Bijlage- Motivering BOPA Boomhutsuites Klein Zwitserland dd 29-01-2025
Tekst van het document
49
13.
EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2, Bkl). Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 4). Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor wordt rekening gehouden met een zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering en de meerwaardecreatie. Toetsing Het planvoornemen voor de realisatie van 5 boomhutsuites op het Van der Valk terrein in Gilze wordt beschouwd als een activiteit die volgens het (tijdelijke) omgevingsplan niet mogelijk is. De ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande functie Horeca waardoor sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik op het bestaande resort perceel. De effecten van het plan op de omgeving en de toekomstwaarde zoals duurzaamheid en toekomstbestendigheid zijn in deze motivering uitgebreid uiteengezet.
De ontwikkeling creëert met het landschappelijk inpassingsplan een meerwaarde voor de kwaliteit van de natuur. Daarnaast is het plan een meerwaarde voor de lokale economische ontwikkeling. Gezien hetgeen uiteengezet in voornoemde hoofstukken kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen geen nadelige effecten heeft op de fysieke leefomgeving en er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Conclusie Alles overwegende is de ontwikkeling van 5 boomhutsuites aan de westzijde van het van der Valk resort Gilze aanvaardbaar.
BIJLAGE 1
STILA normering landschappelijke inpassing boomsuites van der Valk
S2012 R002b STILA normering
1
Projectlocatie en Opgave
Opgave: Landschappelijke inpassing van 5 boomsuites met versterking van het landschap, van de beleving voor de gasten en van de biodiversiteit van Natuur Netwerk Brabant
S2012 R002b STILA normering
1
Uitwerking in schetsvoorstel: beplanting loopt onder boomsuites door
Elke boomsuite staat in een eigen omgeving: de zuidelijke in een heide vegetatie, de middelste op de rand van een zoom en mantel. De twee noordelijkste in een open plek in het bos omgeven door hoger struweel en enkele nieuw aan te planten loofbomen.
Beplantingsconcept: B1 KR2
B1, deels aanwezig KR2
Structuurrijke zoom- en mantelvegetatie en schaduwplanten onder de bomen, ontwikkeling naar een wintereiken-beukenbos, met eik, beuk, linde , lijsterbes, wilde appel en sporkehout. Ondergroei van schaduwrijke kruidenvegetatie en varens. Aan de zonzijde in de zoom incidenteel brem en honsdroos.
B1 aanwezig
B1 KR2
KR3
KR1
KR1
B1
Schraal kruidenrijke grasland, bijv G1 mengsel Cruijdthoeck KR3
KR3
Droge heide met reliëf en kleine stuifduintjes: bremstruweel, struikheide, kraaiheide en/of bosbesoorten en zandige plekken
+ Klimbeplanting tegen de peilers van de boomhutten; hop, kamperfoelie, hedera, bosrank, en egelantiersroos op zonninge plek S2012 R002b STILA normering
3
Verbeelding van de beplanting
Kansen in biotopen en in doelsoorten
Bonte vliegenvanger
Levendbarende hagedis (foto:Rollin Verlinde)
Oeverzwaluwen
Voorstel profiel
Biotoop: Deze soort wordt vooral aangetroffen in halfopen loof- en gemengde bossen met een gevarieerde structuur. Voedsel bestaat uit insecten zoals vliegen, muggen, vlinders en libellen, maar ook oorwurmen en sprinkhanen. Vanaf een zitpost maken bonte vliegenvangers korte vluchten achter vliegende insecten aan, en vangen deze in volle vlucht. Nestkasten aanbrengen in boomsuites
Biotoop: natte en drogeheidegebieden, stuifduinen, open plekken in bossen en heischrale graslanden. De soort heeft zandige plekjes nodig in de zon. Voedsel bestaat uit voornamelijk insecten, wormen en spinnen.
Kleine parelmoervlinder
Biotoop: De kleine parelmoervlinder leeft in open pioniervegetaties en schrale, droge, warme graslanden met kale grond. In de duinen is deze vlinder vooral te vinden in schrale duingraslanden met een mozaïek van open grond, lage begroeiing en ruigere vegetatie. De kleine parelmoervlinder is een zeer mobiele vlinder.
Biotoop: steile zandige of lemige oevers, aan of nabij water. Deze rand op het westen is een perfecte plek voor een oeverzwaluwenwand als nestgelegenheid. Voorstel nieuw profiel S2012 R002b STILA normering
5
Oppervlakten
4,1
H
6,4
(sh-bh)
389 H
4,1 6,4 4,1 6,4
6,4
2653
(sn-lb)
H
1177
(sn-lb)
6,4
(sn-lb)
4,1
4,1
(sh-bh) (sh-bh)
H
(sh-bh)
H
(sh-bh)
N WR-A
(sn-lb)
18.82
68.23 173 253
52.69
1750 8
22.28
Aaangegeven zijn de oppervlaktes van beplanting inclusief het pad. De oppervlaktes van het pad zijn rood omkaderd. In de excell tabel is het oppervlak van het pad afgetrokken van de beplantingseenheden.
Berekening STILA normering aanleg S2012 Boomhutten Van Der Valk Subsidieregeling aanleg
8-5-2023
behorende bij rapport S2012 R002
Kruit | Kok Landschapsarchitecten
Aantal
Eenheid
Normering
Bedrag per eenheid exclusief BTW
Bosplantsoen 100%; conventioneel geteeld en autochtone-herkomst (excl. (dijk)taluds)
519
stuks
3 st per m2
€
1,87
€
2,15 €
970,53 €
1.115,85
B1
Bosplantsoen 50%; conventioneel geteeld en autochtone-herkomst (excl. (dijk)taluds)
1950
stuks
3 st per m2
€
1,87
€
2,15 €
3.646,50 €
4.192,50
B1
Laanboom en hoogstamfruit maat 10-12
6
stuks
€
72,74
€
83,29 €
436,44 €
499,74
B1
Veren langzaamgroeiende soorten lengte 200-250 cm
4
stuks
€
22,21
€
22,95 €
88,84 €
91,80
Aantal
Eenheid
_
_
Aantal
Eenheid
_
_
Aantal
Eenheid
Codering
Aanleg beplanting
B1
Aanbrengen rasters ter bescherming van beplanting Niet van toepassing
Aanbrengen recreatieve voorzieningen Niet van toepassing
Grondverzet
Bedrag per eenheid inclusief BTW
Normering
Bedrag
_
Totaal _
_
Normering
_ Totaal
_
Bedrag per eenheid inclusief BTW
Normering
Totaal
Totaal _
_
Totaal inclusief BTW
_
Bedrag
_
Totaal exclusief BTW
_
Totaal
Totaal
KR1
Ontgraven en verwerken bouwvoor t.b.v. ontwikkeling schraalland
70,2
m3
€
4,55
€
5,51 €
319,41 €
386,80
KR2
Ontgraven en verwerken bouwvoor t.b.v. ontwikkeling schaduwrijke kruidenvegetatie
353,1
m3
€
4,55
€
5,51 €
1.606,61 €
1.945,58
KR3
