Bijlage 1 - Toelichting - regels - bijlagen - ontwerp Paraplubestemmingsplan Gil
Tekst van het document
het ophogen plaatsvndt op gronden die naar het oordeel van het bewegd gezag niet zettingsgewelig zijn; bij de beoordeling hiervan laat het bewegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
5.5.3
Toetsingscriteria
De omgevngsvergunning als bedoeld in lid 5.5.1 wordt slechts verleend indien:
a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onewnredig worden geschaad, of; één of meerdere van de wlgende voorschriften worden verbonden aan de omgevngsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bewegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
5.5.4
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen worde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek worde gronden waarop een aanvraag om omgevngsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoew van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te owrleggen.
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
11
5.5.5
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevngsvergunning als bedoeld in lid 5.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
5.6
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
5.6.1
Verbod
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevngsvergunning van het bevoegde gezag.
5.6.2
Uitzonderingen
Het in lid 5.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b.
c. d.
het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan het bestaande maaiveld, of; de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich advseren door een archeologisch deskundige.
5.6.3
Toetsingscriteria
De omgevngsvergunning als bedoeld in lid 5.6.1 wordt slechts verleend indien:
a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
5.6.4
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen voorde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voorde gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
12
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
5.6.5
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevngsvergunning als bedoeld in lid 5.6.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
5.7
Wijzigingsbevoegdheid
5.7.1
Wijziging op basis van archeologisch onderzoek
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
5.7.2
Advies
Alvorens de in lid 5.7.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
13
Waarde - Archeologie 2a
Artikel 6 6.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2a' aangewezen gronden zijn, behalv voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd worde bescherming van de archeologische (wrwachtings)waarden en archeologische vindplaatsen, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 2a' voorrang heeft op de andere daar workomende enkelbestemming.
6.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
6.2.1
Verbod
Het is verboden om te bouwen ofte laten bouwen op de mede voor 'Waarde - Archeologie 2a' bestemde gronden.
6.2.2
Uitzonderingen
Het in lid 6.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a.
b.
c.
d.
bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgewerd met een oppervlakte groter dan 100 m2 en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar workomende bestemmingen, of; bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgewerd dieper dan 0,40 meter onder het bestaande maaiwld en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar workomende bestemming(en), of; de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar workomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; gronden waar naar oordeel van het bewegd gezag reeds wrstoring heeft plaatsgewnden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische wndstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bewegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
6.3
Nadere eisen
6.3.1
Behoud archeologische waarden in situ
Het bewegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zowel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
6.4
Afwijken van de bouwregels
6.4.1
Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming
Het bewegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevngsvergunning afwijken van het verbod in lid 6.2.1 worde bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:
14
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onewnredig worden geschaad, of; één of meerdere van de wlgende voorschriften worden verbonden aan de omgevngsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactivteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bewegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de bouwactivteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
6.4.2
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen worde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek worde gronden waarop een aanvraag om omgevngsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoew van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te owrleggen.
6.4.3
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de wrlening van een afwijking als bedoeld in lid 6.4.1, laat het bewegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
6.5.1
Verbod
Het is wrboden om op de wor 'Waarde - Archeologie 2a' aangewezen gronden de wlgende werken en werkzaamheden uit te weren ofte laten uitweren zonder of in afwijking van een omgevngsvergunning van het bewegde gezag: a.
b.
c. d.
e.
f. g.
het uitweren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven (ook ten behoew van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, grawn en/of wrleggen van waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee wrband houdende constructies, installaties of apparatuur; het wrlagen of wrhogen van het waterpeil; het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen van gronden.
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
15
6.5.2
Uitzonderingen
Het in lid 6.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b.
c.
d.
e. f.
g.
h.
het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m2, of; het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 6.5.1 onder a t/m f betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, of; de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevngsvergunning, of; de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PV), of; het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag. Bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige, of; het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 6.5.1 onder g betreft, waarbij: 1.
de bodem als gevolg van het ophogen niet meer wordt belast dan 0,8 ton/m2; 2. het ophogen plaatsvndt op gronden die naar het oordeel van het bevoegd gezag niet zettingsgevoelig zijn; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
6.5.3
Toetsingscriteria
De omgevngsvergunning als bedoeld in lid 6.5.1 wordt slechts verleend indien:
a.
b.
c.
16
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevngsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (Pv), of; 3. een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PVE).
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
6.5.4
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen voorde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voorde gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
6.5.5
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevngsvergunning als bedoeld in lid 6.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
6.6
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
6.6.1
Verbod
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 2a' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevngsvergunning van het bevoegde gezag.
