CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting - regels - bijlagen - ontwerp Paraplubestemmingsplan Gil

Gemeenteraad 23 september 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 202330.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De veroorzaker van de bodemverstoring is verantwoordelijk voor het vroegtijdig (laten) uitvoeren van archeologisch onderzoek en de financiering daarvan (het ‘veroorzaker betaalt principe’). Onderzoek

Hoofdstuk 4

27

BIO

moet worden uitgevoerd door een daarvoor gecertificeerde instantie en worden afgesloten met een schriftelijke wetenschappelijke verslaglegging. Een informatieplicht is vastgelegd in de vorm van ver­ plichte uitwisseling van informatie en het actueel houden van een databank met archeologische gege­ vens. Dit is een taak die bij het Rijk is belegd. Rijk Monumentenwet 1988 en Wet op de archeologische monumentenzorg 2007 Het ‘Verdrag van Malta’ is in 1998 door Nederland geratificeerd (Monumentenwet 1988) en op 1 sep­ tember 2007 via de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz wijzigt onder andere de Monumentenwet 1988, waardoor overheden bij bodemingrepen verplicht reke­ ning moesten gaan houden met in de bodem (te verwachten) archeologische waarden. Sinds de in­ voering van de Wamz zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Het doel van de Wamz is om archeologische resten waar nodig te beschermen, zonder daarbij meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk. Vergeleken met de doelstelling van het ‘Verdrag van Malta’ kent de Wamz een nuancering. De wetge­ ver geeft namelijk aan dat de bescherming van archeologie naar verhouding dient te zijn. Dit geeft ruimte voor een belangenafweging. De uitgangspunten van de Wamz sluiten veelal aan bij het ‘Ver­ drag van Malta’.

Zo wordt veel waarde gehecht aan behoud en beheer in de bodem. Ook het ‘veroorzaker-betaalt-principe ’ is integraal overgenomen. Daarnaast geldt vanuit de wet 100 m2 als vrijstel­ lingsgrens ten aanzien van de onderzoeksverplichting voor ‘projecten', wel met dien verstande dat de gemeenteraad een hiervan afwijkende beargumenteerde andere oppervlakte kan vaststellen.

De bevoegdheid ten aanzien van de omgang met het bodemarchief is sindsdien dus in de meeste ge­ vallen bij de gemeentelijke overheden komen te liggen. Gemeenten moeten sindsdien bij het vaststel­ len van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond rekening hou­ den met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden: één integrale wet die betrekking heeft op muse­ ale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onderwater. De Erfgoedwet bundelt eerdere wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Het uit­ gangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden ten­ minste worden gehandhaafd. De Erfgoedwet vormt samen met de toekomstige Omgevingswet de op­ volger van de Monumentenwet 1988 en daarmee ook van de Wamz. Laatstgenoemde twee wetten zijn derhalve met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet grotendeels vervallen. Voor het aspect archeologie is er met de komst van de Erfgoedwet vrijwel niets veranderd. De groot­ ste impact van de wet is het feit dat archeologische bedrijven niet meer werken onder een opgravingsvergunning van de Minister van OC&W, maar dat ze zich voor verschillende werkzaamheden moeten certificeren.

Zolang de Omgevingswet nog niet in werking getreden is, is er ten aanzien van de arche­ ologische erfgoedzorg sprake van een overgangsregeling. Deze overgangsregeling is opgenomen in artikel 9.1 van de Erfgoedwet. De regeling houdt in dat de bepalingen uit de Monumentenwet 1988

Hoofdstuk 4

28

BIO

met betrekking tot archeologie van toepassing blijven, tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Provincie In het kader van het cultuurbeleid zet de provincie Noord-Brabant in op versterking van de Brabantse identiteit. Onderdeel hiervan is het behoud van het Brabantse ruimtelijk erfgoed. De inzet van dit erf­ goed is gericht op verhoging van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en het verbinden van dit erfgoed met Noord-Brabant en haar inwoners. De provincie heeft de erfgoedwaarden van provinciaal belang zorgvuldig afgebakend op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) en gedeeltelijk juridisch geborgd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). In totaal zijn er 21 cultuurhistorische landschappen met daarbinnen historisch landschappelijke vlak­ ken en 16 archeologische landschappen geselecteerd en beschreven. Het betreffen oude bewoningsarealen die de huidige gemeentegrenzen overschrijden en waarvan het bodemarchief een hoge mate van gaafheid heeft. Een van deze landschappen betreft het Dekzandeiland Alphen-Baarle. De archeo­ logische landschappen zijn niet opgenomen in de IOV. Er zijn dus geen instructieregels voor het as­ pect archeologie vanuit provinciaal oogpunt. De reden hiervoor is dat borging reeds plaatsvindt via de landelijke wet- en regelgeving en via het gemeentelijke archeologiebeleid. Verder geldt de provincie als bevoegde overheid bij ontgrondingen en sommige gemeentegrensoverschrijdende projecten.

Voorts heeft de provincie een stimulerende rol in de bescherming van het ar­ cheologisch belang. Tot slot zet de provincie in op het belang van het regionaal samenwerken wan­ neer er ruimtelijke plannen bestaan binnen de archeologische landschappen die gemeentegrenzen overstijgen.

Gemeente Nota Archeologie Om invulling te kunnen geven aan de gemeentelijke archeologische taken die met de inwerkingtreding van de Wamz in 2007 zijn ontstaan, besloot de gemeente Gilze en Rijen zoals gezegd in 2010 om ge­ meentelijk beleid ten aanzien van de archeologische monumentenzorg op te stellen. In 2022 is dit ver­ ouderde beleid geactualiseerd door onderzoeks- en adviesbureau BAAC. De nieuwe beleidskaart is in 2022 vastgesteld door de gemeenteraad.

Archeologische verwachtingen- en beleidskaart Op de archeologische verwachtingen- en beleidskaart van de gemeente Gilze en Rijen zijn meerdere archeologische kaarteenheden, variërend van een hoge archeologische verwachting tot een lage ar­ cheologische verwachting en archeologische waarden, weergegeven. In totaal zijn er 12 verschillende archeologische waarden- en verwachtingszones op de beleidskaart opgenomen. Elke beleidscatego­ rie heeft een eigen kleur en nummer gekregen. Een uitsnede uit betreffende archeologische beleids­ kaart inclusief bijbehorende legenda is opgenomen in de navolgende figuur.

Hoofdstuk 4

29

BIO

1) ƒ

—1

rëltdlë-gjishé bekidkk ürl üeiHttiMe ilz-Hii L-i EGILMH#*

= 3M"4=ITEIMI «KW *«p

m i E.32" aaa. Huna-s anitjesta

2xemsmëngzna4

r

-

IFE-L-LI.•s-.: Mage”ifsmr-M:s-IE

+**3

MrEFGaIN F 2- • X: M-MIMIIF--II mdte aaxam.knasgannceas=2 Nmp

is.*0.

iM"*ogsnemS-5* EHöNL

ERET*E

an-c-rarN:eI 30-40 IGLII Hdkena K ars • 3M-K =i

Figuur 8: Archeologische beleidskaart Gemeente Gilze en Rijen, inclusief bijbehorende legenda (bron: BAAC).