Ontgraven en verwerken bouwvoor t.b.v. ontwikkeling heide
664
m3
€
4,55
€
5,51 €
3.021,20 €
3.658,64
Inzaaien botanische hooilandrand en wilde bijenrand op grasland
Aantal
Eenheid
KR1
Aanschaf en inzaaien graskruidenmengsel
0,0234
ha
€
1.516,67 €
1.835,17 €
35,49
€
42,94
KR2
Aanschaf en inzaaien graskruidenmengsel
0,1177
ha
€
1.516,67 €
1.835,17 €
178,51
€
216,00
KR3
Aanschaf en inzaaien heidemengsel
0,166
ha
€
10.303,53
€
12.149,86
Bedrag per eenheid inclusief BTW
Normering
Totaal
Totaal
? Totaal
S2012 R002b STILA normering
7
Berekening STILA normering beheer
S2012 Boomhutten Van Der Valk Subsidieregeling beheer
10/05/2023
behorende bij rapport S2012 R002
Kruit | Kok Landschapsarchitecten
Codering
Beheerpakket
Aantal
Eenheid
Periodiek
Vergoeding
L3a
Bossingel - jaarlijks beheer
0,29
ha
per jaar
€
1.775,02 €
514,76 per 6 jaar
€
3.088,53
L6a
Struweelhaag - jaarlijks beheer
42,00
meter
per jaar
€
1,08 €
45,36 per 6 jaar
€
272,16
L8b
Bomenrij en solitaire boom - cyclisch beheer diameter 20-60 cm
6,00
stuks
per keer
€
30,36 €
182,16
€
182,16
G1a
Botanische weiderand - jaarlijks beheer (KR1, zon)
0,02
ha
per jaar
€
1.206,16 €
28,22 per 6 jaar
€
169,34
G1a
Botanische weiderand - jaarlijks beheer (KR2, schaduw)
0,12
ha
per jaar
€
1.206,16 €
141,97 per 6 jaar
€
851,79
€
4.563,99
Totaal
Periodiek
Totaal
Colofon Titel: STILA normering Landschappelijke inpassing boomsuites van der Valk Opdrachtgever: Nick van der Valk Uitgevoerd door:
Kruit | Kok Landschapsarchitecten
Projectarchitect:
Mariëlle Kok
Ontwerpteam: Mariëlle Kok, Daan Hamers Tekst: Mariëlle Kok Illustraties | Foto’s:
Mariëlle Kok, internet
Plaats en datum:
Eindhoven, 10 05 2023 | 03 09 2024
Projectnummer:
S2012
Documentnummer:
S2012 R002b
Kruit Kok Landschapsarchitecten T: 040 2516114 M: Mariëlle Kok 06 23913030 Vestiging Eindhoven (tevens postadres) Strijp-S SWA 4.013 Torenallee 45 5617 BA Eindhoven E: info@kruitkok.nl I: www.kruitkok.nl
S2012 R002b STILA normering
9
BIJLAGE 2
Quickscan natuur Boomhutsuites Van der Valk Hotel, Gilze
COLOFON Quickscan natuur Boomhutsuites Van der Valk Hotel, Gilze
OPDRACHTNEMER
idverde Advies Willemsplein 2-4 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T 073 205 11 00 E advies@idverde.nl
Opdrachtgever
Ordito B.V. t.a.v. Mevr. Van Kuijk 5126 CC Gilze Nederland
Projectnummer
722230242
Status VERSIE DATUM
Definitief 2.1 22 JANUARI 2025
In deze rapportage is gebruik gemaakt van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op deze gegevens rusten auteursrechten. Het schriftelijk of digitaal delen of publiceren van (een deel van) de gegevens uit de NDFF is niet toegestaan zonder toestemming van BIJ12, uitgezonderd aan bevoegd gezag in het kader van een vrijstellings- of ontheffingsprocedure of voor intern gebruik van de opdrachtgever voor de duur van het betreffende project. Idverde advies bv is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden, kaartmateriaal inclusief getoonde begrenzingen of andere gegevens verkregen van idverde Advies bv. De opdrachtgever vrijwaart idverde Advies bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Idverde Advies bv is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologische adviesbureaus. Hierdoor zijn wij goed op de hoogte van de nieuwste ontwikkeling op het gebied van ecologie en wetgeving. Door de inzet van conform de wet ter zake kundige ecologen, waarborgen wij daarnaast onze onderzoekskwaliteit. Omdat ecologisch (veld)onderzoek een momentopname is, kan aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig.
Idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. Copyright 2025 idverde. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.
2
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
INHOUDSOPGAVE COLOFON
2
1
4
INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Wettelijk kader en afbakening onderzoek 1.3 Ligging plangebied 1.4 Planning werkzaamheden 1.5 Leeswijzer
2
WERKWIJZE 2.1 Bronnenonderzoek 2.2 Veldbezoek 2.3 Effectenanalyse en toetsing aan wetgeving
3
ONDERZOEKSRESULTATEN 3.1 Algemene beschrijving plangebied 3.2 Soortbescherming (Flora- en fauna-activiteit) 3.2.1 Vaatplanten 3.2.2 Grondgebonden zoogdieren 3.2.3 Vleermuizen 3.2.4 Vogels met jaarrond beschermde nesten 3.2.5 Overige broedvogels 3.2.6 Reptielen 3.2.7 Amfibieën 3.2.8 Vissen 3.2.9 Ongewervelden 3.2.10 Invasieve exoten 3.3 Gebiedsbescherming 3.4 Houtopstanden
4
CONCLUSIE & ADVIES 4.1 Voorzorgsmaatregelen 4.2 Aanvullend onderzoek 4.3 Specifieke zorgplicht 4.4 Algemene zorgplicht
4 4 5 7 7
8 8 9 9
10 10 10 11 11 11 12 12 13 13 13 13 14 14 14
15 15 16 16 17
LITERATUURLIJST
18
BIJLAGE 1: BEPLANTINGSCONCEPT
19
3
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Van der Valk Hotel Gilze is voornemens om vijf boomhutsuites te realiseren aan de rand van het terrein van het hotel op een open plek tussen de bestaande bomen. De boomhutsuites worden gerealiseerd binnen de vigerende bestemming Horeca. De boomhut suites vallen echter buiten het bouwvlak, waardoor de realisatie op basis van het huidige bestemmingsplan niet direct mogelijk is. Vanwege de ligging in het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is gekozen voor een kleinschalige en duurzame opzet, passend bij de landschappelijke en ecologische kwaliteiten van het gebied. Eerder is in 2022 door idverde Advies hier een quickscan voor opgesteld (kenmerk: 722220237). Vanwege de overgang van de Wet natuurbescherming naar de huidig geldende Omgevingswet, is idverde Advies gevraagd om de eerder opgestelde quickscan te actualiseren. Daarnaast zijn, vanuit de Omgevingsdienst Midden- en West Brabant (OMWB), vragen gesteld over de eerder uitgevoerde quickscan. Onderstaande rapportage is een geactualiseerde versie van de eerdere quickscan rapportage en tevens zijn de gestelde vragen vanuit de OMWB verwerkt. In het kader van de Omgevingswet moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten, natuurgebieden en houtopstanden.
