CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- GLR Programmabegroting 2025

Gemeenteraad 11 november 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Besluitvorming: Raadsvoorstel inzake het vaststellen van de programmabegroting 202530.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De VNG heeft gemeenten een aanvullend begrotingsadvies gegeven: • Benoem de financiële en inhoudelijke consequenties van noodzakelijke bezuinigingen en/of lastenverzwaring, ook van ombuigingen die eerder zijn ingezet; • Maak boekjaar 2025 sluitend, rekening houdend met de wijze waarop de financiële toezichthouders omgaan met de incidentele korting van 2025; • Voer geen bezuinigingen door op andere beleidsterreinen vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg; • Overweeg rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen rondom het BtwCompensatiefonds (BCF) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Onze gemeente neemt dat advies over. De VNG koerst bij het Rijk aan op heroverweging van de kortingen op de algemene uitkeringen. Het is op dit moment nog niet duidelijk of het Rijk daar vatbaar voor is. De situatie blijft vooralsnog zo, dat we op korte termijn niet verwachten dat de huidige situatie met oplopende tekorten vanaf 2026 zal veranderen. Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is De gemeentelijke belastingen is de tweede grootste inkomstenbron van de gemeente. Verdere toelichting is opgenomen in de paragraaf lokale heffingen.

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

61

Overhead Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces worden gerekend tot de overhead. Overhead bestaat in elk geval uit: 1. Leidinggevenden in het primaire proces. 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie. 3. P&O/HRM. 4. Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement). 5. Interne en externe communicatie met uitzondering van communicatie met de klant. 6. Juridische zaken. 7. Bestuurszaken en bestuursondersteuning 8. Informatievoorziening en automatisering (ICT). 9. Facilitaire zaken en huisvesting. 10. Documentaire Informatie Voorziening (DIV). 11. Managementondersteuning in het primair proces. De totale overheadkosten van de gemeente Gilze en Rijen worden in 2025 geraamd op een bedrag van € 10.047.222. Een groot deel van deze kosten wordt gemaakt en verantwoord in de ABGorganisatie. Op basis van een in het verleden vastgestelde verdeelsleutel wordt 53,8% van de kosten door de ABG-organisatie in rekening gebracht bij de gemeente Gilze en Rijen.

62

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

Vennootschapsbelasting Publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals Gemeenschappelijke Regelingen en Gemeenten, zijn Vennootschapsbelasting (VpB) plichtig indien, en voor zover, zij een onderneming drijven. Er is sprake van een onderneming indien cumulatief voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: • Een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid; • die deelneemt aan het economische verkeer; • met het oogmerk om winst te behalen. Van alle gemeentelijke activiteiten wordt 'slechts' het grondbedrijf aangemerkt als winstgevende onderneming. Om te kunnen bepalen wat de daadwerkelijke belastingdruk op het grondbedrijf wordt, dient het BBV resultaat gecorrigeerd te worden naar het fiscale resultaat. In het oog springende verschillen tussen beide winstbepalingen zijn: • Slechts de werkelijk betaalde rente mag als kosten opgevoerd worden; • grondbedrijf vreemde activiteiten moeten geëlimineerd worden; • toekomstige prijsstijgingen mogen niet opgevoerd worden als kosten/baten; • kapitaalstortingen en onttrekkingen moeten geëlimineerd worden. Vanwege verrekenbare verliezen uit het verleden zal er tot en met 2025 naar verwachting geen sprake zijn van betaling van vennootschapsbelasting.

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

63

Onvoorzien Wettelijk is voorgeschreven dat in de programmabegroting een post voor onvoorziene uitgaven is geraamd. Er zijn geen voorschriften of normen voor de omvang van deze post. Het is aan de raad om aan te geven welke omvang zij nodig acht. De raming voor 2025 bedraagt € 25.944. Dit is het totaalbedrag dat beschikbaar is voor alle programma's tezamen. Bij aanwending moet worden voldaan aan de volgende criteria (de drie O’s): Onvoorzien, Onontkoombaar en Onuitstelbaar.

Wat gaat het kosten? Bedragen X € 1.000 Lasten / Baten

Rekening Begroting Begroting 2023

9A

2025

2026

2027

2028

L

530

1.098

2.145

1.956

2.780

3.728

B

58.815

61.871

63.513

62.586

64.777

66.754

L

9.391

9.995

10.520

10.938

11.703

12.086

B

517

500

472

427

415

415

L

0

0

0

0

92

92

B

0

0

0

0

0

0

L

27

26

26

26

26

26

B

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten programma 9 Algemeen

9.948

11.119

12.690

12.920

14.602

15.932

Totaal baten programma 9 Algemeen

59.331

62.371

63.985

63.013

65.192

67.169

Saldo lasten en baten programma 9 Algemeen

49.383

51.252

51.295

50.093

50.590

51.237

9B

9C

9D

64

Algemene dekkingsmiddelen

2024

Meerjarenbegroting

Overhead

Vennootschapsbelasting

Onvoorzien

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

Toelichting budgetverschillen De belangrijkste verschillen tussen de ramingen in begroting 2025 en begroting 2024 zijn: Bedragen x € 1.000 1. 2. 3.

4.

5.

6.

7. 8.

9. 10.

11.

Omschrijving De baten vanuit de onroerende zaakbelasting zijn in 2025 € 57.000 hoger dan in 2024, dit komt door de trendmatige indexering. De algemene uitkering 2025 is hoger dan in 2024. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de loon-prijscompensatie (uitkeringsfactor). De compensabele BTW voor de gesloten circuits reiniging en riolering is neutraal opgenomen in de begroting. De uitgaven staan geraamd op de taakvelden reiniging en riolering en worden meegenomen bij de berekening van de gesloten circuits. De inkomsten staan verantwoord op het taakveld 080 "overige baten en lasten". Zoals aangegeven in de inleiding van deze begroting verwachten we meer compensabele BTW de komende jaren. Het nadeel van deze hogere uitgaven is verwerkt in de actualisatie van het gesloten circuit reiniging en riolering en worden beide verrekend met de voorziening. De hogere inkomsten zijn verwerkt op dit programma. Door aflossing van leningen hebben we in 2025 lagere rentelasten. Daarnaast hadden we in 2024 een eenmalig nadeel als gevolg van heffingsrente door een wijziging in de huur van Den Butter. Voor de out-of-pocket-kosten hebben wij de middelen voor indexering op één centrale post geraamd. De incidentele aanspraken 2024 zijn afgeraamd van de stelpost in dat jaar. Daarnaast is de stelpost 2025 hoger dan in 2024 als gevolg van het reguliere indexeringspercentage.

Vandaar dat de stelpost 2025 hoger is dan in 2024. Zoals aangegeven in de 1e turap 2024 zijn de lasten voor het project centrale huisvesting ABG in 2025 hoger dan in 2024. Dit wordt veroorzaakt door hogere rentelasten. De kosten die in de begroting zijn opgenomen voor het digitaliseren en bijwerken van het archief (inclusief persoonskaarten), zijn in 2025 lager dan in 2024. Zoals benoemd in de 1e turap 2024 is er voor het jaar 2024 € 30.000 budget beschikbaar gesteld voor de Projectleider Ravijnjaar. Daarom zijn de lasten in 2024 hoger dan in 2025. Aan de hand van de vastgestelde begroting 2025 van de ABG, wordt in 2025 een hoger bedrag doorbelast aan het taakveld overhead dan in 2024. Voor de huisvesting van de bestuurszetel Gilze en Rijen is een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld. In de begroting gaan we ervan uit dat hiervan € 200.000 wordt uitgegeven in 2024 en € 140.000 in 2025. Daarom zijn de lasten in 2025 € 60.000 lager dan in 2024. Overige afwijkingen. Totaal

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

L/B B

Bedrag 57

V/N V

B

1.379

V

B

154

V

L

85

V

L

1.100

N

L

96

N

L

55

V

L

30

V

L

602

N

L

60

V

L B

3 24 43

N V V

65

Subsidies Subsidiebeleid Met subsidies maken we activiteiten van inwoners, verenigingen en organisaties mogelijk, omdat die activiteiten een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van onze beleidsdoelen in het sociaal domein. Het gaat dan bijvoorbeeld om activiteiten gericht op meedoen van alle inwoners (jong tot oud), op het gebied van sport en bewegen of kunst, cultuur en educatie. Jaarlijks nemen we in de begroting een overzicht op met daarin vermeld het subsidieplafond voor activiteitensubsidies en de begrote bedragen voor basisvoorzieningen (per onderdeel. In het subsidieregister zijn na afloop van het kalenderjaar de subsidietoekenningen terug te vinden. Onderstaande bedragen zijn exclusief indexering. Wanneer tot indexering wordt overgegaan, dekken we dit vanuit de stelpost indexeringen die is opgenomen in onze meerjarenbegroting en wordt het subsidieplafond gecorrigeerd. Tot slot zijn onderstaande bedragen gebaseerd op de afspraken die we hebben gemaakt met de basisvoorzieningen tot en met eind september. Wanneer er in het restant van 2024 nog afspraken worden gemaakt, die effect hebben op de subsidie 2025, dan wordt ook hiervoor het subsidieplafond gecorrigeerd.

