CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 5 memo artikel 213a onderzoek effectiviteit re-integratievoorzieningen Participatiewet

Raadscommissie Samenleving 1 juli 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Presentatie effectiviteit re-integratievoorzieningen Participatiewet26.776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

- Grote werkgevers die open staan voor de doelgroep. - Gebruik van effectiviteitskaarten in de uitvoering.

7.2

Bijdrage organisatie uitvoering Sociaal Domein aan succesvolle inzet reintegratievoorzieningen

In het algemeen bestaat er onder de gesprekspartners een zekere mate van tevredenheid over de huidige uitvoering van re-integratie. Bij enkelen is er grote tevredenheid over de wijze waarop een en ander op dit moment is georganiseerd en wordt uitgevoerd. De organisatie is gericht op breed en integraal samenwerken. Dat werkt best goed. De mensen weten elkaar te vinden; vooral de mensen van Werk en de mensen van Inkomen. Dit geldt ook voor het Sociaal Team/WMO, dit team heeft in Corona-tijd een nieuwe start gemaakt. Daardoor is de aansluiting van het team re-integratie en participatie op (de rest van) het sociaal domein is nog in ontwikkeling. Men weet elkaar te vinden, maar het dorpsteam (samenwerking tussen verschillende organisaties) is in corona-tijd gestart en dat bevordert niet de persoonlijke contacten. Het overleg is vooral op casus-niveau. Verder zijn er veel Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

43

wisseling van consulenten in het sociaal domein; dit maakt de samenwerking niet makkelijker. Verder is een tweedeling te constateren in de meningen over de uitvoering van re-integratie. Aan de ene kant wordt door sommige betrokkenen aangegeven dat er bijvoorbeeld: - Meer stabiliteit in visie en aanpak zou moeten zijn en dat gemaakte plannen en gestarte veranderingsprocessen meer zouden moeten worden afgemaakt. Dit punt wordt breed gedeeld. - Maar ook dat sommige ontwikkelingen te lang duren, zoals de ontwikkeling van een nieuw concept dat lijkt op de werkstraat. Het is van belang om intensief te werken met de klant zodat meer inzicht ontstaat in de motivatie, interesses en talenten van de klant. Aan de andere kant vinden andere betrokkenen dat er de laatste tijd veel meer sprake is van een stabiele situatie en een stabiel team dan daarvoor. Zij benadrukken juist dat er positieve ontwikkeling hebben plaatsgevonden en dat de consulenten van het team elkaar heel goed weten te vinden en een hecht team vormen. De lijnen zijn kort en de samenwerking in het team is goed. Er is steeds minder formatie beschikbaar voor re-integratie. Er is wel administratieve ondersteuning bijgekomen, maar dat is ten kosten gegaan van de formatie consulenten.

Ons eindoordeel hierover is dat er sprake lijkt van een zeer gemotiveerd en betrokken team dat het beste wil bereiken voor de inwoners van Gilze en Rijen. Er lijken ons geen grote belemmeringen te bestaan voor een succesvolle inzet van de re-integratievoorzieningen. Of het moet de volgens sommigen beperkte formatie aan re-integratieconsulenten zijn. Aan de andere kant vinden wij de caseloads in vergelijking met andere gemeenten niet extreem hoog. Wij komen vaker caseloads tegen die tussen de 100 en 200 bijstandsklanten per reintegratieconsulent liggen. Dit gegeven wil echter niet zeggen dat alle klanten in de caseload intensief kunnen worden begeleid en ondersteund. Het is mogelijk om hier duidelijke beleidsmatige keuzes in te maken. Daarnaast worden op verschillende aspecten verbeterpunten genoemd. Daarop gaan we in de volgende paragraaf in.

7.3

Verbeterpunten

We behandelen de genoemde verbeterpunten ingedeeld naar diverse onderwerpen. Sturing en kaders Op de eerste plaats worden enkele zaken genoemd die te maken hebben met kaders en sturing voor de uitvoering: - Het formuleren van een visie: wat willen we bereiken en hoe gaan we dat doen? In het kader daarvan wordt de ontwikkeling genoemd om te werken met steeds betere afdelings- en teamplannen. - Met elkaar afspreken van verwachtingen ten aanzien van de teamresultaten: wat moet aan het einde van het jaar zijn georganiseerd waardoor bestuur en leiding tevreden is met de resultaten? Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

44

-

-

Het geven van meer inzicht in de resultaten en effectiviteit van alle inspanningen, dat wil zeggen dat er nog beter zicht is op welke voorzieningen goed werken, voor wie en om welke redenen. Dat zou ook op regelmatige basis moeten gebeuren en zodanig dat voor alle betrokkenen (van gemeenteraad tot uitvoering) duidelijk is wat de goede kanten en risico’s van de ondersteuning zijn. Op individueel niveau worden keuzes gemaakt die niet altijd het beoogde resultaat hebben, maar dat wil niet zeggen dat er gemiddeld slechte keuzes worden gemaakt of dat het eindresultaat onvoldoende is. Beter inzicht in het proces is voor iedereen een meerwaarde. Inzicht in het budget dat voor het team, per consulent en/of per klant beschikbaar is voor re-integratie. Managementrapportages delen met de uitvoering en goed inzicht geven in de uitputting van budget beschikbaar voor trajecten. Het budgetbeheer is in ontwikkeling.

Team, samenwerking, formatie Sommige betrokkenen geven aan dat er in de samenwerking nog wel verbeteringen mogelijk zijn. Bijvoorbeeld tussen de re-integratie- en de inkomensconsulenten en de reintegratieconsulenten en de ondersteunende administratieve afdeling. Sommigen missen in dat kader teambuildingsactiviteiten. De samenwerking tussen de re-integratieconsulenten en Talent2Work kan beter. Het schuurt bijvoorbeeld dat Workin wordt ingezet. Verder worden wederzijdse verwachtingen regelmatig niet ingelost. De re-integratieconsulenten hebben behoefte aan meer diverse plaatsingsmogelijkheden bij lokale werkgevers. De groeituin zou meer klanten kunnen helpen als een collega bij zou komen die de werkzaamheden van de klanten op de groeituin aanstuurt. Dan kan de groeituin ook in de middag open zijn en is de stap voor sommige klanten minder groot. Samenwerking/afstemming bestuurlijk niveau, management en uitvoering De uitvoering zou meer kunnen worden betrokken bij de beleidsvorming op managementniveau en bestuurlijk niveau (B&W). Daar wordt op dit moment structureel niet voldoende inhoud aan gegeven. Hierin past ook de opmerking dat de beleidsafdeling beter aangesloten moeten zijn bij management en uitvoering. De beleidsafdeling zou veel pro-actiever moeten meedenken over ontwikkelingen en adviezen moeten geven.

Beleid zou meer initiatief moeten nemen en aanjager moeten zijn en uitvoering daarbij moeten betrekken. Overige onderwerpen De consulenten van de groeituin geven aan dat er wel eens klanten van andere gemeenten of andere organisaties deelnemen aan de groeituin. Hiervoor worden door de gemeente Gilze en Rijen geen kosten in rekening gebracht bij die andere gemeenten en andere organisaties. De samenstelling van de populatie is in het afgelopen jaar sterk veranderd. De groep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt is steeds kleiner geworden. Dit heeft betekenis voor de inzet van voorzieningen, niet voor het type voorzieningen. De beschikbare typen voorzieningen voldoen, alleen zullen sommige voorzieningen minder en andere meer ingezet moeten worden. Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

45

Verder is het soms handiger om regionaal te opereren, als alle betrokken gemeenten met min of meer dezelfde problematiek te maken krijgen. Het coördineren en afstemmen verloopt dan niet altijd even soepel en mogelijk zijn hier nog winstpunten te halen. Door de regionale samenwerking is het ook minder belangrijk wie waar een vacature vervuld. Vanuit gezamenlijk perspectief (van de samenwerkende gemeenten) moet voorop staan dat zoveel mogelijk klanten worden bemiddeld naar werk en dat vacatures zo snel mogelijk en zo goed mogelijk worden vervuld. De visie en het idee hierachter is dat je dan gezamenlijk een beter resultaat haalt dan ieder afzonderlijk. Het is nu niet duidelijk in hoeverre dit regionale belang meeweegt in het lokale beleid. Wij merken bij dit laatste op dat het één het ander niet uitsluit in de zin dat binnen de regionale samenwerking de consulenten van Talent2Work vooral hun netwerk verder zouden kunnen opbouwen met werkgevers in Gilze en Rijen, ook voor toeleidingsplekken (werkervaringsplaatsen, proefplaatsingen, etc.). Verder vraagt de gemeentelijke doelgroep vaak een andere benadering dan het ophalen en het vervullen van vacatures.