Hoofdstuk 4

30

BO

Categorie 1 - beleidskaart rood Beschermd archeologisch monument Deze categorie omvat onder meerde wettelijk beschermde archeologische monumenten. Deze komen in de gemeente Gilze en Rijen niet voor, maar kunnen in de toekomst eventueel wel aangewezen wor­ den door het Rijk. Daarom wordt ten aanzien hiervan toch een korte toelichting gegeven.

De beschermde monumenten omvatten gebieden waar archeologische resten van nationaal belang zijn vastgesteld met onder meer een zeer hoge kwaliteit, zeldzaamheid en contextwaarde. Voor wettelijk beschermde terreinen is behoud van de bestaande situatie vereist en dient aantasting van de archeo­ logische resten vermeden te worden. Deze terreinen komen slechts na uitzonderlijke toestemming van de minister (via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) voor een bestemmingswijziging in aanmer­ king. Dit gebeurt volgens een aparte procedure. Ook de gemeente Gilze en Rijen kan, op grond van de Erfgoedverordening, beschermde archeologische monumenten aanwijzen. De gemeente Gilze en Rijen kent op dit moment geen beschermde archeolo­ gische monumenten. Kamp Rijen (terrein van zeer hoge waarde) In deze zone, ten zuiden van Rijen, liggen de voornaamste overblijfselen van het zogenoemde Kamp Rijen. Kamp Rijen betrof een militair kampement en oefenterrein, aangelegd in opdracht van Koning Willem I ten tijde van de Belgische afscheiding. De afscheiding van België (1830) betekende het einde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Omdat Koning Willem I zich weigerde hierbij neer te leg­ gen hield Nederland zijn veldleger jarenlang - tot de formele scheiding was geregeld (1839) - gemobi­ liseerd in Brabant. De manschappen oefenden in het uitvoeren van manoeuvres op grote schaal.

Het militaire kamp van Rijen is naast het kamp van Oirschot het enige nog resterende oefenkamp uit deze periode. In de jaren 2019-2021 heeft uitgebreid archeologisch onderzoek plaatsgevonden ter plaatse van Kamp Rijen.2 Hieruit volgt dat nog verschillende overblijfselen van het kamp aanwezig zijn. De meest gave delen van het kamp en oefenbaan bevinden zich in het huidige bos tussen de bebouwde kom van Rijen en de Rijksweg en op delen van de huidige Vliegbasis Gilze-Rijen. De huidige bosgronden (voorheen heidevelden) zijn al meer dan 200 jaarin militair bezit waardoor er geen grootschalige landschapsingrepen zoals heideontginningen, ruilverkavelingswerken en agrarische werkzaamheden hebben plaatsge­ vonden. Door het uitblijven van bodemkundige ingrepen is niet alleen het cultuurhistorisch microreliëf gespaard gebleven. Ook vondsmateriaal is op de positie blijven liggen (primaire context) zoals deze na de ontmanteling van het militair kamp is achtergelaten.

Gezien deze zeer hoge archeologische waarde geldt dat in deze zone geen werkzaamheden zijn toe­ gestaan die die het cultuurhistorisch microreliëf of vondstlaag aantasten. Dit vertaalt zich in het regime dat de bouw van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde niet zijn toegestaan, tenzij archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd.

2

J. Roymans 2021: Waardestellend onderzoek Militair kamp Willem I en oefenbaan, RAAP-RAPPORT 1120.

Hoofdstuk 4

31

BIO

Categorie 2 - beleidskaart zalmrood Terreinen met hoge waarde De gebieden behorende tot categorie 2 betreffen verschillende zones: • zones met een archeologische verwachting op resten van jagers en verzamelaars; • gebufferde zones met een archeologische verwachting gerelateerd aan historische elementen; • AMK-terreinen. Dit betreffen archeologische monumenten zoals opgenomen op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) die niet wettelijk beschermd zijn maar wel (zeer) waardevol. De AMK is een statische kaart die in samenwerking met de verschillende provincies en gemeentelijk archeo­ logen is ontwikkeld. De kaart is te raadplegen via Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de provincie Noord-Brabant; • historische dorpskernen. Binnen de historische dorpskernen kunnen resten van (middeleeuwse) dorpsbewoning worden verwacht. In deze gebieden dienen bij voorkeur geen werkzaamheden (inclusief ondergrondse sloopwerkzaam­ heden) te worden uitgevoerd die tot fysieke aantasting van de (verwachte) archeologische resten leiden. Het beleid is dus gericht op behoud van de bestaande situatie: behoud in situ. Indien verstoring niet vermeden kan worden, dient zo veel mogelijk in een vroege fase van de planvorming archeologisch onderzoek plaats te vinden.

Kamp Rijen (terrein van hoge waarde) In de jaren 2019-2021 heeft uitgebreid archeologisch onderzoek plaatsgevonden ter plaatse van Kamp Rijen.3 Hieruit volgt dat sommige delen van het kamp in de loop van de 19e en 20e eeuw zijn overbouwd of in gebruik zijn genomen als sport- of kampeerterrein. In deze zones hebben werkzaamheden plaats­ gevonden waarvan de verstoringsdiepte niet bekend is. Ongetwijfeld zijn hierbij archeologische resten ongezien verloren gegaan. Zo is het aanwezige cultuurhistorisch microreliëf verdwenen en zijn, afhan­ kelijk van de verstoringsdiepte, archeologische sporen onthoofd dan wel (mogelijk) voorgoed verdwe­ nen. Ook vondstmateriaal is als gevolg van de werkzaamheden uit de oorspronkelijke context geraakt en heeft daarmee de archeologische waarde gedeeltelijk verloren. Deze terreinen komen daarmee niet in aanmerking voor een bescherming als opgenomen in beleidscategorie 1. In deze zone kan - bij noodzakelijke ingrepen - archeologisch bureauonderzoek en booronderzoek plaatsvinden. Op basis van dit onderzoek kan meer inzicht worden verkregen in de werkelijke verstoringsdiepte. Indien op grond van dit onderzoek wordt vermoed dat er nog archeologische sporen in de ondergrond aanwezig zijn, dient een opgraving/archeologische begeleiding plaats te vinden.

Categorie 2a - beleidskaart zalmroze Deze categorie bestaat uit gebieden met eenzelfde verwachting als de gebieden van categorie 2, maar dan afgedekt met een in dikte variërend pakket stuifzand waardoor de diepte-vrijstellingsgrens wat rui­ mer is.

3

Zie: J. Roymans 2021: Waardestellend onderzoek Militair kamp Willem I en oefenbaan, RAAP-RAPPORT 1120.

