ap 5 memo artikel 213a onderzoek effectiviteit re-integratievoorzieningen Participatiewet
Tekst van het document
MEMO -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan
raadscommissie Samenleving
Van
college van burgemeester en wethouders
Onderwerp
artikel 213a onderzoek effectiviteit re-integratievoorzieningen Participatiewet
Datum
8 juni 2021
Zaak Green Valley
345582
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Doel van het onderzoek Oktober 2020 heeft het gemeentebestuur de behoefte geuit om meer inzicht te krijgen in bestedingen van re-integratiemiddelen en de effecten van de re-integratievoorzieningen (ook reintegratie instrumenten genoemd). In de opdracht vanuit het art. 213a onderzoek is het doel als volgt geformuleerd: Inzicht verkrijgen in de mate waarin de gebruikte re-integratie instrumenten in de bijstand als doeltreffend en doelmatig zijn aan te merken. Het onderzoek richt zich op: a. De mate waarin de inzet van re-integratie instrumenten per doelgroep bijdraagt aan het voorkomen van een langdurig beroep op de bijstand; b. De mate waarin de instrumenten in termen van stijging op de participatieladder of mate van uitstroom uit de bijstand bijdragen aan de realisatie van de vastgestelde beleidsdoelstellingen; c. De mate waarin de kosten zich verhouden tot de stijging op de participatieladder of uitstroom uit de bijstand; d. De mate waarop de organisatie van het sociaal domein bijdraagt aan de realisatie van een succesvolle inzet van het re-integratie instrumentarium. Inleiding De gemeente Gilze en Rijen investeert veel in re-integratievoorzieningen waarmee inwoners worden ondersteund om een zinvolle dagbesteding te vinden.
Mede daarom bestaat er behoefte aan meer inzicht in de besteding van middelen en de effecten van de re-integratievoorzieningen. Het college van B&W heeft besloten tot een onderzoek als bedoeld in artikel 213a Gemeentewet. Iroko (onderzoeksbureau) en SEOR (onafhankelijk onderzoeksbureau gelieerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam) voerden samen dit onderzoek uit. De vragen van het college hebben betrekking op de beschikbaarheid en inzet van re-integratievoorzieningen, de effectiviteit en kosten van de reintegratievoorzieningen en de mate waarin de organisatie van het sociaal domein bijdraagt aan de succesvolle inzet van de voorzieningen. Aanpak onderzoek De volgende onderzoeksactiviteiten zijn verricht: de analyse van documenten en gegevens van de gemeente, de analyse van statistische gegevens van het CBS en gegevens uit het verdeelmodel Gebundelde Uitkering Participatiewet (GUP), interviews met betrokkenen - management, beleid en uitvoering - binnen de ABG-organisatie en een econometrische analyse van individuele data van inwoners van de gemeente Gilze en Rijen die sinds 2017 een bijstandsuitkering hebben ontvangen en daaraan gekoppelde micro-data van het CBS.
Algehele indruk van de onderzoekers Gilze en Rijen geeft veel aandacht aan de re-integratie van inwoners in de uitkering en investeert in voorzieningen die tot gevolg hebben dat de inwoner steeds beter wordt gekend. Dit sluit aan bij recent onderzoek dat erop wijst dat intensiever contact met de klant en aandacht voor de klant op zichzelf positieve effecten hebben op het vinden van werk en uitstroom. Het viel de onderzoekers ook in positieve zin op dat Gilze en Rijen alle benodigde data kon aanleveren. Dat is lang niet bij alle gemeenten (inclusief grote gemeenten) het geval. Dit is zowel een compliment aan de inrichters van de systemen als aan de uitvoering die de systemen vullen. De re-integratievoorzieningen zijn beschikbaar voor alle cliënten en worden ingezet waar nodig. Wel zijn er enkele specifieke voorzieningen voor mensen met arbeidsbeperking en statushouders. Vrijwel iedereen krijgt een voorziening aangeboden. Gilze en Rijen heeft een gemotiveerd en betrokken team. Er is sprake van een evenwichtig pallet aan voorzieningen, alle groepen worden bereikt. Uitkomsten op de 4 onderzoeksvragen. 1.
De mate waarin de inzet van re-integratie instrumenten per doelgroep bijdraagt aan het voorkomen van een langdurig beroep op de bijstand Er is eerst overkoepelend een analyse gemaakt van de ontwikkelingen in Gilze en Rijen ten opzichte van enkele vergelijkbare gemeenten in Noord-Brabant. De belangrijkste conclusies zijn dat: - Het in Gilze en Rijen na 2017 relatief beter gaat met de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden t.o.v. de ontwikkeling in de vergelijkingsgemeenten. - De gemeente Gilze en Rijen structureel een relatief hoog bijstandsniveau kent. Dit blijkt uit het verdeelmodel GUP. Belangrijkste reden hiervoor is dat Gilze en Rijen een hoger aandeel huishoudens (dan de vergelijkingsgemeenten) kent die op zichzelf een relatief hoge kans op bijstand hebben. - Het werkelijke aantal bijstandsuitkeringen in Gilze en Rijen is bovendien hoger dan voorspeld door het verdeelmodel GUP. Maar ook hiervoor geldt dat het verschil de laatste jaren afneemt. Deze uitkomsten wijzen er op dat de laatste jaren door de gemeente Gilze en Rijen een passende (of goede) richting is gevonden bij de ondersteuning van inwoners op het gebied van werk. In het rapport staan meerdere tabellen. Zo laat tabel S1 op pagina 7 zien wat de bruto effecten reintegratievoorzieningen (hoog, middel, laag) zijn, uitgesplitst naar baan vinden, uitstromen uit uitkering en stijgen op Participatieladder.
Een groot bruto effect op het vinden van een betaalde baan wordt bijvoorbeeld bereikt met: - Inloopspreekuur - Begeleiding naar werk - Werkervaring - Gesubsidieerd werk - Jobcoaching Over de netto effecten van re-integratievoorzieningen zegt het rapport dat de uitkomsten van econometrische analyses een indicatie geven dat de inzet van aanvullende voorzieningen een positief effect heeft op de uitstroom uit de uitkering, het vinden van een baan en een stijging op de participatieladder. Het effect op het vinden van een baan is significant en het effect op de kans op uitstroom is licht significant. Indicatief vergroot de inzet van een aanvullende voorziening de kans op het vinden van een baan met 66% en de kans op uitstroom uit de uitkering met 30%.
Omdat daarbij kanttekeningen zijn te maken, moeten de uitkomsten met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. De indicatie voor netto-effectiviteit wordt samengevat op pagina 8 van het rapport in tabel S2. Daar zien we dat de kans op een baan op positieve wijze wordt beïnvloed door: - Begeleiding naar werk - Faciliterende voorzieningen - Inloopspreekuur 2. De mate waarin de instrumenten in termen van stijging op de participatieladder of mate van uitstroom uit de bijstand bijdragen aan de realisatie van de vastgestelde beleidsdoelstellingen De laatst vastgestelde beleidsdoelstellingen van de gemeente Gilze en Rijen komen uit de nota Reintegratie en Participatie 2015: - Iedere uitkeringsgerechtigde met perspectief op werk (trede 5 of 6 op participatieladder) stroomt binnen een jaar uit naar werk. - In Gilze en Rijen is er geen werkloosheid onder jongeren. In de periode 2017 – 2020 is 50% van de klanten op trede 5 of 6 binnen een jaar nadat zij op deze trede zijn geplaatst uitgestroomd naar werk. In de onderzoeksperiode hebben 200 jongeren tot 27 jaar gedurende een kortere of langere periode een bijstandsuitkering ontvangen. Er kan dus worden geconstateerd dat beide doelstellingen niet volledig zijn gerealiseerd. Het onderzoeksbureau vraagt zich daarbij wel af hoe realistisch deze doelen waren. 3.
