CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 7 VOBP Stationsomgeving Rijen-toelichting

Raadscommissie Ruimte 26 januari 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Memo inzake inzake het voorontwerp-bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen26.658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

blad 55 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Figuur 4.4: de berging rond de jaren 30-40. De transformatie en eventuele herbestemming van het woongedeelte zou bovendien aangegrepen moeten worden om in ieder geval de monumentale uitstraling van de gevels te versterken en verbinden met het verhaal van de plek. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.9

Archeologie Toetsingskader Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.

Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming.

blad 56 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Op deze wijze is de zorg voor archeologische monumenten geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is onder andere bepaald dat gemeenten in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Derhalve heeft de raad van de gemeente Gilze en Rijen op 26 april 2011 het 'Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg, gemeente Gilze en Rijen' vastgesteld. Toetsing In het hierboven genoemde 'Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg, gemeente Gilze en Rijen' onderscheidt de gemeente een 7-tal verwachtingen, variërend van een zeer hoge tot een verwaarloosbare archeologische verwachting. Per verwachtingswaarde heeft de gemeente bepaald wat de vrijstellingsgrenzen zijn voor archeologisch onderzoek. In Figuur 4.6 is een uitsnede van deze archeologische beleidskaart te zien, waarop de projectlocatie is weergegeven. Voor de projectlocatie geldt dat er sprake is van ligging in drie verschillende categorieën van archeologische verwachtingswaarde, waarbij een deelgebied tevens de aanduiding mogelijk verstoorde grond heeft. Van de circa 173.000 m2 ligt circa 50.000 m2 in categorie 6 (Gebied met een lage archeologische verwachting) en circa 26.000 m2 in categorie 5 (Gebied met een middelhoge archeologische verwachting).

Figuur 4.5: uitsnede archeologische beleidskaart, gemeente Gilze en Rijen De exacte diepte en oppervlakten van de grondroerende werkzaamheden zijn op dit moment nog niet bekend. Hierdoor is het nu nog niet te bepalen welke impact dit heeft voor eventuele aanwezige archeologische waarden. In dit stadium is het daarom onnodig om het hele blad 57 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

terrein archeologisch te onderzoeken. Bij de aanvraag omgevingsvergunning is meer bekend over de diepte en oppervlakten van de grondroerende werkzaamheden. Dat is het moment om te beoordelen of archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan. Voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning zal blijken of archeologisch onderzoek nodig is, en zo ja, wat daarvan de bevindingen zijn en hoe met eventuele archeologische waarden om kan worden gegaan. Indien nodig zullen maatregelen worden getroffen.

4.10

Bodem Toetsingskader Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Indien op grond van historische informatie blijkt dat in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden, dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten kan vervolgens worden nagegaan of er vervolgmaatregelen getroffen moeten worden, zoals een nader onderzoek of eventueel een (functiegerichte) sanering. Toetsing Historisch bodemonderzoek In het kader van dit bestemmingsplan is in april 2020 een historisch bodemonderzoek uitgevoerd, zie ook Bijlage 8. Onderstaand worden de bevindingen uit het historisch bodemonderzoek beschreven. Het onderzoek is uitgevoerd nabij de huidige spooromgeving met direct aanliggende straten en enkele aanliggende woon- en werkgebieden.

Bodem Ter plaatse van en in de directe omgeving van het ontwikkelgebied zijn in het verleden een groot aantal onderzoeken, saneringen en monitoringen uitgevoerd dan wel diverse voormalige (verdachte) activiteiten geregistreerd. Uit deze gegevens blijkt dat in de grond over het algemeen licht verhoogde gehalten worden aangetoond. Het overgrote deel van de in het verleden aangetroffen sterke verontreinigingen zijn gesaneerd. Lokaal komen enkele matig tot sterk verhoogde gehalten met zware metalen of PAK voor in de bodem. Grondwater Het grondwater is doorgaans sterk verontreinigd met nikkel en zink. Dit wordt toegeschreven aan de verhoogde achtergrondwaarden met zware metalen welke vaak worden gemeten in de regio. Ter plaatse van de Stationsstraat bevindt zich een VOCL vlek in het diepe grondwater en is een rest verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in de grond en grondwater aanwezig. Nabij de Nijverheidsweg bevindt zich een sterke VOCL en zink verontreiniging in het grondwater. Ter plaatse van de Stationsstraat Noord 92 bevindt zich een kleinschalige VOCL restverontreiniging in et grondwater. Nader onderzoek Op basis van het historisch onderzoek zijn voor diverse locaties met (voormalige) verdachte activiteiten onvoldoende gegevens beschikbaar om een uitspraak te doen over de

blad 58 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

bodemkwaliteit. Daarnaast is actualisatie naar de aanwezigheid en inkadering van enkele bekende (sterke) verontreinigingen benodigd. Deze locaties zijn weergegeven op pagina 13 van Bijlage 8. Gezien het aantal verschillende grondeigenaren en complexiteit van de locatie (o.a. spoor waar ontheffing voor nodig is) dient een nader bodemonderzoek pas te worden uitgevoerd, nadat het ontwerp van de ontwikkeling nader is uitgewerkt. Zo kunnen de boringen en analyses gericht worden afgestemd op de daadwerkelijke ingrepen in en op de bodem (zowel in horizontaal als verticaal vlak). Hiermee worden de stakeholders in het stadium van het bestemmingsplan niet onnodig belast met onderzoek. Asbest Uit de verzamelde informatie zijn geen gegevens naar voren gekomen die erop wijzen dat de locatie als asbestverdacht dient te worden beschouwd. Geadviseerd wordt om tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden van een (gebiedsdekkend) bodemonderzoek alert te zijn op de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen (ongedefinieerd puin) in een mate waarvan deze als asbestverdacht dienen te worden beschouwd (>1%). Bij het aantreffen van de dergelijke bijmengingen dient een asbestonderzoek volgens NEN 5707 te worden uitgevoerd. Conclusie Met inachtneming van de bevindingen uit het historisch bodemonderzoek vormt het aspect bodem geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

De locaties waarvoor op grond van het historisch onderzoek nadere gegevens nodig zijn, zijn op een kleine uitzondering na grotendeels gelegen buiten het bestemmingsplangebied. Gelet op het huidige en toekomstige gebruik van de gronden is nader onderzoek niet nodig voor de vraag of het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Actualiserend onderzoek zal plaatsvinden in de uitvoeringsfase, op welk moment ook de nadere begrenzing/inkadering van eventuele verontreiniging kan worden bepaald. Met een eventuele saneringsopgave is rekening gehouden in de exploitatie.

4.11

Kabels en leidingen Toetsingskader De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. 1. 2. 3. 4. 5.

Hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken.

