CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 8 ontwerp-bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24, Rijen

Raadscommissie Ruimte 12 april 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Memo inzake ontwerp-bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24, Rijen31.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

17

f.

in elk geval moet zijn gelegen binnen een denkbeeldig vlak onder 60 graden gaande door de goothoogtelijn op de zijdelingse perceelsgrens. Per woning dient een onbebouwde buitenruimte van minimaal 25 m2 aanwezig te blijven.

4.2.6

Gestapelde woningen

a. De afstand van het hoofdgebouw tot aan de naar de weg gekeerde perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2 meter. b. In afwijking van het gestelde onder c, dient ter plaatse van de gevellijn de voorgevel van het gebouw in deze lijn, of maximaal 0,5 meter daarachter te worden gebouwd. c. Balkons tot een maximum van 10 m2 per balkon mogen voor de voorgevellijn worden gerealiseerd. d. Per woning dient een onbebouwde buitenruimte van minimaal 4 m2 te worden gerealiseerd. 4.2.7

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevellijn mag maximaal 1 meter bedragen en achter de voorgevellijn maximaal 2 meter; b. Carports en overkappingen mogen uitsluitend 1 meter achter de voorgevellijn worden gebouwd tot een maximum van 30m2 en uitsluitend binnen het bouwvlak; c. De bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen vóór de voorgevellijn maximaal 1 meter bedragen en achter de voorgevellijn maximaal 3 meter. 4.3

Nadere eisen

4.3.1

Eisen

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering, de bebouwingsdiepte en de dakvorm van hoofd- en bijgebouwen en van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.3.2

Voorwaarden

a. De onder artikel 4.3.1 genoemde eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bebouwingsregels: 1. Indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit, het stedenbouwkundig beeld en handhaving van het historisch beeld dan wel indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing. 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. b. Van een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige samenhang is sprake als door een bebouwings- of gebruiksinitiatief: 1. de karakteristiek van de openbare ruimte wordt aangetast; 2. de diversiteit (qua verschijning, functie of tijdsbeeld) en de historische of stedenbouwkundige betekenis van de bebouwing wordt aangetast.

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

18

4.4

Afwijken van de bouwregels

4.4.1

Aantal wooneenheden

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.1 onder c ten behoeve van de bouw van meer wooneenheden dan is aangeduid, mits dit stedenbouwkundig verantwoord is, het past binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid, de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad en er geen onevenredig nadelige gevolgen ontstaan voor het woonmilieu en de parkeerbalans. 4.4.2

Dakvlak

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in artikel onder f voor het bouwen van een afwijkende dakvorm, mits stedenbouwkundig verantwoord, de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad en er geen onevenredig nadelige gevolgen ontstaan voor het woonmilieu. 4.4.3

Grotere of kleinere afstand voorste perceelsgrens

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.2, 4.2.3, 4.2.4, 4.2.5 onder b of 4.2.6 onder a ten behoeve van realisatie van de voorgevel van het hoofdgebouw op een afstand kleiner of groter van de voorste perceelgrens, mits de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, er geen onevenredig nadelige gevolgen ontstaan voor het woonmilieu en/of de verkeerssituatie zich daartegen niet verzet. 4.4.4

Afwijking gevellijn

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.2, 4.2.3, 4.2.4, 4.2.5 onder c of 4.2.6 onder b ten behoeve van realisatie van de voorgevel van het hoofdgebouw, mits stedenbouwkundig verantwoord, de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, er geen onevenredig nadelige gevolgen ontstaan voor het woonmilieu en/of de verkeerssituatie zich daartegen niet verzet. 4.4.5

Overschrijden bebouwingspercentage/oppervlakte

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.2 onder f en 4.2.3, 4.2.4 onder g ten behoeve van een hoger bebouwingspercentage en/of bebouwd oppervlak, mits dit stedenbouwkundig verantwoord is, de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad en er geen onevenredig nadelige gevolgen ontstaan voor het woonmilieu (waaronder de waterhuishouding). 4.4.6

Kleinere onbebouwde buitenruimte

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.5 onder f, ten behoeve van een kleinere onbebouwde buitenruimte, mits dit stedenbouwkundig verantwoord is, de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad en er geen onevenredig nadelige gevolgen ontstaan voor het woonmilieu (waaronder de waterhuishouding).

