COVM-GZR-22-23 Concept Wijzigingsproces luchtruim-v3.5
Tekst van het document
Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures CONCEPT
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 2
Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures CONCEPT
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 3
Overzicht wijzigingen Datum
Uitgave
Wijzigingen
03-01-2011
1.0
Definitief
01-06-2016
3.0
Definitief vastgesteld en getekend
10-8-2020
3.09
Werkdocument n.a.v. opdracht LVC om werkproces aan te passen met regierol voor de overheid en uit te breiden met vereiste participatiestappen.
15-11-2020
3.1
Werkdocument met opmerkingen ATM cluster verwerkt
5-2-2021
3.2
Werkdocument met opmerkingen LVNL, Defensie, MUAC, DGLM en HBJZ verwerkt
20-8-2021
3.3
- Werkdocument met additionele opmerkingen LVNL verwerkt; - Aanpassingen doorgevoerd op de ‘Handreiking participatie bij Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures’, Bijlage 8; - H1.1: referentie naar art. 23 Regeling luchtverkeersdienstverlening opgenomen. Dit geeft aan welke aanpassingen in luchtruim 5.11 plichtig zijn. - Opmerkingen J. Hazes verwerkt: Militaire Luchtvaart Autoriteit is partij met verantwoordelijkheid bij uitvoeren veiligheidstoets m.b.t. militaire vliegveiligheid.
19-11-2021
3.4
- Concept versie met vormgeving en diverse tekstuele aanpassingen - Titel ‘Richtlijn participatie’ is veranderd in ‘Handreiking participatie’ - In bijlage 8 zijn de basis succesfactoren (8) voor participatie luchtvaart toegevoegd, tezamen met diverse tekstuele aanpassingen
01-12-2021
3.5
- Diverse (kleine) tekstuele aanpassingen - Aanpassingen bijlage 8: Handreiking participatie
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 4
Leden Luchtverkeerscommissie (LVC) Voor akkoord getekend: Organisatie/functie
Naam
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat DGLM/Afdelingshoofd Luchtruim en regionale luchthavens
M.J.A.H. van Giezen
ILT/Teamleider Luchtvaart Infrastructuur
H.L. Vaartjes
Ministerie van Defensie CLSK/Hoofd C4ISR
H. Kiffen
MLA/Hoofd afdeling Luchthavens en Luchtruim
W.E.W. Jacobsen
LVNL General Manager Procedures
J.A.G. van Avermaete
MUAC Manager International ATM Programmes
P. Fransen
Handtekening
Documenthouder: E-Mail: ATMBeleidseenheid@minienw.nl Organisatie: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Afdeling: Luchtruim en regionale luchthavens
Bijdragen van: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ministerie van Defensie Luchtverkeersleiding Nederland Eurocontrol Maastricht Upper Area Control Centre
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 5
Datum
Inhoud Lijst met afkortingen 8 Begrippenlijst 10 Inleiding 17 1
Stroomdiagram Initiatiefaanvraag 24 1.1 Stuur aanvraagformulier naar ATMB 25 1.2 Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures van toepassing? 26 1.3 Past wijziging binnen beleid? 28 1.4 Type wijziging? 29 1.5 ‘Light’ proces 30 1.6 ‘Medium’ proces 31 1.7 ‘Heavy’ proces 31
2
Stroomdiagram Concretiseren initiatief 32 2.1 Info verzamelen voor Plan van Aanpak 33 2.2 FABEC luchtruimwijziging? 34 2.3 Bepaal stakeholders en verzamel informatie 35 2.4 Consulteer ILT en ATM beleidseenheid 37 2.5 ‘Medium’ of ‘Heavy’ proces? 37 2.6 Akkoord ATMB 40
3
Stroomdiagram Planuitwerking 42 3.1 Opstellen ontwerpdocument versie 0.n 43 3.2 Uitvoeren participatie(plan) 44 3.3 Aanmelding wijziging bij ILT/NSA van toepassing 45 3.4 Aanbieden ontwerpdocument bij vakgroep VLA (ILT/MLA) 48 3.5 Opstellen ontwerpdocument versie 1.0 49 3.6 Akkoord ATM beleidseenheid 49 3.7 Aanpassing W&R? 50 3.8 Opstellen melding Staatscourant en aanbiedingsnota voor M 50 3.9 ATMB/LVC bepalen in overleg met initiatiefnemer vervolgproces 51
4
Stroomdiagram Juridisch proces 52 4.1 Opdracht geven tot aanpassing wet- en regelgeving (W&R) 53 4.2 Opstellen wijzigingsregeling 53 4.3 Toetsing 53 4.4 Toetspool akkoord? 53 4.5 Opstellen melding Staatscourant en aanbiedingsnota voor Minister 54 4.6 Regelen medeparafen 54 4.7 Start stap 5 (AIP publicatie proces) 54 4.8 Publiceren Staatscourant 54
5
Stroomdiagram AIP publicatieproces 56 5.1 Aanbieden aan AIS-LVNL/CLSK 57 5.2 Opstellen concept AIP publicatie 57 5.3 Gereedmaken AIP publicatie 58 5.4 Publicatie naar gebruikers 58
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 6
Bijlage 1: Wettelijk kader en relevante AIP secties 60 Bijlage 2: Aanvraagformulier 66 Bijlage 3: Onderverdeling AIP wijzigingen 68 Bijlage 4: Wijziging van luchthavenbesluiten en -regelingen 69 Bijlage 5: Termijnen en doorlooptijden 73 Bijlage 6: Aanlevering en publicatie aeronautische data en -informatie AIM 75 Bijlage 7: Lijst met contactgegevens 76 Bijlage 8: Handreiking participatie (separaat document)
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 7
Lijst met afkortingen AIC AIM AIP AIRAC AIS AISP AOC AOCS-NM AOPA ANSP ATMB ATS BRS CDS CLSK CONOPS COVM CRO CTA CTR DCRO DGB DGLM eTOD FABEC FIR GS HBJZ ICAO IenW ILS ILT KNVvL LEO LoA LVNL LVB LVC LVC-staf M.e.r. MLA MILAIP MRS
Aeronautical Information Circular Aeronautical Information Management Aeronautical Information Publication Aeronautical Information Regulation And Control Aeronautical Information Service Aeronautical Information Service Provider Air Operator Certificate Air Operations Control Station Nieuw-Milligen Aircraft Owners & Pilot Association (Netherlands) Air Navigation Service Provider gezamenlijke ATM Beleidseenheid Air Traffic Service Bestuurlijke Regie Schiphol Commandant der Strijdkrachten Commando Luchtstrijdkrachten Concept of Operations Commissie Overleg & Voorlichting Milieu Commissie Regionaal Overleg Control Area Control Zone Dutch Certified RPAS Operators Directoraat Generaal Beleid Directoraat-Generaal Luchtvaart en Maritieme zaken (Ministerie van IenW) Electronic Terrain and Obstacle Data Functional Airspace Block Europe Central Flight Information Region, vluchtinformatiegebied Gedeputeerde Staten Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken (Ministerie van IenW) International Civil Aviation Organisation Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Instrument Landing System Inspectie Leefomgeving en Transport (Ministerie van IenW) Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart Luchthaven Eindhoven Overleg Letter of Agreement (tussen ANSP’s) Luchtverkeersleiding Nederland Luchthavenverkeerbesluit (Schiphol) Luchtverkeerscommissie Luchtverkeerscommissie-staf Milieu
effect rapportage Militaire Luchtvaart Autoriteit Military Aeronautical Information Publicaton Maatschappelijke Raad Schiphol
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 8
MUAC Maastricht Upper Area Control Centre NACA Netherlands Association of Commercial Aviation NSA National Supervisory Authority NVL Nederlandse Vereniging van Luchthavens OCA Obstacle Clearance Altitude OCH Obstacle Clearance Height PANS-AIM Procedures for Air Navigation Services – Aeronautical Information Management PANS-ATM Procedures for Air Navigation Services – Air Traffic Management PANS-OPS Procedures for Air Navigation Services – Aircraft Operations POD Procedure Ontwerp Document PvA Plan van Aanpak SERA Standardised European Rules of the Air SES Single European Sky SMART Safety Management And Review Team TMA Terminal Control Area Wlv Wet luchtvaart Vakgroep VLA Vakgroep Vliegprocedures en Luchtruim Advies VEM Veiligheid, efficiency en milieu VEMER VEM Effect Rapportage W&R Wet- en regelgeving
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 9
Begrippenlijst Aeronautical information products and services Aeronautische data en aeronautische informatie, beschikbaar gesteld als digitale dataset of via elektronische media. Onder ‘aeronautical information products’ vallen: • Aeronautical Information Publication (AIP), inclusief Amendments en Supplements; • Aeronautical Information Circulars (AIC); • Aeronautische kaarten; • NOTAM; • Digitale datasets. De ‘aeronautical information products and services’ worden beheerd en gepubliceerd door LVNL/PRO/ADIS (Aeronautical Development and Information Service) als AISP. Algemeen luchtverkeersleidingsgebied Gecontroleerd luchtruim dat zich verticaal uitstrekt vanaf een gespecificeerde grens boven het aardoppervlak. Externe partij Een externe partij is een partij met omgevingsbelang, die (positieve/negatieve) effecten kan ondervinden t.g.v. een luchtruim en/of vliegprocedure wijziging. Externe partijen kunnen o.a. zijn: • Provincies; • Gemeenten; • Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS), Commissie Regionaal Overleg (CRO), Commissie Overleg & Voorlichting Milieu (COVM) en Luchthaven Eindhoven Overleg (LEO); • Belangenverenigingen omwonenden luchthavens; • Bewonersvertegenwoordigers; • Maatschappelijke organisaties. Opm.: het betrekken van bovenstaande externe partijen hangt af van het belang en de te verwachten effecten i.r.t. het voorliggende wijzigingsvoorstel.
