CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Vaststellen Bestemmingsplan herinrichting N282 in 2019

Raadscommissie Ruimte 6 december 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Groene en autoluwe herinrichting N282 Hulten (Raadsvoorstel)27.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Conclusie: Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

19 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

Op het overgebleven achterterrein is te weinig ruimte om op eigen terrein aan de parkeernorm te (kunnen) voldoen. Ook op relevante loopafstand zijn geen aanvaardbare alternatieve parkeermogelijkheden aanwezig. Het parkeerprobleem kan daarmee niet worden opgelost. Tevens is de ontsluiting van het achterterrein niet optimaal. De horecabestemming is hierdoor niet uitvoerbaar. Om vast te kunnen stellen of de bestemming ‘Horeca’ mét de daarbij behorende mogelijkheid om een verkooppunt voor motorbrandstoffen voor vrachtwagens te exploiteren nog uitvoerbaar is indien het nieuwe weggedeelte ter plaatse van het parkeerterrein wordt aangelegd, is onderzoek verricht naar de inrichtingsmogelijkheden van het resterende parkeerterrein in relatie tot de tankgelegenheid (zie bijlage E ‘Parkeeronderzoek’ (7 augustus 2019) en bijlage F ‘Rijksweg 25 Hulten memo externe veiligheid’ (30 juli 2019); Hieruit komen de volgende ruimtelijke afwegingen: ^ Op het achterperceel is momenteel een (onbemande) dieseltankinstallatie aanwezig ten behoeve van vrachtverkeer. Door de nieuwe omleidingsweg, kan deze installatie niet meer op de bestaande locatie blijven functioneren. Vanuit het aspect ‘externe veiligheid’ is bekeken of de installatie nog elders op het perceel kan worden gesitueerd.

Indien er sprake is van een bemand tankstation dan gelden er geen veiligheidsafstanden en zijn er dus vanuit externe veiligheid geen beperkingen aan situering. Indien het een onbemand tankstation betreft dan is er sprake van vergunningplicht indien de afleverzuil binnen een afstand van 20 meter van een woning van derden of een ander gevoelig object (zoals een restaurant) wordt gerealiseerd. Deze vergunningplicht houdt niet direct een belemmering in. Buiten die afstand van 20 meter zijn er geen verdere beperkingen. Op het onderstaande kaartje is de afstand van 20 meter rondom gevoelige objecten inzichtelijk gemaakt:

0

^

86 s

e

Omdat de situatie van een dieseltankinstallatie met vergunningplicht (onbemand, conform de huidige feítelijke situatie), gelet op de bijkomende inrichtingseisen ontwerptechnisch niet haalbaar is, is voor het bepalen van de nieuwe locatie uitgegaan van een dieseltankinstallatie zonder vergunningplicht. Tevens zijn de boogstralen uitgezet behorende bij een vrachtwagen bestaande uit een trekker met een 3-assige oplegger met een totale lengte van 16.50 meter. Het resultaat is dat er slechts 25 parkeerplaatsen voor personenwagens te realiseren zijn. Daarnaast is het gezien de beperkte ruimte en de benodigde draaicirkels, niet mogelijk voor een vrachtwagen in rechtstand te parkeren, waardoor een langere brandstofslag dan gebruikelijk benodigd is. Zie navolgende inrichtingsschets. Dit is een uit het oogpunt van gevaarzetting minder wenselijke situatie.

Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

20 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

^

•

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

In de geldende planregels is het volgende gebruik toegelaten: ‘café en restaurant uit categorie 2 van de Staat van Horeca activiteiten met daaraan ondergeschikt de verkoop van motorbrandstoffen ten behoeve van vrachtverkeer’. Uit het woord ‘ondergeschikt’ blijkt dat: o er sprake dient te blijven van een horeca-bestemming op het perceel, anders is het verkooppunt voor motorbrandstoffen niet langer toegestaan. Immers als de hoofdfunctie ophoudt te bestaan, dan kan de ondergeschikte functie niet langer worden doorgezet. o er sprake dient te zijn van een café of restaurant op het perceel waarvan de bestuurder van een vrachtwagen redelijkerwijs gebruik kan maken. Immers, uit jurisprudentie blijkt dat ‘ondergeschikt’ (als gehanteerd in de huidige context) inhoudt dat de ondergeschikte activiteit (qua aard) gerelateerd moet zijn aan de ‘hoofdactiviteit’ (AbRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3129, rechtsoverweging 5.2). Indien een (kleinschalig) zelfstandig functionerend verkooppunt ontstaat, is er sprake van strijd met het bestemmingsplan. Wil een bestuurder van een vrachtwagen gebruik kunnen maken van de diensten van het café Z restaurant, dan zal deze moeten kunnen parkeren. Er is geen fysieke ruimte voor vrachtwagenparkeerplaatsen aanwezig.

Het feit dat het dieselverkooppunt niet op een verantwoorde wijze kan worden ingepast op het overgebleven achterterrein leidt er reeds toe dat de betreffende functie vanuit een goede ruimtelijke ordening dient te vervallen. Nu ook de horecabestemming komt te vervallen is er ook geen juridische basis meer aanwezig om de het verkooppunt te handhaven.

Conclusie: Het verkooppunt voor motorbrandstoffen heeft geen zelfstandige functie, maar is direct verbonden en ondergeschikt aan de horecafunctie die hier aanwezig is. Nu de horecabestemming komt te vervallen en daarmee de horecafunctie, vervalt deze onderschikte functie eveneens. Verder wordt geconcludeerd

Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

21 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

dat het achterterrein sowieso te weinig ruimte biedt om nog op een volledig verantwoorde wijze vrachtwagens te kunnen aftanken. Gevolgen voor het bestemmingsplan Zowel de horecabestemming als het ondergeschikte verkooppunt voor motorbrandstoffen komen te vervallen. Aan de gronden ter plaatse van het horecabedrijf en de overgebleven parkeerplaats wordt de bestemming ‘Groen’ toegekend. De verbeelding wordt op dit onderdeel aangepast.

3.2.2.4

Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot bedrijfswoning wegrestaurant ’t Vliegveld

Relevant toetsingskader Een bedrijfswoning kent dezelfde bescherming als een ‘burger’woning, behoudens wanneer het gaat om hinder vanwege het bedrijf waar het bij hoort (zie AbRvS 9 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2128, rechtsoverweging 2,3). Dat betekent dat voor alle aspecten die geen betrekking hebben op het eigen bedrijf, gewoon moet worden uitgegaan van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Dat houdt onder meer in dat aspecten als uitzicht en bezonning moeten worden meegewogen. In een dichtbevolkt land als Nederland bestaat overigens geen recht op een vrij uitzicht (zie AbRvS 25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2861, rechtsoverweging 3.3 en AbRvS 4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3036, rechtsoverweging 22.1). Bij het beoordelen van de effecten kan worden uitgegaan van een vergelijk tussen de in het vorige plan geboden maximale planologische mogelijkheden en de in het voorliggende plan opgenomen mogelijkheden. Ondanks een feitelijke afname van uitzicht en bezonning, kan een bestemmingsplan zorgen voor een beperking van de geboden mogelijkheden. Daarmee kan in planologische zin in zoverre sprake zijn van een verbetering (zie AbRvS 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1780, rechtsoverweging 4.4). Ingevolge artikel 82, eerste lid van de Wet geluidhinder (Wgh) geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevel van een gevoelig object vanwege een weg.

