Luchthavenautoriteiten, exploitant van de luchthaven; • Belangenorganisaties (KNVvL, AOPA, NACA, NVL); • Agentschap Telecom; • Provincies; • Gemeenten; • Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS), Commissie Regionaal Overleg (CRO), Commissie Overleg & Voorlichting Milieu (COVM) en Luchthaven Eindhoven Overleg (LEO); • Belangenverenigingen omwonenden luchthavens; • Bewonersvertegenwoordigers; • Maatschappelijke organisaties. Opm.: het betrekken van bovenstaande partijen hangt af van het belang en de te verwachten effecten i.r.t. het voorliggende wijzigingsvoorstel.

Extra info

Gedeputeerde Staten (GS) hebben een formele rol bij het vaststellen van procedures in de nabijheid van luchthavens van regionale betekenis. Vooralsnog zijn dit alle “niet gecontroleerde luchthavens”. Via de Regeling Burgerluchthavens en Militaire luchthavens (RBML) is het bevoegd gezag over de kleine luchtvaart van Rijk naar provincies gegaan. Op basis van de RBML moeten de Provincies een Luchthavenbesluit vaststellen. In het luchthavenbesluit zijn o.a. De wettelijke geluidscontour, de ruimtelijke beperkingengebieden voortvloeiend uit de Provinciale beleidsnota’s en de milieugebruiksruimte van de luchthaven vastgelegd. Het bevat de handhavingspunten met een grenswaarde voor de geluidsbelasting. Uitgangspunt voor een dergelijk luchthavenbesluit is o.a. het aantal en soort vliegbewegingen, de lengte van de start- en landingsbanen van de luchthaven, de routes en de openingstijden.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 36

2.4 Consulteer ILT en ATM beleidseenheid Beschrijving

De initiatiefnemer wordt ten zeerste aangeraden om voor een ‘medium/heavy’ wijziging contact te leggen met de ILT/NSA en de Vakgroep VLA/MLA voor het vragen van feedback over een wijzigingsvoorstel. Indien Defensie als belanghebbende is geïdentificeerd door de vakgroep VLA wordt de MLA betrokken. De MLA draagt zorg voor de verdere afstemming intern Defensie. Daarnaast is het raadzaam om feedback te vragen aan de ATM beleidseenheid, in het bijzonder over de aanpak van eventuele beleidsissues en de op te nemen termijnen en doorlooptijden voor activiteiten binnen het Ministerie i.r.t. de voorgestelde wijziging. 2.4a en b: Geven feedback De vakgroep VLA/MLA en ATM beleidseenheid zijn verantwoordelijk voor het geven van feedback, incl. onderbouwing op de feedback. De vakgroep VLA/MLA zal op operationele en veiligheid aspecten feedback geven en de ATMB op de beleidsmatige aspecten. In het geval dat een initiatief afkomstig is van Defensie vervult de MLA de rol van de vakgroep VLA binnen het Defensie proces. Indien er een civiele component is vastgesteld draagt de MLA zorg voor het betrekken van de vakgroep VLA indien advies van deze gewenst is.

Verantwoordelijke

Initiatiefnemer

Benodigde info en criteria

Bijlage 7 bevat een lijst met contactgegevens.

2.5 ‘Medium’ of ‘Heavy’ proces? Beschrijving

De ATMB heeft eerder in het kader van stap 1.4 aangegeven of de type wijziging een Medium of Heavy proces volgt. De initiatiefnemer zal een PvA opstellen, incl. participatieplan, waaruit volgt wat de doorloop­ tijden van de diverse van toepassing zijnde processtappen en activiteiten zijn. Voorts moet worden aangegeven op welke AIRAC datum uiteindelijk de wijziging van kracht kan/moet zijn. De stappen 2.5a en b geven voor respectievelijk het Medium en het Heavy proces aan welke items in het PvA moeten worden opgenomen. Voor het opstellen van het participatieplan zie bijlage 8: Handreiking participatie. 2.5a Opstellen PvA met participatieplan Het PvA voor een Medium wijziging moet in ieder geval invulling geven aan de volgende items: • Doel van de wijziging; • Overwegingen, kaders, randvoorwaarden en uitgangspunten - Zijn de toe te passen ontwerpcriteria (inter)nationaal vastgesteld? - Welke kaders/documenten/publicaties moeten worden gewijzigd/ingezet? • AIP (en evt. Mil AIP) en/of AIP supplements • Aeronautical Chart ICAO 1:500.000 The Netherlands • Digitale datasets (o.a. eTOD) • LoA • Handboeken • Wet- en regelgeving • Safety-case • Etc.; • Betrokken stakeholders/externe partijen.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 37

2.5 ‘Medium’ of ‘Heavy’ proces? • Planning - Het is van groot belang om de beslismomenten voor het project helder te maken. Wanneer wordt welk (tussen)product opgeleverd? Wanneer wordt wat besloten? Wat voor besluit wordt genomen onder welke wetgeving en wat vraagt dit aan participatie (bijvoorbeeld een internetconsultatie of zienswijzenprocedure)? Dit kan integraal met het plan van aanpak worden opgnomen. - Aanmelding wijziging bij ILT/NSA en vakgroep VLA/MLA (stap 3.3 en 3.4) - Bijlage 5 geeft een overzicht van maximale doorlooptijden voor: • formele vaststelling • beoordeling ATM change door NSA • AIP publicatieproces • Aanpassing regelgeving (indien van toepassing, incl. mogelijke internet consultatie); • Mogelijke verkenning van alternatieven; • Participatieplan (evt. separaat aan te leveren, zie bijlage 8); • In kaart brengen van milieu effecten. Moet een milieu effect rapportage (m.e.r.) worden opgesteld? - Indien de wijziging raakt aan de milieuregels en normen in een luchthavenbesluit of -regeling moeten de geijkte milieueffecten in beeld worden gebracht, zoals geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit (stikstof) en CO2-uitstoot. Voor de Plan m.e.r.

verplichtingen zal de initiatiefnemer in contact treden met Provincie en/of Rijk; • Worden effecten op capaciteit uitgewerkt (luchtruim/luchthaven) en eventuele bijdrage aan/ invloed op performance targets?; • Worden effecten op veiligheid en de toegepaste risicobeheersmaatregelen uitgewerkt?; • Is akkoord van andere ANSP benodigd? (Dit is een akkoord op de concept wijziging. In het definitieve ontwerp dat in stap 3.2 ter beoordeling wordt aangeboden, zal het formele akkoord van de betrokken ANSP(s) opgenomen moeten zijn. Beschrijving

2.5b Opstellen uitgebreid PvA met participatieplan In aanvulling op de items die onderdeel zijn van het PvA voor een Medium wijziging (zie 2.5a) neemt de initiatiefnemer voor een Heavy wijziging tevens de volgende items op (zie Handreiking participatie, bijlage 8): • het juridisch- en beleidskader en het bestuurlijk-maatschappelijk kader; • belangrijke besluitvormingsmomenten met stakeholders/belanghebbenden, overheids­ instanties en/of Minister/2e kamer; • aanvullende items (o.a. Deelname Rijk of overdracht van de uitvoering van participatie); e.a. vast te stellen in overleg met de ATMB.