Een ecologische quickscan is nodig om te onderzoeken welke beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn in en rondom het plangebied en of de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk negatieve effecten hebben op de aanwezige soorten en natuurgebieden. Wanneer negatieve effecten op beschermde soorten of natuurgebieden niet kunnen worden voorkomen dan dient mogelijk een omgevingsvergunning te worden aangevraagd voor een flora- en fauna-activiteit en/of Natura 2000-activiteit voor het optreden van schadelijke handelingen zoals beschreven in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
1.2
Wettelijk kader en afbakening onderzoek
Soortbescherming (Flora- en fauna-activiteit) Binnen het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het doel van dit onderzoek te bepalen of de kans bestaat dat schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde plant- en diersoorten plaatsvinden door de voorgenomen ontwikkeling. Voorliggende rapportage geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen ten aanzien van beschermde soorten: Zijn in het plangebied en de directe omgeving daarvan beschermde plant- of diersoorten en/of verblijfplaatsen van deze soorten aanwezig of te verwachten? Ondervinden deze soorten schade of hinder van de voorgenomen werkzaamheden? Zo ja, is het mogelijk om optredende negatieve effecten te voorkomen of te mitigeren? En op welke wijze dient dit te geschieden? Is nader onderzoek noodzakelijk om aanwezigheid van soorten of mogelijke effecten daarop uit te sluiten? Is het noodzakelijk om een omgevingsvergunning aan te vragen voor het uitvoeren van schadelijke handelingen uit het Bal of kan worden gewerkt met een goedgekeurde gedragscode? Gebiedsbescherming Het Bal beschermt, naast soorten, ook gebieden. Het gaat hierbij om Natura 2000-activiteit, maar ook op provinciaal en gemeentelijk niveau worden gebieden en groenstructuren beschermd.
Voorliggende rapportage geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen ten aanzien van gebiedsbescherming: Ligt het plangebied in of nabij beschermde gebieden? Zo ja, kan het optreden van negatieve effecten bij uitvoering van de werkzaamheden worden uitgesloten? Houtopstanden Het Bal beschermt daarnaast ook houtopstanden. Ook op provinciaal en gemeentelijk niveau worden groenstructuren beschermd. Voorliggende rapportage geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen ten aanzien van gebiedsbescherming en houtopstanden: Worden er houtopstanden gekapt, die deel uitmaken van houtopstanden van meer dan 1000 m2 (10 are) of een bomenrij van meer dan 20 bomen buiten de bebouwde kom Houtopstanden? Zo ja, dan dient er een kapmelding gedaan te worden en is sprake van een herplantplicht. Valt het plangebied onder (beschermde) gemeentelijke groenstructuren?
4
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
1.3
Ligging plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van Gilze boven de A58 (Figuur 1.1). Het ligt aan de rand van het hotelterrein op de overgang naar het aangrenzende natuurgebied Klein Zwitserland met waterplas. De te realiseren boomhutsuites komen aan de achterzijde van het hotelterrein en zijn vanaf de openbare weg niet zichtbaar. De boomhutsuites worden tussen de bestaande bomen gesitueerd en staan op palen op een bestaande open plek. De suites zijn ook alleen toegankelijk via een op palen gesitueerde loopburg die vanuit het hotel te betreden is. In Figuur 1.2 is het ontwerp van de te realiseren boomhutsuites weergegeven en in Figuur 1.3 is het (ontwerp) van het beplantingsplan voor de toekomstige situatie weergegeven.
Figuur 1.1: Het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van de directe omgeving.
5
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
Figuur 1.2: Ontwerp van de boomhutsuites (bron: Vermeer Architecten)
6
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
Figuur 1.3: Huidige situatieschets wat betreft te realiseren beplanting.
1.4
Planning werkzaamheden
Wanneer de werkzaamheden voor het realiseren van de boomhutsuites plaats zullen vinden is ten tijde van het schrijven van deze quickscan rapportage nog niet duidelijk. Er zijn geen verkeersbewegingen wenselijk of mogelijk op maaiveld niveau. Tussen het hotel en de boomhutsuites ligt een parkeerplaats. De locatie voor de boomhutsuites heeft een totale oppervlakte van circa 945 m 2. Een boomhutsuite heeft een oppervlak van circa 60 m2. Het voornemen is om de huidige beplanting middels het plan een ecologische impuls te geven. Figuur 1.3 geeft de huidige situatie van de beplanting in het plangebied weer. Kruit Kok Landschapsarchitecten hebben een landschappelijk inpassingsplan opgesteld voor de realisatie van de boomhutsuites. In dit inpassingsplan is ook een beplantingsconcept te vinden (zie bijlage 1).
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is de werkwijze van deze quickscan beschreven. Vervolgens zijn in hoofdstuk 3 zijn de onderzoeksresultaten gepresenteerd en is tevens een effectbepaling van het werk op mogelijk aanwezige beschermde natuurwaarden gedaan. Tot slot zijn in hoofdstuk 4 de conclusie en het advies beschreven.
7
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
2 Werkwijze Een quickscan betreft een verkenning die bestaat uit een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek is een inschatting gemaakt van de aanwezige natuurwaarden en is beoordeeld of het plan (negatieve) effecten kan hebben op deze natuurwaarden (effectenanalyse). Indien effecten optreden of niet zijn uitgesloten dan worden deze getoetst aan de Omgevingswet en wordt geadviseerd welke vervolgstappen nodig zijn. Hieronder is per onderdeel de werkwijze toegelicht.
2.1
Bronnenonderzoek
Soortenbescherming (Flora- en fauna-activiteit) Voor de eerder uitgevoerde quickscan is in 2022 de NDFF geraadpleegd. Voor de actualisatie is opnieuw een bronnenstudie uitgevoerd waarbij ook gegevens over rode lijst soorten zijn opgenomen. Voor deze bronnenstudie is gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Binnen een straal van circa 1 kilometer rondom het plangebied zijn op 26-08-2024 alle relevante waarnemingen van beschermde flora en fauna van de afgelopen 10 jaar opgevraagd. Op basis van de beschikbare gegevens is een inschatting gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten binnen het plangebied. Omdat de NDFF nooit een volledig beeld geeft van verspreidingsgegevens worden op basis van specifieke habitatkenmerken nog aanvullende verspreidingskaarten geraadpleegd, zoals de NDFF Verspreidingsatlas en Waarneming.nl. Binnen het Bal wordt onderscheid gemaakt tussen bepaalde soortgroepen. Dit is als volgt onderverdeeld: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (§ 11.2.2) Vogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en vogels met jaarrond beschermde nesten als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen (categorie 5). Overige broedvogels, alle in Nederland voorkomende (broed)vogels zijn beschermd onder de Vogelrichtlijn, wanneer deze aan het broeden zijn.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (§ 11.2.3) Grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen, vissen, insecten, weekdieren en vaatplanten. Beschermingsregime andere soorten (§ 11.2.4) Grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen, vissen, insecten, weekdieren en vaatplanten. Binnen de provincie Noord-Brabant geldt voor een aantal soorten echter een algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze soorten (Tabel 2.1) zijn niet meegenomen in het bronnenonderzoek. Tabel 2.1: Vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Soort Grondgebonden zoogdieren Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Huisspitsmuis Konijn Amfibieën Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander
Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wild Zwijn Woelrat
Meerkikker Bastaardkikker
Naast bovenstaande beschermde soorten dient in het kader van de specifieke zorgplicht flora en fauna ook te worden nagegaan of er aanwijzingen zijn dat rode lijstsoorten binnen het plangebied zouden kunnen voorkomen. Deze worden daarom ook meegenomen in deze quickscan. Tevens is een advies opgesteld in hoofdstuk 4 om invulling te geven aan deze specifieke zorgplicht.
8
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
Gebiedsbescherming Voorafgaand aan het veldbezoek is tevens ook een bronnenstudie uitgevoerd met betrekking tot gebiedsbescherming. Hierbij is gekeken naar de afstanden tot Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Wanneer het plangebied in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied ligt, wordt een inschatting gemaakt of er mogelijk negatieve effecten kunnen optreden, en of een nadere toetsing (voortoets) noodzakelijk is voor het uitvoeren van de ingreep. Tenslotte is bepaald of het plangebied binnen de begrenzing van de NNN of andere gebieden met een provinciale of gemeentelijke status valt. Houtopstanden Ten aanzien van het onderdeel houtopstanden wordt beoordeeld of eventuele te kappen bomen of beplanting binnen de bebouwde kom houtopstanden is gelegen. Indien dit het geval is, wordt beoordeeld of sprake is van een meldings- en herplantplicht voor het onderdeel houtopstanden van de Omgevingswet.