Hoofdstuk 4

32

BIO

Categorie 3 - beleidskaart oranje In deze zones worden archeologische resten van boeren- en staatse samenlevingen verwacht. Deze zijn in omvang groter dan bewoningsarealen van jagers en verzamelaars en kennen daarom een rui­ mere vrijstellingsgrens. In deze gebieden dienen bij voorkeur geen werkzaamheden (inclusief onder­ grondse sloopwerkzaamheden) te worden uitgevoerd die tot fysieke aantasting van de (verwachte) ar­ cheologische resten leiden. Het beleid is dus gericht op behoud van de bestaande situatie: behoud in situ. Indien verstoring niet vermeden kan worden, dient zo veel mogelijk in een vroege fase van de planvorming archeologisch onderzoek plaats te vinden. Categorie 4 - beleidskaart licht oranje De gebieden die in deze categorie vallen hebben eenzelfde verwachting als de gebieden van categorie 3, maar dan afgedekt met een in dikte variërend pakket stuifzand waardoor de diepte vrijstellingsgrens wat ruimer is. Categorie 5 - beleidskaart turquoise De gebieden behorende tot categorie 5 betreffen zones waar bijzondere, aan water gerelateerde data­ sets kunnen worden aangetroffen. Het betreft beekdalen en vennen waarbij bijvoorbeeld resten van rituele offers, visvijvers en jachtattributen zoals fuiken, strikken, netten, pijlpunten en/of harpoenen wor­ den verwacht. Ook voor resten van transport via water (boot/kano/aanlegsteigers) moet men in de natte gebieden zijn.

Verder kunnen hier afvaldumps worden aangetroffen, alsmede resten van bouwwerken die in verband kunnen worden gebracht met het controleren van de waterhuishouding (stuwen, dijken, duikers en oeverbeschoeiing). In deze gebieden dienen bij voorkeur geen werkzaamheden (inclusief ondergrondse sloopwerkzaamheden) te worden uitgevoerd die tot fysieke aantasting van de (ver­ wachte) archeologische resten leiden. Het beleid is dus gericht op behoud van de bestaande situatie: behoud in situ. Indien verstoring niet vermeden kan worden, dient zo veel mogelijk in een vroege fase van de planvorming archeologisch onderzoek plaats te vinden. Categorie 6 - beleidskaart geel Binnen de gebieden die in deze categorie vallen, geldt een lage kans op het aantreffen van archeolo­ gische resten. Omdat archeologische resten niet uit te sluiten zijn, is gekozen voor ruime vrijstellings­ grenzen. Categorie 7 - beleidskaart donker grijs In deze categorie vallen de zones waar geen kans is op het aantreffen van archeologische resten omdat ze (diep) verstoord zijn. Daarom hoeft voor deze zones geen archeologische dubbelbestemming te wor­ den opgenomen. Categorie 8a - beleidskaart licht grijs, blauw omrand Deze categorie bestaat uit reeds onderzochte en geheel vrijgegeven gebieden. . Daarom hoeft voor deze zones geen archeologische dubbelbestemming te worden opgenomen

Hoofdstuk 4

33

BIO

Categorie 8b - beleidskaart wit, blauw omrand Deze categorie bestaat uit reeds onderzochte gebieden die niet of slechts ten dele zijn vrijgegeven. Er kan sprake zijn van twee situaties: 1. Het reeds uitgevoerde onderzoek is nog niet afgerond. Dat wil zeggen dat op basis van het vooron­ derzoek nog vervolgonderzoek noodzakelijk is. Ten behoeve van het parapluplan zijn de vrijstellings­ grenzen van deze gebieden o.b.v. de (tussentijdse) resultaten aangepast en verwerkt in een nieuwe of bestaande WR-a. De zones zoals opgenomen op de beleidskaart zijn daarom niet als zodanig te herkennen op de verbeelding;

Er kan sprake zijn van de volgende situaties: • indien alleen een bureauonderzoek of een bureauonderzoek aangevuld met een booronderzoek is uitgevoerd waaruit blijkt dat vervolgonderzoek noodzakelijk is maar (nog) niet is uitgevoerd dan is er sprake van een hoge verwachting. Er wordt dan aangesloten bij deze categorie van de beleidskaart; • indien uit een proefsleuvenonderzoek blijkt dat er een vindplaats aanwezig is maar deze blijkt (nog) niet verder onderzocht dan is hiervoor een oppervlakte- en dieptegrens opgenomen van 0 m2 en 0 cm minus maaiveld. Daar waar geen vindplaats aanwezig bleekte zijn, is het onder­ zochte gebied uiteraard vrijgegeven.

2. er is onderzoek uitgevoerd dat nooit aan de gemeente is voorgelegd ter beoordeling en besluitvor­ ming. Er ontbreekt van deze gebieden een besluit over het plangebied. Deze gebieden zijn op een separate kaart opgenomen die als bijlage in het parapluplan is opgenomen zodat wel duidelijk is om welke gebieden het gaat. Zo maakt de gemeente inzichtelijk van welke gebieden wel een archeolo­ gische rapportage bestaat. Deze rapportages zijn op te vragen bij de RCE. De zones zoals opgeno­ men op de beleidskaart zijn daarom niet als zodanig te herkennen op de verbeelding. Deze situaties zijn niet (te) onderscheiden op de beleidskaart. Ze zijn wel nader uitgewerkt ten behoeve van het parapluplan. In dit kader zijn ook de onderzoeken die zijn uitgevoerd sinds de opstelling van de archeologiekaart meegenomen en op de verbeelding verwerkt.

Verstoorde terreinen - beleidskaart raster In de legenda en op de beleidskaart is een signalerende laag (raster) met mogelijke bodemverstoringen weergegeven. Het betreft hier gebieden waar de bodem mogelijk tot in het archeologisch relevante niveau is verstoord. Deze terreinen worden niet vrijgesteld van toekomstig onderzoek omdat archeolo­ gische waarden kunnen nog in de bodem aanwezig kunnen zijn. Het onderliggende regime is hiervan toepassing.

4.2.2 Onderzoek Door het middels onderhavig paraplubestemmingsplan voorzien in een uniform en actueel planolo­ gisch toetsingskader met betrekking tot archeologie en parkeren en laden en lossen worden geen

Hoofdstuk 4

34

BIO

nieuwe (hoofd)functies mogelijk gemaakt. Ook vindt er hiermee geen verruiming plaats van de ge­ bruiksmogelijkheden van bestaande functies. In zoverre voorziet onderhavig paraplubestemmings­ plan, ten opzichte van de reeds voor het plangebied vigerende bestemmings- uitwerkings- en wijzigingsplannen, niet in nieuwe planologische mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er komen hiermee geen archeologische waarden in het geding. Met toevoegen van een woonbestemming aan de Marga Klompélaan 13 in Rijen, waarmee de juridisch-planologische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie, en het intro­ duceren van een juridisch-planologische bescherming van de cultuurhistorische waarden van de be­ bouwing aan de Hoofdstraat 59 in Rijen wordt niet voorzien in concrete ruimtelijke ontwikkelingen. Eventueel archeologische waarden komen daarom dan ook niet in het geding.

Eén van de redenen om over te gaan tot het opstellen van onderhavig paraplubestemmingsplan was dat het huidige archeologische beleid van de gemeente Gilze en Rijen kan op dit moment onvol­ doende kan worden geëffectueerd. De reden daarvoor is dat hetgeen is opgenomen op deze archeo­ logische beleidskaart louter doorwerking heeft gevonden in enkele herzieningen van ruimtelijke plan­ nen van na de vaststelling van de archeologische beleidskaart.