Onder strikte voorwaarden kan volgens artikel 83, eerste lid van de Wgh een hogere grenswaarde tot 58 dB worden toegestaan, voor zover het betreft woningen in binnenstedelijk gebied. Afweging ^ De maximale planologische mogelijkheden wegrestaurant ’t Vliegveld zijn groot. Planologisch kan het hoofdgebouw (met bijbehorend oppervlak en maximale goot- en bouwhoogte) áchter de woning van appellante sub 6 worden gebouwd. Het gaat daarbij om een maximaal toegestane goothoogte van 5 meter, een bouwhoogte van 11 meter en een bebouwde oppervlakte van 665 m2. De geluidwal is slechts 4 meter hoog. Planologisch gezien is er sprake van een nadrukkelijke verbetering; ^ De geluidwal komt, gemeten uit de achtergevel, op een afstand variërend van circa 17 meter (aan de zuidwestzijde) tot circa 47 meter (aan de zuidzijde) van de bedrijfswoning te liggen. De geluidwal betekent een forse ingreep in het landschap. Door de omlegging van de N282 en de aanleg van de geluidwal wordt het agrarische perceel diagonaal doorsneden. De geluidwal vormt een nieuw opgaand element in de halfopen ruimte en leidt tot richtingsverandering. Door de ligging, het continu (aaneengesloten) en langgerekte karakter en de uitvoering met steile taluds maakt de geluidwal onderdeel uit van de weg en contrasteert met het landschap in de omgeving, waarin geen dijken of steile taluds voorkomen.

De uitvoering als groene geluidwal past echter wel binnen het karakter van het landelijk gebied. Door de nieuwe geluidwal wordt het zicht vanuit de omgeving begrensd. Vanaf de bedrijfswoning komt de begrenzing van de ruimte dichterbij te liggen en verandert het uitzicht. De geluidwal heeft een verkleinend effect op de ruimte. Een belangrijke kanttekening is wel dat in de huidige situatie vooral wordt uitgekeken op de parkeerplaats die delen van de dag (vooral avond, nacht en vroege ochtend) bezet is door hoge vrachtwagens, die het zicht op het achterland grotendeels benemen. De hoge opgaande bomen ten westen van de toekomstige weg blijven wel zichtbaar achter de wal; ^ Voor het bepalen van de impact dient te worden uitgegaan van de maximale planologische situatie (zie ook AbRvS 13 februari 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AR3261, AbRvS 6 maart 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AL3105 en AbRvS 16 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:898). Met andere woorden, de theoretische maximale gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden die in een bestemmingsplan aan een bepaalde grond zijn gegeven, dienen als basis te worden genomen voor het wettelijk verplichte onderzoek. In dit geval betekent dit dat er in planologisch opzicht sprake is van een verbeterde situatie.

Immers de hoogte van de geluidwal betreft 4 meter, terwijl op basis van het vigerende bestemmingsplan een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 5 en 11 meter zijn toegelaten; ^ Gelet op de hoogte van de geluidwal (4 meter) en de afstand tot het onderhavige perceel (ten minste 17 meter), speelt het aspect bezonning geen rol; Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

22 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS ^

^

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

Op de gevel van de woning is een geluidbelasting vanwege de weg van maximaal 57 dB berekend. Hiervoor is een hogere grenswaarde aangevraagd en verkregen. De waarde van 57 dB blijft onder de maximaal toegestane hogere grenswaarden van 58 dB. Daarmee is sprake van een aanvaardbare geluidsituatie; Een bedrijfswoning is ingevolge het vigerende bestemmingsplan Buitengebied gedefinieerd als ‘een woning, bij een bedrijf of instelling, bestemd voor de huisvesting (het huishouden) van een persoon die op dat bedrijf werkzaam is’. Dit betekent dat een bedrijfswoning enkel bestaansrecht heeft indien er een bedrijf bij aanwezig is. Op het moment dat de horecabestemming vervalt op het perceel, dient de woning een andere bestemming te krijgen. Dit is slechts anders wanneer de oorspronkelijk bij het bedrijf behorende gronden niet zijn verkocht en evenmin aan een derde in gebruik zijn gegeven. Indien de bij het bedrijf behorende gronden wel zijn verkocht of aan een derde in gebruik zijn gegeven, kan de (voormalige) bedrijfswoning niet langer de hoedanigheid van een woning behorend bij een bedrijf worden toegedicht en kan de bewoning van de (voormalige) bedrijfswoning door de ondernemer in ruste niet langer in overeenstemming worden geacht met de bedrijfsbestemming (zie AbRvS 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:868, rechtsoverweging 4.1).

Gevolgen voor het bestemmingsplan Nu de horecabestemming komt te vervallen, is er geen reden meer aanwezig aan de betreffende woning een bedrijfswoningbestemming toe te kennen. Er is immers geen sprake meer van een bedrijfswoning. Aan de betreffende woning wordt nu de bestemming ‘Wonen - 1’ toegekend. De verbeelding en planregels worden op dit onderdeel aangepast.

3.2.2.5

Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot de woning van appellante sub 6

Relevant toetsingskader Onderdeel van ‘een goede ruimtelijke ordening’ volgt het in de belangenafweging betrekken van de afname van uitzicht voor omliggende woningen als gevolg een ruimtelijke ontwikkeling. Daarbij geldt echter dat in een dichtbevolkt land als Nederland geen recht bestaat op een vrij uitzicht (25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2861, rechtoverweging 3.3). Ook het aspect ‘bezonning’ van woningen en tuinen maakt deel uit van de belangenafweging (17 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY9230, rechtsoverweging 2). Bij het voorgaande komt betekenis toe aan een vergelijk van de in het vorige plan geboden maximale planologische mogelijkheden en de in het voorliggende plan opgenomen mogelijkheden. Ondanks een feitelijke afname van uitzicht en bezonning, kan een bestemmingsplan zorgen voor een beperking van de geboden mogelijkheden. Daarmee kan in planologische zin in zoverre sprake zijn van een verbetering (30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1780, rechtsoverweging 4.4) Ingevolge artikel 82, eerste lid van de Wet geluidhinder (Wgh) geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevel van een gevoelig object vanwege een weg. Onder strikte voorwaarden kan volgens artikel 83, eerste lid van de Wgh een hogere grenswaarde tot 58 dB worden toegestaan, voor zover het betreft woningen in binnenstedelijk gebied.

Voor zover sprake is van het agrarisch gebruik van de overgebleven gronden wordt verwezen naar het relevant toetsingskader zoals opgenomen bij het onderdeel ‘Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot wegrestaurant ’t Vliegveld’ (paragraaf 3.2.2.3). Afweging ^ De maximale planologische mogelijkheden wegrestaurant ’t Vliegveld zijn groot. Planologisch kan het hoofdgebouw (met bijbehorend oppervlak en max. goot- en bouwhoogte) áchter de woning van appellante sub 6 worden gebouwd. Het gaat daarbij om een maximaal toegestane goothoogte van 5 meter, een bouwhoogte van 11 meter en een bebouwde oppervlakte van 665 m2. De geluidwal is slechts 4 meter hoog. Planologisch gezien is er sprake van een nadrukkelijke verbetering. ^ De geluidwal komt op circa 30 meter van de woning van appellante sub 6 te liggen. Om de ruimtelijke aanvaardbaarheid vanuit beleving en landschappelijke inpassing te beoordelen zijn met behulp van een 3D model visualisaties op ooghoogte gemaakt. De eerste afbeelding is een visualisatie ter hoogte van de woning richting vliegbasis Gilze-Rijen (zuidwest), zie hieronder:

Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

23 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

W&-

■. 'Ãv * j *Jf«ļ - ļ JLU-i

De tweede afbeelding is een visualisatie naast de woning aan de Rijksweg 29 met geluidswal (op basis van indicatief 3D model); zie afbeelding hieronder:

ppPļŖļļ

De derde afbeelding is een visualisatie aan de achterzijde van de woning aan de Rijksweg 29 met geluidswal (op basis van indicatief 3D model); zie afbeelding hierna:

Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

24 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

'm-'M

De vierde afbeelding is een visualisatie vanaf het fietspad parallel aan de Rijksweg N282 richting de woning van appellante sub 6; zie de afbeelding hieronder: «Tv* V

Vervolgens is ook nog een overzichtsbeeld in vogelvluchtperspectief gemaakt, zie hierna:

Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

25 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

^

^

^

^

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

Op de visualisaties is te zien dat de geluidwal een forse ingreep betekent in het landschap. Door de omlegging van de N282 en de aanleg van de geluidwal wordt het agrarische perceel diagonaal doorsneden. De geluidwal vormt een nieuw opgaand element in de halfopen ruimte en leidt tot richtingsverandering. Door de ligging, het continu (aaneengesloten) en langgerekte karakter en de uitvoering met steile taluds maakt de geluidwal onderdeel uit van de weg en contrasteert met het landschap in de omgeving, waarin geen dijken of steile taluds voorkomen. De uitvoering als groene geluidwal past echter wel binnen het karakter van het landelijk gebied. Een groot deel van de beplantingen op de kavelgrens, die in de huidige situatie het groene kader van het agrarische perceel vormen, verdwijnt. Door de nieuwe geluidwal wordt het zicht vanuit de omgeving begrensd. Vanaf de woning van appellante sub 6 komt de begrenzing van de ruimte dichterbij te liggen en verandert het uitzicht. De geluidwal heeft een verkleinend effect op de ruimte. Een belangrijke opmerking hierbij is wel dat dit effect vanwege het huidige grondgebruik (maïsakker), alleen optreedt buiten het groeiseizoen. Bovendien vormt de bestaande erfbeplanting in de huidige situatie reeds een visuele beperking. De hoge opgaande bomen ten zuiden van de toekomstige weg blijven wel zichtbaar achter de wal.

De beplanting aan de zuidzijde van de (agrarische) kavel wordt gekapt. Dit betreft echter geen cultuurhistorisch of landschappelijk waardevolle beplanting, maar zichtafscherming van de parkeerplaats. Tevens verdwijnt een deel van de beplanting als onderdeel van de tuin gelegen op de (agrarische) kavel. Er vindt geen herplant plaats, waardoor de tuin direct grenst aan de geluidwal. Nadere landschappelijke inpassing van de geluidwal met flauwere taluds is vanwege ruimtebeslag niet mogelijk. Vanwege de steile taluds (1:1) is beplanting van de geluidwal zelf niet mogelijk. Voor het bepalen van de impact dient te worden uitgegaan van de maximale planologische situatie (zie ook AbRvS 13 februari 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AR3261, AbRvS 6 maart 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AL3105 en AbRvS 16 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:898). Met andere woorden, de theoretische maximale gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden die in een bestemmingsplan aan een bepaalde grond zijn gegeven dienen als basis te worden genomen voor het wettelijk verplichte onderzoek. In dit geval betekent dit dat er in planologisch opzicht sprake is van een verbeterde situatie. Immers de hoogte van de geluidwal betreft 4 meter, terwijl op basis van het vigerende bestemmingsplan een gooten bouwhoogte van respectievelijk 5 en 11 meter zijn toegelaten.

Gelet op de hoogte van de geluidwal (4 meter) en het feit dat vrijwel direct aan de geluidwal een bijgebouw staat en het onbebouwde deel van het perceel op circa 18 meter ligt en de woning zich op circa 30 meter bevindt, is er vanuit het aspect bezonning geen impact; Op de gevel van de woning is een geluidbelasting vanwege de weg van maximaal 53 dB berekend. Hiervoor is een hogere grenswaarde aangevraagd en verkregen. De waarde van 53 dB blijft onder de maximaal toegestane hogere grenswaarden van 58 dB. Daarmee is sprake van een aanvaardbare geluidsituatie; Ook een deel van de agrarische gronden wordt doorsneden door de nieuwe rondweg. Deze gronden zijn in eigendom van appellante sub 6 en worden momenteel gebruikt door de zoon van appellante. Het overgrote deel van de gronden zal worden verworven. Het na ontneming overblijvende deel kan gehandhaafd blijven. Indien agrarisch gebruik niet meer wenselijk is, dan zal een woonbestemming, zonder bouwmogelijkheden, worden toegekend.

Gevolgen voor het bestemmingsplan Geen.

3.2.2.6

Alternatievenafweging

Relevant toetsingskader Uit artikel 7.23 van de Wet milieubeheer volgt dat een milieueffectrapport een beschrijving van de activiteit en de wijze van uitvoering moet bevatten, alsmede van de alternatieven daarvoor die ‘redelijkerwijs in beschouwing dienen te worden genomen’ en de motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven. De vraag welke alternatieven dit zijn, moet worden beantwoord aan de hand van ‘de concrete omstandigheden van het geval’ en in het licht van het doel van het artikel. Hieruit volgt dat in een milieueffectrapport uitsluitend alternatieven behoeven te worden beschreven die, wat betreft de gevolgen voor het milieu die daarvan redelijkerwijs zijn te verwachten, ‘mogelijk tot relevante verschillen kunnen leiden’. Bij de beoordeling van de vraag of dit alternatievenonderzoek deugdelijk is uitgevoerd, is van belang dat een plan betrekking kan hebben op een omvangrijk project. Bij dergelijke projecten is een zekere trechtering gedurende het besluitvormingsproces onvermijdelijk en noodzakelijk (zie ook AbRvS 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1072, rechtsoverwegingen 16 en 24.2). Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

26 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ geldt vervolgens dat, onverlet het voorgaande, de planwetgever in beginsel een afweging dient te maken van álle betrokken belangen. Deze belangenafweging is aldus breder. Bij deze belangenafweging heeft de planwetgever beleidsruimte. Bij het invullen van deze beleidsruimte is de planwetgever echter gehouden om onder meer de belangen van omwonenden met betrekking tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat af te wegen (zie ook AbRvS 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:404, rechtsoverweging 6.3) alsmede de belangen van andere door het besluit benadeelden (zie ook AbRvS 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1072, rechtsoverweging 83.2). Afweging ^ Gelet op de aard en de omvang is het project N282 aan te merken als een omvangrijk project, waardoor trechtering onvermijdelijk en noodzakelijk is; ^ Voorafgaand aan de alternatievenbespreking in het milieueffectrapport dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan “N282” is een zestal omleidingsvarianten onderzocht. Zie onderstaande figuur 1, die in bijlage A in groter formaat is opgenomen.

Voor alle omleidingsvarianten geldt dat deze zijn onderscheiden op basis van een aantal ‘ruimtelijke uitgangspunten’ (milieueffectrapportage, p. 61, tekstkader). Deze uitgangspunten hebben tot gevolg dat alle ‘omleidingsvarianten’ in een relatief nauwe ‘corridor’ komen te liggen tussen (c.q. over) de gronden van de vliegbasis Gilze-Rijen en het bestaande kruispunt Rijksweg - Burgemeester Ballingsweg; Hieronder zijn de verschillende varianten in chronologische volgorde opgenomen. DONKERBLAUW: De ligging van de omleiding is enerzijds ingegeven vanuit het meest westelijke punt voor de start van een omleiding (te weten na de kruising met de Europalaan) en anderzijds de ligging van het NNN gebied Het Blok (ten oosten van de Burgemeester Ballingsweg). Dit leidt tot een tracé dat grotendeels over de vliegbasis is geprojecteerd. Gelet op het feit dat hierbij fundamentele infrastructuur van het militair object wordt geraakt, treedt hier strijdigheid met het Barro op. Hiermee is dit alternatief niet realistisch. GROEN: Deze variant ontziet de vliegbasis grotendeels. Startpunt van de omleiding is ingegeven door het advies van de Commissie voor de m.e.r. en zienswijzen op de Starnotitie m.e.r. De omlegging buigt circa 250 meter ten westen van de kruising N282ZBurgemeester Ballingsweg af.

