Bijlage 1 - Uitvoerings- en Handhavingsstrategie
Tekst van het document
46
van de melding een acceptatie. Daarna kan het gebouw in gebruik worden genomen. In afwijking van de algemene werkwijze toetst de veiligheidsregio VRMWB (i.p.v. de casemanager) of de melding volledig is. Vervolgens toetst de VRMWB op basis van de geldende wet- en regelgeving het adviesverzoek inhoudelijk, in die zin dat er beoordeeld wordt of er sprake is van onveilige situaties. Dit gebeurt aan de hand van een vastgestelde checklist. Het landelijk toetsprotocol van de brandweer bepaalt het niveau van diepgang in de advisering. De VRMWB adviseert in de regel binnen 14 werkdagen na het adviesverzoek melding brandveilig gebruik. Wij nemen het advies van de VRMWB over, tenzij er concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van de advisering. Als het op basis van de melding niet aannemelijk is dat het voorgenomen gebruik voldoende brandveilig is, stellen wij maatwerkvoorschriften.
Werkwijze
Drank- en horecavergunning op basis van de Alcoholwet Toetsingskade r
Werkwijze
Naast de Omgevingswet blijft de Alcoholwet gelden voor permanente horecagelegenheden en evenementen. De Alcoholwet vereist dat ieder bedrijf of organisatie die alcoholhoudende dranken schenkt en/of verkoopt daarvoor een vergunning bezit. Bij het opzetten van een horecabedrijf is er in onze gemeente een exploitatievergunning nodig op grond van de APV. Bij de gemeente nog niet bekende aanvragers van Alcoholvergunningen worden altijd in persoon uitgenodigd om hun aanvraag toe te lichten. Ook volgt een Bibob-toets. Bestaande ondernemers die hun ondernemingsvorm wijzigen, worden normaliter niet uitgenodigd voor een gesprek. Bij het beoordelen van de aanvraag voor een Alcoholvergunning wordt ook standaard gekeken of de aanvrager aanpalende vergunningen nodig heeft zoals een vergunning op basis van de Wet op de kansspelen. Bij wijziging van bestaande vergunningen wordt de aanvraag alleen getoetst aan het onderdeel dat wordt gewijzigd (bijvoorbeeld leidinggevende of capaciteitsuitbreiding). Voor de beoordeling van de aanvraag voor een vergunning of een tijdelijke alcoholontheffing bij een evenement, wordt de Alcoholwet gevolgd en is er verder geen afzonderlijke toetsniveau opgesteld.
8.
Toezichtstrategie
In deze bijlage beschrijven wij de toezichtstrategie. In de toezichtstrategie lichten we toe: de begrippen toezicht en toezicht houden (3.1); het doel van de toezichtstrategie (3.2); de vormen van toezicht (3.3); de basiswerkwijze (3.4); de wijze waarop toezicht op de naleving van wet- en regelgeving wordt gehouden (3.5); én toezichtprioriteiten (3.6). Begrippen toezicht en toezicht houden De term ‘toezicht’ wordt vaak zowel in brede als in enge zin gebruikt. In brede zin is het de overkoepelende term voor al het inspectiewerk in combinatie met ‘handhaving’. In engere zin bedoelt men het als het concrete werk van een toezichthouder. Onder toezicht verstaan wij het uitvoeren van 8.1
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
47
controle ter voorkoming van overtredingen en het naleven van voorschriften uit vergunningen of regelgeving. Toezicht houden is het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, om daarna een oordeel daarover te vormen en het eventueel naar aanleiding daarvan ingrijpen. Speciaal daarvoor aangewezen toezichthouders voeren het toezicht uit. Een toezichthouder is een persoon die namens het bevoegde gezag is aangewezen om toezicht te houden op de naleving van de wet- en regelgeving. Toezicht zorgt voor een belangrijk preventief effect. Bij toezicht voeren we een controle uit, ook zonder dat wij een overtreding vermoeden. We kunnen een bezoek aan een activiteit, een bedrijf, een locatie, een bouwwerk of een persoon brengen. Kortom met toezicht houden controleren wij óf en in hoeverre inwoners, bedrijven of instellingen regels naleven. Doel van de toezichtstrategie Doel van het toezicht en de handhaving is: “een veiliger en gezond gebruik van gebouwen en bouwwerken, een schoner milieu, gezondheid en het voorkomen van ongebreidelde claims op schaarse ruimte, het voorkomen en tegengaan van strijdig gebruik van ruimte, gronden en activiteiten”. 8.2
We richten het toezicht op de meest risicovolle situaties: waar de kans het grootst is dat het naleefgedrag onvoldoende is en dit leidt (of kan leiden) tot schade aan de leefomgeving, de volksgezondheid, de veiligheid en natuur. Het is namelijk onmogelijk om binnen de beschikbare capaciteit, middelen en tijd alle objecten, activiteiten en locaties op alle punten te controleren. Dit is ook niet nodig, want niet alle situaties zijn even risicovol. Voor de evaluatie van toezicht, registreren we het uitgevoerde toezicht en het naleefbeeld (waarop toezicht is gehouden en de overtredingssoorten). Naast toezicht hebben we ook andere mogelijkheden om het naleefgedrag te verbeteren, bijvoorbeeld via communicatie en voorlichting. Hier staat meer over in de preventiestrategie (zie onder 1). Vormen van toezicht Met toezicht kunnen overtredingen worden voorkomen (preventieve werking) of makkelijker worden hersteld. In deze toezichtstrategie leggen wij vast welke verschillende vormen van toezicht wij onderscheiden en wat de algemene werkwijze daarbij is. 8.3
Toezicht kan er ook toe leiden dat wij uiteindelijk formeel handhavend (sanctionerend) moeten optreden. In de volgende strategie gaan wij in op de sanctiestrategie die dan van toepassing is. Bij de toezichtstrategie onderscheiden wij een aantal trajecten, zijnde de verschillende vormen van toezicht die wij hanteren:
Traject Toezicht (3.5.1)
tijdens
Omschrijving Het gaat hier om het houden van toezicht op het Realisatiefase realiseren van een in een omgevingsvergunning omschreven activiteit. Dit traject start met aanvang
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
48
Toezicht tijdens Beheergebruiksfase (3.5.2)
of
van realisatie van de vergunde activiteit en eindigt nadat de activiteit gereed is. Met de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) wordt het (technische) bouwtoezicht voor gevolgklasse 1 (eenvoudige bouwwerken) geprivatiseerd. Alsdan maakt dit (technische) bouwtoezicht in beginsel geen onderdeel meer uit van het toezicht dat wij uitvoeren). In deze fase van toezicht zien wij erop toe of (het gebruik van) gerealiseerde bouwwerken, open erven en/of terreinen in overeenstemming is met de in een vergunning of andere wettelijke kaders omschreven bouw- en gebruiksvoorschriften. Te denken valt aan het controleren op de constructieve staat van funderingen en dergelijke. Dit traject is aan de orde na realisatie van een omgevingsvergunning dan wel op bouwwerken/bouwen en/of gebruiken zonder omgevingsvergunning.
Basiswerkwijze De wijze waarop wij toezicht voorbereiden en uitvoeren verschilt per casus en is afhankelijk van de fase van het toezicht. Wel is hierbij de onderstaande algemene werkwijze als rode draad te herkennen. De specifieke werkprocessen en -afspraken liggen vast in een digitale omgeving. 8.4
Algemene werkwijze toezicht: 1.
