CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Gemeenteraad 25 maart 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Intern24.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2

In dit provinciale programma werkt onze gemeente samen met o.a. de provincie, de omgevingsdiensten en alle andere Brabantse gemeenten, waterschappen, het Openbaar Ministerie, de politie en terreinbeheerders, om misstanden in het buitengebied aan te pakken. Het gaat dan o.a. om de aanpak van stroperij, wildcrossen en (drugs)afvaldumpingen.

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

23

om taken waarvan het voor de veiligheidsregio efficiënter is om deze regionaal op te pakken in plaats van in elke gemeente afzonderlijk. In het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de taken van de VRMWB onder andere:  advisering bij omgevingsvergunningen en/of meldingen over brandveiligheidsaspecten;  advisering vergunningverlening evenementen en controle op brandveilig gebruik van deze tijdelijke inrichtingen;  controle brandveiligheid gebouwen vergunning/melding brandveilig gebruik;  toezicht- en handhavingscontroles brandveiligheid. Wij controleren waar nodig integraal met de VRMWB. Jaarlijks stemmen wij met de VRMWB af wat er over en weer van elkaar wordt verwacht, toch werken wij niet meer met een jaarlijks werkprogramma. Wij benaderen de onderlinge samenwerking meer flexibel. De vraag vanuit toezicht is op ad hoc basis en daardoor sluit een ad hoc ondersteuning vanuit de VRMWB het beste aan. Politie Op veel gebieden werken wij nauw samen met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Naast het afstemmen van het jaarlijkse (concept) uitvoeringsprogramma vragen wij bijvoorbeeld aan de politie om input bij het opstellen van bepaalde beleidsstukken of verordeningen. Maar er wordt o.a. ook wederzijdse informatie verstrekt over bepaalde zaken die ons gezamenlijk aangaan.

Ook verstrekken wij onze bestuurlijke besluiten aan de politie indien het gaat om voor de politie relevante onderwerpen. Denk aan o.a. het toepassen van het Damoclesbeleid of Bibob-beleid. Ook als wij problemen verwachten bij toezicht controles, evenementen en dergelijke speelt de politie een ondersteunende rol door bijvoorbeeld aanwezig te zijn. De boa’s hebben korte lijntjes met de politie via een mobiele applicatie, waardoor afstemming gemakkelijk is en soepel verloopt. 6.2.3

Politie en Justitie Bespreking van specifieke handhavingszaken en de afstemming tussen politie, justitie en de gemeente vindt bilateraal plaats. Bestuurlijk vindt periodiek afstemming plaats tussen politie, openbaar ministerie en de gemeente (burgemeester) in het driehoeksoverleg. 6.2.4

Convenant Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) De doelstelling van een RIEC is de deelnemende gemeenten te ondersteunen en te faciliteren bij een bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Het RIEC biedt de mogelijkheid om vanuit verschillende vakdisciplines de georganiseerde criminaliteit aan te pakken. Binnen het RIEC werken gemeenten samen met de Politie, het OM, de Douane, de Koninklijke Marechaussee, de Belastingdienst, opsporingsdiensten, VROM en de provincie Noord-Brabant. 6.2.5

Taskforce Brabant en Zeeland De rol van de Taskforce BZ is om de geïntegreerde aanpak van georganiseerde criminaliteit in heel Brabant en Zeeland uit te rollen. Alle partners (gemeenten, OM, politie, Belastingdienst) trekken samen op en delen hun informatie om het voor criminele groeperingen zo moeilijk mogelijk te maken in Brabant en Zeeland te opereren. Een van de onderdelen van de Taskforce is de aanpak van de georganiseerde hennepteelt. Dit sluit aan op de steeds actievere rol die ook onze gemeenten nemen bij de aanpak tegen drugshandel (de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel het daartoe aanwezig zijn van drugs in een pand en/of de daarbij behorende erven). De gemeenten hebben hiervoor een hennepconvenant ondertekend. 6.2.6

Regionale samenwerkingsovereenkomst Boa’s In het politiedistrict De Baronie hebben 11 gemeenten (Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Oosterhout, Werkendam, Woudrichem en Zundert) het convenant 'Buitengewone Opsporingsambtenaren' gesloten. Het convenant betreft in 6.2.7

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

24

eerste instantie de samenwerking voor het doel van controles in het kader van de Drank- en Horecawet door middel van een gezamenlijke ‘horeca-boa-pool’. Een aantal gemeenten uit de pool stelt hierbij volgens een jaarlijkse planning een aantal BOA-uren ter beschikking. Toezichthouders en boa’s kunnen elkaar wederzijds opzoeken als ze op een locatie komen waar meerdere overtredingen plaatsvinden. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) Hiermee wordt samengewerkt als het gaat om bij horeca, dierziekten, dierenleed en bij evenementen. 6.2.8

Dierenbescherming De Dierenbescherming is ook een partner. Tijdens controles kan de toezichthouder (hobby)dieren in nood tegenkomen. In samenwerking met de Dierenbescherming kunnen deze dieren ondergebracht worden. 6.2.9

Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) De Inspectie SZW is een samenvoeging van de organisaties en activiteiten van de voormalige Arbeidsinspectie, de Inspectie Werk en Inkomen en de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De Inspectie SZW werkt aan eerlijk, gezond en veilig werk en bestaanszekerheid voor iedereen. Ze doet dit op basis van risico- en omgevingsanalyses. Toezicht en opsporing worden ingezet waar de meest hardnekkige problemen zitten en het effect het grootst is. Het kan voorkomen dat naar aanleiding van een situatie bij een sanering of een ander milieuprobleem overleg moet worden gevoerd met de Inspectie. Dit wordt echter alleen gedaan bij evidente overtredingen in de relatie werkgever-werknemer die een gevaar opleveren voor de werknemers en/of het milieu. Hierbij kan men denken aan het verwijderen van asbest, verrichten van bouwwerkzaamheden, verrichten van werkzaamheden bij milieu-inrichtingen, etc. 6.2.10

Waterschappen Naast de al eerder genoemde regionale samenwerking hebben we met Waterschappen te maken bij het doorgeven van klachten en meldingen. Gezamenlijke controles komen slechts sporadisch voor. De OMWB en de waterschappen voeren regelmatig samen controles uit. We komen het waterschap ook tegen bij Samen Sterk in Buitengebied en met de provincie. 6.2.11

Belastingdienst De belastingdienst trekt sporadisch samen met ons op in (projectmatige) handhavingszaken. We delen informatie om zo een beter beeld te krijgen. We kunnen beiden optreden tegen geconstateerde overtredingen. Dit flankerend beleid versterkt het signaal richting overtreders. Onderwerpen waarbij wij regelmatig samen met de belastingdienst optrekken zijn illegale bewoning (permanente bewoning recreatieverblijven) en drugsgerelateerde zaken. 6.2.12

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

25

Hoofdstuk 7 Kwaliteitsborging De kwaliteitseisen, die wij aan medewerkers stellen, liggen vast in de functieomschrijvingen en de verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Gilze en Rijen. In deze verordening bepaalt de gemeenteraad dat voor de taken die door de omgevingsdienst worden uitgevoerd én voor de nader door burgemeester en wethouders te bepalen (niet door de omgevingsdienst uitgevoerde) taken, de kwaliteit voor uitvoering en handhaving minimaal gelijk is aan het bodemniveau voor de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Met de term ‘bodemniveau’ doelt de gemeenteraad op de versoepelde spelregels, die voor Brabantse gemeenten gelden in aanvulling op de door alle Brabantse gemeenten als leidraad genomen ‘basisniveau’ in de zogenaamde Kwaliteitscriteria. Als nader te bepalen taken worden hierbij aangewezen de in de kwaliteitscriteria aangeduide deskundigheidsgebieden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Casemanagen Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening; Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening; Behandelen juridische aspecten vergunningverlening; Behandelen juridische aspecten handhaving; Behandelen juridische aspecten afwijkingsbesluiten/buitenplanse omgevingsplanactiviteit; 7. Bouwfysica; 8. Brandveiligheid; 9. Constructieve veiligheid; 10. Stedenbouw en inrichting openbare ruimte; 11. Exploitatie/kostenverhaal gebiedsontwikkeling en planeconomie Vanwege de omvang van de gemeente Gilze en Rijen voldoen wij op een beperkt aantal in de kwaliteitscriteria genoemde deskundigheidsgebieden. De werkvoorraad is niet groot genoeg om op ieder deskundigheidsgebied de verplichte twee medewerkers in dienst te hebben die voldoen aan het genoemde frequentiecriterium of tijdsbesteding van de betreffende taken. Om te kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria beleggen wij een aantal taken bij de omgevingsdiensten en de veiligheidsregio. Verder beleggen wij een aantal taken bij marktpartijen. In het jaarverslag VTH doen wij jaarlijks mededeling over de (wijze van) naleving van de kwaliteitscriteria. Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of niet konden worden nageleefd doen wij daarvan gemotiveerd opgave en geven wij de te ondernemen actie(s) aan hoe alsnog voldaan kan worden.