Toetsing Binnen het plangebied ligt langs de noordzijde van het spoor (Venneweg) een planologisch relevante gas-leiding. Deze leiding is in het vigerende bestemmingsplan geborgd in de dubbelbestemming 'Leiding-gas', waarbinnen het niet is toegestaan bebouwing te realiseren. Hiervan kan ontheffing worden verleend, mits de leidingbeheerder is gehoord. Daarnaast is, ter bescherming van de leiding, een aanlegvergunningenstelsel opgenomen. De gemeente is blad 59 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

met de leidingbeheerder op dit punt in gesprek. De bestaande dubbelbestemming is in de planregels behouden. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt op dit moment geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.12

Niet Gesprongen Explosieven Toetsingskader Gemeente Gilze en Rijen is tijdens de tweede wereldoorlog gebombardeerd. Vooral spoorzones waren vaak doelwit van bombardementen. In het kader van de beoogde ontwikkeling is een onderzoek uitgevoerd naar niet gesprongen explosieven. Dit onderzoek is te vinden in Bijlage 9. Onderstaand zijn de bevindingen uit het onderzoek beschreven. Toetsing Over het algemeen geldt voor het gehele werkgebied dat de eerst 0,5 m-mv eerder is geroerd door verschillende naoorlogse werkzaamheden. Waar het wegcunet en/of leidingen dieper zijn gelegd dan 0,5 m-mv is de grond tot onderzijde van werkzaamheden NGE-onverdacht of minder verdacht. Voor het terrein waar de spoorlijnen liggen of hebben gelegen, is de ondergrond NGE-onverdacht tot 1,5 m-mv. De ondergrens van de NGE-verdachte laag is in het gehele werkgebied 3 m-mv. Waar binnen de NGE-verdachte laag wordt gegraven of trillingen (met versnellingen vanaf 1 m/s2) binnen de NGE-verdachte laag effect hebben, wordt geadviseerd om NGE-onderzoek uit te voeren. Nadere adviezen en instructies voor nog uit te voeren NGE-onderzoek op de locatie in de uitvoeringsfase worden beschreven in het onderzoek van REASeuro (pp. 26 – 28).

Specifiek wordt hierbij ingegaan op bijvoorbeeld adviezen en instructies gedurende de sloopwerkzaamheden, werkzaamheden waarbij trillingen worden veroorzaakt, (graaf)werkzaamheden onder en nabij de huidige spoorwegovergang, en de omgeving rondom de spoorlijn, verwijderen of plaatsen van straatmeubilar en openbaar groen, het verplaatsen of leggen van kabels en leidingen en indirecte werkzaamheden van het project.

blad 60 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Figuur 4.6: Risicozones trillingen rondom werkzaamheden Conclusie Met inachtneming van de resultaten uit het onderzoek (instructies/maatregelen voor werkwijzen en/of nader NGE onderzoek in de uitvoeringsfase) vormt het aspect niet gesprongen explosieven geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Uit de bouwprocesbepaling in het Arbobesluit volgt dat de opdrachtgever van het werk verantwoordelijk is voor vervolgonderzoek.

4.13

Vliegbasis Gilze-Rijen Toetsingskader Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan ligt op korte afstand van de vliegbasis Gilze-Rijen, waardoor de gebiedsaanduiding 'ihcs-1' van toepassing is op het plangebied. Hierdoor gelden er hoogtebeperkingen voor gebouwen. Hierna wordt ingegaan op de beperkingen van de bouwhoogte op het plangebied. Toetsing De regels die verbonden zijn aan de gebiedsaanuiding 'ihcs-1' worden in dit bestemmingsplan overgenomen. De gebiedsaanduiding 'ihcs-1' legt een hoogte beperking op van 56 m boven NAP. Met de beoogde ontwikkeling worden geen gebouwen gerealiseerd die hoger zijn dan 56 m boven NAP. Conclusie De Vliegbasis Gilze-Rijen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

blad 61 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

4.14

Trillingen Toetsingskader Voor trillingen in de omgeving van spoorlijnen vanwege treinpassages is er geen specifieke wetgeving. Door de Stichting Bouwresearch (SBR) zijn in 1993 richtlijnen uitgegeven voor trillingen in bouwwerken. Dit zijn de zogenoemde SBR-richtlijnen. Ze zijn herzien in 2002. De richtlijnen zijn onderverdeeld in drie onderwerpen: het voorkomen van bouwkundige schade (SBR Trillingsrichtlijn A: schade aan bouwwerken, 2017); het voorkomen van hinder (SBR Trillingsrichtlijn B: hinder voor personen in gebouwen, 2002); het voorkomen van verstoring van apparatuur (SBR Trillingsrichtlijn C: verstoring van apparatuur, 2002). De richtlijnen zijn herzien in 2002 en richtlijn A daarna nog in 2017. Specifiek voor het aspect hinder vanwege spoorverkeertrillingen bestaat sinds 2013 de Beleidsregel trillinghinder spoor (Bts). Deze is ontstaan vanuit de praktijk voor de toepassing van de Tracéwet op spoorse projecten en is vastgesteld door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Deze beleidsregel is in 2014 aangepast en dient ter aanvulling en verduidelijking van de SBR richtlijn B. De Bts gaat verder dan de SBR richtlijn B in die zin dat de Bts invult hoe met de beoordeling van een situatie moet worden omgegaan, c.q. hoe deze moet worden opgevolgd. De SBR richtlijn is puur een 'meet- en beoordelingsrichtlijn'.

Deze beschrijft hoe trillingsmetingen moeten worden uitgevoerd en uitgewerkt tot twee beoordelingsmaten en hoe deze – afhankelijk van de omstandigheden – moeten worden beoordeeld. De Bts werkt de beoordeling van een gewijzigde situatie verder uit en werkt uit hoe het vervolg (na de beoordeling) moet zijn. Dit heeft tot gevolg dat in de praktijk toepassing van de Bts vaker leidt tot daadwerkelijke uitvoering van maatregelen. Voor zowel de SBR-richtlijn als de Bts geldt dat deze geen kracht van wet hebben. Uit jurisprudentie volgt dat de bestuursrechter beide richtlijnen accepteert als onderliggend kader bij de beoordeling van trillinghinder in ruimtelijke procedures in het kader van 'een goede ruimtelijke ordening'. Omdat de Bts in de praktijk vaker leidt tot daadwerkelijke uitvoering van maatregelen en dit bijdraagt aan een goed woon- en leefklimaat is de Bts als toetsingskader gehanteerd voor het aspect hinder. Voor het aspect schade wordt de SBR-A gehanteerd. Toetsing Voor de beoogde ontwikkeling is in het kader van een goede ruimtelijke ordening een eerste “start” onderzoek gedaan naar de gevolgen van de trillingen op gebouwen in de omgeving (zie Bijlage 13), in de situatie dat de huidige spoorovergang wordt vervangen door een onderdoorgang. Dit betreft een kwalitatieve risicoanalyse.