Subsidies basisvoorzieningen De onderstaande subsidies aan basisvoorzieningen zijn opgenomen in de begroting 2025 (exclusief indexering): Subsidies voor basisvoorzieningen Mantelzorgondersteuning Lokaal Steunpunt Mantelzorg

€ 164.767

Basisondersteuning (dorpsteam) Samenwerkingsverband basisondersteuning (penvoerder ContourdeTwern) Preventief aanbod jeugdhulp

€ 1.944.292

Waygroup

€ 30.000

Bestaanszekerheid Voedselbank Gilze-Rijen

€ 30.000

Cultureel erfgoed (inclusief harmonieën) Stichting Dorpsbelang Molenschot Heemkring Molenheide Stichting Sint Nicolaas Comité Gilze Sint Nicolaas Comité Rijen Koninklijke Harmonie St. Cecilia Harmonie Vlijt en Eendracht

€ 2.000 € 8.650 € 1.500 € 1.500 € 8.950 € 13.550

Stichting Cultuurplaats Marktplaats cultuur en cultuureducatie Cultuurcoach Cultuurplaats coördinatie Brede school coördinatie

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

€ 124.730 € 55.000 € 37.850 € 36.808

67

Subsidies voor basisvoorzieningen Bibliotheekvoorziening Theek 5 Taalhuis Speel-o-theek voorziening

€ 481.142 € 37.000

Stichting Kind en Spel

€ 2.800

Maatschappelijke accommodaties Gemeenschapshuis Hulten (The Chump) Gemeenschapshuis Molenschot De Molenwiek Stichting Culturele Centra Gilze en Rijen (CCGR) Gillesa Groep - Scouting Gilze Stichting Scouting Bonifaas - Scouting Rijen

€ 25.000 € 87.684 € 655.000 € 7.200 € 5.250

Anti-discriminatievoorziening (Advies- en meldpunt) RADAR

€ 21.000

Ontwikkelingsstimulering voor 2 tot 4 jarigen (vooren vroegschoolse educatie) Partou / De Vliegwereld Humankind / De Speeldoos Nuwelijn / Stichting Muzerij Dreumesclub (Stichting Muzerij) EHBO verenigingen

€ 71.322 € 73.937 € 289.430 € 11.200

E.H.B.O. - vereniging Sint Christoffel

€ 2.000

Preventie, informatie en advies en ondersteuning in het kader van de aanpak van seksueel geweld Stichting Blauwe Maan (via gemeente Tilburg)

€ 16.505

Collectieve preventie GGZ en Verslavingszorg GGZ Breburg

€ 8.126

Novadic-Kentron

€ 7.964

Slachtofferhulp Stichting Slachtofferhulp Nederland Preventie en aanpak van strafbare feiten en/of grensoverschrijdend gedrag onder jongeren HALT

€ 10.377

€ 11.036

Activiteitensubsidies Het subsidieplafond voor activiteitensubsidies bedraagt in 2025 € 327.099.

68

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

Paragrafen

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

69

Lokale heffingen

Lokale heffingen Inleiding De gemeentelijke heffingen zijn na de doeluitkeringen en de algemene uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste bron van inkomsten. In de paragraaf Lokale heffingen doen wij verslag van: • De geraamde inkomsten; • Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; • De berekeningswijze van de gemeentelijke tarieven en welke beleidsuitgangspunten hieraan ten grondslag liggen; • De ontwikkeling van de lokale lastendruk; • Het kwijtscheldingsbeleid.

Lokale heffingen De lokale heffingen zijn met € 15,2 miljoen goed voor 16% van de gemeentelijke inkomsten in Gilze en Rijen. In onderstaand overzicht zijn de inkomsten voor de jaren 2023 tot en met 2025 weergegeven. Hierbij is een onderverdeling gemaakt in gebonden heffingen (aan te wenden voor doel) en vrij besteedbare heffingen. De inkomsten uit lokale heffingen nemen in 2025 naar verwachting met € 322.000 toe ten opzichte van 2024. Deze hogere inkomsten zitten verspreid over diverse heffingen. De in deze paragraaf genoemde tariefvoorstellen voor 2025 zijn indicatief, de definitieve tarieven worden momenteel uitgewerkt en later meegenomen in het raadsvoorstel voor de nieuwe belastingverordeningen 2025.

70

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

Realisatie 2023

Begroot 2024

Begroting 2025

Gebonden heffingen Afvalstoffenheffing

2.035.369

2.126.000

2.396.000

Leges Markten en kermissen Rioolheffing

1.895.626 41.185 1.336.151

1.496.532 55.642 1.424.693

1.084.486 56.299 1.786.590

Totaal Gebonden heffingen

5.308.331

5.102.867

5.323.375

Vrij besteedbare heffingen Hondenbelasting OZB Niet-woningen eigenaren OZB Niet-woningen gebruikers OZB Woningen eigenaren Toeristenbelasting

111.214 2.347.980 1.714.766 4.091.368 503.641

130.035 2.845.997 2.026.027 4.303.909 489.821

133.416 2.919.993 2.078.704 4.262.937 502.556

Totaal Vrij besteedbare heffingen

8.768.969

9.795.789

9.897.606

Totaal opbrengsten

14.077.300

14.898.656

15.220.981

Heffingen

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

71

Gebonden heffingen Bij de gebonden heffingen is kostendekkendheid het uitgangspunt. De gebruiker betaalt in principe de integrale kosten van de geleverde producten en diensten. Een meer dan kostendekkende heffing is niet toegestaan; daarentegen kunnen bestuurlijke overwegingen aanleiding zijn tot het vaststellen van lagere tarieven. Het BBV schrijft voor dat gemeenten in de paragraaf lokale heffingen inzicht verschaffen in de berekeningswijze van de gemeentelijke tarieven. Naast de kosten op de betreffende taakvelden wordt namelijk nog een aantal posten extracomptabel toegerekend aan de tarieven, zoals overhead, rente en BTW. Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op de tariefberekeningen van de afvalstoffen-, de rioolheffing en de gemeentelijke leges (retributies).

Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht om huishoudelijk afval op te halen. Van de opbrengst afvalstoffenheffing betaalt de gemeente de inzamelings- en verwerkingskosten, maar ook de exploitatie van de milieustraat. Inwoners van Gilze en Rijen betalen een vastrecht en een tarief per inworp van een zak restafval. Inwoners uit het buitengebied betalen per lediging van de restafvalcontainer. De afvalstoffenheffing wordt geïncasseerd door Brabant Water. De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing, dit houdt in dat de geïnde gelden aangewend moeten worden voor het doel. Uitgangspunt in Gilze en Rijen is een 100% kostendekkende afvalstoffenheffing: de tarieven bewegen mee met de ontwikkeling van de toerekenbare kosten. De voorziening afvalstoffenheffing vormt de sluitpost van de exploitatie. De voorziening heeft een egaliserende functie. Ze kan worden gebruikt om via het tarief te sparen voor grote uitgaven in de toekomst (onderhoud, vervanging) of om ongewenste schommelingen van het tarief op te vangen. In onderstaande tabel is de exploitatieopzet van de afvalstoffenheffing 2025 afgezet tegen die van 2024. 2024

2025

Kosten taakvelden Begroting gemeente Begroting ABG (60%) Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld Afval

€ 1.253.231 € 864.673 -€ 548.983 € 1.568.921

€ 1.508.975 € 807.673 -€ 548.983 € 1.767.665

Toe te rekenen kosten: Overhead ABG (40%) BTW Totale kosten

€ 576.448 € 248.920 € 2.394.289

€ 538.448 € 302.622 € 2.608.735

Opbrengst heffingen Opbrengst milieustraat

€ 2.126.000 € 90.000

€ 2.396.000 € 90.000

Dekking Mutatie voorziening (positief = toevoegen, negatief = onttrekken)

93% -€ 178.289

95% -€ 122.735

72

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

De toerekenbare kosten voor de heffing zijn per saldo in 2025 met € 214.000 toegenomen ten opzichte van de gewijzigde begroting 2024. Deze extra lasten hangen samen met de nieuwe toekomstbestendige wijze van afvalinzameling vanaf 2025. Zoals vermeld in de 2e turap 2023, wordt met ingang van 2025 het vastrecht verhoogd met 17,06%; voor de variabele tarieven wordt de nullijn gehanteerd. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2025 afgezet tegen het tarief 2024.

vastrecht 140 liter restafval 240 liter restafval 60 liter inworp verzamelcontainer 30 liter inworp verzamelcontainer

2024 € 143,52 € 9,33 € 16,00 € 4,00 € 2,00

2025 wijziging € 168,00 € 24,48 (+17,06%) € 9,33 n.v.t. € 16,00 n.v.t. € 4,00 n.v.t. € 2,00 n.v.t.

Rioolheffing Voor de afvoer van afvalwater en de zuivering daarvan, heeft de gemeente de plicht om voor een goed werkend rioleringsstelsel te zorgen. Ook heeft de gemeente de zorgplicht om de grondwaterstand en de afvoer van hemelwater (regenwater) te beheren. Om al deze watertaken te bekostigen wordt er één belasting geheven, de rioolheffing. De gemeentelijke watertaken gaan gepaard met relatief grote uitgaven en hebben een langjarige planning. In het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) is het onderhoud aan het rioleringsstelsel voor de lange termijn in kaart gebracht. Binnen de rioolheffing wordt onderscheid gemaakt tussen een vast basistarief (tot en met 500 m3 jaarlijks waterverbruik) en een variabel grootverbruik tarief (vanaf 500 m3 jaarlijks waterverbruik). De rioolheffing is, evenals de afvalstoffenheffing, een bestemmingsheffing. Ook hier is een 100% kostendekkende heffing het uitgangspunt in Gilze en Rijen. In onderstaande tabel is de exploitatieopzet van de rioolheffing 2025 afgezet tegen die van 2024. 2024

2025

Kosten taakvelden Begroting gemeente Begroting ABG (60%) Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld riool

€ 1.248.314 € 311.129 -/- € 54.584 € 1.504.859

€ 1.242.069 € 311.129 -/- € 54.584 € 1.498.614

Toe te rekenen kosten: Overhead ABG (40%) incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

€ 207.420 € 200.555 € 1.912.834

€ 207.420 € 231.931 € 1.937.965

Opbrengst heffingen

€ 1.424.693

€ 1.786.590

Dekking Mutatie voorziening (positief = toevoegen, negatief = onttrekken)

74% -/- € 488.141

92% -/- € 151.375

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

73

Uit de tabel valt af te lezen dat het huidige tarief van de rioolheffing in 2024 beneden kostendekkend is, waardoor we een aanspraak doen op de voorziening riolering. In de perspectiefnota 2025 constateerde we dat een eerder verleende korting op de rioolheffing niet houdbaar is en stelden we voor de rioolheffing met € 30 per huishouden te verhogen. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2025 afgezet tegen het tarief 2024.

Basistarief: tot en met 500 m3 waterverbruik Grootverbruik: per (deel van) 500 m3 extra waterverbruik

2024 € 110,73 € 69,22

2025 € 140,76 € 87,96

wijziging € 30,03 (+27%) € 18,74 (+27%)

Retributies Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent aan een individu of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. Voorbeelden van retributies zijn leges, markt- en standplaatsgelden en lijkbezorgingsrechten (grafrechten). In 2018 zijn de meeste tarieven voor de drie ABG gemeenten geharmoniseerd. De geharmoniseerde tarieven worden gezamenlijk voor de drie gemeenten geïndexeerd (2,3% in 2025). Voor de overige tarieven geldt de reguliere index zoals deze is opgenomen in de begroting (2,6%). Jaarlijks bij het opstellen van de begroting wordt een kostendekkendheidsanalyse gemaakt van de legesverordening. De lasten worden berekend aan de hand van de normatieve tijdsbesteding en de toerekenbare uurtarieven. De baten worden berekend op basis van de verwachte productie en de geïndexeerde legestarieven. De kostendekkendheidsanalyse van de legesverordening wordt momenteel uitgewerkt en later meegenomen in het raadsvoorstel voor de nieuwe belastingverordeningen 2025. Vrij besteedbare heffingen De vrij besteedbare heffingen zijn een belangrijk politiek instrument en maken integraal onderdeel uit van het gemeentelijk (belasting-)beleid. De geïnde gelden vormen een algemene inkomstenbron voor de gemeente.

Onroerende zaakbelasting Inwoners betalen onroerendezaakbelasting (OZB) als zij op 1 januari van een belastingjaar eigenaar zijn van een woning of gebruiker en/of eigenaar van een niet-woning. De OZB is gebaseerd op de WOZ-waarde op 1 januari van het voorgaande jaar. De gemeente bepaalt de OZB-aanslag op basis van de getaxeerde waarde van de onroerende zaak (de WOZ-waarde). Deze waarderingsgrondslag wordt jaarlijks middels hertaxatie, volgens de regels in de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ), vastgesteld. Het beleid tot nu toe is altijd geweest dat de OZB-opbrengst niet beïnvloed wordt door de hertaxaties van het onroerend goed. Met andere woorden: als de totale waarde van het onroerend goed daalt, als gevolg van lagere taxatiewaarden, zullen de OZB-tarieven extra stijgen zodat de totale opbrengst gelijk blijft (het omgekeerde geldt uiteraard ook). Net als in voorgaande jaren is ook voor 2025 dit beleidsuitgangspunt gehanteerd.

74

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

Voorstel tarieven 2025 Woningen eigenaren Niet-woningen eigenaren Niet-woningen gebruikers

2024 0,1046% 0,3057% 0,2482%

2025 (*) (*) (*)

(*) De WOZ waardering is ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet bekend, waardoor de tarieven nog niet berekend kunnen worden. In deze begroting is een inkomstenstijging verwerkt van 2,6% (reguliere index). Toeristenbelasting Voor personen die niet staan ingeschreven in de gemeente heffen wij een toeristenbelasting als zij blijven overnachten in een hotel, een pension of een ander vakantieonderkomen. Voor de toeristenbelasting zijn de houders van de hotels, pensions en campings belastingplichtig. Zij kunnen het tarief aan de toerist doorberekenen. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2025 afgezet tegen het tarief 2024. 2024

Tarief per overnachting Forfaitair tarief vaste standplaats (*)

2025 € 1,65 € 1,69 € 292,05 € 299,13

wijziging € 0,04 (+2,6%) € 7,08 (+2,6%)

(*) Het forfaitair tarief is gebaseerd op 177 overnachtingen vermenigvuldigd met het tarief per overnachting.

Hondenbelasting De hondenbelasting wordt berekend aan de houder van een of meer honden. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2025 afgezet tegen het tarief 2024.

