ap 5 memo artikel 213a onderzoek effectiviteit re-integratievoorzieningen Participatiewet
Tekst van het document
18
b. belanghebbenden die voldoende competenties hebben om hun loonwaarde te vergroten; c. belanghebbenden van wie is te verwachten dat zij - op basis van hun competenties en capaciteiten - een hoge kans hebben op plaatsing op de arbeidsmarkt; d. belanghebbenden bij wie de kosten van het inzetten van een voorziening voldoende opweegt tegen de kosten van de uitkering, zowel op de korte als de middellange termijn. 3. De voorzieningen die het college inzet dienen er op te zijn gericht om de uitkeringsafhankelijkheid zo beperkt mogelijk te laten zijn. Het tweede lid geeft duidelijk aan dat de gemeente zich vooral richt op mensen met relatief goede kansen op werk. Alleen sub d. kan duiden op prioriteit aan mensen die wat verder van de arbeidsmarkt staan. In de interviews is ook aangegeven dat de focus is op mensen op trede 3 of hoger. Vervolgens worden in de Verzamelbeleidsregels alle voorzieningen (zowel aan de persoon als voor de werkgever) in de paragrafen 2.2, 2.3 en 2.4 één voor één beschreven en voorwaarden aan deze voorzieningen verbonden. Per voorziening worden onder andere doel en doelgroep benoemd. Bijlage 1 van dit rapport geeft een samenvatting van de voorzieningen, doel en doelgroep in tabelvorm.
2.3
Beschikbare voorzieningen, totaal en per doelgroep
Uit de tabel in bijlage 1 is af te leiden dat de doelgroep van de voorzieningen meestal niet wordt gedefinieerd in termen van kenmerken als leeftijd, opleiding, migratieachtergrond, etc.. Doorslaggevend is of een klant (belanghebbende, uitkeringsgerechtigde) de voorziening nodig heeft om stappen op de participatieladder te maken dan wel (duurzaam) werk te vinden. Er wordt aangegeven dat de meeste voorzieningen open staan voor diverse typen klanten uit verschillende deelgroepen. Uitgangspunt is maatwerk: wat heeft de klant nodig en/of wat heeft de werkgever nodig om een zo goed mogelijke match te maken? Er zijn wel enkele specifieke voorzieningen voor mensen met een arbeidsbeperking (nieuw beschut werk en de wettelijke loonkostensubsidie banenafspraakbanen) en inburgeraars (er worden op dit moment regionaal een ketenaanpak en taalwerktrajecten ontwikkeld). Ook voor jongeren zijn er een aantal specifieke (regionale) instrumenten, zoals het jongerenpunt in Tilburg. Consulenten zijn overigens naar deelgroepen georganiseerd (jongeren, inburgeraars en 27plus). Daarnaast zijn de twee consulenten van Talent2work specifiek gericht op de matching en de dienstverlening aan werkgevers (jobcoaching en andere begeleiding werkgevers).
2.4
Inkoop voorzieningen
De groeituin is een gemeentelijke voorziening. De gemeente organiseert dit zelf. Hetzelfde geldt voor de begeleiding door re-integratieconsulenten. De re-integratieconsulenten zijn deels in dienst bij ABG-organisatie en worden deels ingehuurd. Maar deze laatsten werken ook onder de aansturing van de teamleider re-integratie en participatie.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
19
Qua inkoop van voorzieningen worden de meeste voorzieningen ingekocht bij de Diamant Groep, zoals plekken bij de kringloopwinkel La Poubelle (onderdeel van de Diamant Groep), beschut werk en Participatiebanen. Via Talent2Work zijn er enkele werkgevers waar werkervaringsplaatsen en proefplaatsingen mogelijk zijn: Sodastream, Elho en Audax. De samenwerking met Audax is door Match and Work tot stand gekomen. Sodastream heeft interne jobcoaching ontwikkeld en deze is beschikbaar voor klanten. Elho en Sodastream hebben beiden een aparte lijn waar mensen op eigen tempo werkervaring op kunnen doen, en uiteindelijk betaald aan het werk kunnen. Daar is vrijwel altijd op korte termijn een plek voor kandidaten, ook meer specifiek voor mensen uit het doelgroepregister. Bij Audax stromen mensen (tot nu toe) in op reguliere afdelingen en zo door in een betaalde baan. Bij alle drie is extra begeleiding op de werkvloer met interne jobcoaching. Ook zijn Match and Work en (meer recent) Workin belangrijke partners voor de re-integratie. Deze partijen hebben een goed (lokaal) netwerk. Match and Work wordt vooral ingezet voor mensen die wat extra ondersteuning of begeleiding in het werk nodig hebben. Dus een groot deel van de re-integratie wordt door de gemeente zelf uitgevoerd. Inkoop vindt vooral plaats bij de Diamant Groep (inclusief 18K), enkele werkgevers, Match and Work en Workin.
2.5
Belangrijke veranderingen in de beschikbare voorzieningen
Er is de afgelopen jaren een aantal voorzieningen verdwenen, zoals voorzieningen gericht op bewegen/sporten en de groepsaanpak (sollicitatievaardigheden, netwerken, mogelijkheden op de arbeidsmarkt) via de werkstraat. De werkstraat voldeed in de ogen van de consulenten. Het gaf een goed inzicht in de klanten. Echter, de werkstraat is afgeschaft door capaciteitsvraagstukken en de kwetsbaarheid door de geringe schaalgrootte. De capaciteit is volgens de gesprekspartners sowieso een aandachtspunt. De drie consulenten 27-plus (2,4 fte) hebben met zijn drieën 316 klanten in de caseload, gemiddeld meer dan 130 klanten per fte. Daar staat tegenover dat er met La Poubelle en de groeituin nieuwe voorzieningen zijn bijgekomen. De groeituin is onderdeel van de gemeente. La Poubelle heeft in 2018 een vestiging geopend in de gemeente. En het bureau Workin wordt sinds de herfst van 2020 (weer) ingeschakeld door de gemeente Gilze en Rijen. Workin heeft een goed netwerk van lokale werkgevers. Wat ook is veranderd, is dat Gilze en Rijen de afgelopen jaren meer is aangesloten op de samenwerking in de arbeidsmarktregio. In 2017 en 2018 is een boost gegeven aan de regionale samenwerking in de regionale werkgeversdienstverlening en matching. In 2019 is een start gemaakt als pilot met de regionale bundeling middelen.
De ontwikkeling, aanpassing en implementatie van voorzieningen richting werk verschuift steeds meer naar het regionale niveau (ook vanwege de schaal).
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
20
Verder zijn er methodisch zaken intern aangepast, vooral om de klant beter in beeld te krijgen. Er is een TOP-aanpak ontwikkeld voor kandidaten op de treden 3, 4 en 5. Daarbij wordt georganiseerd dat de interne processen goed op elkaar aansluiten. Een snelle opvolging is belangrijk waarop goed wordt ingespeeld op de behoefte om de klanten gemotiveerd te houden.
2.6
Welke typen voorzieningen worden gemist?
Er wordt door enkele consulenten aangegeven dat instrumenten worden gemist waarbij de consulent zelf regelmatig de klant ziet en ontmoet (zoals bij de werkstraat). Dit geldt vooral ook in de huidige situatie waarbij sprake is van weinig klanten die direct aan het werk kunnen. Het gaat om doorstroom op de participatieladder, bijvoorbeeld van mensen die net buiten het doelgroepregister vallen. Ook worden instrumenten gericht op lichaamsbeweging gemist. Sporten bevordert niet alleen de fysieke, maar (mede) daardoor ook de mentale gezondheid van de klanten. Het heeft een functie als uitlaatklep, maar biedt ook mogelijkheden om beter zicht te krijgen op de specifieke persoon en zijn of haar situatie. Sport biedt – door het informele karakter meer mogelijkheden voor gesprek dan een gesprek op kantoor bij de gemeente. Ook is behoefte aan meer mogelijkheden bij lokale werkgevers, zoals bij Sodastream, Elho en Audax. Er is behoefte aan contacten met meer van dergelijke werkgevers en met werkgevers met andere activiteiten dan productie. Er zou een plan moeten komen voor het naar boven halen van lokale mogelijkheden binnen de werkgelegenheid in Gilze en Rijen. Het klantenbestand is veranderd en verandert. Er is wellicht te weinig geïnvesteerd in de ondersteuning van werkgevers bij het aannemen van mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt (wat betekent dat, wat houdt dat in?).
