Boek - Waar-een-wil-is-is-een-omweg
Tekst van het document
37
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Hoofdstuk 3
ENERGIE BESPARING
De meest duurzame vorm van energieverbruik is geen energieverbruik. Een goede manier om energie te besparen is door woningen te isoleren. Daarmee worden ze ook eerder geschikt voor duurzame verwarming op lage temperaturen. Binnen de pilots Energiebesparing zijn de technische mogelijkheden onderzocht om bestaande woningen aan te passen en hoe deze aanpassingen te financieren. Ook is onderzocht of en wanneer bewoners bereid zijn hun woning aan te pakken. Een belangrijke vraag daarbij was hoe je mensen zo ver kunt krijgen om energie te besparen, terwijl ze er geen geld voor (over) hebben.
38
Hoofdstuk 3 / energiebesparing
Er is goed en slecht nieuws te melden. Eerst het goede nieuws. De meest voorkomende woningen in Brabant zijn onderzocht. Al deze woningen zijn met te overziene stappen te verwarmen met water van veertig graden. Dan het slechte nieuws. Slechts een kleine minderheid heeft hier (voldoende) geld voor over. De rest is niet van plan om een bijdrage te leveren of heeft het geld niet. Dit blijkt uit onderzoek dat eind 2020 is uitgevoerd door het PON & Telos naar de houding en het gedrag van de Brabanders ten opzichte van de energietransitie. Toch gloort er hoop. Uit de pilot ‘Thuis energie Besparen doe je zo’ lijkt een aanpak te ontstaan die woningeigenaren het juiste zetje geeft om met hun woning aan de slag te gaan.
Het programma SIE heeft de volgende pilots voor energiebesparing ondersteund: • Thuis energie besparen doe je zo (TEBDJZ). In dit kennis- en leertraject zijn woningeigenaren in vijf gemeenten geholpen om plannen te maken en tot uitvoering te brengen als leerervaring voor de Transitievisie Warmte. Lees meer in het verslag op pagina 140 en de factsheet op pagina 78. • Energie voor iedereen (EVI). In deze pilot is onderzocht hoe huishoudens zonder eigen investeringsmogelijkheden ook deel kunnen nemen aan de energietransitie. Zie factsheet op pagina 80. • Sociale innovatie in de sociale verhuur. Woonstichting Leystromen, de gemeente Goirle en stichting Duurzaam Riel Goirle onderzochten of ze woningeigenaren in de buurt konden verleiden om ook aan de slag te gaan met hun eigen, voormalige sociale huurwoning. Kan de wooncorporatie werken als startmotor voor de verduurzaming van buurten met huur én koop- woningen? Zie factsheet op pagina 82. • Is buurtbegeleiding een publieke taak? In deze pilot bekeken buurtbewoners van drie woonwijken in Eindhoven samen met Buurkracht en de gemeente, hoe een wijk aardgasvrij gemaakt kan worden. De centrale vraag is of de overheid als publieke taak bewoners professionele ondersteuning moet aanbieden bij het aardgasvrij maken van hun woning. Zie factsheet op pagina 84. • Energieadvies van onderop.
Steeds meer particulieren geven energieadvies aan buurt- of stadgenoten. In deze pilot is onderzocht hoe dit vrijwilligersadvies zich verhoudt tot commercieel, professioneel aangeboden energieadvies. Zie factsheet op pagina 86. • Burenregeling (Energie A16). Mensen die het dichtst in de buurt van de windmolens langs de A16 wonen, krijgen geld om hun huis te verduurzamen. Zie factsheet op pagina 88. • Slimme Stappen A16. Met de werkeenheid Energie A16 wordt onderzocht hoe zoveel mogelijk huishoudens in de vier gemeenten rond de A16 ondersteund kunnen worden om energie te besparen. Zie factsheet op pagina 110.
39
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Maatschappij Les 17: Inzicht in de woning zet mensen aan tot actie. Slechts vier procent van de woningeigenaren is in staat om meer dan tienduizend euro te investeren om hun woning energiezuinig te maken, blijkt uit onderzoek van het Tilburgse onderzoeksinstituut het PON & Telos. 43% van de Brabanders is niet bereid om direct een bijdrage te leveren en 42% heeft het geld niet om energiebesparende maatregelen te nemen (Houding en gedrag van Brabanders ten aanzien van de energietransitie, Het PON, 2020). Tegelijk komt de overheid met de grote aardgasvrij-ambitie op de maatschappij af. Dit is een absolute mismatch die tot veel discussies leidt. Een grote groep mensen is best bereid kleine maatregelen te nemen en ervaring leert dat een eerste proeve vaak naar meer smaakt. Maar te grote stappen waar de uitkomst ongewis van is, slaan lam. Tientallen huishoudens starten per dag met een verbouwing, groot of klein. Een uitgelezen kans om duurzame maatregelen te nemen, maar hier geldt echt het spreekwoord ‘onbekend maakt onbemind’. Dat gaat niet alleen op voor bewoners maar ook voor marktpartijen en overheden. Inzicht kan huishoudens hierbij ondersteunen. De ervaring uit de pilots is dat woonwensen zoals comfort en gezondheid vaak een doorslaggevende rol spelen in de keuzes die mensen maken.
Huishoudens zijn alleen bereid om grote investeringen in hun huis te doen op het voor hen geschikte moment. Het bieden van kleine direct toepasbare stappen helpt enorm om mensen in beweging te krijgen. Blowerdoor blaast eigenaren huis uit Uit de pilot ‘Thuis energie besparen doe je zo’ blijkt dat inzicht in de woning en in de eigen woonwensen aanzet tot actie. Vooral het meten van de luchtdichtheid met een zogeheten ‘blowerdoortest’ maakt indruk. Hierbij wordt de lucht met een grote ventilator uit de woning gezogen. De blowerdoortest laat mensen letterlijk voelen hoe de energie uit hun huis verdwijnt als het buiten waait. Het resultaat is elke keer weer verbazingwekkend. Bij matig geïsoleerde huizen wordt de lucht wel tien keer per uur ververst. Frederick Pienaar uit Veldhoven: “Ik schrok van de resultaten. De isolatie en ventilatie in het huis bleken slechter te zijn dan ik dacht. Het dak was zo lek als een mandje. Alle warme lucht vloog daar meteen naar buiten.” Vrijwel alle deelnemers aan de pilot zijn aan de slag gegaan met hun woning, in hun eigen tempo, gebaseerd op hun eigen wensen: startend met de quick-wins van het kierdichten tot en met uitgebreide isolatiemaatregelen en het installeren van ventilatiesystemen met warmteterugwinning. Door de kieren in de woning te dichten
40
Hoofdstuk 3 / energiebesparing
(een goedkope en eenvoudige maatregel) en de ventilatie te verbeteren vermindert het energieverbruik flink. Van deze pilot is een apart verslag gemaakt ‘Thuis energie besparen doe je zo, hoe je eigenaren kunt helpen hun woning te verduurzamen’. Zie pagina 140. Les 18: Energiebesparing kan leiden tot meer energieverbruik (rebound-effect) In de praktijk vallen de besparingen op het energieverbruik een stuk lager uit dan verwacht. Een verwachte besparing van 100 euro levert in de praktijk gemiddeld 72 euro op, blijkt uit onderzoek van econoom Dirk Brounen. Dit wordt het rebound-effect genoemd: als de energierekening daalt, passen mensen hun gedrag aan. Ze zetten de verwarming ongemerkt een graadje hoger of laten het licht langer branden omdat ze zich geen zorgen meer maken over de rekening. Veel huishoudens kunnen een paar tientjes per maand gemakkelijk missen, maar bewoners met een smalle beurs moeten extra opletten dat ze geen geld verspillen (zie ook Berkhout et al., 2000). Bij de aanleg wordt vooraf berekend hoeveel energie er nodig is om een wijk te verwarmen. Als de bewoners vervolgens dertig procent extra energie gaan verbruiken, leidt dit tot problemen: dan moet er ineens extra warmte geproduceerd worden die niet was voorzien, met hogere kosten als gevolg.
