Bijlage 1 - Vaststellen Bestemmingsplan herinrichting N282 in 2019
Tekst van het document
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
ŴARCÄDIS
Design tt Consultancy for natural and built assets
Contactpersoon. ED WOLFS
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1632 6201 BP Maastricht Nederland
Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
2 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
INLEIDING
5
1.1
Inleiding
5
1.2
Aanleiding
5
1.3
Leeswijzer
6
TUSSENUITSPRAAK METBESTUURLIJKE LUS
7
2.1
Tussenuitspraak 15 mei 2019
7
2.2
Wettelijk kader
7
REPARATIE PLANDELEN
8
3.1
Plandeel fietsverbinding Rijksweg 6 - talud fietsbrug
8
3.1.1
Kader herstelbesluit
8
3.1.2
Uitgangspunt herstelbesluit
8
3.1.3
Gevolgen voor het bestemmingsplan
8
3.2
Plandeel afbuiging Rijksweg - Burgemeester Ballingsweg
8
3.2.1
Kader herstelbesluit
8
3.2.2
Uitgangspunt herstelbesluit
8
3.2.2.1
Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot vliegbasis Gilze-Rijen
9
3.2.2.2
De wijze van uitvoering van het nieuwe weggedeelte
12
3.2.2.3
Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot wegrestaurant ’tVliegveld
14
3.2.2.4
Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot bedrijfswoningwegrestaurant ’t Vliegveld
22
3.2.2.5
Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot de woning vanappellante sub 6
23
3.2.2.6
Alternatievenafweging
26
3.2.2.7
Verantwoording gebruikte akoestische gegevens
29
3.2.2.8
Motivatie ‘een goede ruimtelijke ordening’ in geval van planwijziging
34
GEVOLGEN VOOR HET BESLUIT
38
4.1
Inleiding
38
4.2
Planregels
38
4.3
Verbeelding
38
4.4
Toelichting
38
- Datum: 22 oktober 2019
3 van 46
Onze referentie:
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
BIJLAGEN BIJLAGE A KAART OMLEIDINGSVARIANTEN
39
BIJLAGE B TABEL EFFECTEN OMLEIDINGSVARIANTEN
40
BIJLAGE C HAALBAARHEIDSTOETS HORECA RIJKSWEG 25, HULTEN
42
BIJLAGE D MEMO RIJKSWEG 25 EN MOGELIJKHEID GEVOELIGE BESTEMMING
43
BIJLAGE E PARKEERONDERZOEK
44
BIJLAGE F RIJKSWEG 25 HULTEN MEMO EXTERNE VEILIGHEID
45
COLOFON
46
Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
4 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
1
INLEIDING
1.1
Inleiding
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
Bij besluit van 20 februari 2017 heeft de gemeenteraad van Gilze en Rijen het bestemmingsplan “N282” vastgesteld. Het plan voorziet in het juridisch-planologisch borgen van het verbreden en aanpassen van de Rijksweg (N282) tussen Breda en Tilburg. Met het plan beoogt de raad het beter doorstromen van het verkeer op de N282, het beter ontsluiten van de kern Rijen en het verbeteren van de verkeersveiligheid en leefbaarheid ter hoogte van de kern Hulten. Het daartoe in het plan opgenomen tracé tussen de Oosterhoutseweg (N631) en de kern Hulten valt samen met de bestaande N282 en ligt ten zuiden van de kern Rijen en ten noorden van de vliegbasis Gilze-Rijen. Het plan maakt de verbreding van dit wegvak mogelijk. Voor de kern Hulten buigt de N282 in het plan in zuidelijke richting af naar de Burgemeester Ballingsweg (N260A). Dit weggedeelte wordt nieuw aangelegd en ligt aan de oostzijde van de vliegbasis Gilze-Rijen. Het plan voorziet tevens in een nieuwe fietsverbinding over de Oude Baan in Hulten en over bestaande agrarische gronden aan de van de N282 afgekeerde zijde van enkele panden in Hulten. Ten behoeve van het plan heeft het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant voor een bedrijfswoning en vier particuliere woningen hogere waarden, als bedoeld in artikel 83 van de Wet geluidhinder, vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting.
Om een beeld te krijgen van de (toekomstige) planologische toestand zijn op de onderstaande afbeelding de verschillende bestemmingen, zoals deze zijn opgenomen in de bestemmingsplannen “N282” en “Buitengebied” verbeeld op een luchtfoto-ondergrond.
-
T
■ŵ.
1.2
Aanleiding
Op 15 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder te noemen ‘Afdeling’) een tussenuitspraak gedaan waarbij zij de raad heeft opgedragen om, binnen 26 weken na verzending van de uitspraak, de gebreken in het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan te herstellen en de Afdeling en de partijen die beroep hebben ingesteld daarvan de uitkomst mee te delen en het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen. Aan deze opdracht wordt uitvoering gegeven waarbij de onderhavige aanvulling een belangrijke bouwsteen vormt. Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
5 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
1.3
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
Leeswijzer
De voorliggende aanvulling is hierna als volgt opgebouwd. Allereerst wordt beknopt ingegaan op de tussenuitspraak van de Afdeling (paragraaf 2.1). Vervolgens wordt het algemeen wettelijk kader geschetst voor de besluitvorming (paragraaf 2.2). Daarna wordt het herstelbesluit per plandeel gemotiveerd (hoofdstuk 3). Daarbij worden steeds het kader en het uitgangspunt beschreven alsmede het gevolg voor het bestemmingsplan. Afgerond wordt met de motivering van de planwijzigingen (paragraaf 3.2.2.8) en een beschrijving van de gevolgen van het nieuwe besluit (hoofdstuk 4).
Onze referentie:
Datum: 22 oktober 2019
6 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
2
TUSSENUITSPRAAK MET BESTUURLIJKE LUS
2.1
Tussenuitspraak 15 mei 2019
De Afdeling heeft op 15 mei 2019 een tussenuitspraak gedaan over het bestemmingsplan “N282” (ECLI:NL:RVS:2019:1553). In die tussenuitspraak heeft de Afdeling de gemeente opgedragen om het besluit op de volgende onderdelen te herstellen: ^ De beoogde fietsvoorziening. Deze kan niet gerealiseerd worden omdat een deel van de benodigde gronden niet binnen het onderhavige bestemmingsplan ligt en het voor die gronden vigerende bestemmingsplan Buitengebied de aanleg van een fietspad niet mogelijk maakt (zie rechtsoverwegingen 8.3 en 10 van de uitspraak). Het plan moet zodanig worden aangepast dat een fietsverbinding tussen gronden van appellant sub 1 aan de locatie 2 en het voorziene fietspad aan de achterzijde van zijn restaurant mogelijk is (zie rechtsoverweging 35) ^ De motivering van het besluit. Toereikend gemotiveerd dient te worden dat het besluit strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening (zie rechtsoverweging 32.3). Dit geldt zowel wanneer het plan gewijzigd wordt als wanneer het niet gewijzigd wordt. In het laatste geval moet in dit kader in ieder geval worden gedacht aan: ^ het integraal afwegen van de belangen van Valk Holding B.V en appellante sub 6 ten behoeve van de keuze voor de plek en uitvoering van het nieuwe weggedeelte.