Gecontroleerde luchthaven Luchthaven waarop luchtverkeersleidingsdiensten worden verleend aan het luchthavenverkeer, ongeacht of er al dan niet een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied bestaat. Flight Information Region (FIR) Een afgebakend stuk luchtruim waarin vlucht informatie- en waarschuwingsdiensten worden geleverd aan luchtverkeer en dat wordt beheerd door een Luchtvaart Autoriteit. Voor Nederland is dat de Amsterdam FIR (zie begrip Nederlandse luchtruim). Gezamenlijke ATM beleidseenheid (ATMB) De gezamenlijke ATM beleidseenheid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Defensie is verantwoordelijk voor het opstellen van beleid inzake de inrichting, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 10
het beheer en het gebruik van het Nederlandse luchtruim. In dat kader is, op grond van de Wet luchtvaart art. 5.10 lid 2 en art. 5.11, een werkproces (wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures) voor het wijzigen van de luchtruimindeling en luchtverkeersroutes en -procedures ingericht. De beleidseenheid vervult daarin de regierol, stroomlijnt initiatieven voor luchtruim- en routewijzigingen en bewaakt de te volgen processtappen. De beleidseenheid fungeert daarbij als aanspreekpunt richting initiatiefnemer en stakeholders. In haar rol als regisseur bewaakt en geeft de beleidseenheid zo nodig sturing aan de afzonderlijke stappen in het wijzigingsproces. ILT – vakgroep Vliegprocedures en Luchtruim Advies (VLA) De vakgroep VLA heeft primair een toezichthoudende rol bij de formele vaststelling door de Minister van IenW voor de indeling van het luchtruim, van de luchtruimklasse en van luchtverkeersroutes en vliegprocedures zoals vastgelegd in dit wijzigingsproces. Daarnaast adviseert de vakgroep VLA het ILT managementteam of de Minister van IenW bij (mogelijke) veiligheidsissues die ingrijpen als toezichthouder of een beleidsbeslissing verlangen. Initiatiefnemer Een initiatiefnemer is een stakeholder die een voorstel tot wijziging luchtruim en vliegprocedure, in relatie tot hun logische invloedsfeer, mag initiëren.
De volgende partijen worden aangemerkt als mogelijke initiatiefnemer: a. Luchtverkeersdienstverleners: LVNL, MUAC, CLSK; b. Luchtruimgebruikers: AOC-houders; c. Luchthavenautoriteiten/exploitanten; d. Luchtvaart koepelorganisaties (o.a. KNVvL, AOPA, NACA en NVL) e. Bevoegd gezag: Ministerie van Defensie en/of Infrastructuur en Waterstaat (‘competent authority’); f. Provincie(s). Partijen met een belang (gemeenten, belangenorganisaties, bewonersgroepen, individuele burgers) hebben de mogelijkheid om één van de genoemde initiatiefnemers (a t/m f) te benaderen en hen te vragen een initiatief over te nemen en verder te brengen. Het dient aanbeveling alvorens als initiatiefnemer een verzoek rondom een regionale luchthaven in te dienen bij bevoegd gezag het idee bij de bestaande gremia zoals MRS, CRO’s en LEO (Eindhoven) in te brengen. Luchthavenverkeer Al het luchtverkeer op het landingsterrein en alle luchtvaartuigen die zich bevinden in het luchtverkeerscircuit van de betrokken luchthaven dan wel dit circuit binnen vliegen of verlaten. Luchtverkeerscircuit De voorgeschreven vliegbaan voor naderend en vertrekkend verkeer van/naar de luchthaven, waarbij visueel contact blijft behouden met de luchthaven.
Luchtverkeersdiensten Vluchtinlichtingendiensten, alarmeringsdiensten, adviesdiensten voor het luchtverkeer en luchtverkeersleiding, zijnde algemene luchtverkeersleiding, naderingsluchtverkeersleiding en plaatselijke luchtverkeersleiding.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 11
Luchtverkeersleidingsdienst Dienst die wordt verricht teneinde: 1. botsingen te voorkomen: a. tussen luchtvaartuigen en b. tussen luchtvaartuigen en hindernissen op dat deel van de luchthaven dat is bedoeld voor het opstijgen, landen en taxiën met luchtvaartuigen, en 2. een geordende luchtverkeersstroom tot stand te brengen en te handhaven. Luchtverkeersprocedure/vliegprocedure Naderings-, vertrek- en wachtprocedures, alsmede luchtverkeerspatronen voor luchthavenverkeer. Luchtverkeersroute Een bepaalde route, vastgesteld om de verkeersstroom te kanaliseren, waar dat nodig is voor het verlenen van luchtverkeersdiensten. LVC & LVC-Staf De Luchtverkeerscommissie (LVC) is het beslisorgaan voor flexibel en dynamisch luchtruim gebruik en adviseert de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en Defensie over: a. beleidsaangelegenheden betreffende de algemene veiligheid in de lucht en in het bijzonder vraagstukken voortvloeiende uit het gemeenschappelijke gebruik door burger en militaire luchtvaartuigen van het luchtruim waarvoor Nederland, dan wel de in Nederland gevestigde luchtverkeersdienstverleningsorganisaties, verantwoordelijk zijn (of worden). Hierbij rekening houdend met de eventuele capaciteit- en de milieueffecten; b. door internationale organisaties aan de orde gestelde vraagstukken, die een relatie hebben met a.