Voor een eerste hond Voor een tweede hond Voor iedere hond boven het aantal van twee Voor een kennel

2024 2025 € 57,72 € 59,28 € 115,44 € 118,56 € 173,16 € 177,84 € 519,48 € 533,52

wijziging € 1,56 (+2,6%) € 3,12 (+2,6%) € 4,68 (+2,6%) € 14,04 (+2,6%)

Ontwikkeling van de lokale lastendruk Jaarlijks brengt het COELO (het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) een Atlas van de lokale lasten uit. Daarin is op het vlak van de lokale lastendruk een vergelijking van alle Nederlandse gemeenten gemaakt. Uitgangspunt voor de berekening van de lokale lastendruk zijn de lasten OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden. De volgende tabel geeft de meerjarige ontwikkeling van de lokale woonlasten weer voor de jaren 20232025: Woonlasten Onroerende zaakbelasting Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten Stijging (Absoluut) Stijging (Relatief)

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

2023 € 436 € 193 € 106 € 736 € 53 7,8%

2024 € 449 € 203 € 111 € 763 € 27 3,7%

2025 € 461 € 227 € 141 € 829 € 66 8,7%

75

Uitgangspunten berekening lokale lasten Gilze en Rijen: OZB: gemiddelde woningwaarde (koopwoning) op waarde peildatum (2024 = € 429.602); Afvalstoffenheffing: het COELO gaat voor een meerpersoonshuishouden uit van 14,7 inworpen van 60 liter in de restafvalcontainer; Rioolheffing: basistarief, tot en met 500 m3 waterverbruik.

Met bovenstaande woonlasten neemt onze gemeente in 2024 de 9e positie (2023 was 8e positie) in van de totaal 342 gemeenten per 01-01-2024. Op de lijst van het Coelo heeft de nummer 1gemeente de laagste woonlasten (bij meerpersoonshuishoudens). Nummer 342 is de gemeente met de hoogste woonlasten. Gemiddelde woonlasten (COELO) Gemiddelde alle gemeenten Gemeente Alphen-Chaam Gemeente Baarle-Nassau Gemeente Dongen Gemeente Goirle Gemeente Oisterwijk

2023 € 962 € 1.062 € 814 € 978 € 942 € 892

2024 € 1.010 € 1.100 € 923 € 938 € 1.007 € 964

2025 n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b.

Kwijtscheldingen Zoals binnen onze gemeente gebruikelijk bestaat de mogelijkheid om voor de aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffingen jaarlijks een verzoek om kwijtschelding in te dienen. Personen die aan de voorwaarden voldoen (betrokkenen hebben geen vermogen en de betalingscapaciteit is te laag om de aanslag te betalen), kunnen door het indienen van een dergelijk verzoek voor één of beide heffingen kwijtschelding ontvangen. In de tariefberekeningen voor de afvalstoffen- en rioolheffing is rekening gehouden met de inkomstenderving door kwijtschelding. In de begroting 2025 is rekening gehouden met een totaalbedrag van € 100.000 aan kwijtscheldingen.

76

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat gemeenten hun beleid voor de risicobeheersing moeten vastleggen en op basis van een risicoprofiel hun financiële weerstandsvermogen bepalen. Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”. In deze paragraaf geven we antwoord op de vraag hoe groot het “weerstandsvermogen” (weerstandscapaciteit minus totaal van alle risico’s) van onze gemeente is. Hiervoor geldt een drietal invalshoeken: 1. Identificeren en beoordelen van de risico’s die de gemeente loopt; 2. Bepalen wat de weerstandscapaciteit is (risicodekking van punt 1); 3. Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen (resultaat van punt 1 en 2). Daarnaast gaan we in op enkele financiële indicatoren die conform de BBV-voorschriften moeten worden opgenomen.

Risico’s identificeren en beoordelen Bij de samenstelling van de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de mogelijke risico’s die de gemeente in algemene zin kan lopen. De risico’s worden meerdere malen per jaar geactualiseerd. Hieronder leest u welke risico’s (gesorteerd op programma) zijn geïdentificeerd: Programma 0 Bestuur en ondersteuning Binnen dit programma hebben we de risico’s die betrekking hebben op de bedrijfsvoering (ABG) apart in beeld gebracht. Dit sluit aan bij het risicoprofiel genoemd in de P&C documenten van de ABG. Ook is er een risico meegenomen voor extra kosten op het gebied van externe advisering en juridische aangelegenheden. Daarnaast staan op dit programma de bestuurlijke risico’s verantwoord (Raad en College van B&W), welke vooral van politiek, juridische en rechtspositionele aard zijn. Tot slot is het risico voor hypothecaire geldleningen verwerkt in dit programma. Programma 1 Veiligheid Hier zijn risico’s opgenomen in de sfeer van mogelijke calamiteiten (waarbij aansluiting is gezocht bij het rampenplan). Programma 2 Verkeer en vervoer Belangrijke risico’s binnen dit programma hebben te maken met het dagelijks en geprogrammeerd onderhoud en grote werken op het gebied van bestratingen, asfalt en zandwegen. Het kan hier gaan

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

77

om bovenmatige kosten, faillissementen van bedrijven of onvoorziene kosten als gevolg van de werkzaamheden, zoals verzakkingen, schades en dergelijke. Programma 3 Economie Hier worden de risico’s van recessie en mogelijke bedrijfssluitingen benoemd. Programma 4 Onderwijs Belangrijkste risico is bovenmatige kosten voor leerlingenvervoer, mede omdat dit in principe een openeindregeling is. Programma 5 Sport, cultuur en recreatie Bij dit programma is er voor diverse instellingen en verenigingen rekening gehouden met het risico van aanvullende subsidies, liquidaties en faillissementen en/of privatiseringen. Programma 6 Sociaal domein Risico’s in de sfeer van de bijstandsuitkeringen zijn opgenomen binnen dit programma. Fluctuaties zijn mogelijk in aantallen bijstandsgerechtigden met daarnaast consequenties voor de Wet Werk en Bijstand (WWB). Tot slot is ook voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), een openeindregeling, de bovenmatige kostenontwikkeling onvoorspelbaar en dus opgenomen als risico. Programma 7 Volksgezondheid en milieu Opruimingskosten voor oliesporen, asbestverwijdering en drugsdumpingen zij verantwoord binnen dit programma. Ook is bodemverontreiniging meegenomen als belangrijk risico, inclusief de vondst van eventuele explosieven.

Programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stadsvernieuwing (VHROSV) De risico’s binnen dit programma zijn hoofdzakelijk gelegen in de sfeer van mogelijk lagere opbrengst vanuit bouwleges. Daarnaast zijn er risico’s opgenomen voor aansprakelijkheidstellingen in ruimtelijke procedures (o.a. planschades). Grondexploitatie (als aanvulling op programma’s 3 en 8) Voor de grondexploitatie zijn de risico’s eveneens in beeld gebracht. Per complex is beoordeeld welke mogelijke risico’s er zijn met bovenmatige kosten of minder opbrengsten tot gevolg. Hierbij kan men denken aan tegenvallende kosten in de eindfase van een complex, subsidies, stagnerende verkopen, renteverliezen, afwikkeling van planschades, tegenvallende aanbestedingen, langere doorlooptijden, afwaarderingen, etc.