Daarbij dient onder meer aandacht te zijn voor de gevolgen van het plan (situering weg en hogere geluidbelasting op de betrokken woningen waarvoor een hogere waarde is vastgesteld) voor de exploitatie van het wegrestaurant, maar ook voor het woon-, leef- en bedrijfsklimaat van Valk Holding B.V en het woon- en leefklimaat van appellante sub 6 (zie rechtsoverweging 32.3). Aanvullend wordt nog opgemerkt dat bij het besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant tot het vaststellen van hogere waarden andere akoestische gegevens ten grondslag liggen dan aan het bestemmingsplan (zie rechtsoverweging 35). ^ het beter onderbouwen dat het nieuwe weggedeelte niet op een andere plek kan worden gerealiseerd. Het enkel stellen dat enige afstand van het nieuwe weggedeelte tot de vliegbasis en het parkeerterrein van Defensie nodig is, is niet voldoende (zie rechtsoverweging 32.3). Verder geeft de Afdeling aan dat de volgende beroepsgronden van Valk Holding B.V en appellante sub 6 pas worden beoordeeld na het herstelbesluit van de raad: ^ Het ontbreken van een besluit waarbij hogere grenswaarden zijn vastgesteld op het moment dat het plan werd vastgesteld (zie rechtsoverweging 33). ^ De uitgangspunten van het akoestisch onderzoek dat aan het plan ten grondslag ligt (zie rechtsoverweging 33). ^ De ruimtelijke aanvaardbaarheid van de in het plan opgenomen geluidwal (zie rechtsoverweging 33).
^ De financiële haalbaarheid van het plan wanneer de gronden van Valk Holding B.V., waarop het wegrestaurant is gevestigd, uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening toch moet worden onteigend (zie rechtsoverweging 33). Ten slotte deelt de Afdeling mede dat ook de door het college vastgestelde hogere waarden voor de betrokken woningen voor de ten hoogte toelaatbare geluidsbelasting ten behoeve van het plan pas in de einduitspraak zal worden beoordeeld (zie rechtsoverweging 34).
2.2
Wettelijk kader
In artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is voorgeschreven dat het bestuursorgaan bij het voorbereiden van een besluit de nodige kennis vergaart omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen. Artikel 3:4 Awb geeft vervolgens aan dat het bestuursorgaan rechtstreeks de bij het besluit betrokken belangen dient af te wegen, waarbij de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangegeven dat de toelichting van het bestemmingsplan onder meer dient te bevatten een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen, de uitkomsten van het verrichte onderzoek en inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan. Gelet hierop en gelet op de tussenuitspraak van de Afdeling wordt in hoofdstuk 3 de keuze voor het tracé opnieuw onderbouwd en in context geplaatst. Tevens wordt ter onderbouwing hiervan een verantwoording gegeven van de keuzen van bestemmen, aangetoond dat er geen nieuwe onderzoeken noodzakelijk zijn en inzicht gegeven in de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
7 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
3
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
REPARATIE PLANDELEN
In het kader van het herstelbesluit worden twee plandelen onderscheiden. Ten eerste het plandeel fietsverbinding Rijksweg 6 - talud fietsbrug en ten tweede het plandeel afbuiging Rijksweg - Burgemeester Ballingsweg. Deze worden hierna achtereenvolgens besproken.
3.1
Plandeel fietsverbinding Rijksweg 6 - talud fietsbrug
3.1.1
Kader herstelbesluit
Uit de ‘Beslissing’, onderdeel III, van de tussenuitspraak, blijkt dat de raad van de gemeente Gilze en Rijen is gehouden de gebreken in het bestemmingsplan te herstellen met inachtneming van rechtsoverweging 35. Uit rechtsoverweging 35 (‘Opdracht’), voor zover hier van belang, volgt dat de raad met inachtneming van rechtsoverweging 8.3 het bestemmingsplan zodanig moet aanpassen dat een fietsverbinding tussen het fietspad en de achterzijde van het restaurant mogelijk is. 3.1.2
Uitgangspunt herstelbesluit
Uit de uitspraak volgt dat de gemeenteraad uitvoering dient te geven aan de meegegeven ‘opdracht’ (rechtsoverweging 35). Uit deze overweging volgt bindend dat de gemeenteraad een zodanige bestemming aan dient te wijzen, dat de fietsverbinding mogelijk wordt. In rechtsoverweging 8.3 is overwogen dat de raad dit eerder heeft beoogd te doen, door middel van het opnemen van de bestemming ‘Agrarisch’, maar dat deze bestemming abusievelijk niet op een kleine strook grond is gelegd. Gelet op deze overweging dient het herstelbesluit eruit te bestaan dat de bestemming ‘Agrarisch’, voor zover gelegen ten noorden van het perceel Rijksweg 6 te Hulten, naar het zuiden wordt vergroot totaan de grens van hetperceel Rijksweg 6. 3.1.3
Gevolgen voor het bestemmingsplan
De bestemming ‘Agrarisch’ voor zover gelegen ten noorden van het perceel Rijksweg 6 te Hulten, is op de aangepaste verbeelding richting zuiden uitgebreid tot aan de grens van het perceel Rijksweg 6, zodat realisatie van de fietsverbinding mogelijk wordt. De planregels behoeven geen aanpassing.
3.2
Plandeel afbuiging Rijksweg- BurgemeesterBallingsweg
3.2.1
Kader herstelbesluit
Uit de ‘Beslissing’, onderdeel III, van de tussenuitspraak, blijkt dat de raad van de gemeente Gilze en Rijen is gehouden de gebreken in het bestemmingsplan te herstellen met inachtneming van rechtsoverweging 35. Uit rechtsoverweging 35 (‘Opdracht’), voor zover hier van belang, volgt dat de raad met inachtneming van rechtsoverweging 32.3: ^ het bestemmingsplan toereikend dient te motiveren ten behoeve van ‘een goede ruimtelijke ordening’, dan wel; ^ het bestemmingsplan kán wijzigen, waarbij eveneens geldt dat toereikend dient te worden gemotiveerd dat het plan strekt ten behoeve van ‘een goede ruimtelijke ordening’. De ‘toereikende motivatie’ dient te zijn gebaseerd op de meest recente akoestische gegevens die nu in het dossier zitten dan wel aan de hand van nieuwe akoestische gegevens. 3.2.2
Uitgangspunt herstelbesluit
Uit de uitspraak volgt dat de gemeenteraad uitvoering dient te geven aan de meegegeven ‘opdracht’ (rechtsoverweging 35). Uit deze overweging volgt dat, voor de benodigde ‘toereikende motivatie’, in ieder geval hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 32.3 in acht moet worden genomen. Uit deze rechtsoverweging volgt dat onderdeel van de motivatie moeten zijn: Nr.
Onderdeel motivatie
Volgt uit passage rechtsoverweging 32.3
1.
Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot vliegbasis Gilze-Rijen.
‘...het enkel stellen dat enige afstand van het nieuwe weggedeelte tot de vliegbasis en het parkeerterrein van Defensie nodig is, is daarvoor onvoldoende.’..
2.
De wijze van uitvoering van het nieuwe weggedeelte.
‘.uitvoering van het nieuwe weggedeelte..’
Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
8 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
3.
Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot wegrestaurant ’t Vliegveld: ^ café Z restaurant ^ tankgelegenheid
‘...Het plan heeft daarnaast ook grote gevolgen voor de exploitatie van het wegrestaurant van Valk Holding B.V. omdat het achterliggende parkeerterrein met tankgelegenheid verdwijnt.’.
4.
Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot bedrijfswoning wegrestaurant ’t Vliegveld.
‘.benodigde geluidswal en weggedeelte op korte afstand woning’. - ‘hoge geluidsbelasting op de gevel’
5.
Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot woning van appellante sub 6.
‘.benodigde geluidswal en weggedeelte op korte afstand woning’. - ‘hoge geluidsbelasting op de gevel’
6.
Alternati eve n afwegi n g.
‘.standpunt dat het nieuwe weggedeelte niet op een andere plek kan worden gerealiseerd, onvoldoende heeft gemotiveerd.’.
De ‘toereikende motivatie’ wordt opgezet aan de hand van de voorgaande onderdelen van rechtsoverweging 32.3. De ‘toereikende motivatie’ wordt gebaseerd op de meest recente akoestische gegevens die nu in het dossier zitten. Over de status van deze gegevens wordt meer helderheid verschaft. Nr.
Onderdeel motivatie
Volgt uit passage rechtsoverweging 35
7.
Verantwoording gebruikte akoestische gegevens.
‘.Het ligt dan ook in de rede dat de raad zijn belangenafweging motiveert aan de hand van die meest recente akoestische gegevens zoals die nu in het dossier zitten dan wel aan de hand van nieuwe akoestische gegevens.’.