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

26

Bijlagenbundel bij U&HS gemeente Gilze en Rijen 2024

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

27

Bijlage 1 Wettelijke- en beleidsmatige kaders Omgevingswet (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) Besluit kwaliteit leefomgeving Besluit activiteiten leefomgeving Besluit bouwwerken leefomgeving (Bouwbesluit 2012) Omgevingsregeling (Mor) Omgevingsbesluit (Bor) Algemene wet bestuursrecht (Awb) Erfgoedwet Gemeentewet APV & Bijzondere wetten: Huisvestingswet 2014 Alcoholwet (Aw) Wet Bibob Opiumwet Vuurwerkbesluit Wegenverkeerswet 1994 Wet op de kansspelen (Wok) Provinciaal: Omgevingsvisie Noord-Brabant Omgevingsprogramma Noord-Brabant Omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciewet Gemeentelijk: Beleidsregels Wet Bibob Risicomatrix Vergunningen Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Risicomatrix Toezicht en Handhaving Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Gilze en Rijen 2023 Handhaving sanctiestrategie Gilze en Rijen Beleidsregels Damocles/Opiumwet 13b Evenementenbeleid Standplaatsenbeleid APV

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

28

Bijlage 2 Toelichting BIG 8 De U&HS is onderdeel van de ‘BIG 8’-beleidscyclus. Strategisch beleidskader: U&H-strategie De U&HS vormt binnen deze cyclus het strategisch beleidskader. De strategie is gebaseerd op een probleem- en risicoanalyse en bevat onder meer doelen, strategieën en afspraken over samenwerking. De periode waarop de strategie betrekking heeft, is niet voorgeschreven. In deze U&HS kiezen wij voor de lokale beleidstaken voor een periode van 1 jaar. Operationeel beleidskader: het uitvoeringsprogramma Wij werken op basis van een jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma werken wij zowel de doelstellingen als de prioriteiten verder uit en benoemen wij deze als concrete activiteiten, inclusief de capaciteit die daarbij hoort. Vertrekpunt is de bestaande capaciteit. Voorbereiden en uitvoeren: de uitvoeringsorganisatie Onze organisatie is zodanig ingericht dat een adequate en effectieve uitvoering van de VTH-taken gewaarborgd is en de mogelijkheid blijft om aan te passen. Hiervoor zijn ten minste geborgd:     

Personeelsformatie, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; Scheiding ten aanzien van vergunningverlening en toezicht & handhaving; Bereikbaarheid buiten kantooruren; Werkprocessen, procedures ten aanzien van de uitvoering van vergunningverlenings- en handhavingstaken ten toezien op het werken conform vastgestelde processen; Financiële middelen.

Monitoring Wij werken volgens de systematiek van monitoring van processen, resultaten en de effecten hiervan. Hiermee bepalen wij of doelstellingen worden behaald en stellen wij waar nodig doelen en prioriteiten bij. Voor het monitoren van het effect van vergunningverlening en handhaving zijn waar mogelijk doelen en maatregelen (indicatoren) benoemd. Deze maatregelen sluiten aan bij de doelstellingen en geven een beeld over in hoeverre doelstellingen behaald worden. Na zes maanden vindt een (tussentijdse) evaluatie plaats. Rapportage en evaluatie Een gedegen verantwoording maakt het mogelijk de efficiëntie en effectiviteit van het gevoerde beleid te beoordelen en waar nodig bij te sturen. Verantwoording vindt plaats met het jaarverslag VTH, waarbij wij rapporteren over de in het uitvoeringsprogramma VTH geplande en uitgevoerde activiteiten. Het jaarverslag stellen wij bestuurlijk vast. Geconcludeerd wordt of de bestuurlijk wenselijke situatie aanwezig is. Eventuele aanpassingen of bijstellingen nemen wij op in het VTHuitvoeringsprogramma voor het daaropvolgende jaar.

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

29

Bijlage 3 Handleiding en uitkomsten risicoanalyse 1.

Inleiding

De risicomatrix is opgesteld aan de hand van de gids programmatisch handhaven voor gemeenten, waterschappen en provincies.3 Met een risicoanalyse wordt in beeld gebracht wat de risico’s zijn en waarop wij ons moeten richten bij het uitvoeren van de VTH-taken. Het is namelijk onmogelijk om alle VTH-taken volledig uit te voeren. Dit heeft zowel betrekking op vergunningverlening in de mate van toetsing als op toezicht en handhaving in de mate waarin toezicht wordt gehouden en gehandhaafd. Beleid voeren betekent daarom kiezen wat we wel en niet doen en/of: wat eerst en wat later. Een risico is de kans dat een overtreding (van de gestelde gedragsregels zonder handhaving) zich voordoet maal de kans dat een negatief effect zich voordoet. Dit uit zich in de volgende formule: risico = kans overtreding x negatief effect. 6.3

Stap 1: Wat zijn de uitgangspunten van het risicomodel?

Taken vergunningverlening Wet Bbl

Artikel 2.25 2.26 6.7 lid 1 7.10 lid 1

Omgevingspla n

Omgevingswet

5.1 lid onder b

Omschrijving aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit: bouwwerken met een dak aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit: bouwwerken zonder dak Melding brandveilig “gebruik” Sloopactiviteit: melding - Asbest en bedrijfsmatig - Asbest en particulier - Bouwkundig Binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA) - OPA uitweg - OPA vellen van een houtopstand - OPA gemeentelijk monument - OPA “werk of werkzaamheden uitvoeren” Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 1 Rijksmonumentenactiviteit

Taken toezicht en handhaving Wet Bbl

Artikel 2.25 2.26 6.7 lid 1

Omschrijving Verbod op bouwactiviteit aangewezen als vergunningplichtige gevallen: bouwwerken met een dak, zonder vergunning Verbod op bouwactiviteit aangewezen als vergunningplichtige gevallen: bouwwerken zonder dak, zonder vergunning Verbod op (brandveilig) “gebruik”, zonder melding (4 weken voor ingebruikname)

3

A. Smits, Programmatisch handhaven. Gids voor gemeenten, waterschappen en provincies, Rijswijk: Artoos 2010. Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

30

7.10 lid 1

Omgevingspla n

Omgevingswet

Verbod op sloopactiviteit, zonder melding: - Asbest en bedrijfsmatig - Asbest en particulier - Bouwkundig Verbod op uitoefenen van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA), zonder omgevingsvergunning: - OPA uitweg - OPA vellen van een houtopstand - OPA gemeentelijk monument - OPA “werk of werkzaamheden uitvoeren” - OPA handelsreclame - OPA opslaan van roerende zaken Verbod op het uitoefenen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), zonder omgevingsvergunning. 5.1 lid 1 Verbod op het uitoefenen van een rijksmonumentenactiviteit, zonder onder b omgevingsvergunning. 5.1, lid 2 Verbod op het uitoefenen van een (technische) bouwactiviteit zonder onder a omgevingsvergunning. 5.1, lid 2, Verbod op het uitoefenen van een milieubelastende activiteit onder b “oprichten, veranderen of M.e.r., intrekkingen, meldingen’ zonder omgevingsvergunning.

