Boek - Waar-een-wil-is-is-een-omweg
Tekst van het document
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG Sociale innovatie in de energietransitie
Het programma is ondersteund en aangestuurd door een borgingscommissie, bestaande uit:
Geert Verbong
Anne-Marie Spierings
Henk Visser
(voorzitter) (TU/e)
(gedeputeerde
(Enpuls)
provincie Noord-Brabant)
Martijn Messing
Willem de Graaff
(Secretaris van
(ambtelijke ondersteuning vanuit
het programma SIE)
de provincie Noord-Brabant)
Het programma Sociale Innovatie in de Energietransitie (SIE) is een samenwerking van de provincie Noord-Brabant en Enpuls B.V. (onderdeel van Enexis Groep).
4
Inhoudsopgave LEESWIJZER
6
SAMENVATTING
8
VOORWOORD
10
HOOFDSTUK 1 - ZEVEN HOOFDLESSEN Lessen voor maatschappij, markt en macht
12
HOOFDSTUK 2 - OPWEK VAN ELEKTRICITEIT 9 lessen voor maatschappij, markt en macht
26
HOOFDSTUK 3 - ENERGIEBESPARING 9 lessen voor maatschappij, markt en macht
38
HOOFDSTUK 4 - WARMTE (COLLECTIEF) 9 lessen voor maatschappij, markt en macht
52
FACTSHEETS VAN DE PILOTS Opwek van elektriciteit Energiebesparing Warmte
62 62 76 90
PILOTVERSLAGEN Energie A16 Thuis energie besparen doe je zo Warme kernen
112
BEGRIPPENLIJST
170
112 140 154
5
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Leeswijzer De energietransitie is een complex samenspel van overheden, inwoners en marktpartijen. Het programma Sociale Innovatie in de Energietransitie (SIE) heeft waardevolle lessen opgeleverd voor alle betrokken partijen. Deze lessen zijn in dit verslag bij elkaar gebracht. Te beginnen met de belangrijkste zeven lessen die voor de gehele energietransitie gelden. Daarna volgen lessen voor de deelgebieden Opwek van elektriciteit, Energiebesparing en Warmte. De zeven hoofdlessen zijn in de eerste plaats een aansporing voor de overheid om meer regie te nemen. In de lessen daarna wordt dieper ingegaan op de mogelijkheden voor alle betrokken partijen (overheden, inwoners en marktpartijen) om samen te werken aan een eerlijke energietransitie. In de factsheets vindt u alle essentiële informatie over de pilots die in het programma zijn uitgevoerd. In de bijlagen zijn verslagen opgenomen van de projecten ‘Energie A16’, ‘Thuis energie besparen doe je zo’ en ‘Warme kernen’. En er is nog meer…. Niet alle informatie past in dit verslag.
Op de website energiewerkplaatsbrabant.nl staat nog veel meer, zoals: • vier webinars ‘In gesprek met de wetenschap’ • drie Energiecafés • het digitale magazine ‘7 succesfactoren voor een haalbare en betaalbare warmtetransitie’ • het digitale magazine ‘Energie voor iedereen’ • het rapport ‘Warmte initiatieven - lessen uit de voorhoede’ • de blauwdruk van de Burenregeling A16
6
Leeswijzer
Sociale Innovatie in de Energietransitie heeft waardevolle lessen opgeleverd. 7
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Samenvatting
enhang am
m
Les 2: Zet vertrouwen op een voetstuk
: Hef de Les 8 kheid op lij e g n o
g
ft
ie-
zo ies r is d daa n en ka n
en rtij pa van a tot e tie a
icht in de 17: Inz Les oning zet aan de w tot actie
n is leuk, randere 6: Ve 2 d r s o w en niet Le nderd vera
de co Les m 18: ple kan Ener xit g eit leid ie en be ver to sp bru t m ar ik ee in r Les zeg 9: D t r om niets. aagv pa He la rtic t g k ipa a ti
MA ATS CH AP Les 2 7: O PI ma J rm
Les 33: in de buurt komt alles samen. Letterlij k nen lan e Le n sp e erg s 34 ing isati Les 24: Geef meer : er n vra iege He vo ga t etekenis aan woon b a L n uit reor gt me es lastenneutraliteit ee ijk inh in d 25: er g W om Z ite n cil erin e ge at ie et s Fa vo uw br de ub u 3: e in nie bel r Les 15: Zoek naar m ik va e L e ell et la k e a e n l s a i e k s ak h n o l e i n d n erg e in á 16: B en n verbinding n e l eid ete ex le sta trek : L h ets p 14 es ni ipes r iex lora di cip voo rinc plo ti t ep it Les 7 ssen : D nd : Tu ad trans e en s 6 n da itie erg Le m e etten re h g oo n w ls i e no ee itte rege di en
ip gr hap be nsc e ud o
Le s3 vra 2: ge
Le s s 2 va n
n
e
7 hoofdlessen Opwek Besparing Warmte
8
MACHT
KT AR M
it
LEGENDA
Les 31: Collectie ve pr ecten oje geven gedo proj e e n gedo cten ouw f nde wb ollectie r ieu ec L e s ij n armt 22: Verb e tb p o a a npak van ter de nw Ze inko er w 0: p ee corpora oningieve me t t n i c e s 3 in o gespikkeldes bij olle en e pak in bezi 1: C unn an n t s 2 k le a staa Le ties gra weg Les 13: Antic ndom ipee ac inte e eige r d l t i j d i g o ken p aa ok etrok rs en verandering :L Le e dig 12 t b laa n f o e p s n k e he twik nten lei nie rin a de on loit p ex
1: E r z
n e rg i e i n s
Le
5: Lef en moed Les odig om door zijn n n mogelijk dr brake z te maken
el
Le s
sy
Les 29: D prijsop oor een bo t warm uw kan ransp te g a oed duurz rant kop am e er e Les bond 20: Er i gen se voor oot en iede nod ree ig, n Les 11: De m beter a r houde reken kt ka omwo n met ing n nen de Le de s n Les 4 :G mid eld is d gee el e nd o
n ee n
oor gaat v lang e b en iteit : Eig ollectiv 28 c s Le aan sen g Men eel met : 9 1 ion Les iet rat ld om n ge kale De lo g 10: ansitie kun s e r t L gie en aan er erlat en iet ov gers alleen n ll i je rijwi v at les is e : Al ne s 3 erk. O e L tw om d a l e a es ll siz fits a
Samenvatting
HOOFDLESSEN 1. Er zit synergie in samenhang 2. Zet vertrouwen op een voetstuk 3. Alles is maatwerk. One size seldom fits all 4. Geld is een middel en geen doel 5. Lef en moed zijn nodig om doorbraken mogelijk te maken 6. Tussen droom en daad zitten wetten en regels (en soms de gemeenteraad…) 7. De energietransitie heeft regie nodig
Maatschappij
Markt
Macht
HOOFDSTUK 2 OPWEK VAN ELEKTRICITEIT
HOOFDSTUK 3 BESPARING
HOOFDSTUK 4 WARMTE
8. Hef de ongelijkheid op
17. Inzicht in de woning zet aan tot actie
26. Veranderen is leuk, veranderd worden niet
9. Draagvlak zegt niets. Het gaat om participatie
18. Energiebesparing kan leiden tot meer energieverbruik (rebound-effect)
27. Omarm de complexiteit
10. De lokale energietransitie kun je niet overlaten aan vrijwilligers alleen
19. Mensen gaan niet rationeel met geld om
28. Eigenbelang gaat voor collectiviteit
11. De markt kan beter rekening houden met de omwonenden
20. Er is een bondgenoot nodig. Voor de bewoner, voor de gemeenten en ook voor marktpartijen
29. Door een transparante prijsopbouw kan duurzame warmte mogelijk goedkoper
12. Lokaal eigendom heeft betrokken projectontwikkelaars en exploitanten nodig
21. Collectieve inkoopacties zijn goed voor enkelvoudige maatregelen, maar kunnen een meer integrale aanpak in de weg staan
30. Zet bij nieuwbouwprojecten in op een warmtecollectief
13. Anticipeer tijdig op veranderingen
22. Verbeter de aanpak van woningcorporaties in projecten met gespikkeld bezit
31. Collectieve projecten geven gedoe en gedonder
14. Leidende principes heten niet voor niets leidende principes
23. Faciliteer een snelle invoering van het nieuwe energielabel
32. Wijkuitvoeringsplannen vragen om een reorganisatie van de gemeente
15. Zoek naar lokale kansen voor verbinding (en organiseer de noodzakelijke kennis hiervoor)
24. Geef meer betekenis aan woonlastenneutraliteit
33. In de buurt komt alles samen. Letterlijk. Breng de totale energiebehoefte goed in kaart
16. Betrek partijen in álle stadia – van exploratie tot exploitatie
25. Zet subsidies zo in dat iedereen daar gebruik van kan maken
34. Het begrip energiegemeenschap vraagt inhoud
9
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