Hierbij is een zogenaamde ' worst case' benadering gehanteerd, waarbij de effecten van de onderdoorgang inschat zijn. Deze uitgevoerde berekeningen zijn gekalibreerd met de reeds beschikbare meetdata in de bestaande situatie. In Rijen zijn meerdere trillingsmetingen uitgevoerd langs het spoor, onder andere door Movares en de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. De berekeningen zijn specifiek uitgevoerd voor de exploitatiefase. Bouwfase

blad 62 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Voor het aspect trillingen in de bouwfase is de efficiëntste aanpak om met behulp van continue monitoring tijdens de bouwfase te bewaken dat er geen onverantwoorde trillingen optreden. Dit wordt dan ook opgenomen als voorwaarde in de bouwvergunning. Exploitatiefase: Het uitgevoerde startonderzoek is te vinden in Bijlage 13. Het doel van d onderzoek is: : vaststellen wat de te verwachten verandering in trillingsniveau is in bestaande woningen in de omgeving vanwege wijzigingen aan het spoor ten gevolge van de spooronderdoorgang; formuleren van uitgangspunten voor ontwikkelaars van nieuwbouw van woningen in de omgeving van de spooronderdoorgang wat betreft het aspect spoortrillingen. De mogelijke effecten van trillingen in de exploitatiefase kunnen in drie onderwerpen verdeeld worden. Schade aan gebouwen; Hinder van trillingen door personen in gebouwen; Verstoring van trillingsgevoelige apparatuur. Omdat er geen trillingsgevoelige apparatuur (ziekenhuis, laboratoria, drukkerijen of musea) in (de omgeving van) het plangebied aanwezig is, vormt dit aspect geen onderdeel van het onderzoek. Hieronder zijn de bevindingen uit het startonderzoek omschreven. Nieuwbouw van woningen In dit bestemmingsplan is vastgelegd dat de nieuwbouwlocatie getypeerd wordt als een trillingsbelaste locatie. In tabel 4.7 zijn de prognoses aangereikt die op de toekomstige bebouwing te verwachten is.

Vanwege de rol die de constructie van het gebouw heeft in de sterkte van de trillingen zijn de ontwikkelaars daarmee niet ontslagen van de taak zelf een prognose op te stellen met de juiste gegevens over het gebouw. Tabel 4.7: prognoses niveaus in de toekomstige situatie op maaiveld en op de fundering van een standaard betonnen eengezinswoning. Vrms.maaiveld

Vmax.fundering

Blok 1

0.50 ± 0.50

0.45 ± 0.55

@8Hz

Blok 2

0.15 ± 0.10

0.18 ± 0.10

@8Hz

Blok 3

0.15 ± 0.15

0.18 ± 0.10

@8Hz

Geadviseerd wordt voor de toekomstige nieuwbouw in de omgeving de SBR trillingsrichtlijn B als richtlijn te gebruiken. Voor toekomstige bebouwing is daarom in de planregels opgenomen dat het noodzakelijk is in de bouwvergunning aan te tonen wat de te verwachten waarde is voor Vmax en welke maatregelen er getroffen worden om de streefwaarde (SBR-B) te behalen. Bestaande bouw blad 63 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Zoals in het toetsingskader reeds benoemd is worden de trillingen in de bestaande bebouwing getoetst aan de Bts voor wat betreft het aspect hinder. Voor wat betreft het aspect schade wordt aan de SBR getoetst. Volgens de Bts dienen maatregelen te worden overwogen indien één of meerdere van het volgende geldt: - Vmax ,straks > 0,2 en toename Vmax > 30% - Vper,straks > 0,1 en toename Vper > 0% Doel van de maatregelen is: - Vmax <= 0,4 en toename Vmax < 30% - Toename Vper <= 0% Het overwegen van maatregelen betekent dat maatregelen worden ontworpen en afgewogen en dat vervolgens een doelmatigheidsafweging plaatsvindt om te bepalen of een maatregel daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Hoe de doelmatigheidsafweging dient plaats te vinden is niet in detail voorgeschreven in de Bts. Geadviseerd wordt een eigen doelmatigheidscriterium op te stellen als onderdeel van de planvorming. Resultaten start onderzoek aspect hinder In de meeste woningen in de omgeving neemt het trillingsniveau naar verwachting af, zelfs bij de gehanteerde worst-case benadering. Op een beperkt aantal adressen is er mogelijk sprake van een verwachte toename. De toename is nog niet zeker. Dit heeft te maken met de gehanteerde worst-case benadering en de onzekerheidsmarges die inherent zijn aan een kwalitatieve analyse.

Het is daarom noodzakelijk om vervolgstappen te zetten in de vorm van nader onderzoek met betrekking tot de locaties waar in het ergste geval mogelijk sprake is van een toename. Indien uit dit onderzoek blijkt dat er sprake is van te grote toenames (voor de Vmax meer dan 30% en/of die van Vper meer dan 0%) dan dienen, volgens de Bts, maatregelen te worden ontworpen. Daarbij moet in eerste instantie worden gedacht aan een aanpassing van de constructie van de onderdoorgang, gezien de rol van de onderdoorgang in de toename van de trillingen op deze adressen. Van belang is om te benadrukken dat het effect van de onderdoorgang op grond van een kwalitatieve analyse conservatief (dus 'worst case') is ingeschat en gemodelleerd en daardoor een belangrijke bron van de geconstateerde onzekerheidsmarges over de toename. Dit is een gebruikelijke werkwijze bij het aspect trillingen, en kan gezien worden als een startonderzoek. In gevallen waar de kwalitatieve analyse laat zien dat er geen of een beperkte toename te verwachten is, dan volgt hieruit dat vanwege de worst case benadering de conclusie gerechtvaardigd is dat nader onderzoek niet noodzakelijk is. Uit de kwalitatieve analyse volgt voor dit plan dat nader onderzoek wél noodzakelijk is. Dit wordt dan ook uitgevoerd.