Zoals reeds aangegeven in hoofdstuk 3 wordt op de archeologische beleidskaart van de gemeente Gilze en Rijen een onderscheid gemaakt tussen verschillende archeologische kaarteenheden, vad­ erend van een hoge archeologische verwachting tot een lage archeologische verwachting en archeo­ logische waarden. Op de archeologische beleidskaart zijn meerdere archeologische kaarteenheden, variërend van een hoge archeologische verwachting tot een lage archeologische verwachting en archeologische waar­ den, weergegeven. In totaal zijn er 12 verschillende archeologische waarden- en verwachtingszones op de beleidskaart opgenomen. Elke beleidscategorie heeft een eigen kleur en nummer gekregen. De 12 beleidscategorieën zijn in onderhavig paraplubestemmingsplan vertaald naar 7 verschillende ar­ cheologische dubbelbestemmingen. Het betreft hierbij de archeologische dubbelbestemmingen. Het betreft hierbij de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 1’, ‘Waarde - Archeologie 2a’, ‘Waarde - Archeologie 2b’, ‘Waarde - Archeologie 3a’, ‘Waarde - Archeologie 3b’, ‘Waarde - Archeologie 4’ en ‘Waarde - Archeologie 5’. In de op de volgende pagina weergegeven tabel is aangegeven op wijze de beleidscategorieën zijn vertaald naar archeologische dubbelbestemmingen. Voor elk van deze categorieën is een separaat beschermingsregime opgenomen in de planregels van onderhavig paraplubestemmingsplan.

Vanwege het hanteren van maatwerkregimes voor locaties waar reeds archeologisch onderzoek is uitgevoerd maar waar dit onderzoek nog niet is afgerond is er is er, aanvullend op de archeologische dubbelbestemmingen die een vertaling zijn van de beleidscategorieën uit de archeologische beleids­ kaart, ook een bestemming ‘Waarde - Archeologie 6’ opgenomen in de regels van onderhavig para­ plubestemmingsplan.

Hoofdstuk 4

35

BIO

Archeologische beleidskaart Gemeente Gilze-Rijen LEGENDA Beleid

beleidscategorie categorie 1

bj ingrepen groter dan 0 m dient een waardestellend archeologisch Waarde -Archeologie 1 rapport te worden overlegd

categorie 2

b. ingrepen groter dan 100 en dieper dan 40 cm beneden maaiveld Waarde dient een waardestellend archeologisch rapportie worden overlegd

categorie 2a

b. ingrepen groter dar 100 m' en dieper dan 50 cm beneden maaiveld Waarde dient een waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd

categorie 3

b. ingrepen groter dar 500 m' en c eper dan 40 cm beneden maaiveld Waarde dient een waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd

Archeologie 2a

]

Archeologie 2b Archeologie 3a

[

]

categorie 4

b ingrepen groter dan 500 m en dieper dan 50 cm beneden maaiveld Waarde dient een waardestellend archeologisch rapport ie worden overlegd

[

]

categorie 5

bj ingrepen groter dan 1000 m en dieper dan 30 cm beneden maaiveld dient een waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd.

[

]

categorie 6

bj ingrepen groter dan 25.000 m' en dieper dan 40 cm beneden maaiveld dient een waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd

Archeologie 3b Waarde - Archeologie 4

Waarde - Archeologie 5

Topografie

categorie?

[ [

] ]

verstoord terrein, vrijgesteld van onderzoek

Geen dubbelbestemming

categorie 8a

reeds onderzoent, vrijgesteld van onderzoek Geen dubbelbestemming

categorie 8b

reeds onderzocht en ten dele vrgesteld van onderzoek. Betreffende onderzoek dient te worden inzien op basis waarvan kan worden besloten of nader onderzoek is vereist

O

gemeentegrens topografie

(ater

V

Verstoorde terreinen, de archeologisch relevante bodemlagen zijn mogeijk verstoord. Onderliggende categorie s leidend

Geen dubbelbestemming

Onderliggende categorie is leidend Figuur 9: vertaling archeologische beleidskaart naar dubbelbestemmingen (Bron: BAAC/BRO)

Het is op grond van de planregels voorde in onderhavig paraplubestemmingsplan opgenomen arche­ ologische dubbelbestemmingen in beginsel verboden om op de betreffende gronden te bouwen, te laten bouwen, bepaalde werken en werkzaamheden uit te voeren ofte laten uitvoeren zonder of in af­ wijking van een omgevingsvergunning of bouwwerken te slopen ofte laten slopen. Op deze hoofdre­ gels gelden wel uitzonderingen. Deze uitzonderingen zijn opgenomen in de planregels van onderhavig paraplubestemmingsplan.

4.2.3 Conclusie Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect archeologie. Het paraplubestem­ mingsplan voorziet in een adequaat en actueel beschermingsregime.

Hoofdstuk 4

36

BO

4.3 Cultuurhistorie Het aspect cultuurhistorie is enkel relevant in het kaderde wijzigingen in hetjuridisch-planologisch kader voorde locatie Hoofdstraat 59, Rijen waarin middels onderhavig paraplubestemmingsplan wordt voor­ zien. In de navolgende deel van deze paragraaf zal een nadere toelichting worden gegeven met betrek­ king tot het aspect cultuurhistorie.

Planhistorie Bestemmingsplan ‘Kerngebied Rijen’ Op 19 april 1993 is het bestemmingsplan ‘Kerngebied Rijen’ vastgesteld. Op 7 december 1993 is dit bestemmingsplan goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. In dit bestemmingsplan is het pand Hoofdstraat 59, Rijen aangeduid als ‘cultuurhistorisch waardevolle bebouwing’. Aan deze aanduiding is een vergunningenstelsel gekoppeld, waardoor aan het pand een zekere bescherming toekomt te­ gen aantasting van de aanwezige cultuurhistorische waarden. In de toelichting en de daarbij beho­ rende bijlage wordt het pand Hoofdstraat 59, Rijen beschreven. In het bestemmingsplan is toegelicht dat ‘cultuurhistorisch waardevolle bebouwing’ is aangewezen, vooruitlopend op nog te formuleren be­ leid ten aanzien van gemeentelijke monumenten.

> X K

•DDE ^2 HoE r

•%

M-é2

□ ÜD □□

z F r

14 d—

LA u •

6V

0 V

Q.

z (

4

Lk

I

□o

EN y"* T

D O

F

V o OO O

®

__

CULTUURHISTORISCH WAARDEVOLLE BEBOUWING

Figuur 10: Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan “Kerngebied Rijen’ (bron: gemeente Gilze en Rijen).