De mate waarin de kosten zich verhouden tot de stijging op de participatieladder of uitstroom uit de bijstand Er is een uitgebreide analyse gemaakt van de kosten van de inzet van re-integratie. Hieruit volgt een beeld, totaal en per type voorziening. Daarnaast worden kosten gemaakt voor de wettelijke loonkostensubsidies en voor inburgering. Een uitgebreide toelichting is te lezen in de rapportage. Over de gemiddelde kosten per (bruto-effectieve) toepassing voorzieningen lezen we onder andere dat de inzet van een voorziening gemiddeld bijna 2.400 euro kost. Veel mensen hebben meer dan één voorziening gehad. De gemiddelde kosten per bereikte persoon zijn bijna 5.900 euro. In de rapportage zijn meerdere tabellen opgenomen. De groeituin en de begeleiding door derden zijn relatief dure voorzieningen. Dit geldt vooral voor de groeituin. Wat betreft de groeituin moet verder worden opgemerkt dat, en dat geldt ook voor sociale activering, dat het een zinvolle dagbesteding kan geven aan mensen die geen stappen kunnen maken naar betaald werk en/of uitstroom uit de uitkering. Ook kan de groeituin een goed instrument zijn voor screening/diagnose van deelnemers voor vervolgtrajecten. Verder kunnen de activiteiten van mensen op de groeituin leiden tot besparingen op andere maatschappelijke kosten. Dit laatste is binnen dit onderzoek niet vast te stellen.
Ook moet worden bedacht dat de groeituin zich heeft doorontwikkeld en dat de aanpak de laatste paar jaar veranderd is. Dit komt mogelijk nog niet helemaal tot uiting in de resultaten van de analyses. Daaraan kan worden toegevoegd dat de groeituin ook voedsel verbouwt voor de voedselbank. Ook moet er rekening mee worden gehouden dat er ook mensen vanuit andere gemeenten of vanuit andere organisaties meedoen op de groeituin. Deze heeft het onderzoeksbureau niet kunnen meenemen in de berekening van de gemiddelde kosten per toepassing. De bevindingen van het onderzoeksbureau en de input vanuit het team re-integratie worden gebruikt om een opdracht te formuleren voor het maken van een businesscase voor de groeituin.
De begeleiding door een re-integratiemedewerker kost ongeveer 2.200 euro per toepassing. De gemiddelde kosten per bruto effectieve toepassing van deze begeleiding varieert van 4.900 euro (per uitstroom uit de uitkering) tot 5.900 euro (per opwaartse beweging op de participatieladder). Diagnose/onderzoek is relatief goedkoop per toepassing van de voorziening. Maar omdat deze voorziening op zichzelf een relatief lage bruto effectiviteit kent, zijn de kosten per bruto effectieve toepassing vergelijkbaar met die voor kinderopvang/onkostenvergoeding en scholing. 4. De mate waarop de organisatie van het sociaal domein bijdraagt aan de realisatie van een succesvolle inzet van het re-integratie instrumentarium Het onderzoeksbureau concludeert dat er sprake is van een zeer gemotiveerd en betrokken team dat het beste wil bereiken voor de inwoners van Gilze en Rijen. Er lijken organisatorisch geen grote belemmeringen te bestaan voor een succesvolle inzet van de re-integratievoorzieningen. Het onderzoeksbureau vond de volgende belangrijkste succesfactoren: Succesfactoren in relatie tot de klant - De klant (gericht en echt) aandacht geven. De klanten voelen zich gezien en gehoord. - Aansluiting tussen consulent en klant, dezelfde taal spreken als de klant. - Persoonlijk spreken van klanten, mensen goed kennen.
- Handelen vanuit het perspectief van de klant, niet eerst kijken naar de regels. Werken vanuit de bedoeling. - Maatwerk. Hierbij gaat het om maatwerk binnen zekere kaders. De een kun je drie maanden geven om zijn droombaan te vinden, bij een ander weet je al snel dat het traject dat een klant wil lopen niet realistisch is. Dan moet je gaan voor de “broodbaan”. - Uren proberen uit te breiden van mensen die in deeltijd werken en nog deels in de uitkering zitten. Succesfactoren in relatie tot team en organisatie - Samenwerken, teamwerk. Het team is een hecht team en veel stabieler dan enkele jaren geleden. De lijntjes zijn kort en er wordt goed geschakeld. - Samenwerken en afstemmen bestuur / beleid / uitvoering. - Samenwerken met voorliggende voorzieningen. - De mensen in de uitvoering. Succesfactoren in relatie tot voorzieningen: - Trainingen aanbieden (sollicitatievaardigheden, sociale vaardigheden, etc.). - Specifieke instrumenten. - Vinden juiste mogelijkheden bij werkgevers. - Grote werkgevers die open staan voor de doelgroep. - Gebruik van effectiviteitskaarten in de uitvoering. Welk proces volgden we tot nu toe? De eindrapportage is gepresenteerd aan het college van B&W en daarna aan het team re-integratie. De reacties zijn besproken in de ambtelijke begeleidingsgroep en naast de aanbevelingen uit de eindrapportage gelegd.
Vervolgens is er een verbeterplan opgesteld waarin een aantal acties is opgenomen.
Welke verbeteracties stellen we voor? Actie 1. Versterken van de beleidscyclus
2. Implementeren Social Return On Investment (SROI)
3. Doorontwikkelen Groeituin
4. Doorontwikkelen interne samenwerking
Reden Gebleken is dat de cyclus van politieke ambities >beleidskeuzes ->operationele doelen, alsmede het monitoren op deze doelen, versterkt moet worden. Het beleid ten aanzien van SROI, alsmede de praktijk om dit optimaal in aanbestedingen op te nemen, is als verbeterpunt uit het onderzoek naar voren gekomen. De Groeituin wordt door velen, zowel politiek, ambtelijk als de Iroko-onderzoekers, gewaardeerd vanwege de belangrijke dienstverlening voor een zeer kwetsbare doelgroep. Puur kijkend naar de uitstroom-effecten laat het een achterblijvend beeld zien ten opzichte van de andere reintegratie tools. De Groeituin zorgt echter voor groei op de treden en draagt dus indirect bij aan uitstroom; deze indirecte effecten zijn niet verwerkt in de onderzoeksresultaten. In de samenwerking tussen de beleidsafdeling, management en uitvoering is verbetering mogelijk. Dit geldt ook voor de samenwerking met externe partners waardoor meer mogelijkheden gecreëerd kunnen worden bij lokale werkgevers.
Hoe Verder stroomlijnen proces van beleidsvorming en –uitvoering, inclusief PDCA en budgetbeheer. Output: concrete lijn voor 2021 e.v. In kaart brengen huidige en gewenste situatie. Gewenste situatie GR breed (en later ABG breed) implementeren in aanbestedingsproces. Doorontwikkelen Groeituin, gericht op een duidelijke doelstelling en focus (business case) inclusief vergroting effectiviteit.
onderzoek + besluitvorming over de best passende samenwerkingsconstructie. Parallel daaraan: aanbestedingstraject opbouwen en versterken van lokaal netwerk aan werkgevers.
Effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen
Eindrapport
Opdrachtgever: Gemeente Gilze en Rijen
Peter van Nes (Iroko) Elisa de Vleeschouwer (SEOR) Kees Zandvliet (SEOR)
15 april 2021
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
1
Inhoudsopgave Managementsamenvatting.................................................................................................. 4 1
2
3
4
5
6
7
Inleiding, doelstelling, vraagstelling en resultaat ............................................................13 1.1
Inleiding..................................................................................................................13
1.2
Doelstelling ............................................................................................................13
1.3
Vraagstelling ..........................................................................................................13
1.4
Leeswijzer ..............................................................................................................14
1.5
Aanpak ...................................................................................................................15
Beleid en beschikbare re-integratievoorzieningen .........................................................16 2.1
Inleiding..................................................................................................................16
2.2
Het beleid van de gemeente en beschikbare voorzieningen ...................................16
2.3
Beschikbare voorzieningen, totaal en per doelgroep ..............................................19
2.4
Inkoop voorzieningen .............................................................................................19
2.5
Belangrijke veranderingen in de beschikbare voorzieningen ..................................20
2.6
Welke typen voorzieningen worden gemist? ..........................................................21
Mate van inzet van de voorzieningen ............................................................................22 3.1
Inleiding..................................................................................................................22
3.2
Inzet van voorzieningen op basis van de registratie in de Suite..............................22
3.3
Beeld vanuit de interviews ......................................................................................23
3.4
Inzet voorzieningen per deelgroep .........................................................................23
Bruto effecten van de re-integratievoorzieningen ..........................................................26 4.1
Inleiding..................................................................................................................26
4.2
Ontwikkelingen Gilze en Rijen versus ontwikkelingen in vergelijkbare gemeenten .26
4.3
Doelen Nota Re-integratie & Participatie 2015 .......................................................27
4.4
Bruto effecten re-integratievoorzieningen ...............................................................27
4.5
Samenvatting .........................................................................................................32
Netto effectiviteit re-integratievoorzieningen ..................................................................34 5.1
Inleiding..................................................................................................................34
5.2
Netto effectiviteit volgens uitvoerders .....................................................................34
5.3
Netto effectiviteit volgens de analyses....................................................................35
Kosten van re-integratie ................................................................................................38 6.1
Inleiding..................................................................................................................38
6.2
Kennis over kosten bij consulenten ........................................................................38
6.3
Totaalbeeld kosten (2017 – 2020) ..........................................................................39
6.4
Kosteneffectiviteit ...................................................................................................40
Succesfactoren en organisatie uitvoering ......................................................................43
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
2
7.1
Succesfactoren ......................................................................................................43
7.2 Bijdrage organisatie uitvoering Sociaal Domein aan succesvolle inzet reintegratievoorzieningen .....................................................................................................43 7.3
Verbeterpunten ......................................................................................................44
Bijlage 1: Re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen, doel en doelgroep .............47 Bijlage 2: Ontwikkelingen gemeente Gilze en Rijen vergeleken............................................50 Bijlage 3: Bruto-effectiviteit ...................................................................................................56 Bijlage 4: Analyses netto-effectiviteit ....................................................................................57 Bijlage 5: Kosten re-integratie gemeente Gilze en Rijen .......................................................62
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
3
Managementsamenvatting Inleiding De gemeente Gilze en Rijen investeert veel in re-integratievoorzieningen waarmee inwoners worden ondersteund om een zinvolle dagbesteding te vinden. Mede daarom bestaat er behoefte aan meer inzicht in de besteding van middelen en de effecten van de reintegratievoorzieningen. Het college van B&W heeft besloten tot een onderzoek als bedoeld in artikel 213a Gemeentewet. Iroko en SEOR hebben het onderzoek uitgevoerd. De vragen van het college hebben kort gezegd betrekking op de beschikbaarheid en inzet van reintegratievoorzieningen, de effectiviteit en kosten van de re-integratievoorzieningen en de mate waarin de organisatie van het sociaal domein bijdraagt aan de succesvolle inzet van de voorzieningen. Aanpak onderzoek De volgende onderzoeksactiviteiten zijn verricht: de analyse van documenten en gegevens van de gemeente, de analyse van statistische gegevens van het CBS en gegevens uit het verdeelmodel Gebundelde Uitkering Participatiewet (GUP), interviews met betrokkenen management, beleid en uitvoering - binnen de ABG-organisatie en een econometrische analyse van individuele data van inwoners van de gemeente Gilze en Rijen die sinds 2017 een bijstandsuitkering hebben ontvangen en daaraan gekoppelde micro-data van het CBS. Leeswijzer samenvatting In deze samenvatting ligt de focus op het geven van korte antwoorden op de onderzoeksvragen.
Vraag: Welke re-integratievoorzieningen zijn beschikbaar per doelgroep? De nota Re-integratie en Participatie 2015 van de gemeente Gilze en Rijen geeft de uitgangspunten en doelen voor de re-integratie van mensen met een bijstandsuitkering. In de uitvoering wordt aangegeven dat duidelijke operationele doelstellingen of targets ontbreken. Het aanbod van re-integratievoorzieningen van de gemeente Gilze en Rijen is weergegeven in de Verzamelbeleidsregels 2019. a. S De Verzamelbeleidsregels 2019 benoemt 16 b. Bemiddeling naar voorzieningen (zie hiernaast) en de voorwaarden maatschappelijke participatie voor toepassing, het doel en de doelgroep per c. Scholing voorziening worden weergegeven. d. Werkervaringsplaats De doelgroep van de voorziening wordt meestal e. Proefplaatsing niet gedefinieerd in termen van kenmerken als f. Beschut werk leeftijd, opleidingsniveau en/of g. Persoonlijke ondersteuning of jobcoach migratieachtergrond. Doorslaggevend is of een h. Participatieplaats klant de voorziening nodig heeft om stappen op de i. Sociale activering participatieladder te maken dan wel (duurzaam) j. Nazorg werk te vinden en uit te stromen uit de uitkering. Er k. Loonkostensubsidie bestaan wel enkele specifieke voorzieningen voor l. Stimuleringspremie mensen met een arbeidsbeperking en regionaal m. Flex-constructie voor statushouders en jongeren. n. Werkplekaanpassingen o.
Onkostenvergoeding p. Vergoeding voor kosten van kinderopvang
De re-integratieconsulenten zijn wel naar deelgroep georganiseerd: jongeren,
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
4
statushouders, 27-plus en Talent2Work (gericht op matching en dienstverlening aan werkgevers). Door de re-integratieconsulenten wordt aangegeven dat instrumenten worden gemist waarbij de consulent de klanten zeer regelmatig ziet en ontmoet (zoals bij de werkstraat het geval was). Ook voorzieningen gericht op sporten/lichaamsbeweging worden gemist. Verder zouden consulenten graag zien dat er meer en meer verschillende typen lokale werkgevers zijn waar kandidaten snel kunnen worden geplaatst op een werkervaringsplaats of proefplaatsing. Vraag: in welke mate worden deze voorzieningen ingezet, totaal en per doelgroep?1 Volgens de registratie van de gemeente Gilze en Rijen zijn in de periode 2017 – 2020 de volgende voorzieningen het meest ingezet: begeleiding door re-integratiemedewerker, begeleiding naar werk, begeleiding naar vrijwilligerswerk, sociale activering, faciliterende voorzieningen (onkostenvergoedingen, kinderopvang, etc.) en inburgeringsvoorzieningen. Naast re-integratievoorzieningen worden voor inwoners in de doelgroep Participatiewet ook in toenemende mate zorgtrajecten ingezet. In de tijd gezien neemt vooral de inzet van begeleiding naar werk, de begeleiding naar vrijwilligerswerk, gesubsidieerd werk, diagnose/onderzoek, scholing, jobcoaching en nazorg toe.
Naar deelgroep blijkt onder andere dat: - Voor inwoners tot en met 55 jaar relatief vaak een voorziening wordt ingezet. Inwoners ouder dan 55 jaar krijgen minder vaak een voorziening en er wordt bij deze deelgroep minder vaak ingezet op betaald werk en meer op vrijwilligerswerk. - Mensen met een migratieachtergrond hebben relatief vaak een voorziening (vooral inburgering en begeleiding re-integratiemedewerker). - Het type activiteit sluit aan bij trede op de participatieladder: begeleiding naar werk vooral vanaf trede 4, sociale activering vaker voor trede 3/4, groeituin voor trede 4, etcetera. Inwoners op lagere tredes krijgen vaker begeleiding van een reintegratiemedewerker en meer zorgtrajecten - Voor inwoners die langer in de uitkering verblijven, worden wat vaker voorzieningen ingezet (vooral sociale activering, begeleiding door re-integratiemedewerker en begeleiding naar vrijwilligerswerk).