Verantwoordelijke

Initiatiefnemer

Extra info

Het staat initiatiefnemer vrij in welke vorm het PvA wordt vastgelegd (projectplan, plan van aanpak, als onderdeel van een ontwerpdocument, presentatie sheets, etc.), zolang maar invulling wordt gegeven aan de genoemde items en het voor betrokkenen bij het wijzigingsproces duidelijk is wanneer in de tijd gezien welke activiteit moet worden uitgevoerd, besluiten moeten zijn genomen en het document gedurende het doorlopen van het werkproces of achteraf bij een evaluatie of audit opvraagbaar is. Als een initiatiefnemer er voor kiest om de elementen van het PvA integraal op te nemen in een procedure Ontwerp Document (POD) dan is het belangrijk dat de ATMB een 1e draft van dit POD ontvangt om de vereiste elementen van het PvA te kunnen beoordelen alvorens gestart wordt met de planuitwerking (stap 3). Voor een totaaloverzicht van de termijnen en doorlooptijden zie bijlage 5.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 38

2.5 ‘Medium’ of ‘Heavy’ proces? Extra info

Geadviseerd wordt om bij noodzakelijke (of gewenste) betrokkenheid van regionale overheden en omgevingspartijen daartoe de verantwoordelijke portefeuillehouders (c.q. directie/afdeling) binnen de betreffende provincie te benaderen en/of het bestaande regionale overlegorgaan over luchtvaartzaken, waaronder de Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS) en het wettelijk voorgeschreven adviesorgaan Commissie Regionaal Overleg voor de overige luchthavens. De ATM beleidseenheid kan hierin adviseren. Voorts is het belangrijk om participatiemomenten goed te plannen. Vooral omdat feedback van stakeholders en belanghebbenden een (grote) uitwerking kan hebben op het ontwerp van de wijziging. Wanneer het (concept)ontwerp van de wijziging is opgesteld communiceert de initiatiefnemer met externe partijen en stakeholders overeenkomstig de participatievorm(en) zoals beschreven in het participatieplan (met de niveau’s informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen‘ zoals afgeleid van de ‘participatieladder’; zie ook bijlage 8, Handreiking participatie). Ook de planning voor internetconsultatie i.r.t. nieuwe wet- en regelgeving, uitgevoerd door Rijk of Provincie, is belangrijk. Normaliter is de conceptregelgeving onderwerp van de internet­consultatie. Het is echter ook mogelijk de internetconsultatie naar voren te halen en het ontwerp zelf in consultatie te brengen.

Op deze manier wordt de internetconsultatie eerder in het proces, als onderdeel van de uitwerking van het participatieplan, ingericht. Dus niet aan het eind van het proces als de gewijzigde regeling min of meer klaar is voor publicatie. Op dat moment in het proces heeft consultatie ook het meeste zin, aangezien later in het proces – als het ontwerp en de regelgeving in concept klaar zijn – de ruimte om wijzigingen aan te brengen veel kleiner is. Internetconsultatie kost extra tijd en capaciteit, maar vergroot de transparantie van het wetgevingsproces, vergroot de mogelijkheden voor publieke participatie en levert een bijdrage aan de kwaliteit van voorstellen voor wet- en regelgeving. Door de internetconsultatie als onderdeel van het participatieplan te zien, wordt dit echter zo efficiënt mogelijk ingericht. Als een besluit tot wijziging van de luchtruimindeling of luchtverkeersroutes en -procedures samenloopt met de wijziging van een luchthavenbesluit- of regeling kan de internetconsultatie in één keer worden uitgevoerd; alle ruimtelijke en milieueffecten worden dan immers meegenomen in de zienswijzeprocedure. Internetconsultatie wordt bij wijziging van concept wet- en regelgeving standaard ingezet als participatie-instrument, tenzij. De formele uitzonderingsgronden5 om af te zien van openbare internetconsultatie (e.e.a.

altijd af te stemmen met de betreffende juridische afdeling HBJZ/DJZ) zijn: • Spoed/noodwetgeving; • Uitzonderingsgronden en beperkingen van artikel 10 Wet openbaarheid van bestuur (WOB) zijn van toepassing; • Het voorstel tot regelgeving heeft geen noemenswaardige gevolgen voor burgers, bedrijven en instellingen en brengt geen verandering in rechten en verplichtingen, administratieve lasten of uitvoeringslasten; • Consultatie kan niet in betekenende mate leiden tot aanpassing van het voorstel; • AMvB’s (zoals een luchthavenbesluit) en ministeriële regelingen ten aanzien waarvan voorpublicatie wettelijk is voorgeschreven, met het doel een ieder in de gelegenheid te stellen met betrekking tot een ontwerp daarvan wensen en bedenkingen ter kennis van de betrokken minister te brengen; • Ministeriële regelingen die geen ingrijpende verandering teweeg brengen in de rechten en plichten van burgers en bedrijven en ook geen ingrijpende gevolgen hebben voor de uitvoeringspraktijk; • De aanpassing volgt uit (inter)nationale regelgeving en voorschriften.

5

Kamerstuk 29279 Nr. 114, Motieven voor afzien van internetconsultatie.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 39

2.6 Akkoord ATMB Beschrijving

De ATMB toetst als eerste het PvA, incl. het participatieplan, op de in stap 2.5a resp. 2.5b vereiste elementen. Indien het een wijziging betreft die het Medium proces volgt dan neemt de ATMB het besluit voor wel/niet akkoord om over te gaan tot planuitwerking (stap 3). De ATMB kan voor een Medium wijziging (als eerder vastgesteld in stap 1) op basis van de in het PvA aangeleverde informatie alsnog besluiten (met onderbouwing) om de classificatie aan te passen. Stap 2.6a: toetsing PvA en akkoord verklaring In geval van een Heavy wijziging zal de ATMB, i.v.m. De mogelijke politiek-bestuurlijke complexiteit, het PvA, incl. participatieplan, via de geëigende kanalen, ter toetsing voorgeleggen aan de luchtverkeerscommissie (LVC). De LVC brengt uiteindelijk richting ATMB advies uit over het PvA om: • het PvA te aanvaarden zonder verdere opmerkingen; • het PvA met een aantal aanvullende opmerkingen en/of randvoorwaarden te aanvaarden; • het PvA aan te houden, met een duidelijke motivatie en richting indien het PvA nadere uitwerking behoeft, maar wel realiseerbaar wordt geacht. • het PvA niet te aanvaarden omdat het initiatief (bij nader inzien) als niet realiseerbaar wordt geacht.

Verantwoordelijke

ATMB/LVC(-staf)

Benodigde info en criteria

ATMB/LVC(-staf) beoordeelt het PvA op basis van onderstaande punten: • Hoe past de voorgenomen wijziging binnen de (inter)nationale beleidskaders en (politieke) afspraken en de bestaande wettelijke kaders? • Is het doel van de wijziging helder omschreven? • Zijn de aanleiding en overwegingen bij de wijziging helder, zijn de uitgangspunten, rand­ voorwaarden beschreven en valide? • Is de aanpak voor de luchtruim- en/of vliegprocedurewijziging, planning en benodigde stakeholders, benodigde middelen/systemen en (wettelijke) instrumenten beschreven? • Is aanpassing wet- en regelgeving noodzakelijk? • Zijn de aanpak en planning voor o.a.

aanpassing wet en regelgeving (indien van toepassing), vaststelling door bevoegd gezag en geplande publicatiedatum (AIRAC) realistisch en uitvoerbaar? • Zijn alternatieven afgewogen? • Zijn de mogelijke effecten op capaciteit (waaronder efficiency en performance) militaire missie effectiviteit en milieu (waaronder geluid) onderkend en afgewogen? Worden deze op basis van het ontwerp verder uitgewerkt? • Zijn de mogelijke effecten op veiligheid en toe te passen risicobeheersmaatregelen in kaart gebracht (beoordeling van soort wijziging, betrokkenheid NSA en ANSPs)? Worden de juiste veiligheidscriteria toegepast en indien daarvan wordt afgeweken, welke motivatie wordt daarbij gehanteerd? • Participatieplan: welke stakeholders en belanghebbenden zijn betrokken, op welke wijze en hoe worden deze meegenomen in de verdere uitwerking en communicatie over het voornemen?