Nu de risico’s geïdentificeerd zijn, moeten we deze beoordelen. Ook dit doen we meerdere malen per jaar, waarbij actief risicomanagement moet leiden tot het reduceren van deze risico’s. Om risico’s te kunnen beoordelen worden de kans en het (financiële) gevolg van elk risico bepaald. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van zogenaamde referentiebeelden die een richtlijn bieden om risico’s in te kunnen schatten. Daarna wordt per risico het financiële gevolg ingeschat in het geval het risico zich daadwerkelijk zou voordoen. Het is de bedoeling dat de financiële gevolgen zoveel mogelijk worden onderbouwd met kwantitatieve gegevens en prijzen. Voor de beoordeling van de kans dat een risico daadwerkelijk optreedt hanteren we 5 klassen met de volgende referentiebeelden:

78

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

Klasse 1 2 3 4 5

Referentiebeelden < of 1 keer per 10 jaar 1 keer per 5-10 jaar 1 keer per 2-5 jaar 1 keer per 1-2 jaar 1 keer per jaar of >

gemiddelde kans per klasse (10%) (30%) (50%) (70%) (90%)

Per individueel risico bepalen we wat de mogelijke financiële effecten zijn voor de gemeente. We vermenigvuldigen daarbij de kans dat het risico zich voordoet conform bovenstaande indeling met het ingeschatte financiële gevolg. Wanneer we dit doen voor alle geïdentificeerde risico’s, dan ontstaat onderstaand beeld: Risico's begroting 2025 Max. risico Programma 0 Bestuur en ondersteuning € 3.154.988 Programma 1 Veiligheid € 2.550.000 Programma 2 Verkeer en vervoer € 550.000 Programma 3 Economie € 500.000 Programma 4 Onderwijs € 130.000 Programma 5 Sport, cultuur en recreatie € 550.000 Programma 6 Sociaal domein € 600.000 Programma 7 Volksgezondheid en milieu € 50.000 Programma 8 Volkshuisv., ruimtelijke ord. en stadsvern. € 550.000 Programma 9A Algemene dekkingsmiddelen € 1.473.368 Programma 9B Overhead € 2.851.400 Grondexploitatie (als aanvulling op programma's 3 en 8) € 5.220.658 Corona € 402.000 Totaal programma's € 18.582.414

Kans % Uitkomst 10,19% € 321.499 11,18% € 285.000 13,64% € 75.000 10,00% € 50.000 45,38% € 59.000 22,73% € 125.000 20,00% € 120.000 50,00% € 25.000 27,27% € 150.000 13,39% € 197.337 13,77% € 392.740 36,69% € 1.915.547 30,00% € 120.600 20,65% € 3.836.723

Ten opzichte van de risico’s zoals ingeschat bij de jaarstukken 2023 (€ 4.824.177) is de totale uitkomst van geschatte risico’s gedaald met ca. € 1.000.000. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door afgenomen risico’s binnen de grondexploitaties en dan met name voor het project Tussen de Leijen.

Bepalen van de weerstandscapaciteit (risicodekking) Risicodekking richt zich op het afdekken (financieren) van de financiële gevolgen van opgetreden risico’s. Er zijn verschillende dekkingsmogelijkheden. Zoals uitgelegd in de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” bestaat de weerstandscapaciteit voor de gemeente uit de algemene reserve, de algemene reserve grondexploitatie, de stille reserve en de onbenutte belastingcapaciteit. Hieronder treft u de berekening aan: Berekening weerstandscapaciteit Begroting 2025 Algemene reserve € 3.147.026 Algemene reserve grondexploitatie € 1.637.863 Stille reserves (marktwaarden > boekwaarden) € 1.677.407 Onbenutte belastingcapaciteit (t.o.v. art 12 status) -€ 9.923 Totale weerstandscapaciteit

€ 6.452.373

Berekening van het weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag dat nodig is om alle risico’s op te kunnen vangen. Dat bedrag wordt bepaald door een kansberekening uit te voeren op alle in kaart gebrachte risico’s (risicoprofiel aan de hand van risicoklassen).

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

79

De beschikbare weerstandscapaciteit omvat de financiële middelen die de gemeente heeft om risico’s op te kunnen vangen. In het vorige hoofdstuk hebben we aangegeven waar de weerstandscapaciteit voor Gilze en Rijen uit bestaat. Het weerstandsvermogen is een ratio die berekend wordt door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij maken we een onderscheid tussen de “harde buffer” van het weerstandsvermogen en de “zachte buffer” van het weerstandsvermogen. De algemene reserve en de algemene reserve grondexploitatie worden gerekend tot vrije reserves. Samen vormen zij de “harde buffer” van de weerstandscapaciteit. Hier zetten we de risico’s met een grote kans tegen af (risicoklassen 3, 4 en 5). Daarmee krijgen we het weerstandsvermogen van de “harde buffer”. De stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit vormen de “zachte buffer”. Hier zetten we de risico’s met een klein kans tegen af (risicoklassen 1 en 2). Daarmee krijgen we het weerstandsvermogen van de “zachte buffer”. Hieronder treft u de berekening aan: Berekening weerstandsvermogen

Begroting 2025

Algemene reserve Algemene reserve grondexploitatie Totale weerstandscapaciteit harde buffer

€ 3.147.026 € 1.637.863 € 4.784.889

Risico's algemene dienst klassen 3 + 4 + 5 Risico's grondexploitatie Totale risico's harde buffer

-€ 597.740 -€ 1.915.547 -€ 2.513.287

Totale weerstandsvermogen harde buffer

€ 2.271.602

Stille reserves (marktwaarden > boekwaarden) Onbenutte belastingcapaciteit (t.o.v. art 12 status) Totale weerstandscapaciteit zachte buffer

€ 1.677.407 -€ 9.923 € 1.667.484

Risico's algemene dienst klassen 1 + 2 Totale weerstandsvermogen zachte buffer

-€ 1.323.436 € 344.048

TOTALE WEERSTANDSVERMOGEN ABSOLUUT TOTALE WEERSTANDSVERMOGEN RELATIEF

€ 2.615.650 1,68

Beoordeling van het weerstandsvermogen In de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” is afgesproken om te streven naar de volgende criteria voor het relatieve weerstandsvermogen:

80

•

Criterium 1: minimaal waarderingscijfer C (1,0 ≤ x < 1,4), maar bij voorkeur naar B (1,4 ≤ x < 2,0), als het gaat om het totale weerstandsvermogen.

•

Criterium 2: minimaal waarderingscijfer C (1,0 ≤ x < 1,4) als het gaat om de harde buffer van het weerstandsvermogen.

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

Wij gebruiken hiervoor onderstaande tabel. Deze wordt ook door de Provincie gebruikt in het kader van financieel toezicht.

Situatie 1e turap 2024 - Perspectiefnota 2025:

De conclusies bij de 1e turap 2024 - Perspectiefnota 2025 waren: •

Het totale relatieve weerstandsvermogen zit alle jaren (2024 t/m 2029) tussen de 1,24 en 3,04. Voor het jaar 2024 is sprake van waarderingscijfer C (voldoende) en voor de jaren 2025 t/m 2029 A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 1;

•

Het totale relatieve weerstandsvermogen "harde buffer" zit alle jaren (2024 t/m 2029) tussen 1,2 en 3,5. Voor het jaar 2024 is sprake van waarderingscijfer C (voldoende) en voor de jaren 2025 t/m 2029 A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 2.

Situatie begroting 2025 Wanneer we dit meerjarig verloop van het weerstandsvermogen actualiseren, dan ontstaat onderstaand beeld:

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

81

Bedragen in € miljoen Actuele doorkijk weerstandsvermogen

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Algemene reserve

3,1

3,0

3,2

3,2

3,2

3,2

Risico's algemene dienst met klassen 3-4-5

-0,6

-0,6

-0,5

-0,5

-0,5

-0,5

Subtotaal

2,5

2,4

2,7

2,7

2,7

2,7

Algemene reserve GREX

1,6

5,1

6,1

7,0

7,9

8,8

Risico's GREX

-1,9

-1,9

-1,8

-1,8

-1,7

-1,7

Subtotaal

-0,3

3,2

4,3

5,2

6,2

7,1

Totale weerstandsvermogen harde buffer absoluut

2,2

5,7

6,9

7,9

8,9

9,9

Totale weerstandsvermogen harde buffer relatief

1,9

3,3

3,9

4,5

5,0

5,6

Stille reserves

1,7

1,7

1,7

1,7

1,7

1,7

Onbenutte belastingcapaciteit

0,0

0,3

0,2

0,1

0,0

-0,2

Risico's algemene dienst met klassen 1-2

-1,3

-1,3

-1,3

-1,2

-1,2

-1,2

Totale weerstandsvermogen zachte buffer absoluut

0,3

0,7

0,6

0,5

0,4

0,3

Totale weerstandsvermogen zachte buffer relatief

1,3

1,5

1,5

1,4

1,3

1,3

Totaal weerstandsvermogen absoluut

2,5

6,3

7,5

8,4

9,3

10,2

Totaal weerstandsvermogen relatief

1,66

2,69

3,07

3,38

3,70

4,05

De nieuwe conclusies bij deze begroting 2025 zijn: •

Het totale relatieve weerstandsvermogen zit alle jaren (2024 t/m 2029) tussen de 1,66 en 4,05. Voor het jaar 2024 is sprake van waarderingscijfer B (ruim voldoende) en voor de jaren 2025 t/m 2029 A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 1;

•

Het totale relatieve weerstandsvermogen "harde buffer" zit alle jaren (2024 t/m 2029) tussen 1,9 en 5,6. Voor het jaar 2024 is sprake van waarderingscijfer B (ruim voldoende) en voor de jaren 2025 t/m 2029 A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 2.

