Bijlage- Motivering BOPA Boomhutsuites Klein Zwitserland dd 29-01-2025
Tekst van het document
b.
financiële compensatie als bedoeld in artikel 5.39.
Lid 2 De omvang van de compensatie is in ieder geval gelijk aan de omvang van het vernietigde of verstoorde areaal en wordt verder bepaald door de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur, conform de volgende uitgangspunten: a.
natuur met een ontwikkeltijd van 5 jaar of minder: geen toeslag;
b.
tussen 5 en 25 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 1/3 in oppervlak;
c.
tussen 25 en 100 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 2/3 in oppervlak;
d.
bij een ontwikkelingsduur van de natuur van meer dan 100 jaar: de toeslag in oppervlak en de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer is maatwerk;
e.
bij verstoring van natuur: maatwerk.
3. Wezenlijke kenmerken en waarden Onderstaand zijn aan de hand van de beheertypenkaart en de ambitiekaart uit het natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant, aangevuld met waarnemingen volgend uit het veldbezoek van de uitgevoerde quickscan (Quickscan Soortenbescherming Van der Valk Hotel Gilze, idverde Advies, 2022), de wezenlijke waarden en kenmerken van de locatie uit het plan beschreven. 3.1
Aangewezen natuurbeheertype
Het plangebied valt gedeeltelijk binnen het NNB (figuur 1.2). Het beheertype ter hoogte van het plangebied is ‘N16.03 Droog bos met productie’. Hieronder volgt een toelichting van dit natuurbeheertype.
3.1.1
Beheertype ‘N16.03 Droog bos met productie’
Op de beheertypenkaart uit het natuurbeheerplan is het gebied aangeduid als ‘N16.03 Droog bos met productie’. Dit beheertype bestaat uit verschillende, veelal van oorsprong aangeplante, bosopstanden van den, (winter)eik, beuk, douglas, lariks of fijnspar. De voedselarmere delen worden grotendeels gedomineerd door den, eik en beuk, op de wat rijkere bodems is er een hogere groei van beuk, douglas, lariks en spar, met betere mengingsmogelijkheden. Het bostype komt voor op een voedselarme tot lemige, zandige, zure ondergrond van het Droge Zandlandschap zoals op de Veluwe, delen van Drenthe en Brabant. Lokaal is het bostype te vinden in het Heuvellandschap, kalkarme duinen en strandwallen. Het bostype is veelal uit hakhout, heide- en stuifzandterreinen ontstaan, maar kan ook aangelegd zijn op voormalige landbouwgronden waardoor de bovengrond verrijkt is. Het is het omvangrijkste bostype en combineert een redelijk tot goede groei met een ruime variatie aan, en mengingsmogelijkheden van, loof- en naaldboomsoorten, vooral op de wat lemigere bosgroeiplaatsen. Het maakt dit type tot het belangrijkste type voor de houtproductie. De diversiteit is (nog) relatief laag. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de uniforme aanleg en beheer in het verleden, door de jonge leeftijd van de bossen en onvoldoende abiotische kwaliteit als gevolg van verzuring en vermesting.
Oudere bossen en bossen op of grenzend aan oude bosgroeiplaatsen, hebben een relatief hoge natuurpotentie vooral wanneer deze een gevarieerde structuur met substantieel aandeel zware bomen en dood hout hebben. De betekenis voor de biodiversiteit bestaat vooral uit (vaak bedreigde) paddestoelen, korst- en bladmossen, enkele vaatplanten, insecten en broedvogels. Droog bos met productie kan bestaan uit meer lichtere bossen door (mengingen van) den, lariks, eik en berk en/of meer donkere bossen (door mengingen) met beuk, Douglas en fijnspar. De armere delen blijven bij spontane ontwikkeling hoofdzakelijk een door dennen-, eiken en beuken gedomineerd bos. Op de wat rijkere delen leidt spontane ontwikkeling tot een bos waarin (combinaties van) beuk, Douglas, lariks of spar zullen gaan overheersen, vaak ten koste van den en eik. Het bostype combineert productieve soorten en een substantieel aandeel kwaliteitsbomen, met mede door het beheer beïnvloede, verschillende ontwikkelingsfasen, een gevarieerde bosstructuur, menging van boomsoorten en dood hout. Spontane ontwikkelingen leiden (de komende decennia) vaak naar een dichter, vrij eenvormig bos met natuurlijke verjonging van beperkte samenstelling en matige productiepotentie. Natuurlijke verstoringen zoals windworp hebben (vooralsnog) een beperkt effect hierop.