Van west naar oost is de omlegging met name geprojecteerd op agrarische gronden, de parkeerplaats van wegrestaurant ‘t Vliegveld en de vliegbasis GilzeRijen (ten zuiden van de parkeerplaats van het wegrestaurant).

Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

27 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

ORANJE: Deze variant ontziet het parkeerterrein van wegrestaurant ’t Vliegveld zoveel mogelijk, zonder het gebouw van het opleidingscentrum van de vliegbasis Gilze-Rijen aan te tasten. Deze variant buigt circa 300 meter ten westen van de kruising N282ZBurgemeester Ballingsweg af. Van west naar oost is de omlegging geprojecteerd op de agrarische gronden, vliegbasis (noordoosthoek), de parkeerplaats van wegrestaurant ‘t Vliegveld en de vliegbasis ten zuiden van de parkeerplaats van het wegrestaurant. Gelet op het feit dat hierbij fundamentele infrastructuur van het militair object wordt geraakt, treedt hier strijdigheid met het Barro op. Hiermee is dit alternatief niet realistisch. LICHTBLAUW (OPTIMALISATIE GROEN): Deze variant is zoveel mogelijk buiten de functionele structuren van de vliegbasis geprojecteerd. De omlegging buigt circa 250 meter ten westen van de kruising N282ZBurgemeester Ballingsweg. De omlegging is voornamelijk geprojecteerd op agrarische gronden en de parkeerplaats van wegrestaurant ‘Vliegveld. PAARS: In deze variant is geen omleiding voorzien en wordt de huidige kruising N282ZBurgemeester Ballingsweg aangepast. ROOD (AFGELEID VAN LICHTBLAUW): Deze variant is zoveel mogelijk buiten de functionele structuren van de vliegbasis geprojecteerd.

De ligging is vrijwel identiek aan lichtblauw (en daarvan afgeleid) met uitzondering dat de omleiding aansluit op de Burgemeester Ballingsweg in plaats van op de Burgemeester Letschertweg. De omlegging buigt circa 250 meter ten westen van de kruising N282ZBurgemeester Ballingsweg. De omlegging is met name geprojecteerd op agrarische gronden en de parkeerplaats van wegrestaurant ‘Vliegveld. In bijlage B is een tabel opgenomen waarin de effecten op de relevante belangen zijn beschouwd in relatie tot de projectdoelen. Uit de tabel volgt dat de omleiding niet kan worden gerealiseerd zonder ruimtebeslag op zowel het terrein van de vliegbasis als het parkeerterrein van wegrestaurant ’t Vliegveld. Varianten die de vliegbasis (paars) of het wegrestaurant (donkerblauw) volledig ontzien zijn niet realistisch. Bij de optimalisatie van de omleiding op basis van de varianten groen en oranje heeft het gegeven, zoals eerder aangehaald onder 1 (‘Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot vliegbasis Gilze-Rijen’) dat de gemeente weinig bewegingsruimte heeft ten aanzien van de vliegbasis, een grote rol gespeelt bij de weging van de individuele belangen van het wegrestaurant en het adres Rijksweg 29. Dit heeft geleid tot de varianten lichtblauw en rood.

Het ruimtebeslag op de vliegbasis is bij deze varianten beperkt, zodanig dat functies behouden blijven dan wel kunnen worden hersteld en er in ieder geval geen belemmering voor de functionele bruikbaarheid optreedt. Ook is in dat kader ruimtebeslag op het toekomstig bouwplan voorkomen. De effecten op het adres Rijksweg 29 en restaurant ’t Vliegveld zijn vervolgens in het MER opgenomen ten behoeve van de belangenafweging in het kader van de besluitvorming over het bestemmingsplan. Niet alle varianten zijn uiteindelijk in het MER opgenomen, aangezien enkele varianten als niet realistisch of onderscheidend zijn aangemerkt. Niet onderscheidend omdat de onderlinge afstand tussen de verschillende omleidingsvarianten binnen deze ‘corridor’ dermate gering is, dat de omleidingsvarianten redelijkerwijs naar verwachting niet tot (onderlinge) relevante verschillen leiden met gevolgen voor het milieu. Om die reden heeft dus niet iedere ‘omleidingsvariant’ geleid tot een separaat alternatief in de milieueffectrapportage; Alleen de varianten lichtblauw en rood zijn in het MER opgenomen. Afgevallen varianten zijn niet volledig op MER-niveau onderzocht.

^ In het milieueffectrapport dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan “N282” zijn uiteindelijk 5 alternatieven onderzocht; o deze 5 alternatieven zijn tot stand gekomen als gevolg van een traject van ‘trechtering’; o uitsluitend Alternatief 4 en Alternatief 5 leiden tot een ‘zuidelijke omlegging om Hulten’; ^ Nu de milieueffectrapportage ten grondslag wordt gelegd aan het bestemmingsplan, geldt dat de ‘ruimtelijke uitgangspunten’ voor de alternatievenafweging in het kader van de Wet milieubeheer, eveneens moeten voldoen aan de criteria voor de (bredere) alternatievenafweging zoals die volgt uit de Wet ruimtelijke ordening. De ‘ruimtelijke uitgangspunten’ voldoen hier niet aan, omdat: o (doorslaggevende) betekenis is toegekend aan ‘algemene ruimtelijke principes’, zoals zorgvuldig ruimtegebruik en het zo veel mogelijk ontzien van het NNB Z EHS; o de belangen van vliegbasis Gilze-Rijen, woonbestemmingen en ’t Vliegveld zonder meer aan elkaar gelijk worden gesteld, terwijl uit de uiteindelijke tracékeuze is gebleken dat aan ieder van deze belangen een verschillend gewicht is gehangen; Hierbij zij opgemerkt dat het belang van de vliegbasis slechts afweegbaar is voor zover geen strijdigheid optreedt met het Barro; o de belangen van omwonenden bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat niet zijn betrokken bij het formuleren van het uitgangspunt; Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

28 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS ^

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

De alternatievenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ volgt uit de weging van álle afzonderlijke belangen, waaronder individuele belangen. Deze individuele belangen zijn in het besluit van 20 februari 2017 niet gewogen.

Gevolgen voor het bestemmingsplan De alternatievenafweging in de milieueffectrapportage behoeft geen aanpassing, nu het al dan niet (over korte afstand) verplaatsen van het nieuwe weggedeelte binnen de ‘corridor’, niet leidt tot een significante wijziging van de gevolgen voor het milieu. Wél geldt dat de binnen deze ‘corridor’ aanwezige belangen moeten worden gewogen. Het voorgaande heeft géén invloed op de bestemmingsregeling.

3.2.2.7

Verantwoording gebruikte akoestische gegevens

Relevant toetsingskader Ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht dient een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Artikel 3.1.6, eerste lid, sub d van het Besluit ruimtelijke ordening bepaald vervolgens dat de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek in de toelichting bij het bestemmingsplan moet worden opgenomen. Afweging ^ Het akoestisch onderzoek is gedurende het planproces meerdere malen aangevuld en gewijzigd. Het totale geluiddossier dat ten grondslag ligt aan dit bestemmingsplan bestaat daardoor uit verschillende stukken (rapporten en een memo); • Door de verschillende onderzoeken is sprake van een stapeling van informatie. Ondanks dat er ook op grond van de tussenuitspraak van de Afdeling geen nieuwe informatie aan het akoestische dossier is toegevoegd, wordt hier omwille van de leesbaarheid een samenvatting gegeven van de uitgangspunten en onderzoeksresultaten waarop het nu gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan en het reeds afgegeven hogere waarden besluit van 22 mei 2018 gebaseerd is.