De LVC bewaakt de voortgang van de benodigde acties die volgen uit bovengenoemde adviezen en rapporteert indien nodig hierover aan de beide ministers. De LVC-staf is het voorportaal voor de LVC. De LVC-staf is het loket voor het indienen en behandelen van beleidsdocumenten. De LVC-staf toetst of een dossier en de aangeleverde stukken compleet zijn, beoordeelt een wijziging met name op beleidsmatige en juridische aspecten en stelt een advies op voor de Luchtverkeerscommissie. Indien een wijzigingsvoorstel niet volledig is of de LVC-staf concludeert dat voor behandeling in de LVC nog aanvullende vragen beantwoord moeten worden, zal initiatiefnemer daarvan op de hoogte worden gebracht. National Supervisory Authority De Europese lidstaten zijn verplicht om een rechtspersoon (of rechtspersonen) te benoemen als Nationale Toezichthoudende Autoriteit (National Supervisory Authority, NSA) om de taken uit te voeren conform de Single European Sky wetgeving. In Nederland is deze autoriteit ondergebracht bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 12
Nederlandse luchtruim (Amsterdam Flight Information Region) Met het Nederlandse luchtruim wordt in dit document bedoeld de zogenaamde Amsterdam Flight Information Region (FIR) inclusief de Amsterdam Upper Flight Information Region (UIR). De Amsterdam FIR strekt zich uit boven het Nederlandse grondgebied en een groot deel van de Noordzee. Een uitgebreide beschrijving van de indeling en het gebruik van het Nederlandse luchtruim is te vinden in AIP the Netherlands (https://www.lvnl.nl/informatie-voor-luchtvarenden/publicaties-voor-luchtvarenden). Partijen met een verantwoordelijkheid De partijen met een verantwoordelijkheid zijn alle partijen binnen het wijzigingsproces die een rol (kunnen) hebben in de besluitvorming, waaronder: • Initiatiefnemers; • Luchtverkeersdienstverleners die zitting hebben in de Luchtverkeerscommissie (LVC), o.a. verantwoordelijk voor de vlotte en veilige afhandeling van het vliegverkeer; • Rijk, m.n.
ministeries van IenW en Defensie: vaststelling luchtruimwijziging, verantwoor delijk voor wet- en regelgeving, luchthavenbesluit en luchthavenverkeerbesluit Schiphol, luchthavenbesluiten voor luchthavens van nationale betekenis; • Inspectie Leefomgeving en Transport: uitvoeren veiligheidstoets; • Militaire Luchtvaart autoriteit: uitvoeren veiligheidstoets; • Agentschap Telecom: verantwoordelijk voor afgifte frequenties; • Provincies: verantwoordelijk voor het luchthavenbesluit van regionale luchthavens; maar ook bestuurlijk/maatschappelijke verantwoordelijkheid in het kader van besluitvorming i.r.t acceptatie van omgevingseffecten en bestemmingsplannen (in samenspraak met gemeentes). Partijen met een belang De partijen met een belang in het kader van een wijziging luchtruim en/of vliegprocedure worden onderscheiden in: • Partijen met operationeel belang; • Partijen met omgevingsbelang. Partijen met een operationeel belang zijn o.a.: • Min IenW (DGLM, HBJZ en ILT); • Min Def (CLSK, MLA en DJZ); • ANSPs (LVNL, MUAC en CLSK); • AISPs (LVNL/AIS en MILAIS) ; • AOC houders; • Luchthavenautoriteiten, exploitant van de luchthaven; • Koepelorganisaties (o.a. KNVvL, AOPA, NACA, NVL, DCRO); • Provincies; • Agentschap Telecom.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 13
Partijen met een omgevingsbelang zijn o.a.: • Min BZK; • Provincies; • Gemeenten; • Vaste overlegstructuren luchthavens, zoals Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS), Commissies Regionaal Overleg (CRO’s), Commissies Overleg & Voorlichting Milieu (COVM’s) en Luchthaven Eindhoven Overleg (LEO); • Belangenverenigingen omwonenden luchthaven; • Bewonersvertegenwoordigers; • Individuele omwonenden; • Maatschappelijke organisaties. Stakeholder Een stakeholder is iedere belanghebbende. In het kader van een wijziging luchtruim en vliegprocedure kunnen stakeholders (belanghebbenden) worden onderscheiden in partijen met een verantwoordelijkheid en partijen met een operationeel belang of een omgevings belang. Sommige partijen kunnen afhankelijk van de voorliggende wijziging zowel een partij met een verantwoordelijkheid als een partij met een belang zijn.
Belangrijke Stakeholders zijn: • MinIenW (DGLM, HBJZ en ILT); • MinDef (CLSK, MLA en DJZ); • ANSPs (LVNL, MUAC en CLSK); • AISPs (LVNL/AIS en MILAIS); • AOC houders; • Luchthavenautoriteiten, exploitant van de luchthaven; • Belangenorganisaties (KNVvL, AOPA, NACA, NVL); • Agentschap Telecom; • Provincies; • Gemeenten; • Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS), Commissie Regionaal Overleg (CRO), Commissie Overleg & Voorlichting Milieu (COVM) en Luchthaven Eindhoven Overleg (LEO); • Belangenverenigingen omwonenden luchthavens; • Bewonersvertegenwoordigers; • Maatschappelijke organisaties. Vluchtinformatiegebied Luchtruim met vastgestelde begrenzingen, waarbinnen inlichtingen tijdens de vlucht worden verstrekt en alarmering wordt verzorgd.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 14
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 15
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 16
Inleiding De Ministers van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Defensie hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de luchtvaartveiligheid en duurzaamheid binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam (Amsterdam FIR). Zij zullen een besluit tot wijziging van de luchtruimindeling of luchtverkeersroutes en -vliegprocedures pas kunnen nemen als het besluit is onderbouwd en de verschillende belangen inzichtelijk zijn gemaakt en afgewogen. Om het vliegverkeer op een veilige en duurzame manier af te kunnen handelen is een goede en duidelijke inrichting van het luchtruim van essentieel belang. De luchtruiminrichting wordt bepaald door het toewijzen van luchtverkeersgebieden voor bepaalde functionaliteiten en door de spelregels die in deze gebieden aan de gebruikers worden gesteld (bijvoorbeeld door het toewijzen van een luchtruimklasse). Aanpassingen in de luchtruiminrichting kunnen oplossingen bieden voor de geïnventariseerde knelpunten door bijvoorbeeld verkeerstromen structureel van elkaar te scheiden in het ontwerp van het luchtruim, of extra eisen te stellen aan luchtruimgebruikers voor het gebruik van delen van het luchtruim. Het is van belang om knelpunten en omgevingseffecten (o.a geluid en emissie), incl. De mogelijkheden tot hinderbeperking, in de initiatieffase te verkennen en te inventariseren.
Tijdens de ontwerpfase van het wijzigingsproces worden alle opties vervolgens vergeleken, gewogen en waar nodig geparticipeerd met belanghebbenden. Door in het luchtruim- en routeontwerp rekening te houden met de belangen van zowel luchtruim gebruikers als partijen met een omgevings belang kan het aantal knelpunten worden geminimaliseerd en kan een veilig, duurzaam en efficiënt luchtruimontwerp worden gegarandeerd. Voor knelpunten die niet kunnen worden opgelost in het luchtruimontwerp dient bekeken te worden in welke mate deze door een van de andere strategieën kunnen worden gemitigeerd of anders geaccepteerd. Onderbouwing van besluitvorming en afstemming op het gebied van veilig, duurzaam en efficiënt luchtruimgebruik door civiel en militair luchtverkeer vindt plaats in de Luchtverkeerscommissie (LVC). De taak van deze commissie bestaat o.a. uit het adviseren van de bewindspersonen van Infrastructuur en Waterstaat en van Defensie betreffende het veilig, efficiënt en duurzaam gebruik van het Nederlandse luchtruim.