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

19

4.5

Specifieke gebruiksregels

4.5.1

Verboden gebruik

Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en opstallen voor: a. groothandels- en detailhandelsbedrijven; b. seks- en/of pornobedrijf en prostitutie; c. het gebruik van de voortuin als parkeerplaats met uitzondering van in- /uitritten behorende bij een woning; d. opslag van goederen. e. het gebruik van gebouwen ten behoeve van aan huis gebonden bedrijf. f. kamerverhuur; g. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning en/of afhankelijke woonruimte; 4.5.2

Aan huis gebonden beroep

Naast de woonfunctie mogen de gronden worden gebruikt voor het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij maximaal 25% van het bebouwd oppervlak van de aanwezige bebouwing met een maximum van 60 m2 ten behoeve van aan huis gebonden beroep mag worden gebruikt; b. de parkeerbalans in de directe woonomgeving niet onevenredig nadelig wordt of kan worden benvloed; c. het gebruik geen onevenredige nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; d. de activiteit milieuhygienisch inpasbaar is in de woonomgeving waarbij geldt dat deze past in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van sactiviteiten; e. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; f. door de uitoefening van de activiteiten het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig verandert, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest. 4.6

Afwijken van de gebruiksregels

4.6.1

Aan huis gebonden bedrijf

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor gebruik ten behoeve van een aan huis gebonden bedrijfsactiviteit afwijken van het bepaalde in artikel 4.5.1 onder e, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij maximaal 25% van het bebouwd oppervlak van de aanwezige bebouwing met een maximum van 60 m2 ten behoeve van aan huis gebonden bedrijf mag worden gebruikt; b. de parkeerbalans in de directe woonomgeving niet onevenredig nadelig wordt of kan worden beënvloed; c. het gebruik geen onevenredige nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; d. de activiteit milieuhygienisch inpasbaar is in de woonomgeving, waarbij geldt dat deze past in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten; e. door de uitoefening van de activiteiten het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig verandert, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest.

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

20

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 5.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,4 m over een oppervlakte groter dan 250 m² ; b. bouwwerken met een oppervlakte van minder dan 0,4 m² voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 250 m. 5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 onder a, voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag. Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag. Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of c.

de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoudsmaatregelenplan); of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of 3. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA, namelijk een daarvoor gecertificeerde instantie. Deze vorm van onderzoek kan alleen in uitzonderlijke situaties worden toegepast zoals verwoord in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht. Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

21

d. Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze-Rijen. 5.3.2

Archeologisch rapport

Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsgunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag. 5.3.3

Advies

Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze-Rijen. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1

Omgevingsvergunning

Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 0,4 m; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen over een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 0,4 m; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur over een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 0,4 m; d. het verlagen van het waterpeil over een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 0,4 m; e. het doen van opgravingen in het kader van archeologisch onderzoek, mits verricht door een ter zake deskundige, namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. 5.4.2

Uitzonderingen

Het verbod, zoals bedoeld in lid 5.4.1 is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; b. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek, conform KNA en goedgekeurd door de gemeente Gilze-Rijen, is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; c. de werken en werkzaamheden: Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

22

1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; d. de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 5.4.3

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

a. Het is verboden voor de 'Waarde-Archeologie 3' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een vergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen als de op oppervlakte en diepte meer bedraagt dan 250 m2 en dieper gaat dan 0,4 m onder maaiveld. b. Aan de sloopvergunning kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleidt door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf dat daarvoor gecertificeerd is). Hiervoor is een door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Bevoegd gezag laat zich voor de beoordeling adviseren door een door deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg, bijvoorbeeld door de Regioarcheoloog. c. Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de sloopvergunning. d. de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft. 5.4.4

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag. Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag. Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat goedgekeurd is door het bevoegd gezag de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag.

Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoudsmaatregelenplan); of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of 3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een daarvoor gecertificeerde instantie. Deze vorm van onderzoek kan alleen in uitzonderlijke Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

23

situaties worden toegepast zoals verwoord in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht. d. Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze-Rijen. 5.4.5

Advies

Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in lid 5.4.1 onder c, wordt door de bevoegde overheid aan een deskundige op het gebied van de archeologische monumenten zorg, zoals bijvoorbeeld de regioarcheologen, advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend. 5.5

Wijzigingsbevoegdheid

5.5.1

Wijziging op basis van archeologisch onderzoek

Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming 'Waarde -Archeologie 3' wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 5.5.2

Advies

Alvorens de in lid 5.5.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door Burgemeester en wethouders vastgestelde deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KWALITEITSNORM NEDERLANDSE ARCHEOLOGIE.

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

24

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie - 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 6.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,4 m over een oppervlakte groter dan 500 m² ; b. bouwwerken met een oppervlakte van minder dan 0,4 m² voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 500 m. 6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 onder a, voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag. Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag. Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of c.

de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoudsmaatregelenplan); of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of 3. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA, namelijk een daarvoor gecertificeerde instantie. Deze vorm van onderzoek kan alleen in uitzonderlijke situaties worden toegepast zoals verwoord in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht. Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

25

d. Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze-Rijen. 6.3.2

Archeologisch rapport

Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsgunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag. 6.3.3

Advies

Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze-Rijen. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1

