CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

Gemeenteraad 25 maart 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Oranjestraat 100, Gilze29.760 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ook andere soorten munitie worden verwacht. In onderstaande tekening is het plangebied met gearceerde gebieden weergegeven. De groen gearceerde gebieden, op tekening zijn tot 4,5 m-mv vrijgegeven op het zoekdoel. De paars gearceerde gebiedenzijn tot 2,0 m-mv vrijgegeven op het zoekdoel. De rood gearceerde gebieden zijn niet vrijgegeven.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

Bestemmingsplan Oranjestraat 100, Gilze

|50

Uitsnede tekening beleidskaart

Aanbevelingen De werkzaamheden binnen het vrijgegeven gebied, het groen gearceerde gebied op de tekening kunnen regulier plaatsvinden. Als er werkzaamheden binnen het gebied plaats zullen vinden waar de beperkte vrijgave van 2,0 m-mv is gegeven, het paars gearceerde gebied op de tekening , kunnen deze tot een diepte van 2,0 m-mv regulier plaatsvinden. Als er grondroerende werkzaamheden zullen plaatsvinden vanaf 2,0 m-mv tot 4,5 m-mv adviseert REASeuro om een aanvullend NGE bodemonderzoek uit te laten voeren. Indien in de toekomst in het niet vrijgegeven gebied, het rood gearceerde gebied op de tekening, grondroerende werkzaamheden moeten plaatsvinden, adviseert REASeuro om een aanvullend NGEbodemonderzoek uit te voeren. Een afschrift van dit PvvO wordt tevens toegezonden aan gemeente Gilze en Rijen. Conclusie Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

Bestemmingsplan Oranjestraat 100, Gilze

|51

6.

JURIDISCHE REGELGEVING

6.1.

Inleiding

Dit bestemmingsplan sluit wat betreft de juridische regelgeving aan op de regeling van het bestemmingsplan “Buitengebied Gilze”. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de kaart aangegeven bestemmingen en de daarop betrekking hebbende regels, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden.

6.2.

Systematiek van de regels

De gemeente Gilze en Rijen hanteert een bestek waar een bestemmingsplan aan dient te voldoen. Een hulpmiddel wat de gemeente daarbij gebruikt is een standaard opzet voor het maken van regels bij bestemmingsplannen. Elk bestemmingsplan blijft echter maatwerk. De opzet van de regels is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Uiteraard is de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk opgenomen, om de specifieke eisen die een gebied stelt aan de bestemmingsplanregeling te kunnen verwerken. Daarnaast is in landelijke standaarden (SVBP2012 en IMRO 2012) vastgelegd welke kleuren, lijnen, symbolen e.d. toegepast worden bij het opstellen van de verbeelding. In de volgende paragraaf worden de gebruikte bestemmingen nader toegelicht. Hieronder wordt een toelichting gegeven op welke wijze een en ander in de regels is vastgelegd. De regels zijn als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen, het tweede artikel bevat de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Regels met betrekking tot de bestemmingen Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemming.

Deze kent globaal de volgende opzet: • Bestemmingsomschrijving; • Bouwregels voor gebouwen; • Bouwregels voor aan-, uit- en bijgebouwen; • Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde; • Eventuele nadere eisen; • Eventuele afwijkingen van de bouwregels; • Eventuele specifieke gebruiksregels; • Eventuele afwijkingen van de gebruiksregels. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Anti-dubbeltelregel: met deze bepaling wordt beoogd misbruik van de regels door middel van (privaatrechtelijke) wijzigingen in de eigendomsverhoudingen van gronden te voorkomen; • Algemene bouwregels: dit artikel bevat de bouwregels van algemene bouwwerken die binnen het gehele plangebied kunnen worden opgericht; • Algemene gebruiksregels;

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

Bestemmingsplan Oranjestraat 100, Gilze

|52

•

• •

Algemene afwijkingsregels: het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in de regels gegeven maten en percentages met betrekking tot het bouwen, het oprichten van gebouwen van openbaar nut en het in beperkte mate verschuiven van bestemmingsgrenzen; Algemene wijzigingsregels: het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingsgrenzen. Algemene procedureregels.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Overgangsregeling: bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven; • Titel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen worden.

6.3.