Juridisch kader De wettelijke basis voor besluiten over wijzigingen in het luchtruim is opgenomen in art. 5.10 lid 2 en art. 5.11 van de Wet luchtvaart (zie bijlage 1). Het Besluit luchtverkeer 20141 stelt eisen aan het ontwerp en wijziging van luchtruim en procedures. Dit wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures is een uitwerking hiervan. Het wijzigingsproces is opgesteld door het Rijk met als doel een zorgvuldige besluitvorming te borgen. In dit wijzigingsproces is opgenomen welke 1
Besluit van 5 december 2014 tot vaststelling van nieuwe regels inzake het luchtverkeer ter uitvoering van verordening (EU) nr. 923/2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 17
stappen moeten worden doorlopen alvorens het bevoegd gezag kan overgaan tot vaststelling van een wijziging in het luchtruim. Dit betreft o.a. het initiatief, de planuitwerking, ontwerp, maar ook de consultatie van luchtruimgebruikers en belanghebbenden. Bijlage 1 geeft een overzicht van het wettelijk kader in relatie tot wijzigingen in het luchtruim. Het Rijk toetst het wijzigingsvoorstel aan bestaande regelgeving, beleidskaders, eisen en criteria aan luchtruimklasse en effecten op luchtruimgebruikers en belanghebbenden. Voorts is door de LVC een Criteria Catalogus Luchtruim2 vastgesteld waarin eisen en criteria zijn opgenomen voor classificatie categorieën van luchtverkeersgebieden. Besluitvorming door het Rijk voor luchtruimwijzingen met grote operationele en/of bestuurlijk/maatschappelijke effecten wordt voorafgegaan door een advies van de Luchtverkeerscommissie (LVC). Alvorens over te gaan tot publicatie van een wijziging in het luchtruim zal deze eerst door de bewindspersonen van IenW en/of Defensie moeten worden vastgesteld. Daarna volgt bekend-stelling in de Staatscourant en voor luchtruimgebruikers, op grond van ICAO Annex 15 ‘Aeronautical Information Services’ en (EU) 2017/373 Part AIS, in de Nederlandse luchtvaartgids: Aeronautical Information Publication (AIP) Netherlands.
Informatie voor specifiek militaire vliegoperaties wordt gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication (MILAIP). De begrenzingen van de luchtverkeersleidingsgebieden en de luchtverkeersroutes en -procedures als zodanig zijn niet in de Regeling luchtverkeersdienstverlening terug te vinden. Deze worden, na vaststelling door de (beide) bewindspersonen, enkel nog maar gepubliceerd in de AIP of MILAIP. De juridische basis hiervoor zijn de dynamische verwijzingen in de Regeling luchtverkeersdienstverlening waarmee de AIP als het ware in de nationale regelgeving is gebracht. Onder een dynamische verwijzingen vallen onder meer de begrenzingen van de luchtverkeersleidingsgebieden (artikel 2, derde lid, van de Regeling luchtverkeersdienst verlening voor CTA en TMA, artikel 5, vijfde en zesde lid, van de Regeling luchtverkeersdienstverlening voor CTR) en luchtverkeersroutes en -procedures (artikel 3, eerste lid en artikel 23, van de Regeling luchtverkeersdienstverlening). Vóórdat deze in de AIP kunnen worden opgenomen, moeten deze eerst door de minister (IenW en/of Defensie) zijn vastgesteld. Het gaat immers om publiekrechtelijke handhaafbare normen die in het hele luchtruim voor iedereen gelden (algemeen verbindende voorschriften).
Proces luchtruimwijzigingen Van belang is dat een voorgenomen wijziging past binnen het (inter)nationale beleid en voldoet aan de gestelde (internationale) veiligheidscriteria. De beleidstoets wordt uitgevoerd onder regie van de gezamenlijke ATM Beleidseenheid (ATMB) waarin zowel medewerkers van IenW/DGLM als Defensie/MLA vertegenwoordigd zijn. De technisch-operationele toets en veiligheidstoets wordt uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport of de Militaire Luchtvaart Autoriteit indien CLSK initiatiefnemer is. In voorkomende gevallen moet ook worden gekeken of de wijziging past binnen de ter plaatse geldende milieuregels en normen zoals vastgelegd in Wet Luchtvaart, luchtvaartwet, luchthavenbesluit, regelingen en/of vastgestelde beleidskaders. Dit is enerzijds een 2
De laatste versie van de Criteria Catalogus Luchtruim is op te vragen bij de gezamenlijke ATM beleidseenheid.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 18
verantwoordelijkheid van het Directoraat Generaal-Luchtvaart en Maritieme Zaken (DGLM) en anderzijds van Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincies. Wanneer wijzigingen een grensoverschrijdend karakter en/of grensoverschrijdende effecten kennen zal in voorkomende gevallen afstemming met luchtverkeersdienstverleners, ministeries en toezichthouders van de betreffende lidstaten dienen plaats te vinden. Europese regelgeving over veiligheidstoezicht op gecertificeerde verleners van luchtvaartnavigatiediensten (Air Navigation Service Providers: ANSPs) stelt daarnaast eisen ten aanzien van veiligheid gerelateerde wijzigingen aan het Air Traffic Management (ATM) functionele systeem van deze dienstverleners. Zo moeten de civiele ANSP’s (i.e. LVNL en MUAC) een veiligheids argumentatie opstellen en de wijziging melden aan de National Supervisory Authority (NSA). De toezichthoudende taken van de NSA worden door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) uitgevoerd. Initiatieven vanuit het Ministerie van Defensie, in het bijzonder de militaire luchtvaartnavigatiedienstverlener CLSK, worden aan een vergelijkbaar proces onderworpen. Daarbij worden de toezichthoudende taken, waaronder de veiligheidstoets, door de Militaire Luchtvaart autoriteit (MLA) uitgevoerd als de door de Minister van Defensie aangewezen autoriteit.
In veel gevallen is er een betrokkenheid van beide ministeries en vinden de beoordelingen voor de eigen specifieke verantwoordelijkheid plaats in nauwe afstemming. De ATMB heeft binnen het wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures een belangrijke regisserende rol, die in de volgende paragraaf verder wordt toegelicht.
Doelstelling Het gehele proces van voorbereiding en planuitwerking (incl. participatieplan), besluitvorming, vaststelling en publicatie van een luchtruim en/of vliegprocedure wijziging bestaat uit verschillende voorgeschreven stappen. Deze stappen, met vele afhankelijkheden, kennen een betrokkenheid van diverse belanghebbenden vanuit verschillende taken, rollen en verantwoordelijkheden. Om te bewerkstelligen dat een wijziging luchtruim en vliegprocedure op een zorgvuldige en transparante manier tot stand komt is een uitgebreid werkproces ontworpen. Dit werkproces is in eerste instantie opgesteld voor de doelgroep initiatiefnemers van een wijziging en de partijen die een verantwoordelijkheid hebben in relatie tot de besluitvorming van een wijziging. Maar tevens kan met dit werkproces naar alle betrokken partijen, waaronder (luchtruim)gebruikers, bestuurlijke instanties, omgevingspartijen en belangengroepen inzicht worden gegeven hoe een wijziging van luchtruim en vliegprocedures tot stand komt. Door het volgen van het in dit document opgenomen werkproces en de voorgeschreven stappen wordt bewerkstelligd dat alle besluiten zijn onderbouwd en afgewogen, teneinde het bevoegd gezag (de Ministers van IenW en Defensie) in staat te stellen de wettelijke taak (m.n. In relatie tot artikel 5.10 lid 2 en art. 5.11) naar behoren uit te voeren.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 19
Regierol gezamenlijke ATM beleidseenheid De gezamenlijke ATM beleidseenheid ((lees verder: beleidseenheid of ATMB), die is samengesteld met vertegenwoordigers van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Defensie, heeft een adviserende en uitvoerende rol voor het opstellen van beleid inzake de inrichting, het beheer en het gebruik van het Nederlandse luchtruim. In dat kader is, op grond van de Wet luchtvaart artikel 5.10 lid 2 en artikel 5.11, een wijzigingsproces (wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures; voorheen 5.11 werkproces) voor het wijzigen van de luchtruimindeling en luchtverkeersroutes en -procedures ingericht. Het heeft tot doel de processen van alle betrokken partijen en belanghebbenden op een zo efficiënt mogelijk manier aan elkaar te koppelen en verduidelijkt daarmee wat iedere partij van elkaar nodig heeft. De ATMB vervult daarin de regierol, stroomlijnt initiatieven voor luchtruimen routewijzigingen, bewaakt de te volgen processtappen en legt de luchtruimwijziging voor aan de verantwoordelijke bewindspersonen om te laten vaststellen. De beleidseenheid fungeert daarbij als aanspreekpunt richting initiatiefnemer en stakeholders. In haar rol als regisseur bewaakt en geeft de beleidseenheid zo nodig sturing aan de afzonderlijke stappen in het wijzigingsproces.