Vraag: wat is de effectiviteit van de voorzieningen in termen van vinden van betaald werk, uitstroom uit de uitkering en stijging op de participatieladder? Specifieke artikel 213a onderzoeksvragen: - De mate waarin de inzet van re-integratieinstrumenten per doelgroep bijdraagt aan het voorkomen van een langdurig beroep op de bijstand; - De mate waarin de instrumenten in termen van stijging op de participatieladder of mate van uitstroom uit de bijstand bijdragen aan de realisatie van de vastgestelde beleidsdoelstellingen.
1 Bij de analyses van de inzet en de effectiviteit van de voorzieningen zijn inwoners die in 2020 Tozo hebben
aangevraagd buiten beschouwing gelaten. Voor hen zijn nauwelijks voorzieningen ingezet en zij hebben beroep gedaan op tijdelijke ondersteuning vanwege Covid-19.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
5
Ontwikkelingen Gilze en Rijen in perspectief Er is eerst overkoepelend een analyse gemaakt van de ontwikkelingen in Gilze en Rijen ten opzichte van enkele vergelijkbare gemeenten in Noord-Brabant. De belangrijkste conclusies zijn dat: - Het in Gilze en Rijen na 2017 relatief beter gaat met de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden t.o.v. de ontwikkeling in de vergelijkingsgemeenten. - De gemeente Gilze en Rijen structureel een relatief hoog bijstandsniveau kent. Dit blijkt uit het verdeelmodel GUP. Belangrijkste reden hiervoor is dat Gilze en Rijen een hoger aandeel huishoudens (dan de vergelijkingsgemeenten) kent die op zichzelf een relatief hoge kans op bijstand hebben. - Het werkelijke aantal bijstandsuitkeringen in Gilze en Rijen is bovendien hoger dan voorspeld door het verdeelmodel GUP. Maar ook hiervoor geldt dat het verschil de laatste jaren afneemt. Deze uitkomsten wijzen er op dat de laatste jaren door de gemeente Gilze en Rijen een passende (of goede) richting is gevonden bij de ondersteuning van inwoners op het gebied van werk. Dit blijkt ook uit een cijfermatige vingeroefening in het kader van de ‘regionale bundeling middelen’. Hieruit blijkt dat het aantal plaatsingen van inwoners uit Gilze en Rijen uitgedrukt als percentage van het aantal uitkeringsgerechtigden in 2020 hoog is ten opzichte van andere gemeenten in de arbeidsmarktregio.
Bruto effecten van re-integratievoorzieningen Bruto effecten: in hoeverre inwoners tijdens of na de inzet van een re-integratievoorziening betaald werk hebben gevonden, uit de uitkering zijn gestroomd en/of gestegen zijn op de participatieladder. De vastgestelde beleidsdoelstellingen van de gemeente Gilze en Rijen zijn niet meteen duidelijk. De nota Re-integratie en Participatie 2015 geeft vier doelen, waarvan er twee geen doel zijn maar een middel. Blijven over als doelen: - Iedere uitkeringsgerechtigde met perspectief op werk (trede 5 of 6 op participatieladder) stroomt binnen een jaar uit naar werk. - In Gilze en Rijen is er geen werkloosheid onder jongeren. In de periode 2017 – 2020 is 50% van de klanten op trede 5 of 6 binnen een jaar nadat zij op deze trede zijn geplaatst uitgestroomd naar werk. In de onderzoeksperiode hebben 200 jongeren tot 27 jaar gedurende een kortere of langere periode een bijstandsuitkering ontvangen. Er kan dus worden geconstateerd dat beide doelstellingen niet volledig zijn gerealiseerd. De vraag kan overigens worden gesteld hoe realistisch de doelen waren. Bij de bruto effecten van de inzet van de voorzieningen (zie tabel S1) is het volgende vast te stellen: - Het percentage klanten dat tijdens of na de inzet van de voorziening betaald werk vindt is relatief hoog (hoger dan 50%) voor inloopspreekuur, begeleiding naar werk en werkervaring.
Deze voorzieningen worden ook vooral ingezet voor klanten die al dichter tegen de arbeidsmarkt aan zitten. - Deze voorzieningen kennen ook een relatief hoog percentage klanten dat uitstroomt uit de uitkering.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
6
-
-
Gesubsidieerd werk en jobcoaching kennen ook relatief hoge percentages baanvinders en uitstroom uit de uitkering: bij beide voorzieningen is vrijwel per definitie sprake van een baan en dus vaak van uitstroom uit de uitkering. Het bruto effect van scholing is bij uitstroom uit de uitkering hoger dan bij het vinden van betaald werk. Voorzieningen als de groeituin, inburgering en sociale activering (met relatief kleine bruto effecten wat betreft baan vinden en uitstroom uit de uitkering) leiden er wel relatief vaak toe dat mensen een opwaartse beweging maken op de Participatieladder. Deze voorzieningen hebben dus in relatief veel gevallen het beoogde resultaat.
Tabel S1 Groot bruto effect
Bruto effecten re-integratievoorzieningen (hoog, middel, laag) uitgesplitst naar baan vinden, uitstromen uit uitkering en stijgen op Participatieladder Betaalde baan Inloopspreekuur Begeleiding naar werk Werkervaring Gesubsidieerd werk Jobcoaching
Middengroep
Faciliterende voorzieningen Scholing Sociale activering
Klein bruto effect
Begeleiding vrijwilligerswerk Begeleiding re-integratiemdw Groeituin Inburgering
Uitstroom uitkering Inloopspreekuur Begeleiding naar werk Werkervaring Scholing Gesubsidieerd werk Jobcoaching Begeleiding re-integratiemdw Faciliterende voorzieningen Sociale activering Begeleiding vrijwilligerswerk Groeituin Inburgering
Stijging Participatieladder Nazorg Groeituin Gesubsidieerd werk Inburgering Sociale activering Faciliterende voorzieningen Begeleiding naar werk Jobcoaching Scholing Tegenprestatie Werkervaring Begeleiding vrijwiliigerswerk Begeleiding re-integratiemdw Diagnose/onderzoek Inloopspreekuur Zorgtrajecten
Netto-effecten van re-integratievoorzieningen Netto effecten: de mate waarin de bruto effecten dankzij de inzet van de voorziening zijn gerealiseerd. Er zijn econometrische analyses uitgevoerd op (anonieme) individuele data die door het CBS zijn gekoppeld met micro data van het CBS. Omdat bijna iedereen een re-integratievoorziening krijgt en vooral begeleiding door een reintegratiemedewerker, zijn de analyses uitgevoerd zonder de begeleiding door een reintegratiemedewerker en zorgtrajecten. We onderscheiden daarbij klanten die een aanvullende voorziening hebben gekregen t.o.v. begeleiding door een reintegratiemedewerker en/of een zorgtraject. De uitkomsten geven een indicatie dat de inzet van aanvullende voorzieningen een positief effect heeft op de uitstroom uit de uitkering, het vinden van een baan en een stijging op de participatieladder. Het effect op het vinden van een baan is significant en het effect op de kans op uitstroom is licht significant. Indicatief vergroot de inzet van een aanvullende voorziening de kans op het vinden van een baan met 66% en de kans op uitstroom uit de uitkering met 30%2. Omdat daarbij kanttekeningen zijn te maken, moeten de uitkomsten met de nodige voorzichtigheid worden geinterpreteerd.