VOOR WOORD DE ENERGIETRANSITIE VOOR, MET EN DOOR DE INWONERS VAN BRABANT
Het zal niemand zijn ontgaan, we zitten midden in een energietransitie. We horen voortdurend over (het verzet tegen) nieuwe windturbines en (omstreden) plannen voor grote zonneparken. Het elektriciteitsnet piept en kraakt onder de snel toenemende opwek, maar ook onder de snel toenemende aantallen elektrische auto’s en warmtepompen. Ook het afbouwen van aardgas blijkt niet eenvoudig. Door de productie in Groningen te verminderen, groeit de afhankelijkheid van buitenlands gas en stijgen de energieprijzen. Het gevolg is dat tienduizenden gezinnen in de financiële problemen komen. 10
Voorwoord
Alhoewel er op technisch gebied al veel mogelijkheden zijn, is de energietransitie een complex vraagstuk. Het raakt veel, zo niet alle aspecten van onze maatschappij. De gemoederen lopen soms hoog op over de hoge kosten die gepaard gaan met een drastische verandering van ons energiesysteem. Inwoners vrezen dat zij hiervoor op moeten draaien, maar het blijft onduidelijk hoe de verdeling van kosten en baten in de toekomst zal uitpakken. Nu zijn het vooral de draagkrachtige huishoudens die zonnepanelen op hun dak leggen, hun (eigen) woning isoleren en een elektrische auto aanschaffen. En zij maken dus ook het meest gebruik van de beschikbare subsidies. Om de energietransitie een succes te maken zullen we de kosten en baten eerlijk moeten verdelen. Dit is een van de belangrijkste maatschappelijke aspecten van de energietransitie. Vrijwel iedereen krijgt te maken met aanpassingen in huis en in de directe leefomgeving. In het beleid van de nationale overheid staat burgerparticipatie hoog aangeschreven, maar in de praktijk komt het er vaak op neer dat de mensen gevraagd wordt om de voorgestelde maatregelen en technieken maar te accepteren. Het is immers goed voor het bestrijden van klimaatverandering. Deze aanpak gaat niet werken.
Voor een succesvolle energietransitie is het noodzakelijk om de inwoners echt te betrekken, te luisteren naar hun wensen en rekening te houden met hun mogelijkheden en de lokale situatie. Dit was de inzet van het programma Sociale Innovatie in de Energietransitie (SIE), dat vijf jaar geleden door de provincie Noord-Brabant en Enpuls is gestart. Het doel was om te onderzoeken hoe inwoners in de praktijk beter betrokken kunnen worden bij de energietransitie. De pilots van het programma laten zien dat de nodige regie en afstemming ontbreekt. Grote groepen mensen staan hierdoor langs de zijlijn. Omdat ze geen businesscase of terugverdienmodel hebben. Omdat per stad, per wijk, per dorp maatwerk nodig is. Omdat belangen en behoeften overal van elkaar verschillen. Omdat het over meer waarden gaat dan financiële alleen. Omdat wetten en regels nu nog te vaak een verandering tegenhouden. En vooral ook omdat de nodige regie ontbreekt. De overheid moet het stuur van de energietransitie stevig in handen nemen op weg naar een leveringszeker en betaalbaar energiesysteem voor iedereen. Er is lef en moed nodig om het huidige systeem te veranderen. De geleerde lessen uit onze pilots komen van pas bij het vinden van uw weg (of omweg) naar de toekomst. Geert Verbong Martijn Messing Voorzitter van het programma
Secretaris van het programma
Sociale Innovatie in de Energietransitie
Sociale Innovatie in de Energietransitie
11
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Hoofdstuk 1
ZEVEN HOOFD LESSEN 12
Hoofdstuk 1 / zeven hoofdlessen
1
Er zit synergie in samenhang. In de ideale wereld is de energietransitie een programma. Daarbinnen zijn de thema’s opwek, besparing, warmte, opslag/conversie en vervoer projecten met een onderlinge samenhang. Alles is volgens een logische ordening met elkaar verbonden, elke doelgroep, elk huishouden, publiek, gereguleerd, privaat of privé.
Zover zijn we nog niet. De werkelijkheid is dat alles apart en los van elkaar wordt georganiseerd. De samenhang in de energietransitie is vaak ver te zoeken. Niemand heeft de regie op het energiesysteem van de toekomst. De resultaten overkomen ons en de ongelijkheid groeit. Dit is terug te zien in de pilots. Getouwtrek vindt plaats als iedereen in zijn eigen hok blijft zitten en verwacht dat de ander het wel oplost. Samenhang wordt pas zichtbaar als overheid, markt en gemeenschap echt met elkaar gaan samenwerken. Ieder voor zich kan niemand van de energietransitie een succes maken. Betaalbare warmte voor Fabriekskwartier De nieuw te bouwen Tilburgse woonwijk Fabriekskwartier (met zo’n vierhonderd duurzame woningen) krijgt een eigen warmtenet, gevoed met warmte van het water uit de Piushaven. Er spelen verschillende belangen. De gemeente wil graag een goede ‘opdrachtgever’ zijn voor de nieuwbouw en vraagt zich af welke rol ze moet innemen bij het uitgeven van de concessie. De ontwikkelaar wil een zo goed mogelijk systeem aan de bewoners overdragen tegen een acceptabele prijs. En de toekomstige bewoners willen een comfortabele woning waarvoor ze niet te veel betalen. De vraag is: hoeveel mag de warmte kosten? Het uitgangspunt is dat de bewoners maximaal de door de ACM (Autoriteit Consument en Markt) vastgestelde tarieven gaan betalen.
De ACM werkt daarbij volgens het principe dat de bewoners niet meer gaan betalen dan anders (bij aardgas). Maar is dit wel een eerlijke prijs? Samen met de gemeente Tilburg en de ontwikkelaar Triborgh is een businesscase uitgewerkt volgens een zogeheten ‘kostprijs-plus model’. Hierin wordt de warmte zonder winstoogmerk geleverd. Dit is tot wel zeshonderd euro per huis, per jaar, goedkoper dan de maximale toegestane tarieven. Maar hoe organiseer je dit? Wat vraagt dit qua rolneming van de gemeente? Kunnen de bewoners mede-eigenaar worden van het warmtesysteem? En zijn er bedrijven die als ‘dienstverlener’ kunnen optreden, die het systeem ontwikkelen, bouwen en exploiteren (incl. warmtelevering) zonder eigenaar te zijn van het systeem? Dat is anders dan hoe het tot nu toe gaat. In Tilburg blijkt het mogelijk. Daar is met een aantal potentiële toekomstige bewoners nagedacht over de eigendomsstructuur. Gekozen is voor een coöperatieve vereniging. Momenteel wordt een goede ontwikkelpartner geselecteerd.
13
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Wat zegt de wetenschap? Ook in de wetenschap is de energietransitie een actueel onderwerp. Vaak ligt de focus op de overheid, maar de overheid is niet de enige pilaar waar de energietransitie op steunt. De energie transitie kan het best worden bestuurd door de interactie tussen inwoners, bedrijfsleven én de overheid, ofwel: maatschappij, markt, macht (Kooiman, 2003). Hierbij bestaat de maatschappij uit de inwoners, de consumenten en de civiele actiegroepen; de markt bestaat uit het geheel van bedrijven, terwijl ‘macht’ een omschrijving is voor de overheid en de bijbehorende trias politica: de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Deze drie actorgroepen samen vormen het echte bestuurlijke orgaan dat de regie zou kunnen hebben over de energietransitie. (Meijer et al., 2020). Het belang van deze samenhang wordt nog maar eens benadrukt door het wetenschapsblad Nature dat een oproep doet voor ‘interdisciplinariteit’: samenwerken in verschillende disciplines, tussen verschillende projecten en actoren met verschillende achtergronden, met één doel – de energietransitie waarmaken (Nature, augustus 2021).
KT
MAATS
Come together (Nature 2021).