Het is mogelijk dat het initiatief voor een wijziging luchtruim of vliegprocedure bij het ministerie (IenW en/of Defensie) zelf ligt. Ook in die gevallen zal de ATMB erop toezien dat de rollen van initiatiefnemer en ontwerper van vliegprocedures helder zijn belegd, functiescheiding tussen uitvoering en beleid geborgd is en alle benodigde stappen van de wijzigingsprocedure worden doorlopen.
Participatie Een belangrijk onderdeel binnen het wijzigingsproces ‘luchtruim en vliegprocedures’ betreft participatie. Wijzigingen in het luchtruim raken veelal diverse belangen en vergen nadrukkelijk afstemming met belanghebbende partijen, zoals luchtruimgebruikers, luchthavens, luchtverkeersdienstverleners, regionale overheden (Provincies en Gemeenten) en bewoners (organisaties). De uitwerking van de te hanteren (en vereiste) participatie strategie wordt enerzijds bepaald door de grootte en omvang van de structurele en technisch-operationele Air Traffic management (ATM) verandering en anderzijds door de verwachte omgevingseffecten, met name gericht op aspecten als veiligheid, geluid, hinder en duurzaamheid (o.a. emissies en luchtkwaliteit). Het vormgeven van een participatieproces betekent dat er verschillende keuzes gemaakt moeten worden, keuzes die variëren tussen bijvoorbeeld de wijze van participatie, de onderwerpen die aan participanten worden voorgelegd, de selectie van participanten, de structuur van het proces, de verstrekte informatie, enzovoorts. Derhalve is voor het te voeren partici patiebeleid bij de totstandkoming van een luchtruimwijziging een Handreiking participatie opgesteld. In deze handreiking wordt duidelijk onderscheid gemaakt in partijen met een verantwoordelijkheid en partijen met een belang (i.e. operationeel belang en omgevings belang).
Voorts wordt aangegeven hoe de participatie en communicatie met alle betrokkenen op een tijdige en effectieve manier kan worden georganiseerd, passend bij de desbetreffende luchtruim vraagstukken en mogelijke belangen die worden geraakt. De Handreiking participatie is in een aparte bijlage bij deze wijzigingsprocedure opgenomen. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 20
Status document Dit document is onder de verantwoordelijkheid van de Luchtverkeerscommissie (LVC) opgesteld. Het wijzigingsproces is in nauwe samenwerking tussen het Ministerie van IenW, het Ministerie van Defensie en de luchtverkeersdienstverleners (LVNL, CLSK en MUAC) tot stand gekomen. Daarbij zijn tevens belangrijke stakeholders geconsulteerd, waaronder de Nederlandse Vereniging van Luchthavens (NVL), de General Aviation (AOPA, NACA en KNVvL) en Provincies via het Integraal Provinciaal Overleg (IPO). De Handreiking participatie (bijlage 8) is bovendien geconsulteerd met milieu- en belangenorganisaties, CRO’s, LEO, Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS) en omwonenden. Na een grondige review door de Luchtverkeerscommissie (LVC) is dit document uiteindelijk vastgesteld door de Minister van IenW en Staatssecretaris van Defensie. De partijen in de LVC committeren zich als zodanig aan dit werkproces en dragen verantwoordelijkheid dit te borgen in de eigen organisatie. Er kunnen omstandigheden zijn (bv. EU regelgeving of harde politieke toezeggingen) die om een andere aanpak vragen en flexibiliteit in de te volgen stappen en doorlooptijden van het werkproces.
In die uitzonderlijke gevallen zullen initiatiefnemer en betrokken partijen in het werkproces tijdig in nauw overleg treden om tot een realistische en haalbare aanpak te komen, waarbij rollen, taken en verantwoordelijkheden van alle partijen binnen het proces geborgd blijven. De toepassing van dit document beperkt zich tot wijzigingen van luchtruim en vliegprocedures in het Nederlandse luchtruim (zie ook bijlage 1) en wordt beheerd door de ATMB. Het document wordt door het bevoegd gezag – de verantwoordelijke inspecties en beleidsdepartementen –, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 21
luchtverkeersdienstverleners en de Aeronautical Information Service dienstverlener, initiatiefnemers en ontwerpers van vliegprocedures gebruikt bij wijzigingen van luchtruim en vliegprocedures. Het document geeft een stappenplan en beschrijft het werkproces tussen de verschillende betrokken actoren, maar is niet opgenomen in regelgeving en heeft derhalve geen formeel juridische status waar rechten aan kunnen worden ontleend. Het gebruik en de toepassing van dit document is gebaseerd op afspraken binnen de LVC partijen om te komen tot zorgvuldige besluitvorming en formele vaststelling van luchtverkeers dienstverleningsgebieden en vliegprocedures door de Minister. Om de gebruiker van dit document te begeleiden door het wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures is het proces opgedeeld in de volgende vijf deelprocessen: 1. Initiatief aanvraag – beschrijft het beoordelingsproces nadat de beleidseenheid een aanvraagformulier heeft ontvangen voor wijzing van het luchtruim en/of vliegprocedure. 2. Concretiseren initiatief – Begeleidt de initiatiefnemer in de concretisering van de voor genomen wijziging en een goedkeuring van het plan van aanpak, incl. participatieplan. 3. Planuitwerking – Beschrijft de stappen benodigd om te komen tot een concreet en goedgekeurd ontwerpdocument 4. Juridisch proces – Moet worden doorlopen als tevens wijziging van regelgeving vereist is. 5.
AIP publicatie proces – Beschrijft de stappen om te komen tot een publicatie in de AIP Figuur 1 geeft een overzicht van het wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures en de goedkeuringsmomenten (‘go/no go’ besluiten) die gerelateerd zijn aan de vijf gedefinieerde deelprocessen. De initiatiefnemer ontvangt voor iedere stap een bevestiging van ontvangst met reactietermijn. In de volgende hoofdstukken is voor ieder van de vijf deelprocessen een toelichting opgenomen. In de toelichting wordt verwezen naar het bijbehorende stroomdiagram en de stappen die binnen het stroomdiagram moeten worden gevolgd. Een initiatiefnemer voor een wijziging dient altijd te beginnen bij stroomdiagram 1, stap 1. Sommige stappen kunnen, afhankelijk van het type en de grootte van de wijziging en in overleg me de ATMB, versneld worden doorlopen of parallel worden uitgevoerd. Voor alle wijzigingen die dit proces doorlopen (i.e. wijzigingen i.r.t. art. 5.10 en art. 5.11 wet luchtvaart) geldt dat te allen tijde het bevoegd gezag (Minister en/of Staatssecretaris) de wijziging moet vaststellen alvorens tot AIP publicatie kan worden overgegaan.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 22
Figuur 1: Overzicht wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures
Overzicht wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures
‘go/no go’
1. Initiatief aanvraag
Registratie
ATM Beleidseenheid
2. Concretiseren initiatief
Plan van aanpak
ATM Beleidseenheid
3. Planuitwerking
Ontwerp document
ATM Beleidseenheid
4. Juridisch proces
Wijzigings regeling
Minister
5. AIP publicatie proces
AIP publicatie
Competente autoriteit (ILT/MLA)
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 23
1 Initiatiefaanvraag
Stroomdiagram
Figuur 2: Stroomschema initiatiefaanvraag
Initiatiefnemer
ATM Beleidseenheid
Start Initiatief aanvraag
ILT/MLA
Valt wijziging juridisch onder 5.10 lid 2 of 5.11 WL ?