Aangezien voor het ontwerpen van eventuele trillingsmaatregelen aan de onderdoorgangsconstructie sowieso een meer gedetailleerd model nodig is, wordt een dergelijk model opgesteld, om daarmee eerst de prognose van het huidige ontwerp te verfijnen en de onzekerheidsmarges vanwege de worst case benadering over de toenames te verkleinen. Indien dan blijkt dat er sprake is van grote toenames (voor de Vmax meer dan 30% en/of die van Vper meer dan 0%), dienen maatregelen te worden overwogen. Resultaten start onderzoek aspect schade blad 64 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Voor het aspect schade is alleen de berekening voor de toekomstige situatie relevant. De huidige situatie speelt daarin geen rol. Slechts op 1 adres wordt volgens de berekening de grenswaarde voor schade, SBR trillingsrichtlijn A, overschreden. Dat betekent dat de kans op schade vanwege toekomstig treinverkeer voor dit adres niet verwaarloosbaar klein is. Dat adres is Julianastraat 118. Het is daarom van belang dit pand te monitoren voor wat betreft trillingsniveau en schade-ontwikkeling. De kans is nog steeds veel groter dat treinverkeer niet tot schade zal leiden en een actieve bewaking van het pand gedurende een aantal jaren kan daarover meer uitsluitsel geven. Er is ook een aanmerkelijke kans dat de trillingsniveaus lager zijn dan de prognose en voldoen aan de grenswaarden van de SBR A. Indien schade optreedt terwijl de trillingsniveaus boven de grenswaarden van de richtlijn liggen wordt van de veroorzaker worden verwacht dat deze de schade herstelt. Conclusie Voor het aspect trillingshinder bij bestaande bebouwing hanteert de gemeente het toetsingskader van de Bts voor het aspect hinder, dat een aanvullende en verduidelijkende werking betreft op de SBR B.

Naar aanleiding van de resultaten vanuit het startonderzoek, wordt er gewerkt aan een gedetailleerder model waarmee de onzekerheidsmarges vanwege de worst case benadering verder kunnen worden verkleind en – indien daaruit blijkt dat maatregelen nodig zijn – maatregelen kunnen worden ontworpen, waarvan de toepassing door de gemeente op basis van een doelmatigheidsafweging wordt beoordeeld. Voor het aspect trillingshinder bij bestaande bebouwing voor het aspect schade hanteert de gemeente het toetsingskader SBR-A. Hieruit volgt dat enkel voor de woning aan de Julianastraat 118, de grenswaarde overschreden wordt, zodat voor dit pand geconcludeerd kan worden dat de kans op schade niet verwaarloosbaar klein is. Voor alle andere panden is toename van de kans op schade in de beoogde situatie wel verwaarloosbaar klein. Nadere toetsing van het aspect trillingshinder wordt beoordeeld voorafgaand aan de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Hiervoor is de uitkomst van het gedetailleerde model noodzakelijk. Voor nieuwbouw is in de planregels geborgd dat rekening wordt gehouden met de verwachte waarden voor trillingshinder en dat moet worden aangetoond wat is gedaan om de streefwaarde te behalen.

4.15

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna: VNG-brochure) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen). Vervolgens worden in de brochure, op basis van een aantal factoren (geur, stof, geluid en gevaar), richtafstanden genoemd tussen verschillende bedrijfstypen en omgevingstype 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied', waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Indien sprake is van het omgevingstype 'gemengd

blad 65 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

gebied', dan kunnen de richtafstanden – zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat en het functioneren van bedrijven – met één afstandsstap worden verlaagd. Een 'gemengd gebied' is een gebied met matige tot sterke functiemenging. In de onderstaande tabel worden de richtafstanden van de milieucategorieën ten opzichte van omgevingstype weergegeven. Tabel 4.8: Bedrijven en milieuzonering richtafstanden

Toetsing Gezien de context waarin het plangebied ligt, met afwisselend bedrijfsbestemmingen en woningen is er sprake van een gemengd gebied. De huidige functies / bestemmingen blijven grotendeels hetzelfde als het vigerende bestemmingsplan. De planologische situatie veranderd hierdoor nauwelijks. De bestemmingen die als gevolg van de beoogde ontwikkeling wel wijzigen hebben geen negatief effect op het woon- en leefklimaat van de omgeving. Het plangebied grenst in het zuidoosten aan het bedrijventerrein De Haansberg. Op het bedrijventerrein zijn bedrijven toegestaan met een maximum milieucategorie van 4.2. Op het bedrijventerrein is echter gebruik gemaakt van een zonering waardoor aan de randen van het bedrijventerrein alleen bedrijven zijn toegestaan in een categorie 2 en 3.1. Het deel van het plangebied dat direct grens aan het bedrijventerrein is bestemd voor railverkeer en maakt geen gevoelige functies mogelijk. Met de beoogde ontwikkeling worden meer gevoelige bestemmingen (woningen) mogelijk gemaakt en opzichte van de huidige situatie. Echter komen rondom het bedrijventerrein De Haansbergen reeds gevoelige bestemmingen (woningen) voor en zijn deze woningen gelegen op een afstand van meer dan 100 meter van het bedrijventerrein. De bedrijven op het bedrijventerrein dienen al rekening te houden met de gevoelige bestemmingen uit de directe omgeving.

Het plan veranderd deze situatie / huidige beperkingen voor de bedrijven niet. Aan de Spoorlaan Zuid 15 is op basis van het huidige bestemmingsplan een bedrijfsbestemming gevestigd. Op basis van het bestemmingsplan is hier maximaal de vestiging van een bedrijf uit categorie 1 of 2 toegestaan. De beoogde woningbouwontwikkeling wordt hierdoor niet belemmerd, omdat de richtafstand van 10 meter gerespecteerd blijft en de dichtstbijzijnde woning blijft staan ten opzichte van de huidige situatie. In de hoek tussen de Julianstraat en de Parallelweg zal nabij het Rijksmonument een fietsenstalling worden gerealiseerd. In de VNG brochure is geen fietsenstalling opgenomen. Er wordt zekerheidshalve uitgegaan van een parkeerterrein, dat logischerwijs meer effect heeft op de omgeving dan een fietsenstalling. Voor een parkeerterrein geldt, op basis van gebiedstype gemengd gebied, op grond van de VNG-publicatie een richtafstand tot geluidsgevoelige bestemmingen van 10 meter. De fietsenstalling is binnen voorliggend bestemmingsplan als aanduiding opgenomen en ligt op 10 meter tot de meest dichtbij blad 66 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

gelegen woning. Zodoende wordt voldaan aan de richtafstand. Ter plaatse van de huidige woning aan de Julianastraat 118 is in de beoogde situatie de mogelijkheid van een snackbar/ijssalon voorzien. Hiervoor geldt op basis van de VNG-brochure voor 'restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.' een richtafstand van 10 meter tot een rustige woonwijk. Aangezien bij voorliggende ontwikkeling sprake is van gemengd gebied (zie hierboven), kan de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd. Zodoende is geen sprake meer van een richtafstand. In de Julianastraat, nabij de beoogde fietsenstalling, zit Café 'T Rijens Vat. In de VNG brochure geldt voor 'Cafés en bars' een richtafstand van 10 meter tot een rustige woonwijk. Aangezien hier sprake is van een gemengd gebied (zie hierboven), kan de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd. Zodoende is geen sprake van een richtafstand. Binnen het stationsgebouw wordt zaalverhuur, een atelier en detailhandel en horeca tot en met categorie 1 ten dienste van de bestemming mogelijk gemaakt (zie artikel 8 van de regels). In artikel 1.71 (begrippen) wordt voor zaalverhuur aangegeven dat dit kleinschalig zaalverhuur ten behoeve van vergaderfaciliteiten betreft.