We kunnen stellen dat het weerstandsvermogen nu (begroting 2025) beter is geworden dan ten tijde van de 1e turap 2024 - Perspectiefnota 2025. Kijkend naar het einde van de planhorizon was bij de 1e turap 2024 - Perspectiefnota 2025 sprake van een absoluut weerstandsvermogen van € 8,6 miljoen, waar dit nu bij de begroting 2025 € 10,2 miljoen is. Het absolute weerstandsvermogen is hiermee gestegen met € 1,6 miljoen. Hieronder wordt dit op hoofdlijnen verklaard: •

• •

82

Zoals al eerder gezegd in deze paragraaf is de totale uitkomst van geschatte risico’s gedaald. Dit wordt met name veroorzaakt door afgenomen risico’s binnen de grondexploitaties en dan met name voor het project Tussen de Leijen. Hierdoor stijgt het weerstandsvermogen met + € 0,9 miljoen; De stille reserves zijn toegenomen als gevolg van hogere WOZ-waarderingen. Hierdoor stijgt het weerstandsvermogen met + € 0,2 miljoen; In de doorkijk van het weerstandsvermogen nemen we ook de resultaten/saldi vanuit de meerjarenbegroting mee voor de jaren 2024 en 2025. Deze bedragen verrekenen we immers met de algemene reserve. Ten tijde van de 1e turap 2024 - Perspectiefnota 2025 waren de volgende saldi bekend: -/- € 87.000 (2024) en + € 29.000 (2025). Het totaal hiervan was -/€ 58.000. Nu bij de begroting 2025 gaat het op de volgende saldi: -/- € 87.000 (2024) en +

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

€ 191.000 (2025). Het totaal hiervan is + € 104.000. Het verschil komt hiermee op afgerond € 0,2 miljoen. Hierdoor stijgt het weerstandsvermogen met + € 0,2 miljoen; N.B.: de jaren 2026 e.v. nemen we hierin niet mee. Dit is enerzijds omdat we vinden/verwachten dat voor die jaren extra Rijksmiddelen toegekend gaan worden als gevolg van het "Ravijnjaar" voor gemeenten. Anderzijds wordt voor deze jaren een maatregelenpakket voorbereid om een financieel sluitende begroting te kunnen presenteren. •

Overige € 0,3 miljoen voordeel.

Bij het beoordelen van het weerstandsvermogen blijven wij steeds oog houden voor het evenwicht tussen een structureel en reëel sluitende meerjarenbegroting en een gezond weerstandsvermogen.

Financiële kengetallen BBV In het gewijzigde BBV is een basisset van vijf kengetallen verplicht gesteld. Deze kengetallen geven in samenhang informatie over de financiële positie van de gemeente. Het BBV geeft geen landelijke normering voor de kengetallen. De kengetallen zijn een weerspiegeling van het gevoerde beleid binnen een gemeente. De kengetallen moeten zodoende in samenhang worden beoordeeld, wat ook de onderlinge vergelijkbaarheid met andere gemeenten bemoeilijkt. Verloop kengetallen Verloop kengetallen 2023 2024 2025 2026 2027 2028 realisatie begroot begroot begroot begroot begroot

Kengetallen: netto schuldquote netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen solvabiliteitsrisico grondexploitatie structurele exploitatieruimte belastingcapaciteit Nadere toelichting Legenda: Voldoende

Attentie

34%

36%

37%

51%

47%

44%

32% 30% 12% 2% 75%

35% 30% 7% 1% 76%

36% 31% 2% 0% 80%

49% 28% 0% -/- 2% 80%

45% 27% -/- 3% -/- 3% 81%

42% 26% -/- 5% -/- 3% 81%

Kwetsbaar

Kengetal: Netto schuldquote De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en de hoogte van de investeringen uit het nabije verleden. Bij een score tussen de 100% en 130% is voorzichtigheid geboden. Bij een netto schuldquote hoger dan 130% doet een gemeente er goed aan om

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

83

schulden af te bouwen. Op basis van de cijfers uit de begroting 2025 bedraagt de netto schuldquote 37% (jaarstukken 2023 34%), ruim onder de 100%. Kengetal: Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote wordt tevens berekend met een correctie voor verstrekte leningen (uitgaand geld). Het verschil met de netto schuldquote (zonder correctie) vertegenwoordigt het mogelijke risico dat de gemeente loopt als alle verstrekte leningen niet terug betaald zouden worden. Bij de begroting 2025 is de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 36% (jaarstukken 2023 32%). Dit blijft ruimschoots onder de kritische norm (135%). Kengetal: Solvabiliteitsratio/schuldratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin bezit op de balans is afbetaald. Hoe hoger de uitkomst hoe gunstiger. We financieren dan immers meer met eigen vermogen. Op basis van de begrotingscijfers 2025 scoort Gilze en Rijen een solvabiliteitsratio van 31% (jaarstukken 2023 30%). In het algemeen wordt een percentage groter of gelijk aan 25% als voldoende beschouwd. Kengetal: Grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat de grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde nog moet worden terugverdiend door middel van verkopen.

Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Volgens de begroting 2025 bedraagt de boekwaarde van de 'bouwgrond in exploitatie' 2% van de totale baten (voor bestemming). Bij de jaarstukken 2023 was dit 12%. Kengetal: Structurele exploitatieruimte Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder rente en aflossing van leningen) te dekken. We zien dat de structurele lasten en structurele baten voor 2025 met elkaar in evenwicht zijn, wat duidt op een duurzaam evenwichtige begroting. Op basis van de begroting 2025 bedraagt het cijfer 0% (jaarstukken 2023 2%). Voor de jaren 2026-2027 is de meerjarenbegroting niet structureel sluitend en dus punt van aandacht. Kengetal: Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit is gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden (kosten van rioolheffing, afvalstoffenheffing en OZB). In 2024 zijn de gemiddelde woonlasten € 763 voor een meerpersoonshuishouden in de gemeente Gilze en Rijen. Landelijk bedragen de gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in 2024 € 1.010. Hiermee bedraagt de belastingcapaciteit 76% voor het jaar 2024.

84

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

Onderhoud kapitaalgoederen

Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Wij zijn inrichter, beheerder en voor een groot deel ook eigenaar van de openbare ruimte in Gilze en Rijen. Bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte ontstaan kapitaalgoederen zoals wegen, riolering, water en groen. Kapitaalgoederen zijn van directe invloed op een goed, veilig en efficiënt leef-, werk- en woonmilieu voor de inwoners. Daarnaast is het financieel belang van goed beheer en onderhoud van kapitaalgoederen groot, omdat we de waarde ervan dienen te behouden en het een aanzienlijk beslag op onze begroting legt. Naast producent en beheerder van die kapitaalgoederen zijn we er zelf ook gebruiker van. Bij het uitvoeren van onze taken maken we bijvoorbeeld gebruik van het gemeentehuis en de gemeentewerf.