1.1 Stuur aanvraagformulier naar ATMB NEE
1.2 Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures van toepassing?
1.2a Advies VLA/MLA en NSA
1.2b Stuur aanvraag door naar juiste loket JA
1.2d Einde proces
1.2c Informeer initiatiefnemer en registreer besluit 1.3 Past wijziging binnen beleid? NEE 1.3a Aanvraag aanhouden of afwijzen 1.3b Informeer initiatiefnemer en registreer besluit
JA
1.4 Type wijziging?
1.5 Light proces Informeer initiatiefnemer en registreer besluit
1.5a Start stap 3.8 (Opstellen melding Staatscourant en aanbiedingsnota voor M)
1.7 Heavy proces Informeer initiatiefnemer en registreer besluit
1.6 Medium proces Informeer initiatiefnemer en registreer besluit
1.6a Start stap 2 (concretiseren initiatief)
1.7a Start stap 2 (concretiseren initiatief)
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 24
1.1 Stuur aanvraagformulier naar ATMB Beschrijving
Een initiatief voor een wijziging luchtruim of vliegprocedure start met het insturen van een aanvraagformulier (zie bijlage 2) bij de ATMB (email: ATMbeleidseenheid@minienw.nl). Het aanvraagformulier kan tevens worden opgevraagd bij de ATMB of kan worden gedownload via de overheidswebsite ‘Luchtvaart in de Toekomst’ https://www.luchtvaartindetoekomst.nl/
Verantwoordelijke
Initiatiefnemer
Benodigde info en criteria
De initiatiefnemers kunnen zijn: • Luchtverkeersdienstverleners: LVNL, MUAC, CLSK; • Luchtruimgebruikers: AOC-houders; • Luchthavenautoriteiten/exploitanten; • Luchtvaart koepelorganisaties (o.a. KNVvL, AOPA, NACA en NV;L • Ministerie van Defensie en/of Infrastructuur en Waterstaat (‘competent authority’); • Provincie(s). Gemeentes, belangenorganisaties, bewonersgroepen en individuele burgers kunnen geen initiatiefnemer zijn. Wel kunnen zij één van de hierboven genoemde partijen benaderen om een initiatief voor een wijziging luchtruim en/of vliegprocedure over te nemen en verder te brengen. Alvorens een initiatiefnemer een verzoek voor wijziging rondom een (regionale) luchthaven indient bij het bevoegd gezag wordt aanbevolen het idee bij bestaande gremia in te brengen. Denk hierbij aan o.a. Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS), Commissie Regionaal Overleg (CRO), Commissie Overleg & Voorlichting Milieu (COVM) en Luchthaven Eindhoven Overleg (LEO).
Extra info
Het wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures beschrijft alle benodigde stappen die moeten worden gevolgd alvorens een structurele wijziging in het luchtruim kan worden doorgevoerd. Dit betreft luchtruimwijzigingen die vallen onder art. 5.10 lid 2 of art. 5.11 Wet Luchtvaart en die te allen tijde door de betreffende Minister(s) of Staatssecretaris(sen) van Infrastructuur en Waterstaat en/of Defensie moeten worden vastgesteld. Voor welke wijzigingen wordt dit aanvraagformulier gebruikt en geldt het werkproces ‘luchtruim en vliegprocedures’? Alvorens een initiatiefnemer een aanvraag voor een wijziging luchtruim, luchtverkeersroute en/of vliegprocedure indient kan deze eerst zelf bepalen in hoeverre de wijziging juridisch valt onder art. 5.10 lid 2 of art. 5.11 Wet Luchtvaart. Een belangrijke richtlijn hiervoor is artikel 23 Procedures en patronen van de Regeling luchtverkeersdienstverlening: De naderings-, vertrek- en wachtprocedures, alsmede de luchtverkeerspatronen voor luchthavenverkeer zijn de procedures en patronen die door de minister zijn vastgesteld en die zijn opgenomen in de luchtvaartgids, hoofdstukken AD 2 en 3. Voor relevante AIP secties zie ook bijlage 1 en de uitwerking daarvan in de onderverdeling AIP wijzigingen (bijlage 3). Voor vragen kan de initiatiefnemer contact opnemen met de ATMB.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 25
1.2 Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures van toepassing? Beschrijving
Zodra de ATMB een initiatief aanvraag voor een wijziging luchtruim of vliegprocedure heeft ontvangen zal eerst een check plaatsvinden of de wijziging juridisch onder art 5.10 lid 2 of art. 5.11 van de Wet Luchtvaart valt. Zo ja, dan volgt een beleidsmatige beoordeling (stap 1.3); zo niet, dan wordt vastgesteld dat de initiatiefaanvraag geen onderdeel is van het wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures en volgen stap 1.2b en 1.2c. 1.2a Advies VLA/MLA en NSA De vakgroep Vliegprocedures en Luchtruim Advies (VLA) en de National Supervisory Authority (NSA) binnen de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Militaire Luchtvaartautoriteit (MLA) van Defensie hebben binnen het wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures primair een toezichthoudende rol. De ATMB kan over de haalbaarheid van het initiatief technisch inhoudelijk advies inwinnen bij de vakgroep VLA, de NSA en/of de MLA. De ATMB is verantwoordelijk voor de beleidsmatige evaluatie en uiteindelijke beoordeling (stap 1.3). 1.2b Stuur aanvraag door naar juiste loket Indien het initiatief een luchtruimwijzing betreft dat niet van structurele aard is of juridisch niet onder art. 5.10 lid 2 of art. 5.11 Wet Luchtvaart valt, hoeft dit werkproces niet verder te worden vervolgd en zal de ATMB, waar nodig, contact opnemen met de juiste instantie voor het in behandeling nemen van het initiatief.
Dit kan een andere afdeling of ander organisatieonderdeel zijn binnen het ministerie van IenW (bv. ILT), het ministerie van Defensie of een ander overheidsonderdeel (bv. Provincie). 1.2c Informeer initiatiefnemer en registreer besluit De beleidseenheid informeert de initiatiefnemer uiterlijk binnen 3 weken (na ontvangst van het aanvraagformulier) over de resultaten van deze beoordeling, de verder te volgen stappen in het proces en registreert het initiatief voorstel, incl. beoordelingsresultaten.
Verantwoordelijke
ATMB
Extra info
De Vakgroep VLA (ILT)/MLA heeft primair een toezichthoudende rol bij de formele vaststelling door onze Minister van de indeling van het luchtruim, van de luchtruimklasse en van luchtverkeersroutes en -procedures zoals vastgelegd in dit werkproces. De National Supervisory Authority (NSA) is gepositioneerd binnen de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en is verantwoordelijk voor het veiligheidstoezicht (vergunningverlening en handhaving) ten aanzien van het luchtruim en de luchtverkeerdienstverleners (ANSP’s). In dat kader heeft de NSA o.a. als taak om op basis van artikel (EU) 2017/373 geplande veiligheid gerelateerde wijzigingen aan het ATM functionele systeem te beoordelen. De ATMB zal op basis van het aanvraagformulier vaststellen of de wijziging juridisch onder art. 5.10 lid 2 of art. 5.11 van de Wet Luchtvaart valt. Art. 5.10 lid 2 en art. 5.11 van de Wet luchtvaart gaan over de vaststelling van luchtruimindeling/classificatie, luchtverkeersroutes en procedures. Ook zal de ATMB een inschatting maken of in het kader van het wijzigings initiatief het in de verwachting ligt dat de regeling luchtverkeersdienstverlening (of andere regelingen) moet worden aangepast.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 26
1.2 Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures van toepassing? Extra info
Over het algemeen geldt dat als de voorgestelde wijziging structureel van aard is en van invloed is op de laterale/verticale begrenzingen van het luchtruimdeel en/of een significante verandering in de ligging van de nominale tracks/profielen van de te vliegen procedure of route tot gevolg heeft waarbij belangen van de omgeving en/of luchtruimgebruikers worden geraakt, deze wijziging onderdeel is van het wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures. Het doorvoeren van informatie updates in het AIP, zoals bv. een koersaanpassing ten gevolge van de verandering in de magnetische variatie, zal derhalve niet de wijzigingsprocedure luchtruim hoeven te doorlopen. Andere voorbeelden hiervan zijn: • Update topografie kaartmateriaal; • Update van obstakels zonder vliegtechnische gevolgen; • Aanpassingen van de ‘Obstacle Clearance Height of Altitude’ (OCH/OCA); • Update kaartstijlen en layout zonder dat er afwijkingen t.a.v. ICAO worden geïntroduceerd. Bij trajecten voor luchthavenbesluiten en -regelingen moet in een vroeg stadium ook het wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures worden gestart indien aanvlieg- en vertrekroutes of procedures op grond van art. 5.11 Wet luchtvaart moeten worden vastgesteld. Zie voor de relatie tussen deze procedures bijlage 3. In dit geval is het noodzakelijk milieueffecten (zoals geluid) in kaart te brengen die worden getoetst via een milieutoetsing.