2 Hierbij moet worden bedacht dat de kans op uitstroom uit de uitkering niet zo hoog is. Wanneer de ‘normale’ kans
op uitstroom bijvoorbeeld 25% zou zijn, betekent de factor 1,30 dat de kans met de inzet van een aanvullende
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
7
Vervolgens zijn de verschillende aanvullende voorzieningen met elkaar vergeleken.3 Ook deze uitkomsten moeten als indicatief worden gezien. Uit tabel S2 komt naar voren dat begeleiding naar werk, faciliterende voorzieningen (zoals kinderopvang en onkostenvergoedingen) en het inloopspreekuur, gecorrigeerd voor kenmerken van de inwoners, de meeste kans geven op het vinden van een baan. Begeleiding naar werk, scholing en het inloopspreekuur geven de meeste kans op uitstroom uit de uitkering. De groeituin lijkt juist een negatief effect te hebben op het vinden van een baan. Dit effect is echter licht significant. Sociale activering vergroot de kans van een stijging op de participatieladder. Inburgering en scholing hebben eveneens een positief effect op de kans om te stijgen op de participatieladder. Deze uitkomsten corresponderen in het algemeen vrij goed met de weergegeven verschillen in bruto-effecten van de verschillende voorzieningen. Wat betreft de groeituin moet verder worden opgemerkt dat, en dat geldt ook voor sociale activering, dat het een zinvolle dagbesteding kan geven aan mensen die geen stappen kunnen maken naar betaald werk en/of uitstroom uit de uitkering. Ook kan de groeituin een goed instrument zijn voor screening/diagnose van deelnemers voor vervolgtrajecten.
Verder kunnen de activiteiten van mensen op de groeituin leiden tot besparingen op andere maatschappelijke kosten. Dit laatste is binnen dit onderzoek niet vast te stellen. Ook moet worden bedacht dat de groeituin zich heeft doorontwikkeld en dat de aanpak de laatste paar jaar veranderd is. Dit komt mogelijk nog niet helemaal tot uiting in de resultaten van de analyses. Tabel S2
Indicatie voor netto-effectiviteit van de verschillende voorzieningen Kans op het vinden van een baan
Kans op uitstroom uit de uitkering
Begeleiding naar vrijwilligerswerk Begeleiding naar werk
+
+
Faciliterende voorzieningen
+
Voorziening
Kans op stijging participatieladder
Groeituin Inburgering
(-) +
Inloopspreekuur
+
Scholing
+
Sociale activering
+
+ +
Werkervaring + en - is significant op 5%-niveau, (+) en (-) is significant op 10%-niveau
voorziening ongeveer 33% (1,30 maal 25%) is. Een toename van 8 procentpunten. De normale kans op het vinden van een baan is voor mensen in de bijstand veelal nog lager dan de kans op uitstroom. 3 Met uitzondering van loonkostensubsidie en jobcoaching, omdat dit per definitie wordt gecombineerd met een
baan
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
8
Vraag: Wat zijn de kosten voor de inzet van deze voorzieningen, totaal en per doelgroep? Specifieke artikel 213a onderzoeksvraag: - De mate waarin de kosten zich verhouden tot de stijging op de participatieladder of uitstroom uit de bijstand. Kosten Er is een uitgebreide analyse gemaakt van de kosten van de inzet van re-integratie. Hieruit komt een volgend beeld, totaal en per type voorziening: Type voorziening
2017
2018
2019
2020
Begeleiding re-integratieconsulent ABG De groeituin Begeleiding door derden (extern) Onkostenvergoeding Scholing - extern Diagnose/onderzoek - extern Kinderopvang Niet-wettelijke loonkostensubsidie Overige Algemene kosten (438900) Regionale samenwerking
390.836 102.097 174.205 45.425 15.619 4.837 1.347 12.197 1.080 50.023 15.297
509.981 106.271 123.834 39.471 22.598 16.871 9.789 12.703 2.216 34.358 0
583.161 119.463 232.173 35.801 19.545 27.021 12.215 0 3.153 28.374 31.976
548.339 119.018 179.001 16.359 5.747 25.192 4.923 0 606 32.434 39.216
Totaal
812.963
878.092
1.092.882
970.835
Daarnaast worden kosten gemaakt voor de wettelijke loonkostensubsidies en voor inburgering. De kosten van de inzet van één re-integratieconsulent statushouders wordt bijvoorbeeld bekostigd uit de inburgeringsbudgetten. Gemiddelde kosten per (bruto-effectieve) toepassing voorzieningen De inzet van een voorziening kost gemiddeld bijna 2.400 euro. Veel mensen hebben meer dan één voorziening gehad. De gemiddelde kosten per bereikte persoon zijn bijna 5.900 euro. Uit het voorafgaande blijkt in welke mate tijdens of na de inzet van een voorziening het beoogde resultaat wordt gerealiseerd. Onderstaande tabel geeft de kosten per bruto effectieve toepassing van voorzieningen. Gemiddelde kosten per persoon: die één of meer betaalde baan vindt die één of meer keer uitstroomt uit de uitkering die één of meer keer opwaarts beweegt participatieladder waarvoor tenminste één van deze resultaten is bereikt
Euro 15.800 12.200 17.600 8.900
Omdat de netto effecten alleen indicatief kunnen worden bepaald, is ervan afgezien om berekeningen te maken van de gemiddelde kosten per netto effectieve toepassing van voorzieningen. Per type voorziening De volgende tabel geeft dezelfde informatie per type voorziening. Wanneer mensen meer dan één voorziening hebben gehad, wordt het eventuele bruto effect bij elke ingezette voorziening meegenomen waardoor sprake is van dubbeltellingen. Hierdoor worden de gemiddelde kosten per bruto effectieve toepassing van de verschillende voorzieningen te Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
9
laag ingeschat. Het geeft echter wel een indicatie van onderlinge verhoudingen van de gemiddelde kosten van de verschillende voorzieningen. Gemiddelde kosten per: Toepassing B-baan B-uitstroom Begeleiding re-integratieconsulent Groeituin Begeleiding door derden (extern) Kinderopvang/onkostenvergoeding Scholing Diagnose/Onderzoek
2.200 6.300 3.100 1.600 1.600 900
5.500 21.300 6.800 3.800 3.700 4.300
4.900 22.300 6.600 3.800 3.000 3.100
B-pladder
B-één
5.900 12.400 6.800 3.200 3.300 3.200
3.300 8.900 4.500 2.200 2.200 1.800
B-baan= betaalde baan gevonden tijdens of na voorziening B-uitstroom: uitgestroomd uit uitkering tijdens of na voorziening B-pladder: gestegen op participatieladder tijdens of na de voorziening B-één: minimaal één van de drie voorgaande bruto effecten is opgetreden tijdens of na de voorziening
De groeituin en de begeleiding door derden zijn relatief dure voorzieningen. Dit geldt vooral voor de groeituin. Hiervoor verwijzen we naar de kanttekeningen die we eerder hebben gemaakt ten aanzien van de groeituin. Daaraan kan worden toegevoegd dat de groeituin ook voedsel verbouwt voor de voedselbank. Ook moet er rekening mee worden gehouden dat er ook mensen vanuit andere gemeenten of vanuit andere organisaties meedoen op de groeituin. Deze hebben we niet kunnen meenemen in de berekening van de gemiddelde kosten per toepassing. De begeleiding door een re-integratiemedewerker kost ongeveer 2.200 euro per toepassing. De gemiddelde kosten per bruto effectieve toepassing van deze begeleiding varieert van 4.900 euro (per uitstroom uit de uitkering) tot 5.900 euro (per opwaartse beweging op de werkladder). Diagnose/onderzoek is relatief goedkoop per toepassing van de voorziening. Maar omdat deze voorziening op zichzelf een relatief lage bruto effectiviteit kent, zijn de kosten per bruto effectieve toepassing vergelijkbaar met die voor kinderopvang/onkostenvergoeding en scholing. Vraag: In welke mate draagt de organisatie van het sociaal domein bij aan de realisatie van een succesvolle inzet van het re-integratieinstrumentarium? Ons beeld is dat er sprake is van een zeer gemotiveerd en betrokken team dat het beste wil bereiken voor de inwoners van Gilze en Rijen.