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

46

Bijlage 1: Re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen, doel en doelgroep Voorziening Voorzieningen ten behoeve van een uitkeringsgerechtigde Bemiddeling naar werk

Doel

Doelgroep

Het op een zo kort mogelijke termijn laten uitstromen van de uitkeringsgerechtigde naar algemeen geaccepteerde arbeid.

De belanghebbende die, eventueel met inzet van de in de Verzamelverordening, dan wel deze beleidsregels genoemde voorzieningen, bemiddelbaar is naar algemeen geaccepteerde arbeid. De belanghebbenden die vanwege hun individuele situatie (vooralsnog) geen uitzicht hebben op regulier werk De belanghebbende, bij wie het college of diens (potentiële) werkgever, heeft vastgesteld dat scholing noodzakelijk is, omdat arbeidsinschakeling van belanghebbende vanwege ontbrekende kennis of vaardigheden niet direct mogelijk is. Uitkeringsgerechtigden die vanwege een gebrek aan werkervaring en/of vaardigheden de stap richting de arbeidsmarkt niet kunnen maken. Uitkeringsgerechtigden, aan wie een werkgever voornemens is een dienstverband aan te bieden, maar bij wie de werkgever twijfels heeft over de geschiktheid voor een specifieke functie. Werkzoekenden voor wie een indicatie beschut werk is afgegeven

Bemiddeling naar maatschappelijke participatie

Om de maatschappelijke participatie van een belanghebbende te stimuleren.

Scholing

Het bijbrengen van kennis, vaardigheden of het behalen van een startkwalificatie die de arbeidsinschakeling van belanghebbende mogelijk maakt.

Werkervaringsplaats

Om met behoud van uitkering op een onbetaalde werkplek zijn of haar arbeidsmarktpositie te versterken, teneinde arbeidsinschakeling mogelijk te maken. Om met behoud van uitkering op een onbetaalde werkplek zijn of haar arbeidsbekwaamheid te tonen, zodat bij diezelfde werkgever vervolgens instroom in regulier betaald werk kan plaatsvinden.

Proefplaatsing

Beschut werk

Persoonlijke ondersteuning of jobcoach

Het optimaal benutten van de aanwezige loonwaarde van mensen en deze doelgroep arbeidsfit houden door in te zetten op arbeidersontwikkeling, waarbij het streven is om mensen met beperkingen en een economische verdiencapaciteit naar werk bij een reguliere werkgever uit te laten stromen. Om de belanghebbende zelfstandig zijn werkzaamheden uit te kunnen laten voeren, dan wel de werkgever de begeleiding van

Een persoon zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, dan wel artikel 10da van de PW, die algemeen geaccepteerde arbeid - waaronder begrepen gesubsidieerde arbeid - verricht

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

47

Voorziening

Doel de belanghebbende op zich te kunnen laten nemen.

Participatieplaats

Het activeren van de uitkeringsgerechtigde staat bij een participatieplaats centraal. De participatieplaats heeft geen directe arbeidstoeleiding tot doel. Duurzame arbeidsinschakeling van een persoon die met behulp van een in deze beleidsregels genoemde voorziening is gestart met werkzaamheden bij een werkgever.

Nazorg

Voorzieningen ten behoeve van een werkgever Loonkostensubsidie

Stimuleringspremie

Flex-constructie, een variant op een uitzendconstructie waarbij de gemeente een deel van de kosten betaalt, in plaats van de inlener Werkplekaanpassingen

Het bewerkstelligen van arbeidsinschakeling voor personen die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie en het compenseren van de werkgever voor de verminderde loonwaarde.

Het stimuleren van werkgevers om een persoon, behorend tot de doelgroep van de PW, met belemmeringen richting werk een regulier dienstverband aan te bieden. Het stimuleren van werkgevers om een uitkeringsgerechtigde met belemmeringen richting werk een dienstverband aan te bieden. Wegnemen van belemmeringen die een werknemer met een structurele functionele beperking heeft om op de werkplek te kunnen functioneren.

Doelgroep of gaat verrichten, dan wel met behoud van uitkering arbeid bij een werkgever verricht of gaat verrichten, die naar het oordeel van het college zodanige structurele functionele beperkingen heeft richting werk, waardoor hij deze werkzaamheden zonder deze ondersteuning niet kan verrichten. Uitkeringsgerechtigden met geringe kans op de arbeidsmarkt, die vooralsnog niet direct bemiddelbaar zijn naar regulier werk. Zowel de persoon die door of met de inzet van een andere voorziening zoals genoemd in deze beleidsregels is gestart op een werkplek, als de werkgever van deze persoon.

De (potentiële) werkgever van een persoon, van wie het college heeft vastgesteld dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, en die met inzet van loonkostensubsidie - in dienst kan treden bij de werkgever, dan wel een al werkende persoon die in de periode van zes maanden voorafgaande aan de dienstbetrekking deelnam aan VSO-, PrO-, of Entree onderwijs De werkgever die een persoon, behorend tot de doelgroep van de PW, met belemmeringen richting werk een dienstbetrekking aanbiedt. Werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt.

De werkgever die een persoon met een structurele functionele beperking in dienst heeft dan wel in dienst wil nemen, voor wie inzet van een werkplekaanpassing noodzakelijk is om de

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

48

Voorziening

Overige voorzieningen Onkostenvergoeding

Kosten voor kinderopvang

Doel

Doelgroep betreffende functie uit te kunnen voeren, alsook de werknemer die voor het uitvoeren van zijn werk afhankelijk is van een meeneembare voorziening.

Het wegnemen van financiële belemmeringen met betrekking tot het aanvaarden van arbeid, dan wel het deelnemen aan een re-integratievoorziening.

De belanghebbende die in verband met de arbeidsinschakeling of een reintegratievoorziening dan wel een inburgeringstraject, noodzakelijke kosten moet maken, welke niet anderszins voor vergoeding in aanmerking komen. Ouders met ten laste komende kinderen tot 12 jaar, die een reintegratie- of inburgeringstraject volgen.

Het wegnemen van belemmeringen voor inschakeling in het arbeidsproces, dan wel reintegratie, als gevolg van het ontbreken van passende opvang voor een of meer ten laste komende kinderen.

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

49

Bijlage 2: Ontwikkelingen gemeente Gilze en Rijen vergeleken Aantal uitkeringen tot de AOW-leeftijd De ontwikkeling van het aantal bijstandsuitkeringen tussen 2011 en 2020 is procentueel gezien het meest ongunstig in Alpen-Chaam en Baarle-Nassau. Dan volgt Gilze en Rijen waar de ontwikkeling niet veel verschilt van de ontwikkeling in Sint Michielsgestel. In de gemeenten Oisterwijk, Goirle, Dongen en Loon op Zand is de ontwikkeling gunstiger dan in Gilze en Rijen. Ontwikkeling aantal bijstandsuitkeringen (december 2011 = 100) 300 275 250 225 200 175 150 125 100 75 2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Alphen-Chaam

Baarle-Nassau

Dongen

Gilze en Rijen

Goirle

Loon op Zand

Oisterwijk

Sint-Michielsgestel

2020

Wanneer gekeken wordt naar de ontwikkeling sinds december 2015 bestaat een wat ander beeld. Alphen-Chaam kent de ongunstigste ontwikkeling. Daarna volgen Dongen en BaarleNassau. Gilze en Rijen en Oisterwijk zitten in 2020 ongeveer op hetzelfde niveau. De ontwikkeling in Goirle, Loon op Zand en Sint-Michielsgestel is duidelijk gunstiger dan in de andere gemeenten.