2.2
Veldbezoek
Het veldbezoek bestaat uit een biotooptoets met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnenonderzoek zijn hierbij in het veld getoetst en waar nodig aangevuld. Op 12 juli 2022 is een veldbezoek uitgevoerd door een ecoloog van idverde Advies, ter plaatse van het plangebied. De weersomstandigheden waren op dat moment helder, 27 ⁰C en 2Bft. Op het moment van het veldbezoek zijn nooit alle mogelijk voorkomende soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefgebied stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratieroutes vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Het plangebied kan o.a. voor vogels en vleermuizen een geschikte locatie zijn als broed- of verblijfplaats en ook de directe omgeving kunnen zij gebruiken als broedlocatie of verblijfplaats. Voor planten is gelet op de vegetatiestructuur en de abiotische omstandigheden van de groeiplaats. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied.
Tevens is gelet op de aanwezigheid van invasieve plantenexoten zowel binnen als direct grenzend aan het plangebied. Invasieve exoten als Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw hebben door menselijke activiteiten zich gevestigd in Nederland. Deze soorten kunnen zich snel verspreiden en concurreren hierbij de oorspronkelijke vegetatie weg. Daarnaast kunnen deze soorten voor overlast zorgen bij mensen. De opdrachtgever heeft in veel gevallen de plicht om verdere verspreiding van exoten te voorkomen.
2.3
Effectenanalyse en toetsing aan wetgeving
Soortenbescherming (Flora- en fauna-activiteit) Op basis van de uitkomsten van het bronnen- en veldonderzoek is beoordeeld of de voorgenomen werkzaamheden (negatieve) effecten hebben op beschermde natuurwaarden. Indien sprake is van een conflictsituatie tussen de aanwezigheid van beschermde soorten en de geplande ruimtelijke ingreep, is in onderhavige rapportage aangegeven welke voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen. Indien negatieve effecten door het nemen van voorzorgsmaatregelen niet te voorkomen of uit te sluiten zijn, is aangegeven welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om conform het Bal werkzaamheden uit te voeren. De mogelijkheid om een complete effectanalyse te maken is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de uit te voeren werkzaamheden en uitvoeringsplanning. In hoofdstuk 3 wordt beoordeeld of voor dit project de beschikbare gegevens over de aanwezige soorten voldoende zijn om een goede effectenbeoordeling uit te voeren of dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van soorten nodig is. Gebiedsbescherming (Natura 2000-activiteit) Voor het beoordelen van de effecten op eventueel aanwezige Natura 2000- gebieden is een inschatting gemaakt van de ingreep en de verwachtte verstoringselementen.
Op basis hiervan wordt een inschatting gegeven of de ingreep mogelijk negatieve effecten heeft om nabijgelegen N2000- gebieden. Indien het plangebied is gelegen binnen de NNN of een andere beschermde status heeft, wordt beoordeeld of de ontwikkeling de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden aantast en of vervolgonderzoek nodig is.
9
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
3 Onderzoeksresultaten De basis voor de quickscan wordt gevormd door gegevens over het (mogelijk) voorkomen van beschermde planten- en diersoorten binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ruimtelijke ingreep en werkzaamheden. Onderstaand zijn per soortgroep de resultaten van het bronnen - en veldonderzoek beschreven.
3.1
Algemene beschrijving plangebied
Aan de rand van het plangebied staan opgaande bomen van eik en den. In het noordelijke deel van het plangebied bevindt zich, tussen de volwassen bomen, houtopslag van Amerikaanse eik, bramen, Amerikaanse vogelkers, wilde lijsterbes, berk en hulst. Het plangebied bevindt zich op ca. 50 meter van de waterplas. In Figuur 3.1 is een impressie gegeven van het plangebied. a
b
c
d
Figuur 3.1 a t/m d: Impressie van het plangebied.
3.2
Soortbescherming (Flora- en fauna-activiteit)
Vanuit de NDFF zijn waarnemingen van planten en dieren opgevraagd om een eerste inschatting te kunnen maken van de beschermde flora en fauna welke voorkomen in of nabij het plangebied. Voor deze eerste inschatting is rekening gehouden met de kenmerken van het plangebied en de grootte ervan. Aansluitend hierop is het veldonderzoek uitgevoerd, om een concreet beeld te maken, van de mogelijk voorkomende soorten. Hierna is op basis van deze informatie een effectenanalyse gemaakt. Met deze effectenanalyse is bepaald of de geplande ingreep mogelijk negatieve effecten heeft op beschermde natuurwaarden.
10
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
3.2.1
Vaatplanten
Bronnenstudie In de NDFF zijn geen meldingen bekend van beschermde of rode lijst vaatplanten binnen het plangebied. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde vaatplanten waargenomen. Het plangebied bestaat voornamelijk uit heesters en bomen waardoor vaatplanten weinig kans krijgen om zich te ontwikkelen binnen het plangebied. Er is ook een grasveld aanwezig binnen het plangebied. Deze wordt intensief beheerd waardoor beschermde of rode lijst vaatplanten hier ook niet de kans krijgen om tot ontwikkeling te komen. Effectenanalyse & toetsing aan de wetgeving Op basis van de gegevens uit het bronnen- en veldonderzoek is het voorkomen van beschermde vaatplanten uitgesloten. Ook is het voorkomen van rode lijst soorten uitgesloten.
3.2.2
Grondgebonden zoogdieren
Bronnenstudie Binnen het plangebied zijn géén meldingen bekend van beschermde grondgebonden zoogdieren of soorten van de rode lijst. In de omgeving van het plangebied is wel één melding bekend van bunzing (verkeersslachtoffer) op ca. 400 meter afstand van het plangebied (ten zuidoosten op de A58). Op basis van biotoopkenmerken en uit de gegevens van de NDFF Verspreidingsatlas zijn ook eekhoorn en marterachtigen als hermelijn, steenmarter en wezel te verwachten in de omgeving van het plangebied. Daarnaast zijn in de omgeving van het plangebied meldingen bekend van algemene soorten waaronder egel, konijn, ree en haas. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn géén (beschermde) grondgebonden zoogdieren of sporen hiervan waargenomen binnen het plangebied. Er zijn géén nesten van eekhoorn waargenomen in de omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied ontbreekt het aan voldoende dekking en schuilmogelijkheden voor soorten als bunzing, hermelijn en wezel. Steenmarter kan sporadisch voorkomen binnen het plangebied. Gezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het gehele park ‘Klein Zwitserland’ omvat, is geen sprake van essentieel leefgebied van beschermde grondgebonden zoogdieren. Het gedeelte waar de loopbrug van het hotel naar de suites loopt gaat gedeeltelijk over verharding en intensief beheerd gazon.
Effectenanalyse & toetsing aan de wetgeving De voorgenomen ingrepen leiden niet tot negatieve effecten op beschermde grondgebonden zoogdieren. Wel dient voor de algemeen voorkomende soorten zoals egel, konijn, ree en haas de zorgplicht in acht te worden genomen.