Beschrijving van de bestemmingen

Artikel 3 Wonen Artikel 3 bevat de regels voor de bestemming 'Wonen'. Binnen deze bestemming is een bouwvlak aangegeven, waarbinnen woningen zijn toegestaan. Op de verbeelding is weergegeven welke woningtypologieën zijn toegestaan per bouwvlak. Er is voor deze bestemming een specifieke functieaanduiding opgenomen ‘tuin’ en ‘landschapswaarden’. Artikel 4 Groen-Landschappelijke inpassing Voor de bestaande en nieuw aan te planten groenvoorzieningen in het plangebied is de bestemming ‘Groen – Landschappelijke inpassing’ opgenomen. Naast het in stand houden van gebiedseigen beplanting overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan, ter inpassing van de gebouwen, verhardingen en andere voorzieningen in het landschap zijn binnen deze bestemming ook water- en huishoudkundige voorzieningen, onverharde fiets- en wandelpaden, extensief dag recreatief medegebruik en een en ander bijbehorende voorzieningen toegestaan. Functieaanduiding Landschapswaarden Ter plaatse van de aanduiding ‘landschapswaarden’ mogen geen bouwwerken worden opgericht. Met het opnemen van deze aanduiding worden deze gronden niet langer inbegrepen in het achtererfgebied waardoor ook vergunningsvrij bouwen op deze gronden niet mogelijk is. Deze aanduiding is opgenomen om te voorkomen dat de waardevolle relatie met het landschap verloren gaat.

De functieaanduiding heeft tot doel de betrokken gronden niet aan te merken als zijnde een ‘erf’. Doordat deze gronden geen deel uitmaken van het ‘erf’, maken ze eveneens geen deel uit van het ‘achtererfgebied’ en kunnen om die reden geen vergunningsvrije bouwwerken worden opgericht. Om nogmaals vergunningsvrije bouwwerken uit te sluiten is binnen de regels de planregel opgenomen dat de gronden niet mogen worden aangemerkt als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht. Functieaanduiding Tuin De gronden die zijn aangeduid met de aanduiding ‘landschapswaarden’ mogen uitsluitend worden gebruikt als ‘tuin’. Om die reden is een overlappende aanduiding ‘tuin’ opgenomen. Gelet op de gerechtelijke uitspraken van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2021:2931) is het niet mogelijk om deze gronden, met het oog op het tegengaan van vergunningsvrije bebouwing, in een separate bestemming ‘Tuin’ op te nemen, ook al is hierin expliciet bepaald dat bebouwing niet is toegestaan.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

Bestemmingsplan Oranjestraat 100, Gilze

|53

Overige aanduidingen Verder zijn aanduidingen opgenomen voor de goothoogte, bouwhoogte en het maximum aantal te bouwen wooneenheden binnen het bouwvlak. Dubbelbestemmingen Artikel 5 bevat de regels over de bestemming ‘Waarde – Archeologie – 3’. Binnen deze zones zijn gronden aangewezen die een archeologische verwachtingswaarde hebben. De bestemmingsregels schrijven voor bij welke werkzaamheden een archeologisch veldonderzoek noodzakelijk is.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

Bestemmingsplan Oranjestraat 100, Gilze

|54

7.

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische haalbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen voor gronden waarop een aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In artikel 6.2.1. Bro staat aangegeven wat onder een aangewezen bouwplan wordt verstaan. Het bestemmingsplan betreft een particulier initiatief op particulier terrein. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente zal ten behoeve van de kosten een overeenkomst gesloten worden. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog Voor het plan heeft de initiatiefnemer een Omgevingsdialoog uitgevoerd in mei 2023, op basis van de gemeentelijke beleidsnota “Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen”. Hierop zijn geen reacties, opmerkingen of vragen binnengekomen. Het verslag van deze Omgevingsdialoog is opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. Vooroverleg In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp-bestemmingsplan voorgelegd aan de vooroverleg partners: de Provincie NoordBrabant, het Waterschap Brabantse Delta en Brandweer Midden en West-Brabant. In de Nota van vooroverleg zijn de vooroverlegreacties gebundeld en van een reactie voorzien. De Nota van vooroverleg is als externe bijlage bij deze toelichting opgenomen. Ontwerp Na de instemming van het college van burgemeester en wethouders op het ontwerp bestemmingsplan wordt het ontwerp 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft eenieder de mogelijkheid zienswijze in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Het ontwerp bestemmingsplan heeft van 15 december 2023 t/m 25 januari 2024 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Vaststelling Na vaststelling wordt het plan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd.

Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

Bestemmingsplan Oranjestraat 100, Gilze

REGELS

|1

Inhoud 1 Inleidende regels

2

Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

2 7

2 Bestemmingsregels

9

Artikel 3 Groen-Landschappelijk inpassing Artikel 4 Wonen Artikel 5 Waarde- Archeologie 3

9 11 16

3 Algemene regels

21

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Artikel 7 Algemene bouwregels Artikel 8 Algemene gebruiksregels Artikel 9 Algemene aanduidingsregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Artikel 12 Algemene procedureregels Artikel 13 Overige regels

21 22 23 24 25 26 27 28

4 Overgangs- en slotregels

29

Artikel 14 Overgangsrecht

29

Artikel 15 Slotregel

30

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|2

1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan Oranjestraat 100, Gilze van de gemeente Gilze en Rijen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aan huis gebonden beroep een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen beroep met ondergeschikte functies. Het beroep dient qua omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij bijbehorende bijgebouwen te passen en de woonfunctie dient als primaire functie behouden en herkenbaar te blijven. Hieronder dienen niet te worden begrepen de uitoefening van ambachtelijke bedrijven. 1.4 aan huis gebonden bedrijf het beroepsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk met ondergeschikte functies. Het bedrijf dient qua omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij bijbehorende bijgebouwen te passen en de woonfunctie dient als primaire functie behouden en herkenbaar te blijven.

1.5 aan-/uitbouw een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt, deel van een hoofdgebouw dat door zijn indeling en inrichting is bestemd om hoofdzakelijk te worden gebruikt ten behoeve van de hoofdfunctie; 1.6 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.8 afhankelijke woonruimte een tijdelijke zelfstandige woonvorm ten behoeve van mantelzorg, waarbij bewoning van een (bij)gebouw tijdelijk is toegestaan en er sprake is van de huisvesting van één huishouden; 1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10 bebouwingspercentage een aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel of bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.11 begane grond bouwlaag waarvan het vloerpeil ter hoogte van het (straat)peil ligt, dan wel de bouwlaag boven een onderbouw; 1.12 beperkt kwetsbare objecten een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Staatsblad 2004, nr. 250) een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|3 1.13 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.18 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder; 1.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct

hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.23 bouwwerk, geen gebouw zijnde een bouwwerk voorzien van maximaal één gesloten wand; 1.24 dakopbouw bouwlaag welke maximaal 70% van het bebouwde oppervlak van de daaronder gelegen bouwlaag van het hoofdgebouw omvat; 1.25 dienstverlening het bedrijfsmatig verrichten van diensten van of ten behoeve van het publiek al dan niet met baliefunctie, zoals een uitzendbureau, bank, stomerij, wasserette, apotheek, kapsalon, schoonheidssalon, schoenmaker of reisbureau; 1.26 dove gevel een bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een karakteristieke geluidswering - conform NEN 5077 die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB (in het geval van wegverkeerslawaai en spoorweglawaai) of 35 dB(A) (in geval van industrielawaai), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij wijze van uitzondering te openen delen NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|4 aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte, zoals omschreven in artikel 1 van de Wet geluidhinder; 1.27 eengezinswoning een gebouw dat uitsluitend één woning omvat; 1.28 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met twee of meer wanden omsloten ruimte vormt; 1.29 geluidszoneringsplichtige inrichtingen een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder (Stbl. 1981, 533) rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidzone moet worden vastgesteld; 1.30 gevel een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak; hogere grenswaarde een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder dan wel het Besluit geluidhinder; 1.31 gevellijn denkbeeldige lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelsgrenzen, dan wel de aangeduide lijn; 1.32 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht; 1.33 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en