Onder een atelier wordt verstaan (artikel 1.11, begrippen): werkplaats voor kunstschilders of andere kunstenaars, waarbij het werkproces grotendeels wordt uitgevoerd met de hand of althans niet in hoofdzaak gemechaniseerd, geautomatiseerd of met behulp van werktuigen, die door energiebronnen buiten de menselijke arbeidskracht worden aangedreven. Voor zover van laatstbedoelde werktuigen gebruik wordt gemaakt, zijn deze als ondergeschikt te beschouwen aan de menselijke handvaardigheid. Binnen horeca gaat het volgens de begrippen (artikel 1.41) van voorliggend bestemmingsplan om 'een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide snacks, ijs en kleine maaltijden zowel ter plaatse als elders, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken, zoals een snackbar, cafetaria, lunchroom en ijssalon'. Wanneer de activiteiten zaalverhuur en atelier vergeleken worden met detailhandel en horeca tot en met categorie 1, kan gesteld worden dat laatstgenoemde (detailhandel en horeca tot en met categorie 1) de meest milieubelastende activiteiten zijn. Binnen de VNG brochure geldt voor 'Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.' en ook voor 'Detailhandel voor zover niet elders genoemd' een richtafstand van 10 meter tot een rustige woonwijk.

Aangezien hier sprake is van gemengd gebied (zie hierboven), kan de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd. Zodoende is geen sprake meer van een richtafstand. Conclusie Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering worden geen belemmeringen verwacht voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.16

Geurhinder en gezondheid Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden onderzocht of een bestemmingsplan niet zodanige risico's voor de volksgezondheid meebrengt dat het woonen leefklimaat niet onaanvaardbaar verslechtert. Hierbij is het effect dat nabijgelegen veehouderijen op de volksgezondheid kunnen hebben een mee te wegen belang. Toetsing In de omgeving van Rijen zijn verschillende geitenhouderijen gelegen. Deze veehouderijen liggen echter op een grotere afstand dan 2 km van het plangebied waardoor op basis van de bestaande toetsingskaders op het gebied van geurhinder geen problemen te verwachten zijn.

blad 67 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

In het kader van een woningbouwontwikkeling in de omgeving van Rijen is in het kader van de volksgezondheid gekeken naar de effecten van veehouderijen op de volksgezondheid. Dit is opgenomen in Bijlage 10. Onderstaand zijn de bevindingen uit het onderzoek omschreven. Uit het onderzoek blijkt dat er geen causaal verband aangetoond kan worden tussen een verhoogd gezondheidsrisico en wonen in de omgeving van een veehouderij. Er zijn geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten op basis waarvan zou moeten worden aangenomen dat de geldende toetsingskaders niet toereikend zijn om onaanvaardbare volksgezondheidsrisico's te voorkomen. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar is. Conclusie Het aspect geurhinder en gezondheid vormt geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

blad 68 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische aspecten

Algemene opzet Het bestemmingsplan 'Stationsomgeving Rijen' bevat het planologisch-juridisch instrumentarium voor de (her)ontwikkeling van de stationsomgeving van de gemeente Gilze en Rijen. De planopzet kent een beperkt aantal bestemmingen en een gedetailleerde planverbeelding. Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Standaard voor Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012. Het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de planverbeelding met planregels. Bij ieder plan hoort een toelichting. Deze heeft als zodanig geen rechtskracht. De planregels zijn opgebouwd uit inleidende regels (hoofdstuk 1), bestemmingsregels (hoofdstuk 2), algemene regels (hoofdstuk 3) en overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4)

5.2

Toelichting op de verbeelding De verbeelding omvat de gronden die voor de ontwikkeling van het plan van belang zijn. De keuze van de bestemmingen en de situering van de bestemmingsvlakken zijn gebaseerd op de ontwikkelingsschetsen. Voorts sluit de opzet van de verbeelding aan op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) en IMRO 2012.

5.3

Toelichting op de bestemmingsplanregels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk omvat twee artikelen: Artikel 1 Begrippen In het eerste artikel, “begrippen”, worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Voor sommige begrippen worden in de SVBP 2012 en Bor omschrijvingen gegeven. Deze zijn overgenomen. Artikel 2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de “wijze van meten” uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden planregels gegeven voor de binnen het plangebied bestaande functies die gehandhaafd worden alsmede voor de nieuw te ontwikkelen functies. Per bestemming zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande vrijstelling of wijziging) toegestaan.

Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bebouwingspercentage, goothoogte en dergelijke) en wordt gebouwd binnen het eventueel aangegeven bouwvlak, kan hiervoor in de regel een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden verleend. Binnen de bestemmingsregels zijn 'gewone' bestemmingen, 'voorlopige" bestemmingen en dubbelbestemmingen opgenomen.

blad 69 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

'Gewone' bestemmingen Het hoofdstuk bestemmingsregels bestaat uit een beschrijving van de gewone bestemmingen Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels voor gebouwen; Bouwregels voor aan-, uit- en bijgebouwen; Bouwregels voor bouwwerken, niet zijnde gebouwen; Eventuele afwijkingen van de bouwregels; Gebruiksregels; Eventuele afwijkingen van de gebruiksregels; In het voorliggende bestemmingsplan zijn de volgende 'gewone' bestemmingen opgenomen: Artikel 3 Bedrijf De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor bedrijven in bedrijfscategorie 1 en 2. Dit betreft lichtere bedrijvigheid die goed past binnen een woonomgeving. Binnen deze bestemming zijn ondergeschikte kantoren toegestaan. Bijzondere functies binnen deze bestemming zoals nutsvoorzieningen zijn met een een specifieke aanduiding mogelijk gemaakt. Artikel 4 Gemengd De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor kantoren, publiekverzorgende ambachten en dienstverlening. Ook functies voor maatschappelijke dienstverlening zijn binnen deze bestemming toegestaan. Binnen het plangebied zijn twee bedrijfswoningen met een functieaanduiding op de verbeelding weergegeven. Artikel 5 Groen Deze gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, voet- en fietspaden en waterretentie. Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken geen gebouwen worden opgericht.