Hierbij wordt benadrukt dat het hogere waarden besluit van 22 mei 2018 en het nu gewijzigd vastgestelde bestemmingplan gebaseerd zijn op precies dezelfde akoestische uitgangspunten, onderzoeksresultaten en conclusies zoals hierna samengebracht. Hiermee wordt voldaan aan de uitspraak van de afdeling dat besluit, plan en belangenafweging gebaseerd zijn op dezelfde en meest recente akoestische gegevens. ^ Historie van het geluiddossier Op 20 februari 2017 is door de raad van de gemeente Gilze en Rijen het bestemmingsplan “N282” vastgesteld. In het kader van dit bestemmingsplan is akoestisch onderzoek verricht, zie bijlage 5 van de toelichting op het bestemmingsplan: ‘Akoestische onderzoek - fase 2’ d.d. 15 april 2016, referentie 078676495 C. Naar aanleiding van het akoestische onderzoek en het vastgestelde bestemmingsplan is op 10 maart 2017 door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant een besluit tot het vaststellen van hogere grenswaarden vastgesteld (kenmerk C2196949/4154994). Bij dit besluit is een herziening van het rapport akoestisch onderzoek bijgevoegd, d.d. 6 september 20161. Tegen dit besluit is beroep ingediend1 2. Dit beroep was aanleiding voor de provincie om het besluit van 10 maart 2017 in te trekken en in plaats daarvan een nieuw besluit te nemen. Het besluit van 22 mei 2018 (kenmerk C2196949/4357571) voorziet daarin.

Bij het besluit van 22 mei 2018 hoort de memo ‘Aanvullend akoestisch onderzoek N282’, d.d. 30 januari 2018, referentie 079664212 A. Voor het besluit van 22 mei 2018 is tevens de cumulatie met het militaire industrieterrein inzichtelijke gemaakt en meegenomen in de overweging voor het verlenen van een hogere waarde. De cumulatieve geluidbelastingen, zoals beschreven in het besluit, waren niet opgenomen in de memo van 30 januari, maar zijn volledigheidshalve toegevoegd in de verderop opgenomen tabel 2. ^ Samenvatting van het akoestische onderzoek Het project bestaat uit de verbreding van de bestaande N282 tussen Rijen en Hulten, de aanleg van een nieuwe wegdeel (circa 700 m) die de bestaande N282 verbindt met de N260A Burgemeester Ballingsweg

1 In het rapport van september 2016 (‘Akoestische onderzoek - fase 2’ d.d. 6 september 2016, referentie 078676495 D) is ten opzichte van het rapport van 15 april 2016 een doelmatigheidsafweging opgenomen conform de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder. 2 Er is beroep ingediend tegen onder andere de wijze van toepassing van artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Naar aanleiding van dit beroep is door provincie geoordeeld dat het akoestisch onderzoek op dit punt moest worden aangepast. Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

29 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

en de afwaardering van de N282 tussen Hulten en de kruising van de N282 met de N260 Burgemeester Letschertweg. In het akoestisch onderzoek is getoetst of ten gevolge van de fysieke wijziging van de weg sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder, dan wel overschrijding van de grenswaarden van de Wet geluidhinder vanwege aanleg van het nieuwe wegdeel. Voor het akoestische onderzoek is er een vijftal onderzoeksgebieden gedefinieerd. Het gaat om de volgende onderzoeksgebieden: o N282 reconstructie onderzoek. o N282 onderzoek nieuwe wegaanleg. o N282 reconstructie onderzoek van het afgewaardeerde deel. o N260 reconstructie onderzoek Burgemeester Letschertweg. o N631 reconstructie onderzoek Oosterhoutseweg Z Heideweg. De onderzoeksgebieden zijn weergegeven op de navolgende figuur.

Wegen plansituatie

N282

,____ i N282 afgewaardeerd (60 km/h)

Ontwerp

Onderzoeksgebieden

i___ N282 nieuwe weg

Gebouwen

N282 reconstructie

N260 Burgemeester Letschertweg i N631 Oosterhoutseweg/Heideweg

mi m M Noor-- Brabant

PARCADIS 23 S J01« *

K*MİlA*ì

90'OM 00020*

1 .s yx

ISO XX

Figuur 1: Overzicht ligging onderzoeksgebieden

Voor de wegdelen waar, zoals hierboven is aangegeven, reconstructie onderzoek gedaan is, is onderzocht of er sprake is van reconstructie zoals dat is gedefinieerd in de Wet geluidhinder. Er is sprake van een reconstructie volgens de Wet geluidhinder indien de geluidsbelasting vanwege de weg in het toekomstige maatgevende jaar zonder maatregelen, met 2 dB of meer wordt verhoogd ten opzichte van de hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Het toekomstig maatgevende jaar is daarbij het tiende jaar na de wijziging. In het akoestisch onderzoek is daarom een vergelijking gemaakt van de geluidsbelasting voorafgaand aan de wijziging met de geluidsbelasting in de toekomstige situatie minimaal 10 jaar na realisatie. In het onderzoek zijn hiervoor de jaren 2016 en 2030 gehanteerd. Voor het wegdeel ter hoogte van Hulten, dat is aangemerkt als ‘nieuwe wegaanleg’, is onderzocht of de grenswaarden die gelden bij aanleg van een nieuwe weg niet overschreden worden. In het onderzoek is uitgegaan van de situatie minimaal 10 jaar na realisatie, zijnde het jaar 2030. De gehanteerde verkeersgegevens zijn in detail beschreven in het rapport ‘Akoestische onderzoek - fase 2’ d.d. 6 september 2016, evenals de overige weggegevens zoals rijsnelheden en wegdekverhardingen.

De genoemde verkeersgegevens en weggegevens zijn in het rapport van 6 september 2016 niet gewijzigd ten opzichte van de eerdere rapportage van 15 april 2016. Uit het akoestische onderzoek volgt dat langs géén van de wegdelen waar ‘reconstructie’ onderzocht is, sprake is van een wettelijk knelpunt. Onderzoek naar geluidmaatregelen is voor deze wegdelen daarom niet aan de orde. Ter hoogte van Hulten waar sprake is van nieuwe aanleg van de N282, is wel sprake Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

30 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

van een geluidknelpunt. Bij meerdere woningen wordt zowel de voorkeurswaarde van 48 dB als ook de maximale grenswaarde van 58 dB overschreden. Voor dit wegdeel is daarom onderzoek gedaan naar geluidmaatregelen. In hoofdstuk 5 van het rapport van 15 april 2016 en het rapport van 6 september 2016 zijn geluidmaatregelen onderzocht. In het onderzoek van 6 september, waarbij ook is gekeken naar de zogenoemde doelmatigheid van maatregelen, werd duidelijk dat het treffen van ‘doelmatige maatregelen ‘3 niet mogelijk is aangezien bij de maximale doelmatige maatregelvariant nog steeds sprake is van een geluidsbelasting boven de maximaal te ontheffen grenswaarde van 58 dB. Het is daarom noodzakelijk bovendoelmatige maatregelen te treffen om de geluidsbelasting terug te brengen tot of onder de maximaal te ontheffen waarde van 58 dB. In het rapport van 6 september 2016 is daarom het stillere wegdektype SMA-NL5 over een lengte van 455 meter een 4 meter hoge geluidswal van 235 meter lang geadviseerd. Ten tijde van de uitvoering van het akoestische onderzoek van 6 september 2016 werd door de provincie bij aanleg van een nieuw wegdek op een provinciale weg in beginsel uitgegaan van standaard fijn asfalt (DAB). Indien extra reductie gewenst was, bijvoorbeeld vanwege overschrijding van een wettelijke grenswaarde werd overgegaan tot de aanleg van het stillere wegdektype SMA-NL5.