6.6.2
Uitzonderingen
Het in lid 6.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b.
c. d.
e.
het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m2, of; het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, of; de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich advseren door een archeologisch deskundige.
6.6.3
Toetsingscriteria
De omgevngsvergunning als bedoeld in lid 6.6.1 wordt slechts verleend indien:
a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
17
gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
6.6.4
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen voorde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voorde gronden waarop een aanvraag om omgevngsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
6.6.5
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevngsvergunning als bedoeld in lid 6.6.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
6.7
Wijzigingsbevoegdheid
6.7.1
Wijziging op basis van archeologisch onderzoek
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 2a' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
6.7.2
Advies
Alvorens de in lid 6.7.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
18
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
Waarde - Archeologie 2b
Artikel 7 7.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2b' aangewezen gronden zijn, behalv voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd worde bescherming van de archeologische (wrwachtings)waarden en archeologische vindplaatsen, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 2b' voorrang heeft op de andere daar workomende enkelbestemming.
7.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
7.2.7
Verbod
Het is verboden om te bouwen ofte laten bouwen op de mede voor 'Waarde - Archeologie 2b' bestemde gronden.
7.2.2
Uitzonderingen
Het in lid 7.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a.
b.
c.
d.
bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgewerd met een oppervlakte groter dan 100 m2 en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar workomende bestemmingen, of; bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgewerd dieper dan 0,50 meter onder het bestaande maaiwld en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar workomende bestemming(en), of; de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar workomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; gronden waar naar oordeel van het bewegd gezag reeds wrstoring heeft plaatsgewnden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische wndstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bewegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
7.3
Nadere eisen
7.3.1
Behoud archeologische waarden in situ
Het bewegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zowel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
7.4
Afwijken van de bouwregels
7.4.1
Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming
Het bewegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevngsvergunning afwijken van het verbod in lid 7.2.1 worde bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
19
a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onewnredig worden geschaad, of; één of meerdere van de wlgende voorschriften worden verbonden aan de omgevngsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactivteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bewegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de bouwactivteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
7.4.2
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen worde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek worde gronden waarop een aanvraag om omgevngsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoew van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te owrleggen.
7.4.3
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de wrlening van een afwijking als bedoeld in lid 7.4.1, laat het bewegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.5.1
Verbod
Het is wrboden om op de wor 'Waarde - Archeologie 2b' aangewezen gronden de wlgende werken en werkzaamheden uit te weren ofte laten uitweren zonder of in afwijking van een omgevngsvergunning van het bewegde gezag:
g.
het uitweren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven (ook ten behoew van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, grawn en/of wrleggen van waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee wrband houdende constructies, installaties of apparatuur; het wrlagen of wrhogen van het waterpeil; het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen van gronden.
20
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
a.
b.
c. d.
e.
f.
7.5.2
Uitzonderingen
Het in lid 7.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b.
c.
d.
e.
f.
g.
h.
het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m2, of; het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.5.1 onder a t/m f betreft die niet dieper reiken dan 0,50 meter onder het bestaande maaiveld, of; de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevngsvergunning, of; de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PV), of; het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag. Bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige, of; het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.5.1 onder g betreft, waarbij: 1.
de bodem als gevolg van het ophogen niet meer wordt belast dan 0,8 ton/m2; 2. het ophogen plaatsvndt op gronden die naar het oordeel van het bevoegd gezag niet zettingsgevoelig zijn; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
7.5.3
Toetsingscriteria
De omgevngsvergunning als bedoeld in lid 7.5.1 wordt slechts verleend indien:
a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevngsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (Pv), of; 3. een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PVE).
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
21
7.5.4
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen voorde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voorde gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
7.5.5
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevngsvergunning als bedoeld in lid 7.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
7.6
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
7.6.1
Verbod
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 2b' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevngsvergunning van het bevoegde gezag.
7.6.2
Uitzonderingen
Het in lid 7.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b.
c. d.
e.
het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m2, of; het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,50 meter onder het bestaande maaiveld, of; de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich advseren door een archeologisch deskundige.
7.6.3
Toetsingscriteria
De omgevngsvergunning als bedoeld in lid 7.6.1 wordt slechts verleend indien:
a.
b.
c.