Er lijken organisatorisch geen grote belemmeringen te bestaan voor een succesvolle inzet van de re-integratievoorzieningen. Of het moet de volgens sommige betrokkenen beperkte formatie aan re-integratieconsulenten zijn. Wij vinden de caseloads van de consulenten die voor Gilze en Rijen werken in vergelijking met andere gemeenten niet extreem hoog. Dat wil echter niet zeggen dat alle klanten in de caseload intensief kunnen worden begeleid en ondersteund. Hierin moeten bewuste keuzes worden gemaakt en dat gebeurt ook. Maar er worden natuurlijk wel verbeterpunten genoemd in relatie tot sturing en kaders (geef ons duidelijke doelstellingen zodat verwachtingen bekend zijn), tot team, samenwerking (tussen re-integratieconsulenten en Talent2Work) en formatie en samenwerking tussen bestuur, management, beleid en uitvoering. Met name wordt genoemd de wisselwerking tussen wethouders die bedrijven bezoeken en de uitvoering. Wethouders kunnen voor de uitvoering deuren openen bij werkgevers. Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
10
Omdat het bestand uitkeringsgerechtigden de laatste jaren van samenstelling is veranderd zal er een verschuiving in de inzet tussen voorzieningen plaatsvinden. Sommige voorzieningen zullen vaker worden ingezet en andere voorzieningen minder. Het pallet aan voorziening voldoet echter grotendeels volgens de meeste betrokkenen. Eerder is al aangegeven wat de re-integratieconsulenten missen. Vraag: wat adviseren de adviseurs/onderzoekers ten aanzien van voortzetting of aanvulling van voorzieningen om tot een effectief dekkend palet te komen? Gezien de uitkomsten van dit onderzoek adviseren wij om geen acute of grote veranderingen aan te brengen in de inzet van re-integratievoorzieningen. Het palet aan reintegratievoorzieningen lijkt ons evenwichtig, vrijwel alle deelgroepen in het bijstandsbestand worden bereikt (dat is lang niet in alle gemeenten het geval) en de resultaten in Gilze en Rijen zijn de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd. Dit laatste blijkt uit het feit dat na 2017 de ontwikkeling van het bijstandsbestand in Gilze en Rijen relatief gunstig afsteekt ten opzichte van vergelijkbare gemeenten in Noord-Brabant. Ook het (nadelige) verschil tussen het werkelijke bijstandsniveau in Gilze en Rijen en het voorspelde niveau in het verdeelmodel GUP wordt de laatste jaren kleiner.
De uitstroom uit de bijstand is in 2018, 2019 en 2020 groter geweest dan de instroom (exclusief Tozo in 2020). Na 2017 zijn bijvoorbeeld de groeituin en kringloopwinkel La Poubelle gestart, zijn de consulenten per deelgroep georganiseerd en is de regionale samenwerking beter gaan lopen. Dit alles zou bijgedragen kunnen hebben aan de geconstateerde omslag. Ook lijken de voorzieningen te leiden tot de bruto effecten die worden beoogd: er zijn enkele voorzieningen die er relatief vaak toe leiden dat mensen een baan vinden of uitstromen uit de uitkering. En er zijn enkele voorzieningen die vooral tot uitkomst hebben dat mensen een stap op de participatieladder maken. Als gemeente zou je graag willen weten of dat dan ook dankzij de voorzieningen gebeurd of dat dit anders ook zou zijn gebeurd. Deze vraag is moeilijk te beantwoorden (ook al omdat er in Gilze en Rijen weinig mensen zijn waarvoor geen voorziening is en wordt ingezet) maar de analyses hebben een aantal indicatieve uitkomsten opgeleverd. Gilze en Rijen geeft veel aandacht aan de re-integratie van inwoners in de uitkering en investeert in voorzieningen die tot gevolg hebben dat de inwoner steeds beter wordt gekend. Dit sluit aan bij recent onderzoek dat erop wijst dat intensiever contact met de klant en aandacht voor de klant op zichzelf positieve effecten hebben op werk vinden en uitstroom.
Ook daarmee lijkt Gilze en Rijen dus op een goede weg. Nog te vaak wordt in het land aangegeven dat consulenten de klanten niet kennen; in Gilze en Rijen lijkt dat veel minder het geval. Wel kan gekeken worden naar optimalisaties of doorontwikkelingen. Bij de groeituin zou bijvoorbeeld gekeken kunnen worden of er mogelijkheden zijn om de doorstroom naar een volgende stap in een traject (meer) te stimuleren. Een dergelijke voorziening kan mensen namelijk ook insluiten; wellicht dat er mensen zijn die de groeituin niet willen verlaten maar dat wel zouden kunnen. Een andere doorontwikkeling is bijvoorbeeld om een uitgebreider en meer divers netwerk op te bouwen van lokale werkgevers. Want lang niet alle baanvinders uit de bijstand gaan in de industrie of montage aan de slag. Het gaat vooral om het opbouwen en onderhouden van Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
11
structurele en duurzame relaties met lokale werkgevers. Dat zou niet volledig aan externe partijen moeten worden overgelaten. Het netwerk verdampt op het moment dat je besluit de samenwerking met de externe partij te stoppen. Talent2Work zou daar een belangrijke rol in moeten vervullen om vanuit de gemeente het netwerk de continuïteit te geven die nodig is. Daarbij kunnen bestuurders voor de uitvoering deuren openen bij werkgevers; daarvan zou volgens de uitvoering beter gebruik kunnen worden gemaakt. Ook zou Social Return (bij aanbestedingen en inkoop door de gemeente) nog kansen kunnen bieden om inwoners uit de Participatiewet werkervaring op te laten doen of aan betaald werk te helpen. Er kan ook worden gedacht aan andere invullingen van Social Return die ten goede komen aan mensen uit de doelgroep. De registratie van de inzet van voorzieningen is in Gilze en Rijen relatief goed op orde. De kwaliteit van de (anonieme) gegevens die zijn gebruikt steken in gunstige zin af tegen een aantal ervaringen in andere gemeenten.
Maar ook hier is verdere optimalisatie mogelijk: - De benaming van de voorzieningen eenduidig toepassen in de Verzamelbeleidsregels, de registratie in de Suite en de financiële administratie; - Een duidelijker onderscheid maken tussen voorziening die zijn gericht op ontwikkeling van klanten en toeleiding naar een baan en voorzieningen die per definitie inhouden dat er een baan is (beschut werk, loonkostensubsidie, jobcoaching, nazorg). Dit lijkt in de registratie nu nog enigszins door elkaar te lopen.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
12
1 Inleiding, doelstelling, vraagstelling en resultaat 1.1
Inleiding
De gemeente Gilze en Rijen heeft behoefte aan meer inzicht in de inzet van reintegratievoorzieningen, de mate waarin de beschikbare re-integratievoorzieningen de behoefte dekken en vooral de effectiviteit en kosten van de re-integratievoorzieningen. De ABG-organisatie4 heeft namens de gemeente Gilze en Rijen IROKO en SEOR (een BV van de Erasmus Universiteit Rotterdam) gevraagd een onderzoek uit te voeren dat antwoorden geeft op de vragen die de gemeente Gilze en Rijen heeft.