MAR
APPIJ CH
MACHT
The whole is bigger than the sum of its parts - Gestalt triangle illusion
14
Hoofdstuk 1 / zeven hoofdlessen
2
Zet vertrouwen op een voetstuk. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Dit spreekwoord geldt zeer voor de energietransitie. Samenwerken gaat om vertrouwen in personen, in instanties, in technieken, in samenwerkingsvormen en in een gedeelde beleving van urgentie.
In veel pilots ontmoeten we een bijna ingebakken wantrouwen vanuit de samenleving richting de overheid, richting projectontwikkelaars en ook tussen inwoners onderling. Samenwerken is niet gemakkelijk. Het vereist vertrouwen tussen de partijen. Daarvoor is het nodig dat elke partij zelf te vertrouwen is en dat is een grote opgave in een politiek stelsel waar ieder jaar een andere wind kan gaan waaien. Daar waar echt samengewerkt wordt, wordt geïnvesteerd in langjarige en persoonlijke relaties. Weerstand tegen windmolens Bij de bouw van 28 windmolens in West-Brabant is zeer nauw samengewerkt met alle betrokken partijen, inclusief de omwonenden. Aanvankelijk was de weerstand groot. Een bewonersavond met zestig bezoekers liep bijna uit de hand. Drie mensen gingen fel in tegen de ambtenaar van de provincie. De sfeer werd grimmig. Iemand riep: “Asociale participatie!” De avond werd afgesloten met de afspraak om de volgende dag weer bij elkaar te komen met de nodige inhoudelijke specialisten erbij. De volgende dag was bijna iedereen er weer. Zo tumultueus als de eerste avond was, zo kalm verliep deze avond. Iedereen luisterde aandachtig. De avond leverde niet a lleen veel antwoorden voor bewoners op, maar zorgde ook voor veel input voor de leden van het projectteam.
Ze noteerden zo’n dertig wensen van de omwonenden die uiteindelijk allemaal zijn gehonoreerd in de loop van het traject. Dit versterkte het vertrouwen op een goede afloop. Door de oprechte en eerlijke communicatie ontstond langzaam maar zeker het vertrouwen dat nodig was om het project tot een goed einde te brengen. Wat zegt de wetenschap? Vertrouwen is er niet meteen, maar is het resultaat van een sociaal leerproces. Informatie, door terugkoppeling op het (gedane) experiment, mondt uiteindelijk uit in een verandering van het gedachtengoed, oftewel: transformatie (Hermans et al., 2011). Transitiestudies zien niche-projecten als experimenten in een beschermde omgeving (pilots). Sociale wetenschappers kijken hoe deze projecten succesvol ‘opgeschaald’ kunnen worden tot maatschappelijke acceptatie en transformatie (Meijer et al, 2020). Hieronder vallen (1) het bouwen en onderhouden van een netwerk, (2) het tot elkaar brengen van visies en verwachtingen en (3) het kunnen leren van elkaars ervaringen (Schot & Geels, 2008). Leerprocessen zitten vrij complex in elkaar. In eerste instantie kan men leren van terugkoppelingen en daarnaar handelen.
15
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Hiermee verandert de perceptie van deelnemers (Kemp et al., 1998). De perceptie van alle deelnemers vormt zich dan tot één gezamenlijk beeld, waardoor er wederzijds vertrouwen ontstaat (Pahl-Wostl et al., 2007). Vertrouwen verdienen is hoe dan ook een langetermijnproces, dat zowel kan bestaan uit het nakomen van afspraken en beloften (vaak in Scandinavische landen) als het veilig voelen in relatie tot de ander (bijv. in mediterrane omgevingen) en daarbij vrijuit kunnen spreken (Meijer et al., 2020).
3
Alles is maatwerk. One size seldom fits all. Maar je kunt veel van elkaar leren. Duurzame elektra en warmte, iedereen heeft het nodig. Maar in elke wijk, buurt of straat zijn de omstandigheden anders. Of het nu gaat om cultuur, inkomen, beschikbaarheid van kapitaal, het energieverbruik, mogelijkheden voor plaatsing van (grootschalige) opwek, bereikbare warmtebronnen, mogelijkheden van de betreffende gemeente, aanwezigheid of juist het ontbreken van infrastructuur.
Sluit daarom aan bij de menselijke maat. Organiseer groots, maar gebruik de kennis uit de gedragspsychologie: onderzoek wat mensen drijft, maak contact, voorkom weerstand, zet kleine stapjes, benut natuurlijke momenten en zet in op verbondenheid. En tot slot: bied inzicht op een grote schaal, in iedere stad, dorp, buurt en wijk. De beste resultaten in dit programma kwamen voort uit maatwerk, waarbij rekening gehouden is met de lokale samenhang en de onder liggende technische en sociale mogelijkheden. Nieuwe schuifpui of zonnepanelen? Huisfluisteraars Felix van Gemen en Lars Boelen voerden in de afgelopen twintig jaar meer dan duizend keukentafelgesprekken. Op basis daarvan ontwikkelden ze hun eigen manier van werken, waarbij inzicht in de huidige energieprestaties van de woning én inzicht in de woonwensen van de eigenaren centraal staan. Het komt telkens neer op maatwerk, want elk huis is anders, net als de mensen die erin wonen. Boelen: “Zo dacht een echtpaar in eerste instantie aan zonnepanelen en een warmtepomp, maar na een gesprek besloten ze om de schuifpui naar de tuin te vervangen en een ventilatiesysteem te installeren. Daarmee werden ze verlost van hun grootste problemen: tocht in de woonkamer en een vochtige bovenverdieping.” Wat zegt de wetenschap? Prof.dr.ir.
Anke van Hal, hoogleraar duurzaam bouwen aan de Nyenrode Business Universiteit, lichtte in het webinar voor het programma SIE op 2 oktober 2020 haar essay ‘De derde succes-
16
Hoofdstuk 1 / zeven hoofdlessen
Sluit aan bij de menselijke maat.
17
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
factor’ toe. Hierin betoogt ze dat betaalbare en technische oplossingen alleen werken als we rekening houden met het gedrag van de bewoners. Omdat de meeste mensen gemak nastreven, overtuig je ze niet met informatie over duurzaamheid. Wel helpt het als mensen zich goed kunnen voelen over hun handelen. Anke van Hal ziet de oplossing in wat zij noemt ‘een fusie van belangen’: hoe laat je het kortetermijndenken samenvallen met de normen en waarden van mensen? “Mijn studenten hebben allemaal weinig geld, maar wel de duurste Macbooks en Iphones… Pas als je echt iets wilt, kom je in actie.” Ook gedragspsychologen Gert Slob en Kyron Olmeijer onderstrepen de bevinding dat de belangen en behoeften voor iedereen verschillend zijn. In het digitale magazine “7 succesfactoren voor een haalbare en betaalbare warmtetransitie” stellen ze dat we er vaak ten onrechte vanuit gaan dat mensen rationeel denken en handelen. Dat doen mensen echter pas als iets heel relevant voor hen is. Ten tweede stellen zij dat elke doelgroep anders is. Je zult dus telkens weer moeten aansluiten bij de behoeften van je doelgroep. Het derde punt sluit hierbij aan: je moet op onderzoek uit om erachter te komen wat mensen willen. Daarbij moet je echt contact maken en het gesprek aangaan.
4
Geld is een middel en geen doel. We zitten nu in een systeem waarbij ieder op zichzelf staand project rendabel gemaakt moet worden, al dan niet met subsidiegeld. Om investeringen aantrekkelijk te maken, wordt bij het berekenen van subsidies uitgegaan van een terugverdientijd van zeven tot tien jaar. Zo kan een zeer aanzienlijk rendement gehaald worden, want zonnepanelen en windmolens gaan vijfentwintig jaar lang mee.