Voorbereiding toezicht
De toezichthouder doet het nodige vooronderzoek omtrent de locatie waar hij naartoe gaat. Dit onderzoek wordt gedaan aan de hand van al bestaande gegevens (dossiers, digitale systemen, archief), maar ook door af te stemmen met andere domeinen/clusters. Het volgende wordt onderzocht: Wie is eigenaar of zijn de eigenaren van de locatie (grond en bouwwerken)? Welk instantie is op de locatie gevestigd of wie is gebruiker van de locatie? Welke personen staan ingeschreven in de basisregistratie personen (eventueel afstemmen met burgerzaken)? Wat is de bestemming (eventueel afstemmen met ruimtelijke ontwikkeling)? Zijn er vergunningen verleend (eventueel afstemmen vergunningverlening)? Wat is de toezicht- en handhavingshistorie (eventueel afstemmen met de juristen)? Welke regelgeving is van toepassing (bestemmingsplan, omgevingsvergunning, bouwbesluit etc.)? Wat is het doel van het onderzoek? 2.
Uitvoering toezicht
Een toezichthouder deelt de reden van zijn komst mede en toont bij opvraag altijd legitimatiebewijs. De toezichthouder voert het benodigde toezicht uit op betreffende locatie, noteert eigen waarnemingen en neemt indien nodig verklaringen op. Voor zover mogelijk brengt de toezichthouder de betrokken persoon op de hoogte van de bevindingen en de eventuele consequenties van de bevindingen.
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
49
Daar waar nodig geeft de toezichthouder voorlichting (bijvoorbeeld over actuele ontwikkelingen, gevoerd handhavingsbeleid) en advies. 3.
Afwerking controle
Van het controlebezoek maakt de toezichthouder afhankelijk van het type controle ofwel een notitie in de zaak aan of een controlerapport en constateringsbrief op, conform de daarvoor vastgestelde formats. Naar aanleiding van de uitkomsten van zijn bevindingen past de toezichthouder zo nodig het stappenplan behorende bij de sanctiestrategie toe (paragraaf 4.4) en legt de doorlopen stappen en genomen beslissingen vast. Indien noodzakelijk koppelt de toezichthouder de betrokkene(n) het resultaat van de controle terug. Wijze waarop toezicht op de naleving van wet- en regelgeving wordt gehouden Hieronder beschrijven wij achtereenvolgens de wijze van toezicht tijdens de realisatiefase (3.5.1) en toezicht tijdens de gebruik- of beheerfase (3.5.2). 8.5
Toezicht tijdens de realisatiefase (bouw) Tijdens de realisatiefase controleren wij de realisatie van een verleende omgevingsvergunning. De mate waarin wij toezicht houden en de manier waarop wij dit doen is afhankelijk van de toegekende prioriteit en complexiteit van de vergunde activiteit. 8.5.1
Tijdens de realisatiefase kan sprake zijn van de volgende type controles: Type controle Reguliere controle Administratieve controle
Eindcontrole
Toelichting Controles ter plekke tijdens de uitvoering. Controle op de naleving van regels / voorschriften zonder fysiek bezoek. Bijvoorbeeld op basis van gegevens aangeleverd door de vergunninghouder en /of (lucht)foto’s. Betreft vaak de kleinere bouwwerken. Controle ter plekke of op basis van gegevens aangeleverd door de uitvoerder of vergunninghouder / (lucht)foto’s, ter gereedmelding van de realisatiefase.
Hieronder gaan we in op de omgevingsvergunningen waarop wij op specifieke aspecten toezicht houden en/of geen volledig toezicht houden. Toezicht bouwtechnische kwaliteit te bouwen bouwwerken gevolgklasse 1 Sinds de Omgevingswet en de daarmee samenhangende Wet kwaliteit voor het bouwen (Wkb) in werking zijn getreden, houden wij in basis geen toezicht meer op de bouwtechnische kwaliteit van de te bouwen bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1. Als wij menen dat de risico’s in of rondom een bouwwerk onvoldoende worden geborgd, dan kunnen wij tijdens de uitvoering van (een bepaald onderdeel van) de bouw over gaan tot risicogericht toezicht. Er moet in dat geval sprake zijn van of een gerede vermoeden zijn van ontoelaatbare risico’s voor bijvoorbeeld de omgevingsveiligheid, veiligheid van het bouwwerk en/of risico op schade aan de leefomgeving, de volksgezondheid en natuur.
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
50
Figuur 5 Meldingenproces onder Wkb
Op voorhand vindt er geen bouwtechnische toezicht meer plaats door vergunningverlening (preventieve toets). Behoudens een eventuele steekproef van de afdeling vergunningverlening. Bovendien vindt er ook geen controle meer plaats op de feitelijke bouwtechnische uitvoering van de bouwwerkzaamheden van deze type bouwwerken. Het toezicht op de regels in het bestemmingsplan/ omgevingsplan blijft wel een gemeentelijke taak.
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
51
Bij het vervullen van deze nieuwe rol, biedt de Wkb ruimte aan gemeenten om in beleid specifieke keuzes te maken. Het betreft keuzes over:
Bij welk type bouwwerk of onderwerp wil de gemeente (wanneer) wel/niet betrokken worden? Artikel 2.20 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) biedt de gemeente de mogelijkheid om voor specifieke bouwwerkzaamheden en de momenten waarop deze worden uitgevoerd gegevens en bescheiden op te vragen met het oog op het voorkomen en of beperken van risico’s die van invloed kunnen zijn op het voldoen van het te bouwen bouwwerk aan de regels. Als er sprake is van een strijdigheid met de bouwregelgeving moet de kwaliteitsborger de gemeente hierover informeren. Een gemeente kan zelf bepalen hoe zij vanuit haar handhavende rol met de verstrekte informatie omgaat. Dat kan bijvoorbeeld door middel van het aanschrijven van de indiener waarin een verbod op gebruik wordt opgelegd totdat er informatie wordt overlegd waaruit blijkt dat het probleem is opgelost. Of inhoudelijk door middel van een fysieke controle door de toezichthouder. De gemeente kan kiezen hoe zij met de gereedmelding bouwen omgaat. Bij de gereedmelding wordt een ‘As built’ dossier aan het bevoegd gezag verstrekt. Een gemeente kan vervolgens net als bij de bouwmelding - kiezen om het dossier inhoudelijk te beoordelen met als doel eventueel nog zelf een controle uit te voeren. Het is ook mogelijk om deze stukken – zonder verdere inhoudelijke beoordeling – te archiveren voor toekomstig gebruik.
Deze keuzes die door ons zijn gemaakt staan beschreven in de toezichtsmatrix bijgevoegd in bijlage 6. Toezicht bouwtechnische kwaliteit te bouwen bouwwerken gevolgklasse 2 en 3 Voor gevolgklasse 2 en 3 blijft de gemeente in ieder geval tot 2028 verantwoordelijk voor het bouwtoezicht. Het is praktisch onmogelijk en bovendien niet efficiënt om elk bouwwerk op elk moment in de bouw te controleren. Daartoe ontbreken kortweg de mogelijkheden. Wij richten ons toezicht dan ook op de cruciale momenten in het bouwproces. De controle(s) of dat er gebouwd wordt volgens de verleende vergunning vinden –net zoals bij de toetsing van deze activiteit– plaats op basis van aannemelijkheid en aan de hand van lokale toezichtmatrixen. In de matrix maken wij inzichtelijk welke toezichtmomenten aan de orde zijn, wat het gehanteerde minimale toezichtsniveau is én wat wij wanneer en in welke mate controleren. De diepgang van de controle heeft daarbij een directe relatie met de diepgang van de toets van de aanvraag. In de gemeente Gilze en Rijen hanteren wij afhankelijk van de aan een type bouwwerk toegekende prioriteit een toezichtmatrix. In totaal kennen wij drie toezichtmatrixen: bouwwerken met een lage-, gemiddelde- en een hoge prioriteit. De toepassing van de toezichtmatrix is naast de prioriteit van het type bouwwerk ook afhankelijk van de bouwsom en aard van de vergunde activiteit.