3.2.3
Vleermuizen
Bronnenstudie In de NDFF zijn verschillende waarnemingen van vleermuizen in de omgeving van het plangebied bekend. Het gaat hierbij om waarnemingen van franjestaart, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis. Daarnaast worden ook soorten als laatvlieger en gewone- en ruige dwergvleermuis verwacht. Veldbezoek Bij het gebruik van het landschap door vleermuizen kan onderscheid gemaakt worden tussen vaste verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Deze worden daarom onderstaand apart behandeld. Verblijfplaatsen Vleermuizen, waaronder ruige dwergvleermuizen, kunnen verblijfplaatsen hebben in bomen. Tijdens het veldbezoek zijn de bomen geïnspecteerd op mogelijke aanwezigheid van verblijfplaatsen in de vorm van boomholtes die naar boven ingerot zijn, in scheuren of loszittende schors. Er zijn géén potentiële verblijfplaatsen in de bomen waargenomen. Soorten als gewone- en ruige dwergvleermuis en laatvlieger kunnen daarnaast verblijfplaatsen hebben in bebouwing. Het hotel biedt mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor deze gebouwbewonende soorten. Er worden geen werkzaamheden verricht aan het aangrenzende hotel. Wel zal de loopbrug in verbinding staan met het hotel. Echter zullen de loopactiviteiten op de brug van hotel naar de boomhutsuites niet leiden tot verstoring van deze verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten.
Op de locatie waar de loopbrug zal worden gerealiseerd rijden dagelijks auto’s op en af naar de nabijgelegen parkeerplaats. Daarnaast lopen er dagelijks mensen op deze locatie. De vleermuizen zijn gewend aan de mate van recreatie in en rondom de locatie.
11
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
Vliegroute en foerageergebied Vleermuizen gebruiken lijnstructuren in het landschap om zich te verplaatsen. Het plangebied bevat geen lijnstructuren die essentieel zijn voor vleermuizen om zich te verplaatsen. De aanwezige bomen aan de noordzijde kunnen fungeren als foerageergebied voor vleermuizen. In de huidige plannen blijven deze bomen behouden. Daarnaast wordt het groen (waaronder de bomen) binnen het plangebied niet getypeerd als essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat, grenzend aan het plangebied, dezelfde groenstructuren aanwezig zijn die kunnen dienen als foerageergebied. Effectenanalyse & toetsing aan de wetgeving Met de voorgenomen ingreep gaan geen verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes of foerageergebieden verloren. De ingreep leidt derhalve niet tot schadelijke handelingen. Wel dienen voorzorgsmaatregelen toegepast te worden om verstoring van vleermuizen door de voorgenomen ingreep zo veel mogelijk te beperken.
3.2.4
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Bronnenstudie In de NDFF zijn verschillende vogels met jaarrond beschermde nesten categorie 1 t/m 4 en categorie 5 aanwezig rondom het plangebied. De meeste van deze waarnemingen betreffen overvliegende exemplaren. In de omgeving van het plangebied zijn meldingen bekend van roek. Geen van deze waarnemingen bevinden zich in het plangebied. De roek behoort tot categorie 2 jaarrond beschermd nest wat betekent dat dit een zeer honkvaste koloniebroeder is of afhankelijk van bebouwing. In de omgeving van het plangebied zijn ook meldingen bekend van soorten met categorie 5 jaarrond beschermd nest waaronder boomklever, boomkruiper, groene specht, koolmees, oeverzwaluw, spreeuw en zwarte kraai. Veldbezoek Categorie 1 t/m 4 Tijdens het veldbezoek zijn géén nesten waargenomen van soorten met een categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd nest. Het realiseren van de boomhutsuites met loopbrug zal niet leiden tot verstoring van- of opheffing van nesten van vogels met jaarrond beschermd nest categorie 1 t/m 4. Categorie 5 Tijdens het veldbezoek is één individu van grote bonte specht waargenomen. Er zijn binnen het onderzoeksgebied géén nesten of geschikte holtes aangetroffen waar mogelijk vogels tot broeden komen. Het realiseren van de boomhutsuites met loopbrug zal niet leiden tot verstoring van- of opheffing van nesten van vogels met jaarrond beschermd nest categorie 5.
Effectenanalyse & toetsing aan de wetgeving Bij de voorgenomen ingreep gaan géén jaarrond beschermde nesten van vogels met categorie 1-5 jaarrond beschermd nest verloren. Het is wel mogelijk dat vogels met jaarrond beschermd nest categorie 1-5 tot broeden komen in de omgeving van het plangebied. Het is daarom belangrijk dat tijdens de werkzaamheden géén broedgevallen verstoord worden. Wanneer de werkzaamheden buiten de algemene broedperiode (loopt globaal van 15 maart t/m augustus) uitgevoerd worden, wordt voorkomen dat broedgevallen verstoord worden.
3.2.5
Overige broedvogels
Bronnenstudie In de gegevens uit de NDFF zijn meldingen bekend van overige broedvogels in de omgeving van het plangebied. Het gaat hierbij onder andere om de soorten fitis, groenling, heggenmus, roodborst, tjiftjaf, vink e.d. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn meerdere overige (broed-)vogelsoorten in en rondom het plangebied aangetroffen. Het gaat hierbij om soorten als winterkoning en vink. Op het moment van het veldonderzoek zijn géén geschikte holtes of nesten aangetroffen waar overige broedvogels kunnen broeden. Het is niet uit te sluiten dat, ten tijde van de voorgenomen werkzaamheden, overige broedvogels in de bomen of het struweel/houtopslag aan het broeden zijn. Effectenanalyse & toetsing aan de wetgeving De meeste vogelsoorten maken elk jaar een nieuw nest. Nesten van broedvogels zijn beschermd wanneer deze in gebruik zijn. Het is mogelijk dat broedvogels tot broeden komen binnen het plangebied. Wanneer de werkzaamheden buiten de algemene broedperiode (loopt globaal van 15 maart t/m augustus) uitgevoerd worden, wordt voorkomen dat broedgevallen verstoord worden. Wanneer de
12
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
werkzaamheden toch starten binnen het broedseizoen, dient een broedvogelcheck uitgevoerd te worden waarbij maximaal 3 dagen voor de start van de werkzaamheden wordt onderzocht of er broedsels aanwezig zijn binnen de invloedsferen van de werkzaamheden.
3.2.6
Reptielen
Bronnenstudie In de gegevens van de NDFF zijn geen meldingen bekend van reptielen binnen het plangebied of in de omgeving hiervan. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde reptielen waargenomen. Geschikt biotoop voor reptielen zijn open bossen met ruige graslanden, heide en hoogveen en in bermen van (spoor)wegen met genoeg beschutting. Het plangebied bevat geen geschikt biotoop voor reptielen en deze zijn hier niet te verwachten. Effectenanalyse & toetsing aan de wetgeving Het plangebied of de omgeving bevat geen geschikt habitat voor reptielen. Negatieve effecten op reptielen zijn derhalve uitgesloten.
3.2.7
Amfibieën
Bronnenstudie In de NDFF zijn in de directe omgeving van het plangebied géén meldingen bekend van beschermde amfibieën. Wel zijn in de omgeving van het plangebied meldingen bekend van meer algemeen voorkomende amfibieën waaronder gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is gelet op het voorkomen van geschikte biotopen voor amfibieën. Amfibieën hebben zoet water nodig om te overleven en zich voort te planten. De waterplas aan de westzijde van het plangebied in natuurgebied Klein Zwitserland is geschikt voor algemeen voorkomende amfibieën. Het landhabitat van amfibieën bestaat veelal uit structuurrijke begroeiing zoals ruigte, hooilanden, heiden, houtwallen en dergelijke. Het plangebied bevat te weinig structuur om te kunnen dienen als geschikt landhabitat voor amfibieën. Het is mogelijk dat er zich sporadisch algemeen voorkomende soorten (waaronder bijvoorbeeld bruine kikker en gewone pad) bevinden ter hoogte van het plangebied. Effectenanalyse & toetsing aan de wetgeving De werkzaamheden hebben geen negatief effect op beschermde amfibieën. Wel kunnen algemene soorten voorkomen binnen de grenzen van het plangebied. Voor de te verwachten amfibieën binnen het plangebied geldt in de Provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling. Tijdens de werkzaamheden dient de zorgplicht in acht te worden genomen.