Iedereen betaalt mee aan deze subsidies via de energierekening, terwijl slechts een klein deel van de bevolking ervan profiteert: mensen die geld hebben en die in staat zijn om dat te investeren in duurzame maatregelen. Dit is een heel selecte groep. Uit onderzoek van Het PON & Telos (voor de pilot ‘Energie voor iedereen’) blijkt dat minder dan vijf procent van de huishoudens in staat is om hier meer dan vijfduizend euro aan uit te geven. Voor bredere acceptatie en draagvlak moet uitgegaan worden van het belang van alle eind gebruikers. Je hebt vooraf geld nodig om in actie te komen. Daarvoor heb je spaargeld nodig of moet je kunnen lenen (leencapaciteit). Dit betreft niet meer dan vijftien procent van de huishoudens, leert onderzoek. Deze ongelijkheid in het systeem moet omgedraaid worden in betaalbare duurzame energie voor iedereen. In plaats van alleen subsidies uit te keren aan mensen die zelf geld hebben of kunnen lenen, zou het beter zijn om alle huishoudens toegang tot investeringsgeld te geven. Mooi voorbeeld hiervan is het project ‘Zon op je dak’ van steeds meer gemeenten. Brabantse gemeenten zoals Tilburg en Oss, de MRE-regio en de Groene Zone
18
Hoofdstuk 1 / zeven hoofdlessen
bieden ALLE inwoners die zonnepanelen willen goedkope leningen aan. Deze lening beperkt het huishouden niet bij het doen van andere aankopen. De inwoners worden daarbij vijftien jaar lang volledig ontzorgd. De kosten betalen ze terug uit de opbrengst van de panelen. Dit levert ze direct een lagere energierekening op en duurzame stroom. Van subsidie naar lening, naar garantie Op veel plaatsen komt een lokaal fonds uit opbrengsten van grootschalige opwek. Maar wat doen deze fondsen met dit geld? Stel dat een fonds tienduizend euro in kas heeft. Het fonds kan dit geld weggeven als subsidie voor de aanschaf van zonnepanelen, waardoor drie particuliere woningen zonnepanelen op hun dak kunnen leggen. Het geld kan echter ook als investering worden ingezet, zodat het na zeven jaar opnieuw geïnvesteerd kan worden. Op die manier kun je in eenentwintig jaar tijd bij minimaal negen woningen zonnepanelen op het dak leggen. Nog mooier is om het geld als hefboom te gebruiken en een bankfinanciering van veertigduizend euro af te sluiten. Zo kun je om de zeven jaar minimaal zesendertig woningen van zonnestroom voorzien. In de diverse projecten wordt gezocht naar mogelijkheden om dit proces nog verder te versnellen door toekomstige rendementen vooraf al contant te maken, zodat ze direct geïnvesteerd kunnen worden.
Wat zegt de wetenschap? Wat is het verschil tussen waardecreatie en winstneming? Tussen investeren en uitkeren? Hoe gebruik je geld als middel, en niet als doel? Alexander Osterwalder kennen we van het beroemde ‘business model canvas’. Dit canvas spreekt van verschillende onderdelen - waaronder aanvoerprocessen, verkoopkanalen en klantsegmenten - die samen de strategische richting van een bedrijf of innovatie onderschrijven. Een ‘businessmodel’ wordt in het Nederlands vaak (onterecht) ‘verdienmodel’ genoemd. Tussen deze benamingen zit echter een wezenlijk verschil: een verdienmodel beschrijft puur en alleen de geldstroom. Hoe krijg ik er meer geld uit dan dat ik erin stop? Het bedrijfsmodel beschrijft daarentegen álle processen die waarde creëren (Teece, 2010). Het verdienmodel is hier een onderdeel van. Bij investeren (in projecten in de energietransitie) is dit net zo: het gaat er niet alleen om dat er meer geld uitkomt dan dat erin gaat, maar het creëren van maatschappelijke waarde is minstens net zo belangrijk (Jonker et al., 2016).
5
Lef en moed zijn nodig om doorbraken mogelijk te maken. Je hebt meer dan een raket nodig om naar de maan te gaan. Wie heeft het LEF en de MOED om de energietransitie anders te gaan organiseren? Nu zitten we in een situatie dat ieder voor zich deelneemt aan een ratrace naar locaties, concessies, subsidies, schaarse vergunningen en schaarse netcapaciteit. Maar wie durft anders te denken?
19
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Barbara van der Ploeg, directeur van het Smart Cities Platform schrijft in het essay ‘Bij ons de buurt komt alles samen’: “…we gaan alleen vaart maken met de energietransitie als we op een nieuwe manier gaan samenwerken. Dwars door alle vakdisciplines en scheidslijnen heen, jong en oud, denkers en makers, in Den Haag en in het land. Het vraagt om een andere manier van organiseren, dwars op wat nu gebruikelijk is. Het vraagt ook om een andere manier van denken. Omdat alles met alles samenhangt is het complex en nieuwe technologie maakt het onoverzichtelijk. Complexiteit hanteer je door specifiek te concentreren op de raakvlakken waar verschillende dingen bij elkaar komen. Juist op raakvlakken moeten we ons organiseren en kennis en ervaring opbouwen.” In de pilots werden soms nieuwe wegen ingeslagen. Onafhankelijke partijen zorgden ervoor dat mensen elkaars belangen zagen en bereid waren om echt naar elkaar te luisteren. Tochtstrip soms beter dan dakisolatie Het succes van de pilot ‘Thuis energie besparen doe je zo’ is voor een groot deel toe te wijzen aan de onafhankelijke begeleiding van huisfluisteraars Lars Boelen en Felix van Gemen. Zij hebben geen financiële of politieke belangen bij de uitvoering en stellen de woonwensen van de woningeigenaren voorop. Een mooi voorbeeld uit hun praktijk: Een woning die zij onderzochten had geen dakisolatie.
Er was al eerder Energieadvies gegeven. Hierin stond dat dakisolatie een goed idee was. De adviseur had een terugverdientijd voorspeld van zeven jaar. Lars zag het anders. Hij stelde vast dat de bewoner de zolder niet als woonetage gebruikt. Met een extra tochtstripje langs de vlizotrap bleek de zolder lekdicht te maken. Een investering van een paar euro met een terugverdientijd van een week. Isolatie van het dak zou de bewoner 2.500 euro kosten en het zou na het aanbrengen van de isolatiestrip maar liefst vierhonderd jaar duren om de kosten terug te verdienen. Mocht de zolder later als woongedeelte gebruikt worden, dan verandert de situatie natuurlijk, maar tot die tijd volstaat een tochtstrip dus uitstekend. Huisfluisteraars durven anders te denken. Zij gaan niet uit van een standaard energieadvies, maar van woonwensen. Bewoners maken hun eigen plan voor hun huis en gaan zo sneller tot actie over. Deze individuele benadering is nieuw voor gemeenten, die tot nu toe vooral vasthouden aan collectieve (wijk)aanpakken. Wat zegt de wetenschap? De klimaatcrisis is een complex probleem en oplossingen liggen niet voor de hand. Zo was het ook bij het streven om een mens op de maan te zetten. Mariana Mazzucato argumenteert in haar boek Moonshot dat we innovatief moeten zijn.
We moeten samenwerken aan één missie, waarbij we niet alleen het risico samen te lijf gaan, maar ook de beloningen samen delen. We moeten lef en moed hebben en onze bronnen zo organiseren dat we net zo groots en inspirerend uitpakken als met de maanlanding: alles moet zo veel mogelijk op deze missie georiënteerd zijn (Mazzucato, 2021). Jan Rotmans stelt dat een transitie vergelijkbaar is met een sprong in het diepe.
20
Hoofdstuk 1 / zeven hoofdlessen
Dat vraagt lef en moed: “Het grote verhaal van de Grote Verbouwing is nodig om de urgentie te benadrukken. De kleine verhalen van de kleine verbouwinkjes zijn nodig om het praktisch te maken voor mensen, zodat ze niet afgeschrikt, maar juist aangetrokken worden om mee te gaan doen.” Het gaat er dus om dat we “vanuit een langetermijnvisie stap-voor-stap te werk gaan”. Dat is een kwestie van een lange adem, maar ook van slimme interventies plegen. Dan kunnen we de energietransitie versnellen (Rotmans, 2019).
6
Tussen droom en daad zitten wetten en regels (en soms de gemeenteraad…). Zie de transitie als een programma met onderlinge samenhang tussen de projecten en partijen. Organiseer samenwerking op de raakvlakken, dichtbij de energiegemeenschap, volg bestaande structuren (er zit een logische ordening in ogenschijnlijke chaos) en zet in op gelijkheid, met deelname voor iedereen.