Omgevingsvergunning

Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,4 m; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen over een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,4 m; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur over een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,4 m; d. het verlagen van het waterpeil over een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,4 m; e. het doen van opgravingen in het kader van archeologisch onderzoek, mits verricht door een ter zake deskundige, namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. 6.4.2

Uitzonderingen

Het verbod, zoals bedoeld in lid 6.4.1 is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; b. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek, conform KNA en goedgekeurd door de gemeente Gilze-Rijen, is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; c. de werken en werkzaamheden: Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

26

1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; d. de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 6.4.3

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

a. Het is verboden voor de 'Waarde-Archeologie 4' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een vergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen als de op oppervlakte en diepte meer bedraagt dan 500 m2 en dieper gaat dan 0,4 m onder maaiveld. b. Aan de sloopvergunning kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleidt door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf dat daarvoor gecertificeerd is). Hiervoor is een door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Bevoegd gezag laat zich voor de beoordeling adviseren door een door deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg, bijvoorbeeld door de Regioarcheoloog. c. Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de sloopvergunning. d. de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft. 6.4.4

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.4.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag. Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag. Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat goedgekeurd is door het bevoegd gezag de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag.

Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoudsmaatregelenplan); of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of 3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een daarvoor gecertificeerde instantie. Deze vorm van onderzoek kan alleen in uitzonderlijke Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

27

situaties worden toegepast zoals verwoord in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht. d. Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze-Rijen. 6.4.5

Advies

Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in lid 6.4.1 onder c, wordt door de bevoegde overheid aan een deskundige op het gebied van de archeologische monumenten zorg, zoals bijvoorbeeld de regioarcheologen, advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend. 6.5

Wijzigingsbevoegdheid

6.5.1

Wijziging op basis van archeologisch onderzoek

Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming 'Waarde -Archeologie 4' wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 6.5.2

Advies

Alvorens de in lid 6.5.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door Burgemeester en wethouders vastgestelde deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KWALITEITSNORM NEDERLANDSE ARCHEOLOGIE.

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

28

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

29

Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; c. de vestiging van inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, van het Besluit omgevingsrecht (inrichtingen die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken); d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens deze regels; e. het doen of laten gebruiken van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van prostitutie, escortbedrijf, prostitutiebedrijf en/of seksinrichting.

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

30

Artikel 9 9.1

Algemene aanduidingsregels

Overig - IHCS

In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS' ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, met een hogere bouwhoogte dan: a. 56 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - IHCS - 1'; in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen.

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

31

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

Bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10%, van die maten, afmetingen en percentages. b. de bouwvlakken ten behoeve van de bouw van galerijen, kozijnen, uitbouwen, balkons, erkers, luifels en reclamevoorzieningen, waarbij aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan: 1. de diepte uit de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter, met dien verstande dan de afstanden tot de voorste perceelsgrens niet minder dan 2 meter mag bedragen; 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter, met dien verstande dat voor balkons geldt dat de hoogte van de balustrade niet meer mag bedragen dan 1,5 meter gemeten vanaf de bovenzijde van de grondvloer van het balkon.

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

32

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: a. een enigszins andere situering en/of begrenzing van de bestemmingsgrenzen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met de uitvoering van een bouwplan waarvan realisering wenselijk of noodzakelijk wordt geacht, nodig zijn, mits de oppervlakte van een bestemmingsvlak met niet meer dan 20% wordt gewijzigd.

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

33

Artikel 12 12.1

Overige regels

Parkeren

Tenzij in Hoofdstuk 2 expliciet is voorzien in een andere regel ten aanzien van de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid, geldt de volgende regeling: a. bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van: 1. een omgevingsvergunning voor het bouwen ten behoeve van het bouwen van een gebouw; of 2. een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan; dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017, als vastgesteld op 3 april 2017; b. het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder a. indien: 1. het voldoen aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. op andere wijze in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, met dien verstande dat wordt voldaan aan de regels voor maatwerk (ontheffing) zoals neergelegd in de onder a. bedoelde nota parkeernormen; c. indien het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder a. of de regels voor maatwerk (ontheffing) als bedoeld onder b. gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan worden gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met die wijziging; d.

parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient aldus in stand te worden gehouden.

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

34

Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 13.1, onder a, een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 13.1, onder a, met maximaal 10%. c. Lid 13.1, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 13.2, onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 13.2, onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 13.2 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

35

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen'