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

50

Ontwikkeling aantal bijstandsuitkeringen (december 2015 = 100) 150

125

100

75 2015

2016

2017

2018

2019

Alphen-Chaam

Baarle-Nassau

Dongen

Gilze en Rijen

Goirle

Loon op Zand

Oisterwijk

Sint-Michielsgestel

2020

De laatste jaren is de ontwikkeling in Gilze en Rijen relatief gunstig. In de eerste zes maanden van 2020 lag het aantal bijstandsuitkeringen bijna 12 procent lager dan per eind december 2017. Daarmee is de ontwikkeling sinds december 2017 duidelijk gunstiger dan in Dongen, Goirle en Oisterwijk en vergelijkbaar met de ontwikkeling in Loon op Zand en SintMichielsgestel. Bijstandsuitkeringen als % van de bevolking van 15 tot 70 jaar Uit onderstaande figuur blijkt dat het aantal bijstandsuitkeringen als % van de bevolking van 15 tot 70 jaar (de bijstandsdichtheid) in Gilze en Rijen eind 2011 al het hoogste was van alle in beschouwing genomen gemeenten. Dat is de gehele periode zo gebleven, waarbij geldt dat het verschil met de andere gemeenten tot en met 2017 veelal is toegenomen. Na 2017 zijn de verschillen tussen Gilze en Rijen en de andere gemeenten veelal kleiner geworden. Dit geldt vooral voor het verschil met de gemeenten Dongen, Goirle en Oisterwijk.

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

51

Ontwikkeling bijstandsdichtheid (aantal bijstandsuitkeringen als % van de bevolking van 15 tot 70 jaar) 3,00%

2,50%

2,00%

1,50%

1,00%

0,50%

0,00% 2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Alphen-Chaam

Baarle-Nassau

Dongen

Gilze en Rijen

Goirle

Loon op Zand

Oisterwijk

Sint-Michielsgestel

2020

Instroompercentage bijstand Het instroompercentage in de bijstand wijkt voor Gilze en Rijen niet structureel in ongunstige zin af van het instroompercentage van de andere gemeenten. Zo hebben Dongen, Loon op Zand en Oisterwijk in 2015 – 2017 hogere instroompercentages dan Gilze en Rijen. Goirle en Sint-Michielsgestel hebben lagere instroompercentage dan Gilze en Rijen.

Nederland Alphen-Chaam Baarle-Nassau Dongen Gilze en Rijen Goirle Loon op Zand Oisterwijk Sint-Michielsgestel 1)

Instroom 2015 2016 148.250 141.730 30 40 30 30 140 130 180 180 120 100 120 130 150 130 90 100

2017 116.950 30 20 100 150 70 90 150 80

Instroom% 1) 2015 2016 25,5 24,0 33,0 32,0 29,5 33,5 34,0 30,0 30,5 28,0 28,5 24,0 31,5 33,0 32,5 31,5 27,5 27,0

2017 20,0 21,5 19,5 24,0 22,5 18,5 22,5 36,0 21,5

Instroom als % van aantal bijstandsontvangers aan begin van het jaar en de instroom gedurende het jaar.

Uitstroompercentage bijstand Uit de onderstaande tabel blijkt dat tot en met 2017 Gilze en Rijen lagere uitstroompercentages kende dan de andere in de tabel opgenomen gemeenten. In 2015 heeft alleen Sint-Michielsgestel een lager uitstroompercentage dan Gilze en Rijen. In 2016 en 2017 is het alleen Alphen-Chaam dat een lager uitstroompercentage heeft dan Gilze en Rijen.

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

52

Nederland Alphen-Chaam Baarle-Nassau Dongen Gilze en Rijen Goirle Loon op Zand Oisterwijk Sint-Michielsgestel 1)

Uitstroom 2015 2016 2017 125.960 119.950 118.120 30 20 20 20 20 30 110 110 100 130 110 110 100 110 80 100 100 90 140 110 90 70 80 70

Uitstroom% 1) 2015 2016 21,5 20,5 27,0 16,0 22,0 18,5 27,0 26,5 21,0 17,0 24,5 25,5 27,5 24,5 31,0 25,5 19,5 21,0

2017 20,5 11,5 27,5 24,0 17,0 20,0 23,5 20,0 21,0

Uitstroom als % van aantal bijstandsontvangers aan begin van het jaar en de instroom gedurende het jaar.

Uitstroompercentage naar werk bijstand Ook wat betreft het uitstroompercentage naar werk steekt de gemeente Gilze en Rijen tot en met 2017 ongunstig af tegen de meeste andere gemeenten. Opvallend is dat AlphenChaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen relatief lage uitstroompercentage naar werk kennen, uitgezonderd Alphen-Chaam in 2015.

Nederland Alphen-Chaam Baarle-Nassau Dongen Gilze en Rijen Goirle Loon op Zand Oisterwijk Sint-Michielsgestel 1)

Uitstroom naar werk 2015 2016 2017 59.780 60.120 60.890 20 10 10 10 10 10 60 60 50 60 50 60 60 70 50 50 50 60 90 60 60 30 50 40

% Uitstroom naar werk 2015 2016 2017 10,5 10,0 10,5 18,0 7,0 11,0 9,0 7,0 8,0 13,5 13,5 13,0 10,5 8,0 9,5 14,0 16,0 12,5 14,0 13,0 15,0 19,5 15,5 13,0 10,0 13,5 11,5

Uitstroom naar werk als % van aantal bijstandsontvangers aan begin van het jaar en de instroom gedurende het jaar.

Uit cijfers uit de eigen bijstandsregistratie van Gilze en Rijen blijkt ook dat in de jaren 2018 – 2020 de uitstroom uit de bijstand hoger is geweest dan de instroom exclusief Tozo. Dit is echt een verandering t.o.v. de jaren 2015 – 2017. Plaatsingen in kader van ‘bundeling van middelen’ Ook blijkt uit cijfers van de arbeidsmarktregio (een vingeroefening) over de bundeling van middelen dat het aantal plaatsingen van inwoners van Gilze en Rijen als percentage van het aantal bijstandsgerechtigden in 2020 relatief hoog is geweest in vergelijking met de andere gemeenten in de arbeidsmarktregio. Dit geldt overigens ook voor de andere ABG-gemeenten Alphen-Chaam en Baarle Nassau.

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

53

Tussenconclusie Het bijstandsniveau in Gilze en Rijen is structureel hoger dan in de twee andere ABGgemeenten en een aantal vergelijkbare gemeenten in Brabant. Ook is de ontwikkeling van het bijstandsvolume tot en met 2017 in Gilze en Rijen ongunstiger geweest dan in de meeste andere gemeenten die in de vergelijking betrokken zijn. Het blijkt dat dit in 2015 – 2017 vooral het gevolg was van een relatief laag uitstroompercentage, totaal en naar werk. Na 2017 is de ontwikkeling van het bijstandsvolume in Gilze en Rijen wat minder ongunstig en is het verschil met een aantal gemeenten vermindert. Helaas ontbreken voor de jaren na 2017 de CBS-gegevens over instroom, uitstroom en uitstroom naar werk, waardoor er geen directe aanwijzingen zijn voor de mogelijke oorzaak voor de gunstigere ontwikkeling na 2017. Aannemelijk is dat de uitstroom uit de bijstand in Gilze en Rijen is toegenomen omdat daar vaak grotere verschillen tussen gemeenten bestaan dan bij de instroom in de bijstand. Uit cijfers van de arbeidsmarktregio over 2020 blijkt dat het aantal plaatsingen van inwoners uit de gemeente Gilze en Rijen in het kader van ‘bundeling middelen’ relatief hoog is. Verschil tussen voorspeld en werkelijk bijstandsvolume Het macro budget voor de gebundelde uitkeringen Participatiebudget (GUP) wordt over gemeenten verdeeld via een objectief verdeelmodel.