1.2
Doelstelling
De gemeente Gilze en Rijen streeft naar een zinvolle daginvulling voor zoveel mogelijk inwoners en streeft er naar dat iedereen meedoet. Daarbij wordt zoveel mogelijk ingezet op betaald werk. De gemeente Gilze en Rijen investeert veel in re-integratie activiteiten. Er zijn veel initiatieven en projecten waarmee inwoners ondersteund kunnen worden met het vinden van een zinvolle dagbesteding. Het bestuur van de gemeente Gilze en Rijen heeft behoefte aan meer inzicht in de besteding van de re-integratiemiddelen en de effecten van de reintegratievoorzieningen5. Door Covid-19 verwacht de gemeente een grotere aanspraak op de bijstand en daarmee een nog belangrijkere rol voor re-integratievoorzieningen. De doelstelling van het onderzoek is om via de onderzoeksresultaten bij te dragen aan een effectieve inzet van middelen en capaciteit voor een zinvolle dagbesteding van inwoners. Mede door de inzet van een samenhangend palet van re-integratievoorzieningen.
1.3
Vraagstelling
De gemeente Gilze en Rijen heeft, kort samengevat, de volgende vragen: 1. Welke re-integratievoorzieningen zijn beschikbaar per doelgroep? 2. In welke mate worden deze re-integratievoorzieningen ingezet, in termen van aantallen inwoners per doelgroep? 3. Wat zijn de kosten voor de inzet van deze voorzieningen en doelgroep? 4. Wat is de effectiviteit van de re-integratievoorzieningen en middelen in termen van: a. Stijging op de participatieladder? b. Uitstroom uit de bijstand? c. Het vinden van betaald werk, parttime of fulltime? 5. In welke mate draagt de organisatie van het sociaal domein bij aan de realisatie van een succesvolle inzet van het re-integratieinstrumentarium? 6. Wat adviseren de adviseurs/onderzoekers ten aanzien van voortzetting of aanvulling van voorzieningen om tot een effectief dekkend palet te komen? De bovenstaande vragen dekken de vragen voor het artikel 213 Gemeentewet onderzoek van de gemeente Gilze en Rijen naar re-integratieinstrumenten bijstand. Het doel van het 4 De ABG-organisatie is de ambtelijke organisatie van de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en
Rijen. 5 We gebruiken in dit rapport de termen re-integratievoorzieningen, re-integratietools en re-integratieinstrumenten als synoniemen voor elkaar.
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
13
artikel 213 onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de mate waarin de gebruikte re-integratie instrumenten in de bijstand als doeltreffend en doelmatig zijn aan te merken. Het onderzoek richt zich op: a. De mate waarin de inzet van re-integratieinstrumenten per doelgroep bijdraagt aan het voorkomen van een langdurig beroep op de bijstand; b. De mate waarin de instrumenten in termen van stijging op de participatieladder of mate van uitstroom uit de bijstand bijdragen aan de realisatie van de vastgestelde beleidsdoelstellingen; c. De mate waarin de kosten zich verhouden tot de stijging op de participatieladder of uitstroom uit de bijstand; d. De mate waarop de organisatie van het sociaal domein bijdraagt aan de realisatie van een succesvolle inzet van het re-integratieinstrumentarium. De visie op re-integratie is geen onderdeel van het onderzoek, en ook de keuze om reintegratievoorzieningen in eigen beheer uit te voeren of uit te besteden is dat niet. Voor de gemeente moeten de resultaten van het project er toe leiden dat: - Iedere inwoner kan worden doorverwezen naar een re-integratie voorziening indien hij of zij dat wenst. - Er inzicht is in de kosten en verwachte effecten op basis waarvan een besluit kan worden genomen om een voorziening wel of niet te financieren. - Er feitelijke input is voor het bijstellen van het beleid.
1.4
Leeswijzer
Dit rapport geeft antwoorden op de bovenstaande onderzoeksvragen. Het rapport begint met een managementsamenvatting van enkele pagina’s. De managementsamenvatting geeft de belangrijkste conclusies van het onderzoek weer en bevat een aantal aanbevelingen over de voortzetting of aanvulling van voorzieningen om tot een effectief dekkend palet te komen. De opbouw van het rapport is als volgt: - In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de beschikbare voorzieningen in Gilze en Rijen, in het geheel en per doelgroep. - Hoofdstuk 3 geeft vanaf 2017 inzicht in de mate waarin de voorzieningen zijn ingezet, in totaal en per doelgroep. - Hoofdstuk 5 gaat in op de netto effectiviteit van de re-integratievoorzieningen. De meting van de netto-effectiviteit is uitgevoerd door een econometrische analyse van geanonimiseerde micro (individuele) data van de gemeente die door het CBS gekoppeld zijn aan micro data van het CBS. - In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de bruto effectiviteit van de reintegratievoorzieningen. Hoeveel inwoners vinden tijdens of na deelname aan de reintegratievoorzieningen werk, hoeveel inwoners stromen uit de uitkering en hoeveel inwoners maken stappen op de Participatieladder? - In hoofdstuk 6 geven we een analyse van de kosten van de reintegratievoorzieningen van de gemeente Gilze en Rijen.
- Hoofdstuk 7 behandelt de organisatie van de uitvoering in het sociaal domein en de mate waarin deze organisatie bijdraagt aan de succesvolle inzet van reintegratievoorzieningen. Ook gaan we in op succesfactoren en verbeterpunten. Gedetailleerde analyses en technische toelichting zijn in bijlagen opgenomen. Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
14
1.5
Aanpak
Het onderzoek heeft bestaan uit: - De analyse van documenten, informatie en gegevens van de gemeente Gilze en Rijen; - De analyse van openbare gegevens van het CBS en uit het verdeelmodel gebundelde uitkering Participatiewet (GUP); - Interviews met betrokkenen (management, re-integratieconsulenten en beleidsadviseurs) bij de uitvoering van re-integratie voor inwoners van de gemeente Gilze en Rijen; - De econometrische analyse van individuele data van inwoners van de gemeente Gilze en Rijen die sinds 2017 een bijstandsuitkering hebben ontvangen en al dan niet hebben deelgenomen aan een re-integratievoorziening.
Tabel 1.1 Relatie tussen onderzoeksactiviteiten en onderzoeksvragen Onderzoeksactiviteit Onderzoeksvraag
Documenten
Info/gegevens, ook van CBS
Interviews
Statistische analyse
1. Beschikbare re-integratievoorzieningen per doelgroep 2. Inzet voorzieningen per doelgroep 3. Kosten inzet voorzieningen per doelgroep 4. Effectiviteitsvraag 5. Mate waarin organisatie bijdraagt aan succesvolle inzet van het instrumentarium 6. Advies onderzoekers mbt voortzetting of aanvulling van voorzieningen
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
15
2 Beleid en beschikbare re-integratievoorzieningen 2.1
Inleiding
We behandelen in dit hoofdstuk het beleid van de gemeente Gilze en Rijen, de doelen of beoogde resultaten van het beleid en de beschikbare re-integratievoorzieningen. Dit is vooral gebaseerd op documenten, informatie en gegevens van de gemeente.