Voor zover de ‘toereikende motivatie’ leidt tot wijziging van het bestemmingsplan, geldt dat de planwijziging wordt gemotiveerd in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’, waaronder de financiële uitvoerbaarheid van de planwijziging. Nr.
Onderdeel motivatie
Volgt uit passage rechtsoverweging 35
8.
Motivatie ‘een goede ruimtelijke ordening’ in geval ‘.Indien de raad er voor kiest om het plan te van planwijziging wijzigen..[.], de raad de aan de orde zijnde belangen integraal zal moeten afwegen.’. ^ financiële uitvoerbaarheid
Deze onderdelen worden hierna verder uiteengezet, waarbij het laatste nummer van de subparagraaf terugverwijst naar het nummer dat in de tabellen hierboven genoemd wordt.
3.2.2.1
Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot vliegbasis Gilze-Rijen
Relevant toetsingskader Op grond van artikel 4.3 van de Wet ruimtelijke ordening zijn in het Barro regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Uit artikel 2.6.4, eerste lid, van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) volgt dat bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een militair luchtvaartterrein, voor die gronden de bestemming ‘Maatschappelijk - Militaire luchthaven’ wordt opgenomen (zie ook AbRvS van 16 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3493, rechtsoverweging 4). Daarnaast volgt uit dit artikellid dat géén bestemmingen worden opgenomen die een belemmering kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van dat terrein. Als ‘militaire luchtvaartterreinen’ zijn aangewezen de in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) vermelde terreinen. Uit de toelichting op het Barro blijkt het volgende: “een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die gelegen zijn binnen de begrenzing van een militair object dient voor die gronden een militaire bestemming aan te wijzen." De naam van de bestemming is dus van ondergeschikt belang. De naam van de bestemming is ook niet doorslaggevend voor het gebruik dat ter plaatse van die gronden al dan niet is toegestaan. Wél Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
9 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
doorslaggevend zijn de regels die in de bestemmingsomschrijving van die bestemming worden opgenomen (zie ook AbRvS 13 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1955, rechtsoverweging 3.3). Om deze reden is in het Barro het criterium opgenomen dat geen ‘bestemmingen’ (gebruiksregels) mogen worden opgenomen die een belemmering kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van dat terrein. De toelichting op het Barro vermeldt hierover: “Het bestemmingsplan mag ook geen bestemmingen en regels bevatten, die een belemmering vormen of kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van het militaire object en de uitoefening van de defensietaak." Uit de toelichting volgt aldus dat de grootte van de belemmering niet maatgevend is. Integendeel, indien een regel een belemmering zou kunnen gaan vormen in de toekomst, maar nu nog geen belemmering tot gevolg zou hebben, is die regel reeds in strijd met het Barro. Dit leidt ertoe dat de gemeente bij het opstellen van een bestemmingsplan dat (mede) betrekking heeft op een militair object, weinig bewegingsruimte heeft. Naarmate een bestemmingsplan meer beslag legt op het militaire object des te aannemelijker de kans dat sprake zal zijn van een (toekomstige) belemmering voor de functionele bruikbaarheid. Afweging ^ De vliegbasis Gilze-Rijen is ingevolge Barro/Rarro om wille van het nationale veiligheidsbelang aangewezen als militair luchtvaartterrein.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die gelegen zijn binnen de begrenzing van een militair object dient voor die gronden een militaire bestemming aan te wijzen. Het bestemmingsplan mag ook geen bestemmingen en regels bevatten, die een belemmering vormen of kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van het militaire object en de uitoefening van de defensietaak; ^ Teneinde de inrichting en optimale gebruiksmogelijkheid van de vliegbasis te behouden, wordt met de aanwijzing als luchtvaartterrein op grond van artikel 2.6.2 derde lid Barro, voor de gemeente de mogelijkheid tot een volledige belangenafweging voor het gebied van de militaire luchthaven beperkt; ^ Vliegbasis Gilze-Rijen is de thuisbasis voor defensiehelikopters, verenigd in het Defensie Helikopter commando (DHC). Binnen het DHC zijn op vliegbasis Gilze-Rijen Apache AH-64 gevechtshelikopters, Chinook CH-47 en Cougar transporthelikopters belegd Daarnaast is op de vliegbasis een reserveveldfunctie belegd voor jachtvliegtuigen.
De inrichting en gebruiksmogelijkheden van vliegbasis Gilze-Rijen zijn afgestemd op en optimaal geschikt voor de uitvoering van de diverse taken van het Commando Luchtstrijdkrachten van het Ministerie van Defensie; ^ Het Ministerie van Defensie is akkoord gegaan met de positionering van de te verleggen weg ter hoogte van de parkeerplaats van Restaurant ’t Vliegveld waarbij de Vliegbasis Gilze-Rijen drie hoeken binnen de hekwerken inlevert aan de noordoost- en oostzijde van de vliegbasis. Dit is de enige optie die niet zorgt voor een belemmering van de (toekomstige) inzetbaarheid van de Vliegbasis; ^ In de noordoost hoek van vliegbasis Gilze-Rijen, gelegen tussen baankop 20 (noord) en baankop 28 (oost), bevinden zich vastgoed en infrastructuur waaronder een rondweg, trainingsgebouw, twee vliegtuigshelters, een rolbanenstelsel, een patrouille pad, een parkeerterrein en een squadroncomplex voor helikopters. Al deze faciliteiten en het start- en rolbanenstelsel zijn benodigd voor de functionele uitoefening van de aan het Commando Luchtstrijdkrachten opgedragen taken: o De rondweg is de enige doorgaande weg aan de oostzijde van de vliegbasis om met voertuigen van de noordzijde, de zuidzijde te bereiken. De beschikbaarheid van deze rondweg is, door de grote oppervlakte van de vliegbasis, onder andere van belang voor de bedrijfsvoering op de vliegbasis.
Daarnaast is deze rondweg van belang voor calamiteitenverkeer omdat ook aan de zuidzijde van de vliegbasis een risico is voor (luchtvaart gerelateerde) calamiteiten terwijl de entree voor calamiteitenverkeer via de hoofdpoort in het noorden geschiedt. Er moet ook rekening gehouden worden met de aanrijtijden van de Bewaking van Vliegbasis Gilze-Rijen. In geval van een melding van een verdachte situatie moet de Bewaking binnen de uitsteltijd van de fysieke beveiligingsschil ter plaatse zijn. Door de huidige rondweg wordt vanuit elke locatie op de vliegbasis een positief beveiligingsrendement behaald. Zonder een volledige rondweg is dit rendement niet gegarandeerd. o Het patrouille pad, gelegen tegen de binnenkant van het hekwerk, is benodigd voor beveiliging van de vliegbasis. o Het trainingsgebouw, de parkeerplaats en het gebouw ten zuiden van de parkeerplaats zijn aldaar gesitueerd voor militaire trainingsdoeleinden en deze locaties worden ontsloten door de rondweg. Er is geen directe relatie tussen de bedrijfsvoering binnen het trainingsgebouw en de bedrijfsvoering in de gebouwen aan de noordzijde van de hoofdbaan. Om deze reden is het niet wenselijk om het trainingskantoor elders te situeren.