Aan de hand van een deel van bovenstaande taken is er een risicoanalyse opgesteld. Een risico is de kans dat een overtreding (van de gestelde gedragsregels zonder handhaving) zich voordoet maal de kans dat een negatief effect zich voordoet. Dit uit zich in de volgende formule: risico = kans overtreding x negatief effect. Stap 2: Wat is het effect? Het bepalen van de risico’s en negatieve effecten geschiedt aan de hand van een aantal thema’s die volgen uit de gids voor programmatisch handhaven: 1. Veiligheid: in welke mate draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de fysieke veiligheid (letsel, al dan niet dodelijk) / zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om de fysieke veiligheid te beschermen? 2. Gezondheid: in welke mate draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de bescherming van de volksgezondheid / zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om de volksgezondheid te beschermen? 3. Natuur en milieu: in welke mate draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan bescherming van het natuurschoon / zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om het natuurschoon te beschermen? 4. Leefomgeving: in welke mate draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de kwaliteit van de sociale leefomgeving / zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om de kwaliteit van de sociale leefomgeving te beschermen? 5.

Financiële gevolgen: hoe groot is de financieel-economische schade voor de gemeenschap / voor de gemeente als de bedoelde groepen de voorschriften overtreden? 6. Bestuurlijk imago: hoe groot is de politiek-bestuurlijke afbreuk als de voorschriften uit dit thema niet worden nageleefd? 6.4

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

31

Aan alle thema’s is een score toegekend volgens onderstaande waardering: Veiligheid

Leefomgeving

Financieel gevolgen

Natuur milieu

en Gezondheid

Bestuurlijk imago

0 = geen effect 1= pijn of letsel bij een individu

Idem

Idem

Idem

Idem

Idem

Nauwelijks toename onveiligheidsgevoelens

1 = € 1- 1.000,-

1= nauwelijks verstoring van het aanzien

1= nauwelijks gevaar voor de gezondheid

1=nauwelijks bestuurlijk belang/ aantasting imago

2= pijn of letsel bij meer individuen

kleine toename onveiligheidsgevoelens

2 = € 1.000,- 10.000,-

2= kleine aantasting van het aanzien

2= gering gevaar voor de volksgezondheid

3= zwaar letsel bij een enkeling of gering letsel bij velen 4= dood van een enkeling of ernstig letsel bij velen 5= meer doden

Gemiddelde toename onveiligheidsgevoelens

3 = € 10.000,- – 100.000,-

3= aantasting leefomgeving van enige duur

3= gemiddeld gevaar voor de volksgezondheid e/o enige ziekte gevallen

Grote toename onveiligheidsgevoelens

4 = € 100.000,- – 1.000.000,-

4= aantasting leefomgeving van lange duur

4= veel ziekte gevallen e/o een enkel sterfgeval

2= gering bestuurlijk belang/ aantasting imago 3= gemiddeld bestuurlijk belang/ aantasting imago 4= groot bestuurlijk belang/ aantasting imago

Zeer grote toename onveiligheidsgevoelens

5 > € 1.000.000,-

5= vernietiging leefomgeving

5= meer sterfgevallen

5= zeer groot bestuurlijk belang/ aantasting imago

Het gemiddelde van de scores van de bovengenoemde vijf soorten negatief effect resulteert in de effectscore. Stap 3: Wat is de kans? Ten aanzien van de kans gaat het om de kans op niet spontane naleving (overtreding) van de regel door de burger. Bij het bepalen van de kans is gebruik gemaakt van de Tafel van Elf. 4 De volgende aspecten spelen daarbij een rol: 6.5

Kennis van regels: Kosten-baten: Mate van acceptatie 4

De bekendheid met en duidelijkheid van wet- en regelgeving bij de doelgroep. De (im)materiële voor- en nadelen die uit overtreden of naleven van de regel(s) volgen, uitgedrukt in tijd, geld en moeite. De mate waarin het beleid en de regelgeving acceptabel worden

De ‘Tafel van elf’, een veelzijdig instrument, Expertisecentrum Rechtspleging en Rechtshandhaving 2006.

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

32

bij de doelgroep: Normgetrouwheid doelgroep: Niet-overheidscontrole

gevonden door de doelgroep. De mate van bereidheid van de doelgroep om zich te conformeren aan het gezag van de overheid. De door de doelgroep ingeschatte kans op positieve of negatieve sanctionering van hun gedrag door anderen dan de overheid.

Door middel van het toekennen van een cijfer op een schaal van 1 t/m 5 geven wij de risicokans op een overtreding aan en daarmee ook de mate van het naleefgedrag. De schaalverdeling is hierbij als volgt: 1 = zeer kleine kans op overtreding (= zeer goed naleefgedrag) 2 = kleine kans op overtreding / af en toe (= goed naleefgedrag) 3 = gemiddelde kans op overtreding (= middelmatig naleefgedrag) 4 = grote kans op overtreding (= slecht naleefgedrag) 5 = zeer grote kans op overtreding (= zeer slecht naleefgedrag) Stap 4: Wat is de prioriteit? Met de laatste stap kan per taak of beleidsveld de prioriteit worden bepaald. Zoals reeds eerder aan de orde is gekomen wordt het risico bepaald aan de hand van de volgende formule: risico = kans overtreding x negatief effect. Het gemiddelde van het effect wordt dus maal de kans gedaan. Als een taak een hoog effect heeft en een hoge kans, dan zal dit leiden tot een hoge prioriteit. 6.6

Er kunnen vier prioriteiten voordoen. Prioriteit ZEER HOOG = groot effect / grote overtredingskans Prioriteit HOOG = groot effect / kleine overtredingskans Prioriteit MIDDEN = klein effect / grote overtredingskans Prioriteit LAAG = klein effect / kleine overtredingskans

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

33

Risicomatrix Toezicht en Handhaving 2024 Effect overtreding

Omgevingsvergunningplichtige activiteiten wet (artikel 5.1 Ow)

Risicogetal

Kans op overtreding

Effectscore

Bestuurlijk imago

Duurzaamheid

Financiële gevolgen

0-3.0 prioriteit laag (L)

Leefbaarheid

Veiligheid

3.1-4.0 prioriteit midden (M)

Gezondheid

4.1-6.0 prioriteit hoog (H)

Risicowaardering / prioriteit

>6.1 prioriteit zeer hoog (ZH)

Aanvraag omgevingsvergunning Milieubelastende activiteit Milieubelastende activiteit

conform het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader OMWB Melding milieubelastende activiteit

In afwijking van omgevingsvergunning (OV) bouwen/ verbouwen van bouwwerken met een bouwsom van (toezicht op verleende vergunningen):

Categorie 1: < €100.000,-

1

1

2

1

1

2

1,3

2

2,7

L

Categorie 2: > €100.000,-

5

2

2

1

3

1

2,3

2

4,7

H

Bouwactiviteit (artikel 5,1, lid 2, sub a) Zonder omgevingsvergunning (OV) bouw of verbouw van bouwwerken met een bouwsom van: Categorie 1: < €100.000,-

1

1

2

1

1

2

1,3

2

2,7

L

Categorie 2: > €100.000,-

5

2

2

2

3

2

2,7

2

5,3

H

Wijzigen, slopen of in afwijking verbouwen beschermd monument met/ in afwijking van een omgevingsvergunning of strijdigheid instandhoudingsplicht

2

2

3

3

4

4

3,0

2

6,0

H

Wijzigen, slopen of in afwijking verbouwen beschermd monument zonder een omgevingsvergunning of strijdigheid instandhoudingplicht

3

2

3

3

4

4

3,2

2

6,3

ZH

Rijksmonumentenactiviteit

In afwijking van omgevingsvergunning (OV) bouwen/ verbouwen van bouwwerken met een bouwsom van (toezicht op verleende vergunningen): Categorie 1: < €100.000,-