Hoofdstuk 4

37

BO

Gemeentelijk monumentenbeleid en cultuurhistorisch waardevolle bebouwing In de periode 2010-2011 vindt een uitgebreide inventarisatie van gebouwd erfgoed plaats in de ge­ meente Gilze en Rijen. De inventarisatie is vervat in het document ‘Cultuurhistorische panden en ob­ jecten in Rijen 1875-2000’. Op basis van deze inventarisatie besluit het college van burgemeester en wethouders op 14 februari 2012 een ‘voorlopige lijst met gemeentelijke monumenten en beschrijvin­ gen’ vast te stellen. Het pand Hoofdstraat 59, Rijen vormt één van de circa 160 opgenomen objecten. Op basis van deze voorlopige lijst heeft, bij afwezigheid van een monumentencommissie op dat mo­ ment, het Monumentenhuis Brabant een selectie en waardebepaling gedaan van circa 140 objecten. Eén van deze panden betreft het pand Hoofdstraat 59, Rijen. Op 21 augustus 2012 besluit het college van burgemeester en wethouders om 41 objecten aan te wij­ zen als gemeentelijk monument. Het pand Hoofdstraat 59, Rijen wordt niet aangewezen als gemeen­ telijk monument. Op 5 september 2012 volgt uit de raadscommissie Samenleving dat alle ca. 120 ob­ jecten die wel op de ‘voorlopige lijst’ stonden, maar niet op de ‘definitieve lijst’, worden beschermd via het bestemmingsplan als ‘cultuurhistorisch waardevolle bebouwing’.

Bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’ Op 27 mei 2013 is het bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’ vastgesteld. Op grond van artikel 1.2.3, eerste lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is van het bestemmingsplan een elektro­ nisch document vastgesteld én is tevens een papieren versie gemaakt. Blijkens de stukken heeft de gemeenteraad de papieren versie ook ‘vastgesteld’. Op grond van artikel 1.2.3, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geldt dat indien het elektronische document tot een andere uitleg aanleiding geeft dan de papieren versie, het elektronische document leidend is. In het bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’ is een aantal objecten aangeduid als ‘cultuurhistorisch waardevolle bebouwing’. In artikel 20.5 van de planregels is een vergunningenstelsel opgenomen dat bescherming biedt tegen het aantasten van voorkomende cultuurhistorische waarden. In artikel 20.5.1 wordt voor een beschrijving van de cultuurhistorische waarden verwezen naar het rapport ‘Uitgebreide beschrijving van historische panden en objecten van Rijen’ dat een separate bijlage bij de toelichting vormt. Dit rapport is niet gekoppeld aan het elektronische document van het bestemmingsplan “Cen­ trumgebied Rijen”. Wel is het rapport raadpleegbaar via het aangrenzende bestemmingsplan ‘Woon­ gebied Rijen’. Het pand Hoofdstraat 59, Rijen is opgenomen in dit rapport.

Hoofdstuk 4

38

BIO

In de papieren versie van het bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’, welke de gemeenteraad heeft ‘vastgesteld’, is het pand Hoofdstraat 59, Rijen aangeduid als ‘cultuurhistorisch waardevolle bebou­ wing’. In het elektronische document, zoals dat raadpleegbaar is via www.ruimtelijkeplannen.nl , kent het pand Hoofdstraat 59, Rijen deze aanduiding niet. Gelet op het Besluit ruimtelijke ordening is het elektronische document leidend. Gelet hierop zijn de cultuurhistorische waarden van het pand Hoofd­ straat 59, Rijen niet juridisch-planologisch beschermd. 4^" W

240 m2

[vrij

iba=cwl

w_ bg]. 50%

7-a 45,5 V 4-5,5

ba-cwb 7' •bw

3 V

Z),

(BWyg

----- y

—[taeAfbql ba-cwhl.—

o

45,5

?ba-cwl

9-10

vriLe

—

2, 5-6 —y

w 46,5 ■

( bw)

toba-gm! Itael..

1____ V

_[sba-cwb]'.

(bw),

I

6-7.1 -----y 1041

Specifieke bouwaanduiding - cultuurhistorisch waardevolle bebouwing

Figuur 11: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’ (papieren versie; bron: gemeente Gilze en Rijen).

Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023 Toetsingskader Uit artikel 3.1.6, vijfde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) volgt dat de toelichting op een be­ stemmingsplan een beschrijving moet bevatten van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Uit vaste rechtspraak dienaangaande volgt dat sprake moet zijn van een afdoende inventarisatie van (potentieel) beschermenswaardige objecten, een afdoende analyse van de cultuurhistorische kenmerken van deze objecten en een inzichtelijke waardering van deze kenmerken. Uit de waardering kan volgen dat een object toch bescherming te­ gen aantasting behoeft, ook al hebben verbouwingen plaatsgevonden. Tot slot dient uit een belangen­ afweging te blijken waarom het belang van bescherming opweegt tegen het zonder omgevingsvergunning kunnen slopen of wijzigen van het object. Beoordeling Het pand Hoofdstraat 59, Rijen is opgenomen in de inventarisatie die ten grondslag heeft gelegen aan het bestemmingsplan ‘Kerngebied Rijen’ en in de inventarisatie die is uitgevoerd in het kader van het gemeentelijke monumentenbeleid. Ook is het pand opgenomen op de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. De cultuurhistorische kenmerken van het pand zijn geanaly­ seerd. De resultaten hiervan zijn neergelegd in het document ‘Uitgebreide beschrijving van historische

Hoofdstuk 4

39

BO

panden en objecten van Rijen’. Kenmerkend zijn onder meer de symmetrische voorgevel, de ingangs­ partij, de vooruitgeschoven middenpartij, de vensterverdeling en balustrades en de topgevel. Het Monumentenhuis Brabant heeft in 2012 de aanwezige bebouwing met cultuurhistorische kenmer­ ken in de gemeente Gilze en Rijen gewaardeerd op basis van een systematiek die uitgaat van het ‘scoren’ op algemeen aanvaarde criteria als: architectuur- en kunsthistorische waarden (AK), situatio­ nele en ensemblewaarden (SE), cultuurhistorische waarden (CH) en gaafheid en herkenbaarheid (GH). De ‘score’ kan variëren van ++ tot en met -. Het pand Hoofdstraat 59, Rijen is gewaardeerd met de volgende scores. AK: ++, SE: +, CH: + en GH: +/-. Uit het advies dat volgt uit de waardering van de panden volgt dat de panden die in meer dan 1 cate­ gorie ‘++‘ scoren, in ieder geval kunnen worden aangewezen als gemeentelijk monument. Daarnaast kunnen panden worden geselecteerd op grond van onder andere de mate waarin ze bijdragen aan een representatieve ‘verzameling’ erfgoed binnen de gemeente. Het pand Hoofdstraat 59, Rijen is niet aangemerkt als gemeentelijk monument omdat het slechts op 1 criterium '++' scoort. Ook is het niet om andere redenen opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst, onder meer omdat er al een ander pand van dezelfde architect is aangewezen binnen de gemeente.

Wel scoort het pand relatief hoog op alle criteria, waardoor het is aan te merken als cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Uit een advies van de gemeentelijke Monumentencommissie van 12 novem­ ber 2021 volgt dat het pand architectonische waarde, cultuurhistorische waarde en ensemblewaarde heeft. De architectonische waarde is gelegen in de Interbellum bouwstijl met kenmerken van de Am­ sterdamse schoolstijl. Het pand is tevens ontworpen door de Rijense architect C. Schaffelaars. Het pand is een goed voorbeeld van zijn stijl. Het pand heeft cultuurhistorische waarde omdat het uitdruk­ king geeft aan de sociaal-economische en historisch-ruimtelijke ontwikkeling van de Hoofdstraat vanaf eind negentiende eeuw, door de snelle industriële ontwikkeling van het straatdorp. De opdrachtgever van de bouw van het pand was de familie Teeuwes, een van de grondlegers van de leerindustrie in het dorp. Het pand vertegenwoordigd daarmee herinneringswaarde. Het pand Hoofdstraat 59, Rijen heeft ensemblewaarde vanwege de overeenkomstige bouwstijl van de panden Hoofdstraat 55 en 57, Rijen.