In de praktijk zal de mate van toezicht per toezichtmatrix niet altijd hetzelfde zijn. Het uitgangspunt bij het uitvoeren van het bouwtoezicht is evenwel dat alle verleende vergunningen minimaal via een (administratieve) eindcontrole worden gecontroleerd. Deze eindcontrole is ook een juridisch belangrijk moment omdat daarmee de werking van de vergunning eindigt en het bouwwerk een bestaand bouwwerk is geworden. In de praktijk zal er verder vaak op basis van het principe van ‘opbouwen van vertrouwen’ worden gewerkt. Dit betekent dat tijdens de uitvoering, afhankelijk van de geconstateerde kwaliteit, de frequentie en diepgang van het toezicht naar boven of beneden kan worden bijgesteld. De toezichtmatrixen vormen daarom een leidraad. De diepgang van een toetsing van de toezichthouder is
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
52
vastgelegd in het landelijk geaccepteerde Integraal Toezicht Protocol (iTP). 5 Het is een praktisch werkinstrument voor toezicht die onderscheid maakt in de verschillende fases van bouwen. Het benoemt de realisatiefase, gebruiksfase en sloopfase van een gebouw, bedrijf of activiteit. Het iTP is in een vorm van een te doorlopen checklist in het workflow systeem (CLO) geïntegreerd, zo is het direct zichtbaar voor de toezichthouder bij elke specifieke situatie welke wijze van toetsing het betreft. De accenten die wij bij de vergunningtoets “binnen” belangrijk vinden en/of volledig toetsen zijn ook de accenten waarop wij “buiten” specifiek en/of volledig toezicht houden. Hiermee sluit de hier beschreven werkwijze aan op de werkwijze bij de vergunningenstrategie onderdeel 2.5 (technische) bouwactiviteit. Controle van deelgoedkeuringen ten aanzien van constructieonderdelen en installaties In een omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit kunnen voorschriften zijn opgenomen. Veel voorkomende voorschriften hebben betrekking op het op een later tijdstip indienen van tekeningen en berekeningen. Het betreft dan vooral constructieve tekeningen en berekeningen en installatietechnische tekeningen en berekeningen. In de Omgevingsregeling is het op een later tijdstip indienen van dergelijke zaken wettelijk geregeld.
Bij één vergunning kan sprake zijn van meerdere deelgoedkeuringen. De vergunninghouder is verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van de stukken. Vaak moeten deze stukken 3 weken voor uitvoering van het desbetreffende onderdeel worden ingediend. De toezichthouder bewaakt de tijdige indiening van de stukken en gaat na of onderdelen niet worden gerealiseerd vóórdat wij de stukken hebben beoordeeld en geaccordeerd. Wanneer deze vergunningvoorschriften niet worden nageleefd, volgen wij de sanctiestrategie (onder 4) met doorgaans tot gevolg dat wij de werkzaamheden stilleggen. De in te dienen stukken worden op basis van de vergunningenstrategie (onder 2) door de casemanager beoordeeld of uitgezet bij de daarvoor aangewezen deskundige(n). Integrale risicogerichte controle met de brandweer Bij omgevingsvergunningen waarbij de veiligheidsregio een advies heeft gegeven, houdt de gemeentelijke bouwtoezichthouder tijdens de realisatiefase minimaal 1 maal gezamenlijk toezicht met de toezichthouder van de veiligheidsregio. De bouwtoezichthouder nodigt hiervoor de toezichthouder van de veiligheidsregio uit. De gezamenlijke controlemomenten zijn bij voorkeur op het moment nadat alle brandcompartimenteringen zijn aangebracht, maar voordat de verlaagde (systeem)plafonds zijn bevestigd/dicht worden gelegd, en/of tijdens de eindoplevering van het bouwwerk.
Toezicht brandveilig gebruik Het toezicht op omgevingsvergunningen voor de activiteit “brandveilig gebruik” en meldingen brandveilig gebruik maakt onderdeel uit van het wettelijke takenpakket van de veiligheidsregio en is vanuit (provinciale) regelgeving verplicht of opgedragen aan de (toezichthouders van de) veiligheidsregio. De veiligheidsregio controleert of het bouwwerk voldoet aan de vergunning en/of geldende wet- en regelgeving. Waar mogelijk worden controles zoveel mogelijk integraal gehouden met c.q. afgestemd op de controles in het kader van de (technische) bouwactiviteit. Toezicht milieu Het lokale controlebestand wordt geactualiseerd met de verleende vergunningen, meldingen en nieuwe inrichtingen/milieubelastende activiteiten. De omgevingsdienst controleert of de inrichtingen 5
Het integraal Toezicht Protocol is een door Vereniging BWT Nederland ontwikkeld hulpmiddel bij de uitvoering van het omgevingstoezicht. Het protocol beschrijft met behulp van een toezichtmatrix wat, wanneer en met welke diepgang een inspecteur controleert tijdens bouw/gebruik/sloop. Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
53
voldoen aan de vergunningen en/of geldende wet- en regelgeving. De werkwijze van het toezicht op deze activiteit vindt plaats overeenkomstig het Gemeenschappelijk uitvoeringskader. Toezicht tijdens de beheer- of gebruiksfase De beheer- of gebruiksfase is veelal aan de orde nadat een omgevingsvergunning is gerealiseerd of bij bestaande bouwwerken, bouwen en/of gebruiken zonder omgevingsvergunning. Wij zien er op toe of (het gebruik van) een bouwwerk, open erf of terrein voldoet aan de in de vergunning of andere wettelijke kaders omschreven bouw- en gebruiksvoorschriften. 8.5.2
Bij het toezicht in de beheer- of gebruiksfase kunnen wij onderstaande typen controles houden: Type controle Routinematige/periodieke controle
Toelichting Systematisch toezicht op eenzelfde object, bedrijf of wijk, waarbij de controlefrequentie jaarlijks (opnieuw) wordt bepaald. De controlefrequentie is afhankelijk van prioriteit en naleefgedrag (vindt alleen plaats bij gebruiksmeldingen en milieuactiviteiten). Objectgerichte controle Toezicht op bestaande objecten en/of bouwwerken en percelen tijdens de gebruiksfase in het kader van tijdelijkheid of het bestemmingplan. Projectmatige/thematische controle (Thematische) toezicht dat plaatsvindt in het kader van vooraf benoemde projecten of een projectmatige aanpak vergt. Surveillance/schouw Het al dan niet integraal toezicht houden op een object of gebied (bijv. recreatieparken) door het in kaart brengen van mogelijke overtredingen, knelpunten en/of risico’s. Administratieve controle Toezicht op wet- en regelgeving zonder fysiek bezoek. Administratief toezicht bestaat onder andere uit: luchtfoto’s, eigen gegevens, internetonderzoek etc. Controle n.a.v. verzoek om Toezicht naar aanleiding van een verzoek om handhaving handhaving door (een) belanghebbende(n). Deze moeten ongeacht prioriteit behandeld worden. Toezicht op klachten en meldingen Toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen van burgers. Deze worden conform de toezichtprioriteiten behandeld. Ongewoon voorval Controles naar aanleiding van een calamiteit (milieuovertredingen OMWB).