Extra info

In voorkomend geval dat de ATMB extra advies nodig heeft wordt de wijziging voorgelegd aan de LVC(staf). De ATMB laat dit aan de initiatiefnemer weten en geeft aan wanneer het voorstel in behandeling wordt genomen. De secretaris van de LVC-staf ontvangt het PvA, incl. participatieplan via de ATMB. Indien het PvA onvolledig is kan het niet in behandeling worden genomen waarbij wordt aangegeven wat de ontbrekende componenten zijn. De LVC-staf vergadert in principe iedere twee maanden (zes keer per jaar), twee tot drie weken voorafgaand aan een LVC vergadering. De LVC vergadert in principe 4 keer per jaar, behoudens juli en augustus. De gezamenlijke ATM beleidseenheid beschikt over de actuele vergaderdata van de LVC(-staf).

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 40

3 Planuitwerking

Stroomdiagram

Figuur 4: Stroomschema planuitwerking Initiatiefnemer

NSA

Vakgroep VLA/MLA

3.3c Toetsing ILT/NSA akkoord?

JA

IenW/LVC/HBJZ/ATM Beleidseenheid

Start Plan uitwerking

3.1 Opstellen ontwerpdocument 0.n? 3.2 Uitvoeren participatie(plan) Ref. handreiking participatie 3.2a Opstellen ontwerpdocument 0.(n+1)? 3.3 Aanmelding NEE wijziging bij ILT/NSA van toepassing? (EU) 2017/ 373 JA 3.3a Opstellen review documentatie (EU)2017/373 3.3b Aanbieden Review documentatie bij ILT/NSA 3.4 Aanbieden Ontwerpdoument bij Vakgroep VLA/MLA

3.4a Toetsing VLA/MLA akkoord? NEE

NEE

3.3d Impact op ontwerp?

NEE

JA

NEE 3.9 ATMB/LVC bepalen in overleg met initiatiefnemer vervolgproces

3.3e nieuwe participatie nodig?

3.6 Akkoord ATMB/LVC Door HBJZ 3.5 Opstellen ontwerpdocument 1.0

3.8 Opstellen nota voor Minister en melding Staatscourant NEE JA

3.8b Start stap 5 (AIP publicatieproces)

JA 3.7 Aanpassing W&R?

JA

3.8a Wijziging vastgesteld door M NEE

NEE

3.7a Start stap 4 (juridisch proces)

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 42

3.1 Opstellen ontwerpdocument versie 0.n Beschrijving

Initiatiefnemer stelt een ontwerpdocument (versie 0.n) op. Het ontwerpdocument zal als basis fungeren voor het wijzigen van de AIP en de Regeling luchtverkeersdienstverlening of andere relevante regelgeving. De initiatiefnemer zal de inhoudelijke componenten betreffende de wijzigingen in de regelgeving in het ontwerpdocument moeten (laten) aangeven. Dat betekent dat er aangegeven moet worden welk artikel gewijzigd moet worden met een tekstvoorstel voor de wijziging. HBJZ zal zorgen voor de juridische vertaalslag (zie H4, stap 4.2). Wijzigingen of nieuwe voorstellen zullen in rood op de relevante pagina’s en kaartmateriaal uit de geldende AIP publicatie worden aangebracht. Op deze wijze is het voor de ILT/MLA duidelijk om welk wijzigingsvoorstel het gaat en op welk kaartmateriaal het betrekking heeft.

Verantwoordelijke

Initiatiefnemer

Benodigde info en criteria

Bij de aanvraag ter beoordeling van een ontwerpdocument dienen naast/in het ontwerpdocument de onderstaande gegevens of documenten, indien relevant, te worden meegeleverd: • CONOPS (indien beschikbaar en er bv. sprake is van een nieuwe operatie, of indien het wijzigings­ voorstel leidt tot aanpassing bestaande operatie); • Safety Assessment/Safety Scan op de mogelijke risico’s en de genomen mitigerende maatregelen; • Als nodig een vluchtvalidatierapport, conform voorgeschreven criteria, waaronder ICAO Doc 9906 P5 en uitvoeringsverordening (EU) 2020/469; • Meet/kalibratierapporten, indien er nieuwe nav/comm uitrusting (bijv. nieuwe ILS, of frequentie­ wijzigingen/uitbreidingen) wordt gebruikt of ander gebruik van bestaande uitrusting (bijv. ILS intercepten op 4.000 ft i.p.v. 2.000 ft), of een verklaring van de leverancier of certificerende instantie; • Concept LoAs (of de bijlagen hiervan) of coördinatie overeenkomsten indien deze gewijzigd (moeten) worden; • Aangeven welke (obstakel)data base gebruikt is, (van wie en wanneer, en waarop gebaseerd); • Welke ontwerpcriteria (zie ook 3.3) zijn gebruikt en welk(e) versienummer/editie hierbij is toegepast; • Resultaten/verslagen van de consultatie met stakeholders en externe partijen, waarbij met argumenten aangegeven wordt wat er wel/niet met de feedback gedaan is (ref.

bijlage 8: Handreiking participatie); • Eventueel benodigde aanpassing van regelgeving. Voorts is belangrijk om bij het opstellen van het ontwerpdocument de aanvullende (soms verplicht) op te leveren documenten, onderzoeksresultaten, analyses en wettelijke criteria te betrekken: • Resultaten milieuonderzoek met effecten op geluid en uitstoot (Indien het raakt aan de milieuregels en normen in een luchthavenbesluit of -regeling dienen effecten altijd kwantitatief te worden berekend volgens de daartoe gehanteerde methoden). • Effecten op capaciteit (luchtruim/luchthaven) en eventuele bijdrage aan/invloed op performance targets (o.a. VEMER analyse). • Effecten op de (externe) veiligheid en de toegepaste risicobeheersmaatregelen; indien van vastgestelde criteria wordt afgeweken moet te allen tijde een veiligheidsonderbouwing worden aangeleverd • Akkoord andere ANSP indien de wijziging van invloed is op zijn ATS? (Dit is een akkoord op de concept wijziging. In het definitieve ontwerp dat in stap 3.3 ter beoordeling wordt aangeboden, zal het formele akkoord van de betrokken ANSP(s) opgenomen moeten zijn.) • Welke kaders/documenten/publicaties moeten worden opgesteld/gewijzigd? - AIP (en evt. Mil AIP); - Aeronautical Chart ICAO 1:500.000 The Netherlands; - AIC; - LoA; - handboeken; - wet- en regelgeving/militaire luchtvaarteisen; - Safety-case; - etc.