22
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). 7.6.4
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen voorde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voorde gronden waarop een aanvraag om omgevngsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
7.6.5
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevngsvergunning als bedoeld in lid 7.6.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
7.7
Wijzigingsbevoegdheid
7.7.1
Wijziging op basis van archeologisch onderzoek
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 2b' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
7.7.2
Advies
Alvorens de in lid 7.7.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
23
Waarde - Archeologie 3a
Artikel 8 8.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3a' aangewezen gronden zijn, behalv voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd worde bescherming van de archeologische (wrwachtings)waarden en archeologische vindplaatsen, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 3a' voorrang heeft op de andere daar workomende enkelbestemming.
8.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
8.2.1
Verbod
Het is verboden om te bouwen ofte laten bouwen op de mede voor 'Waarde - Archeologie 3a' bestemde gronden.
8.2.2
Uitzonderingen
Het in lid 8.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a.
b.
c.
d.
bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgewerd met een oppervlakte groter dan 500 m2 en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar workomende bestemmingen, of; bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgewerd dieper dan 0,40 meter onder het bestaande maaiwld en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar workomende bestemming(en), of; de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar workomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; of gronden waar naar oordeel van het bewegd gezag reeds wrstoring heeft plaatsgewnden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische wndstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bewegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
8.3
Nadere eisen
8.3.1
Behoud archeologische waarden in situ
Het bewegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zowel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
8.4
Afwijken van de bouwregels
8.4.1
Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming
Het bewegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevngsvergunning afwijken van het verbod in lid 8.2.1 worde bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:
24
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onewnredig worden geschaad, of; één of meerdere van de wlgende voorschriften worden verbonden aan de omgevngsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactivteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bewegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de bouwactivteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
8.4.2
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen worde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek worde gronden waarop een aanvraag om omgevngsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoew van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te owrleggen.
8.4.3
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de wrlening van een afwijking als bedoeld in lid 8.4.1, laat het bewegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
8.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.5.1
Verbod
Het is wrboden om op de wor 'Waarde - Archeologie 3a' aangewezen gronden de wlgende werken en werkzaamheden uit te weren ofte laten uitweren zonder of in afwijking van een omgevngsvergunning van het bewegde gezag: a.
b.
c. d.
e.
f. g.
het uitweren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven (ook ten behoew van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, grawn en/of wrleggen van waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee wrband houdende constructies, installaties of apparatuur; het wrlagen of wrhogen van het waterpeil; het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen van gronden.
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
25
8.5.2
Uitzonderingen
Het in lid 8.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b.
c.
d.
e.
f.
g.
h.
het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m2, of; het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 8.5.1 onder a t/m f betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, of; de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevngsvergunning, of; de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PV), of; het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag. Bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige, of; het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 8.5.1 onder g betreft, waarbij: 1.
de bodem als gevolg van het ophogen niet meer wordt belast dan 0,8 ton/m2; 2. het ophogen plaatsvndt op gronden die naar het oordeel van het bevoegd gezag niet zettingsgevoelig zijn; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
8.5.3
Toetsingscriteria
De omgevngsvergunning als bedoeld in lid 8.5.1 wordt slechts verleend indien:
a.
b.
c.
26
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevngsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (Pv), of; 3. een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PVE).
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
8.5.4
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen voorde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voorde gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
8.5.5
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevngsvergunning als bedoeld in lid 8.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
8.6
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
8.6.1
Verbod
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 3a' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevngsvergunning van het bevoegde gezag.
8.6.2
Uitzonderingen
Het in lid 8.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b.
c. d.
e.
het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m2, of; het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, of; de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich advseren door een archeologisch deskundige.
8.6.3
Toetsingscriteria
De omgevngsvergunning als bedoeld in lid 8.6.1 wordt slechts verleend indien:
a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
27
gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
8.6.4
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen voorde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voorde gronden waarop een aanvraag om omgevngsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
8.6.5
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevngsvergunning als bedoeld in lid 8.6.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
8.7
Wijzigingsbevoegdheid
8.7.1
Wijziging op basis van archeologisch onderzoek
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 3a' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
8.7.2
Advies
Alvorens de in lid 8.7.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
28
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
Waarde - Archeologie 3b
Artikel 9 9.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3b' aangewezen gronden zijn, behalv voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd worde bescherming van de archeologische (wrwachtings)waarden en archeologische vindplaatsen, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 3b' voorrang heeft op de andere daar workomende enkelbestemming.
9.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
9.2.1
Verbod
Het is verboden om te bouwen ofte laten bouwen op de mede voor 'Waarde - Archeologie 3b' bestemde gronden.