Tot slot nog een ander verontrustend effect van energiebesparing: economen Khazzoom en Brookes ontdekten in de jaren tachtig dat energiebesparing op microniveau leidt tot meer energieverbruik op macroniveau: door de afname van energie daalt de energieprijs en dat leidt tot economische groei en dus tot meer energieverbruik (Energy Journal, 1992). En huishoudens die geld besparen op hun energierekening geven dit vaak weer uit aan zaken die veel energie kosten, zoals een vliegvakantie. Thermostaat graadje hoger “Op de bank zaten we vaak in de tocht en boven was het op zonnige dagen te heet om te werken. De kozijnen bleken rot en waren aan vervanging toe.” Joris van Boxtel woont met zijn vrouw en twee kinderen in een modern jaren negentig huis in Goirle. Als projectleider van de pilot ‘Thuis energie besparen doe je zo’ wilde hij zelf ook ervaren wat het betekent om met je woning aan de slag te gaan.
41
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
“De stappen die ik zelf heb gezet, verdienen we niet terug met de energierekening. Maar wanneer ik kijk naar alle woonlasten, inclusief onderhoud, dan is het plaatje ineens een stuk rooskleuriger. Voor mij is het belangrijkste resultaat dat we nu heerlijk wonen, in een gezond en comfortabel huis. En onze energielasten zijn een stuk lager.” Daar zit ook meteen een nadeel aan, merkt Van Boxtel: “Nu de warmte niet meteen naar buiten vliegt, zet ik voor het comfort gemakkelijker de thermostaat een graadje hoger. En dat is natuurlijk niet de bedoeling als je energie wilt besparen. Misschien is hier een bewustwordingscampagne nodig om energieverspilling tegen te gaan die vaak ontstaat na het nemen van energiebesparende maatregelen.” Les 19: Mensen gaan niet rationeel om met geld. Gedragspsychologen Gert Slob en Kyron Olmeijer werkten mee aan het digitale magazine “7 succesfactoren voor een haalbare en betaalbare warmtetransitie”. Zij benadrukken dat veel veranderpogingen mislukken omdat we veel misvattingen hebben over menselijk gedrag. Vaak gaan we er ten onrechte vanuit dat mensen rationeel denken en handelen, bijvoorbeeld als het over geld gaat. Alleen het vooruitzicht dat ze geld kunnen besparen, zet mensen nog niet tot actie aan. Dat doen ze pas als iets heel relevant voor ze is. Slob en Olmeijer stellen voor dat gemeenten beter aansluiten bij wat de inwoners beweegt.
Ambtenaren moeten de wijk ingaan, contact maken met de bewoners en zo onderzoeken wat hen drijft. Ze krijgen veranderingen gemakkelijker voor elkaar als ze aansluiten bij de ‘natuurlijke momenten’ waarop bewoners toch al met hun woning aan de slag gaan. Ook kunnen ze gebruik maken van de sociale cohesie in de wijk. Over gedrag in de energietransitie is een webinar gehouden, in de reeks ‘In gesprek met de wetenschap’ (terug te vinden op energiewerkplaatsbrabant.nl). Energiebespaarboxen We zagen dat Energiebespaarboxen een dag na uitdeling via Marktplaats verkocht werden voor veertig euro, terwijl de ledlampen, tochtstrips en radiatorfolie tot wel € 150 per jaar voordeel op de energierekening kunnen opleveren. Een oplossing hier zou kunnen zijn om ook een service aan te bieden die de tochtstrips en radiatorfolie direct voor de inwoners komt installeren, bijvoorbeeld door een klussenbedrijf dat met een busje langskomt.
Markt Les 20: Er is een bondgenoot nodig. Voor de bewoner, voor de gemeenten en ook voor marktpartijen. Marktpartijen lopen vaak te ver voorop en leggen te weinig nadruk op samenhang. Er is te veel aanbod van allerlei losstaande maatregelen - of beter gezegd producten. Elke leverancier vindt
42
Hoofdstuk 3 / energiebesparing
zijn eigen oplossing het beste. Het is nu een aanbodgestuurde markt, door subsidies gedreven, waarin elke samenhang ontbreekt. Hun klanten zien door de bomen het bos niet meer. Het belang van de bewoners moet centraal staan, in een zo goed mogelijke samenhang met de gemeentelijke transitieplannen. De transitievisie warmte en de wijkplannen gaan houvast bieden voor een koers richting aardgasvrij. Dit gaat de markt een kans bieden om veel gerichter een aanbod te maken. Op basis van pilots in de wijken zijn “zeven succesfactoren voor een haalbare en betaalbare warmtetransitie” geformuleerd. Een ervan is de bondgenoot. Dit is een onafhankelijke deskundige die ‘naast’ de individuele bewoner gaat staan, inzicht geeft en het gesprek aangaat over de gewenste woonsituatie. Gaandeweg werd duidelijk dat ook de gemeenten en zelfs marktpartijen baat zouden hebben bij een bondgenoot: iemand die de verbinding weet te leggen tussen alle betrokken partijen en mogelijkheden. De vraag is waar die bondgenoot vandaan moet komen. Voor de bewoner kan hij afkomstig zijn van een lokale energiecoöperatie. De bondgenoot voor gemeenten kan komen vanuit de provincie. En de marktpartijen kunnen een bondgenoot vinden in hun brancheorganisaties. Voorwaarde is dat de bondgenoot onafhankelijk en betrouwbaar is, en oog heeft voor de gehele energietransitie.
Energieadvies van onderop In de pilot ‘Energieadvies van onderop’ is onderzocht hoe het advies van vrijwilligers zich verhoudt tot commercieel advies. Hieruit blijkt dat mensen vaak meer vertrouwen hebben in iemand die ze kennen dan in een onbekend iemand van de overheid of een commerciële partij. Energieadviseur Robert Linck geeft zo’n veertig adviezen per jaar in Oisterwijk en omgeving. Hij werkte mee aan het onderzoek naar het verbeteren van de energieadviezen: “Woningeigenaren krijgen van alle kanten informatie die niet eenduidig, tegenstrijdig en vaak onjuist is. Hierdoor raken ze in de war en doen vervolgens niks meer. Dit moeten we veranderen: we moeten de bewoners helpen met onafhankelijke professionele adviseurs die oog hebben voor de persoonlijke situatie van mensen. Gemeenten kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld met het opzetten van een energieloket, zoals bij ons in de bibliotheek van Oisterwijk.” Het onderzoeksrapport ‘Energie advies van onderop rapportage’ is te vinden op Energiewerkplaatsbrabant.
43
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Les 21: Collectieve inkoopacties zijn goed voor enkelvoudige maatregelen, maar kunnen een meer integrale aanpak in de weg staan. Gemeenten en ook lokale initiatieven organiseren graag collectieve inkoopacties om woning eigenaren op weg te helpen. De Consumentenbond doet mee, net als de Vereniging Eigen Huis. Er ontstaan aparte bedrijven rond deze inkoopacties, betaald door de overheid vanuit subsidie regelingen als RRE(W). Deze acties houden geen rekening met de toekomstige wijkplannen of met de plannen van individuele bewoners om hun woning aardgasvrij te maken. Onder het mom van ‘het zijn toch geen spijt-maatregelen’, wordt de bewoner aangemoedigd om collectief isolatie, zonnepanelen of warmtepompen in te kopen. Het laaghangend fruit wordt geplukt, maar de echt grote stappen moeten dan nog gezet worden. En door het nemen van kleine maatregelen hebben veel bewoners ten onrechte het idee dat hun huis voldoende geïsoleerd is en dat ze verder niets hoeven te doen. Marktpartijen die een integraal aanbod voor de woning bieden, krijgen het door deze inkoop-acties veel lastiger. Een wijkaanpak wordt moeilijker, een collectief warmtenet krijgt een minder gunstige businesscase en de bewoners zien nog steeds het bos niet. Wie verdient de investering terug? De opbrengsten van besparingsmaatregelen lopen sterk uiteen.
Een bewoner die nog niets aan zijn woning heeft gedaan, kan met een combinatie van isolatie, zonnepanelen en lage temperatuur radiatoren kostenneutraal zijn woning verbouwen. Hij verdient zijn investering binnen afzienbare tijd weer terug, met als extra voordeel dat hij jarenlang in een comfortabele, veilige, CO2-neutrale en waardevaste woning kan wonen. Een bewoner die jaren geleden zijn woning heeft geïsoleerd en zonnepanelen op het dak heeft gelegd, heeft deze maatregelen al na vijf jaar terugverdiend. De veel lagere energielasten zijn ‘verdwenen’ in de huishoudportemonnee. De investering in de rest van het huis is voor hem een uitgave die zich niet meer ‘terugverdient’. Deze bewoner is dus niet met verhalen over terugverdientijden te verleiden om in actie te komen. Er is behoefte aan duidelijkheid, ook voor marktpartijen. Kiezen we voor een stapvoor-stap aanpak, een contingentenaanpak met clusters van dezelfde woningen, of voor wijkaanpakken?