continuïteit in de samenstelling ervan kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.34 inwoning het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat dit slechts toegestaan is in het hoofdgebouw, dan wel in met het hoofdgebouw verbonden aangebouwd bijgebouwen en dat woningsplitsing en/of kamerverhuur niet toegestaan is; 1.35 kamerverhuur en/of logies de verhuur van een deel van een al dan niet zelfstandige woonruimte ten behoeve van bewoning aan personen; 1.36 kamerverhuur - en/of logiespand gebouw of een deel van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan vier of meer personen; 1.37 kwetsbare objecten een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Staatsblad 2004, nr. 250) een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 1.38 landschappelijke inpassing een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op bestande dan wel nog te ontwikkelen landschappelijke (ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische) landschapskwaliteiten; NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|5 dit kan door middel van architectuur (vormgeving, situering, bebouwing en materiaalgebruik), aanleg van landschappelijke en/ of natuurlijke elementen al dan niet in combinatie met sloop. 1.39 mantelzorg het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband; 1.40 mantelzorgbehoevende eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak; 1.41 mantelzorgverlener diegene die (deels) in een behoefte van een mantelzorgbehoevende voorziet; 1.42 meergeneratiewoning één woning die krachtens een omgevingsvergunning geschikt is gemaakt voor bewoning door twee huishoudens met een familierelatie en met een fysieke koppeling, waarbij sprake is van inwoning gerelateerd aan de familierelatie; 1.43 NAP Nieuw Amsterdams Peil; 1.44 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, milieuvoorzieningen, e.d.; 1.45 ondergeschikte functies functies waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de bebouwing als zodanig mag worden gebruikt; 1.46 overkapping/carport een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één gesloten wand; 1.47 perceelsgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling en tussen

bouwpercelen en openbaar gebied; 1.48 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.49 risicovolle inrichting een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.50 stedenbouwkundige samenhang het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaald beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n); 1.51 vloeroppervlakte de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen; a. bruto vloeroppervlak: de totale vloeroppervlakte van functies, gerekend op alle bouwlagen, met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten; b. netto vloeroppervlak: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) ruimtes, alleen op de begane grond, ten behoeve van de detailhandel;

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|6 1.52 voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van het hoofdgebouw en wordt doorgetrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen; 1.53 voorkeursgrenswaarde de toelaatbare waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder dan wel het Besluit geluidhinder; 1.54 vrijstaand bijgebouw een bij een woning behorend gebouw, zoals een garage, huishoudelijke bergruimte, of hobbyruimte, dat niet in directe verbinding staat met de woning en dat niet voor bewoning is bestemd; 1.55 vrijstaande woning eengezinswoning welke aan beide zijden van de woning niet in de zijdelingse perceelsgrens is gebouwd; 1.56 waterberging voorziening voor het tijdelijk vasthouden van regenwater dat afstroomt vanaf de oppervlakte van een bouwwerk en bestrating; 1.57 weg een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen, bermsloten en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende bushaltes, parkeerplaatsen en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.58 Wet geluidhinder wet van 16 februari 1979 (Stb.

99) houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder, zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan; 1.59 woning een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, of voor de huisvesting buiten het verband van een huishouden tot en met maximaal vier personen; 1.60 zijdelingse en achterste perceelsgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|7

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens wordt gemeten tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het betreffende bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein de buitenwerks gemeten oppervlakte van het op een bouwperceel aanwezige c.q. op te richten gebouw, bouwwerken geen gebouwen zijnde of gebouwencomplex, gemeten op één meter boven het gemiddelde maaiveld van het aansluitende afgewerkte terrein; 2.3 bebouwingspercentage een aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel of bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd; 2.4 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6 de breedte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.7 de diepte van een gebouw

horizontaal tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels gemeten van de voorgevel tot de achtergevel en 1 m boven peil en waarbij de grootste maat (gemeten evenwijdig aan één van de zijgevels) bepalend is; 2.8 de verticale diepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten vanaf peil; 2.9 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.10 lessenaarsdak een dakvorm die bestaat uit slechts één dakvlak of dakschild, dat onder een zekere helling is aangebracht. Hierbij betreft de goothoogte de laagste zijde en de bouwhoogte de hoogste zijde. 2.11 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.12 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.13 de lengte en breedte van een bouwwerk horizontaal tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren), met dien verstande dat wanneer de zijgevels niet NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|8 evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte; 2.14 de vloeroppervlakte van een bouwwerk horizontaal tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren over alle bouwlagen; 2.15 peil a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftopbouwen, lichtkoepels, antennes, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 1,0 meter wordt overschreden.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|9