9.2.2
Uitzonderingen
Het in lid 9.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a.
b.
c.
d.
bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgewerd met een oppervlakte groter dan 500 m2 en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar workomende bestemmingen, of; bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgewerd dieper dan 0,50 meter onder het bestaande maaiwld en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar workomende bestemming(en), of; de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar workomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; of gronden waar naar oordeel van het bewegd gezag reeds wrstoring heeft plaatsgewnden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische wndstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bewegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
9.3
Nadere eisen
9.3.1
Behoud archeologische waarden in situ
Het bewegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zowel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
9.4
Afwijken van de bouwregels
9.4.1
Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming
Het bewegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevngsvergunning afwijken van het verbod in lid 9.2.1 worde bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
29
a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onewnredig worden geschaad, of; één of meerdere van de wlgende voorschriften worden verbonden aan de omgevngsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactivteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bewegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de bouwactivteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
9.4.2
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen worde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek worde gronden waarop een aanvraag om omgevngsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoew van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te owrleggen.
9.4.3
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de wrlening van een afwijking als bedoeld in lid 9.4.1, laat het bewegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.5.1
Verbod
Het is wrboden om op de wor 'Waarde - Archeologie 3b' aangewezen gronden de wlgende werken en werkzaamheden uit te weren ofte laten uitweren zonder of in afwijking van een omgevngsvergunning van het bewegde gezag:
g.
het uitweren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven (ook ten behoew van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, grawn en/of wrleggen van waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee wrband houdende constructies, installaties of apparatuur; het wrlagen of wrhogen van het waterpeil; het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen van gronden.
30
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
a.
b.
c. d.
e.
f.
9.5.2
Uitzonderingen
Het in lid 9.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b.
c.
d.
e. f.
g.
h.
het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m2, of; het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 9.5.1 onder a t/m f betreft die niet dieper reiken dan 0,50 meter onder het bestaande maaiveld, of; de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevngsvergunning, of; de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PV), of; het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag. Bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige, of; het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 9.5.1 onder g betreft, waarbij: 1.
de bodem als gevolg van het ophogen niet meer wordt belast dan 0,8 ton/m2; 2. het ophogen plaatsvndt op gronden die naar het oordeel van het bevoegd gezag niet zettingsgevoelig zijn; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
9.5.3
Toetsingscriteria
De omgevngsvergunning als bedoeld in lid 9.5.1 wordt slechts verleend indien:
a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevngsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (Pv), of; 3. een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PVE).
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
31
9.5.4
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen voorde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voorde gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
9.5.5
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevngsvergunning als bedoeld in lid 9.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
9.6
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
9.6.1
Verbod
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 3b' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevngsvergunning van het bevoegde gezag.
9.6.2
Uitzonderingen
Het in lid 9.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b.
c. d.
e.
het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m2, of; het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,50 meter onder het bestaande maaiveld, of; de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich advseren door een archeologisch deskundige.
9.6.3
Toetsingscriteria
De omgevngsvergunning als bedoeld in lid 9.6.1 wordt slechts verleend indien:
a.
b.
c.
32
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
9.6.4
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt overeen voorde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voorde gronden waarop een aanvraag om omgevngsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
9.6.5
Advies
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevngsvergunning als bedoeld in lid 9.6.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.
9.7
Wijzigingsbevoegdheid
9.7.1
Wijziging op basis van archeologisch onderzoek
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 3b' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
9.7.2
Advies
Alvorens de in lid 9.7.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
33
Waarde - Archeologie 4
Artikel 10 10.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd worde bescherming van de archeologische (wrwachtings)waarden en archeologische vindplaatsen, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' voorrang heeft op de andere daar workomende enkelbestemming.
10.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
10.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen ofte laten bouwen op de mede voor 'Waarde - Archeologie 4' bestemde gronden.
10.2.2 Uitzonderingen Het in lid 10.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a.
b.
c.
d.
bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgewerd met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar workomende bestemmingen, of; bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgewerd dieper dan 0,30 meter onder het bestaande maaiwld en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar workomende bestemming(en), of; de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar workomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; of; gronden waar naar oordeel van het bewegd gezag reeds wrstoring heeft plaatsgewnden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische wndstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bewegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
10.3
Nadere eisen
10.3.1 Behoud archeologische waarden in situ
Het bewegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zowel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
10.4
Afwijken van de bouwregels
10.4.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming
Het bewegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevngsvergunning afwijken van het verbod in lid 10.2.1 worde bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:
34
Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)
a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onewnredig worden geschaad, of; één of meerdere van de wlgende voorschriften worden verbonden aan de omgevngsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactivteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bewegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de bouwactivteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).