De maatvoeringen van het pand Hoofdstraat 59, Rijen zijn in het bestemmingsplan strikt begrensd, zowel wat betreft de minimale als maximale maatvoeringen. Ook kent de gemeente Gilze en Rijen re­ latief strikt welstandsbeleid voor deze locatie. Als gevolg hiervan zijn er weinig ontwikkelingsmogelijk­ heden. Het is nodig om het pand desondanks ook aan te merken als ‘cultuurhistorisch waardevolle be­ bouwing’, om zodoende het gevelbeeld en de plattegrond te beschermen. Conclusie Door het pand Hoofdstraat 59, Rijen aan te wijzen als cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Hiertoe is op de verbeelding van onderhavig paraplubestemmingsplan een aanduiding ‘specifieke bouwaandui­ ding - bouwhistorische waarde’ opgenomen. In de planregels is een koppeling gelegd met deze aandui­ ding.

Hoofdstuk 4

40

BIO

4.4 Overige omgevingsaspecten Onderhavig paraplubestemmingsplan voorziet ten opzichte van het vigerende juridisch-planologische regime niet in (mogelijkheden tot het realiseren van) nieuwe functies. Er zijn om die reden geen be­ lemmeringen te verwachten ten aanzien van overige omgevingsaspecten, zoals geluid, luchtkwaliteit en ecologie. Het toevoegen van een woonbestemming aan de Marga Klompélaan 13 in Rijen, waarmee de juridisch-planologische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie, en het intro­ duceren van een juridisch-planologische bescherming van de cultuurhistorische waarden van de be­ bouwing aan de Hoofdstraat 59 in Rijen hebben ruimtelijk-functioneel een dusdanig beperkte impact dat een nadere toetsing aan de overige omgevingsaspecten niet aan de orde is. Er treden geen milieu-hygiënische belemmeringen op, noch is er sprake van aantasting van waarden.

Hoofdstuk 4

41

BIO

5.

JURIDISCHE PLANOPZET In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.

5.1

Inleiding

Een bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en re­ gels en dat vergezeld gaat van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bin­ dende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. Het bestemmingsplan wordt overeenkomstig de Wro langs elektronische weg beschikbaar gesteld. Hierbij wordt aangesloten bij de wettelijke standaarden, die zijn vastgelegd in de Standaard Vergelijk­ bare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Vanwege het karakter van dit paraplubestemmingsplan bevat het bestemmingsplan echter niet alle onderdelen die een bestemmingsplan normaliter omvat. Dit wordt in de volgende paragraaf nader toegelicht.

5.2

Plansystematiek

Dit paraplubestemmingsplan betreft een overkoepelend bestemmingsplan voor die delen van de ge­ meente Gilze en Rijen waarvoor het meest actuele juridisch-planologische kader op dit moment wordt gevormd door een bestemmings-, wijzigings- of uitwerkingsplan. Dit betreft het gehele gemeentelijk grondgebied. Dit paraplubestemmingsplan is thematisch opgezet en voorziet in aanvullende regels ten opzichte van de geldende ruimtelijke plannen. Deze aanvullende regels zijn in deze toelichting al uitvoerig toege­ licht. De onderliggende bestemmingsplannen (en uitwerkings- en wijzigingsplannen) blijven voor het overige van overeenkomstige toepassing en worden met het voorliggende paraplubestemmingsplan niet gewijzigd, dit met uitzondering van enkele begripsbepalingen en de anti-dubbeltelregel. In art. 2 van het bestemmingsplan is een en ander in een van toepassing verklaring bepaald.

Hoofdstuk 5

42

BIO

5.3

Opbouw van het bestemmingsplan

Het paraplubestemmingsplan bestaat uit de volgende hoofdstukken.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels. In dit hoofdstuk is een aantal relevante begrippen opgenomen (art. 1). Daarnaast is een van toepas­ sing verklaring opgenomen (art. 2, voorgaand al toegelicht). De begripsbepalingen zijn aanvullend op de begrippen in de onderliggende ruimtelijke plannen. In geval van onderlinge tegenstrijdigheid preva­ leert de bepaling in onderhavig paraplubestemmingsplan. Hoofdstuk 2 Bestemminqsreqels. Dubbelbestemmingen archeologie Op de verbeelding van het bestemmingsplan is een aantal dubbelbestemmingen opgenomen. Aan een dubbelbestemming zijn bepaalde regels gekoppeld. Deze locatiegebonden regels zijn opgenomen in hoofdstuk 2. Naast de betreffende dubbelbestemmingen blijven de onderliggende bestemmingen uit de geldende ruimtelijke plannen van toepassing. Hoofdstuk 2 bevat een aantal artikelen voorde verschillende opgenomen dubbelbestemmingen, te weten ‘Waarde - Archeologie 1 ’ tot en met ‘Waarde - Archeologie 6’ (totaal 8 verschillende dubbelbe­ stemmingen). Elke dubbelbestemming is gekoppeld aan een specifiek archeologisch regime conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart. De dubbelbestemmingen stellen aanvullende regels voor het bebouwen van de betreffende gronden, het slopen van bouwwerken en het uitvoeren van be­ paalde werken en werkzaamheden. Hierbij geldt per dubbelbestemming een drempelwaarde in diepte en oppervlakte.

Binnen de bestemming ‘Waarde - Archeologie 6’ is een onderverdeling in enkele gebiedsaanduidingen gemaakt, waarbinnen verschillende regimes gelden. Hierbij gaat het om maatwerk op basis van uitgevoerde archeologische onderzoeken. Pas bij overschrijding van een drempelwaarde is een omgevingsvergunningplicht en een archeologische onderzoeksverplichting aan de orde. Bestemming ‘Wonen - 1’: Marga Klompélaan 13, Rijen Op de locatie Marge Klompélaan 13, Rijen is de bestemming ‘Wonen -1’ opgenomen. Zoals eerder in deze toelichting al is aangegeven, wordt op deze locatie de juridisch-planologische situatie in overeen­ stemming gebracht met de feitelijke situatie. Een bestemming ‘Wonen’ is daarbij passend. Omdat ook op de locatie Hoofdstraat 59, Rijen een Woonbestemming wordt opgenomen (zie hierna) met een an­ der regime, is de benaming aangepast naar ‘Wonen - 1 ’. Op de bestemming ‘Wonen -1 ’ zijn de re­ gels van de bestemming ‘Wonen’ uit het bestemmingsplan Woongebieden Rijen', plus de overige re­ gels uit het betreffende bestemmingsplan, van overeenkomstige toepassing verklaard (met inachtne­ ming van het voor het overige bepaalde in dit paraplubestemmingsplan). Tevens is de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - afwijkende dakhelling’ opgenomen, omdat de bestaande, legaal tot stand gekomen dakvorm, afwijkt van de standaard bouwregels binnen deze bestemming.