o Shelter 521, shelter 522, de bijbehorende platformen en rolbaan zijn integraal benodigd voor het voldoen aan de reserveveldfunctie voor de jachtvliegtuigen van het Commando Luchtstrijdkrachten. Vanuit ICAO regelgeving worden minimale veiligheidsafstanden genoemd van obstakels en functies Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
10 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
tot de middenlijn van de start- en rolbanen. Daarnaast is het uit veiligheidsoverwegingen gewenst dat er een ruime separatie is tussen het buitenhekwerk van de vliegbasis en de Te Beschermen Belangen (onder andere helikopters en vliegtuigen) van het Commando Luchtstrijdkrachten. o Gebouw 496 huisvest het 301 Squadron van het DHC. Het gebouw en het aangrenzende platform wordt ingezet voor operationele doeleinden. Medewerkers van het DHC hebben hier een functie en vanaf het platform wordt gevlogen met de Apache helikopter. Voor technisch onderhoud, proefdraaien, taxiën, opstijgen en landen is het volledige platform benodigd. Binnen in de hangaar worden de helikopters gestald. Ook hiervoor geldt dat het uit veiligheidsoverwegingen gewenst is dat er een ruime separatie is tussen het buitenhekwerk van de vliegbasis en de Te Beschermen Belangen (onder andere helikopters en vliegtuigen) van het Commando Luchtstrijdkrachten. I ţfr rftrrrfîy.'j
| Rondvim
mm
Vlieqgebicd
nîTu.niiir-įrťi į
fľtfPrrm
Ķe«wterd - 'ťtqgndom'dftfnMr
gIÜ22?Sïi ĉCtíl&SB
ĮRondwj
eaeaioĄīcíD
^
^
Uit de paragraaf hierna (paragraaf 3.2.2.2) blijkt dat vanwege technische eisen beperkte verschuivingen in de tracéligging van het nieuwe weggedeelte niet mogelijk zijn. Verschuiving is alleen mogelijk via een grotere sprong. Dit zou ervoor zorgen dat de nieuwe weg dan direct over primaire militaire objecten als aanwezig op vliegbasis Gilze-Rijen heen zou komen te liggen (start- en landingsstelsel, rolbanen, shelters, etc.). Er is dan evident sprake van een belemmering van de functionele bruikbaarheid van de vliegbasis, omdat dit type infrastructuur op het grondgebied van de vliegbasis niet te verleggen is. Dit is strijdig met het Barro. Een deel van de gronden waarop in het voorgaande bestemmingsplan de ‘Horeca’ was toegekend, heeft in het voorliggende bestemmingsplan “N282” de bestemming ‘Maatschappelijk - Militaire vliegbasis 2 gekregen’. Redenen voor deze omzetting: o Er liggen nu vijf haakse hoeken in de patrouilleweg, waardoor de overzichtelijkheid op dit deel van de vliegbasis wordt belemmerd. o De onoverzichtelijkheid zou nog verder worden versterkt doordat bij het nieuwe weggedeelte van de N282 juist dat deel wordt afgesneden van het huidige parkeerterrein waardoor het er verlaten bij zou komen te liggen. In de huidige situatie is er een vorm van natuurlijk toezicht, maar in de toekomst zou dat niet meer het geval zijn doordat het een niet gebruikte overhoek wordt.
Het nieuwe weggedeelte heeft immers een openbaar karakter, waar iedereen overheen rijdt, en dus ook kan stoppen. Op de ontstane overhoek kunnen bewegingen van personen gaan plaatsvinden, veel dichter bij de vliegbasis, die niet goed zichtbaar zullen zijn. In de huidige situatie is het een bewaakt parkeerterrein, met veel bewegingen dag en nacht.
Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
11 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
ŴARCÄDIS
Design tt Consultancy for natural and built assets
Met de overhoek zou er een ongrijpbaardere situatie voor Defensie ontstaan. Dit terwijl het algemene veiligheidsbeleid van defensie er juist op gericht is om op een goede wijze toezicht te kunnen houden op een vliegbasis. En daarbij zijn ook zichtlijnen van belang. Door het betrekken van deze overhoek bij de vliegbasis wordt een overzichtelijkere situatie gecreëerd en heeft de vliegbasis de mogelijkheid om de bestaande patrouilleweg recht te trekken met een overzichtelijke bocht waarmee aan het veiligheidsbeleid tegemoet kan worden gekomen. o
Gevolgen voor het bestemmingsplan Geen.
3.2.2.2
De wijze van uitvoering van het nieuwe weggedeelte
Relevant toetsingskader De ligging en het ruimtebeslag van een weg worden gedeeltelijk ingegeven door ontwerptechnische eisen. Er zijn geen wettelijk verplicht toe te passen regels voor een wegontwerp. Wel kán gebruik worden gemaakt van de CROW-richtlijnen voor (ideale) inrichtingsprofielen van een weg. Deze richtlijnen schrijven niet dwingend voor dat voor het ideale inrichtingsprofiel dient te worden gekozen, wel zijn enkele minimumeisen opgenomen (zie ook AbRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2505, rechtsoverwegingen 7.1 en 19.1). Indien de CROWrichtlijnen voor het wegontwerp worden gehanteerd en er wordt afgeweken van de gehanteerde minimumeisen, dan geldt dat hieraan een deugdelijke motivatie ten grondslag moet worden gelegd in het bestemmingsplan (zie ook AbRvS 15 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1684, rechtsoverweging 5.5). Afweging ^ Aan het wegontwerp ligt het handboek “Ontwerptechnische zaken & standaard details” versie 5 en 6 van de provincie Noord-Brabant ten grondslag. Op ontwerponderdelen waar het handboek geen uitspraken over doet, is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie “Handboek wegontwerp” (publicaties 328, 329, 330).
Voor overige ontwerpelementen is gebruik gemaakt van andere CROW-publicaties; ^ Binnen de geldende ontwerprichtlijnen zijn met name de richtlijnen met betrekking tot het dwarsprofiel, het horizontale alignement en kruispunten bepalend voor de tracéligging; ^ Voor de gehanteerde dwarsprofielen (breedte weg) gelden de volgende ruimtelijk relevante ontwerprichtlijnen: o het betreft een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom, wegtype I met 2x2 rijstroken, waarbij een ontwerpsnelheid van 80 km/u geldt, met bijbehorende rijstrookbreedte; o de obstakelvrije ruimte van de buitenbermen bedraagt minimaal 4,50 meter per zijde van de weg, gemeten vanaf binnenzijde kantmarkering hoofdrijbaan (breedte bermsloten 2 meter, ruimtereservering 2 meter ten behoeve van kabel- en leidingstroken en ruimtereservering voor opvangen hoogteverschillen 0,5 meter); ^ Voor het horizontale alignement (tracéverloop) gelden de volgende ruimtelijk relevante ontwerprichtlijnen: o bij een ontwerpsnelheid van 80 km/u geldt dat de benodigde vrije zichtafstand bij continue situaties 105 meter bedraagt, voor het ontwerp geldt als eis dan ook een ‘stopzicht’ van 105 meter; o in de toe te passen ‘horizontale bogen’ (om de afbuiging van de Rijksweg naar de Burgemeester Ballingsweg te kunnen maken) dient dit ‘stopzicht I rijzicht’ aanwezig te blijven om te kunnen reageren op verkeerssituaties die zich
stroomafwaarts voordoen; o de minimale horizontale boogstraal (R) is 300 meter bij een verkanting van +2,5%. Bij horizontale boogstralen kleiner dan 1700 meter dienen overgangsbogen (A) toe te worden gepast. Deze overgangsbogen dienen onder meer om de boog meer geleidelijk te laten verlopen. Om redenen van zichtbaarheid (boogdetectie) moet parameter (A) zo klein mogelijk worden gekozen. Daarbij worden de grenswaarden 1I3 r h á A < r h aangehouden. Minimale parameter A op basis van rijcomfort is 117 meter bij 80 km/u; ^ Voor de ontwerpen van de kruispunten gelden de volgende ruimtelijk relevante ontwerprichtlijnen: o uitgaande van een ontwerpsnelheid van 80 kmlu geldt een ‘stopzicht’ van 105 meter; o er moet voldoende oprijzicht aanwezig zijn op de zijwegen. Daarbij geldt dat de aansluitende wegen zoveel mogelijk haaks ten opzichte van elkaar moeten aansluiten ten behoeve van de verkeersveiligheid. In geval van een kruispunt voorzien van een verkeersregelinstallatie (VRI) moeten alle opstelstroken bereikbaar zijn wanneer op de naastliggende opstelstrook reeds een wachtrij is gevormd; o in CROW-publicatie 330, Handboek wegontwerp, deel gebiedsontsluitingswegen, tabel 6.6 is een tabel met kritische hiaattijden en oprijzicht naar aard manoeuvre bij een snelheid van 80 km/u op de Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