Indien een wijziging van invloed is op de in luchthavenbesluiten en -regelingen vastgestelde milieuregels en normen en/of een verschuiving van milieueffecten kan worden verwacht, is milieutoetsing ook noodzakelijk en dient afstemming met de ATMB en de betreffende luchthaven plaats te vinden. Luchthavens waarvoor een luchthavenregeling wordt vastgesteld en welke ingericht zijn voor het gebruik door recreatieve luchtvaart, worden niet in de AIP hoofdstuk AD2 of AD3 opgenomen. Derhalve is er voor deze luchthavens geen noodzaak tot formele vaststelling van de vliegprocedures op grond van art. 5.11 Wet luchtvaart en wordt dit wijzigingsproces dan ook niet toegepast. Voor deze luchthavens worden vliegprocedures getoetst in het kader van art. 8.49 of art. 8.64 Wet luchtvaart, dat moet leiden tot de afgifte van een verklaring veilig gebruik luchtruim. Bij twijfel kan contact worden opgenomen met de ATMB.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 27
1.3 Past wijziging binnen beleid? Beschrijving
De gezamenlijke ATM beleidseenheid toetst de aanvraag aan vigerende wet- en regelgeving beoordeelt of het initiatief past binnen het vigerende of voorgenomen (inter)nationale beleid zoals o.a. opgenomen in de luchtvaartnota. Bij twijfel aan de kant van de initiatiefnemer kan deze contact opnemen met de ATMB. Voorts beoordeelt de ATMB aan de hand van het beoordelingskader ‘onderverdeling AIP luchtruimwijzigingen’ (bijlage 3) of en in welke mate de volgende elementen van toepassing zijn op het initiatief voorstel: • Kan de voorgenomen wijziging in concept verder worden uitgewerkt? • Is het wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures van toepassing? • Zijn de initiatiefnemer en ontwerper benoemd? • Welk subproces hiervoor wordt gevolgd (‘light’ of ‘medium/heavy’)? • Zijn de verantwoordelijke en belanghebbende partijen geïdentificeerd? • Is een (uitgebreid) plan van aanpak en een participatieplan benodigd? Het is mogelijk dat het initiatief voor een wijziging luchtruim of vliegprocedure bij het ministerie zelf ligt (IenW of Defensie). Ook in die gevallen zal de ATMB erop toezien dat de rol van initiatiefnemer en ontwerper helder is belegd, met voldoende functiescheiding tussen de rollen beleid en uitvoering (i.e. De ATMB kan niet zelf initiatiefnemer/ontwerper zijn) en alle benodigde stappen van de wijzigingsprocedure luchtruim en vliegprocedures worden doorlopen.
Indien de aanvraag voor een luchtruimwijziging of vliegprocedure beleidsmatig gezien niet past binnen het vigerende of voorgenomen (internationale) beleid, of als er meer tijd of onderzoek nodig is om de initiatief aanvraag verder in behandeling te kunnen nemen dan zal de initiatiefnemer hierover binnen drie weken na ontvangst van de aanvraag worden bericht (stap 1.3a/b).
Verantwoordelijke
ATMB
Benodigde info en criteria
Een initiatiefnemer kan, indien zij zelf niet over de noodzakelijke kennis en expertise beschikt, een (gecertificeerde) derde partij inhuren voor het laten uitvoeren of ondersteunen van werkzaamheden. De initiatiefnemer blijft eindverantwoordelijk voor de binnen het wijzigingsproces aan de initiatiefnemer toebedeelde taken en verantwoordelijkheden. In het kader van de nieuwe Regulation (EU) 2020/469, 14 februari 2020) en verordening (EU) 2017/373 zijn eisen opgenomen i.r.t. het ontwerp van vliegprocedures. Daarbij is o.a. opgenomen dat een organisatie die vliegprocedures ontwerpt gecertificeerd moet zijn. Deze regelgeving gaat in per 27 januari 2022. De certificering wordt in Nederland uitgevoerd door de ILT.
Extra info
Een belangrijk onderdeel van het wijzigingsproces is participatie. In de separate Handreiking participatie (bijlage 8) wordt toegelicht hoe het participatieproces wordt ingericht en welke stappen daarin noodzakelijk zijn. Afhankelijk van de betreffende wijziging kan het participatietraject een gezamenlijke actie zijn tussen initiatiefnemer en bevoegd gezag. In de Handreiking participatie is aangegeven wat de rollen zijn van het bevoegd gezag en de initiatiefnemer.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 28
1.4 Type wijziging? Beschrijving
Valt de initiatiefaanvraag juridisch onder art. 5.10 lid 2 of 5.11 Wet luchtvaart en past de aanvraag binnen het vigerende of voorgenomen beleid, dan checkt de ATMB vervolgens of de wijziging zal leiden tot aanpassing van wet- en regelgeving en maakt op basis van de door de initiatiefnemer aangedragen informatie een inschatting van de complexiteit van de ATM wijziging en de te verwachten bestuurlijk-maatschappelijke gevolgen. De wijziging wordt vervolgens geclassificeerd in één van de volgende 3 type wijzigingen: • Light • Medium • Heavy Light: de wijziging behoeft vaststelling door de minister(s) alvorens deze kan worden gepubliceerd in de AIP. Er is echter geen aanpassing van een ministeriële regeling benodigd en het initiatief hoeft niet verder te worden uitgewerkt in een plan van aanpak. Mogelijk is wel een (relatief klein) ontwerpdocument nodig en voor goedkeuring namens de competente autoriteit moet worden voorgelegd aan de ILT/MLA. De wijziging moet uiteindelijk worden voorgelegd aan de vakgroep VLA/MLA alvorens deze door de Minister kan worden vastgesteld en tot publicatie van de wijziging in de AIP/MILAIP kan worden overgegaan. Medium: de complexiteit3 van de wijziging vraagt om een plan van aanpak met participatieplan. Consultatie stakeholders en/of belanghebbenden en mogelijk beperkte participatie met bestuurlijke partners (provincie/gemeente).
Mogelijk is aanpassing van wet- en regelgeving benodigd. In dat geval vindt ook ondertekening door de minister(s) van de wijzigingsregeling plaats. Internetconsultatie benodigd (zie H 3.2), tenzij de uitzonderingsgronden van toepassing zijn. Heavy: de complexiteit4 van de wijziging vraagt om een uitgebreid plan van aanpak met participatieplan. Het betreft een complexe wijziging met bestuurlijk-maatschappelijke weerslag. Actieve betrokkenheid van ‘ketenpartners: LVNL/CLSK/ MUAC/IenW/MLA is voorzien, alsmede een uitgebreide consultatie met stakeholders en participatie met bestuurlijke partners (provincie/gemeente). Bovendien is directe participatie met belanghebbenden (bv burgers/ omgeving) voorzien en/of internetconsultatie benodigd (uitzonderingsgronden hoogstwaarschijnlijk niet van toepassing). Aanpassing van wet- en regelgeving is zeer waarschijnlijk. In dat geval is ook ondertekening door de minister(s) van de wijzigingsregeling benodigd.