Op basis van de rekentool 2021 Participatiewet is voor Gilze en Rijen en enkele vergelijkbare gemeenten in Noord-Brabant het voorspelde en werkelijke bijstandsvolume geïnventariseerd. In Gilze en Rijen ligt het aantal uitkeringen in werkelijkheid 48 hoger dan door het objectieve verdeelmodel wordt voorspeld. Het verschil is 11%. Alleen in Goirle is de afwijking nog ongunstiger. In Loon op Zand en Oisterwijk is het werkelijke aantal uitkeringen lager dan voorspeld door het model. Overigens is voor Gilze en Rijen het verschil tussen het model voorspelde en het werkelijke aantal uitkeringen na 2017 steeds kleiner geworden. In 2018 was het verschil nog 18%. Overigens blijkt uit de Rekentool 2021 Participatiewet dat het door het model voorspelde bijstandspercentage in Gilze en Rijen ruim hoger is dan in de andere gemeenten. In Gilze en Rijen is dit 3,8% van de huishoudens tot de AOW-leeftijd in de gemeente. Daarna volgen Dongen, Goirle en Loon op Zand met 2,9%. Oisterwijk en Sint-Michielsgestel kennen een nog lager percentage. Dit geeft dus aan dat het bijstandsniveau in Gilze en Rijen door objectieve factoren structureel hoger is dan in de andere in beschouwing genomen gemeenten.

Aantal huishoudens met bijstand, voorspeld en werkelijk, 2021 Voorspeld Werkelijk Verschil Verschil% Dongen 290 305 -15 -4,9% Gilze en Rijen 389 437 -48 -11,0% Goirle 254 292 -38 -13,0% Loon op Zand 261 257 4 1,6% Oisterwijk 334 326 8 2,5% Sint-Michielsgestel 235 256 -21 -8,2% Dit kan (op grond van de variabelen in het objectieve verdeelmodel GUP) te maken hebben met twee soorten factoren: - De huishoudenssamenstelling. Gilze en Rijen zou een hoger aandeel huishoudens kunnen hebben die op grond van hun kenmerken een hogere kans op bijstand hebben. - Regionale factoren. Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

54

Dit zijn de punten die daarbij opvallen: - Gilze en Rijen kent een hoger aandeel huishoudens (dan alle of vrijwel alle andere in beschouwing genomen gemeenten) met de volgende kenmerken die een relatief hoge kans op bijstand hebben: o Eenouderhuishoudens o Medicijngebruik uit vier of meer hoofdgroepen o Huishoudens met een migratieachtergrond (vooral het verschil met Goirle, Oisterwijk en Sint-Michielsgestel is groot; het verschil is het kleinst met de gemeente Dongen) o Huishoudens die in een corporatiewoning wonen. Het verschil met de andere gemeenten is naar verhouding aanzienlijk o Huishoudens met stapeling van problematiek - Bij de regionale kenmerken scoort Gilze en Rijen relatief ongunstig op het percentage huishoudens waarin werken ‘niet de norm is’. Dit aandeel is ongeveer 2 tot 3 keer zo hoog als in de andere gemeenten. Het aandeel van deze huishoudens is echter op zich zeer klein. - Bij de regionale kenmerken heeft Gilze en Rijen verder scores die niet of nauwelijks afwijken van die van de andere gemeenten.

Conclusie De gemeente Gilze en Rijen heeft volgens het objectieve verdeelmodel voor de GUP structureel een hoger bijstandsvolume dan de benchmarkgemeenten. De factoren in het objectieve verdeelmodel wijzen erop dat dit vooral komt door een huishoudensamenstelling met hoge aandelen huishoudens die een relatief grote kans op bijstand hebben en door het feit dat Gilze en Rijen een hoger aandeel huishoudens kent waarin werken niet de norm is. Deze factoren maken dat het voorspelde bijstandsvolume in Gilze Rijen hoger is dan in de andere gemeenten. Dit verklaart nog niet waarom het werkelijke aantal uitkeringen in Gilze en Rijen hoger ligt dan het voorspelde aantal. Het werkelijke aantal ligt in 2020 11% boven het voorspelde aantal. Maar ook dit verschil is de afgelopen jaren afgenomen. Slotconclusie is dat het na 2017 best de goede kant op met de ontwikkelingen in het bijstandsbestand van de gemeente Gilze en Rijen.

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

55

Bijlage 3: Bruto-effectiviteit Deze bijlage bevat soortgelijke tabellen als hoofdstuk 4, maar waarbij de periode na beëindiging na de voorziening die voor de bepaling van de bruto-effecten in beschouwing is genomen is beperkt tot 3 maanden. Tabel B3.1

Het vinden van een betaalde baan tijdens en tot 3 maanden na voorziening Voorziening

Tijdens voorziening

Begeleiding naar vrijwilligerswerk Begeleiding naar werk

Na voorziening <10

Totaal

Percentage

26

Aantal personen 24

<10

117

92

61%

19

140

103

26%

<10

43

33

34%

24%

Begeleiding reintegratiemedewerker Faciliterende voorzieningen Gesubsidieerd werk

121

28

0

28

25

69%

Groeituin

<10

<10

16

15

24%

<10

20

17

20%

10

59

49

56%

Jobcoaching

<10

27

23

61%

Scholing

<10

17

14

35%

12

35

30

28%

<10

29

26

43%

24

291

216

33%

79

46

30%

Inburgering Inloopspreekuur

Sociale activering

49

23

Werkervaring Totaal*

267

Geen voorziening

Tabel B3.2

Uitstroom uit de uitkering tijdens en tot 3 maanden na de voorziening Voorziening

Begeleiding naar vrijwilligerswerk Begeleiding naar werk

Tijdens voorziening 14

Na voorziening 11

Totaal 25

Aantal personen 25

Percentage

25%

84

13

97

94

Begeleiding reintegratiemedewerker Faciliterende voorzieningen Gesubsidieerd werk

94

47

141

137

62% 34%

<10

33

32

33%

26

0

26

26

Groeituin

<10

<10

15

14

<10

19

19

13

43

42

<10

21

21

<10

16

16

18

28

28

72% 23% 22% 48% 55% 40% 26%

<10

24

23

38%

83

302

289

44%

135

128

84%

Inburgering Inloopspreekuur

30

Jobcoaching Scholing Sociale activering

10

Werkervaring Totaal* Geen voorziening

219

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

56

Bijlage 4: Analyses netto-effectiviteit In dit onderzoeksrapport kijken we naar zowel bruto- als netto-effectiviteit. Als 35 procent van de deelnemers aan een voorziening is uitgestroomd uit de uitkering, dan is dat de brutoeffectiviteit van deze voorziening. Maar als 30 procent van deze groep ook zonder de voorziening was uitgestroomd, dan is de netto-effectiviteit 35 - 30 = 5 procentpunten. Dit is het aandeel van de deelnemers dat dankzij deelname aan de voorziening uitstroomt. In de praktijk is het lastig om de netto-effectiviteit van re-integratievoorzieningen te meten. Een experiment met een gerandomiseerde controlegroep is de meest betrouwbare methode hiervoor, maar is binnen de context van dit onderzoek niet mogelijk. Ook andere methoden waarbij gebruik wordt gemaakt van een betrouwbare niet-experimentele controlegroep zijn niet mogelijk, omdat de groep die helemaal geen re-integratievoorziening heeft gehad in Gilze en Rijen klein en selectief is. Wel kunnen we klanten met en zonder een bepaalde voorziening met elkaar vergelijken en daarbij controleren voor verschillen in achtergrondkenmerken tussen deze groepen (niveau 2 op de Maryland Scientific Methods Scale). Hiervoor gebruiken we een duuranalyse, oftewel survival analysis. In een duuranalyse wordt de verwachte duur tot een bepaalde gebeurtenis (time to event) geanalyseerd.