2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Groen-Landschappelijk inpassing 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - Landschappelijke inpassing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het aanleggen en in stand houden van gebiedseigen beplanting overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan, ter inpassing van de gebouwen, (half-) verhardingen en andere voorzieningen in het landschap; b. onder landschappelijke inpassing wordt in deze regels verstaan het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. onverharde fiets- en wandelpaden; e. extensief dag recreatief medegebruik; een en ander met bijbehorende voorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen uitsluitend erf- en terreinafscheidingen worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter; b. erf- en terreinafscheidingen moeten als open constructie worden opgericht. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden voor: a. het realiseren van parkeerplaatsen; b. het gebruik als kampeerterrein; c. buitenopslag; d. het lozen en/of opslaan van stoffen.

3.4 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 sub a indien in plaats van de landschapsmaatregelen zoals bedoeld in bijlage 1 van deze regels, andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat: a. de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in het inrichtingsplan genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald; b. hetgeen onder a beschreven kan worden aangetoond met een waarde berekening inclusief toelichting en beplantingsplan; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige waarden. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Omgevingsvergunningvereiste Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het vellen van houtgewas wat niet overeenkomt met de duurzame ontwikkeling of instandhouding van de bij de bestemming behorende landschappelijke en natuurlijke waarden; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|10 c. d. e. f. g.

het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage; het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; het aanbrengen van voorzieningen van geringe omvang ten behoeve van extensieve recreatie; het aanbrengen van halfverhardingen.

3.5.2 Uitzonderingen Het in lid 3.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming, als afzetten, knotten, dunnen, waarbij de in lid 3.5.1 sub a genoemde waarden duurzaam worden veiliggesteld; b. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; c. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 3.5.3 Toelaatbaarheid De in lid 3.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de landschappelijke waarden van de landschapselementen.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|11

Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de afzonderlijke huisvesting van huishoudens of daarmee vergelijkbare economische eenheden van een of meer personen in vrijstaande woningen al dan niet in samenhang daarmee aan huis gebonden beroepen; b. tuinen en erven ter plaatse van de aanduiding 'tuin' uitsluitend als tuin; c. ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden', uitsluitend voor instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden. d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en uitritten. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: 4.2.1 Algemeen a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, waarbij geldt dat per bouwperceel ten hoogste één woning is toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend vrijstaande woningen zijn toegestaan; c. ter plaatse van de aanduidingen 'tuin' en 'landschapswaarden' is geen bebouwing toegestaan. d. de aangewezen gronden met functieaanduiding 'tuin' en 'landschapswaarden' dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan; e.

de voorgevel van het hoofdgebouw dient in de gevellijn te worden gebouwd zoals is aangegeven op de verbeelding; f. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduidingen 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' of 'minimale - maximale goot- en bouwhoogte (m)' is aangegeven, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'minimale - maximale goot- en bouwhoogte (m)', de goot- en bouwhoogte niet minder mag bedragen dan is aangegeven; g. iedere woning dient te worden afgedekt door een hellend dakvlak, met dien verstande dat de helling minimaal 35º en maximaal 60º bedraagt; h. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' zijn aan- en uitbouwen en (vrijstaande) bijgebouwen toegestaan; i. per woning dient een onbebouwde buitenruimte aanwezig te zijn van minimaal 25m2 j. Aan en uitbouwen dienen op een afstand van ten minste 1.00 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de hoofdgebouwen te worden gebouwd. 4.2.2 Vrijstaande woningen a. de breedte van het hoofdgebouw bedraagt tenminste 7 meter; b. de inhoud van de woning, inclusief aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan 750 m3; c.

de goot- dan wel bouwhoogte van aan-, uit- en vrijstaande bijgebouwen mag ten hoogste respectievelijk 3 en 5,5 meter bedragen,met dien verstande dat de absolute hoogte in elk geval moet zijn gelegen binnen een denkbeeldig vlak onder 60º gaande door de goothoogtelijn op de zijdelingse perceelsgrens. 4.2.3 Bijgebouwen a. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2 per woning, indien de bestaande oppervlakte meer bedraagt dan 100 m2, dan mag de bestaande oppervlakte niet worden uitgebreid; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|12 c.

de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 meter.