Verantwoordelijke
ATMB
Benodigde info en criteria
Zie bijlage 3 ‘onderverdeling AIP wijzigingen’ om een inschatting te kunnen maken van de type wijziging. De Handreiking participatie geeft een verdere toelichting en verduidelijking voor het maken van een inschatting van de operationele effecten en omgevingseffecten. Noot: in voorkomende gevallen komt het initiatief voor een wijziging voort uit een noodzaak tot wijziging van de regelgeving (o.a. vanwege nationale of internationale verplichtingen). In dat geval is het juridische proces leidend maar kunnen zaken parallel lopen. De participatie zal zich dan over het algemeen, vanwege het dwingend karakter om nieuwe regelgeving door te voeren, beperken tot informeren. Het is dan tevens belangrijk om in een vroeg stadium met alle relevante stakeholders werkafspraken te maken (bv. vanwege verplichte implementatietermijnen).
3 4
Zie Handreiking participatie (bijlage 8). Zie Handreiking participatie (bijlage 8).
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 29
1.4 Type wijziging? Extra info
Een Heavy wijziging onderscheidt zich van een Medium wijziging m.n. wanneer het gaat om wijzigingen die politiek-bestuurlijk en maatschappelijk zeer gevoelig kunnen zijn. Zij raken aan (inter)nationale politieke of bestuurlijke afspraken en/of hebben aanzienlijke (economische) gevolgen voor luchtruimgebruikers of externe partijen/belanghebbenden i.v.m. (nadelige) omgevingseffecten waardoor een bredere afweging van belangen en alternatieven noodzakelijk is. Een Heavy proces is niet noodzakelijk wanneer het gaat om wijzigingen die in overeenstemming zijn met de van kracht zijnde regelgeving of beleidsregels. Andere voorbeelden zijn: wijzigingen die geen invloed hebben op het functionele ATM systeem van andere ANSP’s, zoals een naamswijziging of kleine aanpassingen van luchtverkeersroutes die volledig binnen de aan betrokken ANSP toegewezen luchtverkeersdienst-verleningsgebieden liggen, of operationele wijzigingen waarover tussen de betrokken ANSP’s akkoord bereikt is zoals bijv. De aanpassing van ATS routes in het hogere luchtruim die passen binnen het geldende luchtvaartbeleid. Dit soort wijzigingen kunnen via een Medium of Light proces worden afgehandeld. Regionale luchthavens kunnen kleine operationele wijzigingen, die geen invloed hebben op de milieuaspecten, met inachtneming van de Wet luchtvaart, eveneens middels een Medium of Light proces in de procedure brengen.
1.5 ‘Light’ proces Beschrijving
Als de ATMB de wijziging classificeert als ‘light’ dan wordt de initiatiefnemer hierover geïnformeerd door de ATMB en kan een verkort wijzigingsproces worden gevolgd. De initiatiefnemer kan direct overgaan naar het opstellen van een ontwerp (stap 3.1) dat wordt voorgelegd aan de ILT en Vakgroep VLA/MLA ter controle. De uitkomst van de controle zal worden verzonden naar de ATMB. Zodra de ATMB de instemming van de vakgroep VLA/MLA heeft ontvangen wordt de initiatiefnemer hiervan door de ATMB in kennis gesteld en wordt het ‘light’ proces vervolgd met stap 3.8 van het wijzigingsproces (opstellen aanbiedingsnota voor de minister en melding Staatscourant).
Verantwoordelijke
ATMB
Extra info
(kleine) Aanpassingen, die wel onder art. 5.10 lid2 of art 5.11 WL vallen, maar geen invloed hebben op operationele, technische of bestuurlijke-maatschappelijk effecten worden geclassificeerd als ‘light’. Veelal betreft dit wijzigingen in verband met regulier onderhoud of administratieve wijzigingen in de AIP gids. Een wijziging in het kader van art. 5.10 lid2 of art 5.11 WL zal alleen aan de Minister voor vaststelling worden aangeboden pas nadat de instemmingsverklaring van de vakgroep VLA/ MLA is ontvangen.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 30
1.6 ‘Medium’ proces Beschrijving
Als de ATMB de wijziging classificeert als ‘Medium’ dan wordt de initiatiefnemer hierover binnen 3 weken na ontvangst van de initiatief aanvraag geïnformeerd door de ATMB en kan worden gestart met stap 2 van het wijzigingsproces (Concretiseren initiatief). De ATMB registreert het besluit.
Verantwoordelijke
ATMB
Extra info
Bijlage 3: ‘onderverdeling AIP wijzigingen’
1.7 ‘Heavy’ proces Beschrijving
Als de ATMB de wijziging classificeert als ‘Heavy’ dan wordt de initiatiefnemer hierover binnen 3 weken na ontvangst van de initiatief aanvraag geïnformeerd door de ATMB en kan worden gestart met stap 2 van het wijzigingsproces (Concretiseren initiatief). De ATMB registreert het besluit.
Verantwoordelijke
ATMB
Extra info
Bijlage 3: ‘onderverdeling AIP wijzigingen’
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 31
2 Concretiseren initiatief
Stroomdiagram
Figuur 3: Stroomschema concretiseren initiatief
Initiatiefnemer
ATM Beleidseenheid
Externe partijen & stakeholders
Vakgroep VLA/MLA
LVC
Start Concretiseren initiatief
2.1 Info verzamelen voor Plan van aanpak (PVA) Ref. Handreiking participatie 2.2a Inpassen FABEC procedure
2.2 FABEC luchtruim wijziging? NEE
2.3a Informatie verstrekken
2.3 Bepaal stakeholders/ externe partijen en verzamel informatie
2.4a Geven feedback
2.4 Consulteer ILT en ATM beleidseenheid 2.4b Geven feedback
A2.5 ‘Medium’ of ‘Heavy’ proces? Medium 2.5a Opstellen PVA met participatieplan
Heavy 2.5b Opstellen uitgebreid PVA met participatieplan
NEE
NEE
2.6 Akkoord ATMB
JA
2.6b Start stap 3 (Planuitwerking)
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Defensie | Wijzigingsproces luchtruim en vliegprocedures | 32
2.6a Toetsing PVA en akkoord verklaring
2.1 Info verzamelen voor Plan van Aanpak Beschrijving
De initiatiefnemer zal een Plan van Aanpak (PvA) opstellen zodat voor alle betrokken partijen duidelijk is welke stappen, wanneer, worden ondernomen en wat daarvoor nodig is. Het plan beschrijft de doorlooptijden van de diverse van toepassing zijnde processtappen en activiteiten en op welke gewenste AIRAC datum de wijziging uiteindelijk van kracht moet zijn. Het plan beschrijft tevens de wijze waarop rekening wordt gehouden met feedback van stakeholders/ belanghebbenden op het ontwerp en welke begeleidende documentatie wordt opgesteld (bv. veiligheidsargumentatie, VEMER, milieu onderzoek). Als onderdeel van het plan van aanpak moet tevens een participatieplan (zie Handreiking participatie) worden opgesteld.
Verantwoordelijke
Initiatiefnemers
Extra info
Stap 2.5 geeft een beschrijving van de items die in het PvA voor een Medium of Heavy wijziging moeten worden opgenomen. De Handreiking participatie (bijlage 8) biedt ondersteuning aan de initiatiefnemer en geeft belangrijke achtergrondinformatie en richting voor het opstellen van een participatieplan. Indien het plan van aanpak (incl. participatieplan) deel uitmaakt van een Procedure Ontwerp Document (POD) dan volstaat het indienen van een 1e draft van dit POD, voor zover alle noodzakelijke elementen hierin vermeld staan. Voor een meer gedetailleerde inhoud en noodzakelijke elementen van het PvA zie beschrijving bij stap 2.5.