Signaal toezicht De toezichthouder geeft een signaal door aan de bevoegde instantie als een geconstateerde overtreding buiten zijn expertise en of bevoegdheid valt. type controles tijdens de beheer- of gebruiksfase De routinematige/periodieke controles, objectgerichte controles, projectmatige/thematische controles, inventariserende controles en administratieve controles betreffen zogenaamde “programmatische” controles. Dit betekent dat wij deze controles in beginsel vooraf via het jaarlijkse uitvoeringsprogramma plannen. Hierbij is het onderwerp en de mate waarin wij toezicht houden afhankelijk van de toegekende bestuurlijke prioriteit of, bij systematisch toezicht, de toezichtfrequentie De manier waarop wij toezicht houden is veelal afhankelijk van de uit te voeren activiteit en het te realiseren doel, wat wij jaarlijks nader uitwerken in het uitvoeringsprogramma. Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
54
De overige controles vinden ad hoc plaats. Het gaat hier om controles die vooraf niet in het uitvoeringsprogramma te plannen zijn (nader omschreven in de strategie bij klachten en handhavingsverzoeken, zie 4.3.3). Aankondiging controles Routinematige/periodieke controles kondigen wij in beginsel altijd aan, tenzij er een belangrijke reden is om af te zien van aankondiging. Als een controle aanleiding geeft om een hercontrole te houden kondigen wij de nieuwe controle in beginsel niet aan, tenzij er een belangrijke reden is om de hercontrole wel aan te kondigen. Dit is afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval. De overige controles kondigen wij in beginsel niet aan. Samenwerking en afstemming Als uitgangspunt hanteren wij samenwerking bij controles en voeren wij deze waar mogelijk en van toegevoegde waarde multidisciplinair of integraal uit. Hiervoor zoeken wij de samenwerking met gemeentelijke toezichthouders (o.a. BRP, BAG) en/of toezichthouders van andere handhavingsorganisaties (politie, veiligheidsregio, omgevingsdiensten, belastingdienst, andere gemeenten of andere instanties). Het kan dan o.a. gaan om op zichzelf staande gezamenlijke controles of bijvoorbeeld een gezamenlijke actiedag. Op deze manier kunnen wij efficiënter en effectiever toezicht houden en is de toezichtlast voor burgers en ondernemers lager.
Waar multidisciplinaire of integrale controles niet mogelijk zijn werken wij zoveel mogelijk met signaaltoezicht. Samenwerking en/of afstemming vindt in ieder geval plaats met de omgevingsdiensten, veiligheidsregio, politie, OM, belastingdienst en waterschap. In hoofdstuk 6.2 gaan wij nader in op de samenwerking met andere organisaties.
Toezichtprioriteiten De toegekende prioriteit is bepalend voor de mate waarin wij toezicht uitvoeren. Bij een zeer hoge prioriteit voeren wij proactief toezicht uit en krijgt de afhandeling van signalen voorrang op andere werkzaamheden. Bij een hoge prioriteit voeren wij actief toezicht uit. Bij een gemiddelde prioriteit handelen wij signalen af afhankelijk van de aard en omvang van de klacht (denk aan beschikbare capaciteit en op dat moment bestaande werkdruk) en kunnen wij via het uitvoeringsprogramma planmatig toezicht uitvoeren. Bij een lage prioriteit voeren wij passief toezicht uit. Dit betekent dat wij primair alleen reageren op verzoeken om handhaving en signalen waarbij acuut ingrijpen is vereist. Mocht dat niet het geval zijn informeren wij betrokkenen daarover. Signalen en meldingen kunnen wel worden gebruikt om de informatiepositie over de problematiek op te bouwen. Deze informatie kan (op termijn) alsnog aanleiding zijn om handhavend op te treden. Signalen met een lage prioriteit kunnen ook worden gebundeld en tijdens specifiek geplande thema-, doelgroep- of gebiedsgericht toezicht worden opgepakt. Conform de geldende wet- en regelgeving pakken wij handhavingsverzoeken altijd op. 8.6
Prioriteit ZEER HOOG
HOOG
Hoe houden we toezicht? Het toezicht op het naleven van de regels vindt proactief plaats op basis van het jaarlijks uitvoeringsprogramma: Er wordt actief gezocht naar overtredingen met prioriteit heel hoog, via waarnemingen ter plaatse en bureaucontroles (advertenties, luchtfoto’s e.d.). Meldingen en klachten krijgen voorrang op andere werkzaamheden. Het toezicht op het naleven van de regels vindt actief plaats op basis van het jaarlijks uitvoeringsprogramma:
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
55
MIDDEN
Meldingen en klachten krijgen voorrang op andere werkzaamheden. Het toezicht is of actief of passief:
LAAG
Het toezicht vindt planmatig op/in een specifiek thema, doelgroep of gebied plaats (uitvoeringsprogramma). Meldingen en klachten worden afhankelijk van aard en omvang afgehandeld. Er is sprake van passief toezicht. Meldingen, klachten en overtredingen met lage prioriteit worden in beginsel niet opgepakt en afgehandeld. Daarvan kan gemotiveerd van worden afgeweken. Meldingen, klachten en overtredingen worden wel geregistreerd en kunnen eventueel aanleiding vormen om planmatig op/in een specifiek thema, doelgroep of gebied toezicht te houden (uitvoeringsprogramma).
Jaarlijks werken wij de toezichtprioriteiten uit in het uitvoeringsprogramma.
9.
Sanctiestrategie
In deze bijlage beschrijven wij de sanctiestrategie. In de sanctiestrategie lichten we toe: het begrip handhaving (4.1); het doel van de sanctiestrategie (4.2); de basiswerkwijze (4.3); samenwerking bij toezicht en handhaving (4.4); optreden tegen eigen organisatie of andere overheden (4.5). Begrip Handhaving Bij het uitoefenen van toezicht kunnen overtredingen van regels worden geconstateerd, waardoor handhaving aan de orde is. Onder handhaving verstaan wij het ongedaan maken of opheffen van een situatie, die in strijd is met wettelijke voorschriften. Als algemene handhavingsstrategie maken wij gebruik van de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO). 9.1
Doel van de sanctiestrategie Met het vaststellen van de U&HS, stellen wij ook de LSHO vast. De LHSO is een afwegingsinstrument voor toezichthouders en handhavers met als doel dat handhavende instanties op eenzelfde manier optreden bij overtredingen. Dit waarborgt een effectieve, afgestemde en doelmatige handhaving. Het draagt bij aan passend, eenduidig en uniform optreden en waarborgt rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Dat optreden kan van geval tot geval variëren van bestuursrechtelijk dan wel strafrechtelijk optreden of een combinatie daarvan. De LHSO ziet beide vormen als nevengeschikt. Voorop staat het – zo nodig – in overleg komen tot de meest effectieve sanctie. 9.2
De LHSO is de opvolger van de LHS die dateert uit 2014. In de kern is de strategie nagenoeg onveranderd. Wijzigingen zijn de aansluiting op de Omgevingswet, actualisering van terminologie en toevoeging van de bestuurlijke boete. Verder is de relatie tussen bestuursrecht en strafrecht (nog) beter beschreven en geborgd. Basiswerkwijze De LHSO zet in op een passend optreden bij iedere overtreding. Handhavers hanteren de strategie bij iedere constatering van een overtreding en maken daarbij gebruik van de daarin aangegeven 9.3
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
56
instrumenten. Om in het omgevingsrecht tot een passend optreden te komen, zijn de volgende twee hoofdvragen leidend: Inzake herstel: 1a. Is herstel mogelijk? Zo ja, dan is in elk geval bestuursrechtelijk optreden aangewezen en is de vervolgvraag: 1b. Welke bestuursrechtelijk optreden is in dit geval het meest geschikt? Inzake bestraffing: 2a. Is er aanleiding voor bestraffing? Zo ja, dan is de vervolgvraag: 2b. Welke weg (bestuursrechtelijk of strafrechtelijk) is het meest passend? Stappenplan De LHSO geeft een stappenplan om te komen tot een passend optreden. Startpunt van het stappenplan zijn de bevindingen van het toezicht: de constatering van feiten en omstandigheden en het oordeel van de toezichthouder, boa of handhaver daarover (de vaststelling dat sprake is van een overtreding). Aan de hand van het stappenplan, waartoe de hierna weer te geven interventiematrix behoort, kan worden gekomen tot onderling afgestemd en effectief handelen van de handhavingspartners. 9.3.1