Indien de aanvraag niet compleet is, zal de initiatiefnemer hierover geïnformeerd worden en de aanvraag worden aangehouden totdat alle noodzakelijke gegevens of documenten in het bezit zijn van de vakgroep VLA/MLA.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 43

3.2 Uitvoeren participatie(plan) Beschrijving

Wanneer het (concept)ontwerp van de wijziging is opgesteld communiceert de initiatiefnemer met stakeholders overeenkomstig de participatievorm(en) zoals beschreven in het participatieplan (met de niveaus informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen‘ zoals afgeleid van de ‘participatieladder’). Feedback vragen op de voorgestelde wijziging is één van de meest voorkomende participatievormen. Normaliter is de conceptregelgeving onderwerp van de internetconsultatie (stap 4 van het wijzigingsproces ‘juridisch proces’). Het is echter ook mogelijk om in samenspraak met de ATMB de internetconsultatie naar voren te halen en het ontwerp zelf in consultatie te brengen. Op deze manier wordt de internetconsultatie eerder in het proces, als onderdeel van de uitwerking van het participatieplan, ingericht. Dus niet aan het eind van het proces als de gewijzigde regeling min of meer klaar is voor publicatie. Op dat moment in het proces heeft consultatie ook het meeste zin, aangezien later in het proces – als het ontwerp en regelgeving in concept klaar zijn – de ruimte om wijzigingen aan te brengen veel kleiner is. De stakeholders geven feedback binnen de tussen de initiatiefnemer en deze partijen vastgestelde (redelijke) termijn. Vervolgens zal de initiatiefnemer de participant informeren wat met de feedback is/wordt gedaan.

De feedback van stakeholders op de voorgestelde wijziging dient schriftelijk6 te worden bijgevoegd en/of opgenomen in het beleidsdocument (2.1) of ontwerpdocument (3.2), inclusief de reactie van de initiatiefnemer op de feedback. Daarbij zal de initiatiefnemer moeten aangeven wat met de feedback is gedaan en of alternatieve voorstellen zijn onderzocht en besproken, in het geval dat de primair voorgestelde wijziging voor de stakeholders niet acceptabel was. Bovendien geeft de initiatiefnemer daarbij aan of bij het niet kunnen voldoen aan bepaalde omgevingsbelangen en/of verwachtingen het risico op politiek/bestuurlijk/maatschappelijke issues is gemitigeerd. 3.2a. Opstellen ontwerpdocument 0.(n+1) Indien de feedback van stakeholders resulteert in aanpassing van het ontwerp wordt het ontwerpdocument hierop aangepast met versienummer 0.(n+1)’. Feitelijk is er dan sprake van een iteratief proces. Na actualisatie van de ontwerpdocumentatie vindt terugkoppeling plaats richting belanghebbenden met argumentatie welke aanpassingen wel/niet zijn doorgevoerd. Na één of meerdere iteratie stappen kan de ontwerpdocumentatie, na vaststelling dat er geen verdere wijzigingen plaatsvinden, ter toetsing worden voorgelegd aan ILT/MLA (stap 3.3 en 3.4).

Verantwoordelijke

Initiatiefnemers

Extra info

Voor de uitvoering van participatie wordt verwezen naar de Handreiking participatie (bijlage 8). Deze bijlage geeft verdere informatie over het ophalen van informatie bij stakeholders en het verwerken van feedback. Bovendien wordt hierin aangegeven hoe, afhankelijk van de doelgroep, diverse werkvormen te hanteren. Tevens zijn acht uitgangspunten voor de uitvoering van een participatieproces opgenomen. De reactie en feedback van stakeholders wordt vastgelegd en zal door de initiatiefnemer worden toegevoegd bij de aan te leveren ontwerpdocumentatie.

6

Dit kan ook door het meesturen van verslagen van de overleggen die hebben plaatsgevonden.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 44

3.3 Aanmelding wijziging bij ILT/NSA van toepassing Beschrijving

Als de wijziging van invloed is op het ATM functionele systeem van een gecertificeerde ANSP organisatie (i.e. LVNL of MUAC) moet de wijziging tezamen met de vereiste review documentatie (ref. (EU)2017/373) tijdig ter beoordeling worden aangeboden bij ILT/NSA. Indien Defensie als initiatiefnemer wordt aangemerkt dient conform de militaire luchtvaart­eisen een veiligheidsargumentatie te worden aangeleverd aan de MLA. 3.3a Opstellen review documentatie ref. (EU) 2017/373 Europese regelgeving over veiligheidstoezicht op gecertificeerde verleners van luchtvaart­ navigatiediensten (Air Navigation Service Providers: ANSPs) stelt daarnaast eisen (ref. EU 2017/373) ten aanzien van veiligheid gerelateerde wijzigingen van het Air Traffic Management (ATM) functionele systeem7 van deze dienstverleners. Zo moet de ANSP een veiligheidsargumentatie opstellen en de wijziging melden aan de National Supervisory Authority (NSA). Of een door een dienstverlener voorgestelde wijziging uit veiligheidsoogpunt aanvaardbaar is wordt beoordeeld op basis van een analyse van de risico's die de wijziging met zich meebrengt voor het functionele ATM systeem. 3.3b Aanbieden review documentatie bij ILT/NSA Conform (EU) 2017/373, ATM/ANS.OR.A.045 ‘Wijzigingen van het functionele systeem’ moet een ATM dienstverlener die een wijziging van zijn functionele systeem plant: 1.

de bevoegde autoriteit in kennis stellen van de wijziging; 2. de bevoegde autoriteit op verzoek alle aanvullende informatie verstrekken waarmee de bevoegde autoriteit kan beslissen om de argumentatie voor de wijziging al dan niet te toetsen; 3. de andere dienstverleners en, waar mogelijk, de luchtvaartspelers die gevolgen ondervinden van de geplande wijziging, in kennis stellen. De uitkomst van de NSA toetsing zal in een separate brief naar de initiatiefnemer worden gezonden. Het NSA traject8 is één van de voorwaarden voor LVNL of MUAC om tot een ontwerp document versie 1.0 te komen. Omdat aanpassingen n.a.v. een veiligheidsbeoordeling in het kader van het 5.11 proces (uitgevoerd door vakgroep VLA) een afhankelijkheid kan hebben met de veiligheidsbeoordeling door de NSA op ‘Wijzigingen van het functionele ATM systeem’ is het belangrijk dat de initiatiefnemer deze afhankelijkheid tijdig onderkent en met de ILT goede afspraken maakt over de planning en doorlooptijden (zie ook bijlage 5). 3.3c Toetsing ILT/NSA akkoord? De (EU) 2017/373 regelgeving schrijft voor dat wanneer de wijziging door de bevoegde autoriteit moet worden getoetst overeenkomstig punt ATM/ANS.AR.C.035, de dienstverlener alleen de delen van de wijziging in dienst mag nemen waarvoor de bevoegde autoriteit de argumentatie voor ingebruikname heeft goedgekeurd.