4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en werkzaamheden Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. erfafscheidingen, waarbij de bouwhoogte vóór de voorgevellijn maximaal 1 meter mag bedragen en achter de voorgevellijn maximaal 2 meter; b. carports en overkappingen dienen achter de voorgevellijn te worden gebouwd en uitsluitend binnen het bouwvlak; c. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarbij de bouwhoogte vóór de voorgevellijn maximaal 1 meter mag bedragen en achter de voorgevellijn maximaal 3 meter. 4.2.5 Bouwregels met betrekking tot geluidhinder a. het bouwen van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen als bedoeld in de Wet geluidhinder, waarvan de gevel(delen) of gevels zijn gelegen binnen een geluidszone van een weg of spoorweg als bedoeld in de Wet geluidhinder, is uitsluitend toegestaan indien de gevel(delen) of gevels zijn uitgevoerd als dove gevel, tenzij uit akoestisch onderzoek blijkt dat, al dan niet door het treffen van (afschermende) maatregelen, de geluidbelasting op de gevels van de woningen en andere geluidgevoelige gebouwen ten gevolge van elk van deze zones lager of gelijk is aan: 1.

de voorkeursgrenswaarde zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, en is verzekerd dat uit het akoestisch onderzoek volgende maatregelen worden getroffen en in stand gehouden, of; 2. de voor deze gebouwen vastgestelde hogere grenswaarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, en is verzekerd dat uit het akoestisch onderzoek volgende maatregelen worden getroffen en in stand gehouden; b. het bouwen van woningen of andere geluidgevoelige gebouwen is uitsluitend toegestaan als deze uit niet meer dan één dove gevel bestaan; c. woningen of andere geluidgevoelige gebouwen die worden gebouwd met een dove gevel moeten worden voorzien van minimaal één geluidluwe zijde, met dien verstande dat minimaal één verblijfsruimte aan deze geluidluwe zijde dient te worden gesitueerd; d. woningen of andere geluidgevoelige gebouwen waarvoor hogere grenswaarden zijn vastgesteld van meer dan 53 dB (wegverkeer) of meer dan 55 dB (railverkeer) zoals bedoeld in de Wet geluidhinder moeten worden voorzien van minimaal één geluidluwe zijde, met dien verstande dat minimaal één verblijfsruimte aan deze geluidluwe zijde dient te worden gesitueerd. 4.2.6 Aanduiding ter plaatse van de aanduiding 'tuin'en de aanduiding 'landschapswaarden' mogen geen wegen, paden, banen, parkeergelegenheid of andere oppervlakteverhardingen worden aangebracht.

4.2.7 Voorwaardelijke verplichting bouwen Een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan slechts worden verleend als binnen het gebied dat is aangeduid als ‘verkooppunt motorbrandstoffen met LPG’ aan de Oranjestraat 113, Gilze de exploitatie van het verkooppunt van motorbrandstoffen (met LPG) definitief is beëindigd. 4.2.8 Voorwaardelijke verplichting waterberging Het (doen/laten) gebruik(en) van de gronden met de bestemming ‘Wonen’ is uitsluitend toegestaan indien een waterberging met een capaciteit van minimaal 53 m³, binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden van voorliggend plan, is gerealiseerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|13 4.2.9 Voorwaardelijke verplichting Landschappelijke inpassing Het (doen/ laten) gebruik(en) van de bestemming 'Wonen' ter plaatse van de Oranjestraat 100 te Gilze, is uitsluitend toegestaan indien; a. de landschappelijke inpassing overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels, maximaal na 1 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden. 4.3 Nadere eisen 4.3.1 Eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering, de bebouwingsdiepte, hoogte en de dakvorm van hoofd- en bijgebouwen en van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.3.2 Voorwaarden a. De onder artikel 4 lid 3.1 genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bebouwingsregels: 1. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit, het stedenbouwkundig beeld en handhaving van het historisch beeld dan wel indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing; 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. Van een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige samenhang is sprake als door een bebouwings- of gebruiksinitiatief: 1.