44
Hoofdstuk 3 / energiebesparing
Het zijn toch geen spijtmaatregelen.
45
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Les 22: Verbeter de aanpak van woningcorporaties in projecten met gespikkeld bezit. Woningcorporaties kunnen een startmotor zijn voor het verduurzamen van woonwijken met een mengeling van huurwoningen en voormalige huurwoningen. Dit wordt gespikkeld bezit genoemd. Het idee is dat de woningcorporatie die zijn huurwoningen aanpakt, meteen de voormalige huurders aanbiedt om mee te doen. Het gaat immers om hetzelfde soort woningen, vaak naast elkaar in dezelfde straat. De praktijk blijkt niet zo eenvoudig als gedacht. Voormalige huurders willen om uiteenlopende redenen geen gebruik maken van het aanbod van de woningcorporatie. Soms ligt het aan de aannemer die geen extra moeite wil doen, soms sluit het aanbod onvoldoende aan bij de w ensen en de timing van de woningeigenaren. Voormalige huurders doen niet mee In Goirle knapt wooncorporatie Leystromen 45 huurwoningen op. De woningen staan in een buurt met 85 huizen die de corporatie in het verleden heeft verkocht. Leystromen wilde deze voormalige huurders graag de kans geven om mee te doen met het renovatieproject. Het liep helaas op niets uit. Aanvankelijk waren er zo’n tien belangstellenden, maar die haakten om uiteenlopende redenen allemaal af. De inzet van de woningcorporatie en de lokale stichting Duurzaam Riel Goirle kostte ettelijke tienduizenden euro’s en leverde niks op.
46
Hoofdstuk 3 / energiebesparing
Als belangrijkste redenen om niet mee te doen, werden de financiering of een persoonlijke situatie genoemd. Daarnaast kwam in enkele gevallen het moment van de werkzaamheden niet goed uit. Om woningeigenaren over de streep te trekken, blijkt veel meer tijd nodig dan gehanteerde tijdslijn om huurders te informeren. Ze doen er langer over om inzicht te krijgen en een plan voor hun woning te maken. Bovendien wachten ze op een voor hen natuurlijk moment om de woning te verduurzamen. Het is dus belangrijk om daar rekening mee te houden. Dit kan bijvoorbeeld door een aanbod langer te laten staan en door ze te helpen bij het maken van een plan voor hun woning.
Macht Les 23: Faciliteer een snelle invoering van het nieuwe energielabel. Elke woning heeft sinds 2015 een voorlopig energielabel. Dit label geeft slechts een indicatie van het energieverbruik. In de praktijk was het gemakkelijk online aan te vragen en te manipuleren. Een directe link met het werkelijke energieverbruik in de woning ontbreekt daardoor vaak. Pas bij de verkoop van de woning moet een definitief energielabel overlegd worden. Het nieuwe energielabel heeft verschillende voordelen. Allereerst de betrouwbaarheid: een energieadviseur onderzoekt de woning. Ten tweede: een betere berekening van het energieverbruik (energieverbruik per vierkante meter per jaar). En ten derde: de woningeigenaar krijgt meteen een indicatie van de energierekening en hoe de woning zuiniger gemaakt kan worden. Helaas verloopt de invoering van het nieuwe energielabel niet bepaald soepel. Allereerst is het label zo’n honderd euro duurder. Daarnaast mag ook nog het oude label gebruikt worden bij de verkoop van de woning. En tot slot weten veel mensen niet wat het label van hun eigen woning is. Dat is jammer, want zo missen ze dus veel relevante informatie over hun woning. Past het energielabel bij het buurtsysteem? Een woning is een puzzelstukje in de buurt-wijkpuzzel. Het is nog vaak onduidelijk hoeveel isolatie er nodig is.
Dat hangt namelijk mede af van het toekomstige buurtsysteem: als er een warmtenet komt met hoge temperaturen, dan hoeft er vaak weinig gedaan te worden. Als onderdeel van de prestatieafspraken met de overheid ging woonstichting Leystromen de huurwoningen aanpakken. Er moest minimaal een label B (oud label) gehaald worden. Het pakket maatregelen voorzag niet in een aardgasvrije eindsituatie, maar wel in een verlaging van de CO2-uitstoot. De gemeente had nog geen idee over het toekomstige energiesysteem en de bijbehorende isolatievraag in deze buurt. De corporatie schrijft maatregelen af in vijfentwintig jaar. Uitgevoerd in 2022 betekent dit dat de corporatie pas weer in 2047 extra maatregelen aan de schil van de woning zal uitvoeren. Logischer was het geweest om vooraf te bepalen of de maatregelen bijdragen aan een buurt zonder aardgas, en het in een keer goed te doen.
47
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Les 24. Geef meer betekenis aan woonlastenneutraliteit. In de energietransitie speelt het streven naar woonlastenneutraliteit een belangrijke rol. Het idee hierbij is dat de besparing op de energierekening gebruikt kan worden voor het financieren van maatregelen in de woning. Zo kan met een besparing van € 100 per maand in dertig jaar tijd een hypotheek worden afgelost van € 30.000. Woonlastenneutraliteit is een mooi streven, maar uit de pilots blijkt dat de warmtetransitie voor grote groepen woningeigenaren en huurders extra kosten met zich gaat meebrengen. Mensen die nu al zuinig met energie zijn, verdienen de maatregelen meestal niet terug; warmte-minnende mensen vaker wel. Groot onderhoud van de woning wordt vaak niet verrekend met het nemen van energiemaatregelen, terwijl dat aanzienlijk scheelt in de investering. Als je kozijnen verrot zijn, moet je ze toch vervangen. Dat geld kun je dan investeren in zuinigere kozijnen en glas. Ook zijn de investeringen verder terug te verdienen door de besparing te gebruiken voor nieuwe maatregelen. Stel je hebt zonnepanelen en bespaart zo elk jaar zeshonderd euro op je elektriciteitsrekening. Als je dat geld gebruikt om je woning te isoleren, kan de energierekening nog verder naar beneden en komt de woonlastenneutraliteit weer wat dichterbij.
Opmerkelijke verschillen in energieverbruik Het type woning zegt niet alles over het energieverbruik, zo bleek uit de pilot ‘Thuis energie besparen doe je zo’. In een appartementencomplex met allemaal dezelfde woningen met hetzelfde energielabel liep het aardgasverbruik uiteen van minder dan 800 tot ruim 2000 kubieke meter per jaar. Het laagste verbruik kwam voor rekening van een eenpersoonshuishouden met de verwarming op achttien graden. Het hoogst gemeten verbruik had een tweepersoonshuishouden waar de verwarming de hele dag op 21 graden staat. Voor de ‘warmteminnende’ bewoners valt er genoeg geld te verdienen met het aanpakken van de woning. De zuinige bewoner komt echter besparing tekort om investeringen terug te verdienen. Er zijn grote verschillen in het energieverbruik per huishouden, zoals blijkt uit de illustratie hiernaast van 72 woningen. In dit voorbeeld leeft ruim een derde van de mensen zo zuinig dat er nog nauwelijks energie bespaard kan worden. Voor deze mensen is er dus geen financieel argument om hun woning aan te passen. Zij zullen dus om andere redenen in actie komen, zoals meer comfort, een grotere woonruimte of de woning moderniseren. Een mogelijke oplossing is om de zuinige bewoner minder energiebelasting te laten betalen en de warmteminnende bewoner meer.
Dit kan door de heffingskorting op de energiebelasting voor iedereen te verhogen en het energieverbruik progressief te belasten.
48
Hoofdstuk 3 / energiebesparing
aantal woningen
zeer zuinig
zuinig
royaal
warmte minnend
zeer warmte minnend
aantal woningen per profiel
72
28
15
13
8
8
energiegebruik van tot
m3 / jaar 8 804
m3 / jaar 823 1.042
m3 / jaar 1.059 1.341
m3 / jaar 1.351 1.605
m3 / jaar 1.696 2.291
Zelfde type woningen, grote verschillen in energieverbruik.
49
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Geld lenen is voor de meeste mensen geen aantrekkelijke optie.