1

1

2

1

1

2

1,3

2

2,7

L

Categorie 2: > €100.000,-

1

2

2

1

3

1

1,7

2

3,3

M

Omgevingsplanactiviteit "Bouwen"

Omgevingsplanactiviteiten (artikel 5.1 lid 1, sub a Ow)

Zonder omgevingsvergunning (OV) bouw of verbouw van bouwwerken met een bouwsom van:

Omgevingsplanactiviteit “uitvoeren van een werk of werkzaamheden”

Categorie 1: < €100.000,-

1

1

2

1

1

2

1,3

2

2,7

L

Categorie 2: > €100.000,-

1

2

2

2

3

2

2,0

2

4,0

M

Realisatie / uitvoering landschappelijke inpassingen met/ in afwijking van een omgevingsvergunning

1

0

1

4

3

3

2,0

1

2,0

L

Andere aanlegactiviteiten met/ in afwijking van een omgevingsvergunning

1

0

1

2

3

2

1,5

2

3,0

L

Realisatie / uitvoering landschappelijke inpassingen zonder omgevingsvergunning

1

0

2

4

2

4

2,2

1

2,2

L

In gebruik hebben/nemen van een bouwwerk of gronden met/ in afwijking van/ zonder een omgevingsvergunning in strijd met het omgevingsplan

4

4

4

3

3

4

3,7

3

11,0

ZH

Onrechtmatige bewoning binnen de bebouwde kom minder dan 6 personen

2

1

2

1

1

2

1,5

2

3,0

L

Onrechtmatige bewoning binnen de bebouwde kom door 6 personen of meer

3

2

2

1

2

3

2,2

2

4,3

H

Onrechtmatige bewoning buiten de bebouwde kom minder dan 10 personen

2

1

2

1

1

2

1,5

2

3,0

L

Onrechtmatige bewoning buiten de bebouwde kom door 10 personen of meer

3

2

2

1

2

3

2,2

2

4,3

H

activiteit “gebruik / bouwen in strijd met omgevingsplan”

activiteit "gemeentelijk monument"

Omgevingsplanactiviteit “een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen”

Woningsplitsing in strijd met omgevingsplan zonder een omgevingsvergunning

5

4

3

3

3

5

3,8

1

3,8

M

Afloop instandhoudingstermijn en termijn tijdelijke ontheffi ng / beschikking / (vergunningsvrije) mantelzorgwoningen

1

1

2

4

3

3

2,3

2

4,7

H

Gebruik gronden/bouwwerken in strijd met voorbereidingsbesluit/ verklaring van Minister of Provinciale Staten

0

1

2

2

1

3

1,5

1

1,5

L

Slopen, verstoren, verplaatsen, wijzigen, enz, van een gemeentelijk of provinciaal monument zonder/ in afwijking van een vergunningen

5

4

5

4

4

3

4,2

1

4,2

H

Realisatie met/ in afwijking van een omgevingsvergunning

3

1

2

2

1

2

1,8

1

1,8

L

Realisatie zonder een omgevingsvergunning

3

1

2

2

1

3

2,0

1

2,0

L

Kappen bomen / houtopstand met/ in afwijking van een omgevingsvergunning

1

1

4

2

4

2

2,3

1

2,3

L

Kappen bomen / houtopstand zonder een omgevingsvergunning

1

1

4

2

4

2

2,3

2

4,7

H

Uitvoeren of aanbrengen handelsreclame met/ zonder een omgevingsvergunning

1

1

3

1

3

2

1,8

2

3,7

M

Omgevingsplanactiviteit "vellen van een houtopstand”

Omgevingsplanactiviteit “op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken”

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

34

Omgevingsplanactiviteit “op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken”

Uitvoeren of aanbrengen handelsreclame met/ zonder een omgevingsvergunning

1

1

3

1

3

2

1,8

2

3,7

M

Infoplicht start bouw niet ontvangen

1

1

1

1

1

1

1,0

3

3,0

L

Infoplicht gereed niet ontvangen

1

1

1

1

1

1

1,0

3

3,0

L

Wet kwaliteitsborging

Infoplichten Bouw

Bouwmelding

Infoplichten Strijdigheid Bbl/ Beeindiging contract kwaliteitsborger

Bouwen zonder (volledige) bouwmelding en/of bouwen zonder kwaliteitsborger

4

4

3

1

3

3

3,0

2

6,0

H

Infoplicht ontvangen van kwaliteitsborger i.v.m. strijdigheid Bbl mét hoge effectrisico's afdeling veiligheid (uitgezonderd § 4.2.16), afdeling gezondheid (uitgezonderd § 4.3.7, § 4.3.9 en § 4.3.10), afdeling 4.6 en afdeling bouwwerkinstallaties § 4.7.5 t/m § 4.7.9.*

5

5

4

3

4

4

4,2

1

4,2

H

Infoplicht ontvangen van kwaliteitsborger i.v.m. strijdigheid Bbl zonder hoge effectrisico's afdeling veiligheid (uitgezonderd § 4.2.16), afdeling gezondheid (uitgezonderd § 4.3.7, § 4.3.9 en § 4.3.10), afdeling 4.6 en afdeling bouwwerkinstallaties § 4.7.5 t/m § 4.7.9.*

3

3

2

1

1

2

2,0

2

4,0

M

Infoplicht ontvangen van kwaliteitsborger i.v.m. strijdigheid Bbl overige paragrafen

1

1

1

1

1

1

1,0

2

2,0

L

Ingebruikname van een pand zonder (volledige) gereedmelding met eerdere strijdigheden Kwaliteitsborger

5

5

5

4

5

4

4,7

1

4,7

H

Ingebruikname van een pand zonder (volledige) gereedmelding zonder eerdere strijdigheden Kwaliteitsborger

4

4

2

3

3

3

3,2

1

3,2

M

11,3

ZH

Gereedmelding

Realisatiefase / opleveringsfase / gebruiken (tijdelijk) bouwwerk of perceel met of zonder omgevingsvergunning

Meldingen overige

Melding “brandveilig gebruik”

conform beleidsplan VRMWB Realisatiefase / opleveringsfase / gebruiken (tijdelijk) bouwwerk of perceel met of zonder melding brandveilig gebruik Bedrijfsmatig slopen met asbest met een sloopmelding

Particuliere sloop met asbest met een sloopmelding** Sloopmeldingen

conform het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader OMWB

2

4

Bedrijfsmatig slopen met asbest zonder een sloopmelding

2

2

4

3

2,8

4

conform het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader OMWB

Particuliere sloop met asbest zonder een sloopmelding**

2

5

3

1

3

3

2,8

3

8,5

ZH

Sloopactiviteiten met een sloopmelding

2

1

2

1

1

2

1,5

1

1,5

L

Gebruiken (tijdelijk) bouwwerk of perceel in strijd met voorschriften van het Bbl met hoge effectrisico's

3

3

3

1

1

3

2,3

2

4,7

H

Gebruiken (tijdelijk) bouwwerk of perceel in strijd met voorschriften van het Bbl met lage effectrisico's

1

1

2

1

1

3

1,5

1

1,5

L

Achterstallig onderhoud van panden en/of bijbehorende erven (Wet Victoria) met gevaar voor (constructieve) veiligheid en/of gezondheid

5

5

5

3

4

5

4,5

1

4,5

H

Achterstallig onderhoud van panden en/of bijbehorende erven (Wet Victoria) zonder gevaar voor (constructieve) veiligheid en/of gezondheid