Wegen Beleidskader Wegbeheer is een wezenlijk onderdeel van het beheer van de openbare ruimte. Om deze openbare ruimte, welke voor een belangrijk gedeelte het leefgenot en de veiligheid voor onze inwoners bepaalt, op een verantwoorde wijze te kunnen beheren zijn middelen nodig. Om deze middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten is, voor wat betreft het wegonderhoud, gekozen voor de methode van de CROW (Stichting voor Regelgeving en Onderzoek in de grond- weg- en waterbouw en de verkeerstechniek). In 2018 is het huidige wegbeheerplan opgesteld. In het wegbeheerplan is opgenomen de minimale technische kwaliteit van de verharding conform de CROW-richtlijn te houden (minimaal niveau B). In 2022 is voor het laatst een weginspectie uitgevoerd. Uit de inspectie is gebleken dat sprake is van achterstallig onderhoud (kwaliteitsniveau D) waar de komende jaren prioriteit aan gegeven dient te worden. Conform de regelgeving uit het Besluit Begroten en Verantwoorden, is hiervoor in 2023 een voorziening gevormd. Verder zal, op basis van de weginspecties, het wegbeheerplan geactualiseerd worden voor de periode 2024-2028. Naar verwachting is het wegbeheerplan gereed in december 2024. Financiële consequenties De financiële consequenties van het nieuwe wegbeheerplan 2024-2028 zijn nog niet bekend.

De financiële ramingen in de begroting 2025-2028 zijn daarom nog gebaseerd op het oude wegbeheerplan en de geactualiseerde uitvoeringsplanning 2024-2028. Financiële consequenties in de begroting De uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden wijken vaak af ten opzichte van de planning uit het wegbeheerplan. Dit wordt met name veroorzaakt door het feit dat projecten integraal aangepakt

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

85

worden. Daarbij wordt niet alleen naar de onderhoudstoestand van de weg gekeken maar ook naar eventueel noodzakelijke maatregelen op het gebied van verkeer, groen, riolering en openbare verlichting. Jaarlijks wordt in de begroting een bedrag voor uit te voeren onderhoudswerkzaamheden opgenomen. Voor de periode 2025 tot en met 2028 is jaarlijks een vast bedrag opgenomen voor groot onderhoud. Dit bedrag is nog gebaseerd op de gemiddelde onderhoudskosten (€ 719.000) gedurende de planperiode van het huidige wegbeheerplan. In 2023 is tevens een voorziening gevormd van € 1.800.000. Deze voorziening zal gedurende de periode 2024 t/m 2026 aangewend worden om het achterstallig onderhoud weg te werken.

Riolering en water Beleidskader In het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP) zijn de beleidsuitgangspunten opgenomen op basis waarvan de gemeente invulling geeft aan de drie wettelijke zorgplichten op het gebied van stedelijk waterbeheer. De raad heeft op 14 december 2020 het VGRP vastgesteld dat geldt voor de periode 2021-2025. Het beleid, zoals opgenomen in het VGRP, is gericht op: • • • • • •

Het inzamelen van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater; Het inzamelen van hemelwater; Het transporteren van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt; Het voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater; Het zoveel mogelijk beperken van overlast voor de woonomgeving (in de breedste zin van het woord); Het doelmatig beheren van de riolering, het oppervlaktewater en grondwater tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.

Financiële consequenties Op basis van het VGRP 2021-2025 bedragen de jaarlijkse kosten voor onderhoud aan de riolering € 328.000. In de vastgestelde PPN 2025 zijn onderstaande budgetten toegevoegd. Omschrijving (riolering totaal) Reinigen en inspecteren riolering (inlopen achterstand) Reinigen en inspecteren riolering (toename jaarlijks budget) Actualiseren/updaten digitale paspoorten gemalen Systeemoverzicht Stedelijk Water (voormalig BRP) Vervangen leidingwerk minigemalen (achterstand wegwerken) Reservering t.b.v. uitvoeringsmaatregelen Inventarisatie sloten (digitaal inmeten) (50% t.l.v. riolering) Inventarisatie duikerbuizen (digitaal inmeten) (50% t.l.v. riolering)

€

2024 231.000

2025 2026 € 231.000 € - € 150.000 € 15.000 € 40.000 € 21.000 € 196.000 € 15.000 € 1.500 € 23.500

2027

2028

€ 150.000

€ 150.000

€ 196.000 € 1.500

€ 196.000 € 1.500

Financiële consequenties in de begroting De jaarlijkse kosten voor groot onderhoud worden verantwoord binnen de gesloten exploitatie riolering. Het saldo tussen de totale lasten en baten binnen de exploitatie riolering wordt toegevoegd of onttrokken aan de voorziening riolering.

Gebouwen Beleidskader In 2023 zijn de onderhoudsplannen van de gemeentelijke gebouwen opnieuw geactualiseerd voor de periode 2023-2033. Jaarlijks wordt bekeken of er tussentijdse aanpassingen nodig zijn. De onderhoudsplannen geven inzicht in het geplande groot en klein onderhoud voor 2025 en een

86

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

doorkijk voor de komende jaren. Voor al het in 2025 geplande onderhoud geldt, dat telkens wordt bekeken of het onderhoud noodzakelijk is of dat bepaalde werkzaamheden doorgeschoven kunnen worden. Daarnaast worden de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk afgestemd met de gebruikers van de gebouwen. Verder is op 29 april 2021 de beleidsnotitie “Verduurzaming en onderhoud gemeentelijk maatschappelijk vastgoed” vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin is de koers uitgezet voor het verduurzamen en onderhoud van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Financiële consequenties Op basis van de meerjarenonderhoudsplanning is gedurende de periode 2023-2033 voor groot onderhoud een totaalbedrag benodigd van € 4.877.000. Financiële consequenties in de begroting Historisch blijkt dat de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden vaak afwijken van de onderhoudsplanningen. Dit wordt met name veroorzaakt door onderhoudswerkzaamheden pas uit te voeren wanneer deze noodzakelijk zijn en niet wanneer deze gepland zijn. Voor de periode 2025 tot en met 2028 zijn de volgende bedragen opgenomen voor groot onderhoud; 2025 € 452.000, 2026 € 432.000, 2027 € 450.000 en 2028 € 443.000.

Openbaar groen Beleidskader De raad heeft in 2005 het kwaliteitsplan voor de openbare ruimte, waarvan het openbaar groen onderdeel uitmaakt, vastgesteld. In dit kwaliteitsplan zijn ook de kwaliteitsniveaus (o.b.v. richtlijnen CROW) vastgesteld met betrekking tot het onderhoud van het openbaar groen (bomen, grassen, beplantingen, hagen en parkverhardingen). Voor de totale gemeente, behalve de centrumgebieden, geldt kwaliteitsniveau B, voor de centrumgebieden geldt kwaliteitsniveau A. In 2019 is een nieuw 'kwaliteitsplan openbare ruimte' opgesteld. Daarnaast is het rapport 'basis in beeld' opgesteld. Beide documenten zijn door de raad behandeld in de raadsvergadering van 6 mei 2019. Een van de conclusies luidde dat, op basis van de huidige beschikbare middelen, de in 2005 vastgestelde kwaliteitsniveaus voor het groen (met name de centrumgebieden) niet gerealiseerd kunnen worden. Ten opzichte van de gewenste kwaliteitsniveaus realiseren we zowel voor de centrumgebieden als voor heel de gemeente kwaliteitsniveau B. Beide kwaliteitsniveaus zijn gebaseerd op metingen uit 2021. In 2023 is de nieuwe groenvisie (groenplan) opgesteld. De groenvisie schept voorwaarden voor een groene leefomgeving. In de groenvisie zijn de kaders voor groen, om nieuwe ontwikkelingen te toetsen, opgenomen en zijn de kansen voor meer en kwalitatief beter groen uitgewerkt.

In het coalitieprogramma 2022- 2026 zijn m.b.t. het groenonderhoud onderstaande resultaten opgenomen: • •

We maken een Groenvisie waarin we de kansen voor meer en beter groen verkennen. Daarbij maken we meer geld vrij voor (groen)onderhoud, -vernieuwing en -uitbreiding zodat inwoners weer trots kunnen zijn op hun buurt; We zorgen voor goed beheer en onderhoud van bestaand openbaar groen (juiste boom op de goede plek, goede groeiplaatsen, goede kwaliteit, goede diversiteit van typen bomen).

Financiële consequenties Naar aanleiding van de nieuwe groenvisie zijn de bestaande budgetten niet gewijzigd.

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

87

Financiële consequenties in de begroting Voor het totale groenonderhoud is in de begroting jaarlijks een bedrag van € 1.653.000 opgenomen (exclusief onderhoud bomen). Daarnaast is voor renovatie en vervanging jaarlijks een bedrag beschikbaar van € 381.000.