50
Hoofdstuk 3 / energiebesparing
Les 25: Zet subsidies zo in dat iedereen er gebruik van kan maken. Subsidies voor energiebesparing en -opwek komen vaak terecht bij een beperkte groep mensen. Meestal zijn dit woningeigenaren met voldoende geld om te investeren in isolatie, warmtepompen en zonnepanelen. Grote groepen mensen (huurders, mensen met lage inkomens en woningeigenaren zonder geschikt dak) komen niet voor subsidies in aanmerking, maar betalen via de Opslag Duurzame Energie (ODE) op hun energierekening daar wel aan mee. Beter is het dus om te kijken naar maatregelen waar iedereen van kan profiteren. Praktische hulp Tijdens de pilot Energie voor Iedereen (EVI) bleek hoe lastig gemeenten het vaak vonden om in contact te komen met mensen zonder geld. Een oproep in de lokale krant werkte niet. De privacywet AVG hielp ook niet om mensen te benaderen. Bleef over: persoonlijk contact leggen. Maar ook dan bleef het moeizaam. Veel mensen met een smalle beurs schamen zich voor hun armoede en wijzen hulp af. Vaak ook wantrouwen ze de overheid. Merel van de Tillaart, beleidsmedewerker duurzaamheid gemeente Bernheze vertelde tijdens het webinar ‘Energie voor iedereen’ dat mensen vooral praktische hulp willen: “Geld lenen is voor de meeste mensen geen aantrekkelijke optie. Zij zien dat als een verzwaring van hun vaste lasten.
Waar wij met voorstellen kwamen, wilden de bewoners vooral weten wat ze zelf aan hun woning konden doen. Zij zetten liever kleine stapjes om kosten te besparen.” Deze doelgroep heeft persoonlijke hulp nodig bij het (stapsgewijs) uitvoeren van kleine maatregelen. Zij moeten ontzorgd worden zonder dat het ze extra geld kost.
51
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Hoofdstuk 4
WARMTE (COLLECTIEF)
Een van de grootste uitdagingen in de energietransitie is het duurzaam verwarmen van onze woningen. Elke gemeente heeft h iervoor in 2021 een Transitievisie Warmte opgesteld, waarin staat welke wijken voor 2030 al van het aardgas gaan. Waar mogelijk krijgen wijken een warmtenet dat gevoed wordt met duurzaam opgewekte warmte, maar het merendeel van de huizen zal op een andere wijze verwarmd moeten worden.
52
Hoofdstuk 4 / warmte (collectief)
Er zijn gemeenschappen die niet afwachten tot de gemeente met plannen komt. Zij gaan zelf aan de slag. Een aantal van deze projecten zijn door het programma SIE gevolgd en ondersteund. Het blijkt erg complex te zijn: financieel, technisch en vooral sociaal. Succesvolle collectieve aanpakken zijn dan ook zeldzaam. Mooie uitzondering is het dorp Terheijden, waar het Traais Energie Collectief alle mogelijke energiebronnen voor hun ‘energievrijstaat’ benut. Een stuk eenvoudiger is het aanleggen van een duurzame warmtevoorziening in een nieuwbouwwijk, zoals het Tilburgse Fabriekskwartier. Hier gaan de toekomstige bewoners veel minder betalen dan de maximale tarieven die de ACM toestaat. Hoe? Door de belangen van de eindgebruiker voorop te stellen.
Het programma SIE heeft de volgende warmte-pilots ondersteund: • Warme kernen. Hoe organiseren bewoners zich rond initiatieven met collectieve warmtenetten? Deze vraag is onderzocht in Hedikhuizen, Nispen, Dotterveld, Terheijden, ‘s-Hertogenbosch (ECO Zand) en Tilburg (Fabriekskwartier). Lees meer in het verslag op pagina 154 en de factsheets vanaf pagina 101. • 7 succesfactoren voor een haalbare en betaalbare warmtetransitie. De ervaringen met het verduurzamen van wijken zijn gebundeld in een online magazine. Zie factsheet op pagina 92. • Warmte-initiatieven, lessen van de voorhoede. Samen met HIER is nagegaan welke uitdagingen lokale warmte-initiatieven moeten overwinnen. Zie factsheet op pagina 94. • Is buurtbegeleiding een publieke taak? Met de gemeente Eindhoven is deze vraag onderzocht in drie pioniersbuurten die aardgasvrij wilden worden. Zie factsheet op pagina 98. • Hedikhuizen Duurzaam. Het kleine dorp Hedikhuizen wil zelfvoorzienend zijn. De inwoners kregen ondersteuning om samen oplossingen te bedenken voor een aardgasvrij Hedikhuizen o.a. met het gebruik van restwarmte uit de lokale steenfabriek. Zie factsheet op pagina 100. • Warmte sportclubs. Samen met Sportservice Brabant en Hocosto is onderzocht of Sportpark Vijf Eiken (Rijen) duurzaam te verwarmen is met een combinatie van zonthermie en warmteopslag. Zie factsheet op pagina 108.
• Van regionale energie- en klimaatstrategie naar lokale energie agenda. In Hart van Brabant is onderzocht hoe de uitwerking van het lokaal eigendom van energieprojecten binnen de REKS-opgave het beste opgepakt kan worden. Zie factsheet op pagina 70. • Experimenteren met wijkaanpakken. In de gemeenten Breda (Prinsenbeek) en Tilburg (Udenhout) is bekeken of een wijkaanpak voor de warmtetransitie werkt. Zie factsheet op pagina 96. • De Heldenreis van de Traaienaren – Traais Energie Collectief (TEC). Samen met TEC is onderzocht wat de kritische succesfactoren zijn om lokale duurzame energie voor het hele dorp Terheijden te organiseren. Zie factsheet op pagina 109.
53
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Maatschappij Les 26: Veranderen is leuk, veranderd worden niet. De warmtetransitie is een taai proces. Dat is deels psychologisch te verklaren (we houden niet van opgelegde verandering) en deels ook doordat nog veel onduidelijk is. Welke technieken gaan we gebruiken, hoe gaan we het betalen, wie helpt ons, wat is de nut & noodzaak? De mensen die nu starten met collectieve projecten, moeten allerlei uitdagingen overwinnen en zich een weg door een oerwoud van regels en andere obstakels hakken. Tegelijkertijd is de stap naar aardgasvrij voor de meeste mensen nog te groot om in een keer te zetten. En een subsidiegedreven aanbod sluit vaak niet aan op de wensen en behoeften van de bewoners. Zij zijn er nog niet klaar voor of een passende financiering ontbreekt nog. Prinsenbeek wil de warmtetransitie zelf leiden De gemeente Breda onderzoekt in het kader van de Transitievisie Warmte welke wijken voor 2030 van het aardgas kunnen. De verantwoordelijke wethouder stelt voor dat Prinsenbeek als eerste gaat, mede omdat in de wijk al een lokaal initiatief is gestart. De pers pikt het verhaal op en de inwoners van het dorp reageren geschrokken omdat zij het voornemen van de gemeente nog niet kennen. Het Dorpsplatform Prinsenbeek wil zeggenschap en komt met een eigen plan.
Een lid van het dorpsplatform legt uit dat het dorp best aardgasvrij wil worden: “We willen echter zelf het tempo en de manier waarop kunnen bepalen, met hulp van overheden en specialisten.” Het liefst wil het platform een burgerplatform opzetten en een analyse maken van de bijna vijfduizend woningen in het dorp. Vervolgens moet er stap voor stap worden gewerkt: “Er zullen mensen zijn die snel aan de slag willen, maar ook bewoners die de plannen uit financiële overwegingen willen parkeren of er gewoon nog niet aan toe zijn. Iedereen kan in zijn eigen tempo aanhaken.” Het dorpsplatform is voorstander van een Slimme Wijken-aanpak, waarbij bewoners stapsgewijs geholpen worden aardgasvrij-ready te worden: “Achter vrijwel elke voordeur moet iets gebeuren om te kunnen omschakelen naar aardgasloos. Voordat we overstappen, willen we de huizen eerst zoveel mogelijk isoleren.” Les 27: Omarm de complexiteit. In de wijk komt alles samen. Naast het klimaat spelen er nog tal van vraagstukken zoals duurzaamheid, leefomgeving en onderhoud. De opgave is complex. Het kost veel kruim om orde te scheppen: in oplossingen, structuren, regels, techniek, maar vooral tussen mensen. Dus is het logisch dat de gemeente regelmatig in de wijk komt om met mensen te praten en mee te denken over oplossingen.