De bedekking, samenstelling en doorgroeiperspectieven van loofbomen, struiken en struwelen worden sterk beperkt door de mate waarin herbivoren aanwezig zijn (edelhert, ree). Vaak is menselijk beheer, zoals kap, begrazingsbeheer en inbreng van strooiselverrijkende soorten (zie Droge bos variant zonder productie; 15.02), nodig om dynamiek, variatie en vestigingsmilieus te bevorderen. Met aanvullende bosverjongingsactiviteiten met primair lokaal gewenste inheemse boom- en struiksoorten wordt een nieuwe gewenste bosgeneratie van voldoende ecologische kwaliteit gerealiseerd. Op de ambitiekaart natuurtype uit het natuurbeheerplan is de ambitie voor het beheertype ook ‘N16.03 Droog bos met productie’. Met het realiseren van het gewenste plan komt dit ambitietype niet in het geding.
3.2
Aanwezige natuurwaarden binnen plangebied
Voor de geplande werkzaamheden is in 2022 een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Deze is in 2024 geactualiseerd in verband met ingang van de Omgevingswet (idverde Advies, 2024). In de quickscan zijn de aanwezige natuurwaarden binnen het plangebied onderzocht en risico’s met betrekking tot beschermde flora & fauna inzichtelijk gemaakt (idverde Advies, 2024). Het plangebied ligt dicht tegen het hotel aan en bestaat voornamelijk uit een eentonig gemaaid grasveld met aan de rand opgaande bomen van eik en den. In het noordelijke deel van het plangebied bevindt zich, tussen de volwassen bomen, houtopslag van eik, bramen, amerikaanse vogelkers, wilde lijsterbes, berk en hulst (Figuur 3.1). Het grasveld wordt vooral gebruikt voor recreatieve doeleinden door de hotelgasten en wordt beheerd als tuin/park. Het plangebied bevindt zich op ca. 50 meter van de waterplas. Verder bestaat het oostelijke deel van het plangebied uit verhard oppervlakte en parkeerplaatsen. a
b
c
d
Figuur 3.1 a t/m d: Impressie van het plangebied. De uitgevoerde quickscan (idverde Advies, 2024) geeft een goed en actueel beeld van de (beschermde) soorten die binnen het NNB in het plangebied voorkomen. Hieruit blijkt dat: • Er geen beschermde vaatplanten, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, ongewervelden, reptielen en vissen zijn waargenomen en ook niet worden verwacht binnen het plangebied. • Het plangebied geschikt leefgebied is voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, amfibieën en ongewervelden. • Het plangebied kan mogelijk dienen als leefgebied (foerageergebied en vliegroute) voor vleermuizen. • Het plangebied nestgelegenheid biedt voor verschillende soorten broedvogels. Deze zijn tijdens de quickscan niet aangetroffen. • Het plangebied kan dienen als landhabitat voor algemeen voorkomende soorten amfibieën zoals bruine- en groene kikker en gewone pad.
4. Toetsing, conclusie en advies In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan regels zoals opgenomen in artikel 5.36 ‘Ontwikkeling met beperkte gevolgen voor natuurwaarden’ van de Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant (zie hoofdstuk 2). Daarnaast wordt een conclusie en advies gegeven. 4.1
Toetsing en toelichting mogelijkheid ontwikkeling binnen NNB
Onder afwijking van de beschermingsregels uit de Omgevingsverordening is het toelaten van nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De mogelijkheid die voor dit project wordt toegepast betreft artikel 5.36 ‘Ontwikkeling met beperkte gevolgen voor natuurwaarden’. Voorwaardes waaraan voldaan moet worden om dit artikel toe te passen zijn weergegeven in paragraaf 2.2.1 en zijn hieronder uitgewerkt.
4.1.1
Ontwikkeling met beperkte gevolgen voor natuurwaarden
Aantasting van het areaal Natuur Netwerk Brabant is kleinschalig De ontwikkeling betreft 5 boomhutsuites van elk ca. 60 m2, in totaal ca. 300 m2 woonoppervlak. De boomhutsuites worden op palen gebouwd waardoor de ondergrond onaangetast blijft. De totale oppervlakte benodigd om de boomhutsuites te realiseren bedraagt 945 m2. In totaal verdwijnt ca. 900 m2 aan NNB terrein met beheertype N16.03 ‘Droog bos en productie’. Figuur 4.1 geeft het gehele NNB terrein weer in de huidige staat. In Figuur 4.2 is de beoogde herbegrenzing aangegeven. Het aangrenzende NNB-areaal bestaat uit het beheertype N16.03 ‘Droog bos met productie’ wat een oppervlakte heeft van 461.263 m 2. Door het verlies van 945 m2 gaat er 0,2% van het beheertype verloren wat als kleinschalig kan worden beschouwd.