88

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

Financiering

Financiering Inleiding Regelgeving met betrekking tot de uitvoering van taken op het gebied van treasury is opgenomen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, prudente en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente middels een statuut te regelen.

Treasurystatuut Het beleid op dit onderdeel is voor onze gemeente vastgelegd in het Treasurystatuut 2019 gemeente Gilze en Rijen (raad 11 november 2019).

Renteschema a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

b.

De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten

€

970.034

€ €

61.740 908.294

€

691.979

d1. Rente over eigen vermogen

+/+ €

-

d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

+/+ € €

691.979

-/-

673.581

-/-

c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-/-

€

101.985

-/-

€

114.330

c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend +/+ € Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

Nadelig

€

18.398

89

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat maximaal met kort geld (looptijd maximaal 1 jaar) mag worden gefinancierd en wordt berekend op basis van een vast percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. Op basis van de begroting 2025 is de kasgeldlimiet voor de gemeente Gilze en Rijen € 8,4 miljoen.

Renterisiconorm De renterisiconorm is ingesteld als instrument om de renterisico’s voor de vaste schuld te beheersen. Jaarlijks mogen de renterisico’s door renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Op basis van de nu bekende gegevens (vaste schulden, renteherziening, aflossingen en nieuwe geldleningen) stellen wij het renterisico in 2025 op nihil.

Leningsbehoefte en leningenportefeuille De gemeente Gilze en Rijen heeft eind 2024 naar verwachting een leningportefeuille van ongeveer € 41 miljoen.

Houdbare overheidsfinanciën Rijk en decentrale overheden In Europa zijn regels afgesproken over de overheidsfinanciën. Zij bepalen de normen voor het begrotingstekort (EMU-saldo) en de overheidsschuld (EMU-schuld). De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF) bevat het benodigde wettelijke instrumentarium voor het bereiken en in stand houden van houdbare overheidsfinanciën. De meest in het oog springende afspraak is het bereiken van begrotingsevenwicht op middellange termijn. Hiermee wordt uitdrukking gegeven aan de noodzaak van structurele reductie van het EMU-tekort en het garanderen van een houdbare EMU-schuld. De beheersing van het EMU-saldo is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het Rijk en de decentrale overheden. De eindverantwoordelijkheid voor de overheidsfinanciën als geheel ligt bij het Rijk. Gemeenten dienen hun tekort te houden onder de af te spreken percentages. Het Rijk wil gemeenten een boete opleggen via een korting op het Gemeentefonds wanneer zij de aan hen toegewezen EMU-norm overschrijden.

Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeenten, provincies, waterschappen, en gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de EMU-schuld.

90

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering Inleiding Bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen: personeel, informatisering, automatisering, communicatie, organisatie, facilitaire dienstverlening en financieel beheer & beleid (waaronder de administratieve organisatie, treasury, planning & control en de interne controle). De kwaliteit van de bedrijfsvoering beïnvloedt in belangrijke mate de effectiviteit van de externe dienstverlening. ABG-organisatie De bedrijfsvoering van de gemeente Gilze en Rijen is vanaf 1 januari 2016 ondergebracht in de ABGorganisatie. De ABG-organisatie is de gezamenlijke ambtelijke organisatie van de bestuurlijk zelfstandige gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen. Iedere dag zetten wij als ABG ons in voor de inwoners, ondernemers en bezoekers van onze drie mooie gemeenten. Dat is door de verschillende besturen en de vele uitdagingen in de samenleving soms best uitdagend. Het is daarom belangrijk dat we als organisatie stevig staan. Zodat we ons werk zo goed mogelijk en met plezier kunnen doen. Om die ontwikkeling te versterken (ver)bouwen we de komende jaren een nieuw, gezamenlijk ABG-kantoor aan het Anne Frankplein in Rijen. Vanuit één kantoor kunnen we elkaar makkelijker ontmoeten, werken we meer verbonden samen en leveren we uiteindelijk sterker werk. We zijn ook aan de slag met het verscherpen van ons organisatieverhaal en wat ons als ABG kenmerkt.

Een inkijkje in wat we doen, hoe we dat doen en vooral, waarom we dat doen. Dit helpt ons in het maken van duidelijke keuzes en zorgt voor meer onderlinge verbinding. We blijven met elkaar in gesprek over wat ons bindt en hoe we onze organisatie versterken als een fijne, inspirerende werkgever. De paragraaf bedrijfsvoering is thematisch ingedeeld volgens het zogenaamde Overheidsontwikkelmodel (OOM). Beleid en strategie De ABG-organisatie heeft de verantwoordelijkheid de ontwikkeling en uitvoering van beleid en dienstverlening voor inwoners, organisaties en bestuur van haar 3 gemeenten te verzorgen. De gekozen samenwerking moet de kwaliteit en continuïteit versterken. Een belangrijke stap in de verdere doorontwikkeling van de organisatie is het proces naar centrale huisvesting. Fysiek wordt het hierdoor eenvoudiger om taken op elkaar af te stemmen. We verwachten dat hiermee ook de nabijheid en de verbinding tussen medewerkers en de 3 gemeenten eenvoudiger wordt. Management Om richting te geven aan de doorontwikkeling van de organisatie, hanteert het management een aantal uitgangspunten die gericht zijn op de individuele medewerker en op de organisatiecultuur.

Programmabegroting 2025 Gilze en Rijen

91

Deze sturingsfilosofie maakt duidelijk wat de organisatie enerzijds en de medewerker anderzijds van elkaar mogen verwachten. Als ABG-organisatie streven we naar het verder verinnerlijken van de ABG-waarden, te weten: daadkracht, eigenaarschap en verbindend vermogen. Vanuit onze sturingsfilosofie zetten we daarbij in op harmonisatie, planmatig werken en project- en procesmatig werken. Medewerkers In 2025 gaan we verder met het samen met de medewerkers verder verinnerlijken van de ABGwaarden, namelijk: daadkracht, eigenaarschap en verbindend vermogen. We willen hiervoor de juiste tools bieden om onze mensen in staat te stellen om naast hun inhoudelijke expertise zich ook meer op sociaal-communicatieve kwaliteiten te ontwikkelen. Hierbij hebben we oog voor de situatie waarin ‘de opdrachtgever’ verkeert, en is intensieve samenwerking met in- en externe partners van groot belang. Het samenspel tussen bestuurders en de gemeentelijke organisatie vergt iets van de adviseurs. Maar ook onderkennen we dat een optimalisering van de samenwerking iets vraagt van de bestuurders. Om die reden worden ook zij ‘aangehaakt’ in de ontwikkeling. De inzet bij ziekteverzuim is om dit preventief te beïnvloeden (vroegsignalering, tijdige aandacht, training verzuimbegeleiding management). In 2023 was het percentage ziekteverzuim binnen ABG gemiddeld 4,6%.

Dit is lager dan het landelijke gemiddelde van 6,1% (2023). De ABG-organisatie wil een aantrekkelijk werkgever zijn voor onze zittende medewerkers, die we graag willen behouden. We willen ook in staat zijn om goede medewerkers aan te trekken en aan ons te binden. Een speerpunt van het ABG-plan is dan ook het behouden en aantrekken van medewerkers. We voeren een proactief wervingsbeleid en versnellen de sollicitatieprocedures, wat leidt tot een betere invulling van de vacatures. Verder richten we ons op goede secundaire arbeidsvoorwaarden en op een aantrekkelijk opleidingsbeleid. Voor jong professionals willen we tevens fungeren als opleidingsorganisatie. Middelen en processen De ontwikkeling op ICT-gebied heeft een grote invloed op de hele bedrijfsvoering. Door gebruik te maken van moderne technieken optimaliseren we zowel de interne als externe dienstverlening. Op het gebied van informatieveiligheid blijven we actief investeren in techniek en bewustwording bij de medewerkers. (Fraude)risicobeheersing Het bestuur van de ABG-Organisatie is zich bewust van het inherente risico van fraude dat zij, zowel intern als extern, loopt bij het uitvoeren van haar activiteiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14618861/1