Ter plaatse van de aanduiding 'groen' zijn uitsluitend groenvoorzieningen toegestaan. Dit heeft tot doel om geen voetpaden mogelijk te maken, in verband met recht van overpad. Artikel 6 Horeca De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor horecabedrijven en bijbehorende voorzieningen. De beide horecabedrijven binnen het plangebied zijn ingeschaald tot en met horecacategorie 3. Dit betekent dat alleen categorie 4 horeca is uitgesloten en er hierdoor geen dancing of discotheek is toegestaan maar wel een café en/of restaurant. Van de twee horeca bedrijven in het gebied is één bedrijf bestemd voor het behoud en de bescherming van het ter plaatse aanwezige gemeentelijk monument. Ook is een bedrijfswoning toegestaan met een aanduiding op de verbeelding. Artikel 7 Verkeer De gronden binnen deze bestemming 'Verkeer' zijn bestemd voor wegen, voetpaden (snel)fietspaden, een tunnel, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen inclusief waterpartijen en watergangen, kunstwerken, kunstobjecten en straatmeubilair en bijbehorende voorzieningen. De gronden binnen deze bestemming zijn de gronden waar de spoorweg niet op gelegen is. Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'tunnel' is de tunnel toegestaan. De nieuwe onderdoorgang dient zodanig te worden aangelegd dat deze binnen deze aanduiding komt te liggen.

Erf- of terreinafscheidingen bij parallelwegen van de tunnel zijn niet toegestaan. Binnen de bestemming Verkeer zijn ook bijbehorende voorzieningen ten behoeve van de tunnel, zoals trappen, toegestaan. Artikel 8 Verkeer - Railverkeer

blad 70 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

De gronden waar de bestemming 'Verkeer - Railverkeer' geldt zijn bestemd voor spoorwegen, en spoorwegvoorzieningen, zoals trappen en perrons, een tunnel ten behoeve van de kruising van de spoorweg met verkeerswegen, aan het spoor gerelateerde functies zoals ondergeschikte detailhandel en horeca tot en met categorie 1, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, watervoorzieningen en overige bijbehorende voorzieningen. Op of in deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan, met uitzondering van liftschachten. Liftschachten zijn buiten het bouwvlak toegestaan. Fietsenstallingen met een capaciteit van meer dan 10 plaatsen zijn aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'fietsenstalling'. De gronden van het voormalige stationsgebouw hebben de aanduidingen, 'gemeentelijke monument' en 'gemengd'. De eerste aanduiding is bedoeld om het gemeentelijk monument te beschermen, de tweede aanduiding maakt een breder gebruik van het voormalige stationsgebouw mogelijk. Hierdoor is het tevens mogelijk de gronden met deze aanduiding te gebruiken voor beperkte zaalverhuur. Ter plaatse van de aanduiding 'tunnel' is een (deel van de) onderdoorgang toegestaan. Het diepste deel van de onderdoorgang wordt hier aangelegd.

Om de onderdoorgang niet te diep te maken is bepaald dat de maximale verticale bouwdiepte 6,5 meter (ten opzichte van het peil) mag bedragen. Artikel 14 Wonen In artikel 14 staan de regels voor de bestemming 'Wonen'. Er zijn verschillende typen woonbebouwing die met de bouwaanduidingen vrijstaand [vrij], tweeaaneen [tae] en aaneengebouwd [aeg] zijn gespecificeerd. Per type woonbebouwing zijn aparte bouwregels opgenomen. Artikel 15 Woongebied Deze bestemming is opgenomen voor de nog te realiseren woningen op twee locaties. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor de afzonderlijke huisvesting van huishoudens al dan niet in samenhang met aan huis gebonden beroepen. Daarnaast zijn tuinen en erven, voorzieningen van verkeer en verblijf, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen inclusief waterpartijen en -gangen, kunstwerken, kunstobjecten, speeltoestellen en straatmeubilair, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan en zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals uitritten, toegestaan. Gebouwen kunnen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Daar waar uitsluitend twee-aaneengebouwde woningen zijn toegestaan, is de aanduiding 'twee-aaneen' opgenomen. Hier zijn twee wooneenheden toegestaan. Waar aaneengebouwde- en gestapelde woningen zijn toegestaan, is geen aanduiding opgenomen.

Het maximum aantal wooneenheden ter plaatse is met de aanduiding maximum aantal wooneenheden opgenomen op de verbeelding. In de regels zijn nadere bebouwingsregels opgenomen voor de hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat op de gevels van de nieuwe hoofdgebouwen de geluidbelasting de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. De betreffende gevels dienen te worden uitgevoerd als dove gevel, dan wel met een geluidwerend vlies c.q. vliesgevel of vergelijkbare constructie met hetzelfde effect als een dove gevel. Hierbij geldt dat per woning niet meer dan één dove gevel is toegestaan. Bij het oprichten en uitbreiden van gebouwen dient de inrichting van elk perceel zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren als het eventueel laden en lossen op eigen terrein te kunnen afwikkelen. Binnen de bestemming dient voorzien te zijn in voldoende parkeeraccommodatie. In de regels zijn nadere bebouwingsregels opgenomen voor de situering, de bebouwingsdiepte en de dakvorm van hoofd- en bijgebouwen en van blad 71 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voorlopige bestemmingen Voorlopige bestemmingen zijn bestemmingen die gedurende een bepaalde periode een bepaalde bestemming toegekend krijgen. Na verloop van die periode treedt vervolgens de definitieve bestemming in werking. Onder de Wro is deze looptijd 5 jaar. Op basis van de Crisis- en herstelwet (artikel 7c, lid 3 van het Bu Chw) is het mogelijk een looptijd van een voorlopige bestemming te verlengen naar 10 jaar. Onderhavig bestemmingsplan met verbrede reikwijdte maakt gebruik van dit instrument om de looptijd van de voorlopige bestemmingen te verlengen naar 7 jaar. Voor het gebied gelden twee verschillende regimes tijdens de planperiode. De verbeelding toont slecht de bestemmings'kleur' van het voorlopig regime. Het eindbeeld is daarmee niet direct af te leiden uit de verbeelding. De planregels bieden wel inzicht in het eindbeeld. De voorlopige bestemmingen zijn alle verkeersbestemmingen en zijn gericht op de realisering van de tunnel (onderdoorgang). De eindbestemming varieert: Wonen, Gemengd, Horeca en Bedrijf. In totaal zijn er 5 voorlopige bestemmingen in het plan aanwezig. Het onderscheid wordt bepaald door de mogelijkheden van de eindbestemming. In figuur 5.1 zijn de voorlopige bestemmingen opgenomen.