In het digitale magazine ‘7 succesfactoren voor een haalbare en betaalbare warmtetransitie’ wordt dat een scharrelambtenaar genoemd.
54
Hoofdstuk 4 / warmte (collectief)
Orde in de chaos In Terheijden werkt het Traais Energie Collectief (TEC) aan een duurzame energie voorziening voor het dorp. De leden van het energiecollectief in Terheijden waren na het stoeien met allerlei uitdagingen de draad een beetje kwijtgeraakt. Toch zijn ze tot een wederopstanding van het collectief gekomen. Dit proces is beschreven door a ntropologe Ragnhild Scheifes in haar publicatie ‘De heldenreis van de Traaienaren’. Scheifes noemt verschillende ingrediënten die het Traaise initiatief uiteindelijk succesvol maken, zoals een grondige verkenning, het betrekken van sleutelfiguren, het breed werven van leden, het aansluiten bij bestaande initiatieven en het organiseren van de samenwerking tussen vrijwilligers en professionals. Een deel van het succes is ook te danken aan het vertellen van een verhaal dat de mensen aanspreekt en dat aansluit bij de lokale context. Daar zijn ze in Terheijden zeer goed in geslaagd. Daarbij hielp het om inzicht te krijgen in de onderlinge relaties tussen mensen. Een hulpmiddel hierbij is een sociogram, zoals hieronder afgebeeld.
55
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Les 28: Eigenbelang gaat voor collectiviteit. De meeste mensen kijken niet veel verder dan hun directe omgeving, zoals hun gezin, familie of straat. We zijn van nature minder begaan met het lot van mensen aan de andere kant van de wereld, laat staan met de hele planeet. Zodra onze eigen belangen in het geding komen door collectieve belangen, ontstaat er veel wrijving. Dit zien we niet alleen bij de klimaatcrisis, maar bijvoorbeeld ook bij de coronapandemie. Samenwerken geeft gedoe en gedonder. We streven naar het behoud van bestaande situaties en de pijn van verlies weegt zwaarder dan het plezier van de winst (in de psychologie heet dit verliesaversie). Als het behoud of verlies van het ‘eigen’ belang afhankelijk wordt van de omgeving, zal men eerder geneigd zijn samenwerking op te zoeken. De vrijwel onmogelijke opgave is dan ook om nut & noodzaak van lokale actie (korte termijn) te verbinden met het voorkomen van verdere opwarming van de aarde (lange termijn). Er moet dan ook gezocht worden naar andere ‘urgente’ belangen/behoeften om samenwerking op te baseren. Evolutionair psycholoog Mark van Vugt (Vrije Universiteit Amsterdam) legde in dagblad Trouw uit hoe onze oerdriften vaak conflicteren met duurzaam gedrag. Volgens hem worden we gedreven door eigenbelang, kortzichtigheid, status en na-aapgedrag. Dit zit in onze genen.
Om van ons duurzamer levende mensen te maken, hoeven onze prehistorische hersenen echter niet te veranderen, stelt Van Vught: “Als we maar de goede sociale prikkels krijgen, dan gaan we onszelf automatisch duurzamer gedragen.” Eigen belang wint Binnen een van de pilots werkten vijf gemeenten samen om 100.000 zonnepanelen te installeren met de participatie van lokale energiecoöperaties. De postcoderoosregeling is hier bij uitstek geschikt voor. De energiecoöperaties in de vijf gemeenten zagen hier wel wat in (sommige meer dan andere). Dit vroeg wel om een professionaliseringsslag bij de coöperaties. De betrokken professionals zouden betaald kunnen worden uit de opbrengst van de zonneprojecten. Maar de kost gaat voor de baat uit en dus moest er eerst geld komen. Ingehuurde, externe projectleiders stelden voor om een gezamenlijk fonds op te zetten. Met het geld zouden de zonnevelden aangelegd worden, waarna het terugbetaald kon worden vanuit de opbrengsten. Daarna zou het geld opnieuw geïnvesteerd kunnen worden in nieuwe projecten. Een revolverend fonds dus. Enkele coöperaties vonden dit een goed idee, al bleek de ontwikkeling van een fonds een grote opgave voor de vrijwilligers. Toen een van de deelnemende coöperaties eigen
56
Hoofdstuk 4 / warmte (collectief)
financiering vond, verviel het gezamenlijke doel. De overblijvers waren met te weinig om door te kunnen pakken. Een mogelijke oplossing van dit probleem kan zijn om regionale fondsen op te zetten, zoals in de RES West-Brabant wordt onderzocht/voorbereid. Of juist om goede sociale prikkels te geven. Denk hierbij aan het onderstrepen van verwantschap tussen samenwerkingspartners, of status en na-aapgedrag positief om te zetten richting duurzaamheidsmaatregelen. Waarom rijd jij nog niet in een Tesla?
Markt Les 29: Door een transparante prijsopbouw kan duurzame warmte mogelijk goedkoper. Hoeveel kost duurzame warmte? En hoe wordt deze prijs bepaald? De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft de prijs weliswaar gemaximeerd, gebaseerd op de aardgasprijzen, maar hoe zit het met de werkelijke kosten? Daar is lastig inzicht in te krijgen, bleek tijdens de pilots Warme kernen. In andere landen is de prijsopbouw gewoon openbaar. In Denemarken bijvoorbeeld is alles transparant gemaakt. Er mag vanuit wetgeving namelijk geen geld verdiend worden aan collectieve warmteprojecten. Het systeem in Denemarken is gebaseerd op een kostprijsplus-benadering. Via catalogi heeft iedereen inzicht in de prijzen van alle zaken die nodig zijn om warmte op te wekken en te leveren. En de overheid stimuleert lokaal eigendom van warmtenetten via laagrentende leningen. Te hoge prijzen voor warmte Hoe zit het in Nederland met de kosten van collectieve warmte? Een rondgang langs diverse ingenieursbureaus leerde dat er wel modellen zijn, maar dat deze niet openbaar gedeeld worden. Hoogleraar Annelies Huygen (Universiteit Utrecht, TNO) becijferde dat we in Nederland veel meer betalen voor warmte dan in het buitenland. Duitsers, Denen en Zweden zijn twintig tot veertig procent goedkoper uit. Dit werd het thema van het derde Energiecafé van het programma SIE.
Naar aanleiding van deze bijeenkomst meldde de gemeente Tilburg zich met het Fabriekskwartier als oefenproject. Na onderzoek blijkt dat de warmteprijs per jaar per huishouden tot wel 600 euro lager kan dan het maximale tarief dat volgens de ACM berekend mag worden. En voor bestaande woningen zou het tot 300 euro per jaar kunnen schelen (meer over Fabriekskwartier in les 30).
57
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Les 30: Zet bij nieuwbouwprojecten in op een warmtecollectief. Uit alle pilots blijkt hoe financieel complex het is om een collectief warmtesysteem aan te leggen. Dit geldt voor bestaande wijken, maar ook voor nieuwbouwprojecten. Er zijn (zeer) hoge aanloopkosten om onderzoek te doen en er is geld nodig om risico’s te beheersen en de bewoners goed bij de plannen te betrekken. En tot slot is er kapitaal nodig voor de aanleg van het systeem. Bij nieuwbouwprojecten kunnen gemeenten en ontwikkelaars een samenwerking opzetten met toekomstige bewoners. Hierbij kan de gemeente vooraf sturen, voorwaarden bepalen en mogelijke risico’s afdekken (verzekeren). De ontwikkelaar kan, in plaats van voor maximale winst te kiezen, ook in het belang van de eindgebruiker bouwen. In de pilot Fabriekskwartier wordt geëxperimenteerd met het inrichten van een coöperatieve vereniging die eigenaar van het warmtesysteem wordt. In het appartementsrecht is dit soort zaken goed geregeld via een vereniging van eigenaren (VvE). Voor coöperatieve verenigingen die samen warmte exploiteren nog niet. 1,1 miljard besparing Binnen de pilot Fabriekskwartier in Tilburg werd gezocht naar een geschikte organisatievorm voor het kostprijsplus-model (zie les hiervoor). Volgens dit model krijgen de bewoners warmte tegen de laagst mogelijke kosten.