De pilots ondervonden tal van juridische belemmeringen. Die hinderden alle betrokken, inclusief de overheid. Zonnepanelen op het gemeentehuis Een groep vrijwilligers wilde graag zonnepanelen installeren op het dak het gemeente huis. Ze gingen praten, rekenen en lobbyen. Na een tijdje ging de gemeenteraad overstag: het dak zou beschikbaar komen voor een postcoderoosproject. Totdat de jurist van de gemeente daar een stokje voor stak. Volgens hem was niet de juiste procedure gevolgd. En dus werd de toezegging aan de vrijwilligers ingetrokken. Het project moest officieel worden aanbesteed. En de lokale vrijwilligers? Die mochten niet meedingen omdat ze voorkennis hadden. Gelukkig gaat het elders wel goed, met juristen die flexibel met de regels weten om te gaan. Zoals in de gemeente Halderberge, waar coöperatie Energiek Halderberge 269 zonnepanelen op het dak van het gemeentehuis mocht leggen.
21
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Gebrek aan afstemming leidt soms tot grote problemen.
22
Hoofdstuk 1 / zeven hoofdlessen
Wat zegt de wetenschap? Wetenschappelijke studies bevestigen dat ‘instituties’ een belangrijke rol spelen in de energietransitie. De ene keer zijn ze een obstakel, dan weer spelen ze een faciliterende rol (Meijer et al, 2019). Institutionele verandering, een voorwaarde voor een transitie, ontstaat wanneer gedragspatronen andere vormen aannemen en doordringen tot in de haarvaten van de samenleving. Als iets is geïnstitutionaliseerd, dan verbinden we onze (nieuwe) normen vaak aan wet- en regelgeving. Er zijn verschillende manieren om institutionele verandering te bewerkstelligen. Eén ervan is “framing”, het ontwikkelen en veranderen van gedeelde interpretaties (van de wet), met als doel het publieke discours te beïnvloeden (Benford & Snow, 2000). Voorbeeld is de strategie van ‘Uber’ (de Amerikaanse multinational in de deeleconomie). Om een vergunning te krijgen in Zwitserland wist het bedrijf de Zwitserse wet zo te interpreteren dat het duurzaam is om auto’s te delen (en in te zetten als taxi’s). Zo werd het deelbedrijf juridisch omarmd - in tegenstelling tot Nederland, waar Uber geen voet aan de grond kreeg (Pelzer, Frenken & Boon, 2019). Het breed uitdragen en verkopen van de gewenste interpretatie van de wet is dus van groot belang voor de ontwikkeling van de energietransitie.
7
De energietransitie heeft regie nodig. Als je de energietransitie voorstelt als een auto, wie zit er dan achter het stuur? En hoe ziet het dashboard eruit? De RES-regio’s zijn feitelijk te klein om de energietransitie te leiden. Dit komt omdat elke actie in een regio impact op een andere regio kan hebben.
Daarbij is de RES-regio gericht op de grootschalige opwek van elektriciteit en warmte, terwijl de energietransitie ook gaat over kleinschalige projecten, grootschalige industrie, energiebesparing, mobiliteit en innovatie door marktpartijen. Er wordt te veel gedacht in losse projecten en er is weinig overzicht. Zo kon het gebeuren dat het elektriciteitsnet al helemaal vol zit en veel zonnedaken de komende jaren niet aangesloten kunnen worden. Dat gaat in tegen de zonneladder waarin staat dat voorkomen moet worden dat zonnepanelen op landbouw- en natuurgrond worden gelegd als dat niet nodig is. Aan de ene kant zijn autoritaire besluiten nodig, aan de andere kant de vrijheid om op innovatieve wijze invulling te geven aan deze besluiten. Daarbij moet er op verschillende niveaus regie worden gevoerd: rijk, provincie, gemeente, wijk. Een mogelijkheid hiervoor is om het energiesysteem te zien als ‘holons’, zoals voorgesteld door Mart van Bracht vanuit de Topsector Energie. Holons zijn zelfstandige onderdelen die tegelijkertijd deel uitmaken van een groter geheel. Elk deel kan op zichzelf functioneren, maar maakt deel uit van een groep en een hiërarchie.
23
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Twee honden vechten om een been Het gebrek aan afstemming leidt soms tot grote problemen. Zo werken twee buurgemeenten letterlijk langs elkaar heen. De ene kiest voor windmolens, de ander wil graag een groot zonnepark aanleggen. Ze gaan aan de slag met bestemmingsplannen en openbare aanbestedingen voor geïnteresseerde marktpartijen. De gemeenten willen respectievelijk 20 MW aan wind en 20 MW aan zon gaan opwekken. Ze zetten een tender uit en marktpartijen melden zich. De planprocedures worden opgestart. Maar helaas, in de tussentijd heeft een derde gemeente in de buurt ook een zonnepark mogelijk gemaakt. Dit zonnepark gebruikt de helft van de beschikbare transportcapaciteit in de regio. Omdat de netbeheerder moet werken volgens het ‘wie het eerst komt wie het eerst maalt’-principe, gaat dit park voor. Er is nu nog maar 20 MW beschikbaar en valt een van de twee gemeenten buiten de boot. Een wrange situatie, want op het moment dat de plannen gestart werden, was er voldoende capaciteit. En als de twee gemeenten van begin af aan hadden samengewerkt, was het zelfs mogelijk geweest om beide projecten aan te sluiten door het slim delen van de aansluiting en kabels. Jammer ook dat de lokale omgeving al heel veel moeite had gestoken in het verwerven van 50% eigendom.
Wat zegt de wetenschap? Mazzucato (eerder benoemd in les 5) stelt dat het klimaatprobleem is op te lossen met mission-oriented policies (missiegericht beleid), waarbij ook op meerdere niveaus politiek wordt gevoerd (Mazzucato, 2018). Hooghe en Marks (2002) omschrijven twee vormen van (politiek) besturen: type 1 is top-down (meer hiërarchisch, als in de holons), waarbij de overheid beleid oplegt en actief stuurt op de uitvoering daarvan; terwijl type 2 meer ‘bottom-up’ is (netwerken). Hierbij wordt voornamelijk toezicht gehouden en pas ingegrepen als dat nodig is. In de energietransitie komen beide typen voor. Volgens Jan Rotmans is het een kwestie van de juiste balans vinden tussen de bottom-up én top-down aanpak, en dit blijven herhalen op verschillende niveaus (Rotmans, 2019). Hoe kan zoiets er in de praktijk uitzien? Bijvoorbeeld met Holons, zoals Topsector Energie voorstelt.
24
Hoofdstuk 1 / zeven hoofdlessen
Holarchie Holon
Holon: een entiteit die tegelijkertijd zelfstandig is én onderdeel is van een geheel. Holons zijn zelfstandige eenheden die een zekere mate van autonomie bezitten, maar tegelijkertijd ook onderhevig zijn aan controle vanuit een of meer hogere niveaus. Holarchie: een hiërachie van zelfregulerende Holons die:
Holon hoger niveau
1. Functioneren als autonome eenheden, eventueel sturend op gesubordineerde Holonen 2. Als afhankelijke onderdelen in ondergeschiktheid
Holon 3 Holon hoger niveau
aan controles op hogere niveaus 3. In coördinatie met hun lokale omgeving.
7 6 Holarchie
Holon 5
6 Holon 3 Holon 4
6 2
7 Holon 5
6
6Holon 2
6
Holon hoger niveau
Holon 1
6
Holon 4 2
3 6
Holon 3
5
Holon 1
7 Holon 5
Legenda
6
Holon 2
6 6
Holon 4 2
3 Legenda 6
Holon 1
1
Smart multi-commodity grid
2
Biogas
3
Power to gas
4
Geothermische bron
5
Windpark
6 7
4
4 Smart multi-commodity grid
2
Biogas
3
Power to gas
4
Geothermische bron
Data
5
Windpark
Warm
6
Smart holon control
Gas
7
CHP
Elektr
5
1
Data Warmte
Smart holon control
Gas
CHP
Elektriciteit
Bron: Topsector Energie. Legenda 1
Smart multi-commodity grid
2
Biogas
3
Power to gas
4
Geothermische bron
Data
5
Windpark
Warmte
6
Smart holon control
Gas
7
CHP
Elektriciteit
1
1
25
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Hoofdstuk 2
OPWEK VAN ELEK TRICITEIT Zonne- en windenergie voor alle inwoners van Brabant, is dat mogelijk? Binnen de pilots voor elektriciteitsopwekking gingen we op zoek naar manieren om meer mensen te betrekken bij de opwek van duurzame energie. Bijvoorbeeld met zonnepanelen op het dak, windmolens en zonneparken. Nu liggen op ruim twaalf procent van de Brabantse woningen zonnepanelen. Het merendeel van de huishoudens heeft echter geen geschikt eigen dak. Zij zijn aangewezen op een lokaal initiatief.