1

1

1

1

1

3

1,3

1

1,3

L

Overige

Besluit bouwwerken leefomgeving

Woningwet

* Relevante paragrafen zijn: §4.2.1 Constructieve veiligheid, §4.3.1a Stabiliteit, drijvend vermogen en sterkte drijvende bouwwerken, 4.2.2 Constructieve veiligheid bij brand, §4.2.3 Afscheiding aan de rand van een vloer, trap of hellingbaan, §4.2.4 Afscheiding aan een rand van een vloer, trap of hellingbaan, §4.2.4 Veilig overbruggen van hoogteverschillen, §4.2.5 Beweegbare constructieonderdelen, §4.2.6 Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie, §4.2.7 Beperkingvan het ontwikkelen van brand en rook, §4.2.8 Beperking van uitbreiding van brand, §4.2.9 Verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook, §4.2.10 Vluchtroutes: verloop, §4.2.11 Vluchtroutes: inrichting en capaciteit, §4.2.12 Hulpverlening bij brand, §4.2.13 Hoge en ondergrondse gebouwen, §4.2.14 Brand- en explosievoorschriftgebieden, §4.2.15 Aanvullende regels tunnelveiligheid, § 4.3.1 Bescherming tegen geluid van buiten, §4.3.2 Bescherming tegen geluid van bouwwerkinstallaties, §4.3.3 Beperking van galm, §4.3.4 Geluidwering tussen ruimten, § 4.3.5 Wering van vocht, § 4.3.6 Luchtverversing, §4.3.8 Afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht, §4.6.1 Bereikbaarheid, algemeen, §4.6.2 Toegankelijkheidssector, § 4.6.3 Bereikbaarheid van een bouwwerk, §4.7.5 bouwwerkinstallaties voor tijdig vaststellen van brand, §4.7.6 bouwwerkinstallaties voorvluchtetn bij

brand, §4.7.7 bouwwerkinstallaties voor bestrijden van brand, §4.7.8 bouwwerkinstallaties voor toegankelijkheid voor hulpverleningsdiensten, §4.7.9 bouwwerkinstallaties voor tunnelveiligheid. ** Bestuurlijke handhaving wordt na opdrachtverstrekking vanuit gemeente door OMWB bestuurlijk uitgewerkt.

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

35

Bijlage 4 Uitvoeringstrategieën In deze bijlage beschrijven wij de vijf uitvoeringsstrategieën die wij toepassen om VTH-taken uit te voeren: 1. Preventiestrategie (voorkomen); 2. Vergunningenstrategie (reguleren); 3. Toezichtstrategie (controleren); 4. Sanctiestrategie (optreden); en 5. Gedoogstrategie (uitstellen van handhaven).

1.

Preventiestrategie

De preventiestrategie richt zich enerzijds op het vergroten van kennis en bewustwording bij burgers, bedrijven en instanties over welke regelgeving van toepassing is en voor welke activiteiten een melding of vergunning nodig is. Om (spontaan) aan deze regels te kunnen voldoen, moet immers bekend zijn welke regels van toepassing zijn. Anderzijds richt de preventiestrategie zich op het stimuleren van betrokkenen om aan de geldende regels te voldoen. Het doel van de preventiestrategie is dan ook om de betrokkenheid en het draagvlak voor spontane naleving van weten regelgeving te vergroten. Inzet van de preventiestrategie heeft doorlopend plaats en gaat veelal vooraf aan potentiële aanvragen of meldingen. Door inzet in het voortraject willen wij zoveel mogelijk voorkomen dat wij achteraf tot (formele) actie moeten overgegaan. Bij de preventiestrategie onderscheiden wij een aantal trajecten. Communicatie en voorlichting Uit ervaring blijkt dat onvolledige en/of onjuiste aanvragen dan wel overtredingen bij burgers en bedrijven regelmatig voortkomen uit het gebrek aan kennis over de geldende wetten en regels. Door dit gebrek aan kennis is er vaak niet het besef dat niet volgens de regels wordt gehandeld.

Enerzijds stimuleert de gemeente potentiële aanvragers zelf actief na te gaan of aanvragen of meldingen nodig zijn en ten behoeve van de afhandeling te komen tot goed uitgewerkte aanvragen. Anderzijds informeren wij waar mogelijk burgers en bedrijven zo veel mogelijk over geldende wet- en regelgeving, waarbij wij ook uitleg geven over de achtergronden van de regels. Hiertoe passen wij de preventiestrategie op de onderstaande manieren toe. 6.7

Voorlichting en informatievoorziening Informatievoorziening heeft plaats in de vorm van het Omgevingsloket, waar men zowel algemene als de voor een specifieke locatie geldende informatie kunnen inzien. Daarnaast maken wij gebruik van (publicaties in) de (lokale) media. Op de gemeentelijke website en bij het Omgevingsloket bieden wij (doorlopend) informatie aan over vergunningverlening, toezicht en handhaving en/of onderwerpen die (op dat moment) relevant zijn. Ook kunnen wij communicatievormen inzetten om vooraankondigingen te doen van bepaalde controles of bijvoorbeeld controleresultaten te communiceren. Anderzijds informeren wij burgers en bedrijven m.n. via de toezichthouders, die “buiten” veelal het eerste aanspreekpunt zijn. 6.7.1

Vooroverleg Ook bieden wij potentiële aanvragers een vooroverleg aan. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Dit vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. Een proces dat (ruimschoots) start voordat een aanvraag om 6.7.2

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

36

omgevingsvergunning formeel ingediend wordt bij de gemeente. Dit alles krijgt vorm in het vooroverleg.. Voor complexe zaken sluit Gilze en Rijen aan bij de regionale Omgevingstafel. Het doel van vooroverleg (al dan niet in de vorm van een omgevingstafel) is om na te gaan of een voorgenomen activiteit mogelijk is. Bij strijdigheid met de (wettelijke) toetsingskaders kan vroegtijdig onderzocht worden of het plan zodanig is aan te passen dat het past binnen de kaders of dat er een mogelijkheid is om het initiatief passend te maken zonder veel kosten te maken en het plan al tot in detail uit te hoeven werken. Participatie Onder de Omgevingswet is een nieuw aanvraagvereiste geïntroduceerd: participatie bij een vergunningaanvraag. Dit nieuwe vereiste stimuleert initiatiefnemers om informatie te verschaffen over de wijze waarop de belangen van belanghebbenden zijn gehoord en hoe het resultaat daarvan is verwerkt in het plan. Een initiatiefnemer is namelijk niet (altijd) verplicht om daadwerkelijk aan participatie te doen. Het niet betrekken van de omgeving en/of daarover geen gegevens overleggen, is in beginsel geen grond voor het buiten behandeling laten of het weigeren van een vergunningsaanvraag.

Waar de gemeenteraad “gevallen van buitenplanse activiteiten met verplichte participatie met de omgeving” heeft aangewezen, is het wel verplicht met de omgeving te participeren vóórdat een aanvraag om een omgevingsvergunning kan worden ingediend. Voor die gevallen moet de aanvrager dan ook aantonen dat hij aan participatie heeft gedaan. Als hij dit niet doet, kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten. In welke gevallen het verplicht is te participeren en hoe de gemeente de aangeleverde participatiegegevens beoordeeld, is vastgelegd in het Participatiebeleid Omgevingsvisie en Omgevingsplan en de daarbij behorende lijst van gevallen van activiteiten, waarin participatie en overleg met derden verplicht is. 6.7.3

Voor de beoordeling van de aangeleverde participatiegegevens in de niet aangewezen gevallen worden de gegevens op uitgangspunten getoetst. Dat wil zeggen: zijn er gegevens aangeleverd? En geven de overlegde gegevens een voldoende beeld van de meningen van de omgeving? Op basis van de overlegde gegevens kan het college ervoor kiezen om nader onderzoek te doen. Het is in die niet aangewezen gevallen echter niet mogelijk om de aanvraag buiten behandeling te laten als de participatiegegevens niet aanwezig of volledig zijn.