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
57
Toepassing handhavingsinstrumenten Op basis van de interventiematrix zetten wij, afhankelijk van onze bevindingen en eventuele verzachtende of verzwarende factoren, een (combinatie van) interventie(s) in. Bij toepassing van de bestuursrechtelijke instrumenten hebben wij op een aantal punten (enige) beleidsvrijheid. Hieronder gaan wij daar nader op in. 9.4
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
58
Hoogte dwangsom Een bestuursorgaan komt bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en het maximum van het te verbeuren bedrag een ruime mate van beleidsvrijheid toe. De hoogte van de dwangsom kan en moet op de ernst van de overtreding worden afgestemd (evenredigheid) en tot doel hebben de overtreding tegen te gaan of te voorkomen (effectiviteit). 9.4.1
Voor het bepalen van de hoogte van bestuursrechtelijke sancties passen wij maatwerk toe, wij gebruiken zo nodig de algemene richtlijn die is omschreven in de Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen. Deze handreiking is afgestemd op de LHSO en passen wij toe als algemene richtlijn, maar houden altijd rekening met de specifieke omstandigheden van het geval. De maximaal te verbeuren dwangsom is altijd afhankelijk van de overtredingssituatie. De rechter toetst terughoudend. Er wordt geen gebruik gemaakt van algemene beleidsregels in het kader van het omgevingsrecht. Per geval wordt getoetst aan de evenredigheid en effectiviteit. Wel wordt voor de onrechtmatige bewoning van recreatieverblijven in de beleidsnotitie ‘permanente bewoning recreatieverblijven’ een vast dwangsombedrag gehanteerd van € 20.000,- in één keer.
Duur begunstigingstermijn Een begunstigingstermijn is de tijd die de overtreder krijgt om de overtreding te beëindigen. Enerzijds moet deze termijn voldoende lang zijn om als overtreder de opgelegde verplichtingen uit te kunnen voeren en moet deze gezien de omstandigheden van de situatie redelijk zijn. Anderzijds mag de begunstigingstermijn niet langer zijn dan noodzakelijk. Hiermee wordt een open einde van het handhavingstraject voorkomen of dat de lengte van de begunstigingstermijn zodanig lang is dat sprake is van het gedogen van de overtreding. 9.4.2
Op basis van de LHSO geldt voor termijnen in algemene zin het volgende: Gedragsvoorschriften dienen direct in acht genomen te worden. Hiervoor stellen wij geen of hooguit een zeer korte termijn om de overtreding te beëindigen en/of herhaling ervan te voorkomen. In alle andere gevallen –waaronder ook plannen of voorzieningen waarvoor investeringen vereist zijn– geldt: hoe urgenter de situatie, des te korter de termijn. Daarbij houden wij rekening met de technische en organisatorische realiseerbaarheid. Meer specifiek houden we rekening met: De aard van de te verrichten handelingen (bijv. een simpele gedragswijziging of het afbreken van een groot bouwwerk); De dringendheid; De voorgeschiedenis (is de overtreder al reeds eerder aangeschreven?); en Hinder voor derden en onomkeerbare gevolgen van voortzetting. Verlengen begunstigingstermijn De begunstigingstermijn kan worden verlengd via een besluit. Hiervan kan sprake zijn als er bijvoorbeeld rechtsmiddelen zijn ingezet of indien er bijzondere omstandigheden zijn die tot verlenging noodzaken. Bij de afweging tot verlenging dient rekening te worden gehouden met de zojuist genoemde aspecten. Het indienen van bezwaar of instellen van beroep schort de werking van de handhavingsbeschikking niet op.
Dit betekent dat de bezwaarmaker bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening moet indienen om bijvoorbeeld te voorkomen dat dwangsommen verbeuren. Dat er enkel een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, is in de regel geen reden om de Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
59
begunstigingstermijn op te schorten. De voorlopige voorzieningenrechter kan beslissen de begunstigingstermijn te schorsen tijdens bezwaar/beroepsprocedures. Tijdelijk stilleggen activiteiten Zodra onze toezichthouder niet-toegestane activiteiten constateert en in overleg geen oplossing te vinden is, kan hij ter plaatse in overeenstemming met de interventiematrix in de LHSO mondeling de activiteiten stilleggen. Dit doet de toezichthouder in samenspraak met de juristen en portefeuillehouder. Wij bevestigen de stillegging zo snel mogelijk aan degene tot wie het bevel tot stilleggen is gericht. Met de stillegging ‘bevriest’ het bevoegde gezag de situatie (tijdelijk) en voorkomt zo dat de situatie in ernst en omvang toeneemt. 9.4.3
Tijdens de controle geeft de toezichthouder precies aan over welke activiteiten het gaat. Als de omstandigheden naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven kan de toezichthouder toestaan sommige activiteiten af te maken. Ook mogen soms tijdelijke maatregelen getroffen worden om te voorkomen dat er schade of gevaarlijke situaties ontstaan. Hier worden ter plaatse duidelijke afspraken over gemaakt die wij ook in de beschikking tot stillegging vastleggen. Door de stillegging van de activiteiten is een op dat moment plaatsvindende overtreding met onmiddellijke ingang beëindigd. Afhankelijk van de omstandigheden en of er sprake is van twee verschillende overtredingen leggen wij gelijktijdig een (preventieve) last onder dwangsom op om te voorkomen dat er verder wordt gegaan met de activiteit c.q. de overtreding opnieuw plaatsvindt. Geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning Van het geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning kan alleen sprake zijn als een begunstigde beschikking is verleend en deze een relatie heeft met de overtreding. Het intrekken van de vergunning maakt geen einde aan de strijdigheid, maar vergroot deze meestal. Zaken die ook onder de betreffende beschikking vallen en rechtmatig zijn verliezen hierdoor hun rechtmatigheid. Het intrekken van een vergunning is een zwaar middel, dat wij alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen en zullen toepassen.
9.4.4
Strategie bij handhavingsverzoeken en klachten Overtredingen of mogelijke overtredingen kunnen ook door derden onder de aandacht van de gemeente worden gebracht. Dit kan door middel van het indienen van een mondelinge of schriftelijke klacht of door middel van het indienen van een schriftelijk verzoek om handhaving. Het omgaan met deze klachten en verzoeken om handhaving vraagt een specifieke aanpak. Bij klachten en verzoeken om handhaving hanteren wij de leidraad van de Nationale Ombudsman als uitgangspunt. 6 De algemene werkwijze is als volgt: 9.4.5
Klachten In beginsel zal een anonieme melding of klacht niet in behandeling worden genomen, tenzij voldoende prioriteit is vastgesteld. Mits de klacht niet anoniem is gedaan, ontvangt de melder altijd een (mondeling of schriftelijk) bericht van ontvangst. Wij streven er naar de melder binnen 10 werkdagen te berichten óf en wanneer de melding, op basis van de vastgestelde prioritering en de op dat moment beschikbare capaciteit, wordt opgepakt. Heeft de handhavingstaak waarop de klacht ziet een lage prioriteit, dan delen wij de melder in beginsel mede dat de klacht vooralsnog niet in behandeling wordt genomen. Klachten worden wel altijd geregistreerd. Is sprake van een hoge prioriteit, dan nemen wij de klacht in beginsel direct in behandeling.