Ook wordt aangegeven dat beter gebruik zou kunnen worden gemaakt van de samen- en wisselwerking met de wethouders. Wethouders kunnen via hun bedrijfsbezoeken deuren openen bij bedrijven die door de uitvoering kunnen worden benut voor klanten. Daarvoor is een goede verbinding tussen bestuur en uitvoering nodig. De krachten moeten nog beter gebundeld worden, ook met EZ. Tot slot hebben wij niet kunnen achterhalen welk beleid de gemeente Gilze en Rijen heeft op het gebied van Social Return. Dit beleid kan extra kansen opleveren voor klanten met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
21
3 Mate van inzet van de voorzieningen 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk gaan we in op de mate waarin de beschikbare re-integratievoorzieningen zijn ingezet in de afgelopen jaren (2017 – 2020). Dit beeld schetsen we eerst voor het totaal en presenteren vervolgens cijfers per deelgroep.
3.2
Inzet van voorzieningen op basis van de registratie in de Suite
In onderstaande tabel zijn de aantallen lopende re-integratievoorzieningen gedurende het jaar volgens de eigen registratie van de gemeente Gilze en Rijen in de Suite weergegeven. Het gaat om alle trajecten die in het betreffende jaar hebben gelopen. Hieruit komt het beeld naar voren dat de begeleiding door een re-integratieconsulent het meest wordt ingezet. Daarna volgen zorgtrajecten (dit zijn geen re-integratievoorzieningen) en begeleiding naar werk en vrijwilligerswerk. Ook sociale activering, inburgeringsactiviteiten, het inloopspreekuur, de groeituin en faciliterende voorzieningen (zoals onkostenvergoeding en kinderopvang) worden regelmatig ingezet. Uit de tabel blijkt tevens dat de gemeente in toenemende mate jobcoaching inzet. Ook begeleiding naar (vrijwilligers)werk, diagnose/onderzoek, gesubsidieerd werk, scholing en nazorg blijken, net als jobcoaching, in toenemende mate te worden ingezet. Tabel 3.1
Aantal lopende re-integratievoorzieningen per jaar (2017-2020)
Voorziening Begeleiding re-integratiemedewerker Zorg Begeleiding naar werk Begeleiding naar vrijwilligerswerk Sociale activering Faciliterende voorzieningen Inburgering Inloopspreekuur Groeituin Diagnose/onderzoek Werkervaring Gesubsidieerd werk Scholing Jobcoaching Tegenprestatie Nazorg Begeleiding door derden Totaal
2017 228 31 35 41 43 47 37 39 23 16 16 9 7 2 24 3 2 603
2018 248 71 68 54 42 45 43 47 39 26 23 12 15 9 19 1 3 765
2019 230 99 79 69 56 46 40 33 32 34 24 23 24 24 7 9 3 832
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
2020 233 103 80 69 49 45 55 22 26 44 16 25 22 27 2 13 7 838
22
3.3
Beeld vanuit de interviews
In de interviews komt naar voren dat naast de begeleiding door een re-integratiemedewerker de laatste jaren vooral La Poubelle (sociale activering Diamant Groep) en de groeituin worden ingezet. Daarnaast wordt vooral gebruik gemaakt van de werkplekken bij de eerder genoemde werkgevers Sodastream, Elho en Audax. Het gaat dan om proefplaatsingen en werkervaringsplekken (met behoud van uitkering) en/of plaatsingen met loonkostensubsidie. De consulenten zijn tevreden met de resultaten van deze voorzieningen. Daarom worden ze relatief vaak ingezet. Dat wil niet zeggen dat elke inzet van de voorzieningen leidt tot het vinden van een baan, maar de instrumenten leveren wel beter zicht op de mogelijkheden en interesses van de klanten. Dat is ook winst in de verdere vormgeving van het traject richting arbeidsmarkt. Dus ook nader inzicht kan worden gezien als een resultaat. Voor jongeren wordt het RMC vaak ingezet. Ook wordt aangegeven dat relatief vaak jobcoaching wordt ingezet. Eén van de consulenten van Talent2Work is jobcoach. Een plaatsing realiseren is één, maar daarna begint het pas echt. Reden is dat de klant moet wennen en het feit dat hij of zij ook goed moet blijven functioneren in de baan. Hierbij zijn jobcoaching en begeleiding van de werkgever belangrijk; de werkgever moet bijvoorbeeld weten wat er kan worden verwacht van de klant.
3.4
Inzet voorzieningen per deelgroep
Uit de interviews volgt dat mensen op trede 1 en 2 in de regel geen re-integratievoorziening krijgen aangeboden. Soms ook mensen op trede 3 en 4 niet die al bepaalde activiteiten doen en daarmee voldoen aan het uitgangspunt dat de klant iets zou moeten doen voor zijn/haar uitkering. Dit geldt vooral wanneer de klant volgens de consulent op haar of zijn maximaal haalbare niveau zit. Bij klanten op trede 1 en 2 is de afstand tot de arbeidsmarkt te groot. Dat heeft dan vrijwel altijd te maken met ernstige problematiek, van medische, psychische, sociale of economische (schulden) aard. Deze groep is aangewezen op voorliggende voorzieningen. Vanaf trede 3 kan de arbeidsmarkt in beeld komen, in de zin van activiteiten gericht op het (voorbereiden van) het doen van vrijwilligerswerk of werk. In trede 4 is er daadwerkelijk sprake van het doen van vrijwilligerswerk en vanaf trede 5 en 6 een traject gericht op het vinden van (regulier) werk. Klanten op trede 1 en 2 worden één of twee keer per jaar (telefonisch) gesproken om te bepalen of de situatie gewijzigd is en de indeling op de treden moet worden aangepast. Het is niet zo dat de indeling op trede 1 en 2 voor iedere klant voor altijd is. Doordat de aantallen klanten op trede 4 en hoger afnemen, komen de klanten op de treden 1 tot en met 3 steeds nadrukkelijker in beeld.
Re-integratievoorzieningen worden vooral ingezet voor inwoners die (enigszins) arbeidsmogelijkheden hebben. Veelal alleen mensen tot 60 jaar. Bij mensen boven de 60 jaar is het afhankelijk van o.a. de aanleiding voor het aanvragen van een uitkering en de motivatie van de persoon.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
23
De navolgende tabel geeft aan in welke mate re-integratievoorzieningen worden ingezet voor verschillende groepen, gebaseerd op de registratie van de gemeente. Hieruit en uit onderliggende gegevens blijkt onder andere dat: - Voor inwoners tot en met 55 jaar relatief vaak een voorziening wordt ingezet. Inwoners ouder dan 55 jaar krijgen minder vaak een voorziening en er wordt bij deze deelgroep minder vaak ingezet op betaald werk (bijvoorbeeld begeleiding naar werk, gesubsidieerd werk, inloopspreekuur en werkervaring) en meer op vrijwilligerswerk (maar geen sociale activering). - Mensen met een migratieachtergrond hebben relatief vaak een voorziening (vooral inburgering en begeleiding re-integratiemedewerker). - Het type activiteit sluit aan bij trede op de participatieladder: begeleiding naar werk vooral vanaf trede 4, sociale activering vaker voor trede 3/4, groeituin voor trede 4, etcetera. Lagere tredes krijgen vaker begeleiding van een re-integratiemedewerker en meer zorgtrajecten - Voor inwoners die langer in de uitkering verblijven, worden wat vaker voorzieningen ingezet (vooral sociale activering, begeleiding door re-integratiemedewerker en begeleiding naar vrijwilligerswerk). Voor inwoners die korter dan één jaar in de uitkering verblijven, wordt minder vaak een voorziening ingezet.