Figuur 5.1: voorlopige bestemmingen (voor Legenda: zie verbeelding) Voor de zichtbaarheid van de figuur zijn de volgende lagen in figuur 5.1 uitgezet: Waarde Archeologie, Bouwaanduiding cultuurhistorische waarde, Bouwaanduiding Gemeentelijk monument, (Woningtypologieen: twee-aaneen, vrijstaand), maximale goot- en bouwhoogte, minimale – maximale goot- en bouwhoogte, aanduiding tunnel, overige zone – ihcs 1. De opbouw van de planregels is gelijk bij die van de reguliere bestemmingen, met dien verstande dat deze opbouw tweemaal in de planregels terugkomt. In eerste instantie met de blad 72 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

regels die gelden voor de voorlopige bestemming en vervolgens ten aanzien van de eindbestemming. Voor de regels ten aanzien van de eindbestemming is verwezen naar de al in het bestemmingsplan opgenomen regels voor die specifieke bestemming. In aanvulling op de gebruikelijke opbouw wordt aan het einde van de regeling voor de voorlopige bestemming nog een onderdeel toegevoegd waarin is vastgelegd tot wanneer de voorlopige regels gelden. De werkingstermijn van de voorlopige bestemming eindigt 7 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan. De inschatting is dat de tunnel aanzienlijk sneller gerealiseerd wordt dan deze 7 jaar. Er is echter een ruime termijn opgenomen, waarbinnen vast staat dat alles is gerealiseerd Dit is een termijn van 7 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan. Om de mogelijkheid te bieden om de gronden eerder te kunnen wijzigen van de voorlopige naar de definitieve bestemming heeft het bevoegd gezag met een wijzigingsbevoegdheid de mogelijkheid om de definitieve bestemming eerder in werking te laten treden dan de vastgelegde 7 jaar. Tevens is een wijzigingsbevoegdheid toegevoegd om de definitieve bestemming na 7 jaar te wijzigen naar de bestemming verkeer. In figuur 5.2 is het eindbeeld van de bestemmingen inzichtelijk gemaakt.

Figuur 5.2: eindbestemmingen (voor Legenda: zie verbeelding) Voor de zichtbaarheid van de figuur zijn de volgende lagen in figuur 5.2 uitgezet: Waarde Archeologie, Bouwaanduiding cultuurhistorische waarde, Bouwaanduiding Gemeentelijk monument, (Woningtypologieen: twee-aaneen, vrijstaand), maximale goot- en bouwhoogte, minimale – maximale goot- en bouwhoogte, overige zone – ihcs 1. In het voorliggende bestemmingsplan zijn de volgende 'voorlopige' bestemmingen opgenomen: Om de aanleg van de onderdoorgang mogelijk te maken, is het noodzakelijk om de voorzijde van enkele percelen aan de noordkant van het station (Stationsstraat), die met name dienst doen als voortuin tijdelijk te gebruiken. Deze zijn nodig om tijdens de realisatiefase blad 73 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

voldoende ruimte te hebben voor de werkzaamheden, de bereikbaarheid van het gebied en de tijdelijke aanleg van kabels en leidingen Artikel 9 Verkeer - Voorlopig 1 De gronden binnen de bestemming 'Verkeer - Voorlopig 1' zijn tijdelijk bestemd als 'Verkeer'. Deze gronden betreffen een tijdelijk aan te leggen weg tijdens en ten behoeve van de bouwwerkzaamheden en (deels) een tijdelijke werkstrook . Na een periode van 7 jaar zal de bestemming worden omgezet in de definitieve bestemming 'Bedrijf' die identiek is aan 'Artikel 3 Bedrijf'. Artikel 10 Verkeer - Voorlopig 2 De gronden binnen de bestemming 'Verkeer - Voorlopig 2' zijn tijdelijk bestemd als 'Verkeer'. Deze gronden betreffen een tijdelijk aan te leggen weg tijdens en ten behoeve van de bouwwerkzaamheden en (deels) een tijdelijke werkstrook . Na een periode van 7 jaar zal de bestemming worden omgezet in de definitieve bestemming 'Gemengd' die identiek is aan 'Artikel 4 Gemengd'. Artikel 11 Verkeer - Voorlopig 3 De gronden binnen de bestemming 'Verkeer - Voorlopig 3' zijn tijdelijk bestemd als 'Verkeer'. Deze gronden betreffen een tijdelijk aan te leggen weg tijdens en ten behoeve van de bouwwerkzaamheden en (deels) een tijdelijke werkstrook . Na een periode van 7 jaar zal de bestemming worden omgezet in de definitieve bestemming 'Bedrijf' die identiek is aan 'Artikel 6 Horeca'.

Artikel 12 Verkeer - Voorlopig 4 De gronden binnen de bestemming 'Verkeer - Voorlopig 4' zijn tijdelijk bestemd als 'Verkeer'. Deze gronden betreffen een tijdelijk aan te leggen weg tijdens en ten behoeve van de bouwwerkzaamheden en (deels) een tijdelijke werkstrook . Na een periode van 7 jaar zal de bestemming worden omgezet in de definitieve bestemming 'Bedrijf' die identiek is aan 'Artikel 14 Wonen'. Artikel 13 Verkeer - Voorlopig 5 De gronden binnen de bestemming 'Verkeer - Voorlopig 5', zijn tijdelijk bestemd als 'Verkeer'. Deze gronden betreffen een tijdelijk aan te leggen weg tijdens en ten behoeve van de bouwwerkzaamheden en (deels) een tijdelijke werkstrook. Na een periode van 7 jaar zal de bestemming worden omgezet in de definitieve bestemming 'Woongebied' die identiek is aan 'Artikel 15 Woongebied'. Dubbelbestemmingen Dubbelbestemmingen zijn bestemmingen die over een andere bestemming worden heen gelegd. Het gaat hierbij om bestemmingen die betrekking hebben op waarden (zoals archeologie). De regels van de dubbelbestemming zijn prioritair, dat wil zeggen dat bij strijdigheid met de bestemming waarmee ze samenvallen, de regels van de dubbelbestemming voorrang hebben. Leiding - Gas De gronden binnen de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' zijn bedoelt om de daar gelegen hogedruk gasleiding te beschermen.

De gronden waar deze dubbelbestemming geldt zijn naast de geldende bestemming mede bestemd voor het waarborgen van deze leiding. Waarde Archeologie Artikel 17 en 18 bevatten de regels voor de bestemming 'Waarde - Archeologie'. De gronden waar de dubbelbestemmingen voor gelden, zijn, naast de geldende enkelbestemming, mede blad 74 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

bestemd voor het waarborgen van de archeologische waarden. Bouwen op gronden voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' is uitsluitend toegestaan indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden voldoende zijn vastgesteld. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: Artikel 19 Anti-dubbeltelregel Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening is de anti-dubbeltelregel opgenomen. Deze regel wordt opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel of een bepaalde oppervlakte van een bouwperceel mogen beslaan, het resterende onbebouwde terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 20 Algemene bouwregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden een aantal algemene bouwregels. Deze bepalingen zijn op het hele plangebied van toepassingen hoeven dus niet opgenomen te worden in de afzonderlijke bestemmingen. Het betreffen bouwregels ten aanzien van de bestaande maten en ondergronds bouwen. Ook is hier een regeling opgenomen voor de bescherming van cultuur historisch waardevolle bebouwing.