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen, concept

36

24

26

22

20

18

16

28 30 32 36

34

38

9 11

44 24A 24B 24C 24D 24E 24F

raat Heist

4,5

31

27

21

23

25

19

9

23E 23D 23C 23B 23A

12

8

10

17

11

13

15

9

Enkelbestemmingen 11F 11E 11D 11C 11B 11A

11

WG

24N

V

7

5

7

11

1 20

WG

V

Verkeer

WG

Woongebied

Dubbelbestemmingen

9A

11T 11S 11R 11Q 11P 11N

13G 13H 13J 13K 13L 13M 13N 13P 13R 13S 13T 13V 13W 13X 13Y

WR-A4

traat

3

11L11M 11J11K 11H 11G

13B 13C 13D 13E 13F

24L 24M

WR-A3 ngs de Jo l a a n Kardi

13A

2

4

6

Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen

24G 24H 24J 24K

7

21E 21D 21C 21B 21A

17

11Z 11Y 11X 11W 11V 11U

WR-A3

Waarde - Archeologie 3

WR-A6

Waarde - Archeologie 4

Gebiedsaanduidingen overige zone - IHCS - 1

Bouwvlakken

15A 15B

bouwvlak

15H 15F15G 15E 15D 15C

Bouwaanduidingen gestapeld

[gs]

15P 15N 15L15M 15J15K

Maatvoeringen 7

maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)

11

Figuren

7 15

11

19

r Recto

[gs]

11

N

9-9B

sveld Looier

elstra

Buijs

18

16

36

8

10 12

14

meters 0

38

plannaam

11 15

NL.IMRO.0784.BPRectBuijsel2024-ON01

32

2

bronbeheerder

12 10

8

veld

19

17

7

15

Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen

idn

14

M

13

4

6

s Looier

van H r u e n g onsei

14A

t kstraa n o d y oo

10

40

34

20

5

Schaal 1:500

at

9-17

gevellijn

30

42

werknr.

20110705-02

Gemeente Gilze-Rijen

get.

par.

ing. A. Vissers

28 akk.

datum formaat

par.

ing. M. Staps

schaal

23-11-2020

A2 1:500

postbus 4156 4900 cd oosterhout hoevestein 20b 4903 sc oosterhout 0162 - 45 64 81 www.ageladviseurs.nl

20

25

Bestandsnaam: O:\20110705-02 Rector Buijselstraat 20 te Rijen\3 tekeningen\3 terrein\Verbeelding\20110705 2020-10-20 Rector Buijselstraat 20 te Rijen.dwg

50

29

Plangebied

48

Actualiserend bodemonderzoek (incl. asbest in bodem) Rector Buijselstraat 20 te Rijen

Actualiserend bodemonderzoek (incl. asbest in bodem) Rector Buijselstraat 20 te Rijen

Opdrachtgever

: De Bunte Vastgoed Zuid Postbus 5684 4801 EB Breda

Projectnummer

: 20110705-01

Status rapport / versie nr.

: Definitief 02

Datum

: 14 november 2018

Opgesteld door

: ing. C.H.J. van den Broek

Gecontroleerd door

: mw. M. Martens-Beljaars

Voor akkoord

: ing. C.H.J. van den Broek

Paraaf :

Versie nr.

Datum

Omschrijving

Opgesteld door

Gecontroleerd door

D01

25/9/2018

CB

MBel

D02

14/11/2018

Actualiserend bodemonderzoek (incl. asbest in bodem) Rector Buijselstraat 20 te Rijen Aanvullende gegevens vooronderzoek verwerkt

CB

MBel

Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout

t.(0162) 456481 f.(0162) 435588 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl

AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen

INHOUD

20110705-01 november 2018 Inhoudsopgave

blz.

1

INLEIDING

3

2

VOORONDERZOEK

4

2.1

Algemeen en bronvermelding

4

2.2

Locatiegegevens en huidige situatie

4

2.2.1

5

2.3

3

Historische gegevens

5

2.3.1

Activiteiten

5

2.3.2

Beschikbaar bodemonderzoek

6

2.3.3

Niet gesprongen explosieven

6

2.3.4

Archeologische waarden

6

2.4

Toekomstig gebruik

6

2.5

Bodemopbouw en geohydrologie

7

2.6

Financieel juridische informatie

7

2.7

Conclusie vooronderzoek en onderzoeksvragen

7

VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK

8

3.1

Kwalibo vereisten

8

3.2

Opzet en uitvoering

8

3.3

Resultaten veldonderzoek

9

3.3.1

Maaiveldinspectie en waarnemingen asbest

9

3.3.2

Grond en grondwater

9

3.4 4

Actuele vergunning

Laboratoriumonderzoek

10

RESULTATEN EN INTERPRETATIE

13

4.1

Toetsingskader en analyseresultaten

13

4.1.1

Toetsingskader

13

4.1.2

Resultaten grondonderzoek

13

4.1.3

Resultaten asbest

14

4.1.4

Resultaten grondwateronderzoek

15

4.2

4.3

Bespreking van de resultaten

16

4.2.1

A) Buitenterrein (incl. asbest) en opslag KCA

16

4.2.2

Actualisatie grondwater en verificatie zinkverontreiniging

16

4.2.3

Overig a.g.v. onvoorzien

17

4.2.4

Beantwoording onderzoeksvragen

17

Herziening verontreinigingssituatie inclusief ernst en spoed

18

5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

20

6

NORMERING EN BETROUWBAARHEID

23

AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen

20110705-01 november 2018 blad 2

BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Locatiekaart Kadastrale gegevens Situatietekeningen met boorpunten (incl. verontreinigingssituatie grond, 3.1 en grondwater, 3.2) Boorbeschrijvingen Analysecertificaten Toetsing analyseresultaten Toelichting en achtergrond toetsingskader Relevante informatie vooronderzoek Fotoreportage Onafhankelijkheidsverklaring