Dit is logisch want er zijn inwoners die maar heel kort een uitkering hebben en dan weer uitstromen. Tabel 3.2
Aandeel klanten met minimaal één re-integratievoorziening in 2017-2020, naar deelgroep
Deelgroep Leeftijdscategorie Jonger dan 27 jaar 27 t/m 55 jaar Ouder dan 55 jaar Migratieachtergrond Autochtoon Eerste generatie Tweede generatie Opleidingsniveau Onbekend Laag Middelbaar Hoog Trede participatieladder* Onbekend Trede 1: Geïsoleerd Trede 2: Sociale contacten buitenshuis Trede 3: Deelname aan georganiseerde activiteiten Trede 4: Onbetaald werk Trede 5: Betaald werk met ondersteuning / Trede 6: Betaald werk Duur uitkering** 0-1 jaar 1-3 jaar 3-5 jaar 5+ jaar
Totaal
Met voorziening
Percentage
161 515 137
135 429 97
84% 83% 71%
443 274 92
345 232 80
78% 85% 87%
111 377 250 75
76 323 201 61
68% 86% 80% 81%
60 118 265 124 132 114
<10 92 229 112 117 103
78% 86% 90% 89% 90%
188 220 163 242
122 189 131 219
65% 86% 80% 90%
Toelichting: * Eerst bekende trede in de onderzoeksperiode; ** Maximale duur die wordt bereikt tijdens de onderzoeksperiode
De bovenstaande cijfers zijn voor het totaal aan voorzieningen. Gedurende het onderzoek is gebleken dat begeleiding door een re-integratiemedewerker soms wordt opgevoerd als voorziening in de registratie omdat dit voor alle klanten wordt ingezet, maar dat er in de Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
24
praktijk geen ondersteuning wordt geboden. Begeleiding door een re-integratiemedewerker is dus feitelijk de basis. Ook bevatten bovenstaande cijfers zorgtrajecten. Laten we deze twee voorzieningen buiten beschouwing, dan blijkt dat de overige (aanvullende of extra) voorzieningen vooral worden ingezet voor: -
Inwoners tot en met 55 jaar; Inwoners met een eerste generatie migratieachtergrond; Inwoners op hogere tredes van de participatieladder (vanaf trede 3 tot en met 5).
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
25
4 Bruto effecten van de re-integratievoorzieningen 4.1
Inleiding
We bespreken in dit hoofdstuk de bruto effecten van de re-integratievoorzieningen die worden ingezet door de gemeente Gilze en Rijen. Bij bruto effecten wordt gekeken of inwoners die deel hebben genomen aan een re-integratievoorziening tijdens of (direct) na de deelname aan de voorziening stappen op de participatieladder hebben gemaakt, uit de uitkering zijn gestroomd en/of betaald werk hebben gevonden. Hierbij wordt nog geen antwoord gegeven op de vraag of deze effecten dankzij de inzet van de reintegratievoorziening zijn gerealiseerd. Op deze laatste vraag gaan we in het volgende hoofdstuk in. We gaan achtereenvolgens in op: - Het volume aan en ontwikkelingen in het aantal bijstandsuitkeringen in Gilze en Rijen sinds 2011 in vergelijking tot enkele vergelijkbare gemeenten in Noord-Brabant. Dit geeft een kader voor de rest van het hoofdstuk. - De twee expliciete doelen in de Nota Re-integratie & Participatie 2015: geen werkloosheid onder jongeren en iedereen op de treden 5 en 6 stroomt binnen een jaar uit naar werk. - De vraag of inwoners tijdens of na deelname aan een re-integratievoorziening: o Een stap op de participatieladder hebben gemaakt; o Betaald werk hebben gevonden, in deeltijd dan wel een voltijdbaan; o Uitgestroomd zijn uit de bijstandsuitkering.
4.2
Ontwikkelingen Gilze en Rijen versus ontwikkelingen in vergelijkbare gemeenten
In deze paragraaf geven we de belangrijkste constateringen en conclusies weer van een analyse waarin het niveau en de ontwikkelingen in de bijstand voor de gemeente Gilze en Rijen is vergeleken met een aantal vergelijkbare gemeenten in Noord-Brabant (Dongen, Goirle, Loon op Zand, Oisterwijk en Sint-Michielsgestel) en met de gemeenten AlphenChaam en Baarle-Nassau. De uitgebreide analyse is als bijlage 2 bij deze rapportage opgenomen. De belangrijkste constateringen en conclusies zijn de volgende: - Tot en met 2017 was de ontwikkeling van het aantal bijstandsuitkeringen in Gilze en Rijen ongunstig ten opzichte van vergelijkbare gemeenten in Noord-Brabant. Dit kwam vooral door een achterblijvende uitstroom uit de bijstand. - Na 2017 is er in Gilze en Rijen sprake van een gunstigere ontwikkeling waardoor het verschil met een aantal vergelijkbare gemeenten is afgenomen. - Gilze en Rijen heeft structureel een hoog bijstandsniveau in vergelijking met vergelijkbare gemeenten. Dit blijkt ook uit voorspelde niveau van bijstand door het verdeelmodel Gebundelde Uitkering Participatiewet (GUP, voorheen BUIG).
- Oorzaken hiervoor zijn: o De huishoudenssamenstelling: Gilze en Rijen kent een hoger aandeel huishoudens die op zichzelf een relatief hoge kans op bijstand hebben, bijvoorbeeld: eenouderhuishoudens, huishoudens die in een corporatiewoning wonen, huishoudens met een migratieachtergrond, huishoudens waarin
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
26
-
-
sprake is van een relatief hoog medicijngebruik en huishoudens met een stapeling van problematiek. o Ook kent Gilze en Rijen een hoger aandeel (dan de andere gemeenten) huishoudens waarin ‘werken niet de norm is’. Daarnaast is het werkelijke volume bijstandsuitkeringen in Gilze en Rijen hoger dan voorspeld door het objectieve verdeelmodel GUP. Dit geldt voor het totaal en ook voor vrijwel alle onderscheiden huishoudensgroepen. Ook hiervoor geldt dat het verschil tussen het werkelijke aantal uitkeringen en het door het verdeelmodel voorspelde aantal uitkeringen de laatste jaren duidelijk afneemt.
De belangrijkste conclusie is dat het sinds 2017 relatief beter gaat met de ontwikkeling van het aantal bijstandsuitkeringen in Gilze en Rijen ten opzichte van een enkele vergelijkbare gemeenten. Uit cijfers uit de eigen bijstandsregistratie van Gilze en Rijen blijkt ook dat in de jaren 2018 – 2020 de uitstroom uit de bijstand hoger is geweest dan de instroom exclusief Tozo. De gunstige ontwikkelingen blijken ook uit een cijfermatige vingeroefening in het kader van de ‘regionale bundeling middelen’. Hieruit blijkt dat het aantal plaatsingen in betaald werk van inwoners uit Gilze en Rijen uitgedrukt als percentage van het aantal uitkeringsgerechtigden hoog is ten opzichte van andere gemeenten in de arbeidsmarktregio. Overigens geldt dit ook voor de twee andere gemeenten in ABG.
4.3
Doelen Nota Re-integratie & Participatie 2015
De Nota bevatte twee concrete doelen: - Inwoners op trede 5 en 6 van de participatieladder moeten binnen een jaar uitstromen naar werk; - Geen werkloosheid onder jongeren. In de periode 2017 – 2020 is 50% van de mensen op trede 5 en 6 van de participatieladder binnen een jaar nadat zij op deze trede zijn ingedeeld uit de uitkering uitgestroomd naar een betaalde baan. Uit de laatste tabel van hoofdstuk 3 blijkt dat er in de periode 2017 – 2020 161 jongeren tot 27 jaar in de uitkering hebben verbleven. De gemiddelde uitkeringsduur was 25 maanden. Er zullen bovendien jongeren zijn geweest die werkloos waren zonder een bijstandsuitkering te hebben. Hiermee zijn beide doelen uit de Nota Re-integratie & Participatie 2015 niet volledig gerealiseerd. Het is ook de vraag hoe realistisch deze doelstellingen waren. Het zijn mooie ambities maar de praktijk is vaak weerbarstiger.