12 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
^
^
^
^
^
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
hoofdweg van voorrangskruispunten opgenomen. Uit deze tabel volgt dat, toegepast op de situatie dat ter plaatse van de afbuiging Rijksweg - Burgemeester Ballingsweg de toegangsweg naar Hulten komt te liggen: - voor verkeer dat vanuit Hulten linksaf de nieuwe randweg op wil rijden, minimaal 155 meter oprijzicht aanwezig dient te zijn; - voor verkeer dat vanuit Hulten rechtsaf de nieuwe randweg op wil rijden, minimaal 125 meter oprijzicht aanwezig moet zijn; Naast de ontwerprichtlijnen geldt dat ten behoeve van het bepalen van de tracéligging onder meer rekening moet worden gehouden met het inpassen van de bestaande -langs de Burgemeester Ballingsweg gelegen- bushaltes nabij het kruispunt alsmede de inpassing van maatregelen voor het beperken van geluidhinder en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Daarnaast moet het aantal opstelstroken en de lengte hiervan op de kruising voldoende capaciteit bieden voor het berekende verkeer op het nieuwe weggedeelte; In het licht van: o de drie geldende ontwerprichtlijnen; o het rekening houden met de inpassing van aan de weg gebonden en plaatsgebonden ‘voorzieningen’; o de eis van het niet belemmeren van de functionele bruikbaarheid van het militaire luchtvaartterrein, zoals die eis volgt uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening; geldt dat er bij het wegontwerp van het ‘afbuigende tracé’ voor is gekozen voor twee zo klein mogelijke horizontale bogen; De twee gekozen krappe bogen zorgen er voor dat zo lang mogelijk het bestaande tracé van de Rijksweg en de Burgemeester Ballingsweg kan worden gevolgd, hetgeen het tracé van de omlegging inkort, en dat het ruimtebeslag (en daarmee de aantasting van andere belangen) van de omleiding beperkt is. Belangrijk voordeel op het gebied van verkeersveiligheid is dat er tussen de twee horizontale bogen een rechtstand ontstaat waar een overzichtelijke VRI-kruising kan worden gerealiseerd met voldoende rijzicht, stopzicht en oprijzicht; Wanneer er gekozen zou zijn voor een variant met grotere in elkaar overlopende boogstralen (een lange bocht), dan zou de weg meer richting/over de vliegbasis Gilze-Rijen en verder van de bebouwing aan de N282 en Burgemeester Ballingsweg af komen te liggen.
In dit geval zouden de verkeerslichten in het horizontale alignement van twee opeenvolgende gelijkgerichte horizontale boogstralen komen te liggen. Om dan een overzichtelijk verkeersveilig kruispunt te kunnen creëren met voldoende rijzicht, stopzicht en oprijzicht moeten de boogstralen vele malen groter worden dan de nu gekozen minimale boogstralen. Een dermate grote sprong in de benodigde boogstralen ten opzichte van het gekozen tracé met de krappe bogen heeft tot gevolg dat in dit geval het tracé veel verder opschuift over de vliegbasis Gilze-Rijen, waardoor veel meer grond nodig is van de vliegbasis Gilze-Rijen; De noodzakelijke ‘sprong’ in boogstralen - in een scenario waarin het gewenst zou zijn de weg op enige grotere afstand van de kern Hulten af te leggen - zou er voor zorgen dat de weg dan direct over primaire militaire objecten als aanwezig op vliegbasis Gilze-Rijen heen zou komen te liggen (start- en landingsstelsel, rolbanen, shelters, etc.). Er is dan evident sprake van een belemmering van de functionele bruikbaarheid van de vliegbasis, omdat dit type infrastructuur op het grondgebied van de vliegbasis niet te verleggen is. Daarmee zou dus strijdigheid met het Barro optreden.
Gevolgen voor het bestemmingsplan Het gekozen tracé voldoet aan de ontwerptechnische eisen ten aanzien van verkeersveiligheid en verkeersdoorstroming. Daarnaast voldoet het tracé aan de eis dat geen sprake mag zijn van belemmering van de functionele bruikbaarheid van vliegbasis Gilze-Rijen. Het is niet mogelijk om het wegtracé enkele meters te verschuiven naar het zuiden in verband met de minimale afmetingen van boogstralen en de benodigde rechtstand voor de benodigde T-splitsing met afslag naar Hulten. Een verschuiving zou in dat geval ‘een sprong’ met zich meebrengen, waardoor een groter deel van de vliegbasis Gilze-Rijen wordt bestreken. Dit leidt tot een belemmering van de functionele bruikbaarheid en daarmee tot strijdigheid met het Barro. De weging van het belang van verkeersveiligheid en verkeersdoorstroming leidt niet tot wijziging van de bestemmingsregeling.
Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
13 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
3.2.2.3
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
Ligging nieuwe weggedeelte in relatie tot wegrestaurant ’t Vliegveld
Relevant toetsingskader Onderdeel van het criterium ‘een goede ruimtelijke ordening’ vormt het afwegen van individuele bedrijfsbelangen (zie ook AbRvS 30 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1722, rechtsoverweging 15.7 en AbRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4528, rechtsoverweging 6.5). Deze individuele belangen dienen steeds te worden afgezet tegen de belangen die met de ontwikkeling beoogd worden. Daarbij gaat het om de verhouding. Zo is het is mogelijk dat de aanleg van een randweg ingrijpende gevolgen heeft voor individuele bedrijfsvoeringen op of nabij het wegtracé, maar deze gevolgen wel redelijk worden geacht in situaties waarin de bedrijfspercelen wel ‘bruikbaar’ en ‘bereikbaar’ blijven (zie ook AbRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1340, rechtsoverweging 3.1). De gevolgen voor de individuele bedrijfsvoeringen kunnen niet redelijk worden geacht in verhouding tot het belang van de weg (verkeersdoorstroming), indien die gevolgen er uit bestaan dat de bestemming van een bedrijfsperceel niet langer uitvoerbaar is, en hiervoor geen passende maatregel is getroffen. De uitvoerbaarheid van een bedrijfsbestemming kan in het geding zijn, indien geen levensvatbare c.q. rendabele bedrijfsvoering meer mogelijk is op ‘resterende perceelgedeelten’ die ontstaan als gevolg van een ander ruimtelijk ontwikkelingsproject.
Dit dient op perceelniveau te worden beschouwd in een ruimtelijke belangenafweging (zie ook AbRvS 22 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ8850, rechtsoverweging 2.14.3; tevens AbRvS 28 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT2813, rechtsoverweging 2.4.4). Er kan sprake zijn van een aanzienlijk verminderde levensvatbaarheid van een bedrijfsperceel, indien uitsluitend de onbebouwde gronden die bij een bouwperceel (c.q. bestaande bebouwing) horen worden wegbestemd (zie ook AbRvS 5 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BO9779, rechtsoverweging 2.9.5). In dat geval dient ook voor het bouwperceel (c.q. de bebouwing) een oplossing te worden gevonden (zie ook AbRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4528, rechtsoverweging 9.1). Een oplossing kan bestaan uit het toekennen van een uitvoerbare bestemming dan wel streven naar kavelruil, waardoor de verminderde gebruiksmogelijkheden teniet worden gedaan (zie ook AbRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2505, rechtsoverweging 19.1 en AbRvS 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1072, rechtsoverwegingen 16 en 83.2). Afweging ^ Het bestemmingsplan “N282” voorziet in de afbuiging van de Rijksweg - Burgemeester Ballingsweg over het perceel aan de Rijksweg 25 te Hulten. Dit bedrijfsperceel is in gebruik bij wegrestaurant ’t Vliegveld (hoofdgebouw aan noordzijde perceel), met bijbehorend parkeerterrein en tankgelegenheid.