de bebouwingskarakteristiek (open, half-open of gesloten) wordt aangetast; 2. de karakteristiek van de openbare ruimte wordt aangetast; 3. de diversiteit (qua verschijning, functie of tijdsbeeld) en de historische of stedenbouwkundige betekenis van de bebouwing wordt aangetast. 4.4 Afwijken van de bouwregels 4.4.1 Erfafscheiding Het bevoegd gezag is bevoegd bij omgevingsvergunning voor het bouwen af te wijken van het bepaalde in artikel 4 lid 2.4 sub a ten behoeve van de hoogte van erfafscheidingen voor de voorgevellijn met dien verstande dat deze maximaal 2 meter mag bedragen en indien het straatbeeld daardoor ruimtelijk niet meer wordt aangetast, de verkeerssituatie zich daartegen niet verzet. 4.4.2 Dakvlak Het bevoegd gezag is bevoegd bij omgevingsvergunning voor het bouwen af te wijken van het bepaalde in artikel 4 lid 2.1 sub g voor het bouwen van een afwijkende dakvorm, mits stedenbouwkundig verantwoord. 4.4.3 Aan-, uitbouwen en bijgebouwen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde artikel 4 lid 2.2 sub c dat de absolute hoogte binnen een denkbeeldig vlak onder 60 graden gaande door de goothoogtelijn op de zijdelingse perceelsgrens, zulks ten behoeve van de bouw van bijgebouwen waarvan de nok (bij benadering) loodrecht op de zijdelingse perceelsgrens staat, mits het planologisch en stedenbouwkundig aanvaardbaar is.

4.4.4 Overschrijding voorgevellijn Het bevoegd gezag is bevoegd bij omgevingsvergunning voor het bouwen af te wijken van het bepaalde in artikel 4 lid 2.1 sub e ten behoeve van realisatie van een aanbouw tot een diepte van 1,5 meter voor de voorgevellijn. De goot- en bouwhoogte van de aanbouw mag ten hoogste respectievelijk 3 en 5,5 meter bedragen.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|14 4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Aan huis gebonden beroep Naast de woonfunctie mogen de opstallen worden gebruikt voor het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep mits; a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij maximaal 25% van het bebouwde oppervlak van de aanwezige bebouwing met een maximum van 60m² ten behoeve van aan huis gebonden beroep mag worden gebruikt; b. de parkeerbalans in de directe woonomgeving niet onevenredig nadelig wordt of kan worden beïnvloed; c. het gebruik geen onevenredig nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; d. de activiteit milieuhygiënisch inpasbaar is in de woonomgeving waarbij geldt dat deze past in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten; e. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; f. door de uitoefening van de activiteit het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig verandert, dat de woning het karakter van de woning geheel of gedeeltelijk verliest. 4.5.2 Verboden gebruik Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en opstallen voor: a. groothandels- en detailhandelsbedrijven; b. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning en/of afhankelijke woonruimte; c. seks- en/of pornobedrijf en prostitutie; d. voortuin als parkeerplaats met uitzondering van in- /uitritten behorende bij een woning.

4.6 Afwijken van de gebruiksregels 4.6.1 Aan huis gebonden bedrijf Het bevoegd gezag is bevoegd bij omgevingsvergunning voor gebruik ten behoeve van een aan huis gebonden bedrijfsactiviteiten af te wijken van het bepaalde in artikel 4 lid 1, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij maximaal 25% van het bebouwd oppervlak van de aanwezige bebouwing met een maximum van 60 m2 ten behoeve van aan huis gebonden bedrijf als zodanig mag worden gebruikt; b. de parkeerbalans in de directe woonomgeving niet onevenredig nadelig wordt of kan worden beïnvloed; c. het gebruik geen onevenredige nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; d. de activiteit milieuhygiënisch inpasbaar is in de woonomgeving waarbij geldt dat deze past in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten; e. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; f. door de uitoefening van de activiteiten het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig verandert, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest. 4.6.2 Mantelzorg Het bevoegd gezag is bevoegd bij omgevingsvergunning voor gebruik af te wijken van het bepaalde in artikel 4 lid 5.2 sub b en toestaan dat een vrijstaand bijgebouw tijdelijk wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte met inachtneming van het volgende: a.

b. c. d.

een dergelijke bewoning is aantoonbaar nodig vanuit een oogpunt van mantelzorg. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen vragen burgemeester en wethouders hieromtrent een ter zake deskundige om advies; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden; de ontwikkeling dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; de maximale oppervlakte welke wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte mag niet meer bedragen dan 80 m²;

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|15 e.

f. g. h. i. j. k.