In dit geval gaat het dan om uitstroom uit de uitkering, het vinden van een baan of het zetten van een stapje op de participatieladder. Een duuranalyse houdt rekening met het moment waarop een re-integratievoorziening wordt ingezet. Het effect van een voorziening kan worden geschat door de time to event te vergelijken tussen bijstandsontvangers die wel een voorziening hebben gekregen en zij die deze voorziening niet hebben gehad én doordat er verschil zit in het moment waarop de voorziening wordt ingezet. We gebruiken een Cox proportional hazards model om het effect van deelname van een voorziening te schatten. Daarbij controleren we voor de volgende kenmerken, die de time to event kunnen beïnvloeden: -

Geslacht Leeftijd Het hebben van een partner Het hebben van een of meer kinderen Migratieachtergrond (Oud) statushouder Opgenomen in doelgroepenregister Opleidingsniveau (Eerst bekende) trede op participatieladder Duur van de uitkering bij start van de observatieperiode

Tabel B4.1 geeft de gevonden coëfficiënten weer voor de regressie met het wel of niet krijgen van een re-integratievoorziening (m.u.v. begeleiding van een re-integratieconsulent en zorgtrajecten). De resultaten van de regressie met specifieke re-integratievoorzieningen zijn opgenomen in tabel B4.2. Een positieve coëfficiënt betekent dat de variabele een positief effect heeft op de uitkomstvariabele, een negatieve coëfficiënt betekent dat de variabele een negatief effect heeft op de uitkomstvariabele. Als er een sterretje bij de coëfficiënt staat, betekent dit dat het Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

57

effect licht significant is. De kans dat de coëfficiënt niet 0 is, is dan 90 procent. Twee sterretjes betekenen dat het effect significant is. In dat geval, is deze kans 95 procent. Zo zien we in tabel B4.1 dat het hebben van een re-integratievoorziening de kans op uitstroom vergroot, maar dat dit effect slechts licht significant is. De hoogte van de coëfficiënt geeft een indicatie van de effectgrootte: de kans op uitstroom is naar schatting exp(0,266) = 1,3 keer zo groot als voor iemand met dezelfde kenmerken, maar zonder een aanvullende voorziening. De kans op een baan wordt door de inzet van een aanvullende reintegratievoorziening 1,66 keer zo hoog als voor iemand met dezelfde kenmerken, maar zonder een aanvullende voorziening.10 Verder zien we dat vrouwen een kleinere kans hebben om uit te stromen en een baan te vinden en dat de kans op uitstroom en het vinden van een baan kleiner wordt naarmate de leeftijd stijgt. En hoe hoger de trede op de participatieladder, hoe groter de kans op uitstroom of een baan is. Vanwege de beperkingen van de data (o.a. vanwege lage aantallen en gegevens die niet voor iedereen bekend zijn, zoals het opleidingsniveau en de trede op de participatieladder) en het feit dat er geen betrouwbare controlegroep kan worden gebruikt, is het belangrijk om deze resultaten met de nodige voorzichtigheid te interpreteren.

10

Alle gepresenteerde netto effecten zijn indicatief en moeten met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Dit geldt vooral voor het effect op de kans dat een baan wordt gevonden. In een aantal gevallen lijkt bijvoorbeeld de voorziening ‘Begeleiding naar werk’ te zijn ingezet op het moment dat iemand een baan had gevonden. Dus dan heeft deze voorziening geen effect gehad op het baan vinden, maar is een gevolg van het baan vinden. Daarom onze aanbeveling om in de registratie van de inzet van voorzieningen beter onderscheid te maken tussen voorzieningen die worden ingezet om mensen toe te leiden naar een baan en voorzieningen die worden ingezet op het moment dat een baan wordt/is gevonden (bijvoorbeeld loonkostensubsidie, jobcoaching, kinderopvang, etc.).

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

58

Tabel B4.1

Regressiecoëfficiënten Cox model, wel/niet een re-integratievoorziening re-integratievoorziening vrouw leeftijd partner kind opleidingsniveau: middelbaar opleidingsniveau: hoog migratieachtergrond (oud) statushouder doelgroepregister trede participatieladder: 2 trede participatieladder: 3 trede participatieladder: 4 trede participatieladder: 5 trede participatieladder: 6

duur uitkering bij start observatieperiode jaar: 2018 jaar: 2019 jaar: 2020 N

uitstroom 0.266* (1.70) -0.353** (-2.31) -0.0289** (-5.51) 0.206 (1.06) -0.297* (-1.69) -0.0235 (-0.16) -0.0851 (-0.35) 0.0743 (0.48) -0.420* (-1.70) -0.168 (-0.68) -0.319 (-1.16) -0.0682 (-0.23) 0.683** (2.56) 1.583** (6.07) 2.232** (2.37) -0.009** (-2.61) 0.506** (2.10) 0.676** (2.69) 0.901** (3.26) 17482

baan 0.512** (3.38) -0.358** (-2.42) -0.0195** (-3.89) -0.130 (-0.69) 0.282* (1.65) 0.258* (1.85) -0.0721 (-0.31) 0.0931 (0.60) -0.0788 (-0.30) 0.0291 (0.14) 0.303 (0.82) 0.775** (2.04) 2.028** (5.61) 3.047** (8.33) 3.437** (6.67) -0.002 (-0.83) 0.249 (1.33) 0.763** (3.49) 0.0685 (0.21) 14887

participatieladder 1.179** (4.86) -0.0522 (-0.23) -0.0250** (-3.53) -0.751** (-2.27) -0.0510 (-0.21) 0.190 (0.87) -0.0240 (-0.07) 0.424* (1.80) 0.614** (1.97) 0.121 (0.40) 21.90** (34.77) 24.04** (45.48) 24.45** (47.00) 24.50** (47.68) 27.02 (.) 0.003 (1.00) 0.536* (1.69) 1.198** (3.41) 1.406** (3.73) 14169

Toelichting: Een positieve coëfficiënt betekent dat de variabele een positief effect heeft op de uitkomstvariabele, een negatieve coëfficiënt betekent dat de variabele een negatief effect heeft op de uitkomstvariabele. De sterretjes geven de significantie van het effect aan: ** 0,05 (significant), * 0,1 (licht significant). Zo zien we dat het hebben van een re-integratievoorziening de kans op uitstroom vergroot, maar dat dit effect licht significant is. Deze kans is naar schatting exp(0,266) = 1,3 keer zo groot als voor iemand met dezelfde kenmerken zonder een aanvullende voorziening. De inzet van een aanvullende re-integratievoorziening vergroot significant de kans op het vinden van een baan. Deze kans is naar schatting exp(0,512) = 1,66 keer zo groot als voor iemand met dezelfde kenmerken zonder aanvullende re-integratievoorziening.