Afstemming & Samenwerking De toegevoegde waarde van communicatie en voorlichting valt of staat met een eenduidige en uniforme toetsing en optreden naar burgers en bedrijven. Adequate interne en externe afstemming en samenwerking is daarbij noodzakelijk. Het gaat dan om interne afstemming en samenwerking tussen zowel vergunningverleners en andere interne betrokkenen onderling, als ook tussen vergunningverlener(s), toezichthouder(s), handhaver(s) en adviseur(s). Daarnaast omvat dit de relatie met andere organisatieonderdelen, zoals de teams die verantwoordelijk zijn voor ruimtelijke plannen en de uitvoering van projecten. 6.7.4

Externe afstemming en samenwerking is van belang om te komen tot een optimaal en integraal resultaat in zowel vergunningverlening, toezicht als handhaving en is bovendien cruciaal om een vergunning te kunnen afgeven binnen 8 weken. De samenwerkende partners (waterschap, politie, veiligheidsregio, omgevingsdienst, provincie, ministerie enzovoorts) benutten op deze manier de specifieke deskundigheid, ondersteuning, aanvulling en informatie over en weer. Ook het overleg met adviseurs van aanvragers, zoals architecten, milieuadviseurs enzovoorts, is veelal nodig en van betekenis voor het gewenste eindresultaat. Binnen de regio hebben wij met onze ketenpartners samenwerkingsafspraken voor de VTH-ketenprocessen gemaakt. Voor de ketenpartners is de Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

37

noodzaak om informatie uit te wisselen en te delen steeds groter geworden. In dat kader hebben wij ons ook gecommitteerd aan een gemeenschappelijke VTH-applicatie, waar (bijna) alle partijen in de keten gebruik van maken. Zo zal informatie binnen de VTH-keten direct beschikbaar zijn en gedeeld kunnen worden. De wijze waarop wij samenwerken en het moment van afstemming liggen vast in specifieke werkprocessen, instructies en –afspraken. Deze verzamelen wij in een digitale omgeving, die intern door betrokkenen te raadplegen is. Ook de samenwerkingsafspraken met ketenpartners maken hier onderdeel van uit. Bemiddeling/Mediation Vaak komen handhavingsdossiers voort uit intermenselijke problemen, waarbij de onderlinge verhoudingen zijn verstoord en ruzies veelal worden uitgevochten via wettelijke procedures. In die gevallen kunnen wij overwegen om de instrumenten “buurtbemiddeling” en/of “mediation” in te zetten. Via bemiddeling door de gemeente zelf, een door de gemeente “ingekochte buurtbemiddelaar” of door een externe mediator proberen wij dan het geschil tussen partijen bij te leggen. Inzet van laagdrempelige bemiddeling en mediation is maatwerk en afhankelijk van de omstandigheden van het geval. 6.8

Buurtbemiddeling Contour de Twern Contour de Twern verzorgt voor de gemeente de buurtbemiddeling en wordt voornamelijk ingezet in handhavingszaken waarin er sprake is van burenruzie. Het komt geregeld voor dat via handhavingsverzoeken burenruzies worden uitgevochten. Dit leidt tot oneindige juridische procedures waarbij conflicten steeds hoger oplopen. Buurtbemiddeling op tijd inschakelen voorkomt dat problemen uit de hand lopen. Buurtbemiddeling helpt mensen met elkaar in gesprek te gaan en zelf oplossingen te bedenken. Het verhoogt uiteindelijk het woongenot en draagt bij aan een ontspannen sfeer in de straat. Buurtbemiddeling sluit aan bij het beleid van de overheid. Mensen moeten zoveel mogelijk zichzelf redden en voor elkaar zorgen. Met als sleutelwoorden: eigen verantwoordelijkheid en burgerkracht. 6.8.1

Deregulering Handhaafbaarheid van regelgeving is een kritische succesfactor voor een adequate handhaving. Binnen dit traject valt ook de deregulering. Als wij constateren dat een regel uit een verordening of beleidsregel niet meer voldoet of nodig is, bekijken wij of deze kan worden afgeschaft of bijgesteld. Het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving vervult hierbij een signaleringsrol. 6.9

7.

Vergunningenstrategie

In deze bijlage beschrijven wij de vergunningenstrategie. In de vergunningenstrategie lichten we toe:  de begrippen vergunning en vergunningverlening (2.1);  het doel van de vergunningenstrategie (2.2);  de vormen van vergunningverlening (2.3);  de basiswerkwijze (2.4);  én toetsingskaders en werkwijze vergunningverlening en meldingen (2.5). Begrippen vergunning en vergunningverlening Een vergunning is een officiële (noodzakelijke) toestemming van de overheid om een bepaalde activiteit uit te voeren. De wet kan bepalen dat een activiteit verboden is zonder (omgevings)vergunning. Wij hebben als overheid de bevoegdheid om de toestemming te verlenen om een bepaalde activiteit uit te voeren. Ook kunnen wij voorschriften waaraan voldaan moet worden aan de vergunning verbinden. Een vergunning op het gebied van de fysieke leefomgeving kan 7.1

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

38

betrekking hebben op verschillende werkvelden (bouwen, water, wonen, milieu, natuur e.d.) en op verschillende wijzen tot stand komen (reguliere procedure, uitgebreide procedure). De vergunningsplichtige activiteiten zijn aangewezen door het Rijk in de Omgevingswet, het besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ook in het gemeentelijke omgevingsplan zijn vergunningsplichtige activiteiten aangewezen. Taken van de afdeling vergunningen:  verlenen, weigeren of wijzigen van een vergunning waarbij we aan een bedrijf, inwoner of bestuurlijke organisatie toestemming verlenen om een bepaalde activiteit (die zonder vergunning verboden is en niet mag worden uitgevoerd), tóch uit te voeren;  verlenen van een ontheffing van met name gemeentelijke regels;  afhandelen van een melding;  opleggen van een maatwerkbesluit of maatwerkvoorschrift (voorheen maatwerkbesluit of nadere voorwaarde);  afgeven van bindend advies (voorheen een verklaring van geen bedenkingen);  het geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning. NB: Het maken van een gedoogverklaring is onderdeel van de gedoogstrategie. Een gedoogverklaring heeft een andere insteek dan een vergunning. Daarnaast is het proces van gedogen gekoppeld aan handhaving, omdat we eerst afwegen om te handhaven.

Doel van de vergunningenstrategie Met de vergunningenstrategie streven we ernaar te komen tot een integrale vergunningverlening die op een efficiënte en gestructureerde wijze vorm wordt gegeven. 7.2

De vergunningenstrategie stelt ons in staat om: binnen de gestelde wettelijke termijnen een besluit te nemen op een aangevraagde vergunningsplichtige activiteit; heldere, transparante en handhaafbare vergunningen op te stellen én deze binnen de gestelde wettelijke termijn te verlenen; en ook om binnen de gestelde termijnen te komen tot een besluit op een aanvraag of acceptatie van een melding. Volgens de regelgeving dient de U&HS inzicht te bieden in de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen; én de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen. Met het vastleggen van deze vergunningenstrategie voldoen wij hieraan. We leggen een werkwijze(n) vast die wij toepassen voor het beoordelen en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen én het afhandelen van meldingen om de gestelde doelen van de U&HS, te realiseren. Taken van afdeling vergunningen De verschillende taken van de afdeling vergunningen. 7.3

vorm Meldingen

Omschrijving De melding betreft een mededeling aan het bevoegd gezag en kan niet geweigerd worden. Tegen (de acceptatie van) een melding staan dan ook geen rechtsmiddelen zoals bezwaar en beroep open. Aan het bevoegd gezag is het de taak te beoordelen of de activiteit inderdaad meldingsplichtig is en of de melding volledig is ingediend. Een inhoudelijke

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

39

beoordeling is, tenzij anders in de wet- en regelgeving bepaald, dan ook niet aan de orde. Het accent van de gemeentelijke taken bij meldingen ligt daarom vooral bij het uitvoeren van toezicht, uitgezonderd de Wkb-meldingen.

Vergunning(AANVRAAG) procedure

VERGUNNING(AANVRAAG) Uitgebreide procedure

Reguliere

Het volgen van de reguliere procedure is bij een aanvraag om omgevingsvergunning het uitgangspunt: binnen maximaal 8 weken moet op de aanvraag worden besloten, mits de aanvraag volledig is ingediend. Deze termijn kan eenmalig met zes weken worden verdaagd. Als de beslistermijn verstreken is zonder dat er een besluit is genomen, kan de gemeente op grond van de Algemene wet bestuursrecht een dwangsom aan de aanvrager verschuldigd zijn. Uitzondering op de regel is de uitgebreide procedure, waarbij wij binnen 26 weken op de aanvraag moeten besluiten. Deze termijn kan eenmalig met zes weken worden verdaagd. De uitgebreide procedure geldt in het kader van dit beleid voor een: • Rijksmonumentenactiviteit. Verder kunnen wij de uitgebreide procedure op verzoek óf al dan niet met instemming van de aanvrager van toepassing verklaren. Ook bij activiteiten die aanzienlijke (maatschappelijke) gevolgen voor de omgeving kunnen hebben en waarvan de verwachting is dat verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben, kunnen wij na het horen van de aanvrager, eenzijdig maar gemotiveerd besluiten dat de uitgebreide procedure van toepassing is.