Bestemming ‘Wonen - 2’: Hoofdstraat 59, Rijen Op de locatie Hoofdstraat 59, Rijen is de bestemming ‘Wonen - 2’ opgenomen. Hier wordt voorzien in een adequaat beschermingsregime ten aanzien van het cultuurhistorisch waardevolle pand. Hiertoe is

Hoofdstuk 5

43

BIO

tevens de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - cultuurhistorisch waardevolle bebouwing’ opgeno­ men. Op de bestemming ‘Wonen - 2’ worden de regels van de bestemming ‘Wonen’ uit het bestem­ mingsplan ‘Centrumgebied Rijen’ van toepassing verklaard, evenals de overige regels uit het betref­ fende bestemmingsplan. Daarnaast zijn enkele bouwaanduidingen en een gevellijn op de verbeelding opgenomen. Hoofdstuk 3 Algemene regels. De regels uit dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het gehele plangebied. Naast de standaard antidubbeltelregel is in dit hoofdstuk een parkeerregeling opgenomen. Ook deze regeling geldt aanvullend op de onderliggende ruimtelijke plannen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk is het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik opgenomen. Tevens is in dit hoofdstuk de citeertitel van het bestemmingsplan opgenomen.

Hoofdstuk 5

44

BIO

6.

UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een ruimtelijk plan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Financieel-economische haalbaarheid

Dit paraplubestemmingsplan maakt geen bouwplannen, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro, mo­ gelijk. Dit betekent dat er geen verplichting tot kostenverhaal bestaat in het kader van voorliggend pa­ raplubestemmingsplan. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmings­ plan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het nood­ zakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven.

Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: • Vooroverleg; • Vaststellingsprocedure. 6.2.1 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voor­ bereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimte­ lijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het concept ontwerp van het paraplubestemmingsplan is in het kader van het wettelijke vooroverleg aan­ geboden aan de vaste vooroverlegpartners van de gemeente. Hieronder volgt een samenvatting van de vooroverlegreacties: • Waterschap Brabantse Delta heeft aangegeven dat er geen waterrelevante aspecten aan de orde zijn en heeft geen inhoudelijke reactie gegeven;

Hoofdstuk 6

45

BIO

•

De Brandweer Midden- en West-Brabant heeft aangegeven dat er geen opmerkingen zijn met betrekking tot het aspect externe veiligheid; • De provincie Noord-Brabant heeft aangegeven dat het plan in overeenstemming is met de provinciale belangen. Deze reacties hebben dus geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het paraplubestemmingsplan. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft namens Defensie de volgende reactie gegeven: • op 22 juni 2023 heeft het bevoegd gezag een selectiebesluit genomen naar aanleiding van het archeologische onderzoek “Oefenterrein De Vijf Eiken te Rijen, gemeente Oosterhout en Gilze en Rijen. Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC rapport 6051”. Het Rijksvastgoedbedrijf verzoekt dit selectiebesluit te verwerken in de planregeling van het paraplubestemmingsplan; • op grond van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de in die regeling genoemde militaire terreinen en het militaire luchtvaartterrein Vliegbasis Gilze-Rijen in het pa­ raplubestemmingsplan uitgezonderd van de gemeentelijke parkeernormering. Direct naast Oefenterrein De Vijf Eiken in Rijen (genoemd in het Rarro), ligt nóg een militair terrein. Dit is het Genie Basis Depot in Rijen. Dit laatste terrein is niet genoemd in het Rarro.

Het Rijksvast­ goedbedrijf verzoekt het Genie Basis Depot desondanks óók uit te zonderen van de gemeen­ telijke parkeernormering, omdat dit terrein door Defensie in samenhang met het naastgelegen oefenterrein wordt gebruikt. Defensie beschikt over een eigen parkeernormering, waardoor geen parkeerproblemen zijn te verwachten.

De gemeente Gilze en Rijen beantwoordt de reactie van het Rijksvastgoedbedrijf als volgt: • het op 22 juni 2023 genomen selectiebesluit voor de locatie Oefenterrein De Vijf Eiken te Rijen is reeds geheel correct verwerkt in de planregeling; • op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Regels voor militaire terreinen zijn on­ der het nieuwe recht opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en in de Omgevingsregeling (Or). Onder de vigeur van de Omgevingswet gelden - in tegenstelling tot het Rarro - voor het Genie Basis Depot dezelfde regels als voorde andere militaire terreinen. Om die reden kan voor het Genie Basis Depot in het paraplubestemmingsplan dezelfde regeling worden opgenomen als voorde andere terreinen. De verbeelding van het paraplubestem­ mingsplan wordt zodanig gewijzigd, dat ter plaatse van het Genie Basis Depot eveneens de aanduiding ‘overige zone - militair terrein’ wordt opgenomen. Deze vooroverlegreactie heeft derhalve geleid tot aanpassing van het paraplubestemmingsplan. 6.2.2 Vaststellingsprocedure

De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure wordt het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen. Met de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan wordt de formele procedure voorde vaststelling gestart. Als onderdeel van deze procedure zal het

Hoofdstuk 6

46

BIO

ontwerp van dit bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage liggen voor het inbrengen van ziens­ wijzen. Gelijktijdig met de plaatsing van de kennisgeving wordt het ontwerpbestemmingsplan langs elektronische weg toegezonden aan de reeds betrokken gemeenten, provincie, waterschappen en uit­ voeringsdiensten van het Rijk.

Hoofdstuk 6

47

BIO

BIJLAGEN

Bijlage 1:

Gilze en Rijen locaties geen selectiebesluit

geen selectiebesluit, rapport beschikbaar

8

BRT-Achtergrondkaart (grijs)

Luchtfoto 2021 Ortho HR

Bijlage 2: Gilze en Rijen locaties archeologisch onderzoek

6

7

&

F

o

99 $

$

1

\

E 9

©

&

& 98

882

g

E

E

8§

E

8 8

.

8

S

3

888

ï vk

3 3

8

8 8 8 5 3 8

B

2

8

REGELS

Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023

Inhoudsopgave

3

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Van toepassing verklaring

4 6

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

7

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Wonen -1 Wonen - 2 Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2a Waarde - Archeologie 2b Waarde - Archeologie 3a Waarde - Archeologie 3b Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Archeologie 6

7 8 9 14 19 24 29 34 39 44

Hoofdstuk 3

Algemene regels

50

Artikel 13 Artikel 14

Anti-dubbeltel regel Overige regels

50 51

Hoofdstuk 4

Overgangs-en slotregels

52

Artikel 15 Artikel 16

Overgangsrecht Slotregel

52 53

2

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)

Regels

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023 met identificatienummer NL.IMRO.0784.BPGilzeenRijen23-ON01 van de gemeente Gilze en Rijen;

1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

archeologisch deskundige

een door burgemeester en wethouders aangewezen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria VTH en adviseert en beoordeelt conform de ten tijde van het adMes of beoordeling geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA);