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

59

Tabel B4.2 geeft de uitkomsten waarin de aanvullende voorzieningen met elkaar worden vergeleken. De resultaten zijn samengevat in de tabel in de hoofdtekst van het rapport. Ook hier komt naar voren dat vrouwen een kleinere kans hebben om uit te stromen en een baan te vinden en dat de kans op uitstroom en het vinden van een baan kleiner wordt naarmate de leeftijd stijgt. En hoe hoger de trede op de participatieladder, hoe groter de kans op uitstroom of een baan is. Tabel B4.2

Regressiecoëfficiënten Cox model, specifieke voorzieningen begeleiding naar werk begeleiding naar vrijwilligerswerk faciliterende voorzieningen groeituin inburgering inloopspreekuur scholing sociale activering werkervaring vrouw leeftijd partner kind opleidingsniveau: middelbaar opleidingsniveau: hoog migratieachtergrond (oud) statushouder doelgroepregister trede participatieladder: 2 trede participatieladder: 3 trede participatieladder: 4 trede participatieladder: 5 trede participatieladder: 6

duur uitkering bij start observatieperiode jaar: 2018 jaar: 2019 jaar: 2020

uitstroom 0.812** (3.76) -0.233 (-0.83) 0.257 (1.12) -0.355 (-1.30) 0.158 (0.48) 0.404** (2.00) 0.604** (2.00) -0.0603 (-0.29) 0.276 (1.15) -0.372** (-2.30) -0.0293** (-5.56) 0.223 (1.12) -0.462** (-2.54) -0.0698 (-0.45) -0.278 (-1.06) 0.0329 (0.21) -0.629** (-2.21) -0.228 (-0.89) -0.270 (-1.00) -0.0231 (-0.08) 0.599** (2.26) 1.237** (4.41) 1.643* (1.66) -0.00911** (-2.72) 0.468* (1.95) 0.538** (2.11) 0.746**

baan 1.889** (9.19) -0.370 (-1.39) 0.738** (3.40) -0.465* (-1.69) -0.0323 (-0.11) 0.407** (2.25) -0.644 (-1.18) 0.130 (0.65) 0.175 (0.70) -0.341** (-2.12) -0.0190** (-3.78) -0.0206 (-0.11) 0.143 (0.81) 0.210 (1.35) -0.242 (-0.89) 0.180 (1.14) -0.387 (-1.17) -0.181 (-0.65) 0.388 (1.05) 0.815** (2.09) 1.975** (5.26) 2.628** (6.76) 2.898** (4.34) -0.00376 (-1.29) 0.130 (0.63) 0.438* (1.72) -0.244

participatieladder -0.127 (-0.43) 0.363 (1.27) -0.122 (-0.39) 0.482 (1.32) 1.522** (3.69) -0.201 (-0.66) 0.960** (2.39) 0.992** (3.36) -0.354 (-0.83) 0.0261 (0.11) -0.0265** (-3.37) -0.513 (-1.52) -0.125 (-0.50) 0.200 (0.84) 0.230 (0.61) 0.287 (1.09) 0.601* (1.83) -0.0459 (-0.13) 22.03** (32.71) 24.24** (42.16) 24.85** (44.43) 25.34** (47.15) 27.62 (.) 0.00348 (1.19) 0.718** (2.26) 1.434** (3.83) 1.636**

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

60

N

uitstroom (2.63) 17482

baan (-0.70) 14887

participatieladder (4.06) 14169

Toelichting: Een positieve coëfficiënt betekent dat de variabele een positief effect heeft op de uitkomstvariabele, een negatieve coëfficiënt betekent dat de variabele een negatief effect heeft op de uitkomstvariabele. De sterretjes geven de significantie van het effect aan: ** 0,05 (significant), * 0,1 (licht significant).

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

61

Bijlage 5: Kosten re-integratie gemeente Gilze en Rijen Kosten re-integratie Onderstaande tabel geeft voor de jaren 2017 – 2020 de kosten van re-integratie weer. Deze kosten zijn gesplitst in de toerekening van ambtelijke inzet aan de gemeente Gilze en Rijen, de kosten van inhuur boven de vaste formatie en de overige kosten. Dit laatste betreft onder andere vergoedingen aan externe partijen voor de uitvoering van re-integratieactiviteiten. Kosten 1. toerekening ambtelijke inzet 2. inhuur bovenop vaste formatie 3. overige uitgaven totaal

2017 336.243 137.868 288.796 762.906

2018 431.149 178.365 267.493 877.007

2019 447.118 246.652 364.924 1.058.694

2020 465.193 198.558 294.253 958.004

We zien de dat de kosten vanaf 2017 tot en met 2019 zijn toegenomen van ruim 760.000 euro naar ruim 1,05 miljoen euro in 2019. In 2020 zijn de kosten ongeveer 100.000 euro lager dan in 2019, voornamelijk door lagere kosten van inhuur en lager overige uitgaven. Toerekening ambtelijke inzet De toerekening van ambtelijke inzet vindt plaats op basis van een vaste verdeelsleutel tussen de drie ABG-gemeenten. Deze vaste verdeelsleutel is in 2016 vastgesteld. In de ambtelijke inzet zijn de kosten van het management van sociaal domein (hoofd) en het team re-integratie en participatie (teamleider) en staffuncties niet opgenomen. De reden hiervoor is dat deze kosten onderdeel zijn van het programma overhead (sinds enkele jaren moeten de overheadkosten volgens het BBV worden verantwoord op een apart programma). Het gaat dus met andere woorden alleen om de directe kosten van de uitvoering. In 2020 ging het om 6 fte. Inhuur boven de vaste formatie De kosten voor inhuur boven de vaste formatie zijn tussen 2017 en 2019 toegenomen. In 2020 is weer sprake van een afname. De inhuur betreft deels de twee consulenten die op de groeituin werkzaam zijn: 83.000 euro in 2017 oplopend naar 115.000 euro in 2020. De rest van de inhuurkosten betreft inhuur op de functie van re-integratieconsulent. Overige uitgaven re-integratie De overige uitgaven voor re-integratie zijn tussen 2017 en 2019 toegenomen.

In 2020 is sprake van een afname ten opzichte van 2019. Dit laatste zal ongetwijfeld te maken hebben met de Coronacrisis. De overige uitgaven bestaan uit diverse posten: - Kosten voor de inschakeling van externe partijen bij de re-integratie van inwoners van Gilze en Rijen. Deze kosten zijn deels gespecificeerd in Key2finance en deels in Suite. - Bijdragen van de gemeente Gilze en Rijen aan regionale samenwerking op het gebied van jeugd, re-integratie van ex-gedetineerden (door de gemeente Tilburg), de regionale bundeling middelen in het kader van het WSP, etc. - Overige kosten, niet zijnde kosten voor personeel, van de groeituin; - Daarnaast zijn er ook (beperkte) opbrengsten.

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

62

Onderstaande tabel geeft een eerste globale schets van de orde van grootte van deze kosten. Soort overige kosten Kosten voor derden voor re-integratie (Key2fin) Kosten voor derden voor re-integratie (Suite) Bijdragen aan samenwerking in de regio Overige kosten groeituin Opbrengsten totaal

2017 96.612 198.261 15.297 18.822 -40.196 288.796

2018 34.358 228.864 0 6.738 -2.468 267.492

2019 28.374 314.691 31.976 8.854 -18.971 364.924

2020 32.434 221.441 39.198 3.606 -2.425 294.254

Kosten voor de inschakeling van derden voor re-integratie wordt deels gespecificeerd (naar activiteit/omschrijving en crediteur) in Key2finance en deels in de Suite. We gaan nu één voor één de diverse soorten overige kosten behandelen om een beeld te krijgen van de kosten die zijn gemaakt. Kosten derden voor re-integratie met specificatie in Key2fin Zijn dit vooral de meer algemene kosten die niet te koppelen zijn aan individuele klanten. Dit lijkt zeker vanaf 2018 zo te zijn. De in Key2finance gespecificeerde kosten bestaan in 2017 vooral uit: - Kosten voor beschut werk via 18K (bijna 47.000 euro, in latere jaren gespecificeerd in Suite) - Veel kleine kosten gerelateerd aan Talent2Work bij externe partijen, bijvoorbeeld in totaal 8.500 euro aan kosten advertenties, maar ook kosten voor lunches, versnaperingen, etc. In totaal circa 22.500 euro.