4.4
Bruto effecten re-integratievoorzieningen
In deze paragraaf gaan we na of inwoners van de gemeente Gilze en Rijen die hebben deelgenomen aan een re-integratievoorziening tijdens of na deelname: - Een stap op de participatieladder hebben gemaakt, en/of - Betaald werk hebben gevonden, en/of - Uitgestroomd zijn uit de uitkering. Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
27
Bij de analyses van de inzet en de effectiviteit van de voorzieningen zijn inwoners die in 2020 Tozo hebben aangevraagd buiten beschouwing gelaten. Voor hen zijn nauwelijks voorzieningen ingezet en zij hebben beroep gedaan op tijdelijke ondersteuning vanwege Covid-19. Re-integratievoorzieningen en stappen op de participatieladder Tijdens de uitkeringsperiode kunnen klanten zich zowel gunstig als minder gunstig ontwikkelen. In de periode 2017-2020 zetten klanten in 322 gevallen een positieve stap op de participatieladder. In 185 gevallen werd er juist een stapje teruggezet. Dit betreft het totale aantal stappen; eenzelfde klant kan meerdere keren van trede zijn gewisseld. Tabel 4.1 geeft weer hoeveel klanten er tijdens of na een re-integratievoorziening stappen hebben gezet op de participatieladder. Uit de tabel blijkt dat in totaal 222 keer een stap hoger is gezet tijdens of na deelname aan een voorziening. Daar staat tegenover dat 145 keer een stap terug is gemaakt. Het percentage opwaartse bewegingen is relatief hoog voor de volgende voorzieningen: nazorg (beperkte aantallen), gesubsidieerd werk, groeituin, faciliterende voorzieningen, inburgering en sociale activering. Het percentage stijgingen op de participatieladder is relatief laag voor de voorzieningen zorg (dat is logisch), diagnose/onderzoek en begeleiding reintegratiemedewerker.
Het verschil tussen het aantal opwaartse en het aantal neerwaartse stappen is het hoogst (meer dan 30 procentpunt) voor faciliterende voorzieningen en inburgering. Sociale activering en de groeituin kennen niet alleen een hoog percentage opwaartse bewegingen maar ook een relatief hoog percentage neerwaartse bewegingen op de participatieladder.
Tabel 4.1
Stappen op de participatieladder tijdens en na deelname aan de voorziening
Voorziening Opwaarts Percentage* Neerwaarts Percentage* Begeleiding naar vrijwilligerswerk 41 40% 32 31% Begeleiding naar werk 64 43% 25 17% Begeleiding re136 35% 87 22% integratiemedewerker Diagnose/onderzoek 23 32% 31 43% Faciliterende voorzieningen 52 53% 21 21% Gesubsidieerd werk 20 56% <10 Groeituin 36 58% 24 39% Inburgering 47 54% 11 13% Inloopspreekuur 36 41% 21 24% Jobcoaching 16 42% <10 Nazorg 14 67% <10 Scholing 19 48% <10 Sociale activering 56 52% 34 32% Tegenprestatie 15 45% 12 36% Werkervaring 26 43% 16 27% Zorg 41 30% 32 23% Totaal** 222 34% 145 22% Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
28
Toelichting: * Percentage van het totaal aantal klanten met de betreffende voorziening waarvoor de trede bekend is; ** De verschillende voorzieningen tellen niet op tot het totaal, omdat klanten meerdere voorzieningen op hetzelfde moment kunnen hebben.
Re-integratievoorzieningen en vinden van betaald werk Iets minder dan 300 klanten – van in totaal 813 klanten gedurende de onderzoeksperiode – hebben tijdens of na hun uitkering een betaalde baan gevonden. In de meeste gevallen (75 procent) is hier de deelname aan een re-integratievoorziening aan vooraf gegaan. Het gaat om een arbeidscontract bij een werkgever; zelfstandige arbeid laten we hier buiten beschouwing.6 Het betreft met name contracten voor bepaalde tijd (90 procent) en ruim 80 procent van gevonden banen start in deeltijd. Gemiddeld werkt men 23,5 uur per week. Hier zit veel variatie in: zo werkt bijna een kwart minder dan 12 uur per week. Veel voorkomende sectoren zijn de uitzendbranche, horeca, zakelijke dienstverlening, zorg en detailhandel (figuur 4.1). Banen in de industrie komen relatief weinig voor. Het is natuurlijk wel mogelijk dat mensen via een uitzendbureau in de industrie werkzaam zijn. Dit is ook de ervaring van de re-integratieconsulenten. Het gemiddelde uurloon bedraagt €12,70. Figuur 4.1
Sectoren waarin werk is gevonden Uitleenbedrijven
Zakelijke dienstverlening Horeca Zorg en welzijn Detailhandel Overig Havenbedrijven Reiniging Vervoer Metaal- en technische bedrijven 0%
5%
10%
15%
20%
Het percentage inwoners dat tijdens of na inzet van de voorziening betaald werk vindt is relatief hoog (> 50%) voor de volgende voorzieningen: inloopspreekuur, begeleiding naar werk en werkervaring. Dit ligt ook voor de hand omdat dit typen voorzieningen zijn die vooral worden ingezet voor inwoners die dichter tegen de arbeidsmarkt aan staan, ofwel op een hogere trede van de participatieladder zijn ingedeeld. Ook gesubsidieerd werk en jobcoaching kennen relatief grote effecten. Bij deze voorzieningen is echter vrijwel per definitie sprake van een baan waarin men is gestart. Bij faciliterende voorzieningen, scholing en sociale activering ligt het percentage baanvinders tussen de 40 en 45 procent. Voor de overige voorzieningen ligt het percentage baanvinders 6 We nemen zelfstandige arbeid niet mee in het onderzoek, omdat we hier via het CBS onvoldoende gegevens
over hebben.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
29
tussen de 30 en 35 procent. Ook voor deze laatste voorzieningen is dat vaak logisch: de begeleiding naar vrijwilligerswerk, de groeituin en inburgering worden vaak ingezet voor klanten op lagere treden die (nog) niet op de arbeidsmarkt zijn te plaatsen.
Tabel 4.2
Het vinden van een betaalde baan tijdens en na de voorziening Voorziening
Begeleiding naar vrijwilligerswerk Begeleiding naar werk Begeleiding reintegratiemedewerker Faciliterende voorzieningen Gesubsidieerd werk Groeituin Inburgering Inloopspreekuur Jobcoaching Scholing Sociale activering Werkervaring Totaal* Geen voorziening
Tijdens voorziening
Na voorziening
Totaal
Aantal personen
Percentage
19
25
44
33
32%
112
24
136
94
62%
121
91
212
137
34%
39
41
80
44
45%
<10
36 29 49 90 33 21 68 43 377 76
28 21 27 58 24 17 44 32 247 46
78% 34% 31% 66% 63% 43% 41% 53% 37% 30%
<10 15 49 22 23 21 267
34 41 11 <10 45 22 110
Toelichting: * De verschillende voorzieningen tellen niet op tot het totaal, omdat klanten meerdere voorzieningen op hetzelfde moment kunnen hebben. In de tabel zijn voorzieningen met te kleine aantallen deelnemers niet opgenomen.
De gevonden banen duren gemiddeld 11 maanden. Dit zijn overigens cijfers voor alle banen, dus ook voor mensen die geen voorziening hebben gehad. De verschillen tussen de twee groepen zijn echter klein. Voor ruim 154 baanvinders (ruim de helft van de mensen die betaald werk hebben gevonden) geldt dat zij eind 2020 nog steeds een baan hadden. In dat geval is de duur van de baan op dat moment meegenomen in het gemiddelde. De duurzaamheid van de baan verschilt naar type voorziening. Zo zien we dat gesubsidieerde banen gemiddeld langer duren (14 maanden). Ook banen van klanten waarvoor werkervaring is ingezet zijn met 13 maanden iets langer dan gemiddeld. Mensen die na 1 januari 2017 of na start van de uitkering werk hebben gevonden, hebben na het vinden van een baan 68% van de tijd een betaalde baan gehad. Als rekening wordt gehouden met deeltijdbanen is dit 45% (de banen zijn gemiddeld voor iets meer dan 25 uur per week). Onderstaande tabel geeft dit cijfer weer per jaar waarin de eerste baan is gevonden. Hieruit blijkt dat mensen die in 2017 de eerste baan hebben gevonden, sindsdien gemiddeld 61% van de tijd een baan hebben gehad.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
30
Tabel 4.3
Fractie van de tijd dat baanvinders een baan hebben gehad sinds de start van de eerste baan Jaar Totaal
Totaal 68%
Deeltijd 45%
2017 2018 2019 2020
61% 72% 70% 78%
39% 48% 44% 59%
Het arbeidsmarktsegment waarop uitkeringsgerechtigden vaak zijn aangewezen bestaat in hoge mate bestaat uit tijdelijke, flexibele en parttime banen. Daarom zijn de bovenstaande cijfers over de fractie van de tijd dat mensen een baan hebben gehad vanaf het moment van het vinden van de eerste baan niet ongunstig. Vergelijkingscijfers ontbreken helaas.