Figuur 4.1: Het NNB terrein in de huidige situatie (met groen is het NNB terrein met beheertype N16.03 ‘Droog bos met productie’ aangegeven.
Figuur 4.2: De nieuwe beoogde begrenzing van het NNB terrein waarbij ca. 900 m2 te vervallen komt. De aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant is beperkt Bouwwerkzaamheden kunnen zorgen voor een tijdelijke verstoring van verstoringsgevoelige soorten binnen NNB door geluid, licht of betreding. Bouwwerkzaamheden worden in de periode 1 september t/m 15 maart uitgevoerd om te voorkomen dat verstoring van broedvogels plaatsvindt. Daarnaast worden de bouwwerkzaamheden enkel overdag uitgevoerd om te voorkomen dat aanwezige soorten verstoord worden. Tijdens de uitvoering wordt voorkomen dat (zwaar) bouwmaterieel gaat rijden in het NNB gebied. Transport van materialen zal via bestaande wegen rijden. Opslag van materialen en materieel vindt plaats op de parkeerplaats op het terrein van Van der Valk. Tevens wordt er tijdens de bouwfase door een ecoloog op toegezien dat de werkzaamheden, de planning en de fasering zodanig wordt uitgevoerd dat verstoring van diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen De huisjes staan op palen en zijn verbonden via een loopbrug met het hoofdgebouw. Vanuit de boomhutsuites of de loopbrug zijn er geen afzonderlijke trapjes die het NNB-gebied in gaan. Bezoekers kunnen dus vanuit de boomhutsuites, via de loopbrug enkel naar het hoofdgebouw lopen en vice versa.
Vanuit het hoofdgebouw kunnen de bezoekers gebruik maken van de bestaande wandelpaden in het gebied. Met de loopbrug worden recreanten bewust gestuurd naar bestaande wandelpaden. Dit voorkomt dat recreanten vanuit de suites direct het gebied kunnen betreden en voor extra verstoring van de NNB en vertrapping van de (nieuw aan te leggen) beplanting zorgen. Elke boomhutsuite staat in een eigen omgeving waarbij de meest zuidelijke suite in een heide vegetatie zal komen te staan, de middelste op de rand van zoom- en mantelvegetatie en de twee noordelijke boomhutsuites staan in een open plek in het bos omgeven door hoger struweel en enkele nieuw aan te planten loofbomen. Verstoring van de huisjes naar het omliggende NNB-gebied wordt hiermee voorkomen. Tijdens de gebruiksfase van de boomhutsuites treedt derhalve geen extra aantasting of verstoring van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB-gebied op. Met het gewenste plan komt het behalen van het gewenste ambitietype ook niet in gevaar.
De ontwikkeling leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel Momenteel wordt het plangebied beheerd en gebruikt als tuin/park behorende bij het hotel. Bij toepassing van het beplantingsconcept (zie bijlage 1) zal het NNB terrein toenemen in kwaliteit door het verkrijgen van een bos met meer dynamiek en variatie in de vorm van structuurrijke zoom- en mantelvegetatie. Het landschappelijk inpassingsplan omvat een omvorming en samenvoeging van een padenstructuur. De vegetatietypen die in het beplantingsconcept zijn opgenomen sluiten aan op de bestaande vegetatie en abiotische omstandigheden. Binnen het beplantingsconcept zijn tevens doelsoorten gekozen die in het aangrenzend natuurgebied (kunnen) voorkomen. De doelsoorten en beplanting zijn zo gekozen dat ook het leefgebied van veel andere (meer algemene) diersoorten wordt verbeterd. De gekozen doelsoorten bestaan uit bonte vliegenvanger, die vooral wordt aangetroffen in halfopen loof- en gemengde bossen met een gevarieerde structuur. Daarnaast de levendbarende hagedis die als biotoop een voorkeur heeft voor natte en droge heidegebieden, stuifduinen, open plekken in bossen en heischrale graslanden. De kleine parelmoervlinder die leeft in open pioniersvegetatie en schrale, droge, warme graslanden met kale grond.