3.2.8
Vissen
Bronnenstudie In de NDFF zijn geen meldingen bekend van beschermde of rode lijst vissoorten in het plangebied of de omgeving hiervan. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is géén geschikt biotoop voor beschermde vissen in het plangebied waargenomen. Het voorkomen van beschermde als algemene vissen binnen het plangebied is uitgesloten. Effectenanalyse & toetsing aan de wetgeving Er worden geen beschermde vissen verwacht binnen het plangebied. De beoogde werkzaamheden leiden derhalve niet tot schadelijke handelingen.
3.2.9
Ongewervelden
Bronnenstudie In de gegevens van de NDFF zijn géén meldingen van beschermde ongewervelden bekend binnen het plangebied of in de nabije omgeving hiervan. Wel zijn in de omgeving meldingen bekend van rode lijst soorten waaronder oranje zandoogje en bruin blauwtje (dagvlinders) en veldkrekel. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn géén beschermde ongewervelden of soorten van de rode lijst waargenomen. Het plangebied bestaat uit bomen en heesters en gazon. Er zijn geen tot weinig vaatplanten aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn er géén geschikte waardplanten voor beschermde soorten of rode lijst soorten waargenomen.
13
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
Effectenanalyse & toetsing aan de wetgeving De werkzaamheden hebben geen negatief effect op beschermde ongewervelden. Wel kunnen meer algemene soorten sporadisch voorkomen binnen de grenzen van het plangebied. Tijdens de werkzaamheden dient de zorgplicht in acht te worden genomen.
3.2.10
Invasieve exoten
Bronnenstudie In de gegevens van de NDFF zijn geen meldingen bekend van invasieve exoten in de omgeving van het plangebied. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn géén invasieve exoten aangetroffen. Invasieve exoten worden ook niet verwacht binnen het plangebied. Effectenanalyse Gedurende de werkzaamheden zijn er geen risico’s betrekking tot invasieve exoten. Het is wel aan te raden om te allen tijde alert te zijn op de aanwezigheid hiervan, zodat de soorten zich niet verder kunnen verspreiden.
3.3
Gebiedsbescherming
Bescherming van Natura 2000-gebieden is binnen de Omgevingswet verdeeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Binnen een Natura 2000-gebied kunnen deelgebieden aangewezen zijn als vogelrichtlijngebied, Habitatrichtlijngebied of beide. Het plangebied ligt op circa 7 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Regte Heide & Riels Laag’. Vanwege de grotere afstand van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied zijn een groot aantal effecten op de instandhoudingsdoelstellingen op voorhand uit te sluiten. Het gaat hierbij om negatieve effecten zoals verstoring door geluid, licht en trillingen op de habitattypen binnen het Natura 2000-gebied. Stikstofdepositie kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. Een stikstofberekening moet worden uitgevoerd om te bepalen of de voorgenomen werkzaamheden én het gebruik van de boomhutsuites tot een toename van stikstofdepositie kan leiden binnen stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden in omliggende Natura 2000-gebieden. Daarnaast staat in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL) beschreven dat gebieden die onderdeel uitmaken van Natuurnetwerk Nederland (NNN), geen achteruitgang mogen hebben in het oppervlakte en de kwaliteit van het gebied. De voorgenomen ingreep ligt binnen het NNN natuurdoeltype N16.03 ‘Droog bos met productie’.
De voorgenomen ingreep leidt tot een afname van het oppervlakte van NNN. Hierdoor is mogelijk een conflict met dit onderdeel van de provinciale planologische gebiedsbescherming indien het vastgestelde natuurdoeltype negatief wordt beïnvloed. Er dient een toets te worden uitgevoerd conform de richtlijnen uit de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant, waarbij in beeld wordt gebracht in hoeverre de gebruiksfase negatieve effecten heeft op het betreffende natuurdoeltype.
3.4
Houtopstanden
De Omgevingswet beschermt zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hardhout en griend gelegen buiten de bebouwingscontour houtkap (Omgevingswet, Bal art. 11.111). Binnen het plangebied zijn bomen aanwezig. Voor de voorgenomen ingreep hoeven géén bomen gekapt te worden. Het onderdeel houtopstanden is derhalve niet aan de orde.
14
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
4 Conclusie & Advies De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde vaatplanten, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, jaarrond beschermde broedvogels, overige broedvogels, reptielen, amfibieën, vissen en ongewervelde diersoorten. Het optreden van negatieve effecten door de ingreep op beschermde vaatplanten, reptielen, vissen en ongewervelden is uitgesloten. Hierdoor hoeven geen mitigerende maatregelen genomen te worden (anders dan maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht) en is het aanvragen van een vergunning van de Omgevingswet voor deze soortgroepen niet aan de orde. Voor grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, broedvogels met jaarrond beschermde nesten, overige broedvogels en amfibieën kan niet zondermeer worden uitgesloten dat negatieve effecten optreden. Daarom moeten aanvullende maatregelen worden genomen. De maatregelen zijn onderstaand in Tabel 4.1 weergegeven. Tabel 4.1: Soortgroepen die effecten door de werkzaamheden kunnen ondervinden. Aangegeven is of een vergunning benodigd is en of mitigerende maatregelen toegepast zullen worden. Soortgroep
Soort of soortgroep
Potentiële functie plangebied Geen geschikte groeiplaats voor beschermde of rode lijst soorten Leefgebied en mogelijk verblijfplaats
Kans op verrichten schadelijke handelingen OW Nee
Vervolgstappen
Vaatplanten
-
Grondgebonden zoogdieren
Algemene soorten
Nee, maar zorgplicht van toepassing
Diverse soorten
Foerageergebied en vliegroute
Vogels met jaarrond beschermde nesten Overige vogels
Diverse soorten
Geschikt als broedlocatie
Ja, maar met voorzorgsmaatregelen kan dit voorkomen worden. Ja, wanneer soort en/of verblijfplaats aanwezig is en deze aan het broeden is.