© AGEL adviseurs 2018 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen

1

20110705-01 november 2018 blad 3

INLEIDING

In opdracht van De Bunte Vastgoed Zuid BV heeft AGEL adviseurs een actualiserend bodemonderzoek inclusief verkennend onderzoek naar asbest in de bodem uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Rector Buijselstraat 20 te Rijen. De locatie betreft het bedrijfsterrein van KIN Installatietechniek BV. In verband met de (voorgenomen) verwerving van het bedrijfsterrein is inzicht gewenst in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De locatie is circa 5.500 m2 groot waarvan de helft bebouwd is met kantoor, magazijn en werkplaats. Van de locatie zijn eerdere bodemonderzoeken bekend. Het meest recente onderzoek betreft het rapport ‘Actualiserend en nader bodemonderzoek Rector Buijselstraat 20 en Heistraat 17 te Rijen, Oranjewoud, kenmerk 182976 d.d. 30 mei 2008’. Tevens is, omdat het bedrijf deelnemer is van de BSB, een advies van de saneringskosten opgesteld door BSB Zuid (kenmerk P11009 d.d. 20 februari 2011). Bekend is dat er op de locatie sprake is van een verontreiniging met zink in grond en grondwater en een verontreiniging met tetrachlooretheen (Per) in grondwater. Uit de genoemde eerdere bodemonderzoeken is een aantal onzekerheden aanwezig met betrekking tot een eventuele verspreiding van de bekende verontreinigingen en eventuele aanwezigheid van nadien opgetreden verontreiniging.

De opzet en uitvoering van de werkzaamheden zijn gebaseerd op de volgende normen:  Vooronderzoek conform de NEN 5725 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie oktober 2017);  Verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie april 2016);  Verkennend onderzoek naar asbest in de bodem conform de NEN 5707+C1 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, versie augustus 2016);  Nader onderzoek bekende gevallen op basis van de NTA 5755 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, juli 2010). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002 en 2018), waarvoor AGEL adviseurs erkend is door Rijkswaterstaat Leefomgeving. Voorliggend rapport is als volgt opgebouwd:  Vooronderzoek en onderzoekshypothese (hoofdstuk 2);  Veld- en laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 3);  Resultaten en interpretatie (hoofdstuk 4);  Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 wordt tenslotte een toelichting gegeven op het normenkader en de factoren die van invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek.

AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen

2 2.1

20110705-01 november 2018 blad 4

VOORONDERZOEK Algemeen en bronvermelding

Onderdeel van het bodemonderzoek is het verrichten van een vooronderzoek conform de NEN 5725. Dit is uitgevoerd op standaardniveau. Voor de afbakening van de onderzoekslocatie is gekozen voor een afbakening voor de locatie waarop de voorgenomen transactie betrekking heeft. In het kader van het vooronderzoek zijn de onderstaande bronnen geraadpleegd:  Beschikbare informatie eerder bodemonderzoek eigenaar, opdrachtgever en BSB Zuid;  Vermeldingen Bodemloket;  Voormalige Hinderwetvergunningen vanuit eerder bodemonderzoek;  Interview, locatie-inspectie en dossierinformatie actuele milieuvergunning KAMcoördinator KIN;  Bodemopbouw en geohydrologie Dinoloket en eerder onderzoek;  Algemene bronnen KLIC, kadaster, topografie, website KIN, googlemaps. De verkregen informatie is beoordeeld als voldoende compleet en gaf geen aanleiding tot nader archiefonderzoek. 2.2

Locatiegegevens en huidige situatie

Tabel 2.1: Locatiegegevens Aspect Adres Kadastraal (bijlage 2) Topografie en RD-coördinaten (bijlage 1) Eigenaar Gebruiker Huidig gebruik Omgeving Verhardingen/bebouwing Kadastrale registratie(s) Wbb bodemloket Oppervlakte kadastraal perceel(-en)

Gegevens Rector Buijselstraat 20-24, postcode 5121 JP, te Rijen Gemeente: Rijen Sectie: A Nummer(s): 6591, 6592, 6593 x: 122.226 y: 400.460 Dhr. Kin Kin installaties Bedrijfsterrein Woonwijk Ca. 3.100 m2 bebouwd (geheel voorzien van betonvloer), overig buitenterrein volledig verhard (klinkers) geen NB078400899 Circa 5.580 m² Onderzoekslocatie: circa 5.580 m²