- Kosten website re-integratie (7.500 euro) - Kosten presentiegelden cliëntenraad (5.300 euro) - Arbeidsdiagnostische onderzoeken door de Diamant Groep (4.400 euro) - PEP IT scholingspakket bij Connect IT Zuid (3.000 euro) En in 2018: - Kosten website re-integratie (7.500 euro) - Presentiegelden cliëntenraad (circa 6.600 euro) - Kosten voor leerlingen aan Praktijkschool Breda (5.000 euro) - Kleine kostenposten van T2W (circa 5.000 euro) - Kosten Talent 2 Move door een Atletiekvereniging (bijna 3.000 euro) - Een participatietraject bij Broodje Aap en Linke Soep (circa 3.000 euro) - Inzet sportcoach van de gemeente Gilze en Rijen (circa 2.500 euro) 2019: -

Bijdrage project jeugdwerkloosheid aan Stichting Midpoint Brabant (bijna 8.400 euro) Kleine kostenposten T2W (circa 5.300 euro) Kosten cliëntenraad (circa 4.200 euro) Huur hal voor de werkstraat van de gemeente Gilze en Rijen (circa 4.800 euro) Inzet sportcoach gemeente Gilze en Rijen (circa 3.800 euro). Kosten website re-integratie (7.500 euro) Correctie voor dubbel betaalde factuur Praktijkschool Breda (minus 5.000 euro, deze heeft waarschijnlijk betrekking op de kosten die in 2018 zijn geboekt)

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

63

2020: -

Ondersteuning T2W door een externe partij (circa 14.000 euro) Kosten website re-integratie (7.500 euro) Kosten cliëntenraad (4.500 euro) Huur hal voor de werkstraat (circa 2.500 euro) Inzet sportcoach (circa 1.900 euro) Kleine kosten voor T2W (circa 700 euro)

We zien in 2020 dus veel lagere kleine kosten ten behoeve van T2W. Dit heeft vrijwel zeker te maken met de Coronacrisis. Kosten derden voor re-integratie met specificatie in de Suite Deze kosten zijn zowel te specificeren naar soort kosten als naar de partij aan wie de vergoedingen zijn verstrekt. Onderstaande tabel geeft een weergave naar soort kosten, c.q. soort re-integratieactiviteit. De totalen sluiten niet helemaal precies aan op de genoemde totalen in de voorgaande tabel. De kosten voor derden (hierna: externe kosten) zijn in de loop van de jaren steeds meer gaan bestaan uit kosten voor de begeleiding van het plan van aanpak door derden. Het gaat bijvoorbeeld om de begeleiding van mensen die zijn geplaatst in beschut werk in het kader van de Participatiewet (18K) en de begeleiding van mensen die zijn geplaatst in een garantiebaan. Ook betreft het begeleiding van mensen op een participatieplaats of in sociale activering. Het aandeel in de totale kosten aan derden is opgelopen van iets meer dan 50% in 2017 naar 77% in 2020. Type kosten / activiteit

2017

2018

2019

2020

Kosten begeleiding plan van aanpak derden Onkostenvergoeding Kosten scholing Kosten diagnose/onderzoek Kosten kinderopvang Kosten niet-wettelijke loonkostensubsidie Overige

88.945 45.425 15.619 4.837 1.347 12.197 1.080

123.834 39.471 22.598 16.871 9.789 12.703 2.216

232.173 35.801 19.545 27.021 12.215 0 3.153

179.001 16.359 5.747 25.192 4.923 0 606

Totaal

169.450

227.482

329.908

231.828

Een volgende post betreft de onkostenvergoedingen. Het aandeel van deze kosten in het totaal is afgenomen van 27% in 2017 naar 7% in 2020. De kosten voor scholing variëren zo tussen de 15.000 en 25.000 euro per jaar. In 2020 zijn de kosten voor scholing, waarschijnlijk onder invloed van de bekende crisis, afgenomen tot nog geen 6.000 euro. De kosten voor diagnose/onderzoek zijn de afgelopen jaren juist toegenomen van nog geen 5.000 euro in 2017 naar ongeveer 25.000 euro in 2020. Het aandeel steeg van 3% naar 11% van de totale externe kosten. De externe kosten bestaan verder uit kosten voor kinderopvang, de kosten voor nietwettelijke loonkostensubsidies en overige kosten.

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

64

We geven nu per type kosten / activiteit, op grond van de financiële overzichten, de belangrijkste partners van de gemeente Gilze en Rijen weer. Begeleiding plan van aanpak derden: - Diamant Groep - 18K - Match and Work - Talentrix - Stichting buitengewoon leren en werken (Prins Heerlijk) Meer dan driekwart van de kosten van begeleiding door derden is gemaakt bij deze 5 organisaties. Onkostenvergoeding: - Wordt grotendeels (voor bijna 90%) aan de klanten uitbetaald. Kosten scholing: - Deze kosten liggen heel verspreid over organisaties. Vaak eenmalige trainingen of cursussen. Diagnose/onderzoek: - Diamant Groep - Loonwaardespecialisten/IRebel - Stichting SAP Bijna 95% van de kosten voor diagnose en/of onderzoek worden door de gemeente gemaakt bij deze drie organisaties. Kosten kinderopvang: - Wordt grotendeels aan de klanten zelf uitbetaald (voor meer dan 70%) - Humankind Bijdragen gemeente Gilze en Rijen aan samenwerking in de regio Het gaat hier om de bijdrage van de gemeente Gilze en Rijen aan de re-integratie van exgedetineerden. Deze bijdrage wordt betaald aan de gemeente Tilburg. Het bedrag dat opgenomen staat in 2019 (32.000 euro) heeft betrekking op de jaren 2018 en 2019 (13.000 euro voor het jaar 2018 en 19.000 euro voor het jaar 2019).

In 2020 gaat het om een bedrag van circa 22.000 euro voor de werkzaamheden ten behoeve van de re-integratie van ex-gedetineerden en om bijna 4.500 euro aan bijdrage aan de bundeling van middelen in de regio. En om een bijdrage van 13.000 euro aan Midpoint Brabant voor het project ‘Leren en Werken MB 2020’. Overige kosten groeituin Dit zijn de niet-personele kosten voor de groeituin. Het betreft vooral kosten voor tuindersbenodigdheden, energie en water. Opbrengsten De opbrengsten hebben zich vooral in 2017 en 2019 voorgedaan. Het betreft vooral ontvangsten van debiteuren en in veel mindere mate opbrengsten uit de dienstencheques WZSW. In 2019 gaat het vooral ook om een administratieve correctieboeking.

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

65

Samenvatting kosten naar type voorziening De eerste twee voorzieningen zijn de voorzieningen van de gemeente Gilze en Rijen zelf: de begeleiding door re-integratieconsulenten (zowel vaste formatie als inhuur boven de formatie) en de groeituin. Type voorziening Begeleiding re-integratieconsulent ABG De groeituin Begeleiding door derden (extern) Onkostenvergoeding Scholing - extern Diagnose/onderzoek - extern Kinderopvang Niet-wettelijke loonkostensubsidie Overige Algemene kosten (438900) Regionale samenwerking

2017

2018

2019

2020

390.836 102.097 174.205 45.425 15.619 4.837 1.347 12.197 1.080 50.023 15.297

509.981 106.271 123.834 39.471 22.598 16.871 9.789 12.703 2.216 34.358 0

583.161 119.463 232.173 35.801 19.545 27.021 12.215 0 3.153 28.374 31.976

548.339 119.018 179.001 16.359 5.747 25.192 4.923 0 606 32.434 39.216

Totaal 812.963 878.092 1.092.882 970.835 2) In 2017 is een bedrag van bijna 47.000 euro dat was geboekt op kostenplaats 438900 en kosten voor beschut werk betreft in deze tabel opgenomen onder begeleiding door derden (extern) en niet bij de algemene kosten (438900).