Maatregelen nemen om schadelijke handelingen te voorkomen (zie §4.4) Voorzorgsmaatregelen nemen (zie §4.1)
Vleermuizen
Diverse soorten
Geschikt als broedlocatie
Amfibieën en ongewervelden
Algemene soorten
Leefgebied
Reptielen en vissen
-
Geen geschikt leefgebied voor beschermde en rode lijst soorten
4.1
-
Voorzorgsmaatregelen nemen (zie §4.1)
Ja, wanneer soort en/of verblijfplaats aanwezig is en deze aan het broeden is. Nee, maar zorgplicht van toepassing
Voorzorgsmaatregelen nemen (zie §4.1)
Nee
-
Maatregelen nemen om schadelijke handelingen te voorkomen (zie §4.4)
Voorzorgsmaatregelen
Om schadelijke handelingen in het kader van de Ow te voorkomen, dienen voorzorgsmaatregelen getroffen te worden voor de soortgroepen vleermuizen, vogels met jaarrond beschermde nesten en overige broedvogels. Hieronder staan de voorzorgsmaatregelen per soortgroep beschreven: 1. Vleermuizen: De werkzaamheden voor de realisatie van de boomhutsuites dienen uitsluitend overdag uitgevoerd te worden. Op deze manier worden vleermuizen zo min mogelijk verstoord. Tijdens de gebruiksfase van de boomhutsuites zal licht gerealiseerd moeten worden. Verlichting kan een verstorend effect hebben op vleermuizen. Er wordt daarom geadviseerd om te werken met vleermuisvriendelijke verlichting. Zo kan er gedacht worden aan amberkleurige verlichting, wat voor vleermuizen minder gevoelig is. Verder wordt geadviseerd om verstrooiing van licht naar andere plekken zo veel mogelijk tegen te gaan. Het uitschijnen van licht naar de aangrenzende waterplas moet zo veel mogelijk vermeden worden. 2. Vogels met jaarrond beschermde nesten & overige broedvogels: Om te voorkomen dat broedgevallen verstoord of opgeheven worden, kunnen de werkzaamheden buiten de algemene broedperiode (globaal maart t/m augustus; Tabel 4.2) 15
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
uitgevoerd worden. Wanneer dit niet mogelijk is kan ook een broedvogelcontrole uitgevoerd worden. Hierbij wordt bekeken, maximaal 3 dagen voor de start van de werkzaamheden, of er binnen de invloedsferen van de werkzaamheden broedgevallen aanwezig zijn. Wanneer geen broedgevallen aanwezig zijn dan kunnen de werkzaamheden uitgevoerd worden zonder maatregelen te treffen. Wanneer wel broedgevallen aanwezig zijn dan dient het werk stilgelegd te worden tot de broedparen klaar zijn met broeden. Tabel 4.2: Kwetsbare periode (rood) en werkbare periode (groen) van broedvogels. Soortgroep Broedperiode vogels
4.2
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Juni
Juli
Aug
Sept
Okt
Nov
Dec
Aanvullend onderzoek
Gebiedsbescherming (Natura 2000-activiteit) Natura 2000 Een Aerius-berekening dient uitgevoerd te worden om te bepalen of de werkzaamheden een (significant) negatieve bijdrage leveren aan de stikstofdepositie binnen de stikstofgevoelige habitattypen in omliggende Natura 2000-gebieden. Toetsing NNN Het plangebied maakt onderdeel van het NNN. Er dient een toets opgesteld te worden waarbij in beeld wordt gebracht in hoeverre de gebruiksfase negatieve effecten heeft op het betreffende natuurdoeltype binnen het NNN.
4.3
Specifieke zorgplicht
Specifieke zorgplicht flora- en fauna In het kader van de specifieke zorgplicht voor flora en fauna (Artikel 11.27 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving), wordt van iedere initiatiefnemer verwacht dat hij/zij: a. alle maatregelen neemt die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b.
voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt; en
c.
als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege laat voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Deze specifieke zorgplicht geldt voor soorten genoemd in: • bijlage I bij de vogelrichtlijn; • bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; • dieren of planten van soorten genoemd in bijlage IX van het Bal (andere beschermde dier- en plantensoorten); • de rode lijsten zoals deze zijn opgesteld door de Minister voor Natuur en Stikstof. Simpelweg zijn dit alle rode lijstsoorten die in Nederland voorkomen, evenals de soorten die al onder de huidige wetgeving beschermd zijn (zoals beschreven in artikel 11.37, 11.46 en 11.54). Omdat de beschermde soorten al eerder zijn behandeld in deze quickscan, en voor deze soorten een striktere regelgeving geldt, wordt in onderstaand advies enkel ingegaan op de rode lijstsoorten. Om invulling te geven aan de specifieke zorgplicht, is nagegaan welke (rode lijst) soorten en/of soortgroepen mogelijk negatieve effecten kunnen ondervinden aan de geplande werkzaamheden, en hoe deze effecten redelijkerwijs zo veel mogelijk beperkt kunnen worden, zodat de mogelijk aanwezige soorten hier zo min mogelijk last aan ondervinden. Om te voldoen aan de specifieke zorgplicht, moeten maatregelen worden getroffen om negatieve gevolgen op deze soort(en) te voorkomen. De voornaamste maatregel hiervoor betreft het werken buiten het broedseizoen. Zo wordt voorkomen dat het broedsucces voor vogels negatief wordt beïnvloed door de werkzaamheden.
Specifieke zorgplicht Natura2000 In het kader van de specifieke zorgplicht voor Natura 2000 (Artikel 11.6 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving), wordt van iedere initiatiefnemer verwacht dat hij/zij: a. alle maatregelen neemt die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b.
16
voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt; en
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
c.
als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege laat voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Dit betekent dat handelingen die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden, redelijkerwijs nagelaten moeten worden. Doordat de geplande ingreep op ruime afstand ligt van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, zijn negatieve effecten redelijkerwijs uit te sluiten. Echter kan een ingreep op grotere afstand wél leiden tot een stikstofdepositie op kwetsbare en beschermde natuur binnen de grenzen van een Natura 2000-gebied. Om dit zoveel mogelijk te beperken kunnen de volgende maatregelen in acht worden genomen: • Geen onnodig gebruik van voertuigen die werken op een vervuilende brandstof; • Motor uitzetten van apparatuur die niet wordt gebruikt; • Geen onnodige extra rijbewegingen van milieubelastende werktuigen.
4.4
Algemene zorgplicht
Te allen tijde geldt voor alle soortgroepen de zorgplicht. Het is van belang dat iedereen bij de uitvoering van de werkzaamheden zich hiervan bewust is. Geadviseerd wordt om activiteiten die nadelig zijn voor in het wild levende dieren en planten (ongeacht bescherming), in redelijkheid zo veel mogelijk na te laten of maatregelen te nemen om onnodige schade aan deze soorten te voorkomen. Bij het aantreffen van diersoorten moeten deze de kans krijgen om de werkzaamheden te ontvluchten.
17
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
Literatuurlijst idverde Advies. (2022). Quickscan soortenbescherming Van der Valk Hotel, Gilze-Rijen. Natura 2000. (2024) Natura 2000 in Nederland. https://www.natura2000.nl/ NDFF Verspreidingsatlas. (2024). NDFF Verspreidingsatlas. https://verspreidingsatlas.nl Laatst geraadpleegd op 27-08-2024 NDFF. (2024). Nationale Databank Flora en Fauna. https://www.ndff.nl/ Laatst geraadpleegd op 27-08-2024.
18
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
Bijlage 1: Beplantingsconcept
19
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
20
Quickscan natuur Boomhutsuites, Van der Valk Holte, Gilze
BIJLAGE 3
NNB toetsing Boomhutsuites Van der Valk Hotel, Gilze
COLOFON NNB Toetsing Boomhutsuites Van der Valk Hotel, Gilze
OPDRACHTNEMER
idverde Advies Willemsplein 2-4 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T 073 205 11 00 E advies@idverde.nl
OPDRACHTGEVER
Ordito B.V. t.a.v. Mevr. Van Kuijk 5126 CC Gilze Nederland
PROJECTNUMMER
722230242
STATUS VERSIE DATUM
Concept 3.0 20 september 2024
Idverde advies bv is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden, kaartmateriaal inclusief getoonde begrenzingen of andere gegevens verkregen van idverde Advies bv. De opdrachtgever vrijwaart idverde Advies bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Idverde Advies bv is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologische adviesbureaus. Hierdoor zijn wij goed op de hoogte van de nieuwste ontwikkeling op het gebied van ecologie en wetgeving. Door de inzet van conform de wet ter zake kundige ecologen, waarborgen wij daarnaast onze onderzoekskwaliteit. Omdat ecologisch (veld)onderzoek een momentopname is, kan aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. Copyright 2024 idverde. Alle rechten voorbehouden.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde. idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.