Figuur 2.1: Luchtfoto onderzoekslocatie (met rood aangegeven)

AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen

20110705-01 november 2018 blad 5

Op 28 juni 2018 heeft een locatiebezoek plaatsgevonden met rondleiding en interview met de KAM-verantwoordelijke van KIN. Een fotobijlage is opgenomen in bijlage 9. Tijdens de terreininspectie zijn aan het oppervlak van de locatie geen indicaties verkregen die in verband kunnen worden gebracht met een mogelijke verontreiniging van de bodem. Inpandig vinden geen noemenswaardige activiteiten plaats die tot een verontreiniging van de bodem kunnen leiden. Wel wordt inpandig in het magazijn een kleine hoeveelheid vloeibare producten opgeslagen (kannen < 5 liter in bakken). Door de aanwezige gecoate vloer en wijze van opslag is er een verwaarloosbaar bodemrisico. Uitpandig is een kleine opstelplaats voor KCA aanwezig. Dit staat onder aan afdak in hiervoor bestemde afsluitbare vaten. Voor zover zintuiglijk waarneembaar zijn er bij de indicatieve inspectie geen asbestverdachte materialen in de bebouwing of op de bodem aangetroffen.

2.2.1

Actuele vergunning

De actuele milieuvergunning van het Installatiebedrijf Kin betreft een melding Activiteitenbesluit van oktober 2015. De activiteiten omvatten:  Spaanloze, verspanende of thermische bewerking of mechanische eindafwerking van metalen  Lassen van metalen  Solderen van metalen Als installaties zijn aanwezig: een stookinstallatie (geen olie), koel- of vriesinstallatie en acculader voor accu's (natte accu's). Er worden (in beperkte mate) vloeibare bodembedreigende stoffen gebruikt bij spaanloze, verspanende of thermische bewerkingen van metalen. Bewerking en opslag is volledig inpandig. Er zijn geen ondergrondse tanks in gebruik. Er vindt geen lozing van afvalwater uit een metaalproces plaats. 2.3

2.3.1

Historische gegevens

Activiteiten

Deze informatie is ontleend aan het bodemonderzoek van Oranjewoud uit mei 2008. Dit is als volgt samen te vatten:  1963 oprichtingsvergunning Kin vervaardigen metaalconstructies, ondergrondse benzinetank, ondergrondse olietank, constructiewerkplaats en verwarmingsbedrijf;  1968 Hinderwetvergunning KIN voor constructiewerkplaats met staalstraal- en schopeerinrichting, drie ondergrondse tank (1x 5.000 l benzine en 1x resp. 4000 en 3000 l HBO), een bovengrondse dieseltank (1200 l);  1989 Hinderwetvergunning aluminium- en staalconstructiebedrijf en prefabriceren metaalonderdelen;  1992 Autostalling en wasplaats voorzien van vloeistofdichte vloer;  1993 tanksanering middels reinigen en afvullen van een ondergrondse benzinetank (4000 l) en HBO tank 5000 l). Van de tanksaneringen zijn Kiwa certificaten aanwezig1;  1994 uitbreidingsvergunning voor nummer 17 t.b.v. kantoor;  1997 wijziging met betrekking tot voorschriften geluid;  2004 Vergunning Kin voor metaalverwerkend bedrijf zijnde installatiebedrijf met opslag bedrijfsafval, gasflessen en gevaarlijke vloeistoffen (in lekbak);  2008 Melding artikel 8.19 Kin verplaatsen gasflessen. 1

Uit verdere navraag bij de heer Kin (sinds 1970 op de locatie in Rijen gewerkt) blijkt dat er twee ondergrondse tanks aanwezig waren. Dit betrof een hbo tank onder de bedrijfsvloer van de hal (tank C) en 1 benzinetank op het buitenterrein (tank D). Als er een derde tank aanwezig is geweest dan betrof dit een hbo tank die achterop het terrein was gesitueerd (bij kantine, genaamd H). Deze zou voor zijn tijd en dus voor zogenaamde actie tankslagen verwijderd zijn. Van de tanks C en D zijn saneringsbewijzen verstrekt.

AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen

2.3.2

20110705-01 november 2018 blad 6

Beschikbaar bodemonderzoek

Van de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken beschikbaar:  Verkennend bodemonderzoek Oranjewoud kenmerk 78-40331 dd juni 1989;  Aanvullend bodemonderzoek Oranjewoud kenmerk 3509-13086 dd september 2000;  Actualiserend Verkennend en nader bodemonderzoek Oranjewoud kenmerk 182967 dd mei 2008. Uit bovenstaande onderzoeken is bekend dat er op de locatie sprake is van een verontreiniging met zink in grond en grondwater en een verontreiniging met tetrachlooretheen (Per) in grondwater. Deze hebben op hoofdlijn de volgende kentallen: Kentallen VOCl (2008) Grond Oppervlak traject (m2)

Omvang (m3)

-

-

Sw Iw

-

Grondwater Oppervlak (m2) 2.250 > Sw waarvan > Iw 350

Traject m-mv

Omvang (m3)

max. Gehalte in ug.l

1,8-10,0

1.8450

1,8-6,0

1.470

190 (PER)

Traject m-mv

Omvang (m3)

max. Gehalte in ug.l

1,8-10,0

9.840

1,8-6,0

2.310

streefwaarde voor grond thans achtergrondwaarde interventiewaarde

Kentallen zink (2008) Grond Oppervlak traject (m2) 1.650 > Sw waarvan > Iw 220 Sw Tw

max. Gehalte in mg.kg d.s. -

0,0-0,9 0,1-0,4

Omvang (m3) 1.485 55

max. Gehalte in mg.kg d.s. 2.100

Grondwater Oppervlak (m2) 1.200 > Tw waarvan > Iw 550

1.300

streefwaarde voor grond thans achtergrondwaarde tussenwaarde Iw interventiewaarde

Naast zink is in het grondwater nikkel tot boven de interventiewaarde verhoogd aanwezig (in 2008 gehalten variërend van niet verhoogd tot matig en sterk verhoogd tussen 170 tot 240 ug/l). De aanwezigheid van nikkel wordt toegeschreven aan een verhoogde achtergrondwaarde die in Rijen vaker wordt aangetroffen zonder aanwijsbare bron. Hetzelfde geldt voor licht verhoogde gehalten aan zink in het grondwater. Door BSB is in februari 2001 een kostenraming voor een bodemsanering op de locatie opgesteld. Hierin staat de verontreinigingssituatie kort beschreven. Voor nadere informatie over de bekende bodemsituatie wordt verwezen naar het rapport van 2008. Het bedrijf is sinds december 2007 deelnemer van de BSB en zodanig aangemeld voor de bedrijvenregeling (NB/0784/00899).

2.3.3

Niet gesprongen explosieven

2.3.4

Archeologische waarden

Ten aanzien van de verwachting van niet gesprongen explosieven is bij de opdrachtgever geen informatie bekend. Geen informatie voorhanden. 2.4

Toekomstig gebruik

Momenteel zijn er geen wijzigingen in het (bodem-)gebruik van de locatie bekend.

AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen

2.5

20110705-01 november 2018 blad 7

Bodemopbouw en geohydrologie

Het maaiveld bevindt zich op ongeveer 9 m+NAP. Van de locatie is de volgende regionale bodemopbouw achterhaald. Tabel 2.2: Bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m -mv 0-3 3-20 20-70

Formatie Nuenengroep Sterksel Kedichem en Tegelen

Geohydrologische eenheid deklaag Eerste watervoerend pakket Eerste scheidende laag

Samenstelling Middelfijn zand Matig grof zand Klei en middelfijn zand

Uit voorgaand bodemonderzoek in bekend dat de bodem tot circa 4 m-mv bestaat uit matig tot zeer fijn, zwak tot matig siltig zand. De ondergrond is plaatselijk zwak tot matig grindig. Het freatisch grondwater bevond zich destijds op 1,7 m-mv. Het grondwater in het eerste watervoerend pakket bevindt zich op ongeveer 5,5-6 m+NAP. De regionale grondwaterstromingsrichting van het eerste watervoerende pakket is overwegend noordwestelijk. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie is geen oppervlaktewater aanwezig. De locatie is niet gelegen in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. 2.6

Financieel juridische informatie

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de in bijlage 2 opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. 2.7

Conclusie vooronderzoek en onderzoeksvragen

Op de locatie is sprake van een tweetal bekende gevallen van (ernstige) verontreiniging, zijnde zink en VOCl’s. Dit betreffen historische verontreinigingen. De verontreinigingen zijn niet spoedeisend. In de huidige activiteiten is er geen sprake van noemenswaardig bodembedreigende activiteiten. Daarmee wordt aangenomen dat er geen nieuwe verontreiniging is ontstaan ten opzichte van de bodemsituatie in 2008. Omdat in 2008 is vastgesteld dat de voormalige tanks niet tot verontreiniging hebben geleid is geen verder onderzoek hiernaar verricht. Op de locatie komt ter plaatse van het buitenterrein in beperkte mate een lichte bijmenging met puin in de grond voor. Niet bekend is of er sprake is van asbest in bodem.