Een aantal toekomstige bewoners was al bekend en wilde hier graag over meedenken. Zij willen een coöperatieve vereniging opzetten die het gezamenlijk eigendom en de exploitatie van het warmtesysteem gaat uitvoeren. Of beter gezegd: overnemen, want de installatie moet natuurlijk eerst worden aangelegd voordat de bewoners ‘inhuizen’. Het kostprijsplus-model vraagt een betrokken ontwikkelaar, een sturende en faciliterende gemeente en marktpartijen die in het belang van de toekomstige bewoners werken. De risico’s voor de toekomstige bewoners zijn goed te overzien. Het berekenen van de maximale ACM-tarieven voor het opvangen van deze risico’s, zoals de markt nu toepast, is nergens voor nodig. Gelet op de grote nieuwbouwopgave in Brabant adviseert het programma SIE de Brabantse overheden hier bijzondere aandacht aan te geven. Zo zouden ze kunnen onderzoeken of een Energiefonds Brabant of een ontwikkelbedrijf (zoals nu in Hart van Brabant wordt opgericht) de ontwikkelfase van collectieve warmtesystemen kan verzorgen en die vervolgens ‘warm’ overdragen aan de toekomstige bewoners. Met het kostprijsplus-model kunnen bewoners 600 euro per jaar besparen op hun warmte.
Als in Brabant 125.000 nieuwe woningen worden gebouwd waarvan de helft collectief verwarmd kan worden, bespaart dat de toekomstige bewoners maar liefst 1,1 miljard euro! Reken maar na: de helft van 125.000 woningen x € 600 voordeel per jaar x dertig jaar.
58
Hoofdstuk 4 / warmte (collectief)
Les 31: Collectieve projecten geven gedoe en gedonder. De aanleg van warmtenetten is technisch complex en financieel vaak pas mogelijk met een stapeling van subsidies. Deze uitdagingen zijn aan te pakken en te overkomen. Het wordt echter nog complexer als het warmtecollectief ‘gedeeld’ moet worden door verschillende gebruikers van de opstallen en gronden, die nodig zijn voor de installaties. Deze complexiteit maakt dat marktpartijen nu vooral starten met projecten waarbij de eigenaar zelf ook de gebruiker is. Warm sportpark Met het voorbeeld van sportvereniging Wernhout en Camping de Ossewei (deze laatste mede mogelijk gemaakt vanuit SIE) is samen met Sportservice Noord-Brabant, de ABG-gemeenten en HoCoSto onderzocht of er een collectief warmtesysteem aangelegd kan worden op sportpark Vijf Eiken in de gemeente Gilze en Rijen. Uit het vooronderzoek bleek dat de sportclubs gezamenlijk voldoende gas verbruiken om een zonthermiesysteem met warmtebuffer rendabel te maken. Het park kent meerdere gebruikers en eigenaren van vastgoed en grond. Deze samenstelling met een relatief klein deelbelang per gebruiker maakt de aanleg en exploitatie zeer complex. Dit heeft partijen doen besluiten om het project niet door te zetten.
Een landelijke oplossing voor dit vraagstuk is een autoritaire overheid die via wetten en regelgeving een collectieve aanpak van dit soort sportcomplexen verplicht stelt. Een lokale aanpak kan door middel van verleiding, bijvoorbeeld door het verstrekken van subsidies of met laagrentende leningen.
Macht Les 32: Wijkuitvoeringsplannen vragen om een reorganisatie van de gemeente. De energietransitie is een integrale opgave, ook voor de gemeente. Dus niet alleen voor de afdeling energie. Ze hoort ook thuis in het sociaal domein, bij economie, zelfs ook bij zorg, armoedebestrijding, ruimtelijke ordening en infrastructuur. Deze integrale opgave vraagt innovatie bij gemeenten voor het doorbreken van verzuiling. Hiervoor is in veel gemeenten een interne reorganisatie nodig. Psycholoog Gert Slob vertelde in de serie webinars ‘In gesprek met de wetenschap’ dat gemeenten te veel vanuit systemen denken in plaats vanuit leefwerelden en mensen. “Gemeenten werken taakgericht vanuit beleidskokers. Daarbij zijn ze kwijtgeraakt voor wie ze het doen. Daarin zijn ze doorgeslagen. Je moet over die verschillende beleidsdomeinen heen werken wil je echte verandering voor elkaar krijgen. De oplossing is dat gemeenten zich dus integraal richten op mensen in plaats van beleidsdomeinen.”
59
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Wethouder van geluk Anke van Hall, hoogleraar duurzaam bouwen aan de Nyenrode University, adviseert gemeenten om vanuit een ‘fusie van belangen’-strategie met wijkuitvoeringsplannen aan de slag te gaan. Energie is een laag interesse product dat potentieel veel weerstand oproept bij te grote veranderingen. Aansluiten bij wat er in de wijk leeft, heeft waarschijnlijk meer kans van slagen. Bewoners willen vooral prettig en fijn wonen. Dat draagt sterk bij aan het ervaren van geluk. In overleggen met diverse gemeenten bleek dat het integraal aanpakken van de lokale energietransitie een stevige uitdaging is. Gemeenten moeten zich hiervoor heel anders gaan organiseren. In Drimmelen is al wel een wethouder van geluk, in Heusden onderzoekt men de inzet van een burgerberaad. En in Bernheze wordt intensief overlegd over een aanpak gericht op bewoners met een smalle beurs. Om op te halen wat er leeft en speelt in de wijken en in te brengen in de lokale organisatie, adviseert hoogleraar bestuurskunde Arwin van Buuren om te werken met een scharrelambtenaar, die als taak heeft om dagelijks in de wijk rond te lopen. Les 33: In de buurt komt alles samen. Letterlijk. Breng de totale energiebehoefte goed in kaart. Barbara van der Ploeg schreef het in haar artikel ‘in onze buurt komt alles samen’: Alles is met elkaar verbonden.
Warmte, elektra, vervoer, de inrichting van de wijk, biodiversiteit. Elke woning is ook een puzzelstukje in de wijkpuzzel. Wat je thuis doet heeft rechtstreekse verbindingen met wat er in je wijk gebeurt. Geen-spijt-maatregelen kunnen daardoor van wijk tot wijk van elkaar verschillen. Het is dus van belang dat eerst de totale energiebehoefte van een buurt goed in kaart wordt gebracht, zodat het toekomstige energiesysteem daar goed op afgestemd kan worden. Het kan helpen om de wijk te simuleren in een digitale omgeving. Zo kunnen scenario’s gemaakt worden, die ook de interactie met aanliggende buurten, de hele gemeente en zelfs een heel gebied inzichtelijk maakt. Met de TU/e en de provincie is een eerste vingeroefening gedaan. Buurtinzicht Het lokale elektriciteitsnetwerk staat steeds meer onder druk met de toename van inductiekookplaten, warmtepompen, laadpalen en zonnepanelen. Daar komt de warmtetransitie nog bij. Hoe voorkomt de gemeente een ‘infarct’ op het lokale netwerk? Enexis Buurtinzicht geeft gemeenten op buurtniveau inzicht in de impact van keuzes op het energienet in 2030. De tool laat zien wat er nodig is om het elektriciteitsnet klaar te maken voor het realiseren van verschillende scenario’s, bijvoorbeeld binnen de warmtetransitie of de laadinfrastructuur.
Het is geen goed teken als de gemeente een wijk aanwijst voor een all-electric oplossing, terwijl deze donkerrood kleurt in Buurtinzicht. Als de acties van de gemeente, de bewoners en marktpartijen niet afgestemd worden met de werkzaamheden van de
60
Hoofdstuk 4 / warmte (collectief)
netbeheerder, kan het wel eens ergens fout gaan. De tool is op dit moment alleen beschikbaar voor medewerkers van de Enexis-afdeling Energiesysteem & Transitie. Zij gebruiken Buurtinzicht in hun gesprekken met gemeenten. Mogelijk lichtpuntje: wellicht kan het energiemanagement in de buurt slimmer worden ingericht door ook het elektrisch vervoer en de toekomstige mogelijkheid tot peer-to-peer levering mee te nemen, zoals omschreven in de Europese Wetgeving (CEP Clean Energy Package). Les 34: Het begrip energiegemeenschap vraagt inhoud. De Clean Energy for all Europeans Package (CEP) is de Europese wetgeving ter ondersteuning van de energietransitie. Lidstaten verwerken deze wetgeving in hun nationale wetgeving. In Nederland is daarvoor de nieuwe energiewet in voorbereiding. In de CEP is sprake van twee verschillende vormen van collectieven. Te weten de Renewable Energy Community (REC) en de Citizens Energy Community (CEC). De REC wordt in de CEP beschreven als een collectief van bewoners dat samen een of meerdere zonneparken en/of windmolens exploiteert. Een CEC wordt gezien als een samenwerking van overheid, inwoners en bedrijven die samen energie produceren, leveren, afnemen, opslaan en distribueren. In de nationale concept energiewetgeving worden deze samengevoegd in het begrip ‘energiegemeenschappen’.