6
Rapporten “De Kunst van Handhaven, Helder handhaven door de bril van de burger” d.d. 31 maart 2017 en “Helder Handhaven, Hoe gemeenten behoorlijk omgaan met handhavingsverzoeken van burgers” d.d. 14 september 2010.
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
60
De procedure bij het oppakken van klachten is dat de toezichthouder conform de vastgestelde toezichtstrategie (zoals beschreven in 3.6 van deze bijlage) een controle uitvoert om te bepalen of sprake is van een overtreding, waarna wij de melder (desgewenst) informeren over de verdere afhandeling van de klacht. Als de desbetreffende overtreding daadwerkelijk wordt geconstateerd, zoeken wij in samenspraak met de melder naar een snelle en informele oplossing van het probleem (zo nodig met behulp van buurtbemiddeling of mediationtechnieken). Zo nodig starten wij de reguliere sanctiestrategie. Wij streven ernaar dit binnen 8 weken na ontvangst van de klacht te doen. Het opstarten van de reguliere sanctiestrategie betekent dat wij veelal een waarschuwing (lees: constateringsbrief) uitdoen of direct een voornemen tot het opleggen van een last. Zowel de melder als de vermeende overtreder worden geïnformeerd over de ontvangen klacht, de wijze en termijn van afhandeling en eventuele bevindingen. Als de sanctiestrategie wordt toegepast, is de termijn van afhandeling o.a. afhankelijk van de termijn(en) die gesteld worden om de overtreding ongedaan te maken en het naleefgedrag van de overtreder. Ook eventuele juridische bezwaar- en (hoger)beroep procedures kunnen van invloed zijn op de termijn van het daadwerkelijk beëindigen van een overtreding.
Verzoeken om handhaving Handhavingsverzoeken dienen op grond van de Awb altijd met voorrang opgepakt te worden ongeacht de prioriteit. Het is immers een aanvraag in de zin van artikel 4:2 Awb en dan beginnen ook de termijnen (8 weken) te lopen. De werkwijze is als volgt. Stap 1
Stap 2
Stap 3 Stap 4
Er komt een handhavingsverzoek ex art. 4:2 Awb binnen. 1. Zijn wij bevoegd gezag? Zo nee, doorsturen naar bevoegd gezag. 2. Zo ja, toetsen: Is er sprake van een belanghebbende (1:3 Awb)? Is de aanvraag ondertekend en bevat het de naam en het adres van de aanvrager, dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd? Heeft de aanvrager de nodige gegevens toegevoegd? Voldaan aan stap 1, ga naar stap 2. Indien nodig, houdt de toezichthouder zo spoedig mogelijk een controle. Er wordt, wanneer het gevoel ontstaat dat het passend is, mogelijk ingezet op mediation (preventiestrategie). In deze fase dient ook eventueel de termijn verlengd te worden door de jurist (art. 4:14 Awb). De toezichthouder stelt een controlerapport op. Indien geen overtreding: stelt de jurist het voornemen op tot afwijzing om te handhaven; indien wel een overtreding: wordt er conform de sanctiestrategie (interventiematrix) gehandhaafd (zie paragraaf 4.4).
Mediation Handhavingsverzoeken zien in veel gevallen op situaties waar sprake is van een achterliggend probleem. Denk hierbij aan burenruzies, waarbij partijen over en weer handhavingsverzoeken indienen bij de gemeente om hun ruzies te beslechten. Uiteraard staat het partijen vrij om een handhavingsverzoek in te dienen en dit moet volgens de Algemene wet bestuursrecht behandeld worden als zijnde een aanvraag. Bij eventuele overtredingen moet er gehandhaafd worden. Dat neemt niet weg dat de toezichthouder tijdens een controle op Mediation kan inzetten om een geschil op een andere manier te beslechten. Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
61
Samenwerking bij toezicht en handhaving Samenwerking is noodzakelijk om integraal toezicht en handhaving te kunnen uitvoeren. Daarom hebben we in de regio met onze ketenpartners samenwerkingsafspraken gemaakt, en hebben we periodiek overleg. 9.5
Optreden tegen eigen organisatie of andere overheden Overheden, zoals de provincie of de gemeente Gilze en Rijen, behandelen wij niet anders dan andere overtreders. Bij overtredingen door de overheid geldt nog meer dan in andere gevallen het algemeen normbesef en de geloofwaardigheid. De overheid heeft namelijk een voorbeeldfunctie. Bovendien gelden voor de overheid dezelfde rechten en plichten als voor anderen. Bij handhavend optreden passen wij de LHSO toe, met oog op het voorkomen van onnodige wederzijdse publieke kosten als naleving ook op een andere wijze bereikt kan worden. 9.6
10.
Gedoogstrategie
Gedogen is het bewust, passief dan wel actief (schriftelijk en onder voorwaarden), niet handhavend optreden door het bevoegde bestuursorgaan tegen overtredingen van wetten en/of regels. Gedogen van een overtreding is alleen bij uitzondering aanvaardbaar. Vormen van gedogen zijn: stilzitten, mondeling toezeggen en de schriftelijke gedoogverklaring. Het uitgangspunt is om niet te gedogen, toch kunnen er echter redenen zijn om te gedogen: Overmacht situaties; Overgangssituaties, waarbij concreet (uit)zicht op legalisatie is. Denk bijvoorbeeld aan het overbruggen van een periode tot het moment waarop een vergunning kan worden verleend. De vergunning (die moet toezien op de feitelijke geconstateerde situatie) moet de overtreding dan wel direct ongedaan maken; Onevenredigheid, wanneer handhaving zodanig onevenredig is met het te dienen (algemeen) belang. Het gaat bij gedogen vaak om maatwerk en de specifieke omstandigheden van het geval, na een zorgvuldige belangenafweging wordt het zoveel mogelijk in omgang en tijd beperkt toegepast. Mochten wij in uitzonderingsgevallen toch overgaan tot gedogen dan doen wij dat op basis van de volgende punten: wij gedogen uitsluitend actief en onder voorwaarden; De beschikking is persoons- en/of zaaksgebonden en wordt alleen afgegeven op schriftelijk verzoek van de overtreder.
Het verzoek moet alle relevante informatie bevatten die nodig is om tot een weloverwogen besluit te kunnen komen; in de voorwaarden bepalen wij de omvang en (waar aan de orde) de periode van gedogen; wij gedogen uitsluitend zolang de gedoogvoorwaarden zelf niet overtreden worden. Het voldoen aan de gedoogbeschikking wordt periodiek gecontroleerd, een handhavingsverzoek die nadien is ingediend kan gevolgen hebben voor de gedoogbeschikking. Dit betekent dat het overtreden van deze voorwaarden leidt tot intrekken van de gedoogverklaring en het handhaven van de oorspronkelijke norm. Situaties waarbij sprake is van gevaar of waarbij onevenredige schade ontstaat aan of overlast ontstaat voor monumenten, (leef)milieu, volksgezondheid, openbare orde en veiligheid of derden komen niet in aanmerking om gedoogd te worden. Wanneer is er sprake van zicht op legalisatie? Volgens jurisprudentie is er zicht op legalisatie indien er sprake is van een overtreding die: Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
62
wordt gelegaliseerd in een bestemmingsplan dat minimaal als ontwerp ter inzage is gelegd, of; wordt gelegaliseerd via een vergunning die minimaal als ontwerp ter visie is gelegd, of; binnen een korte periode na constatering kan worden gelegaliseerd door te anticiperen op nieuwe regelgeving. Uitgangspunt hierbij is dat de nieuwe wetgeving al ter vaststelling naar de Eerste Kamer is gezonden.