Maatwerkbesluit

Het stellen of wijzigen van maatwerkvoorschriften (na een melding) is een besluit in de zin van de Awb.

Basiswerkwijze Wij hanteren onderstaande basiswerkwijze voor de behandeling van aanvragen om een omgevingsvergunning en/of melding. Als bevoegd gezag zorgen wij ervoor dat de werkwijze (processen) van het behandelen van vergunningaanvragen volgens een geborgd proces verloopt. Het volledige werkproces inclusief (werk)afspraken hebben we in een procesbeschrijving vastgelegd. De basiswerkwijzen zijn verder vastgelegd in een geautomatiseerd systeem: de backofficeapplicatie Centric Leefomgeving, waarbij de processtappen worden doorlopen. Het gaat hier om de processtappen op hoofdlijnen. 7.4

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

40

Centrale rol casemanager Voor de benodigde integrale en samenhangende besluitvorming kennen wij in de vergunningenstrategie een centrale rol aan de casemanager toe. Casemanagement draagt bij aan een integrale behandeling en het verkorten en transparant maken van procedures. Dit verhoogt het kwaliteit- en dienstverleningsniveau. Goed casemanagement zorgt uiteindelijk voor besluitvorming op maat, passend in de omgeving. De uitzondering op de centrale rol van de casemanager is indien er sprake is van;  De melding “brandveilig gebruik” waarbij de VRMWB zowel de volledigheidstoets als de inhoudelijke toets uitvoert;  De milieubelastende activiteit waarbij de OMWB de zowel de volledigheidstoets als de inhoudelijke toets uitvoert;  Complexere aanvragen waarbij de technische bouwactiviteit van toepassing is laten wij veelal door een adviesbureau toetsen op volledigheid en technisch (BBL). Wij nemen de aanvraag in behandeling als deze volledig is, in het geval dat hij niet volledig blijkt te zijn kunnen wij de indiener om aanvullende informatie vragen om zo de aanvraag compleet te maken. 7.4.1

Wij beogen reeds in het informele voortraject zo veel mogelijk af te stemmen met een aanvrager om tot een vergunbare aanvraag of (volledige) melding te komen. Hierdoor kan in het formele traject een vlottere afhandeling en besluitvorming worden gewaarborgd. Casemanagement passen wij dus toe bij zowel het informele - als het formele traject. Bibob toets Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vallen alle vergunningsplichtige omgevingsplanactiviteiten onder de reikwijdte van de Wet Bibob, in het Bibob-beleid wordt dit verder gespecificeerd. Ook gebruikswijzigingen in gebouwen kunnen nu binnen de reikwijdte van de Wet Bibob komen te vallen. Met de Wet Bibob beoogt de wetgever om te voorkomen dat overheidsorganen ongewild criminele activiteiten faciliteren bij het verlenen van bepaalde vergunningen. De Wet Bibob maakt het voor bestuursorganen mogelijk om een aangevraagde beschikking te weigeren of (gedeeltelijk) in te trekken als sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning mede gebruikt zal worden om (i) uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen op geld waardeerbare voordelen te benutten (ook wel de ‘a-grond’ genoemd), of (ii) strafbare feiten te plegen (ook wel de ‘b-grond’ genoemd). Een weigering of intrekking moet goed worden gemotiveerd.

Daarom wordt vaak advies gevraagd aan het Landelijk Bureau Bibob, een onafhankelijk expertisebureau dat integriteit screenings uitvoert. Bevoegde gezagen mogen in beginsel uitgaan van de expertise van dit bureau. Onder de Wet Bibob wordt onder ‘strafbare feiten’ overigens ook verstaan een feit waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. De gemeentelijke Bibob-coördinator voert voor de in het gemeentelijke Bibobbeleid aangewezen gevallen aan de hand van het daarvoor bestemde formulier en conform het beleid de Bibob-toets uit. 7.4.2

Meldingen Meldingen voor milieubelastende activiteiten vallen buiten de reikwijdte van deze U&HS en worden door de Omgevingsdienst op basis van het Gemeenschappelijk uitvoeringskader afgehandeld. Ook de meldingen in het kader van het thema bodem en de asbest- en sloopmeldingen zijn overdragen aan de Omgevingsdienst. 7.4.3

De algemene werkwijze voor de behandeling van een melding is: Intake:  Registeren melding in backoffice applicatie(s), door administratie, doorzetten naar de OMWB en toekennen aan casemanager; Toets volledigheid: Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

41

 Toets melding aan de indieningsvereisten (volledigheid melding); een onvolledige sloopmelding is geen melding, bij de melding voor een milieubelastende activiteit en melding brandveilig gebruik is er wel de mogelijkheid tot aanvulling van een incomplete melding (casemanager), dit laatste is niet het geval bij Bouwmelding (Wkb). Toets inhoud:  Is voldoende aannemelijk dat de melding overeenkomt met het werkelijk (voorgenomen) gebruik of de (voorgenomen) uitvoering van werken? Het betreft een uiterst globale schouwing op basis van kennis en ervaring.  De ingediende gegevens worden verder niet inhoudelijk getoetst, tenzij wettelijk voorgeschreven. Indien wettelijk voorgeschreven: (specialistische) toetsing en advisering door casemanager en/of andere interne en of externe adviseur(s) m.b.t. alle relevante beoordelingskaders.  Globale beoordeling of mogelijk nadere voorwaarden nodig zijn.  Publiceren melding, waarmerken stukken en verzending bevestiging ontvangst acceptatie (administratie).  De (start-)meldingen betreft het bouwen onder de Wkb worden steekproefsgewijs inhoudelijk getoetst.

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

42

7.5

Toetsingskaders en werkwijze vergunningverlening en meldingen

Omgevingsplanactiviteit De omgevingsplanactiviteit is volgens de Omgevingswet een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat: - Het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; - Een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan; - Of een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Toetsingskader

Met een omgevingsplan kan worden bepaald dat voor een bepaalde activiteit een omgevingsvergunning nodig is. In principe geldt; omgevingsplanactiviteiten die passen in het omgevingsplan zijn vergunningsvrij, tenzij er in het omgevingsplan een ‘verbod behoudens omgevingsvergunning’ is opgenomen. Dit verbod kan per object en/of gebied gelden (een binnenplanse vergunningplicht, ook wel genoemd OPA). Voor alles wat niet past in het omgevingsplan moet een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit worden aangevraagd (buitenplanse vergunningsplicht, ook wel genoemd BOPA). Er is een periode dat het omgevingsplan nog niet aan alle regels uit de Omgevingswet (Ow) hoeft te voldoen (artikel 22.4 en 22.5 Ow). Deze periode duurt waarschijnlijk tot eind 2029. In die periode kunnen binnenplanse vergunningplichten staan in:

Werkwijze

1. het tijdelijk deel van het omgevingsplan (22.1 Ow); 2. gemeentelijke verordeningen die uiteindelijk in het omgevingsplan moeten (artikel 22.8 Ow); 3. het nieuwe deel van het omgevingsplan (o.a. voorbeschermingsregels; artikelen 4.14 en 4.16 Ow). Formeel zijn de binnen- en buitenplanse procedures (van de omgevingsplanactiviteit) niet gescheiden, omdat het bevoegd gezag elke activiteit moet beoordelen op de mogelijkheid tot het verlenen van medewerking. Strijdigheid met de regels van het omgevingsplan is niet voldoende als weigeringsgrond, er moet altijd beoordeeld worden of de activiteit toch vergund kan worden met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Als dat niet op basis van de binnenplanse beoordelingsregels kan, vindt de buitenplanse beoordeling plaats. Bij een buitenplanse beoordeling geldt het bredere toetsingskader in onze Omgevingsvisie en de beleidsregels. Daarnaast moet er voldaan worden aan de beoordelingsregels van Rijk en Provincie en beoordelen wij of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies. Onder andere hierdoor wordt willekeur in de (buitenplanse) belangenafweging zoveel mogelijk vermeden. De beoordeling van de activiteiten door de casemanagers onder de Omgevingswet is in het onderstaande figuur schematisch weergegeven.

Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

43

Als het gaat om een binnenplanse omgevingsplanactiviteit toetsen wij de aanvraag aan alle regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Als de aanvraag past binnen de regels geven we de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit af. Als de aanvraag niet past binnen het omgevingsplan dan is er sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Dan toetsen wij deze aan de toepasselijke instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de toepasselijke instructieregels in de provinciale verordening én beoordelen wij of de Bopa in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het begrip ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ volgt het begrip ‘een goede ruimtelijke ordening’ op. Binnen onze gemeente gebeurt deze evenwichtige toedeling van functies aan locaties via de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling.

Bouwactiviteit De Omgevingswet definieert de bouwactiviteit als ‘het bouwen van een bouwwerk’ Toetsingskade Met de Omgevingswet wordt bouwen in een technisch en ruimtelijk deel r gescheiden. Dat levert twee activiteiten op: de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Deze scheiding noemen we 'de knip'. Een initiatiefnemer die een bouwactiviteit wil verrichten dient bij eenvoudige bouwwerken (de zogenaamde gevolgklasse 1) voor het bouwtechnische deel een (bouw)melding te doen bij de gemeente en voor complexe bouwwerken dient Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

44

men een omgevingsvergunning aan te vragen (de technische bouwactiviteit). Technische bouwactiviteit Het gaat hier over de toets van een aanvraag aan de regels voor de technische bouwkwaliteit uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Bijvoorbeeld de constructieve veiligheid van een bouwwerk. Als een vergunning nodig is voor een (technische) bouwactiviteit volgt toetsing aan de technische regels voor bouwactiviteiten in het Bbl (bijvoorbeeld voorschriften met betrekking tot de brandveiligheid, de daglichttoetreding en de energiezuinigheid van bouwwerken). De toets is te vergelijken met de toets die nu wordt gedaan aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Voor verbouwingen en de gevolgklasse 2 en 3 blijft (voor nu) de vergunningsplicht voor de technische bouwactiviteit bestaan en wordt de aanvraag getoetst aan het Bbl. Alle bouwwerken moeten aan de technische eisen in dit Besluit voldoen. Voor meldingsplichtige (technische) bouwactiviteiten wordt de bouwtechnische toets aan het Bouwbesluit niet meer door gemeenten maar door een onafhankelijke kwaliteitsborger uitgevoerd (Wkb). Landelijk is bepaald of voor een technische bouwactiviteit een vergunning of melding nodig is, dan wel of dit vergunningsvrij is.

Omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk De (ruimtelijke) toets van “bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk” aan het omgevingsplan noemen we een “omgevingsplanactiviteit” voor een bouwwerk. Voorbeelden zijn de bouwhoogte en het bebouwingspercentage. Maar ook regels over het uiterlijk van een bouwwerk (welstand) en de functietoedeling in het omgevingsplan.

Werkwijze

Wij kunnen in ons omgevingsplan bepalen of een vergunning nodig is voor een (ruimtelijke) omgevingsplanactiviteit. Zo kunnen wij bijvoorbeeld in ons omgevingsplan bepalen dat een bouwactiviteit vergunningsvrij is of van een meldingsplichtis voorzien. Onder het ruimtelijk deel vallen alle regels die eerder in het bestemmingsplan, de bouwverordening en/of de welstandsnota opgenomen waren en die allen overgaan naar het omgevingsplan. De melding bouwactiviteit is een nieuwe processtap voor de organisatie. Deze meldingen worden door de casemanagers beoordeeld. We registeren de melding, bevestigen de ontvangst, checken de gevolgklasse, het gekozen instrument en de kwaliteitsborger. De casemanagers zoeken contact met de initiatiefnemer bij een onvolledige of niet-correcte melding om aan te geven wat er ontbreekt aan de melding. Omgevingsvergunning activiteit bouw Als een vergunning nodig is voor een technische bouwactiviteit maken wij gebruik van het toetsingsprotocol . In dit toetsingsprotocol is voor het behandelen en beoordelen van aanvragen voor de activiteit bouw een bepaalde mate van diepgang in de bouwtechnische toets aan het Bbl aangebracht. Het is onmogelijk om vooraf aan te tonen dat een bouwwerk 100% zal gaan voldoen aan het Bbl. We vergunnen onze aanvragen, voor wat betreft de toets aan het Besluit bouwwerken leefomgeving, daarom risicogestuurd.

Rijksmonumentenactiviteit Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

45

De rijksmonumentenactiviteit is een activiteit inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht. Voorbeschermde rijksmonumenten zijn monumenten of archeologische monumenten die nog niet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven, maar waarvoor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument al naar de eigenaar heeft gestuurd. De rijksmonumentenactiviteit is vergunningsplichtig op grond van artikel 5.1, lid 1 onder b van de Omgevingswet. Toetsingskade Rijksmonumenten zijn (archeologische) monumenten die volgens de Erfgoedwet r in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. De regels over de rijksmonumentenactiviteit en over cultureel erfgoed staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de Omgevingsregeling, het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en in het Invoeringsbesluit Omgevingswet waaronder de bruidsschat. Werkwijze . Voor handelingen die een wijziging inhouden van een rijksmonument is de uitgebreide procedure van toepassing.

Inhoudelijke toetsing vindt plaats door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) Bij benodigde instemming van de minister OC&W wordt deze aangevraagd (artikel 10.24, eerste lid onder a jo. 4.32, eerste lid, onder a of b Omgevingsbesluit). In de hoofdregel geldt dat wij het advies overnemen, tenzij wij concrete aanknopingspunten hebben voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van de advisering. De beslissing op de aanvraag voor deze activiteiten baseren wij in beginsel dan ook op deze advisering. Bij de uitvoering van projecten moet soms een archeologisch onderzoeksrapport worden ingediend. Archeologische onderzoeksrapporten worden altijd getoetst. De toetsing wordt uitgevoerd door een deskundige op het gebied van archeologie, en waar nodig met ondersteuning van de regioarcheoloog.

Brandveilig gebruik van een bouwwerk De Omgevingswet en de 4 Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) bevatten geen definitie voor het brandveilig gebruik van een bouwwerk. De Omgevingswet geeft wel een definitie voor het begrip bouwwerk. Bij het gebruiken van een bouwwerk moet aan de regels voor brandveilig gebruik worden voldaan. Het gebruiken van het bouwwerk valt hiermee onder de melding voor brandveilig gebruik van een bouwwerk. Toetsingskade Voor het brandveilig gebruik zijn regels opgenomen in hoofdstuk 6 van het Besluit r bouwwerken leefomgeving (Bbl). Soms moet het gebruik van het bouwwerk gemeld worden bij de gemeente. Met de Omgevingswet is de gebruiksvergunning vervallen, maar geldt voor (bijvoorbeeld een hotel) nog wel een meldingsplicht. In artikel 6.6 Bbl is een tabel opgenomen waarin per gebruiksfunctie is aangegeven vanaf welk aantal mogelijk aanwezige personen sprake is van een meldingsplicht voor brandveilig gebruik van het bouwwerk. Op grond van artikel 6.7 Bbl moet de gebruiksmelding 4 weken voor het begin van het gebruik worden gedaan. Er moeten een aantal gegevens en bescheiden worden ingediend. Dit staat opgesomd in artikel 6.8 Bbl. Als alle informatie compleet is, ontvangt de indiener Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13920431/2