Re-integratievoorzieningen en uitstroom uit de uitkering In de periode 2017-2020 zijn 437 klanten – van in totaal 813 klanten – uitgestroomd uit de uitkering7. Een klein deel van hen is meerdere keren uitgestroomd. De belangrijkste uitstroomredenen zijn “arbeid in dienstbetrekking” (43 procent) en “verhuizing naar een andere gemeente” (19 procent). Meer dan een kwart van deze groep is uitgestroomd zonder een re-integratievoorziening te hebben gehad. Het beeld dat uit onderstaande tabel volgt, komt redelijk goed overeen met het beeld bij het vinden van een betaalde baan. Relatief goed scoren voorzieningen als begeleiding naar werk, inloopspreekuur, scholing en werkervaring. Ook gesubsidieerd werk en jobcoaching scoren relatief goed, maar bij deze voorzieningen betekent het bijna per definitie dat de inwoner een baan heeft en dus in een aantal gevallen de uitkering verlaat. Ook hier behoren faciliterende voorzieningen en sociale activering tot de middengroep van voorzieningen als het gaat om het percentage beoogde resultaten.
7 Voor de analyses hebben we de Tozo-klanten buiten beschouwing gelaten. Deze klanten zitten vrijwel allemaal
in de groep die geen voorziening heeft gehad.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
31
Tabel 4.4
Uitstroom uit de uitkering tijdens en na de voorziening Voorziening
Begeleiding naar vrijwilligerswerk Begeleiding naar werk Begeleiding reintegratiemedewerker Faciliterende voorzieningen Gesubsidieerd werk Groeituin Inburgering Inloopspreekuur Jobcoaching Scholing Sociale activering Werkervaring Totaal* Geen voorziening
Tijdens voorziening
Na voorziening
Totaal
Aantal personen
Percentage
14
20
34
34
33%
84
21
105
98
65%
94
87
181
171
43%
25
22
47
44
45%
<10
29 23 31 61 24 21 52 36 322 135
28 20 28 55 23 21 47 32 319 128
78% 32% 32% 63% 61% 53% 44% 53% 48% 84%
<10 10 30
10 <10 219
21 31 <10 <10 42 103
Toelichting: * De verschillende voorzieningen tellen niet op tot het totaal, omdat klanten meerdere voorzieningen op hetzelfde moment kunnen hebben. In de tabel zijn voorzieningen met te kleine aantallen deelnemers niet opgenomen.
We hebben in deze paragraaf gekeken of de beoogde resultaten (vinden van betaald werk, uitstroom uit de uitkering, opwaartse beweging op de participatieladder) zich tijdens of na deelname aan de re-integratievoorzieningen hebben voorgedaan. Daarbij hebben we geen beperking gesteld aan de lengte van de periode na beëindiging van de voorziening die we hierbij in beschouwing nemen. In bijlage 3 hebben we tabellen opgenomen waarin deze periode is beperkt tot maximaal 3 maanden na beëindiging van de voorziening. Hierdoor worden de percentages bruto effecten lager, maar het patroon van de uitkomsten (verschillen tussen voorzieningen) wordt hierdoor niet wezenlijk anders.
4.5
Samenvatting
Bruto effecten: in hoeverre inwoners tijdens of na de inzet van een re-integratievoorziening betaald werk hebben gevonden, uit de uitkering zijn gestroomd en/of gestegen zijn op de participatieladder. De ontwikkelingen in Gilze en Rijen zijn na 2017 relatief gunstig ten opzichte van vergelijkbare gemeenten in Noord-Brabant. De uitstroom uit de bijstand is in 2018 – 2020 hoger dan de instroom (exclusief Tozo-klanten). Het nadelige verschil met het voorspelde bijstandsvolume in het verdeelmodel GUP wordt steeds kleiner. De nota Re-integratie en Participatie 2015 geeft vier doelen, waarvan er twee geen doel zijn maar een middel. Blijven over als doelen: - Iedere uitkeringsgerechtigde met perspectief op werk (trede 5 of 6 op participatieladder) stroomt binnen een jaar uit naar werk. - In Gilze en Rijen is er geen werkloosheid onder jongeren. Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
32
Er kan worden geconstateerd dat beide doelstellingen niet volledig zijn gerealiseerd. De vraag kan overigens worden gesteld hoe realistisch de doelen waren. Bij de bruto effecten van de inzet van de voorzieningen is het volgende vast te stellen: - Het percentage klanten dat tijdens of na de inzet van de voorziening betaald werk vindt is relatief hoog (hoger dan 50%) voor inloopspreekuur, begeleiding naar werk, werkervaring. Deze voorzieningen worden ook vooral ingezet voor klanten die al dichter tegen de arbeidsmarkt aan zitten. - Deze voorzieningen kennen ook een relatief hoog percentage klanten dat uitstroomt uit de uitkering. Het bruto effect van scholing is bij uitstroom uit de uitkering hoger dan bij het vinden van betaald werk. - Gesubsidieerd werk en jobcoaching laten ook een hoog percentage uitstroom en baanvinders zien: bij beide voorzieningen is vrijwel per definitie sprake van een baan en dus vaak van uitstroom uit de uitkering. - Voorzieningen als de groeituin, inburgering en sociale activering met relatief lage bruto effecten wat betreft baan vinden en uitstroom uit de uitkering leiden er wel relatief vaak toe dat mensen een opwaartse beweging maken op de Participatieladder. In die zin hebben deze voorzieningen dus in relatief veel gevallen wel het beoogde resultaat. Tabel 4.5 Groot bruto effect
Bruto effecten re-integratievoorzieningen (groot, middel, klein) uitgesplitst naar baan vinden, uitstromen uit uitkering en stijgen op Participatieladder Betaalde baan Inloopspreekuur Begeleiding naar werk Werkervaring Gesubsidieerd werk Jobcoaching
Middengroep
Faciliterende voorzieningen Scholing Sociale activering
Klein bruto effect
Begeleiding vrijwilligerswerk Begeleiding re-integratiemdw Groeituin Inburgering
Uitstroom uitkering Inloopspreekuur Begeleiding naar werk Werkervaring Scholing Gesubsidieerd werk Jobcoaching Begeleiding re-integratiemdw Faciliterende voorzieningen Sociale activering Begeleiding vrijwilligerswerk Groeituin Inburgering
Stijging Participatieladder Nazorg Groeituin Gesubsidieerd werk Inburgering Sociale activering Faciliterende voorzieningen Begeleiding naar werk Jobcoaching Scholing Tegenprestatie Werkervaring Begeleiding vrijwiliigerswerk Begeleiding re-integratiemdw Diagnose/onderzoek Inloopspreekuur Zorgtrajecten
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
33
5 Netto effectiviteit re-integratievoorzieningen 5.1
Inleiding
In het vorige hoofdstuk hebben we vastgesteld hoeveel mensen die hebben deelgenomen aan een re-integratievoorziening tijdens of na deelname een stap hebben gemaakt op de participatieladder, betaald werk hebben gevonden en/of uitgestroomd zijn uit de uitkering. Echter, ook zonder deelname aan re-integratie zouden een aantal mensen dit realiseren. Het gedeelte dat zonder re-integratievoorziening deze resultaten niet zou hebben behaald wordt gedefinieerd als de netto-effectiviteit. Anders gezegd: in die gevallen is het resultaat te danken aan de inzet van de re-integratievoorziening.