7

8

Functioneel systeem: een combinatie van systemen, procedures en personeel die georganiseerd is om een functie in de context van luchtverkeersbeheer te vervullen. Dit NSA traject geldt niet voor CLSK.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 45

3.3 Aanmelding wijziging bij ILT/NSA van toepassing Beschrijving

Ref. ATM/ANS.AR.C.035 ‘Besluit tot toetsing van een aangemelde wijziging van het functionele systeem’ a. Na ontvangst van een kennisgeving overeenkomstig punt ATM/ANS.OR.A.045, onder a), punt 1), of na ontvangst van aangepaste informatie overeenkomstig punt ATM/ANS.OR.A.045, onder b), beslist de bevoegde autoriteit de wijziging al dan niet te toetsen. De bevoegde autoriteit vraagt de dienstverlener om alle aanvullende informatie ter ondersteuning van deze beslissing. b. De bevoegde autoriteit bepaalt of de wijziging moet worden getoetst op basis van specifieke, geldige en gedocumenteerde criteria, die er ten minste voor zorgen dat de aangemelde wijziging wordt getoetst indien de combinatie van de waarschijnlijkheid dat het argument ingewikkeld of onbekend is voor de dienstverlener en de ernst van de mogelijke gevolgen van de wijziging significant is. c. Wanneer de bevoegde autoriteit besluit dat de wijziging moet worden getoetst op basis van andere criteria dan die onder b), moeten deze criteria specifiek, geldig en gedocumenteerd zijn. d. De bevoegde autoriteit stelt de dienstverlener in kennis van haar besluit om een aangemelde wijziging van een functioneel systeem te toetsen en verstrekt de dienstverlener, op zijn verzoek, de motivering die aan de basis ligt van dat besluit.

Na review door de NSA kan het nodig zijn om additionele informatie aan te leveren alvorens NSA akkoord kan geven op de wijziging. Ook kan het nodig zijn dat het ontwerp (op onderdelen) moet worden aangepast om aan de vereiste veiligheidscriteria te voldoen. Dan is er sprake van impact op het ontwerp (stap 3.3d ‘Impact op ontwerp’) en kan het nodig zijn dat (op onderdelen) een nieuw of aanvullend participatie traject moet worden gevolgd (ref. stap 3.3e ‘nieuwe participatie nodig?’).

Verantwoordelijke

Initiatiefnemer en ILT/NSA verantwoordelijk voor toetsing. Als Defensie initiatiefnemer is wordt op basis van de militaire luchtvaarteisen de toetsing uitgevoerd door de MLA.

Extra info

De NSA is gepositioneerd binnen ILT/Luchtvaart. De taak van de NSA9 is in deze tweeledig: • Het invulling geven aan het veiligheidstoezicht op de geplande veiligheid gerelateerde wijzigingen aan het ATM functionele systeem op basis van artikel (EU) 2017/373; • Het geven van advies aan het Hoofd NSA op het gebied van safety management en de regulering daarvan. Aanvullende nationale regelgeving. Betreffende het beoordelingskader voor wijzigingen in functionele systemen van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en het daarbij te borgen veiligheidsniveau zijn nationaal de zgn. ‘Beleidsregels veiligheidsnormen ATC’10 vastgesteld. Deze beleidsregels hebben betrekking op de veiligheid van de luchtverkeersdienstverlening. De beleidsregels geven een kader voor de wijze waarop de veiligheid van wijzigingen in het functionele systeem van de LVNL door de minister zullen worden beoordeeld. Tevens wordt hierbij aangegeven hoe het vereiste minimum veiligheidsniveau door de minister wordt ingevuld en zal worden beoordeeld. De minister ziet erop toe dat bij de beoordeling van de veiligheid van het functionele systeem en wijzigingen daarvan de LVNL gebruik maakt van veiligheidscriteria die specifiek en verifieerbaar zijn.

9

EASA houdt toezicht op de wijze waarop de NSA NL invulling geeft aan haar toezichthoudende taak; in het bijzonder op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het veiligheidstoezicht in relatie tot (grote) wijzigingen (o.a. luchtruimwijzigingen en ATM systeemwijzigingen). 10 Staatscourant 2015, 22338, Beleidsregels van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, betreffende het beoordelingskader voor wijzigingen in functionele systemen van de Luchtverkeersleiding Nederland en het daarbij te borgen veiligheidsniveau (Beleidsregels veiligheidsnormen ATC).

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 46

3.3 Aanmelding wijziging bij ILT/NSA van toepassing Extra info

De betreffende veiligheidscriteria zijn: a. kwantitatieve veiligheidsrisico niveaus, waarbij de kans op een luchtverkeersleiding (ATC) gerelateerd ongeval, niet groter is dan 3x10-7 ongevallen per vlucht; b. erkende standaarden of praktijkcodes; of c. gerelateerd aan de veiligheidsprestatie van het bestaande systeem of een vergelijkbaar systeem, waarbij het systeem waaraan de veiligheidsprestatie wordt gerelateerd op een valide wijze als voldoende veilig wordt gekwalificeerd. In de betreffende beleidsregels is gekozen voor een normering die bestaat uit een kwantitatief deel, een kwalitatief deel en een deel voor standards (internationaal voorgeschreven technische en organisatorische vereisten), zodat bij de beoordeling van de veiligheid van iedere wijziging van het functionele systeem kan worden aangesloten bij de aard van de wijziging en de stand van de kennis. De NSA zal namens de minister het beoordelingskader ten aanzien van de processen en procedures die in de beleidsregels worden beschreven volgen, zo mogelijk naast het uitvoeren van het toezicht op de naleving van de vereisen die voorvloeien uit de regels van de Europese Unie.

Wanneer de ILT/NSA namens de minister een wijzigingsvoorstel toetst aan de veiligheidsnormering zal deze in ieder geval instemmen met het voorstel wanneer het in deze beleidsregels opgenomen minimum veiligheidsniveau aantoonbaar zal worden gerealiseerd. Het ruimere regelgevende kader vanuit de Europese Unie dat van toepassing is, zal bij deze toetsing worden betrokken.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 47

3.4 Aanbieden ontwerpdocument bij vakgroep VLA (ILT/MLA) Beschrijving

De vakgroep Vliegprocedures en Luchtruim Advies (VLA) is organisatorisch gesitueerd binnen de ILT. De MLA is tevens deelnemer in deze vakgroep. De VLA beoordeelt het ontwerp op technisch en operationele veiligheidscriteria (EU 923/2012, ICAO Annex 11, 14, PANS-OPS, PANS-ATM, ATS planning manual en andere relevante internationale documenten of richtlijnen). Na ontvangst van het ontwerpdocument wordt vanuit ILT een ontvangstbevestiging verzonden richting de initiatiefnemer. Noot: in overleg met de ILT kan de initiatiefnemer het verzoek doen om de toets door de vakgroep VLA (stap 3.4) te starten op het moment dat het ontwerp voor toetsing wordt aangeboden bij de ILT/NSA. Dit kan de totale doorlooptijd voor de toetsing verkorten. Echter, zowel vanuit toetsing tegen de EU regelgeving 2017/373 door de NSA als toetsing tegen de regelgeving voor operationele veiligheidscriteria door de vakgroep VLA kunnen er redenen zijn om het ontwerp bij te stellen alvorens akkoord te geven op het ontwerp (stap 3.4a ‘Toetsing VLA/MLA akkoord?’). Bij iedere aanpassing van het ontwerp moet wederom de vraag worden gesteld of nieuwe/aanvullende participatie met stakeholders en belanghebbenden nodig is (ref. stap 3.3e ‘Nieuwe participatie nodig?’) Opm: de MLA beoordeelt het ontwerpdocument binnen de eigen competentie met het oog op Defensie optreden.