Ook oeverzwaluwen die steile zandige of lemige oevers aan of nabij water nodig hebben om te broeden behoort tot de doelsoorten (Kruik Kok Landschapsarchitecten, bijlage 1). Ter plaatse wordt de kwaliteit van het leefgebied voor veel diersoorten versterkt. Afweging van alternatieven De beoogde locatie voor de boomhutsuites ligt aan de rand van het hotelterrein op de overgang naar het aangrenzende natuurgebied Klein Zwitserland met waterplas. Juist deze locatie is geschikt voor de vormgegeven boomhutsuites, vanwege enerzijds het uitzicht en contact met het aangrenzende natuurgebied en anderzijds de goede ontsluiting en aansluiting op het hotelterrein met bestaande parkeergelegenheid en de hotelfaciliteiten in de directe nabijheid. Door de boomhutsuites dicht bij het hoofdgebouw te plaatsen kunnen de bezoekersstromen via een loopbrug gestuurd worden en wordt verstoring van het NNB beperkt. Met het beplantingsconcept en de inrichting van het terrein is er bewust voor gekozen om aan te sluiten op de huidige natuurwaarden en deze zoveel mogelijk te versterken. Het bestaande groen krijgt hiermee een flinke upgrade en bestaande verharding wordt deels verwijderd. De boomhutsuites liggen aan de achterzijde van het hotelterrein en zijn vanaf de openbare weg niet zichtbaar.
Met de realisatie van de boomhutsuites wordt het hotelaanbod uitgebreid en versterkt met een innovatief type accommodatie passend bij de ruimtelijke kwaliteit van de directe omgeving. Op het reeds volledig bebouwde en ingerichte terrein van resort Van der Valk zijn geen mogelijkheden om dergelijke boomhutsuites te kunnen plaatsen. Er is sprake van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing De boomhutsuites worden landschappelijk ingepast. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat aansluit op de bestaande vegetatie en abiotische omstandigheden. Het doel is een plaatselijke kwaliteitsverbetering van de wezenlijke ecologische kenmerken en waarden van het gebied (“Landschappelijke inrichting boomhutten, Kruik Kok Landschapsarchitecten, 16-09-2021). Het landschappelijk inpassingsplan bevat ook een beplantingsconcept (bijlage 1). In het beplantingsconcept worden de volgende vegetatietypen beschreven: BR1 – KR2: Structuurrijke zoom- en mantelvegetatie en schaduwplanten onder de bomen, ontwikkeling naar een wintereikenbeukenbos, met eik, beuk, linde, lijsterbes, wilde appel en sporkehout. Ondergroei van schaduwrijke kruidenvegetatie en varens. Aan de zonzijde in de zoom incidenteel brem en hondsroos. KR1: Schraal kruidenrijke grasland, bijvoorbeeld G1 mengsel Cruijdthoeck.
KR3: Droge heide met reliëf en kleine stuifduintjes, bremstruweel, struikheide, kraaiheide en/of bosbessoorten en zandige plekken. Daarnaast komt er klimbeplanting tegen de peilers van de boomhutsuites van hop, kamperfoelie, hedera, bosrank en egelantiersroos op zonnige plekken. De boomhutsuites staan niet gefundeerd op de grond maar op palen. Volgens de beschikbare tekeningen (Vermeer Architecten) is de hoogte van de boomhutsuites variabel. Onbekend is of deze hoog genoeg van de grond af komen om beplanting onder de boomhutsuites te realiseren. Er bij het verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan artikel 5.37 Compensatie Uit deze toetsing blijkt dat er geen verlies van ecologische waarden en kenmerken is waardoor het artikel 5.37 ‘Compensatie’ hier niet van toepassing is. Verzekeren van uitvoering en monitoring Bij het uitvoeren van de werkzaamheden wordt een deskundig ecoloog betrokken om te borgen dat het landschappelijk inpassingsplan en beplantingsconcept doorgevoerd worden. De planning en fasering van de bouwwerkzaamheden wordt met de ecoloog afgestemd om verstoring van diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen. Op kritische momenten in het bouwproces is de ecoloog ter plaatse om te adviseren hoe schade aan natuurwaarden kan worden voorkomen.
De betrokken ecoloog houdt tevens een logboek bij waarin alle werkzaamheden met eventuele bijzonderheden genoteerd worden.