Voor het onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen gesteld:  In hoeverre is de VOCl verontreiniging verspreid, met name uitzakking naar de diepte kan hier hebben plaatsgevonden?  In hoeverre is de bekende verontreiniging van invloed op het perceel Heistraat 17?  Hebben de activiteiten van het bedrijf sinds het onderzoek uit 2008 nog verontreiniging veroorzaakt?  Is de contour van de zinkverontreiniging in de grond (bepaald op basis van een enkele boring) nog verifieerbaar of is deze groter?  Is de locatie, zijnde het buitenterrein, verdacht op asbest in bodem? Voor de onderzoeksopzet worden twee deelaspecten/gebieden benoemd: A) Actualisatie algemene kwaliteit van de grond inclusief verdenking asbest op het buitenterrein met inbegrepen van de opslag KCA; B) Actualisatie van het grondwater met name de bekende kern van VOCl in grondwater (inclusief verificatie VOCl’s in grond ter plaatse van de vermoedelijke kern) en afperking/verificatie van de oppervlakkige grondverontreiniging met zink.

AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen

3 3.1

20110705-01 november 2018 blad 8

VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK Kwalibo vereisten

De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door AGEL adviseurs conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en bijbehorende protocollen:  Protocol 2001 (plaatsen boringen en peilbuizen): op 28 juni en 24 augustus 2018 door M. van Ast, A. Jongbloed en P. van Beveren;  Protocol 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem): op 28 juni 2018 door M. van Ast en A. Jongbloed;  Protocol 2002 (grondwaterbemonstering): op 29 juni 2018 en op 24 en 31 augustus 2018 door M. van Ast. AGEL adviseurs is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20258) en erkend door Rijkswaterstaat Leefomgeving. De heren M. Van Ast en P. van Beveren zijn ervaren en geregistreerde veldwerkers. De heer A. Jongbloed is een veldmedewerker in opleiding. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door het milieulaboratorium van Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam en is uitgevoerd conform de accreditatie AS3000. 3.2

Opzet en uitvoering

In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de gevolgde onderzoeksopzet en hierbij behorende veldwerkzaamheden en verrichte analyses. De locatietekening met situering van de boringen, proefgaten en peilbuizen is opgenomen in bijlage 3. Aanvullend op de werkzaamheden onder A en B zijn als gevolg van het constateren van niet voorziene verontreiniging aanvullende werkzaamheden (deel C) verricht. Tabel 3.1: Opzet veld- en laboratoriumonderzoek Locatie

Veldonderzoek

Boring incl. proefgat tot 0,5 m-mv A) Buiten Terrein incl. opslag KCA

(en boornummers) Boring tot Boring tot Boring max. 1,0 max met m-mv 3 m-mv peilbuis

9

1

G1 t/m 9

414

Laboratoriumonderzoek

Bemonsteren bestaande peilbuis

B) Actualisatie grondwater en verificatie zink en VOCl

4

1

1

9

402, 403, 405, 406 (404 niet uitgevoerd)

401

407

105, 106, 200, 203, 304, 305, 306, 307, 309, 334

C) Overig agv onvoorzien

6

1

408 t/m 413

328

A B + VOCl #

(en monstercodering) Grond Grondwater

2 x asbest 3 x A+pakket 3 x PCB# 1 x A pakket 2 x VOCl (sb)

1 x B pakket

6 x PCB

1 x metalen

6 x zink

9 x B+ 2xB

: Standaard stoffenpakket grond met de parameters organische stof en lutum, de metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink en de organische parameters som-PCB’s, som-PAK’s en minerale olie; : Standaard stoffenpakket grondwater met de parameters vluchtige aromaten (BTEXN), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl 10 parameters), minerale olie (GC) en zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); : inclusief arseen en chroom; : Vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (10 stuks) en vinylchloride; : uitsplitsing agv resultaat mengmonster.

AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen

20110705-01 november 2018 blad 9

Het veldonderzoek heeft uit de volgende werkzaamheden bestaan:  Het uitvoeren van een terreinverkenning en visuele inspectie van het maaiveld;  Het plaatsen van de proefgaten, boringen en peilbuizen zoals opgenomen in tabel 3.1. De peilbuizen zijn voorzien van een filter met een lengte van 1,0 meter en afgewerkt met filtergrind en een bentonietafsluiting;  Het classificeren van de vrijgekomen grond uit de boringen (vaststellen bodemopbouw) en het beoordelen op de aanwezigheid van verontreinigingen;  Het visueel inspecteren van de grove fractie (> 20 mm) op asbestverdachte materialen. Deze zijn vervolgens per proefgat gebundeld verpakt tot materiaalverzamelmonsters. Van de fijne fractie (< 20 mm) is een grondmengmonster met een veldvochtig gewicht van circa 12 kg samengesteld;  Het bemonsteren van de grond. Een grondmonster heeft betrekking op een maximaal bodemtraject van 0,5 meter. Afwijkende bodemlagen (zoals de aanwezigheid van bodemvreemde materialen als bijvoorbeeld puin, verkleuringen van de grond en geurwaarnemingen) zijn apart bemonsterd. Indien bij een boring meerdere grondmonsters zijn genomen, is met een toenemende diepte de codering -1, -2, -3 enz.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9947765/1