INHOUDSOPGAVE COLOFON
2
1.
4
INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Natuurnetwerk Brabant (NNB) 1.3 Voorgenomen plan
2.
TOETSINGSKADER 2.1 Omgevingsverordening Noord-Brabant 2.2 Toetsingskader 2.2.1 Artikel 5.36 Ontwikkeling met beperkte gevolgen voor natuurwaarden 2.2.2 Artikel 5.37 Compensatie
3.
9 9 9 10
TOETSING, CONCLUSIE EN ADVIES 4.1 Toetsing en toelichting mogelijkheid ontwikkeling binnen NNB 4.1.1 Ontwikkeling met beperkte gevolgen voor natuurwaarden 4.2 Conclusie en advies
5.
7 7 7 7 7
WEZENLIJKE KENMERKEN EN WAARDEN 3.1 Aangewezen natuurbeheertype 3.1.1 Beheertype ‘N16.03 Droog bos met productie’ 3.2 Aanwezige natuurwaarden binnen plangebied
4.
4 5 5
11 11 11 14
LITERATUURLIJST
15
BIJLAGE 1: BEPLANTINGSCONCEPT
16
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Van der Valk Hotel Gilze, aan Klein Zwitserland 8, is voornemens om vijf boomhutsuites te realiseren aan de rand van het terrein van het hotel op een open plek tussen de bestaande bomen (Figuur 1.1). De boomhutsuites worden gerealiseerd binnen de vigerende bestemming Horeca. De suites vallen echter buiten het bouwvlak, waardoor de realisatie op basis van het huidige bestemmingsplan niet direct mogelijk is. Een wijziging van het bestemmingsplan is nodig om de realisatie van de boomhutsuites mogelijk te maken. Vanwege de ligging in het Natuur Netwerk Brabant (NNB) onder natuurdoeltype ‘N16.03 Droog bos met productie’ (Figuur 1.2) is in het ontwerp gekozen voor een kleinschalige en duurzame opzet, passend bij de landschappelijke en ecologische kwaliteiten van het gebied.
Figuur 1.1: Overzicht van het plangebied ten opzichte van de omgeving. De voorgenomen ontwikkeling valt binnen het NNB. Hierdoor is mogelijk een conflict met dit onderdeel van de provinciale planologische gebiedsbescherming indien het vastgestelde natuurdoeltype negatief beïnvloed wordt of dat deze niet behaald kan worden. Middels deze toets is in beeld gebracht in hoeverre de gebruiksfase negatieve effecten heeft op het betreffende natuurdoeltype. Omdat de inrichting van NNB onderdeel is van het plan is in beeld gebracht of het plan in dat kader aansluit bij de voorwaarden uit de Omgevingsverordening (OV) van de provincie Noord-Brabant en hoe aan deze voorwaarden voldaan kan worden.
Figuur 1.2: Plangebied (rode contour) met ligging in het NNB 'N16.03 Droog bos met productie'.
1.2
Natuurnetwerk Brabant (NNB)
Het NNB is onderdeel van een landelijk netwerk van bestaande en nog te realiseren natuurgebieden. Het is bedoeld om de biodiversiteit in Nederland te behouden en zo mogelijk te verhogen. Het doel van het NNB-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Deze leefgebieden zijn belangrijk voor dier- en plantensoorten. Op basis van het rijksbeleid (Nota ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) geldt de verplichting om de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB in stand te houden en te beschermen (artikel 3.12 lid 6 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening). De voorliggende toetsing is er op gericht om voor de werkzaamheden binnen het plangebied de effecten op de wezenlijke ecologische kenmerken en waarden van aanwezige natuurdoeltype in beeld te brengen. De toetsing laat zien of de werkzaamheden op een wijze (kunnen) worden uitgevoerd waarbij de wezenlijke kenmerken en waarden voldoende behouden en beschermd blijven.
1.3
Voorgenomen plan
Op figuur 1.3 is de locatie van de vijf te realiseren boomhutsuites weergegeven. De boomhutsuites worden tussen de bestaande bomen gesitueerd en komen te staan op palen op een bestaande open plek. De suites zijn alleen toegankelijk via een op palen gesitueerde loopbrug die vanuit het hotel te betreden is (figuur 1.3). Er zijn geen verkeersbewegingen wenselijk of mogelijk op maaiveld niveau. Tussen het hotel en de boomhutsuites ligt een parkeerplaats. De locatie voor de boomhutsuites heeft een totale oppervlakte van circa 945 m2. Een boomhutsuite heeft een oppervlak van circa 60 m2. Het voornemen is om de huidige beplanting middels het plan een ecologische impuls te geven. Figuur 1.4 geeft de huidige situatie van de beplanting in het plangebied weer. Kruit Kok Landschapsarchitecten hebben een landschappelijk inpassingsplan opgesteld voor de realisatie van de boomhutsuites. In dit inpassingsplan is ook een beplantingsconcept te vinden (zie bijlage 1).
Figuur 1.3: De ligging van de vijf boomhutsuites (links) ten opzichte van de bestaande bebouwing (rechts) (bron: Vermeer Architecten).
Figuur 1.4: Huidige situatieschets wat betreft beplanting.
2. Toetsingskader Vanuit de Omgevingswet moet de provincie naast een omgevingsvisie ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. Het voorgenomen plan wordt getoetst aan de regels beschreven in paragraaf 5.2.5 ‘Natuur Netwerk Brabant’, artikel 5.36. Dit artikel betreft de toepassing van Ontwikkeling met beperkte gevolgen voor natuurwaarden. 2.1
Omgevingsverordening Noord-Brabant
Bij het opstellen of wijzigen van een bestemmingsplan zijn gemeenten verplicht aansluiting te zoeken bij de wezenlijke ecologische kenmerken en waarden die in het natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant zijn beschreven. Deze waarden en kenmerken zijn per gebied vastgelegd in een beheertypenkaart en in een ambitiekaart. Beide kaarten vormen de kern van het natuurbeheerplan. De beheertypenkaart brengt in beeld wat de actuele situatie is. De ambitiekaart geeft de gewenste eindsituatie (ambitie) aan. Naast wezenlijke ecologische waarden en kenmerken dient ook rekening gehouden te worden met andere actuele en potentiële waarden en kenmerken, zoals rust, stilte en cultuurhistorie. De provincie wil binnen wettelijk toegestane grenzen flexibiliteit bieden voor ontwikkelingen binnen het NNB, voor afwijking van de regels in het kader van behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de hierboven benoemde waarden en kenmerken. Gezien de aantasting van het areaal Natuur Netwerk Brabant kleinschalig is en de aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant beperkt is, is gekozen voor implementatie van artikel 5.36.
2.2
Toetsingskader
2.2.1
Artikel 5.36 Ontwikkeling met beperkte gevolgen voor natuurwaarden
Een omgevingsplan kan een ontwikkeling binnen het Natuur Netwerk Brabant mogelijk maken in het geval dat: a.
de aantasting van het areaal Natuur Netwerk Brabant kleinschalig is;
b.
de aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant beperkt is;
c.
de ontwikkeling leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel;
d.
er een afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden;
e.
er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing;
f.
bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan Artikel 5.37 ; en
g.
in het omgevingsplan is aangegeven op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd.
2.2.2
Artikel 5.37 Compensatie
Lid 1 De verplichte compensatie vindt plaats door: a.
fysieke compensatie als bedoeld in Artikel 5.38; of