Omdat er inmiddels goede ervaringen zijn opgedaan met het nog stillere SMA-NL8 G+ wordt nu bij overschrijding van wettelijke grenswaarden dit wegdektype toegepast. Ten tijde van het akoestische onderzoek van 6 september 2016 was toepassing van SMANL8 G+ binnen de provincie nog niet geaccrediteerd omdat er nog te weinig ervaring was met betrekking tot beheer en onderhoud. Om deze reden is SMA-NL8 G+ in het rapport van 6 september 2016 niet onderzocht. Vanwege de positieve ervaringen en de hogere reductie is SMA NL8 G+ wel onderzocht in het ‘Aanvullend akoestisch onderzoek N282’, d.d. 30 januari 20184 en heeft de provincie besloten in deze situatie alsnog over te gaan tot de aanleg van SMA-NL8 G+

11II II ril

'J ~j

Legenda geluidwal 4 meter hoog SMA NL8 G+

wegontwerp nd Community Map Contnbutors

3 Dit zijn geluidmaatregelen zoals stille wegdekken en geluidschermen en wallen die conform de Regeling doelmatigheid geluidsmaatregelen Wet geluidhinder als doelmatig zijn aangemerkt. De betreffende regeling voorziet in een afweging waarbij de omvang van een maatregel worden afgewogen tegen de daarmee te bereiken effecten. 4 Aanleiding van dit onderzoek en memo was het beroep ingediend tegen onder andere de wijze van toepassing van artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Vanwege dit beroep is het besluit van 10 maart 2017 ingetrokken en is in plaats daarvan een nieuw besluit genomen (besluit van 22 mei 2018 kenmerk C2196949/4357571). Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

31 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

over een lengte van 455 meter in plaats van SMA-NL5. Dit maatregelvoorstel is weergegeven op de navolgende afbeelding. Met toepassing van dit maatregelvoorstel resteert bij 5 woningen een overschrijding van de wettelijke grenswaarde van 48 dB. De maximale waarde van 58 dB wordt bij deze 5 woningen niet overschreden. Voor deze 5 woningen waar de wettelijke grenswaarde wordt overschreden zijn hogere waarden vastgesteld (besluit van 22 mei 2018 (kenmerk C2196949/4357571). De vastgestelde hogere waarden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 1: Hogere waarden

Adres/Waarneempunt

hoqere waarde [dB]

geluidsbron

Rijksweg 2IA

50

N282

Rijksweg 23

50

N282

Rijksweg 27

50

N282

Rijksweg 29

53

N282

Burgemeester Ballingsweg 2

57

N282

Voor de 5 woningen waarvoor een hogere grenswaarde is verleend is tevens de gecumuleerde geluidbelasting inzichtelijk gemaakt. Het wegverkeerslawaai van alle aanwezige wegen is daarbij gecumuleerd met de geluidbelasting afkomstig van vliegbasis Gilze-Rijen. Hierbij is rekening gehouden met de het verschil in hinderlijkheid die verschillende type bronnen geven. De geluidbelastingen zijn gecumuleerd conform hoofdstuk 2 van bijlage 1 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij cumulatie wordt geen rekening gehouden met de aftrek volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder. In onderstaande tabel 2 zijn de gecumuleerde geluidsbelastingen op de maatgevende posities op de gevels van de woningen waarvoor een hogere waarde met worden verleend weergegeven. In deze tabel is in aanvulling op de memo ‘Aanvullend akoestisch onderzoek N282’, d.d. 30 januari 2018, referentie 079664212 A ook het geluid van het gezoneerde militair industrieterrein (grondgebonden activiteiten van de luchtbasis) meegenomen en is ten aanzien van het vliegverkeer uitgegaan van de ligging van de woningen binnen de 45 Ke-contour.

Onze referentie:

Datum: 22 oktober 2019

32 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

Tabel 2: Cumulatieve geluidbelastingen

ŬJ

Rijksweg 21A, Hulten Rijksweg 23, Hulten Rijksweg 27, Hulten

66,10 68,37 67,59

62,5 62,5 62,5

57,1 57,5 59,1

67 69 68

71 72 71

53,44 53,35 52,55

59 60 61

69 69 69

-7 -9 -7

-2 -3 -2

Rijksweg 29, Hulten Burgemeester Ballingsweg 2, Hulten

67,37 64,59 69,38

62,5 62,5 62,5

58,9 59,0 58,7

68 66 70

71 70 72

55,04 58,78 52,39

61 62 60

69 69 69

-7 -3 -9

-2 -1 -3

Rijksweg 25, Hulten*** Exclusief correctie artikel llûg Wgh

Wanneer sprake is van meerdere lawaaibronnen hanteert de provincie het beleid dat de gecumuleerde waarde de maximale ontheffingswaarde, in dit geval 58 dB, niet mag overschrijden. Indien daaraan wordt voldaan dan stelt de provincie dat er sowieso sprake is van een aanvaardbaar woonklimaat. Zoals volgt uit tabel 2 neemt de gecumuleerde geluidsbelasting als gevolg van het wegverkeer in de plansituatie af in vergelijking met de huidige situatie. Dit wordt veroorzaakt doordat in de huidige situatie de N282 nu voorlangs de woning loopt, wat na de aanleg van de verbindingsweg niet meer het geval zal zijn. Daarnaast wordt een aarden geluidwal aangelegd die eveneens bijdraagt aan de reductie van de geluidbelasting. Door de samenloop van het lawaai van de vliegbasis (militair industrieterrein en vliegverkeer) met het verkeerslawaai zal de maximale ontheffingswaarde van 58 dB voor wegverkeerslawaai ruim worden overschreden. De overschrijding van de ontheffingswaarde is echter volledig te wijten is aan het lawaai van de vliegbasis zodat alleen door het reduceren van het luchtvaarlawaai kan worden voorkomen dat de geluidbelasting op de woningen hoger is dan 58 dB. De provincie heeft echter geen wettelijke grondslag om het geluid afkomstig van het vliegveld te reguleren en geoordeeld dat dit het verlenen van hogere waarden in dit geval niet in de weg mag staan.

In het Ontheffingenbeleid Wet geluidhinder van de provincie van d.d. 10 februari 1998 is opgenomen dat in geval van aanleg of reconstructie van een weg, steeds een geluidluwe gevel, geveldeel of een geluidluwe plek moet worden veiliggesteld. Hiervan is sprake indien de gecumuleerde geluidbelasting ter plaatse maximaal 48 dB bedraagt. De provincie streeft bij de betrokken woningen dus naar een situatie waarbij de woningen ten minste een gevel of plek hebben waarop het geluidniveau lager dan of gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Voor de nieuwe weg en vast te stellen hogere waarden, is getoetst aan voornoemd beleid. De geluidbelastingen ter plaatse van de luwe gevels zijn weergegeven in tabel 2. Hier is geen rekening gehouden met het vliegverkeerslawaai van de vliegbasis omdat, zoals ook reeds bij het aspect cumulatie is toegelicht, per definitie er geen dove gevel aanwezig is en de provincie geen enkele wettelijke grondslag heeft om het geluid afkomstig van het vliegveld te reguleren.

Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

33 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

Tabel 3: Geluidbelastingen luwe gevels

Adres 46,17

42,0B

47,06

43,61

47,16

45,56

46,58

47,54

45,63

46,73

Inclusief correctie art. llOgWgh

Ten aanzien van wegverkeerslawaai wordt bij alle adressen op de begane grond voldaan aan de aanwezigheid van een luwe gevel. Indien ook het geluid van de grondgebonden activiteiten van de vliegbasis wordt meegenomen wordt alleen bij het pand Rijksweg 21A voldaan aan de aanwezigheid van een geluidluwe gevel. Bij de overige woningen wordt hieraan niet voldaan. Desondanks dat er in de nieuwe situatie geen geheel luwe gevel aanwezig is, staat het provinciale beleid de vaststelling van hogere waarden niet in de weg. De geluidbelasting op de noordelijke gevels neemt door verlegging van de N282 sterk af en daarnaast treft de provincie met de toepassing van de 4 meter hoge geluidwal welke ook het gezoneerde industrieterrein afschermt reeds een uitgebreide geluidmaatregel. Gevolgen voor het bestemmingsplan Geen

3.2.2.8

Motivatie ‘een goede ruimtelijke ordening’ in geval van planwijziging

Relevant toetsingskader Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen (zie bijvoorbeeld AbRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3443, rechtsoverweging 1). Dat een perceel voorheen een bepaalde bestemming had, geeft niet automatisch recht erop dat die bestemming gehandhaafd wordt. Indien er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening dan is de bestemming niet aanvaardbaar (zie bijvoorbeeld AbRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3443, rechtsoverweging 4.3). In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een integrale belangenafweging plaats te vinden, waarbij tevens de effecten dienen te worden beschouwd en beoordeeld. Afweging Bestemming aanwijzen: Bestemming ‘Groen’ ^ De gronden waar momenteel het wegrestaurant ’t Vliegveld en het bij het wegrestaurant behorende parkeerterrein aanwezig zijn en die in het vigerende bestemmingsplan de bestemming “Horeca” hebben, worden omgezet naar de bestemming ‘Groen’; ^ De redenen voor deze bestemmingsverandering zijn hiervoor uiteengezet onder het kopje ‘4. Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot wegrestaurant ’t Vliegveld’.

Hoofdreden is dat met het handhaven van de bestemming niet wordt voldaan aan de eis van een goede ruimtelijke ordening. De horecabestemming Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

34 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

^

^

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

heeft op deze locatie immers geen levensvatbaarheid, onder meer vanwege het ontbreken van voldoende parkeergelegenheid, de wezenlijke kans op structurele leegstand, de noodzakelijkheid van markeringen in de omgeving om de aanwezigheid van het bedrijf duidelijk te maken en de minder optimale ontsluiting van het parkeerterrein. Los van het feit inzake de levensvatbaarheid, is tevens van belang dat er van zoveel beleidsmatige uitgangspunten moet worden afgeweken om een optimale voortzetting van de horecabestemming te faciliteren, dat dit op zichzelf al schuurt met een goede ruimtelijke ordening. Gezocht is naar een nieuwe bestemming op deze locatie. Hierbij speelt een belangrijke rol dat de gronden zijn gelegen nabij de nieuwe entree van Hulten en dat dit tevens de enige entree van Hulten vormt voor niet-bewoners. Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit is het gewenst om deze entree een representatieve uitstraling te geven, bebouwd dan wel onbebouwd. Gelet op de geluidcontouren van de vliegbasis GilzeRijen is het toevoegen van een nieuwe woonbestemming dan wel andere geluidgevoelige bestemming niet aan de orde. Daarnaast is de locatie niet geschikt voor vormen van bedrijvigheid zoals kantoren of bedrijven, omdat het gemeentelijk beleid daarvoor uitgaat van vestiging op de bestaande bedrijventerreinen.

De wens voor een representatieve uitstraling, gekoppeld aan het beleid in de gemeentelijke structuurvisie waarin het voormalige wegtracé van de N282 wordt gezien als nieuwe uitnodigende verblijfsruimte waarin het historisch karakter van de oude verbindingsweg een nadrukkelijke plek krijgt, waar enkel bestemmingsverkeer en langzaamverkeer rijdt, leidt ertoe om aan deze gronden de bestemming ‘Groen’ toe te kennen. Voor de regeling daarvan wordt aangesloten bij de bestemming ‘Groen’ zoals die al in het bestemmingsplan “N282” aanwezig is. Deze nieuwe bestemming betekent overigens ook dat het verkooppunt voor motorbrandstoffen komt te vervallen; De bestemming ‘Groen’ brengt geen nadelige effecten met zich mee voor aspecten als archeologie, bodem, cultuurhistorie, externe veiligheid, geluid, geur, luchtkwaliteit, natuur, verkeer en water en leidt ook niet tot beperkingen voor omliggende bestemmingen en functies. In vergelijking met de vigerende bestemming ‘Horeca’ is er zelfs sprake van een afname van effecten. Er is dan ook geen nader onderzoek noodzakelijk. Met het leggen van de bestemming ‘Groen’ is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Bestemming Wonen-1 ^ De gronden waar zich momenteel de bedrijfswoning van wegrestaurant ’t Vliegveld met de bijbehorende tuin bevindt, hebben in het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Horeca’. Deze zal worden omgezet naar de bestemming ‘Wonen - 1’; ^ De redenen voor deze bestemmingsverandering zijn hiervoor uiteengezet onder het kopje ‘5. Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot bedrijfswoning wegrestaurant ’t Vliegveld’. Nu het horecabedrijf wordt wegbestemd, is er geen reden meer voor een bedrijfswoning op deze locatie. Een bedrijfswoning staat immers ten dienste van een bedrijf en bij het opheffen van het bedrijf, vervalt ook deze functie. Gelet op de feitelijke situatie dat hier gewoond wordt en er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en er verder geen ruimtelijk relevante redenen aanwezig zijn om de woonbestemming te beëindigen, is besloten om de bestemming ‘Wonen - 1’ aan deze gronden toe te kennen. Voor de inhoud van de regeling van deze bestemming is aansluiting gezocht bij de bestemming ‘Wonen’ zoals die is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied; ^ De bestemming ‘Wonen’ brengt vergeleken bij de vorige hier feítelijk aanwezige functie als bedrijfswoning geen extra beperkingen of belemmeringen met zich mee. Noch voor de woonfunctie zelf, noch voor de omgeving.

Nu er redelijkerwijs geen afwijkende effecten te verwachten zijn en dus geen extra impact op aspecten als archeologie, bodem, cultuurhistorie, externe veiligheid, geluid, geur, luchtkwaliteit, natuur, verkeer en water, is er ook geen nieuw onderzoek benodigd. In vergelijking met de vigerende bestemming ‘Horeca’ is er zelfs sprake van een afname van effecten. ^ Met het leggen van de bestemming ‘Wonen - 1’ is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Financiële haalbaarheid Een deel van de gronden waarop het bestemmingsplan ziet, is niet in eigendom van de gemeente, de provincie Noord-Brabant of een derde grondeigenaar die de bestemming binnen de planperiode wil gaan realiseren. Dienaangaande geldt dat eigendomsverhoudingen uit oogpunt van “een goede ruimtelijke ordening” niet van doorslaggevende betekenis zijn. Dit is wél het geval als de eigendomsverhoudingen aan verwezenlijking van het bestemmingsplan binnen de periode van 10 jaar in de weg staan en tevens niet aannemelijk is dat binnen de planperiode tot onteigening zal worden overgegaan. Een aantal grondeigenaren wenst vooralsnog niet mee te werken aan de verwezenlijking van het bestemmingsplan “N282”. Voor het deel van de gronden dat is begrepen in het op 20 februari 2017 vastgestelde plangebied geldt dat door de provincie Noord-Brabant reeds een onteigeningsprocedure is gestart.