1.4

archeologisch onderzoek

onderzoek naarde (aanwezigheid en/of waarde van) archeologische relicten door een gecertificeerde instantie werkend volgens de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Plan van Aanpak (PvA) (bij booronderzoek) of Programma van Eisen (PvE) (bij gravend onderzoek);

1.5

archeologisch rapport

rapport waarin de resultaten van archeologisch onderzoek zijn vastgelegd en dat is opgesteld conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA);

1.6

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische sporen en relicten;

1.7

be houdsmaatre ge Ie n

document waarin maatregelen zijn geformuleerd die getroffen worden om archeologische resten in de bodem te behouden en te beschermen tijdens de uitvoering van werkzaamheden en het gebruik van de gronden nadien;

1.8

be ste m m i ngsg re ns

de grens van een bestemmingsvak;

1.9

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald Mak met eenzelfde bestemming;

4

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)

1.10

eigen terrein

ruimte in, op of onder een gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort;

1.11

gecertificeerde instantie

instantie die beschikt overeen certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet;

1.12

Plan van Aanpak (PvA)

document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van booronderzoek (verkennende of karterende boringen) staan geformuleerd conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voor aanvang van het onderzoek dient het PvA door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd;

1.13

Programma van Eisen (PvE);

document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van gravend onderzoek (proefsleuven, opgraving of archeologische begeleiding) staan geformuleerd conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd;

1.14

voorwaardelijke verplichting

een regel in een ruimtelijk plan die een plicht omvat tot uitvoering van in het ruimtelijk plan bepaalde voorwaarden, ingaande zodra grondgebruiker op eigen initiatief een gebruiksvorm wijzigt dan wel op een ander in het ruimtelijk plan vastgesteld tijdstip, op initiatief van die grondgebruiker.

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)

5

Artikel 2 2.1

Van toepassing verklaring

Toepassingsbereik

Met dit bestemmingsplan worden de ruimtelijke plannen als genoemd in Lijst van vigerende ruimtelijke plannen, die gelden ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan, aangevuld en gedeeltelijk vervangen.

2.2 a.

a.

b.

6

Wijze van toepassen De in artikelen 1.3 tot en met 1.14, 5 tot en met 12 en 14 opgenomen regels gelden in aanvulling op de in artikel 2.1 bedoelde ruimtelijke plannen en laten de overige regels uit die ruimtelijke plannen ongewijzigd; In afwijking van het bepaalde onder a geldt dat indien in de in artikel 2.1 bedoelde ruimtelijke plannen reeds een regeling is opgenomen ten aanzien van de regelingen die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen (parkeren, laden en lossen als bedoeld in artikel 14 en archeologie als bedoeld in artikelen 5 tot en met 12), de regeling uit dit bestemmingsplan dan strekt ter vervanging van de regeling in de in artikel 2.1 ruimtelijke plannen; In afwijking van het bepaalde onder a en b geldt dat indien in de in artikel 2.1 bedoelde ruimtelijke plannen parkeerbepalingen bevatten bestaande uit een voorwaardelijke verplichting, dit bestemmingsplan de werking van die bepalingen dan onverlet laat.

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmings regels

Wonen -1

Ter plaatse van de bestemming 'Wonen - T zijn de regels van het bestemmingsplan 'Woongebied Rijen' met identificatienummer NL. IMRO. 0784. BPWoongebiedRijen-VG01 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a.

b.

op de bestemming 'Wonen - T de regels van de bestemming 'Wonen' van overeenkomstige toepassing zijn; de in dit plan opgenomen regels van overeenkomstige toepassing zijn, met dien verstande dat artikel 17.2.1 sub f. als volgt komt te luiden:

iedere woning dient te worden afgedekt door een hellend dak vlak, met dien verstande dat de helling minimaal 35° en maximaal 60° bedraagt. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding afwjkende dakvorm' mag de bestaande aMjkende dakwrm worden gehandhaafd. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwjkende dakhelling' wordt de bestaande dakhelling als minimaal toelaatbaar aangehouden.

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)

7

Artikel 4

Wonen - 2

Ter plaatse van de bestemming 'Wonen - 2' zijn de regels van het bestemmingsplan 'Centrumgebied Rijen' met identificatienummer NL.IMR0.0784.BPCentrumRijen-VG01 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a.

b.

8

op de bestemming 'Wonen - 2' de regels van de bestemming 'Wonen' van overeenkomstige toepassing zijn; de in dit plan opgenomen regels van overeenkomstige toepassing zijn.

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)

Waarde - Archeologie 1

Artikel 5 5.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd worde bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden en archeologische vindplaatsen, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' voorrang heeft op de andere daar voorkomende enkelbestemming.

Bouwregels

5.2

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

5.2.1

Verbod

Het is verboden om te bouwen ofte laten bouwen op de mede voor 'Waarde - Archeologie 1' bestemde gronden.

5.2.2

Uitzonderingen

Het in lid 5.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a.

b.

c.

bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgewerd onder het bestaande maaiveld en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar workomende bestemming(en), of; de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar workomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; gronden waar naar oordeel van het bewegd gezag reeds wrstoring heeft plaatsgewnden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische wndstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bewegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

5.3

Nadere eisen

5.3.1

Behoud archeologische waarden in situ

Het bewegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.

5.4

Afwijken van de bouwregels

5.4.1

Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming

Het bewegd gezag kan door middel van het wrlenen van een omgevingswrgunning afwijken van het verbod in lid 5.2.1 worde bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:

a.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of;

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)

9

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onewnredig worden geschaad, of; één of meerdere van de wlgende voorschriften worden verbonden aan de omgevngsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegewn in een door het bewegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in wldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactivteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bewegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de bouwactivteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

5.4.2

Archeologisch rapport

Indien het bewegd gezag niet beschikt owreen worde beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek worde gronden waarop een aanvraag om omgevngsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoew van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te owrleggen.

5.4.3

Advies

Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de wrlening van een afwijking als bedoeld in lid 5.4.1, laat het bewegd gezag zich adviseren dooreen archeologisch deskundige.

5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

5.5.1

Verbod

Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te weren ofte laten uitweren zonder of in afwijking van een omgevngsvergunning van het bewegde gezag:

g.

het uitweren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven (ook ten behoew van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, grawn en/of wrleggen van waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee wrband houdende constructies, installaties of apparatuur; het wrlagen of wrhogen van het waterpeil; het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen van gronden.

10

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023" (ontwerp)

a.

b.

c. d.

e.

f.

5.5.2

Uitzonderingen

Het in lid 5.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a.

b.

c. d.

e.

f.

g.

het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.5.1 onder a t/m f betreft die niet dieper reiken dan het bestaande maaiwld, of; de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegrawn wordt dan de reeds uitgegrawn diepte, of; de werken of werkzaamheden reeds in uitwering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds wrleende omgevngsvergunning, of; de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravngen door een gecertificeerde instantie conform een door het bewegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; het gronden betreft waar naar oordeel van het bewegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgewnden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische wndstlaag. Bij de beoordeling hiervan laat het bewegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige, of; het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.5.1 onder g betreft, waarbij: 1. de bodem als gewlg van het ophogen niet meer wordt belast dan 0,8 ton/m2; 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14432464/1