Artikel 21 Algemene aanduidingsregels Dit betreft de nadere aanduiding van samenhangende gebieden gelegen over meerdere bestemmingen waarop een nadere regeling van toepassing is. Deze gebiedsaanduidingen hebben met name betrekking op sectorale aspecten die ruimtelijk relevant zijn en waaraan een zonering (aan te houden afstand) is toegekend. In dit bestemmingsplan is de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone – kostenverhaal' opgenomen ter plaatse van de woningbouwlocatie nabij de Julianastraat. Deze zone geeft een bouwverbod voor de bouw van woningen. Met deze bepaling wordt geborgd dat de woningen pas kunnen worden gerealiseerd als het kostenverhaal bij afgifte omgevingsvergunning voor het bouwen is verzekerd door een exploitatieplan (vast te stellen door het College van Burgemeester en Wethouders) voor zover het niet reeds anderszins is verzekerd. Op dat moment wordt voor die betreffende gronden het bouwverbod opgeheven. In dit bestemmingsplan is de gebiedsaanduiding IHCS opgenomen. Die is opgenomen vanwege het in de buurt liggende vliegveld Gilze-Rijen. Artikel 22 Algemene afwijkingsregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden een aantal algemene afwijkingsregels. Deze bepalingen zijn op het hele plangebied van toepassingen zijn dus niet opgenomen in de afzonderlijke bestemmingen.

Het betreffen afwijkingsregels van bijvoorbeeld bestaande maten tot 10%, ondergrondse bouwwerken en de bouw van galerijen buiten het bouwvlak. Artikel 23 Algemene gebruiksregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden een aantal algemene gebruiksregels. Deze hoeven dus niet opgenomen te worden in de afzonderlijke bestemmingen. Het betreffen gebruiksregels die tot een verboden gebruik van gronden en bouwwerken worden gerekend. Artikel 24 Algemene wijzigingsregels Voor het gehele plangebied en dus alle bestemmingen, gelden een aantal algemene wijzigingsregels. Het betreffen algemene wijzigingsregels opgenomen voor het overschrijden van bestemmingsgrenzen. blad 75 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Artikel 25 Algemene procedureregels In deze regels wordt aangeven welke ruimtelijke procedure doorlopen moet worden voor afwijkingen, werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden en wijzigingen. Artikel 26 Overige regels Op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK in werking getreden. Deze wet regelt dat de grondslag voor stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening komt te vervallen. Dit betekent dat voor onder andere parkeernormen en normen voor het laden en lossen niet meer kan worden getoetst aan de bepalingen uit de Bouwverordening. Uit oogpunt van 'een goede ruimtelijke ordening' is het vaak wel aangewezen om het parkeren en laden en lossen te reguleren. Om die reden worden parkeernormen en normen voor het laden en lossen opgenomen in een bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat in het bestemmingsplan alleen de regeling uit de Bouwverordening wordt overgenomen. Dit houdt dus bijvoorbeeld in dat alleen aan parkeernormen wordt getoetst bij aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen. In uitzondering hierop stellen we een toetsing aan parkeernormen óók verplicht bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik. Ook uit een functiewijziging kan namelijk een parkeerbehoefte voortvloeien. Dit regelen we nu op één plek in de bestemmingsregeling.

Op grond van artikel 3.1.2, lid 2 onder a van het Besluit ruimtelijke ordening kan in deze parkeerregeling worden verwezen naar het gemeentelijke parkeerbeleid waarin de normen (aantallen + afmetingen parkeerplaatsen) zijn opgenomen. In het voorliggende plan maken we hier gebruik van, omdat het niet praktisch is om de normen in de regels zelf op te nemen. Een wijziging van de norm zou dan leiden tot het opstellen van een nieuw bestemmingsplan. Dat is een te zware procedure voor een kleine aanpassing. Voor het laden en lossen geldt dat hier geen gemeentelijk beleid voor is, om die reden heeft hier géén verwijzing naar beleid plaats. Aanvragen voor laad- en losvoorzieningen worden beoordeeld met behulp van het ASVV. Omdat de parkeerregeling en laad- en losregeling zowel betrekking heeft op aanvragen omgevingsvergunning voor het bouwen als om planologisch strijdig gebruik, is de regeling ondergebracht onder de 'Overige regels'. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat: Artikel 27 Overgangsrecht Dit artikel heeft betrekking op bestaande legale situaties (bestaande bouwwerken en bestaand gebruik) die afwijken van de (nieuwe) bestemming. Het overgangsrecht beschermt de gevestigde belangen of rechten bij een nieuwe, van de bestaande situatie afwijkende regeling, met als doel het uiteindelijk beëindigen van de afwijkende situatie.

Voorheen illegale bebouwing en illegaal gebruik worden met het overgangsrecht niet gelegaliseerd. Artikel 28 Slotregel In de Slotregel van het bestemmingsplan wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het bestemmingsplan aangehaald worden als “Regels van het bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen'.

blad 76 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

voorontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Hoofdstuk 6

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de onderdelen die zijn doorlopen voor het zekerstellen van de economische uitvoerbaarheid van het project. Indien een bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente, moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Ook wordt ingegaan op de grondexploitatie en het verplichte kostenverhaal.

6.2

Toepassing Wet ruimtelijke ordening, hoofdstuk 6 De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Een infrastructurele ingreep zoals in dit bestemmingsplan beoogd wordt, is geen aangewezen bouwplan waardoor geen exploitatieplan noodzakelijk is. De woningbouwontwikkeling is wel een bouwplan als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze gronden zijn niet allemaal in het bezit van de gemeente Gilze en Rijen. Wel zijn deze gronden aangewezen op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Om die reden is er een verplichting een exploitatieplan op te stellen voor zover ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd. Voor onderhavig bestemmingsplan is echter verzocht het plangebied toe te voegen aan het experiment van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte.

Dit betekent dat het mogelijk is de verplichting van kostenverhaal uit te stellen: een exploitatieplan hoeft niet tegelijk met het vaststellen van het bestemmingsplan te worden vastgesteld, maar dit kan door het college van burgemeester en wethouders worden vastgesteld bij een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor zover op dat moment niet reeds anderszins het kostenverhaal is verzekerd. In de planregels is dit geborgd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9619124/1