5.2
Netto effectiviteit volgens uitvoerders
De meeste consulenten zijn van mening dat een inzet van een voorziening altijd iets oplevert. Men stelt de vraag wat effectiviteit inhoudt. Misschien niet altijd direct een baan, maar soms is een stap op de participatieladder ook effectief. Soms gaat het om beter inzicht in de situatie en mogelijkheden van klanten. Uitgangspunt is maatwerk, dat wil zeggen dat gekeken wordt wat er voor de betreffende persoon (klant) nodig is, uitgaande van inzicht in de betekenis van de situatie, mogelijkheden en beschikbare voorzieningen. De volgende voorzieningen worden door consulenten, managers en beleidsadviseurs relatief vaak genoemd als effectief: - Proefplaatsingen en werkervaringsplaatsen; - De aparte productielijnen bij werkgevers waar klanten werkervaring kunnen opdoen. Dit resulteert regelmatig in een reguliere baan, eventueel in combinatie met een loonwaardemeting en loonkostensubsidie. - Als voortrajecten, activering (met diagnose) zijn La Poubelle en de groeituin effectieve instrumenten. Volgens de meeste consulenten hebben vooral voorzieningen toegevoegde waarde waarbij er steeds meer kennis over en inzicht in de klant ontstaat. Dat is uiteindelijk nodig om voor die persoon een juiste baan te vinden. De hierboven genoemde voorzieningen leveren het gewenste inzicht in de klant op, omdat de klanten kunnen worden waargenomen in een werk- of activeringsomgeving.
Eén consulent baseert het oordeel dat de voorzieningen die nu worden ingezet effectief zijn op regionale cijfers, waaruit blijkt dat Gilze-Rijen relatief hoge plaatsingscijfers (in vergelijking met de andere gemeenten in de arbeidsmarktregio) heeft ten opzichte van het aantal uitkeringsgerechtigden. Een andere consulent geeft aan dat een aanzienlijk deel van de klanten zonder inzet van de re-integratievoorzieningen niet zou zijn uitgestroomd of werk zou hebben gevonden. De consulenten die statushouders begeleiden zijn minder positief over de reguliere voorzieningen. Zij constateren dat bijvoorbeeld La Poubelle toch vaak als tijdsbesteding werkt. La Poubelle moet gericht en moet met goede afspraken worden ingezet om deze voorziening effectief te laten zijn. Soms wordt deze voorziening benut om een beter beeld te krijgen van wie de persoon is (diagnose o.b.v. praktijk). Het is vooral een stap in een traject naar “meedoen”, nog niet specifiek naar werk.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
34
Verplichtingen opleggen werkt vaak minder goed; het gaat er vooral om dat mensen ook intrinsiek gemotiveerd zijn. Het opleggen van verplichtingen gebeurt bij het opstellen van de plan van aanpak. Bij klanten met intrinsieke motivatie voelt het niet als verplichtingen, bij de niet-willers wel. Het heroverwegen van voorzieningen blijft echter wenselijk. Door veranderende omstandigheden of ontwikkelingen in het klantenbestand kunnen andere soorten voorzieningen nodig zijn en bestaande voorzieningen aan belang inboeten. Niet of minder effectief zijn volgens de consulenten: - De inzet van psychologen (is vaak een slechte investering); - Administratieve trajecten; - Niet alle Participatiebanen van de Diamant Groep hebben effect; ze leiden niet allemaal tot duurzame uitstroom; - Beroeps/studiekeuzeproducten hebben vaak ook geen toegevoegde waarde.
5.3
Netto effectiviteit volgens de analyses
In het vorige hoofdstuk hebben we de bruto-effecten van de verschillende reintegratievoorzieningen bekeken. Hiermee hebben we nog geen volledig beeld van de effectiviteit. Iemand die uit de uitkering stroomt tijdens of na een voorziening, was zonder voorziening misschien ook wel uitgestroomd. Hetzelfde geldt voor baanvinders: zij zouden de baan ook hebben kunnen vinden zonder inzet van een voorziening. Daarom proberen we ook een inschatting te maken van de netto-effectiviteit van reintegratie, met andere woorden: stroomt iemand niet alleen tijdens of na, maar ook als gevolg van deelname aan een voorziening uit of vindt iemand werk als gevolg van de voorziening? Een experiment met een gerandomiseerde controlegroep is de meest betrouwbare methode om netto-effectiviteit te meten, maar is binnen de context van dit onderzoek niet mogelijk. Ook andere methoden, waarbij gebruik wordt gemaakt van een betrouwbare nietexperimentele controlegroep, zijn niet mogelijk. Wel kunnen we klanten met en zonder een bepaalde voorziening met elkaar vergelijken en daarbij controleren voor verschillen in achtergrondkenmerken tussen deze groepen (niveau 2 op de Maryland Scientific Methods Scale). De gevonden resultaten geven een eerste indicatie van de netto-effectiviteit, maar moeten met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.
Zoals we eerder in dit rapport hebben gezien, wordt een aantal voorzieningen vaker ingezet voor bepaalde groepen klanten. Hiervoor moeten we controleren, c.q. corrigeren. Als klanten met een zwakkere positie vaker deelnemen aan een bepaalde voorziening, zouden we het effect van deze voorziening namelijk kunnen onderschatten (en andersom). We controleren daarom voor de volgende kenmerken: -
Geslacht Leeftijd Het hebben van een partner Het hebben van een of meer kinderen Migratieachtergrond (Oud) statushouder Opgenomen in doelgroepenregister
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
35
-
Opleidingsniveau (Eerst bekende) trede op participatieladder Duur van de uitkering bij start van de observatieperiode
Een technische toelichting van de gebruikte methode is opgenomen in bijlage 4. Omdat bijna iedereen een re-integratievoorziening krijgt en vooral begeleiding door een reintegratiemedewerker, zijn de analyses uitgevoerd zonder de begeleiding door een reintegratiemedewerker en zorgtrajecten. We vergelijken eerst de totale groep klanten met een aanvullende voorziening met de groep zonder aanvullende voorziening. Deze vergelijking geeft een indicatie dat de aanvullende voorzieningen een positief effect hebben op de uitstroom uit de uitkering, het vinden van een baan en een stijging op de participatieladder. Iemand waarvoor een aanvullende voorziening wordt ingezet heeft een 1,338 maal zo hoge kans om uit te stromen uit de uitkering als iemand met dezelfde kenmerken waarvoor geen aanvullende voorziening wordt ingezet. Het effect op de uitstroom is licht significant. Het effect van een aanvullende voorziening op de kans om een baan te vinden is zelfs een 1,66 zo hoge kans, maar dit effect wordt mogelijk overschat doordat bepaalde voorzieningen deels zijn ingezet op het moment dat er al sprake was van een baan. Deze uitkomsten moeten daarom als indicatief worden gezien en met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd (zie verder bijlage 4).
Daarnaast kijken we naar de specifieke voorzieningen, die we met elkaar vergelijken.9 In onderstaande tabel geven we aan welke activiteiten het relatief goed doen en welke juist minder goed. Een plus geeft een indicatie dat de voorziening een positief effect heeft op de uitkomstvariabele, een min dat de voorziening juist een negatief effect heeft. Hieruit komt naar voren dat begeleiding naar werk en het inloopspreekuur de meeste kans geven op het vinden van een baan en uitstroom uit de uitkering. Faciliterende voorzieningen (zoals kinderopvang) hebben een positief effect op de kans dat iemand een baan vindt. Scholing heeft zowel een gunstig effect op de kans op uitstroom uit de uitkering en het zetten van een stap op de participatieladder. Ook sociale activering en inburgering lijken een positief effect te hebben op de kans om te stijgen op de participatieladder. De groeituin lijkt juist een negatief effect te hebben op het vinden van een baan, al is dit effect slechts licht significant. Mogelijk is hier sprake van een lock-in effect, waarbij deelnemers minder hard zoeken naar een betaalde baan. Deze uitkomsten corresponderen in het algemeen vrij goed met de weergegeven verschillen in bruto-effecten van de verschillende voorzieningen in hoofdstuk 4.