Het parkeerterrein heeft een omvang van 14.500 m2, waarbij geldt dat de omvang gerelateerd is aan het horecaconcept van het wegrestaurant. Het wegrestaurant vervult onder meer een functie voor vrachtwagenchauffeurs, als gevolg waarvan de omvang van de parkeerruimte afgestemd moet zijn op vrachtwagens. De afbuiging (nieuwe weggedeelte) is in het besluit van 20 februari 2017 geprojecteerd over het parkeerterrein, als gevolg waarvan in de beoogde situatie nog circa 1.500 m2 van het parkeerterrein resteert. In de huidige situatie heeft het restaurant 504 m2 bvo op de begane grond en 115 m2 bvo op de verdieping. In totaal dus 619 m2 bvo; ^ Het perceel aan de Rijksweg 25 is in het bestemmingsplan “Buitengebied” bestemd als ‘Horeca’, waarbij geldt dat het bouwvlak net zo groot is als het bestemmingsvlak. Ten aanzien van de bedrijfsgebouwen is het maximale bebouwde oppervlak vastgelegd, namelijk 665 m2. Dit oppervlak mag worden bebouwd met bedrijfsgebouwen, binnen het gehele bouwvlak. Ter plaatse is uitsluitend een specifieke vorm van horeca en bijbehorende voorzieningen toegestaan, namelijk: een ‘café en restaurant uit categorie 2 van de Staat van Horeca activiteiten met daaraan ondergeschikt de verkoop van motorbrandstoffen ten behoeve van vrachtverkeer’.
De maximale planologische (horeca)mogelijkheden bestaan uit het berekenen van de maximale bouwmogelijkheden (maximum bebouwingsoppervlak x maximale goot- en bouwhoogte, met medeneming van de voorgeschreven minimale en maximale dakhelling en gangbare hoogte van een bouwlaag). Hieruit volgt dat de toegestane specifieke vorm van horeca in totaal uit maximaal 1.914 m2 bvo kan bestaan in geval van planmaximalisatie; ^ Het huidige horeca-concept heeft door het vervallen van een aanzienlijk deel van de vrachtwagen parkeerplaats geen levensvatbaarheid op deze locatie; ^ Om vast te kunnen stellen of de bestemming ‘Horeca’ mét de daarbij toegestane specifieke vorm van horeca (café I restaurant) nog uitvoerbaar is indien het nieuwe weggedeelte ter plaatse van het parkeerterrein wordt aangelegd, is onderzoek verricht naar de ‘levensvatbaarheid’ van de toegestane gebruiksmogelijkheden voor horeca (Bureau Stedelijke Planning, 26 augustus 2019; zie bijlage C ‘Haalbaarheidstoets Horeca Rijksweg 25 Hulten’). In het onderzoek staat centraal of een rendabele Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
14 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
^
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
bedrijfsvoering nog mogelijk is op basis van de maximale planologische mogelijkheden c.q. gebruiksmogelijkheden die in het directe verlengde daarvan zijn gelegen; Uit het onderzoek van Bureau Stedelijke Planning volgt de volgende conclusie: ‘De veranderingen zullen een zeer grote impact hebben op de kansen voor een horecabestemming op die locatie, met name door het wegvallen van de directe verkeerspassanten en de zichtbaarheid door de beoogde geluidswal. Daarnaast ontbreekt het de locatie ook aan een aantrekkelijke omgeving en is er sprake van toenemende geluidsoverlast van de vliegbasis en de N-weg. Op het eerste oog lijkt het een lastige locatie om een café en restaurant te realiseren. Echter zijn wij [onderzoekers, red.] van mening dat een horecaconcept dat inspeelt op de niches in de markt en goed aansluit op de behoeften van de doelgroepen overal kan landen, ondanks dat de locatie niet optimaal is.’. Uit het onderzoek volgt dat de bestemming ‘Horeca’ nog steeds levensvatbaar is, maar wel onder een aantal voorwaarden. Navolgend wordt getoetst of aan deze voorwaarden kan worden voldaan: a. Een te vestigen horecaconcept dient voldoende autonome aantrekkingskracht te hebben en complementair te zijn aan het bestaande aanbod en een brede doelgroep aanspreken.
Relevant toetsingskader Onderdeel van het criterium ‘een goede ruimtelijke ordening’ is het door de planwetgever rekenschap geven van een toename van leegstand als gevolg van een bestemmingsplan, indien deze leegstand kan leiden tot negatieve gevolgen voor het woon-, leef- en ondernemersklimaat (zie ook AbRvS 5 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY5093, rechtsoverweging 17.8). Hieruit volgt niet dat ieder initiatief dat leegstand zou kunnen veroorzaken per definitie onaanvaardbaar is; het dient te gaan om ‘relevante leegstand’ (27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2095, rechtsoverweging 5.2 en AbRvS 5 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY5093, rechtsoverweging 17.7). Onder relevante leegstand wordt bijvoorbeeld niet begrepen ‘dat de voorziene ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt door een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning, leidt of kan leiden tot een verminderde vraag naar producten of diensten en daardoor tot daling van omzet in inkomsten van de eigen onderneming of de betreffende vestiging. Het enkele feit dat de voorziene ontwikkeling kan leiden tot bedrijfsbeëindiging van de eigen bedrijfsactiviteiten ter plaatse en daardoor tot leegstand van het in gebruik zijnde bedrijfsgebouw is op zichzelf eveneens onvoldoende om te concluderen dat zich relevante leegstand zal voordoen’ (zie ook AbRvS 20 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1585, rechtsoverwegingen 7.10 en 7.12).
Relevante leegstand kan worden gevormd door leegstand waarbij een bedrijfsgebouw dermate bijzondere bouwkundige of locatie specifieke eigenschappen heeft dat andersoortig gebruik - al dan niet door transformatie - niet of onder zeer bezwarende omstandigheden tot de mogelijkheden behoort (zie ook AbRvS 20 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1585, rechtsoverweging 7.10). De onaanvaardbaarheid van leegstand kan zijn gelegen in het structurele karakter daarvan (4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3036, rechtsoverweging 10.8). Afweging • Uit het onderzoek van het Bureau Stedelijke Planning volgt dat (bij behoud van de bestemming ‘Horeca’ voor zover gelegen aan de Rijksweg, met een grondoppervlak van 3.600 m2) een horecaconcept (café/restaurant) alleen levensvatbaar is indien de formule zorgt voor autonome aantrekkingskracht en complementair is aan het bestaande aanbod; ^ De ‘aantrekkingskracht’ en ‘complementariteit’ zijn slechts ten dele beïnvloedbaar door de exploitant van het horecaconcept, omdat voor deze factoren ook geldt dat deze afhankelijk zijn van ontwikkelingen in het horeca-aanbod in de omgeving; ^ Door deze relatief grote ‘marktafhankelijkheid’ van de levensvatbaarheid van de bestemming ‘Horeca’ is het risico op regelmatige wisselingen in horecaconcepten groot.
Regelmatige wisselingen vergroten het risico op frequente frictieleegstand op korte- en middellange termijn en het risico op structurele leegstand op lange termijn; ^ Het bedrijfsgebouw heeft geen bijzondere bouwkundige eigenschappen, maar wel bijzondere locatie eigenschappen die er voor zorgen dat transformatie slechts onder zeer bezwarende omstandigheden tot de mogelijkheden behoort. Deze bezwarende omstandigheden zijn gelegen in de ligging van het pand grenzend aan vliegbasis Gilze-Rijen. De vliegbasis kent op grond van het Besluit Geluidbelasting Grootschalige Luchtvaart (BGGL) diverse geluidcontouren. Het pand is binnen een contour gelegen die nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen uitsluit. Daarnaast is de locatie niet geschikt voor vormen van bedrijvigheid, bv. kantoren of
Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
15 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
^
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
bedrijven, omdat het gemeentelijke beleid uitgaat van vestiging hiervan op bedrijventerreinen. Zie ook bijlage D ‘Memo Rijksweg 25 en mogelijkheden gevoelige bestemming’ (23 juli 2019). Het risico op structurele leegstand, daarbij betrekkende de slechts onder zeer bezwarende omstandigheden mogelijke transformatie, is ter plaatse onaanvaardbaar om 2 redenen. Ten eerste zijn de gronden gelegen nabij de nieuwe entree van Hulten, alwaar het vanuit stedenbouwkundig perspectief gewenst is representatieve bebouwing te presenteren. Ten tweede zijn de gronden gelegen aan het resterende westelijke deel van de Rijksweg binnen Hulten. Dit deel krijgt een ‘doodlopend karakter’. Uit oogpunt van sociale veiligheid is leegstand vastgoed ter plaatse niet gewenst.