De begeleiding door derden (externen) van inwoners is de derde voorziening. Hiervoor worden dus verschillende partijen ingeschakeld, zie hierboven. Kosten wettelijke loonkostensubsidies Dit betreft de kosten voor loonkostensubsidies ten behoeve van inwoners die zijn geplaatst in beschut werk of een banenafspraakbaan (garantiebaan). De loonkostensubsidie komt bovenop de kosten voor de eventuele begeleiding door derden. De loonkosten worden vanuit de gebundelde uitkering Participatiewet betaald. Type voorziening

2017

2018

2019

2020

Loonkostensubsidie wettelijk

48.757

107.531

143.634

192.714

Totaal

48.757

107.531

143.634

192.714

Inburgering Daarnaast wordt de re-integratie van statushouders (deels) betaald vanuit inburgering. Dit betreft bijvoorbeeld de kosten voor een re-integratieconsulent die specifiek wordt ingezet voor statushouders. De kosten zijn circa 75.000 euro op jaarbasis. Kosteneffectiviteit Voor alle voorzieningen tezamen De totale kosten in de periode 2017 – 2020 zijn circa 3,9 miljoen euro. De kosten voor de wettelijke loonkostensubsidies hebben we daarbij niet meegenomen. Deze kosten gaan immers pas lopen op het moment dat iemand wordt geplaatst op een baan met LKS en zijn bedoeld om het verschil tussen de loonkosten op minimumloonniveau en de loonwaarde van de werknemer te overbruggen. . Wel hebben we voor 2 jaar de kosten van één re-integratieconsulent voor inburgeraars/statushouders meegenomen in deze totale kosten voor re-integratie. Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

66

De indirecte kosten (leiding, staf en andere overhead) zijn niet meegenomen in deze kosten. Voor deze 3,9 miljoen euro zijn in de periode 2017 – 2020 ongeveer 1.650 keer een reintegratievoorziening ingezet. Dit levert gemiddelde kosten per inzet van een voorziening op van bijna 2.400 euro. Veel mensen hebben meer dan één voorziening gehad. Het aantal personen waarover het gaat ligt rond op iets meer dan 660. De gemiddelde kosten per bereikte persoon zijn daarmee bijna 5.900 euro. De ingezette voorzieningen blijken in bepaalde mate het beoogde resultaat te realiseren, te weten: - Het heeft voor 247 personen geleid tot het vinden van één of meer betaalde baan - Het heeft voor 319 personen geleid tot minimaal één uitstroom uit de uitkering - Het heeft 222 keer geleid tot een opwaartse beweging op de participatieladder - Het heeft 438 keer geleid tot minstens één van bovenstaande resultaten Dit leidt tot de volgende kosten per bruto effectieve toepassing van voorzieningen: Kosten per persoon: die één of meer betaalde baan vindt die één of meer keer uitstroomt uit de uitkering die één of meer keer opwaarts beweegt participatieladder waarvoor één van deze resultaten is bereikt

Euro 15.800 12.200 17.600 8.900

Samenvatting voor alle re-integratievoorzieningen tezamen: Kosten per: Toepassing voorziening Persoon met voorzieningen Bruto effectieve toepassing – betaalde baan Bruto effectieve toepassing – uitstroom uitkering Bruto effectieve toepassing – stijging participatieladder Bruto effectieve toepassing – ten minste één resultaat

Euro 2.400 5.900 15.800 12.200 17.600 8.900

Omdat de netto effectiviteit van voorzieningen alleen ten opzichte van elkaar en indicatief kan worden bepaald, is afgezien van een berekening van de kosten per netto effectieve toepassing van voorzieningen. Per type voorziening Dezelfde soort cijfers als hierboven voor het totaal aan voorzieningen zijn ook per type voorziening samengesteld. De toerekening is niet helemaal zuiver omdat er niet altijd een perfecte aansluiting te maken is tussen de toepassingen van de voorzieningen en de kosten die daar bij horen. De onderstaande tabel moet dan ook als indicatief worden gezien. Een nog nauwkeurigere meting vraagt een verdere verdiepingsslag die binnen de kaders van dit onderzoek niet mogelijk was. Bij begeleiding door een re-integratieconsulent zijn de volgende typen voorzieningen (gehanteerd in de hoofdstukken 3, 4 en 5 van dit rapport) meegenomen: begeleiding door reintegratiemedewerker, begeleiding naar werk, begeleiding naar vrijwilligerswerk, inburgering, Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

67

inloopspreekuur, jobcoaching, nazorg en tegenprestatie. Dit zijn allemaal voorzieningen die vrijwel altijd worden uitgevoerd door eigen of ingehuurd personeel van de ABG-organisatie. Bij begeleiding door derden zijn meegenomen: gesubsidieerd werk, werkervaring en sociale activering. De totaalregel geeft de gemiddelde kosten per toepassing en per bruto effectieve toepassing voor alle voorzieningen gezamenlijk weer (zie ook hierboven). Dit geeft een goede indicatie omdat hier elk bruto effect één keer is meegerekend. Omdat mensen meer dan één voorziening kunnen hebben gehad, wordt een eventueel bereikt bruto effect bij de verschillende voorzieningen meegenomen waardoor sprake is van dubbeltellingen. Hierdoor worden de gemiddelde kosten per bruto effectieve toepassing bij de verschillende voorzieningen te laag ingeschat. Het geeft echter wel een indicatie van onderlinge verhoudingen van de gemiddelde kosten van de verschillende voorzieningen. Bij de kosten per toepassing in de tweede kolom speelt dit niet. De kosten per toepassing geeft dus een redelijk zuiver beeld van de kosten per voorziening. Gemiddelde kosten per: Toepassing B-baan B-uitstroom Totaal Begeleiding re-integratieconsulent Groeituin Begeleiding door derden (extern) Kinderopvang/onkostenvergoeding Scholing Zorg / hulpverl Diagnose/Onderzoek

B-pladder

B-één

2.400 2.200 6.300 3.100 1.600 1.600

15.800 5.500 21.300 6.800 3.800 3.700

12.200 4.900 22.300 6.600 3.800 3.000

17.600 5.900 12.400 6.800 3.200 3.300

8.900 3.300 8.900 4.500 2.200 2.200

900

4.300

3.100

3.200

1.800

Toelichting: B-baan= betaalde baan gevonden tijdens of na voorziening; B-uitstroom: uitgestroomd uit uitkering tijdens of na voorziening; B-pladder: gestegen op participatieladder tijdens of na de voorziening; B-één: minimaal één van de drie voorgaande bruto effecten is opgetreden tijdens of na de voorziening.

De groeituin en de begeleiding door derden zijn relatief dure voorzieningen. Dit geldt vooral voor de groeituin. Dit geldt voor de gemiddelde kosten per toepassing van de voorziening, maar ook per bruto effectieve toepassing van de voorziening. De groeituin heeft echter ook andere effecten: klanten die geen stappen maken hebben wel een zinvolle dagbesteding en er wordt voedsel voor de voedselbank verbouwd. Verder kan deelname aan de groeituin leiden tot besparingen op andere maatschappelijke kosten (zorg, bestrijding vandalisme en criminaliteit, etc.). Of dit ook voor de groeituin zo is, kan binnen dit onderzoek niet worden vastgesteld. De begeleiding door een re-integratiemedewerker kost ongeveer 2.200 euro per casus. De gemiddelde kosten per bruto effectieve toepassing varieert van 4.900 euro (per uitstromer uit de uitkering) tot 5.900 euro (per opwaartse beweging op de werkladder). Diagnose/onderzoek is relatief goedkoop per toepassing van de voorziening. Maar omdat deze voorziening op zichzelf een relatief lage bruto effectiviteit kent, zijn de kosten per bruto

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

68

effectieve toepassing vergelijkbaar met die voor kinderopvang/onkostenvergoeding en scholing.

Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021

69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10264554/1