Nu straks de gemeenten een warmtebedrijf moeten aanwijzen, kan wellicht de CEC-vorm als energiegemeenschap uitgelegd worden. De wetgeving moet dan nog wel wat worden aangepast, maar een publiek-private-burgersamenwerking kan dan wellicht werkelijkheid worden. Dat is wenselijk, want geaccepteerde collectieve warmte-initiatieven zijn nog zeldzaam. Energiebrouwerij Terheijden kent zijn allerlei bronnen om zelf energie op te gaan wekken. Energiecoöperatie TEC verbond de puzzelstukjes en kwam zo op het idee om van Terheijden een ‘energievrijstaat’ te maken. Het streven is dat hele energievoorziening in handen komt van alle Traaienaren. Het dorp gaat zijn eigen elektriciteit produceren met een windmolen en een zonnepark. Ook wordt er een warmtenet aangelegd met warmte uit het riviertje de Mark. Centrale plek in de plannen is een witte boerderij in het hart van het dorp: de Energiebrouwerij. Hier komt alles samen. Met het streven naar zelfvoorziening met een eigen energienet loopt Terheijden al enkele jaren vooruit op de nieuwe Europese wetgeving voor energy communities.
61
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
FACT SHEETS
pilots opwek elektriciteit 62
Factsheets / pilots opwek elektriciteit
63
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Participatie A16
Doel:
financiële opbrengst.
Langs de A16 komen 28 windmolens te staan. In deze pilot is onderzocht hoe omwonenden
Al deze inspraak is zo goed mogelijk verwerkt
hier optimaal bij betrokken kunnen worden en
in de definitieve plannen. Meest in het oog
de rendementen benut kunnen worden voor
springen twee belangrijke financiële regelingen.
het aanjagen van de energietransitie.
25% van het rendement uit de windmolens is bestemd voor lokale duurzaamheidsprojecten.
Opzet:
Daarnaast krijgen de direct omwonenden
Wij hebben ons gericht op maximale inspraak
(156 adressen) jaarlijks een uitkering om hun
van omwonenden en het tot stand brengen
huis te verduurzamen via de Burenregeling
van gunstige financiële regelingen waarmee
(zie hoofdstuk Energiebesparing).
lokale verduurzaming betaald kan worden. Een procesmanager participatie heeft de
Kennisdeling:
omgeving zorgvuldig betrokken bij de plannen.
• Over de totstandkoming van Energie A16 is
Wensen en ideeën van omwonenden zijn
een uitgebreid verslag geschreven: ‘Lokale
optimaal verwerkt in de definitieve plannen.
participatie in 28 windmolens. Hoe een uniek project tot stand kwam in samenwerking
Resultaten:
met omwonenden’ (zie pagina 112).
Het doel om omwonenden zo goed mogelijk
• De Omwenteling, boek van Reinout de Vries
te betrekken bij de ontwikkeling van wind
en Ton Baetens over het participatie- en
energie is behaald. Er zijn tal van bijeenkomsten
communicatieproces: Het boek is te
gehouden waar iedereen zijn ideeën, vragen
downloaden vanaf de website EnergieA16.nl.
en wensen kwijt kon, bijvoorbeeld over het beperken van overlast en de lokale inzet van
64
• Website EnergieA16.nl.
Factsheets / pilots opwek elektriciteit
Vervolg: Eind 2022/begin 2023 zullen de molens naar
Vanuit SIE is verder ondersteuning geboden
verwachting gaan draaien. Een kwart van
aan de Stichting Wincent (Zundert), Stichting
het rendement wordt gebruikt voor lokale
STED (Drimmelen), Stichting STEM (Moerdijk) en
energieprojecten. En 156 direct omwonenden
de gemeente Breda mede voor ondersteuning
kunnen hun woningen verduurzamen dankzij
wijk- en dorpsraden.
de Burenregeling. Nog onderzocht wordt of het kwart aandeel in de opwekte stroom lokaal verkocht kan worden. Betrokkenen: Jurgen Roovers (projectmanager gemeente Breda, verantwoordelijk voor lokale participatie en procescoördinatie in Energie A16), Martijn Messing (opdrachtgever en strategisch adviseur), Marc van de Ven (projectmanager provincie Noord-Brabant en verantwoordelijk voor procescoördinatie Wind A16), Joris van der Geest (directeur Participatiefonds Wind A16).
65
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Optimaal benutten zonne-energie
Doel:
Kennisdeling:
In deze pilot is onderzocht hoe lokale collectieve
Het netwerk wisselt onderling kennis uit, in
projecten voor zonne-energie op professionele
Brabant en via de landelijke organisatie Zon
wijze ondersteund kunnen worden met een n et-
op Nederland. Een uitgebreid verslag van het
werk van ervaren adviseurs. Zo wordt het een-
werk van de zonnecoaches is te vinden op de
voudiger voor mensen zonder geschikt eigen
Energiewerkplaatsbrabant. Het netwerk heeft
dak om collectief zonne-energie op te wekken.
ook een eigen website: www.zonnecoachesbrabant.nl.
Opzet: Er is een netwerk gevormd van Brabantse Zonne-
Vervolg:
coaches, die kennis hebben van en ervaring
Het project met gratis advies is voortgezet met
hebben met het ontwikkelen van c ollectieve
steun van de provincie, gemeenten en bedrijven.
zonprojecten. Initiatiefnemers van lokale p rojecten
Nieuwe coaches zijn welkom. In de regio West-
krijgen in de opstartfase gratis dertig uur onder-
Brabant wordt een ontwikkelfonds opgezet.
steuning van de Zonnecoaches. Om de
Hiermee kan de inzet van de zonnecoach worden
financiering mogelijk te maken is gestart met
voorgefinancierd. Bij projectrealisatie wordt de
lokale fondsvorming.
voorinvestering terugbetaald uit de opbrengsten.
Resultaten:
Betrokkenen:
In twee jaar tijd zijn 15 nieuwe zonprojecten
Jos Nij Bijvank (coördinator), Ad van den Brandt,
opgestart, waarvan er 3 in productie zijn. Daar-
Willem Buiter, Richard Kamsteeg, Ruud Megens,
naast zijn verschillende bedrijven overgehaald
John Kwaks.
om hun daken beschikbaar te stellen voor een postcoderoosproject.
66
Factsheets / pilots opwek elektriciteit
Doel:
In totaal hebben 15 bedrijven zonnepanelen
De provincie Brabant heeft vele vierkante
geplaatst. Twee ondernemers gingen een
kilometers aan bedrijfsdaken. In 2020 lagen er
postcoderoos ontwikkelen.
op minder dan tien procent van deze daken zonnepanelen. Het doel van deze pilot was om
Kennisdeling:
bedrijfseigenaren met onafhankelijk advies over
Op Energiewerkplaats Brabant staat een
te halen om zonnepanelen aan te schaffen.
verslag van Zonnecoaches Brabant, die betrokken waren bij deze pilot.
Opzet: Bedrijven in de ABG-gemeenten (Alphen-Chaam,
Vervolg:
Baarle-Nassau, Gilze en Rijen) konden tegen een
De gemeenten zetten de regeling in 2021 voort
sterk gereduceerd tarief een dakscan krijgen,
en vergoeden de kosten voor de bedrijven
uitgevoerd door een onafhankelijk adviseur van
volledig. De aanpak is uitgeschreven en
Zonnecoaches Brabant. Zo konden zij er snel
beschikbaar g esteld aan andere zonnecoaches.
achter komen of hun dak geschikt was en wat
In 2021 zijn de daken van 44 bedrijven in Boxtel
zonnepanelen voor hen opbrengen.
en Sint-Michielsgestel onderzocht. 31 hiervan zouden hun zonnepanelen binnen tien jaar
Resultaten:
terugverdienen, negen zouden er langer over
In zes maanden tijd zijn 39 geïnteresseerde
doen en bij vier kwam het niet tot een
bedrijven bezocht, de meeste met een klein-
berekening.
verbruikersaansluiting. Uit het advies bleek dat 22 bedrijven een investering binnen tien jaar
Betrokkenen:
terugverdienen (positieve businesscase),
Willem Buiter (Zonnecoaches Brabant) en
8 bedrijven kwamen uit tussen de 10 en 11 jaar.