26
Hoofdstuk 2 / opwek van elektriciteit
Samen met anderen duurzame elektriciteit opwekken, dat vraagt nogal wat. Zo blijkt uit de grote en kleine projecten waarbij het programma SIE betrokken was. Het kán, mits een aantal randvoorwaarden goed wordt ingevuld. Wat er naast een groep enthousiaste vrijwilligers voor nodig is, leest u in dit hoofdstuk.
Het programma SIE heeft de volgende pilots voor de opwek van elektriciteit ondersteund: • Energie A16. Binnen dit project is onderzocht hoe de omgeving kan profiteren van 28 windmolens rond de A16 en hoe de lokale energietransitie hiermee kan worden versneld. Lees meer in het verslag op pagina 112 en in de factsheet op pagina 64. • Optimaal benutten zon. Binnen deze pilot ondersteunde het programma SIE regionale samenwerking voor zonne-energie en de vorming van een netwerk Zonnecoaches. Diverse Zonnecoaches zijn ook ingezet voor het project Zon op Bedrijfsdaken: hierbij boden de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen bedrijven een onafhankelijk adviseur aan. Van de 39 onderzochte bedrijfsdaken bleken er 22 uitstekend geschikt, met een terugverdientijd van minder dan tien jaar. Zie factsheet op pagina 66. • Energie voor iedereen (EVI). In deze pilot is onderzocht wat er nodig is om huishoudens zonder eigen investeringsmogelijkheden mee te laten doen aan de energietransitie. Zie factsheet op pagina 80. • ECCO. In Nationaal Landschap Het Groene Woud onderzochten vijf gemeenten hoe ze “energiegemeenschappen” konden realiseren. In essentie een vrijwillige samenwerking tussen de gemeenschap, de gemeentelijke overheid en het bedrijfsleven.
Daarnaast wilden de gemeenten in een natuurrijke omgeving collectieve zonneprojecten opzetten (met in totaal 100.000 zonne- panelen). Het programma SIE ondersteunde de projectorganisatie en enkele lokale initiatieven bij het opstarten van ECCO’s (Energy Communities Co-operatives). Zie factsheet op pagina 68. • Van regionale energie- en klimaatstrategie naar lokale energie agenda. In Hart van Brabant is onderzocht hoe de uitwerking van het lokaal eigendom van energieprojecten binnen de REKS-opgave het beste opgepakt kan worden. Zie factsheet op pagina 70. • Concept 50% lokaal eigendom. In deze pilot is onderzocht of gemeenten lokale betrokkenheid bij grote energieprojecten kunnen afdwingen. De 50% ambitie is vertaald in een ‘Handreiking juridisch kader voor gemeenten’, waarin het begrip maatschappelijke tender verder is uitgewerkt. Het programma SIE ondersteunde de ontwikkeling van financiering door het Energiefonds Brabant en het programma stimuleerde kennisdeling en samenwerking van initiatieven per regio. Zie factsheet op pagina 72. • Energiek Brabant – kwartiermaken elektra. Voor het programma Energiek Brabant heeft SIE pilotregio West-Brabant ondersteund met kennisdossiers, innovatie-sessies en een kwartiermaker elektra. Zie factsheet op pagina 74.
27
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Maatschappij Les 8: Hef de ongelijkheid op. Het kost veel, heel veel moeite om iedereen toegang te bieden tot de energietransitie. De materie is per onderdeel al complex en helemaal op de samenhang van de onderdelen. Maar ook omdat er geld nodig is om maatregelen thuis aan te kunnen brengen of om te participeren in grootschalige opwek. Duurzaamheidsleningen en subsidies komen nu vooral terecht bij de mensen die al geld hebben of kunnen lenen. Daardoor staan mensen met een smalle(re) beurs langs de kant. Een van de belangrijkste vragen in de energietransitie is dan ook hoe we de ongelijkheid kunnen verminderen. Energie voor iedereen In Brabant hebben tienduizenden gezinnen moeite met het betalen van hun energierekening. Dit blijkt uit het onderzoek “Betaalbaarheid van de energietransitie in Tilburg”, dat het PON & Telos in 2020 uitvoerde in opdracht van de provincie Noord-Brabant, Enpuls en de gemeente Tilburg. De meeste financiële problemen zijn er bij mensen in sociale huurwoningen. De helft van hen woont in slecht geïsoleerde huizen. Door de stijgende energieprijzen raken zij steeds verder in de problemen. Wonen in een slecht verwarmde en vochtige woning is ook nog eens slecht voor de gezondheid en kan leiden tot sociaal isolement.
De gemeenten Bernheze, Breda, Den Bosch en Tilburg wilden leren hoe ze hun inwoners met een smalle beurs kunnen betrekken bij de energietransitie. De belangrijkste les is dat gemeenten onvoldoende aansluiting vinden bij deze doelgroep. Huidige regelingen zijn niet of onvoldoende toegankelijk. En er is meer maatwerk nodig. Enkele oplossingen die genoemd worden om betere aansluiting te vinden: • Maak onderscheid tussen huurders en woningeigenaren met een smalle beurs. • Betrek woningeigenaren bij collectieve aanpakken van wooncorporaties. • Verplaats je in de leefwereld van de mensen. Zoek persoonlijk contact. • Werk met een vaste, vertrouwde en onafhankelijke contactpersoon. Hoe je dat doet is te lezen in het EVI-magazine en op de Energiewerkplaats Brabant.
28
Hoofdstuk 2 / opwek van elektriciteit
Rank
Hoge energie qoute (absoluut)
Hoge energie qoute (relatief)
Onder armoede grens door betalen energie (absoluut)
Onder armoede grens door betalen energie (relatief)
1
Eindhoven (13.200)
Rucphen (15,7%)
Eindhoven (3.130)
Helmond (2,9%)
2
Tilburg (11.220)
Baarle-Nassau (14,6%)
Tilburg (2.550)
Eindhoven (2,6%)
3
Breda (8.730)
Mill en Sint Hubert (12,1%)
Breda (1.790)
Tilburg (2,4%)
4
Den Bosch (6.140)
Zundert (11,8%)
Den Bosch (1.410)
Roosendaal (2,2%)
5
Helmond (4.170)
Sint Anthonis (11,4%)
Helmond (1.170)
Breda (2,0%)
6
Oss (3.820)
Someren (11,2%)
Roosendaal (770)
Halderberge (2,0%)
7
Roosendaal (3.300)
Eindhoven (11,0%)
Oss (700)
Rucphen (2,0%)
8
Meierijstad (2.880)
Cranendonck (10,9%)
Bergen op Zoom (540)
Den Bosch (1,9%)
9
Bergen op Zoom (2.370)
Halderberge (10,7%)
Meierijstad (490)
Laarbeek (1,8%)
10
Altena (1.840)
Deurne (10,6%)
Oosterhout (380)
Geldrop-Mierlo (1,8%)
Top 10 van Brabantse gemeenten met de meeste huishoudens die een hoge energierekening hebben en die door het betalen van deze rekening onder de armoedegrens terechtkomen. Bron: Betaalbaarheid van de energietransitie in Tilburg, Het PON & Telos (2020).
Les 9: Draagvlak zegt niets. Het gaat om participatie. In de energietransitie gaat het vaak over draagvlak, maar dit is een hol en nietszeggend begrip. Als de omwonenden geen bezwaren uiten tegen windmolens of zonneparken in hun omgeving, is er dan sprake van draagvlak? Beter is het om omwonenden de mogelijkheid te geven om te participeren. En wel zo vroeg mogelijk. Participatie gaat verder dan een informatieavond of een financiële deelneming, het gaat over meedenken en beslissen. Het helpt ook om het project te verbinden aan de gehele gemeenschap, zoals in Terheijden en andere plaatsen langs de A16 gebeurt (zie hieronder). In het Klimaatakkoord wordt onderscheid gemaakt tussen procesparticipatie en financiële participatie. In de Participatiewaaier zijn verschillende varianten uitgewerkt:
29
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Procesparticipatie in het project
De initiatiefnemer doorloopt samen met de omgeving een proces om te komen tot een wenselijke en haalbare vormgeving van participatie. Hieruit volgen afspraken over het ontwerp van het energieproject, over de ruimtelijke inpassing en/of over financiële participatie en opbrengsten voor de omgeving.