Verantwoordelijke

Vakgroep VLA/MLA

Benodigde info en criteria

Het ontwerpdocument inclusief ondertekende aanbiedingsbrief wordt door initiatiefnemer per e-mail ter beoordeling aangeboden aan: ILTDocumentManagement@ilent.nl met als onderwerp: “Ter attentie van de Coördinator Vakgroep VLA” Indien initiatiefnemer Defensie is: MLA@mindef.nl De initiatiefnemer zal in samenspraak met ILT en de ATMB er zorg voor dragen dat Gedeputeerde Staten (GS) wordt benaderd indien voor de wijziging ook een (milieu) advies noodzakelijk11 is (artikel 8.50 van de Wet luchtvaart). Het resultaat van deze beoordeling wordt aan de initiatiefnemer, met afschrift aan de ATMB, schriftelijk medegedeeld en wordt door ATMB bij het dossier gevoegd alvorens vaststelling door bevoegd gezag kan plaatsvinden. Door ILT/MLA zal in de brief worden aangegeven/bevestigd of en zo ja welke ministeriële regelingen gewijzigd moeten worden. Dit is van belang voor stap 3.8 en de stappen ten behoeve van het AIP publicatieproces.

Extra info

Het beoordelen van een ontwerp dat door de militaire ANSP (i.e. CLSK) is opgesteld voor publicatie in de AIP, is primair een verantwoordelijkheid van de Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA) van het Ministerie van Defensie. De MLA is de militaire toezichthouder. De MLA “kan” ILT verzoeken om advies uit te brengen over de voorgenomen wijziging. Nadat ILT haar advies op basis van de hierboven beschreven toets aan de MLA heeft uitgebracht, zal de MLA de beoordeling afronden en CLSK van het resultaat op de hoogte brengen. ILT krijgt hiervan afschrift. CLSK zal de gezamenlijke ATM beleidseenheid een verzoek doen tot beoordeling conform stappen 3.5 en 3.6.

11 Art. 8.50, Wet Luchtvaart: Indien voor een luchthaven op grond van artikel 5.11, eerste lid, onderdeel b, luchtverkeersroutes

en -procedures worden vastgesteld, geschiedt vaststelling van het deel van de luchtverkeersroutes die zijn gelegen in het plaatselijk luchtverkeersleidinggebied, en vaststelling van de luchtverkeersprocedures, in overeenstemming met gedeputeerde staten. Bij de vaststelling van deze routes en procedures wordt het advies van gedeputeerde staten gevolgd, tenzij dit niet mogelijk is met het oog op de vliegveiligheid, de indeling van het luchtruim of de capaciteit van het luchtruim.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 48

3.5 Opstellen ontwerpdocument versie 1.0 Beschrijving

Na positieve beoordeling van de vakgroep VLA/MLA* en, indien relevant, de NSA (n.a.v. stap 3.3c), wordt de versie 1.0, voorzien van een (digitale) akkoord verklaring van de dossier/ procesverantwoordelijke(n), per e-mail aan de “gezamenlijke ATM beleidseenheid” aangeboden (ATMbeleidseenheid@minienw.nl) en in afschrift aan ILT (Vakgroep-VLA@ILenT.nl). De Gezamenlijke ATM beleidseenheid zal een ontvangstbevestiging richting de initiatiefnemer verzenden.

Verantwoordelijke

Initiatiefnemer

Extra info

*Noot: Na positieve beoordeling (inclusief safety assessment) van de MLA wordt door CLSK de versie 1.0 voorzien van een (digitale) akkoord verklaring van de dossier/ procesverantwoordelijke(n), per e-mail aan de “Gezamenlijke ATM beleidseenheid” aangeboden (ATMbeleidseenheid@minienw.nl) en in afschrift aan de MLA (MLA@MinDef.nl). De Gezamenlijke ATM beleidseenheid zal een ontvangstbevestiging richting de initiatiefnemer verzenden.

3.6 Akkoord ATM beleidseenheid Beschrijving

De gezamenlijke ATM beleidseenheid zal, op basis van de vakgroep VLA/MLA beoordeling en in overleg met HBJZ/DJZ, definitief bepalen of slechts aanpassing van de AIP noodzakelijk is, of dat ook een wijziging van de Regeling luchtverkeersdienstverlening of andere relevante regelgeving in gang gezet moet worden, waarvoor het juridische proces moet worden gestart. Indien de gezamenlijke ATM beleidseenheid akkoord is met het ontwerpdocument en een juridisch proces moet worden doorlopen zal de initiatiefnemer daarvan op de hoogte worden gesteld en zal het juridische proces worden gestart. Het formele akkoord op de voorgenomen wijziging (incl. ontwerpdocument) kan pas worden gegeven op het moment dat de betreffende bewindspersonen de juridische wijziging goedkeuren. Het juridische proces is in dit geval leidend, zie hiervoor stap 3.7a en stroomdiagram 4. Indien de ATMB geen akkoord kan afgeven voor het ontwerpdocument of de procesvoortgang moet aanhouden zal de ATMB hierover met de initiatiefnemer in overleg treden (zie stap 3.9). In overleg met de initiatiefnemer zal naar een oplossing worden gezocht. Waar nodig kan hierin advies van de LVC(-staf) worden ingewonnen. Indien na de beoordeling door de ATM beleidseenheid nog wijzigingen doorgevoerd moeten worden in het ontwerp, zal het versienummer van het Ontwerpdocument doorgenummerd worden (bijv. V1.1 etc.).

De laatste versie van het ontwerpdocument is onderhevig aan akkoord van de vakgroep VLA/MLA en de gezamenlijke ATM beleidseenheid.

Verantwoordelijke

ATMB/Minister

Extra info

De initiatiefnemer ontvangt van de gezamenlijke ATM beleidseenheid een bericht van ontvangst. De stukken worden gecontroleerd op volledigheid, de inhoudelijke toelichting/ onderbouwing en volledigheid van reeds doorlopen stappen. Daarbij checkt de gezamenlijke ATM beleidseenheid nog een keer beleidsmatige en juridische aspecten, de uitvoerbaarheid/ implementatie van het voorstel (AIRAC date), de beoordeling van de aspecten veiligheid, efficiency en milieu (VEM) en de eventuele consultatie van externe partijen/stakeholders. Na formeel akkoord zal de gezamenlijke ATMB de initiatiefnemer hiervan per e-mail op de hoogte stellen, met afschrift aan ILT (vakgroep-VLA@ILenT.nl) en de MLA (MLA@mindef.nl).

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 49

3.7 Aanpassing W&R? Beschrijving

Indien geen wijziging regelgeving benodigd is – omdat bv. een dynamische verwijzing in de regelgeving van toepassing is – en het enkel een AIP wijziging betreft kan, nadat de minister de wijziging luchtruim en/of vliegprocedure heeft vastgesteld (stap 3.8a), het AIP/ MilAIP publicatieproces in gang worden gezet (stap 3.8b, start stap 5 ‘AIP publicatieproces’). Indien wel een wijziging van wet en regelgeving benodigd is, zal het juridisch proces worden gestart (stap 3.7a, start stap 4 ‘juridisch proces’). Het AIP/MilAIP publicatieproces kan pas worden gestart nadat de minister de aangepaste regeling(en), incl. voorgenomen AIP publicatie, heeft vastgesteld en ondertekend. De informatie in de AIP moet te allen tijde overeenkomen met de geldende regelgeving (o.a. De door de minister vastgestelde Regeling luchtverkeersdienstverlening). Omgekeerd is het niet de bedoeling dat als de minister een wijziging heeft vastgesteld deze, tegelijkertijd met inwerkingtreding van de wijziging, niet in de AIP staat. Het juridische proces van vaststelling door de minister en aanpassing van de regelgeving moet dus goed afgestemd zijn met het luchtvaartpublicatieproces en de beoogde publicatiedatum. Afstemming hierover moet liefst al in een vroeg stadium bij het opstellen van het PvA (stap 2.5) plaatsvinden tussen initiatiefnemer, ATMB en LVNL/AIM.