John Kwaks.
Zon op bedrijfsdaken
67
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Energie Coöperatieve Communities (ECCO)
Doel:
bureau niet om de door hen zelf ontwikkelde,
Met de gemeenten Boxtel, Haaren, Sint-
en door de opdrachtgever geaccordeerde,
Michelsgestel, Meijerijstad en Son en Breugel
aanpak succesvol uit te voeren. De voorziene
zijn als doelen geformuleerd voor het Nationaal
lokale samenwerking is wellicht ook nog te
Landschap Het Groene Woud: vijf lokale
ambitieus in de huidige Nederlandse context.
Energiegemeenschappen en het plaatsen van
Ook bleek in de loop van het project dat
100.000 zonnepanelen.
het overheidsbeleid soms contraproductief is voor sociale organisatie. De SDE-regeling
Opzet:
bijvoorbeeld, is niet stimulerend voor sociale
In ECCO draait alles om het ontwikkelen
projecten. De discussies over het al dan niet
van lokale energiegemeenschappen, waarin
salderen of de toenemende stagnatie in het
inwoners, bedrijven, gemeenten en maat-
netwerk zijn evenmin een stimulans.
schappelijke organisaties samenwerken aan de transitie naar duurzame energie. ECCO
Binnen ECCO is een reeks aan middelen
wordt mede mogelijk gemaakt met financiële
ontworpen die via Rescoop.eu beschikbaar
steun van het Europees Fonds voor Regionale
worden gesteld aan energie-initiatieven. In
Ontwikkeling, verstrekt via het Interreg-
het kader van de landschapstriënnale 2021 is
programma Noordwest-Europa.
een zeer succesvol landschapslaboratorium met bijna tweehonderd deelnemers gehou-
Resultaten:
den over de ontwikkeling van energie in het
Ondanks alle goede intenties is het doel niet
landschap op een wijze die de omgeving
volledig gehaald. Het lukte het ingehuurde
versterkt.
68
Factsheets / pilots opwek elektriciteit
Kennisdeling:
Betrokkenen:
Door de vereniging in de regio vindt
Peter van Oers en Rob Maassen (stichting
onderlinge kennisdeling plaats. De verslagen
Nationaal Landschap Het Groene Woud).
van ECCO zijn te lezen op de website van het
Gemeenten Boxtel, Sint-Michelsgestel,
Groene Woud.
Meijerijstad, Son & Breugel en de voormalige gemeente Haaren. Lokale initiatieven die
Vervolg:
gebruik hebben gemaakt van de onder-
De lokale initiatieven zijn later per regio ver-
steuning vanuit SIE: Duurzaam Haaren en
enigd (zie factsheet Concept 50%). Vanuit SIE
EC Meijerijstad.
is het vormen van de regionale samenwerking ondersteund.
69
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Van REKS naar LEA in Hart van Brabant Van regionale energie- en klimaatstrategie naar lokale energie-agenda
Doel:
projecten kunnen dan weer nieuwe projecten
In Hart van Brabant is onderzocht hoe
gefinancierd worden. Zo kunnen er in de
bewoners optimaal betrokken kunnen worden
toekomst ook projecten worden gestart waar
bij de regionale energie- en klimaatstrategie
nu geen (gemeentelijke) financiering voor is.
(REKS). Het doel was om de samenwerking tussen overheden en lokale initiatieven te
De energiecoöperaties hebben zich verenigd
bevorderen.
in een burgercoöperatie. Tussen de overheden en de coöperaties is een raamovereenkomst
Opzet:
afgesloten waarin afgesproken is dat lokaal
Lokale energiecoöperaties hebben samen met
eigendom per te ontwikkelen gebied (hubs)
Rebel Group de taken en rollen in de energie-
wordt geborgd.
transitie onderzocht. Vanuit de coöperaties zijn kwartiermakers afgevaardigd. Het onderzoek
Kennisdeling:
is betaald vanuit SIE met cofinanciering vanuit
Rapport ‘Burgerparticipatiemodellen voor
de regio.
wind- en zonprojecten’ (Rebel Group), te vinden op de website
Resultaten:
www.regio-hartvanbrabant.nl, met zoekterm
Belangrijkste aanbeveling van het onderzoek
burgerparticipatie.
was om een ontwikkelbedrijf op te zetten waarin de gemeenten samen met lokale
Vervolg:
energiecoöperaties en ondernemers plannen
Het ontwikkelbedrijf wordt (beoogd) 1 januari
voor energieopwek kunnen ontwikkelen
2022 opgericht. De afspraken worden toege-
en uitvoeren. Met de opbrengsten uit deze
past bij de uitvoering van de REKS.
70
Factsheets / pilots opwek elektriciteit
Betrokkenen:
Pieter Biemans (deelnemer stuurgroep REKS
Een werkgroep met vertegenwoordigers van
namens energiecoöperaties), Marc van der
de energiecoöperaties en de REBEL-groep
Steen, Floris van der Veen en Wouter
werkt samen met de gemeenten, de Brabantse
Willemsen (Rebel Group), Joris van Boxtel
Ontwikkelingsmaatschappij en andere stake
(energiecoöperatie Duurzaam Riel Goirle),
holders aan het lokaal eigenaarschap van
Rinus Sebregts (Energiek Heusden), Martijn
nieuwe zon- en windprojecten: Paul van Dijk
Messing (SIE).
(procesregisseur REKS regio Hart van Brabant), Structuur van het voorgestelde ontwikkelbedrijf (genoemde hubs dienen als voorbeeld):
% participatie
Gemeente Y
klimaatproject Revenuen
% participatie
Burgers (via LEC)
Bedrijven
% participatie
50% participatie
% participatie
Hub:Kattenberg (voorbeeld)
Zonproject
Hub: De Baars (voorbeeld)
Revenuen
% participatie
Revenuen
Kosten
Omgevingsfonds Sociale participatie
Regionaal publiek ontwikkelbedrijf
Klimaat adaptatie
Dividenden
Aandeelhouders Inbreng ontwikkelkapitaal, kennis en kunde
Provincie Noord-Brabant
Gemeente X, Y
LEC
% participatie
Europeese financieringsprogramma’s EIB (ELENA, HORIZON 2020)
Nederlandse financieringsprogramma’s EIB (INVEST NL)
Waterschappen (voor klimaatdeel)
Gemeente Tilburg
Optie andere HvB gemeenten
71
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
50% lokaal eigendom
Doel:
Resultaten:
In het Klimaatakkoord is de ambitie opgeno-
Het resultaat van de interviews is samengevat
men dat in 2030 projecten voor het opwekken
in een uitgebreid verslag met aanbevelingen
van duurzame energie voor 50% eigendom
om de vormen van lokale participatie verder
wordt van de lokale omgeving. Dit is publiek-
uit te werken, een juridisch kader op te stellen
rechtelijk echter niet af te dwingen. Is bekeken
en een ‘menukaart’ voor lokale participatie op
hoe gemeenten er toch voor kunnen zorgen
te nemen in de Brabantse RES’en. Jurist Jan
dat projecten in lokale handen komen.
Albert Timmerman (RenewabLAW) heeft een handreiking voor gemeenten opgesteld. Hierin
Opzet:
geeft hij aan hoe gemeenten lokaal eigendom
Er is juridisch en beleidsmatig onderzocht
van nieuwe wind- en zonneparken kunnen
hoe de ambitie uit het Klimaatakkoord kan bij
bevorderen (door het uitschrijven van een
dragen aan lokale participatie in de energie-
maatschappelijke tender).
transitie:
De handreiking is positief ontvangen. De
• Gespecialiseerde advocaten en juristen zijn
maatschappelijke tender wordt inmiddels ook
geraadpleegd..
buiten de provincie gebruikt.
• Er zijn 24 interviews gehouden met 30+ personen van verschillende partijen zoals
Tot slot: met de vakgroep bestuursrecht van
energiebedrijven, brancheverenigingen,
de Universiteit van Tilburg is in 2019 een law