Omwonenden profiteren mee als mede-eigenaar van een wind- of zonneproject, via een vereniging of coöperatie
Omwonenden nemen risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld door aandelen, certificaten of obligaties
Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan maatschappelijke doelen in de buurt, zoals een sportclub of wijk vereniging
Direct omwonenden ontvangen voordeel, bijvoorbeeld in de vorm van verduur zaming van hun woning of korting op groene stroom
Mede-eigenaarschap
Financiële deelneming
Omgevingsfonds
Omwonendenregeling
Bron: Participatiewaaier (2019), opties voor projectparticipatie bij zon- en windprojecten op land.
Warme windmolen, de puzzel van Terheijden Het dorp Terheijden is druk bezig om zelfvoorzienend te worden. Om een eigen energie systeem op te zetten, worden alle mogelijke middelen ingezet. Een eigen warmtenet, zonnepanelen en zelfs een eigen windmolen langs de A16. In het dorp maken alle puzzelstukjes samen de puzzel van Terheijden compleet. De inwoners van T erheijden worden volop bij de plannen betrokken, van bijeenkomsten tot samen bierbrouwen en andere activiteiten. Daarbij is heel bewust gekozen om een zo breed mogelijke groep inwoners aan te spreken. Het blijkt dat de gezamenlijke droom belangrijker is dan het verhaal over de techniek. Zo zorgt de windmolen dus voor warmte. Les 10: De lokale energietransitie kun je niet overlaten aan vrijwilligers alleen. Niet iedereen realiseert zich hoe groot en ingewikkeld de projecten zijn die enkele goedwillende inwoners soms op hun schouders nemen. Als vrijwilligers verzetten zij ontzettend veel werk. Daarbij worden ze ook nog eens vaak het mikpunt voor omwonenden die tegen de komst van een zonnepark of windmolens zijn. Het helpt als de gemeente initiatiefnemers ondersteunt met professioneel advies en leningen en ze mogelijkheden biedt om te professionaliseren.
30
Hoofdstuk 2 / opwek van elektriciteit
Zonne-energie voor iedereen “Iedere Brabander moet zijn eigen energie kunnen opwekken met eigen zonnepanelen; is het niet op zijn eigen huis dan samen met anderen elders.” Dat is de motivatie van John Kwaks van het netwerk Zonnecoaches Brabant. Voor het opzetten van een collectief zonnepark is veel kennis en expertise nodig. Die ontbreekt vaak bij de betrokken vrijwilligers. Hierdoor zagen we verschillende kansrijke initiatieven vastlopen. Om initiatiefnemers te ondersteunen heeft SIE een netwerk van Brabantse zonnecoaches opgezet, bestaande uit professionals zoals John, met een of meer zonneprojecten op hun naam. Dit netwerk is tot eind 2020 ondersteund door de provincie Brabant en Enpuls en vanaf 2021 door Brabant Geeft Energie. Inmiddels hebben de coaches al twintig projecten begeleid.
Markt Les 11: De markt kan beter rekening houden met de omwonenden. Marktpartijen moeten zich aan de normen en voorschriften van de overheid houden, terwijl ze technisch gezien de omgeving vaak meer kunnen ontzien dan ze verplicht zijn te doen. Dat zien we bijvoorbeeld bij de bouw van windmolens: die kunnen stiller door het gebruik van moderne snufjes, minder slagschaduw geven door ze op bepaalde momenten automatisch stil te zetten of vogelvriendelijker draaien door radardetectie toe te passen. Toch gebeurt dit nog te weinig vanuit de ontwikkelaars zelf, goede uitzonderingen daargelaten. Overlast verminderende maatregelen kosten de ontwikkelaar immers geld. Het project wordt daardoor minder rendabel. Deze houding van veel ontwikkelaars voedt de weerstand bij omwonenden, zeker als zij merken dat er technisch meer kan dan dat er wordt gedaan. Slagschaduw Slagschaduw wordt gemeten op de voorgevel van een woning. Volgens de norm mag op maximaal 17 dagen per jaar, gedurende twintig minuten, slagschaduw op de voorgevel van een woning vallen. Maar hoe zit het met schaduw op andere plaatsen waar omwonenden er last van hebben? Technisch kan de windmolen prima zo worden ingesteld dat hij ook stopt als er slagschaduw komt in de achtertuin of, zoals langs de A16, bij de paardrijbak van een van de bewoners. Afstemming met omwonenden kost vrijwel geen moeite en levert veel waardering op.
De techniek maakt veel meer mogelijk dan wettelijk verplicht is. Het is aan de marktpartijen om daar gebruik van te maken.
31
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Les 12: Lokaal eigendom heeft betrokken projectontwikkelaars en exploitanten nodig. In het Klimaatakkoord is een ambitie opgenomen dat in 2030 nieuwe energieprojecten voor 50% lokaal eigendom worden. Dit zou moeten leiden tot meer draagvlak en acceptatie .Een zonnepark of windmolens ontwikkelen en exploiteren is echter niet eenvoudig. Dit vraagt een hoge mate van kennis en kost veel tijd en geld. En als een zonne- of windproject eenmaal is gerealiseerd, dan blijft er nog jarenlange betrokkenheid nodig voor de administratie ervan. Dit alles vraagt van lokale initiatiefnemers dat zij een behoorlijk professionele organisatie kunnen neerzetten. Er zijn helaas nog te weinig commerciële ontwikkelaars die hun projecten actief willen delen met de omgeving. Minder lokaal eigendom betekent immers meer winst voor de ontwikkelaar. Het zou mooi zijn als commerciële partijen met lokale initiatieven gaan samenwerken via lokale, regionale en/of landelijke samenwerkingsverbanden. Bovenwettelijke afspraken Eind 2022 draaien 28 windmolens langs de A16. Het programma SIE is sinds 2017 bij dit project betrokken, met als doel om de windmolens ook in het belang van de omgeving te laten draaien. Centraal stond de vraag: hoe regelen we het lokaal eigendom, want een wettelijk kader hiervoor ontbrak. Het programma SIE richtte zich op maximale inspraak voor de omwonenden.
Dit lukte dankzij de inzet van alle betrokken partijen: projectontwikkelaars, overheden én omwonenden. Zo kwamen regelingen en afspraken tot stand die geen enkele partij voor zichzelf had kunnen bereiken. Lokaal eigendom is namelijk niet vastgelegd in wet- en regelgeving, dus daar moesten de partijen het zelf over eens zien te worden. Uiteindelijk is er een ‘green deal‘ afgesloten waarin is afgesproken dat een kwart van het eigendom en dus de winst naar de omgeving gaat. Uit de samenwerking zijn goede resultaten voortgekomen, zoals de Burenregeling waarmee de omwonenden die het dichtst bij de windmolens wonen een speciale vergoeding krijgen om hun woning te verduurzamen. Er zijn twee verslagen over dit project gemaakt: ‘Energie A16, lokale participatie in 28 windmolens’ (zie pagina 112) en ‘Burenregeling A16’ dat is terug te vinden op Energiewerkplaats Brabant.
32
Hoofdstuk 2 / opwek van elektriciteit
Hoe regelen we het lokaal eigendom?
33
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Les 13: Anticipeer tijdig op veranderingen. In de energietransitie geldt: voorkomen is beter dan genezen. We zijn op het punt beland dat we de geproduceerde elektriciteit uit wind en zon niet meer probleemloos aan het net kunnen leveren. Eind 2021 kent vrijwel heel Brabant volledige netschaarste. Hierdoor lopen veel opwekprojecten vast. Ook in buurten ontstaan steeds vaker problemen. Door de snelle toename van warmtepompen, inductie koken, elektrische auto’s, airco’s en zonnepanelen loopt de spanning vaak te hoog op, of kan het lokale net de gelijktijdige vraag niet aan. De problemen zijn ontstaan door een te snelle toename van opgewekt vermogen zonder dat hier een goed lokaal programma onder lag. Zo wordt er nu veel stroom opgewekt op plekken waar weinig vraag is. Het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk is niet de enige oplossing: het kost veel geld, tijd, materiaal en inzet van schaarse deskundige arbeid. Het begin van een oplossing is om de provincie als een geheel te zien en van daaruit de (on)mogelijkheden te managen. Schaarste geeft kansen om tot een betere samenwerking te komen, versneld inzichten te delen over het energiesysteem van de toekomst en daarnaar te gaan handelen. Dit noemen we ‘programmeren’: het overzien van de veranderingen op lokaal en regionaal niveau en daar tijdig samenhangende maatregelen voor te bedenken.