Verantwoordelijke

ATM beleidseenheid

Extra info

In voorkomende gevallen komt het initiatief voor een wijziging voort uit een noodzaak tot wijziging van de regelgeving (o.a. vanwege nationale of internationale verplichtingen), en dientengevolge noodzakelijke wijziging van de AIP. In dat geval is het juridische proces leidend maar kunnen zaken parallel lopen. Het is belangrijk om dan in een vroeg stadium met alle betrokken stakeholders werkafspraken te maken (bv. vanwege verplichte implementatie­ termijnen).

3.8 Opstellen melding Staatscourant en aanbiedingsnota voor M Beschrijving

Indien de ATMB akkoord is met het voorstel en alleen een AIP wijziging aan de orde is, zal de ATMB in samenspraak met HBJZ een notitie opstellen om de minister van IenW (en evt. bevoegd gezag Defensie) de betreffende wijziging luchtruim en/of vliegprocedure te laten vaststellen. Na vaststelling minister draagt HBJZ zorg voor publicatie in de Staatscourant. Een afschrift van de publicatie (bv. In Pdf-formaat) wordt door HBJZ naar de ATMB , ILT, LVNL/AIS en de initiatiefnemer gezonden. De (AIP) wijziging is formeel van kracht vanaf de in de Staatscourant opgenomen (AIRAC) datum. 3.8a Wijziging vastgesteld door M Nadat de wijziging luchtruim en/of vliegprocedure door de minister(s) is vastgesteld, kan gestart worden met 3.8b Start stap 5 (AIP publicatieproces). De doorlooptijd voor ondertekening is sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van de verantwoordelijke bewindspersonen (dit geldt m.n. In de periode van het zomerreces12), maar er zal naar gestreefd worden om de formele vaststelling van de AIP wijziging binnen twee weken te realiseren.

Verantwoordelijke

HBJZ, ATM beleidseenheid

12 Het Nederlandse parlement heeft zomerreces in de maanden juli en augustus.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 50

3.9 ATMB/LVC bepalen in overleg met initiatiefnemer vervolgproces Beschrijving

Indien de Minister niet overgaat tot vaststelling van de wijziging of als de ATMB/LVC niet akkoord is met het ontwerpdocument 1.0, zal onder regie van de ATMB een vervolgtraject worden opgesteld. In overleg met de initiatiefnemer zal via een politiek/bestuurlijke weg naar een oplossing worden gezocht. Waar nodig zal hierover advies van HBJZ, de LVC(-staf) en/of management van de beleidsdirecties (IenW/Defensie) worden ingewonnen

Verantwoordelijke

ATM beleidseenheid

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 51

4 Juridisch proces

Stroomdiagram

Figuur 5: Stroomschema juridisch proces

Initiatiefnemer

HBJZ/SJZ

Start Juridisch proces

Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR)

MLA/DJZ/W&R/ Minister Def.

ILT

LVNL/CLSK

4.3a Uitvoeren regeldruk toets

4.3b Uitvoeren juridische toets Defensie

4.3c Uitvoeren HUF toets

Uitvoeringstoets

4.1 Opdracht geven tot aanpassing W&R 4.2 Opstellen wijzigingsregeling

4.3 Toetsing

4.3e Verwerken toets commentaren NEE 4.4 Toetspool Akkoord? JA 4.5 Opstellen melding Staatscourant en aanbiedingsnota voor M. JA 4.6 Regelen medeparafen

4.6a Ondertekenen bewindspersoon IenW

4.7 Start stap 5 (AIP publicatie proces)

4.6a Ondertekenen bewindspersoon Defensie

4.8 Publiceren Staatscourant

4.8a Verzenden afschrift 4.8b AIP publicatie van kracht

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 52

4.1 Opdracht geven tot aanpassing wet- en regelgeving (W&R) Beschrijving

De ATMB zorgt ervoor dat DGLM tijdig aan de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken (HBJZ) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat of in voorkomend geval de Sectie Juridische Zaken van de MLA opdracht geeft tot wijziging van de Regeling luchtverkeersdienstverlening en/of andere relevante regelingen en levert hierbij de inhoudelijke componenten aan. Waar nodig zal ILT/MLA om ondersteuning worden gevraagd om technisch-inhoudelijke input te leveren voor wijziging van de regelgeving.

Verantwoordelijke

ATMB

4.2 Opstellen wijzigingsregeling Beschrijving

HBJZ (of SJZ) stelt de wijzigingsregeling op voor de Regeling luchtverkeersdienstverlening en/of andere regelingen. ILT, DGLM, MLA en LVNL leveren, indien noodzakelijk, inhoudelijke input. Tevens deelt DGLM de eerstvolgende haalbare AIRAC-datum mede aan HBJZ in verband met de beoogde inwerkingtredingdatum van de regeling.

Verantwoordelijke

HBJZ

4.3 Toetsing Beschrijving

Afhankelijk van de reikwijdte van de wijziging zal de concept wijzigingsregeling aan diverse partijen ter toetsing worden voorgelegd voor o.a. De volgende onderdelen: • Regeldruk toets (stap 4.3a) • Juridische toets Defensie (stap 4.3b) • Handhavings-, Uitvoerings- en Fraudebestendigheid (HUF) toets (stap 4.3c) • Uitvoeringstoets (stap 4.3d) In bijzondere gevallen kan het voorkomen dat ook andere toetsen moeten worden uitgevoerd (o.a. MKB toets, ‘privacy impact assessement’, vermogenstoets). De uitkomst van de toetsing wordt verwerkt door HBJZ (stap 4.3e) De initiatiefnemer krijgt een bevestiging van de toets resultaten.

Verantwoordelijke

HBJZ, Adviescollege toetsing regeldruk, Ministerie van Defensie/DJZ, ILT/Handhavingsbeleid, LVNL en MLA

4.4 Toetspool akkoord? Beschrijving

De HBJZ toetspool zal de uiteindelijke wijzigingsregeling, na verwerking van de toets resultaten (stap 4.3) reviewen en nogmaals juridisch inhoudelijk toetsen; een bevestiging van de review en toets resultaten zal worden verzonden aan de opsteller van de regeling.

Verantwoordelijke

HBJZ

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 53

4.5 Opstellen melding Staatscourant en aanbiedingsnota voor Minister Beschrijving

HBJZ/DJZ is verantwoordelijk voor het opstellen van een aanbiedingsnota aan de minister (voor Defensie: de staatssecretaris). Deze aanbiedingsnota wordt op inhoud afgestemd met de ATMB alvorens deze ter ondertekening wordt aangeboden bij de minister.

Verantwoordelijke

HBJZ

4.6 Regelen medeparafen Beschrijving

Het Ministerie van Defensie/DJZ geeft, indien noodzakelijk, een medeparaaf op de wijzigings­ regeling (dit geldt vice versa voor het Ministerie van IenW/HBJZ voor wijzigingsregelingen opgesteld door het Ministerie van Defensie). 4.6a/b Ondertekening bewindspersonen HBJZ biedt de bewindspersonen van IenW en (indien nodig) Defensie de wijzigingsregeling aan ter ondertekening/medeparaaf.