de afhankelijke woonruimte dient te worden bewoond door degene die de zorg nodig heeft, en in voorkomend geval, zijn/haar partner zoals bepaald bij huwelijk, geregistreerd partnerschap of notariële samenlevingsovereenkomst; de oorspronkelijke woning dient bewoond te worden door de zorgverlener/-verleenster; de afhankelijke woonruimte dient te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit; de afhankelijke woonruimte dient te voldoen aan de specifieke zorgbehoefte, zoals gebleken uit het advies van een ter zake deskundige; aan de afhankelijke woonruimte mag geen eigen ontsluiting worden toegevoegd; parkeren dient op eigen erf plaats te vinden; de omgevingsvergunning vervalt indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is. Binnen één jaar na het vervallen van de omgevingsvergunning dienen alle aanpassingen welke gedaan zijn uit een oogpunt van mantelzorg verwijderd te zijn.

4.6.3 Meergeneratiewoning Het bevoegd gezag is bevoegd bij omgevingsvergunning voor gebruik af te wijken van het bepaalde in artikel 4 lid 1 en toestaan dat een hoofdgebouw wordt gebruikt als meergeneratiewoning met inachtneming van het volgende: a. tussen hoofdbewoner en inwoner/inwoonster bestaat een familieverband (ouders-kind); b. er blijft sprake van één woning (hoofdgebouw) met één huisnummer; c. er is sprake van één (bestaande) hoofdingang met een gezamenlijke verkeersader waarmee de beide wooneenheden direct te benaderen zijn (niet via een verblijfsgebied van de een naar de ander); d. beide woonruimten dienen te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit; e. gezamenlijke energie meters/ watermeter/ ontsluiting(en) naar de openbare weg/ rioolaansluiting; f. gezamenlijke berging/ garage; g. realisering binnen de bestaande bouwmassa, danwel binnen de uitbreidingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt; h. geen intern fysiek scheiding (of compartimentering) door middel van een scheidingsmuur zonder deuren tussen de twee woongedeelten; i. onderscheid in hoofdwoongedeelte en bijwoongedeelte; j. bijwoongedeelte moet voorzien zijn van een slaapkamer en badkamer op de begane grond; k. maximale vloeroppervlakte bijwoongedeelte 65 m²; l. geen privaatrechtelijke splitsing. Eigendom dient van één eigenaar te blijven, danwel van een gezamenlijk eigenaarschap; m.

parkeren op eigen terrein; n. de omgevingsvergunning vervalt indien de reden voor het in stand houden van de omgevingsvergunning niet meer aanwezig is. Binnen één jaar na het vervallen van de omgevingsvergunning dienen alle aanpassingen welke gedaan zijn uit een oogpunt van de meergeneratiewoning verwijderd te zijn.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|16

Artikel 5 Waarde- Archeologie 3 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie - 3' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in artikel 4 lid 1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; 3.

het bepaalde in artikel 4 lid 2 sub b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: • vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; • een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; • een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 5.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde- Archeologie- 3' mede bestemde gronden. 5.2.2 Uitzonderingen a. Het in lid 4.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: 1. bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan 250 m² en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen, of; 2. bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 40 cm onder het bestaande maaiveld en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; 3. de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 4. de bestaande fundering wordt gebruikt; 5. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; b.

gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|17 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 4.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a. a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of c. c. één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. 2.

een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of 3. 3. een verplichting de uitvoering van de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). 5.3.2 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 5.3.3 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een afwijking als bedoeld in lid 4.3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag: a.

het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het verlagen van het waterpeil; e. het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; f. het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd. NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|18 5.4.2 Uitzonderingen Het in lid 4.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan ## m², of; b. het werken of werkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan ## meter onder het bestaande maaiveld, of; c. de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; d. de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werkingtreding van het bestemmingsplan, of; e. de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; f. de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; g. het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

5.4.3 Toepassingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; of c. één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of 3.

een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). 5.4.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 5.4.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

|19 5.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 5.5.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag. 5.5.2 Uitzonderingen Het in lid 4.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan ## m², of; b. het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan ## meter onder het bestaande maaiveld, of; c. de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werkingtreding van het bestemmingsplan, of; d. de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; e. het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 5.5.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.5.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; of c. één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of 3. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

5.5.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 5.5.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat100-VG01

bestemmingsplan Oranjestraat 100 Gilze

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13915839/2