Gevolgen voor het bestemmingsplan De uitvoerbaarheid van de bestemming ‘Horeca’ is, gelet op de gewijzigde omstandigheden, op deze locatie zeer twijfelachtig. De gronden kunnen reeds hierom niet langer worden aangewezen als ‘Horeca’. Aan de voorwaarde kan niet worden voldaan. b. Er dient op de N282 gebruik te worden gemaakt van reclame voor de horecavestiging, bijvoorbeeld door plaatsen reclamezuil of bewegwijzering. Relevant toetsingskader Voor het plaatsen van reclame-uitingen als een reclamezuil of bewegwijzering geldt dat sprake is van het bouwen van een bouwwerk. Daarnaast wordt het tonen van reclame aangemerkt als behorend tot de activiteit ‘gebruik’ (zie ook AbRvS 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4047, rechtsoverweging 2.2). Voor de activiteiten ‘bouwen’ en ‘gebruik’ geldt dat het bestemmingsplan een toetsingskader is. De ruimtelijke uitstraling van reclame-uitingen dient te worden betrokken in de planologische afweging, waarbij geldt dat daarbij niet kan worden volstaan met een algemene en summiere onderbouwing.
Onverlet de aanwezigheid van welstandsbeleid, geldt dat de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid in het bestemmingsplan inzichtelijk moet worden gemaakt: ‘Juist bij een zichtbaar bouwwerk ligt het op de weg van verweerder om afdoende te motiveren waarom het bouwwerk passend in de omgeving wordt geacht’ (zie ook Rechtbank Gelderland 22 augustus 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:3640, rechtsoverweging 7.3). De plaatsing van reclame-uitingen is in beginsel niet passend binnen een bestemming die hoofdinfrastructuur mogelijk maakt (zie ook AbRvS 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:745, rechtsoverweging 5.1). Afweging • De gronden waarop het nieuwe weggedeelte van de N282 is geprojecteerd zijn in het bestemmingsplan “N282”, als vastgesteld op 20 februari 2017, bestemd als ‘Verkeer’. Binnen deze bestemming zijn ingevolge artikel 7.1, onder g ‘bij deze bestemming behorende voorzieningen’ toegelaten, waaronder ‘aanwijzingsborden’.
Ingevolge artikel 7.2, onder a geldt dat uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd, met een maximale bouwhoogte van 8,5 meter; ^ Reclame-uitingen hebben geen functionele relatie met hoofdinfrastructuur en zijn zodoende niet te beschouwen als ‘bij deze bestemming behorende voorzieningen’; ^ Voor het toestaan van reclame-uitingen geldt dat daarvoor de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid dient te worden aangetoond; ^ De gemeente Gilze en Rijen heeft de algemene stedenbouwkundige overwegingen met betrekking tot reclame-uitingen in de gemeente neergelegd in de Welstandsnota (Hoofdstuk 6). Hieruit volgt dat ‘in gebieden waar geen sprake is van commerciële functies, reclame-uitingen minder gewenst zijn’. Ook is bij het gebiedstype ‘Open agrarisch gebied’ (waarin het nieuwe weggedeelte is gelegen) vermeld: ‘Reclameborden, aankondigingen en verwijzingsborden horen niet thuis in het buitengebied. Ze passen slecht bij het karakter van de omgeving en vormen een visuele vervuiling. Zeker nu het recreatieve karakter van het buitengebied meer aandacht krijgt, is het van belang het karakterverschil tussen de bebouwingskernen en het buitengebied te bewaren c.q. te versterken.’ Tot slot geldt de beleidslijn: ‘Geen reclame toegestaan op een onbebouwd perceel.’; ^ Het nieuwe weggedeelte van de N282 is gelegen in het Buitengebied en leidt om de kern van Hulten heen.
Het beleid ten aanzien van reclame-uitingen in het buitengebied is van toepassing. Daarnaast geldt dat ter plaatse van het nieuwe weggedeelte de nieuwe entree van Hulten is gelegen en dat dit tevens de enige entree van Hulten vormt voor niet-bewoners. Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit is het gewenst om deze enige entree een representatieve uitstraling te Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
16 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
geven. Het toestaan van reclame-uitingen leidt ter plaatse tot een rommelig beeld, wat inbreuk maakt op de ruimtelijke uitstraling van de entree. Gevolgen voor het bestemmingsplan Geen. Aan voorwaarde kan niet worden voldaan. c. De horecavestiging dient goed bereikbaar te zijn en te beschikken over voldoende parkeercapaciteit. Relevant toetsingskader In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ moet bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (zie ook AbRvS 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1036, rechtsoverweging 5.3). Bij het opstellen van een aldus benodigde parkeerbalans geldt dat gebruik kan worden gemaakt van gemeentelijke, op de plaatselijke situatie afgestemde, parkeernormen (zie ook AbRvS 18 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:814, rechtsoverweging 9.3). De beoordeling in het licht van ‘een goede ruimtelijke ordening’ houdt in beginsel een uitvoerbaarheidstoets in. Een meer gedetailleerde beoordeling of wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen, heeft plaats in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen (zie ook AbRvS 2 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1471, rechtsoverweging 3.9). Dit kan anders zijn, als een aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen redelijkerwijs niet te verwachten is.
Afweging ^ Gemeente Gilze en Rijen beschikt over de Nota Parkeernormen 2017; • In het kader van het bestemmingsplan is een indringende toets aan deze nota noodzakelijk, omdat voor het horecapand een aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen niet in de rede ligt; ^ Door Compositie 5 stedenbouw bv is een parkeeronderzoek (7 augustus 2019) verricht naar de parkeerbehoefte en de mogelijke invulling daarvan (zie bijlage E), waarvan de belangrijkste uitkomsten bij de overwegingen hierna zijn meegenomen; • Indien wordt uitgegaan van planmaximalisatie dan geldt een brutovloeroppervlakte (bvo) van 1914 m2. Binnen de toegestane functies heeft een restaurant de zwaarste norm, namelijk 13 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Hiervoor zijn dan 248 parkeerplaatsen benodigd. Dit aantal parkeerplaatsen is niet inpasbaar op eigen terrein. Immers door de situering van de rondweg resteert in totaal nog circa 1.500 m2 van het oorspronkelijke parkeerterrein. Nu planmaximalisatie niet tot de mogelijkheden behoort, is de volgende vraag of voor de feitelijk bestaande bouw /gebruikssituatie wel voldoende parkeergelegenheid te realiseren is. Dit leidt dan wel tot een beperking van de huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden; ^ In de feitelijk bestaande situatie is sprake van een horecafunctie met een bvo van 619 m2.
Wederom uitgaande van de norm van 13 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo, leidt dit tot een totaal van 81 parkeerplaatsen; ^ Ook hiervoor geldt dat het niet mogelijk is om dit aantal parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Op pagina 18 van de parkeernota is de mogelijkheid opgenomen voor vervangende private parkeerruimte. Op pagina 19 van de parkeernota is tevens de mogelijkheid opgenomen om parkeren in de openbare ruimte te realiseren. Voor beide geldt dat de maximale loopafstanden als opgenomen in Bijlage 4 bij de Parkeernota in acht moeten worden genomen; ^ De relevante loopafstand betreft de hoofdfunctie ‘Ontspanning’. De te hanteren afstand van auto tot voordeur (hemelsbreed, géén straal) is hiervoor 150 meter. Binnen deze afstand zijn 3 gebieden voor maaiveldparkeren beschikbaar: 1) het weiland ten westen van Hulten, 2) de gronden langs Burgemeester Ballingsweg en 3) het ‘Oude tracé Rijksweg’; ^ Optie 1 is niet gewenst. Het gemeentelijk beleid is erop gericht om te voorkomen dat de kernen Hulten en Rijen naar elkaar toegroeien; de open ruimte tussen deze kernen dient behouden te blijven. Optie 2: hier geldt vanuit provinciale regelgeving (Verordening Ruimte) een ecologische doelstelling (EVZ). Verhardingen voor parkeren zijn hier niet gewenst. Optie 3: stedenbouwkundige inpasbaarheid kan worden onderzocht; • Uitwerking optie 3.