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
63
Bijlage 5 Risicomatrix vergunningen Risicomatrix vergunningen 2024
>6.1 prioriteit zeer hoog (ZH)
Financiële gevolgen
Duurzaamheid
Bestuurlijk imago
Effectscore
Kans op overtreding
Risicogetal
Risicowaardering / prioriteit
Effect overtreding
Categorie 1: < €150.000,-
5
2
2
1
3
1
2,3
2,0
4,7
H
Categorie 2: > €150.000,-
5
3
3
2
4
3
3,3
2,0
6,7
ZH
Omgevingsplanactiviteit “uitvoeren van een Aanvraag omgevingsvergunning werk of werkzaamheden”
1,0
1,0
2,0
2,0
2,0
1,0
1,5
2,0
3,0
L
Omgevingsplanactiviteit “gebruik / bouwen in strijd met bestemmingsplan”
2,0
1,0
5,0
4,0
3,0
3,0
3,0
2,0
6,0
H
Leefbaarheid
0-3.0 prioriteit laag (L)
Veiligheid
3.1-4.0 prioriteit midden (M)
Gezondheid
4.1-6.0 prioriteit hoog (H)
Aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen bouwwerken met een bouwsom van:
Omgevingsplanactiviteit Bouwen
Melding “brandveilig gebruik”
Aanvraag omgevingsvergunning
Melding “brandveilig gebruik”
conform beleidsplan VRMWB
Aanvraag omgevingsvergunning Milieubelastende activiteit
conform het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader OMWB Melding Milieubelastende activiteit
Rijksmonumentenactiviteit
Aanvraag omgevingsvergunning
2,0
2,0
4,0
3,0
5,0
5,0
3,5
2,0
7,0
ZH
Melding slopen met asbest
5,0
5,0
4,0
3,0
5,0
3,0
4,2
2,0
8,3
ZH
Aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen bouwwerken op grond van omgevingsplan of erfgoedverordening
5,0
4,0
5,0
4,0
4,0
3,0
4,2
1,0
4,2
H
Melding slopen (sloop>10m3)
4,0
3,0
3,0
2,0
3,0
2,0
2,8
1,0
2,8
L
Omgevingsplanactiviteit aanleg of wijzigen van een weg
Aanvraag omgevingsvergunning
3,0
1,0
2,0
2,0
1,0
2,0
1,8
1,0
1,8
L
Omgevingsplanactiviteit uitweg
Aanvraag omgevingsvergunning
4,0
1,0
2,0
2,0
1,0
2,0
2,0
1,0
2,0
L
Omgevingsplanactiviteit vellen van een houtopstand
Aanvraag omgevingsvergunning
1,0
1,0
4,0
2,0
4,0
2,0
2,3
1,0
2,3
L
Omgevingsplanactiviteit handelsreclame
Aanvraag omgevingsvergunning
1,0
1,0
3,0
1,0
3,0
2,0
1,8
2,0
3,7
M
Sloopactiviteit
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
64
Bijlage 6 Risicomatrix toezicht en handhaving Risicomatrix Toezicht en Handhaving 2024
Risicowaardering / prioriteit
Effect overtreding
Risicogetal
>6.1 prioriteit zeer hoog (ZH)
Categorie 1: < €100.000,-
1
1
2
1
1
2
1,3
2
2,7
L
Categorie 2: > €100.000,-
5
2
2
1
3
1
2,3
2
4,7
H
Omgevingsvergunningplichtige activiteiten wet (artikel 5.1 Ow)
Kans op overtreding
Effectscore
Bestuurlijk imago
Duurzaamheid
Financiële gevolgen
0-3.0 prioriteit laag (L)
Leefbaarheid
Veiligheid
3.1-4.0 prioriteit midden (M)
Gezondheid
4.1-6.0 prioriteit hoog (H)
Aanvraag omgevingsvergunning Milieubelastende activiteit Milieubelastende activiteit
conform het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader OMWB Melding milieubelastende activiteit In afwijking van omgevingsvergunning (OV) bouwen/ verbouwen van bouwwerken met een bouwsom van (toezicht op verleende vergunningen):
Bouwactiviteit (artikel 5,1, lid 2, sub a) Zonder omgevingsvergunning (OV) bouw of verbouw van bouwwerken met een bouwsom van: Categorie 1: < €100.000,-
1
1
2
1
1
2
1,3
2
2,7
L
Categorie 2: > €100.000,-
5
2
2
2
3
2
2,7
2
5,3
H
Wijzigen, slopen of in afwijking verbouwen beschermd monument met/ in afwijking van een omgevingsvergunning of strijdigheid instandhoudingsplicht
2
2
3
3
4
4
3,0
2
6,0
H
Wijzigen, slopen of in afwijking verbouwen beschermd monument zonder een omgevingsvergunning of strijdigheid instandhoudingplicht
3
2
3
3
4
4
3,2
2
6,3
ZH
Rijksmonumentenactiviteit
In afwijking van omgevingsvergunning (OV) bouwen/ verbouwen van bouwwerken met een bouwsom van (toezicht op verleende vergunningen): Categorie 1: < €100.000,-
1
1
2
1
1
2
1,3
2
2,7
L
Categorie 2: > €100.000,-
1
2
2
1
3
1
1,7
2
3,3
M
Omgevingsplanactiviteit "Bouwen"
Omgevingsplanactiviteiten (artikel 5.1 lid 1, sub a Ow)
Zonder omgevingsvergunning (OV) bouw of verbouw van bouwwerken met een bouwsom van:
Omgevingsplanactiviteit “uitvoeren van een werk of werkzaamheden”
Categorie 1: < €100.000,-
1
1
2
1
1
2
1,3
2
2,7
L
Categorie 2: > €100.000,-
1
2
2
2
3
2
2,0
2
4,0
M
Realisatie / uitvoering landschappelijke inpassingen met/ in afwijking van een omgevingsvergunning
1
0
1
4
3
3
2,0
1
2,0
L
Andere aanlegactiviteiten met/ in afwijking van een omgevingsvergunning
1
0
1
2
3
2
1,5
2
3,0
L
Realisatie / uitvoering landschappelijke inpassingen zonder omgevingsvergunning
1
0
2
4
2
4
2,2
1
2,2
L
In gebruik hebben/nemen van een bouwwerk of gronden met/ in afwijking van/ zonder een omgevingsvergunning in strijd met het omgevingsplan
4
4
4
3
3
4
3,7
3
11,0
ZH
Onrechtmatige bewoning binnen de bebouwde kom minder dan 6 personen
2
1
2
1
1
2
1,5
2
3,0
L
Onrechtmatige bewoning binnen de bebouwde kom door 6 personen of meer
3
2
2
1
2
3
2,2
2
4,3
H
Onrechtmatige bewoning buiten de bebouwde kom minder dan 10 personen
2
1
2
1
1
2
1,5
2
3,0
L
Onrechtmatige bewoning buiten de bebouwde kom door 10 personen of meer
3
2
2
1
2
3
2,2
2
4,3
H
activiteit “gebruik / bouwen in strijd met omgevingsplan”
activiteit "gemeentelijk monument"
Omgevingsplanactiviteit “een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen”
Woningsplitsing in strijd met omgevingsplan zonder een omgevingsvergunning
5
4
3
3
3
5
3,8
1
3,8
M
Afloop instandhoudingstermijn en termijn tijdelijke ontheffi ng / beschikking / (vergunningsvrije) mantelzorgwoningen
1
1
2
4
3
3
2,3
2
4,7
H
Gebruik gronden/bouwwerken in strijd met voorbereidingsbesluit/ verklaring van Minister of Provinciale Staten
0
1
2
2
1
3
1,5
1