2.2
Het beleid van de gemeente en beschikbare voorzieningen
Nota Re-integratie & Participatie 2015 In de voorbereiding op de komst van de Participatiewet heeft de gemeente Gilze en Rijen in 2014 de Nota Re-integratie & Participatie 2015 vastgesteld. In deze Nota worden de volgende uitgangspunten benoemd: - Een evenwichtige verdeling van inzet re-integratiemiddelen over verschillende groepen (jongeren en ouderen, mensen met een arbeidsbeperking en huidige WWBers worden genoemd). Met name inzet om jongeren aan het werk te helpen; - Iedereen heeft (naar vermogen) een participatieverplichting, bij voorkeur op de reguliere arbeidsmarkt; - Een sluitende aanpak voor jongeren; - De werkgever als start van de keten. Uitdaging is om de werkgever optimaal te bedienen; - Beschut werken voor mensen waarvoor een dienstverband bij een regulier bedrijf een te grote stap is; - Niet-uitkeringsgerechtigden: een outreachende aanpak voor jongeren (zonder uitkering) met een arbeidsbeperking. De gemeente heeft dus oog voor alle verschillende groepen inwoners. Jongeren hebben speciale aandacht via een sluitende en outreachende aanpak. De ambitie van de gemeente is dat iedereen in Gilze en Rijen ouder dan 18 naar vermogen een bijdrage levert aan de economische en maatschappelijke groei. Inwoners die (nog) niet naar een reguliere baan kunnen, doen vrijwilligerswerk of andere maatschappelijke activiteiten. Iedereen telt, niemand wordt afgeschreven.
De participatieladder wordt als indeling voor het bestand uitkeringsgerechtigden gebruikt. De treden van de participatieladder zijn: - niveau 6: betaald werk - niveau 5: betaald werk met ondersteuning - niveau 4: onbetaald werk - niveau 3: deelname aan georganiseerde activiteiten (cursus, vereniging) - niveau 2: sociale contacten buitenshuis - niveau 1: geïsoleerd De doelen van de gemeente zijn: 1. Iedere uitkeringsgerechtigde met perspectief op werk (trede 5 of 6 op participatieladder) stroomt binnen een jaar uit naar werk; 2. De voorziening nieuw beschut wordt met terughoudendheid ingezet voor maximaal twee plaatsen per jaar; Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
16
3. In Gilze en Rijen is er geen werkloosheid onder jongeren; 4. Mensen op treden 1 tot en met 4 van de participatieladder komen in aanmerking voor maatschappelijk participatie. De punten 1 en 3 zijn duidelijke en redelijk smart geformuleerde doelen; alleen een concrete tijdsaanduiding ontbreekt. De punten 2 en 4 zijn eerder op te vatten als uitgangspunten dan als doelen van beleid. In de interviews is aangegeven dat de gemeente alleen globale doelstellingen heeft voor reintegratie. Het team re-integratie heeft zelf op initiatief van Talent2Work de afgelopen jaren een doelstelling geformuleerd: 100 mensen plaatsen hetzij in betaald werk hetzij in onbetaald werk (ongeveer half om half). In 2020 zijn 121 plaatsingen gerealiseerd waarvan 91 op betaalde arbeid. In 2020 zijn er ongeveer evenveel mensen geplaatst als in 2019. Ondanks Corona waren er voldoende mogelijkheden. Een deel van de re-integratiemiddelen wordt vanaf 2019 regionaal gebundeld ingezet. Daaraan hangt een concrete target om 37 inwoners van Gilze en Rijen via het WSP uit te laten stromen uit de uitkering. Overigens wordt geconstateerd dat er nauwelijks nog mensen zijn die ingedeeld zijn op trede 5 of 6 van de participatieladder. Ook het aandeel mensen op trede 4 is vrij beperkt (8% van het bestand in januari 2021). Consulenten geven aan graag duidelijke doelstellingen mee te krijgen, die realistisch zijn.
Daarmee kan achteraf bepaald worden of aan de verwachtingen wordt voldaan. Het ontbreken van specifieke doelstellingen doet ook weleens de vraag rijzen of wat de consulenten doen nog wel aansluit op wat de bedoelingen zijn. Er is sinds ongeveer 1,5 jaar een ontwikkeling gaande om te gaan werken met afdelingsplannen. Hiermee kan meer kadering en focus worden aangebracht. Als indicatoren worden in de Nota Re-integratie & Participatie 2015 genoemd: - aantal uitstroom en doorstroom participatieladder; - realisatie Wsw en beschut nieuw; - instroom, doorstroom en uitstroom jongeren; - realisatie naar aard voorzieningen (onderzoek, scholing, activering, re-integratie) per trede. Verzamelverordening Participatiewet 2017 Het re-integratiebeleid van de gemeente is verder uitgewerkt in de Verzamelverordening Participatiewet 2017 en de Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2019. Hoofdstuk 2 van de verordening gaat over re-integratie en tegenprestatie. Hierin staat onder andere het volgende: - Het college stemt, op basis van een screening en eventueel een (verdiepende) diagnose, de ondersteuning en voorzieningen af op het vergroten van de zelfredzaamheid van de belanghebbende via de kortste weg naar duurzame arbeidsinschakeling dan wel een zo hoog mogelijke arbeidsproductiviteit (artikel 3.2).
Het aanbod van een voorziening aan een inwoner wordt vastgelegd in een plan van aanpak (artikel 3.3). - Het doel van het verrichten van een tegenprestatie is om belanghebbenden maatschappelijk nuttige werkzaamheden te laten verrichten (artikel 14.2).
Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021
17
Artikel 4 van de Verzamelverordening geeft in grote lijnen de voorzieningen weer die het college kan inzetten. Artikel 4.3 geeft aan dat het college in beleidsregels de voorzieningen en de bijbehorende voorwaarden opneemt. Verzamelbeleidsregels 2019 Hoofdstuk 2 van de Verzamelbeleidsregels behandelt re-integratie. Artikel 2.1 bevat de uitgangspunten die het college hanteert bij het bepalen van de noodzaak tot het inzetten van een voorziening: a. het college geeft de meeste aandacht aan belanghebbenden die in potentie kunnen participeren in arbeid; b. het college biedt enkel een voorziening aan, wanneer de belanghebbende afhankelijk is van deze voorziening in het kader van zijn of haar arbeidsinschakeling. Artikel 2.2 geeft het aanbod van voorzieningen van de gemeente Gilze en Rijen weer. In onderstaande tabel staan deze voorzieningen weergegeven. Tabel 2.1 Aanbod van re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen q. Bemiddeling naar werk r. Bemiddeling naar maatschappelijke participatie s. Scholing t. Werkervaringsplaats u. Proefplaatsing v. Beschut werk w. Persoonlijke ondersteuning of jobcoach x. Participatieplaats y. Sociale activering z. Nazorg aa. Loonkostensubsidie bb. Stimuleringspremie cc. Flex-constructie dd. Werkplekaanpassingen ee. Onkostenvergoeding ff.
Vergoeding voor kosten van kinderopvang De tegenprestatie is niet opgenomen in het lijstje re-integratievoorzieningen in de Verzamelbeleidsregels 2019. Wel wordt de tegenprestatie door de meeste gesprekspartners gezien als onderdeel van het re-integratiebeleid. In de praktijk wordt het vaak gekoppeld aan vrijwilligerswerk. De tegenprestatie wordt bij de meeste klanten niet als verplichting opgelegd, maar ingevuld via een positief ingestoken gesprek over de activiteiten die de klant zou kunnen doen die zo goed mogelijk passen bij diens interesses, vaardigheden en talenten. Dit wordt breed gezien als een goede aanpak. Het idee achter de tegenprestatie is daarom vaak onderwerp in de gesprekken met klanten. Het biedt de consulenten ook nadere informatie over de houding en interesse van de klanten richting werk, vrijwilligerswerk en andere vormen van sociale participatie. Artikel 2.4 van de beleidsregels geeft de prioriteiten weer op het gebied van re-integratie: 1. Het college stelt met het oog op de beschikbare middelen in het Participatiebudget prioriteiten daar waar het gaat om de inzet van voorzieningen. 2. Bij de inzet van middelen uit het Participatiebudget stelt het college de volgende prioriteiten: a. belanghebbenden met een duidelijke motivatie; Eindrapport effectiviteit re-integratievoorzieningen gemeente Gilze en Rijen - 15 april 2021