Door te programmeren wordt inzichtelijk wat er waar nodig is. Bewoners zullen daarbij slimmer met energie moeten omgaan om te voorkomen dat ze hun aansluiting moeten verzwaren. Gemeenten moeten weten wat er nodig is voor het energiesysteem van de toekomst. Marktpartijen kunnen nieuwe producten en services ontwikkelen om energie op te slaan, zoals slimme laders voor elektrische auto’s, slimme warmte pompen en warmtebuffers. Ook kunnen inwoners energie delen met hun omgeving (denk aan energiegemeenschappen). Vraag en aanbod moeten beter op elkaar worden afgestemd en de netbeheerder moet de lokale netwerken tijdig aanpassen. Frikandellen als batterij Waar laat je de energie van windmolens als het elektriciteitsnet vol zit? Op bedrijven terrein Hazeldonk staan twee windmolens en er komen er nog een paar bij. De eigenaar van deze nieuwe molens zocht naar een manier om minder afhankelijk te zijn van de transportcapaciteit van de netbeheerder. Er wordt een directe verbinding gevonden met een koel- en vrieshuis. Dit koelhuis wordt ‘aangezet’ op het moment dat de windmolens meer stroom leveren dan het net aankan. Zo kunnen bevroren frikandellen als batterij benut worden. Om tot oplossingen voor de netschaarste te komen is de provincie onder andere het programma Energiek Brabant gestart waaraan vanuit dit programma medewerking is gegeven, met West-Brabant als pilotregio.
Meer over de ervaringen in West-Brabant is terug te zien in de online innovatiesessies op energieregiowb.nl.
34
Hoofdstuk 2 / opwek van elektriciteit
Macht Les 14: Leidende principes heten niet voor niets leidende principes. In de energietransitie wordt een aantal leidende principes breed uitgedragen, zoals het streven naar zo laag mogelijke kosten voor de maatschappij. Bij de uitvoering van projecten blijken ze soms lastig vol te houden. Neem het vaak gehoorde principe dat iedereen mee moet kunnen doen. Meedoen met een collectief zonnedak om zo de helft van je energie op te wekken, vraagt al gauw een investering van een paar duizend euro. Voor veel huishoudens is dit echt te veel geld. Ondanks dat in de statuten staat dat iedereen moet kunnen deelnemen, kunnen in de praktijk alleen mensen met geld profiteren van het mooie rendement van een zonnedak. Het vraagt dus nog de nodige creativiteit en denkwerk om de leidende principes voorop te blijven stellen. Gele hesjes Inspraak is een leidend principe van de overheid. Tijdens het tweede Energiecafé in LAB073 in Den Bosch, legde dr. Sanne Akerboom (Universiteit Utrecht) uit dat overheden veel weerstand oproepen doordat ze ruimtelijke ordeningsprocessen zo organiseren dat omwonenden er weinig invloed op kunnen uitoefenen. Volgens Akerboom werken overheden volgens een zogenaamd DAD-model: Decide Announce Defend. Vrij vertaald: ‘de beslissing is al genomen, wordt vervolgens aangekondigd en daarna verdedigd tijdens informatieavonden’.
Het leidend principe van inspraak wordt dus vaak niet gevolgd. Deze praktijk leidt regelmatig tot botsingen met de overheid. Zoals in Drimmelen waar de lokale bevolking in opstand kwam tegen de plannen voor de aanleg van grootschalige zonnevelden (150 hectare). Boze omwonenden togen naar het gemeentehuis, gekleed in gele hesjes. Zij demonstreerden omdat ze niet bij de plannen betrokken waren en omdat alleen de projectontwikkelaars er beter van zouden worden. Vanuit deze onvrede is Opgewekt Drimmelen ontstaan. De energiecoöperatie wil ook zonnestroom gaan opwekken, maar dan voor en door de lokale gemeenschap.
35
WAAR EEN WIL IS, IS EEN (OM)WEG
Les 15: Zoek naar lokale kansen voor verbinding (en organiseer de noodzakelijke kennis hiervoor). Transportschaarste ontstaat door een tekort aan infrastructuur (netwerk), maar ook doordat vraag en aanbod te weinig op elkaar worden afgestemd. Elektriciteit kan lokaal worden opgeslagen of ingezet, bijvoorbeeld met accu’s, het omzetten van stroom naar warmte of door het aanleggen van directe lijnen tussen producenten en afnemers. De komende jaren zal er nog sprake van transport schaarste zijn. Daarom is het goed om lokale kringlopen te ontwikkelen. Omdat hierdoor de complexiteit toeneemt, is het aan te bevelen om de inhoudelijke kennis goed te organiseren. Geen aansluiting na jarenlange voorbereiding Door netschaarste dreigen veel lokale initiatieven te mislukken. Projecten belanden na een jarenlange voorbereiding in de wachtkamer. Hoe kunnen we toch nieuwe zonneparken aanleggen als het elektriciteitsnet vol zit? Een mooie oplossing is de koppeling van deze parken aan bestaande windmolens. Aan deze projecten kunnen ook omwonenden meedoen, via de postcoderoos-regeling (SCE). Kabels en aansluitingen worden gedeeld, waardoor het net niet verder belast hoeft te worden. Met deze oplossing is ervaring opgedaan in de pilot Energiek Brabant. In Moerdijk, bij Willemstad, wil energiebedrijf RWE een zonnepark aansluiten bij vier van hun windmolens.
Ook omwonenden kunnen participeren in de opwek van zonne-energie. De voorbereiding verliep vlot. De inhoudelijk noodzakelijke kennis werd goed gedeeld en de partijen kwamen snel tot een principe-voorstel. Een ander project van dezelfde producent, eveneens met vier windmolens maar nu in Oirschot, had een langere aanloop nodig. De complexiteit van deze materie doorgronden vraagt tijd voor zowel de lokale omgeving als voor de gemeente. Partijen zijn inmiddels goed in gesprek met elkaar voor de uitwerking, mede door inzet van Zonnecoaches Brabant. Les 16: Betrek partijen in álle stadia – van exploratie tot exploitatie. Veel blijkt mogelijk door volharding en goede koerszetting, maar er mislukt ook doordat bij de relevante actoren (overheid, marktpartijen en bewoners) de wil of een gezamenlijk doel ontbreekt. Om echte samenwerking te bereiken, moet een gemeente alle leidende personen vanaf het eerste moment bij de plannen voor duurzame opwek betrekken. De gemeente stelt samen met de omgeving kaders, randvoorwaarden en leidende principes op. Daarmee kunnen de betrokkenen aan de slag om grondposities te verwerven en initiatiefnemers uit te nodigen om aan te sluiten. Daarna volgt een open planproces op weg naar vergunningverlening. Het lokaal eigendom kan voorafgaand via een Green Deal worden geborgd. Deze afspraken moeten goed worden uitgewerkt, want het is een complexe materie.
36
Hoofdstuk 2 / opwek van elektriciteit
Helaas is de praktijk vaak zo dat de gemeente wel beleid heeft, maar dat dit tot stand is gekomen zonder echte betrokkenheid vanuit de omgeving. Het komt vaak voor dat gemeenten het eigen beleid niet als een resultaatverplichting zien, maar als een inspanningsverplichting. Daarbij nemen ze zelf geen regie en laten ze het participatieproces over aan de ontwikkelaar. Zoiets gaat gegarandeerd verkeerd omdat emotiepolitiek dan een kans krijgt. Vijftienhonderd handtekeningen tegen de komst van een wind- of zonnepark bezorgt menig raadslid slappe knieën bij het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. Love me tender In het project Energie A16 is een Green Deal gesloten met alle potentiële ontwikkelaars met posities voor windmolens in het zoekgebied. Er ontbrak één partij, namelijk het Rijksvastgoedbedrijf. Die kon de overeenkomst niet tekenen omdat het ‘afstaan’ van lokaal eigendom niet in de huidige wetgeving is opgenomen. Onder aanvoering van de stuurgroep A16 (met twee gedeputeerden en vier wethouders) is een werkgroep aan de slag gegaan om dit toch mogelijk te maken. Dankzij de onverzettelijke wil van de betrokkenen werd deze horde alsnog genomen. Zij wisten het Rijksvastgoedbedrijf zo ver te krijgen dat het toch de lokale wensen behartigde. Dat deed het door een kwalitatieve tender uit te zetten voor de grond waar de windmolens op gebouwd zouden worden.