Verantwoordelijke

Min IenW, Defensie, HBJZ

4.7 Start stap 5 (AIP publicatie proces) Beschrijving

HBJZ/DJZ draagt zorg voor een terugkoppeling van ondertekening en publicatie richting DGLM. DGLM/ATMB zorgt voor de terugkoppeling richting de initiatiefnemer. De initiatiefnemer kan vervolgens starten met het AIP publicatieproces overeenkomstig stap 5: ‘AIP publicatieproces’.

Verantwoordelijke

HBJZ en ATMB

4.8 Publiceren Staatscourant Beschrijving

HBJZ (of DJZ als Defensie verantwoordelijkheid voor wijziging van de betreffende regelgeving heeft genomen) draagt zorg voor publicatie in de Staatscourant. 4.8a Verzenden afschrift Een afschrift van of een verwijzing naar de (elektronische) publicatie wordt door HBJZ/DJZ naar de ATMB , ILT en de initiatiefnemer verzonden. 4.8b AIP publicatie van kracht Regeling is formeel van kracht vanaf de in de regeling opgenomen (AIRAC) datum.

Verantwoordelijke

HBJZ/DJZ

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 54

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 55

5 AIP publicatieproces

Stroomdiagram

Figuur 6: Stroomschema AIP publicatieproces

Initiatiefnemer

AIS – LVNL/CLSK

Vakgroep VLA/MLA

Start AIP publicatie proces

5.1 Aanbieden aan AIS – LVNL/ CLSK

5.2 Opstellen concept AIP publicatie

NEE

NEE 5.2a Instemming

JA

JA

5.2b Instemming

5.3 Gereedmaken AIP publicatie

5.4 Publicatie naar gebruikers

5.3a Ontvangen publicatie

5.4a AIP publicatie van kracht

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 56

5.1 Aanbieden aan AIS-LVNL/CLSK Beschrijving

Initiatiefnemer biedt aan LVNL, afdeling Aeronautical Information Service (AIS), het ontwerpdocument aan ter publicatie in de AIP. In het geval de MilAIP geraakt wordt, zal deze door LVNL(AIS) aan CLSK(AIS) worden aangeleverd. In dit geval worden de stappen 5.2 en 5.3 door CLSK(AIS) uitgevoerd en stap 5.2b door de MLA. Hiervoor zijn tussen LVNL(AIS) en CLSK(AIS) afspraken (in een Service Level Agreement) vastgelegd. De initiatiefnemer ontvangt een ontvangstbevestiging van LVNL/AIS of CLSK/AIS.

Verantwoordelijke

Initiatiefnemer

Extra info

Kopieën van de akkoordverklaring van de gezamenlijke ATM beleidseenheid en het resultaat van de vakgroep VLA/MLA beoordeling worden meegezonden. Initiatiefnemer zal de vakgroep VLA/MLA van alle tussentijdse wijzigingen op het ontwerp­ document en/of wijzigingen op het concept AIP per e-mail (met aangepast kaartoverzicht) in kennis stellen.

5.2 Opstellen concept AIP publicatie Beschrijving

AIS-LVNL/CLSK start met de voorbereidingen voor de AIP publicatie, indien door initiatief­nemer alle daartoe benodigde documenten, inclusief het resultaat van de beoordeling door de vakgroep VLA en de akkoordverklaring van de gezamenlijke ATM beleidseenheid, zijn ingediend. Randvoorwaarde is dat, indien regelgeving moet worden aangepast, het juridische proces is afgerond. Of er regelgeving gewijzigd moet worden en welke regelingen dit zijn, is door de vakgroep VLA opgenomen in de beoordelingsbrief. Door de initiatiefnemer zal moeten worden aangetoond dat in voorkomend geval de nieuwe regelgeving door de minister ondertekend is. Zoals in stap 4.7 van het juridische proces beschreven is, heeft de initiatiefnemer hiervan bericht ontvangen van DGLM. AIS-LVNL/CLSK stelt de AIP publicatie in concept op en legt deze voor aan de initiatiefnemer (stap 5.2a). Een concept AIP publicatie is over het algemeen reeds bij het ontwerp 1.0 toegevoegd en door de initiatiefnemer én vakgroep VLA/MLA beoordeeld. Als nadien hierop alsnog wijzigingen hebben plaatsgevonden is een aanvullende (nieuwe) instemming van de initiatiefnemer en vakgroep VLA/MLA benodigd (ref. stap 5.2b).

Verantwoordelijke

LVNL/Initiatiefnemer/vakgroep VLA

Extra info

Het opstellen van een concept AIP (Stap 5.2) vindt over het algemeen plaats als onderdeel van het opstellen van het ontwerpdocument (ref. Planuitwerking H3). Zie ook bijlage 6 voor aanlevering en publicatie van aeronautische data en -informatie AIM.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 57

5.3 Gereedmaken AIP publicatie Beschrijving

LVNL/AIS maakt de AIP klaar voor publicatie. LVNL/AIS stuurt de “Definitieve AIP wijziging” in Pdf formaat per e-mail naar Vakgroep-VLA@ILenT.nl van de ILT (stap 5.3a) en de ATMB. In het geval de MilAIP geraakt wordt zal CLSK/AIS voor interne publicatie zorg dragen.

Verantwoordelijke

LVNL, CLSK

5.4 Publicatie naar gebruikers Beschrijving

LVNL/AIS publiceert op de AIRAC publicatie datum de AIP wijziging op de website. Zes weken na publicatiedatum van de AIP wijziging is deze op de vastgestelde AIRAC-datum van kracht (stap 5.4a). In het geval de MilAIP geraakt wordt zal CLSK/AIS zorg dragen voor publicatie naar de (militaire) gebruikers.

Verantwoordelijke

LVNL, CLSK

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 58

Bijlagen Bijlage 1: Wettelijk kader en relevante AIP secties 60 Bijlage 2: Aanvraagformulier 66 Bijlage 3: Onderverdeling AIP wijzigingen 68 Bijlage 4: Wijziging van luchthaven­besluiten en -regelingen 69 Bijlage 5: Termijnen en doorlooptijden 73 Bijlage 6: Aanlevering en publicatie aeronautische data en -informatie AIM 75 Bijlage 7: Lijst met contactgegevens 76 Bijlage 8: Handreiking participatie wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures (separaat document)

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 59

Bijlage 1:

Wettelijk kader en relevante AIP secties 13

De Ministers van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Defensie hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de luchtvaart binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam (FIR). Zij kunnen een afgewogen besluit tot wijziging van de luchtruimindeling of luchtverkeersroutes en -procedures pas nemen als het besluit is onderbouwd en de verschillende belangen inzichtelijk zijn gemaakt. Artikel 5.11 van de Wet luchtvaart bevat de wettelijke basis voor besluiten over wijzigingen in het luchtruim. Artikel 5.10, lid2 van de Wet luchtvaart bevat de wettelijke basis voor de Regeling beperking of verbod burgerluchtverkeer in bepaalde gebieden 2018. In deze regeling zijn onder meer militaire oefengebieden en gebieden t.b.v. nationale herdenkingen opgenomen. Het Besluit Luchtverkeer 201414 stelt eisen aan de te doorlopen stappen voor het ontwerp en wijziging van luchtruim en procedures.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11994185/1