De provincie heeft hiervoor de nodige middelen gereserveerd. Met Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

35 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

de provincie Noord-Brabant is overeengekomen dat voor de gemeente Gilze en Rijen hier geen kosten aan zijn verbonden. In het voorliggende voorgestelde besluit wordt het plangebied van het bestemmingsplan “N282” vergroot, onder meer ter plaatse van het (volledige) perceel Rijksweg 25, Hulten. De gemeente Gilze en Rijen is met de provincie Noord-Brabant overeengekomen dat, voor zover de eigenaar de bestemming niet zelf wil realiseren, de provincie zich zal inspannen om gedurende de planperiode met de eigenaar tot overeenstemming te komen. Daartoe zal in het kader van de onteigeningsprocedure die reeds is ingezet voor de al in het bestemmingsplan betrokken gronden een schadebeperkend aanbod tot aankoop van het geheel worden gedaan. Mocht die overeenstemming niet bereikt worden, bijvoorbeeld omdat de eigenaar het schadebeperkend aanbod niet aanvaardt, dan is de gemeente met de Provincie overeengekomen dat de Provincie indien nodig de eigendom middels een onteigeningsprocedure tracht te verkrijgen. De provincie Noord-Brabant heeft hiervoor de nodige middelen gereserveerd. Gevolgen voor het bestemmingsplan Uitbreiding van het plangebied voor zover het betreft de gronden met de bestemming ‘Horeca’ op het perceel Rijksweg 25. Deze gronden krijgen ter plaatse van het horecabedrijf en de bijbehorende parkeerplaats de bestemming ‘Groen’ toegekend.

Verder komt het dieselverkooppunt hier te vervallen. De bedrijfswoning met bijbehorende tuin krijgt de bestemming ‘Wonen - 1’. Provinciaal beleid en regelgeving Relevant toetsingskader Op 14 december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie: “De kwaliteit van Brabant” vastgesteld. Dit beleid bevat de strategische doelen voor de langere termijn. Uit deze visie blijkt dat de sectorale bestaande plannen, waaronder de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) als laatstelijk vastgesteld op 7 februari 2014, blijven gelden totdat deze zijn omgezet in ‘programma’s’ onder de Omgevingswet. Op 10 juli 2015 is de “Verordening ruimte 2014 (per 15-7-2015)” vastgesteld. Nadien zijn hierop diverse ‘wijzigingsverordeningen’ gevolgd, als gevolg waarvan onder meer de naam is gewijzigd in “Verordening ruimte Noord-Brabant”. Op 25 oktober 2019 ligt aan Provinciale Staten ter besluitvorming de “Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant” voor. Beoogde inwerkingtreding van deze verordening heeft plaats op 5 november 2019 en vervangt dan de “Verordening ruimte Noord-Brabant”. Een gemeente is niet gebonden aan het provinciale beleid (als neergelegd in visies/plannen), maar moet hier wel rekening mee houden door dit beleid in de belangenafweging bij een bestemmingsplan te betrekken.

Een gemeente dient de algemene regels van de provincie als opgenomen in verordeningen bij de vaststelling van een bestemmingsplan in acht te nemen (zie AbRvS 27 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO1832, rechtsoverweging 2.2.2). Afweging ^ In de Brabantse Omgevingsvisie staat dat de Provincie zich inspant om de infrastructuur te verbeteren en knelpunten en ontbrekende schakels aan te pakken, bijvoorbeeld randwegen bij zwaarbelaste kernen (p. 67). Hulten betreft een dergelijke zwaarbelaste kern, het onderhavige bestemmingsplan voorziet onder meer in een randweg bij Hulten. In de Brabantse Omgevingsvisie staat ook dat het bebouwd gebied in Brabant steeds meer te maken heeft met hittestress en wateroverlast. Meer ruimte voor groen en water in het bebouwd gebied zorgt voor minder overlast (p. 57). Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in de realisatie van groen in het bebouwde gebied van Hulten; ^ In de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (paragraaf 3.1.2) staat dat de provincie constateert dat karakteristieke verschillen tussen dorpen en steden vervagen. De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. Daarnaast is het van belang dat er meer regie komt op stedelijke functies en de inrichting langs grote infrastructuren van weg, spoor en water.

Dit om de groei van verstedelijking langs deze infrastructuren beter op elkaar af te stemmen en in te passen in het landschap. De provincie maakt onderscheid in de manier van verstedelijking langs infrastructuur in de steden en daarbuiten. Zo wordt de identiteit van Noord-Brabant, als provincie met sterke steden én een landelijk groen karakter, versterkt. Het onderhavige bestemmingsplan omvat een groene invulling van de nieuwe dorpsentree van Hulten. Daarmee wordt het dorpse karakter versterkt; ^ Op het kaartbeeld van de Verordening ruimte Noord-Brabant is het perceel aan de Rijksweg 25, Hulten gelegen in de structuur ‘Bestaand stedelijk gebied’. In de verordening zijn voor deze structuur (artikel 4) geen specifieke regels gesteld met betrekking tot de omzetting van een bedrijfswoning naar burgerwoning en de sloop van bebouwing ten behoeve van het realiseren van (stedelijk) groen. Wel is de ‘zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit’ van toepassing (art. 3.1). Op deze zorgplicht wordt navolgend ingegaan, bij de toetsing aan de interim omgevingsverordening, omdat de beoordeling inhoudelijk hetzelfde is;

Onze referentie:

- Datum: 22 oktober 2019

36 van 46

AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS ^

Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets

Op het kaartbeeld van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (verder: Iov N-B) als vervat in het gml-bestand NL.IMRO.9930.InterimOvr-va01 (vast te stellen versie) is het perceel aan de Rijksweg 25, Hulten gelegen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’.

Artikel 3.42 Iov N-B bevat regels ten aanzien van een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’. De regels zijn van toepassing op een bestemmingsplan dat binnen het ‘Stedelijk gebied’ voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor ‘wonen’. De term ‘ontwikkeling’ is niet gedefinieerd in de verordening en niet in de Omgevingswet. Uit de toelichting op de Iov N-B volgt dat in dat geval kan worden aangesloten bij wat in het ‘normale gebruik’ onder een term wordt verstaan. In de Van Dale, groot woordenboek van de Nederlandse taal wordt onder ‘ontwikkeling’ verstaan ‘realisatie’. Ter plaatse van de Rijksweg 25, Hulten is geen sprake van ‘realisatie’ van een woning of woonfunctie, maar een omzetting van bedrijfswoning naar burgerwoning omdat ter plaatse niet langer sprake is van een bedrijf. Om die reden is artikel 3.42 Iov N-B niet van toepassing. Artikel 3.5 Iov N-B bevat algemene regels ten aanzien van de ‘zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit’. De regels houden in dat in een bestemmingsplan rekening wordt gehouden met zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6), de waarden zoals die blijken uit toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) en meerwaardecreatie (artikel 3.8). Ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik geldt dat de toedeling van functies in beginsel dient plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing.

Hieronder wordt verstaan het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ en een ‘bestaand bouwperceel’. De bestemmingen I functies ‘wonen’ en ‘groen’ ter plaatse van het perceel Rijksweg 25, Hulten zijn gelegen binnen dit werkingsgebied en behoren tevens tot een bestaand bouwperceel. De bebouwing binnen de bestemming ‘Wonen’ is geconcentreerd binnen een bouwperceel. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Ten aanzien van de toepassing van de lagenbenadering geldt dat hierbij het ‘effect’ van de ‘ontwikkeling’ leidend is en dat de factor ‘tijd’ actief wordt benut. Uit de toelichting op de Iov N-B volgt dat de intensiteit van de afweging afhangt van het gebied en de ontwikkeling. Naarmate een ontwikkeling minder inbreuk maakt op de leefomgeving of de omgevingskwaliteit, behoeft ook de afweging minder indringend te zijn. De provincie geeft aan dat gemeenten derhalve een bepaalde vrijheid hebben om hier invulling aan te geven. Ter plaatse van het perceel Rijksweg 25, Hulten wordt een bestaande bedrijfswoning omgezet in een burgerwoning. Daarnaast wordt de bedrijfsbebouwing van het restaurant geamoveerd en wordt ter plaatse groen gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12055766/1