8 Hierbij moet worden bedacht dat de kans op uitstroom uit de uitkering niet zo hoog is. Wanneer de ‘normale’ kans
op uitstroom bijvoorbeeld 25% zou zijn, betekent de factor 1,30 dat de kans met de inzet van een aanvullende voorziening ongeveer 33% (1,30 maal 25%) is. Een toename van 8 procentpunten. De normale kans op het vinden van een baan is voor mensen in de bijstand veelal nog lager dan de kans op uitstroom. 9 Met uitzondering van loonkostensubsidie en jobcoaching, omdat deze per definitie worden gecombineerd met een baan
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
36
Tabel 5.1
Indicatie voor netto-effectiviteit van verschillende voorzieningen t.o.v. begeleiding door een re-integratiemedewerker en zorgtrajecten Kans op het vinden van een baan
Kans op uitstroom uit de uitkering
Begeleiding naar vrijwilligerswerk Begeleiding naar werk
+
+
Faciliterende voorzieningen
+
Groeituin
(-)
Voorziening
Inburgering
Kans op stijging participatieladder
+
Inloopspreekuur
+
Scholing
+
Sociale activering
+
+ +
Werkervaring + en - is significant op 5%-niveau, (+) en (-) is significant op 10%-niveau
Wat betreft de uitkomsten voor de groeituin moet worden opgemerkt, en dat geldt ook voor sociale activering, dat het een zinvolle dagbesteding kan geven aan mensen die geen stappen kunnen maken naar betaald werk en/of uitstroom uit de uitkering. Ook kan de groeituin een goed instrument zijn voor screening/diagnose van deelnemers voor vervolgtrajecten. Verder kunnen de activiteiten van mensen op de groeituin leiden tot besparingen op andere maatschappelijke kosten. Dit laatste is binnen dit onderzoek niet vast te stellen. Ook moet worden bedacht dat de groeituin zich heeft doorontwikkeld en dat de aanpak de laatste paar jaar veranderd is. Het is mogelijk dat dit nog niet helemaal tot uiting komt in de resultaten van de analyses.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
37
6 Kosten van re-integratie 6.1
Inleiding
Dit hoofdstuk schetst een beeld van de kosten van de re-integratieactiviteiten van de gemeente Gilze en Rijen. Bijlage 5 bevat een uitgebreide analyse van de kosten van reintegratieactiviteiten van de gemeente Gilze en Rijen. Er kan in de kosten onderscheid worden gemaakt tussen: - De kosten voor de inzet van eigen personeel van de gemeente, c.q. de ABGorganisatie; - De kosten voor de inzet van ingehuurd personeel; - Kosten voor de inkoop van re-integratievoorzieningen bij externe partijen; - Overige kosten. Hierbij dient vooraf te worden opgemerkt dat de voorziening ‘de groeituin’ een eigen gemeentelijke voorziening is. De kosten voor deze voorziening worden apart geadministreerd. We gaan eerst in op de kennis van consulenten over de kosten van voorzieningen.
6.2
Kennis over kosten bij consulenten
De consulenten hebben enigszins inzicht in de kosten voor de re-integratievoorzieningen. Dit is vooral het geval wanneer externe partijen worden ingeschakeld en er een beschikking moet worden afgegeven. La Poubelle kost bijvoorbeeld rond de 900 euro per kwartaal. Maar van de groeituin weet men niet wat het per klant kost omdat dit een eigen voorziening is van de gemeente en de consulenten geen inzicht hebben in de kosten van de voorziening. De consulenten hebben onlangs inzicht gekregen in de beschikbare budgetten voor reintegratie. Men heeft daar vaker om gevraagd en is blij dat deze informatie nu is gedeeld. Het reguliere instrumentarium kan eigenlijk altijd worden ingezet. Ook relatief kleine extra voorzieningen kunnen op eigen verantwoordelijkheid worden ingezet. Inzet van duurdere voorzieningen, zoals vooral beschut werk, een specifieke (dure) opleiding of de inzet van een externe partij gaan altijd in overleg met de kwaliteitsmedewerker (het vierogen principe). Uitgangspunt bij de vormgeving van een re-integratieplan is wat de betreffende klant nodig heeft. In veel gevallen volstaat het reguliere instrumentarium en de flexibiliteit van dat instrumentarium.
Wanneer er meer nodig is, dan wordt dit in overleg met de kwaliteitsmedewerker vastgesteld (en/of in overleg met andere teamleden, als er ook een inhoudelijk oordeel nodig is, bijvoorbeeld met het oog op een specifieke baan). Ook qua tijdsbesteding van consulenten per type voorziening is de behoefte van de klant maatgevend. Het is niet mogelijk om daar algemene uitspraken per voorziening over te doen. Bij statushouders speelt echter wel dat na een jaar de maatschappelijke begeleiding van statushouders stopt. Een aantal van hen heeft dan nog steeds behoefte aan vrij intensieve begeleiding die de consulenten dan deels invullen.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
38
Eens per 3 maanden ontvangt Talent2Work een overzicht van de uitgaven, voor de regio en per gemeente. Het gaat dan om uitgaven uit de zogenaamde “regionaal gebundelde middelen”. De regio Midden Brabant wil in de hele regio de werkgevers op dezelfde manier bedienen. De middelen van de gemeenten voor het WSP worden daarom gebundeld. Gemeente geven zelf aan hoeveel plaatsingen ze willen realiseren en op basis daarvan wordt 1.250 euro per plaatsing in een gemeenschappelijke pot (gebundelde middelen) gestopt die wordt benut voor plaatsen van werkzoekenden. Daar worden dan goedkope en dure voorzieningen uit gefinancierd. Opmerkelijk is dat het afgelopen jaar voldoende plaatsingen zijn gerealiseerd, maar dat er gemiddeld minder dan het bedrag van 1.250 euro per plaatsing is ingezet. Blijkbaar waren er geen dure voorzieningen nodig. Dit hield ook verband met corona, namelijk dat bepaalde voorzieningen niet konden worden ingezet.
6.3
Totaalbeeld kosten (2017 – 2020)
In bijlage 5 is een uitgebreide analyse opgenomen van de kosten van reintegratievoorzieningen. Het blijkt dat veruit het grootste deel van de kosten bestaan uit a) de inzet van reintegratieconsulenten (zowel vaste formatie als inhuur) voor de begeleiding van inwoners van Gilze en Rijen, b) de inzet van twee consulenten op de groeituin en c) de begeleiding plan van aanpak door derden (extern). Vanaf 2018 zijn deze drie typen voorzieningen goed voor circa 85 procent van de totale kosten voor re-integratie. Zie tabel 6.1. De kosten voor de inzet van personeel door de Gilze en Rijen is overigens exclusief overheadkosten (leiding, staffuncties, materiële kosten gemeente). Het zijn alleen de kosten van de direct uitvoerende medewerkers. De overhead wordt op een apart programma geregistreerd. De begeleiding door derden betreft de navolgende partijen (gezamenlijk 75% van de totale kosten voor begeleiding door derden): - Diamant Groep - 18K (een payroll BV van de Diamant Groep) - Match and Work - Talentrix - Stichting buitengewoon leren en werken (Prins Heerlijk) Verder is opvallend dat de kosten voor onkostenvergoedingen in 2020 zijn gedaald, zeer waarschijnlijk door de Covid-crisis. De kosten voor diagnose/onderzoek door externe partijen zijn de afgelopen jaren wat toegenomen. De algemene kosten zijn vooral kosten die niet kunnen worden toegerekend aan een specifieke inwoner.
Het gaat dan bijvoorbeeld om de kosten voor de website, de presentiegelden voor de cliëntenraad, kleine kosten voor Talent2Work en de inzet van een sportcoach.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
39
Tabel 6.1 Kosten re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen (2017 - 2020) Type voorziening Begeleiding re-integratieconsulent ABG De groeituin Begeleiding door derden (extern) Onkostenvergoeding Scholing - extern Diagnose/onderzoek - extern Kinderopvang Niet-wettelijke loonkostensubsidie Overige Algemene kosten (438900) Regionale samenwerking
2017
2018
2019
2020
390.836 102.097 174.205 45.425 15.619 4.837 1.347 12.197 1.080 50.023 15.297
509.981 106.271 123.834 39.471 22.598 16.871 9.789 12.703 2.216 34.358 0
583.161 119.463 232.173 35.801 19.545 27.021 12.215 0 3.153 28.374 31.976
548.339 119.018 179.001 16.359 5.747 25.192 4.923 0 606 32.434 39.216
Totaal 812.963 878.092 1.092.882 970.835 1) In 2017 is een bedrag van bijna 47.000 euro dat was geboekt op kostenplaats 438900 en kosten voor beschut werk betreft in deze tabel opgenomen onder begeleiding door derden (extern) en niet bij de algemene kosten (438900).