1,5
L
Slopen, verstoren, verplaatsen, wijzigen, enz, van een gemeentelijk of provinciaal monument zonder/ in afwijking van een vergunningen
5
4
5
4
4
3
4,2
1
4,2
H
Realisatie met/ in afwijking van een omgevingsvergunning
3
1
2
2
1
2
1,8
1
1,8
L
Realisatie zonder een omgevingsvergunning
3
1
2
2
1
3
2,0
1
2,0
L
Kappen bomen / houtopstand met/ in afwijking van een omgevingsvergunning
1
1
4
2
4
2
2,3
1
2,3
L
Kappen bomen / houtopstand zonder een omgevingsvergunning
1
1
4
2
4
2
2,3
2
4,7
H
Uitvoeren of aanbrengen handelsreclame met/ zonder een omgevingsvergunning
1
1
3
1
3
2
1,8
2
3,7
M
Omgevingsplanactiviteit "vellen van een houtopstand”
Omgevingsplanactiviteit “op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken”
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
65
Om Omgevingsplanactiviteit “op of aan een zaak handelsreclame te Uitvoeren of aanbrengen handelsreclame met/ zonder een omgevingsvergunning Bijlage 6onroerende Risicomatrix toezicht en handhaving (vervolg) maken”
1
1
3
1
3
2
1,8
2
3,7
M
Infoplicht start bouw niet ontvangen
1
1
1
1
1
1
1,0
3
3,0
L
Infoplicht gereed niet ontvangen
1
1
1
1
1
1
1,0
3
3,0
L
Bouwen zonder (volledige) bouwmelding en/of bouwen zonder kwaliteitsborger
4
4
3
1
3
3
3,0
2
6,0
H
Infoplicht ontvangen van kwaliteitsborger i.v.m. strijdigheid Bbl mét hoge effectrisico's afdeling veiligheid (uitgezonderd § 4.2.16), afdeling gezondheid (uitgezonderd § 4.3.7, § 4.3.9 en § 4.3.10), afdeling 4.6 en afdeling bouwwerkinstallaties § 4.7.5 t/m § 4.7.9.*
5
5
4
3
4
4
4,2
1
4,2
H
Infoplicht ontvangen van kwaliteitsborger i.v.m. strijdigheid Bbl zonder hoge effectrisico's afdeling veiligheid (uitgezonderd § 4.2.16), afdeling gezondheid (uitgezonderd § 4.3.7, § 4.3.9 en § 4.3.10), afdeling 4.6 en afdeling bouwwerkinstallaties § 4.7.5 t/m § 4.7.9.*
3
3
2
1
1
2
2,0
2
4,0
M
Wet kwaliteitsborging
Infoplichten Bouw
Bouwmelding
Infoplichten Strijdigheid Bbl/ Beeindiging contract kwaliteitsborger
Infoplicht ontvangen van kwaliteitsborger i.v.m. strijdigheid Bbl overige paragrafen
1
1
1
1
1
1
1,0
2
2,0
L
Ingebruikname van een pand zonder (volledige) gereedmelding met eerdere strijdigheden Kwaliteitsborger
5
5
5
4
5
4
4,7
1
4,7
H
Ingebruikname van een pand zonder (volledige) gereedmelding zonder eerdere strijdigheden Kwaliteitsborger
4
4
2
3
3
3
3,2
1
3,2
M
11,3
ZH
Gereedmelding
Realisatiefase / opleveringsfase / gebruiken (tijdelijk) bouwwerk of perceel met of zonder omgevingsvergunning
Meldingen overige
Melding “brandveilig gebruik”
conform beleidsplan VRMWB Realisatiefase / opleveringsfase / gebruiken (tijdelijk) bouwwerk of perceel met of zonder melding brandveilig gebruik Bedrijfsmatig slopen met asbest met een sloopmelding Particuliere sloop met asbest met een sloopmelding**
Sloopmeldingen
conform het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader OMWB 2
4
Bedrijfsmatig slopen met asbest zonder een sloopmelding
2
2
4
3
2,8
4
conform het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader OMWB
Particuliere sloop met asbest zonder een sloopmelding**
2
5
3
1
3
3
2,8
3
8,5
ZH
Sloopactiviteiten met een sloopmelding
2
1
2
1
1
2
1,5
1
1,5
L
Gebruiken (tijdelijk) bouwwerk of perceel in strijd met voorschriften van het Bbl met hoge effectrisico's
3
3
3
1
1
3
2,3
2
4,7
H
Gebruiken (tijdelijk) bouwwerk of perceel in strijd met voorschriften van het Bbl met lage effectrisico's
1
1
2
1
1
3
1,5
1
1,5
L
Achterstallig onderhoud van panden en/of bijbehorende erven (Wet Victoria) met gevaar voor (constructieve) veiligheid en/of gezondheid
5
5
5
3
4
5
4,5
1
4,5
H
Achterstallig onderhoud van panden en/of bijbehorende erven (Wet Victoria) zonder gevaar voor (constructieve) veiligheid en/of gezondheid
1
1
1
1
1
3
1,3
1
1,3
L
Overige
Besluit bouwwerken leefomgeving
Woningwet
* Relevante paragrafen zijn: §4.2.1 Constructieve veiligheid, §4.3.1a Stabiliteit, drijvend vermogen en sterkte drijvende bouwwerken, 4.2.2 Constructieve veiligheid bij brand, §4.2.3 Afscheiding aan de rand van een vloer, trap of hellingbaan, §4.2.4 Afscheiding aan een rand van een vloer, trap of hellingbaan, §4.2.4 Veilig overbruggen van hoogteverschillen, §4.2.5 Beweegbare constructieonderdelen, §4.2.6 Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie, §4.2.7 Beperkingvan het ontwikkelen van brand en rook, §4.2.8 Beperking van uitbreiding van brand, §4.2.9 Verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook, §4.2.10 Vluchtroutes: verloop, §4.2.11 Vluchtroutes: inrichting en capaciteit, §4.2.12 Hulpverlening bij brand, §4.2.13 Hoge en ondergrondse gebouwen, §4.2.14 Brand- en explosievoorschriftgebieden, §4.2.15 Aanvullende regels tunnelveiligheid, § 4.3.1 Bescherming tegen geluid van buiten, §4.3.2 Bescherming tegen geluid van bouwwerkinstallaties, §4.3.3 Beperking van galm, §4.3.4 Geluidwering tussen ruimten, § 4.3.5 Wering van vocht, § 4.3.6 Luchtverversing, §4.3.8 Afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht, §4.6.1 Bereikbaarheid, algemeen, §4.6.2 Toegankelijkheidssector, § 4.6.3 Bereikbaarheid van een bouwwerk, §4.7.5 bouwwerkinstallaties voor tijdig vaststellen van brand, §4.7.6 bouwwerkinstallaties voorvluchtetn bij
brand, §4.7.7 bouwwerkinstallaties voor bestrijden van brand, §4.7.8 bouwwerkinstallaties voor toegankelijkheid voor hulpverleningsdiensten, §4.7.9 bouwwerkinstallaties voor tunnelveiligheid. ** Bestuurlijke handhaving wordt na opdrachtverstrekking vanuit gemeente door OMWB bestuurlijk uitgewerkt.
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Gilze-Rijen
66