Optie 3 kan op meerdere wijzen worden ingevuld (verwezen wordt naar het eerder aangehaalde onderzoek van Compositie 5 stedenbouw bv dat in bijlage E is opgenomen). In beide gevallen wordt het parkeren verdeeld over het (eigen) achterterrein en aan de voorzijde langs de weg:
Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
17 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS o
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
In het eerste geval wordt het (zuidelijke) achterterrein optimaal ingericht waarbij rekening wordt gehouden met bevoorrading en de ontsluiting van het restaurant en het terras aan deze zijde. Aan de noordzijde komt een parkeerstraat met aan weerszijden haaksparkeren. Om de bestaande woningen te ontsluiten is een straat voorlangs geprojecteerd die gescheiden is van het parkeren door middel van een groen haag. Deze straat zorgt er tevens voor dat het geen doodlopende parkeerstraat betreft. Aan de noordzijde van de straat wordt het dubbelzijdig fietspad landschappelijk ingepast. Zie het onderstaand stedenbouwkundig ontwerp.
lv
«
In totaal biedt deze inrichting ruimte aan 128 parkeerplaatsen, waarvan 73 aan de noordzijde en 55 aan de zuidzijde. Hiermee wordt ruimschoots aan de parkeernorm voldaan en is er een overschot van 47 parkeerplaatsen; o In het tweede geval wordt het (zuidelijke) achterterrein vormgegeven door parkeren aan de randen, waarbij er sprake is van een doorgaande ontsluitingsstructuur. Ook hier is voldoende ruimte voor bevoorrading en de toegang tot het hier gelegen terras. Aan de noordzijde worden de parkeerplaatsen geconcentreerd en ontsloten door middel van een doorgaande weg die zich aan de noord- en zuidzijde bevindt. De zuidelijke ontsluitingsweg wordt tevens gebruikt om de bestaande woningen te ontsluiten. Enkele parkeerplaatsen worden voorzien van bomen om de parkeerplaatsen groen in te passen. Zie het onderstaand stedenbouwkundig ontwerp.
Onze referentie:
- Datum: 22 oktober 2019
18 van 46
AANVULLING OP DE TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN N282 IN HET KADER VAN BESTUURLIJKE LUS
Gk ARmniQ i Äiľnsduitancy W T II buiLtassets
In totaal biedt deze inrichting ruimte aan 117 parkeerplaatsen, waarvan 49 aan de zuidzijde en 68 aan de noordzijde. Ook hier is dus een overschot aan parkeerplaatsen, te weten 36 stuks. Geconcludeerd kan worden dat het parkeerterrein stedenbouwkundig (technisch) inpasbaar is. ^
^
^
^
^
• ^
Of het stedenbouwkundig ontwerp voor het parkeerterrein ook planologisch is toegestaan, is afhankelijk van de gekozen plansystematiek van het vigerende bestemmingsplan. Ook in gevallen dat ‘parkeervoorzieningen’ géén onderdeel van de bestemmingsomschrijving vormen, kan het ‘parkeren’ namelijk toch zijn toegestaan. Zo zijn parkeervoorzieningen voor bewoners van kamers inherent aan de woonbestemming (zie AbRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1828, rechtsoverweging 2.2). Het voor deze gronden vigerend bestemmingsplan is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Ingevolge artikel 22.1 onder d van de regels (bestemming ‘Verkeer’) van het bestemmingsplan Buitengebied zijn alleen bij de bestemming behorende voorzieningen toegestaan. Parkeren ten behoeve van een andere bestemming is niet hetzelfde als parkeren ten behoeve van de verkeersbestemming. Uit de plansystematiek volgt dat parkeren is toegestaan voor de functies als toegelaten in artikel 22.1, onder a t/m c. Horeca behoort niet één van deze functies. Uit de plansystematiek blijkt aldus duidelijk dat om het stedenbouwkundig ontwerp voor de ‘horeca-parkeerplaats’ mogelijk te maken een bestemmingswijziging nodig is.
Deze wijziging moet tevens voldoen aan ‘een goede ruimtelijke ordening’, waaronder wordt verstaan het ‘rekening houden met’ de gemeentelijke structuurvisie (Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen 2015); Ten aanzien van structuurvisies geldt het volgende relevante toetsingskader: van ‘harde normen’ in een structuurvisie kan minder eenvoudig worden afgeweken (zie AbRvS 11 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3448, rechtsoverweging 11.3); van ‘zachte normen’ in een structuurvisie kan worden afgeweken door dit belang te betrekken in de totale belangenafweging en waarbij andere belangen zwaarder kunnen wegen (zie AbRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2585, rechtsoverweging 7.2); In de Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen staat over het oude tracé van de N282 het volgende: “Het voormalige wegtracé zien we als nieuwe verblijfsruimte, waar enkel bestemmingsverkeer en langzaamverkeer rijdt. Vanwege de breedte van het profiel (tot wel 40 meter) ontstaat er een nieuwe openbare ruimte aan de voorzijde van Hulten. We benutten deze ruimte om er een prettige plek van te maken, waar de aangrenzende woningen graag op uitkijken. Het dorpshart, de kerk en het voormalig parochiehuis geven we een gezicht naar de voormalige N282. Het historische karakter van de route willen we benadrukken. De geschiedenis gaat terug naar de tijd van Napoleon.
We vinden het belangrijk om het tracé van deze route te behouden en zichtbaar te maken. Dit kan door het aanleggen van een statige bomenlaan over de gehele lengte van het tracé."; Een redelijke uitleg van de structuurvisie brengt met zich mee dat het parkeerterrein niet past binnen de hoofdlijnen van het gemeentelijke ruimtelijke beleid. Daarbij betrekt de gemeente Gilze en Rijen het ‘Ambitiedocument’ dat ten grondslag ligt aan het ruimtelijke beleid als opgenomen in de structuurvisie. In het ambitiedocument is het streefbeeld voor het voormalige tracé opgenomen. Een parkeerterrein verhoudt zich niet tot dit streefbeeld; De norm als opgenomen in de structuurvisie is te typeren als een wat ‘zachtere norm’, waardoor gemotiveerd afwijken mogelijk is. In dezen geldt echter dat een dergelijke afwijking niet is gerechtvaardigd, omdat het doel van het bestemmingsplan “N282" juist is om de leefbaarheid in Hulten te verbeteren. Dit doel wordt slechts ten dele gehaald als ook een parkeerterrein zou worden gerealiseerd.
Hiervan afwijken is niet passend binnen het gemeentelijk beleid voor deze locatie; Doordat het parkeerterrein op het oude tracé van de N282 niet mogelijk is, kan de benodigde parkeeropgave niet kan worden opgelost; Met betrekking tot de goede bereikbaarheid wordt verder nog opgemerkt dat in de nieuwe situatie het op het achterterrein van de horecabestemming gelegen parkeerterrein slechts bereikbaar is via een inVuitrit waarbij zowel de opstelstroken van het kruispunt entree Hulten Z N282 als een verdrijvingsvlak moeten worden gekruist. Hoewel het geen ongebruikelijke verkeerskundige oplossing is, kan hier ook niet worden gesproken van een optimale verkeerssituatie. In het licht van de benodigde goede bereikbaarheid, is dit evenmin een optimale situatie.