Kosten wettelijke loonkostensubsidies Dit betreft de kosten voor loonkostensubsidies ten behoeve van inwoners die zijn geplaatst in nieuw beschut werk of een banenafspraakbaan (garantiebaan). De loonkostensubsidie komt bovenop de kosten voor de eventuele begeleiding van het plan van aanpak door derden. De loonkosten worden vanuit de gebundelde uitkering Participatiewet betaald. We zien dat de kosten voor de wettelijke loonkostensubsidie sinds 2017 gestaag zijn toegenomen. Dit is ook logisch omdat steeds meer inwoners vanuit de Participatiewet worden geplaatst in beschut werk of in een banenafspraakbaan. Deze beide instrumenten vervangen feitelijk de oude Wsw. Tabel 6.2 Kosten wettelijke loonkostensubsidies gemeente Gilze en Rijen (2017 - 2020) Type voorziening
2017
2018
2019
2020
Loonkostensubsidie wettelijk
48.757
107.531
143.634
192.714
Totaal
48.757
107.531
143.634
192.714
Inburgering Daarnaast wordt de re-integratie van statushouders (deels) betaald vanuit inburgering. Dit betreft bijvoorbeeld de kosten voor een re-integratieconsulent die specifiek wordt ingezet voor statushouders. De kosten zijn circa 75.000 euro op jaarbasis.
6.4
Kosteneffectiviteit
Voor alle voorzieningen tezamen De totale kosten in de periode 2017 – 2020 zijn circa 3,9 miljoen euro. Daarin hebben we voor 2 jaar de kosten van één re-integratieconsulent voor statushouders meegenomen in de totale kosten voor re-integratie. De indirecte kosten (leiding, staf en andere overhead) zijn niet meegenomen in deze kosten. Voor deze 3,9 miljoen euro is in de periode 2017 – 2020 ongeveer 1.650 keer een reintegratievoorziening ingezet. Dit levert gemiddelde kosten per inzet van een voorziening op van bijna 2.400 euro.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
40
Veel mensen hebben meer dan één voorziening gehad. Het aantal personen waarover het gaat ligt rond op iets meer dan 660. De gemiddelde kosten per bereikte persoon zijn daarmee bijna 5.900 euro. De ingezette voorzieningen blijken in bepaalde mate het beoogde resultaat te realiseren. Onderstaande tabel geeft de kosten per bruto effectieve toepassing van voorzieningen, waarbij is uitgegaan van het persoonsniveau: Tabel 6.3 Gemiddelde kosten per bruto-effectieve toepassing van voorzieningen (2017 2020) gemeente Gilze en Rijen Gemiddelde kosten per persoon: die één of meer betaalde baan vindt die één of meer keer uitstroomt uit de uitkering die één of meer keer opwaarts beweegt participatieladder waarvoor tenminste één van deze resultaten is bereikt
Euro 15.800 12.200 17.600 8.900
Omdat de netto effectiviteit van voorzieningen alleen ten opzichte van elkaar en indicatief kan worden bepaald, is afgezien van een berekening van de kosten per netto effectieve toepassing van voorzieningen. Per type voorziening Dezelfde soort cijfers als hierboven voor het totaal aan voorzieningen zijn ook per type voorziening samengesteld. Deze cijfers moeten als indicatief worden gezien. De redenen hiervoor staan weergegeven in bijlage 5. De totaalregel in tabel 6.4 geeft de gemiddelde kosten per toepassing en per bruto effectieve toepassing voor alle voorzieningen gezamenlijk weer (zie ook hierboven). Dit geeft een goede indicatie omdat hier elk bruto effect één keer is meegerekend. Wanneer mensen meer dan één voorziening hebben gehad, wordt het eventuele gerealiseerde bruto effect bij de verschillende voorzieningen meegenomen waardoor sprake is van dubbeltellingen. Hierdoor worden de gemiddelde kosten per bruto effectieve toepassing bij de verschillende voorzieningen te laag ingeschat. Het geeft echter wel een indicatie van onderlinge verhoudingen van de gemiddelde kosten van de verschillende voorzieningen. Bij de kosten per toepassing in de tweede kolom speelt dit niet. De kosten per toepassing geeft dus een redelijk zuiver beeld van de kosten per type voorziening.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
41
Tabel 6.4 Gemiddelde kosten per toepassing en per bruto-effectieve toepassing van voorzieningen (2017 - 2020) gemeente Gilze en Rijen, per type voorziening Gemiddelde kosten per: Toepassing B-baan B-uitstroom B-pladder B-één Totaal Begeleiding re-integratieconsulent Groeituin Begeleiding door derden (extern) Kinderopvang/onkostenvergoeding Scholing Diagnose/Onderzoek
2.400 2.200 6.300 3.100 1.600 1.600 900
15.800 5.500 21.300 6.800 3.800 3.700 4.300
12.200 4.900 22.300 6.600 3.800 3.000 3.100
17.600 5.900 12.400 6.800 3.200 3.300 3.200
8.900 3.300 8.900 4.500 2.200 2.200 1.800
Toelichting: B-baan= betaalde baan gevonden tijdens of na voorziening; B-uitstroom: uitgestroomd uit uitkering tijdens of na voorziening; B-pladder: gestegen op participatieladder tijdens of na de voorziening; B-één: minimaal één van de drie voorgaande bruto effecten is opgetreden tijdens of na de voorziening.
De groeituin en de begeleiding door derden zijn relatief dure voorzieningen. Dit geldt vooral voor de groeituin. De groeituin heeft echter ook andere effecten: het biedt mensen die geen stappen richting werk kunnen maken een zinvolle dagbesteding en er wordt voedsel voor de voedselbank verbouwd. Daarnaast kan de deelname aan de groeituin leiden tot besparingen op andere maatschappelijke kosten. Dat laatste is binnen de kaders van dit onderzoek niet vast te stellen. De begeleiding door een re-integratiemedewerker kost ongeveer 2.200 euro per toepassing. De gemiddelde kosten per bruto effectieve toepassing van deze begeleiding varieert van 4.900 euro (per uitstromer uit de uitkering) tot 5.900 euro (per opwaartse beweging op de werkladder). Diagnose/onderzoek is relatief goedkoop per toepassing van de voorziening. Maar omdat deze voorziening op zichzelf een relatief lage bruto effectiviteit kent (wat ook in de lijn van de verwachting ligt), zijn de kosten per bruto effectieve toepassing vergelijkbaar met die voor kinderopvang/onkostenvergoeding en scholing.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
42
7 Succesfactoren en organisatie uitvoering 7.1
Succesfactoren
Uit de interviews met management, beleid en uitvoering zijn de volgende belangrijkste succesfactoren naar voren gekomen: Succesfactoren in relatie tot de klant - De klant (gericht en echt) aandacht geven. De klanten voelen zich gezien en gehoord. - Aansluiting tussen consulent en klant, dezelfde taal spreken als de klant. - Persoonlijk spreken van klanten, mensen goed kennen. - Handelen vanuit het perspectief van de klant, niet eerst kijken naar de regels. Werken vanuit de bedoeling. - Maatwerk. Hierbij gaat het om maatwerk binnen zekere kaders. De een kun je drie maanden geven om zijn droombaan te vinden, bij een ander weet je al snel dat het traject dat een klant wil lopen niet realistisch is. Dan moet je gaan voor de “broodbaan”. - Uren proberen uit te breiden van mensen die in deeltijd werken en nog deels in de uitkering zitten. Succesfactoren in relatie tot team en organisatie - Samenwerken, teamwerk. Het team is een hecht team en veel stabieler dan enkele jaren geleden. De lijntjes zijn kort en er wordt goed geschakeld. - Samenwerken en afstemmen bestuur / beleid / uitvoering. - Samenwerken met voorliggende voorzieningen. - De mensen in de uitvoering. Succesfactoren in relatie tot voorzieningen: - Trainingen aanbieden (sollicitatievaardigheden, sociale vaardigheden, etc.). - Specifieke instrumenten. - Vinden juiste mogelijkheden bij werkgevers.